bijlage beantwoording PvdA 19 034915 Nota rente, activa en afschrijvingsbeleid
Tekst van het document
Ons kenmerk: 19.034915
Nota Rente, Activa en AfschrijvingsbeleidMARTIENRapportage
*19.034915* Relatie met:
Nota rente, activa en afschrijvingsbeleid 2019 15 oktober 2019
Reg.nr.: 19.034915
Inlichtingen bij Martien Nieuweboer, Adviseur Financiën Afdeling
Financiën en control Doorkiesnummer (0224) 210651
gemeente Schagen 1
Nota Rente, Activa en Afschrijvingsbeleid
gemeente Schagen 2
Nota Rente, Activa en Afschrijvingsbeleid
INHOUDSOPGAVE
1. INLEIDING ________________________________________________________________ 4 2. BESLISPUNTEN _____________________________________________________________ 5 3. BESCHRIJVING ONDERWERP _________________________________________________ 6 3.1. INLEIDING ______________________________________________________________ 6 3.2. DEFINITIE ACTIVA _________________________________________________________ 6 3.3. SOORTEN ACTIVA _________________________________________________________ 6 3.4. WET- EN REGELGEVING _____________________________________________________ 7 3.5. AFBAKENING INHOUD ______________________________________________________ 7 4. WAARDERING_____________________________________________________________ 7 4.1. INLEIDING ______________________________________________________________ 7 4.2. ACTIVEREN INVESTERINGEN __________________________________________________ 7 4.3. WAARDERINGSGRONDSLAG _________________________________________________ 8 4.4. VASTSTELLEN FINANCIËLE WAARDE _____________________________________________ 8 4.4.1 BRUTO WAARDERING _____________________________________________________ 8 4.4.2 AFWAARDEREN ACTIVA ___________________________________________________ 8 4.5. ONDERGRENS VAN AFSCHRIJVEN ______________________________________________ 9 5. AFSCHRIJVEN _____________________________________________________________ 9 5.1.
INLEIDING ______________________________________________________________ 9 5.2. DE LEVENSDUUR _________________________________________________________ 10 5.3. WIJZE VAN AFSCHRIJVING __________________________________________________ 10 5.4. EXTRA AFSCHRIJVINGEN ___________________________________________________ 13 5.5. HET BEGINSEL VAN TOEREKENING _____________________________________________ 13 5.6. OMGANG MET VERVANGING VAN INVESTERINGEN _________________________________ 13 5.7. BASIS VAN HET STARTEN MET HET AFSCHRIJVEN ____________________________________ 13 5.8.GROOT ONDERHOUD EN RENOVATIE ___________________________________________ 13 5.9. HET AFSCHRIJVEN OP GROND _______________________________________________ 14 6. RENTE __________________________________________________________________ 14 6.1. INLEIDING _____________________________________________________________ 14 6.2. RENTEVERANTWOORDING M.I.V. 2017 NAAR AANLEIDING VAN WIJZIGING B.B.V. ___________ 14 7. KAPITAALLASTEN IN DE BEGROTING EN REKENING _____________________________ 15 7.1. INLEIDING _____________________________________________________________ 15 7.2. DE RAMING VAN KAPITAALLASTEN (IN DE BEGROTING) ______________________________ 15 7.3.
VERANTWOORDEN VAN KAPITAALLASTEN (IN DE JAARREKENING) _______________________ 15 BIJLAGE 1 AFSCHRIJVINGSTABEL MATERIËLE EN IMMATERIËLE VASTE ACTIVA _________ 16 BIJLAGE 2 VOORSCHRIFTEN BESLUIT BEGROTING EN VERANTWOORDING PROVINCIES EN GEMEENTEN (BBV) __________________________________________________________ 20
gemeente Schagen 3
Nota Rente, Activa en Afschrijvingsbeleid
1. Inleiding De gemeente is eigenaar van tal van bezittingen, zoals gebouwen, gronden, machines, infrastructuur, etc. Die bezittingen worden activa genoemd. Dat begrip wordt dan ook in deze nota gebruikt. Activa zijn naast personele capaciteit belangrijke hulpmiddelen bij het uitvoeren van de gemeentelijke taken en daarmee voor het bereiken van gemeentelijke doelen. Dit vraagt om een goed beleidskader en een goed beheer van de activa. Deze nota gaat over het beleid daarover, dus over het zogenaamde activabeleid. De Financiële Verordening gemeente Schagen (verordening volgens artikel 212 Gemeentewet) bevat de uitgangspunten en regels (de kaders) van het financieel beleid, het financieel beheer en de financiële organisatie. In artikel 8 (Waardering en afschrijving vaste activa) van de verordening artikel 212 is opgenomen dat de waardering en afschrijving van vaste activa gebeurt conform het gestelde in de Nota Rente, Activa en Afschrijvingsbeleid, die tenminste om de vier jaar wordt geactualiseerd en door de raad wordt vastgesteld. De raad heeft op 13 december 2016 de laatste Nota Rente, Activa en Afschrijvingsbeleid van de gemeente Schagen vastgesteld. Deze nota is nu geactualiseerd en ligt nu voor u.
In het verleden had de gemeente de mogelijkheid om de activa-administratie naar eigen inzicht op te bouwen, met de invoering van het BBV1 en de wijziging van het BBV met ingang van het begrotingsjaar 2017 is dit beperkt. Voor de samenhang tussen de onderwerpen in deze nota is het volgende doel gekozen: Het vaststellen van een duidelijke systematiek en richtlijnen voor het administratieve beheer van activa die is gericht op het waarborgen van de continuïteit van de gemeentelijke activiteiten. Aan deze nota zijn de volgende bijlagen toegevoegd: - Bijlage 1 Afschrijvingstabel - Bijlage 2 Voorschriften Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV)
1 Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten
gemeente Schagen 4
Nota Rente, Activa en Afschrijvingsbeleid
2. Beslispunten In deze nota komt een aantal beslispunten aan de orde. Als samenvatting en als overzicht van de gewenste besluitvorming worden deze beslispunten aan het begin van deze nota samengevat. Bij elk beslispunt is een verwijzing naar het betreffende hoofdstuk opgenomen. 1.
Ondergrens afschrijven op activa (hoofdstuk 4.5) De ondergrens voor het afschrijven van een investering maatschappelijk nut is vanaf 1 januari 2020 op basis van het begrote bedrag bepaald op € 150.000. De ondergrens voor het afschrijven van een investering economisch nut en een investering immateriële activa is vanaf 1 januari 2020 op basis van het begrote bedrag bepaald op € 25.000.
2. Levensduur (hoofdstuk 5.2) Voor het bepalen van de afschrijvingstermijn wordt de economische levensduur gehanteerd. De economische levensduur van activa eindigt, wanneer vervangen voordeliger is. In bijlage 1 is de ‘Afschrijvingstabel immateriële en materiële vaste activa’ openomen, waarin de levensduur c.q. afschrijvingstermijn en afschrijvingsvorm voor immateriële en materiële vaste activa is weergegeven. Onderdeel van de vaststelling van deze nota is ook het vaststellen van de afschrijvingstabel en het hanteren van de daarin opgenomen termijnen voor nieuwe investeringen vanaf 1 januari 2020. De accountant adviseert om alle afschrijvingstermijnen, ook die van de oude investeringen, te harmoniseren naar de termijnen volgens deze nota. Om praktische redenen wordt dit niet gedaan. 3. Wijze van afschrijving (hoofdstuk 5.3) De algemene beleidslijn is dat er wordt afgeschreven volgens de lineaire methode. In bijlage 1 staat in de ‘Afschrijvingstabel immateriële en materiële vaste activa’ per activasoort aangegeven welke methode wordt toegepast. Investeringen in de openbare ruimte met maatschappelijk nut worden in 1 keer afgeschreven ten laste van de exploitatie of daarvoor gevormde reserves. Dit geldt voor de investeringen tot en met 2016.
Bij besluit van 5 maart 2016 heeft het Rijk een wijziging van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten vastgesteld (wijzigingsbesluit BBV). De investeringen met maatschappelijk nut die vanaf 2017 worden gedaan moeten verplicht worden geactiveerd en over de verwachte gebruiksduur worden afgeschreven. Ons uitgangspunt blijft, dat wij de exploitatie niet willen belasten met rente- en afschrijvingslasten van investeringen in maatschappelijk nut. Dit bereiken wij, voor deze lasten een reserve te vormen ten laste van de reserve waar anders de investering uit gedekt zou worden. 4. Omgang met vervanging van investeringen (hoofdstuk 5.6) Het volledig afschrijven en het daardoor niet meer aanwezig zijn van een boekwaarde op een activum is niet het enige criterium dat bepalend is voor het moment van vervanging. De technische staat is hierbij bepalend. 5. Basis van het starten van de afschrijvingen (hoofdstuk 5.7) De beleidslijn is dat met de afschrijving wordt gestart in het jaar na het in gebruik nemen van het actief. 6. Rentetoerekening (hoofdstuk 6.3) gemeente Schagen 5
Nota Rente, Activa en Afschrijvingsbeleid
In het wijzigingsbesluit BBV is een verplichte methode van renteomslag opgenomen. De rente die aan de taakvelden wordt doorbelast, wordt toegerekend op basis van een omslagrente. De basis hiervoor is de boekwaarde van de activa die bij de taakvelden hoort. De omslagrente mag op een veelvoud van een half procent worden afgerond. De omslagrente mag maximaal 0,5% afwijken van het werkelijke rentepercentage (werkelijk betaalde rente afgezet tegen de totale boekwaarde). 7. Kapitaallasten in begroting (hoofdstuk 7.2) De rentelasten worden gerekend over de boekwaarde per 1 januari van het betreffende jaar. Conform hoofdstuk 5.7 worden de afschrijvingslasten ingerekend vanaf het jaar nadat het actief in gebruik is genomen. 8. Voteren kredieten Via de vaststelling van de begroting stemt de raad in met de votering van de investeringskredieten zoals deze hierin zijn geraamd. (hoofdstuk 7.2). In het besluit bij de begroting wordt dit apart vermeld. In het lopende begrotingsjaar wordt daarover dus geen apart besluit meer genomen. 9. De notitie is van kracht vanaf 1 januari 2020. Deze notitie geldt voor nieuwe investeringen die gedaan worden nadat deze notitie is vastgesteld.
3. Beschrijving onderwerp 3.1. Inleiding Dit hoofdstuk gaat over de betekenis van het begrip activa. 3.2. Definitie activa De term activa is de verzamelnaam voor de bezittingen van de organisatie die bedoeld zijn voor de uitoefening van de gemeentelijke taken. 3.3. Soorten activa Activa zijn volgens artikel 31 BBV onder te verdelen in: • vaste activa (duurzaam/gebruik); • vlottende activa (niet-duurzaam/verbruik). Voor deze notitie zijn de vaste activa van belang. Dit bestaat uit de volgende drie onderdelen (artikel 33 BBV): − immateriële vaste activa; − materiële vaste activa; − financiële vaste activa. Tot de immateriële vaste activa behoren de kosten die zijn verbonden aan het afsluiten van geldleningen, het saldo van agio en disagio, de kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief en de bijdragen aan activa in eigendom van derden (artikel 34 BBV). Materiële vaste activa zijn bezittingen van stoffelijke aard die langdurig gebruikt worden voor de bedrijfsvoering. In artikel 35 van de BBV wordt het volgende onderscheid gemaakt: − investeringen met een economisch nut; − investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven; − investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut. gemeente Schagen 6
Nota Rente, Activa en Afschrijvingsbeleid
De materiële vaste activa worden concreter omschreven in artikel 52, eerste lid van het BBV: − gronden en terreinen; − woonruimten; − bedrijfsgebouwen; − grond-, weg- en waterbouwkundige werken; − vervoermiddelen; − machines, apparaten en installaties; − overig. Financiële activa zijn (op hoofdlijnen) kapitaalverstrekkingen en langlopend verstrekte leningen (artikel 36 BBV). 3.4. Wet- en regelgeving Het spreekt voor zich dat in deze nota rekening wordt gehouden met de geldende regelgeving. Bijlage 2 vermeldt de relevante artikelen uit het BBV (na het wijzigingsbesluit BBV uit 2016). 3.5. Afbakening inhoud Uit dit hoofdstuk blijkt dat het begrip activa veelzijdig is. Het beschrijven van het activabeleid kan dan ook bijna eindeloos zijn. Deze nota gaat over de meest relevante onderdelen. Concreet betekent dit dat alleen de materiële vaste activa aan de orde komen. De overige vaste activa (immaterieel en financieel) en de vlottende activa blijven buiten beschouwing, behoudens een korte beschrijving over de immateriële activa van de kosten van disagio en de kosten van onderzoek en ontwikkeling ( zie 5.2).
4. Waardering 4.1. Inleiding De eerste stap in het administratieve proces voor het beheer van activa is de bepaling van de waarde die moet worden toegekend aan de activa. Dat gaat dan om de volgende aspecten: − het activeren van investeringen; − de waarderingsgrondslag; − het vaststellen van de financiële waarde; − het bepalen van het moment van activering (administratief). Op basis hiervan kunnen regels worden opgesteld (kaders worden gesteld) voor het toevoegen van nieuwe activa. In dit hoofdstuk komen de eerste drie aspecten aan de orde. Hoofdstuk 7 gaat in op het bepalen van het moment van activeren c.q. hoe wordt omgegaan met de kapitaallasten in de begroting en in de jaarrekening. 4.2. Activeren investeringen Artikel 62, eerste lid, van het BBV bepaalt dat alle vaste activa moeten worden geactiveerd voor het bedrag van de investering. Artikel 59 BBV regelt expliciet welke investeringen al dan niet geactiveerd moeten worden. Hierin staat dat: a. Alle investeringen worden geactiveerd. b. In afwijking van het eerste lid worden kunstvoorwerpen met een cultuurhistorische waarde niet geactiveerd.
Artikel 60 van het BBV stelt dat de kosten van onderzoek en van de ontwikkeling voor een bepaald actief kunnen worden geactiveerd als: − het voornemen bestaat om het actief te gebruiken of te verkopen; − de technische uitvoerbaarheid om het actief te voltooien vaststaat; gemeente Schagen 7
Nota Rente, Activa en Afschrijvingsbeleid
− −
het actief in de toekomst economisch of maatschappelijk nut zal genereren; de uitgaven die aan het actief zijn toe te rekenen betrouwbaar kunnen worden vastgesteld.
Artikel 61 van het BBV vermeldt regels over het kunnen activeren van bijdragen aan activa in eigendom van derden. 4.3. Waarderingsgrondslag De waardering van activa is van belang want het is de basis voor het vaststellen van de financiële gevolgen van activa, met name door waardevermindering. De waardering van activa en de waardevermindering daarvan (zie 5.1 in het volgende hoofdstuk) heeft invloed op de financiële huishouding van de gemeente. De basis voor de waarderingsgrondslag is de historische kostprijs (verkrijgings- of vervaardigingprijs) > artikel 63 BBV. Bij een vervangingsinvestering mag de “winst” ten opzichte van de boekwaarde (in geval van verkoop te vervangen actief) dus niet in mindering worden gebracht op de nieuwe investering. Artikel 63 tweede en derde lid van dat BBV vermeldt wat onder de verkrijgings- en vervaardigingsprijs wordt verstaan. Van activa waarvan de bestemming verandert, moet de actuele waarde van de nieuwe bestemming in de toelichting op de balans worden opgenomen. Voor in erfpacht uitgegeven gronden geldt de prijs van eerste uitgifte als verkrijgingprijs. Gronden in eeuwigdurende erfpacht worden gewaardeerd tegen registratiewaarde. 4.4. Vaststellen financiële waarde 4.4.1 Bruto waardering Vanaf de invoering van het BBV is alleen de systematiek van de zogenaamde bruto waardering toegestaan.
Die waardering geeft een goed integraal inzicht in de financiële positie van de gemeente (in baten en lasten). Bij deze methode worden de afzonderlijke vermogensbestanddelen vermeld op de balans. Het gaat dan om de werkelijke investeringen, bijdragen van derden (subsidieverstrekkers) en/of onttrekkingen aan bestemmingsreserves. Bijdragen van derden worden in mindering gebracht op de investering > art. 62 lid 2 van het BBV. De aanwending van de bestemmingsreserves moet bruto verantwoord worden en mag niet in mindering gebracht worden. Voorzieningen, bedoeld in artikel 44, eerste lid, onder d, worden in mindering gebracht op de investeringen, bedoeld in artikel 35, eerste lid, onder b > art.62 lid 3. Dit betreft voorzieningen voor het afdekken van een verlies bij investeringen waar een heffing tegenover staat (bijvoorbeeld riool). 4.4.2 Afwaarderen activa Artikel 65 BBV gaat in (het eerste en tweede lid) op waardeverminderingen die naar verwachting duurzaam zijn, dat wil zeggen dat niet voorzienbaar is dat die waardevermindering zal ophouden te bestaan. Gedacht kan worden aan nieuwe inzichten in de technische en/of de economische levensduur van activa of de aantasting van het vermogen van deelnemingen. Het derde lid van artikel 65 BBV bepaalt dat een actief dat buiten gebruik wordt gesteld, wordt afgewaardeerd als de restwaarde lager is dan de boekwaarde.
Bij een volledige buitengebruikstelling wordt het actief afgewaardeerd tot nul dan wel tot de restwaarde als deze redelijkerwijs verwacht kan worden. Wanneer een actief gedeeltelijk buiten gebruik wordt gesteld, dan gebeurd afwaardering proportioneel. Waardeverminderingen van activa worden op het actief zelf in mindering gebracht.
gemeente Schagen 8
Nota Rente, Activa en Afschrijvingsbeleid
Duurzame waardevermindering van vaste activa is onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar. 4.5. Ondergrens van afschrijven Bij het hanteren van een activeringsgrens, moet de verplichting tot het activeren van investeringen in acht worden genomen. Het is niet toegestaan om de activeringsgrens zodanig hoog te stellen dat hierdoor (bepaalde typen) activa individueel of in totaal in materiële omvang buiten de balans worden gehouden Het activeren van een investering heeft administratieve handelingen tot gevolg. Uit het oogpunt van efficiency is het praktisch om een ondergrens voor het wel of niet activeren van vaste activa te bepalen. Investeringen met een waarde beneden de ondergrens worden niet geactiveerd. Die worden in het jaar van ingebruikname rechtstreeks ten laste van de exploitatie gebracht. De ondergrens kan in een aantal gevallen arbitrair zijn. Als het gaat om een investering die rond de ondergrens ligt, dan worden de volgende aspecten in ogenschouw genomen: − gaat het om een gebruiks- of een verbruiksgoed; − om welk soort actief gaat het (nuttigheidscriterium); − betreft het een uitbreiding of een vervanging.
Omdat we investeringen in maatschappelijk nut eigenlijk niet willen activeren en op deze manier de balans niet “vult” met groot onderhoud, wordt de ondergrens voor het afschrijven op een investering in maatschappelijk nut vanaf 1 januari 2020 op basis van het begrote bedrag bepaald op € 150.000. Budgettair maakt dit niets uit, omdat tegenover investeringen in maatschappelijk nut anders het begrote bedrag in een reserve wordt gestort in het betreffende jaar. De afschrijvingen over deze investeringen worden dan in de jaren erna gedekt door een bijdrage uit deze reserve. De ondergrens voor het afschrijven van een investering economisch nut en een investering immateriële activa is vanaf 1 januari 2020 op basis van het begrote bedrag bepaald op € 25.000.
5. Afschrijven 5.1. Inleiding In het voorgaande hoofdstuk is beschreven welke investeringen (kunnen) worden geactiveerd en welke niet. De lasten van de investeringen die geactiveerd worden bestaan uit afschrijvingen en rente. Die lasten worden kapitaallasten genoemd. Dit hoofdstuk gaat over de afschrijvingen. In hoofdstuk 6 wordt op alle aspecten van rente ingegaan. Het kenmerk van vaste activa is dat die gedurende langere tijd kunnen worden gebruikt. De levensduur van vaste activa is echter niet oneindig. Door technische slijtage of economische veroudering neemt de gebruikswaarde af en daarmee de waarde in het economisch verkeer. Het zichtbaar maken van deze waardevermindering van activa wordt afschrijven genoemd. In artikel 64 BBV wordt bepaald dat afschrijving onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar geschiedt (lid 1) en dat de jaarlijkse afschrijving wordt bepaald op basis van de verwachte levensduur van het actief (lid 3). Als er sprake is van duurzame waardevermindering of als het actief buiten gebruik wordt gesteld voor het einde van de verwachte levensduur bepaalt artikel 65 BBV dat het financiële gevolg hiervan, onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar, tot uiting wordt gebracht. In het BBV (art. 64) staan ook de kaders waaraan afschrijvingen moeten voldoen. Er wordt geen sluitend systeem voorgeschreven.
Een gemeente kan zijn eigen invulling geven aan de wijze waarop de afschrijvingen worden bepaald. Dit hoofdstuk gaat hierover.
gemeente Schagen 9
Nota Rente, Activa en Afschrijvingsbeleid
Bij het bepalen van de afschrijvingen moeten de volgende aspecten in ogenschouw worden genomen: − • de levensduur, die van belang voor het bepalen van de afschrijvingsperiode; − • wijze van afschrijving. − • geen restwaarde 5.2. De levensduur In het BBV staat dat op vaste activa met een beperkte gebruiksduur in beginsel jaarlijks wordt afgeschreven volgens een stelsel dat is afgestemd op de verwachte toekomstige gebruiksduur (artikel 64, lid 3). De levens- of gebruiksduur van vaste activa wordt bepaald door technische slijtage en economische veroudering. Tussen deze twee soorten levensduur zit verschil, te weten: − de technische levensduur is de periode waarin het technisch mogelijk is het actief te gebruiken; − de economische levensduur is de periode waarin het actief naar schatting ook economisch kan worden gebruikt, dat wil zeggen dat de voordelen opwegen tegen de kosten. Voor het bepalen van de afschrijvingstermijn wordt de economische levensduur gehanteerd. Die levensduur is gebaseerd op een schatting; daarom moeten daarvoor richtlijnen worden opgesteld. Die zijn op onderdelen gebonden aan wettelijk voorgeschreven termijnen.
Dit betreft: − het activeren van disagio: de maximale afschrijvingstermijn hiervan is gelijk aan de looptijd van de lening (artikel 64, lid 4); − de kosten van onderzoek en ontwikkeling: de maximale afschrijvingstermijn hiervan is vijf jaar (artikel 64, lid 5). De meest effectieve en eenvoudige manier om tot deze richtlijnen te komen is het opstellen van een overzicht waarin per activasoort de levensduur wordt weergegeven. Die levensduur is dan gelijk aan de termijn waarover de activa wordt afgeschreven. In de bijlage 1 bij deze nota staat een afschrijvingstabel. Onderdeel van de vaststelling van deze nota is ook het vaststellen van deze tabel en het hanteren van de daarin opgenomen termijnen voor nieuwe investeringen vanaf 1 januari 2020. De accountant adviseert om alle afschrijvingstermijnen, ook die van de oude investeringen, te harmoniseren naar de termijnen volgens deze nota. Om praktische redenen wordt dit niet gedaan. 5.3. Wijze van afschrijving Er zijn verschillende afschrijvingsmethoden om de waardevermindering door verbruik tot uiting te laten komen: − − − −
afschrijving op basis van een vast bedrag (lineair); progressief toenemende afschrijving (annuïtair); degressief toenemende afschrijving (percentage van de boekwaarde); variabele afschrijving (afhankelijk van gebruik).
De twee meest voorkomende afschrijvingsmethoden zijn de eerste twee vermelde (de lineaire en de annuïtaire) methoden. Daarop wordt nu verder ingegaan. Ter illustratie van het verschil tussen beide methoden staat in onderstaande figuren het verloop van de jaarlijkse kapitaallasten over een periode van 10 jaar voor een investering van € 100.000 bij een rentepercentage van 5% met zowel lineaire als annuïtaire afschrijving.
gemeente Schagen 10
Nota Rente, Activa en Afschrijvingsbeleid
Annuïteit Lineaire afschrijving rente afschrijving totaal rente afschrijving 5.000 7.950 15.000 5.000 10.000 1 4.602 8.348 14.500 4.500 10.000 2 4.185 8.765 14.000 4.000 10.000 3 3.746 9.204 13.500 3.500 10.000 4 3.285 9.665 13.000 3.000 10.000 5 2.803 10.147 12.500 2.500 10.000 6 2.296 10.654 12.000 2.000 10.000 7 1.763 11.187 11.500 1.500 10.000 8 1.204 11.746 11.000 1.000 10.000 9 616 12.334 10.500 500 10.000 10 29.500 100.000 27.500 127.500 100.000
Jaar
totaal 12.950 12.950 12.950 12.950 12.950 12.950 12.950 12.950 12.950 12.950 129.500
euro
Verloop van de afschrijvingen per jaar
13000,0 12000,0 11000,0 10000,0 9000,0 8000,0 7000,0 6000,0 1
2
3
4
5
6
7
8
9
10 jaren
Lineaire afschrijving
Afschrijving annuïteit
euro
Verloop rente en afschrijving per jaar
16000,0 14000,0 12000,0 10000,0 8000,0 1
2
3
4
5
6
7
8
9
10 jaren
Lineair
Annuíteit
Lineair afschrijven Lineair afschrijven is afschrijven op basis van een vast percentage van de historische kostprijs. Bij deze methode is er een evenredige spreiding van de afschrijvingslasten over de gebruiksperiode. De rente wordt berekend over de actuele boekwaarde; daarom daalt het totaal van de lasten van afschrijving en rente (kapitaallasten) in de loop van de gebruiksperiode. Hierdoor ontstaat budgetruimte voor complementaire kosten, zoals in de tijd oplopende onderhoudslasten.
gemeente Schagen 11
Nota Rente, Activa en Afschrijvingsbeleid
Een nadeel van lineair afschrijven is dat de kapitaallasten gedurende de levensduur variëren. De lasten van investeringen voor onze bedrijfsvoering worden in een aantal gevallen via tarieven in de administratie verwerkt. De systematiek van lineair afschrijven kan dus fluctuaties in die tarieven tot gevolg hebben; dat kan als ongewenst worden gezien. Als voorbeeld: De kapitaallasten van huisvuilauto’s dalen en door ons beleid van kostendekkende tarieven daarmee de tarieven voor de afvalstoffenheffing ook. Bij vervanging van die auto’s is er opeens sprake van aanmerkelijk hogere kapitaallasten en dus ook van hogere tarieven voor de afvalstoffenheffing. Bij lineair afschrijven daalt de boekwaarde gedurende de gebruiksduur regelmatig; dit sluit goed aan bij het economisch nut gedurende de gebruiksduur. Afschrijven op basis van annuïteit Bij afschrijven op basis van annuïteit blijven de kapitaallasten gedurende de gebruiksduur gelijk. Omdat de rente wordt berekend over de actuele boekwaarde dalen die rentekosten jaarlijks en stijgen de afschrijvingskosten met hetzelfde bedrag als de daling van de rentelasten. Deze methode betekent dat in de eerste jaren relatief weinig wordt afgeschreven en in de laatste jaren relatief veel. Deze methode heeft voordelen in situaties waarin het egaliseren van kosten van belang is, zoals bij de berekening van tarieven.
Schommelingen in lasten (zoals afschrijvingen) leiden tot schommelingen in de tarieven over de gebruiksduur; ook dit kan ongewenst zijn. De annuïtaire methode van afschrijven draagt bij aan een stabiele ontwikkeling van het tarief gedurende de gebruiksduur. Wel zullen de complementaire kosten in dit verband ook stabiel moeten zijn, omdat anders daardoor alsnog schommelingen in de tarieven ontstaan. De realiteit van deze methode is dat het totaal van de kapitaallasten over de hele afschrijvingsperiode hoger is dan bij de lineaire systematiek. Keuze Voorstel is om conform de algemene beleidslijn af te schrijven volgens de Lineaire methode. Bij besluit van 5 maart 2016 heeft het Rijk een wijziging van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten vastgesteld (wijzigingsbesluit BBV). De investeringen met maatschappelijk nut die vanaf 2017 worden gedaan moeten verplicht worden geactiveerd en over de verwachte gebruiksduur worden afgeschreven. Ons uitgangspunt blijft, dat wij de exploitatie niet willen belasten met rente- en afschrijvingslasten van investeringen in maatschappelijk nut. Dit bereiken wij, voor deze lasten een voorziening te vormen ten laste van de reserve waar anders de investering uit gedekt zou worden.
Omdat de lineaire methode de beste benadering van de waardevermindering tijdens de gebruiksduur weergeeft en er op die wijze ook door de jaarlijks afnemende kapitaallasten ruimte ontstaat voor kapitaallasten van nieuwe investeringen en/of onderhoudskosten, wordt de lineaire afschrijvingsmethode als standaardmethode gehanteerd. In bijlage 1 staat per activasoort vermeld welke methode worden gebruikt. Het BBV schrijft voor (in artikel 51) dat in de toelichting op de balans wordt aangegeven volgens welke methoden de afschrijvingen worden berekend. Bij de balans worden de grondslagen voor consolidatie, waardering en resultaatbepaling opgenomen. Daarin staan ook de gemiddelde afschrijvingstermijnen voor de belangrijkste activa. Het BBV regelt ook dat moet worden aangegeven welke investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut worden geactiveerd, welke afschrijvingstermijn hiervoor wordt gehanteerd en welke reserves hiervoor eventueel worden gebruikt. gemeente Schagen 12
Nota Rente, Activa en Afschrijvingsbeleid
5.4. Extra afschrijvingen Het BBV maakt onderscheid tussen materiële vaste activa met een economisch nut en activa in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut. Tot 2016 mocht er op investeringen met een maatschappelijk nut extra worden afgeschreven. Met de recente wijziging van het BBV is dit niet meer mogelijk. 5.5. Het beginsel van toerekening Op basis van het toerekeningsbeginsel worden afschrijvingen ten laste van de exploitatie gebracht. Dit beginsel betekent dat wordt gezocht naar het juiste moment om kosten te verantwoorden in de exploitatie. In het verlengde van het stelsel van lasten en baten betekent dit dat lasten worden toegerekend aan de periode waarop die betrekking hebben. Dat heeft tot gevolg dat de hele investeringslast niet in één jaar tot uitdrukking wordt gebracht; die lasten worden gespreid over de hele periode dat de activa worden gebruikt. Via afschrijving over die jaren, wordt aan dit beginsel tegemoet gekomen. Hoewel het BBV geen bepaling vermeldt over dit beginsel, moet het wel worden toegepast. 5.6. Omgang met vervanging van investeringen In dit hoofdstuk staan de belangrijkste facetten en invalshoeken van het begrip afschrijven en van het omgaan met afschrijvingen. De praktijk wijst uit dat er aparte aandacht nodig is voor de omgang met vervangingsinvesteringen. In paragraaf 5.2 wordt ingegaan op de technische en de economische levensduur.
Er staat ook dat voor het bepalen van de afschrijvingstermijn de economische levensduur wordt gehanteerd en dat die periode is gebaseerd op een inschatting. Wanneer een investering volledig is afgeschreven en leidt tot een vervangingsinvestering moet goed worden afgewogen wanneer er actie moet worden ondernomen tot het realiseren van die vervanging. Het volledig afschrijven en het daardoor niet meer aanwezig zijn van een boekwaarde is bepaald niet het enige criterium dat bepalend is voor het moment van vervanging. Zo kan de prognose voor de economische levensduur zijn gebaseerd op verkeerde veronderstellingen of is het technisch mogelijk het actief langer te gebruiken: er zijn dan bijvoorbeeld geen relatief hoge onderhoudskosten ten opzichte van voorgaande jaren. 5.7. Basis van het starten met het afschrijven Het is van belang om vast te leggen vanaf welk moment wordt begonnen met het afschrijven op een actief. Het is ongewenst om daarmee te beginnen vanaf het moment dat een krediet is gevoteerd door de gemeenteraad. Het kan immers nog enige tijd duren voordat de desbetreffende investering is gerealiseerd. Dit is in sterke mate afhankelijk van de aard en de omvang van de investering, van de regelgeving voor aanbesteding etc. De beleidslijn is dat met de afschrijving wordt gestart in het jaar na het in gebruik nemen van het actief. 5.8.
Groot onderhoud en renovatie Bij groot onderhoud en renovatie doet zich de vraag voor of deze verbeteringen mogen leiden tot een verhoging van de boekwaarde, met andere woorden kunnen deze kosten geactiveerd worden. In dat geval is feitelijk geen sprake van groot onderhoud, maar van verbetering van het actief, bijvoorbeeld bij renovatie van een
gemeente Schagen 13
Nota Rente, Activa en Afschrijvingsbeleid
gebouw. Activering vindt dan plaats tegen de vaste termijnen (zie bijlage), waarbij rekening wordt gehouden met: •
De verbetering/renovatie is levensduur verlengend dan wordt de afschrijvingstermijn van het gehele actief dus inclusief de bestaande boekwaarde, gewijzigd in deze nieuwe restant levensduur;
•
De verbetering/renovatie is niet levensduur verlengend maar kwaliteit verbeterend: de restant afschrijvingsduur van de verbonden activa is dan bepalend voor de afschrijvingsduur van het gehele actief.
5.9. Het afschrijven op grond Op grond mag niet worden afgeschreven. Bij stijging van de waarde van grond mag deze niet worden opgenomen; waardering dient volgens het BBV tegen historische uitgaafprijs plaats te vinden. Bij waardevermindering van de grond die een langdurig karakter heeft, dient de waardevermindering ten laste van de rekening van baten en lasten te worden verantwoord.
6. Rente 6.1. Inleiding In dit hoofdstuk wordt stilgestaan bij het begrip rente over geactiveerde uitgaven (investeringen). De omvang van deze investeringen kan dusdanig zijn dat eigen banktegoeden moeten worden aangesproken (rentederving) of vreemd vermogen moet worden aangetrokken in de vorm van een lening (rentebetaling). 6.2. Renteverantwoording m.i.v. 2017 naar aanleiding van wijziging B.B.V. De behoefte aan inzicht in de kosten op de taakvelden en de behoefte om de wijze van verantwoorden van rente in de begroting en jaarrekening te harmoniseren, hebben er toe geleid dat in het wijzigingsbesluit Besluit begroting en verantwoording (BBV) is opgenomen, dat de rentekosten aan de desbetreffende taakvelden moet worden toegerekend met behulp van een renteomslag. Omdat de onderlinge vergelijking tussen gemeenten het uitgangspunt is voor de aanpassingen van het BBV is hier sprake van een verplichting. De term “taakvelden” is de opvolger van “producten”. In het wijzigingsbesluit BBV is een uniforme indeling in taakvelden opgenomen. Deze wordt naast de eigen gemeentelijke begrotingsindeling bijgehouden. De rente die aan de taakvelden wordt doorbelast, wordt toegerekend op basis van een omslagrente. De basis hiervoor is de boekwaarde van de activa die bij de taakvelden hoort. De omslagrente mag op een veelvoud van een half procent worden afgerond.
De omslagrente mag maximaal 0,5% afwijken van het werkelijke rentepercentage. Voorbeeld: De externe rentelasten over de korte en lange financiering De externe rentebaten over de korte en lange financiering Totaal door te berekenen externe rente De werkelijke aan taakvelden (programma’s inclusief overzicht overhead) toegerekende rente (renteomslag) Renteresultaat op taakveld treasury
-/-/-
€ 2.022.000 € 34.000 € 1.988.000 € 2.380.000 € 392.000
De boekwaarde van de activa die integraal zijn gefinancierd per 1 januari van het betreffende jaar bedraagt € 119 miljoen. Het rentepercentage van aan taakvelden toe te rekenen (externe) rente bedraagt 1,67%. De gemeente mag dit percentage gemeente Schagen 14
Nota Rente, Activa en Afschrijvingsbeleid
afronden op 2%. Bij toepassing van 2% renteomslag bedraagt het renteresultaat € 392.000. Dit is een afwijking 0,33% (= minder dan 0,5%).
7. Kapitaallasten in de begroting en rekening 7.1. Inleiding Het activabeleid moeten voldoen aan de voorschriften die staan in het BBV. In dit hoofdstuk wordt daarom ingegaan op de betekenis van kapitaallasten in onze budget cyclische documenten: de begroting, de meerjarenramingen en de jaarrekening. Als centraal artikel staat in het BBV (artikel 3, eerste lid): De begroting, de meerjarenraming, de jaarstukken en de uitvoeringsinformatie geven volgens normen die voor gemeenten en provincies als aanvaardbaar worden beschouwd een zodanig inzicht dat een verantwoord oordeel kan worden gevormd over de financiële positie en over de baten en de lasten. Daarnaast staat in artikel 2, eerste lid van dat BBV: Voor de begroting, de meerjarenraming, de jaarstukken en de uitvoeringsinformatie wordt een stelsel van baten en lasten gehanteerd. 7.2. De raming van kapitaallasten (in de begroting) Bij het opstellen van de begroting worden ten aanzien van de kapitaallasten de volgende bedragen opgenomen: Rente
Op basis van de kosten van kort krediet ( o.a. Rekening Courant ) en van de reeds aangetrokken leningen en mogelijk nog aan te trekken leningen wordt de voor het begrotingsjaar verwachte rente bepaald.
Afschrijving
Op basis van de verwachte boekwaarde van de vaste materiële activa per 1 januari van het begrotingsjaar en de nog resterende levensduur van deze activa wordt de verwachte afschrijving bepaald.
Daarnaast wordt in de begroting een investeringsoverzicht opgenomen waarin de investeringen voor de volgende vier jaar worden opgenomen. Op basis van bovenstaande informatie wordt per investering de kapitaallasten berekend voor het komende begrotingsjaar en de drie daaropvolgende jaren. De rentelasten worden gerekend over de boekwaarde per 1 januari van het betreffende jaar. Conform hoofdstuk 5.7 worden de afschrijvingslasten ingerekend vanaf het jaar nadat het actief in gebruik is genomen. De kapitaallasten van voorgenomen investeringen staan in de begroting geraamd. Via de vaststelling van die begroting stemt de raad dus ook in met deze lasten. Tevens wordt aan de raad voorgesteld om ook in te stemmen met de votering van de investeringskredieten die in het investeringsoverzicht van de begroting zijn opgenomen. In het lopende begrotingsjaar wordt daarover dus geen apart besluit meer gevraagd. 7.3. Verantwoorden van kapitaallasten (in de jaarrekening) Uitgangspunt is dat de kapitaallasten altijd worden gebaseerd op de werkelijke boekwaarde per 1 januari van het jaar. Nadat de jaarrekening van het voorgaande jaar is vastgesteld zijn de definitieve boekwaarden van de materiële vaste activa per 1 januari van het verantwoordingsjaar bekend. Dit is het moment dat ook de werkelijke kapitaallast wordt bepaald.
gemeente Schagen 15
Nota Rente, Activa en Afschrijvingsbeleid
Bijlage 1 Afschrijvingstabel materiële en immateriële vaste activa Deze tabel is alleen van toepassing op de objecten die in de activa administratie worden opgenomen. 1. Immateriële vaste activa Omschrijving
E/M nut
Afschrijvingsmethode
Afschrijvingstermijn
Kosten sluiten geldleningen; saldi agio/disagio
Annuïtair. lasten dienen gelijkmatig over looptijd te worden verdeeld.
5 jaar
Bijdragen aan activa in eigendom van derden
Lineair
Kosten van onderzoek en ontwikkeling
Lineair
Conform de afschrijvingstermijn van het soort activa. 5 jaar
2. Materiële vaste activa: Omschrijving Algemeen: investeringen waar een vergoeding tegenover staat Gronden: - gronden en ondergronden Gebouwen: - Nieuwbouw - Post reddingsbrigades - Renovatie & verbouwingen Meubilair: - Kantoor- & keukeninrichting Installaties: Onderwijs: - Gebouwen - Uitbreiding van gebouwen - Tijdelijke huisvesting - Renovatie Infrastructuur - Asfaltverhardingen - Straatmeubilair - Speelplaatsen - Openbare verlichting - Abri’s - Herstraten klinkerwegen - Verkeersinstallaties - Overige grond- en weg- en waterbouwkundige werken - Aanleg wegen (nieuw)
E/M nut
Afschrijvingsmethode
Afschrijvingstermijn
n.v.t.
Conform de vergoedingen systematiek.
E
n.v.t. op gronden en ondergronden wordt niet afgeschreven n.v.t.
E E E
Lineair Lineair Lineair
40 jaar 20 jaar 20 jaar
E E
Lineair Lineair
10 jaar 20 jaar
E E E E
Lineair Lineair Lineair Lineair
40 jaar 20 jaar 15 jaar 20 jaar
M E E M M M M M
Lineair Lineair Lineair Lineair Lineair Lineair Lineair Lineair
30 jaar 15 jaar 15 jaar 30 jaar 20 jaar 20 jaar 20 jaar 20 jaar
M
Lineair
30 jaar gemeente Schagen 16
Nota Rente, Activa en Afschrijvingsbeleid
- Herinrichting gebied - Bruggen - Beschoeiingen/steigers& aanlegplaatsen Riolering: - aanleg riool (inclusief randvoorzieningen) - Persleidingen - Drukriolering (bouwkundig) - Drukriolering (technisch) - Renovatie/Verbetering - Reparatie - Rioolpompen - Gemalen (bouwkundig) - Gemalen (technisch) - Bergbezinkbassins (bouwkundig) - Bergbezinkbassins (E/M) - Grondwatermaatregelen (drainage) - meetapparatuur Vervoer & gereedschappen: - Voertuigen - Vaartuigen - Reddingsmiddelen - Communicatie middelen - Waterscooter - Veiligheidsaanhangers en gewone aanhangers - Tractoren - Werkmaterieel - Geluidsmeters - Laadpalen - Evenementenkasten Kantoorapparatuur Automatisering: - Informatiesystemen (software) - Licenties automatisering - Automatisering (hardware) Overig: - Groen - Intensivering duurzaamheid - Sportvelden (incl. kunstgras) - Ondergrondse afvalcontainers
M M M
Lineair Lineair Lineair
30 jaar 40 jaar 30 jaar
E
Lineair
50 jaar
E E E E E E E E E E
Lineair Lineair Lineair Lineair Lineair Lineair Lineair Lineair Lineair Lineair
45 jaar 45 jaar 15 jaar 30 jaar 15 jaar 20 jaar 45 jaar 15 jaar 50 jaar 15 jaar
E E
Lineair Lineair
15 jaar 5 jaar
E E E E E E
Lineair Lineair Lineair Lineair Lineair Lineair
7 jaar 10 jaar 6 jaar 6 jaar 6 jaar 7 jaar
E E E M E E
Lineair Lineair Lineair Lineair Lineair Lineair
10 jaar 6 jaar 5 jaar 5 jaar 10 jaar 10 jaar
M M E
Lineair Lineair Lineair
5 jaar Cf geldigheidsduur 3 jaar
M M M M
Lineair Lineair Lineair Lineair
20 jaar 20 jaar 15 jaar 25 jaar
3. Reddingsbrigade: Het materieel van de reddingsbrigades is activa met economisch nut en wordt lineair afgeschreven.
gemeente Schagen 17
Nota Rente, Activa en Afschrijvingsbeleid
Hoofdcategorie
Subcategorie
Geharmoniseerde
Termijn
afschrijvingstermijn Groot materieel
Groot rijdend materieel
Terreinwagen
6
Groot materieel
Groot rijdend materieel
Buggy
4
Groot materieel
Groot rijdend materieel
Tractoren
8
Groot materieel
Groot varend materieel
Snelle boot
5
Groot materieel
Groot varend materieel
Motor snel vaartuig
5
Groot materieel
Groot varend materieel
Langzaam boot / vlet
12
Groot materieel
Groot varend materieel
Motor vlet / langzaam
8
vaartuig Groot materieel
Groot varend materieel
Waterscooter
5
Groot materieel
Groot varend materieel
Veiligheidsaanhangers /
5
gewone aanhangers (trailer boten) Groot materieel
Groot varend materieel
Banden: strand trailer
8
(zelfbouw RVS) Klein materieel
Communicatie-
Mobilofoon
6
Communicatie-
Portofoons, Marifoons en
5
apparatuur & ICT
Pagers
Communicatie-
Antenne + mast
8
Communicatie-
Camera voor toezicht
8
apparatuur & ICT
(webcam)
Communicatie-
Accu en Lader portofoon
5
Communicatie-
Pc, Printer, telefoon, modem
3
apparatuur & ICT
en radio installatie
Reddingsmiddelen
Overlevingspakken,
apparatuur & ICT Klein materieel Klein materieel
apparatuur & ICT Klein materieel Klein materieel
apparatuur & ICT Klein materieel Klein materieel
5
zeilpakken, reddingsvesten en zwemvesten Klein materieel
Reddingsmiddelen
Kleding strandploeg /
1
strandwachten / badmeesters Klein materieel
Reddingsmiddelen
Kleding alarmploeg
10
Klein materieel
Reddingsmiddelen
AED (w.o. voor reddingspost,
6
terreinwagen en buggy) Klein materieel
Reddingsmiddelen
Rescue board
5
Klein materieel
Reddingsmiddelen
EHBO-materiaal (w.o.
4
reanimatiepop, tafel en koffer = o.a. voor terreinwagen en buggy)
gemeente Schagen 18
Nota Rente, Activa en Afschrijvingsbeleid
Klein materieel
Reddingsmiddelen
Brancard (terreinwagen)
6
Klein materieel
Reddingsmiddelen
Verrekijker groot
10
Klein materieel
Reddingsmiddelen
Verrekijker klein (o.a. voor
4
terreinwagen en buggy) Klein materieel
Reddingsmiddelen
Zaklamp (o.a. voor
4
terreinwagen en buggy) Klein materieel
Reddingsmiddelen
Strandstoelen
5
Klein materieel
Reddingsmiddelen
Ballenlijnen, Werpzakken,
4
Rescue cans en Rescue tubes Klein materieel
Reddingsmiddelen
Reddingslijn
6
Klein materieel
Reddingsmiddelen
Afzetpoten
1
Klein materieel
Reddingsmiddelen
Oefen- / lesmateriaal
1
Klein materieel
Reddingsmiddelen
Vlaggen
10
Klein materieel
Reddingsmiddelen
Vlaggenmast /
1
Klein materieel
Reddingsmiddelen
Toeters en fluitjes
6
Klein materieel
Reddingsmiddelen
Zuurstof(koffer)
5
Klein materieel
Reddingsmiddelen
Helmen: waterscooter
6
Klein materieel
Reddingsmiddelen
Riemen: vlet / langzaam
10
waarschuwingsmast
vaartuig Klein materieel
Reddingsmiddelen
Dollen (ook rvs): vlet /
5
langzaam vaartuig Klein materieel
Loods klein materieel
Druppelaar (oplader)
8
Klein materieel
Loods klein materieel
Compressor 50/SF2500: loods
8
Klein materieel
Loods klein materieel
Lader booster: loods:
5
Klein materieel
Loods klein materieel
Brandblusser A/B schuim
5
kobran: loods: Klein materieel
Loods klein materieel
Hoge drukspuit: loods:
8
Klein materieel
Loods klein materieel
Acculader: loods:
8
Klein materieel
Loods klein materieel
Krik (compac 2T-C3): loods
10
Klein materieel
Loods klein materieel
Gereedschap (denk aan
3
boormachine, decoupeermachine en lastrafo): loods:
gemeente Schagen 19
Nota Rente, Activa en Afschrijvingsbeleid
Bijlage 2 Voorschriften Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) In deze bijlage staan de relevante artikelen met betrekking tot activabeleid uit het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Artikel 2 1. Voor de begroting, de meerjarenraming, de jaarstukken en de uitvoeringsinformatie wordt een stelsel van baten en lasten gehanteerd. 2. De baten en lasten van het begrotingsjaar worden in de begroting, de jaarstukken en de uitvoeringsinformatie opgenomen, onverschillig of zij tot inkomsten of uitgaven in dat jaar leiden, onderscheidenlijk hebben geleid. 3. De baten en lasten worden geraamd dan wel verantwoord tot hun bruto bedrag. 4. Onder de baten en lasten worden ook begrepen de over het eigen vermogen en de voorziening berekende bespaarde rente. 5. Onder baten en lasten wordt ook begrepen de heffing van de vennootschapsbelasting. Deze heffing wordt geraamd en verantwoord op basis van de fiscale grondslag. Artikel 3 1. De begroting, de meerjarenraming, de jaarstukken en de uitvoeringsinformatie geven volgens normen die voor gemeenten en provincies als aanvaardbaar worden beschouwd een zodanig inzicht dat een verantwoord oordeel kan worden gevormd over de financiële positie en over de baten en de lasten. In het bijzonder provinciale staten en de raad moeten in staat zijn zich een zodanig oordeel te vormen. 2.
De begroting, de meerjarenraming en de uitvoeringsinformatie geven duidelijk en stelselmatig de omvang van alle geraamde baten en lasten, alsmede het saldo ervan weer. De begroting geeft tevens duidelijk en stelselmatig inzicht in de financiële positie. 3. De jaarstukken en de uitvoeringsinformatie geven getrouw, duidelijk en stelselmatig de baten en lasten van het begrotingsjaar, alsmede het saldo ervan weer. De jaarrekening geeft tevens een getrouw, duidelijk en stelselmatig inzicht in de financiële positie aan het einde van het begrotingsjaar. Artikel 13 De paragraaf betreffende de financiering bevat in ieder geval de beleidsvoornemens ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille en geeft inzicht in de rentelasten, het renteresultaat, de wijze waarop rente aan investeringen, grondexploitaties en taakvelden wordt toegerekend en de financieringsbehoefte. Artikel 20 1. De uiteenzetting van de financiële positie bevat: a. een raming voor het begrotingsjaar van de financiële gevolgen van het bestaande en het nieuwe beleid dat in de programma’s is opgenomen; b. een geprognosticeerde begin- en eindbalans van het begrotingsjaar, die ten minste de posten bevat om het EMU-saldo te kunnen berekenen, en c. het EMU-saldo over het vorig begrotingsjaar en de berekening van het geraamde bedrag over het begrotingsjaar alsmede het jaar volgend op het begrotingsjaar. 2.
Afzonderlijke aandacht wordt ten minste besteed aan: a. de jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume;
gemeente Schagen 20
Nota Rente, Activa en Afschrijvingsbeleid
b. de investeringen; onderscheiden in investeringen met een economisch nut en investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut; c. de financiering; d. de stand en het gespecificeerde verloop van de reserves; e. de stand en het gespecificeerde verloop van de voorzieningen. Artikel 21 De toelichting op de uiteenzetting van de financiële positie bevat ten minste de gronden waarop de ramingen zijn gebaseerd en de motivering daarvan en een toelichting op de belangrijke ontwikkelingen ten opzichte van de uiteenzetting van de financiële positie van het vorige begrotingsjaar. Artikel 22 1. De meerjaren raming bevat voor de drie jaren volgend op het begrotingsjaar een geprognosticeerde begin- en eindbalans en een raming van de financiële gevolgen, waaronder de baten en lasten van het bestaande en het nieuwe beleid dat in de programma’s is opgenomen. 2. Artikel, 20, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing. Artikel 23 De toelichting op de meerjarenraming bevat ten minste: a. de gronden waarop de ramingen zijn gebaseerd en de motivering daarvan, en een toelichting op belangrijke ontwikkelingen ten opzichte van de meerjarenraming van het vorige begrotingsjaar; b.
een overzicht per jaar van de geraamde incidentele baten en lasten per programma, waarbij per programma ten minste de belangrijkste posten afzonderlijk worden gespecificeerd en de overige posten als een totaalbedrag kunnen worden opgenomen; c. een overzicht per jaar van de beoogde structurele toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves; d. de ontwikkeling van het EMU-saldo voor de drie jaren volgend op het begrotingsjaar. Artikel 31 Op de balans worden de activa onderscheiden in vaste en vlottende activa, al naar gelang zij zijn bestemd om de uitoefening van de werkzaamheid van de provincie onderscheidenlijk gemeente al dan niet duurzaam te dienen. Artikel 33 Onder de vaste activa worden afzonderlijk opgenomen de immateriële, de materiële en de financiële vaste activa. Artikel 34 In de balans worden onder de immateriële vaste activa afzonderlijk opgenomen: a. kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio; b. kosten van onderzoek en ontwikkeling voor bepaald actief; c. bijdragen aan activa in eigendom van derden. Artikel 35 1. In de balans worden onder de materiële vaste activa afzonderlijk opgenomen: a. investeringen met een economisch nut; b. Investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven; c. investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut. gemeente Schagen 21
Nota Rente, Activa en Afschrijvingsbeleid
2. Van de materiele vaste activa wordt aangegeven welke in erfpacht zijn uitgegeven. Artikel 36 In de balans worden onder de financiële vaste activa afzonderlijk opgenomen: a. kapitaalverstrekkingen aan: 1. deelnemingen; 2. gemeenschappelijke regelingen; 3. overige verbonden partijen; b. leningen aan: 1.openbare lichamen als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Wet financiering decentrale overheden; 2. woningbouwcorporaties; 3. deelnemingen; 4. overige verbonden partijen; c. overige langlopende leningen; d. uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een rentetypische looptijd van één jaar of langer; e. uitzettingen in de vorm van Nederlands schuldpapier met een rentetypische looptijd van één jaar of langer; f. overige uitzettingen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer. Artikel 44 1. Voorzieningen worden gevormd wegens: d. de bijdragen aan toekomstige vervangingsinvesteringen, waarvoor een heffing wordt geheven als bedoeld in artikel 35, eerste lid, onder b. Artikel 51 In de toelichting op de balans wordt aangegeven volgens welke methoden de afschrijvingen worden berekend. Artikel 52 1. In de toelichting op de balans worden onder de materiële vaste activa afzonderlijk opgenomen: a. gronden en terreinen; b. woonruimten; c. bedrijfsgebouwen; d. grond-, weg- en waterbouwkundige werken; e. vervoermiddelen; f. machines, apparaten en installaties; g.
overige materiële vaste activa. 2. In de toelichting op de balans wordt het verloop van de activa, als bedoeld in het eerste lid, gedurende het begrotingsjaar, in een sluitend overzicht weergegeven. Daaruit blijken, voor zover van toepassing: a. de boekwaarde aan het begin van het begrotingsjaar; b. de investeringen of desinvesteringen; c. de afschrijvingen; d. bijdragen van derden direct gerelateerd aan een actief; e. afwaarderingen wegens duurzame waardeverminderingen; f. de boekwaarde aan het einde van het begrotingsjaar. Artikel 59 1. Alle investeringen worden geactiveerd. 2. In afwijking van het eerste lid worden kunstvoorwerpen met een cultuurhistorische waarde niet geactiveerd.
gemeente Schagen 22
Nota Rente, Activa en Afschrijvingsbeleid
Artikel 60 Kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief kunnen worden geactiveerd indien: d. het voornemen bestaat het actief te gebruiken of te verkopen; e. de technische uitvoerbaarheid om het actief te voltooien vaststaat; f. het actief in de toekomst economisch of maatschappelijk nut zal genereren en; g. de uitgaven die aan het actief zijn toe te rekenen betrouwbaar kunnen worden vastgesteld. Artikel 61 Bijdragen aan activa in eigendoom van derden kunnen worden geactiveerd, indien: a. er sprake is van een investering door een derde; b. de investering bijdraagt aan de publieke taak; c. de derde zich heeft verplicht tot het daadwerkelijk investeren, op een wijze zoals is overeengekomen en; d. de bijdrage kan worden teruggevorderd, indien de derde in gebreke blijft of de provincie onderscheidenlijk gemeente anders recht kan doen gelden op de activa die samenhangen met de investeringen. Artikel 62 1. Alle vaste activa worden voor het bedrag van de investering geactiveerd. 2. In afwijking van het eerste lid worden de bijdragen van derden die in directe relatie staan met het actief op de waardering daarvan in mindering gebracht. 3. In afwijking van het eerste lid moeten de voorzieningen, bedoeld in artikel 44, eerste lid, onder d, in mindering gebracht worden op de investeringen, bedoeld in artikel 35, eerste lid, onder b. Artikel 63 1.
Activa worden gewaardeerd op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. 2. De verkrijgingprijs omvat de inkoopprijs en de bijkomende kosten. 3. De vervaardigingprijs omvat de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten, welke rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. In de vervaardigingprijs kunnen voorts worden opgenomen een redelijk deel van de indirecte kosten en de rente over het tijdvak dat aan de vervaardiging van het actief kan worden toegerekend; in dat geval vermeldt de toelichting dat deze rente is geactiveerd. 4. Voor in erfpacht uitgegeven gronden geldt de uitgifteprijs van eerste uitgifte als verkrijgingprijs. Gronden in eeuwigdurende erfpacht worden gewaardeerd tegen registratiewaarde. 5. Van activa waarvan de bestemming verandert, wordt de actuele waarde van de nieuwe bestemming in de toelichting op de balans opgenomen. 6. In afwijking van het eerste lid is waardering tegen actuele waarde toegestaan voor de activa van de Nazorgfondsen bedoeld in artikel 15.47 van de Wet milieubeheer. 7. Passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, met uitzondering van voorzieningen die tegen contante waarde zijn gewaardeerd. 8. Eventuele voorzieningen wegens oninbaarheid worden met de boekwaarde van leningen en vorderingen verrekend. Artikel 64 1.
De afschrijvingen geschieden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar. 2. Slechts om gegronde redenen mogen de afschrijvingen geschieden op andere grondslagen dan die welke in het voorafgaande begrotingsjaar zijn toegepast. De reden van de verandering wordt in de toelichting op de balans uiteengezet. Tevens wordt inzicht gegeven in haar betekenis voor de financiële positie en voor de baten en de lasten aan de hand van aangepaste cijfers voor het begrotingsjaar of voor het voorafgaande begrotingsjaar. gemeente Schagen 23
Nota Rente, Activa en Afschrijvingsbeleid
3. Op vaste activa met een beperkte gebruiksduur wordt jaarlijks afgeschreven volgens een stelsel dat is afgestemd op de verwachte toekomstige gebruiksduur. 4. In afwijking van het derde lid is de afschrijvingsduur voor de immateriële vaste activa, bedoeld in artikel 34 onder a, maximaal gelijk aan de looptijd van de lening. 5. In afwijking van het derde lid is de afschrijvingsduur voor de immateriële vaste activa, bedoeld in artikel 34 onder b, ten hoogste vijf jaar. 6. Voor bijdragen aan de activa in eigendom van derden, bedoeld in artikel 34, onderdeel c, is de afschrijvingsduur maximaal gelijk aan die van de activa waarvoor de bijdrage aan derden wordt verstrekt. Artikel 65 1. Naar verwachting duurzame waarde verminderingen van vaste activa worden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar in aanmerking genomen. 2. Voorraden en deelnemingen worden tegen de marktwaarde gewaardeerd indien de marktwaarde lager is dan de verkrijgings- of vervaardigingprijs. 3. Een actief dat buiten gebruik wordt gesteld wordt afgewaardeerd op het moment van buitengebruikstelling, indien de restwaarde lager is dan de boekwaarde. Artikel 76 1. In afwijking van artikel 63, eerste lid, worden activa, die op 31 december 1994 tegen actuele waarde zijn gewaardeerd, volgens de op dat moment aanwezige boekwaarde voor de rest van de periode afgeschreven. 2.
In afwijking van artikel 62, eerste lid, worden alle activa waar voor 31 december 2003 reserves op in mindering zijn gebracht op de waarde volgens de op 31 december 2003 aanwezige boekwaarde voor de rest van de periode afgeschreven.
gemeente Schagen 24