CConstaterende datSchagen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage A - Aanvullende informatie Speelbuurtmodel

Gemeenteraad 24 juni 2025, gemeente SchagenBij agendapunt: Samen Speelbeleid 2025-20351.714 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage A · Aanvullende informatie Speelbuurtmodel Om de huidige speelruimte objectief te beoordelen en de juiste verbetervoorstellen te vormen is het onderzoek opgebouwd volgens de stappen van het Speelbuurtmodel. Dit betreft zowel een kwantitatieve als een kwalitatieve beoordeling van de openbare speelmogelijkheden. Het model van de speelbuurt bestaat uit 7 stappen met een bijbehoren beslismodel (figuur 3) ter hulpmiddel bij de beoordeling. In de kader is tevens de toepassing van het speelbuurtmodel op nieuwbouw uitgewerkt.

Stap 1 – Definiëren speelbuurt Centraal in het onderzoek van de openbare speel- en beweegruimte staat de speelbuurt. Dit is het deel van de buurt waarin kinderen van 6 tot 12 jaar zich vrij kunnen bewegen. Drukke wegen, watergangen, spoorlijnen maar ook industriegebieden of parken zijn barrières voor kinderen. Een buurtgrens is soms ook vooral een niet-fysieke afspraak. Kinderen komen of mogen dan simpelweg niet uit hun eigen buurtje. Kinderen van 12 jaar en ouder: Voor kinderen ouder dan 12 jaar gelden de meeste barrières niet (meer). Deze kinderen gebruiken de volledige openbare ruimte in hun woonkern en omliggende kernen of zelfs gemeentes (bijvoorbeeld de gemeente waar hun middelbare school staat). Voor deze doelgroep wordt daarom vooral gekeken naar de aanwezigheid van een goede buurt- of sportplek in hun woonkern. Hier is geen apart model voor opgesteld omdat deze doelgroep gebruik kan maken van dezelfde buurtplekken als jongere kinderen. De speelbuurt is het gebied waarin wordt gekeken of het (formele) aanbod voldoende verspreid, divers, uitdagend en toegankelijk is ingericht. Afhankelijk van de omvang en het karakter van een speelbuurt worden er voorwaarden gesteld aan de hoeveelheid speelvoorzieningen. In elke speelbuurt geldt dat kinderen binnen 200 meter (actieradius) van hun woning kunnen spelen.

De omvang (buurtspeelplek of kleine speelplek) en het soort speelruimte (formele speelplek of vrije speelruimte) hangt af van het type speelbuurt. Toepassing bij nieuwbouw: Bij nieuwbouw of inbreiding wordt in het betreffende gebied of planvorming opnieuw gekeken naar de indeling van speelbuurten. Per speelbuurt wordt gekeken naar het aantal speelplekken en het aantal kinderen per leeftijdsgroep. Vervolgens wordt het aantal extra huishoudens dat door het realiseren van de nieuwbouw erbij zullen komen ingeschat. Dit aantal huishoudens zal worden vermenigvuldigd met de speelpleknorm van 7 m2 per huishouden. Om het berekende oppervlak aan speelplek bij het nieuwbouwproject te verwerken zijn 3 opties mogelijk: 1. Er wordt een nieuwe speelbuurt toegevoegd: Er wordt een nieuwe wijk of nieuw dorp gerealiseerd buiten de bestaande barrières van een speelbuurt. Hierdoor ontstaat een nieuwe speelbuurt. De plannen kunnen vooraf worden getoetst aan het speelbuurtmodel. Voorgestelde plekken moeten daarbij worden meegenomen in het model. 2. Er wordt een bestaande speelbuurt uitgebreid: Door toevoeging van nieuwe woningen aan een bestaande wijk of dorp groeit een bestaande speelbuurt en moet deze opnieuw beoordeeld worden. De vraag, maar ook de ruimtelijke mogelijkheden nemen toe. Door uit te gaan van de bestaande plekken, kan worden aangegeven of er aanvullend extra speelplekken nodig zijn.

Deze nieuwe plekken kunnen zowel in het nieuwbouwdeel als in de bestaande speelbuurt worden gerealiseerd. 3. Er wordt een bestaande speelbuurt aangepast: Door toevoeging van nieuwe woningen binnen een bestaande wijk wordt een bestaande speelbuurt aangepast. De vraag neemt toe

(meer inwoners), maar de ruimtelijke mogelijkheden nemen juist af (minder beschikbare ruimte). Bij de beoordeling moet rekening gehouden worden met de te behouden beschikbare speelplekken en ruimtes. Op deze manier kan worden beoordeeld of bestaande plekken moeten worden verbeterd of dat wellicht gezocht moet worden naar verbeterkansen binnen de speelbuurt.

Stap 2 – De buurtspeelplek In een grote speelbuurt van minstens 10 hectare moet minimaal 1 buurtspeelplek gelegen zijn. Dit is een (bij voorkeur centraal gelegen) speel- en sportplek van ca. 3.000 m2 groot als plek waar de buurt samen kan komen. Een buurtspeelplek heeft een actieradius van 400 meter waardoor het in grote speelbuurten nodig kan zijn om te voorzien in meerdere buurtspeelplek. In kleinere speelbuurten is het niet realistisch om te voorzien in een volwaardige buurtspeelplek. Hier volstaat een goed ingerichte kleine speelplek (zie ook stap 5). Toepassing bij nieuwbouw: Bij de realisatie van een nieuwbouwwijk van tenminste 10 ha. is het belangrijk om een aaneengesloten ruimte van tenminste 3.000 m2 vrij te houden. Vaak hoeft dit in eerste instantie nog niet (volledig) als buurtspeelplek ingericht te zijn, maar door bij aanleg voldoende ruimte te reserveren is het later mogelijk om deze voorziening (alsnog) te realiseren. Bij aanpassing van een bestaande speelbuurt door uit- of inbreiding is het belangrijk om de benodigde ruimtes voor speelruimte te respecteren.

In buurten waar de speelruimte onder druk staat is het niet mogelijk om binnen de beschikbare ruimte voor spelen te bouwen tenzij op ander wijze kan worden voorzien in voldoende speelruimte (door speelbuurten samen te voegen, voorzieningen op daken te realiseren of elders in de speelbuurt te investeren in voldoende speel- en sportmogelijkheden.

Stap 3 - Vraag en aanbod Hoewel demografische gegevens (bijv. het aantal kinderen per speelbuurt) niet alles zeggen (kinderen kunnen twee huizen hebben of juist vooral spelen bij opa en oma of in de omgeving van de basisschool) is het wel een indicator om te bepalen of vraag en aanbod binnen een speelbuurt in evenwicht zijn. Een omgeving met een hogere bevolkings- of kinddichtheid levert een hogere druk op de bestaande voorzieningen. Bij stap 3 wordt daarom gekeken naar het aantal kinderen dat per leeftijdsgroep gebruik moet maken van dezelfde voorziening voor dezelfde leeftijdsgroep. Om een concrete verhouding te hanteren, wordt gewerkt met een streefgemiddelde binnen de gemeente Schagen (zie figuur 4, hoofdstuk 3). Deze aantallen zijn gebaseerd op het huidig gemiddelde aantal kinderen per doelgroep per voorziening ingericht voor deze specifieke doelgroep: • 0-5 jaar: 20 kinderen per voorziening • 6-11 jaar: 20 kinderen per voorziening • 12-17 jaar: 40 kinderen per voorziening Toepassing bij nieuwbouw: Bij nieuwbouw of inbreiding is vaak nog geen duidelijkheid over kinderaantallen. Hiervoor wordt de speelpleknorm bij nieuwbouwprojecten toegepast. Gebaseerd op het verwachte aantal huishoudens wordt een speelplek gerealiseerd of een bestaande uitgebreid aan de hand van het gemiddelde van de gemeente Schagen.

Hierbij ondersteunt de streefwaardennorm bij de inrichting van de speelplekken.

Stap 4 – Bewegingsvrijheid en barrières Naast de vraag en omvang is het ook van belang om naar de buurt zelf te kijken. Genoeg vrije speelruimte (spelen op straat en in het groen), een beperkte parkeerdruk en veel bewegingsvrijheid (weinig barrières binnen de speelbuurt) zorgen dat een speelbuurt op de aanbodzijde hoog scoort. Kinderen vinden hier eenvoudig vrije speelruimte in de buurt van hun woning, waardoor ingerichte formele voorzieningen minder van belang zijn. In deze buurten volstaat het vaak om te voorzien in alleen (een) goed ingerichte buurtspeelplek(ken). Bij de herinrichting van buurten de bespeelbaarheid van de openbare ruimte verbeteren, bijvoorbeeld door groenvakken samen te voegen zodat ze groot genoeg zijn om in te spelen. Toepassing bij nieuwbouw: Inbreiding zorgt voor extra druk op de bestaande voorzieningen (meer vraag, minder aanbod). Het is daarom belangrijk om juist in deze gevallen kritisch te kijken naar de gevolgen voor een speelbuurt én daaraan gekoppeld eventuele randvoorwaarden mee te geven voor de nieuwbouwontwikkeling. Dit kan bijvoorbeeld beperkingen opleggen voor de hoeveelheid te bebouwen (en dus op te offeren) ruimte of juist vereisen dat er geïnvesteerd wordt in de uitbreiding of verbetering van een bestaande buurtspeelplek.

Stap 5 – De kleine speelplek Als de vraag naar speelruimte hoog is (stap 3) of de bewegingsvrijheid beperkt (stap 4), dan is het aanvullend op de buurtspeelplek óók nodig om in een netwerk van ingerichte kleine speelplekken te voorzien. Op die manier kan de speeldruk zich goed verspreiden over meerdere plekken en/of hebben meer kinderen toegang tot een formele speelvoorziening. Kleine speelplekken zijn ca. 500 m2 groot en vooral ingericht voor de kinderen die nog niet zelfstandig naar de buurtspeelplek kunnen. Inrichtingseisen zijn te vinden in hoofdstuk 3. Het is niet altijd nodig om een kleine speelplek in te richten met speeltoestellen. In speelbuurten, kleiner dan 10 hectare is een netwerk van kleine speelplekken extra belangrijk omdat het vaak niet mogelijk is om een buurtspeelplek te realiseren. Toepassing bij omvorming: Bij de herinrichting van een kleine speelplek kan er ook gekozen worden voor het omvormen van deze plekken (vervangen toestellen voor vrije speelruimte of speelaanleidingen). Ook bij die overweging kan het speelbuurtmodel worden toegepast door te beoordelen of een speelbuurt nog steeds goed scoort als de specifieke kleine speelplek niet langer ingericht zou zijn met speeltoestellen. Bij een positieve beoordeling is de kleine speelplek niet essentieel om ingericht te behouden en kan deze worden omgevormd.

Stap 6 – Schijf van Vijf voor Buitenspelen Naast de kwantitatieve uitgangspunten van de speelbuurt beoordelen we de diversiteit van het aanbod. Spelen en bewegen kan op veel verschillende manieren. In de speelbuurt is het daarom belangrijk om een variatie van speel- en beweegvormen aan te bieden. In elke speelbuurt moeten de volgende vijf aspecten aanwezig zijn: • Formeel speelaanbod: reguliere (en inclusieve) speelplekken met speeltoestellen • Formeel beweegaanbod: sport of beweging voor jong en oud • Vrije speelruimte: bespeelbaar groen • Vrije speelruimte: spelen op straat • Activiteitenaanbod, en kennis daarvan bij bewoners en/of professionals

Net als de speelbuurt kunnen ook de speelplekken zelf beoordeeld worden op relevante criteria. Dit biedt inzicht in de verbeterpunten op plekniveau. Naast het beoordelen van de bestaande situatie geven de criteria ook handvatten voor de (her)inrichting van speelplekken. Hoe een speelplek is geclassificeerd hangt af van de huidige inrichting én ruimtelijke context. Een buurtspeelplek moet bijvoorbeeld voldoende aantrekkingskracht en capaciteit hebben om gebruikers uit de hele speelbuurt te ontvangen. Dat betekent een inclusieve speel- én beweegplek met veel (vrije) ruimte, voldoende uitdaging in speelobjecten en een hoge verblijfswaarde met voldoende groen, bankjes en afvalbakken. Een kleine speelplek moet vooral direct omwonenden bedienen, vaak jongere kinderen die nog niet zelfstandig naar de buurtspeelplek kunnen. Deze plekken kunnen in de regel dichter op de woningen staan en hebben minder voorzieningen nodig omdat deze plekken vaak minder intensief worden gebruikt. In sommige buurten is het niet nodig deze in te richten met reguliere speeltoestellen. In dat geval volstaat bespeelbaar groen (grasveldje, bosje of ravotplek).

Stap 7 - Oplossingsrichtingen vanuit het speelbuurtmodel Aan de hand van de bevindingen van het speelbuurtmodel worden verbetervoorstellen aanbevolen. De meeste aanbevelingen vallen onder één van de onderstaande typen: • Huidige speel- en sportplekken versterken; • Nieuwe voorzieningen realiseren; • De bespeelbaarheid (op straat, in het groen) van een speelbuurt verbeteren (aanbod); • Alternatieven inzetten (bijvoorbeeld samenwerking zoeken met sportverenigingen); Er kunnen altijd nieuwe verbetervoorstellen worden aangedragen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15532683/1