CConstaterende datSchagen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 8 vooronderzoek conventionele explosieven

Oordeelsvormende vergadering 10 mei 2022, gemeente SchagenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Stolperbrug36.738 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Relevant Ja Ja

Toegangsnummer AIR 25 - Air Ministry and Ministry of Defence: Operations Record Books, Groups Inv. Nr. Omschrijving archiefstuk(ken) Relevant 22 Operations Record Book 2 Group, 1936-1940 Ja Toegangsnummer AIR 27 – Air Ministry and successors: Operations Record Books, Squadrons Inv. Nr. Omschrijving archiefstuk(ken) Relevant 882 Operations Record Book 114 Squadron, 1936-1943 Ja

Doelwitten werden vaak niet gevonden, of herkend, zeker in het begin van de oorlog en bij nachtelijke aanvallen. Uit een onderzoek van de RAF uit augustus 1941, het Bensusan-Butt report, bleek dat in de zomer van 1941 slechts 20% van de bommen binnen een straal van circa 8 kilometer van het doelwit terecht kwamen. Hoewel gedurende WOII dit verbeterde, bleef het een probleem voor de geallieerde luchtmacht. 2

Vooronderzoek CE – Stolperbasculebrug te Schagerbrug

54 van 93

Leemte in kennis in de door Wardocs geraadpleegde stukken • Geen

Uitwerking van de aangetroffen relevante stukken Voor de aangetroffen relevante gebeurtenissen wordt verwezen naar de chronologische tabel in bijlage 3.

Vooronderzoek CE – Stolperbasculebrug te Schagerbrug

55 van 93

3.2.11.6 Service Historique de la Défense, Château de Vincennes (Frankrijk) De Service Historique de la Défense (“SHD”) is het archief van het Franse ministerie van defensie. Het bevat met name stukken over de Franse militaire historie vanaf de 17de eeuw. Hoewel het Franse leger en luchtmacht betrekkelijk weinig actief zijn geweest in WOII in Nederland, geldt met name voor Zeeland en enkele delen van Brabant dat ze in de meidagen van 1940 slag hebben geleverd en luchtaanvallen hebben uitgevoerd.

Betrouwbaarheid van de bron Hiervoor geldt hetzelfde als voor The National Archives te Londen (zie §3.2.11.1) en collectie 409 uit het NIMH (zie §3.2.3), namelijk dat gevechtsverslagen en behaalde resultaten bewust of onbewust overdreven kunnen zijn, in de hitte van de strijd waarnemingen soms foutief waren en dat de Fransen minder bekend waren met Nederland en dus plaatsnamen en locaties verkeerd vermelden.

Geraadpleegde toegangsnummers van Service Historique de la Défense Voor onderhavig onderzoek is het archief niet geraadpleegd. Er zijn geen aanwijzingen dat Franse eenheden hier hebben gevochten.

Vooronderzoek CE – Stolperbasculebrug te Schagerbrug

56 van 93

3.2.12

Informatie van internet

Tegenwoordig is ook internet een goede bron voor informatie, ook voor vooronderzoek. Hoewel op internet informatie staat waarvan de betrouwbaarheid en nauwkeurigheid in twijfel getrokken kunnen worden, zijn er tegenwoordig ook veel archiefinstellingen die foto’s, archiefstukken, dagboeken en meer gedigitaliseerd materiaal beschikbaar hebben gesteld via hun website. Daarnaast is er informatie te vinden van amateurhistorici, krantenberichten van de afgelopen decennia, contactgegevens van mogelijke getuigen en locatiedeskundigen en meer.

Betrouwbaarheid van de bron De betrouwbaarheid van informatie van internet is zeer sterk wisselend. Er wordt alleen informatie van internet verwerkt in onderzoeken wanneer de bron als redelijk tot zeer betrouwbaar wordt gezien, of tenminste in één betrouwbare bron wordt bevestigd. Indien de informatie van internet doorslaggevend is voor een analyse, zal de betrouwbaarheid in de analyse in bijlage 3 vermeld worden.

Website Vergeltungswaffen De website http://www.vergeltungswaffen.nl/ geeft een overzicht van gebeurtenissen omtrent V-wapens (V1 en V2) in Nederland. Op de kaart zijn locaties van inslagen en lanceerinstallaties aangegeven. Bij de meldingen wordt eventueel aanvullende beschikbare informatie betreffende datum en locatie weergegeven. De meldingen zijn echter niet voorzien van bronverwijzing. Op basis van eigen onderzoek kan worden gesteld dat de aangegeven locaties en data niet altijd correct zijn en er meldingen dubbel op de kaart staan. Tevens blijkt dat er verschillende meldingen in kaart staan waarvan de exacte locatie niet te achterhalen is. Vergeltungswaffen.nl is in dit onderzoek gebruikt voor een indicatie van de gebeurtenissen omtrent V-wapens. Meldingen dienen ter afbakening van op CE verdachte gebieden altijd te kunnen worden bevestigd met informatie uit andere bronnen. Geraadpleegde websites Website http://www.topotijdreis.nl/

Korte toelichting Historische kaarten van Kadaster

http://www.echodelta.net/mbs/en g-translator.php http://www.vergeltungswaffen.nl www.ikme.nl https://www.delpher.nl/nl/kranten https://www.zijpermuseum.nl/exp o/stolp/index.html http://www.beeldbankbergen.nl/cg ibin/wargraves.pl?ident=0022&sear ch=VELD%20title%20Beer&inword =2&display=list&istart=1 http://www.aircrewremembered.c om/KrackerDatabase/?q=301300 http://www.rafjever.org/118squad

Website om coördinaten die de geallieerden gebruikten om te zetten naar huidige locaties. Overzicht van V1 en V2-inslagen in Nederland Indicatieve kaart militair erfgoed Digitaal archief van historische kranten De Zijper Boerderijen

3

Bronverwijzing3 Kadaster topotijdreis N.v.t.

Beeldbankbergen2

Vergeltungswaffen ikme Delpher De Zijper Boerderijen Beeldbankbergen2

Kracker Luftwaffe Archive - Ju 88A-4 Werk # 301300 Website over 118 Squadron van de RAF

Ju 88A-4 Werk # 301300 118 Squadron

In bijlage 3 wordt in de kolom “bronverwijzing” naar deze termen verwezen voor de betreffende website.

Vooronderzoek CE – Stolperbasculebrug te Schagerbrug

57 van 93

Website history2.htm https://en.wikipedia.org/wiki/Haw ker_Typhoon https://www.zijpermuseum.nl/foto /fotoboek/sb_svb1.html

Korte toelichting

Bronverwijzing3

Hawker Typhoon

Hawker Typhoon

Zuivelfabriek "De Eendracht"

Zuivelfabriek Eendracht"

"De

Uitwerking van de aangetroffen relevante stukken Voor de aangetroffen relevante gebeurtenissen wordt verwezen naar de chronologische tabel in bijlage 3.

Vooronderzoek CE – Stolperbasculebrug te Schagerbrug

58 van 93

3.3

LUCHTFOTO INTERPRETATIE

In WOII zijn door de geallieerden diverse fotoverkenningsvluchten boven Nederland uitgevoerd. Veel van deze luchtfoto’s zijn terug te vinden in de Speciale Collecties van de bibliotheek van Wageningen UR (“Wag”) en bij het Kadaster in Zwolle (“Zwolle”). Ook de luchtfotocollectie van de Royal Commission on the Ancient and Historical Monuments of Scotland (“RCAHMS”) / National Collection of Aerial Photography (“NCAP”) te Edinburgh (waarbinnen twee afzonderlijke archieven, “ACIU/JARIC”) en the National Archives and Records Administration te College Park (“NARA”) hebben (een grote hoeveelheid) luchtfoto’s van Nederland beschikbaar. The National Archives te Londen (“TNA”), de Laurier Military History Archive in Canada (“LMH”), de National Air Photo Library Ottawa (“Canada”), het Bundesarchiv/Militärarchiv te Freiburg (“BAF”) en het spoorwegmuseum te Utrecht (“SMU”) beschikken over een beperkter aantal luchtfoto’s van Nederland. De Nederlandse luchtfotoarchieven van Wageningen en Zwolle, en de luchtfotocollectie van RCAHMS/NCAP zijn conform de richtlijnen van het Procescertificaat verplicht te raadplegen.

De overige archieven zijn eventueel te raadplegen als er in deze drie archieven geen bruikbare luchtfoto’s beschikbaar zijn en ook andere geraadpleegde bronnen niet voldoende duidelijkheid bieden met betrekking tot oorlogshandelingen, die middels luchtfoto-analyse opgehelderd kunnen worden.

Criteria luchtfotoselectie Luchtfoto’s worden geselecteerd op basis van de opnamedatum, dekking, schaal en kwaliteit van de luchtfoto. Middels deze criteria wordt de keuze voor de meest bruikbare luchtfoto’s in relatie tot de oorlogshandeling gemaakt. De datum is daarbij erg belangrijk. Bij voorkeur wordt een foto van zo kort mogelijk na een oorlogshandeling gebruikt, omdat daarop de sporen ervan in de regel duidelijker zichtbaar zijn. Om deze sporen goed te onderscheiden wordt – waar nodig - een foto van voor de oorlogshandeling geraadpleegd, bij voorkeur van een datum van zo kort mogelijk ervoor. Daarnaast is beeldkwaliteit zeer belangrijk. De voorkeur gaat uit naar een scherpe foto, die het gebied goed dekt, van een goede schaal is en zonder beperkende factoren, zoals aanwezigheid van bewolking, inundaties, of beschadigingen aan de foto zelf. Zie ook bijlage 5 voor een de afspraken met de opdrachtgever m.b.t. de selectie van luchtfoto’s. Tevens wordt altijd een vlakdekkende luchtfotoanalyse uitgevoerd met foto’s van eind WOII teneinde een zo compleet mogelijk beeld van de oorlogshandelingen te verkrijgen. Dit wordt gedaan ongeacht of er meldingen van oorlogshandelingen in de tijd ervoor zijn.

Luchtfoto-interpretatie Foto’s worden door deskundigen met ervaring in de interpretatie van luchtfoto’s uit het tijdvak 1940-1945 onafhankelijk van elkaar geïnterpreteerd. Eén van deze deskundigen voert deze analyse uit met de kennis van informatie uit het overige bronnenmateriaal. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een beeldbewerkingsprogramma waarmee o.a. helderheid, contrast en scherpte van de foto zijn aan te passen. De tweede analist voert zijn analyse uit zonder de aanvullende informatie uit het bronnenmateriaal en maakt gebruik van ArcGIS en de geogerefereerde luchtfoto. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de Image Analysis Toolbox en Effect Toolbox voor de beeldbewerking en –analyse (o.a. Dynamic Range Adjustment, Swipe functionaliteit).

Vooronderzoek CE – Stolperbasculebrug te Schagerbrug

59 van 93

Vergelijking van de luchtfoto’s met de huidige situatie Door de luchtfoto’s uit 1940-1945 te vergelijken met recente luchtfoto’s en satellietbeelden, kan een goed beeld verkregen worden van de naoorlogse ontwikkelingen in het gebied. Aanvullend zijn diverse topografische kaarten van de afgelopen 75 jaar (waaronder uit de Grote Atlas van Nederland 1930-1950 en www.topotijdreis.nl van Kadaster) met elkaar en de luchtfoto’s vergeleken.

Betrouwbaarheid van de bron Luchtfoto’s worden in de regel als betrouwbare bron gezien. Bij luchtfoto’s dient echter rekening gehouden te worden met het feit dat ze geïnterpreteerd worden, met andere woorden dat er een soort van “vertaling” plaatsvindt van wat op de foto zichtbaar is. Aangezien niet alle sporen van oorlogshandelingen eenduidig als zodanig te herkennen zijn, geldt echter dat de betrouwbaarheid van deze sporen uiteen kunnen lopen. De betrouwbaarheid wordt verhoogd wanneer sporen te relateren zijn aan bijvoorbeeld bekende oorlogshandelingen.

Figuur 3.3-I. Voorbeeld van de interpretatie van kraters rondom Duitse luchtafweerstellingen. Rode cirkels (hier pijlen) betreffen bomkraters, gele cirkels (hier pijlen) zijn kraters veroorzaakt door artilleriegranaten. Bron uitsnede luchtfoto: Bibliotheek Wageningen UR. In sommige gevallen zijn sporen niet eenduidig in verband te brengen met de bekende oorlogshandelingen. Met behulp van informatie over bommenrekken (zie bovenste inzet, bron: Boeing B-17G Field Service Manual) kan in enkele gevallen op basis van een opvallend kraterpatroon achterhaald worden welk type toestel de bommen afwierp, in andere gevallen kan een analyse ondersteund worden door informatie over kraterafmetingen (zie onderste inzet, bron: Terminal Ballistic Data – volume 1).

Vooronderzoek CE – Stolperbasculebrug te Schagerbrug

60 van 93

Bij de analyse van de sporen van oorlogshandelingen wordt per spoor/object beoordeeld hoe waarschijnlijk de conclusie is. Hierbij bestaan twee classificaties: 1. Waarschijnlijk: de deskundigen zijn overwegend zeker van de validiteit van de classificatie van het object op de luchtfoto. 2. Mogelijk: de deskundigen zijn overwegend onzeker van de validiteit van de classificatie van het object op de luchtfoto. Tenminste twee deskundigen beoordelen per object hoe betrouwbaar de conclusie van de luchtfotoanalyse is. Verschillen in de interpretaties tussen de deskundigen worden besproken en resulteren in een gezamenlijke eindclassificatie. Indien sporen op een luchtfoto niet eenduidig zijn, zal meegewogen worden of ze door een tweede bron bevestigd worden. In de chronologische lijst van bijlage 3 worden de luchtfotoanalyses beschreven. De omschreven sporen van oorlogshandelingen en objecten worden als waarschijnlijk beoordeeld, tenzij anders vermeld. De beoordeling van de (on)zekerheid zal onderbouwd worden en er zal vermeld worden hoe het is meegewogen in de conclusies (verdacht/onverdacht).

Geraadpleegde luchtfoto’s In onderstaande tabel staan alle luchtfoto’s van het onderzoeksgebied die zijn geraadpleegd voor onderhavig onderzoek. De afkortingen in de kolom “archief” verwijzen naar de archiefinstellingen zoals aan het begin van deze paragraaf aangegeven. In bijlage 4 is middels kaders in kaart aangegeven welk gebied gedekt is door elke luchtfoto. Elk kader is van een markering voorzien, waarin de laatste cijfers het fotonummer aangeven en de combinatie van cijfers ervoor het sortienummer. Datum 10.03.1941

Fotonr 673

Sortie H/715

Schaal (1:x) ca. 13.000

24.02.1945

4176

106G/4492

ca. 10.000

Relevant Ja. Geraadpleegd wegens een bombardement op 3 september 1940 Ja. Geraadpleegd wegens vlakdekkende luchtfotoanalyse van eind WOII

Archief ACIU Wag

Leemte in kennis luchtfoto’s • In de archieven zijn geen bruikbare luchtfoto’s gevonden waarop het hele onderzoeksgebied zichtbaar is zonder bewolking, van na augustus 1944.

Uitwerking van de luchtfoto-analyse i.v.m. oorlogshandelingen Voor de luchtfoto-analyse wordt verwezen naar de chronologische tabel in bijlage 3.

Uitwerking van de luchtfoto-analyse i.v.m. naoorlogse grondroering Voor de aangetroffen relevante naoorlogse grondroering wordt verwezen naar de chronologische tabel in bijlage 3.

Vooronderzoek CE – Stolperbasculebrug te Schagerbrug

61 van 93

4

FASE 2: ANALYSE BRONNENMATERIAAL

In deze fase wordt het historisch feitenmateriaal afkomstig van de inventarisatiefase gedetailleerd geanalyseerd. Op basis hiervan wordt vastgesteld of er sprake is van de vermoedelijke aanwezigheid van explosieven. Deze analyse is in het chronologische overzicht in bijlage 3 uitgevoerd per relevante gebeurtenis. In onderhavig hoofdstuk is een algemene toelichting gegeven over de uitvoering van een dergelijke analyse.

Verdacht of onverdacht? Bij de analyse wordt het bronnenmateriaal geanalyseerd en de betrouwbaarheid ervan beoordeeld. In de paragrafen van hoofdstuk 3 zijn per bron de richtlijnen weergegeven die T&A hanteert bij het beoordelen van deze betrouwbaarheid. In bijlage 8 zijn de richtlijnen van het WSCS-OCE weergegeven met betrekking tot welke oorlogshandelingen wel of niet tot een verdacht gebied leiden. Waar de beoordeling van een bron afwijkt van een van deze richtlijnen of anderzijds een nadere toelichting noodzakelijk wordt geacht, zal deze in de analyse in bijlage 3 beschreven worden. Als na de analyse van het bronnenmateriaal geen feiten duiden op de vermoedelijke aanwezigheid van explosieven, wordt de conclusie onverdacht getrokken. Als er sprake is van de vermoedelijke aanwezigheid van explosieven, wordt de conclusie verdacht getrokken. In dit geval dient een analyse uitgevoerd te worden om te bepalen wat de afbakening hiervan is (horizontaal en/of verticaal), welke (sub)soort explosieven mogelijk aanwezig zijn en van welk kaliber, nationaliteit en verschijningsvorm ze zijn. Op basis van die analyse is een deel van het onderzoeksgebied verdacht verklaard.

Aanvulling van de analyse – afbakeningen, soorten explosieven, etc. In bijlage 3 is per gebeurtenis in de laatste kolom van de tabel aangegeven tot welk verdacht deelgebied het behoort. In de tabel in hoofdstuk 6 is per verdacht deelgebied de aanvullende analyse verwerkt. Voor de verdachte delen van het onderzoeksgebied is de analyse aangevuld met: • • •

het horizontaal en verticaal vaststellen en afbakenen van het verdachte gebied het vaststellen van de hoofdsoort, kaliber, nationaliteit en verschijningsvorm van vermoede explosieven het vaststellen van de subsoort, type ontsteker(s) en aantal van vermoede afwerpmunitie

Afbakening van verdachte deelgebieden is per hoofdsoort explosief uitgevoerd. Risicoanalyse In het geval dat grondroerende werkzaamheden binnen het verdachte gebied gepland zijn, is het raadzaam een risicoanalyse te laten uitvoeren, die resulteert in een advies over hoe om te gaan met de risico’s van de vermoede explosieven bij de geplande werkzaamheden en toekomstig grondgebruik. Voor de geplande werkzaamheden ten behoeve waarvan onderhavig vooronderzoek is uitgevoerd, is een dergelijke analyse verkort uitgevoerd in hoofdstuk 5.

Vooronderzoek CE – Stolperbasculebrug te Schagerbrug

62 van 93

Horizontale afbakening De horizontale afbakening van verdachte gebieden heeft plaatsgevonden op basis van de resultaten van de inventarisatie van het bronnenmateriaal (waaronder de overzichtskaart in bijlage 4) en de richtlijnen hiervoor in het WSCS-OCE (zie bijlage 8). Deze afbakening is omschreven in de tabel in hoofdstuk 6 en weergegeven in de CE bodembelastingkaart in bijlage 1.

Soort, kaliber, nationaliteit en verschijningsvorm van de vermoede explosieven Op basis van het aangetroffen feitenmateriaal, is een analyse verricht van de vermoedelijke hoofdsoort, kaliber, nationaliteit en verschijningsvorm van de explosieven binnen het verdachte gebied. Indien de hoofdsoort afwerpmunitie betrof, is aanvullend een analyse verricht op de vermoede subsoort, type ontsteker(s) en verwachte aantal van de mogelijk aanwezige explosieven.

Verticale afbakening Explosieven kunnen vanaf direct onder het maaiveld (maaiveld ten tijde van WOII) aangetroffen worden. De maximale diepte tot waar explosieven kunnen voorkomen hangt af van verschillende factoren zoals bodemgesteldheid, soort explosieven en bij afwerpmunitie (vliegtuigbommen) ook vliegsnelheid, afwerphoogte en -hoek. Op basis van de mogelijk aan te treffen explosieven, ondergrond en naoorlogse werkzaamheden is per deelgebied/voor het onderzoeksgebied een verticale afbakening van het verdachte gebied bepaald, zoals weergegeven in de tabel in hoofdstuk 6. Er kan van uitgegaan worden dat het maaiveld ten tijde van WOII overeenkomt met het huidige maaiveld, behalve waar vermeld wordt dat dit niet het geval is (zie projectspecifiek achtergrondrisico aan het eind van hoofdstuk 6). Indien tijdens werkzaamheden op locatie blijkt dat deze aanname plaatselijk niet klopt, dient deze aanname bijgesteld te worden aan hand van de nieuw verkregen informatie. Niet-afwerpmunitie Niet-afwerpmunitie wordt afhankelijk van de bodemopbouw en soort explosieven in de regel verwacht op maximaal 2.5 m-mv.

De diepte minus maaiveld die in hoofdstuk 6 is gegeven, kan via het Dinoloket (www.dinoloket.nl) en/of via de algemene hoogtekaart van Nederland (www.ahn.nl) worden herleid tot een hoogte ten opzichte van NAP. Voor de diepteafbakening zijn geen aanvullende boringen of sonderingen gezet of proefsleuven gegraven. De afbakening kan dan ook gezien worden als een goede indicatie op basis van de toegankelijke informatie. Indien er een project voorbereid wordt, zullen in de regel veel meer gedetailleerdere gegevens over de bodemopbouw beschikbaar komen. Ook kan extra informatie naar voren komen over naoorlogse grondroering, constructies van gebouwen of ophooglagen. In die gevallen wordt geadviseerd om op basis van deze extra informatie opnieuw de diepte afbakening vast te stellen en op basis daarvan de noodzaak en wijze van detectie onderzoek te bepalen.

Vooronderzoek CE – Stolperbasculebrug te Schagerbrug

63 van 93

Achtergrondrisico Gebieden met een zogenaamd ‘achtergrondrisico’ hebben, al spreekt men over een verdacht gebied, geen wezenlijk verhoogd risico op het aantreffen van explosieven (tenzij er sprake is van een contra indicatie). Het betreft de volgende gebieden: • Naoorlogs aangebrachte ophooglagen • Onder vooroorlogse bebouwing, waarbij deze en de directe omgeving niet beschadigd is tijdens de oorlog en er geen sprake is van bombardementen • Geroerde grond, waarbij het aannemelijk is dat aanwezige explosieven tijdens eerdere werkzaamheden zouden zijn ontdekt. Dit geldt bijvoorbeeld voor de grond boven naoorlogs aangelegde kabels, de naoorlogs vernieuwde ballastlaag en al eerder gebaggerde waterbodem, waarbij aantoonbaar niet dieper wordt gewerkt. Diepte naoorlogse werkzaamheden In veel gevallen is de beschikbare informatie over de diepte van naoorlogse ingrepen dermate globaal, dan wel afwezig dat deze vastgesteld/geverifieerd dient te worden in het veld door onderzoek. Dit kan door het zetten van boringen of sonderingen, het graven van proefsleuven of uitvoeren van geofysisch onderzoek.

Als algemene richtlijnen voor het veldonderzoek kan hierbij het volgende worden aangehouden: • Onder gesloopte en naoorlogse bebouwing: funderingsdiepte (vaak 2 tot 4 m-mv tenzij er sprake is van een slappe bodem en de bebouwing op palen staat, dan tot 10 Mpa laag) ter plaatse van de paallocaties • Ballastvernieuwing op doorgaande sporen: tot 0.5 m-BS • Wegen en parkeerplaatsen: tot 0.5 m-mv • Kabels en leidingen: 0.5 tot 1.0 m-mv • Damwanden: dieper dan een laag met 10 Mpa drukweerstand en normaal minimaal 4 meter lang Voor de volledigheid wordt nogmaals opgemerkt dat bovenstaande indicaties betreffen, die in alle gevallen geverifieerd dienen te worden door beschikbare tekeningen, getuigen en veldonderzoek. Zie het einde van hoofdstuk 6 voor projectspecifiek achtergrondrisico.

Vooronderzoek CE – Stolperbasculebrug te Schagerbrug

64 van 93

5

FASE 3: VERKORTE RISICOANALYSE (GEPLANDE) WERKZAAMHEDEN

De mogelijke aanwezigheid van explosieven in een verdacht gebied kan een risico vormen tijdens het uitvoeren van grondroerende werkzaamheden. Of de vermoede explosieven een risico vormen en, zo ja, welke maatregelen getroffen kunnen worden om dit risico te voorkomen of te beperken, hangt af van diverse factoren zoals de soort en de verschijningsvorm van de vermoede explosieven, de afbakening van het verdachte gebied, de geplande werkzaamheden en omgevingsfactoren. Aan hand hiervan kan een risicoanalyse uitgevoerd worden voor de toekomstige grondroerende werkzaamheden en grondgebruik binnen het onderzoeksgebied. In onderhavig hoofdstuk wordt een verkorte risicoanalyse uitgevoerd, om vast te stellen of er vervolgmaatregelen aan te bevelen zijn in relatie tot de mogelijk aanwezige explosieven. Dit leidt in de regel tot de aanbeveling dat er maatregelen noodzakelijk zijn in de vorm van een (volledige) Risicoanalyse CE en/of opsporingswerkzaamheden enerzijds of anderzijds dat er geen aanleiding is om verdere maatregelen te nemen. Het betreft dus geen Risicoanalyse CE conform het certificatieschema voor het “Procescertificaat Vooronderzoek CE en Risicoanalyse CE”. De resultaten van deze verkorte analyse zijn in hoofdstuk 7 vermeld met bijbehorend advies.

5.1

GEPLANDE WERKZAAMHEDEN

Ter plaatse zullen grondverzetwerkzaamheden worden uitgevoerd in verband met de aanleg van een nieuwe brug en de sloop van een oude brug.

5.2

VERKORTE RISICOANALYSE

Over het algemeen zijn risico’s met betrekking tot mogelijk aanwezige explosieven beperkt tot het gebied waar grondroerende werkzaamheden overlappen met een verdacht gebied, het zogenaamde opsporingsgebied (zie onderstaande illustratie).

Opsporingsgebied is werkgebied/projectgebied binnen verdacht gebied.

In hoofdstuk 6 zijn de horizontale en verticale afbakening van elk verdacht deelgebied vermeld. Tevens zijn ze inzichtelijk gemaakt in de kaart in bijlage 1, waar ze rood/roze gemarkeerd zijn.

Vooronderzoek CE – Stolperbasculebrug te Schagerbrug

65 van 93

Daar waar grondroerende werkzaamheden gepland zijn in een verdacht deelgebied in naoorlogs ongeroerde grond, zijn in de regel verdere veiligheidsmaatregelen noodzakelijk in verband met de geplande werkzaamheden en het toekomstige gebruik. Ook de aard van de werkzaamheden is hierbij van belang. In sommige gevallen behoort ook een deel van een verdacht gebied waar geen werkzaamheden gepland zijn tot het opsporingsgebied. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer er sprake is van een veiligheidszone bij werkzaamheden waarbij grote trillingen worden veroorzaakt, zoals heien en hoogfrequent trillen.

Voor de geplande werkzaamheden van dit onderzoek zijn de conclusies van de verkorte risicoanalyse als volgt samen te vatten: • Er zijn grondroerende werkzaamheden gepland in verdacht gebied (rode gebieden in bijlage 1), waardoor aanvullende veiligheidsmaatregelen aanbevolen worden. Zie hoofdstuk 7 voor een nadere uiteenzetting. Opmerking: de conclusies van de verkorte risicoanalyse hebben betrekking op de onder §5.1 omschreven werkzaamheden.

Vooronderzoek CE – Stolperbasculebrug te Schagerbrug

66 van 93

6

CONCLUSIE

Er is feitelijk materiaal aangetroffen, waaruit blijkt dat er mogelijk verschillende typen explosieven in het onderzoeksgebied zijn achtergebleven tijdens WOII. Hierdoor geldt dat het onderzoeksgebied (deels) verdacht is op de aanwezigheid van explosieven. Op basis van de inventarisatie en analyse van het bronnenmateriaal, is een deel van het onderzoeksgebied verdacht verklaard. De afbakening van het verdachte gebied en de soorten te verwachten explosieven is als volgt: Conclusies en afbakeningen (zie hoofdstuk 4 voor een nadere toelichting) Horizontale afbakening

(Sub)soort, kaliber en nationaliteit van mogelijk aan te treffen explosieven

Verschijningsvorm

Aantal

Verticale afbakening

Deelgebied 1 Op basis van markeringsnummers 8712-010 en 8712-011 Gebied binnen toenmalige Geschutmunitie: 20mm Verschoten Enkele Gezien de bodemopcontouren van het kanaal boordgeschut, geallieerd* bouw (zie §2.1) zijn ter plaatse van de explosieven te aangevallen locaties, plus verwachten vanaf 50 meter buiten deze maaiveld tot maximaal oevers, min de delen waar 0.3 m-mv** naoorlogse grondroering heeft plaatsgevonden. * Het kaliber geschutmunitie is gebaseerd op het door vliegtuigen gebruikte boordgeschut van 20 mm. ** Met maaiveld wordt maaiveld ten tijde van WOII bedoeld. Er kan van uitgegaan worden dat het maaiveld ten tijde van WOII overeenkomt met het huidige maaiveld.

Voor aanvullende informatie over horizontale en verticale afbakening en de vermoede soorten, hoeveelheden en verschijningsvormen van de explosieven wordt verwezen naar hoofdstuk 4 en de bijlagen. De uitleg op basis van welk feitenmateriaal de gebieden verdacht zijn verklaard en afgebakend, is terug te vinden in bijlage 3.

Projectspecifiek achtergrondrisico In de eerste tabel in bijlage 3 zijn de naoorlogse werkzaamheden omschreven en in kaartbijlage 4 zijn de locaties ervan ingetekend. In bijlage 1 zijn deze naoorlogs geroerde locaties als onverdachte gebieden, aangezien op basis van die roering er ter plaatse geen explosieven meer te verwachten zijn. Voor een nadere toelichting op naoorlogse grondroering en achtergrondrisico wordt verwezen naar hoofdstuk 4.

Vrijgegeven gebieden binnen het onderzoeksgebied Er zijn voor zover bekend geen gebieden vrijgegeven van explosieven op basis van eerder uitgevoerde opsporingswerkzaamheden.

Vooronderzoek CE – Stolperbasculebrug te Schagerbrug

67 van 93

7

AANBEVELINGEN

Aan hand van de resultaten van de analyse van het bronnenmateriaal en de geplande werkzaamheden zoals omschreven in §5.1 wordt het volgende aanbevolen om de veiligheid tijdens het uitvoeren van de geplande werkzaamheden te waarborgen: •

Er zijn grondroerende werkzaamheden gepland in verdacht gebied (rode en/of roze gebieden in bijlage 1), waardoor aanvullende veiligheidsmaatregelen aanbevolen worden: o Opsporingsonderzoek laten uitvoeren. Zie een nadere toelichting verderop bij “Opsporingsonderzoek.”

Opsporingsonderzoek Aanbevolen wordt voor aanvang van, of tijdens de reguliere werkzaamheden in verdacht gebied (zie rode gebieden op de kaarten in bijlage 1) opsporingswerkzaamheden te laten uitvoeren. Dit wordt geadviseerd voor de delen waar grondroerende werkzaamheden binnen verdacht gebied gepland zijn. Fasering opsporingswerkzaamheden: 1. Projectplan non-realtime detectie dat ter kennisgeving aan het bevoegd gezag aangeleverd dient te worden. Werkzaamheden mogen direct worden uitgevoerd; 2. Oppervlaktedetectie; • Betreft het vlakdekkend inmeten van werkgebieden binnen verdachte gebieden (opsporingsgebieden). 3. Proces-verbaal van oplevering: • Onderzoeksresultaten detectie resulteert in een bodembelastingkaart met verdachte objecten en beperkt of niet interpreteerbare gebieden • Advies aanvullende opsporingswerkzaamheden (benadering) 4. Projectplan realtime detectie en benadering dat ter goedkeuring aan het bevoegd gezag aangeleverd dient te worden. Werkzaamheden kunnen pas starten na actieve goedkeuring; 5. Realtime detectie en benadering; 6. Verdachte objecten, beperkt vrijgegeven gebieden en verstoorde gebieden worden nader onderzocht: • Inzet benaderteam en beveiligde graafkraan (indien noodzakelijk) • Laagsgewijs ontgraven, identificeren en tijdelijk veiligstellen van aangetroffen explosieven • Overdracht aangetroffen explosieven aan de EOD en ruiming hiervan 7.

Proces-verbaal van oplevering – verklaring vrij van explosieven. Gezien de beperkte diepte tot waarop explosieven aanwezig kunnen zijn, is het een optie direct over te gaan tot stap 4. Onderzoeksresultaten benadering resulteren in (beperkt)vrij van explosieven verklaarde gebieden

een

bodembelastingkaart

Vooronderzoek CE – Stolperbasculebrug te Schagerbrug

met

68 van 93

Detectieverstorende factoren Voor het uitvoeren van een constructief en representatief opsporingsonderzoek is het van belang een duidelijk beeld te hebben van de locatiespecifieke omstandigheden. Deze kunnen namelijk bepalend zijn voor de mogelijkheden en onmogelijkheden van het opsporingsproces. De inzetbaarheid en het detectiebereik van detectietechnieken kan negatief worden beïnvloed door verstorende factoren als damwanden, hekwerk, kabels en leidingen, hoogspanningsmasten, bruggen, bovenleiding van het spoor en stelconplaten. Tevens is de begaanbaarheid van een opsporingsgebied van groot belang. Ter plaatse van bovengrondse obstakels is het in de regel niet mogelijk om opsporingswerkzaamheden uit te voeren.

Opsporingsdiepte De verticale afbakening zoals omschreven in hoofdstuk 6 geeft weer tot welke diepte de te verwachten soorten explosieven voor kunnen komen binnen de verdachte deelgebieden. Afhankelijk van de aard van werkzaamheden en wensen opdrachtgever dient de opsporingsdiepte te worden bepaald. De opsporingsdiepte hangt af van verschillende factoren: • Diepte verdacht gebied: de maximale diepte tot waarop de explosieven aanwezig kunnen zijn. • Werkdiepte geplande werkzaamheden: de maximale diepte tot waarop grondwerkzaamheden plaatsvinden plus een veiligheidsmarge van 0.5 meter.

Contra indicaties – explosievenvondst in onverdacht gebied Wanneer er sprake is van een vondst van een explosief in onverdacht gebied, is er sprake van nieuw feitenmateriaal ten opzichte van het uitgevoerde vooronderzoek (contra-indicatie). In dat geval wordt geadviseerd om bij het opsporingsbedrijf vast te laten vaststellen of de vondst als incidentele vondst kan worden beschouwd. Zeker bij meerdere explosieven vondsten (contra-indicaties) kan men er vanuit gaan dat er gedurende WOII gevechtshandelingen hebben plaatsgevonden in het gebied, waardoor de kans op een volgende vondst reëler wordt. In dit geval is het verstandig om voorzorgsmaatregelen te treffen, zodat het werk onder veilige omstandigheden kan worden voortgezet. Een voorzorgsmaatregel is om (tijdelijk) te stoppen met de geplande werkzaamheden en een aanvullende probleemanalyse uit te laten voeren door het opsporingsbedrijf.

Vooronderzoek CE – Stolperbasculebrug te Schagerbrug

69 van 93

8

T&A EN KWALITEIT

Het vooronderzoek Conventionele Explosieven behandeld in deze rapportage is op zorgvuldige wijze uitgevoerd volgens algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Door een ISO-9001, VCA** en WSCS-OCE gecertificeerd kwaliteitssysteem waarborgt T&A de kwaliteit en veiligheid van haar diensten. T&A vindt het belangrijk om de CO2 emissie van haar activiteiten te monitoren en te reduceren. Daarom beschikt T&A over het CO2-bewust certificaat 3. T&A streeft naar een zo groot mogelijke representativiteit van het onderzoek. Een inventarisatie is echter gebaseerd op een (relatief) beperkt archiefonderzoek. Zodoende blijft het mogelijk dat relevante informatie niet wordt achterhaald. T&A is niet aansprakelijk voor de schade die mogelijk voortvloeit uit het gebruik van haar onderzoeksresultaten.

Vooronderzoek CE – Stolperbasculebrug te Schagerbrug

70 van 93

Bijlage 1: CE bodembelastingkaart met onderzoeksgebied Noot T&A: Hoewel er naar gestreefd wordt om de kaart in deze bijlage zo weer te geven, dat er in gemeten kan worden, wordt altijd aanbevolen om de oorspronkelijke GISbestanden te hanteren bij het bepalen van de grenzen van de (on)verdachte gebieden. Indien gewenst kan opdrachtgever deze grenzen als GIS-bestanden (shape-files) of als CAD-bestanden (*.dwg of *.dxf) ontvangen.

Vooronderzoek CE – Stolperbasculebrug te Schagerbrug

71 van 93

110672

110972

111272

111572

111872

112172

1

Legenda Onderzoeksgebied

Status met verwijzing naar deelgebieden Verdacht

Onverdacht

0

100

200

300

400

³

Meter

Esri Nederland, Community Map Contributors T&A Survey BV Dynamostraat 48 Postbus 20670 1001 NR Amsterdam

Telefoon: 020-6651368 Fax: 020-6685486 E-mail: info@ta-survey.nl Internet: www.ta-survey.nl

HO CE te 't Zandt (NH) Bijlage:

1. CE Bodembelastingkaart

Projectnummer:

8712

Opdrachtgever:

Witteveen&Bos

Formaat:

A3

Tekenaar:

Akkoord:

Schaal:

1:5.000

D. Sam

M. van Oers

Opmaakdatum:

01-02-2021

535878

536178

536478

536778

110372

Bijlage 2: Toelichting gebruik tabellen - in bijlage 3 en hoofdstuk 6 In bijlage 3 zijn twee tabellen opgenomen. De eerste tabel betreft een chronologisch overzicht van de gebeurtenissen in en nabij het onderzoeksgebied inclusief een analyse van het bronnenmateriaal. De tweede, daaronder, betreft de ruimingen door de EOD, ook inclusief een analyse. Indien ruimingen door de EOD te relateren zijn aan specifieke oorlogshandelingen in de eerste tabel, staat betreffende ruiming (ook) samengevoegd bij de gebeurtenis in de eerste tabel.

Eerste tabel in bijlage 3 – chronologisch lijst gebeurtenissen Samen met bijlagen 1 en 4 vormen ze een totaaloverzicht van wat, wanneer en waar gebeurd is en voor welke delen van het onderzoeksgebied - op basis van dat feitenmateriaal - geconcludeerd kan worden dat het verdacht of onverdacht is op de aanwezigheid van explosieven. Onderstaande toelichting is ter ondersteuning van het gebruik van het chronologisch overzicht en de relaties met bijlagen 1 en 4. Markeringen In het chronologisch overzicht van bijlage 3 staat per gebeurtenis per bron uitgewerkt wat de bron vermeldt. In de eerste kolom (“markering”) is elke melding, die in of nabij het onderzoeksgebied plaatsvond, voorzien van een markeringsnummer dat uniek is per gebeurtenis. Deze markeringsnummers verwijzen naar markeringen in de inventarisatiekaart in bijlage 4, die gelabeld zijn met hetzelfde nummer. Indien dit nummer voorzien is van de melding “indicatief” of “i” (in de kaart), houdt dit in dat de gebeurtenis niet exact te plaatsen is. Hetzelfde geldt voor tekstvakken in bijlage 4. Indien deze onnauwkeurigheid gevolgen heeft op de conclusie en/of horizontale afbakening, staat dit vermeld in de kolom “motivatie van de conclusie” in de eerste tabel in bijlage 3. Voor luchtfoto-interpretaties wordt de verwijzing “luchtfoto” gebruikt om te verwijzen naar bijlage 4.

Gebeurtenissen die niet relevant waren om nader te analyseren, omdat ze bijvoorbeeld ver buiten het onderzoeksgebied plaatsvonden, of niet aan explosieven gerelateerd bleken te zijn, hebben geen markeringsnummer en staan dus ook niet in kaart. Datum In deze kolom is de datum van de gebeurtenis (zo nauwkeurig mogelijk) weergegeven. Gebeurtenis/locatie In deze kolom is de gebeurtenis omschreven, waarbij zo veel mogelijk de originele bron wordt geciteerd. Hierin is alle informatie die als relevant wordt beschouwd van de betreffende bron opgenomen. Bronverwijzing en archief Op basis van de kolommen “bronverwijzing” en “archief” zijn de bronnen te achterhalen via hoofdstuk 3. Archiefinstellingen met een langere naam zijn weergegeven met de afkorting die in de regel gebruikt wordt voor het betreffende archief en die tevens als dusdanig is vermeld in hoofdstuk 3.

Vooronderzoek CE – Stolperbasculebrug te Schagerbrug

72 van 93

Conclusies en motivatie In de kolom “conclusie” staat vermeld of op basis van een gebeurtenis (een deel van) het onderzoeksgebied verdacht of onverdacht is. In de kolom “motivatie conclusie” staat een toelichting hoe tot deze conclusie is gekomen. Bovendien staat in deze kolom – indien noodzakelijk – de betrouwbaarheid van de bron, onderbouwing (van nauwkeurigheid) van afbakening(en), soorten explosieven, onderbouwing van afwijkingen t.o.v. de richtlijnen van het WSCS-OCE (indien van toepassing), e.d. Deelgebieden Indien de conclusie “verdacht” is getrokken, wordt in de kolom “deelgebied” verwezen naar het deelgebied zoals omschreven in de tabel in hoofdstuk 6.

Tweede tabel in bijlage 3 – ruimingen door de EOD Deze tabel staat onder de chronologische tabel en betreft de MORA’s van de EOD. Markering Omdat de EOD werkt met UO-nummers, zijn voor de MORA’s geen markeringsnummers gebruikt, maar wordt verwezen naar het UO-nummer. Deze staat in de eerste kolom weergegeven en deze verwijzen – net als de overige markeringsnummers – naar het overeenkomstige nummer in kaartbijlage 4. Locatie In deze kolom staat de locatie omschreven waar het explosief ligt. Dit is niet altijd de locatie waar het explosief is aangetroffen en zelden erg nauwkeurig. Zo komen er meldingen voor dat een explosief ligt op een baggerschip in een kanaal, maar is verder onduidelijk waar het explosief is opgebaggerd. Ook een adres biedt niet perse duidelijkheid over de locatie waar het explosief is aangetroffen – dat kan uit de grond komen voor de deur van het adres, maar het kan bijvoorbeeld ook ver er vandaan in het perceel van betreffende boerderij aangetroffen zijn. Bovendien is niet uit te sluiten dat het een verzamelobject was, of “bij opa op zolder” is aangetroffen. Dergelijke informatie is echter zelden vermeld in een MORA, waardoor de locatie-aanduiding onbetrouwbaar is wat betreft de locatie van het aangetroffen explosief. Vondst Hierin staat geciteerd wat de EOD ter plaatse heeft aangetroffen.

Dit is vaak in afkortingen, die door de jaren heen en per persoon verschillen. Conclusies, motivatie en verwijzing naar deelgebieden Zie omschrijving hiervan hierbij bij de toelichting van de eerste tabel.

Vooronderzoek CE – Stolperbasculebrug te Schagerbrug

73 van 93

Tabel in hoofdstuk 6 – conclusies en afbakening In deze tabel is per verdacht deelgebied de horizontale afbakening, (sub)soort, kaliber/gewicht, nationaliteit, verschijningsvorm en verticale afbakening omschreven. Omdat verschillende gebeurtenissen uit de chronologisch lijst samen tot één verdacht deelgebied kunnen leiden, is per deelgebied vermeld op basis van welk(e) markeringsnummer(s) het deelgebied verdacht is verklaard. Horizontale afbakening In deze kolom staat de horizontale afbakening omschreven, rekening houdend met eventuele onnauwkeurigheden (indien van toepassing) wegens beperkte mogelijkheden om een gebeurtenis exacte te plaatsen. Indien de afbakening afwijkt van de richtlijnen in het WSCS-OCE, staat dit middels een voetnoot eronder vermeld. (Sub)soort, kaliber en nationaliteit van mogelijk aan te treffen explosieven In deze kolom staan de details over de mogelijk aan te treffen explosieven omschreven. Indien noodzakelijk wordt middels een voetnoot eronder een toelichting hierop. Verschijningsvorm Hier staat aangegeven in welke verschijningsvorm mogelijk aanwezige explosieven verwacht mogen worden. Aantal Hierin staat het aantal te verwachten explosieven. Indien dit exact te bepalen is, staat er een exact nummer. In de meeste gevallen betreft een indicatie van aantallen te verwachten explosieven.

Verticale afbakening Hierin staat de verticale afbakening gebaseerd op de bodemopbouw, soort en maximale kaliber explosief vermeld. In het geval van afwerpmunitie waarvoor een penetratieberekening is uitgevoerd, wordt middels een voetnoot verwezen naar de uitgangspunten voor deze berekening, die eronder staan verwoord.

Vooronderzoek CE – Stolperbasculebrug te Schagerbrug

74 van 93

Bijlage 3: Chronologische lijst gebeurtenissen

Vooronderzoek CE – Stolperbasculebrug te Schagerbrug

75 van 93

Bijlage 3

Chronologische lijst gebeurtenissen

Gemeente Schagen Inventarisatie bronnenmateriaal Markering Datum Gebeurtenis/locatie Zoekacties naar achtergebleven munitie op 9 juli 1940 Geen 09-07-40 Schagerbrug (Zijpe): 11.45 Ruigeweg F33, gat 7,5tl, 3 meter diep gepeild, 2 meter onder grondwater – niets 12.50 ?weg (midden van weg) vanaf Stolpenbrug naar Ewijksluis, gat was niet gemerkt, niets gevonden 12.30 Boschweg B38 ’t Zand (C. Bakker), gat 7,5tl, 2 meter diep geprikt, 1,5 eer onder grondwater – niets 13.40 Boschweg (Gebr. Keijzer), gat niet meer te vinden 14.00 Boschweg (P. ?man), gat van een scherf Bombardement bij het Korfwater, De Stolpen en de Nollenweg op 3/4 september 1940 De Stolpen: 04-09-40 Provinciaal Electriciteitsbedrijf van Noordholland, (…) No. W.24162, (…) Onderwerp: SCHADE 8712-001 DOOR LUCHTVAARTUIGEN VAN VREEMDE MOGENDHEDEN. (…) 1E. Bommen te Zijpe op 4 September. Reparatie van door een bom beschadigd bovengrondsch laagspanningsnet aan het Korfwater te Petten. (…) Overige: 03/04-09-40 Engelse bom op boerderij Geen In de nacht van 2 op 3 september 1940 (noot T&A: deze datum is waarschijnlijk foutief om twee redenen: ten eerste meldt het archiefstuk uit het Provinciaal Archief dat de eerste bommen te Zijpe vielen op 4 september 1940. Ten tweede komt verderop een stuk uit een brief van iemand die dat kort na de gebeurtenis opschreef.

Daarin staat vermeld dat het dinsdagavond was, wat de avond van 3 op 4 september 1940 was. De melding uit het Provinciaal Archief en deze melding betreffen waarschijnlijk hetzelfde voorval) viel een Engelse bom op de boerderij Grote Sloot 232 in St. Maartensbrug. Daarbij kwam pachter G.W. Waiboer Rz om het leven. Hij raakte bekneld, kon weliswaar na een uur door de brandweer bevrijd worden, maar dokter Van Slooten moest constateren dat hij dood was. Mevrouw Waiboer-Koorn en hun bijna zeven maanden oude dochtertje Ellie konden uit de getroffen boerderij komen met hulp van toegeschoten buren. De bom werd niet gericht afgevuurd op deze boerderij, het was een ongeluk. Het Engelse vliegtuig was in moeilijkheden geraakt en moest zijn lading bommen kwijt. Ook in de omgeving van de Stolpen kwamen er twee neer, maar die ontploften niet. Ze veroorzaakten wel veel schade. (…) Brief: Het Zijper Museum heeft in de collectie de brieven van de familie Blaauw aan de St. Maartensweg in St. Maartensbrug (…). De brieven zijn helaas niet gedateerd, maar uit de beschreven gebeurtenissen is wel ongeveer af te leiden van wanneer ze zijn. Over de hiervoor genoemde bom op de boerderij schrijft moeder Petronella Blaauw-Bossen aan haar zoon: “Misschien heb je reeds in een van de bladen gelezen (dat) in Zijpe eenige bommen gevallen (zijn).

Nu zal je de naam Wayboer niet zoo bekend voorkomen, maar die wonen in ’t huis voorheen bewoond door G. Visser (Jz), dus nu weet je wel welke plaats ’t is, en kan je inzien dat ’t betrekkelijk dicht bij ons was. Voor wij na(ar) bed gaan gaat Pa altijd nog eens na(ar) buiten (om te zien) of er vliegmachines te zien of te hooren (zijn). ’t was Dinsdag avond weer geweldig druk (in de lucht). Meheer Leeuwen (?) en oudste zoon waren ook nog even aan de wandel ’t was zulk prachtig weer en terwijl ze bij ’t bruggetje staan te praten valt er een bom, dat is niet ver weg zeggen ze tegen elkaar (...) en verder hooren zij niets meer. Volgende morgen hooren zij dat die plaats geraakt is, ’t voorhuis is geheel van ’t achterhuis afgeslagen zoo na(ar) de weg toe. ’t Was zeker half twaalf. De vrouw was er net uit voor ’t kleine kindje dat huilde die lag meen ik in een ander vertrek en net meteen viel die bom. Hoe de vrouw met ’t kindje er uit is gekomen is voor vele(n) een raadse (…) Bommen op de Stolpen Ook C. J. de Wit te ’t Zand beschrijft dit incident in zijn oorlogsdagboek: “Intussen vielen ook de bommen rondom ons dorp. Bij St. Maarten(sbrug, LFvL) viel een bom midden op een boerderij, waarbij de bewoner, de heer Waiboer, de dood vond. Het huis was geheel verwoest. Hetzelfde vliegtuig wierp bommen omlaag bij de Stolpen op ’t land van C.N. de Wit en C. Schoen.

Deze bommen sloegen gaten in ’t land van plus minus zes meter middellijn en groter. Een scherf sloeg op ongeveer zes honderd meter afstand een gat in een kozijn van een huis in de Bosweg dat bewoond werd door de heer C. Dignum, die scherf sloeg toen nog tegen een kamerdeur die half vernield werd en ketste daarna terug tegen de ruiten die ook nog kapot geslagen werden. Dit bewees wel dat men op 600 meter afstand door scherven nog gemakkelijk gedood kan worden. Ook bij C. Lichthart in ’t land, vlak bij de Korteweg (nu Nollenweg, LFvL) vielen ’s avonds bommen en in ’t dorp waren ruiten kapot en vielen de bloempotten van de vensterbanken. Toen weer bij Th. Schilder (een boerderij in de buurt van Ligthart, LFvL) in ’t land, dichtbij het woonhuis, alles gelukkig zonder mensen te treffen. Deze bommen werden meestal uitgeworpen door vliegers die in gevecht waren of motorpech hadden.” Noot T&A: er staat een foto van de vernielde boerderij in het boek.

Analyse bronnenmateriaal Bronverwijzing

Archief

2.13.210

Nationaal Den Haag

Archief

Conclusie

Motivatie conclusie

Deelgebied

Onverdacht

Op basis van een archiefstuk uit het Nationaal Archief Den Haag valt op te maken dat er gaten in de gemeente aangetroffen werden, waarvan vermoed werd dat ze door explosieven werden veroorzaakt, vermoedelijk door luchtdoelgranaten die teruggevallen waren op de grond.

Onverdacht

Bij geen van deze locaties werd iets aangetroffen. Op basis van deze melding kan geen verdacht gebied worden afgebakend. 18-1798

Provinciaal Archief Noord-Holland

Van Loo (2005), pag. 36-37

Historische Vereniging Zijpe

De

Onverdacht

Korfwater: De bom op boerderij waarbij de heer Waiboer in St. Maartensbrug omkwam ligt te ver buiten het onderzoeksgebied om erop van invloed te kunnen zijn. De Stolpen: Op basis van de bronnen kan worden opgemaakt dat twee brisantbommen insloegen bij de Wit en/of Schoen. Op luchtfoto 673 zijn inderdaad twee mogelijk dichtgeschoven kraters zichtbaar, hoewel dat niet heel duidelijk vaststaat. Tevens resulteerden deze inslagen tot een scherf die op 500/600 meter verderop een boerderij aan de Bosweg beschadigde. Het onderzoeksgebied ligt op ruim meer dan een kilometer van de Bosweg en daarmee de bominslagen op ruim meer dan 400 meter er vandaan. Dat is te ver van het onderzoeksgebied om erop van invloed te zijn. Nollenweg: Inslag bij de Nollenweg bij Sint Maartensdijk ligt te ver buiten het onderzoeksgebied om erop van invloed te kunnen zijn.

Onverdacht

Gemeente Schagen Inventarisatie bronnenmateriaal Markering

Datum 03-09-40

Gebeurtenis/locatie Bij dezen heb ik, Abráham Jongkees, Rijksveldwachter, gestationeerd te 't Zand, gemeente Zijpe, stamboek no.1941, de eer het navolgende te rapporteren.

In den avond van dan derden september 1940 en veertig te omstreeks tien uur en 50 minuten, werden door mij twee explosies gehoord en de vuurverschijnselen die zich daarbij voordeden gezien. Het was op dat ogenblik vanwege de duisternis niet vast te stellen waar zij geschiedt waren. Mede door de aanwezigheid van vliegtuigen werd door mij gedacht dat die explosies veroorzaakt waren door bommen welke door één of meer van die vliegtuigen waren afgeworpen. Op den vierden september 1900 en veertig werd mij door den heer Dekker, Hoofd van de Luchtbeschermingsdienst in de gemeente Zijpe medegedeeld dat bedoelde bommen waren terecht gekomen in het weiland bij twee veehouders. In gezelschap van den heer Dekker heb ik een nader onderzoek ter plaatse van den inslag ingesteld. Ik bevond dat één brisantbom was ingeslagen in het weiland van C.N. de Wit, wonende te Stolpen, gemeente Zijpe, Belkmerweg No: F.78. Behoudens enige gesprongen ruiten werd door deze bom geen schade aangericht. De tweede bom was eveneens een brisantbom welke was ingeslagen in het weiland van den veehouder C. Schoen, wonende eveneens te Stolpen, gemeente Zijpe, Belkmerweg No. F.76. en scherf van deze bom is ingeslagen in de woning van den arbeider C. Dignem, wonende aan de Boschweg te' T-Zand, gemeente Zijpe.

De scherf drong de woning binnen door een voorruit na eerst het raamkozijn geraakt te hebben en vernielde vervolgens een paneel van kast. Deze woning is naar schatting ongeveer 500 meter van de plaats van inslag gelegen. Verder werd ook door deze bom geen schade aangericht. Door eerstgenoemde vliegtuigen werd ook een parachutelicht uitgeworpen. Deze uitgebrande lichtpatroon werd door mij gevonden in het weiland van den veehouder A. Schilder, wonende te 't Zand, Rijksweg No. F.74. Ziet projectiel is door mij in beslag genomen en afgegeven aan de afdeling van de Duitsche Weermacht welke te 't Zand zijn ondergebracht. Door den Heer Burgemeester te Zijpe werd van het onverwijld per telefoon kennis gegeven aan de daarvoor in aanmerking komende autoriteiten. Luchtfoto 10-03-41 Deze foto is geraadpleegd vanwege een bombardement op 3 september 1940 bij De Stolpen. De foto is van een redelijke schaal en kwaliteit. De luchtfoto is ongeveer een half jaar na het neerkomen van de bommen bij De Stolpen in september 1940 genomen. De weilanden tussen de Belkmerweg en de Bosweg zijn wel goed zichtbaar. Aan de rand van het perceel aan de Belkmerweg 147 zijn twee vage bominslagen waar te nemen. De grond is een half jaar na de inslagen weer in gebruik als landbouwgrond, echter de sporen van inslagen in het landschap zijn nog zichtbaar.

Bombardement bij het Noord-Hollands kanaal op 9 oktober 1940 8712-002 09-10-40 Door Engelsch vliegtuig te ongeveer 12 uur hedenmiddagbommen geworpen op terrein P. Heijne bij de burg over het Noordhollandsch Kanaal bij begin Provincialeweg Stolpen – Kolhorn. 4 bommen ontploft, maar waarschijnlijk één niet. Geen doden, geen gewonden, lichte materiële schade aan huizen. Weg Kolhorn – Stolpen onder politiebewaking. Duitse bezettingsautoriteiten te Den Helder op de hoogte gesteld. 09-10-40 Der Befehlshaber der Ordn. –Pol., Den Haag, den 10.October 1940. I/L – 5560a, An B.d.S.., Betr.: Luftangriffe auf niederländisches Gebiet. Am 10.10.40 wurde vom Inspekteur d.L. folgendes gemeldet: (…) 5.) Am 9.10.40, um 12 Uhr, In Zijpe (Nordholland), 5 Sprengbomben, davon 1 Blindgänger, in Nähe Nordholland-Kanal. Keine Verluste. Geringer Schaden an einigen Wohnhäusern. (…) Der Chef des Stabes, I.A. 09-10-40 1200 bei Schagen. 5 Bomben (1 Blg) Einschläge auf Viehweide in Nähe einer Brücke über Nordholland-Kanal. Kein Schaden 09-10-40 Overdag bombardeerde een Bristol Blenheim van 2 Group met in totaal 4 x 250 lbs brisantbommen 5 aken en een brug bij een kanaalsplitsing ten westen van Anna Paulowna. Er werd waargenomen dat 1 bom de brug bij de kanaalsplitsing trof, 1 bom op de rand van het kanaal terechtkwam en 2 bommen tussen de 5 aken neerkwamen.

Analyse bronnenmateriaal Bronverwijzing 75.2.1.006-6

Archief Gemeentearchief Zijpe

Sortie H/715 Foto 673

ACIU

75.2.1.006-6

Gemeentearchief Zijpe

077-1328

NIOD

RL 2-II/216

BundesarchivMilitärarchiv The National Archives Londen

AIR14/3361

Om 11.00 uur (BST) werden vanaf 50 voet hoogte in totaal 4 x 250 lbs brisantbommen afgeworpen op 5 aken en een brug bij een kanaalsplitsing ten westen van Anna Paulowna (zuidoost van Den Helder). Er kwamen 2 bommen tussen de 5 aken neer, 1 bom op de brug bij de kanaalsplitsing en 1 bom op de rand van het kanaal neer.

AIR14/3150

The National Archives Londen

De Blenheim behoorde tot 114 Squadron en viel 6 aken en een brug bij een kanaalsplitsing ten westen van Anna Paulowna (zuidoost van Den Helder) aan. Er werd waargenomen dat 1 bom de brug bij de kanaalsplitsing trof, 1 bom op de rand van het kanaal terechtkwam en 2 bommen tussen de 5 aken neerkwamen. Noot: er wordt foutief 6 aken vermeld.

AIR25/22

The National Archives Londen

De betrokken Blenheim betrof de L9375 van 114 Squadron. De bommen werden vanaf 50 voet hoogte afgeworpen op 5 aken en een brug bij een kanaalsplitsing ten westen van Anna Paulowna. Er werd waargenomen dat 1 bom de brug over het kanaal trof, 1 bom op de rand van het kanaal terechtkwam en 2 bommen tussen de 5 aken neerkwamen.

AIR27/882

The National Archives Londen

Conclusie

Motivatie conclusie

Deelgebied

Onverdacht

Op basis van de bronnen kan worden opgemaakt dat op 9 oktober in de nabijheid van de brug over het Noord-Hollands Kanaal, aan het begin van de Provincialeweg van De Stolpen naar Kolhorn melding werd gemaakt van 5 bommen, waarvan één blindganger. Uit de meldingen uit The National Archives valt echter op te maken dat die dag een Blenheim van 2 Group meldde een brug bij een kanaalsplitsing ten westen van Anna Paulowna te hebben gebombardeerd. Er werd waargenomen dat 1 bom de brug bij de kanaalsplitsing trof, 1 bom op de rand van het kanaal terechtkwam en 2 bommen tussen de 5 aken neerkwamen.

Onverdacht

Op basis van deze gegevens is de conclusie dat de melding van 5 bommen, waarvan 1 blindganger foutief is. Het toestel had 4x 250lbs bommen aan boord, die zoals gemeld werd tot ontploffing zijn gekomen. Van een blindganger is dus geen sprake geweest. Op basis van gegevens kan dus worden vastgesteld dat alle bommen tot ontploffing zijn gekomen. Het gebied is daarmee op basis van deze melding onverdacht op achtergebleven bommen.

Gemeente Schagen Inventarisatie bronnenmateriaal Markering Datum Gebeurtenis/locatie Bombardement in de duinen van Petten op 22 november 1940 Geen 22-11-40 Bomber Command. (…) tenslotte deed één Blenheim een aanval op twee stilliggende kleine schepen 3 km ten zuiden van Callantsoog, maar hier werden geen resultaten waargenomen. 22-11-40 Der Befehlshaber der Ordn. –Pol., Den Haag, den 23.November 1940. I/L – 5560a, An B.d.S.., Betr.: Luftangriffe auf niederländisches Gebiet. Am 23.11.40 wurde vom Inspekteur d.L. folgendes gemeldet: (…) 5.) Am 22.11.40, um 13.25 Uhr, In Zijpe (Nordholland), 4 Sprengbomben, davon 2 Blindgänger, in Dunen. Kein Schaden. (…) Der Chef des Stabes, I.A. Luchtfoto De Stolpen 10 maart 1941 Luchtfoto 10-03-41 Deze foto dekt het gebied rond De Stolpen. De foto is van een redelijke schaal en kwaliteit. Op de foto zijn twee mogelijke, dichtgeschoven kraters zichtbaar. Verder zijn er geen eenduidige sporen van oorlogshandelingen zichtbaar. Voorwerp afkomstig uit vliegtuig op perceel 300 meer ten zuiden van Schagerweg te Zijpe op 17 juli 1941 Geen 17-07-41 Proces-verbaal In den voormiddag van Donderdag den 17 Juli 1941 te omstreeks 10 uur, werd ik, Johan Homan, Gemeente- tevens onbezoldigd Rijksveldwachter te Zijpe door den Heer Burgemeester alhier ontboden, die mij mede deelde dat het hoofd van de Luchtbeschermingsdienst in de Gemeente Ziipe, de Heer N.D.M.

Dekker, had mede gedeeld dat op een perceel weiland gelegen aan de Stolpen dezer Gemeente vermoedelijk iets uit een vliegtuig daar ter plaatse in den grond terecht was gekomen.

Analyse bronnenmateriaal Bronverwijzing

Archief

Conclusie

Motivatie conclusie

Deelgebied

Zwanenburg (z.j.), pag. 133

Literatuur

Onverdacht

Onverdacht

077-1328

NIOD

Op basis van de stukken kan worden opgemaakt dat er enkele kleine schepen op 3 kilometer ten zuiden van Callantsoog werden aangevallen. Deze locatie ligt te ver buiten onderzoeksgebied om erop van invloed te kunnen zijn.

Sortie H/715 Foto 673

ACIU

Onverdacht

Kraters: zie “Bombardement bij het Korfwater, De Stolpen en de Nollenweg op 3/4 september 1940”

Onverdacht

Op de foto zijn verder geen eenduidige sporen van oorlogshandelingen zichtbaar. 75.2.1.006-6

Gemeentearchief Zijpe

Deze locatie bevindt zich te ver buiten het onderzoeksgebied om erop van invloed te kunnen zijn.

De veehouder Jacob Kooij, wonende te ’t Zand, Gemeente Zijpe had in de namiddag van Woensdag 16 Juli 1941 de gedeeltelijke met kleiaarde gevulde greppel ontdekt, en deze bevindingen aan het Hoofd der Luchtbescherming dezer Gemeente medegedeeld. Op lat van den Heer Burgemeester alhier zij in de daarvoor bestemden borden geplaatst als voorzorg maatregel, wanneer inderdaad zich iets in genoemd weiland mocht bevinden, terwijl tevens, door meergenoemde Burgemeester de Rijksinspectie der Luchtbescherming te ’sGravenhage met vorenstaande in kennis is gesteld, en verdere maatregelen zijn getroffen die zijn voorgeschreven. Persoonlijke ongevallen alsmede materiële schade kwamen niet voor. Gemeente Zijpe Lijst van gewijzigde huisnummers, 1967-1968 Perceel F 96a = Belkmerweg 129

Op basis van de melding kan worden opgemaakt dat op 17 juli 1941 een klein gedeelte van een greppel met kleiaarde was gevuld. Men vermoedde dat er op deze plek iets terecht was gekomen dat uit een vliegtuig gevallen was. Het perceel bevond zich op F.96a, op ongeveer 300 meter van de Schagerweg. Op basis van de lijst met huisnummers kan worden opgemaakt dat F.96a verwijst naar de Belkmerweg 126, gelegen op c. 300 ten zuiden van de Schagerweg, ten westen van het NoordHollands Kanaal.

In opdracht van genoemden Heer Burgemeester is door mij een onderzoek ingesteld, en door mij waargenomen , dat in een perceel weiland op een afstand van ongeveer 300 meter vanaf den openbare weg ‘Den Schagerweg’ binnen deze Gemeente eveneens op de grooten afstand achter perceel F. no.96a, een klein gedeelte van een greppel met kleiaarde was gevuld, doch gaten of andere kentekens ware niet te zien. De bewoner van perceel No. 96a, genaamd H. Toes, had in den nacht van Zondag 13 op Maandag 14 Juli 1941, te omstreeks 1 uur, een doffe slag gehoord, doch verder hieraan geen aandacht geschonken, en den dag daar op niets geen bijzondere of verdachts bespeurd.

-

Onverdacht

75.2.1.006-134

Gemeentearchief Zijpe

Onverdacht

Gemeente Schagen Inventarisatie bronnenmateriaal Markering Datum Gebeurtenis/locatie Brandbommen bij De Stolpen op 1 november 1941 Geen 01-11-41 In een perceel weiland zijn 5 (vijf) brandbommen, en op twee percelen geploegd land 3 (drie) brisantbommen en terecht gekomen, allen werd materiele schade aangericht. De percelen land zijn gelegen binnen de Gemeente Zijpe. (NH)

Analyse bronnenmateriaal Bronverwijzing

Archief

Conclusie

Motivatie conclusie

Deelgebied

75.2.1.006-6

Gemeentearchief Zijpe

Onverdacht

Brisantbommen: Op basis van de melding is op te maken dat op circa 500 meter van de Bosweg drie brisantbommen zijn neergekomen. Dit is te ver buiten het onderzoeksgebied om erop van invloed te kunnen zijn.

Onverdacht

In den voormiddag van Zaterdag den 1sten November 1941, te omstreeks 8 uur en dertig minuten, werd ik, Jan Homan, Gemeente tevens onbezoldigd Rijksveldwachter te Zijpe, telefonisch er mede in kennis gesteld dat op een perceel weiland, dat toebehoort aan den persoon P. Klok, en gelegen aan de Stolpen binnen de Gemeente Zijpe eeenige brandbommen waren terecht gekomen.

Brandbommen: Op basis van de bronnen kan worden opgemaakt dat vijf brandbommen in het land terecht waren gekomen. Uit de bron kan niet worden opgemaakt waar deze brandbommen exact terecht zijn gekomen. Er kan daarom op basis van deze informatie geen verdacht gebied worden afgebakend.

In verband met vorenstaande mededeling heb ik, terstond het Hoofd van den Luchtbeschermingsdienst dezer Gemeente de heer N.D.M. Dekker, wonende te het Zand dezer Gemeente telefonisch met het vorenstaande in kennis gesteld. In samenwerking met den wachtmeester der Marechaussee der Brigade Schagen, hebben wij ter plaatse een onderzoek ingesteld. Onder leiding van het Hoofd der Luchtbescherming is door ons het perceel weiland afgezocht, en werd door ons waargenomen, dat zeer vermoedelijk vijf brandbomen in het land waren terecht gekomen, en dezen allen diep in den grond zaten. Volgens genoemd Hoofd bestond er geen gevaar en zijn de brandbommen in den grond gesmoord. Even later vernamen wij, dat bij de boerderij van H. Bouthoorn, gelegen op ongeveer 500 meter van den Boschweg eveneens aan de Stolpen dezer Gemeente drie gaten in geploegd land waren ontdekt. Hierna begaven wij ons naar de aangeduide plaats en zagen dat twee gaten, waarvan een middellijn had van vijf en het andere drie meter. Bedoelde waren naast elkander, en bevonden zich op een afstand van ongeveer vierhonderd meter van de boerderij. Op ongeveer zeshonderd meter van de boerderij ontdekte wij wederom een gat van ongeveer vijf meter middellijn. De eerstgenoemden gaten bevonden zich op een perceel omgeploegd land in eigendom van H.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14694183/1