Bijlage 6 Aanmeldnotitie
Tekst van het document
Aanmeldnotitie M.E.R. Sportlaan Schagen
Titel Gemeente
INHOUD
1
Inleiding
3
2
Situatieschets nieuwe situatie
5
3
Beschrijving van de gevolgen voor het milieu
8
1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
2.1 2.2 2.3
3.1 3.2
Aanleiding en doelstelling Beoordelingskader Procedure Vormvrije m.e.r.-beoordeling Opzet van de aanmeldingsnotitie
Beschrijving van de activiteit Geldend bestemmingsplan Omliggende gebieden
Inleiding Waarschijnlijk belangrijke gevolgen voor het milieu
3 3 3 3 4
5 6 7
8 8
1 1.1
Inleiding Aanleiding en doelstelling Aan de Sportlaan in Schagen bevindt zich een kantoorpand dat gesloopt wordt, waarna er een appartementengebouw met 31 appartementen gerealiseerd. Het plan past niet binnen het ter plaatse geldende bestemmingsplan. Om deze ontwikkeling mogelijk te kunnen maken wordt een nieuw bestemmingsplan vastgesteld. Op dergelijke besluiten is het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) van toepassing. Hieruit volgt dat voor het initiatief een ‘vormvrije m.e.r’ beoordeling’ nodig is. Deze aanmeldnotitie is de eerste stap in de procedure voor het uitvoeren van een vormvrije m.e.r.-beoordeling.
1.2
Beoordelingskader Op 7 juli 2017 is het gewijzigde Besluit m.e.r. in werking getreden. De wijziging van het Besluit m.e.r. volgt uit de implementatie van artikel 1, vierde lid, onder a en b, van Richtlijn 2014/52/EU van de Europese Unie. De artikelen 7.16 tot en met 7.20a van de Wet milieubeheer (Wm) zijn in de nieuwe wetgeving voor alle in het Besluit m.e.r. genoemde activiteiten van de D-lijst van toepassing, waarbij het niet uitmaakt of het een activiteit betreft boven of onder de D-drempel.
1.3
Procedure In de gewijzigde Besluit m.e.r. is de procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling beschreven. Voor elk bestemmingsplan, waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde is, dienen de volgende stappen genomen te worden. 1. De initiatiefnemer stelt een aanmeldnotitie op. 2. Het bevoegd gezag neemt binnen 6 weken een m.e.r.-beoordelingsbesluit. Dit besluit hoeft niet in de Staatscourant gepubliceerd te worden. 3. De initiatiefnemer voegt het (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsbesluit bij het bestemmingsplan (Artikel 7.28 Wet milieubeheer).
Deze aanmeldnotitie dient voor het starten van de hierboven beschreven procedure.
1.4
Vormvrije m.e.r.-beoordeling Het besluit tot het vaststellen van het bestemmingsplan heeft betrekking op activiteiten die voorkomen op de D-lijst (D11.2: de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen) uit het Besluit m.e.r. Voor deze activiteit zijn drempelwaarden opgenomen voor de omvang het stedelijke ontwikkelingsproject. Deze drempelwaarden betreffen stedelijke ontwikkelingsprojecten met een omvang van: • een oppervlakte van 100 hectare of meer, • een aaneengesloten gebied dat 2.000 of meer woningen omvat of
3
•
een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer.
De oppervlakte van de voorgenomen activiteit bedraagt maximaal 31 woningen. De voorgenomen activiteit blijft onder de genoemde drempelwaarden voor stedelijke ontwikkelingsprojecten die voorkomen op de D-lijst van het Besluit m.e.r. Om die reden kan worden volstaan met een vormvrije m.e.r.
1.5
Opzet van de aanmeldingsnotitie In artikel 7.16 Wm is beschreven waar een aanmeldingsnotitie aan moet voldoen. In hoofdstuk 2 van deze notitie wordt de voorgenomen activiteit beschreven. In hoofdstuk 3 worden de waarschijnlijke gevolgen van de activiteit voor het milieu beschreven.
4
2
Situatieschets nieuwe situatie
2.1
Beschrijving van de activiteit
2.1.1
Inleiding In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de voorgenomen activiteit. In artikel 7.16, tweede lid, onder a Wm is opgenomen dat de beschrijving moet ingaan op de fysieke kenmerken van de gehele activiteit en, voor zover relevant, van sloopwerkzaamheden. Daarnaast dient een beschrijving gegeven te worden van de locatie van de activiteit met bijzondere aandacht voor de kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop de activiteit van invloed kan zijn. Vervolgens dienen de waarschijnlijk belangrijke gevolgen op het milieu beschreven te worden. Meer precies dient nader ingegaan te worden op de verwachte residuen en emissie en productie van afvalstoffen en get gebruik van natuurlijke hulpbronnen, met name bodem, land, water en biodiversiteit. Bij de beoordeling van een aanmeldnotitie neemt het bevoegd gezag onder meer III van de Europese richtlijn in acht. Deze omvat drie hoofdcriteria: 1. De kenmerken van een project; 2. De plaats van een project; 3. De kenmerken van de potentiele effecten. Ad 1. Hierbij komen naast algemene gegevens van het project, zoals de locatie en de omvang van de voorgenomen activiteit ook zaken aan de orde op het gebied van het productieproces, gebruikte stoffen en technologieën.
Bij meer ruimtelijk georiënteerde projecten, bijvoorbeeld woningbouw (valt onder activiteit 11.2: stedelijk ontwikkelingsproject), spelen productieprocessen en dergelijke geen rol. Hier zijn andere kenmerken, zoals de verkeersaantrekkende werking, van belang. Deze kenmerken zijn ook noodzakelijk om uitspraken te kunnen doen over (mogelijke) belangrijke nadelige milieueffecten. Ten slotte geldt dat aandacht gegeven moet worden aan cumulatieve effecten. Ad 2. Een voorgenomen activiteit vindt altijd plaats in een bepaalde omgeving, bijvoorbeeld een binnenstedelijk gebied, een historisch veenlandschap of een gebied met hoge ecologische waarden. Deze verschillende gebieden zijn in meer of mindere mate kwetsbaar voor nieuwe activiteiten. Het gaat bij het criterium 'plaats van het project' niet alleen om het gebied waarin de activiteit in gelegen is, maar juist ook om aangrenzende gebieden, m.n. Natura 2000-gebieden. Ad 3. Bij de 'kenmerken van de potentiële effecten' gaat het om de interactie tussen de kenmerken en de plaats van het project. Er wordt ingegaan op het bereik van het effect, hiermee wordt bedoeld tot waar is er sprake van significante wijzigingen bijvoorbeeld op het gebied van geluid, lucht en verkeersintensiteiten. Als sprake is van grensoverschrijdende effecten moeten deze apart benoemd worden.
Achtereenvolgens komen in dit hoofdstuk de beschrijving van de voorgenomen activiteit en de mogelijke gevolgen daarvan voor het milieu aan bod.
5
2.1.2
Voorgenomen activiteit De voorgenomen activiteit voorziet in het realiseren van maximaal 31 woningen, openbaar gebied in de vorm van weg, groen en parkeerplaatsen. Het bestaande gebouw wordt gesloopt.
2.1.3
Beschrijving van de locatie Het perceel omvat een verouderd kantoorpand dat in onbruik is geraakt. Vanaf 1 januari 2022 verhuizen de huidige gebruikers naar een nieuwe locatie. De verwachting is dat bij langdurige leegstand het gebouw en het erf qua onderhoud en beheer zal vervallen. Deze negatieve aanblik straalt uit naar de omgeving. Door een appartementengebouw te realiseren, vindt een ruimtelijke verbetering plaats en wordt een bijdrage geleverd aan het benodigde woningaanbod in de gemeente. Er kan bovendien beter geïnvesteerd worden in de kwaliteit van de locatie.
2.2
Geldend bestemmingsplan Voor het perceel gelden meerdere bestemmingsplannen, doch de basis is gelegen in het bestemmingsplan Centrum en omgeving, zoals vastgesteld door de raad op 27 maart 2012. Er is ter plaatse een bestemming Dienstverlening opgenomen, met een bouwvlak, een maximum bouwhoogte van 9, een maximum goothoogte van 3 m. voor een klein deel geldt bovendien een dubbelbestemming Leiding-Riool. De voor ‘Dienstverlening’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: • dienstverlening; • bedrijven die zijn genoemd in de bij deze regels opgenomen bijlage Staat van bedrijven onder categorie 1; • wonen, met de daarbij behorende: • groenvoorzieningen; • openbare nutsvoorzieningen; • verkeers- en verblijfsvoorzieningen, en het daarbij behorende: • water. In de bouwregels is geregeld dat het aantal woningen niet meer dan één mag bedragen (tenzij is aangegeven dat er meer zijn toegestaan, hetgeen hier niet het geval is). Nu het plan voorziet in maximaal 31 appartementen, is sprake van strijd met het bestemmingsplan. Het gebouw wordt bovendien niet geheel gebouwd binnen het bouwvlak en ook de maximaal toegestane goot- en bouwhoogte wordt overschreden.
6
Volledigheidshalve wordt vermeld dat er tevens een parapluplan Parkeren geldt (vastgesteld 7 november 2017). Dit plan is relevant omdat hierin onder meer is geregeld dat een omgevingsvergunning voor het (ver)bouwen van een bouwwerk slechts wordt verleend indien in, op of onder het bouwwerk, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij het bouwwerk behoort, in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien. Of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid, wordt bepaald aan de hand van het bepaalde in de 'Nota Parkeernormen Schagen 2016', met inbegrip van eventuele wijzigingen van deze nota gedurende de planperiode.
2.3
Omliggende gebieden De locatie ligt in het bestaand stedelijk gebied van Schagen Noord. Dit gebied is vanaf de jaren ’70 van de vorige eeuw geleidelijk ontwikkeld tot woon-, sport en werkgebied. Ten westen van het plangebied is het bedrijventerrein Lagedijk gelegen.
7
3 3.1
Beschrijving van de gevolgen voor het milieu Inleiding In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de waarschijnlijk belangrijke gevolgen voor het milieu als gevolg van de voorgenomen activiteit. In artikel 7.16, tweede lid, onder b en c Wm is opgenomen dat de beschrijving moet ingaan op waarschijnlijk belangrijke gevolgen die de activiteit kan hebben voor het milieu en de waarschijnlijk belangrijke gevolgen voor het milieu als gevolg van de verwachte residuen, emissies, productie van afvalstoffen en het gebruik van natuurlijke hulpbronnen. In deze beschrijving worden de mogelijke maatregelen om de waarschijnlijk belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te vermijden meegenomen.
3.2
Waarschijnlijk belangrijke gevolgen voor het milieu
3.2.1
Kenmerken Om de waarschijnlijk belangrijke gevolgen voor het milieu te kunnen beschrijven wordt een onderscheid gemaakt in de aanlegfase en de gebruiksfase. In de aanlegfase is tijdelijk sprake van een beperkte toename van vrachtverkeer (geluid en luchtverontreiniging) en bouwactiviteiten (licht en trillingen). Na afronding van de bouwwerkzaamheden verdwijnen deze effecten. Effecten op het woon- en leefklimaat zijn beperkt en betreffen hoofdzakelijk de aspecten verkeer, luchtkwaliteit, stikstofdepositie en geluid als gevolg van het extra wegverkeer. De voorgenomen activiteit leidt tot een geringe toename van het aantal verkeersbewegingen, doch in het voor dit plan opgestelde bestemmingsplan blijkt dat de omliggende infrastructuur deze kan verwerken. Een geringe toename van het aantal verkeersbewegingen kan tevens leiden tot een beperkte toename van de luchtverontreiniging. De voorgenomen activiteit draagt echter ‘niet in betekende mate’ bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit, waardoor de verwachte toename zeer beperkt is. Verder voorziet de voorgenomen activiteit niet in het gebruik van gevaarlijke stoffen en wordt er geen toename van het risico op ongevallen verwacht als gevolg van de voorgenomen activiteit.
Gelet op de geringe impact en omvang van het plan, de grote afstand tot de in het vorige hoofdstuk benoemde Natura 2000-gebieden alsook weidevogelleefgebieden en de tussenliggende bebouwing, zijn effecten op deze natuurgebieden, zoals de toename van stikstofdepositie op voorhand uit te sluiten. Het laatste is met een Aeriusberekening aangetoond 1.
3.2.2
Bereik van de effecten De voorgenomen activiteit heeft geen gebieds- en landsgrens overschrijdende effecten. De effecten van de voorgenomen activiteit zijn zeer beperkt van omvang en treden alleen lokaal op. Ten aanzien van gevoelige gebieden in de omgeving zijn er geen effecten te verwachten.
1 Stikstofberekening Sportlaan Schagen, VdZ Ruimtelijk Advies, 29 september 2021
8
3.2.3
Afvalstoffen Het voorgenomen gebruik zal zorgen voor de productie van afvalstoffen, zoals huishoudelijk afval en afvalwater. Deze stoffen worden volgens de normen van de gemeente ingezameld en verwerkt.
3.2.4
Natuurlijke hulpbronnen Voor de realisatie van het project worden reguliere natuurlijke hulpbronnen gebruikt als bouwmateriaal, zoals beton, hout, staal en grond. Een andere locatie zal niet leiden tot minder gebruik van natuurlijke hulpbronnen.
3.2.5
Maatregelen Gezien de beperkte impact van de effecten op het milieu is het treffen van maatregelen om deze te beperken, niet noodzakelijk.
9