CConstaterende datSchagen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5 Definitief rapport verkennend archeologisch onderzoek (10257.001) Grasveld bij P.Ot...

Oordeelsvormende vergadering 15 juni 2022, gemeente SchagenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan 'Dijkzicht' Schagerbrug en bijbehorende grondexploitatie7.578 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

VERKENNEND BOORONDERZOEK P. OTTSTRAAT TE SCHAGERBRUG GEMEENTE SCHAGEN

verkennend booronderzoek P. Ottstraat te Schagerbrug Opdrachtgever

Gemeente Schagen Postbus 8 1740 AA Schagen

Rapportnummer 1

Versienummer

Datum

10257.001 2 18 februari 2020

Vestiging

Overijssel Wilhelm Röntgenstraat 7a 8013 NE Zwolle 088 - 5001600 zwolle@econsultancy.nl

Opsteller

drs. J. Holl

Paraaf

Kwaliteitscontrole

drs. A.H. Schutte

Paraaf

© Econsultancy bv, Zwolle Foto’s en tekeningen: Econsultancy bv, tenzij anders vermeld. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Econsultancy aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek. ISSN: 2210-8777 (Analoog rapport) ISSN: 2210-8785 (Digitaal rapport E-depot) 1

Versie 1 betreft een rapport waarvan geen beoordeling van de bevoegde overheid is ontvangen, bij versie 2 is het rapport wel beoordeeld door de bevoegde overheid.

Econsultancy Archeologisch Rapport

Administratieve gegevens plangebied Projectcode

10257.001

Toponiem

P. Ottstraat

Opdrachtgever

Gemeente Schagen

Gemeente

Schagen

Plaats

Schagerbrug

Provincie

Noord-Holland

Kadastrale gegevens

gemeente Zijpe, sectie D, nummers 1.917 (deels) 3.118, 3.119, 3231, 3.934 en 3.935

Omvang plangebied

circa 3,3 ha

Kaartblad

14 D (1:25.000)

Coördinaten centrum plangebied

X = 113.170, Y = 534.700

Bevoegde overheid

Gemeente Schagen Postbus 8 1740 AA Schagen

dhr. J. de Lange T. 0224-210400 E. Jos.deLange@schagen.nl

Deskundige namens de bevoegde overheid

Archeologie West-Friesland Postbus 603 1620 AR Hoorn

mevr. drs. C.M. Soonius T. 06-25272867 E. C.Soonius@hoorn.nl

ARCHIS3

4761645100

Onderzoeksmeldingsnummer (OM-nr.)

Archeoregio NOaA

Noordhollands kleigebied

Beheer en plaats documentatie

Econsultancy, Zwolle/ Provinciaal Archeologisch Depot Noord-Holland

Uitvoerder(s)

Econsultancy, drs. J. Holl

Kwaliteitszorg Econsultancy is onder meer gecertificeerd voor protocollen 4001, 4002, 4003 en 4004 van de BRL SIKB 4000. Verder is Econsultancy lid van de Nederlandse Vereniging van Archeologische Opgravingsbedrijven (NVAO). De leden van de NVAO bieden kwalitatief hoogstaand archeologisch onderzoek. Het lidmaatschap is een waarborg voor kwaliteit en betrouwbaarheid. Tevens is Econsultancy aangesloten bij de Vereniging van Ondernemers in Archeologie (VOiA). De VOiA behartigt de belangen van meer dan 100 bedrijven in alle takken van de archeologie. Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd, conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving. Een booronderzoek wordt in het algemeen uitgevoerd door het steekproefsgewijs onderzoeken van de bodem, waardoor het, op basis van de resultaten van een booronderzoek, onmogelijk is garanties af te geven ten aanzien van de aan- of afwezigheid van archeologische waarden. In dit kader dient ook opgemerkt te worden dat geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Daar Econsultancy voor het verkrijgen van historische informatie afhankelijk is van deze bronnen, kan Econsultancy niet instaan voor de juistheid en volledigheid van deze informatie.

Econsultancy Archeologisch Rapport

SAMENVATTING Econsultancy heeft in opdracht van Gemeente Schagen een archeologisch onderzoek uitgevoerd voor een plangebied gelegen aan de P. Ottstraat te Schagerbrug in de gemeente Schagen. De initiatiefnemer heeft het plan om woningbouw te realiseren. Het inventariserend veldonderzoek (IVOoverig, verkennende fase) heeft tot doel de in de archeologische quickscan opgestelde gespecificeerde archeologische verwachting aan te vullen en te toetsen door middel van boringen. Op basis van de opgestelde archeologische verwachting werden in de top van het Hollandveen Laagpakket archeologische resten uit de IJzertijd – Romeinse tijd verwacht. Onder het veenpakket, in eventuele oeverwallen, werden mogelijke resten uit de prehistorie verwacht, waar sprake is van vegetatieniveaus. Voor vindplaatsen uit de Nieuwe tijd gold een lage verwachting. Op basis hiervan is een inventariserend veldonderzoek, verkennend booronderzoek uitgevoerd. Tijdens het booronderzoek is vastgesteld dat de bodem tot overwegend 20 à 70 cm –mv verstoord is en in enkele boringen tot maximaal 130 cm –mv. Hieronder zijn verschillende archeologisch relevante niveaus aangetroffen. Het Hollandveen Laagpakket bevindt zich op 0,8 à 1,5 m –mv (-1,5 à -2,1 m NAP). In het centrale deel van het plangebied is de top van het veen zwak tot sterk kleiig en veraard, of is het deels geoxideerd.

Dit betreft eveneens de zone waar de top van het veen relatief hooggelegen is. Vermoedelijk zullen eventuele archeologische waarden, die in de top van het veenpakket verwacht worden, in deze zone nog deels bewaard gebleven zijn. In het noorden en uiterste zuidwesten van het plangebied zullen eventuele resten in het veen als gevolg van erosie reeds verloren zijn gegaan. Onder het veen is in de meeste boringen een pakket lichtgrijze, slappe klei aanwezig. Dit betreffen getijde-afzettingen van het Wormer Laagpakket. Gezien de ongerijptheid van het kleipakket, evenals het ontbreken van humeuze of gerijpte niveaus, was vermoedelijk geen sprake van gunstige bewoningsomstandigheden. In enkele boringen, vooral in het zuiden van het plangebied, zijn kalkrijke geulafzettingen aangetroffen, waarvan de top vaak ontkalkt is. Op de zandige geulafzettingen kon, na het droogvallen hiervan, mogelijk enige tijd gewoond worden. Dit zal vooral het geval zijn geweest in het uiterste zuiden, waar de geulafzettingen uit zandige klei en zeer fijn zand bestaan. Hier kunnen prehistorische bewoningsresten aangetroffen worden op 65 à 90 cm –mv (-1,6 m NAP). In de overige boringen is een geulvulling van uiterst siltige, slappe klei aanwezig, die waarschijnlijk ongunstig was voor bewoning. Op basis van het booronderzoek blijft de kans reëel dat archeologische resten binnen het plangebied aanwezig zijn.

Deze resten worden vooral verwacht in de top van het Hollandveen Laagpakket. In het uiterste zuiden kan sprake van een tweede niveau in de top van de zandige geulafzettingen. In het zuidelijke deel van het plangebied worden archeologische resten vanaf -1,5 m NAP verwacht en in het middeldeel vanaf -1,8 m NAP. Aanbevolen wordt een bufferzone te hanteren van 30 cm boven het archeologisch relevante niveau. Vandaar dat geadviseerd wordt om vervolgonderzoek uit te voeren bij bodemingrepen dieper dan -1,2 m NAP in het zuiden en -1,5 m NAP in het middendeel van het plangebied. Het vervolgonderzoek kan het beste worden uitgevoerd in de vorm van een Inventariserend veldonderzoek, karterend en waarderend proefsleuvenonderzoek. Binnen het noordelijk deel van het plangebied wordt geadviseerd geen vervolgonderzoek te laten uitvoeren. Mochten tijdens de graafwerkzaamheden in het vrijgegeven deel toch archeologische waarden worden aangetroffen, dan dient hiervan melding te worden gemaakt conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016 bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed).

Rapport 10257.001 versie 2

INHOUDSOPGAVE

1

INLEIDING .................................................................................................................................. 1 1.1

2

INVENTARISEREND VELDONDERZOEK ................................................................................ 3 2.1 2.2 2.3 2.4

3

Resultaten vooronderzoek ................................................................................................ 1

Doelstelling en onderzoeksvragen ................................................................................... 3 Methoden .......................................................................................................................... 3 Resultaten ......................................................................................................................... 4 Beantwoording onderzoeksvragen ................................................................................... 5

CONCLUSIE EN ADVIES ........................................................................................................... 7

LITERATUUR ........................................................................................................................................ 9 BRONNEN .......................................................................................................................................... 10

Rapport 10257.001 versie 2

LIJST VAN AFBEELDINGEN Figuur 1. Figuur 2. Figuur 3. Figuur 4. Figuur 5. Figuur 6. Figuur 7. Figuur 8. Figuur 9. Figuur 10. Figuur 11.

Situering van het plangebied binnen Nederland Detailkaart van het plangebied Luchtfoto van het plangebied Situering van het plangebied binnen de archeologische beleidskaart Situering van het plangebied op paleogeografische kaarten Archeologische Gegevenskaart van het onderzoeksgebied Situering van het plangebied binnen de Kadastrale Minuut van 1826 Boorpuntenkaart Resultaten van het booronderzoek, met diepteligging van het Hollandveen Dwarsprofiel boring 21-4 Advieskaart

BIJLAGEN Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4

Overzicht geologische en archeologische tijdvakken Bewoningsgeschiedenis van Nederland AMZ-cyclus Boorprofielen

Rapport 10257.001 versie 2

1

INLEIDING

Econsultancy heeft in opdracht van Gemeente Schagen een archeologisch onderzoek uitgevoerd voor een plangebied gelegen aan de P. Ottstraat te Schagerbrug in de gemeente Schagen (zie figuur 1 en 2). De initiatiefnemer heeft het plan om woningbouw te realiseren. Het archeologisch onderzoek is noodzakelijk om te bepalen of er archeologische waarden aanwezig zijn binnen het plangebied en of deze door de voorgenomen bodemingrepen kunnen worden aangetast. Binnen het kader van de Erfgoedwet (juli 2016), voortvloeiend uit het Verdrag van Malta uit 1992, is men verplicht voorafgaand archeologisch onderzoek uit te voeren (zie bijlage 6). In de rapportage zal na een samenvatting van het vooronderzoek (§ 1.1) eerst de doelstelling van het huidige onderzoek en de te beantwoorden onderzoeksvragen beschreven worden (§ 2.1). Vervolgens zullen de methodiek en resultaten van het inventariserend veldonderzoek (IVO-overig, verkennende fase) door middel van boringen worden behandeld (hoofdstuk 2). Op basis van het onderzoek wordt een advies gegeven of vervolgstappen nodig zijn en zo ja, in welke vorm (hoofdstuk 3). Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd in januari 2020 door drs. J. Holl (senior KNA Prospector). Het rapport is gecontroleerd door drs. A.H. Schutte (senior KNA Archeoloog). 1.1

Resultaten vooronderzoek 2

In april 2019 is door Archeologie West-Friesland een archeologische quickscan uitgevoerd. De resultaten van deze quickscan zijn als volgt: Archeologische context Het plangebied ligt in de polder C. Volgens de beleidskaart (figuur 4) kan dit deel van de gemeente archeologische waarden bevatten, maar de ligging is nog onbekend. Er kunnen zowel resten aanwezig zijn van nederzetting en ontginningen uit de prehistorie, Romeinse tijd of (Vroege-) Middeleeuwen, waarvan de positie van tevoren niet of moeilijk is in te schatten. Nabij het plangebied, juist buiten de Westfriese Omringdijk, zijn sporen van bewoning op het veen uit de Romeinse tijd aangetroffen tijdens de aanleg van een gassleuf. Direct ten westen van het plangebied is in 2014 een booronderzoek uitgevoerd (zie figuur 6). Op basis van het ontbreken van een archeologische laag is het plangebied vrijgegeven. In enkele boringen is tussen 60 en 90 cm –mv een veraard veenpakket aangetroffen. In principe is in de Romeinse tijd bewoning mogelijk geweest op deze veenlaag. In 2017 is op dezelfde locatie een archeologische inspectie uitgevoerd, waarbij verveende stroken werden aangetroffen die mogelijk uit de IJzertijd dateren. Circa 300 m ten westen van het plangebied is in 2014 een archeologische inspectie uitgevoerd bij het 3 graven van waterbergingen.

Hierbij zijn profielen met oeverwallen aangetroffen, evenals veel aardewerk, ondanks dat het gebied op basis van eerder booronderzoek is vrijgegeven. Eveneens in 2014 is op deze locatie een opgraving uitgevoerd waarbij delen van twee nederzettingen uit de periode LateIJzertijd - Romeinse tijd zijn aangetroffen. De resten bevonden zich op het veen. Het terrein is eerder vrijgegeven doordat het veen op veel plaatsen verstoord was als gevolg van middeleeuwse veenwinning. Bovendien is booronderzoek niet geschikt voor het opsporen van vindplaatsen in een voormalig veengebied, aangezien geen onderscheid gemaakt kan worden tussen natuurlijke veraarde veenlagen en cultuurlagen. 2

3

Soonius & De Groot, 2019. Archis zaaknummer 2452367100.

Rapport 10257.001 versie 2

Pagina 1 van 10

Landschappelijke context Op de paleogeografische kaart van 2750 voor Chr. ligt het plangebied in de getijdenzone (figuur 5). Op oeverwallen langs de getijdengeulen was in principe bewoning mogelijk in de prehistorie. Vanaf ca. 1500 voor Chr. raakte de omgeving van het plangebied bedekt met een veenpakket. Op dit veenpakket was bewoning mogelijk in de IJzertijd of Romeinse tijd. Het veenpakket is mogelijk voor een deel geërodeerd onder invloed van de zee, die na de Romeinse tijd weer vat op het gebied krijgt. De overwegend kleiige afzettingen kunnen ook conserverend gewerkt hebben voor het Romeinse niveau. Historisch geografische kenmerken Het plangebied ligt in de polder C van de Polder Zijpe, ten westen van de Grote Sloot. Bij de eerste bedijking van de Zijpe in 1552-1553 zijn op verschillende plaatsen sporen van vroegere bewoning aangetroffen. De meeste van deze sporen lagen onder het zand in goede zwarte aarde. De exacte locatie van deze vondsten is niet bekend. Na de bedijking begaven de dijken van de polder het tweemaal (in 1555 en 1570) en in 1573 werd de polder met opzet geïnundeerd om de opmars van de Spanjaarden een halt toe te roepen. Voor het bepalen van de aanwezigheid van bewoningsresten uit de Nieuwe tijd kan gebruik worden e gemaakt van historisch kaartmateriaal. Op 17 -eeuwse kaarten is binnen het plangebied geen bebouwing zichtbaar.

Op de kadastrale minuut uit 1823 (figuur 7) is eveneens geen bebouwing zichtbaar. Alle percelen waren in die tijd in gebruik als weiland. Het meest zuidelijke perceel binnen het plangebied was in eigendom van de Gereformeerde kerk van Schagen. Het middelste perceel was in bezit van het bestuur van de polder Zijpe en de percelen langs de Schagerweg waren in bezit van ene Dirk Keesom. Op basis van het historisch kaartmateriaal geldt een zeer lage archeologische verwachting voor huisplaatsen uit de Nieuwe tijd (dus van na de bedijking). Archeologische verwachting Voor het plangebied geldt op basis van archeologisch onderzoek in de directe omgeving een hoge verwachting voor vindplaatsen uit de IJzertijd - Romeinse tijd. Deze vindplaatsen bevinden zich op het veen. Indien dit veen nog aanwezig is in de ondergrond kunnen hier goed geconserveerde overblijfselen uit de IJzertijd en/of Romeinse tijd worden aangetroffen. Onder het veen kunnen in de top van oeverwallen vegetatiehorizonten aanwezig zijn met een middelhoge verwachting voor vindplaatsen uit de periode Neolithicum – Bronstijd. Voor vindplaatsen uit de Middeleeuwen geldt een onbekende verwachting. Huisplaatsen uit de Nieuwe tijd (van na de bedijking) worden op basis van historisch kaartmateriaal niet verwacht.

Op basis van archeologisch onderzoek in de directe omgeving wordt de top van het veenpakket op een diepte van 50 à 100 cm –mv verwacht en de top van de oeverafzettingen op circa 100 cm –mv. Resten uit de periode IJzertijd – Romeinse tijd worden in de top van het veen verwacht en resten uit de periode Neolithicum – Bronstijd in de top van de oeverafzettingen. Op basis van deze verwachting is geadviseerd om een verkennend booronderzoek uit te voeren.

Rapport 10257.001 versie 2

Pagina 2 van 10

2

INVENTARISEREND VELDONDERZOEK

2.1

Doelstelling en onderzoeksvragen

Het inventariserend veldonderzoek (IVO-overig, verkennende fase) heeft tot doel de gespecificeerde archeologische verwachting aan te vullen en te toetsen door middel van boringen. Aanvullende doelen zijn het in kaart brengen van het veenlandschap en prehistorische landschap en daarmee de mogelijkheden voor bewoning in het Neolithicum tot de Middeleeuwen, evenals het bepalen van de intactheid van de bodem. Hierbij gelden de volgende onderzoeksvragen:      

2.2

Wat is de bodemopbouw binnen het plangebied? Wat is de diepteligging en aard van het veenlandschap? Is sprake van een veraarde veenlaag? Wat is de diepteligging en aard van het prehistorische landschap? Is sprake van een vegetatiehorizont? In hoeverre is de bodemopbouw intact? Wat zijn de gevolgen van het aangetroffen bodemprofiel voor de gespecificeerde archeologische verwachting? Wat zijn de gevolgen van de geplande bodemingrepen op eventueel verwachte archeologische resten? Methoden

Het inventariserend veldonderzoek is uitgevoerd in de vorm van een verkennend booronderzoek, onder certificaat op grond van de BRL SIKB 4000 (KNA, versie 4.1, 24-05-2018) en Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1, 24-5-2018), specificatie VS03. Voor het inventariserend veldonderzoek is op 6 januari 2020 door drs. J. Holl (senior KNA-prospector) een Plan van aanpak 4 (PvA) opgesteld. Dit PvA is op 6 januari 2020 beoordeeld en ondertekend door de adviseur van het bevoegd gezag (mevr. drs. C.M. Soonius, Archeologie West-Friesland). Het gehele plangebied was vrij toegankelijk. Er is in raaien geboord met een afstand van 40 m tussen de raaien en een afstand van 50 m tussen de boringen. De raaien zijn verspringend ten opzichte van elkaar gezet, waardoor een systeem bestaande uit gelijkbenige driehoeken ontstaat. Plaatselijk is afgeweken van het grid, in verband met aanwezige kabels, leidingen, sloten, verhardingen en gebouwen. In totaal zijn er met behulp van een edelmanboor (diameter 7 cm) en guts (diameter 3 cm) 22 boringen tot maximaal 2 m -mv gezet (figuur 8). Boring 3 is echter op 20 cm –mv gestuit op een puinlaag, waardoor deze boring niet dieper geplaatst kon worden. In de omgeving van deze boring zijn drie aanvullende pogingen gedaan, met hetzelfde resultaat.

De boringen zijn lithologisch conform de Archeologische Standaard Boorbeschrij5 vingsmethode beschreven. De boringen zijn met hand-GPS ingemeten (x- en y-waarden). Van alle boringen is de maaiveldhoogte afgeleid van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN). Aan de hand van het opgeboorde materiaal is beoordeeld of er wel, geen of slechts deels sprake is van een gaaf bodemprofiel. Tevens is gekeken naar de aanwezigheid van mogelijke vegetatie- en/of cultuurlagen, die zichtbaar zijn als bodemverkleuringen. Het opgeboorde materiaal is in het veld door

4 5

Holl, 2020. Bosch, 2005.

Rapport 10257.001 versie 2

Pagina 3 van 10

middel van versnijden/verkruimelen geïnspecteerd op het voorkomen van archeologische indicatoren, zoals fragmenten vuursteen, aardewerk, houtskool, verbrand leem en bot. 2.3

Resultaten

Geologie en bodem De resultaten van de boringen zijn opgenomen in de vorm van boorkolommen en worden in bijlage 4 weergegeven. De resultaten van het booronderzoek zijn weergegeven in figuur 9 en een noordwestzuidoost dwarsprofiel is weergegeven in figuur 10. De bodemopbouw kan als volgt worden beschreven: De bovenste laag bestaat over het algemeen uit een (donker-)bruingrijs pakket zandige klei. Dit betreft een omgewerkte laag. In de boringen 2, 3, 8, 9, 14, 15, 18 en 19 is bovendien een opgebracht pakket aanwezig, meestal bestaande uit matig grof, grijs zand. Dit boringen zijn geplaatst ter plaatse van de sportvelden en het grasveld ten noorden hiervan. Vermoedelijk is het pakket ter egalisatie en versteviging opgebracht. In de meeste boringen reikt de verstoring tot 20 à 70 cm –mv. In de boringen 1, 16, 17 en 18 is de bodem dieper verstoord, tot 85 à 130 cm –mv. Ter plaatse van boring 1 is deze verstoring waarschijnlijk gerelateerd aan de bouw van de direct hiernaast gelegen bedrijsruimte. Boringen 16 en 17 zijn ter plaatse van een beboste strook direct naast een parkeerplaats gezet. Mogelijk is de verstoring gerelateerd aan de aanleg van dit bos. Boring 18 ligt op een sportveld. Hier is een dik opgebracht pakket aanwezig, vermoedelijk in het kader van egalisatie en versteviging.

Hieronder bevindt zich meestal een kalkrijk pakket lichtgrijze, matig slappe, sterk tot uiterst siltige klei met zandlagen. In de boringen 2 en 5 bestaat het bovenste pakket deels uit uiterst fijn, matig siltig, kalkrijk zand. Het kleipakket loopt door tot 0,7 à 1,7 m –mv (-1,5 à -2,7 m NAP), waarbij de onderkant van het kleipakket het diepst ligt in het noordoosten van het plangebied. Dit pakket wordt geïnterpreteerd als zeeafzettingen behorende bij het Walcheren Laagpakket. In boring 1 en 2, waar door diepe verstoringen nog slechts een 20 cm dikke laag van de kleilaag over is, maar ook in de boringen 21 en 22, is het pakket kalkloos. In boring 12, 15 en 16 is het kleipakket onderin eveneens kalkloos en in boring 12 zwak humeus. In boring 4, 5, 6, 7 en 10 zijn de onderste decimeters van dit kleipakket zwak humeus en/of bevat het pakket relatief veel plantenresten en/of veenbrokken. Ook neemt de siltigheid onderin het kleipakket iets af. In boring 11 is vanaf 55 cm –mv een 45 cm dikke, zwak humeuze, kalkloze, sterk siltige kleilaag met plantenresten en veenbrokjes aangetroffen, met hieronder blauwgrijze tot lichtbruingrijze, kalkloze klei met plantenresten tot 130 cm -mv. Over het algemeen is sprake van een scherpe overgang naar het onderliggende pakket. In de boringen 2, 5, 10, 16, 21 en 22 is deze overgang geleidelijk.

De geleidelijke overgang, evenals de hierboven beschreven zwak humeuze en/of kalkloze lagen, zijn het resultaat van afzetting in relatief rustige omstandigheden, waarbij het veenlandschap langzaam overspoeld raakte. De in de meeste boringen aangetroffen uiterst siltige, kalkrijke klei met zandlagen, of zand met kleilagen, is afgezet onder sterkere stroming. Hieronder bevindt zich een overwegend enkele decimeters dik, mineraalarm tot zwak kleiig veenpakket (Formatie van Nieuwkoop, Hollandveen Laagpakket). Het veen bestaat overwegend uit rietveen en wordt vaak onderbroken door kleilaagjes. De top van het veen bevindt zich op 0,8 à 1,5 m –mv (1,5 à -2,1 m NAP) en in de boringen 1, 6 en 7 bevindt het veen zich iets dieper, op 1,5 à 1,7 m –mv (2,2 à -2,7 m NAP). In de boringen 5, 17 en 22 is geen veen aangetroffen en is dit vermoedelijk geërodeerd door de bovenliggende zeeafzettingen.

Rapport 10257.001 versie 2

Pagina 4 van 10

In boringen 10, 13, 18 en 21 is het veen zwak tot sterk kleiig en geheel of gedeeltelijk (bovenin) veraard en zwart van kleur. In de boringen 2, 9, 12, 14, 15, 16, 19 en 20 is het veenpakket deels geoxideerd en donkerbruin tot zwart van kleur. Dit zijn de boringen waar de top van het veen relatief hoog ligt. Vermoedelijk is de top van het veen in deze zone nog relatief goed bewaard gebleven. Eventuele archeologische resten, die in de top van het veenpakket verwacht kunnen worden, zullen in deze zone, in het centrale deel van het plangebied, mogelijk nog deels bewaard zijn gebleven. Onder het veenpakket bevindt zich in de meeste boringen een pakket lichtgrijze, sterk siltige, overwegend slappe, kalkloze klei. Dit betreffen getijde-afzettingen van het Wormer Laagpakket (Formatie van Naaldwijk). Gezien de ongerijptheid van dit kleipakket, evenals het ontbreken van vegetatieniveaus of gerijpte lagen, heeft dit pakket vermoedelijk geen gunstige bewoningsomstandigheden geboden. De top van het Laagpakket van Wormer bevindt zich op 0,7 à 1,8 m –mv (-1,6 à -2,7 m NAP), waarbij het Laagpakket van Wormer het hoogst gelegen is in het zuidwesten van het plangebied. . In de boringen 5, 15 en 18 is uiterst siltige, kalkrijke klei met zandlagen aangetroffen, in boring 21 sterk siltig zeer fijn, kalkrijk zand met kleilagen en in boring 22 sterk zandige klei met zandlagen.

In deze twee boringen is een pakket zandige geulafzettingen aangeboord en in de boringen 5, 15 en 18 zijn geulvullingen aangetroffen. De geul zal door het uiterste zuiden van het plangebied gelopen hebben. Ook in het uiterste noordoosten (boring 5) heeft vermoedelijk eveneens een geul gelopen. Er zijn geen oeverafzettingen aangetroffen. De oevers van de Wormer-geulen zijn over het algemeen echter vrij smal, waardoor ze makkelijk gemist kunnen worden met een 40x50 m boorgrid. Indien aanwezig, zal deze relatief zwak ontwikkeld zijn. Ter plaatse van boring 5 is geen ontkalkte top van de geulvulling aangetroffen en hier lijken deze afzettingen deels geërodeerd door de zee-afzettingen van het Walcheren Laagpakket. In de geulafzettingen/-vulling in het zuiden van het plangebied (boring 15, 18, 20-22) is in de meeste gevallen een ontkalkte top aanwezig. Mogelijk was na het droogvallen van de geul op de zandige delen hiervan bewoning mogelijk, ter plaatse van boring 21 en 22. Hier bevindt zich mogelijk een intact prehistorisch landschap waarop bewoning mogelijk is geweest. Dit bevindt zich op 65 à 90 cm –mv (-1,6 m NAP). Archeologische indicatoren In geen van de boringen zijn archeologische indicatoren waargenomen.

Het gaat hier echter om een verkennend bodemonderzoek, dat zich richt op de geologische opbouw en mogelijke bodemverstoringen die de archeologische trefkans kunnen beïnvloeden en niet zo zeer op het onderzoeken op de aanwezigheid van archeologische vondsten en/of sporen. 2.4

Beantwoording onderzoeksvragen

• Wat is de bodemopbouw binnen het plangebied? Tijdens het booronderzoek is vastgesteld dat, onder een verstoorde laag van meestal 20 à 70 cm, meestal een pakket kalkrijke, lichtgrijze, sterk tot uiterst siltige klei met zandlagen aanwezig is. Dit betreffen zee-afzettingen (Walcheren Laagpakket) die in een dynamisch milieu zijn afgezet. In enkele boringen is dit pakket onderin zwak humeus, kalkloos en/of iets minder siltig, duidend op wat rustigere omstandigheden. Hieronder bevindt zich een veenpakket, waarvan de top zich overwegend op 0,8 à 1,5 m –mv (-1,5 à -2,1 m NAP) bevindt. Onder het veen is in de meeste boringen een pakket lichtgrijze, slappe klei aanwezig. Dit betreffen getijde-afzettingen van het Wormer Laagpakket. In enkele boringen, vooral in het zuiden van het plangebied, zijn kalkrijke geulafzettingen aangetroffen, waarvan de top vaak ontkalkt is. • Wat is de diepteligging en aard van het veenlandschap? Is sprake van een veraarde veenlaag? Het veen bevindt zich op 0,8 à 1,5 m –mv (-1,5 à -2,1 m NAP). In het centrale deel van het plangebied is de top van het veen zwak tot sterk kleiig en veraard, of is het deels geoxideerd. Dit betreft

Rapport 10257.001 versie 2

Pagina 5 van 10

eveneens de zone waar de top van het veen relatief hooggelegen is. Vermoedelijk zullen eventuele archeologische waarden, die in de top van het veenpakket verwacht worden, in deze zone nog deels bewaard gebleven zijn. In het noorden en uiterste zuidwesten van het plangebied zullen eventuele resten in het veen als gevolg van erosie reeds verloren zijn gegaan. •

Wat is de diepteligging en aard van het prehistorische landschap? Is sprake van een vegetatiehorizont? Het laagpakket van Wormer bestaat uit lichtgrijze slappe klei zonder vegetatieniveaus. Vermoedelijk was geen sprake van gunstige bewoningsomstandigheden. In enkele boringen, vooral in het zuiden van het plangebied, zijn kalkrijke geulafzettingen aangetroffen. Op de zandige geulafzettingen kon, na het droogvallen hiervan, mogelijk enige tijd gewoond worden. Dit zal vooral het geval zijn geweest in het uiterste zuiden, ter plaatse van boring 20 en 21. Hier kunnen prehistorische bewoningsresten aangetroffen worden op 65 à 90 cm –mv (-1,6 m NAP). In de boringen 5, 15 en 18 is een geulvulling van uiterst siltige, slappe klei aanwezig, die waarschijnlijk ongunstig was voor bewoning. • In hoeverre is de bodemopbouw intact? Tijdens het booronderzoek is vastgesteld dat de bodem in het grootste deel van het plangebied verstoord is tot 20 à 70 cm –mv en in enkele boringen tot maximaal 130 cm –mv. De verstoring reikt tot in de zeeafzettingen van het Walcheren Laagpakket. •

Wat zijn de gevolgen van het aangetroffen bodemprofiel voor de gespecificeerde archeologische verwachting? Op basis van het booronderzoek blijft de kans reëel dat archeologische resten binnen het plangebied aanwezig zijn. Deze resten worden vooral verwacht in de top van het Hollandveen Laagpakket. In het uiterste zuiden kan sprake van een tweede niveau in de top van de zandige geulafzettingen. In het zuidelijke deel van het plangebied worden archeologische resten vanaf -1,5 m NAP verwacht en in het middeldeel vanaf -1,8 m NAP. In het noordelijke deel van het plangebied zijn geen •

Wat zijn de gevolgen van de geplande bodemingrepen op eventueel verwachte archeologische resten? Aanbevolen wordt een bufferzone te hanteren van 30 cm boven het archeologisch relevante niveau. Bij bodeningrepen dieper dan -1,2 m NAP in het zuiden en -1,5 m NAP in het middendeel worden eventuele archeologische waarden mogelijk bedreigd. In het noordelijk deel zijn geen veraarde veenlagen of andere mogelijke archeologische niveaus aangetroffen. Hier worden geen archeologische resten meer verwacht.

Rapport 10257.001 versie 2

Pagina 6 van 10

3

CONCLUSIE EN ADVIES

Op basis van de opgestelde archeologische verwachting werden in de top van het Hollandveen Laagpakket archeologische resten uit de IJzertijd – Romeinse tijd verwacht. Onder het veenpakket, in eventuele oeverwallen, werden mogelijke resten uit de prehistorie verwacht, waar sprake is van vegetatieniveaus. Voor vindplaatsen uit de Nieuwe tijd gold een lage verwachting. Op basis hiervan is een inventariserend veldonderzoek, verkennend booronderzoek uitgevoerd. De doelstellingen van dit booronderzoek zijn het toetsen van de gespecificeerde verwachting, het in kaart brengen van het veenlandschap en prehistorische landschap en daarmee de mogelijkheden voor bewoning in het Neolithicum tot de Middeleeuwen, evenals het bepalen van de intactheid van de bodem. Tijdens het booronderzoek is vastgesteld dat de bodem tot overwegend 20 à 70 cm –mv verstoord is en in enkele boringen tot maximaal 130 cm –mv. Hieronder zijn verschillende archeologisch relevante niveaus aangetroffen. Het Hollandveen Laagpakket bevindt zich op 0,8 à 1,5 m –mv (-1,5 à -2,1 m NAP). In het centrale deel van het plangebied is de top van het veen zwak tot sterk kleiig en veraard, of is het deels geoxideerd. Dit betreft eveneens de zone waar de top van het veen relatief hooggelegen is.

Vermoedelijk zullen eventuele archeologische waarden, die in de top van het veenpakket verwacht worden, in deze zone nog deels bewaard gebleven zijn. In het noorden en uiterste zuidwesten van het plangebied zullen eventuele resten in het veen als gevolg van erosie reeds verloren zijn gegaan. Onder het veen is in de meeste boringen een pakket lichtgrijze, slappe klei aanwezig. Dit betreffen getijde-afzettingen van het Wormer Laagpakket. Gezien de ongerijptheid van het kleipakket, evenals het ontbreken van humeuze of gerijpte niveaus, was vermoedelijk geen sprake van gunstige bewoningsomstandigheden. In enkele boringen, vooral in het zuiden van het plangebied, zijn kalkrijke geulafzettingen aangetroffen, waarvan de top vaak ontkalkt is. Op de zandige geulafzettingen kon, na het droogvallen hiervan, mogelijk enige tijd gewoond worden. Dit zal vooral het geval zijn geweest in het uiterste zuiden, waar de geulafzettingen uit zandige klei en zeer fijn zand bestaan. Hier kunnen prehistorische bewoningsresten aangetroffen worden op 65 à 90 cm –mv (-1,6 m NAP). In de overige boringen is een geulvulling van uiterst siltige, slappe klei aanwezig, die waarschijnlijk ongunstig was voor bewoning. Op basis van het booronderzoek blijft de kans reëel dat archeologische resten binnen het plangebied aanwezig zijn. Deze resten worden vooral verwacht in de top van het Hollandveen Laagpakket.

In het uiterste zuiden kan sprake van een tweede niveau in de top van de zandige geulafzettingen. In het zuidelijke deel van het plangebied worden archeologische resten vanaf -1,5 m NAP verwacht en in het middeldeel vanaf -1,8 m NAP. Aanbevolen wordt een bufferzone te hanteren van 30 cm boven het archeologisch relevante niveau. Vandaar dat geadviseerd wordt om vervolgonderzoek uit te voeren bij bodemingrepen dieper dan -1,2 m NAP in het zuiden en -1,5 m NAP in het middendeel van het plangebied (figuur 11). Over het algemeen zijn bewoningsresten in de top van het veen niet goed op te sporen door middel 6 van een karterend booronderzoek. Het vervolgonderzoek kan daarom het beste worden uitgevoerd in de vorm van een Inventariserend veldonderzoek, karterend en waarderend proefsleuvenonderzoek. Bij een proefsleuvenonderzoek dienen verspreid over het plangebied sleuven gegraven te worden met als doel om eventuele archeologische waarden te karteren en waarderen. Hierbij dient ook het prehistorische landschap in het uiterste zuiden (boring 20 en 21) te worden meegenomen. Voor dit onderzoek dient een door de bevoegde overheid goedgekeurd Programma van Eisen te zijn opgesteld waarin is vastgelegd waaraan het onderzoek moet voldoen. 6

Soonius & De Groot, 2019.

Rapport 10257.001 versie 2

Pagina 7 van 10

Binnen het noordelijk deel van het plangebied wordt geadviseerd geen vervolgonderzoek te laten uitvoeren. Mochten tijdens de graafwerkzaamheden in het vrijgegeven deel toch archeologische waarden worden aangetroffen, dan dient hiervan melding te worden gemaakt conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016 bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed).

Rapport 10257.001 versie 2

Pagina 8 van 10

LITERATUUR Bosch, J.H.A., 2005: Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode, Versie 5.2. Utrecht (TNOrapport, NITG 05-043-A). Holl, J., 2020: Plan van Aanpak booronderzoek; P. Ottstraat te Schagerbrug. Zwolle (Econsultancy Projectnummer 10257.001). Roorda, I. & J. Stöver, 2016: Handreiking Archeologievriendelijk bouwen. Amersfoort (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed). Soonius, C.M. & A.S. de Groot, 2019: Archeologische Quickscan Zoeklocatie woningbouw P. Ottstraat, Schagerbrug, gemeente Schagen. Hoorn (Archeologie West-Friesland Adviesnummer 19069).

Rapport 10257.001 versie 2

Pagina 9 van 10

BRONNEN AHN; internetsite, januari 2020. http://www.ahn.nl Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort, januari 2020. https://archis.cultureelerfgoed.nl Publieke Dienstverlening Op de Kaart (PDOK); internetsite, januari 2020. https://pdokviewer.pdok.nl SIKB; internetsite, januari 2020. https://www.sikb.nl

Rapport 10257.001 versie 2

Pagina 10 van 10

Figuur 1. Situering van het plangebied binnen Nederland

P. Ottstraat te Schagerbrug. Situering van het plangebied binnen Nederland Legenda Plangebied

Rapport 10257.001 versie 2

Figuur 2. Detailkaart van het plangebied

P. Ottstraat te Schagerbrug. Detailkaart van het plangebied Legenda Plangebied

Rapport 10257.001 versie 2

Figuur 3. Luchtfoto van het plangebied

P. Ottstraat te Schagerbrug. Luchtfoto van het plangebied Legenda Plangebied

Rapport 10257.001 versie 2

Figuur 4. Situering van het plangebied binnen de archeologische beleidskaart

7

Uit; Soonius & De Groot, 2019.

Rapport 10257.001 versie 2

7

Figuur 5. Situering van het plangebied op paleogeografische kaarten

8

Ibid.

Rapport 10257.001 versie 2

8

Figuur 6. Archeologische Gegevenskaart van het onderzoeksgebied

9

Ibid.

Rapport 10257.001 versie 2

9

Figuur 7. Situering van het plangebied binnen de Kadastrale Minuut van 1826

10

Ibid.

Rapport 10257.001 versie 2

10

Figuur 8. Boorpuntenkaart

Rapport 10257.001 versie 2

Figuur 9. Resultaten van het booronderzoek, met diepteligging van het Hollandveen

Rapport 10257.001 versie 2

Figuur 10. Dwarsprofiel boring 21-4 (afstand tussen boringen is 45 m)

Rapport 10257.001 versie 2

Figuur 11. Advieskaart

Rapport 10257.001 versie 2

Bijlage 1

Boorprofielen11

1

2

X: Y:

113181,00 534825,00 -0,7

m NAP

X: Y: 0

113163,00 534796,00 -0,7

tuin

m NAP

0

Klei, sterk zandig, zw ak humeus, bruingrijs, Veel gevlekt grijs, omgew erkte grond -100

gras Zand, uiterst fijn, kleiïg, zw ak humeus, bruingrijs, Kb, opgebrachte grond

-100

50

Klei, sterk zandig, blauw grijs, scherp, roestvlekken, kalkloos, opgebrachte grond -150

70

-150 90

110

130

-200

150

110

Zand, uiterst fijn, kleiïg, zw ak humeus, bruingrijs, Weinig gevlekt grijs, omgew erkte grond

115 125

-200

135

Klei, sterk siltig, matig plantenresten houdend, lichtgrijs, Walcheren Laagpakket, scherp, kalkloos

150

Veen, zw ak kleiïg, bruin, Rietveen, Hollandveen Laagpakket, geleidelijk 170

Klei, sterk siltig, matig plantenresten houdend, licht bruingrijs, Wormer Laagpakket, kalkloos

-250

180

Zand, uiterst fijn, matig siltig, matig schelphoudend, lichtgrijs, geleidelijk, kleilagen, kalkrijk Klei, sterk siltig, zw ak plantenresten houdend, licht blauw grijs, Walcheren Laagpakket, geleidelijk, kalkloos Veen, zw ak kleiïg, donker zw artbruin, Rietveen, iets geox, Hollandveen Laagpakket, geleidelijk Veen, zw ak kleiïg, bruin, Rietveen, Hollandveen Laagpakket, geleidelijk Klei, sterk siltig, zw ak humeus, sterk plantenresten houdend, bruingrijs, Wormer Laagpakket, geleidelijk, kalkloos Veen, zw ak kleiïg, bruin, Rietveen, Hollandveen Laagpakket, geleidelijk, kleilagen

200

Klei, sterk siltig, sterk plantenresten houdend, licht bruingrijs, Dieper dan 180 loopt uit guts, Wormer Laagpakket, kalkloos

3

4

X: Y:

113199,00 534798,00 -0,6

m NAP

X: Y: 0

20

113243,00 534796,00 -0,7

grind Zand, zeer grof, zw ak siltig, sterk grindig, donkergrijs, Gestuit op puinlaag, 5 locaties geprobeerd, opgebrachte grond

m NAP

0

gras Klei, sterk zandig, zw ak humeus, bruingrijs, omgew erkte grond

20

Klei, uiterst siltig, lichtgrijs, Walcheren Laagpakket, geleidelijk, zandlagen, roestvlekken: w einig, kalkrijk

-100

-150

110

Klei, uiterst siltig, zw ak humeus, grijs, Walcheren Laagpakket, scherp, roestvlekken: spoor, kalkrijk

-200 140

Veen, zw ak kleiïg, bruin, Riet, Hollandveen Laagpakket, kleilagen

-250

200

11

Dieptes in cm NAP (links) en cm –mv (rechts)

Rapport 10257.001 versie 2

5

6

X: Y:

113263,00 534756,00 -1

-100

m NAP

X: Y: 0

gras Klei, sterk zandig, zw ak humeus, bruingrijs, Veel gevlekt grijs, omgew erkte grond

113224,00 534756,00 -1

-100

m NAP

0

gras Klei, sterk zandig, zw ak humeus, bruingrijs, Zb, omgew erkte grond

30

Klei, uiterst siltig, lichtgrijs, Walcheren Laagpakket, geleidelijk, zandlagen, roestvlekken: w einig, kalkrijk

40 50

-150

Zand, uiterst fijn, matig siltig, licht blauw grijs, scherp, kleilagen, kalkarm

-150

Klei, uiterst siltig, licht blauw grijs, Walcheren Laagpakket, geleidelijk, zandlagen, roestvlekken: w einig, kalkrijk

-200

-200

105

Klei, sterk siltig, zw ak humeus, matig plantenresten houdend, bruingrijs, Walcheren Laagpakket, geleidelijk, kalkrijk 140 150

-250

Klei, uiterst siltig, zw ak humeus, bruingrijs, Wormer Laagpakket, geulvulling, zandlagen, kalkrijk, Geulafzetting

200

-300

155

200

8 113183,00 534756,00 -0,6

m NAP

X: Y: 0

113143,00 534756,00 -0,7

gras

m NAP

0

Klei, sterk zandig, zw ak humeus, bruingrijs, Zb, omgew erkte grond

30 40

-100

Zand, matig grof , zw ak siltig, lichtgrijs, opgebrachte grond Klei, uiterst siltig, zw ak schelphoudend, lichtgrijs, Walcheren Laagpakket, geleidelijk, zandlagen, kalkrijk

55

Klei, uiterst siltig, matig schelphoudend, lichtgrijs, Walcheren Laagpakket, geleidelijk, roestvlekken: w einig, kalkrijk

gras Zand, matig fijn, kleiïg, zw ak humeus, bruingrijs, Kb, opgebrachte grond

-100

-150

Klei, sterk siltig, matig plantenresten houdend, blauw grijs, onderin vb, Walcheren Laagpakket, scherp, roestvlekken: spoor, kalkrijk Veen, zw ak kleiïg, bruin, Bosveen, Hollandveen Laagpakket, kleilagen

-300

7 X: Y:

-250

-150 90

95

120

-200 150

165

Klei, sterk siltig, zw ak plantenresten houdend, licht blauw grijs, Walcheren Laagpakket, geleidelijk, zandlagen, kalkrijk Klei, sterk siltig, matig plantenresten houdend, bruingrijs, Vb, zb, Walcheren Laagpakket, geleidelijk, kalkrijk

110 120

-200

Veen, zw ak kleiïg, donkerbruin, Zegge, Hollandveen Laagpakket Veen, zw ak kleiïg, bruin, Riet, Hollandveen Laagpakket

-250

180

-250 200

Rapport 10257.001 versie 2

Veen, zw ak kleiïg, donkerbruin, Zegge, Hollandveen Laagpakket, geleidelijk, kleilagen

150

Klei, sterk siltig, lichtgrijs, Walcheren Laagpakket, scherp, zandlagen, kalkrijk Veen, zw ak kleiïg, bruin, Riet, Hollandveen Laagpakket

Klei, uiterst siltig, licht bruingrijs, Walcheren Laagpakket, scherp, zandlagen, kalkloos

200

Klei, matig siltig, zw ak plantenresten houdend, licht blauw grijs, Wormer Laagpakket, kalkloos

9

10

X: Y:

113123,00 534716,00 -0,6

m NAP

X: Y: 0

113163,00 534716,00 -0,7

bosgrond

m NAP

0

Grind, fijn, sterk zandig, uiterst puinhoudend, roodbruin, Puinlaag

30

Klei, sterk zandig, matig humeus, matig puinhoudend, donker bruingrijs, scherp, omgew erkte grond

-100

gras Klei, sterk zandig, zw ak humeus, zw ak puinhoudend, bruingrijs, Weinig gevlekt grijs, omgew erkte grond

30

-100

Klei, uiterst siltig, licht blauw grijs, Walcheren Laagpakket, zandlagen, roestvlekken: w einig, kalkrijk

60

Klei, sterk siltig, lichtgrijs, Walcheren Laagpakket, geleidelijk, zandlagen, kalkrijk

-150

-150

95

115

130

-200 150 160 170 180

Klei, sterk siltig, licht blauw grijs, Humusvlekken, Walcheren Laagpakket, scherp, zandlagen, kalkrijk

-200 140

170

-250 190

Klei, matig siltig, lichtgrijs, Valt uit guts, Wormer Laagpakket

11 X: Y:

Veen, zw ak kleiïg, zw artbruin, Rv, veraard, Hollandveen Laagpakket, geleidelijk, kleilagen Veen, zw ak kleiïg, bruin, Rv, Hollandveen Laagpakket, geleidelijk

Veen, mineraalarm, donker zw artbruin, Geoxideerd, Hollandveen Laagpakket, kleilagen Veen, mineraalarm, bruin, Riet, Hollandveen Laagpakket

Klei, sterk siltig, zw ak humeus, matig plantenresten houdend, bruingrijs, Walcheren Laagpakket, geleidelijk, kalkloos

200

Klei, sterk siltig, sterk plantenresten houdend, matig riethoudend, licht blauw grijs, Wormer Laagpakket, geleidelijk, kalkloos Veen, zw ak kleiïg, bruin, Hollandveen Laagpakket

12 113203,00 534716,00

-0,8

m NAP

X: Y: 0

-0,9

gras Klei, sterk zandig, zw ak humeus, bruingrijs, omgew erkte grond

113243,00 534716,00 m NAP

0

gras Klei, sterk zandig, zw ak humeus, bruingrijs, Veel gevlekt grijs, omgew erkte grond

-100

-100 30

55

Klei, uiterst siltig, lichtgrijs, Walcheren Laagpakket, geleidelijk, zandlagen, roestvlekken: w einig, kalkrijk

90

Klei, sterk siltig, zw ak humeus, matig plantenresten houdend, bruingrijs, Vb, Walcheren Laagpakket, geleidelijk, roestvlekken: spoor, kalkloos

-150

Klei, sterk siltig, blauw grijs, Walcheren Laagpakket, scherp, veenlagen, kalkloos -200

155

170

Klei, uiterst siltig, lichtgrijs, Walcheren Laagpakket, geleidelijk, zandlagen, roestvlekken: w einig, kalkrijk

-150 70

Klei, sterk siltig, zw ak humeus, matig plantenresten houdend, bruingrijs, Walcheren Laagpakket, scherp, kalkloos 100

-200

120 130

-250

40

120

Klei, sterk siltig, sterk plantenresten houdend, matig riethoudend, licht bruingrijs, Walcheren Laagpakket, scherp, kalkloos Veen, zw ak kleiïg, bruin, Rietveen, Hollandveen Laagpakket, geleidelijk

130

Klei, sterk siltig, sterk plantenresten houdend, licht bruingrijs, Wormer Laagpakket, geleidelijk, kalkloos Veen, zw ak kleiïg, bruin, Rv, Hollandveen Laagpakket, geleidelijk

-250

160

Klei, sterk siltig, sterk plantenresten houdend, lichtgrijs, Wormer Laagpakket, kalkloos

Klei, sterk siltig, sterk plantenresten houdend, matig riethoudend, licht bruingrijs, Dieper dan 170 valt uit guts, Wormer Laagpakket 200

Rapport 10257.001 versie 2

Veen, zw ak kleiïg, zw artbruin, Rietveen, geox, Hollandveen Laagpakket, geleidelijk

13 X: Y:

14 113223,00 534676,00

-1,1

m NAP

X: Y: 0

113183,00 534676,00 -0,7

gras

m NAP

0

Klei, sterk zandig, zw ak humeus, bruingrijs, Veel gevlekt grijs, omgew erkte grond 30

Klei, uiterst siltig, sterk schelphoudend, lichtgrijs, Walcheren Laagpakket, scherp, zandlagen, kalkrijk

-150

Zand, matig grof, sterk siltig, zw ak humeus, donkergrijs, Kb, opgebrachte grond -100

50

70

-200

120

140

-250

Klei, sterk zandig, zw ak humeus, bruingrijs, Zb, scherp, Weinig gevlekt grijs, omgew erkte grond Klei, uiterst siltig, matig schelphoudend, licht blauw grijs, Walcheren Laagpakket, scherp, zandlagen, kalkrijk

-150

100 105 107

gras

Veen, sterk kleiïg, zw art, Veraard, Hollandveen Laagpakket, geleidelijk Klei, sterk siltig, sterk plantenresten houdend, bruingrijs, Wormer Laagpakket, geleidelijk, kalkloos

130

-200

140

Veen, zw ak kleiïg, donkerbruin, Rv, geoxideerde laagjes, Hollandveen Laagpakket

Veen, zw ak kleiïg, donker zw artbruin, Rv geox, Hollandveen Laagpakket Veen, zw ak kleiïg, bruin, Rv, Hollandveen Laagpakket, geleidelijk, kleilagen

Klei, sterk siltig, sterk plantenresten houdend, lichtgrijs, Valt uit guts, Wormer Laagpakket, kalkloos

175

Klei, sterk siltig, sterk plantenresten houdend, licht blauw grijs, Wormer Laagpakket, kalkloos

-250

200

15 X: Y:

16 113143,00 534676,00

-0,6

m NAP

X: Y: 0

113103,00 534676,00 -0,7

gras

m NAP

0

Zand, matig grof , sterk siltig, zw ak humeus, matig puinhoudend, grijs, Kb, opgebrachte grond

bosgrond Klei, sterk zandig, matig humeus, sterk puinhoudend, donker bruingrijs, omgew erkte grond

-100 -100

60

60

Klei, uiterst siltig, licht blauw grijs, Walcheren Laagpakket, geleidelijk, zandlagen, kalkrijk

-150

-150

Klei, sterk zandig, zw ak humeus, zw ak puinhoudend, bruingrijs, Veel gevlekt grijs, omgew erkte grond 85 95

110 120

-200 150 160

-250 200

Rapport 10257.001 versie 2

110

Klei, sterk siltig, lichtgrijs, Walcheren Laagpakket, scherp, kalkloos Veen, zw ak kleiïg, donkerbruin, Geoxideerde laagjes, Hollandveen Laagpakket, geleidelijk, kleilagen

120

-200

130 132 140 145

Klei, uiterst siltig, sterk schelphoudend, Walcheren Laagpakket, geleidelijk, kalkrijk Klei, sterk siltig, Walcheren Laagpakket, geleidelijk, kalkrijk Klei, matig siltig, Walcheren Laagpakket, geleidelijk, kalkloos Veen, zw ak kleiïg, bruin, Rv, Hollandveen, geleidelijk

Klei, uiterst siltig, licht blauw grijs, Wormer Laagpakket, geulvulling, geleidelijk, kalkloos

Klei, matig siltig, zw ak humeus, bruingrijs, Wormer Laagpakket, scherp, kalkloos

Klei, uiterst siltig, zw ak plantenresten houdend, licht blauw grijs, Wormer Laagpakket, geulvulling, zandlagen, kalkrijk

Veen, zw ak kleiïg, zw artbruin, Geox rv, Hollandveen, geleidelijk Klei, sterk siltig, lichtgrijs, Valt uit guts, Wormer Laagpakket, kalkloos

17 X: Y:

18 113083,00 534636,00

-0,8

m NAP

X: Y: 0

113123,00 534636,00 -0,6

bosgrond

m NAP

0

Klei, sterk zandig, matig humeus, matig puinhoudend, donker bruingrijs, omgew erkte grond

-100

gras Zand, matig grof, sterk siltig, zw ak humeus, grijs, Kb, opgebrachte grond

-100 50

50

Klei, sterk siltig, lichtgrijs, Zandbrokken, kalkloos, omgew erkte grond

-150

Zand, matig grof, zw ak siltig, lichtgrijs, opgebrachte grond

85

Zand, uiterst fijn, kleiïg, zw ak humeus, bruingrijs, omgew erkte grond

90

-150

110

-200 130

Klei, sterk siltig, lichtgrijs, Valt uit guts, Wormer Laagpakket, roestvlekken: w einig, kalkloos

110

Klei, uiterst siltig, blauw grijs, Walcheren Laagpakket, scherp, zandlagen, kalkrijk

130

Veen, zw ak kleiïg, donker bruingrijs, Veraard, Hollandveen, geleidelijk, kleilagen

140

-200

150

Klei, uiterst siltig, licht blauw grijs, Wormer Laagpakket, geulvulling, kalkloos Klei, uiterst siltig, licht blauw grijs, Valt uit guts, Wormer Laagpakket, geulvulling, zandlagen, kalkrijk

19 X: Y:

20 113163,00 534636,00

-0,6

m NAP

X: Y: 0

-0,9

gras Zand, matig grof , sterk siltig, zw ak humeus, grijs, opgebrachte grond

113199,00 534636,00 m NAP

0

gras Klei, sterk zandig, zw ak humeus, bruingrijs, Veel gevlekt grijs, omgew erkte grond

-100

30

Klei, sterk zandig, zw ak humeus, bruingrijs, scherp, Weinig gevlekt grijs, omgew erkte grond

-100

40

Klei, sterk siltig, lichtgrijs, Walcheren Laagpakket, scherp, kalkloos

-150 70

Klei, uiterst siltig, licht blauw grijs, Walcheren Laagpakket, geleidelijk, zandlagen, roestvlekken: spoor, kalkrijk

-150

80 90 95 100

-200 125 130

-200 155 160

180

-250 200

Rapport 10257.001 versie 2

Klei, sterk siltig, matig schelphoudend, blauw grijs, Walcheren Laagpakket, scherp, zandlagen, kalkrijk Veen, zw ak kleiïg, donkerbruin, Rv iets geox, Hollandveen

Veen, mineraalarm, bruin, Bosveen, Hollandveen, geleidelijk Klei, sterk siltig, sterk plantenresten houdend, licht bruingrijs, Wormer Laagpakket, geleidelijk, kalkrijk Veen, zw ak kleiïg, bruin, Bosveen, Hollandveen, geleidelijk

-250

165

Klei, sterk siltig, sterk plantenresten houdend, licht bruingrijs, Wormer Laagpakket, scherp, kalkloos Veen, zw ak kleiïg, grijsbruin, Rv, Hollandveen

Veen, zw ak kleiïg, bruin, Rv, Hollandveen, geleidelijk Klei, sterk siltig, sterk plantenresten houdend, licht bruingrijs, Wormer Laagpakket, kalkloos

Veen, mineraalarm, zw artbruin, Bosveen geoxideerd, Hollandveen

200

21 X: Y:

22 113143,00 534596,00

-0,7

m NAP

X: Y: 0

-0,9

gras Klei, sterk zandig, zw ak humeus, grijs, scherp, Weinig gevlekt grijs, omgew erkte grond

113105,00 534599,01 m NAP

0

gras Klei, sterk zandig, zw ak humeus, bruingrijs, omgew erkte grond

-100

-100

50

50

Klei, sterk siltig, lichtgrijs, Walcheren Laagpakket, geleidelijk, roestvlekken: spoor, kalkloos -150

-150

60 65 70

Klei, sterk siltig, donkergrijs, Walcheren Laagpakket, geleidelijk, Weinig gevlekt lichtgrijs, kalkloos

80 90 100

Veen, sterk kleiïg, zw art, Veraard, Hollandveen, scherp Zand, zeer fijn, sterk siltig, matig plantenresten houdend, licht bruingrijs, Wormer geulafzetting, kleilagen, kalkloos

Klei, uiterst siltig, lichtgrijs, Wormer Laagpakket, geleidelijk, zandlagen, kalkloos

-200

Klei, sterk zandig, zw ak plantenresten houdend, licht blauw grijs, Wormer geulafzetting, kleilagen, kalkloos

Zand, zeer fijn, sterk siltig, licht blauw grijs, Wormer geulafzetting, kleilagen, kalkrijk

-200

-250

-250

200

Rapport 10257.001 versie 2

Klei, matig siltig, lichtgrijs, Walcheren Laagpakket, geleidelijk, roestvlekken: spoor, kalkloos

200

Legenda (conform NEN 5104) grind

klei

geur

Grind, siltig

Klei, zwak siltig

Grind, zwak zandig

Klei, matig siltig

geen geur zwakke geur matige geur sterke geur

Grind, matig zandig

Klei, sterk siltig

Grind, sterk zandig

Klei, uiterst siltig

Grind, uiterst zandig

Klei, zwak zandig

uiterste geur

olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie matige olie-water reactie sterke olie-water reactie

Klei, matig zandig

Klei, sterk zandig

zand

uiterste olie-water reactie

p.i.d.-waarde >0

Zand, kleiïg

>1 >10

Zand, zwak siltig

>100

leem

>1000

Zand, matig siltig

Leem, zwak zandig

>10000

Zand, sterk siltig

Leem, sterk zandig

monsters geroerd monster

Zand, uiterst siltig

overige toevoegingen zwak humeus

veen Veen, mineraalarm

matig humeus

Veen, zwak kleiïg

sterk humeus

Veen, sterk kleiïg

zwak grindig

Veen, zwak zandig

matig grindig

Veen, sterk zandig

sterk grindig

ongeroerd monster volumering

overig bijzonder bestanddeel Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand Gemiddeld laagste grondwaterstand slib

water

Rapport 10257.001 versie 2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14680695/1