Bijlage 4 - Nader bodemonderzoek
Tekst van het document
PROJECT 27073 NADER BODEMONDERZOEK ZUIDERWEG 6 TE SCHAGEN
Vestiging Kamerik Nijverheidsweg 7 3471 GZ Kamerik t 0348 402103 Vestiging Heerhugowaard Galileistraat 69 1704 SE Heerhugowaard t 072 5729457 Vestiging Steenwijk Oevers 16 8331 VC Steenwijk t 0521 521924 www.grondslag.nl
bodemonderzoek | saneringsbegeleiding | partijkeuringen | waterbodemonderzoek | arbo/veiligheid | wegenbouwadvies
Project 27073
Titel
Nader bodemonderzoek Zuiderweg 6 te Schagen
Projectleider
Mevr. J.J. Schenk MSc
Controle
Dhr. Ing. R.A.F. Groot
Datum rapport
11 februari 2019 – definitief
Opdrachtgever
Soelaas Milieuadviezen Karekiet 2 1902 KD Castricum
Contactpersoon
Dhr. B. Stuive
Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen die zijn opgesteld in de BRL SIKB 2000. Grondslag is door KIWA gecertificeerd voor het verrichten van “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek” conform deze BRL. Grondslag BV is als opdrachtnemer onafhankelijk van de opdrachtgever. Tussen beide bestaat geen relatie als bedoeld in paragraaf 3.1.7 van de BRL SIKB 2000.
Project 27073
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING EN DOEL
1
2
LOCATIEGEGEVENS 2.1 Algemeen 2.2 Huidige en toekomstige situatie 2.3 Historie tot op heden 2.4 Voorgaand onderzoek 2.5 Regionale bodemopbouw en geohydrologie 2.6 Onderzoeksopzet / conceptueel model
2 2 2 2 4 6 7
3
BESCHRIJVING VELDWERK 3.1 Uitvoering 3.2 Resultaten 3.2.1 Grond 3.2.2 Grondwater
9 9 9 9 11
4
ONDERZOEKSRESULTATEN 4.1 Brandstofverontreiniging 4.1.1 Analyses grond 4.1.2 Analyses grondwater 4.2 Creosoot/carbolineum verontreiniging 4.2.1 Analyses grond 4.2.2 Analyses grondwater
13 13 13 14 15 15 17
5
VERONTREINIGINGSSITUATIE 5.1 Brandstof verontreiniging 5.1.1 Verontreiniging in grond 5.1.2 Verontreiniging in grondwater 5.2 Creosoot/carbolineum verontreiniging 5.2.1 Verontreiniging in grond 5.2.2 Verontreiniging in grondwater 5.3 Ernst van de verontreiniging 5.4 Spoedeisendheid van de sanering 5.5 Conceptueel model
23 23 23 23 24 24 24 25 25 26
6
CONCLUSIES
27
BIJLAGEN BIJLAGE I BIJLAGE II BIJLAGE III-a BIJLAGE III-b BIJLAGE IV BIJLAGE V BIJLAGE VI
: Kaartmateriaal : Boorbeschrijvingen : Toetsingstabellen brandstof verontreiniging : Toetsingstabellen creosoot/carbolineum verontreiniging : Analysecertificaten : Afleiding spoedeisendheid sanering Sanscrit : Toetsingskader & Verklarende woordenlijst
1
1
Project 27073
INLEIDING EN DOEL Door Soelaas Milieuadviezen is aan Grondslag opdracht verleend voor het uitvoeren van een nader bodemonderzoek op het perceel Zuiderweg 6 te Schagen. De aanleiding tot het uitvoeren van het nader bodemonderzoek zijn de resultaten van het actualisatie bodemonderzoek uit 2017, waarbij twee verontreinigingen zijn aangetoond. De ene verontreiniging betreft een verontreiniging met minerale olie en vluchtige aromaten in de grond en het grondwater op het noordelijke deel van het terrein. De andere verontreiniging betreft een verontreiniging met minerale olie en PAK in de grond en het grondwater op het zuidelijke deel van het terrein. Het doel van het nader onderzoek is: - het achterhalen van de oorzaak van de verontreiniging; - het bepalen van de omvang in horizontale en verticale richting van de aanwezige verontreinigingen in grond en grondwater; - het vaststellen of er sprake is van een 'geval van ernstige bodemverontreiniging' in het kader van de Wet Bodembescherming (Wbb); - het vaststellen van een eventuele spoedeisendheid van sanering. De opzet en uitvoering van het nader onderzoek is gebaseerd op de NTA 5755 (‘strategie voor het uitvoeren van nader onderzoek - onderzoek naar de aard en omvang van bodemverontreiniging’).
De bepaling van de spoedeisendheid van sanering vindt plaats op basis van de ‘Circulaire Bodemsanering per 1 juli 2013’ en de webapplicatie Sanscrit.
2
2
Project 27073
LOCATIEGEGEVENS Met het actualisatie onderzoek is reeds een vooronderzoek conform NEN 5725 uitgevoerd, waarbij het niveau van een ‘standaard vooronderzoek’ is gehanteerd. Deze gegevens zijn opgenomen in deze rapportage. Bij een nader bodemonderzoek wordt formeel een vooronderzoek op het niveau ‘uitgebreid’ voorgeschreven. Ten opzichte van het standaardniveau, richt een uitgebreid vooronderzoek zich alleen op het verzamelen van informatie die relevant is voor een afweging van eventuele risico’s en saneringsmogelijkheden. Aangezien bij deze aspecten de uitkomsten van het nader onderzoek bepalend zijn (aard, mate, omvang, voorkomen van verontreiniging), kan hierop pas na afronding van het nader onderzoek worden ingegaan. De benodigde gegevens zijn verwerkt in hoofdstuk 5.
2.1
Algemeen In tabel 2.1 zijn de algemene gegevens van de onderzoekslocatie weergegeven. Tabel 2.1: Gegevens onderzoekslocatie
2.2
Locatieadres
Zuiderweg 6 te Schagen
Ligging locatie: gemeente provincie
Schagen Noord-Holland
Oppervlakte
10.610 m2
Kadastrale aanduiding: gemeente sectie nummer
Schagen C 1207, 2446 en 2447 (geheel) en 2828 (gedeeltelijk)
X-coördinaat Y-coördinaat
115.630 532.936
Bevoegd gezag:
Regionale Uitvoeringsdienst Noord-Holland Noord
Huidige en toekomstige situatie Op het terrein van de Zuiderweg 6 is de firma Oudshoorn Schagen BV gevestigd. De locatie is circa een meter lager gelegen ten opzichte van de rijbaan en fietspad van de Zuiderweg. Het buitenterrein is grotendeels verhard met asfalt op een puinlaag. De puinlaag heeft een wisselende dikte van 0,15 tot 1,5 m en is asbesthoudend. Plaatselijk zijn klinkers, tegels of een kleine groenstrook aanwezig. De panden zijn voorzien van betonvloeren of betonplaten. Op de Zuiderweg 4 is het bijbehorende woonhuis aanwezig. Rondom de woning is een tuin aanwezig, de oprit is verhard met mijnsteen. De regionale ligging van de locatie is weergegeven in bijlage I. Men is voornemens de huidige bedrijfsactiviteiten op de locatie te staken en andere bedrijfsmatige activiteiten te starten. De bestemming blijft bedrijfsmatig.
2.3
Historie tot op heden Overzicht van de gebruiksgeschiedenis van de locatie: < 1919: landbouwgrond 1919-1951: Schagense Houthandel NV 1952-heden: Oudshoorn en Zijlstra, later Oudshoorn aannemingsbedrijf NV en BV, momenteel Oudshoorn Schagen BV
3
Project 27073
Met een van de voorgaande onderzoeken is uitgebreid historisch onderzoek uitgevoerd (Inventariserend bodemonderzoek Zuiderweg 6 te Schagen, HB Milieukundig en Cultuurtechnisch Adviesbureau, kenmerk: 0582-A1, d.d. 07-09-2001). Hieruit komen diverse activiteiten naar voren die kunnen leiden tot het ontstaan van bodemverontreiniging. Dit betreffen onder andere slootdempingen, brandstoftanks en terreinophogingen. Voor een uitgebreide historische omschrijving wordt verwezen naar het rapport uit 2001. Hieronder zijn de belangrijkste punten opgenomen. Ter plaatse van de huidige vloeistofdichte betonvloer (noordwestzijde van de locatie) heeft in het verleden een dieseltank gelegen. Deze tank was in de jaren ’60 in eigen beheer verwijderd. Ter plaatse van de huidige bovengrondse dieseltank was in die tijd het pompeiland aanwezig onder een overkapping. Na verwijdering van de tank zijn onder de overkapping naast het pompeiland twee nieuwe ondergrondse tanks geplaatst (witte gasolie en benzine). Totaal waren drie afleverpompen aanwezig. In 1993 zijn deze tanks vervangen voor bovengrondse tanks. In 2015 zijn deze bovengrondse tanks verwijderd en is één bovengrondse dieseltank geplaatst. Hierbij zijn de destijds aanwezige betonplaten vervangen voor een vloeistofdichte betonvloer. Hiernaast is een olie-waterafscheider aanwezig.
Aan de westzijde van de ingang van het terrein is in het verleden waarschijnlijk een benzinetankinstallatie met aftapinrichting aanwezig geweest. De exacte ligging en eventuele toebehoren zijn onbekend. In 1929 is hiervoor een vergunningaanvraag ingediend en in 1964 is de pomp vervangen. In de milieuvergunning van 1992 stond aangegeven dat het een 6.000 L rode-gasolietank betrof. De afleverpomp was inmiddels aanwezig bij de overige brandstoftanks. Vermoedelijk is rond 1992 de tank in eigen beheer verwijderd. In 1995 heeft op het achter terrein een lekkage van een mobiele olietank plaatsgevonden. Hierbij is olie in het oppervlaktewater gestroomd. De ontstane verontreiniging is gesaneerd. Verspreid over het terrein hebben diverse vaten gestaan met afval en oliën. Op het zuidwestelijke deel van het terrein hebben vaten met carbolineum opgeslagen gestaan ten behoeve van het teren van houten hoogspanningsmasten. Op de locatie hebben tevens werkzaamheden aan asbestcementbuizen plaatsgevonden. Hierdoor kunnen restanten in het aanwezige puin onder het asfalt terecht zijn gekomen alvorens het asfalt is aangebracht. Op het westelijke deel van de opslaglocatie heeft verbranding van afval en kabels plaatsgevonden. Op de locatie is een puinverharding aanwezig. De herkomst van het puin is niet bekend. Het westelijke deel van het terrein was reeds voor 1974 verhard met puin en asfalt.
Het oostelijke deel van het terrein is tussen 1974 en 2001 verhard met puin en asfalt. Het exacte moment is niet bekend, maar zal vermoedelijk voor 1993 zijn. Het puin is daarmee verdacht op het voorkomen van asbest. Uit informatie van www.bodemloket.nl blijkt dat op het perceel diverse bodemonderzoeken zijn verricht, zie paragraaf 2.4. In de nabije omgeving zijn geen grootschalige gevallen van bodemverontreiniging bekend.
4
Project 27073
De locatie bevindt zich binnen zone “Overige woongebieden (recentere bebouwing) en bedrijven + buitengebied (Den Helder, Hollands Kroon en Schagen) (B5/O2)” van de bodemkwaliteitskaart van de gemeenten Den Helder, Hollands Kroon en Schagen (d.d. 04-072017). In de bovengrond van deze zone overschrijdt de 95-percentielwaarde voor kobalt, kwik, lood, nikkel, zink, PAK en PCB de (generieke) achtergrondwaarde. In de ondergrond overschrijdt de 95-percentielwaarde voor kobalt, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink, PAK en PCB de (generieke) achtergrondwaarde. 2.4
Voorgaand onderzoek Op de locatie zijn de volgende (bodem)onderzoeken uitgevoerd: 1) Nader bodemonderzoek ter plaatse van de voormalige dieseltanks Zuiderweg 6 te Schagen, HB Milieukundig en Cultuurtechnisch Adviesbureau, kenmerk: 582-NO, d.d. 17-07-1996; 2) Inventariserend bodemonderzoek Zuiderweg 6 te Schagen, HB Milieukundig en Cultuurtechnisch Adviesbureau, kenmerk: 0582-A1, d.d. 07-09-2001; 3) Indicatief onderzoek puin ophooglaag en beoordeling asfaltverharding Zuiderweg 6 te Schagen, HB Adviesbureau, kenmerk: 0582-A2, d.d. 20-12-2001; 4) Inventariserend en aanvullend bodemonderzoek Zuiderweg 6 te Schagen, HB Adviesbureau, kenmerk: 0582-A2, d.d. 20-12-2001; 5) Aanvullend bodemonderzoek Zuiderweg 6 te Schagen, HB Adviesbureau, kenmerk: 0582-B1, d.d. 07-07-2009; 6) Actualisatie bodem- en fundatieonderzoek Zuiderweg 4 en 6 te Schagen, Grondslag, kenmerk: 27073, d.d. 23-06-2017; 7) (Raam)saneringsplan Zuiderweg 6 te Schagen, Grondslag, kenmerk: 27073, d.d. 2707-2017; 8) Beschikking ernst en spoed en instemming saneringsplan, Regionale Uitvoeringsdienst Noord-Holland Noord, locatiecode: GN044101220, zaaknummer: RUD17.227047, d.d. 02-10-2017. Het eerste onderzoek is uitgevoerd op het noordwestelijk deel van het terrein ter plaatse van de voormalige en huidige dieseltank(s) en bij de ingang van het terrein.
In de grond zijn lichte tot matige verhogingen aan minerale olie aangetoond. In het grondwater is hoogstens een lichte verhoging aan xylenen gemeten ter plaatse van de ingang van het terrein. Met het tweede onderzoek is uitgebreid historisch onderzoek uitgevoerd, zie paragraaf 2.3. Met het derde onderzoek is met behulp van een PAK-marker vastgesteld dat het aanwezige asfalt teerhoudend is. Tevens is de puinverharding over het algemeen niet herbruikbaar als bouwstof, als gevolg van verhogingen aan minerale olie en/of PAK. Aan de noordzijde van het perceel, bij de ingang van het terrein, is in de puinverharding een mogelijke creosoot- of olieverontreiniging aangetroffen in de verhardingslaag. De puinverharding heeft een dikte van 0,5 tot 1,5 m-mv. Met het vierde en vijfde onderzoek is ten zuiden van hal II onder de puinverharding in de bodem een olie- en PAK-verontreiniging aangetroffen in zowel de grond als het grondwater. Op het overige terrein zijn in het grondwater eveneens diverse sterke verhogingen aan minerale en/of vluchtige aromaten aangetoond. In de grond zijn overwegend lichte verhogingen aangetoond. In de grond onder de puinverharding zijn over het algemeen lichte verhogingen aan zware metalen, minerale olie en PAK aangetoond.
5
Project 27073
Met het actualisatie onderzoek zijn twee verontreinigingen vastgesteld, namelijk: een brandstofverontreiniging op het noordelijke deel van het terrein en een creosootverontreiniging op het zuidelijk deel van het terrein. Brandstofverontreiniging t.p.v. vml. pompeiland Aan de noordkant van het pompeiland zijn ter plaatse van boring 237 (1,5-1,8 m-mv) sterke verhogingen aan benzeen, ethylbenzeen en xylenen aangetoond. Daarnaast zijn lichte verhogingen aan minerale olie, naftaleen, styreen en tolueen aangetoond. Op basis van het oliechromatogram wordt de verhoging aan minerale olie veroorzaakt door benzine. Visueel is in de bodem van 1,0 tot 1,8 een sterke brandstofgeur waargenomen. Van 1,8 tot 3,3 m-mv (einddiepte boring) is een matige brandstofgeur waargenomen. In het grondwater (2,3-3,3 m-mv) zijn sterke verhogingen aan benzeen, ethylbenzeen, naftaleen en xylenen aangetoond. Daarnaast zijn lichte verhogingen aan minerale olie, styreen en tolueen aangetoond. Op een afstand van circa 20 meter rondom boring 237 zijn visueel geen verontreinigingen met brandstof waargenomen. Hierdoor zal de verontreiniging van beperkte omvang zijn. Echter moet het nader onderzoek uitwijzen of sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging.
Creosootverontreiniging Op de achterzijde van het terrein is achter hal II een sterke verontreiniging met minerale olie en PAK in zowel de grond als het grondwater aangetoond in de bodemlaag onder de verhardingslaag. In de verhardingslaag is ter plaatse van boring 222 teer waargenomen. De grond is hier op een diepte van 0,7-1,0 m-mv sterk verontreinigd. Vanaf 1,3 m-mv zijn geen verhogingen aan minerale olie en/of PAK aangetoond. In het grondwater ter plaatse van peilbuis 222 (1,7-2,7 m-mv) is het grondwater sterk verontreinigd met minerale olie, benzeen, naftaleen en (som) PAK. Op basis van het oliechromatogram wordt de verhoging aan minerale olie veroorzaakt door creosoot/koolteer. Ter plaatse van de peilbuizen 220 (1,2-2,2 m-mv) en 223 (1,9-2,9 m-mv) zijn eveneens sterke verhogingen aan minerale olie en/of (som en individueel) PAK aangetoond. Met de uitvoering van het nader onderzoek dient de omvang beter in kaart gebracht te worden. Overig terreindeel In de bovengrond rondom de verharding en de bodemlaag onder de verharding zijn lichte tot sterke verhogingen aan zware metalen aangetoond. Daarnaast zijn lichte tot matige verhogingen aan minerale olie en PAK aangetoond. Uit de oliechromatogrammen volgt dat de verhoging aan olie veroorzaakt wordt door PAK en teerhoudende bitumen. Hiermee kan worden gesteld dat deze verontreiniging immobiel is.
In het grondwater zijn hoogstens lichte verhogingen aan barium, molybdeen, naftaleen en xylenen aangetoond. De bovengrond rondom de verharding en de bodemlaag onder de verharding is heterogeen sterk verontreinigd met zware metalen en PAK. De aanwezige puinlaag is heterogeen verontreinigd met asbest.
6
2.5
Project 27073
Regionale bodemopbouw en geohydrologie De gegevens met betrekking tot de bodemopbouw en geohydrologie (tabel 2.2) zijn afkomstig van de digitale Grondwaterkaart van Nederland (kaartdeel Provincie Noord-Holland, TNONITG, 2003). Tabel 2.2: Regionale bodemopbouw Diepte (m-mv)
samenstelling
Formatie
Geohydrologische eenheid
0-20
Complexe eenheid: afwisseling zand, klei en veen
Holocene afzettingen
Slecht doorlatende deklaag
20-34
Zand, zeer fijn tot matig grof, zwak tot sterk siltig, lokaal zwak tot sterk grindhoudend.
Kreftenheye
Goed doorlatende zandlagen
34-46
Zand, fijn tot matig grof en klei, kalk- en schelphoudend
Eem, Drente
Slecht doorlatende lagen
46-108
Matig fijn tot uiterst grof zand, zwak tot sterk grindhoudend.
Urk, Appelscha
Goed doorlatende zandlagen
108-258
Matig grof tot uiterst grof zand, plaatselijk grindhoudend. Sporen klei en veen.
Peize
Goed doorlatende zandlagen
>252
Matig fijn tot matig grof schelphoudend zand, afgewisseld met zandige klei.
Maassluis, Oosterhout, Breda
Geohydrologische basis Wisseling goed doorlatende zandlagen en slecht doorlatende kleilagen.
Grondwater De hoogte van het maaiveld in de omgeving van de locatie varieert tussen circa 1,0 m+NAP ter plaatse van de doorgaande Zuiderweg en 0,5 m-NAP ten zuiden van de Zuiderweg. De stijghoogte van het eerste watervoerend pakket bedraagt circa 1,5 m-NAP. Uit de isohypsenkaart wordt afgeleid dat de regionale grondwaterstroming van het eerste watervoerend pakket oostelijk is gericht. Het freatisch grondwater is tijdens het onderhavig onderzoek vastgesteld op een diepte van globaal 0,85 m-mv. Er kan geen eenduidige grondwaterstromingsrichting voor het freatisch grondwater worden vastgesteld. Deze wordt beïnvloed door lokaal aanwezig oppervlaktewater. De onderzoekslocatie bevindt zich niet in een grondwaterwingebied. Wel is op de locatie tussen de wasplaats en de sloot een kleine bronpompinstallatie aanwezig met een diepte van circa 30 m. Het onttrokken water is voor eigen gebruik en van beperkte omvang (<10 m3 per week). Daarnaast is aan het begin van de jaren ’70 een waterput aanwezig geweest tussen het kantoor en de zagerij.
7
2.6
Project 27073
Onderzoeksopzet / conceptueel model Voorafgaand aan het nader onderzoek is conform de NTA 5755 een conceptueel model opgesteld. Het doel van het conceptueel model is om voorafgaand aan het nader onderzoek, aan de hand van een aantal onderzoeksvragen en een schematische weergave, een beter inzicht te krijgen in de te verwachten verontreinigingssituatie. A: brandstofverontreiniging t.p.v. voormalig pompeiland Ter plaatse van de aangetoonde verontreiniging heeft in het verleden een pompeiland gestaan. Na uitvoering van het actualisatie onderzoek is gebleken dat de aanwezigheid van het pompeiland heeft geleid tot een verontreiniging van de bodem. De verontreiniging zal vanaf het maaiveld de bodem in zijn gezakt. Ter hoogte van de grondwaterstand zal de verontreiniging zich met de stroming van het grondwater hebben verspreid. Met betrekking tot de mogelijke verontreinigingssituatie worden de volgende aspecten meegenomen in de opzet van het nader onderzoek: 1. In het actualisatie onderzoek is zowel verontreiniging met aromaten in de grond als in het grondwater aangetoond. De onderzoeksvraag die beantwoord dient te worden is welk volume grond en grondwater verontreinigd is. Tevens is nader inzicht in de aanwezige gehalten gewenst. Er is momenteel geen drijflaag aangetoond. In verband met het aangetoonde gehalte minerale olie is de verwachting dat een drijflaag niet aanwezig is.
Middels het nader onderzoek zal de afwezigheid van een drijflaag nogmaals geverifieerd worden. 2. Op basis van de geohydrologische gegevens is geen duidelijke grondwaterstromingsrichting voor het freatische grondwater aanwezig. De onderzoeksvraag die beantwoord dient te worden is in hoeverre mogelijk pluimvorming heeft opgetreden in het grondwater. 3. In grond- en grondwater zijn vluchtige aromaten aangetoond. Vluchtige aromaten kunnen, leiden tot blootstellingsrisico’s. Na het bepalen van de verontreinigingssituatie is het van belang om eventuele blootstellingsrisico’s te bepalen. Mogelijke risico’s kunnen zijn uitdamping naar de buitenlucht. B: creosoot/carbolineumverontreiniging De locatie is gelegen op achterste deel van het terrein. Het is bekend dat in het verleden op dit gedeelte (achter en achterin hal II) houten bielzen werden behandeld met creosoot waarbij ze hier lagen uit te lekken. Met het actualisatie onderzoek is in zowel de grond als het grondwater een sterke verontreiniging met minerale olie en PAK aangetoond. De verontreiniging is naar verwachting te relateren aan de uit lekkende bielzen waarbij puur product op de bodem terecht is gekomen. Het pure product van creosoot is zwaarder dan water en zakt hierdoor de diepte in. Hierbij zakt het niet als één geheel, maar in diverse kleine ophopingen.
Met de tijd lost het puur product langzaam op in het grondwater en verspreid zich dan met de stroming van het grondwater en vormt een pluim. De verwachting is dat de verontreiniging diffuus en heterogeen van aard is, waarbij ter plaatse van de achterzijde van hal II een zone met de hoogste gehalten aanwezig is. Tijdens voorgaand onderzoek is vastgesteld dat de verhogingen met minerale olie veroorzaakt worden door creosoot/koolteer. Het betreft derhalve een mobiele olieverontreiniging.
8
Project 27073
De volgende aspecten meegenomen in de opzet van het nader onderzoek: 1. Tot hoever heeft het pure product zich zichtbaar verspreid ter plaatse van de bronlocatie. 2. In hoeverre is mogelijke pluimvorming in het grondwater opgetreden. 3. Zijn er risico’s verbonden aan de aanwezigheid van de verontreiniging als het gaat om mens, natuur en verspreiding.
Project 27073
9
3
BESCHRIJVING VELDWERK
3.1
Uitvoering Het verrichten van de boringen, het plaatsen van de peilbuizen en het bemonsteren van het grondwater heeft plaatsgevonden in diverse fases. De verrichte werkzaamheden tijdens het nader onderzoek zijn samengevat in tabel 3.1. Tabel 3.1: verrichte werkzaamheden Verrichting
Datum
Persoon
Geldend boringen protocol
Peilbuizen (afperkingsrichting)
2001
261 (verticaal) 259, 260, 262 en 263 (horizontaal)
Grondwatermonstername 28 september 2017 Dhr. N. Klercq
2002
259 t/m 263
Verrichten boringen en 16 januari 2018 plaatsen peilbuizen
Dhr. R.B. Hager
2001
Grondwatermonstername 1 februari 2018
Dhr. J. Schipper
2002
Verrichten boringen en 20 en 21 Dhr. P. Hegeman plaatsen peilbuizen september 2017
2001
245, 246, 251, 222A (verticaal) 252, 254, 255, 241 t/m 244, 247 t/m 250, 253, 257 256, 258 (horizontal)
Grondwatermonstername 28 september 2017 Dhr. N. Klercq
2002
220, 222A, 223, 241 t/m 244, 247, 248, 249, 253, 257
Verrichten boringen en 16 januari 2018 plaatsen peilbuizen
Dhr. R.B. Hager
2001
Grondwatermonstername 1 februari 2018
Dhr. J. Schipper
2002
305, 306, 307, 309 t/m 313
Dhr. P.N.M. Boots
2001
401 (verticaal) 402 t/m 411 (horizontaal)
Grondwatermonstername 21 maart 2018
Dhr. R.B. Hager
2002
401 t/m 411
Grondwatermonstername 10 april 2018
Dhr. J. Schipper
2002
211, 402, 403 (herbemonstering)
1 oktober 2018
Dhr. R.B. Hager
2001
412 (verticaal) 413 t/m 421 (horizontaal)
Grondwatermonstername 10 oktober 2018
Dhr. J. Schipper
2002
229, 234, 236, 303, 412 t/m 421
Noord – brandstofverontreiniging Plaatsen peilbuizen
20 en 21 Dhr. P. Hegeman september 2017
300
301 t/m 304 (horizontaal)
301 t/m 304
Zuid – creosoot/carbolineum verontreiniging
Plaatsen peilbuizen
Plaatsen peilbuizen
14 maart 2018
308
305, 306, 307, (horizontaal)
309
t/m
313
De ligging van boringen en peilbuizen van het nader onderzoek is weergegeven in bijlage I. In de tekening zijn tevens de boringen en peilbuizen van het voorgaande onderzoek opgenomen. 3.2
Resultaten
3.2.1 Grond Bodemopbouw Ter plaatse van het buitenterrein is asfalt op een puinlaag aanwezig. De gezamenlijke dikte varieert van 0,3 tot 1,4 m (gemiddeld 0,75 m). Inpandig is wisselend enkel beton van circa 0,15 m dik of ook een puinlaag met wisselende dikte aanwezig. Onder de verhardingslagen en vanaf het maaiveld bij de onverharde delen bestaat de bodem tot een diepte van circa 1,5 m-mv afwisselend uit zand en klei. Hieronder bestaat de bodem
Project 27073
10
tot een diepte van minimaal 8,5 m-mv uit zand. Ter plaatse van boring 416 is op een diepte van 1,8-2,1 m-mv een veenlaag aangetroffen. De boorprofielen zijn weergegeven in bijlage II. Zintuiglijke waarnemingen grond Ter plaatse van boring 418 is op een diepte van 1,2-1,3 m-mv een matig slibhoudende laag aangetroffen. In deze laag is een plastic zak aangetroffen. Tevens is matige olie-waterreactie waargenomen. Ter plaatse van boring 302 is op een diepte van 1,7-2,0 m-mv een sterk slibhoudende laag en ter plaatse van boring 301 (1,7-2,0 m-mv) is een zwak slibhoudende laag aangetroffen. Deze slibhoudende laag in de diverse boringen duidt op de aanwezigheid van een voormalige sloot aan de noordzijde van het perceel. In de grond wordt tot een globale diepte van 1,0 m-mv bijmenging aan baksteen, kolen, asfalt, beton, kalksteen, glas en/of aardewerk aangetroffen. Plaatselijk is de bijmenging tot grotere diepte aanwezig. In tabel 3.2 zijn de zintuiglijke waarnemingen aan grond weergegeven voor zover van toepassing op de aanwezigheid van een verontreiniging met mobiele stoffen. Tabel 3.2: Waarnemingen grond Boring
Diepte (m-mv)
Bodemtype
Waarneming Geur
Olie-waterreactie
222-A
0,40 - 0,80 0,80 - 1,00
Zand zand
carbolineumgeur+ carbolineumgeur+
olie-waterreactie+ olie-waterreactie+
241
0,40-0,70 0,70-1,10 1,10-2,30
Klei Klei Zand
carbolineumgeur+ carbolineumgeur+
olie-waterreactie+ olie-waterreactie++ olie-waterreactie+
242
0,80-0,90 0,95-1,20
Zand Klei
carbolineumgeur+ carbolineumgeur+
olie-waterreactie+ olie-waterreactie+
253
1,50-2,00
Zand
brandstofgeur++
olie-waterreactie+
255
0,40-0,70
Zand
carbolineumgeur++
olie-waterreactie+
259
0,40-0,60 0,60-1,10 1,10-1,50 1,50-1,70 1,70-2,00 2,00-2,30
Zand Klei Klei Zand Zand Zand
brandstofgeur+ brandstofgeur+ brandstofgeur+ brandstofgeur+ brandstofgeur+ brandstofgeur+
olie-waterreactie+ olie-waterreactie+ olie-waterreactie+ olie-waterreactie+
260
0,40-0,70 0,70-1,00 1,00-1,20 1,20-1,40 1,40-1,80 1,80-2,20
Zand Klei Zand Klei Klei Zand
brandstofgeur+ brandstofgeur+ brandstofgeur+ brandstofgeur+ brandstofgeur+ brandstofgeur+
olie-waterreactie+ olie-waterreactie+ olie-waterreactie+ olie-waterreactie+ olie-waterreactie+ olie-waterreactie+
261
0,40-0,70 0,70-1,00 1,00-1,30
Klei Klei Klei
brandstofgeur+ brandstofgeur+ brandstofgeur+
olie-waterreactie+
263
0,70-1,10 1,10-1,40 1,40-2,00
Zand Zand Zand
brandstofgeur++ brandstofgeur+ brandstofgeur+
olie-waterreactie+
305
1,70-2,30 2,30-2,50
Klei Zand
carbolineumgeur++ carbolineumgeur+
olie-waterreactie++
307
1,20-1,90 1,90-2,50
Zand Zand
carbolineumgeur+ carbolineumgeur+
olie-waterreactie+ olie-waterreactie+
309
0,70-0,90
Klei
olie-waterreactie++
Project 27073
11
Boring
Diepte (m-mv)
Bodemtype
Waarneming Geur
Olie-waterreactie
313
0,70-1,00 1,00-1,50 1,50-2,00 2,00-2,20
Klei Klei Zand Zand
carbolineumgeur++ carbolineumgeur+++ carbolineumgeur+++ carbolineumgeur+++
olie-waterreactie++ olie-waterreactie++++ olie-waterreactie++ olie-waterreactie++
401
0,40-0,80 0,80-1,50 1,50-4,00
Zand Klei Zand
brandstofgeur++ brandstofgeur+++
olie-waterreactie++ olie-waterreactie+++ olie-waterreactie++
412
1,00-1,50 1,50-2,20 2,20-3,00
Klei Zand Zand
carbolineumgeur+++ carbolineumgeur+
olie-waterreactie+++ olie-waterreactie++ olie-waterreactie++
413
1,10-1,40 1,40-1,90
Zand Zand
brandstofgeur+ brandstofgeur+
olie-waterreactie+ olie-waterreactie+
414
1,40-2,60
Zand
brandstofgeur++
olie-waterreactie+
418
1,20-1,30
Zand
421
0,80-1,10
Klei
olie-waterreactie++ brandstofgeur+
olie-waterreactie+
Waarneming: + (sporen/zwak), ++ (matig), +++ (sterk), ++++ (uiterst) De geurwaarnemingen zijn niet tot stand gekomen door 'actieve' waarnemingen
3.2.2 Grondwater De grondwaterstanden gemeten tijdens grondwatermonstername, de resultaten van de veldmetingen en de gedane waarnemingen zijn schematisch weergegeven in tabel 3.3. Tabel 3.3: Grondwaterstanden en zintuiglijke waarnemingen Peilbuis
Filterdiepte (m -mv)
Meet datum
Grondwaterstand (m -mv)
pH (-)
EC (µS/cm)
Troebelheid (NTU)
211
1,70 - 2,70
10-04-2018
1,17
7,1
1,20
22
220
1,20 - 2,20
28-09-2017
0,65
9,0
0,85
278
222
1,70 - 2,70
28-09-2017
0,85
8,9
0,81
>1000
28-09-2017
0,60
8,2
0,75
86,8
222-A
3,70 - 4,70 03-10-2017
0,85
7,9
1,12
415
223
1,90 - 2,90
28-09-2017
1,05
8,1
0,92
43,8
234
1,00 - 2,00
10-10-2018
0,90
7,2
1,17
26,4
236
1,90 - 2,90
10-10-2018
1,25
7,0
0,63
19,2
241
0,80 - 1,80
28-09-2017
0,37
7,6
0,72
117
242
1,20 - 2,20
28-09-2017
0,90
8,0
1,41
256
243
1,10 - 2,10
28-09-2017
0,69
10,6
0,65
417
244
1,10 - 2,10
28-09-2017
0,85
8,2
2,24
100
247
1,30 - 2,30
28-09-2017
0,72
11,2
1,19
776
248
1,30 - 2,30
28-09-2017
0,71
8,1
1,30
740
249
1,30 - 2,30
28-09-2017
0,65
8,7
0,71
528
253
1,30 - 2,30
28-09-2017
1,02
8,3
0,71
94,3
257
1,00 - 2,00
28-09-2017
0,40
7,5
2,77
34,7
259
1,30 - 2,30
28-09-2017
1,00
7,5
1,72
113
260
1,20 - 2,20
28-09-2017
0,99
7,7
1,71
260
261
4,50 - 5,50
28-09-2017
0,85
8,3
0,66
575
262
1,40 - 2,40
28-09-2017
0,95
7,4
0,86
73,2
263
1,50 - 2,50
28-09-2017
1,05
7,4
1,30
324
Project 27073
12
Peilbuis
Filterdiepte (m -mv)
Meet datum
Grondwaterstand (m -mv)
pH (-)
EC (µS/cm)
Troebelheid (NTU)
301
1,50 - 2,50
01-02-2018
0,90
7,5
4,68
31,5
302
1,20 - 2,20
01-02-2018
0,65
7,4
4,94
143
01-02-2018
0,75
7,4
0,79
40,9
303
1,40 - 2,40 10-10-2018
1,32
6,7
1,32
125
304
1,50 - 2,50
01-02-2018
0,80
7,6
0,68
117
305
1,50 - 2,50
01-02-2018
0,80
7,3
1,82
134
306
1,50 - 2,50
01-02-2018
0,85
7,4
2,45
58,9
307
1,50 - 2,50
01-02-2018
0,75
9,6
0,56
1000
309
1,00 - 2,00
01-02-2018
0,60
7,8
0,57
60
310
1,20 - 2,20
01-02-2018
0,75
9,9
0,75
480
311
1,50 - 2,50
01-02-2018
0,60
9,2
0,51
>1000
312
1,20 - 2,20
01-02-2018
0,60
9,8
0,62
311
313
1,20 - 2,20
01-02-2018
0,80
7,4
2,59
318
401
4,50 - 5,50
21-03-2018
1,04
7,7
0,75
69,1
21-03-2018
0,92
7,9
1,16
34,5
402
1,30 - 2,30 10-04-2018
0,90
7,4
1,62
294
21-03-2018
1,00
8,2
0,85
102
10-04-2018
0,88
7,8
1,42
80,9
403
1,30 - 2,30
404
1,40 - 2,40
21-03-2018
0,81
8,2
0,46
11,2
405
1,35 - 2,35
21-03-2018
0,84
8,0
0,34
91,5
406
1,35 - 2,35
21-03-2018
0,75
8,5
0,51
31,6
407
1,40 - 2,40
21-03-2018
0,75
7,9
0,68
36,3
408
1,40 - 2,40
21-03-2018
1,00
7,6
1,21
37
409
1,40 - 2,40
21-03-2018
0,82
7,8
1,13
34
410
1,00 - 2,00
21-03-2018
0,42
7,7
1,28
117
411
1,00 - 2,00
21-03-2018
0,49
7,3
1,71
35,1
412
7,50 - 8,50
10-10-2018
1,25
6,4
2,23
83
413
1,60 - 2,60
10-10-2018
1,10
7,2
0,90
33,9
414
1,90 - 2,90
10-10-2018
1,25
6,3
1,66
45,8
415
1,60 - 2,60
10-10-2018
1,10
7,2
0,92
201
416
2,20 - 3,20
10-10-2018
1,60
6,8
0,76
58,2
417
2,20 - 3,20
10-10-2018
1,55
6,9
1,06
76
418
1,60 - 2,60
10-10-2018
0,90
6,5
1,24
201
419
1,60 - 2,60
10-10-2018
0,95
7,1
0,79
248
420
1,30 - 2,30
10-10-2018
0,95
6,7
0,85
22,5
421
1,30 - 2,30
10-10-2018
0,80
7,0
0,88
219
Project 27073
13
4
ONDERZOEKSRESULTATEN De analyses en bewerkingen zijn uitgevoerd door een RvA-geaccrediteerd laboratorium.
4.1
Brandstofverontreiniging
4.1.1 Analyses grond De analyseresultaten zijn weergegeven in tabel 4.1. In de tabel zijn tevens de relevante resultaten van het voorgaande onderzoek opgenomen. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage IV, de toetsing aan de normwaarden in bijlage III. Tabel 4.1: Gestandaardiseerde analyseresultaten grond (mg/kg d.s.) Ref
Boringen met diepte (m-mv)
Waarnemingen
Analyseparameters
Overschrijding >AW
>T
>I
Olie
Olie
-
-
Olie + aromaten
Olie
-
-
Olie + aromaten
-
-
-
Olie + aromaten
Olie, N, S, T
-
B (3,5*I) E (1,2*I) X (25*I)
Onderzoek HB 2001 M2
2 (1,10-1,60)
M3
3 (1,50-2,00)
Oliegeur++
Onderzoek Grondslag juni 2017 b.2-M3
236 (1,40 - 1,80)
b.2-M4
237 (1,50 - 1,80)
Brandstofgeur+++
Onderzoek Grondslag oktober 2017-2018 Horizontale afperking 259-5
259 (1,10-1,30)
Olie-waterreactie+ brandstofgeur+
Olie + aromaten
E
-
B (13*I)
260-5
260 (1,20-1,40)
Olie-waterreactie+ brandstofgeur+
Olie + aromaten
Olie, N, S
-
B (100*I) E (2,3*I) T (21*I) X (66*I)
262-7
262 (0,80-1,00)
Olie + aromaten
-
-
-
263-8
263 (0,90-1,10)
Olie-waterreactie+ brandstofgeur++ Olie + aromaten
Olie
-
-
300-3
300 (1,00-1,20)
Olie + aromaten
-
-
-
301-3
301 (1,00-1,20)
Olie + aromaten
-
-
-
302-3
302 (0,70-1,20)
Olie + aromaten
Olie
-
-
303-7
303 (0,90-1,10)
Olie + aromaten
-
-
-
304-5
304 (0,90-1,40)
Olie + aromaten
Olie
-
-
Olie + aromaten
-
-
-
Baksteen+
Verticale afperking 261-7
261 (1,80-2,30)
ref : referentie op analysecertificaat waarneming : + (sporen/zwak), ++ (matig), +++ (sterk), ++++ (uiterst)
Horizontale afperking Ter horizontale afperking zijn negen grondmonsters separaat geanalyseerd op minerale olie en vluchtige aromaten. In het zintuiglijk licht verontreinigde grondmonster 260-5 overschrijdt het gehalte aan benzeen, ethylbenzeen, tolueen en (som) xylenen de interventiewaarde. Tevens zijn lichte verhogingen aan minerale olie, naftaleen en styreen aangetoond. De verhoging aan olie wordt veroorzaakt door benzine. Dit valt af te leiden uit het oliechromatogram.
Project 27073
14
In het zintuiglijk licht verontreinigde grondmonster 259-5 overschrijdt het gehalte aan benzeen de interventiewaarde. Daarnaast wordt voor ethylbenzeen de achtergrondwaarde overschreden. In de (zintuiglijk licht met brandstof verontreinigde) grondmonsters 263-8, 302-3 en 304-5 is een licht verhoogd gehalte aan minerale olie aangetoond. De verhoging aan minerale olie wordt vermoedelijk veroorzaakt door respectievelijk humuszuren (natuurlijke herkomst), bitumen en PAK. De overige grondmonsters ter horizontale afperking bevatten geen verhoging met minerale olie en/of aromaten ten opzichte van de achtergrondwaarde en/of detectielimiet. Verticale afperking Ter plaatse van de kern van de verontreiniging (boringen 237/260) is één grondmonster ter verticale afperking geanalyseerd op minerale olie en vluchtige aromaten. Het zintuiglijk schone grondmonster 261-7 van boring 261 (1,8-2,3) bevat geen verhoogd gehalte aan minerale olie en/of aromaten. 4.1.2 Analyses grondwater De analyseresultaten van grondwater van het nader bodemonderzoek zijn weergegeven in tabel 4.2. In de tabel zijn tevens de relevante resultaten van het voorgaande onderzoek opgenomen. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage IV, de toetsing aan de normwaarden in bijlage III. Tabel 4.2: Analyseresultaten grondwater (μg/l) Peilbuis
Filtertraject (m-mv)
Analyseparameters
Overschrijding >S
>T
>I
NEN-gw
Ba
-
-
Deellocatie: woonhuis 206
2,60-3,60
Deellocatie: noord Onderzoek HB 2001 2
1,00-2,30
Olie + aromaten
-
-
Olie (3*I) B (60*I) E (8,7*I) N (2,7*I) T (3,4*I) X (83*I)
3
1,50-2,50
Olie + aromaten
N X
B
Olie (2*I)
Onderzoek HB 2009 2
1,00-2,30
Olie + aromaten
B
-
-
3
1,50-2,50
Olie + aromaten
-
-
-
Onderzoek Grondslag juni 2017 236
1,90-2,90
Olie + aromaten
-
-
-
237
2,30-3,30
Olie + aromaten
Olie, S, T
-
B (9*I) E (1,3*I) N (60*I) X (7,7*I)
E, N, X
Olie
B (150*I)
Onderzoek Grondslag oktober 2017-2018 Horizontale afperking 259
1,30-2,30
Olie + aromaten
Project 27073
15
Peilbuis
Filtertraject (m-mv)
Analyseparameters
Overschrijding >S
>T
>I
260
1,20-2,20
Olie + aromaten
S
-
Olie (1,5*I) B (367*I) E (5,9*I) N (1,0*I) T (6,7*I) X (49*I)
262
1,40-2,40
Olie + aromaten
N
-
-
263
1,50-2,50
Olie + aromaten
N, X
Olie
B (5,0*I)
301
1,50-2,50
Olie + aromaten
-
-
-
302
1,20-2,20
Olie + aromaten
X
-
-
303
1,40-2,40
Olie + aromaten
-
-
-
304
1,50-2,50
Olie + aromaten
Olie, N, X
-
-
-
X (1,1*I)
Verticale afperking 261 -
4,50-5,50 Olie + aromaten B, E, N : de concentratie is kleiner dan of gelijk aan de streefwaarde (of detectielimiet)
Horizontale afperking Ter horizontale afperking zijn acht grondwatermonsters geanalyseerd op minerale olie en vluchtige aromaten. In het grondwater afkomstig uit peilbuis 260 zijn sterke verhogingen aan minerale olie, benzeen, ethylbenzeen, naftaleen, tolueen en xylenen en een lichte verhoging aan styreen aangetoond. In het grondwater afkomstig uit de peilbuizen 259 en 263 is een sterke verhoging aan benzeen aangetoond. Daarnaast is een matige verhoging aan minerale olie en lichte verhogingen aan naftaleen, (som) xylenen en/of ethylbenzeen aangetoond. In het grondwater afkomstig uit de overige peilbuizen zijn maximaal lichte verhogingen aangetoond. De verhogingen aan olie worden grotendeels veroorzaakt door benzine. Dit valt af te leiden uit de oliechromatogrammen. Verticale afperking Ter plaatse van de kern van de verontreiniging (boringen 237/260) is één grondwatermonster ter verticale afperking geanalyseerd op minerale olie en vluchtige aromaten. In het grondwater afkomstig uit peilbuis 261 is een sterke verhoging aan (som) xylenen en zijn lichte verhogingen aan benzeen, ethylbenzeen en naftaleen aangetoond. 4.2
Creosoot/carbolineum verontreiniging
4.2.1 Analyses grond De analyseresultaten zijn weergegeven in tabel 4.1. In de tabel zijn tevens de relevante resultaten van het voorgaande onderzoek opgenomen. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage IV, de toetsing aan de normwaarden in bijlage III.
Project 27073
16
Tabel 4.3: Overschrijdingstabel grond creosoot/carbolineum verontreiniging Ref
Boringen met diepte (m-mv)
Waarnemingen
Analyseparameters
Overschrijding >AW
>T
>I
Onderzoek HB 2001 M5
5 (0,90-1,20)
NEN-g (oud)
PAK
Olie
-
M6
6A (1,50-2,00)
Slib+ carbolineum+ olie-waterreactie+
NEN-g (oud)
-
Olie
PAK (2,2*I)
M11
20 (1,00-1,40)
Carbolineum+
Olie
Olie
-
-
M12
25 (1,20-1,80)
Carbolineum+ olie-waterreactie+
Olie
-
Olie
-
M13
25 (2,50-3,00)
Olie
Olie
-
-
M14
27 (0,60-1,10)
Puin+ carbolineum+ olie-waterreactie+
Olie
Olie
-
-
Carbolineumgeur++ Olie-waterreactie++
NEN-g
PAK
-
-
NEN-g
-
-
-
NEN-g
Ba, Cd, Hg, Olie Pb
Cu (1,4*I) Zn (10,4*I) PAK (2,2*I)
NEN-g
-
-
-
Onderzoek HB 2009 M2
102 (1,40-1,90)
M3
103 (1,00-1,50)
MM4
104 (0,60-1,00) 104 (1,00-1,50)
M5
105 (1,00-1,50)
Puin+ Slib++
Onderzoek Grondslag juni 2017 b.3-M1
222 (0,70 - 1,00)
Teer+++ baksteen++ kalksteen+ teergeur+++ olie-water reactie+
Olie + PAK
-
-
Olie (11*I) PAK (46*I)
b.3-M2
222 (1,30 - 1,80)
Teergeur+
Olie + PAK
-
-
-
b.3-M3
223 (1,60 - 1,80)
Teergeur++ olie-waterreactie+
Olie + PAK
Olie
-
PAK (3,1*I)
b.3-M4
223 (2,30 - 2,80)
Teergeur+
Olie + PAK
PAK
-
-
Onderzoek Grondslag oktober 2017 – 2018 Horizontale afperking 241-1
241 (0,70-0,90)
Carbolineumgeur+ olie-water reactie++
Olie + PAK + aromaten
-
Olie
PAK (11*I)
241-7
241 (1,60-2,00)
Carbolineumgeur+ olie-water reactie+
Olie + PAK
PAK
-
-
242-5
242 (0,95-1,20)
Carbolineumgeur+ olie-water reactie+
Olie + PAK + aromaten
Olie, PAK
-
-
243-5
243 (1,40-1,80)
Olie + PAK
Olie
-
PAK (1,0*I)
244-3
244 (0,80-1,30)
Olie + PAK
Olie, PAK
-
-
244-5
244 (1,40-1,80)
Olie + PAK
-
-
-
246-4
246 (0,60-0,90)
Olie + PAK
-
-
-
247-7
247 (1,40-1,80)
Olie + PAK
PAK
-
-
249-6
249 (1,30-1,80)
Olie + PAK
-
-
-
253-8
253 (1,80-2,00)
Olie + PAK + aromaten
Olie, PAK
-
-
254-2
254 (0,50-1,00)
Olie + PAK
-
-
-
255-2
255 (0,40-0,60)
Olie + PAK + aromaten
Olie, PAK
-
-
257-3
257 (0,60-1,00)
Olie + PAK
PAK
-
-
305-5
305 (1,70-2,20)
Olie + PAK
Olie
-
PAK (3,0*I)
306-5
306 (1,60-2,10)
Olie + PAK
-
-
-
307-1
307 (1,20-1,70)
Olie + PAK
Olie, PAK
-
-
308-6
308 (1,50-2,00)
Olie + PAK
-
-
-
309-4
309 (0,70-0,90)
olie-water reactie++ Slib++++
Olie + PAK
Olie, PAK
-
-
313-4
313 (1,00-1,50)
Carbolineumgeur+++ olie-water reactie++++
Olie + PAK
-
Olie
PAK (17*I)
402-6
402 (1,60-2,10)
Olie + PAK
Olie, PAK
-
-
408
408 (1,40-2,10)
Olie + PAK
-
-
-
413-1
413 (1,10-1,40)
Olie + PAK
-
-
-
Baksteen+
Brandstofgeur++ olie-water reactie+
Carbolineumgeur++ olie-water reactie+
Carbolineumgeur++ olie-water reactie++
Carbolineumgeur+ olie-water reactie+
Brandstofgeur+ olie-water reactie+
Project 27073
17
Ref
Boringen met diepte (m-mv)
Waarnemingen
Analyseparameters
Overschrijding >AW
>T
>I
Verticale afperking 401-7
401 (2,00-2,50)
Olie-water reactie++
Olie + PAK
-
-
Olie (1,6*I) PAK (8,5*I)
401-9
401 (3,00-3,50)
Olie-water reactie++
Olie + PAK
-
Olie
PAK (3,5*I)
401-11
401 (4,00-4,50)
Olie + PAK
PAK
-
-
ref : referentie op analysecertificaat waarneming : + (sporen/zwak), ++ (matig), +++ (sterk), ++++ (uiterst)
Horizontale afperking Ter horizontale afperking zijn tweeëntwintig grondmonsters separaat geanalyseerd op minerale olie en PAK. Vier grondmonsters zijn eveneens geanalyseerd op vluchtige aromaten. In het zintuiglijk uiterst verontreinigde grondmonster 313-4 en de zintuiglijk licht tot matig verontreinigde grondmonsters 241-1 en 305-5 overschrijdt het gehalte aan PAK de interventiewaarde. Tevens zijn lichte tot matige verhogingen aan minerale olie aangetoond. In de overige grondmonsters ter horizontale afperking zijn maximaal lichte verhogingen aangetoond. Verticale afperking Ter plaatse van de kern van de verontreiniging (boringen 313/401) zijn drie grondmonsters ter verticale afperking geanalyseerd op minerale olie en PAK. In het zintuiglijk matig verontreinigde grondmonster 401-7 van boring 401 (2,0-2,5 m-mv) zijn de gehalten minerale olie en PAK sterk verhoogd. In het zintuigelijk matig verontreinigde grondmonster 401-9 van boring 401 (3,0-3,5 m-mv) is het gehalte PAK sterk verhoogd. Het gehalte minerale olie is matig verhoogd. In het zintuiglijk schone grondmonster 401-11 van boring 401 (4,0-4,5 m-mv) is een lichte verhoging aan PAK aangetoond. Algemeen De verhogingen aan minerale olie worden veroorzaakt door teerhoudende bitumen, carbolineum/creosoot of carbolineum/creosoot in combinatie met PAK. Dit valt af te leiden uit de oliechromatogrammen.
4.2.2 Analyses grondwater De analyseresultaten van grondwater van het nader bodemonderzoek zijn weergegeven in tabel 4.2. In de tabel zijn tevens de relevante resultaten van het voorgaande onderzoek opgenomen. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage IV, de toetsing aan de normwaarden in bijlage III.
Project 27073
18
Tabel 4.4: Overschrijdingstabel grondwater deellocatie zuid Peilbuis
Filtertraject (m-mv)
Analyse-parameters
Overschrijding >S
>T
>I
Onderzoek HB 2001 5
0,0-1,0
NEN-gw (oud) PAK
Olie Anthraceen Benzo(a)antraceen Fenantreen
Benzo(ghi)peryleen Chryseen Fluoranteen
Benzo(a)pyreen (4,2*I) Benzo(k)fluoranteen (1,6*I)
6A
0,5-1,5
NEN-gw (oud) PAK
Cd, B, X Anthraceen Benzo(a)antraceen Benzo(k)fluoranteen Chryseen
Benzo(a)pyreen
Olie (1,5*I) N (1,4*I) Fenantreen (2,4*I) Fluoranteen (1,2*I)
25
2,0-3,0
PAK
Anthraceen Benzo(k)fluoranteen
Benzo(a)antraceen Benzo(a)pyreen Fenantreen
Chryseen (1,15*I) Fluoranteen (4,3*I)
Onderzoek HB 2009 102
0,50-2,50
Olie + aromaten + PAK
X
Olie
Anthraceen (1,26*I) Benzo(a)antraceen (14,4*I) Benzo(a)pyreen (24*I) Benzo(ghi)peryleen (4,6*I) Benzo(k)fluoranteen (12,6*I) Chryseen (9,5*I) Fenantreen (30*I) Fluoranteen (33*I) Indeno(123-cd)pyreen (6,2*I)
104
0,50-2,50
Olie + aromaten + PAK
Anthraceen Fenantreen
Olie
Benzo(a)antraceen (1,18*I) Benzo(a)pyreen (12,4) Benzo(ghi)peryleen (6,6*I) Benzo(k)fluoranteen (5,4*I) Chryseen (2,6*I) Fluoranteen (1,2*I) Indeno(123-cd)pyreen (8*I)
Onderzoek Grondslag juni 2017 211
1,70-2,70
Olie + aromaten
Olie N
-
-
218
2,50-3,00
Olie + PAK
Anthraceen Fenantreen Fluoranteen N
-
-
219
1,30-2,30
Olie + PAK
Anthraceen Benzo(a)antraceen Fenantreen Fluoranteen N
-
-
220
1,20-2,20
Olie + PAK
Olie (creosoot) Anthraceen Benzo(a)antraceen Benzo(k)fluoranteen Chryseen N
Benzo(a)pyreen Fluoranteen Indeno(123-cd)pyreen
Fenantreen (1,1*I) som-PAK (5*I)
221
1,70-2,70
Olie + PAK
Anthraceen Benzo(a)antraceen Chryseen Fenantreen Fluoranteen N
-
-
222
1,70-2,70
NEN-gw PAK
Ba, Mo, E, S, T, Anthraceen Benzo(a)antraceen Chryseen Fluoranteen
X Fenantreen
Olie (1,4*I) (creosoot) B (1,1*I) N (6,4*I) som-PAK (8,4*I)
223
1,90-2,90
Olie + PAK
N
Benzo(a)antraceen Chryseen
Olie (2,2*I) (creosoot) Anthraceen (1,7*I) Fenantreen (64*I) Fluoranteen (40*I) som-PAK (110*I)
1,70-2,70
NEN-gw
Mo, N, X
-
-
Actualisatie 229
Onderzoek Grondslag oktober 2017 – 2018 Aanvullende analyses bestaande peilbuizen 220
1,20-2,20
Fenolen, cresolen
Fenol # Cresol #
-
-
222
1,70-2,70
Fenolen, cresolen
Fenol # Cresol #
-
-
Project 27073
19
Peilbuis
Filtertraject (m-mv)
Analyse-parameters
Overschrijding >S
>T
>I
223
1,90-2,90
Fenolen, cresolen
Fenol # Cresol #
-
-
Horizontale afperking 211
1,70-2,70
PAK (incl. centrifuge)
Anthraceen Benzo(a)antraceen Benzo(a)pyreen Benzo(ghi)peryleen Chryseen Fenantreen Fluoranteen Indeno(123-cd)pyreen
-
som-PAK (1,3*I)
234
1,00-2,00
PAK (incl. centrifuge)
Benzo(a)pyreen Fluoranteen
-
-
236
1,90-2,90
PAK (incl. centrifuge)
-
-
-
303
1,40-2,40
PAK (incl. centrifuge)
-
-
-
241
1,80-2,80
Olie + aromaten + PAK (incl. centrifuge)
N, B, X
Benzo(k)fluoranteen
Olie (2,2*I) (carbolineum) Anthraceen (1,5*I) Benzo(a)antraceen (1,1*I) Benzo(a)pyreen (1,4*I) Chryseen (1,6*I) Fenantreen (38*I) Fluoranteen (32*I) som-PAK (77*I)
242
1,20-2,20
Olie + aromaten + PAK (incl. centrifuge)
Anthraceen N
-
Fenantreen (2,2*I) Fluoranteen (1,3*I) som-PAK (4,2*I)
243
1,10-2,10
Olie + aromaten + PAK (incl. centrifuge)
Olie (carbolineum), N, B, X
-
-
244
1,10-2,10
Olie + aromaten + PAK (incl. centrifuge)
Anthraceen Benzo(a)antraceen Benzo(a)pyreen Chryseen Fenantreen Fluoranteen N
-
-
247
1,30-2,30
Olie + aromaten + PAK (incl. centrifuge)
Anthraceen Benzo(a)antraceen Fenantreen N
Chryseen Fluoranteen
Benzo(a)pyreen (1,2*I) Benzo(ghi)peryleen (1,4*I) Benzo(k)fluoranteen (1,2*I) Indeno(123-cd)pyreen (1,2*I) som-PAK (7,0*I)
248
1,30-2,30
Olie + aromaten + PAK (incl. centrifuge)
Anthraceen Benzo(a)antraceen Benzo(a)pyreen Chryseen Fenantreen Fluoranteen N
-
-
249
1,30-2,30
Olie + aromaten + PAK (incl. centrifuge)
N
-
-
253
1,30-2,30
Olie + aromaten + PAK (incl. centrifuge)
Olie (creosoot) Anthraceen Fenantreen Fluoranteen N
-
-
257
1,00-2,00
Olie + aromaten + PAK (incl. centrifuge)
Fenantreen N
-
-
305
1,50-2,50
Olie + PAK (incl. centrifuge)
Benzo(k)fluoranteen Chryseen N
Anthraceen Benzo(a)pyreen
Olie (2,3*I) (carbolineum) Benzo(a)antraceen (1,2*I) Fenantreen (1,3*I) Fluoranteen (11*I) som-PAK (16*I)
306
1,50-2,50
Olie + PAK (incl. centrifuge)
-
-
-
307
1,50-2,50
Olie + PAK (incl. centrifuge)
Olie (creosoot + zware oliesoort) Anthraceen Fenantreen Fluoranteen N
Benzo(a)antraceen Chryseen
Benzo(a)pyreen (4,2*I) Benzo(ghi)peryleen (5,0*I) Benzo(k)fluoranteen (1,8*I) Indeno(123-cd)pyreen (3,0*I) som-PAK (16*I)
309
1,00-2,00
Olie + PAK (incl. centrifuge)
Anthraceen Fluoranteen N
-
Fenantreen (1,1*I)
310
1,50-2,20
Olie + PAK (incl. centrifuge)
Anthraceen Fenantreen Fluoranteen N
-
-
Project 27073
20
Peilbuis
Filtertraject (m-mv)
Analyse-parameters
Overschrijding >S
>T
>I
311
1,50-2,50
Olie + PAK (incl. centrifuge)
Anthraceen Fenantreen Fluoranteen N
-
-
312
1,20-2,20
Olie + PAK (incl. centrifuge)
Anthraceen Fenantreen N
-
-
313
1,20-2,20
Olie + PAK (incl. centrifuge)
Indeno(123-cd)pyreen
Benzo(ghi)peryleen Benzo(k)fluoranteen
Olie (9,0*I) (creosoot) Anthraceen (1,7*I) Benzo(a)antraceen (3,0*I) Benzo(a)pyreen (1,6*I) Chryseen (1,8*I) Fenantreen (34*I) Fluoranteen (19*I) N (40*I) som-PAK (100*I)
402
1,30-2,30
Olie + PAK (incl. centrifuge)
N
Anthraceen
Benzo(a)antraceen (6,2*I) Benzo(a)pyreen (52*I) Benzo(ghi)peryleen (28*I) Benzo(k)fluoranteen (28*I) Chryseen (19*I) Fenantreen (3,0*I) Fluoranteen (12*I) Indeno(123-cd)pyreen (34*I) som-PAK (180*I)
402-her
1,30-2,30
PAK (incl. centrifuge)
Anthraceen Benzo(a)antraceen Chryseen Fenantreen Fluoranteen
Benzo(a)pyreen Benzo(ghi)peryleen Indeno(123-cd)pyreen
som-PAK (3,7*I)
403
1,30-2,30
Olie + PAK (incl. centrifuge)
Anthraceen Benzo(a)antraceen Benzo(a)pyreen Chryseen Fenantreen Fluoranteen N
-
som-PAK (1,4*I)
403-her
1,30-2,30
PAK (incl. centrifuge)
Fenantreen
-
-
404
1,40-2,40
Olie + PAK (incl. centrifuge)
Anthraceen Fenantreen Fluoranteen N
-
-
405
1,35-2,35
Olie + PAK (incl. centrifuge)
N
-
-
406
1,35-2,35
Olie + PAK (incl. centrifuge)
Fenantreen N
-
-
407
1,40-2,40
Olie + PAK (incl. centrifuge)
Anthraceen Benzo(a)antraceen Benzo(a)pyreen Chryseen Fenantreen Fluoranteen N
-
-
408
1,40-2,40
Olie + PAK (incl. centrifuge)
Anthraceen Benzo(a)antraceen Chryseen Fenantreen Fluoranteen N
-
-
409
1,40-2,40
Olie + PAK (incl. centrifuge)
-
-
-
410
1,00-2,00
Olie + PAK (incl. centrifuge)
Benzo(k)fluoranteen Chryseen N
-
-
411
1,00-2,00
Olie + PAK (incl. centrifuge)
Fenantreen Fluoranteen N
-
-
413
1,60-2,60
Olie + PAK (incl. centrifuge)
Anthraceen Fenantreen Fluoranteen
-
-
414
1,90-2,90
Olie + PAK (incl. centrifuge)
Anthraceen Benzo(a)antraceen Chryseen Fenantreen Fluoranteen
-
-
Project 27073
21
Peilbuis
Filtertraject (m-mv)
Analyse-parameters
Overschrijding >S
>T
>I
415
1,60-2,60
Olie + PAK (incl. centrifuge)
Anthraceen N
Fenantreen
Benzo(a)antraceen (2,0*I) Benzo(a)pyreen (12*I) Benzo(ghi)peryleen (7,0*I) Benzo(k)fluoranteen (6,6*I) Chryseen (3,8*I) Fluoranteen (3,0*I) Indeno(123-cd)pyreen (7,6*I) som-PAK (42*I)
416
2,20-3,20
Olie + PAK (incl. centrifuge)
-
-
-
417
2,20-3,20
Olie + PAK (incl. centrifuge)
N
-
-
418
1,60-2,60
Olie + PAK (incl. centrifuge)
Olie (HBO + paraffine) Anthraceen Fenantreen Fluoranteen
som-PAK
-
419
1,60-2,60
Olie + PAK (incl. centrifuge)
Benzo(a)antraceen Chryseen Fenantreen Fluoranteen N
-
-
420
1,30-2,30
Olie + PAK (incl. centrifuge)
Antraceen Benzo(a)antraceen Chryseen Fenantreen Fluoranteen
Benzo(ghi)peryleen Benzo(k)fluoranteen Indeno(123-cd)pyreen
Benzo(a)pyreen (1,6*I) Som-PAK (5,4*I)
421
1,30-2,30
Olie + PAK (incl. centrifuge)
Olie (creosoot) Anthraceen N
-
Benzo(a)antraceen (1,2*I) Benzo(a)pyreen (6,8*I) Benzo(ghi)peryleen (4,6*I) Benzo(k)fluoranteen (3,6*I) Chryseen (2,6*I) Fenantreen (4,2*I) Fluoranteen (3,6*I) Indeno(123-cd)pyreen (4,6*I) Som-PAK (31*I)
Verticale afperking 222A
3,70-4,70
Olie + aromaten + PAK (incl. Olie (PAK + middelzware centrifuge) oliesoort)
-
-
401
4,50-5,50
Olie + PAK (incl. centrifuge)
Olie (creosoot) Anthraceen Benzo(a)antraceen Benzo(k)fluoranteen N
Benzo(a)pyreen Chryseen
Fenantreen (4,8*I) Fluoranteen (4,7*I) som-PAK (12*I)
412
7,50-8,50
Olie + PAK (incl. centrifuge)
Fenantreen
-
-
# verhoogde rapportagegrens t.g.v. storingen in de monstermatrix
Horizontale afperking Ter horizontale afperking zijn zevenentwintig grondwatermonsters geanalyseerd op minerale olie en PAK. Negen grondwatermonsters zijn geanalyseerd op minerale olie, vluchtige aromaten en PAK. Zes grondwatermonsters zijn enkel geanalyseerd op PAK. De PAK analyses zijn uitgevoerd na een centrifuge stap in de voorbewerking. In het grondwater afkomstig uit de peilbuizen 211, 241, 242, 247, 305, 307, 309, 313, 402, 403, 415, 420 en 421 zijn sterke verhogingen aan minerale olie, individuele PAK en/of som PAK aangetoond. In het grondwater afkomstig uit peilbuis 418 is, naast diverse lichte verhogingen, een matige verhoging aan som PAK aangetoond. In de overige grondwatermonsters ter horizontale afperking zijn maximaal lichte verhogingen aangetoond.
22
Project 27073
Verticale afperking Ter plaatse van de kern van de verontreiniging (boringen 222/313) zijn drie grondwatermonsters ter verticale afperking geanalyseerd op minerale olie en PAK. Peilbuis 222A is tevens geanalyseerd op vluchtige aromaten. In het grondwater afkomstig uit peilbuis 401 (filterstelling 4,5-5,5 m-mv) zijn sterke verhogingen aan fenantreen, fluoranteen en som PAK aangetoond. Tevens zijn diverse lichte en matige verhogingen aangetoond. In het grondwater afkomstig uit peilbuis 412 (filterstelling 7,5-8,5 m-mv) is een lichte verhoging aan fenantreen aangetoond. Algemeen De verhogingen aan minerale olie worden grotendeels veroorzaakt door carbolineum/creosoot. Ter plaatse van peilbuis 418 wordt de verhoging aan olie veroorzaakt door huisbrandolie in combinatie met paraffine. Dit valt af te leiden uit de oliechromatogrammen. Drie grondwatermonsters zijn geanalyseerd op fenolen en cresolen. Dit gezien het feit dat carbolineum derivaten van fenolen kan bevatten. In de grondwatermonsters afkomstig uit de peilbuizen 220, 222 en 223 zijn geen verhogingen boven de detectielimiet aangetoond.
23
5
Project 27073
VERONTREINIGINGSSITUATIE De verontreiniging is in kaart gebracht op basis van zintuiglijke waarnemingen, die zijn gecontroleerd door middel van analyses. Als gevalsgrens wordt gehanteerd alle zintuiglijk waarneembare verontreiniging en analytisch aantoonbare verontreiniging > interventiewaarde. Buiten de verontreinigingen zijn op het terrein lichte tot matige verhogingen aan de betreffende stoffen aangetoond die een andere herkomst hebben. Het buitenterrein is verhard met puin en asfalt met een gemiddelde dikte van 0,75 m. De panden zijn voorzien van beton met plaatselijk eveneens de aanwezigheid van de puinlaag. Onder de verhardingslagen en vanaf het maaiveld bij de onverharde delen bestaat de bodem tot een diepte van circa 1,5 m-mv afwisselend uit zand en klei. Hieronder bestaat de bodem tot een diepte van minimaal 8,5 m-mv uit zand. De grondwaterstand bevindt zich op gemiddeld 0,85 m-mv. De vlekkenkaarten van grond en grondwater zijn opgenomen bijlage I.
5.1
Brandstof verontreiniging
5.1.1 Verontreiniging in grond Er is sprake van een duidelijke kern waarin de interventiewaarde voor vluchtige aromaten wordt overschreden. De kern van verontreiniging bevindt zich naast de vloeistofdichte betonvloer van het huidige pompeiland, ter hoogte van de boringen 237/260. De verontreiniging wordt hier aangetroffen van 0,4 tot 1,8 m-mv. Het oliechromatogram wijst op benzine. De olieverontreiniging heeft een oppervlakte van circa 180 m2. De dikte van het pakket sterk met aromaten verontreinigde grond bedraagt gemiddeld 1,4 meter. Het totale volume verontreinigde grond wordt geraamd op circa 250 m3. Dit komt overeen met 430 ton (bij een soortelijk gewicht van 1,7 ton/m3). 5.1.2 Verontreiniging in grondwater Het grondwater is sterk verontreinigd met aromaten en minerale olie. De grondwaterverontreiniging is wat betreft de omvang groter dan de grondverontreiniging. De grondwaterstand is vastgesteld op circa 0,85 m-mv. Tot een diepte van naar verwachting 6,0 m-mv is het grondwater sterk verontreinigd. De oppervlakte van de sterke verontreiniging bedraagt circa 430 m2, er is derhalve sprake van circa 2.215 m3 sterk verontreinigd grondwater. Rondom en onder de sterke verontreiniging is licht tot matig verontreinigd grondwater aanwezig. De verwachting is dat het grondwater vanaf 7,0 m-mv schoon is.
Op basis van de verontreinigingscontour wordt vastgesteld dat er geen noemenswaardige verspreiding van de verontreiniging heeft plaatsgevonden. Een duidelijke pluimvorming, zoals gesteld in het conceptueel model, is niet aangetoond. Wel heeft de verontreiniging zich beperkt verspreid in het grondwater.
24
5.2
Project 27073
Creosoot/carbolineum verontreiniging
5.2.1 Verontreiniging in grond Er is sprake van een duidelijke kern waarin de interventiewaarde voor PAK en minerale olie wordt overschreden. De kern van verontreiniging bevindt zich ter plaatse van de achterzijde van hal II, ter hoogte van de boringen 313/401. De verontreiniging wordt hier aangetroffen van 0,4 tot 4,0 m-mv. Het pure product is voornamelijk te vinden ter plaatse van de boringen 222/222A, 313 en 401. De oliechromatogrammen wijzen op creosoot/carbolineum. De verontreiniging in grond is vermoedelijk alleen gedeeltelijk onder hal II en ter plaatse van het buitenterrein aanwezig. De sterke PAK-verontreiniging heeft een oppervlakte van circa 740 m2. De dikte van het pakket sterk met PAK verontreinigde grond bedraagt gemiddeld 0,5 meter met een uitschieter in de kern van 3,6 meter. Het totale volume sterk verontreinigde grond wordt geraamd op circa 620 m3 (0,5x740 + 3,1x80). Dit komt overeen met 1.050 ton (bij een soortelijk gewicht van 1,7 ton/m3). Rondom de sterke verontreiniging zijn lichte tot matige verhogingen aan minerale olie en/of PAK aanwezig. 5.2.2 Verontreiniging in grondwater Het grondwater is sterk verontreinigd met (individuele) PAK en minerale olie. De grondwaterverontreiniging is flink groter dan de grondverontreiniging. De grondwaterstand is vastgesteld op circa 0,85 m-mv.
In de kern is het grondwater tot een diepte van circa 6,5 m-mv sterk verontreinigd. Het is niet bekend tot welke diepte het grondwater ter plaatse van de pluim sterk verontreinigd is. De oppervlakte van de sterke verontreiniging bedraagt circa 3.730 m2, uitgaande van een verontreinigingsdiepte van de pluim tot eveneens 6,5 m-mv is sprake van circa 21.100 m3 sterk verontreinigd grondwater. Rondom en onder de sterke verontreiniging is licht tot matig verontreinigd grondwater aanwezig. Op een diepte van 7,5 m-mv is het grondwater nog (zeer) licht verontreinigd met fenantreen (peilbuis 412). De verwachting is dat het grondwater vanaf circa 10,0 m-mv schoon is. Aan de westzijde van het perceel heeft de verontreiniging zich in zeer beperkte mate verspreid tot buiten het perceel. Aan de oostzijde van het perceel is nog niet vastgesteld in hoeverre de verontreiniging de perceelgrens overschrijd, wel is bekend dat de verontreiniging tot minimaal de perceelgrens loopt. Op basis van de verontreinigingscontour wordt vastgesteld dat vanuit de bronlocatie een duidelijke pluim met verontreiniging in het grondwater aanwezig is. Naast bovengenoemde grote verontreiniging is nog een kleine verontreiniging met PAK in het grondwater aanwezig ter plaatse van de peilbuizen 220 en 247. De oppervlakte van deze sterke verontreiniging bedraagt circa 170 m2.
Naar verwachting is het grondwater hier tot een diepte van circa 4,0 m-mv sterk verontreinigd. Derhalve is sprake van circa 535 m3 sterk verontreinigd grondwater.
25
5.3
Project 27073
Ernst van de verontreiniging Aangezien de omvang van de sterke verontreinigingen in grond groter zijn dan 25 m3 en de omvang van de sterke verontreinigingen in het grondwater groter dan 100 m3, is er sprake van een ‘geval van ernstige bodemverontreiniging’. Conform de Wet bodembescherming wordt de verontreiniging gedefinieerd aan de hand van de aard en oorzaak van de verontreinigende stoffen (technische samenhang), de geografische ligging (ruimtelijke samenhang) en de relatie met enerzijds de activiteiten die de verontreiniging hebben veroorzaakt en anderzijds de rechtspersoon die daarvoor verantwoordelijk is (organisatorische samenhang). Het ene verontreinigingsgeval betreft een verontreiniging met minerale olie en vluchtige aromaten in grond en grondwater op het noordelijke deel van het terrein. De verontreiniging wordt toegeschreven aan het voormalige pompeiland. Tot het geval worden alle zintuiglijke en analytische verhogingen met minerale olie en aromaten gerekend, die te relateren zijn aan de gebruikte brandstoffen bij het pompeiland. Het betreft tevens een aaneengesloten geval van verontreiniging. Er is derhalve sprake van een technische en ruimtelijke samenhang. Het andere verontreinigingsgeval betreft een verontreiniging met (individuele) PAK en minerale olie in grond en grondwater op het zuidelijke en middendeel van het terrein.
De verontreiniging wordt toegeschreven aan het voormalig gebruik van creosoot/carbolineum voor de behandeling van hout. Tot het geval worden alle zintuiglijke en analytische verhogingen met (individuele) PAK en minerale olie gerekend, die te relateren zijn aan de creosoot/carbolineum. Het betreft tevens een aaneengesloten geval van verontreiniging. Er is derhalve sprake van een technische en ruimtelijke samenhang. De verontreinigingen zijn naar verwachting grotendeels aanwezig op drie kadastrale percelen van dezelfde eigenaar. Er is derhalve tevens sprake van een organisatorische samenhang.
5.4
Spoedeisendheid van de sanering De verontreinigingen zijn ontstaan voor 1987, waardoor er geen sprake is van een ‘nieuw geval van bodemverontreiniging’. De zorgplicht is daarom van niet van toepassing. Voor een geval van ernstige bodemverontreiniging geldt formeel een saneringsplicht. Deze saneringsplicht wordt echter pas door het bevoegd gezag geëffectueerd, indien sanering van de verontreiniging spoedeisendheid is. De spoedeisendheid van de sanering is afhankelijk van humaantoxicologische risico’s, ecotoxicologische risico’s en verspreidingsrisico's van de verontreiniging. Voor de toetsing van de spoedeisendheid van de sanering wordt gebruik gemaakt van de publicatie: ‘Circulaire Bodemsanering per 1 juli 2013’ en de webapplicatie Sanscrit (website www.sanscrit.nl). In bijlage V is een weergave van de toetsing met Sanscrit opgenomen voor beide verontreinigingsgevallen. Uit de berekeningen blijkt dat, gelet op de huidige en toekomstige bestemming van het terrein (bedrijfsterrein), de verontreinigingen niet leiden tot onaanvaardbare risico’s. Voor het bodemvolume dat nu verontreinigd is met creosoot/carbolineum, is 21 jaar nodig waarbij 1.000 m3 verontreinigd raakt. De verontreiniging is ontstaan voor 1987, dus dat is meer dan 32 jaar oud. Op basis hiervan kan er gemiddeld maximaal 600 m3 per jaar
26
Project 27073
verontreinigd zijn geraakt. De bron is eveneens voor 1987 al niet meer aanwezig. Op basis hiervan kan worden gesteld dat er geen ecologische risico’s aanwezig zijn. Gezien de afwezigheid van risico’s, kunnen de verontreinigingen ons inziens worden aangeduid als een geval van ernstige bodemverontreiniging, waarvan de sanering niet spoedeisend is. 5.5
Conceptueel model Voorafgaand aan het nader onderzoek is een conceptueel model opgesteld (zie paragraaf 2.6). De resultaten die zijn verkregen tijdens de uitvoer van het nader onderzoek hebben niet geleid tot aanpassing of een wijziging van het model, of een aanvulling van de onderzoeksopzet. De onderzoeksvragen zijn middels het uitgevoerde onderzoek voldoende beantwoord. A: brandstofverontreiniging t.p.v. voormalig pompeiland 1. Ter plaatse is geen puur product (drijflaag) aangetroffen. De volumes van de verontreinigde grond en het grondwater zijn voldoende bepaald. 2. Geen duidelijk pluimvorming, verontreiniging enkel rondom bronlocatie aanwezig. 3. Risico’s zijn niet aangetoond. B: creosoot/carbolineumverontreiniging 1. Puur product is enkel nabij de bronlocatie aangetroffen in de bovenste bodemlagen, met name in de puinlaag. 2. In het grondwater is een flinke pluim aangetroffen die richting het noordwesten is gericht, mogelijk onder invloed van de kleine bronpomp ter plaatse van dat terreindeel. 3. Risico’s zijn niet aangetoond.
27
6
Project 27073
CONCLUSIES De omvang van de verontreinigingen met vluchtige aromaten/minerale olie (brandstof) en PAK (creosoot/carbolineum) ter plaatse van de onderzoekslocatie Zuiderweg 6 te Schagen is middels een nader onderzoek vastgelegd. De omvang van de verontreinigingen zijn in kaart gebracht: - De omvang van de sterke brandstofverontreiniging in grond bedraagt circa 250 m3. De omvang van de sterke verontreiniging in grondwater bedraagt circa 2.215 m3. Er is sprake van een ‘geval van ernstige bodemverontreiniging’. - Op de locatie zijn twee sterke verontreinigingen met PAK aanwezig. De omvang van de grote vlek sterke verontreiniging met creosoot/carbolineum in grond bedraagt circa 620 m3. Voor de kleinere vlek is geen sterke verontreiniging in grond aanwezig. De omvang van de sterke verontreiniging in grondwater bedraagt respectievelijk circa 21.100 m3 en 535 m3. Er is sprake van een ‘geval van ernstige bodemverontreiniging’. De verontreinigingen zijn te relateren aan het voormalige pompeiland en het gebruik van creosoot/carbolineum. De brandstofverontreiniging is vermoedelijk te relateren aan de rode gasolietank die in de periode 1929-1992 in gebruik was. De creosoot/carbolineum verontreiniging is ontstaan als gevolg van het gebruik van deze producten voor de behandeling van houten bielzen en hoogspanningsmasten ten tijde van de houthandel op de locatie (tot 1951).