Bijlage 4 inventarisatie beschermde soorten
Tekst van het document
Stolperbasculebrug te Schagen
G&G-rapport 2021-78
Inventarisatie beschermde soorten in het kader van de natuurwetgeving
Van der Goes en Groot ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
Stolperbasculebrug te Schagen Inventarisatie beschermde soorten in het kader van de natuurwetgeving
F. Lang
2021
Opdrachtgever Witteveen en Bos
G&G-rapport 2021-78
Datum Versie
3 januari 2021 v3
Gecontroleerd door: J.G. Hille
Bovendijk 35-G
Hazenkoog 35-A
2295 RV Kwintsheul
1822 BS Alkmaar
www.vandergoesengroot.nl
Stolperbasculebrug te Schagen
3
Inhoudsopgave 1
2
Inleiding
5
1.1
Aanleiding tot het onderzoek .................................................................................. 5
1.2
Doel van het onderzoek........................................................................................... 6
1.3
Ligging van het plangebied ...................................................................................... 6
1.4
Geplande werkzaamheden ...................................................................................... 6
1.5
Leeswijzer ................................................................................................................ 7
Methode 2.1
8
Vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten .................................................... 8 2.1.1 Huismus ..................................................................................................................... 8 2.1.2 Gierzwaluw ................................................................................................................ 9 2.1.3 Boomvalk, Ransuil en Sperwer ................................................................................ 12
2.2
Vleermuizen ........................................................................................................... 13 2.2.1 Veldbezoeken .......................................................................................................... 13 2.2.2 Relatie met het vleermuisprotocol ......................................................................... 15
3
4
5
Resultaten broedvogels
17
3.1
Huismus ................................................................................................................. 17
3.2
Gierzwaluw ............................................................................................................ 17
3.3
Boomvalk, Ransuil en Sperwer .............................................................................. 18
Resultaten vleermuizen
19
4.1
Gewone dwergvleermuis....................................................................................... 19
4.2
Ruige dwergvleermuis ........................................................................................... 21
4.3
Laatvlieger.............................................................................................................. 21
4.4
Rosse vleermuis ..................................................................................................... 22
4.5
Meervleermuis....................................................................................................... 23
Effectbeoordeling en maatregelen
25
5.1
Huismus ................................................................................................................. 25
5.2
Gierzwaluw ............................................................................................................ 25
5.3
Boomvalk, Ransuil en Sperwer .............................................................................. 25
5.4
Vleermuizen ........................................................................................................... 25
5.5
Overige broedvogels .............................................................................................. 26
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2021-78
Stolperbasculebrug te Schagen
4
6
Conclusies en aanbevelingen
27
7
Aanbevolen en geraadpleegde literatuur
29
8
Bijlagen
31
Van der Goes en Groot ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2021-78
Stolperbasculebrug te Schagen
1
5
Inleiding 1.1
Aanleiding tot het onderzoek Er bestaan plannen de Stolperbasculebrug te Schagen in de gemeente Schagen, in de Provincie Noord-Holland, te vervangen. Het is mogelijk dat vleermuizen verblijven in delen van de te slopen brug. Ook is het mogelijk dat vleermuizen of vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten (Huismus, Gierzwaluw) verblijven in de nabij gelegen woning. In bomen in de omgeving zouden vogels met jaarrond beschermde nesten zoals Sperwer, Ransuil of Boomvalk kunnen broeden. Ook is het mogelijk dat de genoemde beschermde soorten het plangebied gebruiken als onderdeel van hun leefgebied. De aanwezigheid van deze potenties werd aangegeven in een eerder uitgevoerde ‘ecologische quickscan’ (zie SCHUITEMAKER, 2021). Om dit nader te onderzoeken heeft Witteveen en Bos opdracht gegeven aan ecologisch onderzoeks- en adviesbureau Van der Goes en Groot een inventarisatie uit te voeren naar deze soorten.
Ligging van plangebied Stolperbasculebrug te Schagen.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2021-78
Stolperbasculebrug te Schagen
6
Het onderzoek is uitgevoerd in de periode april-september 2021. De inventarisatie is uitgevoerd door medewerkers van bureau Van der Goes en Groot. Dit rapport doet verslag van het onderzoek.
1.2
Doel van het onderzoek Doel van het onderzoek is om inzicht te krijgen in het voorkomen en de verspreiding van Huismus en vleermuizen binnen het plangebied.
1.3
Ligging van het plangebied In Figuur 1 is de ligging van het plangebied aangegeven. De Stolperbasculebrug ligt ten noordwesten van de woonkern van Schagerbrug en kruist het Noordhollands Kanaal. Rondom het plangebied zijn agrarische percelen aanwezig. Aan de westzijde van de brug liggen enkele waterpartijen. Ten zuiden van de brug, aan de oostkant van het kanaal ligt een perceel met een woonhuis en schuren.
1.4
Geplande werkzaamheden Het voorgenomen werkzaamheden zullen bestaan uit: ♣ bouw van een nieuwe brug ten noorden van de bestaande; ♣ aanpassingen/verplaatsen rotonde Westzijde op nieuwe situatie; ♣ aanpassen N248 op nieuwe situatie; ♣ grondwerken aansluitend aan aanpassingen wegen; ♣ aanbrengen nieuwe remming en geleidewerken; ♣ aanbrengen wachtplaatsen recreatievaart en beroepsvaart; ♣ sloop bestaande brug, remming en geleidewerken, wachtplaatsen; ♣ kappen bomen waar nodig; ♣ verwijderen deel houtopstand; ♣ aanbrengen van een faunapassage. Ecologisch gevoelige werkzaamheden betreffen de sloop van de brug met bijbehorend hak-, sloop- en breekwerk. Ook het verwijderen van groen (kappen/rooien van struiken en bomen en verwijderen vegetatie-toplaag) in de omliggende omgeving maakt onderdeel uit van de plannen om het terrein volledig bouwrijp op te leveren. Bij uitvoering van het werk kan door geluid, trillingen, optische verstoring of gebruik van kunstlicht verstoring optreden van (beschermde) soorten.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2021-78
Stolperbasculebrug te Schagen
1.5
7
Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt de methode van het onderzoek beschreven. In hoofdstuk 3-4 worden de resultaten beschreven en wordt aangegeven welke soorten zijn aangetroffen binnen en eventueel nabij het plangebied. In hoofdstuk 5 wordt ingeschat in hoeverre deze soorten negatieve effecten kunnen ondervinden door de uit te voeren werkzaamheden welke specifieke maatregelen eventueel noodzakelijk zijn en of een ontheffing van de Wnb noodzakelijk is. Ten slotte bevat hoofdstuk 6 de conclusies met noodzakelijke vervolgstappen. Indien van toepassing worden aanbevelingen gedaan. Hoofdstuk 7 tenslotte, geeft een overzicht van de gebruikte literatuur. In de bijlages is aanvullende informatie opgenomen over de geldende wetgeving en de gebruikelijke procedures bij een vergunnings- en/of ontheffingsaanvraag. Eventueel zijn (indien relevant) verspreidingskaarten opgenomen.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2021-78
Stolperbasculebrug te Schagen
8
2
Methode 2.1
Vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten Alleen vogelsoorten waarvan de nesten jaarrond zijn beschermd, zijn geïnventariseerd. Het betreft in dit geval de Huismus, Gierzwaluw, Sperwer, Ransuil en Boomvalk. Deze soorten komen in de omgeving van het plangebied voor (NDFF 2011-2021, zie SCHUITEMAKER, 2021) en kunnen gevestigd zijn in bebouwing en bomen zoals die aanwezig zijn in het plangebied. Uiteraard is tijdens de inventarisatie ook gelet op eventueel andere aanwezige jaarrond beschermde broedvogels of andere beschermde soorten. Alle waarnemingen zijn op locatie gekarteerd. De codes zijn gestipt op locatie met behulp van een veldtablet.
2.1.1
Huismus Het onderzoek is uitgevoerd conform het KENNISDOCUMENT HUISMUS, VERSIE 1.0, BIJ12 juli 2017. Op 1 april en 27 april 2021 is het plangebied bezocht om de verblijfplaatsen van Huismussen te inventariseren, zie Tabel 1. Tussen de verschillende bezoekrondes lag minimaal tien dagen. De bezoeken vonden plaats tussen twee uur na zonsopkomst en twee uur voor zonsondergang en zijn uitgevoerd bij gunstige (weers-) omstandigheden (geen regen, harde wind en/of kou, geen overmatige verkeersdrukte). Door langzaam rond te lopen en te posten in het plangebied en door regelmatig te luisteren, wordt duidelijk of- en waar Huismussen aanwezig zijn. Tijdens elk van de inventarisatierondes is daarbij het gehele plangebied bezocht.
Overzicht bezoekrondes inventarisatie Huismus.
Ronde
Datum
Tijd (van – tot)
1 2
1 april 2021 27 april 2021
9:00 – 9:30 10:00 – 10:27
Zowel nestindicatieve waarnemingen als waarnemingen van (territoriale) vogels in geschikt broedbiotoop zijn op locatie gekarteerd. De waarnemingen zijn zoveel als mogelijk gekarteerd op de daadwerkelijke nestplaatsen van de Huismussen. Indien mogelijk werd gewacht met het stippen tot vogels op of nabij de daadwerkelijke nestplaats aanwezig waren (veelal op dakgoten, op pannendaken, naast dakkapellen e.d.).
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2021-78
Stolperbasculebrug te Schagen
9
De stippen per ronde zijn beide gebruikt om kaarten te maken van de verblijfplaatsen van Huismussen. Na afloop zijn de ronde stippen geïnterpreteerd en handmatig geclusterd en is het aantal territoria bepaald. Hierbij is tussen nest-indicerende waarnemingen (in verband met kans op ondertellen) een kleinere fusieafstand (ongeveer 25 meter) genomen dan de vaste fusieafstand (100 meter) zoals bij de BMP methode van SOVON wordt gehanteerd. Bij territorium-indicerende waarnemingen is wel de vaste fusieafstand van SOVON (100 meter) aangehouden. Ook tijdens andere onderzoeken, zoals naar vleermuizen, is gelet op de aanwezigheid van Huismussen.
2.1.2
Gierzwaluw Het onderzoek is uitgevoerd conform richtlijnen uit het KENNISDOCUMENT GIERZWALUW, VERSIE 1.0, BIJ12, juli 2017. Er zijn drie avondbezoeken afgelegd aan het gebied in de periode juni tot half juli. De bezoekrondes zijn uitgevoerd op 20 juni 2021 en op 4 en 13 juli 2021, zie Tabel 2. Hierbij is gelet op territoriale en invliegende vogels. Tussen de verschillende bezoekrondes lag minimaal tien dagen m.u.v. ronde 2 en 3. De derde ronde is een dag eerder uitgevoerd wegens het voorspelde slechte weer. De bezoeken werden uitgevoerd gedurende twee uur. Er werd hierbij alleen geïnventariseerd in de periode voor zonsondergang tot een half uur na zonsondergang en tijdens goede inventarisatieomstandigheden, dat wil zeggen, temperatuur >15°C, wind <5 Bft. en geen zware bewolking.
Typische invliegplek van Gierzwaluw onder een eind nokvorst (voorbeeldfoto, niet in plangebied!). Aan de hand van sporen op de muur zijn invlieglocaties op te sporen.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2021-78
Stolperbasculebrug te Schagen
10
Door langzaam rond te lopen of gericht te posten en te luisteren in het plangebied, wordt duidelijk of- en waar Gierzwaluwen aanwezig zijn. Tijdens elk van de inventarisatierondes is het gehele plangebied bezocht.
Ronde 1 2 3
Overzicht bezoekrondes inventarisatie Gierzwaluw.
Datum 20 juni 2021 4 juli 2021 13 juli 2021
Tijd (van – tot) 20:35 – 22:35 20:30 - 22:30 20:30 - 22:30
Later op de avond wordt de onderzoeksinspanning, indien nodig, verlegd naar de meest kansrijke locaties: de plekken of bebouwing waar eerder laag vliegende of anderszins territoriale of nestindicerende Gierzwaluwen aanwezig waren. Hier wordt langer gepost om zoveel mogelijk de exacte verblijfplaatsen op te sporen. Voor het verzamelen van territoriale en nestindicerende waarnemingen in het veld zijn de waarnemingen ingedeeld en genoteerd met verschillende categorieën (zie Tabel 3). De codes zijn gestipt op locatie met behulp van een tablet. In een bijgevoegd ‘kader’ in deze methodebeschrijving staat aangegeven waarbij rekening moet worden gehouden in het geval van het inventariseren van Gierzwaluw. Ook tijdens andere onderzoeken, zoals dat naar vleermuizen, is gelet op de aanwezigheid van Gierzwaluw. Bij het maken van de verspreidingskaarten zijn de eerste twee categorieën gebruikt om het vlieggebied van territoriale Gierzwaluwen te bepalen per ronde en in totaal. De overige 4 codes zijn bij elkaar genomen om kaarten te maken van de verblijfplaatsen van Gierzwaluwen per ronde.
Waarnemingscategorieën Gierzwaluwonderzoek
Code
Uitleg
gz1
Lager overvliegende vogels, regelmatig aanwezig, tot tientallen meters boven de bebouwing (´rondhangend´).
gz2
Laag vliegende gierende vogels, gierend langs mogelijke verblijfplaatsen in gevels en daken. Aantikken, aanklampen, maar niet invliegen.
gz3
In/uitvliegen (verblijfplaats).
gz4
Piepende jongen in een nest.
gz5
Gierende volwassen vogels in een verblijfplaats.
gz6
Poepsporen (verblijfplaats).
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2021-78
Stolperbasculebrug te Schagen
11
Ook tijdens onderzoek naar vleermuizen is gelet op rondvliegende of invliegende Gierzwaluwen.
Kader Inventarisatie van Gierzwaluw. Ruim de helft van de populatie Gierzwaluwen bestaat uit niet-broeders. Waar broedende Gierzwaluwen precies broeden is niet altijd gemakkelijk te ontdekken, want ze broeden in kieren en gaten in gevels en daken van huizen. Broedplaatsen zijn soms niet te zien vanaf de straatzijde. Meerdere paren kunnen dezelfde vliegopening gebruiken. Het is dus niet zo eenvoudig het aantal broedparen in een gebied te bepalen, zoals dat bijvoorbeeld bij de Koolmees wel kan aan de hand van het aantal zingende mannetjes gedurende een aantal bezoeken. Gierzwaluwen kunnen broeden vanaf hun 2e jaar, maar doen dat meestal pas vanaf hun derde of vierde levensjaar. Gierzwaluwen die broeden slapen in de nestholte terwijl de niet-broeders opstijgen naar hogere luchtlagen. Het invliegen in de nestholte gebeurt vooral op het einde van de avond, begeleid door gierende nietbroeders. De meeste invliegers worden opgemerkt vanaf ongeveer een 30 minuten voor en 15 minuten na zonsondergang. Daarna wordt het stil in de omgeving van de verblijfplaatsen. Het is niet makkelijk om een invlieger te betrappen. Het invliegen gebeurt snel en het vaststellen ervan hangt deels af van de ervaring van de waarnemer/onderzoeker. Om de trefkans te optimaliseren wordt gewerkt volgens een vast onderzoeksprotocol.
Aan het einde van het broedseizoen zijn de nestholtes ook te vinden aan de hand van poepsporen. Er zijn echter ook bezette nestholtes bekend zonder poepsporen.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2021-78
Stolperbasculebrug te Schagen
12
2.1.3
Boomvalk, Ransuil en Sperwer Naast Huismus en Gierzwaluw is ook onderzoek gedaan naar boom bewonende soorten waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn, namelijk Boomvalk, Ransuil en Sperwer. Deze soorten komen in de omgeving van het plangebied voor (NDFF 2010-2020, zie SCHUITEMAKER, 2020) en kunnen gevestigd zijn in het bestaande grote nest in een boom zoals die aanwezig is in het plangebied. Uiteraard is tijdens de inventarisatie ook gelet op eventueel andere aanwezige jaarrond beschermde broedvogels zoals Buizerd en Havik of andere beschermde soorten. Er is gelet op uit nesten stekende staarten, aanwezigheid van kraaiachtigen die het nest hebben gebouwd en mogelijk gebruiken, wegvliegende of roepende vogels. Tijdens het nachtbezoek is gelet op roepende uilen, met name jonge vogels. Ook is gezocht naar sporen die de aanwezigheid van een nestplek aannemelijk maken zoals braakballen, vers loof op de nesten, plukresten of krijtstrepen. In de directe omgeving van het plangebied is ook gekeken naar aanwezige roofvogels. In totaal zijn in de periode april tot juni drie bezoeken uitgevoerd. Het weer beïnvloedt de activiteit van vogels. Bij harde wind, neerslag, lage en ook hoge temperaturen zijn vogels minder actief. Geprobeerd is dergelijke omstandigheden tijdens de veldbezoeken zoveel mogelijk te vermijden. Tijdens de bezoeken waren de weersomstandigheden gunstig.
Deze staan samen met de bezoekdatums in Tabel 4.
Bezoekdatums en weersomstandigheden tijdens de veldbezoeken van de inventarisatie Boomvalk, Ransuil en Sperwer in het plangebied in 2021.
Bezoek
Datum
Tijd
Weersomstandigheden (Bewolking/Wind/Temperatuur (°C)
1
12 april
14:45-15:25
4/8, W-4, 6°C
2
14 mei
7:45-8:30
8/8, N-2, 9°C
3
8 juni
13:10 - 13:40
2/8, W-2, 23 °C
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2021-78
Stolperbasculebrug te Schagen
2.2
13
Vleermuizen Alle soorten vleermuizen zijn beschermd krachtens de Wnb onder het regime van de Habitatrichtlijn. Het doel van het onderzoek is om de aanwezigheid en de verspreiding van vleermuizen in het plangebied in kaart te brengen. Het onderzoek is uitgevoerd aan de hand van de richtlijnen uit het protocol voor vleermuisinventarisaties, zoals dat is opgesteld door het Vleermuisvakberaad (VLEERMUISVAKBERAAD, 2020). Voorafgaand aan het onderzoek is op grond van aanwezige biotopen en bekende voorkomens nagegaan welke vleermuissoorten redelijkerwijs of mogelijk te verwachten zijn binnen het onderzoeksgebied. Het onderzoek is op grond daarvan gericht op het gebruik van het gebied als foerageergebied en vliegroute door alle soorten vleermuizen. Daarnaast is er gericht gezocht naar verblijfplaatsen van vleermuizen onder de brug, het woonhuis (1 ronde) en eventueel in bomen (paarverblijf Ruige dwergvleermuis). De inventarisatie naar verblijfplaatsen heeft zich gericht op Gewone dwergvleermuis, Ruige dwergvleermuis en Laatvlieger.
2.2.1
Veldbezoeken Door middel van veldwerk zijn de daadwerkelijke aanwezigheid en verspreiding van vleermuizen in het plangebied onderzocht. Er zijn vijf bezoeken volbracht in de periode mei tot en met september 2021. Het aantal bezoeken is op voorhand op grond van potentie van verwachte soorten en gebruiksfuncties bepaald. Bij onverwachte of afwijkende waarnemingen of grotere en bijzondere verblijfplaatsen wordt altijd een extra veldbezoek ingepland. Het plangebied kan door vleermuizen op verschillende manieren worden gebruikt, bijvoorbeeld als verblijfplaats, als (onderdeel van) een vliegroute of als foerageergebied. Deze gebiedsfuncties zijn tijdens het veldwerk onderzocht. Tijdens de eerste ronde zijn relevante elementen zoals bijvoorbeeld begroeiing en randen daarvan, holtes in bomen, aanwezige lijnvormige beplanting en wateren in beeld gebracht en zijn delen van bebouwing nader op potentie beoordeeld (gaten, spleten, donkere delen). Bij dit onderzoek en tijdens alle bezoekrondes is met behulp van een sterke zaklamp bij inspecteerbare delen van het plangebied en bij mogelijke verblijfplaatsen gezocht naar sporen van gebruik zoals keutels op verhardingen, poepstrepen bij gaten, vraatresten. Tijdens de eerste onderzoeksronde (KZ1) is tijdens het uitvliegmoment gepost bij de bebouwing van het aangrenzende erf van Provincialeweg 1.
In latere rondes is het huis van grotere afstand bekeken wegens het niet meer toegankelijk zijn van het terrein.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2021-78
Stolperbasculebrug te Schagen
14
Tijdens alle veldbezoeken is gekeken naar aanwezige vliegroutes en foerageergebieden in het plangebied. Deze gebruiksfuncties zijn vooral te verwachten in luwe delen van het plangebied en langs lijnvormige landschapselementen. Het terreingebruik door vleermuizen is op grond van de veldverkenning ’s nachts nader onderzocht door middel van langzaam surveilleren en posten met gebruik van batdetectors (beschikbare modellen Pettersson 240x, Echo Meter Touch Pro, Petersson U384, Batlogger M). Op de onderzoek locatie was altijd visuele- en audioweergave van de opgevangen pulsen mogelijk en er was altijd de mogelijkheid geluiden en/of pulsen op te nemen met opnameapparatuur (Echo Meter Touch Pro, Pettersson U384, Batlogger M en Tascam DR05-X). Bij het onderzoek werd ook gebruik gemaakt van nachtkijkers (FLIR OTM 266 en Lahoux Spotter Elite 35V).
Overzicht van de veldbezoeken ten behoeve van het vleermuisonderzoek in plangebied Stolperbasculebrug te Schagen in 2021 per ronde (“KZ” = kraamkolonie- en zomerverblijfronde en “P” = paarverblijfronde).
Ronde / Datum
Tijd
Duur
Weersomstandigheden
Opzet
KZ1 11 mei
21:15-23:30
2 uur
Droog, bewolking 8/8, wind NW-2, 13 °C
avondbezoek kraamkolonies, zomerverblijven, terreingebruik
KZ2 10 juni
22:00-0:00
2 uur
Droog, bewolking 5/8, wind W-2, 19 °C
avondbezoek kraamkolonies, zomerverblijven, terreingebruik
KZ3 2 juli
3:30-5:30
2 uur
Droog, bewolking 7/8, wind ZW-3, 16 °C
ochtendbezoek kraamkolonies, zomerverblijven, terreingebruik
P1 26 aug
00:00-02:00
2 uur
Droog, bewolking 8/8, wind NW-2, 16 °C
middernacht/avondbezoek paarverblijven, zwermactiviteit, terreingebruik
P2 16 sept
21:00-23:00
2 uur
Droog, bewolking 6/8, wind W-2, 16 °C
avondbezoek paarverblijven, zwermactiviteit, terreingebruik
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2021-78
Stolperbasculebrug te Schagen
15
De laatste twee bezoeken (P1 en P2) zijn vooral gericht geweest op het vaststellen van paarverblijven en baltsactiviteit. De P1 ronde eind augustus is om middernacht ingezet om baltsactiviteit van Ruige dwergvleermuis later in de nacht in beeld te brengen. Deze P1 ronde is tevens laat ingezet om middernachtelijke zwermactiviteit van Gewone dwergvleermuis vast te kunnen stellen. Deze zwermactiviteit vormt een sterke aanwijzing voor de aanwezigheid van een winterverblijf. Vanwege de grootte van het object en het aantal potentieel geschikte plekken en de positie daarvan voor met name verblijfsgebruik van vleermuizen, is de inventarisatie uitgevoerd door drie personen. Tijdens de veldbezoeken was geen sprake van substantiële neerslag, werd er niet geïnventariseerd bij een windkracht hoger dan 4 Bft of bij een te lage temperatuur. Voor een overzicht met informatie van de veldbezoeken zie Tabel 5. Ook tijdens onderzoek naar Gierzwaluw is gelet op uitvliegende vleermuizen.
2.2.2
Relatie met het vleermuisprotocol Het vleermuisprotocol is een richtlijn op grond waarvan het onderzoek zo goed mogelijk is uitgevoerd. Dit betekent dat op grond van aanwezige biotopen en potenties in het onderzochte plangebied de uiteindelijke onderzoeksopzet is gemaakt. In het geval van het besproken gebied zijn de hieronder genoemde keuzes gemaakt om de resultaten te optimaliseren. De bebouwing binnen het plangebied is laag, is open en heeft weinig bufferende capaciteit ten aanzien van warmte. Daarom worden geen bijzondere constante en koele microklimaten verwacht ten aanzien van warmte en vocht en is de bebouwing naar verwachting niet geschikt als (massa)winterverblijf voor Gewone dwergvleermuis. Het middernachtzwermen van deze soort wordt daarom niet op voorhand verwacht. Omdat bovenstaande slechts een inschatting betreft en (massa-) winterverblijf als een belangrijke vast te stellen gebruiksfunctie wordt gezien, is hiernaar tijdens één ronde toch optimaal onderzoek gedaan. Door deze laat uitgevoerde bezoekronde wordt tevens ondervangen dat baltsactiviteit op verschillende momenten in de nacht wisselende intensiteit kan hebben en het plangebied op meerdere momenten in de nacht hierop werd onderzocht.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2021-78
Stolperbasculebrug te Schagen
16
In de andere (najaars-)ronde(s) is ook op nachtelijk zwermgedrag gelet, bij (grote) winterverblijven is dit gedrag ook eerder in de nacht waarneembaar en kan dit gedurende langere tijd doorgaan (tot ver in september).
Eén van de vleermuisonderzoekers speurt naar vleermuizen met een nachtkijker.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2021-78
Stolperbasculebrug te Schagen
3
17
Resultaten broedvogels 3.1
Huismus In en rond het plangebied en in de omgeving werden in het geheel geen Huismussen gehoord of gezien. De dakpannen van de woning aan de Provincialeweg 1 lopen ver door tot in de dakgoot waardoor de verblijfsmogelijkheden voor Huismus niet optimaal zijn. Omdat de soort ontbreekt in het plangebied en de omgeving daarvan, is geen aparte verspreidingskaart gemaakt.
3.2
Gierzwaluw In het plangebied werden geen verblijvende Gierzwaluwen of sporen daarvan waargenomen. Er werden slechts enkele Gierzwaluwen hoog vliegend waargenomen die op geen enkele wijze binding aan bebouwing binnen het plangebied hadden. Omdat de soort (verblijvend) ontbreekt in het plangebied, is geen aparte verspreidingskaart gemaakt.
De woning aan Provincialeweg 1 met tot ver in de dakgoot lopende dakpannen.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2021-78
Stolperbasculebrug te Schagen
18
3.3
Boomvalk, Ransuil en Sperwer
3.3.1
Ronde 1 (12 april 2021) Tijdens de eerste ronde van het onderzoek naar roofvogels en uilen zijn geen waarnemingen van dergelijke soorten gedaan. Er zijn 2 oude, grote nesten waargenomen waarvan één in de bosschage tussen de Rijksweg en de waterpartij langs de N9 en één in de bosschages ten noorden van de Stolperbasculebrug langs het Noordhollands Kanaal. Rondom de aanwezige nesten is geen activiteit en zijn geen sporen van (jaarrond) beschermde vogels aangetroffen.
3.3.2
Ronde 2 (14 mei 2021) Tijdens ronde 2 zijn geen indicatieve waarnemingen gedaan wat betreft vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten. Ook zijn wederom geen sporen aangetroffen onder de aanwezige nesten.
3.3.3
Ronde 3 (8 juni 2021) Tijdens de derde ronde zijn wederom geen waarnemingen van uilen of roofvogels. Tevens zijn geen sporen onder de aanwezige nesten aangetroffen. Ook tijdens het onderzoek naar vleermuizen zijn geen waarnemingen verricht die duiden op de aanwezigheid van Ransuilen in het plangebied. Omdat de onderzochte roofvogelsoorten ontbreken in het plangebied en de omgeving daarvan, is er geen aparte verspreidingskaart gemaakt.
3.4
Conclusie jaarrond beschermde broedvogels In en rond het plangebied werden in het geheel geen waarnemingen gedaan van Huismus. De waargenomen Gierzwaluwen vlogen hoog en toonden in het geheel geen binding met de bebouwing in het plangebied. Er zijn geen aanwijzingen verkregen dat roofvogels of uilen zijn gevestigd op de aanwezige nesten of elders op het terrein.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2021-78
Stolperbasculebrug te Schagen
4
19
Resultaten vleermuizen In plangebied Stolperbasculebrug te Schagen zijn vijf soorten vleermuizen vastgesteld. In Tabel 6 staan de aangetroffen soorten. De relevante verspreidingskaarten van de aangetroffen vleermuizen staan in Bijlage 1.
Vastgestelde soorten vleermuizen met bijbehorende indicatie van de aantallen en gebruiksfuncties in plangebied Stolperbasculebrug te Schagen in 2021. *=Verblijfplaatsen zijn niet gevonden. Echter zijn verblijfplaatsen in de bebouwing van de Provincialeweg 1 niet uit te sluiten omdat daar het onderzoek niet kon worden afgerond. Soort
Aantal (indicatie)
Verblijf
Balts in vlucht
Foeragerend
Vliegroute
Gewone dwergvleermuis Ruige dwergvleermuis Laatvlieger Meervleermuis Rosse vleermuis
10 tallen 5 - 10 enkele 10 tallen enkele
geen* geen* geen* geen* geen*
ja nee nee nee nee
ja ja ja ja ja
nee nee nee ja nee
Er werden langsvliegende, foeragerende en baltsende vleermuizen waargenomen. Verblijfplaatsen in bomen of gebouwen zijn niet vastgesteld. Binnen het plangebied is mogelijk wel essentieel leefgebied voor vleermuizen aanwezig. Ruimtes in de brug zelf zijn tijdens de quickscan nader geïnspecteerd. Zo is er bijvoorbeeld in de brugkelder gezocht naar sporen van vleermuizen. Daarbij werden geen sporen gevonden. Tevens werd beoordeeld dat de ruimtes niet geschikt zijn voor vleermuisverblijf wegens het lawaai dat geproduceerd wordt door passerend verkeer. Per soort wordt hieronder het voorkomen van de aangetroffen vleermuizen in het plangebied kort toegelicht en wordt de leefwijze van de waargenomen vleermuizen in Nederland geschetst.
4.1
Gewone dwergvleermuis In plangebied van Stolperbasculebrug te Schagen werd de Gewone dwergvleermuis alleen in het westelijke deel van het plangebied aangetroffen. De dichtheden waren vooral hoog nabij de waterpartij langs de N9 en achter de woningen langs de Rijksweg. Vanwege de hoeveelheid vleermuizen en regelmatige waarnemingen kan niet worden uitgesloten dat dit foerageergebied een essentieel deel van het leefgebied van Gewone dwergvleermuizen betreft. Ook werden luwere terreindelen zoals de bosschages langs het Noordhollands Kanaal en de brug regelmatig gebruikt om te
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2021-78
Stolperbasculebrug te Schagen
20
foerageren. De dichtheden lagen hier lager. Gezien de (betere) mogelijkheden om te foerageren binnen en buiten het plangebied, is dit deel van het plangebied wat betreft foerageergebied geen ‘essentieel’ deel van het leefgebied van Gewone dwergvleermuizen. Er werden geen bijzondere gerichte verplaatsingen opgemerkt van Gewone dwergvleermuizen die zouden kunnen wijzen op een belangrijke vliegroute. Verblijfplaatsen van vleermuizen zijn niet vastgesteld. De bebouwing van Provincialeweg 1 is alleen tijdens de eerste ronde geïnventariseerd. Bij de latere rondes werd geen medewerking verleend voor het betreden van het terrein waardoor niet kan worden uitgesloten dat zich in de bebouwing ter plaatse verblijfplaatsen aanwezig zijn. Op de eerder genoemde foerageerlocaties in het westelijke deel van het plangebied werden in latere onderzoek rondes tevens enkele in vlucht baltsende Gewone dwergvleermuizen waargenomen. De waarnemingen van deze in vlucht baltsende vleermuizen kon niet worden gekoppeld aan bebouwing binnen het plangebied. Er was geen sprake van langdurige aanwezigheid van de baltsende vleermuizen met aanhoudend rond of bij bebouwing vliegende dieren of gebouwgerichte activiteit (aantikken, gebouwgericht zwenken enzovoorts). Verondersteld wordt dat de vleermuizen werden aangetrokken door de baltslocaties vanwege de gunstige foerageermogelijkheden.
Het is gebruikelijk dat (Gewone) dwergvleermuizen later in het jaar zeer frequent hun baltsroep tijdens foerageeractiviteit laten horen. Tijdens de waargenomen baltsactiviteit werden naast baltsgeluiden tevens vangpulsen (versnellende pulsen) van de aanwezige baltsende vleermuizen opgevangen zodat duidelijk was dat de baltslocaties (ook) als foerageergebied worden gebruikt en het (in combinatie met afwezigheid van gebouwgerichte activiteit) waarschijnlijk is dat de dieren niet werden aangelokt door de omringende bebouwing. Algemeen De Gewone dwergvleermuis is de meest verspreide en talrijkste vleermuissoort in Nederland. Deze soort wordt beschouwd als hoofdzakelijk gebouw bewonend. Gedurende het hele jaar worden vooral van buiten toegankelijke spouwmuren en besloten ruimtes achter betimmeringen en daklijsten gebruikt. Nachtelijk zwermgedrag rond een verblijfplaats in voorjaar en zomer duidt op de aanwezigheid van (kraam)kolonies. Door de verborgen leefwijze gedurende de winterperiode zijn overwinterende dieren, die zich dan meestal in kleinere groepen ophouden, vaak onvindbaar. Een sterke aanwijzing voor dergelijke winterverblijven is het voorkomen van zogenaamde middernachtzwermactiviteit in de periode half juli – augustus. Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2021-78
Stolperbasculebrug te Schagen
21
Daarnaast is gedurende de baltsperiode in de nazomer en herfst sprake van paargezelschappen die rond paarverblijfplaatsen kunnen worden waargenomen. Baltsende mannetjes worden ook vaak vliegend waargenomen en zijn dan vaak niet direct aan een paarverblijfplaats te koppelen. Foerageergebieden bevinden zich overwegend in besloten tot halfopen landschap binnen enkele kilometers van de (zomer)verblijven. Het foerageergebied wordt via vaste en veelal beschutte vliegroutes bereikt, zoals bomenlanen, boszomen en watergangen.
4.2
Ruige dwergvleermuis In het plangebied werd de Ruige dwergvleermuis enkele malen aangetroffen in het westelijke deel van het gebied. De soort werd alleen langsvliegend en foeragerend gezien zonder dat aanwijzingen werden verkregen dat de vleermuizen binding hadden met bebouwing in het plangebied. Vanwege het beperkte gebruik van het plangebied en omdat geen waarnemingen werden gedaan die duiden op belangrijke binding van de soort aan het plangebied, is geen aparte verspreidingskaart opgenomen. Algemeen De Ruige dwergvleermuis is in ons land jaarrond een algemeen verspreide soort, met name ten noorden van de grote rivieren. Het leefgebied is zeer divers, maar de grootste aantallen bevinden zich in bosrijk of parkachtig gebied. Ruige dwergvleermuizen gebruiken uiteenlopende (tijdelijke) verblijfplaatsen, zoals boomholten, bastspleten, nestkasten, spouwmuren, houtstapels en kelders. Hoewel de soort in ons land ook ’s zomers verspreid wordt waargenomen, bevinden kraamkolonies zich vooral in Noord- en Oost-Europa (slechts één keer in ons land).
4.3
Laatvlieger De Laatvlieger is voornamelijk aan de zuidwestelijke deel van het plangebied gezien. Tijdens de onderzoeken zijn maximaal 3 individuen tegelijk foeragerend gezien hoger boven de waterpartij langs de N9, bij de omvangrijkere bosschage ten westen van het plangebied en nabij lantaarnpalen langs de N9. Deze activiteit werd tijdens alle onderzoekrondes waargenomen. Gezien de regelmatige aanwezigheid van meerdere Laatvliegers, kan niet worden uitgesloten dat het hier gaat om een essentieel deel van het leefgebied voor Laatvliegers. In de bijlagen is een kaart opgenomen waarin het foerageergebied van Laatvliegers staat ingetekend. Er werden geen aanwijzingen verkregen dat de vleermuizen binding hadden met bebouwing in het plangebied.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2021-78
Stolperbasculebrug te Schagen
22
Algemeen De Laatvlieger komt in ons land algemeen verspreid voor rond dorpen in agrarisch gebied, parken, tuinen en stadsranden. In Nederland bewonen Laatvliegers gedurende het hele jaar uitsluitend gebouwen. Kraamkolonies worden vooral aangetroffen op (kerk)zolders, in spouwmuren of achter gevelbekleding, waarbij de dieren vaak weggekropen zijn tussen balken en in spleten. Een populatie Laatvliegers gebruikt veelal een netwerk van verblijven, waarbij relatief vaak van plaats wordt gewisseld. Voor zover bekend leven mannetjes vrijwel het gehele jaar solitair. Overwinterende dieren worden meestal in kleine groepjes aangetroffen, mogelijk in dezelfde gebouwen als waarin zich de zomerverblijven bevinden. Laatvliegers foerageren na het uitvliegen eerst kort in sociale groepen nabij de kolonieplaats. Daarna zoeken ze afzonderlijk de open jachtgebieden op. Deze liggen veelal in kleinschalig agrarisch gebied dat rijk is aan vochtige graslanden. Hierbij kunnen relatief grote afstanden worden afgelegd.
4.4
Rosse vleermuis In het plangebied werd de Rosse vleermuis slechts incidenteel waargenomen. De soort werd alleen langsvliegend gezien zonder dat aanwijzingen werden verkregen dat de vleermuizen binding hadden met bomen of begroeiing in het plangebied. Vanwege de lage aantallen waarnemingen wordt het plangebied niet gezien als (onderdeel van) een belangrijke vliegroute of essentieel foerageergebied voor de soort. Vanwege het beperkte gebruik en omdat geen waarnemingen werden gedaan die duiden op belangrijke binding van de soort aan het plangebied, is geen aparte verspreidingskaart opgenomen. Algemeen De Rosse vleermuis is een echte bosbewoner en komt in bosrijke delen en oudere parken van ons land algemeen voor. De kraamkolonies, die regelmatig bestaan uit meer dan honderd vrouwtjes, bevinden zich vaak verdeeld over een netwerk van meerdere boomholten van vooral Beuk of Zomereik. In de kraamperiode verhuizen de dieren regelmatig. De mannetjes verblijven in de zomerperiode verspreid in kleine groepen in boomholten. In de nazomer is de baltsperiode en hebben de mannetjes een territorium bij een boomholte. Hier worden dan met enkele vrouwtjes paargezelschappen gevormd. In het najaar worden ook wel alternatieve verblijfplaatsen zoals vleermuiskasten en hoogbouw gebruikt. Winterverblijven kunnen zich in dikke bomen bevinden, maar worden in ons land niet vaak aangetroffen.
Rosse vleermuizen jagen bij voorkeur hoog boven open gebieden als bosranden, weiden, moerassen en meren. Jachtgebied
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2021-78
Stolperbasculebrug te Schagen
23
en verblijfplaats kunnen relatief ver uit elkaar liggen (10 km). Vliegroutes lijken nauwelijks gebonden aan landschapselementen en worden hoog, hoger dan tien meter, en snel vliegend overbrugd.
4.5
Meervleermuis In plangebied Stolperbasculebrug te Schagen werd de Meervleermuis in grote aantallen aangetroffen boven de waterpartij langs de N9. Tijdens de voorjaarsrondes werden tientallen Meervleermuizen foeragerend waargenomen. Tijdens de najaarsrondes bleken er slechts nog enkele te foerageren. Mogelijk zijn de vleermuizen na de kraamperiode vertrokken richting overwinteringsgebieden en daarom minder in het plangebied aanwezig. Gezien de grote hoeveelheid foeragerende Meervleermuizen boven de waterpartij betreft de locatie een essentieel deel van het leefgebied van Meervleermuizen. Boven het Kanaal Stolpen-Schagen werd een vliegroute voor Meervleermuizen vastgesteld. Deze vliegroute wordt waarschijnlijk gebruikt door de kolonie Meervleermuizen in Schagen die naar het foerageergebied (de waterpartij langs de N9) vliegen. Tijdens de inventarisatie zijn enkele tientallen Meervleermuizen op de vliegroute geteld. Het kanaal wordt daarom aangemerkt als essentiële functie voor de vliegroute van Meervleermuizen.
Het plasje naast de N9 wordt beschouwd als essentieel foerageergebied van de Meervleermuis, Gewone dwergvleermuis en Laatvlieger.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2021-78
Stolperbasculebrug te Schagen
24
Algemeen Hoewel de Meervleermuis internationaal als bedreigd wordt beschouwd (Habitatrichtlijn IV) is deze soort in Nederland niet zeldzaam. In de waterrijke delen van Nederland komt de Meervleermuis redelijk algemeen voor en is daarbij sterk aan menselijke bouwwerken gebonden. De vaak grote kraamkolonies, tot enkele honderden dieren, worden aangetroffen op (kerk)zolders of in spouwmuren en kunnen zich gedurende een seizoen meerdere malen lokaal verplaatsen. In de (na)zomer worden solitaire dieren en kleine paargroepen ook in vleermuiskasten aangetroffen. De grootst bekende winterpopulatie Meervleermuizen van Europa bevindt zich in bunkers van het Zuid-Hollands duingebied. Ook wordt in groeven en kelders overwinterd. De Meervleermuis jaagt bij voorkeur vlak boven grote open wateren, waarbij prooidieren van het wateroppervlak worden geschept. Brede weteringen, vaarten en kanalen zijn vaak onderdeel van de vaste, soms lange (> 10 km), vliegroutes. De soort trekt tussen zomer- en winterverblijven, waarbij afstanden tot boven de 100 km worden overbrugd.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2021-78
Stolperbasculebrug te Schagen
5
25
Effectbeoordeling en maatregelen De aanwezigheid van vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten of vleermuizen nabij en binnen het plangebied kan van invloed zijn op de verdere procedure. De effecten die kunnen optreden bij de geplande werkzaamheden worden beschreven. Voorts zal worden aangegeven welke maatregelen kunnen worden genomen om effecten te voorkomen of te minimaliseren.
5.1
Huismus Er zijn geen Huismussen waargenomen in of bij de bebouwing van het plangebied. Er waren geen nestplaatsen aanwezig. Er kunnen daarom geen negatieve gevolgen zijn door de plannen voor de Huismus.
5.2
Gierzwaluw Er zijn alleen enkele hoog overvliegende Gierzwaluwen aangetroffen tijdens de inventarisaties. Er waren geen nestplaatsen aanwezig. Er kunnen daarom geen negatieve gevolgen zijn door de plannen voor de Gierzwaluw.
5.3
Boomvalk, Ransuil en Sperwer Tijdens de inventarisaties zijn geen waarnemingen gedaan van Boomvalk, Ransuil of Sperwer. Daarnaast zijn geen sporen van de soorten aangetroffen. Het plangebied maakt geen belangrijk deel uit van het leefgebied van genoemde soorten. Er kunnen daarom geen negatieve gevolgen zijn door de plannen voor Boomvalk, Ransuil en Sperwer.
5.4
Vleermuizen Verblijfplaatsen Er zijn tijdens de inventarisaties geen verblijfplaatsen van vleermuizen aangetroffen. Echter kan niet volledig worden uitgesloten dat verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig zijn in de bebouwing van Provincialeweg 1. Foerageergebied Het foerageergebied voor Gewone dwergvleermuizen, Laatvliegers en Meervleermuizen binnen het plangebied betreft mogelijk een essentieel deel van het leefgebied van deze soort. Het gaat hierbij om de waterpartij langs de N9. De bosschages en rietkragen rondom de waterpartij zorgen voor luwte op het water. Voorkomen dient te worden dat de waterpartij in betekende mate wordt aangetast.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2021-78
Stolperbasculebrug te Schagen
26
Als bosschages of rietkragen rondom de waterpartij verwijderd moeten worden, dient voorafgaand daaraan nader beoordeeld te worden of foerageergebied daarmee significant wordt aangetast. Vliegroutes De in het onderzoek vastgestelde essentiële vliegroute van Meervleermuizen langs het Kanaal Stolpen-Schagen wordt door de werkzaamheden, die zich beperken tot binnen de contouren van het plangebied, niet in betekenende mate beïnvloed door de plannen. Er zijn bij de aanleg van de brug en andere werkzaamheden wel maatregelen nodig zoals afzien van kunstlicht dat kan uitstralen op deze vliegroute. Over het Noord Hollands kanaal zelf werd Meervleermuis ook waargenomen, zowel foeragerend als langsvliegend. Deze route werd niet als essentieel beoordeeld maar er zijn wel maatregel nodig zoals het gedeeltelijk vrijhouden van water van pontons en het afzien van sterk en fel kunstlicht.
5.5
Overige broedvogels In het plangebied zijn geen vogelsoorten met jaarrond beschermde verblijfplaatsen aanwezig. Er kunnen in de bebouwing of het omliggend groen in het broedseizoen wél andere soorten broedvogels vestigen met niet-jaarrond beschermde nesten. Dergelijke vogelnesten kunnen worden vernield bij ecologisch gevoelige werkzaamheden zoals het rooien en kappen van struiken en bomen, het slopen of renoveren van bebouwing, diverse graafwerkzaamheden of het verwijderen van de vegetatie-toplaag. Men dient deze activiteiten waarbij nesten verstoord of vernield kunnen worden daarom buiten het broedseizoen plaats te doen vinden, dus niet van grofweg 15 maart tot 15 juli. Deze periode is afhankelijk van bijvoorbeeld het weer en de betrokken soorten. Als onverhoopt buiten deze periode vogels broedend aanwezig zijn, dienen werkzaamheden plaatselijk te worden uitgesteld. Wanneer toch in het broedseizoen gewerkt gaat worden is het mogelijk – voorafgaand aan het broedseizoen of voorafgaand aan de vestiging van broedvogels – het plangebied ongeschikt te maken als (nog) geen nesten aanwezig zijn.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2021-78
Stolperbasculebrug te Schagen
6
27
Conclusies en aanbevelingen Tijdens de inventarisatie zijn Gierzwaluw en vijf soorten vleermuizen aangetroffen (zie Tabel 7).
Aangetroffen beschermde soorten met vastgestelde gebruiksfuncties in Stolperbasculebrug te Schagen in 2021 *=Verblijfplaatsen zijn niet gevonden. Echter zijn verblijfplaatsen in de bebouwing van de Provincialeweg 1 niet uit te sluiten omdat daar het onderzoek niet kon worden afgerond. **=plasje naast de N9. Vogels
Huismus Gierzwaluw Boomvalk Ransuil Sperwer
Essentieel leefgebied nee nee nee nee nee
Aanwezig
Verblijf
nee ja nee nee nee
nee nee nee nee nee
Verblijf
Foerageergebied
Essentieel foerageergebied
vliegroute
Essentiële vliegroute
nee* nee* nee* nee* nee*
ja ja ja ja ja
mogelijk** nee mogelijk** ja nee
nee nee nee ja nee
nee nee nee ja nee
Vleermuizen
Gewone dwergvleermuis Ruige dwergvleermuis Laatvlieger Meervleermuis Rosse vleermuis
♣ In het plangebied komen geen jaarrond beschermde verblijfplaatsen van vogels voor. In het plangebied kunnen wél broedvogels met niet-jaarrond beschermde nesten voorkomen. Voor de verwachte aanwezige broedvogels dienen werkzaamheden waarbij nesten vernield of verstoord kunnen worden, buiten het broedseizoen plaats te vinden. Een ontheffing is voor broedvogels dan niet nodig. Het broedseizoen duurt ruwweg van half maart tot half juli. ♣ In het plangebied zijn alleen langsvliegende, in vlucht baltsende en foeragerende vleermuizen waargenomen. ♣ Verblijfplaatsen van vleermuizen konden niet worden vastgesteld in het plangebied. De in vlucht baltsende vleermuizen vertoonden geen gebouw gebonden activiteit en konden niet aan aanwezige bebouwing worden gekoppeld. Bij de bebouwing van de Provincialeweg 1 zijn paarverblijven echter niet uit te sluiten. ♣ Verblijfplaatsen in de bebouwing van de Provincialeweg 1 zijn niet aangetroffen maar gezien het beperkte onderzoek kunnen deze niet volledig worden uitgesloten. ♣ Het foerageergebied voor vleermuizen binnen het plangebied ter hoogte van de waterpartij langs de N9 is mogelijk een ‘essentieel’ deel van het leefgebied. Indien de functie als foerageergebied in
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2021-78
Stolperbasculebrug te Schagen
28
betekenende mate wordt aangetast, dan dient een plan van aanpak gemaakt te worden waarin mitigerende en compenserende maatregelen worden beschreven om negatieve effecten die kunnen optreden teniet te doen. Dit plan dient te worden ingediend in het kader van een WABO-procedure of in het kader van een ontheffingsaanvraag Wnb. Wanneer voldoende compenserende en/of mitigerende maatregelen worden getroffen en een geldig belang uit de Habitatrichtlijn of Vogelrichtlijn aanwezig is, wordt door de provincie een verklaring van geen bedenkingen afgegeven (Wabo-procedure) of een ontheffing (ontheffingsaanvraag Wnb). Zie ook Bijlage 2.5.1. ♣ De in het onderzoek vastgestelde ‘essentiële’ vliegroute van de Meervleermuis net naast het plangebied, wordt niet in betekenende mate beïnvloed door de plannen. Ook het Noord Hollands kanaal zelf wordt in beperkte mate gebruikt door langsvliegende en foeragerende Meervleermuizen. Hierbij wordt niet uitgegaan van essentiële gebruiksfuncties. Er zijn bij de aanleg van de brug en andere werkzaamheden wel maatregelen nodig zoals het gedeeltelijk vrijhouden van water van pontons en het afzien van kunstlicht dat kan uitstralen op deze vliegroute en/of foerageergebied. Aanbevolen wordt middels een ecologisch werkprotocol maatregelen te beschrijven en op de werkvloer uit te voeren zodat negatieve gevolgen worden voorkomen of geminimaliseerd.
♣ Voor overige aanwezige soorten geldt onverminderd de zorgplicht (zie Bijlage 2.1.1). ♣ Als daarnaast gewerkt wordt conform de gestelde beperkingen en restricties in de eerder uitgevoerde ecologische quickscan (zie SCHUITEMAKER, 2021), worden bij uitvoer van de plannen geen belangrijke negatieve effecten verwacht voor beschermde soorten.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2021-78
Stolperbasculebrug te Schagen
7
29
Aanbevolen en geraadpleegde literatuur BARATAUD, M., Y. TUPINIER, H. LIMPENS & A C. BETAIN, 2015. Acoustic Ecology of European Bats. Biotope editions, Publications scientifiques du muséum. ISBN 9782366621440. BEUSEKOM, R. VAN, HUIGEN P., HUSTINGS F., DE PATER, K. & THISSEN J. (RED.), 2005. Rode Lijst van Nederlandse broedvogels. Tirion uitgevers B.V., Baarn. BIJLSMA, R.G., HUSTINGS F. & C.J. CAMPHUYSEN, 2001. Algemene en schaarse vogels van Nederland (Avifauna van Nederland 2). GMB Uitgeverij/KNNV Uitgeverij, Haarlem/Utrecht. BRIGGS, B. & D. KING, 1998. The Bat Detective. A fieldguide for bat detection. Stag Electronics, West Sussex. BROEKHUIZEN, S., B. HOEKSTRA, V. VAN LAAR, C. SMEENK & J.B.M. THISSEN (RED.), 1992. Atlas van de Nederlandse zoogdieren. 3e herziene druk. KNNV Uitgeverij, Utrecht. DIETZ, C., A. KIEFFER, 2017. Veldgids Vleermuizen van Europa. KNNV Uitgeverij. Zeist. DIJK A.J. VAN & A. BOELE, 2011. Handleiding SOVON Broedvogelonderzoek. SOVON Vogelonderzoek Nederland, Nijmegen. GRIMMBERGER, E., 2001. Gids van de Vleermuizen van Europa. Tirion uitgevers B.V., Baarn. HUSTINGS F., BORGGREVE C., VAN TURNHOUT C. & THISSEN J. 2004. Basisrapport voor de Rode Lijst Vogels volgens Nederlandse en IUCN-criteria. SOVON-onderzoeksrapport 2004/13. SOVON Vogelonderzoek Nederland, Beek-Ubbergen. KAPTEYN, K., 1995. Vleermuizen in het landschap.
Over hun ecologie, gedrag en verspreiding. Provincie Noord-Holland, Noordhollandse Zoogdierstudiegroep, Het Noordhollands Landschap, Haarlem. LIMPENS, H., K. MOSTERT & W. BONGERS (RED.), 1997. Atlas van de Nederlandse vleermuizen: onderzoek naar verspreiding en ecologie. KNNV Uitgeverij, Utrecht. SCHUITEMAKER, J., 2021. 3303C – onderzoeken RO1, Flora & Fauna referentie 119096/20-xxx. Witteveen en Bos, Deventer SIERDSEMA, HENK, 1995. Broedvogels en beheer. Het gebruik van broedvogelgegevens in het beheer van bos- en natuurterreinen. SOVON-onderzoeksrapport 1995/04. Staatsbosbeheerrapport 1995-1. SOVON VOGELONDERZOEK NEDERLAND, 2002. Atlas van de Nederlandse Broedvogels 1998-2000. – Nederlandse Fauna 5. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV uitgeverij & European Invertebrate Survey – Nederland, Leiden.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2021-78
Stolperbasculebrug te Schagen
30
TWISK, P., A. VAN DIEPENBEEK & J.P. BEKKER, 2009. Veldgids Europese zoogdieren. KNNV Uitgeverij, Utrecht. VLEERMUISVAKBERAAD NETWERK GROENE BUREAUS, ZOOGDIERVERENIGING, 2020. Vleermuisprotocol 2020, maart 2020. www.netwerkgroenebureaus.nl en www.zoogdiervereniging.nl. WISMEIJER, H., 2002. Zoogdieren van Europa. ANWB bv/ TIRION Uitgevers bv, Baarn.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2021-78
Stolperbasculebrug te Schagen
8
Bijlagen
Bijlage 1 Bijlage 2
Verspreidingskaarten Vleermuizen Huidige natuurwetgeving
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
31
2021-78
Stolperbasculebrug te Schagen
Bijlage 1 Verspreidingskaarten Vleermuizen
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2021-78
Stolperbasculebrug te Schagen
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2021-78
Stolperbasculebrug te Schagen
Meervleermuis
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2021-78
Stolperbasculebrug te Schagen
Bijlage 2 Huidige natuurwetgeving Bijlage 2.1 Wet Natuurbescherming (Wnb) De Wet Natuurbescherming (Wnb) is het nationale wettelijke kader waarin de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet zijn samengevoegd. In de Wnb is zowel de soortbescherming van wilde flora en fauna geregeld als de gebiedsbescherming die veelal voortkomt uit bepalingen van de Europese Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn. De provincies zijn, op enkele uitzonderingen na, het bevoegd gezag van de wet. De provincies organiseren de ontheffingsverlening en handhaving. Bijlage 2.1.1 Zorgplicht Een belangrijke bepaling van de Wnb is de zorgplicht die stelt dat “een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten kunnen worden veroorzaakt, verplicht is dergelijk handelen achterwege te laten voor zover zulks in redelijkheid kan worden gevergd, dan wel alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd teneinde die gevolgen te voorkomen of, voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken.”
Bijlage 2.2 Soortbescherming Bijlage 2.2.1 Categorieën Onder de Wnb wordt een aantal soorten planten en dieren beschermd. Er zijn vier categorieën met beschermde soorten. Twee categorieën bevatten de soorten die respectievelijk zijn beschermd onder de Europese Habitatrichtlijn en soorten genoemd in de Europese Vogelrichtlijn. Naast deze Europees beschermde soorten heeft de wetgever nog een extra categorie soorten toegevoegd, de ‘andere soorten’. Per provincie is conform artikel 3.11 nog een vierde categorie opgesteld, die van de ‘vrijgestelde soorten’. Alleen soorten uit de derde categorie kunnen worden vrijgesteld. Voor deze soorten geldt een vrijstelling van ontheffingsplicht bij het overtreden van de verbodsbepalingen (zie Bijlage 2.2.2) bij ruimtelijke ontwikkeling en inrichting en bestendig beheer. De lijst van vrijgestelde soorten kan per provincie variëren en is te vinden in Tabel 8.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2021-78
Stolperbasculebrug te Schagen
Daarnaast zijn Bosmuis, Veldmuis en Huisspitsmuis in of op gebouwen of daarbij behorende erven in alle gevallen vrijgesteld van de genoemde verboden in artikel 3.10.
Vrijgestelde soorten per provincie. Rood=niet vrijgesteld. DR
FL
FR
GL
GR
L
NB
NH
OV
UT
ZH
ZL
+ + + + +
+ + + + +
+ + + + +
+ +
+ + + + +
+ +
+ +
+ +
+ +
+ +
+ +
+ + + + +
+ + + + +
+ + + + +
+ + + + + + + + +
+ + + + + + + + +
+ + + + + + + + +
+ + +
+ + +
+ + +
+ +
+ + + + +
+ + + + +
+ + + + + + + + +
+ + +
+ + + + +
+ + + + + + + + +
+ + + +
+ + + +
+ + + +
+ + +
+ + + +
+ + + + + +1 + + + + + + + + + +2 + + + +
+ + +
+ + +
+ + +
+ + + +
+ + + +
+ + + +
+
+
+
+
+
+
+ +
+
+
+
+
+
+ +
+ +
+ +
+ +
+ +
+ +
+ +
+ +
+ +
+ +
+ +
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+ +
+ +
+ +
+ +
+ +
+ + +3 + +4 + +
+ +
+ +
+ +
+ +
+ +
+ +
Zoogdieren Aardmuis Bosmuis* Bunzing Dwergmuis Dwergspitsmuis Eekhoorn Egel Gewone bosspitsmuis Haas Hermelijn Huisspitsmuis* Konijn Ondergrondse woelmuis Ree Rosse woelmuis Steenmarter Tweekleurige bosspitsmuis Veldmuis Vos Wezel Wild zwijn Woelrat Amfibieën en reptielen Bruine Kikker Gewone pad Hazelworm Kleine watersalamander Levendbarende hagedis Meerkikker Bastaardkikker
+ +
+ + + + +
+ + + + + + + + +
*: algemene vrijstelling wanneer soorten zich in/op gebouwen en bijhorende erven bevinden +1:geldt in de periode maart-april en juli t/m november +2:geldt in de periode 15 augustus t/m februari +3:geldt in de periode juli t/m september +4:geldt in de periode 15 augustus t/m 15 oktober
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2021-78
+ + + +
Stolperbasculebrug te Schagen
Bijlage 2.2.2 Verbodsbepalingen De Wnb bepaalt conform artikel 3.1, 3.5 & 3.10 dat de volgende zaken verboden zijn: 1. Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende dieren voorkomend in de Habitatrichtlijn, vogels genoemd in de Vogelrichtlijn en aangewezen ‘andere soorten’ opzettelijk te doden of te vangen¹ 2. Het is verboden dieren voorkomend in de Habitatrichtlijn opzettelijk te verstoren. 2. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van hierboven genoemde soorten te vernielen of te beschadigen of nesten of eieren van vogels weg te nemen. 4. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste punt opzettelijk te verstoren als deze verstoring van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. 5. Het is verboden planten van soorten genoemd in de Habitatrichtlijn (bijlage IV, Bijlage 1 Verdrag van Bern) of als ‘andere soorten’ (Bijlage B bij de wet) in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Bijlage 2.2.3 Ontheffingsmogelijkheid Ruimtelijke ontwikkeling en (her)inrichting zoals het slopen, renoveren of bouwen van woningen, het dempen van wateren of het aanleggen bedrijventerreinen, kan beschadiging of vernieling tot gevolg hebben van de voortplantings- en rustplaatsen van de in het gebied voorkomende (beschermde) soorten. Dit hangt af van de fysieke uitvoering daarvan en de periode waarin het project plaatsvindt. In bepaalde gevallen moet dan ontheffing voor de Wnb verkregen worden. Als er beschermde soorten (zie Bijlage 2.2.1) voorkomen die niet zijn vrijgesteld én verbodsbepalingen (zie Bijlage 2.2.2) worden overtreden, dan is ontheffing vereist of moet, indien mogelijk, conform art. 3.31 gewerkt worden met een door het Ministerie van EZ goedgekeurde gedragscode. De vraag of de ontheffing kan worden verleend zal worden beoordeeld door het bevoegde gezag (veelal de provincie waarin het plangebied is gelegen). Belangrijk daarbij is de vraag in hoeverre schade optreedt, of de gunstige staat van instandhouding van de
¹Het betreft soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn, soorten genoemd in bijlage IV bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn in hun natuurlijke verspreidingsgebied. Alsmede andere soorten, genoemd in bijlage, onderdeel A, bij de wet. Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2021-78
Stolperbasculebrug te Schagen
betrokken soort(en) in gevaar komt en of er bevredigende alternatieven voorhanden zijn voor de ingreep of de locatie daarvan. Bijlage 2.2.4 Wettelijk belang Per categorie is het bij het al dan niet verkrijgen van een ontheffing belangrijk wat het belang is van het uit te voeren plan en de te verkrijgen ontheffing. Als schade niet te voorkomen is, dient één van de onderstaande wettelijke belangen van toepassing te zijn: Soorten van de Vogelrichtlijn Ontheffing is nodig: ♣ in het belang van de volksgezondheid of openbare veiligheid. ♣ in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer. ♣ ter bescherming van flora en fauna. Soorten van de Habitatrichtlijn Ontheffing is nodig: ♣ ter bescherming van flora en fauna. ♣ in het belang van de volksgezondheid, openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijk gunstige effecten. Andere soorten Ontheffing is nodig: ♣ ter bescherming van flora en fauna. ♣ in het belang van de volksgezondheid, openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijk gunstige effecten. ♣ in het kader van ruimtelijke ontwikkeling of inrichting van gebieden en het toekomstig gebruik daarvan.
♣ ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen. Bijlage 2.2.5 Broedvogels Voor broedvogels wordt in principe geen ontheffing verleend. Als men verstorende activiteiten buiten het broedseizoen laat plaatsvinden worden de vogels geacht te kunnen uitwijken, treedt geen schade op en is geen ontheffing noodzakelijk. Er is een uitzondering, vogelnesten die buiten het broedseizoen in gebruik zijn vallen onder de definitie van ‘vaste rust- of verblijfplaatsen’ en zijn daarom jaarrond beschermd. Er zijn vier verschillende categorieën ‘jaarrond beschermde broedvogels’, categorie 1 t/m 4, zie kader volgende pagina.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2021-78
Stolperbasculebrug te Schagen
Kader: Vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten en bijbehorende categorie.
Soort Boomvalk Buizerd Gierzwaluw Grote gele kwikstaart Havik Huismus Kerkuil Oehoe Ooievaar Ransuil Roek Slechtvalk Sperwer Steenuil Wespendief Zwarte wouw
Categorie Toelichting codes 4 Vogelsoorten waarvan de nesten in 4 principe jaarrond zijn beschermd met 2 beschermingscategorie: 3 1 = soorten die ook buiten het 4 broedseizoen het nest gebruiken als vaste 2 rust- of verblijfplaats, 3 2 = koloniebroeders die elk broedseizoen 3 op dezelfde plaats broeden en die daarin 3 zeer honkvast zijn of afhankelijk van 4 bebouwing of biotoop, 2 3 = soorten die elk jaar op dezelfde plaats 3 broeden en die daarin zeer honkvast zijn of 4 afhankelijk van bebouwing, 1 4 = soorten die niet of nauwelijks zelf in 4 staat zijn een nest te maken. 4
De lijst met vogelsoorten waarvan de nesten gedurende het hele jaar zijn beschermd is in 2009 aangepast (zie kader). Let wel! Bij de bescherming van een jaarrond beschermd nest of verblijf wordt zowel de verblijfplaats als de (directe) omgeving die nodig is voor het succesvol functioneren daarvan, betrokken! Voor jaarrond beschermde soorten kan, meestal alleen buiten het broedseizoen, wél ontheffing worden aangevraagd. Een ‘omgevingscheck’ is dan vereist. Een deskundige moet in dat geval vaststellen of de desbetreffende soort zelfstandig een vervangend nest kan vinden in de omgeving, of dat met verzachtende en/of compenserende maatregelen de functionaliteit van de voortplantings- en/of vaste rustplaats gegarandeerd kan worden. Om zeker te zijn dat geplande of genomen maatregelen hiertoe voldoende zijn, moeten deze middels een ontheffingsaanvraag worden voorgelegd aan de provincie. Als geen schade optreedt en de gunstig staat van instandhouding niet in gevaar komt, zal de aanvraag (positief) worden afgewezen. Het is uiteraard essentieel dat de (aan de provincie) voorgestelde maatregelen ook daadwerkelijk worden genomen.