CConstaterende datSchagen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Def. Concept statuten Samenwerking Sarkon-Surplus (23 juni 2025)

Gemeenteraad 4 november 2025, gemeente SchagenBij agendapunt: Fusie Sarkon Surplus9.571 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

VAN DOORNE N.V. SL/ML/203915923 Concept de dato 23 juni 2025

CONCEPTSTATUTEN SAMENWERKINGSSTICHTING SARKON/SURPLUS Na statutenwijziging genaamd: Stichting Samenwerkingsbestuur STATUTEN Begripsbepalingen Artikel 1 1.

In deze statuten wordt verstaan onder: a. b.

bevoegd gezag: de stichting als bedoeld in deze statuten; College van Bestuur: het orgaan dat belast is met het statutaire bestuur en de vertegenwoordiging van de stichting;

c.

gemeenschappelijke

medezeggenschapsraad:

de

(gemeenschappelijke)

medezeggenschapsraad, die de bevoegdheden heeft als toegekend in de Wet medezeggenschap op scholen; d.

gemeente: de gemeente Schagen en Hollands Kroon, zijnde de gemeenten waar openbaar onderwijs wordt verleend;

e.

gemeenteraden: de gemeenteraden van de gemeenten;

f.

NKSR: de Nederlandse Katholieke Schoolraad;

g.

Raad van Toezicht: het orgaan dat belast is met de functie intern toezicht als bedoeld in artikel 17b Wpo;

h.

school/scholen: de door de stichting in stand gehouden school/scholen voor primair onderwijs en de speciale school/scholen voor basisonderwijs;

i.

schriftelijk: per post, per e-mail of via enig ander elektronisch communicatiemiddel, waarmee het mogelijk is een bericht te verzenden dat leesbaar en reproduceerbaar is, tenzij uitdrukkelijk anders is vermeld;

j.

stichting: deze stichting, zijnde stichting Samenwerkingsbestuur, statutair gevestigd in de gemeente Schagen, ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder nummer: [●];

l.

Wms: de Wet medezeggenschap op scholen, dan wel een daarvoor in de plaats komende wet;

m.

Wpo: de Wet op het primair onderwijs, dan wel een daarvoor in de plaats komende wet.

2.

Tenzij anders blijkt of kennelijk anders is bedoeld, houdt een verwijzing naar een begrip of woord in het enkelvoud een verwijzing naar de meervoudsvorm van dit begrip of woord in en omgekeerd.

3.

Tenzij anders blijkt of kennelijk anders is bedoeld, houdt een verwijzing naar het mannelijke geslacht een verwijzing naar het vrouwelijke geslacht in en omgekeerd en/of worden personen met een andere gender(identiteit) bedoeld.

Naam en zetel Artikel 2 1.

De stichting draagt de naam: Stichting Samenwerkingsbestuur.

2.

De stichting heeft haar zetel in de gemeente Schagen.

1 203915923/20327873 CONCEPT Akte van statutenwijziging

3.

De stichting is opgericht voor onbepaalde tijd.

Doel Artikel 3 1.

De stichting heeft ten doel: a.

het als samenwerkingsstichting als bedoeld in artikel 17 van de Wpo geven van kwalitatief hoogwaardig onderwijs, bestaande uit openbaar primair onderwijs, speciaal onderwijs en onderwijs vanuit een evangelische opdracht en met respect voor de Rooms-Katholieke en Protestants-Christelijke tradities, in afzonderlijke scholen voor openbaar onderwijs en scholen op Rooms-Katholieke, Protestants-Christelijke, interconfessionele en/of algemeen-bijzondere grondslag;

b.

het in stand houden van één of meer samenwerkingsscholen als bedoeld in artikel 17d Wpo;

c.

het tot stand brengen van samenwerking met andere instellingen, werkzaam op de terreinen van jeugdbeleid, in het bijzonder van kinderopvang, onderwijs en jeugdwelzijn,

alsmede al hetgeen daarmee verband houdt en daartoe bevorderlijk kan zijn, alles in de ruimste zin. 2.

De stichting tracht haar doel onder meer te bereiken door: a.

het oprichten en beheren van één of meer openbare, Rooms-Katholieke, Protestants-Christelijke, interconfessionele en/of algemeen-bijzondere en één of meer samenwerkingsscholen;

b.

het samenwerken met de overheid en organisaties die eenzelfde of verwant doel

c.

het benutten van alle andere wettige middelen, die ter bereiking van het doel nuttig

d.

het doen geven en bevorderen van primair onderwijs in de zin van de Wet op het

nastreven; kunnen zijn; primair onderwijs alsook op basis van andere onderwijswetgeving die op de stichting van toepassing kan zijn; e.

het besturen, faciliteren en (financieel) ondersteunen van stichtingen en organisaties die ten doel hebben of betrokken zijn bij het verzorgen van diensten ten behoeve van kinderen en/of hun ouders en/of het exploiteren van daartoe dienende voorzieningen, alsmede het aangaan van samenwerkingsverbanden met of het deelnemen in stichtingen en organisaties;

f.

het

initiëren

en

realiseren

van

projecten

die

het

welzijn

en

de

ontwikkelingsmogelijkheden van kinderen in het primair onderwijs bevorderen en/of die bijdragen aan vernieuwing en/of verdieping van het aanbod van voorschoolse, schoolse en vrije tijdsvoorzieningen; g.

het in algemene zin (doen) ontwikkelen van (pedagogisch/didactisch) beleid en visie ten behoeve van de stichting en de rechtspersonen waarover de stichting het bestuur voert en het behartigen van belangen en het verrichten van andere diensten om de rechtspersonen waarover de stichting het bestuur voert te ondersteunen en te faciliteren,

en al hetgeen met voorstaande verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn, alles in de ruimste zin van het woord. 3.

De stichting verzorgt het onderwijs vanuit de volgende grondslagen: a.

voor wat betreft het openbaar onderwijs dat wordt verzorgd door de stichting in stand

2 203915923/20327873 CONCEPT Akte van statutenwijziging

gehouden openbare scholen wordt ervoor gezorgd dat dit bijdraagt aan de ontwikkeling

van

de

leerlingen

met

aandacht

voor

de

godsdienstige,

levensbeschouwelijke en maatschappelijke waarden zoals die leven in de Nederlandse samenleving en met onderkenning van de betekenis van de verscheidenheid van die waarden. De openbare scholen zijn toegankelijk voor alle kinderen zonder onderscheid van godsdienst of levensbeschouwing. Het openbaar onderwijs dat wordt verzorgd door de stichting wordt gegeven met inachtneming van de eerbiediging van ieders levensbeschouwing of godsdienst; b.

voor wat betreft de Rooms-Katholieke scholen beoogt de stichting onderwijs te geven op Rooms-Katholieke grondslag. Zij wil daarbij handelen volgens de algemene regelingen voor het katholiek onderwijs welke in het gezamenlijk overleg van de NKSR zijn vastgesteld, alsmede handelen volgens het Algemeen Reglement Katholiek onderwijs;

c.

voor wat betreft de Protestants Christelijke en interconfessionele scholen beoogt de stichting onderwijs te geven op Protestants Christelijke casu quo interconfessionele grondslag. Zij gaat daarbij uit van de christelijke beginselen met als richtsnoer het Evangelie van Jezus Christus zoals het tot ons komt vanuit de Bijbel en door de kerken wordt uitgedragen;

d.

het onderwijs op een samenwerkingsschool waarborgt diversiteit en uniciteit van iedereen die aan de school verbonden is en werkt vanuit een gezamenlijk vormgegeven invulling. Samenwerkingsscholen zijn toegankelijk voor alle kinderen zonder onderscheid van godsdienst of levensbeschouwing.

4.

Bij het doen geven van het onderwijs aan de Rooms-Katholieke, Protestants-Christelijke en interconfessionele scholen wordt zorggedragen voor een brede maatschappelijke en levensbeschouwelijke oriëntatie van de leerlingen en worden de leerlingen zorgvuldig vanuit een

christelijke

visie

in

hun

ontwikkelingsproces

begeleid,

één

en

ander

in

overeenstemming met de identiteit van de scholen. 5.

De Rooms-Katholieke en interconfessionele identiteit van de onder de stichting ressorterende scholen worden, uitgaande van doel en grondslag, nader vorm en inhoud gegeven in de afzonderlijke schoolplannen. In het schoolplan van de interconfessionele (Protestants-Christelijke/Rooms-Katholieke) school wordt op zodanige wijze ruimte voor godsdienstonderwijs ingebouwd dat de deelnemende richtingen zich daarin kunnen herkennen. Het Rooms-Katholiek godsdienstonderwijs wordt gegeven met inachtneming van de uitgangspunten welke dienaangaande in de Rooms-Katholieke kerk worden aangehouden en waarin ouders en leerlingen hun levensbeschouwing herkennen. Voor zover op de interconfessionele scholen Rooms-Katholiek godsdienstonderwijs aan leerlingen van Rooms-Katholieke huize wordt gegeven is de regeling voor het godsdienstonderwijs op Rooms-Katholieke scholen van toepassing.

6.

De stichting heeft geen winstoogmerk.

Middelen en beheer Artikel 4 1.

Het vermogen en de inkomsten van de stichting worden gevormd door: a.

rijksbekostiging, vergoedingen, subsidies en overige bijdragen;

b.

inkomsten en opbrengsten uit de activiteiten van de stichting;

c.

het eigen vermogen van de stichting en de daaruit voortvloeiende inkomsten;

d.

schenkingen, erfstellingen en legaten;

3 203915923/20327873 CONCEPT Akte van statutenwijziging

e. 2.

al hetgeen verder op wettige wijze wordt verkregen.

De stichting is gehouden in acht te nemen dat krachtens de Wpo verkregen bekostiging, respectievelijk voorziening in de huisvesting, slechts met inachtneming van de daaraan volgens de Wpo gestelde voorschriften kan worden besteed, respectievelijk gebruikt.

3.

Erfstellingen kunnen door de stichting slechts onder het voorrecht van boedelbeschrijving worden aanvaard.

4.

Het vermogen van de stichting dient ter verwezenlijking van het doel van de stichting. Geen natuurlijk persoon noch een rechtspersoon kan over het vermogen van de stichting beschikken als ware het zijn eigen vermogen.

5.

De stichting houdt niet meer vermogen aan dan redelijkerwijs nodig is voor de continuïteit van de voorziene werkzaamheden ten behoeve van de doelstelling als bedoeld in artikel 3. Het is echter wel toegestaan om verkregen vermogen in stand te houden als een erflater of schenker dit heeft bepaald.

Organen Artikel 5 1.

2.

De stichting kent als civielrechtelijke organen: a.

het College van Bestuur;

b.

de Raad van Toezicht.

De stichting neemt het bij of krachtens de Wms bepaalde in acht, onder meer in die zin dat de stichting een gemeenschappelijke medezeggenschapsraad kent als bedoeld in de Wms die de in de Wms toegekende bevoegdheden uitoefent.

3.

De stichting kent voorts een identiteitscommissie als bedoel in de Wpo indien daartoe een wettelijke verplichting bestaat.

College van Bestuur; benoeming Artikel 6 1.

Het College van Bestuur van de stichting bestaat uit een door de Raad van Toezicht te bepalen aantal leden, ook ieder aangeduid als "bestuurder". Een niet voltallig College van Bestuur blijft een bevoegd College van Bestuur. De bestuurders worden benoemd door de Raad van Toezicht na daartoe verkregen advies van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad.

2.

De leden van het College van Bestuur dienen de grondslag en doelstelling van de stichting te

3.

De benoeming van een lid van het College van Bestuur geschiedt aan de hand van een door

onderschrijven en de uitwerking van grondslag en doelstelling te bevorderen. de Raad van Toezicht vast te stellen selectieprocedure en een algemeen profiel, alsmede in geval van een meerhoofdig College van Bestuur, een profiel per zetel. De gemeenschappelijke medezeggenschapsraad wordt door de Raad van Toezicht in staat gesteld advies uit te brengen terzake de profielen. De profielen worden voorafgaand aan een benoeming openbaar gemaakt. 4.

De Raad van Toezicht consulteert het Bestuur over een voorgenomen benoeming, ontslag of schorsing van een bestuurder.

5.

De verdere procedure voor de benoeming van de leden van het College van Bestuur kan, met inachtneming van de relevante wettelijke bepalingen en daaruit voortvloeiende rechten voor de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad, worden geregeld in de werving- en selectieprocedure of het bestuursreglement.

6.

Tot lid van het College van Bestuur kan niet worden benoemd: a.

een lid van de Raad van Toezicht of een voormalig lid van de Raad van Toezicht binnen vier (4) jaar na diens aftreden;

4 203915923/20327873 CONCEPT Akte van statutenwijziging

b.

een persoon die tevens de functie van intern toezichthouder vervult bij een andere onderwijsorganisatie binnen het primair onderwijs;

c.

een persoon die teven de functie van intern toezichthouder vervult bij een onderwijsorganisatie binnen een aanpalende onderwijssector, tenzij deze organisatie een ander voedingsgebied bedient.

7.

De leden van het College van Bestuur zijn onafhankelijk ten opzichte van elkaar, de (leden van de) Raad van Toezicht en van de (deel)belangen van de stichting.

8.

Leden van het College van Bestuur hebben geen nevenfuncties die conflicterend zijn met het doel van de stichting. Voor het aanvaarden van een betaalde of onbetaalde nevenfunctie door een lid van het College van Bestuur wordt voorafgaand aan het aanvaarden van een dergelijke nevenfunctie goedkeuring gevraagd aan de Raad van Toezicht. In het jaarverslag worden alle nevenfuncties van de leden van het College van Bestuur vermeld. Aan leden van het College van Bestuur worden geen persoonlijke of financiële garanties namens de stichting verstrekt.

9.

Het College van Bestuur werkt vanuit het uitgangspunt van collegiaal bestuur. Het College van Bestuur kan onderling vaststellen welk lid van het College van Bestuur met welke taak meer in het bijzonder zal zijn belast. De hoofdlijnen van de onderlinge taakverdeling wordt door de Raad van Toezicht goedgekeurd. Een zodanige taakverdeling laat de gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle leden van het College van Bestuur onverlet.

10.

De leden van het College van Bestuur worden benoemd voor een termijn gelijk aan de duur van hun arbeidsovereenkomst dan wel voor een andere door de Raad van Toezicht te bepalen termijn.

11.

De vaststelling van de bezoldiging en overige arbeidsvoorwaarden van de leden van het College van Bestuur uit hoofde van hun arbeidsovereenkomst geschiedt door de Raad van Toezicht. Bij de vaststelling van de bezoldiging en overige arbeidsvoorwaarden wordt aangesloten bij de voor bestuurders in de sector(en) geldende bezoldigingsnormen. De leden van het College van Bestuur ontvangen geen bezoldiging als statutair bestuurder. Onder bezoldiging wordt niet verstaan een redelijke vergoeding voor de ten behoeve van de stichting gemaakte (on)kosten alsmede niet bovenmatige vacatiegelden. Jaarlijks wordt door de Raad van Toezicht in de jaarrekening verantwoord welke bedragen zijn toegekend aan de leden van het College van Bestuur.

12.

In een vacature in het College van Bestuur wordt zo spoedig mogelijk voorzien. In geval van een vacature behoudt het College van Bestuur zijn bevoegdheden.

College van Bestuur; schorsing en ontslag, defungeren, belet en ontstentenis Artikel 7 1.

De leden van het College van Bestuur worden geschorst en ontslagen door de Raad van Toezicht. Een besluit tot ontslag wordt slechts genomen na verkregen advies van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad. Voor een besluit tot schorsing of ontslag is een gekwalificeerde meerderheid als bedoeld in artikel 14 lid 7 van deze statuten vereist.

2.

Indien een lid van het College van Bestuur is geschorst, dient de Raad van Toezicht binnen drie maanden na ingang van de schorsing te besluiten tot ontslag dan wel tot opheffing of verlenging van de schorsing. Bij gebreke van een besluit als bedoeld in de vorige zin, vervalt de schorsing.

5 203915923/20327873 CONCEPT Akte van statutenwijziging

Een besluit tot verlenging van de schorsing kan slechts eenmaal worden genomen en de schorsing kan daarbij ten hoogste worden verlengd voor drie maanden, ingaande op de dag waarop de Raad van Toezicht het besluit tot verlenging heeft genomen. 3.

Een lid van het College van Bestuur wordt in de gelegenheid gesteld zich in de vergadering van de Raad van Toezicht te verantwoorden en kan zich daarbij door een raadsman laten bijstaan. Een besluit tot ontslag wordt niet genomen dan nadat het betreffende lid van het College van Bestuur vooraf de gelegenheid is geboden om te worden gehoord.

4.

Een lid van het College van Bestuur defungeert voorts: a.

door zijn vrijwillig aftreden;

b.

doordat hij failliet wordt verklaard of aan hem surseance van betaling wordt verleend dan wel de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen - al dan niet voorlopig - op hem van toepassing wordt verklaard;

c.

indien titel 16 (curatele), titel 19 (onderbewindstelling) en/of titel 20 (mentorschap) van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek op hem van toepassing wordt;

d.

door het verstrijken van de periode waarvoor hij is benoemd, behoudens zijn eventuele herbenoeming;

5.

e.

door het eindigen van zijn arbeidsovereenkomst;

f.

door zijn ontslag door de rechtbank;

g.

door zijn overlijden.

Ingeval van ontstentenis of belet van een lid van het College van Bestuur berust het bestuur tijdelijk bij het overgebleven lid of de overgebleven leden van het College van Bestuur. Ingeval van ontstentenis of belet van het enige lid of alle leden van het College van Bestuur berust het bestuur tijdelijk bij één of meer door de Raad van Toezicht aan te wijzen personen, onverminderd de verplichting voor de Raad van Toezicht zo spoedig mogelijk in het College van Bestuur te voorzien. Leden van de Raad van Toezicht verrichten nimmer taken van het College van Bestuur. Er is sprake van ontstentenis als een vacature ontstaat door defungeren door ontslag van een lid van het College van Bestuur of door defungeren op één van de gronden genoemd in lid 4, waarbij geen directe opvolger is benoemd. Onder belet wordt in deze statuten in ieder geval verstaan de omstandigheid dat een lid van het College van Bestuur tijdelijk onbereikbaar is door ziekte of andere oorzaken, of een lid van het College van Bestuur is geschorst.

College van Bestuur; taken en bevoegdheden Artikel 8 1.

Het College van Bestuur is belast met het besturen van de stichting, onder toezicht van de Raad van Toezicht. Aan het College van Bestuur komen in de stichting alle taken en bevoegdheden toe die tot het bevoegd gezag behoren en die niet door de wet of de statuten aan andere organen zijn opgedragen.

2.

Elk lid van het College van Bestuur is tegenover de stichting gehouden tot een behoorlijke vervulling van de hem opgedragen taak en zich daarbij te richten naar het belang van de stichting en de met haar verbonden organisatie. Het College van Bestuur is zich bewust van de maatschappelijke functie van de stichting en het publiek belang.

3.

Het College van Bestuur legt verantwoording af aan de Raad van Toezicht en verschaft de Raad van Toezicht tijdig de gegevens die noodzakelijk zijn voor de goede uitoefening van de taak van de Raad van Toezicht. Het College van Bestuur brengt aan de Raad van Toezicht

6 203915923/20327873 CONCEPT Akte van statutenwijziging

periodiek verslag uit. In het reglement van het College van Bestuur wordt de wijze waarop dit dient te geschieden vastgelegd. 4.

Het College van Bestuur is slechts met goedkeuring van de Raad van Toezicht bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van onroerende zaken en andere registergoederen, alsmede tot het aangaan van overeenkomsten,

waarbij

de

stichting

zich

als

borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt. Bij de besluitvorming casu quo de goedkeuring bedoeld in de eerste volzin van dit lid, neemt het College van Bestuur respectievelijk de Raad van Toezicht de in de onderwijswetgeving terzake opgenomen bepalingen in acht. Op het ontbreken van de in dit lid bedoelde goedkeuring kan tegen derden een beroep worden gedaan, als gevolg waarvan de vertegenwoordigingsbevoegdheid van het College van Bestuur en de individuele leden van het College van Bestuur wordt beperkt. 5.

Het College van Bestuur behoeft voorts de voorafgaande goedkeuring van de Raad van Toezicht voor bestuursbesluiten tot: a.

het

vaststellen

dan

wel

wijzigen

van

het

(meerjaren)beleidsplan

en

de

(meerjaren)begroting; b.

de vaststelling van de jaarrekening en het jaarverslag, met dien verstande dat deze goedkeuring niet wordt verleend voordat de raad van toezicht kennis heeft genomen van de bevindingen van de accountant;

c.

het aangaan van (financiële) verplichtingen en het doen van bestedingen en (des-) investeringen die niet zijn voorzien in de goedgekeurde begroting en een bij bestuursreglement te bepalen bedrag te boven gaan;

d.

het verkrijgen, wijzigen of beëindigen van een deelneming of zeggenschap in een andere rechtspersoon en het oprichten van een andere rechtspersoon, alsmede de vaststelling en wijziging van diens statuten voor zover het college van bestuur daartoe bevoegd is;

e.

het beëindigen van de dienstbetrekking van een aanmerkelijk aantal werknemers tegelijkertijd of binnen een kort tijdsbestek, dan wel een ingrijpende wijziging in de arbeidsomstandigheden of voorwaarden;

f.

het aanpassen van de arbeidsvoorwaarden van een aanmerkelijk aantal werknemers tegelijkertijd tenzij de verplichting daartoe voortvloeit uit een collectieve arbeidsovereenkomst;

g.

het vaststellen en wijzigen van reglementen als bedoeld in deze statuten, daaronder in elk geval begrepen het bestuursreglement, het treasury-statuut, het statuut voor de controller, de procuratie- of mandateringsregeling;

h.

de vaststelling van de in de Wpo bedoelde klachtenregeling alsmede de vaststelling

i.

onderwerpen waarover een (potentieel) tegenstrijdig belang dan wel een

van een klokkenluidersregeling; verstrengeling van belangen bestaat ten aanzien van één of meer leden van het college van bestuur; j.

het stichten, alsmede (het aanvaarden van) een bestuursoverdracht, samenvoeging,

k.

opheffing van een school of sluiting van een vestiging/locatie;

l.

het vaststellen van het bestuursreglement.

omzetting of splitsing van een school;

7 203915923/20327873 CONCEPT Akte van statutenwijziging

6.

Aan de voorafgaande goedkeuring van de Raad van Toezicht met een gekwalificeerde meerderheid van stemmen, zoals vermeld in artikel 14 lid 7, zijn onderworpen besluiten van het Bestuur met betrekking tot: a.

het aangaan, wijzigen en verbreken van duurzame samenwerking met een andere rechtspersoon of organisatie indien die samenwerking van ingrijpende betekenis is voor de stichting en/of de met haar in een groep verbonden rechtspersonen;

b.

het oprichten van een nieuwe rechtspersoon en de vaststelling van de statuten ervan alsmede de beëindiging van een dergelijke rechtspersoon.

c.

het wijzigen van de statuten en het ontbinden van de stichting, waaronder begrepen de bestemming van het batig saldo; d.

e. 7.

juridische fusie of juridische splitsing van de stichting; en

het aanvragen van faillissement en surseance van betaling.

Overdracht of fusie van een samenwerkingsschool behoeft voorts de instemming van de gemeenteraad van de gemeente waar de samenwerkingsschool is gevestigd. Op opheffing van een samenwerkingsschool is het bepaalde in artikel 148 lid 2 van de Wpo van overeenkomstige toepassing.

8.

Op het ontbreken van de goedkeuring van de Raad van Toezicht voor de in lid 5 genoemde besluiten van het College van Bestuur kan door de stichting jegens derden geen beroep worden gedaan.

9.

Ten minste een keer per boekjaar stelt het College van Bestuur de Raad van Toezicht schriftelijk op de hoogte van de hoofdlijnen van het strategisch beleid, van de algemene en financiële risico's en van de gebruikte beheers- en controlesystemen.

10.

Het College van Bestuur brengt namens de stichting jaarlijks verslag uit aan de gemeenteraad van de gemeente waar een (formele) samenwerkingsschool als bedoeld in de Wpo is gevestigd, over haar werkzaamheden in relatie tot de samenwerkingsschool, waarbij in ieder geval aandacht wordt geschonken aan de wezenskenmerken van het daarin gegeven openbaar onderwijs. Dit verslag wordt bekend gemaakt.

College van Bestuur; besluitvorming Artikel 9 1.

De besluiten van het College van Bestuur worden schriftelijk vastgelegd.

2.

Het College van Bestuur vergadert zo dikwijls een lid van het College van Bestuur dat wenselijk acht. In de vergaderingen van het College van Bestuur heeft ieder lid van het College van Bestuur één stem en worden besluiten genomen met ten minste een volstrekte meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen. Staken de stemmen ten aanzien van een voorstel, wordt het voorstel op de agenda van een volgende vergadering van het College van Bestuur geplaatst. Staken de stemmen in die tweede vergadering opnieuw, wordt het voorstel geacht te zijn verworpen en wordt de Raad van Toezicht daarvan door een lid van het College van Bestuur in kennis gesteld.

3.

De vergaderingen van het College van Bestuur zijn openbaar tenzij deze gaan over personen of over de voorbereiding van strategisch gevoelige besluitvorming, waarbij openbaarmaking de belangen van de stichting schaadt. Het College van Bestuur verantwoordt de beslissing ten aanzien van het niet-openbare karakter van vergaderingen aan de Raad van Toezicht.

4.

Ingeval van een direct of indirect persoonlijk belang van een lid van het College van Bestuur, dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting en de met haar verbonden organisatie, onthoudt het betreffende lid van het College van Bestuur zich van beraadslaging en

8 203915923/20327873 CONCEPT Akte van statutenwijziging

besluitvorming. Indien daardoor geen besluit kan worden genomen, wordt het besluit genomen door de Raad van Toezicht. 5.

Het College van Bestuur kan telefonisch, per videoconference of door middel van een ander communicatiemiddel vergaderen, mits alle leden van het College van Bestuur die aan zodanige vergadering deelnemen elkaar kunnen verstaan en door elkaar worden verstaan.

6.

Het College van Bestuur kan ook op andere wijze dan in een vergadering besluiten nemen,

7.

Het College van Bestuur kan met inachtneming van deze statuten, een reglement van het

mits dit schriftelijk en unaniem geschiedt. College van Bestuur of het bestuur- en toezichtreglement opstellen waarin de wijze van vergadering en besluitvorming, alsmede verdere aangelegenheden die het College van Bestuur intern betreffen nader worden geregeld. 8.

Een lid van het College van Bestuur kan zich ter vergadering door een schriftelijk gevolmachtigd ander lid van het College van Bestuur doen vertegenwoordigen.

College van Bestuur; vertegenwoordiging Artikel 10 1.

De stichting wordt vertegenwoordigd door het College van Bestuur. Daarnaast kan de stichting worden vertegenwoordigd door ieder lid van het College van Bestuur zelfstandig.

2.

De bevoegdheid tot vertegenwoordiging die aan het College van Bestuur of aan een bestuurder toekomt, is onbeperkt en onvoorwaardelijk, voor zover uit de wet niet anders voortvloeit. Een wettelijk toegelaten of voorgeschreven beperking van of voorwaarde voor de bevoegdheid tot vertegenwoordiging kan slechts door de stichting worden ingeroepen.

3.

Het College van Bestuur kan aan één of meer functionarissen schriftelijk volmacht geven om de stichting te vertegenwoordigen.

Raad van Toezicht; samenstelling en benoeming Artikel 11 1.

De Raad van Toezicht van de stichting bestaat uit ten minste drie (3) en ten hoogste zeven (7) natuurlijke personen. Het aantal leden van de Raad van Toezicht wordt, met inachtneming van het in de vorige volzin bepaalde, vastgesteld door de Raad van Toezicht. Wordt het aantal leden minder dan drie, dan behoudt de Raad van Toezicht zijn bevoegdheden, onder de verplichting om onverwijld maatregelen te nemen tot aanvulling van zijn ledental.

2.

De leden van de Raad van Toezicht worden benoemd door de Raad van Toezicht, met

3.

Bij de samenstelling van de Raad van Toezicht wordt gelet op diverse facetten die de

inachtneming van het hierna bepaalde. aandacht van de Raad van Toezicht vragen, waarbij de Raad van Toezicht in ieder geval wordt samengesteld op basis van algemeen bestuurlijke kwaliteiten, affiniteit met de doelstelling en grondslagen van de stichting en met een spreiding van deskundigheden en achtergronden (diversiteit). 4.

Benoeming vindt plaats aan de hand van een door de Raad van Toezicht, vast te stellen (openbare) werving- en selectieprocedure en op basis van een vooraf openbaar gemaakt algemeen profiel, alsmede een profiel per zetel. De profielen bevatten de deskundigheden waarover de leden van de Raad van Toezicht dienen te beschikken. Bij het ontstaan van een vacature gaat de Raad van Toezicht na of het algemene dan wel individuele profiel voor de betreffende zetel nadere uitwerking en/of aanpassing behoeft.

9 203915923/20327873 CONCEPT Akte van statutenwijziging

De gemeenschappelijke medezeggenschapsraad wordt in de gelegenheid gesteld advies uit te brengen terzake de profielen. Voor de vaststelling van het algemeen profiel voor de leden van de Raad van Toezicht is voorafgaande goedkeuring van de gemeenteraden vereist. 6.

De samenstelling van de Raad van Toezicht is dusdanig dat de leden ten opzichte van elkaar, de leden van het College van Bestuur en welk deelbelang ook onafhankelijk en kritisch kunnen opereren. De leden van de Raad van Toezicht vervullen hun taak zonder mandaat en onafhankelijk van bij de stichting betrokken deelbelangen.

7.

Tot leden van de Raad van Toezicht kunnen niet worden benoemd personen die: a.

lid van het College van Bestuur zijn of lid van het College van Bestuur zijn geweest binnen vier (4) jaar na diens aftreden;

b.

bestuurder zijn bij een andere onderwijsorganisatie binnen het primair onderwijs;

c.

bestuurder zijn bij een onderwijsorganisatie binnen het voorgezet onderwijs, tenzij deze organisatie een ander voedingsgebied bedient;

d.

lid zijn van een Raad van Toezicht bij een onderwijsorganisatie binnen het voorgezet onderwijs, tenzij deze organisatie een ander voedingsgebied bedient.

8.

De gemeenschappelijke medezeggenschapsraad wordt in de gelegenheid gesteld een bindende voordracht te doen voor één zetel in de Raad van Toezicht. De gemeenschappelijke medezeggenschapsraad kan besluiten van het vorenstaande af te zien of daar andersluidende afspraken over te maken met de Raad van Toezicht.

9.

De leden van de Raad van Toezicht dienen het doel van de stichting en de verschillende grondslagen van de door de stichting in stand gehouden scholen als beschreven in artikel 3 van deze statuten te onderschrijven, de belangen van de stichting te behartigen en loyaal mee te werken aan het bewerkstelligen van de doelstellingen van de stichting.

10.

De voorzitter en desgewenst de vicevoorzitter van de Raad van Toezicht worden door de Raad

11.

Leden van de Raad van Toezicht worden benoemd voor een zittingsperiode van ten hoogste

van Toezicht uit zijn midden aangewezen. vier (4) jaren en zijn na afloop van een zittingsperiode herbenoembaar, met dien verstande dat de maximale zittingsduur van een lid van de Raad van Toezicht acht (8) jaar bedraagt. Bij een besluit over herbenoeming wordt rekening gehouden met de wijze waarop de betreffende persoon zijn taak als lid van de Raad van Toezicht heeft vervuld. De leden van de Raad van Toezicht treden af volgens een door de Raad van Toezicht vast te stellen rooster van aftreden. Een in een tussentijdse vacature benoemd lid van de Raad van Toezicht neemt op het rooster van aftreden de plaats van zijn voorganger in, tenzij de Raad van Toezicht gelet op lopende termijnen expliciet anders besluit. 12.

In vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien. In geval van vacatures behoudt de Raad van

13.

Leden van de Raad van Toezicht hebben recht op een vergoeding voor gemaakte onkosten en

Toezicht zijn bevoegdheden. een niet bovenmatig vacatiegeld. De hoogte hiervan wordt door de Raad van Toezicht vastgesteld. Bij de vaststelling van de (onkosten)vergoedingen wordt aangesloten bij de voor intern toezichthouders in de sector geldende normen. Jaarlijks wordt door de Raad van Toezicht in de jaarrekening verantwoord welke bedragen zijn toegekend aan de leden van de Raad van Toezicht. 14.

De Raad van Toezicht kan uit zijn midden een of meer commissies instellen welke door hem worden belast met deelgebieden van zijn taak, zulks alles onder verantwoordelijkheid van de Raad van Toezicht. Een commissie kan door de Raad van Toezicht steeds worden opgeheven. De Raad van Toezicht kan voorts ten aanzien van een commissie bij reglement nadere regels

10 203915923/20327873 CONCEPT Akte van statutenwijziging

stellen. 15.

Leden van de Raad van Toezicht vervullen geen andere functies die conflicterend zijn met het doel van de stichting. Een lid van de Raad van Toezicht meldt de aanvaarding van een betaalde of onbetaalde nevenfunctie. In het jaarverslag worden alle hoofd en nevenfuncties van de leden van de Raad van Toezicht vermeld. Aan leden van de Raad van Toezicht worden geen persoonlijke leningen of financiële garanties namens de stichting verstrekt.

Raad van Toezicht; schorsing, ontslag, defungeren, belet en ontstentenis Artikel 12 1.

Een lid van de Raad van Toezicht kan worden geschorst en ontslagen door de Raad van Toezicht, wegens: a.

verwaarlozing van zijn taak of onvoldoende functioneren;

b.

onverenigbaarheid van functies of belangen;

c.

wijziging van de omstandigheden of andere redenen op grond waarvan zijn handhaving als lid van de Raad van Toezicht redelijkerwijs niet in het belang is van de stichting.

Voor een besluit tot schorsing of ontslag is een gekwalificeerde meerderheid als bedoeld in artikel 14 lid 7 van deze statuten vereist, met dien verstande dat het lid van de Raad van Toezicht wiens schorsing of ontslag aan de orde is niet in de besluitvorming wordt betrokken. 2.

Artikel 7 lid 2 en lid 3 zijn van overeenkomstige toepassing in geval van schorsing of ontslag van een lid van de Raad van Toezicht

3.

Een lid van de Raad van Toezicht defungeert voorts: a. b.

door zijn vrijwillig aftreden (bedanken); doordat hij failliet wordt verklaard of aan hem surseance van betaling wordt verleend dan wel de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen - al dan niet voorlopig - op hem van toepassing wordt verklaard;

c.

indien titel 16, titel 19 en/of titel 20 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek op hem van

d.

door het verstrijken van de periode waarvoor hij is benoemd, behoudens zijn

e.

door zijn ontslag door de rechtbank;

f.

door zijn overlijden.

toepassing wordt; eventuele herbenoeming;

4.

In geval van ontstentenis of belet van één of meer leden van de Raad van Toezicht nemen de overblijvende leden, of neemt het overblijvende lid, de voltallige taken van de Raad van Toezicht waar. Een niet voltallige Raad van Toezicht blijft volledig bevoegd. Ingeval van ontstentenis of belet van alle leden van de Raad van Toezicht, wordt door een (gedurende de periode van ten minste een jaar) op grond van lid 3 sub a of d afgetreden oudlid van de Raad van Toezicht, op verzoek van het College van Bestuur, een nieuw (tijdelijk) lid van de Raad van Toezicht aangewezen, die alsdan tijdelijk belast is met het toezicht, onder de taak te voorzien in de benoeming van nieuwe leden van de Raad van Toezicht. Indien er geen afgetreden oud-lid van de Raad van Toezicht beschikbaar is, is het Nederlands Arbitrage Instituut bevoegd een persoon aan te wijzen tot (tijdelijk) lid van de Raad van Toezicht. Onder belet wordt in deze statuten in ieder geval de situatie verstaan dat een lid van de Raad van Toezicht zijn functie tijdelijk niet kan uitoefenen. Er is sprake van ontstentenis als een

11 203915923/20327873 CONCEPT Akte van statutenwijziging

vacature ontstaat door aftreden of ontslag van een lid van de Raad van Toezicht waarbij geen directe opvolger is benoemd of door overlijden van een lid van de Raad van Toezicht. Raad van Toezicht; taken en bevoegdheden Artikel 13 1.

De Raad van Toezicht houdt integraal intern toezicht op de verwezenlijking van de grondslagen en doelstelling van de stichting, de algemene gang van zaken binnen de stichting en de scholen die door de stichting in stand worden gehouden, alsmede op het beleid en het functioneren van het College van Bestuur. De Raad van Toezicht staat het College van Bestuur met advies terzijde en fungeert als klankbord. De Raad van Toezicht kan het College van Bestuur gevraagd en ongevraagd adviseren.

2.

Tot de taak van de Raad van Toezicht behoort meer in het bijzonder: a.

het goedkeuren van de (meerjaren)begroting, het (meerjaren)beleidsplan en het jaarverslag van de stichting, alsmede het goedkeuren van de besluiten van het College van Bestuur welke op grond van het bepaalde in deze statuten de goedkeuring van de Raad van Toezicht behoeven;

b.

het toezicht op de naleving van de code voor goed bestuur, bedoeld in artikel 165 eerste lid, onderdeel a van de Wpo en de afwijkingen van die code;

c.

het toezicht op de rechtmatige verwerving en de doelmatige en rechtmatige bestemming en aanwending van de middelen van de stichting, zoals op grond van de Wpo verkregen; en

d.

het toezien op de verwezenlijking van de grondslag en doelstelling van de stichting, het bereiken van de doelen en gewenste resultaten en het belang van de samenleving.

3.

Bij de vervulling van hun taak richten de leden van de Raad van Toezicht zich naar het doel, de grondslagen en het belang van de stichting en de met haar verbonden organisatie.

4.

Elk lid van de Raad van Toezicht is jegens de stichting gehouden tot een behoorlijke vervulling van zijn taak en de uitoefening van zijn bevoegdheden en zich daarbij te richten naar het belang van de stichting en de aan haar verbonden organisatie. Leden van de Raad van Toezicht hebben zitting op persoonlijke titel en oefenen hun functie uit zonder last of ruggespraak. De toezichtwerkzaamheden worden door de leden van de Raad van Toezicht op naam van en onder verantwoordelijkheid van het toezichthoudende orgaan als collectief verricht. De leden van de Raad van Toezicht zijn niet bevoegd individueel namens de Raad van Toezicht besluiten te nemen en/of de Raad van Toezicht te binden.

5.

De leden van de Raad van Toezicht hebben de bevoegdheid de administratie en alle gegevensdragers van de stichting te controleren of op kosten van de stichting te doen controleren, zich alle waarden van de stichting te doen vertonen en alle gebouwen, ruimten en terreinen van de stichting te betreden. Daarnaast is het College van Bestuur gehouden de Raad van Toezicht gevraagd en ongevraagd tijdig alle gegevens te verschaffen, die naar het oordeel van de Raad van Toezicht voor de uitoefening van zijn taak noodzakelijk zijn.

6.

Het College van Bestuur verstrekt de Raad van Toezicht gevraagd en ongevraagd alle informatie omtrent alle onderwerpen de stichting betreffende die voor een goed functioneren van de Raad van Toezicht naar het oordeel van de Raad van Toezicht nodig of dienstig zijn.

12 203915923/20327873 CONCEPT Akte van statutenwijziging

Het College van Bestuur stelt ten minste een keer per jaar de Raad van Toezicht schriftelijk op de hoogte van de hoofdlijnen van het strategisch beleid, van de algemene en financiële risico’s, van de gebruikte beheers- en controlesystemen en over de onderwijskwaliteit. 7.

De Raad van Toezicht kan voor rekening van de stichting in de uitoefening van zijn taak zich

8.

De Raad van Toezicht kan een of meer van zijn leden machtigen namens hem op te treden en

doen bijstaan door één of meer deskundigen. kan besluiten voorafgaand overleg met het Bestuur te voeren. De Raad van Toezicht kan zich laten bijstaan door een of meer deskundigen, aan wie inzage van de volledige administratie dient te worden verleend. 9.

De Raad van Toezicht heeft op een door hem nader te bepalen wijze ten minste eenmaal per jaar periodiek overleg met de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad.

Raad van Toezicht; vergadering en besluitvorming Artikel 14 1.

De Raad van Toezicht vergadert ten minste vier keer per jaar en voorts zo dikwijls de voorzitter of twee of meer leden van de Raad van Toezicht dit wenselijk acht(en).

2.

De op- en bijeenroeping tot de vergadering van de Raad van Toezicht geschiedt schriftelijk aan ieder lid van de Raad van Toezicht en wordt verzonden in opdracht van degene die het houden van de vergadering heeft verlangd. De bijeenroeping vermeldt de plaats en het tijdstip van de vergadering en de in de vergadering te behandelen onderwerpen.

3.

De termijn van oproeping bedraagt ten minste zeven dagen. In spoedeisende gevallen kan de termijn van oproeping worden verkort, zulks ter beoordeling van de voorzitter.

4.

Een lid van de Raad van Toezicht kan zich ter vergadering door een schriftelijk gevolmachtigd ander lid van de Raad van Toezicht doen vertegenwoordigen.

5.

De voorzitter leidt de vergaderingen van de Raad van Toezicht; bij zijn ontstentenis of afwezigheid voorziet de vergadering zelf in de leiding. De voorzitter wijst een notulist aan.

6.

De Raad van Toezicht kan, onverminderd het bepaalde in dit artikel en het elders in deze statuten bepaalde omtrent het aantal aanwezige of vertegenwoordigde leden, ter vergadering alleen dan rechtsgeldige besluiten nemen indien: a.

de meerderheid van de in functie zijnde leden ter vergadering aanwezig of

b.

alle voorschriften omtrent oproeping zijn nageleefd; en

c.

het een onderwerp betreft dat in de oproeping is vermeld.

vertegenwoordigd is;

Voor de toepassing van het in artikel bepaalde worden leden van de Raad van Toezicht ten aanzien waarvan sprake is van belet beschouwd als zijnde niet in functie. 7.

In de vergaderingen van de Raad van Toezicht heeft ieder lid één stem. Tenzij anders blijkt in deze statuten, worden besluiten genomen met volstrekte meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen. Een blanco uitgebrachte stem geldt als een niet uitgebrachte stem. Indien de stemmen staken ten aanzien van een voorstel, wordt het voorstel op de agenda geplaatst van een volgende vergadering. Indien de stemmen dan opnieuw staken, wordt het voorstel geacht te zijn verworpen. Onder de in de statuten genoemde gekwalificeerde meerderheid van stemmen wordt verstaan een meerderheid van ten minste twee derde van de uitgebrachte stemmen in een vergadering waarin alle leden van de Raad van Toezicht aanwezig of vertegenwoordigd zijn. Indien in deze vergadering niet alle leden van de raad van toezicht aanwezig of vertegenwoordigd zijn, zal binnen veertien dagen na het houden van de eerste vergadering

13 203915923/20327873 CONCEPT Akte van statutenwijziging

een tweede vergadering worden bijeengeroepen, waarin ongeacht het ter vergadering aanwezige of vertegenwoordigde aantal leden met een meerderheid van ten minste twee derde van de geldig uitgebrachte stemmen besluiten over een zodanig voorstel kunnen worden genomen. 8.

Een lid van de Raad van Toezicht neemt niet deel aan de beraadslaging en de besluitvorming indien hij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting en de met haar verbonden organisatie. Het besluit wordt alsdan genomen door de overige leden van de Raad van Toezicht, met inachtneming van het bepaalde in dit artikel. Wanneer hierdoor geen besluit kan worden genomen, wordt het besluit schriftelijk en met algemene stemmen genomen door de Raad van Toezicht, onder schriftelijke vastlegging van de overwegingen die aan het besluit ten grondslag liggen.

9.

De Raad van Toezicht kan telefonisch, per videoconference of door middel van een ander communicatiemiddel vergaderen, mits alle leden van de Raad van Toezicht die aan zodanige vergadering deelnemen elkaar kunnen verstaan. Een lid van de Raad van Toezicht kan telefonisch, per videoconference of door middel van een ander communicatiemiddel aan een vergadering van de Raad van Toezicht deelnemen, mits dat lid van de Raad van Toezicht steeds alle andere leden van de Raad van Toezicht kan verstaan en door die andere leden van de Raad van Toezicht wordt verstaan.

10.

Zolang in een vergadering van de Raad van Toezicht alle in functie zijnde leden van de Raad van Toezicht in persoon aanwezig zijn, kunnen geldige besluiten worden genomen over alle aan de orde komende onderwerpen, mits met algemene stemmen, ook al zijn de door de statuten gegeven voorschriften voor het oproepen en houden van vergaderingen niet in acht genomen.

11.

Indien in deze statuten voor het nemen van een bepaald besluit de eis is gesteld dat het genomen moet worden in een vergadering waarin een bepaald aantal leden van de Raad van Toezicht aanwezig of vertegenwoordigd is, dan zal, indien in een vergadering wegens onvoltalligheid een zodanig besluit niet genomen kan worden, binnen uiterlijk veertien dagen een nieuwe vergadering worden bijeengeroepen, die ongeacht het aantal aanwezigen of vertegenwoordigden, beslist over het in de eerste vergadering aan de orde gestelde, met de meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen die voor dat besluit is voorgeschreven.

12.

De Raad van Toezicht kan ook op andere wijze dan in een vergadering besluiten nemen, mits dit schriftelijk en unaniem geschiedt. Van elk buiten vergadering genomen besluit wordt mededeling gedaan in de eerstvolgende vergadering, welke mededeling in de notulen van die vergadering wordt vermeld.

13.

De leden van het College van Bestuur wonen de vergaderingen van de Raad van Toezicht bij, tenzij de Raad van Toezicht met redenen omkleed aangeeft zonder de leden van het College van Bestuur te willen vergaderen.

14.

De Raad van Toezicht kan met inachtneming van deze statuten, een reglement Raad van Toezicht opstellen waarin aangelegenheden hen intern betreffende, daaronder begrepen de vergaderwijze, overige werkwijze en de wijze waarop de door hen te nemen besluiten tot stand komen, nader worden geregeld.

Identiteitscommissie(s) Artikel 15 1.

Indien en voor zolang de stichting een of meer samenwerkingsscholen in stand houdt als bedoeld in artikel 17d van de Wpo, te weten een school waarin zowel openbaar als bijzonder onderwijs wordt aangeboden (hierna tezamen: samenwerkingsscholen en afzonderlijk:

14 203915923/20327873 CONCEPT Akte van statutenwijziging

samenwerkingsschool)

kent

de

stichting

een

identiteitscommissie

per

samenwerkingsschool en, indien daartoe door het College van Bestuur wordt besloten, een overkoepelende identiteitscommissie. De identiteitscommissie adviseert het College van Bestuur gevraagd en ongevraagd, over alle aangelegenheden die betrekking hebben op de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de bijzondere

identiteit

en

het

openbare

karakter

van

de

(respectievelijke)

samenwerkingsscholen. De identiteitscommissie kan voorts het College van Bestuur gevraagd en ongevraagd in brede zin adviseren over de invulling van de identiteit van een of meer van de door de stichting in stand gehouden scholen. De identiteitscommissie heeft de bevoegdheden als in deze statuten bepaald. In het schoolplan wordt aangegeven op welke wijze de identiteitscommissie invulling geeft aan het openbare karakter onderscheidenlijk de identiteit voor zover het betreft de samenwerkingsschool. 2.

De leden van de identiteitscommissie worden (her)benoemd en ontslagen door het College van Bestuur voor een zittingsperiode van ten hoogste vier jaar en zijn na ommekomst van die periode eenmaal herbenoembaar. Het aantal leden van de identiteitscommissie wordt door het College van Bestuur bepaald met inachtneming van het in dit artikel bepaalde en de Wpo bepaalde.

3.

De identiteitscommissie bestaat uit ouders en leerkrachten van de door de stichting in stand gehouden scholen, waarbij in ieder geval vanuit een samenwerkingsschool sprake is van een afvaardiging. De identiteitscommissie is voorts zodanig samengesteld dat sprake is van een evenwichtige verdeling tussen bijzonder en openbaar onderwijs. Het lidmaatschap van de identiteitscommissie eindigt indien betrokkene niet langer de voormelde hoedanigheid van ouder, respectievelijk leerkracht heeft. Ontslag van een lid van de identiteitscommissie kan slechts plaatsvinden wegens (i) schending van de statuten of reglementen, (ii) wegens verwaarlozing van zijn taak, (iii) indien het voortduren van zijn lidmaatschap in redelijkheid niet kan worden geduld of (iv) wegens andere gewichtige redenen, al dan niet op verzoek van de overige leden van de identiteitscommissie.

4.

Leden van de identiteitscommissie ontvangen geen beloning; door hen in functie gemaakte onkosten kunnen door de stichting worden vergoed.

5.

Geschillen tussen het College van Bestuur en de identiteitscommissie worden voorgelegd aan de Raad van Toezicht. Indien de Raad van Toezicht en de identiteitscommissie niet tot overeenstemming komen, kan een geschil ter beslechting worden voorgelegd aan de Stichting Onderwijsgeschillen, statutair gevestigd in de gemeente Utrecht en ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder nummer 41172999. Het ontslag van een of meer leden van de identiteitscommissie geldt als een geschil als bedoeld in de vorige volzin, indien het ontslagen lid van de identiteitscommissie, de identiteitscommissie of de stichting zulks van oordeel is.

6.

De taken en werkwijze van de identiteitscommissie kunnen bij reglement van een nadere regeling worden voorzien. Vaststelling, wijziging en intrekking van een dergelijk reglement geschiedt door het College van Bestuur, met voorafgaande goedkeuring van de identiteitscommissie en van de Raad van Toezicht.

Personeelsbeleid Artikel 16 1.

Het College van Bestuur benoemt, schorst, berispt en ontslaat de personeelsleden in algemene dienst van de stichting, de directeuren van de scholen welke onder de stichting

15 203915923/20327873 CONCEPT Akte van statutenwijziging

ressorteren, evenals de leerkrachten en het overige personeel na overleg met de directeur van de betreffende school. 2.

Bij de benoeming van de aan de scholen te verbinden directeuren en personeelsleden met onderwijzende taken vergewist het College van Bestuur zich ervan dat zij aan de wettelijke bevoegdheidseisen voldoen, in het bezit zijn van een akte catechese / catechetiek dan wel een diploma bijbels onderwijs of op een andere wijze zich de vereiste bekwaamheden eigen gemaakt heeft, zulks ter beoordeling van het college van bestuur.

3.

Personeel dient het doel en de grondslag van de stichting te onderschrijven dan wel te respecteren en loyaal mee te werken aan de doelstelling van de school, zoals die mede ten aanzien van respectievelijk de Rooms-Katholiek en van de interconfessionele identiteit in het schoolplan is omschreven.

4.

Bij

de

benoeming

van

personeel

aan

een

interconfessionele

school

en

samenwerkingsschool houdt het College van Bestuur rekening met een evenwichtige spreiding naar richting. 5.

Bij de benoeming, overplaatsing en noodzakelijke vermindering van het personeel wordt zoveel

mogelijk

aansluiting

gezocht

bij

de

identiteit

van

een

school

en

de

levensbeschouwelijke overtuiging van het betrokken personeelslid. 6.

Benoeming en ontslag van godsdienst leraren aan Rooms-Katholiek of interconfessionele scholen, welke ressorteren onder de stichting, geschieden overeenkomstig het Algemeen Reglement voor het Katholiek Onderwijs.

Boekjaar en jaarstukken Artikel 17 1.

Het boekjaar van de stichting is gelijk aan het kalenderjaar.

2.

Het College van Bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de stichting zodanige aantekeningen te houden, dat daaruit te allen tijde haar rechten en verplichtingen kunnen worden gekend.

3.

Per het einde van ieder boekjaar worden de boeken van de stichting afgesloten. Daaruit wordt door het College van Bestuur een jaarrekening over het geëindigde boekjaar opgemaakt, bevattende in ieder geval een balans en een staat van baten en lasten, deze stukken verder ook aan te duiden als: de jaarstukken, welke jaarstukken, vergezeld van een rapport van een door de Raad van Toezicht te benoemen accountant, binnen zes maanden na afloop van het boekjaar aan de Raad van Toezicht ter goedkeuring wordt aangeboden. Aan de jaarrekening wordt toegevoegd een door het College van Bestuur op te maken bestuursverslag, indien en voor zover de stichting daartoe op grond van de op haar van toepassing zijnde wet en regelgeving verplicht is. De hiervoor in dit lid gemelde termijn ten aanzien van de jaarrekening is daarop van overeenkomstige toepassing. De Raad van Toezicht stelt het College van Bestuur in de gelegenheid advies uit te brengen omtrent de benoeming van de hiervoor in dit lid bedoelde accountant.

4.

De jaarstukken als hiervoor bedoeld worden binnen zes maanden na afloop van het boekjaar door het College van Bestuur – met inachtneming van het bepaalde in artikel 8 lid 5 en nadat ten aanzien van de jaarrekening aan de voorschriften volgend uit artikel 17 lid 4 onder d. van de Wpo conform daarover gemaakte afspraken met de gemeenteraden is voldaan, waarbij de gemeenteraden zich beperken tot een toets op continuïteit van het openbaar onderwijs – vastgesteld en ten blijke daarvan door alle leden van het College van Bestuur en alle leden van de Raad van Toezicht ondertekend. Ontbreekt de handtekening van één van hen, dan wordt daarvan onder opgave van reden melding gedaan.

16 203915923/20327873 CONCEPT Akte van statutenwijziging

De jaarrekening wordt door alle leden van het College van Bestuur en alle leden van de Raad van Toezicht ondertekend. Ontbreekt een handtekening, wordt hier onder opgave van redenen melding van gedaan. 5.

Het College van Bestuur brengt jaarlijks aan de gemeenteraden verslag uit over de werkzaamheden,

waarbij

in

ieder

geval

aandacht

wordt

geschonken

aan

de

wezenskenmerken van het openbaar onderwijs. Het verslag wordt bekendgemaakt. 6.

De Raad van Toezicht kan in een apart besluit de leden van het College van Bestuur decharge verlenen voor het gevoerde bestuur, nadat de jaarrekening is goedgekeurd door de Raad van Toezicht.

7.

Het College van Bestuur is verplicht de in de vorige leden van dit artikel bedoelde bescheiden ten minste zeven jaar te bewaren.

Vrijwaring Artikel 18 1.

Voor zover uit de wet niet anders voortvloeit, worden aan de leden van het College van Bestuur en aan voormalige leden van het College van Bestuur vergoed: a.

de redelijke kosten van het voeren van verdediging tegen aanspraken wegens een handelen of nalaten in de uitoefening van hun functie of van een andere functie als bestuurder of commissaris die zij op schriftelijk verzoek van de stichting vervullen of hebben vervuld;

b.

eventuele schadevergoedingen of boetes die zij verschuldigd zijn wegens een

c.

eventuele schikkingen die zij met voorafgaande schriftelijke goedkeuring van de

hierboven onder a. vermeld handelen of nalaten; en stichting treffen in verband met een hierboven als onder a. vermeld handelen of nalaten. 2.

De stichting zal een lid van het College van Bestuur en voormalige leden van het College van Bestuur in aanvulling op het hiervoor bepaalde ook de over enig aan een derde te vergoeden bedrag verschuldigde wettelijke rente, vergoeden, de proceskosten welke een lid van het College van Bestuur is gehouden te voldoen, alsmede door autoriteiten opgelegde boetes, voor zover vergoeding daarvan rechtens is toegestaan, en de met het verweer daartegen verbonden rechtsbijstandkosten, mits deze kosten in redelijkheid zijn gemaakt en in redelijke verhouding staan tot het belang van de procedure.

3.

De stichting zal een lid van het College van Bestuur schadeloos stellen voor de redelijke en noodzakelijke kosten die verbonden zijn aan het instrueren van een externe public relations deskundige om schade aan de reputatie van het lid van het College van Bestuur door een procedure, onderzoek of aansprakelijkstelling als gedekt door deze bepaling te verminderen.

4.

Deze vrijwaring komt, voor zover nodig, ook ten goede van erfgenamen of legatarissen van een lid van het College van Bestuur en voormalige leden van het College van Bestuur.

5.

Mocht de stichting een (voormalig) lid van het College van Bestuur aansprakelijk stellen ter zake van schade die de stichting lijdt als gevolg van enig handelen of nalaten van het betreffende lid van het College van Bestuur, dan vergoedt de stichting eveneens de redelijke kosten van het voeren van verdediging van het betreffende lid van het College van Bestuur. Na een in kracht van gewijsde gegane uitspraak inhoudende de aansprakelijkheid van de betrokkene jegens de stichting, is de betrokkene gehouden tot terugbetaling van het aldus door de stichting vergoede bedrag. Alvorens de stichting tot betaling overgaat kan de stichting zekerheid eisen voor het geval de betrokkene gehouden blijkt tot terugbetaling.

17 203915923/20327873 CONCEPT Akte van statutenwijziging

6.

Een betrokkene heeft geen aanspraak op de vergoeding als hiervoor in dit artikel bedoeld indien en voor zover (i) door de Nederlandse rechter bij gewijsde is vastgesteld dat het handelen of nalaten van de betrokkene kan worden gekenschetst als opzettelijk, bewust roekeloos of ernstig verwijtbaar, tenzij uit de wet anders voortvloeit of zulks in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn, of (ii) de kosten of het vermogensverlies van de betrokkene is gedekt door een verzekering en de verzekeraar deze kosten of dit vermogensverlies heeft uitbetaald. De stichting kan ten behoeve van de betrokkenen verzekeringen tegen aansprakelijkheid afsluiten.

7.

Ook de (voormalige) leden van de Raad van Toezicht van de stichting kunnen aanspraak maken op de vrijwaring als voorzien in dit artikel onder overeenkomstige toepassing van de hierin genoemde reikwijdte en voorwaarden.

Statutenwijziging Artikel 19 1.

Het College van Bestuur is bevoegd te besluiten tot wijziging van deze statuten, na voorafgaande goedkeuring van de Raad van Toezicht. De statuten van de stichting kunnen voorts slechts worden gewijzigd met inachtneming van artikel 22 en na instemming van de gemeenteraden. De gemeenteraden kunnen de instemming aan een voorgenomen statutenwijziging slechts onthouden indien de overheersende invloed van de overheid ten aanzien van het openbaar onderwijs in het bestuur niet is verzekerd.

2.

Bij de oproeping tot de vergadering, waarin een voorstel tot goedkeuring van de statutenwijziging zal worden gedaan, dient zulks steeds te worden vermeld. Tevens dient een afschrift van het voorstel, bevattende de woordelijke tekst van de voorgestelde wijziging, bij de oproeping te worden gevoegd.

4.

Een statutenwijziging treedt eerst in werking nadat daarvan een notariële akte is opgemaakt.

3.

Het College van Bestuur is verplicht een authentiek afschrift van de wijziging en een

Ieder lid van het College van Bestuur is bevoegd deze akte te doen verlijden. volledige doorlopende tekst van de gewijzigde statuten neer te leggen ten kantore van het door de Kamer van Koophandel in stand gehouden handelsregister. 4.

Het hiervoor in dit artikel bepaalde is van overeenkomstige toepassing op het besluit tot juridische fusie en het besluit tot juridische splitsing.

Ontbinding en vereffening Artikel 20 1.

Het College van Bestuur is bevoegd te besluiten tot ontbinding van de stichting, na voorafgaande goedkeuring van de Raad van Toezicht. Het besluit tot ontbinding is voorts onderworpen aan de instemming van de gemeenteraden.

2.

Het bepaalde in artikel 19 leden 1 en 2 met betrekking tot de totstandkoming van de besluitvorming terzake statutenwijziging is van overeenkomstige toepassing op de besluitvorming tot ontbinding van de stichting.

3.

De stichting blijft na haar ontbinding voortbestaan, voor zover dit tot vereffening van haar vermogen nodig is. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van deze statuten zoveel mogelijk van kracht. In stukken en aankondigingen die van haar uitgaan, moeten aan de naam van de stichting worden toegevoegd de woorden "in liquidatie".

18 203915923/20327873 CONCEPT Akte van statutenwijziging

4.

De vereffening geschiedt door het College van Bestuur, dan wel door een door het College van Bestuur aan te wijzen (rechts)persoon, welke aanwijzing de voorafgaande goedkeuring van de Raad van Toezicht behoeft.

5.

Een eventueel batig saldo wordt uitsluitend uitgekeerd aan een door het College van Bestuur, na goedkeuring van de Raad van Toezicht, aan te wijzen fiscaal erkende algemeen nut beogende instelling of aan een buitenlandse instelling die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het algemeen nut beoogt en waarvan het doel zoveel mogelijk overeenkomt met het doel van de stichting.

6.

Na afloop van de vereffening blijven de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers van de ontbonden stichting gedurende zeven jaar berusten onder een door de vereffenaars aan te wijzen natuurlijk persoon of rechtspersoon. Deze persoon is gehouden zijn aanwijzing ter inschrijving op te geven aan het door de Kamer van Koophandel gehouden handelsregister.

Extern toezicht Artikel 21 In aanvulling op de taken en bevoegdheden van de Raad van Toezicht, geldt gelet op het openbaar karakter van het onderwijs op bepaalde scholen voorts dat de gemeenteraden bevoegd zijn in geval van ernstige taakverwaarlozing door het College van Bestuur of het functioneren van het College van Bestuur in strijd met het bepaalde in de Wpo, maatregelen te nemen die de gemeenteraden nodig achten om de continuïteit van het onderwijsproces van het openbaar onderwijs te waarborgen voor zover het openbaar onderwijs betreft. NKSR Artikel 22 Besluiten tot: a.

wijziging van artikelen met betrekking tot de naam, de doelstelling, en de middelen ter

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15987868/1