bijlage 2. Toelichting huisvestingsverordening gemeente Schagen
Tekst van het document
Toelichting Huisvestingsverordening gemeente Schagen Algemeen De Huisvestingswet (hierna: wet) biedt gemeenten het (uitputtende) instrumentarium in te grijpen in de verdeling van woonruimte en de samenstelling van de woonruimtevoorraad. Gebruikmaken van dit instrumentarium – door een huisvestingsverordening vast te stellen – is niet vanzelfsprekend en dient periodiek onderbouwd en getoetst te worden. De huisvestingsverordening bevat regels voor het in gebruik geven en nemen van woonruimte. Het uitgangspunt van de wet is de vrijheid van vestiging. Iedereen die rechtmatig in Nederland verblijft, heeft het recht om zich vrijelijk te verplaatsen en te vestigen. Dit grondrecht kan alleen worden beperkt indien noodzakelijk voor het algemeen belang in een democratische samenleving. Dat belang kan volgens de wet gelegen zijn in het tegengaan van de onevenwichtige en onrechtvaardige effecten van schaarste aan ‘goedkope’ woonruimte. Als hier aantoonbaar sprake van is – en als het instrumentarium van de wet geschikt en proportioneel is om die effecten te bestrijden – kunnen gemeenten verdelingsregels stellen. De schaarste kan betrekking hebben op schaarste aan ‘goedkope’ woonruimte in het algemeen, schaarste aan woonruimte met specifieke voorzieningen of schaarste aan woonruimte voor de huidige inwoners van een gemeente.
Schaarste aan ‘goedkope’ woonruimte en woonruimte voor de huidige inwoners van de gemeente Schagen is aangetoond in het Woningmarktonderzoek gemeente Schagen d.d. 11 augustus 2023. Dit woningmarktonderzoek wijst uit dat op basis van demografische prognoses 2.600 extra woningen nodig zijn tot 2040 in de gemeente Schagen. De woningbehoefteanalyse laat zien dat in bijna alle segmenten van de woningvoorraad van de gemeente tekorten ontstaan. Uitzondering op de geprognosticeerde tekorten zijn de grondgebonden koopwoningen in het hoog middelduur en dure segment. Na 2030 neemt de woningbehoefte sneller toe. Dit heeft te maken met de toename van kleine huishoudens en de 75+ groep. In het sociale en betaalbare segment ontstaat schaarste aan huurwoningen. Vanwege de vergrijzing is de behoefte aan woonvormen voor ouderen groot. Ook is er toenemende vraag naar aantrekkelijke, geschikte woonvormen voor senioren. De actualisatie van de verwachte huishoudensontwikkeling toont aan dat het aantal huishoudens tot 2030 met ongeveer 500 huishoudens meer toeneemt dan in het woningmarktonderzoek d.d. 11 augustus 2023 werd ingeschat, tot 2040 is dat ongeveer 1.100 meer huishoudens. Daarmee is de aanwezigheid van schaarste naar woonruimte voor de inwoners van de gemeente aangetoond.
De huisvestingsverordening gemeente Schagen regelt het aanbieden en het (met voorrang) toewijzen van sociale-, middeldure huur- en nieuwbouw sociale koopwoningen. Met de huisvestingsverordening wordt bereikt dat de juiste woningzoekende een passende woning toegewezen krijgt. De woningzoekende moet aan voorwaarden voldoen om een woning toegewezen te krijgen zoals een passend inkomen. De regels in de verordening gelden voor woningcorporaties en overige (particuliere) verhuurders. In de huisvestingsverordening kunnen ook regels opgesteld worden voor: a. wijzigingen in de woningvoorraad; b. toeristische verhuur van woonruimte; en c. opkoopbescherming bestaand bezit. Ad a. Wijzigingen in de woonruimtevoorraad De wet biedt de mogelijkheid om onttrekking, samenvoeging, omzetting en woningvorming dan wel splitsing van aangewezen categorieën woonruimte via de huisvestingsverordening vergunningplichtig te maken. Dit moet dan gericht zijn op het voorkomen van schaarste in het ‘goedkope’ deel van de voorraad en leefbaarheid van de woonomgeving.
Omdat regels voor het wijzigen van woonruimte zich in twee verschillende vergunningenstelsels kunnen bevinden (ruimtelijk spoor via de Omgevingswet en regels op grond van de Huisvestingswet) heeft de gemeente gekozen voor een pragmatische aanpak van deze situaties. In het paraplu- omgevingsplan 1e tranche van de gemeente Schagen zijn regels opgenomen voor woningsplitsing en vorming van onzelfstandige woonruimte met, of zonder, bouwkundige aanpassing (ruimtelijk spoor). Om dubbeling van regels te voorkomen zijn in de huisvestingsverordening geen aanvullende regels opgenomen voor wijzigingen in de woonruimtevoorraad. De regels voor wijzigingen in de woonruimtevoorraad bevinden zich in het (toekomstig) Omgevingsplan van de gemeente. Ad b. Toeristische verhuur van woonruimte Toeristische verhuur behoort tot het DNA van de gemeente Schagen. Met zijn uitgestrekte kust heeft de gemeente een enorme aantrekkingskracht op toeristen. De gemeente blijft inzetten op de kwaliteit en toekomstbestendigheid van verblijfsrecreatie. In het parapluomgevingsplan 1e tranche van de gemeente Schagen zijn regels opgenomen voor Bed & Breakfast op gronden met de bestemming ‘wonen’ of ‘agrarisch’. Bed & Breakfast is toegestaan mits het voldoet aan de regels in het Omgevingsplan.
Op basis van de in het woningmarktonderzoek aangetoonde schaarste aan woonruimte is het toeristisch verhuren van ‘goedkope’ woonruimte niet gewenst in de gemeente. Daarom is ervoor gekozen om een registratieplicht op te nemen in de huisvestingsverordening voor de categorie sociale huur-, middeldure huur en sociale koopwoning. De gemeente wil dat deze categorieën woningen ook daadwerkelijk gebruikt worden om in te wonen. Met de registratieplicht kan het toezicht op de naleving vergemakkelijkt worden. Het kan ook gaan om toezicht op de naleving van het omgevingsplan of brandveiligheid voorschriften of om de uitvoering van het innen van toeristenbelasting te vergemakkelijken . Schagen is populair als recreatiebestemming. Het merendeel van de actieve recreatieaccommodaties zijn accommodaties op een vakantiepark. In de kustdorpen komt het voor dat mensen een (tweede) woning kopen om daar enkele weken/ maanden per jaar te verblijven. De overige tijd staat de woning leeg. In dit geval is het probleem de leegstand van de woning en niet de verhuur van de woning. Het opnemen van regels in de huisvestingsverordening voor deze situatie draagt niet bij aan een oplossing. Regels in een huisvestingsverordening sturen op het gebruik en niet op het eigendom of op het voorkomen van leegstand. Ad c.
opkoopbescherming bestaand bezit Voor het invoeren van een zelfbewoningsplicht voor bestaande bouw (opkoopbescherming) moet de grondslag (bij wet) gelegen zijn in schaarste of leefbaarheid. Onderzoek- en adviesbureau RIGO uit Amsterdam heeft met informatie vanuit de gemeente Schagen op 31 oktober 2024 een onderzoeksrapport opgeleverd over de mogelijkheid van het opnemen van regels voor opkoopbescherming bestaand bezit. De conclusie van het onderzoek is dat er geen nut en noodzaak reden aanwezig is voor het opnemen van regels voor opkoopbescherming bestaand bezit. Er is niet geconstateerd dat het koopwoningaanbod in de gemeente Schagen per saldo afneemt door de activiteiten van beleggers. Evaluatie De gemeenten in de Kop Noord Holland-Noord zijn gestart met het opstellen van een regionale woonzorgvisie waar fair share afspraken ook onderdeel van het proces zijn. Deze afspraken hebben een relatie met het gedeelte ‘urgentie’ van de huisvestingsverordening. In de huisvestingsverordening van de gemeente Schagen is daar nu geen rekening mee gehouden. In ieder geval twee jaar na de inwerkingtreding van de huisvestingsverordening, of zoveel eerder als noodzakelijk of gewenst is, volgt een evaluatie. De verwachting is dat er
dan meer duidelijkheid is over de inhoud en vorm van de regionale woonzorgvisie. Tijdens de evaluatie wordt onderzocht of de huisvestingsverordening regionaal opgesteld kan worden. Ook kunnen dan eventuele aanpassingen op grond van de Wet Versterking Regie op de Volkshuisvesting worden verwerkt en aansluitingen op de regionale woonzorgvisie worden gedaan. Artikelsgewijs In deze artikelsgewijze toelichting worden die bepalingen die nadere toelichting behoeven behandeld. Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Artikel 1. Definities Betekenis van een aantal woorden die in deze verordening worden gebruikt. De definities zijn waar mogelijk gelijk gehouden aan de definities uit de Huisvestingswet en de Omgevingsvisie gemeente Schagen, 2021.
Middeldure huurwoning: voor de definitie is aangesloten bij de Wet betaalbare huur die per 1 juli 2024 van kracht is geworden.
Sociale koopwoning: volgens artikel 7 lid 2 van de wet is er alleen een sturingsmogelijkheid in de verordening mogelijk voor nieuwbouw sociale koopwoningen, tot de in die bepaling genoemde koopprijsgrens. Er is gekozen voor een lokale invulling die binnen deze wettelijke kaders past.
Hoofdstuk 2. De huisvestingsvergunning Paragraaf 2.1. De huisvestingsvergunningsplicht Artikel 2 en 3. Aanwijzing vergunningplichtige woonruimte en vergunningplicht In deze bepaling zijn de sociale en middeldure huurwoningen en nieuwbouw sociale koopwoningen aangewezen. Deze woningen mogen conform artikel 7 van de wet niet voor bewoning in gebruik worden genomen of gegeven als daarvoor geen huisvestingsvergunning is verleend. De huisvestingsvergunningplicht en het daarbij behorende verbod om zonder huisvestingsvergunning aangewezen woonruimte voor bewoning in gebruik te geven of te nemen is neergelegd in artikel 8 van de wet, niet in dit artikel 2 van de verordening. Woonruimten met een huur- of koopprijs boven de bij de woonruimten horende prijsgrens en/of gelegen buiten de gemeente Schagen of de uitgesloten woonruimten zoals bepaald in lid 2 kunnen zonder huisvestingsvergunning worden gehuurd of verhuurd dan wel worden gekocht of verkocht. Artikel 4. Voorwaarden voor het verkrijgen van een huisvestingsvergunning Deze bepaling is in de eerste plaats een uitwerking van artikel 9 van de wet waarin dwingend is bepaald dat als de gemeenteraad toepassing heeft gegeven aan artikel 7 van de wet, hij in de huisvestingsverordening de criteria vastlegt voor de verlening van huisvestingsvergunningen.
In artikel 10 van de wet wordt aangeven welke woningzoekenden in aanmerking komen voor een huisvestingsvergunning. Woningzoekenden die niet aan de criteria voldoen, komen in geen geval in aanmerking voor een huisvestingsvergunning.
Voor inkomenseisen behorend bij de aangewezen woningen wordt verwezen naar wet- en regelgeving hieromtrent. In de wet- en regelgeving zijn deze inkomenseisen beschreven: • Sociale huurwoning: inkomen lager dan de in artikel 1, eerste lid, van de Woningwet bedoelde inkomensgrens; • Middeldure huurwoning: artikel 10 lid 3, 4 en 5 van de wet • Sociale koopwoning: benodigd inkomen en eventueel (eigen) vermogen om de woning te kunnen financieren. Paragraaf 2.2. Aanbieding van woonruimte Artikel 5. Aanbieden van woonruimte In dit artikel is aangegeven op welke wijze de in artikel 2 van de verordening aangewezen woonruimte aangeboden wordt aan woningzoekenden. De totale woningvoorraad in de gemeente Schagen is 21.169 woningen op 1 januari 2023. Daarvan is 22% van het woningaanbod in het bezit van een woningcorporatie en 9% in bezit van overige verhuurders1. Het overblijvende aandeel (69%) zijn koopwoningen (peildatum 2023). Woningcorporatie Wooncompagnie registreert 232 verhuringen in 2023; een mutatiegraad van 5,8%. Van deze verhuringen is 13% via directe bemiddeling toegewezen aan urgenten 2. Andere aanbieders dan een toegelaten instelling kunnen ook hun woningen in de gemeente Schagen via directe bemiddeling aanbieden.
Gezien het bovenstaande lijkt het maximale percentage voor directe bemiddeling (25%) en loting (5%) van de totaal aangeboden woonruimte zoals vermeld in lid 2 en 3 voldoende ruimte te geven. In artikel 5 lid 4 in de huisvestingsverordening is bepaald dat de aanbieder per aangeboden woonruimte documenteert via welk aanbodinstrument de woning is aangeboden. Op deze wijze kan gecontroleerd worden of het percentage bereikt wordt. In artikel 10 van deze verordening is een weigeringsgrond opgenomen voor het geval het percentage bereikt is. Artikel 6. Bekendmaking aanbod van woonruimte Deze bepaling is een uitwerking van artikel 20 van de wet, waarin is bepaald dat de gemeenteraad regels kan stellen over de wijze van bekendmaking van de beschikbaarheid van vergunningplichtige woonruimte. Transparantie in het woningaanbod draagt voor woningzoekenden bij aan het gericht vinden van voor hen beschikbare woonruimte. Het is voor aanbieders mogelijk om woonruimte via een eigen website aan te bieden. Artikel 7. Inschrijfsysteem van woningzoekenden Wooncompagnie hanteert Woonmatch als inschrijfsysteem. Aanbieders kunnen ervoor kiezen om door hen te verhuren of te verkopen woningen een eigen wacht- of optielijst per wooncomplex of nieuwbouwproject op te stellen.
Beoogd wordt een transparant proces voor het aanbieden en de mogelijkheid van inschrijven door woningzoekenden op aangeboden woningen. Daarom zijn in de verordening onder andere eisen gesteld aan het inschrijfsysteem van woningaanbieders. Het in dit artikel genoemde bewijs van inschrijving is vormvrij. Het vierde lid regelt de beëindiging van de inschrijving in het inschrijfsysteem. In artikel 33, tweede lid van de verordening is een overgangsregeling opgenomen voor bestaande inschrijvingen in oude inschrijfsystemen. Zie hiervoor de toelichting bij artikel 33.
1
Bron: https://allecijfers.nl/gemeente/schagen/
2
Bron: Gemeenteplan 2025 De woningmarkt weer in beweging, Wooncompagnie, 2024
Paragraaf 2.3. Aanvragen, verlenen en weigeren van de huisvestingsvergunning Artikel 8. Aanvraag van de huisvestingsvergunning Deze bepaling is een uitwerking van artikel 5 van de wet. Daarin is bepaald dat de gemeenteraad in de huisvestingsverordening regels stelt over de wijze van aanvragen van een huisvestingsvergunning en de gegevens die door de aanvrager worden verstrekt bij de aanvraag van een vergunning. De in het tweede lid van het artikel genoemde gegevens met betrekking tot adres, woonplaats, geboortedatum en, indien van toepassing, verblijfstitel zijn noodzakelijk in verband met de wettelijke eisen van artikel 10, tweede lid, van de wet. Artikel 9. Beslissing op de aanvraag Op grond van artikel 4:13 Awb dient de beschikking te worden gegeven binnen de bij wettelijk voorschrift bepaalde termijn of, bij het ontbreken van zulk een termijn, binnen een redelijke termijn van ontvangst. Als redelijke termijn wordt beschouwd: binnen 8 weken na ontvangst van de aanvraag. Vanwege het opzeggen van de huidige huurwoning of het vervallen van ontbindende voorwaarden bij een nieuwbouw sociale koopwoning is het gewenst dat de afgifte van de huisvestingsvergunning spoedig gebeurt. Het is mogelijk vergunningverlening te mandateren aan woningaanbieders.
Een vast aanspreekpunt binnen de gemeente en het opstellen van werkafsprakenis een mogelijkheid die onderzocht kan worden door de gemeente op toepasbaarheid. Artikel 10. Weigeringsgronden van de huisvestingsvergunning In dit artikel is aangegeven wanneer burgemeester en wethouders de afgifte van een huisvestingsvergunning weigeren. Artikel 11. Gegevens op de huisvestingsvergunning In dit artikel is aangegeven welke gegevens op de huisvestingsvergunning worden vermeld. Artikel 12. Vruchteloze aanbieding Woonruimten worden twee weken aangeboden via een aanbodinstrument. Dit artikel regelt dat als er niemand uit de beoogde doelgroep binnen twee weken reageert, de woning aangeboden kan worden aan een andere woningzoekende dan uit de voorrangsgroep en er dan evengoed een huisvestingsvergunning wordt afgegeven. Met het oog op leegstand is gekozen voor een termijn van 2 weken. Het maximum aantal weken om een woning aan te bieden is wettelijk gesteld op 13 weken. Als hier 13 weken zou staan, zou de woning eerst 13 weken aangeboden moeten worden voordat er verder dan de voorrangsgroep gekeken kan worden. Als deze voorrangsgroep er niet is, betekent dat 13 weken leegstand.
Deze bepaling is een uitwerking van artikel 17 van de wet, waarin wordt bepaald dat als woningzoekenden die voorrang hebben op basis van artikel 16 (woonruimten van een bepaalde aard) of artikel 17 (economische- of maatschappelijke binding) van de verordening, niet binnen twee weken reageren op de aangeboden woning, hun aanspraak op voorrang op die aangeboden woning verdwijnt. De termijn geldt niet voor woningzoekenden met een urgentieverklaring (met uitzondering van de urgentieverklaring vanwege sloop of renovatie). Woningzoekenden met een urgentieverklaring, uitgezonderd de urgentie vanwege sloop of renovatie, krijgen via directe bemiddeling een woning toegewezen. Zie ook de toelichting bij artikel 24.
Artikel 13. Volgorde waarin woningzoekenden in aanmerking komen voor een huisvestingsvergunning bij het aanbodinstrument of directe bemiddeling Deze bepaling beschrijft de volgorde waarin woningzoekenden in aanmerking komen voor een huisvestingsvergunning Artikel 14. Onderlinge volgorde binnen elke rangordegroep In deze bepaling is in aansluiting op de voorrangsregels van deze verordening een volgorde voor toewijzing van woonruimte gegeven voor de gevallen waarin er meer dan één gegadigde is voor een bepaalde woonruimte. Artikel 15. Volgorde waarin woningzoekenden voor een huisvestingsvergunning in aanmerking komen bij het lotingsinstrument Deze bepaling ziet toe op de behandeling van aanvragen om een huisvestingvergunning die wordt aangeboden via het lotingsinstrument. Artikel 16. Voorrang bij woonruimte van een bepaalde aard Deze bepaling is een uitwerking van artikel 11 van de wet. De gemeenteraad kan in de huisvestingsverordening bepalen dat voor een of meer aangewezen categorieën woonruimte in verband met de aard van die woonruimte bij het verlenen van huisvestingsvergunningen voorrang wordt gegeven. Deze voorrang geldt voor houders van een huisvestingsindicatie. Artikel 17. Voorrang bij economische- of maatschappelijke binding Deze bepaling is een uitwerking van artikel 14 van de wet.
De gemeenteraad kan in de huisvestingsverordening bepalen dat bij de verlening van huisvestingsvergunningen voorrang wordt gegeven aan woningzoekenden die economisch of maatschappelijk gebonden zijn. Deze voorrang kan niet onbeperkt worden verleend maar tot het maximum van het in de verordening genoemde percentage van het aanbod (artikel 14, tweede lid, van de wet). Een woningzoekende is volgens de wet economisch gebonden aan de gemeente Schagen als hij: met het oog op de voorziening in het bestaan een redelijk belang heeft zich in de gemeente Schagen te vestigen. Een woningzoekende is volgens de wet maatschappelijk gebonden als hij: een redelijk, met de plaatselijke samenleving verband houdend belang heeft zich in de gemeente Schagen te vestigen, of
ten minste zes jaar onafgebroken ingezetene is dan wel gedurende de voorafgaande tien jaar ten minste zes jaar onafgebroken ingezetene is geweest van de gemeente Schagen (artikel 14, vierde lid, van de wet).
In de wet wordt ook de mogelijkheid gegeven dat in de huisvestingsverordening voorrang gegeven wordt aan vitale beroepsgroepen (artikel 14, derde lid, van de wet). Onder vitale beroepsgroepen worden verstaan beroepen binnen het onderwijs, zorg, politie en brandweer. Er is gekozen om vanwege de uitvoerbaarheid en controleerbaarheid deze mogelijkheid niet op te nemen. De vitale beroepsgroep komt daarmee onder de voorrang bij economische- of maatschappelijke binding te vallen. Het economisch of maatschappelijk gebonden zijn, kan bijvoorbeeld als volgt worden aangetoond: Economische binding: o Werkgeversverklaring:
o o
Een verklaring van de werkgever waarin staat dat de woningzoekende in de gemeente werkt en dat het werk van de woningzoekende van belang is voor de gemeente. Arbeidsovereenkomst: Een kopie van de arbeidsovereenkomst van de woningzoekende. Inkomensgegevens: Loonstroken of belastingaangiften van de woningzoekende.
Maatschappelijke binding: o Maatschappelijke binding aanwezig is wanneer mensen op basis van familiebanden of langdurig engagement in onder meer vrijwilligersorganisaties een expliciete en actuele bijdrage leveren aan de lokale gemeenschap. De maatschappelijke binding bestaat niet uit familiebanden of een sociaal netwerk in de gemeente Schagen. Het gaat om woningzoekenden die feitelijk al een expliciete bijdrage leveren aan de lokale gemeenschap. o Bewijs van Inschrijving: Het aantonen dat de aanvrager de afgelopen 6 jaar onafgebroken of de afgelopen 10 jaar, 6 jaar ingeschreven is geweest in de gemeente kan met een uittreksel uit het bevolkingsregister. o Woonhistorie: Aanleveren van documenten die de woonhistorie bevestigen, zoals huurcontracten, hypotheekoverzichten of brieven van verhuurders.
Paragraaf 2.4. De huisvestingsindicatie Artikel 18. Aanvraag van de huisvestingsindicatie In dit artikel is aangegeven welke gegevens op de aanvraag huisvestingsindicatie vermeld worden. Artikel 19. Beslissing op de aanvraag en inhoud van de huisvestingsindicatie Aangegeven is in welke gevallen de aanvraag van de huisvestingsindicatie wordt geweigerd. In het tweede lid is vermeld welke personen in aanmerking komen. Het derde lid geeft aan welke gegevens op het besluit tot toekenning van een huisvestingsindicatie vermeld staan. De Huisvestingsindicatie is geldig voor woningen in de gemeente Schagen en geldt totdat aan de houder van de indicatie een huisvestingsverordening wordt verleend. In het vijfde lid van dit artikel staat een tabel opgenomen met daarin het woningtype en de doelgroep waarvoor het woningtype bedoeld is en waarbij via de huisvestingsindicatie voorrang mogelijk is. Woningen kunnen met voorrang toegewezen worden aan bepaalde huishoudens die een bepaalde woning achterlaten of aan huishoudens met een zekere fysieke beperking. Een voorbeeld is het senioren huishouden dat een eengezinswoning bewoond waarvan de woning volgens Wmo niet aanpasbaar is maar die naar een gelijkvloerse woning wil verhuizen. Artikel 20. Intrekken huisvestingsindicatie Dit artikel regelt de gevallen dat burgemeester en wethouders de huisvestingsindicatie kunnen intrekken.
Paragraaf 2.5. De urgentieverklaring Artikel 21. Aanvraag van de urgentieverklaring In dit artikel is aangegeven welke gegevens op de aanvraag urgentieverklaring verstrekt dienen te worden. In artikel 13 van de wet is bepaald dat de gemeenteraad in de huisvestingsverordening regels stelt over de wijze waarop woningzoekenden kunnen verzoeken om indeling in een urgentiecategorie. De toelichting, bedoeld in het tweede lid, onder c van dit artikel, kan bijvoorbeeld omvatten: de aard van de persoonlijke problematiek, de relatie van deze problematiek met de huidige woonsituatie en de argumentatie op grond waarvan verhuizing op korte termijn absoluut noodzakelijk is. Artikel 22. Beslissing op de aanvraag urgentieverklaring In deze bepaling staan de gronden voor weigering tot indeling in een urgentiecategorie vermeld. Dit artikel is van toepassing voor gevallen waarbij de aanvrager voldoet aan de in dit artikel benoemde criteria. Dit artikel is een uitwerking van artikel 13 van de wet, waarin is bepaald dat burgemeester en wethouders beslissen over de indeling van woningzoekenden in de urgentiecategorieën. De wet biedt de mogelijkheid een urgentieregeling op te stellen, ook wanneer geen sprake is van schaarste aan goedkope woonruimte (artikel 2, tweede lid, onder a, en 12 van de wet).
Ook zonder schaarste kan immers behoefte bestaan om sommige woningzoekenden met voorrang te kunnen huisvesten. Artikel 23. Inhoud van de urgentieverklaring In deze bepaling staat vermeld welke gegevens op de urgentieverklaring vermeld staan en wanneer de urgentieverklaring vervalt. Een indeling in een urgentiecategorie geldt in beginsel voor onbepaalde tijd. Dat wil zeggen dat de woningzoekende urgent blijft totdat het huisvestingsprobleem is opgelost. Wel is het mogelijk dat omstandigheden aan de kant van de woningzoekende wijzigen waardoor hij niet meer urgent meer moet worden geacht. Deze gevallen zijn geregeld in artikel 26 van de verordening. Artikel 24. Werking van de urgentieverklaring Dit artikel regelt dat aan de houder van een urgentieverklaring voorrang wordt gegeven bij verlening van huisvestingsvergunningen. Aanbieders wijzen zoveel mogelijk passende woonruimte toe via directe bemiddeling aan woningzoekenden met een urgentieverklaring. Woningzoekenden die een urgentieverklaring hebben in het kader van renovatie/sloop dienen zelfstandig te reageren op woningaanbod. In geval van urgentie is directe bemiddeling de enige logische manier van toewijzen, omdat het aanbodinstrument en de loting niet leiden tot versnelde woningtoewijzing. Het lost het probleem van de urgent niet op.
Woningzoekenden die voorrang krijgen omdat ze in een woning wonen die wordt gerenoveerd of gesloopt kunnen zelf via het aanbodinstrument kiezen met voorrang. Wanneer deze woningzoekenden uiteindelijk op deze manier geen woning kunnen bemachtigen, wordt via directe bemiddeling een passende woning aangeboden. Artikel 25. Urgentiecategorieën In dit artikel zijn de criteria vastgelegd waarmee de urgent woningzoekenden worden ingedeeld in urgentiecategorieën. Personen die in blijf-van-mijn-lijfhuizen verblijven en woningzoekenden die mantelzorg verlenen of ontvangen behoren in ieder geval tot de
urgente woningzoekenden (artikel 12, derde lid, van de wet). Deze groepen kunnen dus niet van indeling in een urgentiecategorie worden uitgesloten. Met de toevoeging van vergunninghouders als urgentiecategorie in dit artikel wordt aan de wettelijke verplichting van artikel 12, vierde lid, van de wet voldaan. Vanuit de toekomstige Wet Versterking Regie op de Volkshuisvesting zijn de personen die vallen onder de groep zoals beschreven in sub i en j op voorhand toegevoegd aan de voorrangsregels. De categorie ‘ernstig chronisch zieken die om medische reden dringend huisvesting nodig hebben en/of Woningzoekenden met een lichamelijke verstandelijke of psychische beperking” kunnen geschaard worden onder de urgentiecategorie sub e: ‘die op grond van medische redenen dringend woonruimte nodig hebben’. De eventueel overige verplichte groepen vanuit de toekomstige Wet worden na evaluatie van de verordening en na invoering van de Wet Versterking Regie op de Volkshuisvesting mogelijk toegevoegd aan deze verordening. Er is voor gekozen om deze verplichte groepen nog uit de verordening te laten gezien het zeer geringe aantal woningmutaties en de schaarste aan woningen. Artikel 26. Intrekken, wijzigen of beëindigen van de urgentieverklaring Dit artikel regelt de gevallen dat burgemeester en wethouders de urgentieverklaring kunnen intrekken.
Ook kan een woningzoekende verzoeken om indeling in een andere urgentiecategorie als gewijzigde omstandigheden daartoe aanleiding geven. Het derde lid bepaald dat indeling in een urgentiecategorie beëindigd kan worden als de omstandigheden van de woningzoekende wijzigen. Het is bijvoorbeeld mogelijk dat de klachten van een mantelzorgontvanger zodanig verergeren dat mantelzorg geen oplossing meer kan bieden. Dit kan ertoe leiden dat de indeling in die urgentiecategorie kan worden beëindigd. Paragraaf 2.6. Experimenten woonruimteverdeling – specifieke projecten Artikel 27. Algemeen In dit artikel wordt de mogelijkheid geboden om experimenten of specifieke projecten op het gebied van woonruimteverdeling te onderzoeken. In een experiment kunnen de effecten worden onderzocht van een wijze van in gebruik geven van woonruimte die op dit moment niet mogelijk zijn op grond van de bepalingen van de verordening, maar gelet op de wet wel in een huisvestingsverordening opgenomen kunnen worden. Experimenten mogen niet in strijd zijn met de uitganspunten van de wet zelf. Een en ander dient ten dienste te staan van een rechtvaardige, doelmatige, evenwichtige en transparante verdeling van woonruimte. Artikel 28.
Experimenten met woonruimten van woningcorporaties Dit artikel is de uitwerking op welke wijze woningcorporaties en de gemeente Schagen experimenten of specifieke projecten kunnen onderzoeken. Tevens is de duur van een experiment of specifiek project bepaald evenals de aanvang en mogelijkheid om het experiment of specifieke project een permanent karakter te geven. Artikel 29. Experiment met overige aangewezen woonruimte Dit artikel is de uitwerking op welke wijze andere aanbieders dan woningcorporaties en de gemeente Schagen experimenten of specifieke projecten kunnen onderzoeken. Tevens is de duur van een experiment of specifiek project bepaald evenals de aanvang en mogelijkheid om het experiment of specifieke project een permanent karakter te geven.
Hoofdstuk 3. Toeristische verhuur van woonruimte Met dit hoofdstuk wordt voorzien in de regulering van toeristische verhuur van woonruimte. In de memorie van toelichting bij de Wet toeristische verhuur van woonruimte is toegelicht: ‘dat met toeristische verhuur van woonruimte wordt bedoeld het tegen betaling in een woonruimte verblijf bieden aan personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de Basis Registratie Personen (BRP) zijn ingeschreven. Woningruil en huisbewaring vallen hier niet onder omdat bij woningruil en huisbewaring de bewoners zich moeten inschrijven in de BRP en derhalve er geen sprake is van toeristische verhuur. Ook recreatiewoningen vallen niet onder de reikwijdte van deze bepaling. De memorie van toelichting bij de Huisvestingswet 2014 stelt immers dat met «bewoning» als genoemd in de begripsbepaling van «woonruimte» bedoeld wordt dat de woonruimte dient als hoofdverblijf. Ruimten die, gegeven hun inrichting en voorzieningen, geschikt zijn voor tijdelijk recreatief verblijf, zoals vakantiewoningen zijn geen woonruimten in de zin van de Huisvestingswet 2014.’ (Kamerstukken 35 353, nr. 3, blz. 36). Artikel 30.
Verbod op toeristische verhuur zonder registratienummer In het eerste lid van dit artikel is aangegeven, voor welke categorieën woonruimten de verplichting geldt dat zij alleen met een registratienummer voor toeristische verhuur aangeboden mogen worden. Het tweede lid richt zich tot bijvoorbeeld bedrijven die via websites advertenties van verhuurders van toeristische accommodaties plaatsen. Ook zij moeten ervoor zorgen, dat de het eerste lid aangewezen categorieën woonruimte met het registratienummer voor toeristische verhuur aangeboden worden. Voor elke in het eerste lid aangewezen woonruimte moet een registratienummer aangevraagd worden. De eenmalige registratie is digitaal, laagdrempelig en kosteloos. Wie zich registreert, ontvangt een registratienummer. De registratieplicht geldt voor elke afzonderlijke woonruimte die apart kan worden verhuurd, ook al bevindt die zich in hetzelfde gebouw of dezelfde woning als andere toeristisch te verhuren woonruimte van dezelfde verhuurder. Voor elk van die woonruimten moet dus een eigen registratienummer worden aangevraagd. 31. Jaarverbod toeristische verhuur Wie binnen vijf jaar voor tweemaal of vaker wordt betrapt op een overtreding van artikel 23a van de wet, riskeert een verbod van toeristische verhuur voor de tijd van maximaal een jaar (eerste lid).
Als burgemeester en wethouders dat doorgeven aan een ‘tussenpersoon’, mag die voor de duur van het verbod niet adverteren voor deze aanbieder (tweede lid). Deze bepaling berust op artikel 33a van de wet. 32. Zorgplicht aanbieder Deze bepaling berust op artikel 151d van de Gemeentewet. Ze vormt een aanvulling op de medebewindsregeling van de wet. De zorgplicht voor de leefbaarheid van de omgeving geldt voor iedereen die aan toeristische verhuur doet.
Hoofdstuk 4. Slotbepalingen Artikel 33. Bestuurlijke boete Deze bepaling is in de eerste plaats een uitwerking van artikel 35 van de wet, waarin is bepaald dat de gemeenteraad in de huisvestingsverordening kan bepalen dat een bestuurlijke boete kan worden opgelegd ter zake van de overtreding van de verboden bedoeld in artikel 8, eerste en tweede lid van de wet en artikel 23a eerste en derde lid van de wet. Naast dat de bestuurlijke boete kan worden opgelegd, bepaalt de raad in de verordening ook de hoogte van de boete die voor verschillende overtredingen kan worden opgelegd. De hoogte van een bestuurlijke boete moet altijd evenredig zijn aan de ernst van de overtreding. Hoe hoger het maximum, hoe meer behoefte er zal bestaan aan weldoordachte beleidsregels die ertoe leiden dat de evenredigheidseis daadwerkelijk in acht zal worden genomen. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd tot het daadwerkelijk opleggen van een bestuurlijke boete. De wet geeft alleen bestuursrechtelijke handhavingsmogelijkheden. Het gewone strafrecht geldt daarnaast bij overtreding van de bepalingen in het Wetboek van Strafrecht (bijvoorbeeld in geval van valsheid in geschrifte of bedreiging). De bestuurlijke boetes, genoemd in het eerste en het tweede lid, komen overeen met artikel 35 van de wet respectievelijk artikel 154b, zesde lid, van de Gemeentewet.
Artikel 35 van de wet bepaalt dwingend welke boetes wanneer ‘ten hoogste’ kunnen worden opgelegd. Artikel 34. Afwijkingsbevoegdheid Om te voorkomen dat er onvoorziene gevolgen kunnen zijn van de inwerkingtreding van deze verordening die onredelijk nadelig zijn, is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven om deze onredelijke gevolgen aan te passen tot het niveau waarin wel gesproken kan worden van redelijke gevolgen. Van te voren is het niet mogelijk om inzichtelijk te maken om welke gevolgen het gaat, dan wel in welke gevallen daarvan sprake is. Wel is duidelijk dat de afwijkingsbevoegdheid ofwel hardheidsclausule slechts in uitzonderlijke gevallen wordt toegepast. Dat de inwerkingtreding van de verordening op zich zelf genomen nadelige gevolgen kan hebben, vormt geen reden voor het toepassen van de afwijkingsbevoegdheid. Artikel 35. Intrekking oude verordening In dit artikel wordt de Urgentieverordening Schagen 2020 ingetrokken. Artikel 36. Overgangsrecht In het derde en vierde lid van artikel 51 van de wet is overgangsrecht opgenomen voor al verleende vergunningen. Deze vergunningen worden gelijkgesteld met de vergunningen op grond van de Huisvestingswet 2014. Ook lopende bezwaarschriften vallen onder deze overgangsregeling, omdat bezwaarschriften altijd betrekking hebben op vergunningen of het weigeren of intrekken van vergunningen.
In artikel 51, vijfde lid, van de wet is geregeld dat aanvragen die zijn ingediend op grond van de verordening op grond van de (oude) Huisvestingswet, worden afgehandeld krachtens de daarop gebaseerde (oude) verordening. In het tweede lid is aanvullend overgangsrecht opgenomen voor bestaande inschrijvingen als woningzoekenden volgens oude inschrijfsystemen. Deze inschrijvingen worden volgens het tweede lid beschouwd als inschrijvingen gedaan onder deze verordening met behoud van de opgebouwde inschrijfduur.
Artikel 37. Inwerkingtreding en citeertitel In dit artikel wordt het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening benoemd.