Bijlage 2 Luchtkwaliteit
Tekst van het document
Stolperbasculebrug Onderzoeken VO2+RO2a, deel luchtkwaliteitsonderzoek inclusief stikstof
Provincie Noord-Holland 14 september 2021
Project Opdrachtgever
Document Status Datum Referentie
Projectcode Projectleider Projectdirecteur
Auteur(s) Gecontroleerd door Goedgekeurd door
Stolperbasculebrug Provincie Noord-Holland
Onderzoeken VO2+RO2a, deel luchtkwaliteitsonderzoek inclusief stikstof Definitief 02 14 september 2021 119096/21-013.759
119096 ing. W.P. de Vries ir.drs. J.L.C.M. van Daelen
ir. E. Logemann ing. S.G. Wetzels, P.F.M. Fouraschen MSc ing. W.P. de Vries
Paraaf
Adres
Witteveen+Bos Raadgevende ingenieurs B.V. Leeuwenbrug 8 Postbus 233 7400 AE Deventer +31 (0)570 69 79 11 www.witteveenbos.com KvK 38020751
Het kwaliteitsmanagementsysteem van Witteveen+Bos is gecertificeerd op basis van ISO 9001. © Witteveen+Bos Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt in enige vorm zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Witteveen+Bos noch mag het zonder dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd, behoudens schriftelijk anders overeengekomen. Witteveen+Bos aanvaardt geen aansprakelijkheid voor enigerlei schade die voortvloeit uit of verband houdt met het wijzigen van de inhoud van het door Witteveen+Bos geleverde document.
INHOUDSOPGAVE
1
INLEIDING
5
1.1
Projectomschrijving
5
1.2
Rapport
6
1.2.1 1.2.2 1.2.3 1.2.4
3303D - Onderzoeken RO2+VO2a, deel Reconstructieonderzoek Scope rapportage Doel Leeswijzer
6 6 6 7
2
ONDERZOEKSAANPAK
8
2.1
Wettelijk kader en grenswaarden (Wet milieubeheer)
8
2.1.1 2.1.2 2.1.3
8 9 9
Grens- en streefwaarden Schone Lucht Akkoord (SLA) Toetsing
2.2
Wettelijk kader stikstofdepositie
10
2.3
Rekenmethode
12
2.4
Rekenjaar
12
3
UITGANGSPUNTEN EMISSIEBRONNEN
13
3.1
Mobiele werktuigen
13
3.1.1 3.1.2
13 15
NOx en NH3 Fijnstof (PM10 en PM2,5)
3.2
Wegverkeer
16
3.3
Scheepvaart
16
3.4
Toets- en rekenpunten
17
4
BEREKENINGSRESULTATEN
19
4.1
Luchtkwaliteit
19
4.2
Stikstofdepositie
19
5
CONCLUSIE
24
5.1
Afgeleide eisen
24
5.2
Risico’s
24
Laatste pagina
25
Bijlage(n)
Aantal pagina's
I
Verificatie resultaatsdocument
1
II
Raming Materieelinzet op basis van de SSK-raming
13
III
Uitgangspunten emissies aanlegfase
12
IV
Invoergegevens Geomilieu v2020.02
8
V
Resultaten verspreidingsberekeningen Geomilieu v2020.02
2
VI
AERIUS Berekening aanlegfase - maatgevend 2024
10
VII
AERIUS Berekening aanlegfase - in cumulatie
13
1 INLEIDING 1.1
Projectomschrijving
Stolperbasculebrug De Stolperbasculebrug heeft een belangrijke regionale en lokale functie als kruising over het Noordhollandsch kanaal. De brug dateert uit 1936 en is aan vervanging toe omdat de ontwerplevensduur van 80 jaar is overschreden en de brug al langere tijd intensief onderhoud nodig heeft om te blijven functioneren. Tevens is het dwarsprofiel op de brug te smal en voldoet de brug niet meer aan de Machinerichtlijn op meerdere aspecten. Na een studie van verschillende opties heeft de provincie gekozen om de brug te vervangen voor een nieuwe brug ten noorden van de bestaande brug en de voorkeur uitgesproken om er een ophaalbrug van te maken. De brug dient te voldoen aan de vigerende wet- en regelgeving, Provinciale standaarden en op afstand bedienbaar te zijn vanuit de 24 uurs bediencentrale te Heerhugowaard.
Afbeelding 1.1 Bestaande Stolperbasculebrug
5 | 25
Witteveen+Bos | 119096/21-013.759 | Definitief 02
IFD bouwen De nieuwe brug wordt gebouwd volgens IFD (industrieel, flexibel en demontabel) principes, wat bijdraagt in het circulaire bouwen. De verschillende onderdelen van de brug worden middels gestandaardiseerde raakvlakken ontworpen en gebouwd wat hergebruik kansrijk maakt en bij groot onderhoud kunnen onderdelen eenvoudig vervangen worden. Deze principes zijn vastgelegd in de Nederlands Technische Afspraak (NTA) 8086 van de NEN.
1.2
Rapport
1.2.1
3303D - Onderzoeken RO2+VO2a, deel Reconstructieonderzoek
Dit rapport is een resultaatsproduct van werkpakket 3303D - Onderzoeken RO2+VO2a, deel Reconstructieonderzoek, van het project Stolperbasculebrug. De aan dit document gekoppelde geverifieerde eisen zijn opgenomen in bijlage I van dit rapport.
1.2.2
Scope rapportage
In dit onderzoek is enkel de aanlegfase van het project relevant waarin mobiele werktuigen en bouwverkeer ingezet worden voor de werkzaamheden. Het project kent in de gebruiksfase geen verkeersaantrekkende werking waardoor er geen wijzigingen in de verkeersintensiteiten van gemotoriseerd verkeer plaatsvinden. Wel wordt de brug iets naar het noorden verplaatst waardoor de verkeersstromen in de gebruiksfase iets naar het noorden wordt verplaatst. Deze verschuiving leidt echter niet tot wijziging van de gebruiksfase doordat het project geen verkeersaantrekkende of -afstotende werking heeft in de gebruiksfase. Om die reden wordt in dit onderzoek alleen de aanlegfase onderzocht. Aanleiding voor de kwantitatieve berekeningen in dit onderzoek zijn de werkzaamheden aan de Stolperbasculebrug en omliggende terreinen: - vervangen van de Stolperbasculebrug; - vervangen van remming en geleidewerken; - baggerwerk in het Noordhollandsch kanaal; - vervangen oeverconstructies; - verleggen N248 en rotonde; - aanpassing fietspaden; - realiseren perceelontsluiting inclusief brug over Egalementsloot.
1.2.3
Doel
Het onderhavige onderzoek naar de effecten van luchtkwaliteit en stikstofdepositie betreft de Stolperbasculebrug. Het doel van het onderzoek is om: - de effecten van het project voor de luchtkwaliteit in de omgeving te berekenen en na te gaan of de luchtkwaliteit een mogelijk probleem vormt. Hierbij wordt onderzoek gedaan naar de stoffen NO2 en fijnstof (PM2,5 en PM10); - de effecten van het project voor de stikstofdepositie op aangewezen Natura 2000-gebieden te berekenen en na te gaan of significante negatieve gevolgen kunnen ontstaan voor de instandhouding van beschermde habitat binnen deze Natura 2000-gebieden door een toename van stikstofdepositie ten gevolge van het project.
6 | 25
Witteveen+Bos | 119096/21-013.759 | Definitief 02
Voor het werkpakket ‘Luchtkwaliteit inclusief stikstof’ zijn de volgende doelstellingen opgesteld: - het kwantificeren van de effecten van luchtkwaliteit en stikstofdepositie in het kader van de ruimtelijke procedure; - het vaststellen van de vergunningplicht in het kader van de Wet milieubeheer (luchtkwaliteit) en de Wet natuurbescherming (stikstofdepositie).
1.2.4
Leeswijzer
Het rapport is als volgt opgebouwd: - hoofdstuk 2 beschrijft de aanpak; - hoofdstuk 3 bevat de relevante wet- en regelgeving ten aanzien van luchtkwaliteit; - hoofdstuk 4 beschrijft de gehanteerde uitgangspunten voor de emissieberekeningen en de wijze waarop de modellen zijn opgebouwd; - hoofdstuk 5 bevat de rekenresultaten van de kwantitatieve berekeningen voor luchtkwaliteit en stikstofdepositie; - hoofdstuk 6 bevat de conclusies van het onderzoek.
7 | 25
Witteveen+Bos | 119096/21-013.759 | Definitief 02
2 ONDERZOEKSAANPAK 2.1
Wettelijk kader en grenswaarden (Wet milieubeheer)
De Nederlandse wet- en regelgeving voor luchtkwaliteit in de buitenlucht vloeit voort uit Europese richtlijnen en is vastgelegd in titel 5.2 van de Wet milieubeheer. Artikel 5.16, 1ste lid geeft de grondslagen waarmee kan worden onderbouwd dat een plan aan de eisen met betrekking tot luchtkwaliteit voldoet: - het project leidt niet tot overschrijding van grenswaarden; - ten gevolge van het project is sprake van een verbetering van de concentratie van de betreffende stof of de concentratie blijft gelijk; - het plan draagt niet in betekende mate bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit, hetgeen inhoudt dat de projectbijdragen NO2 en PM10 maximaal 3 % van de jaargemiddelde grenswaarde bedragen, oftewel maximaal 1,2 μg/m3. Wanneer een plan of project voldoet aan één of meerdere van de bovenstaande grondslagen, vormt luchtkwaliteit geen belemmering voor realisatie van het plan/project.
2.1.1
Grens- en streefwaarden
In bijlage 2 van de Wet Milieubeheer zijn grenswaarden opgenomen voor de concentratie van luchtverontreinigende stoffen in de buitenlucht. Voor deze grenswaarden geldt dat het voorgeschreven kwaliteitsniveau moet zijn bereikt en vervolgens in stand moet worden gehouden. De concentraties van stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10 en PM2.5) zijn in Nederland maatgevend, waarbij voor NO2 specifiek de jaargemiddelde concentratie maatgevend is en voor PM10 de 24-uurgemiddelde concentratie. Wanneer deze grenswaarden niet worden overschreden, wordt ook aan de grenswaarden voor uurgemiddelde concentratie NO2 en jaargemiddelde concentratie PM10 voldaan. De concentraties van stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10 en PM2,5) zijn in de Nederlandse situatie het meest kritisch ten opzichte van de normen. In tabel 2.1 zijn de grenswaarden voor deze stoffen samengevat.
Tabel 2.1 Grenswaarden NO2, PM10 en PM2,5 uit bijlage 2 van de Wet milieubeheer Grenswaarde (µg/m3)
Stof
Criterium
NO2
jaargemiddelde concentratie
40
uurgemiddelde concentratie (mag maximaal 18 keer per jaar worden overschreden)
200
jaargemiddelde concentratie
40
etmaalgemiddelde concentratie (mag maximaal 35 keer per jaar worden overschreden)
50*
jaargemiddelde concentratie
25
PM10
PM2,5
* Komt overeen met een jaargemiddelde concentratie van ongeveer 31,6 µg/m³.
8 | 25
Witteveen+Bos | 119096/21-013.759 | Definitief 02
In dit onderzoek wordt alleen getoetst aan de grenswaarden uit tabel 2.1. In de Wet Milieubeheer zijn tevens grenswaarden opgenomen voor andere stoffen1, voor deze stoffen zijn er in het laatste decennium nergens in Nederland normoverschrijdingen geconstateerd. Verder vertonen de concentraties voor deze stoffen een dalende trend. Om die reden is het niet aannemelijk, dat als gevolg van dit project de grenswaarden van de andere stoffen dan NO2, PM10 en PM2,5 zullen worden overschreden.
2.1.2
Schone Lucht Akkoord (SLA)
De provincie Noord-Holland, de staatssecretaris van IenW en de gemeente Schagen hebben in januari 2020 het SLA getekend. Het streven van het SLA is permanente verbetering van de luchtkwaliteit om gezondheidswinst voor iedereen in Nederland te realiseren waarbij wordt toegewerkt naar de WHO advieswaarden in 2030 (zie tabel 2.2).
Tabel 2.2 Streefwaarden WHO voor NO2, PM10 en PM2,5 Advieswaarde WHO (µg/m3)
Stof
Criterium
NO2
jaargemiddelde concentratie
40
uurgemiddelde concentratie (mag maximaal 18 keer per jaar overschreden worden)
200
jaargemiddelde concentratie
20
daggemiddelde concentratie (mag maximaal 35 keer per jaar overschreden worden)
-
jaargemiddelde concentratie
10
PM10
PM2,5
Als doel van het SLA is gesteld om in 2030 landelijk gemiddeld minimaal 50 % gezondheidswinst uit binnenlandse bronnen te realiseren ten opzichte van 2016. Het SLA zal nog verder worden uitgewerkt en vormt op dit moment geen toetsingskader voor individuele projecten. De formele toetsing vindt plaats op basis van het beoordelingskader volgens de Wet milieubeheer. Wel is in het onderzoek bepaald of het project voldoet aan de streefwaarden van de WHO.
2.1.3
Toetsing
Bij de luchtkwaliteitseisen uit de Wet milieubeheer hoort een aantal uitvoeringsregels, die zijn vastgelegd in AMvB’s en ministeriele regelingen. Zo dient rekening gehouden te worden met het toepasbaarheidsbeginsel en blootstellingscriterium en dient als voorschrift in welke gevallen de concentratie van lucht verontreinigde stoffen berekend moet worden. Toepasbaarheidsbeginsel Een aantal specifieke locaties is uitgezonderd voor het beoordelen van de luchtkwaliteit (art. 5.19, tweede lid Wm): - locaties die zich bevinden in gebieden waartoe leden van het publiek geen toegang hebben en waar geen vaste bewoning is; - op bedrijfsterreinen of terreinen van industriële inrichtingen, waarop bepalingen met betrekking tot gezondheid en veiligheid op arbeidsplaatsen gelden; - op de rijbaan van wegen en op de middenberm van wegen, tenzij voetgangers normaliter toegang tot de middenberm hebben.
1
Zwaveldioxide, koolmonoxide, benzeen, lood, ozon, arseen, cadmium, nikkel, benzo(a)pyreen en stikstofoxiden.
9 | 25
Witteveen+Bos | 119096/21-013.759 | Definitief 02
Blootstellingscriterium De luchtkwaliteit hoeft alleen te worden beoordeeld op locaties waar de bevolking kan worden blootgesteld gedurende een periode die in vergelijking met de middelingstijd van de betreffende grenswaarde significant is (art. 22, eerste lid, sub a Rbl 2007). Hiermee wordt bedoeld dat bij de vraag of de verblijfstijd significant is, de verblijfstijd dient te worden vergeleken met jaar, dag of uur, afhankelijk van de vraag of sprake is van een jaargemiddelde, daggemiddelde of uurgemiddelde grenswaarde voor een stof. Dit wordt aangeduid met het ‘blootstellingscriterium’. Zeezoutcorrectie In artikel 5.19, vierde lid van de Wet milieubeheer is geregeld dat bij de toetsing aan de grenswaarde de concentratiebijdragen van natuurlijke bronnen en in het bijzonder zeezout in mindering worden gebracht indien sprake is van overschrijding van een grenswaarde. In de Rbl 2007 is in artikel 35, lid 6 vastgelegd in welke mate een zeezoutaftrek mag worden toegepast. De zeezoutcorrectie van de jaargemiddelde concentratie PM10 is afhankelijk van de afstand tot de kust. In bijlage 5 van de Rbl 2007 is per gemeente aangegeven welke aftrek op de jaargemiddelde concentratie mag worden toegepast.
De zeezoutcorrectie op het aantal overschrijdingsdagen van de daggemiddelde grenswaarde voor PM10 is per provincie bepaald en varieert van vier dagen aftrek in enkele kustprovincies tot twee dagen in Limburg, zie bijlage 5 van de Rbl 2007. Voor dit onderzoek heeft deze regeling tot gevolg dat alleen rekening wordt gehouden met zeezoutcorrectie indien er sprake is van een overschrijding van een grenswaarde.
2.2
Wettelijk kader stikstofdepositie
Op grond van artikel 2.7 lid 2 Wet natuurbescherming is een vergunning vereist voor het realiseren van projecten waar op voorhand significante negatieve gevolgen op Natura 2000-gebieden niet zijn uit te sluiten. Specifiek voor het aspect stikstof geldt dat sinds de rechterlijke uitspraak van de Raad van State van 29 mei 20191 de ecologische gevolgen van iedere berekende depositie van meer dan 0,005 mol N/ha/j. beoordeeld moet worden. De berekening moet uitgevoerd worden met de meest actuele versie van het rekeninstrument AERIUS Calculator. Kader vergunningverlening stikstof Momenteel geldt het volgende kader voor de vergunningverlening voor projecten: - op basis van de Wet natuurbescherming is een vergunning vereist voor projecten die een significant gevolg kunnen hebben voor een Natura 2000-gebied.2 Dit is dus niet het geval indien significante gevolgen op voorhand zijn uit te sluiten.
Dit is voor stikstof bijvoorbeeld het geval indien er volgens de stikstofberekeningen geen toename van stikstofdepositie plaatsvindt naar aanleiding van het te realiseren project of indien significante gevolgen kunnen worden uitgesloten in de voortoets (bijvoorbeeld door interne saldering); - indien niet op voorhand kan worden uitgesloten dat mogelijke significante gevolgen optreden, dient een Passende Beoordeling te worden opgesteld om in beeld te brengen of er daadwerkelijk significante gevolgen aan de orde zijn. In een Passende Beoordeling mogen ook mitigerende maatregelen (zoals externe saldering) betrokken worden. De vergunning kan worden verleend indien (eventueel met toepassing van deze mitigerende maatregelen) de voorgenomen activiteit de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied niet zal aantasten;3 - als uit de Passende Beoordeling blijkt dat significante gevolgen niet kunnen worden uitgesloten, kan een vergunning enkel worden verleend indien de ADC-toets succesvol wordt doorlopen: A: er zijn geen alternatieve oplossingen; D: het project is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang;
1
ABRvS 29 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1603.
2
Artikel 2.7 lid 2 Wet natuurbescherming.
3
Artikel 2.7 lid 3 jo. Artikel 2.8 lid 3 Wet natuurbescherming.
10 | 25
Witteveen+Bos | 119096/21-013.759 | Definitief 02
C: door middel van compenserende maatregelen wordt gewaarborgd dat de algehele samenhang van Natura 2000 bewaard blijft.1
Intern salderen Wanneer de beoogde activiteit stikstofdepositie veroorzaakt, kan er mogelijk intern worden gesaldeerd. In dat geval wordt de emissie van een reeds bestaande activiteit dusdanig verlaagd dat de nieuw te veroorzaken depositie binnen hetzelfde project of van dezelfde locatie daar tegen gesaldeerd (‘weggestreept’) wordt. In tegenstelling tot extern salderen (salderen met één of meer activiteiten buiten de begrenzing van één project of locatie), mag intern salderen worden betrokken in de voortoets. Indien door interne saldering per saldo geen toename van effecten optreedt, zijn significante gevolgen op voorhand uitgesloten en is voor de voorgenomen activiteit geen natuurvergunning benodigd.2 Extern salderen Wanneer ook na intern salderen een toename van stikstofdepositie plaatsvindt als gevolg van het project, kan extern salderen de oplossing zijn. Met extern salderen wordt een activiteit met een stikstofemissie in de referentiesituatie ingezet ten behoeve van de verlening van een natuurvergunning voor een nieuw of gewijzigd project (de beoogde situatie). Deze in te zetten activiteit moet dan wel toestemming hebben voor het uitstoten van stikstofemissies. Met extern salderen wordt deze toestemming geheel of gedeeltelijk ingetrokken. Voor extern salderen geldt een aantal voorwaarden, zoals voorgeschreven in de beleidsregels van de provincie.
Samengevat zijn de belangrijkste hiervan: - er moet een directe samenhang bestaan tussen de intrekking van de toestemming van de saldo gevende activiteit en de verlening van de natuurvergunning voor de saldo-ontvangende activiteit; - de saldo gevende activiteit mag alleen worden ingezet voor zover er een toestemming was voor de stikstofemissie veroorzakende activiteit in de referentiesituatie en sindsdien onafgebroken aanwezig is geweest of nog kan zijn (zonder dat hier een nieuwe natuurvergunning of omgevingsvergunning voor benodigd is); - de feitelijk gerealiseerde capaciteit van de stikstofemissie van de saldo gevende activiteit moet aantoonbaar zijn; - 70 % van de emissie van de saldo gevende activiteit kan worden ingezet voor de saldo ontvangende activiteit. Partiële vrijstelling activiteiten bouwsector Op 1 juli 2021 is zowel de Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) als het bijbehorende Besluit stikstofreductie en natuurverbetering aangenomen. Deze wet voorziet onder andere in een partiële vrijstelling. Op basis van deze vrijstelling worden de gevolgen van stikstofdepositie door ‘activiteiten van de bouwsector’ uitgezonderd van de vergunningplicht op grond van artikel 2.7 lid 2 Wet natuurbescherming. Andere effecten dan stikstof en stikstofeffecten in de gebruiksfase blijven wel vergunningplichtig.
In het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering is nader uitgewerkt welke activiteiten worden aangemerkt als ‘activiteiten van de bouwsector’. Het betreft het verrichten van een bouw- of een sloopactiviteit die het feitelijk verrichten van bouw- of sloopwerkzaamheden aan een bouwwerk betreft of het aanleggen, wijzigen of opruimen van een werk, met inbegrip van de daarmee samenhangende vervoersbewegingen. Voor de (gevolgen van) stikstofdepositie door deze activiteiten hoeft dus in beginsel geen natuurvergunning te worden aangevraagd.
1
Artikel 2.8 lid 2 Wet natuurbescherming.
2
ABRvS 20 januari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:69.
11 | 25
Witteveen+Bos | 119096/21-013.759 | Definitief 02
2.3
Rekenmethode
Hieronder worden de gehanteerde rekenmethodes voor luchtkwaliteit en stikstofdepositie kort toegelicht. Luchtkwaliteit De modelberekeningen voor de aanlegfase zijn uitgevoerd met behulp van het rekenpakket Geomilieu V2020.2, STACKS). In de berekeningen is rekening gehouden met de activiteiten die deel uitmaken van de aanlegfase van het project. Daarnaast houdt het model rekening met de dalende trend in achtergrondconcentraties en emissiefactoren. Stikstofdepositie De stikstofdepositieberekeningen zijn uitgevoerd met behulp van AERIUS Calculator versie 2020. Deze rekenmethode is in beheer van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Versie 2020 is op het moment van schrijven van deze notitie de meest actuele versie van zowel AERIUS Calculator. Deze versie van AERIUS rekent met de meest actuele wetenschappelijke inzichten. Zo zijn de emissiekengetallen voor stikstofoxiden en ammoniak geactualiseerd. Daarnaast wordt bij de berekening van mobiele werktuigen rekening gehouden met een geringe emissie van ammoniak en een emissie door het stationair draaien van mobiele werktuigen.
2.4
Rekenjaar
De aanlegfase van de nieuwe Stolperbasculebrug start in 2024. De werkzaamheden worden volgens de planning in 2025 afgerond. Om die reden is 2024 gehanteerd als rekenjaar. Dit is het jaar met de meest ongunstige emissiekentallen voor wegverkeer. Het uitgangspunt van het RIVM is dat het wegverkeer ieder jaar schoner wordt door nieuwe en verbeterde technieken en toenemende elektrificering van het wagenpark.
12 | 25
Witteveen+Bos | 119096/21-013.759 | Definitief 02
3 UITGANGSPUNTEN EMISSIEBRONNEN Dit hoofdstuk beschrijft de gehanteerde uitgangspunten voor de emissieberekeningen voor de stoffen NOx, NH3, NO2, PM10 en PM2,5. De emissies volgen uit de inzet van mobiele werktuigen en de inzet van het bouwverkeer voor het transport van personeel, bouwmaterialen en gronden en zanden. Deze uitgangspunten dienen als input voor de verspreidingsberekeningen voor luchtkwaliteit met Geomilieu en de stikstofdepositieberekeningen met AERIUS Calculator.
3.1
Mobiele werktuigen
Witteveen+Bos heeft op basis van de uitgevoerde SSK-raming (raming met de materiaalhoeveelheden ten behoeve van het project) een inschatting gemaakt van het in te zetten materieel, de vermogens van de werktuigen en het aantal draaiuren per materieeltype. Het uitgangspunt is dat enkel schoon materieel (vanaf STAGE IV) ingezet wordt. Deze voorwaarde wordt opgenomen als contracteis. Over het algemeen is het zo dat voertuigen met een recenter bouwjaar schoner zijn en dus minder NOx emitteren. Gezien de afstand ten opzichte van het nabijgelegen Natura 2000-gebied Zwanenwater & Pettemerduinen (2 km vanaf de projectlocatie) lijkt het op basis van ‘expert judgement’ zeer waarschijnlijk dat stikstofdepositie optreedt. Om die reden wordt geadviseerd om in ieder geval materieel in te zetten dat voldoet aan de emissiestandaard STAGE IV (invoering vanaf januari 2014, afhankelijk van het vermogen). Het overzicht van deze raming maakt deel uit van bijlage 2 van dit rapport. Deze paragraaf bevat de uitgangspunten en de rekenwijze van de emissies tijdens de aanlegfase. De wijze van het berekenen van emissies is per stof afhankelijk.
3.1.1
NOx en NH3
De inzet van mobiele werktuigen is gemodelleerd binnen de oppervlaktebron(nen), ter grootte van de te realiseren blokken. De emissies van stikstofoxiden (NOx) en ammoniak (NH3) zijn berekend conform de Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 20201. De formules voor het berekenen van de NOx en NH3 emissies zijn op de emissiefactoren na identiek. Bij het berekenen van de emissies is rekening gehouden met het onderscheid tussen emissie bij belasting en emissie bij stationair draaien. Om tot de totale emissie te komen, wordt de emissie bij stationair draaien en de emissie bij belasting bij elkaar opgeteld. Conform onderstaande formule wordt de emissie bij belasting berekend: Emissie bij belasting = vermogen x inzet x belasting x emissiefactor / 1.000.
1
Afkomstig uit ‘Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2020’, Expertiseteam Stikstof en Natura 2000, oktober 2020.
13 | 25
Witteveen+Bos | 119096/21-013.759 | Definitief 02
Waarbij geldt: - emissie bij belasting = emissie van het werktuig (kg NOx/jaar) of (kg NH3/jaar); - vermogen = het gemiddelde volle vermogen van het werktuig (kW); - inzet = het gemiddelde aantal uren dat het werktuig per jaar wordt ingezet (uur/jaar); - belasting = de fractie van het volle vermogen dat daadwerkelijk wordt gebruikt tijdens belasting (%); - emissiefactor = emissiefactor tijdens belast draaien (g/kW). De emissie bij stationair draaien wordt op de volgende manier berekend: Emissie bij stationair draaien = stationaire draaiuren x emissiefactor x cilinderinhoud / 1.000. Waarbij geldt: - emissie bij stationair draaien = emissie van het werktuig (kg NOx/jaar) of (kg NH3/jaar); - stationaire draaiuren = aantal draaiuren stationair (uur/jaar); - emissiefactor = emissiefactor tijdens stationair draaien per liter cilinderinhoud (gram/liter/uur); - cilinderinhoud= cilinderinhoud (liter), met: cilinderinhoud = vermogen / 20. De belasting en emissiefactoren van het mobiele werktuig zijn afkomstig van TNO1. De emissiefactor is gebaseerd op de emissiestandaard (STAGE-klasse) en het vermogen van het werktuig. Voor dit project is voor de inschatting van het aantal uur stationair draaien uitgegaan van een percentage van 30 % van het totaal aantal draaiuren. Dit percentage is overgenomen uit de door TNO opgestelde Klimaat- en Energieverkenning 20192.
Stationair draaien van vrachtwagens Verder bestaat het in te zetten materieel uit kipauto’s, waterwagens, vrachtwagens en cementauto’s. Deze voertuigen vallen onder wegverkeer en worden daarom gemodelleerd als vrachtwagenbewegingen (zie ook paragraaf 3.2). Deze wegvoertuigen draaien echter ook enige tijd op de bouwlocatie ten behoeve van het (ont)laden van vrachten. Om stationair draaiende vrachtwagens te simuleren in het rekenmodel is aangenomen dat iedere vrachtwagen 15 minuten rijdt met een snelheid van 23 km/h. Voor het berekenen van de bijbehorende stikstofemissie, zijn de emissiefactoren voor NOx3 en NH34 voor zwaar vrachtverkeer, stad normaal aangehouden. Deze emissie wordt op de volgende manier berekend: Emissie vrachtwagens bij stationair draaien = aantal vrachtwagens x emissiefactor x fictieve snelheid x stationaire draaitijd / 1.000. Waarbij geldt: - emissie bij stationair draaien = de emissie van alle werktuigen (kg NOx of (kg NH3/jaar); - emissiefactor = emissiefactor tijdens stationair draaien (stad normaal) in g/km; - snelheid = rijsnelheid in km/uur, uitgegaan is van een snelheid van 21 km/uur; - stationaire draaitijd = tijd waarin de vrachtwagen stil staat (min per vrachtwagen). Voor dit project is een tijd van 15 minuten per voertuig aangehouden.
1
TNO, TNO getallen voor AERIUS 2020v9 mobiele werktuigen, 8 oktober 2020, opgehaald via https://www.aerius.nl/nl/factsheets/mobiele-werktuigen-stage-klasse-emissiefactoren/15-10-2020.
2
TNO (2020). TNO Kennisinbreng Mobiliteit voor Klimaat- en Energieverkenning (KEV) 2019. NRMM Binnenvaart en Zeevaart. Opgevraagd via: https://repository.tno.nl/islandora/object/uuid:40267f8e-e836-4330-9305-3d63572392aa
3
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, Emissiefactoren voor snelwegen en niet-snelwegen, d.d. 15 maart 2021. Opgevraagd via https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/publicaties/2021/03/15/emissiefactoren-voor-snelwegenen-niet-snelwegen-2021/Emissiefactoren-2021-v11mrt.ods.
4
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, 2021 emissiefactoren NH3 voor snelwegen en niet snelwegen, d.d. 16 maart 2021. Opgevraagd via https://www.rivm.nl/sites/default/files/2021-03/Emissiefactoren_2021_NH3_v11mrt.ods.
14 | 25
Witteveen+Bos | 119096/21-013.759 | Definitief 02
Bijlage III bevat alle emissieberekeningen voor de inzet van materieel tijdens de aanlegfase. De onderstaande tabel 3.1 toont de totale emissie weer gedurende de aanlegfase. Deze emissie is inclusief de emissie van het stationair draaien van de kipauto’s, waterwagens, vrachtwagens en cementauto’s. Daarnaast zijn ook de emissies die vrijkomen bij de sloop van de oude brug meegenomen in de berekeningen.
Tabel 3.1 Emissies door de inzet van mobiele werktuigen in totaal en per jaar inclusief het stationair draaien van het vrachtverkeer Mobiele werktuigen
NOx emissie (kg/totaal)
NH3 emissie (kg/totaal)
NOx emissie (kg per jaar)
NH3 emissie (kg per jaar)
brug
631,08
1,23
315,54
0,61
oostzijde
79,47
0,40
39,74
0,20
westzijde
122,20
0,44
61,10
0,22
emissie totaal
832,76
2,06
416,38
1,03
Omdat de exacte bouwplanning door de beoogd opdrachtnemer wordt uitgewerkt na gunning en nu nog onbekend is, geldt als uitgangspunt dat de inzet van mobiele werktuigen plaatsvindt gedurende de looptijd van de aanlegfase, van 2024-2025. Hierbij wordt de totale emissie evenredig verdeeld om zo uit te komen op een reële inschatting van de emissie per jaar. Het gaat hierbij om de emissies in de laatste 2 kolommen van tabel 3.1.
3.1.2
Fijnstof (PM10 en PM2,5)
Tijdens de werkzaamheden worden diverse mobiele voertuigen ingezet die worden gebruikt tijdens de bouwactiviteiten. Voor de werktuigen zijn de emissies berekend, uitgaande van het vermogen, het aantal uren, de belasting, de TAF-factor en de emissiefactor. De berekeningswijze is conform het ‘Emissiemodel Mobiele Machines’ 1. De emissie van NOx voor de werktuigen is berekend aan de hand van de volgende formule: Emissie = tijdsduur x belasting x vermogen x emissiefactor x TAF-factor. Waarbij: - emissie = emissie in gram per jaar; - uren = het aantal uren per jaar dat een bepaalde machine wordt gebruikt (uur); - belasting = deel van het volle vermogen van de betreffende machine dat gemiddeld wordt gebruikt; - vermogen = het gemiddelde volle vermogen van het machinetype (kW); - emissiefactor = de gemiddelde emissiefactor behorende bij het bouwjaar (g/kWh); - TAF-factor = aanpassingsfactor op de gemiddelde emissiefactor. Tabel 3.2 geeft een overzicht van de berekende emissies voor de totale doorlooptijd van het project. Dit is gebaseerd op verwachte inzet van mobiele werktuigen zoals weergegeven in bijlage II. Een beknopt overzicht van de mobiele werktuigen en de emissieberekeningen is te vinden in bijlage III.
1
Afkomstig uit ‘Emissiemodel Mobiele Machines gebaseerd op machineverkopen in combinatie met brandstof Afzet (EMMA)’
TNO-034-UT-2009-01782_RPT-ML, TNO november 2009.
15 | 25
Witteveen+Bos | 119096/21-013.759 | Definitief 02
Tabel 3.2 Emissieberekening mobiele werktuigen (STAGE IV) voor fijnstof (PM10 en PM2,5). Mobiele werktuigen
PM10-emissie (kg/totaal)
PM2,5-emissie (kg totaal)
PM10-emissie (kg/jaar)
PM2,5-emissie (kg/jaar)
brug
20,11
20,11
10,05
10,05
oostzijde
1,36
1,36
0,68
0,68
westzijde
1,97
1,97
0,99
0,99
totaal
23,44
23,44
11,72
11,72
3.2
Wegverkeer
De aanlegfase leidt tot een toename van wegverkeer ten opzichte van de autonome situatie doordat materialen en gronden/zanden aangeleverd worden. Daarnaast rijdt ook het bouwpersoneel van en naar de projectlocatie. Om die reden is er sprake van een toename van lichte voertuigen (personenauto’s) en zware voertuigen (dumpers, betonpomp, kipauto’s, knijperwagen en vrachtwagens). De aantallen voor zwaar wegverkeer is ingeschat aan de hand van de inschatting van de materieelinzet. De aantallen van de personenauto’s zijn ingeschat aan de hand van ervaringscijfers van Witteveen+Bos en bedragen 24.000 voertuigbewegingen in totaal.
Tabel 3.3 Inzet van wegverkeer tijdens de aanlegfase (aantal bewegingen, heen en terug) Mobiele werktuigen
Personenauto’s (mvt totaal)
Zware voertuigen (mvt totaal)
Personenauto’s (mvt/jaar)
Zware voertuigen (mvt/jaar)
brug
-
938
-
469
oostzijde
-
1.460
-
730
westzijde
-
1.320
-
660
24.000
3.718
12.000
1.859
totaal
3.3
Scheepvaart
Voor de werkzaamheden ten behoeve van de aanlegfase wordt ook scheepvaart ingezet, namelijk sleepboten en een backhoe dredger. De scheepvaart wordt ingezet voor de werkzaamheden aan het brugdeel. Er wordt geen scheepvaart ingezet voor de westzijde en oostzijde van het projectgebied. De aantallen van de sleepboten volgen uit de inschatting materieelinzet en draaiuren. Dit document maakt deel uit van bijlage III van dit rapport. Uit deze inschatting blijkt dat er sprake is van 25 heen en weer gaande scheepvaart bewegingen. De aanname is dat de sleepboten 4 uur stilliggen met stationair draaiende motoren ter hoogte van de projectlocatie. De scheepvaart wordt vervolgens van de projectlocatie van en naar het knooppunt van het Noordhollands Kanaal gemodelleerd waarbij de scheepvaart in de richting van Schagen of Schoorl gaat. Vanaf dit punt gaan de sleepboten op in het heersende verkeersbeeld. Het scheepstype waarvan is uitgegaan is een BII-1 (Europa II). De emissie bij het stilliggen wordt berekend aan de hand van de duur van het stilliggen (4 uur per schip) en de emissiefactor (116,6 g NOx/uur en 0,02 g PM/uur) voor een BII-1 schip. De vaartijd is afhankelijk van de vaarafstand van de projectlocatie naar de doorgaande vaarroute (195 meter) en het beladingspercentage (aangenomen: bij aankomst 100 % en bij vertrek 0 %).
De emissies bij het varen zijn daarnaast afhankelijk van het vaarwater (CEMT IV). De emissiefactor bij het varen bedraagt voor NOx 608 g/km bij beladen en 198
16 | 25
Witteveen+Bos | 119096/21-013.759 | Definitief 02
g/km bij onbeladen. Voor fijnstof geldt dat de emissiefactor 22,5 g/km bij beladen en 8,6 g/km bij onbeladen (leeg)1. De emissieberekeningen zijn in detail terug te lezen in bijlage III van dit rapport. Het uitgangspunt is dat alle schepen in het eerste jaar worden ingezet. Dit is voor de berekening een conservatieve aanname doordat de schepen waarschijnlijk ook in het 2e jaar van de werkzaamheden ingezet worden.
Tabel 3.4 Emissies sleepboten Activiteit
Aantal scheepv aartbew egingen (totaal)
Afstand (km)
Emissie NOx (kg totaal)
Emissie PM10 (kg totaal)
Emissie PM2,5 (kg totaal)
Emissie NOx (kg/jaar)
Emissie PM10 (kg/jaar)
Emissie PM2,5 (kg/jaar)
aankomst en vertrek
50
0,195
3,93
0,15
0,15
3,93
0,15
0,15
stilliggen
25
-
11,66
0,002
0,002
11,66
0,002
0,002
15,59
0,154
0,154
15,59
0,154
0,154
totaal
Werkschepen (backhoe dredger) Een backhoe dredger is een ponton waarop een graafmachine staat die de werkzaamheden verricht (baggeren van grond uit het kanaal). Aangenomen is dat uitsluitend de graafmachine op de backhoe dredger stikstofemissies uitstoot. De backhoe dredger/ponton zelf manoeuvreert slechts beperkt. Om die reden wordt uitgegaan van de emissie van de graafmachine, die conform de rekenmethodiek van mobiele werktuigen berekend wordt. De ureninzet bedraagt in totaal 41 uur (waarvan 30 % stationair draaien), het vermogen bedraagt 500 kW en de belasting bedraagt 69 %. Het uitgangspunt is dat deze werkzaamheden binnen 1 jaar worden afgerond. Tabel 3.5 toont de emissies van de inzet van de graafmachine. De volledige berekeningen zijn terug te vinden in bijlage III. Het uitgangspunt is dat de backhoe dredger alleen in het eerste jaar wordt ingezet.
Tabel 3.5 Emissies backhoe dredger Omschrijving graafmachine backhoe dredger
3.4
Vermogen (kW)
Ureninzet totaal (uur/j)
NOx emissie (kg/j)
NH3 emissie (kg/j)
PM emissie (kg/j)
500
41
48,11
0,03
0,26
Toets- en rekenpunten
Hieronder wordt voor zowel het aspect luchtkwaliteit (concentraties van NO2, PM10 en PM2,5) als voor stikstofdepositie (NOx en NH3) beschreven welke toets- en rekenpunten gehanteerd worden voor de beoordeling van de projecteffecten. Luchtkwaliteit In de huidige situatie zijn de achtergrondconcentraties in de wijde omgeving op geen enkele locatie kritisch. Het studiegebied voor luchtkwaliteit beperkt zich tot de woningen en andere locaties waar mensen langere tijd aanwezig kunnen zijn (toetspunten tabel 3.6). Aannemelijk is dat de waarden van luchtkwaliteit nabij
1
https://www.infomil.nl/onderwerpen/lucht-water/luchtkwaliteit/slag/hulpmiddelen/emissies-scheepvaart/
17 | 25
Witteveen+Bos | 119096/21-013.759 | Definitief 02
deze rekenlocaties beneden de grenswaarden blijven, dan ook op grotere afstanden wordt voldaan aan de Wet milieubeheer. De onderstaande afbeelding toont het gehanteerde studiegebied met de toetspunten.
Afbeelding 3.1 Toetspunten luchtkwaliteit
TP04
TP05
TP03
TP06
TP01 TP02 TP08
TP10 TP09
TP07
TP12
TP11
Esri Nederland,
Tabel 3.6 Locaties van de toetspunten Nummer toetspunt
Locatie
TP01
Provincialeweg 1, Schagerbrug
TP02
Rijksweg 63, Schagerbrug
TP03
Belkmerweg 136a, Schagerbrug
TP04
Belkmerweg 140, Schagerbrug
TP05
Anna Paulownaweg 2, t’Zand
TP06
Anna Paulownaweg 2a, t’Zand
TP07
Dijkweg 2, Schagerbrug
TP08
Polderweg 20, Schagerbrug
TP09
Stolperweg 5, Schagerbrug
TP10
Rijksweg 59, Schagerbrug
TP11
Schagerweg 16, Schagerbrug
TP12
Schagerweg 10, Schagerbrug
Stikstofdepositie De rekenmethode AERIUS Calculator berekent de projectbijdragen automatisch op een hexagonengrid (1 hexagoon is gelijk aan 1 ha) binnen de Natura 2000-gebieden in Nederland. Binnen een hexagoon bevindt zich tenminste 1 stikstofgevoelig habitattype. In het kader van de Wnb vindt de toetsing plaats aan de hand van de maximale berekende bijdrage op een hexagoon.
18 | 25
Witteveen+Bos | 119096/21-013.759 | Definitief 02
4 BEREKENINGSRESULTATEN Dit hoofdstuk beschrijft de resultaten van de luchtkwaliteitsberekeningen en de stikstofdepositieberekeningen.
4.1
Luchtkwaliteit
Tabel 4.1 toont de resultaten van de verspreidingsberekeningen op de maatgevende toetspunten.
Tabel 4.1 Resultaten luchtkwaliteitsberekeningen aanlegfase Stolperbasculebrug Stof
Grenswaarde (µg/m3)
Totale concentratie (µg/m3) max*
Achtergrond concentratie (µg/m3) max*
Bijdrage project (µg/m3) max*
Aantal overschrijdingen etmaal-, jaar- of uurgemiddelde grenswaarde
NO2
40
9,817
9,718
0,099
0 > uur-norm [-]
PM10
40
15,140
15,080
0,060
6 > 24u-norm [-]
PM2,5
25
7,555
7,499
0,57
geen overschrijding
* De resultaten zijn hier weergegeven als maximale waarde van alle relevante toetspunten
De maximale bijdrage op de relevante toetspunten bedraagt 0,099 μg/m3 voor NO2 (toetspunt 2), 0,060 μg/m3 voor PM10 op toetspunt 1 en 0,057 μg/m3 voor PM2,5 (toetspunt 1) Deze maximale toenames vinden plaats op toetspunt 6, Anna Paulownaweg 2a, ’t Zand. Alle invoergegevens zijn terug te vinden in bijlage IV van dit rapport. Een volledig overzicht van de resultaten is opgenomen in bijlage V van dit rapport.
4.2
Stikstofdepositie
Tabel 4.2 toont de resultaten van de stikstofdepositieberekeningen, die in afbeelding 4.1 ook geografisch inzichtelijk zijn gemaakt. Uit de berekeningen volgt dat er een toename van stikstofdepositie plaatsvindt op 2 Natura 2000-gebieden ten gevolge van het project. De hoogste maximale bijdrage bedraagt 0,04 mol N/ha/jaar vindt plaats binnen het Natura 2000-gebied. De volledige AERIUS berekening is terug te vinden in bijlage VI van dit rapport.
Tabel 4.2 Hoogste berekende bijdrage stikstofdepositie per natuurgebied - maatgevend jaar 2024 Natura 2000-gebied
Hoogste berekende bijdrage (in mol N/ha/j)
Zwanenwater & Pettemerduinen
0,04
Duinen Den Helder-Callantsoog
0,03
19 | 25
Witteveen+Bos | 119096/21-013.759 | Definitief 02
Uit deze rekenresultaten blijkt dat de maximale berekende bijdrage 0,04 mol N/ha/jaar bedraagt op het Natura 2000-gebied Zwanenwater & Pettemerduinen. In het kader van de Wsn is het project echter vrijgesteld van vergunningplicht voor het specifieke aspect van stikstofdepositie. Het maken van een Passende Beoordeling is niet noodzakelijk. Er is enkel sprake van een aanlegfase met bijbehorende bouw- en sloopwerkzaamheden.
Afbeelding 4.1 Weergave van de effecten van stikstofdepositie (verspreid over de totale projectlooptijd) tijdens de aanlegfase. Berekeningen voor het maatgevend jaar 2024
20 | 25
Witteveen+Bos | 119096/21-013.759 | Definitief 02
Afbeelding 4.2 Duiding van de hexagonen waar sprake is van een overschrijding van de KDW, waarin hexagonen met een overschrijding (negatieve waarden want ADW+ projecteffect >KDW) zijn aangeduid in het rood, deze met een onderschrijding zijn weergeven in het groen
Daarnaast is ook een gecumuleerde berekening uitgevoerd, waarin de totale activiteiten en dus de emissies van de aanlegfase is berekend binnen 1 rekenjaar. Deze berekening dient uitgevoerd te worden indien niet exact bekend is in welk rekenjaar de activiteiten precies uitgevoerd worden. De berekening laat ook meer Natura 2000-gebieden zien ten opzichte van de berekening per jaar doordat de emissies en berekende deposities in deze berekening niet cijfermatig afgerond worden. Eventuele ecologische vervolgonderzoeken dienen dan ook uit te gaan van deze gecumuleerde berekening. Uit de resultaten in tabel 4.3 komen in totaal 5 Natura 2000-gebieden naar voren waarop een toename van de depositie plaatsvindt. De nieuwe gebieden zijn: Schoorlse Duinen, Waddenzee en Noordhollands Duinreservaat. Tabel 4.3 maakt de deposities geografisch inzichtelijk. De AERIUS bijlage van deze gecumuleerde berekening is terug te vinden in bijlage VII van dit rapport.
Tabel 4.3 Hoogste berekende bijdrage stikstofdepositie per natuurgebied - berekening in cumulatie Natura 2000-gebied
Hoogste berekende bijdrage (in mol N/ha/j)
Zwanenwater & Pettemerduinen
0,09
Duinen Den Helder - Callantsoog
0,06
Schoorlse Duinen
0,01
Waddenzee
0,01
Noordhollands Duinreservaat
0,01
21 | 25
Witteveen+Bos | 119096/21-013.759 | Definitief 02
Afbeelding 4.3 Weergave van de effecten van stikstofdepositie (gecumuleerd) tijdens de aanlegfase
Afbeelding 4.4 laat zien in hoeverre de kritische depositiewaarde (KDW) van de hexagonen uit afbeelding 4.3 (dreigend) overschreden worden. Indien de KDW van een beschermde soort op een hexagoon niet (dreigend) wordt overschreden, kunnen op voorhand significante negatieve effecten uitgesloten worden. Hiervan is met name sprake op de hexagonen die het dichts tegen de kustlijn van de Noordzee liggen.
22 | 25
Witteveen+Bos | 119096/21-013.759 | Definitief 02
Afbeelding 4.4 Duiding van de hexagonen waar sprake is van een overschrijding van de KDW, waarin hexagonen met een overschrijding (negatieve waarden want ADW+ projecteffect >KDW) zijn aangeduid in het rood, deze met een onderschrijding zijn weergeven in het groen
23 | 25
Witteveen+Bos | 119096/21-013.759 | Definitief 02
5 CONCLUSIE Witteveen+Bos onderzocht middels kwantitatieve berekeningen de effecten voor luchtkwaliteit (NO2, PM10 en PM2.5) en stikstofdepositie (NOx en NH3) ten gevolge van de aanlegfase van de Stolperbasculebrug. Ten aanzien van het thema luchtkwaliteit liggen de berekende waarden op de maatgevende toetspunten beneden de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. De concentraties liggen zelfs beneden de advieswaarden van de WHO. De conclusie is dat het project niet in betekende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Voor luchtkwaliteit geldt dat geen aanvullende maatregelen genomen hoeven worden. Wat betreft het aspect stikstofdepositie geldt voor het project geen vergunningplicht. De Wet stikstofreductie en natuurverbetering schrijft voor dat de tijdelijke aanlegfase en de bijbehorende bouw- en sloopwerkzaamheden uitgezonderd zijn van een vergunningplicht voor het specifieke aspect stikstof. Het is niet noodzakelijk om een Passende Beoordeling op te stellen of de effecten anderszins ecologisch te beoordelen. Andere aspecten die in de Wnb van belang zijn, zoals lichthinder en geluidhinder, zijn niet onderzocht. De resultaten van dit werkpakket zijn verwerkt in afgeleide eisen en risico’s.
5.1
Afgeleide eisen
De volgende eisen zijn afgeleid en dienen opgevolgd te worden in andere werkpakketten en/of het contract.
Tabel 5.1 Eisen Eis nr.
Eisomschrijving
Opgenomen in werkpakket
3303D - A - 01
in te zetten materieel behoort tenminste tot emissieklasse STAGE IV.
4401A Contract
5.2
Risico’s
De volgende risico’s zijn geïnventariseerd en worden opgenomen in het risicodossier.
24 | 25
Witteveen+Bos | 119096/21-013.759 | Definitief 02
Tabel 5.2 Risico’s Nr.
Risico
Beheersmaatregel
3303D - R - 01
de kans is groot dat de rekenmethodiek in de loop van dit jaar (2021) nog wijzigt, onder meer omdat de rijksoverheid medio zomer 2021 met antwoorden komt op de kritiek op de rekenmethodiek
herberekening opstellen bij gewijzigde regelgeving als impactanalyse
3303D - R - 02
significante negatieve impact op stikstofgevoelige habitat kan niet op voorhand worden uitgesloten
ecologische Voortoets uitvoeren (Deels) overschakelen op elektrische werktuigen of STAGE V. Vergunningaanvragen
3303D-R-03
25 | 25
de partiele vrijstelling bouwsector en -activiteiten die volgt uit de Wet stikstofreductie en natuurverbetering houdt geen stand bij de juridische toetsing van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Witteveen+Bos | 119096/21-013.759 | Definitief 02
nader onderzoek (afstemmen met IPM team PNH). Ecologische Voortoets uitvoeren
Bijlage(n)
I BIJLAGE: VERIFICATIE RESULTAATSDOCUMENT
Witteveen+Bos | 119096/21-013.759 | Bijlage I | Definitief 02
3303D Onderzoeken RO2+VO2a
VERIFICATIE RESULTAATSDOCUMENT
I - Uitvoeren luchtkwaliteitsonderzoek
project
Stolperbasculebrug
verificatie door
S.G. Wetzels
opdrachtgever
Provincie Noord-Holland
toetsing
W.P. de Vries
projectcode
119096
werkpakkettrekker
ing. S.G. Wetzels
status
Definitief
datum
15-7-2021
producteisen
(inclusief verificatieplan - zover mogelijk)
verificatiemethode
verificatie
bewijs Zie document werkpakket
3303D - 1
Overzicht van onderzoeken en onderzoeksresultaten
Documentbeoordeling
Voldoet
3303D - 2
Advisering inzake onderzoeksresultaten
Documentbeoordeling
Voldoet
Zie conclusie. H6 rapport 3303D_I
Documentbeoordeling
Voldoet
Zie conclusie. H6 rapport 3303D_I
n.v.t.
n.v.t.
3303D_I
proceseisen 3303D - 3
S2 - 31
Afleiden van eisen uit de onderzoeken en deze verwerken in Relatics Onderzoeken opnemen in BIM Viewer
Witteveen+Bos Raadgevende ingenieurs B.V. Leeuwenbrug 8 | Postbus 233 | 7400 AE Deventer | +31 (0)570 69 79 11 | www.witteveenbos.com | KvK 38020751
Geen GIS data of ruimtelijke informatie volgt uit dit onderzoek
II BIJLAGE: RAMING MATERIEELINZET OP BASIS VAN DE SSK-RAMING
Witteveen+Bos | 119096/21-013.759 | Bijlage II | Definitief 02
projectcode
119096
datum opmaak
8 June 2021
titel
Materieelinzet - Brug VO
Uitgangspunten tabel:
Onderdelen tabel: Omschrijving werkzaamheden
Korte beschrijving van de werkzaamheden. Deze komen overeen met de planning.
Materieel
Materieel welke in gezet word voor de werkzaamheden.
Duur inzet
De periode waarbinnen het materieel ingezet wordt. (U=uur, D=dag, W=week en M=maand)
Duur inzet [uur]
De periode waarbinnen het materieel ingezet wordt omgerekend naar uren (indien nodig).
Belasting
Factor van de verwachte belasting van het materieel. Het ingezette materieel zal tijdens zijn inzet periode vrijwel nooit 90% op max. capaciteit draaien en in een aantal gevallen zelf tijden stilliggen.
kWh
Totale kWh berekend door de vermenigvuldiging van kW, duur inzet [uur] en belasting.
Opmerkingen
Omschrijving werkzaamheden (dik gedrukt fase)
Productie Hoeveelh inzet ehd eid Eenheid per [U/D]
Materieel
Duur inzet [uur]
Duur KW inzet
Belasting [%] kWh
Aantal voertuigCapaciteit bewegingen vervoersmiddel Opmerk (heen) per ehd Eenheid ingen
Sloopwerk Slopen bestaande brug
683 m2
10 U H.g.m. rups 1000 l, 1 m3, 130 kW
130
1,7
W
68
90%
7.991
683 m2
10 U Sleepboot
300
1,7
W
68
20%
4.098
1
Duwbak Verwijderen bestaande betonnen paalfundering, middels duikers e.d.
20 st
3 U H.g.m. rups 1000 l, 1 m3, 130 kW
130
8,0
U
8
90%
936
20 st
3 U Sleepboot
300
6,7
U
7
20%
400
1
Duwbak Verwijderen bovenzijde bestaande betonnen paalfundering, ca. 1m
73 st
1 U H.g.m. rups 1000 l, 1 m3, 130 kW
130
1,8
W
73
90%
8.541
73 st
3 U Sleepboot
300
24,3
U
24
20%
1.460
1
Duwbak Slopen beton (divers)
1.690 m3
20 U H.g.m. rups 1000 l, 1 m3, 130 kW
130
2,1
W
85
90%
9.887
1.690 m3
20 U Sleepboot
300
2,1
W
85
20%
5.070
1
Duwbak Slopen stalen val
1|6
Witteveen+Bos | 119096 | 8 June 2021
204.415 kg
5000 U H.g.m. rups 1000 l, 1 m3, 130 kW
130
1,0
W
41
90%
4.783
204.415 kg
5000 U Autokraan 60 t hydr.giek
350
1,0
W
41
50%
7.155
204.415 kg
5000 U Sleepboot
300
1,0
W
41
20%
2.453
1
projectcode
119096
datum opmaak
8 June 2021
titel
Materieelinzet - Brug VO
Duwbak Slopen contragewicht (Beton in kg!)
6.682 kg
2000 U H.g.m. rups 1000 l, 1 m3, 130 kW
130
3,3
U
3
90%
391
6.682 kg
2000 U Autokraan 60 t hydr.giek
350
3,3
U
3
50%
585
6.682 kg
2000 U Sleepboot
300
3,3
U
3
20%
200
1
Duwbak Slopen brugwachtershuisje op brug
1 st
8 U H.g.m. rups 1000 l, 1 m3, 130 kW
130
0,1
U
0
90%
15
1 st
8 U Autokraan 60 t hydr.giek
350
0,1
U
0
50%
22
1 st
8 U Sleepboot
300
0,1
U
0
20%
8
1
Duwbak Verwijderen E+M installaties
1 st
16 U H.g.m. rups 1000 l, 1 m3, 130 kW
130
0,1
U
0
90%
7
1 st
16 U Autokraan 60 t hydr.giek
350
0,1
U
0
50%
11
1 st
16 U Sleepboot
300
0,1
U
0
20%
4
1
Duwbak Verwijderen slijtlaag
675 m2
100 U Asfaltfrees breed 2,40 m (asfalt)
470
6,8
U
7
90%
2.855
675 m2
100 U Kipauto 6x6
240
6,8
U
7
50%
810
675 m2
100 U H.g.m. rups 1000 l, 1 m3, 130 kW
130
6,8
U
7
90%
790
360 m2
50 U Asfaltfrees breed 2,40 m (asfalt)
470
7,2
U
7
90%
3.046
360 m2
50 U Kipauto 6x6
240
7,2
U
7
50%
864
360 m2
50 U H.g.m. rups 1000 l, 1 m3, 130 kW
130
7,2
U
7
90%
842
Verwijderen geleidewerk (3 lagen) 40m + 44 palen
1 post
0,025 U H.g.m. rups 1000 l, 1 m3, 130 kW
130
1,0
W
40
90%
4.680
Verwijderen wachtplaatsen 18m + 72 palen
1 post
0,025 U Autokraan 60 t hydr.giek
350
1,0
W
40
50%
7.000
1 post
0,025 U Sleepboot
300
1,0
W
40
20%
2.400
Verwijderen asfalt op brugdek
3
18 ton
5
18 ton
1
Duwbak Ponton Verwijderen damwanden hout/staal incl. verankering
248 m
5 U H.g.m. rups 1000 l, 1 m3, 130 kW
130
1,2
W
50
90%
5.803
248 m
5 U Autokraan 60 t hydr.giek
350
1,2
W
50
50%
8.680
248 m
5 U Sleepboot
300
1,2
W
50
20%
2.976
Duwbak Hulpconstructies
2|6
Witteveen+Bos | 119096 | 8 June 2021
1
projectcode
119096
datum opmaak
8 June 2021
titel
Materieelinzet - Brug VO
Toepassen damwand sloopwerk (t.b.v. sloopwerk/pijlers) 2x aanbrengen en verwijderen
1.890 m2
35 U H.g.m. rups 1000 l, 1 m3, 130 kW
130
1,4
W
54
90%
6.318
1.890 m2
35 U Heistelling normaal (21-35 mtr.)
180
1,4
W
54
90%
8.748
1.890 m2
35 U Autokraan 60 t hydr.giek
350
1,4
W
54
50%
9.450
1.890 m2
35 U Sleepboot
300
1,4
W
54
20%
3.240
1
Duwbak Toepassen tijdelijke geleidewerk / afscherming t.b.v .bouw en sloop incl. tussentijds omzetten 3x
94 m
3 U H.g.m. rups 1000 l, 1 m3, 130 kW
130
37,6
U
38
90%
4.399
94 m
3 U Heistelling normaal (21-35 mtr.)
180
37,6
U
38
90%
6.091
94 m
3 U Autokraan 60 t hydr.giek
350
37,6
U
38
50%
6.580
94 m
3 U Sleepboot
300
37,6
U
38
20%
2.256
1
Duwbak Grondwerk Baggeren grond uit kanaal, wachtsplaatsen
2.469 m3
60 U Back hoe dredger
500
1,0
W
41
90%
####
2.469 m3
60 U Sleepboot
300
1,0
W
41
20%
2.469
60 U H.g.m. rups 1000 l, 1 m3, 130 kW, lange giek 130
1,5
W
60
90%
7.020
1
Duwbak Grond ontgraven uit
Grond vervoeren van depot naar plaats van verwerking en verwerken
3.600 m3 3.600 m3
60 U Kipauto 6x6 (10 m3 vast), 24 t, 260 kW
240
1,5
W
60
50%
7.200
1.800 m2
60 U H.g.m. rups 1000 l, 1 m3, 130 kW
130
30,0
U
30
90%
3.510
225
20 m3
naar depot
van depot
1.800 m2
60 U Kipauto 6x6 (10 m3 vast), 24 t, 260 kW
240
30,0
U
30
50%
3.600
113
20 m3
Overtollige grond afvoeren
1.800 m2
30 U Kipauto 6x6 (10 m3 vast), 24 t, 260 kW
240
1,5
W
60
50%
7.200
113
20 m3
Zand leveren en verwerken in aanvulling
1.080 m3
120 U H.g.m. rups 1000 l, 1 m3, 130 kW
130
9,0
U
9
90%
1.053
1.080 m3
60 U Sleepboot
300
18,0
U
18
20%
1.080
130
3,7
W
146
25%
4.757
Duwbak Fundering Aanbrengen fundex/tubexpalen ø 508/670 mm
3|6
Witteveen+Bos | 119096 | 8 June 2021
1.830 m
100 D H.g.m. rups 1000 l, 1 m3, 130 kW
1
projectcode
119096
datum opmaak
8 June 2021
titel
Materieelinzet - Brug VO
1.830 m
100 D Heistelling normaal (21-35 mtr.)
180
3,7
W
146
80%
####
1.830 m
100 D Sleepboot
300
3,7
W
146
10%
4.391
1
Duwbak Aanbrengen damwandconstructie incl. gording en afdekplaat
2.664 m2
100 D H.g.m. rups 1000 l, 1 m3, 130 kW
130
5,3
W
213
25%
6.926
2.664 m2
100 D Heistelling normaal (21-35 mtr.)
180
5,3
W
213
80%
####
2.664 m2
100 D Sleepboot
300
5,3
W
213
10%
6.394
1
Duwbak Aanbrengen trekanker oeverconstructie l=2024m, h.o.h. 2,80m
100 st
4 D H.g.m. rups 1000 l, 1 m3, 130 kW
130
5,0
W
199
25%
6.477
100 st
4 D Heistelling normaal (21-35 mtr.)
180
5,0
W
199
80%
####
100 st
4 D Sleepboot
300
5,0
W
199
10%
5.978
1
Duwbak Aanbrengen bazalton t.b.v. natuurvriendelijke oever
162 m2
25 U H.g.m. rups 1000 l, 1 m3, 130 kW
130
6,5
U
6
25%
211
162 m2
25 U Sleepboot
300
6,5
U
6
10%
194
1
1
Duwbak Betonwerk Aanbrengen werkvloer/uitvullaag
58 m2
30 U Betonpomp
350
1,9
U
2
90%
609
Aanbrengen/meerkosten prefab betonbak Kelderpijler en oplegpijler
126 m2
3 U Autokraan 60 t hydr.giek
350
1,3
W
50
50%
8.827
126 m2
3 U Sleepboot
300
1,3
W
50
20%
3.026
Duwbak
Aanbrengen insitu beton in landhoofde, oplegpijler, kelderpijler, trappen, vleugelwanden
1.312 m3
1
20 U Betonpomp
350
1,6
W
66
90%
####
Aanbrengen (prefab) dek aanbrug Masieve kokerliggers (HMP-liggers)
330 m2
5 U Autokraan 60 t hydr.giek
350
1,7
W
66
50%
####
Incl. randliggers
330 m2
5 U Sleepboot
300
1,7
W
66
20%
3.960
Duwbak
4|6
Witteveen+Bos | 119096 | 8 June 2021
1
1
1 1
projectcode
119096
datum opmaak
8 June 2021
titel
Materieelinzet - Brug VO
Aanbrengen stootplaten autoverkeer en langzaamverkeer + zandcement
Aanbrengen taludtrap
90 m
16 D H.g.m. rups 1000 l, 1 m3, 130 kW
130
1,1
W
45
90%
5.265
90 m
16 D Kipauto 6x6 (10 m3 vast), 24 t, 260 kW
240
1,1
W
45
50%
5.400
16 m
120 U H.g.m. rups 1000 l, 1 m3, 130 kW
130
0,1
U
0
90%
16
16 m
60 U Kipauto 6x6 (10 m3 vast), 24 t, 260 kW
240
0,3
U
0
50%
32
2
1
Bovenbouw Aanbrengen val, hameistijlen, balanspriemen, vasten regelballast
385.144 kg
750 U Autokraan 60 t hydr.giek
350
12,8
W
514
80%
####
Aanbrengen middengeleiders (incl. middeneiland rotonde)
385.144 kg
750 U H.g.m. rups 1000 l, 1 m3, 130 kW
130
12,8
W
514
20%
####
385.144 kg
750 U Sleepboot
300
12,8
W
514
20%
####
1
Duwbak Aanbrengen slijtlaag op stalen val
Aanbrengen leuningwerk en geleiderail incl. koppelingen
201 m²
30 U Machine (slijtlaag)
120
6,7
U
7
90%
723
201 m²
200 U Vrachtauto
260
1,0
U
1
50%
131
66 m2
5 U H.g.m. rups 1000 l, 1 m3, 130 kW
130
13,3
U
13
90%
1.554
66 m2
30 U Kipauto 6x6 (10 m3 vast), 24 t, 260 kW
240
2,2
U
2
50%
266
400 m
10 U Autokraan 60 t hydr.giek
350
1,0
W
40
50%
7.000
400 m
10 U H.g.m. rups 1000 l, 1 m3, 130 kW
130
1,0
W
40
30%
1.560
400 m
10 U Sleepboot
300
1,0
W
40
20%
2.400
1
1
Afwerking Aanbrengen aanrij-ijzer, leuningwerk, randelementen geleiderail en flexigoot
1
Duwbak Installaties Aanbrengen W&E-installaties, verlichting
1 post
0 D Autokraan 60 t hydr.giek
350
4,0
W
160
30%
####
1 post
0 D H.g.m. rups 1000 l, 1 m3, 130 kW
130
4,0
W
160
50%
####
1 post
0 D Sleepboot
300
4,0
W
160
20%
9.600
Duwbak Remmingwerk en wachtplaatsen Aanbrengen geleidewerk
5|6
Witteveen+Bos | 119096 | 8 June 2021
156 m
10 D H.g.m. rups 1000 l, 1 m3, 130 kW
130
3,1
W
125
50%
8.112
156 m
10 D Autokraan 60 t hydr.giek
350
3,1
W
125
50%
####
156 m
10 D Heistelling normaal (21-35 mtr.)
180
3,1
W
125
80%
####
1
projectcode
119096
datum opmaak
8 June 2021
titel
Materieelinzet - Brug VO
156 m
10 D Sleepboot
300
3,1
W
125
20%
7.488
1
Duwbak Ponton Aanbrengen wachtplaats
63 m
10 D H.g.m. rups 1000 l, 1 m3, 130 kW
130
1,3
W
50
50%
3.250
incl. monopalen
63 m
10 D Autokraan 60 t hydr.giek
350
1,3
W
50
50%
8.750
63 m
10 D Heistelling normaal (21-35 mtr.)
180
1,3
W
50
80%
7.200
63 m
10 D Sleepboot
300
1,3
W
50
20%
3.000
1
Duwbak Ponton Verharding brug Aanbrengen asfalt rijbaan
Epoxy slijtlaag op schampbeton
358 m² 134 ton
30 U Asfaltspreidmachine tot 2,4 m
120
4,5
U
4
90%
483
134 ton
200 U Vrachtauto trailer geisoleerd
315
0,7
U
1
50%
106
134 ton
30 U Drierolwals 12.000 kg 52 kW
52
4,5
U
4
90%
209
134 ton
30 U Tandemtrilwals 3.200 kg 32 kW
32
4,5
U
4
90%
129
134 ton
30 U Waterwagen 10000 ltr
100
4,5
U
4
20%
90
133 m2
30 U Epoxyspreidmachine tot 2,4 m
120
4,4
U
4
90%
480
133 m2
200 U Vrachtauto trailer geisoleerd
315
0,7
U
1
50%
105
30 m
60 D H.g.m. rups 1000 l, 1 m3, 130 kW
130
0,5
D
4
90%
468
30 m
60 D Kipauto 6x6 (10 m3 vast), 24 t, 260 kW
240
0,5
D
4
50%
480
3
1
Bijkomende werkzaamheden Faunavoorzieningen
6|6
Witteveen+Bos | 119096 | 8 June 2021
1
18 ton
projectcode
119096
datum opmaak
8 June 2021
titel
Materieelinzet - Oostzijde VO
Uitgangspunten tabel:
Onderdelen tabel: Omschrijving werkzaamheden
Korte beschrijving van de werkzaamheden. Deze komen overeen met de planning.
Materieel
Materieel welke in gezet word voor de werkzaamheden.
Duur inzet
De periode waarbinnen het materieel ingezet wordt. (U=uur, D=dag, W=week en M=maand)
Duur inzet [uur]
De periode waarbinnen het materieel ingezet wordt omgerekend naar uren (indien nodig).
Belasting
Factor van de verwachte belasting van het materieel. Het ingezette materieel zal tijdens zijn inzet periode vrijwel nooit 90% op max. capaciteit draaien en in een aantal gevallen zelf tijden stilliggen.
kWh
Totale kWh berekend door de vermenigvuldiging van kW, duur inzet [uur] en belasting.
Opmerkingen
Omschrijving werkzaamheden (dik gedrukt fase)
Productie Hoeveelh inzet ehd eid Eenheid per [U/D]
Materieel
Duur inzet [uur]
Duur KW inzet
Belasting [%] kWh
Aantal voertuigbew Capaciteit egingen vrachtwagen per (heen) ehd
Eenheid Opmerkingen
Voorbereidende werkzaamheden Opbreken asfaltverharding incl. fundering fietspaden
680 m2 680 m2
Opbreken asfaltverharding incl. fundering rijbaan (excl. Brugdek)
50 U Asfaltfrees breed 2,40 m (asfalt) 50 U Kipauto 6x6
470
13,6
U
14
90%
5.753
240
13,6
U
14
50%
1.632
U
14
90%
1.591
680 m2
50 U H.g.m. rups 1000 l, 1 m3, 130 kW
130
13,6
1.300 m2
50 U Asfaltfrees breed 2,40 m (asfalt)
470
26,0
U
26
90%
10.998
1.300 m2
50 U Kipauto 6x6
240
26,0
U
26
50%
3.120
1.300 m2
50 U H.g.m. rups 1000 l, 1 m3, 130 kW
130
26,0
U
26
90%
3.042
Opbreken geleiderail
80 m1
50 U Knijperwagen
240
1,6
U
2
90%
192
Opbreken BSS incl. fundering
60 m2
50 U H.g.m. rups 1000 l, 1 m3, 130 kW
130
1,2
U
1
90%
140
60 m2
50 U Kipauto 6x6
240
1,2
U
1
50%
144
8 st.
20 D H.g.m. rups 1000 l, 1 m3, 130 kW (fundering) 130
0,4
D
3
50%
208
8 st.
10 D Kipauto 6x6
240
0,8
D
6
50%
768
60 U H.g.m. rups 1000 l, 1 m3, 130 kW
130
33,6
U
34
90%
3.925
Verwijderen bomen (kleine diameter)
Grondwerk Grond ontgraven (0,50 meter onder maaiveld) teelaarde laag
1|3
Witteveen+Bos | 119096 | 8 June 2021
2.013 m3
15
18 ton
29
18 ton
1
100 m
1
100 m2
1
10 st
projectcode
119096
datum opmaak
8 June 2021
titel
Materieelinzet - Oostzijde VO
Aanbrengen zand voor ophoging incl. levering verdichten etc.
Aanbrengen laag teelaarde
Aanvullen cunet oude rijbaan
Voorbelasting aanbrengen Verwijderen
2.013 m3
30 U Kipauto 6x6 (10 m3 vast), 24 t, 260 kW
240
1,7
W
67
50%
8.052
3.075 m3
60 U H.g.m. rups 1000 l, 1 m3, 130 kW
130
1,3
W
51
90%
5.996
3.075 m3
30 U Kipauto 6x6 (10 m3 vast), 24 t, 260 kW
240
2,6
W
103
50%
12.300
350 m3
60 U H.g.m. rups 1000 l, 1 m3, 130 kW
130
5,8
U
6
90%
683
350 m3
30 U Kipauto 6x6 (10 m3 vast), 24 t, 260 kW
240
11,7
U
12
50%
1.400
650 m3
60 U H.g.m. rups 1000 l, 1 m3, 130 kW
130
10,8
U
11
90%
1.268
650 m3
30 U Kipauto 6x6 (10 m3 vast), 24 t, 260 kW
240
21,7
U
22
50%
2.600
2.750 m2
60 U H.g.m. rups 1000 l, 1 m3, 130 kW
130
1,1
W
46
90%
5.363
2.750 m2
30 U Kipauto 6x6 (10 m3 vast), 24 t, 260 kW
240
2,3
W
92
50%
11.000
2.750 m2
60 U H.g.m. rups 1000 l, 1 m3, 130 kW
130
1,1
W
46
90%
5.363
2.750 m2
30 U Kipauto 6x6 (10 m3 vast), 24 t, 260 kW
240
2,3
W
92
50%
11.000
616 ton
30 U Asfaltspreidmachine tot 6 m
120
20,5
U
21
90%
2.218
616 ton
200 U Vrachtauto trailer geisoleerd
315
3,1
U
3
50%
485
616 ton
30 U Drierolwals 12.000 kg 52 kW
52
20,5
U
21
90%
961
616 ton
30 U Tandemtrilwals 3.200 kg 32 kW
32
20,5
U
21
90%
591
616 ton
30 U Waterwagen 10000 ltr
100
20,5
U
21
20%
411
1.120 m2
100 U Tandemtrilwals 3.200 kg 32 kW
32
11,2
U
11
50%
179
1.120 m2
55 U Wiellaadschop 1500 l, 1,5 m3, 70 kW
70
20,4
U
20
50%
713
1.120 m2
100 U Kipauto 6x6
240
11,2
U
11
50%
1.344
145 ton
30 U Asfaltspreidmachine tot 6 m
120
4,8
U
5
90%
522
145 ton
200 U Vrachtauto trailer geisoleerd
315
0,7
U
1
50%
114
145 ton
30 U Drierolwals 12.000 kg 52 kW
52
4,8
U
5
90%
226
145 ton
30 U Tandemtrilwals 3.200 kg 32 kW
32
4,8
U
5
90%
139
145 ton
30 U Waterwagen 10000 ltr
100
4,8
U
5
20%
97
580 m2
100 U Tandemtrilwals 3.200 kg 32 kW
32
5,8
U
6
50%
93
101
20 m3
154
20 m3
18
20 m3
41
20 m3
138
20 m3
138
20 m3
14
18 ton
29
18 ton
3
18 ton
Verhardingen Aanbrengen asfaltverharding incl. fundering rijbaan (excl. brugdek)
Fundering
Aanbrengen asfaltverharding incl. fundering fietspaden
Fundering
2|3
Witteveen+Bos | 119096 | 8 June 2021
1.120 m²
580 m²
projectcode
119096
datum opmaak
8 June 2021
titel
Materieelinzet - Oostzijde VO
580 m2
Aanbrengen betonbanden, verhoogde middengeleider
Aanbrengen geleiderail
Aanbrengen terminal Aanbrengen BSS incl. fundering (zand)
Aanbrengen opsluitbanden
55 U Wiellaadschop 1500 l, 1,5 m3, 70 kW
70
10,5
U
11
50%
369
U
6
50%
696
580 m2
100 U Kipauto 6x6
240
5,8
305 m
50 U H.g.m. rups 1000 l, 1 m3, 130 kW
130
6,1
U
6
90%
714
305 m
30 U Kipauto 6x6 (10 m3 vast), 24 t, 260 kW
240
10,2
U
10
50%
1.220
230 m2
10 U H.g.m. rups 1000 l, 1 m3, 130 kW
130
23,0
U
23
90%
2.691
230 m2
10 U Vrachtauto 4 x 4, met kraan, knijperwagen 235
23,0
U
23
50%
2 st.
1 D Vrachtauto 4 x 4, met kraan, knijperwagen 235
2,0
D
16
155 m2
80 U Wiellaadschop 1500 l, 1,5 m3, 70 kW
70
1,9
U
155 m2
30 U Kipauto 6x6
240
5,2
60 m
100 U Wiellaadschop 1500 l, 1,5 m3, 70 kW
70
60 m
30 U Kipauto 6x6
8 st.
15
18 ton
15
20 m3
2.703
12
20 m3
50%
1.880
1
10 st
2
90%
122
U
5
50%
620
2
100 m2
0,6
U
1
90%
38
240
2,0
U
2
50%
240
1
100 m2
10 D H.g.m. rups 1000 l, 1 m3, 130 kW (fundering) 130
0,8
D
6
50%
416
10 D Kipauto 6x6
0,8
D
6
50%
768
1
10 st
Overige Boomcompensatie
8 st.
3|3
Witteveen+Bos | 119096 | 8 June 2021
240
projectcode
119096
datum opmaak
8 Juni 2021
titel
Materieelinschatting - Westzijde VO
Uitgangspunten tabel:
Onderdelen tabel: Omschrijving werkzaamheden
Korte beschrijving van de werkzaamheden. Deze komen overeen met de planning.
Materieel
Materieel welke in gezet word voor de werkzaamheden.
Duur inzet
De periode waarbinnen het materieel ingezet wordt. (U=uur, D=dag, W=week en M=maand)
Duur inzet [uur]
De periode waarbinnen het materieel ingezet wordt omgerekend naar uren (indien nodig).
Belasting
Factor van de verwachte belasting van het materieel. Het ingezette materieel zal tijdens zijn inzet periode vrijwel nooit 90% op max. capaciteit draaien en in een aantal gevallen zelf tijden stilliggen.
kWh
Totale kWh berekend door de vermenigvuldiging van kW, duur inzet [uur] en belasting.
Opmerkingen
Omschrijving werkzaamheden (dik gedrukt fase)
Productie Hoeveelh inzet ehd eid Eenheid per [U/D]