CConstaterende datSchagen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Combinatie Bestemmingsplan De Omloop Bijlagen toelichting definitief

Oordeelsvormende vergadering 3 september 2024, gemeente SchagenBij agendapunt: Vaststellen gewijzigd bestemmingsplan De Omloop te Sint Maarten19.762 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

4.2

Berekening Gebruikfase ........................................................................................ 10

5

Gebiedsbescherming en overige natuurwetgeving

11

6

Conclusie effectbeoordeling stikstof

12

7

Literatuur

13

8

Bijlagen

15

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

AE2022-088

Groenedijk en De Omloop te Sint Maarten

4

1

Inleiding Er bestaan plannen een terrein aan de Groenedijk en de Omloop te herontwikkelen. Het is hiervoor nodig een berekening uit te voeren om de gegenereerde stikstofuitstoot/depositie van dit project te bepalen. De te realiseren bebouwing wordt zonder gasaansluiting aangelegd, maar er is wel sprake van extra verkeer en de inzet van mobiele werktuigen door de herinrichting. Alle verbrandingsprocessen waarbij fossiele brandstoffen en hitte zijn betrokken, leveren door oxidatie van vrije stikstof uit de lucht de gebonden stikstofoxiden nitriet (NO2) en/of nitraat (NO3). Tevens komt soms ammoniak (NH3) vrij. De gebonden stikstofmoleculen worden na verbranding luchtzijdig verspreid en slaan na verloop van tijd neer. De gebonden moleculen werken na het neerslaan vervolgens bodemverrijkend en/of verzurend. Nederland heeft zich door ondertekening van de Europese Habitatrichtlijn verplicht bepaalde vegetaties te beschermen binnen het gebiedennetwerk van de Natura 2000-gebieden. Deze vegetaties zijn in een aantal gevallen gevoelig voor bodemverrijking en/of verzuring en de neerslag van de gebonden stikstofmoleculen kunnen een bedreiging zijn voor het voortbestaan van deze vegetaties, zeker als de kritische (=maximale) depositiewaarde (KDW) op deze vegetaties reeds is bereikt.

1.1

Werkwijze en werkzaamheden In het plangebied zullen woningen worden gerealiseerd. Het betreft 62 woningen, waarvan twee appartementsgebouwen, en de rest bestaande uit vrijstaande -, 2 onder 1 kap-, senioren- of rijtjeshuizen; zie Figuur 1 voor een model verkavelingsopzet. Ook worden er parkeerplekken aangelegd. De totale bouwoppervlakte van de

Figuur 1. Model verkavelingsopzet van het plangebied.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

AE2022-088

Groenedijk en De Omloop te Sint Maarten

5

bebouwing beslaat bij een programma van maximaal 65 woningen ca. 3700 m2, en wordt gemiddeld 2 (maximaal 3) verdiepingen. Voorafgaand aan de bouw zal het bouwterrein bouwrijp worden gemaakt door dit te ontdoen van vegetatie, het te vlakken en het benodigde graafwerk uit te voeren voor kabels, leidingen en fundamenten. Tijdens het werk zullen prefab betondelen, kozijnen en wanden worden ingehesen, een betonvloer worden gestort en zullen heipalen worden geslagen.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

AE2022-088

Groenedijk en De Omloop te Sint Maarten

6

2

Methode Om depositie van het project te berekenen wordt de meest recente versie van de rekentool ‘Aerius’ (AERIUS 2023.0.1) gebruikt. Vanwege een uitspraak van de Raad van State d.d. 29 mei 2019 kan niet meer gebruik gemaakt worden van automatische vergunningverlening op grond van de voorheen geldende drempelwaardes. Aangetoond moet worden dat geen significant negatieve gevolgen mogelijk kunnen zijn op Natura 2000-gebieden. In de berekening wordt de projectbijdrage door Aerius Calculator op concrete rekenpunten exact berekend, waarbij ook habitattypen, vegetaties of Natura 2000-gebieden op meer dan 3 km afstand betrokken worden. De depositie op de meest nabijgelegen ‘stikstofgevoelige habitattypen’ (zoals gedefinieerd in Aerius) wordt doorgerekend om te onderzoeken of deze hoger is dan 0,00. Als de projectbijdrage hoger is dan een berekende 0,00 mol/ha/jaar zijn mogelijk gevolgen te verwachten. Het rekenresultaat van 0,00 mol/ha/jaar betekent een maximale stikstofdepositie op het meest dichtbij gelegen stikstofgevoelige habitattype in Natura 2000gebieden die lager is dan 0,005 mol/ha/jaar. Dit komt omdat Aerius vanaf 0,005 mol/ha/jaar de depositie naar boven afrondt tot een projectbijdrage van 0,01 mol/ha/jaar.

2.1

Berekening en uitgangspunten Bij de berekening van stikstofemissie zijn twee fases te onderscheiden: de aanlegfase (bouw) en de gebruikfase (gebruik ontwikkelde gebied na afloop van de aanlegfase inclusief aantrekking verkeer e.d.). Aanleg en gebruik komen niet naast elkaar voor. In deze rapportage worden zowel de aanlegfase als de gebruikfase berekend; deze zijn bepalend voor de te verwachten gevolgen op Natura 2000-gebieden. Voor de berekening zijn de effecten ingeschat op de meest dichtbij zijnde stikstofgevoelige habitattypen. Het betreft diverse aangewezen (en in rekentool Aerius aangegeven) habitattypen in Zwanenwater & Pettemerduinen, Noordzeekustzone, Waddenzee, Schoorlse Duinen, Noord-Hollands Duinreservaat en Eilandspolder. Hierbij moet worden gerealiseerd dat andere dichtbij gelegen gebieden Abtskolk & De Putten en Markermeer & IJmeer, Vogelrichtlijn gebieden zijn en geen stikstofgevoelige habitattypen bevatten.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

AE2022-088

Groenedijk en De Omloop te Sint Maarten

3

7

Aanlegfase De stikstofemissies tijdens de aanlegfase zijn toe te wijzen aan twee bronnen. Het betreft verkeersaantrekkende werking en het gebruik van mobiele werktuigen op de bouwplaats. De aanlegfase zal ongeveer één jaar in beslag nemen. Omdat de precieze uitvoer van de plannen niet bekend is, is gedeeltelijk gerekend met zogenaamde ‘worst-case’ aannames.

3.1

Verkeersaantrekking De verkeersaantrekkende werking van de aanlegfase bestaat uit transport van materialen en personen (bouwvakkers). Het verkeer is gemodelleerd tot de aansluiting op de Stroet. Buiten deze wegen wordt het verkeer geacht te zijn opgenomen in het heersende verkeersbeeld, omdat het zich in hoeveelheid, snelheid, rij- en stopgedrag niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg kan bevinden. De verkeersaantrekkende werking bestaat uit:  Transport personeel: acht ritten met licht verkeer per dag, gedurende één jaar, wordt gemodelleerd als 16 ritten per etmaal omdat zowel aankomst als vertrek wordt meegerekend; in totaal 365 * 16 = 5840 per jaar.  Aanvoer bouwmaterieel en bouwmaterialen: twee ritten met middelzwaar vrachtverkeer per dag, gedurende één jaar, wordt gemodelleerd als vier ritten per etmaal omdat zowel aankomst als vertrek wordt meegerekend; in totaal 365 * 4 = 1460 ritten/jaar..  In totaal wordt verwacht dat er 50 ritten worden gemaakt door zwaar vrachtverkeer in één jaar, gemodelleerd als 100 ritten. Bij de berekening wordt tevens rekening gehouden met een (generiek) filepercentage van 8%.

3.2

Inzet mobiele werktuigen De belangrijkste werkzaamheden waarbij stikstof vrij komt, betreffen vlakken van de gronden, graven van sleuven voor bijvoorbeeld kabels en leidingen, heien, hijswerk t.a.v. prefab constructiedelen en productie/aanvoer van beton op locatie t.b.v. vloeren en fundering. Voor het gebruik van mobiele werktuigen zijn de machines en draaiuren genomen die zijn vermeld in Tabel 1. Er wordt uitgegaan van de inzet van materieel van stageklasse IV of nieuwer, met een gemiddelde belasting van 35%. De materiële inzet is zo accuraat mogelijk ingeschat. Een extra bron met vermogen van 100 kW (vergelijkbaar met een grote graafmachine) opgenomen voor

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

AE2022-088

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14868118/1