bijlage-1-was-wordt-tabel-wijziging-Integrale verordening-met-artikelsgewijze-toelichting
Tekst van het document
Was-wordt-tabel wijziging Verordening Sociaal Domein gemeente Schagen (december 2023) Leeswijzer bepalingen In de ‘bestaande tekst’ is niets veranderd. De nieuwe tekst is geel gemaakt. Hoofdstuk 2. Van melding tot besluit, Artikel 2.3. Aanvraag (artikel 2.3.1) wordt toegevoegd sub 6: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
2.3.1 Aanvraag [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Llv, Bbz, Awb Wgs] 1. Een aanvraag dien je in met ons aanvraagformulier dat je kan vinden op onze website. 2. Als het door jou ondertekende verslag, bedoeld in artikel 2.2.5, bij ons binnenkomt wordt dit verslag aangemerkt als een aanvraag. Het doel van de aanvraag is te bepalen of wij ondersteuning verlenen en welke vorm die ondersteuning heeft. 3. Melding en aanvraag worden op hetzelfde moment gedaan als het gaat om een uitkering voor inwoners van 27 jaar of ouder, vervoer van kinderen naar school, bijzondere bijstand en een voorziening in het kader van de Jeugdwet. Het gesprek met ons vindt dan plaats nadat de aanvraag is ingediend. 4. Wij kunnen besluiten dat ook voor bepaalde andere vormen van ondersteuning melding en aanvraag op hetzelfde moment worden gedaan. Jij kan dan bij de melding direct een aanvraag indienen. 5. Ontvangt jouw gezin op 1 december van enig kalenderjaar van ons een uitkering, dan hoef je geen aanvraag voor het kindpakket bij ons in te dienen.
2.3.1 Aanvraag [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Llv, Bbz, Awb Wgs] 1. Een aanvraag dien je in met ons aanvraagformulier dat je kan vinden op onze website. 2. Als het door jou ondertekende verslag, bedoeld in artikel 2.2.5, bij ons binnenkomt wordt dit verslag aangemerkt als een aanvraag. Het doel van de aanvraag is te bepalen of wij ondersteuning verlenen en welke vorm die ondersteuning heeft. 3. Melding en aanvraag worden op hetzelfde moment gedaan als het gaat om een uitkering voor inwoners van 27 jaar of ouder, vervoer van kinderen naar school, bijzondere bijstand en een voorziening in het kader van de Jeugdwet. Het gesprek met ons vindt dan plaats nadat de aanvraag is ingediend. 4. Wij kunnen besluiten dat ook voor bepaalde andere vormen van ondersteuning melding en aanvraag op hetzelfde moment worden gedaan. Jij kan dan bij de melding direct een aanvraag indienen. 5. Ontvangt jouw gezin op 1 december van enig kalenderjaar van ons een uitkering, dan hoef je geen aanvraag voor het kindpakket bij ons in te dienen. 6. De (potentiële) werkgever kan een aanvraag voor ondersteuning-op-maat voor jou doen, die gericht is op arbeidsinschakeling en past bij jouw mogelijkheden en omstandigheden. Een aanvraag is niet verplicht. Wij kunnen zelf ook ambtshalve – dat wil zeggen zonder aanvraag- beoordelen wat nodig is. Je ontvangt een besluit waarin wij aangeven a.
welke persoonlijke ondersteuning of overige voorziening wordt verstrekt; b. wat de omvang is; c. de duur en intensiteit van de ondersteuning; d. de ingangsdatum van de ondersteuning of overige voorziening; e. als de verstrekking afwijkt van de aanvraag, wat de reden is van afwijking; en f. voor zover van toepassing, welke andere ondersteuning of voorziening relevant is, of kan zijn. Als er een andere voorziening is die je helpt en dit de reden is van afwijzing geven wij dit aan in het besluit.
Bijlage bij Raadsvoorstel Wijziging Integrale verordening sociaal domein, december 2023
Hoofdstuk 3. Werk en participatie, Artikel 3.4 Voorzieningen werk (artikel 3.4, 3.4.2, 3.4.7……) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst 3.4 Voorzieningen – werk [PW, IOAW, IOAZ] 1. Wij stemmen de ondersteuning af op jouw positie op de arbeidsmarkt. Als jij een grote kans op betaald werk hebt, wordt andere ondersteuning ingezet dan als jij een kleine kans op betaald werk hebt. 2. Wij bieden ondersteuning aan in de vorm van voorzieningen. Het doel daarvan is het vinden of behouden van passend werk. Voorzieningen die in ieder geval kunnen worden ingezet als je een grote kans op betaald werk hebt, zijn: detacheringsbaan proefplaatsing scholing. Voorzieningen die in ieder geval kunnen worden ingezet als je een kleine kans op betaald werk hebt, zijn: werkervaringsplaats sociale activering participatieplaats beschut werk begeleiding op de werkplek door een jobcoach tijdelijke loonkostensubsidie wettelijke loonkostensubsidie scholing. 3. Wij beoordelen per persoon of het zinvol is om een voorziening in te zetten. Als dit het geval is, beoordelen wij welke voorziening wij inzetten en voor hoe lang. Daarbij kijken wij naar een aantal factoren, zoals je omstandigheden, je eventuele beperkingen, de zorg voor kinderen, mantelzorg, wettelijke verplichtingen en de beschikbaarheid van voldoende budget.
3.4.1 Detacheringsbaan PW, IOAW, IOAZ] 1. Wij kunnen je via een andere organisatie laten werken bij een werkgever. Dit heet detachering. Die detachering wordt vastgelegd in een overeenkomst tussen jou, ons, de werkgever en de andere organisatie. 2. Het doel van een detacheringsbaan is om je na afloop betaald werk aan te bieden onder dezelfde voorwaarden als aan een werknemer die in dienst is van de werkgever. 3. Een voorwaarde is dat de detacheringsbaan niet leidt tot verdringing van andere werknemers bij dezelfde werkgever en ook niet leidt tot oneerlijke concurrentie met andere organisaties.
Nieuwe tekst 3.4 Voorzieningen – werk [PW, IOAW, IOAZ] 1. Wij stemmen de ondersteuning af op jouw positie op de arbeidsmarkt. Als jij een grote kans op betaald werk hebt, wordt andere ondersteuning ingezet dan als jij een kleine kans op betaald werk hebt. 2. Wij bieden ondersteuning aan in de vorm van voorzieningen. Het doel daarvan is het vinden of behouden van passend werk. Voorzieningen die in ieder geval kunnen worden ingezet als je een grote kans op betaald werk hebt, zijn: detacheringsbaan, proefplaats, jobcoaching, scholing. Voorzieningen die in ieder geval kunnen worden ingezet als je een kleine kans op betaald werk hebt, zijn: werkervaringsplaats sociale activering participatieplaats beschut werk persoonlijke ondersteuning bij werk, te weten: - interne werkbegeleiding - jobcoaching tijdelijke loonkostensubsidie wettelijke loonkostensubsidie scholing. 3. Wij beoordelen per persoon of het zinvol is om een voorziening in te zetten. Als dit het geval is, beoordelen wij welke voorziening wij inzetten en voor hoe lang. Daarbij kijken wij naar een aantal factoren, zoals je omstandigheden, je eventuele beperkingen, de zorg voor kinderen tot 5 jaar, mantelzorg, wettelijke verplichtingen en de beschikbaarheid van voldoende budget. 3.4.1 Detacheringsbaan PW, IOAW, IOAZ] 1. Wij kunnen je via een andere organisatie laten werken bij een werkgever. Dit heet detachering.
Die detachering wordt vastgelegd in een overeenkomst tussen jou, ons, de werkgever en de andere organisatie. 2. Het doel van een detacheringsbaan is om je na afloop betaald werk aan te bieden onder dezelfde voorwaarden als aan een werknemer die in dienst is van de werkgever.
Bijlage bij Raadsvoorstel Wijziging Integrale verordening sociaal domein, december 2023
3.4.2 Proefplaatsing [PW, IOAW, IOAZ] 1. Wij kunnen je bij wijze van proef tijdelijk en met behoud van uitkering laten werken bij een werkgever. 2. Het doel van de proefplaatsing is om werkgevers te helpen een beeld te krijgen van je geschiktheid voor het werk. Een proefplaatsing wordt uitsluitend ingezet als er gerede twijfels zijn over je geschiktheid voor het werk. 3. Een voorwaarde is dat de proefplaatsing leidt tot een dienstverband van minimaal 6 maanden, als jij geschikt blijkt te zijn voor het werk. Wij kunnen hiervan afwijken, indien bijzondere omstandigheden in het individuele geval hiervoor aanleiding geven. 4. De proefplaatsing is alleen mogelijk als de werkgever je goed begeleidt tijdens de proefplaatsing. Als de proefplaatsing niet wordt omgezet in een dienstverband, moet de werkgever uitleggen wat hij heeft gedaan om je te begeleiden. 5. De proefplaatsing duurt maximaal 3 maanden. 6. Een proefplaatsing kan ook in het kader van de praktijkroute worden ingezet om te onderzoeken hoe productief jij kunt zijn op de werkplek (loonwaarde) en of er nog een andere vorm van ondersteuning nodig is.
3.4.2 Proefplaats [PW, IOAW, IOAZ] 1. Wij kunnen je bij wijze van proef tijdelijk en met behoud van uitkering laten werken bij een werkgever. 2. Het doel van de proefplaats is om werkgevers te helpen een beeld te krijgen van je geschiktheid voor het werk. De proefplaats wordt uitsluitend ingezet als er gerede twijfels zijn over je geschiktheid voor het werk. 3. Een voorwaarde is dat de proefplaats leidt tot een dienstverband van minimaal 6 maanden, als jij geschikt blijkt te zijn voor het werk. Wij kunnen hiervan afwijken, indien bijzondere omstandigheden in het individuele geval hiervoor aanleiding geven. 4. De proefplaats is alleen mogelijk als de werkgever je goed begeleidt tijdens de proefplaatsing. Als de proefplaats niet wordt omgezet in een dienstverband, moet de werkgever uitleggen wat hij heeft gedaan om je te begeleiden. 5. De proefplaats wordt zo kort mogelijk en niet langer dan nodig is, ingezet. Dit kan voor de duur van 2 maanden, met een mogelijke verlenging van maximaal 4 maanden. 6. De proefplaats kan ook in het kader van de praktijkroute worden ingezet om te onderzoeken hoe productief jij kunt zijn op de werkplek (loonwaarde) en of er nog een andere vorm van ondersteuning nodig is. 7. Na de inzet van de proefplaats is het niet meer mogelijk forfaitaire loonkostensubsidie in te zetten. 8.
Op de proefplaats kunnen tegelijkertijd persoonlijke begeleiding of andere voorzieningen worden ingezet. 9. Alle voorwaarden voor de inzet van de proefplaats worden vastgelegd in beleidsregels.
3.4.3 Werkervaringsplaats [PW, IOAW, IOAZ] 1. Wij kunnen je een werkervaringsplaats aanbieden. De werkervaringsplaats wordt vastgelegd in een overeenkomst tussen jou, ons en de werkgever. 2. Het doel van een werkervaringsplaats is om je met behoud van uitkering op een werkplek werkervaring op te laten doen. De werkzaamheden zijn vooral gericht op ontwikkeling en in mindere mate op de productieve arbeid. 3. Een werkervaringsplaats duurt maximaal 3 maanden. Als het nodig wordt geacht en de kans op uitstroom naar betaalde arbeid wordt vergroot, kan deze periode met maximaal zes maanden worden verlengd. 4. Een voorwaarde is dat het werk niet leidt tot verdringing van werknemers bij dezelfde werkgever en ook niet leidt tot oneerlijke concurrentie met andere organisaties. 5. De werkervaringsplaats is alleen mogelijk als de werkgever de stagiair goed begeleidt tijdens
3.4.3 Werkervaringsplaats [PW, IOAW, IOAZ] 1. Wij kunnen je een werkervaringsplaats aanbieden. De werkervaringsplaats wordt vastgelegd in een overeenkomst tussen jou, ons en de werkgever. 2. Het doel van een werkervaringsplaats is om je met behoud van uitkering op een werkplek werkervaring op te laten doen. De werkzaamheden zijn vooral gericht op ontwikkeling en in mindere mate op de productieve arbeid. 3. Een werkervaringsplaats duurt maximaal 3 maanden. Als het nodig wordt geacht en de kans op uitstroom naar betaalde arbeid wordt vergroot, kan deze periode met maximaal zes maanden worden verlengd. 4. De werkervaringsplaats is alleen mogelijk als de werkgever je goed begeleidt tijdens de werkervaringsplaats. De werkgever zorgt ervoor dat je meer vaardigheden of kennis van het vakgebied opdoet.
Bijlage bij Raadsvoorstel Wijziging Integrale verordening sociaal domein, december 2023
de werkervaringsplaats. De werkgever zorgt ervoor dat de stagiair meer vaardigheden of kennis van het vakgebied opdoet. 3.4.4 Sociale activering [PW, IOAW, IOAZ] 1. Wij kunnen je verwijzen naar zinvolle activiteiten die een eerste stap richting betaald werk kunnen zijn. Dit heet sociale activering. Vrijwilligerswerk kan zo’n activiteit zijn. 2. Sociale activering zetten wij niet vrijblijvend in om je te helpen problemen op weg naar betaald werk te overwinnen. 3. Het doel van sociale activering is om eventueel sociaal isolement te doorbreken, het (verder) ontwikkelen van sociale vaardigheden en/of je in de gelegenheid te stellen werkritme op te doen.
3.4.4 Sociale activering [PW, IOAW, IOAZ] 1. Wij kunnen je verwijzen naar zinvolle activiteiten die een eerste stap richting betaald werk kunnen zijn. Dit heet sociale activering. Vrijwilligerswerk kan zo’n activiteit zijn. 2. Sociale activering zetten wij niet vrijblijvend in om je te helpen problemen op weg naar betaald werk te overwinnen. 3. Het doel van sociale activering is om eventueel sociaal isolement te doorbreken, het (verder) ontwikkelen van sociale vaardigheden en/of je in de gelegenheid te stellen werkritme op te doen.
3.4.5 Participatieplaats [PW, IOAW, IOAZ] 1. Wij kunnen je als je een uitkering ontvangt, 27 jaar of ouder bent en weinig kans hebt op betaald werk, een participatieplaats aanbieden. Een participatieplaats kan gecombineerd worden met scholing, opleiding en/of andere activiteiten die tot doel hebben de uitstroom naar betaald werk te bevorderen. De participatieplaats wordt vastgelegd in een overeenkomst tussen jou, ons en de werkgever. 2. Het doel van een participatieplaats is om de kans op betaald werk te vergroten. Jij kunt langdurig met behoud van uitkering op een bepaalde werkplek werken en doet zo werkervaring op. Het moet gaan om werkzaamheden die passend zijn en speciaal voor jou zijn bedacht. 3. Een voorwaarde is dat werk niet leidt tot verdringing van andere werknemers bij dezelfde werkgever en ook niet leidt tot oneerlijke concurrentie met andere organisaties. 4. Jij kan na iedere 6 maanden een premie van €150,00 ontvangen. Een voorwaarde voor de premie is dat je voldoende hebt meegewerkt aan het vergroten van jouw kans op werk. Wij beoordelen dit.
3.4.5 Participatieplaats [PW, IOAW, IOAZ] 1. Wij kunnen je als je een uitkering ontvangt, 27 jaar of ouder bent en weinig kans hebt op betaald werk, een participatieplaats aanbieden. Een participatieplaats kan gecombineerd worden met scholing, opleiding en/of andere activiteiten die tot doel hebben de uitstroom naar betaald werk te bevorderen. De participatieplaats wordt vastgelegd in een overeenkomst tussen jou, ons en de werkgever. 2. Het doel van een participatieplaats is om de kans op betaald werk te vergroten. Jij kunt langdurig met behoud van uitkering op een bepaalde werkplek werken en doet zo werkervaring op. Het moet gaan om werkzaamheden die passend zijn en speciaal voor jou zijn bedacht. 3. Jij kan na iedere 6 maanden een premie van €150,00 ontvangen. Een voorwaarde voor de premie is dat je voldoende hebt meegewerkt aan het vergroten van jouw kans op werk. Wij beoordelen dit.
3.4.6 Beschut werk [PW] 1. Wij bieden je een beschutte werkplek aan, als wij op advies van het UWV hebben vastgesteld dat je alleen kan werken als het werk en de werkplek zijn aangepast aan jouw mogelijkheden. Daarbij gelden de voorwaarden die in de Participatiewet zijn genoemd. 2. Het doel van beschut werk is jou als je alleen onder aangepaste omstandigheden kunt werken, een veilige werkplek te bieden. 3. Wij zetten ons ervoor in dat het aantal beschutte werkplekken dat wij volgens het rijk jaarlijks moeten realiseren, gerealiseerd wordt. 4. Wij richten een wachtlijst in als het aantal verplichte beschutte werkplekken voor dat jaar is gerealiseerd. De eerst geplaatste van de wachtlijst heeft voorrang op de later geplaatste.
3.4.6 Beschut werk [PW] 1. Wij bieden je een beschutte werkplek aan, als wij op advies van het UWV hebben vastgesteld dat je alleen kan werken als het werk en de werkplek zijn aangepast aan jouw mogelijkheden. Daarbij gelden de voorwaarden die in de Participatiewet zijn genoemd. 2. Het doel van beschut werk is jou als je alleen onder aangepaste omstandigheden kunt werken, een veilige werkplek te bieden. 3. Wij zetten ons ervoor in dat het aantal beschutte werkplekken dat wij volgens het rijk jaarlijks moeten realiseren, gerealiseerd wordt. 4. Wij richten een wachtlijst in als het aantal verplichte beschutte werkplekken voor dat jaar is gerealiseerd. De eerst geplaatste van de wachtlijst heeft voorrang op de later geplaatste.
Bijlage bij Raadsvoorstel Wijziging Integrale verordening sociaal domein, december 2023
5. Wij bieden de volgende voorzieningen aan, zodat jij beschut kan werken: a. aanpassing van de werkplek of de werkomgeving; b. uitsplitsing van taken; c. aanpassingen in het werktempo, de arbeidsduur of de werkbegeleiding. 6. Wij kunnen je, als je in aanmerking komt voor beschut werk, een voorziening aanbieden die de stap naar beschut werk makkelijker maakt. Het gaat om sociale activering of vrijwilligerswerk.
5. Wij bieden de volgende voorzieningen aan, zodat jij beschut kan werken: a. aanpassing van de werkplek of de werkomgeving; b. uitsplitsing van taken; c. aanpassingen in het werktempo, de arbeidsduur of de werkbegeleiding. 6. Wij kunnen je, als je in aanmerking komt voor beschut werk, een voorziening aanbieden die de stap naar beschut werk makkelijker maakt. Het gaat om sociale activering of vrijwilligerswerk.
3.4.7 Begeleiding op de werkplek door een jobcoach [PW, IOAW, IOAZ] 1. Wij kunnen je een jobcoach aanbieden of de werkgever daarvoor een vergoeding geven als jij extra begeleiding nodig hebt om je werk goed te kunnen uitvoeren. Voorwaarde is wel dat jou een dienstverband is aangeboden voor de duur van ten minste 6 maanden en minimaal 12 uur per week. 2. Het doel van de jobcoach is om je als werknemer te helpen je werk goed te doen. 3. Wij spreken met de werkgever af hoe de jobcoach wordt ingezet en leggen dit vast in een overeenkomst met de werkgever.
3.4.7 Persoonlijke begeleiding bij werk [PW, IOAW, IOAZ] Interne werkbegeleiding 1. Wij kunnen je interne werkbegeleiding aanbieden om je te helpen je werk goed te doen. 2. Hiervoor kunnen wij je werkgever een training aanbieden voor meer medewerkers, zodat die interne werkbegeleiding voor meerdere inwoners die ondersteuning-op-maat krijgen kunnen bieden. 3. Wij spreken met je werkgever af hoe deze wordt ingezet en leggen dit vast in een overeenkomst met je werkgever.
3.4.8 Looncompensatie werkgever (tijdelijke loonkostensubsidie) [PW, IOAW, IOAZ, Awb] 1. De gemeente kan een werkgever die jou in dienst neemt een loonkostencompensatie geven. 2. Het doel van deze loonkostencompensatie is werkgevers te stimuleren om inwoners met een kleine kans op werk in dienst te nemen en de extra kosten die werkgevers maken voor het begeleiden van deze inwoners te vergoeden. 3. Bij een voltijds dienstverband van ten minste een half jaar bedraagt de loonkostencompensatie eenmalig maximaal € 1.500. Bij een voltijds dienstverband van ten minste een jaar bedraagt de kostencompensatie eenmalig maximaal € 3.000. 4. Een voorwaarde is dat het werk niet leidt tot verdringing van andere werknemers bij dezelfde werkgever en ook niet leidt tot oneerlijke concurrentie met andere organisaties. 5. Wij stellen bij nadere regeling vast onder welke voorwaarden en voor welke kosten de werkgever
3.4.8 Kostencompensatie werkgever (tijdelijke loonkostensubsidie) [PW, IOAW, IOAZ, Awb] 1. De gemeente kan een werkgever die jou in dienst neemt een loonkostencompensatie geven. 2. Het doel van deze loonkostencompensatie is werkgevers te stimuleren om inwoners met een kleine kans op werk in dienst te nemen en de extra kosten die werkgevers maken voor het begeleiden van deze inwoners te vergoeden. 3. Bij een voltijds dienstverband van ten minste een half jaar bedraagt de loonkostencompensatie eenmalig maximaal € 1.500. Bij een voltijds dienstverband van ten minste een jaar bedraagt de kostencompensatie eenmalig maximaal € 3.000. 4. Wij stellen bij nadere regeling vast onder welke voorwaarden en voor welke kosten de werkgever kan worden gecompenseerd. Hierin wordt ook bepaald op welke wijze de hoogte van de kostencompensatie wordt berekend en op welke wijze deze wordt uitbetaald.
Jobcoaching 1. Wij kunnen je jobcoaching aanbieden. Een erkende deskundige geeft je methodische ondersteuning bij het vinden en behouden van werk. Om de kwaliteit te kunnen borgen, werken wij alleen met jobcoachorganisaties waarvan de individuele jobcoaches een actuele registratie hebben in het Register Loopbaancoach (voormalig Noloc Jobcoach) of het NVS-Beroepenregister voor jobcoaches. 2. De voorwaarden voor de inzet van deze deskundige en de eisen die wij stellen aan de deskundige worden vastgelegd in beleidsregels.
Bijlage bij Raadsvoorstel Wijziging Integrale verordening sociaal domein, december 2023
kan worden gecompenseerd. Hierin wordt ook bepaald op welke wijze de hoogte van de kostencompensatie wordt berekend en op welke wijze deze wordt uitbetaald. 3.4.9 Wettelijke loonkostensubsidie [PW, IOAW, IOAZ, Awb] 1. Wij kennen de werkgever een wettelijke loonkostensubsidie toe als je wel kunt werken, maar niet het wettelijk minimumloon kunt verdienen. 2. Het doel van deze subsidie is werkgevers te stimuleren inwoners met een beperking in dienst te nemen en werkgevers een vergoeding te geven voor productieverlies. 3. Wij stellen vast of je niet in staat bent het wettelijk minimumloon te verdienen. Om te bepalen hoe productief je op de werkplek zult zijn (welke loonwaarde je hebt), wordt een zogenaamde loonwaardemeting uitgevoerd.
3.4.9 Wettelijke loonkostensubsidie [PW, IOAW, IOAZ, Awb] 1. Wij kennen de werkgever een wettelijke loonkostensubsidie toe als je wel kunt werken, maar niet het wettelijk minimumloon kunt verdienen. 2. Het doel van deze subsidie is werkgevers te stimuleren inwoners met een beperking in dienst te nemen en werkgevers een vergoeding te geven voor productieverlies. 3. Wij stellen vast of je niet in staat bent het wettelijk minimumloon te verdienen. Om te bepalen hoe productief je op de werkplek zult zijn (welke loonwaarde je hebt), wordt een zogenaamde loonwaardemeting uitgevoerd. 4. De loonkostensubsidie kan worden toegekend, zonder dat er nog een loonwaardemeting heeft plaatsgevonden. Dit heet forfaitaire loonkostensubsidie. 5. Bij het verstrekken van de loonkostensubsidie volgen wij het preferente proces loonkostensubsidie. 6. Als je binnen de regio Kop verhuist, hebben wij regionaal (met de 3 Kop-gemeenten) afspraken gemaakt met je werkgever, zodat je hiervan bij je werk geen hinder ondervindt. 7. Wij kennen de voorziening “Duurzaam aan het werk met loonkostensubsidie”. Ben je ingeschreven in het doelgroepenregister en heb je een loonwaarde tussen de 30% en 70% of sta je op de wachtlijst voor Beschut Werk, dan kom je mogelijk in aanmerking voor de voorziening Duurzaam aan het werk met Loonkostensubsidie. We willen dat iedereen een passende, betaalde en vaste baan krijgt.
Het aanbod bestaat uit 2 onderdelen: als eerste een traject van 9 tot 12 maanden om je te helpen terug te keren in het arbeidsproces en ritme. Hierna kan een betaalde baan worden aangeboden met uitzicht op een vaste aanstelling bij de Gemeenschappelijke Regeling Gesubsidieerde arbeid (GrGa), met werk binnen of buiten Probedrijven.
3.4.10 Scholing [PW, IOAW, IOAZ] 1. Wij kunnen je om de stap naar duurzaam en passend werk te maken, als dit nodig is, scholing aanbieden. 2. De scholing moet leiden tot een erkend diploma of certificaat. 3. Wij bepalen de vorm en de duur van de scholing. De scholing wordt afgestemd op je mogelijkheden en positie op de arbeidsmarkt. Wij wegen in de besluitvorming ook mee in hoeverre het beroep waarvoor je wordt opgeleid al dan niet
3.4.10 Scholing [PW, IOAW, IOAZ] 1. Wij kunnen je om de stap naar duurzaam en passend werk te maken, als dit nodig is, scholing aanbieden. 2. De scholing moet leiden tot een erkend diploma of certificaat. 3. Wij bepalen de vorm en de duur van de scholing. De scholing wordt afgestemd op je mogelijkheden en positie op de arbeidsmarkt. Wij wegen in de besluitvorming ook mee in hoeverre het beroep waarvoor je wordt opgeleid al dan niet
Bijlage bij Raadsvoorstel Wijziging Integrale verordening sociaal domein, december 2023
een goed toekomstperspectief heeft.
een goed toekomstperspectief heeft. 3.4.11 Verdringing Een voorwaarde voor elke ondersteuning-op-maat is dat werk niet leidt tot verdringing van andere werknemers bij dezelfde werkgever en ook niet leidt tot oneerlijke concurrentie met andere organisaties. Dit is van toepassing bij de instrumenten proefplaats, participatieplaats, tijdelijke loonkostensubsidie en sociale activering.
3.4.11 Nazorg [PW, IOAW, IOAZ] Wij zorgen ervoor dat als jij aan het werk gaat gedurende een termijn van 3 maanden nadat de uitkering is beëindigd, je ondersteund en begeleid wordt, als dit nodig is om het werk te kunnen doen.
3.4.12 Nazorg [PW, IOAW, IOAZ] Wij zorgen ervoor dat als jij aan het werk gaat gedurende een termijn van 3 maanden nadat de uitkering is beëindigd, je ondersteund en begeleid wordt, als dit nodig is om het werk te kunnen doen.
3.4.12 Ondersteuning bij leer-werktraject [PW, IOAW, IOAZ] 1. Wij kunnen ondersteuning aanbieden als je 16 tot en met 27 jaar bent en dreigt uit te vallen op school, maar met een leer-werktraject alsnog een startkwalificatie kan behalen zoals beschreven in artikel 10f van de wet. 2. De duur van de begeleiding is niet langer dan de duur van het leer-werktraject. Tijdens dit traject vinden tussentijdse evaluaties plaats, waarin ook wordt meegenomen of begeleiding nog nodig is.
3.4.13 Ondersteuning bij leer-werktraject [PW, IOAW, IOAZ] 1. Wij kunnen ondersteuning aanbieden als je 16 tot en met 27 jaar bent en dreigt uit te vallen op school, maar met een leer-werktraject alsnog een startkwalificatie kan behalen zoals beschreven in artikel 10f van de wet. 2. De duur van de begeleiding is niet langer dan de duur van het leer-werktraject. Tijdens dit traject vinden tussentijdse evaluaties plaats, waarin ook wordt meegenomen of begeleiding nog nodig is.
3.4.13 Kinderopvang [Wko, Wet inburgering 2021, PW] Wij zorgen ervoor dat er passende kinderopvang beschikbaar is, indien: a. je meedoet aan een activiteit die nodig is om dichterbij de arbeidsmarkt te komen of aan het werk te gaan en opvang niet mogelijk is binnen jouw sociale netwerk; b. je een lichamelijke, zintuiglijke, verstandelijke en/ of psychische beperking hebt en is vastgesteld dat een of meer van deze beperkingen kinderopvang noodzakelijk maken; c. is vastgesteld dat kinderopvang noodzakelijk is voor een goede en gezonde ontwikkeling van jouw kind.
3.4.14 Kinderopvang [Wko, Wet inburgering 2021, PW] Wij zorgen ervoor dat er passende kinderopvang beschikbaar is, indien: a. je meedoet aan een activiteit die nodig is om dichter bij de arbeidsmarkt te komen of aan het werk te gaan en opvang niet mogelijk is binnen jouw sociale netwerk; b. je een lichamelijke, zintuiglijke, verstandelijke en/ of psychische beperking hebt en is vastgesteld dat een of meer van deze beperkingen kinderopvang noodzakelijk maken; c. is vastgesteld dat kinderopvang noodzakelijk is voor een goede en gezonde ontwikkeling van jouw kind.
3.4.14 Andere voorzieningen en vergoedingen [PW, IOAW, IOAZ] 1. Wij kunnen andere voorzieningen inzetten als dat nodig is om de kans op werk te vergroten. 2. Wij kunnen de kosten vergoeden die je moet maken bij deelname aan een voorziening of bij betaald of onbetaald werk.
3.4.15 Andere voorzieningen en vergoedingen [PW, IOAW, IOAZ] 1.Wij kunnen andere voorzieningen inzetten als dat nodig is om de kans op werk te vergroten. Dit kan zijn: - een noodzakelijke intermediaire voorziening als je een visuele of motorische beperking hebt (bijvoorbeeld computervoorzieningen en hulpmiddelen) en/of, - werkplekaanpassingen, in de vorm van een meeneembare (zoals bijvoorbeeld aangepaste bureaustoel, toetsenbord, koptelefoon) of nietmeeneembare voorziening (zoals aangepast toilet, entree met automatische deuropener of
Bijlage bij Raadsvoorstel Wijziging Integrale verordening sociaal domein, december 2023
een traplift), en/of - een vervoersvoorziening om op het werk te komen, zoals aangepaste fiets, een bruikleenauto, kilometervergoeding, rolstoeltaxi, of begeleidingskosten. 2. Wij kunnen de kosten vergoeden die je moet maken bij deelname aan een voorziening of bij betaald of onbetaald werk. 3. Hierbij stellen wij voorwaarden aan de werkgever over de duur van het contract en de het aantal uren dat je werkt. 4. Wij kunnen in beleidsregels uitwerken onder welke voorwaarden en voor welke voorzieningen de werkgever kan worden gecompenseerd. Hierin wordt ook bepaald hoe deze kan worden aangevraagd en wordt uitbetaald. 3.4.16 Weigering van een voorziening Wij kunnen een voorziening weigeren als: a. je niet behoort tot de doelgroep van de wet; b. je onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek dat nodig is; c. je gebruik kan maken van een voorziening op basis van een andere wettelijke regeling (voorliggende voorziening); d. wij vinden dat de voorziening onvoldoende bijdraagt op weg naar werk; of e. je niet voldoet aan de voorwaarden van deze verordening om in aanmerking te komen voor die voorziening. 3.4.16 Beëindiging van een voorziening Wij kunnen een voorziening (uitgezonderd de voorziening beschut werk en loonkostensubsidie) beëindigen als: a. Je de verplichtingen die de wet stelt niet voldoende nakomt; b. Je niet meer behoort tot de doelgroep; c.
De voorziening niet meer geschikt voor jou is, onvoldoende bijdraagt aan een snelle arbeidsinschakeling of andere ondersteuning-op-maat passender is; d. Je algemeen geaccepteerd werk aanneemt waarbij geen gebruik wordt gemaakt van in deze verordening genoemde voorzieningen, e. Je de aangeboden voorziening niet gebruikt waarvoor deze is bedoeld; f. Je niet meer voldoet aan de voorwaarden en afspraken die wij met jou hebben gemaakt.
Bijlage bij Raadsvoorstel Wijziging Integrale verordening sociaal domein, december 2023
Bestaande tekst Hoofdstuk 13. Begrippenlijst
Nieuwe tekst Hoofdstuk 13. Begrippenlijst
In deze verordening worden allerlei begrippen gebruikt. Deze begrippen hebben dezelfde betekenis als in de wetten waarop deze verordening is gebaseerd. Waarom deze begrippenlijst?
In deze verordening worden allerlei begrippen gebruikt. Deze begrippen hebben dezelfde betekenis als in de wetten waarop deze verordening is gebaseerd. Waarom deze begrippenlijst?
Soms worden bepaalde begrippen in meerdere wetten gebruikt en hebben ze in die wetten een verschillende betekenis. Hier staat wat de betekenis van deze begrippen in deze verordening is.
Soms worden bepaalde begrippen in meerdere wetten gebruikt en hebben ze in die wetten een verschillende betekenis. Hier staat wat de betekenis van deze begrippen in deze verordening is.
Voor een aantal begrippen geldt dat ze in deze verordening een ruimere betekenis hebben dan in de genoemde wetten, omdat zoveel mogelijk is aangesloten bij het normale, dagelijkse taalgebruik.
Voor een aantal begrippen geldt dat ze in deze verordening een ruimere betekenis hebben dan in de genoemde wetten, omdat zoveel mogelijk is aangesloten bij het normale, dagelijkse taalgebruik.
Ook staan er voor de duidelijkheid enkele wettelijke begrippen in de lijst, die in deze verordening wel dezelfde betekenis hebben, maar hier in andere woorden zijn omschreven.
Ook staan er voor de duidelijkheid enkele wettelijke begrippen in de lijst, die in deze verordening wel dezelfde betekenis hebben, maar hier in andere woorden zijn omschreven.
Ten slotte worden in deze verordening ook begrippen gebruikt die niet zijn terug te vinden in de wetten. Ook die zijn hier omschreven.
Ten slotte worden in deze verordening ook begrippen gebruikt die niet zijn terug te vinden in de wetten. Ook die zijn hier omschreven.
Aangepast vervoer: vervoer met een besloten (school)bus, taxi, treintaxi of bustaxi. Algemeen gebruikelijke voorziening: een voorziening die: o niet speciaal bedoeld is voor mensen met een beperking; o die gewoon verkrijgbaar is; o niet veel duurder is dan vergelijkbare producten; en o een passende bijdrage levert aan de zelfredzaamheid en of participatie; o waarover iedereen in dezelfde omstandigheden ook zou kunnen beschikken, en ; o financieel kan worden gedragen met een inkomen op minimum niveau. Andere voorziening: een voorziening waarop de inwoner een beroep kan doen voor de hulp die hij nodig heeft, anders dan ondersteuning -op -maat. Het gaat om voorzieningen die buiten de regeling liggen van de aangevraagde voorziening of om voorzieningen die binnen het bereik van die regeling liggen, maar vrij toegankelijk zijn voor de inwoner. Dat kan een andere uitkering zijn, een algemeen gebruikelijke, algemene of collectieve voorziening, of voorzieningen als alimentatie en toeslagen. AOW-leeftijd: leeftijd waarop de AOW ingaat. Arbeidsinschakeling: aan het werk (kunnen) gaan. Arbeidsverplichting: de verplichting om mee te werken aan de arbeidsinschakeling of het leveren
Aangepast vervoer: vervoer met een besloten (school)bus, taxi, treintaxi of bustaxi. Algemeen gebruikelijke voorziening: een voorziening die: o niet speciaal bedoeld is voor mensen met een beperking; o die gewoon verkrijgbaar is; o niet veel duurder is dan vergelijkbare producten; en o een passende bijdrage levert aan de zelfredzaamheid en of participatie; o waarover iedereen in dezelfde omstandigheden ook zou kunnen beschikken, en ; o financieel kan worden gedragen met een inkomen op minimum niveau. Andere voorziening: een voorziening waarop de inwoner een beroep kan doen voor de hulp die hij nodig heeft, anders dan ondersteuning -op -maat. Het gaat om voorzieningen die buiten de regeling liggen van de aangevraagde voorziening of om voorzieningen die binnen het bereik van die regeling liggen, maar vrij toegankelijk zijn voor de inwoner. Dat kan een andere uitkering zijn, een algemeen gebruikelijke, algemene of collectieve voorziening, of voorzieningen als alimentatie en toeslagen. AOW-leeftijd: leeftijd waarop de AOW ingaat. Arbeidsinschakeling: aan het werk (kunnen) gaan. Arbeidsverplichting: de verplichting om mee te werken aan de arbeidsinschakeling of het leveren
Bijlage bij Raadsvoorstel Wijziging Integrale verordening sociaal domein, december 2023
van een tegenprestatie, als bedoeld in artikel 9 van de Participatiewet, artikel 37 IOAW en artikel 37 IOAZ. Benadelingsbedrag: netto-uitkering (inclusief vakantietoeslag) waarop eerder, langer of tot een hoger bedrag een beroep wordt of is gedaan ten gevolge van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan. Beperking: de vermindering van mogelijkheden als gevolg van een lichamelijke, verstandelijke, zintuigelijke, psychische of psychosociale handicap die het functioneren op sociaal of maatschappelijk gebied belemmert. Bij het leerlingenvervoer geldt dat de beperking het vervoer naar school belemmert. Bijstandsnorm: de maximale hoogte van de bijstandsuitkering bedoeld in artikel 5, onderdeel c van de Participatiewet. De hoogte hangt af van de woon- en leefsituatie en de leeftijd van de inwoner. Bijstandsuitkering: de algemene bijstand voor levensonderhoud, bedoeld in artikel 5, onderdeel b van de Participatiewet. Gaat het om een jongere van 18 tot 21 jaar, dan wordt met bijstandsuitkering bedoeld: de algemene bijstand plus de aanvullende bijzondere bijstand op grond van artikel 12 van de Participatiewet. CAK: Centraal Administratie Kantoor. Cliëntondersteuning: hulp aan een inwoner door een onafhankelijke professional in de vorm van informatie, advies en algemene ondersteuning.
De hulp aan de inwoner is gericht op het benutten van diensten die door gemeenten en andere organisaties worden geleverd op het gebied van maatschappelijke ondersteuning, preventieve zorg, zorg, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen (artikel 1.1.1 van de Wmo). Duurzaam: voor lange tijd en het maximale voor de inwoner bereiken. Duurzaam geluk: het regelmatig ervaren van positieve gevoelens en algemene tevredenheid met het eigen leven. Duurzaam werk: dat een uitkeringsgerechtigde gedurende een periode van ten minste een halfjaar onafgebroken aan het werk is. Effect: het resultaat of het doel. Financiële buffer: vermogen. Een goede financiële buffer is een vermogen op of boven de vermogensgrens bedoeld in artikel 34, lid 3 van de Participatiewet. Fraude: het verstrekken van onjuiste en/of onvolledige gegevens, of het verzwijgen of niet (op tijd) verstrekken van gegevens. Het gaat om gegevens die nodig zijn om te bepalen of er recht op een uitkering of een voorziening is, en om de duur en hoogte van die uitkering of voorziening vast te stellen. Als gevolg hiervan wordt een uitkering of voorziening helemaal of gedeeltelijk ten onrechte verstrekt. Gebruikelijke hulp: de hulp die over het algemeen mag worden verwacht van de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten. Voor de Jeugdwet wordt met
van een tegenprestatie, als bedoeld in artikel 9 van de Participatiewet, artikel 37 IOAW en artikel 37 IOAZ. Benadelingsbedrag: netto-uitkering (inclusief vakantietoeslag) waarop eerder, langer of tot een hoger bedrag een beroep wordt of is gedaan ten gevolge van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan. Beperking: de vermindering van mogelijkheden als gevolg van een lichamelijke, verstandelijke, zintuigelijke, psychische of psychosociale handicap die het functioneren op sociaal of maatschappelijk gebied belemmert. Bij het leerlingenvervoer geldt dat de beperking het vervoer naar school belemmert. Bijstandsnorm: de maximale hoogte van de bijstandsuitkering bedoeld in artikel 5, onderdeel c van de Participatiewet. De hoogte hangt af van de woon- en leefsituatie en de leeftijd van de inwoner. Bijstandsuitkering: de algemene bijstand voor levensonderhoud, bedoeld in artikel 5, onderdeel b van de Participatiewet. Gaat het om een jongere van 18 tot 21 jaar, dan wordt met bijstandsuitkering bedoeld: de algemene bijstand plus de aanvullende bijzondere bijstand op grond van artikel 12 van de Participatiewet. CAK: Centraal Administratie Kantoor. Cliëntondersteuning: hulp aan een inwoner door een onafhankelijke professional in de vorm van informatie, advies en algemene ondersteuning.
De hulp aan de inwoner is gericht op het benutten van diensten die door gemeenten en andere organisaties worden geleverd op het gebied van maatschappelijke ondersteuning, preventieve zorg, zorg, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen (artikel 1.1.1 van de Wmo). Duurzaam: voor lange tijd en het maximale voor de inwoner bereiken. Duurzaam geluk: het regelmatig ervaren van positieve gevoelens en algemene tevredenheid met het eigen leven. Duurzaam werk: dat een uitkeringsgerechtigde gedurende een periode van ten minste een halfjaar onafgebroken aan het werk is. Effect: het resultaat of het doel. Financiële buffer: vermogen. Een goede financiële buffer is een vermogen op of boven de vermogensgrens bedoeld in artikel 34, lid 3 van de Participatiewet. Fraude: het verstrekken van onjuiste en/of onvolledige gegevens, of het verzwijgen of niet (op tijd) verstrekken van gegevens. Het gaat om gegevens die nodig zijn om te bepalen of er recht op een uitkering of een voorziening is, en om de duur en hoogte van die uitkering of voorziening vast te stellen. Als gevolg hiervan wordt een uitkering of voorziening helemaal of gedeeltelijk ten onrechte verstrekt. Gebruikelijke hulp: de hulp die over het algemeen mag worden verwacht van de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten. Voor de Jeugdwet wordt met
Bijlage bij Raadsvoorstel Wijziging Integrale verordening sociaal domein, december 2023
ouders ook andere opvoeders en verzorgers bedoeld. De gemeente heeft in beleidsregels uitgelegd wat er precies bedoeld wordt met gebruikelijke hulp. Gemeente: de gemeente Schagen. Gezin: de gehuwden met de tot hun last komende kinderen dan wel de alleenstaande ouder met de tot zijn last komende kinderen; Geldig identiteitsbewijs: een document waarmee de inwoner zich kan identificeren. Dit kan per voorziening verschillen. Gepensioneerde: persoon die de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt. Gesprek: gesprek waarin de inwoner zijn hulpvraag, zijn persoonlijke situatie en het effect dat hij wil bereiken bespreekt. Goedkoopst en passend: goedkoopst adequaat, als bedoeld in de Wmo. Inburgeringsplichtige: de inwoner die volgens artikel 3 van de Wet inburgering 2021 inburgeringsplichtig is. Inkomen: het inkomen, bedoeld in artikel 32, eerste lid, van de Participatiewet. Inspraak: inspraak als bedoeld in artikel 150 van de Gemeentewet. Met inspraak wordt in hoofdstuk 9 van deze verordening ook bedoeld het recht om invloed uit te oefenen en over iets mee te beslissen. Inwoner: De persoon die zijn woonplaats heeft binnen de gemeente volgens de regels van het Burgerlijk Wetboek (titel 3 Boek 1 BW) en die daar rechtmatig verblijft.
Gaat het om Wmoondersteuning, dan betreft het de ingezetene van de gemeente als bedoeld in artikel 1.2.1 van de Wmo en de ingezetene van Nederland die zich bij de gemeente meldt voor maatschappelijke opvang. Gaat het om schuldhulpverlening, dan betreft het degene die in de basisregistratie personen van de gemeente als ingezetene is ingeschreven. Voor de toepassing van de hoofdstukken 8 en 10 wordt onder inwoner ook verstaan: de persoon die ondersteuning van de gemeente heeft gehad maar zijn woonplaats daar niet meer heeft. Onder rechtmatig verblijf wordt verstaan: verblijf dat geen wettelijke belemmering oplevert voor ondersteuning door de gemeente. IOAW: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers. IOAZ: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen. Jeugdhulp: hulp als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet. Jongere: de inwoner in de leeftijd tot 27 jaar. Jongerenwerk: basisaanbod van sociaalculturele voorzieningen voor jongeren, zoals kinderwerk, tiener- en jongerenwerk, sportbuurtwerk en jongereninformatie. Het basisaanbod bevat ook activiteiten die stimulering van de ontwikkeling of het voorkomen van problemen bij jongeren tot doel hebben. Jij, jou, je of jullie : de inwoner die een direct
ouders ook andere opvoeders en verzorgers bedoeld. De gemeente heeft in beleidsregels uitgelegd wat er precies bedoeld wordt met gebruikelijke hulp. Gemeente: de gemeente Schagen. Gezin: de gehuwden met de tot hun last komende kinderen dan wel de alleenstaande ouder met de tot zijn last komende kinderen; Geldig identiteitsbewijs: een document waarmee de inwoner zich kan identificeren. Dit kan per voorziening verschillen. Gepensioneerde: persoon die de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt. Gesprek: gesprek waarin de inwoner zijn hulpvraag, zijn persoonlijke situatie en het effect dat hij wil bereiken bespreekt. Goedkoopst en passend: goedkoopst adequaat, als bedoeld in de Wmo. Inburgeringsplichtige: de inwoner die volgens artikel 3 van de Wet inburgering 2021 inburgeringsplichtig is. Inkomen: het inkomen, bedoeld in artikel 32, eerste lid, van de Participatiewet. Inspraak: inspraak als bedoeld in artikel 150 van de Gemeentewet. Met inspraak wordt in hoofdstuk 9 van deze verordening ook bedoeld het recht om invloed uit te oefenen en over iets mee te beslissen. Interne werkbegeleiding: door een collega geboden dagelijkse werkbegeleiding op de werkvloer omdat de werknemer anders niet in staat is zijn werkzaamheden uit te voeren, en waarbij sprake is van meer dan de gebruikelijke begeleiding van een werknemer op een werkplek.
Inwoner: De persoon die zijn woonplaats heeft binnen de gemeente volgens de regels van het Burgerlijk Wetboek (titel 3 Boek 1 BW) en die daar rechtmatig verblijft. Gaat het om Wmoondersteuning, dan betreft het de ingezetene van de gemeente als bedoeld in artikel 1.2.1 van de Wmo en de ingezetene van Nederland die zich bij de gemeente meldt voor maatschappelijke opvang. Gaat het om schuldhulpverlening, dan betreft het degene die in de basisregistratie personen van de gemeente als ingezetene is ingeschreven. Voor de toepassing van de hoofdstukken 8 en 10 wordt onder inwoner ook verstaan: de persoon die ondersteuning van de gemeente heeft gehad maar zijn woonplaats daar niet meer heeft. Onder rechtmatig verblijf wordt verstaan: verblijf dat geen wettelijke belemmering oplevert voor ondersteuning door de gemeente. IOAW: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers. IOAZ: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen. Jeugdhulp: hulp als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet. Jobcoaching: door een erkende deskundige geboden methodische ondersteuning aan personen met een arbeidsbeperking en aan
Bijlage bij Raadsvoorstel Wijziging Integrale verordening sociaal domein, december 2023
belang heeft bij een besluit van de gemeente (artikel 1:2., lid 1 van de Algemene wet bestuursrecht). Als de inwoner een ondersteuningsvraag heeft ingediend die nog niet heeft geleid tot een verzoek om besluit te nemen of tot feitelijk handelen van de gemeente, dan wordt met ‘jij ,je of jou ’ bedoeld: degene die als ingezetene in de basisregistratie van de gemeente is ingeschreven en feitelijk in deze gemeente verblijft, of, als het gaat om hulp op grond van de Participatiewet, de IOAW of IOAZ: degene die woonplaats heeft in de gemeente, volgens de regels van artikel 10 lid 1en 11 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek. Kalenderjaar: een kalenderjaar vangt aan op 1 januari om 0:00:00 uur en eindigt op 31 december om 23:59:59 uur. Kind: een ten laste komend kind als bedoeld in de Participatiewet. Kindpakket: een pakket van voorzieningen in natura, dat de gemeente voor gezinnen met een laag inkomen beschikbaar stelt. Het doel van het pakket is te voorkomen dat kinderen die opgroeien in armoede niet mee kunnen doen aan sportieve, culturele, educatieve, sociale activiteiten en activiteiten van school. Kostendelersnorm: norm voor de hoogte van een uitkering volgens artikel 22a van de Participatiewet. Naarmate meer inwoners in een huis wonen, ontvangt iedere afzonderlijke uitkeringsgerechtigde een lagere uitkering omdat meer inwoners de kosten kunnen delen.
Levensonderhoud: de dagelijkse bestaanskosten, zoals kosten voor voeding, kleding, huur, energie, water en (zorg)verzekeringen. Leverancier: de natuurlijke persoon of rechtspersoon die goederen of diensten levert tegen betaling. Llv; de wetten die regelen dat gemeenten leerlingenvervoer aanbieden: de wet op het primair onderwijs, de Wet op het voortgezet onderwijs en de Wet op de expertisecentra. Meedoenbudget 65-plussers en pakket van voorzieningen in natura, dat de gemeente voor 65-plussers met een laag inkomen beschikbaar stelt. Het doel van het pakket is te voorkomen dat gepensioneerden met een laag inkomen niet mee kunnen doen aan sportieve, culturele, educatieve en sociale activiteiten en hierdoor in een sociaal isolement geraken. Mantelzorg: de hulp ten behoeve van zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen, opvang, jeugdhulp, het opvoeden en opgroeien van jeugdigen en zorg en overige diensten als bedoeld in de Zorgverzekeringswet, die rechtstreeks voortvloeit uit een tussen personen bestaande sociale relatie en die niet wordt verleend in het kader van een hulpverlenend beroep (artikel 1.1.1 Wmo). Doorgaans zijn mantelzorgers personen met wie de inwoner regelmatig contact houdt. De mantelzorger en de cliënt hoeven niet per se in één huis te wonen. MAP: de Module Arbeidsmarkt en Participatie,
werkgevers, gericht op het vinden en behouden van werk. Jongere: de inwoner in de leeftijd tot 27 jaar. Jongerenwerk: basisaanbod van sociaalculturele voorzieningen voor jongeren, zoals kinderwerk, tiener- en jongerenwerk, sportbuurtwerk en jongereninformatie. Het basisaanbod bevat ook activiteiten die stimulering van de ontwikkeling of het voorkomen van problemen bij jongeren tot doel hebben. Jij, jou, je of jullie : de inwoner die een direct belang heeft bij een besluit van de gemeente (artikel 1:2., lid 1 van de Algemene wet bestuursrecht). Als de inwoner een ondersteuningsvraag heeft ingediend die nog niet heeft geleid tot een verzoek om besluit te nemen of tot feitelijk handelen van de gemeente, dan wordt met ‘jij ,je of jou ’ bedoeld: degene die als ingezetene in de basisregistratie van de gemeente is ingeschreven en feitelijk in deze gemeente verblijft, of, als het gaat om hulp op grond van de Participatiewet, de IOAW of IOAZ: degene die woonplaats heeft in de gemeente, volgens de regels van artikel 10 lid 1en 11 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek. Kalenderjaar: een kalenderjaar vangt aan op 1 januari om 0:00:00 uur en eindigt op 31 december om 23:59:59 uur. Kind: een ten laste komend kind als bedoeld in de Participatiewet. Kindpakket: een pakket van voorzieningen in natura, dat de gemeente voor gezinnen met een laag inkomen beschikbaar stelt.
Het doel van het pakket is te voorkomen dat kinderen die opgroeien in armoede niet mee kunnen doen aan sportieve, culturele, educatieve, sociale activiteiten en activiteiten van school. Kostendelersnorm: norm voor de hoogte van een uitkering volgens artikel 22a van de Participatiewet. Naarmate meer inwoners in een huis wonen, ontvangt iedere afzonderlijke uitkeringsgerechtigde een lagere uitkering omdat meer inwoners de kosten kunnen delen. Levensonderhoud: de dagelijkse bestaanskosten, zoals kosten voor voeding, kleding, huur, energie, water en (zorg)verzekeringen. Leverancier: de natuurlijke persoon of rechtspersoon die goederen of diensten levert tegen betaling. Llv; de wetten die regelen dat gemeenten leerlingenvervoer aanbieden: de wet op het primair onderwijs, de Wet op het voortgezet onderwijs en de Wet op de expertisecentra. Meedoenbudget 65-plussers en pakket van voorzieningen in natura, dat de gemeente voor 65-plussers met een laag inkomen beschikbaar stelt. Het doel van het pakket is te voorkomen dat gepensioneerden met een laag inkomen niet mee kunnen doen aan sportieve, culturele, educatieve en sociale activiteiten en hierdoor in een sociaal isolement geraken. Mantelzorg: de hulp ten behoeve van zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen,
Bijlage bij Raadsvoorstel Wijziging Integrale verordening sociaal domein, december 2023
bedoeld in artikel 6, eerste lid onder b van de Wet inburgering 2021. Natura: ondersteuning in natura wil zeggen dat wij de ondersteuning voor jou regelen. Wij geven opdracht aan de leverancier, waarna deze het product of de dienst bij u aflevert c.q. uitvoert. Nederlander: hieronder verstaan wij ook een hier te lande woonachtige vreemdeling die rechtmatig in Nederland verblijf houdt. Ouders: ouders, voogden of verzorgers van een jongere. Ook pleegouders vallen onder dit begrip. Ondersteuning: ondersteuning bij de arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 7 van de Participatiewet, artikel 36 van de IOAW en artikel 36 van de IOAZ, bijstand als bedoeld in artikel 7 van de Participatiewet, een uitkering als bedoeld in artikel 5 van de IOAW en een uitkering als bedoeld in artikel 5 van de IOAZ, ondersteuning als bedoeld in artikel 2 lid 1 en artikel 2 lid 2 van het BBZ 2004, maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wmo, jeugdhulp als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet, schuldhulpverlening als bedoeld in artikel 1 van de Wgs, of een vervoersvoorzienig als bedoeld in hoofdstuk 3 (vervoer naar school). Ondersteuning-op-maat: een op de inwoner afgestemde voorziening. Als het gaat om een voorziening in het kader van de Wmo: een maatwerkvoorziening.
Als het gaat om een voorziening in het kader van de Participatiewet: een voorziening bij de arbeidsinschakeling, bijstand in de kosten van levensonderhoud of bijzondere bijstand. Als het gaat om een voorziening in het kader van de IOAW en IOAZ: ondersteuning bij de arbeidsinschakeling of een uitkering. Als het gaat om ondersteuning in het kader van het Bbz 2004: bijstand in de kosten van levensonderhoud en bijstand ter voorziening in de behoefte van bedrijfskapitaal. Als het gaat om schuldhulpverlening als bedoeld in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening: op de inwoner afgestemde hulp bij het aflossen van schulden. Als het gaat om een voorziening in het kader van de Jeugdwet: een voorziening die op een jeugdige of zijn ouders is afgestemd als bedoeld in artikel 2.3 van de Jeugdwet. Als het gaat om een voorziening in het kader van leerlingenvervoer: een vervoersvoorziening. Als het gaat om een voorziening in het kader van de Gemeentewet: Kindpakket en Geluksbudget. Ondersteuningsvraag: de behoefte aan ondersteuning die de inwoner bij de melding heeft. Openbaar vervoer: voor een ieder openstaand personenvervoer per bus, trein, metro, tram, veerdienst of een andere vorm van openbaar vervoer, zoals bijvoorbeeld de regiotaxi. Passend: op maat, doelmatig en doel- en resultaatgericht. Passend werk: werk dat past bij wat jij kunt en weet.
opvang, jeugdhulp, het opvoeden en opgroeien van jeugdigen en zorg en overige diensten als bedoeld in de Zorgverzekeringswet, die rechtstreeks voortvloeit uit een tussen personen bestaande sociale relatie en die niet wordt verleend in het kader van een hulpverlenend beroep (artikel 1.1.1 Wmo). Doorgaans zijn mantelzorgers personen met wie de inwoner regelmatig contact houdt. De mantelzorger en de cliënt hoeven niet per se in één huis te wonen. MAP: de Module Arbeidsmarkt en Participatie, bedoeld in artikel 6, eerste lid onder b van de Wet inburgering 2021. Natura: ondersteuning in natura wil zeggen dat wij de ondersteuning voor jou regelen. Wij geven opdracht aan de leverancier, waarna deze het product of de dienst bij u aflevert c.q. uitvoert. Nederlander: hieronder verstaan wij ook een hier te lande woonachtige vreemdeling die rechtmatig in Nederland verblijf houdt. Ouders: ouders, voogden of verzorgers van een jongere. Ook pleegouders vallen onder dit begrip.
Ondersteuning: ondersteuning bij de arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 7 van de Participatiewet, artikel 36 van de IOAW en artikel 36 van de IOAZ, bijstand als bedoeld in artikel 7 van de Participatiewet, een uitkering als bedoeld in artikel 5 van de IOAW en een uitkering als bedoeld in artikel 5 van de IOAZ, ondersteuning als bedoeld in artikel 2 lid 1 en artikel 2 lid 2 van het BBZ 2004, maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wmo, jeugdhulp als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet, schuldhulpverlening als bedoeld in artikel 1 van de Wgs, of een vervoersvoorzienig als bedoeld in hoofdstuk 3 (vervoer naar school). Ondersteuning-op-maat: een op de inwoner afgestemde voorziening. Als het gaat om een voorziening in het kader van de Wmo: een maatwerkvoorziening. Als het gaat om een voorziening in het kader van de Participatiewet: een voorziening bij de arbeidsinschakeling, bijstand in de kosten van levensonderhoud of bijzondere bijstand. Als het gaat om een voorziening in het kader van de IOAW en IOAZ: ondersteuning bij de arbeidsinschakeling of een uitkering. Als het gaat om ondersteuning in het kader van het Bbz 2004: bijstand in de kosten van levensonderhoud en bijstand ter voorziening in de behoefte van bedrijfskapitaal.
Als het gaat om schuldhulpverlening als bedoeld in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening: op de inwoner afgestemde hulp bij het aflossen van schulden. Als het gaat om een voorziening in het kader van de Jeugdwet: een voorziening die op een jeugdige of zijn ouders is afgestemd als bedoeld in artikel 2.3 van de Jeugdwet. Als het gaat om een voorziening in het kader van leerlingenvervoer: een vervoersvoorziening. Als het gaat om een voorziening in het kader van de Gemeentewet: Kindpakket en Geluksbudget. Ondersteuningsvraag: de behoefte aan
Bijlage bij Raadsvoorstel Wijziging Integrale verordening sociaal domein, december 2023
Peildatum: de datum waartegen een inwoner een aanvraag voor het Kindpakket of het Meedoenbudget voor ouderen doet. Peiljaar: peiljaar als bedoeld in artikel 4, zevende lid, van de Wet op het primair onderwijs. Als peiljaar moet op grond van voornoemd artikel worden aangemerkt het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarin het schooljaar waarvoor een tegemoetkoming wordt gevraagd, begint. Dit is bijvoorbeeld voor het schooljaar 2020-2021 het jaar 2018. Persoonlijke situatie: alle omstandigheden, mogelijkheden en persoonskenmerken van de inwoner die van belang zijn, inclusief de behoefte van de inwoner en de godsdienstige en levensbeschouwelijke overtuiging. Pgb: persoonsgebonden budget, een geldbedrag waarmee iemand zelf hulp(middelen) in kan kopen. Pgb-plan: een plan van aanpak dat de inwoner opstelt over de hulp die hij nodig heeft en die hij met het pgb wil inkopen. In het plan geeft de inwoner onder andere aan welke hulpverlener op welke manier en op welke momenten de noodzakelijke hulp gaat geven en hoe de kwaliteit en de continuïteit van die hulp gewaarborgd worden. PIP: het Persoonlijk plan Inburgering en Participatie, bedoeld in artikel 15 van de Wet inburgering 2021. Praktijkroute: dit is een extra toegangsroute om inwoners met een arbeidsbeperking in het doelgroepregister van de banenafspraak op te nemen.
Via deze route wordt op de werkplek vastgesteld of iemand vanwege zijn beperkingen zelf in staat is om het wettelijk minimumloon (WML) te verdienen. Lukt dat niet, dan wordt diegene opgenomen in het doelgroepregister en is een beoordeling door het UWV niet meer nodig. Professionele hulpverlener: persoon die beroepsmatig hulp verleent en voldoet aan de eisen die daaraan zijn gesteld. Samenwerkingsverband: 1°. voor het primair onderwijs: samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 18a, tweede en vijftiende lid, van de Wet op het primair onderwijs; of 2°. voor het voortgezet onderwijs: samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 17a, tweede en zestiende lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs. Samenwonenden: inwoners die een gemeenschappelijke huishouding voeren als bedoeld in artikel 3 van de Participatiewet. School: 1°. basisschool of speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs; 2°. school voor speciaal onderwijs of speciaal en voortgezet speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra; of 3°. school voor voortgezet onderwijs als bedoeld
ondersteuning die de inwoner bij de melding heeft. Openbaar vervoer: voor een ieder openstaand personenvervoer per bus, trein, metro, tram, veerdienst of een andere vorm van openbaar vervoer, zoals bijvoorbeeld de regiotaxi. Passend: op maat, doelmatig en doel- en resultaatgericht. Passend werk: werk dat past bij wat jij kunt en weet. Peildatum: de datum waartegen een inwoner een aanvraag voor het Kindpakket of het Meedoenbudget voor ouderen doet. Peiljaar: peiljaar als bedoeld in artikel 4, zevende lid, van de Wet op het primair onderwijs. Als peiljaar moet op grond van voornoemd artikel worden aangemerkt het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarin het schooljaar waarvoor een tegemoetkoming wordt gevraagd, begint. Dit is bijvoorbeeld voor het schooljaar 2020-2021 het jaar 2018. Persoonlijke situatie: alle omstandigheden, mogelijkheden en persoonskenmerken van de inwoner die van belang zijn, inclusief de behoefte van de inwoner en de godsdienstige en levensbeschouwelijke overtuiging. Pgb: persoonsgebonden budget, een geldbedrag waarmee iemand zelf hulp(middelen) in kan kopen. Pgb-plan: een plan van aanpak dat de inwoner opstelt over de hulp die hij nodig heeft en die hij met het pgb wil inkopen.
In het plan geeft de inwoner onder andere aan welke hulpverlener op welke manier en op welke momenten de noodzakelijke hulp gaat geven en hoe de kwaliteit en de continuïteit van die hulp gewaarborgd worden. PIP: het Persoonlijk plan Inburgering en Participatie, bedoeld in artikel 15 van de Wet inburgering 2021. Praktijkroute: dit is een extra toegangsroute om inwoners met een arbeidsbeperking in het doelgroepregister van de banenafspraak op te nemen. Via deze route wordt op de werkplek vastgesteld of iemand vanwege zijn beperkingen zelf in staat is om het wettelijk minimumloon (WML) te verdienen. Lukt dat niet, dan wordt diegene opgenomen in het doelgroepregister en is een beoordeling door het UWV niet meer nodig. Preferent werkproces loonkostensubsidie: en landelijk werkproces voor loonkostensubsidie dat het voor werkgevers makkelijker maakt om mensen met een arbeidsbeperking aan te nemen. Professionele hulpverlener: persoon die beroepsmatig hulp verleent en voldoet aan de eisen die daaraan zijn gesteld. Samenwerkingsverband: 1°. voor het primair onderwijs: samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 18a, tweede en vijftiende lid, van de Wet op het primair onderwijs; of 2°. voor het voortgezet onderwijs: samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 17a,