CConstaterende datSchagen
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 1 memo werkwijze spuitvrije zone (jan 2026)

Gemeenteraad 17 februari 2026, gemeente SchagenBij agendapunt: Concept Nota van uitgangspunten omgevingsplan kernen1.667 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Notitie Voor Van Onderwerp Betreft Datum C.c.

: Simco Kruijer : Brigitte van Yperen : Nieuwe Werkwijze spuitvrije zone bij ruimtelijke ontwikkelingen : Informeren ontwikkelingen spuitvrije zone : 12 januari 2026 : Nienke Melching

In deze notitie wordt kort uiteengezet wat de ontwikkelingen zijn op het gebied van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen nabij woningen en natuur. Achtereenvolgens beschrijft dit memo, wat de werkwijze was, hoe de jurisprudentie zich heeft ontwikkeld en hoe de werkwijze is geworden. Werkwijze 2023 Het college heeft in 2023 besloten om bij de besluitvorming van ruimtelijke plannen per project te beslissen welke van de 3 opties het college wil toepassen: 1. het aanhouden van een afstand van 50 meter tot het agrarische perceel; 2. het afwachten tot het nieuwe onderzoeksmodel beschikbaar is; 3. in het betreffende bestemmingsplan onderbouwen dat een locatie specifiek onderzoek wordt opgesteld waarbij mogelijk afgeweken kan worden van de spuitzone van 50 meter. Voor optie 3 werd de volgende redenatie aangehouden:

Daarbij zou tevens de navolgende motivering kunnen worden gehanteerd om, in de gevallen waar dit passend is, de spuitzone terug te brengen tot wel 12,5 meter. De afstand van 50 meter is blijkens een uitspraak van de Afdeling uit 2004 (ABRvS 23 juni 2004, ECLI:NL:RVS:2004:AP3436) gebaseerd op het toenmalige beleid van de provincie Gelderland voor de toelating van nieuwe gevoelige functies nabij boomgaarden en boomteeltpercelen. Ten tijde van dat beleid gold op grond van artikel 13 van de Bestrijdingsmiddelenwet 1963, het daarop gebaseerde “Lozingenbesluit open teelt en veehouderij” en de bijbehorende “Regeling testmethoden driftarme doppen Lozingenbesluit open teelt en veehouderij” een verplichting om driftreductie toe te passen van minimaal 50%. Op grond van het huidige Activiteitenbesluit dient echter standaard een driftreducerende techniek te worden gehanteerd van minimaal 75%. Dat is een norm die kortom de helft strenger is geworden dan de norm die gold bij de uitspraak van de Afdeling van 2004 over het beleid van de provincie Gelderland. Omdat de inmiddels verplicht toegepaste driftreductie zorgt voor fors minder drift, zou men onderbouwen dat bedoelde afstand van 50 meter op dit moment in principe kan worden gehalveerd tot 25 meter.

En als er sprake is van akkerbouw, sierteelt (zoals bloemen en/of bloembollen) of tuinbouw: Gelet op de omstandigheid dat het beleid van de provincie Gelderland in 2004 betrekking had op teelt in boomgaarden en boomteelt, waarbij voornamelijk opwaarts of zijwaarts wordt gespoten, zou men daarnaast ook kunnen betogen dat de juist genoemde afstand van 25 meter in principe nogmaals kan worden gehalveerd tot 12,5 meter, op het moment dat uitsluitend sprake is van neerwaarts spuiten zoals in akkerbouw, sierteelt (zoals bloemen en/of bloembollen) of tuinbouw.

Ontwikkelingen Rechtspraak Gebleken is dat deze redenatie uit 2023 niet meer houdbaar is. Uit de vele uitspraken 1is gebleken dat bovengenoemde redenatie geen stand houdt. Bij ontwikkelingen waarbij de gevoelige functie wordt geïntensiveerd, dus daar waar bijvoorbeeld woningen of andere gevoelige functies (daar waar mensen langdurig verblijven) worden toegevoerd zijn de uitspraken zeer schaars waarbij een kortere afstand van 50 meter door de Raad van State is geaccepteerd. In de nieuwe werkwijze wordt er dan ook onderscheidt gemaakt tussen ontwikkelingen waarbij de gevoelige functie intensiveert en waarbij de gevoelige functie niet intensiveert. Dat laatste is bijvoorbeeld het geval waarbij een agrarische bedrijfswoning wordt omgezet naar een burgerwoning. Als er op basis van een locatie specifiek onderzoek kan worden onderbouwd dat er een kortere afstand kan worden aangehouden dan werken we hier aan mee. De wijziging naar een woonbestemming is een planologische wijziging die niet zonder overleg met de eigenaren of gebruikers van belendende percelen wordt doorgevoerd. In het kader van het omgevingsoverleg (participatie) kan samen met de agrariër gekeken worden of het mogelijk is de spuitactiviteiten te beperken en juridisch te begrenzen, ten behoeve van de woonfunctie. Deze redenatie ligt in twee zaken voor bij de rechtbank Noord-Holland.

Een belangrijke uitspraak heeft het Hof op 22 juli 2025 2 gedaan. Het Hof onderstreept dat het gebruik van bepaalde bestrijdingsmiddelen in de sierteelt “waarschijnlijk schadelijk is voor de gezondheid”, en dat de omwonenden onvoldoende bescherming genieten. Er wordt bovendien gewezen op het voorzorgsbeginsel. Als er serieuze aanwijzingen zijn dat stoffen schadelijk kunnen zijn voor mens en milieu, dan moet er ingegrepen worden – ook als nog niet alle wetenschappelijke onzekerheden zijn weggenomen. Volgens het hof is er in deze zaak sprake van bijzondere omstandigheden. Er is namelijk gedurende de toelatingsprocedure van de door de teler te gebruiken middelen geen onderzoek verricht naar risico’s op neurodegeneratieve ziektes die op latere leeftijd optreden, zoals de ziekte van Parkinson. Ook is er geen onderzoek gedaan naar risico’s op ontwikkelingsstoornissen voor jonge en ongeboren kinderen. Tevens is er alleen gekeken naar de risico’s bij blootstelling aan een individueel middel en niet naar de effecten van het gebruik van een cocktail van middelen. De te gebruiken middelen leveren, zeker in een cocktail van middelen, echter wel een potentieel gevaar op voor het ontstaan van deze aandoeningen. Het gebruik van bepaalde gewasbeschermingsmiddelen binnen 250 meter rondom woningen werd door het Hof verboden.

Kortom: in de rechtspraak wordt 50 meter als “niet onredelijk” gezien en 250 meter als een “zorgvuldige afstand”. Wij blijven de ontwikkelingen van de rechtspraak zorgvuldig volgen en passen daar nodig de werkwijze op aan. Provinciale ontwikkelingen Op 12 november 2025 heeft de Provincie Noord-Holland het onderzoeksrapport gebruik van PFASpesticiden en risico’s voor grondwater en bodem gepubliceerd 3wat is uitgevoerd in opdracht van de provincies. "Van de onderzochte provincies heeft provincie Noord-Holland, met bijna 14.000 kg op het totale landbouwareaal, op basis van de gegevens uit 2020, te maken met het meest omvangrijke gebruik 1 2

RvS 18 september 2013 ECLI:NL:RVS:2013:1154; RvS 6 februari 2025 ECLI:NL:RVS:2025:446; ECLI:NL:GHSHE:2025:2043

3

https://www.noord-holland.nl/Actueel/Archief/2025/November_2025/Gebruik_van_PFAS_pesticiden_en_risico_s_vo or_grondwater_en_bodem

van PFAS-pesticiden. 40% van de PFAS-pesticiden worden toegepast in de teelt van tulpenbollen, dat in de provincie op een aanzienlijk areaal plaatsvindt. De teelt van aardappelen, met name pootaardappelen, maar in mindere mate ook consumptieaardappelen, beslaan in Noord-Holland ook een aanzienlijk areaal en leveren daarmee ook een aanzienlijk aandeel in het totale gebruik van PFAS-pesticiden. Daarnaast worden PFAS-pesticiden gebruikt in gewassen als lelies, bloemkwekerijgewassen, wintertarwe, suikerbieten en een aantal kleinere teelten” De aan bestrijdingsmiddelen verbonden gevaren verwezenlijken zich onder andere doordat bestrijdingsmiddelen zich verspreiden buiten de akkers waarop zij worden toegepast. Verspreiding vindt op verschillende manieren plaats, onder andere door verwaaiing/drift, verdamping en depositie, af- en uitspoeling naar het oppervlakte- en grondwater, alsmede door hechting aan bodemdeeltjes en verwaaiing daarvan. Er zijn geen wetenschappelijke studies waarin een afstand is vastgesteld waarover bestrijdingsmiddelen zich in elk geval niet meer verspreiden 4. Uit de Bestrijdingsmiddelenatlas volgt dat het oppervlaktewater in (nagenoeg) heel Nederland is verontreinigd met bestrijdingsmiddelen. De toestand van het oppervlaktewater in de Kop van Noord-Holland is zorgwekkend.

In het rapport van CLM wordt ook geadviseerd om PFAS-pesticiden zo snel mogelijk te verbieden. In het belang van een goede grondwaterkwaliteit wil het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) zo snel mogelijk stappen zetten. De versnelde herbeoordeling van stoffen in Europa is al langer een pleidooi van het Ctgb. Het college vindt het niet meer verantwoord om nog langer te wachten op de afronding van het reguliere Europese proces. Het Ctgb gaat 46 gewasbeschermingsmiddelen die PFAS bevatten met spoed tussentijds opnieuw beoordelen. Op 7 juli 2025 heeft Provinciale Staten, met het oog op de tussenevaluatie Kaderrichtlijn Water in Noord-Holland, waaruit blijkt dat geen van de oppervlaktewaterlichamen voldoet aan de doelen van de KWR, een motie aangenomen om te onderzoeken hoe de Omgevingsverordening NH2022 kan worden aangepast zodat de uitbreiding in oppervlakte van sierteelt en het tijdelijk verhuren van grasland ten behoeven van sierteelt, uitsluitend mogelijk gemaakt kan worden voor bedrijven die zonder chemische-synthetische gewasbeschermingsmiddelen werken. Wij blijven de provinciale ontwikkelingen op de voet volgen en informeren het college of de raad hier tijdig over. Maatschappelijke ontwikkelingen De laatste jaren leidt het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen tot steeds grotere maatschappelijke zorgen en spanningen.

Wetenschappers luiden de noodklok over de risico’s die het grootschalige gebruik van gewasbeschermingsmiddelen meebrengt voor mens, dier en het milieu. Burgers spannen rechtszaken aan tegen telers die veel bestrijdingsmiddelen gebruiken en in toenemende mate verbieden of beperken rechters het gebruik van deze middelen. Ook het college kan worden geconfronteerd met handhaafverzoeken op basis van het voorzorgsbeginsel artikel 2.11 Bal of worden verzocht om een maatwerkvoorschrift te stellen om het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen nabij woningen of natuur te bepreken. De meldingen die hierover zijn binnengekomen zijn doorgestuurd naar de NVWA of de Omgevingsdienst. Tot handhavend optreden heeft het tot nu toe niet geleidt.

Nieuwe werkwijze

4

Zie in dit verband ECLI:NL:RVS:2025:1428, punt 5.4.

Bij de nieuwe werkwijze is aangesloten bij het kennisdocument omgaan met 50 meter spuitvrije zone bij nieuwbouw, de handreiking aanpak spuitvrije zone bij nieuwbouwprojecten van de RVO (bijlage 1 en 2) en de rechtspraak.

In geval van intensivering van de gevoelige functie, door bijvoorbeeld het bouwen van nieuwe

woningen of logies, wordt een spuitvrije zone van 50 meter gehanteerd. In (zeldzame) bijzondere omstandigheden kan er een kortere afstand worden aangehouden (optie 1) waarbij de rechtspraak en ontwikkelingen nauwlettend gevolgd worden. Bij ruimtelijke ontwikkelingen waarbij de gevoelige functie niet wordt geïntensiveerd zoals het omzetten van een agrarische bedrijfswoning naar een burgerwoning onderzoeken wij aan de hand van een locatie specifieke onderbouwing of er in dat specifieke geval de afstand kan worden verkort (optie 1). Hierbij moet worden opgemerkt dat bij keuze voor optie 3b de spuitvrije zone ruimtelijk kan worden vastgelegd met een maatwerkvoorschrift5. We hebben de huidige woningbouwprojecten geïnventariseerd op de minimale afstand van 50 meter. Bijna alle projecten hebben een afstand van 50 meter aangehouden of zijn in de tussentijd al onherroepelijk geworden met een kortere afstand. Het project Burgerbrug zijn we nog aan het onderzoeken.

5

30.10.2025 ECLI:NL:RBOBR:2025:6932

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16558806/2