Bijlage 1 Gevallen van buitenplanse omgevingsactiviteiten waarvoor de raad adviseur is
Tekst van het document
Aanwijzing van gevallen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten waarvoor de raad adviseur is
gelet op artikel 16.15a, aanhef en onder b, sub 1 van de Omgevingswet;
1. De gemeenteraad adviseur is, zoals bedoeld in artikel 16.15 van de Omgevingswet, als het gaat om één van de volgende gevallen om een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit: a. Categorieën van gevallen die afwijken van de huidige omgevingsvisie; b. Het wijzigen van het gebruik van bouwwerken al dan niet in samenhang met inpandige bouwactiviteiten buiten de bebouwde kom, mits de wijziging meer bedraagt dan 1500 m2; c. Het oprichten van een intensieve veehouderij; d. Transformatorstations met een capaciteit van 150/20 kV- of groter; e. Het bouwen van meer dan 10 woningen; f. De vestiging van niet agrarische bedrijven in het buitengebied; g. Logiesfuncties voor meer dan maximaal 60 arbeidsmigranten; h. Nieuwe agrarische bebouwing in het buitengebied, waarvoor geen agrarisch bouwvlak is opgenomen; i. Een antenne-installatie hoger dan 50m; j. Indien 50% lokaal eigendom van een grootschalig zonnepark groter dan 2 ha niet haalbaar blijkt; met dien verstande dat in geen geval advies hoeft te worden gevraagd indien de aanvraag wordt afgewezen.
Toelichting besluit adviesrecht buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. In de Omgevingswet wordt een mogelijkheid gecreëerd voor de gemeenteraad om gevallen van activiteiten aan te wijzen waarbij het college verplicht advies moet vragen aan de raad. Dit kan alleen voor aanvragen omgevingsvergunning waar sprake is van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Dit zijn omgevingsplanactiviteiten waarvoor de omgevingsvergunning niet kan worden verleend met toepassing van daarvoor in het omgevingsplan zelf opgenomen regels, maar waarbij moet worden gekeken naar het criterium ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’. Het door de gemeenteraad gegeven advies kan het college in deze gevallen niet naast zich neerleggen. Het is een bindend advies. De aanvraag om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit wordt voorbereid via de reguliere procedure met een beslistermijn van 8 weken. Uitgangspunt voor het opstellen van dit besluit en de categorieën is de huidige vastgestelde lijst van gevallen waarin de raad heeft bepaald geen VVGB hoeft te worden afgegeven. Hierin staan over het algemeen genomen activiteiten met een geringe impact op de leefomgeving. Onder de Omgevingswet wordt dit stelsel omgedraaid; geen lijst met gevallen waarvoor geen VVGB hoeft te worden afgegeven, maar aangewezen gevallen waarvoor wel adviesrecht geldt.
Alleen die gevallen waarvan van tevoren al duidelijk is dat deze een grote impact kunnen hebben, worden aangewezen. Het betreft enkele specifiek genoemde ontwikkelingen (realisatie van windturbines, zonneparken of meer dan 60 slaapplaatsen voor arbeidsmigranten) en meer in het algemeen nieuwe stedelijke ontwikkelingen als bedoeld in artikel 5.129g van het Besluit kwaliteit leefomgeving op een bepaalde locatie of van een bepaalde omvang. Het gaat hier bijvoorbeeld om de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, van kantoren, een detailhandelsvoorziening of een andere stedelijke voorziening, die voldoende substantieel is. Ontwikkelingen met een geringe omvang/impact vallen hier dus niet onder. Bij woningbouw moet het bijvoorbeeld gaan om meer dan 11 woningen. Er is in dit besluit gekozen voor een beleidsneutrale omkering van de VVGB-lijst omdat in de transitieperiode van 2022 tot en met 2029 nog wordt gewerkt met een groot deel van de huidige bestemmingsplanregels (tijdelijk deel van het omgevingsplan), maar ook om na te gaan of en hoe dit adviesrecht binnen de procedurele beslistermijn van 8 weken past. Dit betekent niet automatisch dat deze lijst tot die periode in deze vorm moet blijven bestaan, jaarlijkse evaluatie van de werking van dit besluit verdient aanbeveling.
Zo kan er snel worden ingesprongen op onvoorziene ontwikkelingen of onwenselijke uitkomsten. De toevoeging van het met terugwerkende kracht in werking laten treden van dit besluit heeft te maken met de grondslag waarop het wordt genomen. De Omgevingswet biedt de gemeenteraad de mogelijkheid om gevallen aan te wijzen, maar dit kan pas op het moment dat de Omgevingswet in werking is getreden. Om te voorkomen dat aanvragen om omgevingsvergunning voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten tussen de wal en het schip terechtkomen, zal dit besluit voor deze korte periode terugwerken.