CConstaterende datSchagen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 bij Zienswijze CVAH MODEL MARKTVERORDENING 2026

Gemeenteraad 23 juni 2026, gemeente SchagenBij agendapunt: Actualisatie Marktverordening2.867 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

CVAH MODEL MARKTVERORDENING 2026 De raad van de gemeente ...; gelezen het voorstel van het college van ... (datum), nr. ..., inzake ...; gelet op artikel 147, eerste lid, alsmede artikel 149 en artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g van de Gemeentewet; gezien het advies van ...; overwegende dat het wenselijk is regels te stellen voor een ordelijk verloop van de markt(en); B E S L U I T: vast te stellen de volgende Marktverordening [naam gemeente …]

HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1. Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. markt: de door het college ingestelde warenmarkt; b. marktterrein: de door het college bij instelling van de markt aangewezen en afgebakende locatie voor de markt; c. standplaats: de ruimte die voor de duur van de markt aan een vergunninghouder is aangewezen voor het uitoefenen van de markthandel; d. vaste standplaats: de standplaats die voor de vergunningsduur ter beschikking is gesteld aan een vergunninghouder; e. dagplaats: de standplaats die voor één marktdag ter beschikking is gesteld aan een vergunninghouder; f. standwerken: de activiteit waarbij de vergunninghouder publiek om zich heen verzamelt en dat publiek door een aansprekende uiteenzetting probeert over te halen tot de aankoop van een artikel; g. standwerkersplaats: de standplaats die voor één marktdag ter beschikking wordt gesteld om te standwerken; h. vergunninghouder: degene aan wie door het college vergunning is verleend voor het innemen van een vaste, dag- of standwerkersplaats; i. vergunningsduur: de duur van de verstrekte vergunning; j. selectieprocedure: procedure waarbij de toewijzing van vrijkomende vaste standplaatsen plaatsvindt op basis van een door het college vast te stellen beoordeling en selectie; k.

anciënniteitlijst: de lijst waarop door het college in volgorde van de datum waarop zij voor het eerst een vaste standplaats hebben gekregen de vergunninghouders van een vaste standplaats bijhoudt; l. artikelengroepen of branches: de door het college vastgestelde goederen die op de markt worden aangeboden; m. marktmeester: de persoon die als zodanig is aangewezen door het college.

1

Artikel 2. Toepassingsgebied Deze verordening is uitsluitend van toepassing op de door het college krachtens artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g ingestelde warenmarkt(en). Artikel 3. Inrichting van de markt; branche-indeling 1. Het college bepaalt ten aanzien van de markt: a. het aantal standplaatsen; b. de afmetingen van de standplaatsen; c. de vergunningsduur; d. de opstelling en indeling van de markt; e. welke standplaatsen worden toegewezen als vaste standplaats en als standwerkersplaats. 2. Het college kan voor de markt vast- of instellen: a. een lijst met artikelengroepen of branches; b. een maximum aantal standplaatsen per branche; c. een selectiecommissie voor toewijzing van vergunningen. Artikel 4. Nadere regels Het college is bevoegd nadere regels te stellen betreffende het bepaalde in deze verordening. Artikel 5. Verplaatsing Uitsluitend indien er sprake is van een dringende reden van openbare orde kan het College besluiten de markt op een andere tijd of plaats te organiseren. Artikel 6. Voorschriften en beperkingen 1. Het college kan voorschriften en beperkingen verbinden aan een krachtens deze verordening verleende vergunning of ontheffing, ter bescherming van de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist. 2.

Diegene aan wie krachtens deze verordening een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen in acht te nemen. HOOFDSTUK 2. BEPALINGEN OVER VERGUNNINGEN Artikel 7. Standplaatsvergunning Het is verboden een standplaats op een markt in te nemen zonder vergunning van het college. Artikel 8. Vereisten vergunning Voor toewijzing van een vergunning voor een standplaats komt uitsluitend in aanmerking een handelingsbekwaam natuurlijk persoon die de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt, die gerechtigd is in Nederland arbeid te verrichten en een aanvraag voor een vergunning heeft ingediend bij het college.

2

Artikel 9. Intrekking vaste standplaatsvergunning 1. Het college trekt een vaste standplaatsvergunning in: a. op schriftelijk verzoek van de vergunninghouder; b. bij overlijden van de vergunninghouder, tenzij de vergunning wordt overgeschreven op grond van artikel 6 Marktreglement gemeente [naam gemeente…]. 2. Het college kan een vaste standplaatsvergunning intrekken: a. indien ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt; b. indien de vergunninghouder niet meer voldoet aan de in artikel 6 genoemde vereisten. 3. Indien degene op wie een vergunning op grond van artikel 6 Marktreglement gemeente [naam gemeente…] is overgeschreven, beschikte over een vergunning voor een andere standplaats op dezelfde markt, wordt deze vergunning ingetrokken. HOOFDSTUK 3. STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN Artikel 10. Intrekking en schorsing vaste standplaatsvergunning Onverminderd het bepaalde in artikel 9 kan het college een vergunning voor een vaste standplaats, al dan niet voorwaardelijk, intrekken dan wel telkens voor ten hoogste vier achtereenvolgende marktdagen schorsen, indien de vergunninghouder of een persoon die hem bijstaat: a. het bepaalde bij of krachtens deze verordening of de voorschriften van de vergunning overtreedt; b. zich schuldig maakt aan wangedrag of bedrog; c.

niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld voldoet, dat wordt geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet. Artikel 11. Uitsluiting dagplaatshouder of standwerker Het college kan een aanvrager van een dagplaats of een standwerkersplaats van de toewijzing van een dagplaats of een standwerkersplaats uitsluiten voor ten hoogste vier marktdagen, indien deze: a. het bepaalde bij of krachtens deze verordening overtreedt; b. zich schuldig maakt aan wangedrag of bedrog; c. niet als standwerker actief is op een hem toegewezen standwerkersplaats; d. niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld voldoet, dat wordt geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet. Artikel 12. Onmiddellijke verwijdering Onverminderd het bepaalde in artikel 125 van de Gemeentewet kan het college een vergunninghouder gelasten zich onmiddellijk van de markt te verwijderen indien hij: a. het bepaalde bij of krachtens deze verordening of de voorschriften van de vergunning overtreedt; b. zich op de markt schuldig maakt aan wangedrag of bedrog; c. niet als standwerker actief is op een hem toegewezen standwerkersplaats. Artikel 13. Strafbepaling Overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze verordening wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie.

3

Artikel 14. Toezichthouders Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de marktmeester en de bij besluit van het college aangewezen personen. Artikel 15. Intrekking oude regeling De Verordening... [PM huidige marktverordening], vastgesteld op... [datum], wordt ingetrokken. Artikel 16. Overgangsbepalingen 1. Een krachtens de Verordening [naam oude verordening…] verleende vergunning of ontheffing geldt als vergunning of ontheffing krachtens deze verordening. 2. De anciënniteitlijst die geldt ten tijde van intrekking van Verordening [naam oude verordening…] blijven gelden bij inwerkingtreding van deze verordening. 3. Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om vergunning op grond van de Verordening [naam oude verordening…] is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening niet definitief op de aanvraag is beslist, wordt daarop deze verordening toegepast. Artikel 17. Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de … dag na die waarop zij is bekendgemaakt. Artikel 18. Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Marktverordening gemeente naam gemeente...] 2026 Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van ... [datum]. De voorzitter, De griffier,

4

Toelichting bij de CVAH Model marktverordening 2024 In 2024 heeft de CVAH ten behoeve van gemeenten een model marktverordening opgesteld. De tekst van dit model was toe aan een “update” gezien alle ontwikkelingen op het gebied van schaarse vergunningen en de Dienstenrichtlijn, in Nederland omgezet in de Dienstenwet. Gemeenten kunnen van deze model verordening gebruik maken om hun marktverordeningen te actualiseren. In deze toelichting wordt aangegeven wat de achtergrond is van de diverse bepalingen. Inhoud Hoofdstuk 1 van de Marktverordening bevat een aantal algemene bepalingen die betrekking hebben op de markt in zijn geheel. Hoofdstuk 2 bevat de bepalingen over de vergunning, de vergunningverlening en de intrekking van de vergunning. In hoofdstuk 3 worden de straf-, overgangs- en slotbepalingen genoemd. Artikelsgewijze toelichting Artikel 1 Begripsomschrijvingen In dit artikel wordt een aantal begrippen dat in de verordening wordt gehanteerd, gedefinieerd. De begrippen spreken voor zich. Artikel 2 Toepassingsgebied In de marktverordening wordt een regeling gegeven voor de warenmarkt(en) die door het college zijn ingesteld. De regulering van andere ambulante handel is te vinden in de Algemene plaatselijke verordening (APV) en nadere regels en/of beleid daarover.

Artikel 3 Inrichting van de markt; branche-indeling Op grond van het eerste lid, onder a, stelt het college het aantal standplaatsen op de markt vast met onder meer als doel het aantrekkelijk maken van de markt voor de consumenten. Bij de opstelling en indeling van de markt als bedoeld in het eerste lid, onder d, wordt rekening gehouden met de verschillende branches en de veiligheidseisen die voor bakplaatsen gelden. Het tweede lid schept de mogelijkheid een beperkt aantal kooplieden per branche toe te laten. Hierdoor wordt bereikt dat op de markt een zo groot mogelijke verscheidenheid aan branches aanwezig is en wordt voorkomen dat te veel kooplieden van één branche op de markt optreden. Hierdoor wordt de markt aantrekkelijker voor de consument. Het college kan voor de markt een branchepatroon vaststellen. Het branchepatroon zorgt ervoor dat de markt een zo breed mogelijk assortiment heeft en behoudt. Het aantal branches op een markt is in principe onbeperkt als het gaat om de hoofdbranches. Deze zijn weer onder te verdelen in subbranches. Per branche wordt vastgesteld hoeveel kooplieden worden toegelaten. Uitgangspunten bij het vaststellen van het brancheringspatroon zijn de zorg voor diversiteit, de zorg voor een breed aanbod, geen afscherming van concurrentie en de mogelijkheid van uitbreiding voor kooplieden.

Het vastgestelde branchepatroon dient regelmatig te worden getoetst op basis van inpasbaarheid en wenselijkheid. In verband met de selectieprocedure dient door het college een selectiecommissie te worden ingesteld. Van belang is dat deze commissie representatief is en voldoende kennis heeft om onafhankelijk, objectief en zorgvuldig te selecteren. 5

Artikel 4 Nadere regels Het college is op grond van dit artikel bevoegd nadere regels te stellen. Die nadere regels zijn onder andere uitgewerkt in het Model marktreglement van de CVAH. Artikel 5 Verplaatsing Omdat een wijziging, verplaatsing of afgelasting van de markt schadelijk is voor de vergunninghouders op de markt dient deze bevoegdheid slechts in het uiterste geval en alleen bij een dringende reden van openbare orde te worden toegepast. De CVAH adviseert gemeenten om in overleg met de betrokken ondernemers beleid te maken met betrekking tot de vraag wanneer deze bevoegdheid wordt toegepast, welke procedure daarbij wordt toegepast en welke voorwaarden bij toepassing van deze bevoegdheid gelden (inpassing van de markt, tijdig overleg, termijn van bekendmaking etc.). Artikel 6 Voorschriften en beperkingen Door aan een vergunning of ontheffing voorschriften en beperkingen te verbinden, kan een verfijning in de gewenste rechtstoestand worden aangebracht. De in het eerste lid genoemde belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist, zijn de gemeentelijke belangen van openbare orde, zedelijkheid en gezondheid, beperking van overlast, regulering van het woon- en leefklimaat en de veiligheid binnen de gemeente.

Niet-nakoming van voorschriften die aan een vergunning/ontheffing verbonden zijn, kan grond opleveren voor intrekking van de vergunning/ontheffing of voor toepassing van andere bestuursrechtelijke sancties. De strafbepaling van artikel 13 is eveneens van toepassing. Artikel 7 Standplaatsvergunning De vergunning geeft het recht om een standplaats op de markt in te nemen. De vergunninghouder moet voldoen aan de voorschriften en beperkingen die aan de vergunning zijn verbonden (artikel 6). Artikel 8 Vereisten vergunning De vergunning wordt verleend aan een natuurlijk persoon, niet aan een rechtspersoon. Uiteraard kan het wel zo zijn dat de natuurlijke persoon een onderneming drijft in de vorm van een rechtspersoon. Ook dan wordt de natuurlijke persoon aangemerkt als vergunninghouder. Het is echter niet mogelijk de vergunning op naam van de rechtspersoon te stellen. Een plicht tot verzekering is niet in de verordening opgenomen, aangezien dit niet tot de belangen van de gemeente behoort. De vergunning kan dus niet worden geweigerd indien de aanvrager niet verzekerd is tegen vorderingen tot schadevergoeding, waartoe hij als vergunninghouder op een markt krachtens wettelijke aansprakelijkheidsbepalingen zou kunnen worden verplicht wegens aan derden toegebrachte schade.

Artikel 9 Intrekking vaste standplaatsvergunning Tot intrekking van de vaste standplaatsvergunning wordt altijd op de in het eerste lid genoemde gronden overgegaan. In het tweede lid worden intrekkingsbevoegdheden (‘kan’ betekent: is bevoegd, dat wil zeggen is niet verplicht) genoemd ten aanzien van de vergunning. Bij dagplaatsen en standwerkersplaatsen ligt intrekking van de vergunning minder voor de hand. Daarom is deze bepaling beperkt tot de vaste standplaatsvergunning. Ten aanzien van 6

dagplaatsen en standwerkersplaatsen zal eerder worden overgegaan tot bestuursdwang of onmiddellijke verwijdering op grond van artikel 12. Artikel 10 Intrekking en schorsing vaste standplaatsvergunning In artikel 10 worden de gronden genoemd waarop een vergunning voor een vaste standplaats kan worden ingetrokken of geschorst. Het artikel heeft een facultatief karakter. Het hangt van de omstandigheden af of tot intrekking of schorsing wordt overgegaan. De CVAH adviseert gemeenten om sanctiebeleid op te stellen en daarin vast te leggen in welke gevallen tot welke maatregelen wordt overgegaan. Gezien de eisen die artikel 10 Dienstenrichtlijn stelt aan vergunningstelsels, namelijk dat op voorhand ondubbelzinnig duidelijk moet zijn onder welke omstandigheden wel of niet aan voorwaarden wordt voldaan, is het de vraag of het algemene begrip ‘wangedrag’ gebruikt kan worden. Het verdient aanbeveling om in het sanctiebeleid vast te leggen wanneer sprake is van ‘wangedrag’ in de zin van artikel 10 onder b. In onderdeel c wordt ervan uitgegaan dat het niet-betalen van marktgeld een grond kan zijn voor intrekking of schorsing van een standplaatsvergunning voor de markt. Artikel 11 Uitsluiting dagplaatshouder of standwerker In artikel 10 is de intrekking of schorsing van een vergunning voor een vaste standplaatsvergunning geregeld.

Intrekking of schorsing ligt uiteraard minder voor de hand bij niet-vaste standplaatsen, maar in de praktijk is het van belang gebleken om naast de bevoegdheid tot onmiddellijke verwijdering (artikel 12) ook een vergunninghouder van een dagplaats of standwerkersplaats langduriger van een plaats op de markt uit te sluiten. In dit artikel is dan ook de mogelijkheid opgenomen om in de daarin genoemde gevallen de vergunninghouder voor maximaal vier marktdagen uit te sluiten van de toewijzing van een dagplaats of een standwerkersplaats. Ook hier geldt de opmerking die in de toelichting bij artikel 10 gemaakt is ten aanzien van het begrip ‘wangedrag’ (artikel 11 onder b). Dit geldt ook voor de vraag wanneer een standwerker wel of niet als standwerker actief is (artikel 11 onder c). Het verdient aanbeveling om ook dit specificeren in sanctiebeleid. Artikel 12 Onmiddellijke verwijdering In artikel 125 van de Gemeentewet is bepaald dat ter uitvoering van wetten, algemene maatregelen van bestuur en provinciale en gemeentelijke verordeningen het gemeentebestuur de bevoegdheid heeft om bestuursdwang toe te passen. Dit artikel bevat voor het college de bevoegdheidsgrondslag om bestuursdwang toe te passen bij overtreding van de marktverordening en de daarop gebaseerde voorschriften.

In de artikelen 5:21 tot en met 5:36 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) worden regels over de besluitvorming omtrent en de toepassing van bestuursdwang (en dwangsom) gegeven. De in artikel 12 geregelde onmiddellijke verwijdering is een vorm van bestuursdwang, waarbij de spoedeisendheid als bedoeld in artikel 5:24, zesde lid, van de Awb wordt verondersteld. Achteraf dient dan het besluit tot het toepassen van bestuursdwang op papier te worden gesteld. Van deze bevoegdheid dient uiteraard alleen in zeer spoedeisende gevallen gebruik te worden gemaakt. Overigens is in artikel 5:23 van de Awb geregeld dat de bepalingen over bestuursdwang niet van toepassing zijn indien wordt opgetreden ter onmiddellijke handhaving van de openbare orde. Op grond van artikel 4:8 van de Awb dienen belanghebbenden bij toepassing van artikel 25 in beginsel in de gelegenheid te worden gesteld hun zienswijze (mondeling dan wel schriftelijk) kenbaar te maken. Artikel 4:11 Awb bepaalt dat dit horen niet nodig is in spoedeisende situaties. Met betrekking tot de invulling van het begrip ‘wangedrag’ (onderdeel b) en de niet actieve standwerker (onderdeel c) zij verwezen naar hetgeen in de toelichting bij artikel 10 en 11 al is opgemerkt. 7

Artikel 13 Strafbepaling Dit artikel spreekt voor zich en behoeft geen toelichting. Artikel 14 Toezichthouders In artikel 5:11 Awb wordt aangegeven dat onder toezichthouder wordt verstaan: een natuurlijk persoon, die bij of krachtens een wettelijk voorschrift is belast met het houden van toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens enig wettelijk voorschrift. Een persoon die aangewezen is als toezichthouder beschikt in beginsel over alle in titel 5.2 van de Awb opgenomen bevoegdheden. Op grond van artikel 5:14 van de Awb kunnen deze bevoegdheden bij verordening of bij besluit van het college worden beperkt. Door toevoeging van de marktmeester is verzekerd dat deze na beëdiging als opsporingsambtenaar kan fungeren. Artikel 15 Intrekking oude regeling Deze bepaling spreekt voor zichzelf. Artikel 16 Overgangsbepalingen Een overgangsregeling als hier opgenomen, is noodzakelijk voor de rechtszekerheid van de betrokkenen. Het is van belang oude rechten te eerbiedigen. In het tweede lid is overgangsrecht opgenomen voor de bestaande anciënniteitlijst. In het derde lid is bepaald dat aanvragen om vergunning die nog niet definitief zijn afgehandeld direct onder de nieuwe verordening komen te vallen. Hiermee wordt voorkomen dat nog lange tijd met de oude verordening moet worden gewerkt.

Voor lopende aanvragen en in behandeling zijnde bezwaarschriften geldt dus de nieuwe verordening. Artikel 17 Inwerkingtreding Deze bepaling spreekt voor zichzelf. Artikel 18 Citeertitel Het is verstandig om in de citeertitel ook het jaartal op te nemen om de betrokken regeling te onderscheiden van de voorgaande regeling.

8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17112426/1