CConstaterende datSchagen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Bestemmingsplan toelichting en regels

Oordeelsvormende vergadering 15 juni 2022, gemeente SchagenBij agendapunt: Vaststellen gecoördineerd bestemmingsplan 'Piet Ottstraat, Schagen en Melchiorstraat'14.922 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Piet Ottstraat, Schagen en Melchiorstraat, Oudesluis

Bestemmingsplan

Status

Vastgesteld

IMRO-code

NL.IMRO.0441.BPFWSCHOUD-VA01

DNS Planvorming BV | Klaprozenweg 75 C | 1033 NN Amsterdam | info@dnsplanvorming.nl

Inhoudsopgave

1 1.1 1.2 1.3 1.4

Inleiding ......................................................................................................................... 4 Aanleiding en doel ........................................................................................................ 4 Ligging plangebied ........................................................................................................ 4 Geldende bestemmingsplannen ................................................................................... 5 Leeswijzer ..................................................................................................................... 6

2

Planbeschrijving ............................................................................................................ 7

3 3.1 3.2 3.2.1 3.2.2 3.2.3 3.2.4 3.3 3.3.1 3.4 3.4.1 3.4.2 3.4.3 3.4.4 3.4.5 3.4.6 3.5

Beleid .......................................................................................................................... 11 Inleiding ....................................................................................................................... 11 Rijksbeleid ................................................................................................................... 11 Nationale Omgevingsvisie .......................................................................................... 11 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) ................................................................................ 11 Nationaal waterbeleid ................................................................................................. 12 Conclusie Rijksbeleid .................................................................................................. 13 Provinciaal beleid ........................................................................................................ 13 Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 en Omgevingsverordening NH2020 ............... 13 Gemeentelijk beleid .................................................................................................... 14 Omgevingsvisie Schagen ...........................................................................................

14 Regionaal Woonakkoord Kop van Noord-Holland 2021-2026.................................... 14 Convenant Regionaal samenwerkingsafspraken woningbouw van de Kop van NoordHolland 2020-2030 (KwK 2020-2030) ........................................................................ 14 Reisgids voor Ruimtelijke Ontwikkelingen .................................................................. 14 Reisgids voor ruimtelijke kwaliteit ............................................................................... 15 Notitie ‘Hoger bouwen in de gemeente Schagen’....................................................... 15 Conclusie beleidskader ............................................................................................... 15

4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13

Milieu- en omgevingsaspecten ................................................................................... 16 Archeologie ................................................................................................................. 16 Cultuurhistorie ............................................................................................................. 16 Bodemkwaliteit ............................................................................................................ 16 Water ........................................................................................................................... 18 Natuur ......................................................................................................................... 18 Bedrijven en milieuzonering ........................................................................................ 20 Verkeer en parkeren ................................................................................................... 21 Geluid .......................................................................................................................... 22 Luchtkwaliteit............................................................................................................... 23 Externe veiligheid ........................................................................................................

24 Duurzaamheid ............................................................................................................. 25 M.e.r.-beoordeling ....................................................................................................... 25 Conclusie milieu- en omgevingsaspecten .................................................................. 26

5 5.1 5.2 5.3

Juridische planbeschrijving ......................................................................................... 27 Algemeen .................................................................................................................... 27 Verbeelding ................................................................................................................. 27 Planregels ................................................................................................................... 27 DNS Planvorming BV | Klaprozenweg 75 C | 1033 NN Amsterdam | info@dnsplanvorming.nl

DNS Planvorming BV

2/49

5.4

Handhaafbaarheid ...................................................................................................... 29

6

Financiële uitvoerbaarheid .......................................................................................... 30

7 7.1 7.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid .............................................................................. 31 Participatie en vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro .......................................................... 31 Procedure.................................................................................................................... 31

REGELS .................................................................................................................................... 32 Hoofdstuk 1

Inleidende regels ............................................................................................. 33

Hoofdstuk 2

Bestemmingsregels ......................................................................................... 37

Hoofdstuk 3

Algemene regels.............................................................................................. 44

Hoofdstuk 4

Overgangs- en slotregels ................................................................................ 48

DNS Planvorming BV

3/49

1

Inleiding

1.1

Aanleiding en doel

Wooncompagnie is voornemens om op twee locaties in de gemeente Schagen sociale huurwoningen te realiseren. Het betreft een locatie aan de Piet Ottstraat in Schagen en een locatie aan de Melchiorstraat in Oudesluis. De voorgenomen ontwikkeling op deze locaties is in strijd met de geldende bestemmingsplannen. Met voorliggend bestemmingsplan wordt een nieuw ruimtelijk regime voor het plangebied van kracht, waarmee de projecten planologisch mogelijk worden gemaakt.

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied bestaat uit twee locaties: 1. Locatie voormalig handbalveld gelegen aan de Piet Ottstraat te Schagen, ten westen van de Spartahal; 2. Locatie voormalig handbalveld gelegen aan de Melchiorstraat te Oudesluis. De locaties zijn hieronder op luchtfoto weergegeven.

Afbeelding 1.1: luchtfoto met ligging plangebied Schagen

DNS Planvorming BV

4/49

Afbeelding 1.2: luchtfoto met ligging plangebied Oudesluis

1.3

Geldende bestemmingsplannen

Per locatie zijn hieronder de geldende bestemmingsplannen beschreven. Locatie 1: Piet Ottstraat Schagen Voor de locatie aan de Piet Ottstraat in Schagen geldt het bestemmingsplan ‘Woongebieden Kern Schagen’, vastgesteld op 20 november 2013. Het plangebied voor deze locatie heeft deels de bestemming Sport en deels de bestemming Verkeer - Verblijfsgebied.

Afbeelding 1.3: Uitsnede verbeelding Woongebied Kern Schagen

DNS Planvorming BV

5/49

Locatie 2: Melchiorstraat Oudesluis Voor de locatie aan de Melchiorstraat te Oudesluis geldt het bestemmingsplan ‘Dorpen langs de Groote Sloot’, vastgesteld op 29 mei 2012. Het plangebied voor deze locatie heeft deels de bestemming Sport en deels de bestemming Groen. Tevens gelden de archeologische dubbelbestemmingen Waarde – Archeologie 2a en Waarde – Archeologie 3.

Afbeelding 1.4: Uitsnede verbeelding Dorpen langs de Groote Sloot

Tevens gelden ter plaatse van de locaties het parapluplan Parkeren (vastgesteld op 7 november 2017) en het paraplu-omgevingsplan 1e tranche (vastgesteld op 30 juni 2020).

1.4

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 van dit bestemmingsplan wordt een beschrijving van de huidige en toekomstige situatie van het plangebied gegeven. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 ingegaan op het vigerende beleid, waarbij het beleid op verschillende bestuursniveaus aan bod komt. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de verschillende milieu- en omgevingsaspecten, waarna in hoofdstuk 5 de juridische aspecten worden toegelicht. Vervolgens wordt in hoofdstuk 6 ingegaan op de uitvoerbaarheid en ten slotte worden in hoofdstuk 7 de maatschappelijke uitvoerbaarheid en de procedure uitgewerkt.

DNS Planvorming BV

6/49

2

Planbeschrijving

Binnen de gemeente Schagen is een grote behoefte aan meer sociale huurwoningen. Met de woningbouwplannen aan de Piet Ottstraat in Schagen en Melchiorstraat in Oudesluis wordt hier invulling aan gegeven. De twee projecten zijn hieronder toegelicht. Piet Ottstraat Schagen Aan de Piet Ottstraat in Schagen is een appartementengebouw met 44 woningen voorzien. In het gebouw worden reguliere sociale huurwoningen opgenomen en woningen voor zogenaamde spoedzoekers die niet binnen de reguliere toewijzingssystematiek op korte termijn in aanmerking komen voor een woning. Uitgangspunt is dat deze spoedzoekers binnen 2 jaar doorstromen naar een volgende woning. Het woongebouw wordt gerealiseerd op twee voormalige handbalvelden, nabij de Spartahal. Het gebouw bestaat uit 4 bouwlagen. De bergingen worden in het hoofdgebouw opgenomen. Er worden nieuwe parkeerplaatsen aangelegd ten westen en oosten van het gebouw..

Afbeelding 2.1: Situatieschets Piet Ottstraat Schagen

DNS Planvorming BV | Klaprozenweg 75 C | 1033 NN Amsterdam | info@dnsplanvorming.nl

DNS Planvorming BV

7/49

Met de 4 bouwlagen wordt qua bouwhoogte aangesloten op de omgeving van het plangebied. Recente en verwachte ontwikkelingen aan de Zuiderweg omvatten 4 laagse woonappartementen en ten oosten van het spoor kantoorbebouwing van 3 bouwlagen met kap. De planlocatie is omgeven door (hogere) beplanting waarvan de boomtoppen ca 8-15 meter ingeschat worden. Tevens ligt de locatie lager vanaf de Zuiderweg gezien, waardoor de waarneembaarheid, visuele hoogte en ruimtelijke impact beperkt zal zijn. De bovenverdieping van de west- en oostgevel wordt terugliggend geplaatst en krijgt verspringende balkons. Het bouwplan leidt niet tot een onevenredige aantasting van het straat- en bebouwingsbeeld. Met toepassing van 4 bouwlagen wordt de kavel bovendien efficiënt benut. De voorgevel van het complex grenst aan het parkeerterrein. In het midden komt een centraal trappenhuis. Tussen het trappenhuis en de woningen in komen galerijen. Het behoudt hierdoor een open karakter. De dichte onderkant van deze gevel bestaat uit een blok met bergingen. Er wordt gebruik gemaakt van een modulair bouwsysteem waarbij de woningen ‘kant en klaar’ in de fabriek worden gemaakt. Op de bouwplaats dienen enkel de installaties te worden gekoppeld. Het materiaalgebruik bestaat uit duurzame materialen (zoals hout en bamboe) De bomen tussen het parkeerterrein en de nieuwbouw zullen worden gekapt en elders worden herplant.

Er blijft wel een groenstrook aanwezig. De aanwezige bomen aan de overige zijden blijven behouden. Melchiorstraat Oudesluis Op de locatie van een voormalig handbalveld aan de Melchiorstraat te Oudesluis worden twee woningblokken met sociale huurappartementen gerealiseerd. De woningen zijn gericht op het huisvesten van 1 of 2 persoonshuishoudens van alle leeftijden. De woonblokken bestaan uit twee bouwlagen met op elke bouwlaag 3 woningen. Het betreft in totaal 12 woningen. De woonblokken bestaan uit twee bouwlagen met op elke bouwlaag 3 woningen. Het betreft in totaal 12 woningen. De schaal en maat van de gebouwen is afgestemd op de omgeving. De gebouwen zijn georiënteerd op het zuidwesten waarbij er vanuit de woningen zicht is op het groen. De bergingen worden geclusterd op het buitenterrein. Het parkeren vindt plaats aan de zuidzijde van het plangebied. De woningen worden uitgevoerd in een modulair bouwsysteem en kunnen daardoor sneller gerealiseerd worden.

DNS Planvorming BV

8/49

Afbeelding 2.2: Schetsontwerp Melchiorstraat Oudesluis

Beeldkwaliteit Op grond van de gemeentelijke Reisgids voor ruimtelijke kwaliteit geldt voor complexen een bijzonder welstandsniveau, waarbij voor het ontwerp een kwaliteitsdialoog met de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit plaatsvindt. Het plan aan de Piet Ottstraat betreft een complex. Het bouwplan in Oudesluis is binnen de (sport)omgeving en gelet op het beoogde gebruiksdoel met huisvesting van een bijzondere doelgroep, ook als huisvestingscomplex te beschouwen. De Reisgids voor ruimtelijke kwaliteit geeft aan dat complexen relatief grote bouwwerken zijn en duidelijk zichtbaar of juist enigszins verscholen aanwezig zijn op grotere terreinen. Doel is een passende vormgeving van de gebouwen bij de omgeving. Relevante objectgerichte criteria zijn: Ligging  Het complex is als zelfstandige eenheid herkenbaar. Hoofdvorm  De massavorm van het hoofdgebouw is passend in de omgeving.  Bijgebouwen en overkappingen moeten qua uitstraling en volume ondergeschikt zijn aan het hoofdgebouw. Vormgeving  De vanaf openbaar gebied zichtbare gebouwen en gevels moeten een representatieve uitstraling hebben.  Technische ruimten en installaties zijn ruimtelijk mee-ontworpen of onder gebracht in het gebouw. Materiaal en kleur  De materiaal- en kleurkeuze is zorgvuldig en passend bij de architectuur van het hoofdgebouw en bij de omgeving.

DNS Planvorming BV

9/49

Eigentijds materiaal- en kleurgebruik is mogelijk mits met respect voor de oorspronkelijke of aanwezige (gebieds)karakteristieken wordt uitgevoerd.

De bouwplannen worden nog uitgewerkt en voorgelegd aan de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit. Na beoordeling van de commissie zal deze paragraaf worden aangevuld met de bevindingen. Het bestemmingsplan wordt voor beide bouwplannen gecoördineerd met de omgevingsvergunning voor bouwen zodat tegelijk met het ontwerpbestemmingsplan ook de definitieve bouwtekeningen ter inzage komen te liggen.

DNS Planvorming BV

10/49

3

Beleid

3.1

Inleiding

Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de inhoud van het ruimtelijk relevante beleid op provinciaal, regionaal en gemeentelijk schaalniveau. Dit beleid vormt het kader waarbinnen de nieuwe ontwikkeling plaats dient te vinden.

3.2

Rijksbeleid

3.2.1 Nationale Omgevingsvisie Vanaf 2022 treedt de nieuwe Omgevingswet in werking. De Omgevingswet bundelt alle huidige wetten over de leefomgeving. Daarbij hoort ook één rijksvisie op de leefomgeving: de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). In de NOVI zijn de maatschappelijke opgaven samengevat in 4 prioriteiten: • ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie • duurzaam economisch groeipotentieel • sterke en gezonde steden en regio’s • toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Met betrekking tot ‘sterke en gezonde steden en regio’s’ is in de NOVI aangegeven dat vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig zijn voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Tegelijk streeft men naar een verbetering naar de leefbaarheid en klimaatbestendigheid in steden en dorpen. Schonere lucht, voldoende groen en water en genoeg publieke voorzieningen waar mensen kunnen bewegen (wandelen, fietsen, sporten, spelen), ontspannen en samenkomen. Betekenis voor het project Voorliggend bestemmingsplan sluit aan op het thema 'sterke en gezonde steden en regio's' uit de NOVI. Met het plan wordt invulling gegeven aan de aanwezige woningbehoefte binnen bestaand stedelijk gebied. De woningen zullen voldoen aan de huidige duurzaamheids-eisen.

3.2.2 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) In artikel 3.1.6, lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is voorgeschreven dat indien bij een bestemmingsplan 'een nieuwe stedelijke ontwikkeling' mogelijk wordt gemaakt, in de toelichting van het bestemmingsplan een verantwoording daarvan moet plaatsvinden. Per 1 juli 2017 is het Bro op enkele onderdelen gewijzigd. Artikel 3.1.6, lid 2 Bro luidt: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.” Betekenis voor het project Met de voorgenomen ontwikkeling worden in totaal 56 woningen mogelijk gemaakt. De plannen zijn opgenomen in het gemeentelijke woningbouwprogramma en zijn regionaal afgestemd. De projecten worden gerealiseerd op locaties die zijn voorzien van een stedelijke bestemming.

DNS Planvorming BV

11/49

De voorgenomen ontwikkeling geeft invulling aan de aanwezige kwantitatieve en kwalitatieve woningbehoefte. In paragraaf 3.4.3 is dit toegelicht. Het woningbouwplan voldoet aan de Ladder voor duurzame verstedelijking en is daarmee gebaseerd op zorgvuldig ruimtegebruik. 3.2.3 Nationaal waterbeleid Europese Kaderrichtlijn Water Sinds december 2000 is de Europese Kaderrichtlijn Water van kracht. De belangrijkste doelstelling is het geven van een kader voor het beheer van oppervlaktewater en grondwater op basis van stroomgebieden en stroomgebieddistricten. De richtlijn wil het duurzaam gebruik van water bevorderen en de gevolgen van overstroming en droogte beperken. Daarnaast wil de richtlijn de aan water gebonden natuur beschermen en verbeteren met als uitgangspunt een goede ecologische toestand van het water. De Commissie Waterbeheer 21e eeuw heeft onderzocht welke maatregelen genomen kunnen worden om Nederland ook in de toekomst veilig en leefbaar te houden. De adviezen van de commissie staan in het rapport ‘Waterbeleid voor de 21e eeuw’. De belangrijkste aanbevelingen waren: anticiperen in plaats van reageren, meer ruimte naast techniek en ‘vasthouden-bergenafvoeren’. Naar aanleiding van de aanbevelingen van de Commissie Waterbeheer 21e eeuw, heeft het kabinet zijn standpunt bepaald in de nota ‘Anders omgaan met water’ (2000).

Deze Nota benadrukt dat het antwoord op de problemen niet alleen ligt in technische oplossingen, maar vooral ook in het ruimte geven aan water (flexibel peilbeheer en ruimtelijke maatregelen in de vorm van calamiteitenberging, piekberging en voorraad-beheer, etc.). Daarnaast moet meer gebruik worden gemaakt van de mogelijkheid om water vast te houden. Als meer water vasthouden niet zomaar gaat, moeten er voorzieningen worden aangelegd om tijdelijk water te bergen. Pas als deze twee mogelijkheden, vasthouden en bergen, zijn gebruikt mag het overtollige water worden afgevoerd. Nota “Anders omgaan met water, Waterbeleid in de 21e eeuw” Met de nota Anders omgaan met water, Waterbeleid in de 21e eeuw wil het Rijk een ander waterbeleid realiseren. Er moet geanticipeerd worden op een stijgende zeespiegel, een stijgende rivierafvoer, bodemdaling en een toename van de neerslag. Nieuwe ruimtelijke besluiten mogen de problematiek van veiligheid en wateroverlast niet ongemerkt vergroten. Bij nieuwe ruimtelijke besluiten moeten de gevolgen voor veiligheid en wateroverlast expliciet in beeld worden gebracht. De nota geeft twee drietrapsstrategieën als uitgangspunten. Voor waterkwantiteit bestaat die uit vasthouden, bergen en afvoeren. Voor waterkwaliteit is het schoonhouden, scheiden en zuiveren.

Deze strategieën vertalen zich voor het stedelijk gebied in aandachtspunten als: meer ruimte voor water, relatie tussen het stedelijk water en het water in het omliggende gebied, vergroting van het waterbergend vermogen met name in de stadsranden, verbetering van de waterkwaliteit, vergroting van de belevingswaarde van water, en kansen voor natuur en recreatie in en rondom stedelijk water. Nationaal Water Programma 2022-2027 In het Nationaal Water Programma 2022-2027 (NWP) beschrijft de Rijksoverheid de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de uitvoering ervan in de rijkswateren en -vaarwegen. Dit staat in één programma waarmee de Rijksoverheid anticipeert op de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Het NWP beschrijft de nationale beleids- en beheerdoelen op het gebied van klimaatadaptatie, waterveiligheid, zoetwater & waterverdeling, waterkwaliteit & natuur, scheepvaart, en de functies van de rijkswateren. Het NWP geeft een overzicht van de ontwikkelingen binnen het waterdomein en legt nieuw ontwikkeld beleid vast voor de periode 2022 – 2027. Uitgangspunt is schoon, veilig en voldoende water dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is. Betekenis voor het project Onderdeel van het bestemmingsplan is de watertoets. In de watertoets is aangegeven wat de gevolgen van het plan zijn voor de waterhuishouding en op welke wijze water (regen-, afval- en

DNS Planvorming BV

12/49

oppervlaktewater) wordt ingepast in het plan. De watertoets is afgestemd met de betreffende waterbeheerder. In paragraaf 4.4 wordt hier nader op ingegaan. 3.2.4 Conclusie Rijksbeleid Met het voorliggende bestemmingsplan wordt voldaan aan de doelen en uitgangspunten zoals omschreven in het rijksbeleid.

3.3

Provinciaal beleid

3.3.1 Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 en Omgevingsverordening NH2020 Op 19 november 2018 hebben de Provinciale Staten van Noord-Holland de Omgevingsvisie NH2050 vastgesteld. Hierin staat de visie op de fysieke leefomgeving beschreven. De Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Noord-Holland 2040, het Provinciaal Verkeers- en Vervoerplan, het Provinciaal Milieubeleidsplan 2015-2018 en de Agenda Groen. De leidende hoofdambitie in de Omgevingsvisie NH2050 is de balans tussen economische groei en leefbaarheid. Een gezonde en veilige leefomgeving, die goed is voor mens, plant én dier, is een voorwaarde voor een goed economisch vestigingsklimaat. Tegelijkertijd is duurzame economische ontwikkeling een voorwaarde voor het kunnen investeren in een prettige leefomgeving. De provincie wil dat de kwalitatieve en kwantitatieve vraag en aanbod van werk- en woonlocaties met elkaar in overeenstemming zijn en streeft naar behoud en versterking van de unieke kwaliteiten van de diverse landschappen en cultuurhistorie. Het beleid van de Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 is, voor zover het een bindende werking moet hebben, neergelegd in de Omgevingsverordening NH2020 zoals vastgesteld op 22 oktober 2020. Betekenis voor het project Hieronder zijn de artikelen uit de Omgevingsverordening NH2020 toegelicht die voor het onderhavige bestemmingsplan relevant zijn.

Artikel 6.3: Nieuwe stedelijke ontwikkelingen In artikel 6.3 is bepaald dat een ruimtelijk plan uitsluitend kan voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als de ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. Gedeputeerde Staten stellen nadere regels aan deze afspraken. Door middel van een convenant ‘Regionale samenwerkingsafspraken woningbouw van de Kop van Noord-Holland 2020-2030 zijn regionale afspraken gemaakt die nodig zijn om de woningmarkt toekomstbestendig te maken waarbij rekening wordt gehouden met demografische trends en ontwikkelingen. De regio Kop van Noord-Holland heeft afspraken gemaakt over de woningbouwprogrammering in het Kwalitatief Regionaal Woningbouwprogramma Kop van Noord-Holland (KwK). Het plan is passend binnen het KwK. De extra woningen die worden gerealiseerd ten opzichte van de in het KwK opgenomen aantallen, zijn regionaal afgestemd. Artikel 6.62: Klimaatadaptatie Op grond van artikel 6.62 dient de toelichting van een ruimtelijk plan dat een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving te bevatten van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de risico’s van klimaatverandering.

Deze beschrijving dient in te gaan op het risico op wateroverlast, overstroming, hitte en droogte en de maatregelen en voorzieningen die worden getroffen om deze risico’s te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. Ten behoeve van de beschrijving is overleg met in ieder geval het waterschap in wiens beheergebied de ontwikkeling plaatsvindt noodzakelijk. In de duurzaamheidsparagraaf (paragraaf 4.12) zijn de uitgangspunten op het gebied van klimaatadaptatie beschreven. Er heeft overleg plaatsgevonden met het Hoogheemraadschap Holland Noorderkwartier (HHNK). Daarnaast wordt het plan in het kader van het wettelijk vooroverleg voorgelegd aan de provincie Noord-Holland. Het onderhavige bestemmingsplan is passend binnen de regels zoals deze zijn opgenomen in de Omgevingsverordening NH2020..

DNS Planvorming BV

13/49

3.4

Regionaal en gemeentelijk beleid

3.4.1 Omgevingsvisie Schagen Op 14 december 2021 heeft de gemeenteraad van Schagen de Omgevingsvisie vastgesteld. In de Omgevingsvisie zijn een aantal doelstellingen op het gebied van wonen uitgewerkt, zoals de ambitie om per jaar te starten met de bouw van 300 woningen, per project een minimaal percentage (afhankelijk van de projectgrootte) goedkope koop of sociale huur toe te voegen aan de woningvoorraad, te zorgen voor voldoende starterswoningen en een minimale bruto vloeroppervlakte van 35 vierkante meter per woning te hanteren. Betekenis voor het project De ontwikkeling in het plangebied past binnen de doelstellingen van de omgevingsvisie. Met het plan wordt invulling gegeven aan de grote behoefte aan sociale huurwoningen, waaronder woningen voor spoedzoekers. 3.4.2 Regionaal Woonakkoord Kop van Noord-Holland 2021-2026 Het Regionaal woonakkoord Kop van Noord-Holland (hierna: Woonakkoord) is het vervolg op het Regionaal Actieprogramma Wonen 2017-2020. Het Woonakkoord gaat over onderwerpen waar de regio en de provincie elkaar nodig hebben en om niet effectieve (bestuurlijke) regeldruk te voorkomen. Daarnaast probeert het Woonakkoord woningen in het landelijk gebied mogelijk te maken. Zonder Woonakkoord is dat niet mogelijk. Ook biedt het een actuele en krachtige impuls en inspiratie voor lokale woonvisies en prestatieafspraken.

Het Woonakkoord is in maart 2022 ondertekend door de colleges van de Kop gemeenten en Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Holland. Betekenis voor het project Het onderhavige bestemmingsplan heeft betrekking op woningbouw op twee locaties binnen het bestaand stedelijk gebied en is passend binnen het regionaal Woonakkoord. 3.4.3

Convenant Regionaal samenwerkingsafspraken woningbouw van de Kop van Noord-Holland 2020-2030 (KwK 2020-2030) Eind 2020 hebben de regiogemeenten Den Helder, Hollands Kroon, Schagen en Texel en de provincie Noord-Holland het convenant Regionale samenwerkingsafspraken woningbouw van de Kop van Noord-Holland 2020-2030 getekend (KwK 2020-2030). Met de ondertekening van het convenant bevestigen de gemeenten de regionale samenwerking te continueren, ten bate van de woningmarkt. Een van de afspraken in het KwK 2020-2030 is het continueren van regionale afstemming van woningbouwplannen en het op adaptieve wijze programmeren van het woningbouwprogramma. De vier gemeenten maken in het KwK 2020-2030 afspraken van welk basisscenario wat betreft aantal woningen de gemeenten uit gaan. In het KwK 2020-2030 is opgenomen dat voor een goed functionerende regionale woningmarkt het belangrijk is dat regionale afstemming over de nieuwbouwprogrammering in aantallen plaatsvindt. En dat er daarnaast gekeken wordt naar de kwaliteit van toekomstig te ontwikkelen woningen voor wat betreft locatie en woningtypen en samenhang met de bestaande voorraad aan woningen. Betekenis voor het project Het onderhavige project geeft invulling aan de grote behoefte aan sociale huurwoningen, waaronder woningen voor spoedzoekers. Het plan is regionaal afgestemd.

3.4.4 Reisgids voor Ruimtelijke Ontwikkelingen In de gemeentelijke Reisgids onder het thema Wonen geeft de gemeente aan dat zij gaat voor geschikte woningen en een gezonde woningmarkt, in combinatie met een goede vitaliteit van de kernen. De gemeente wil inspelen op de ontwikkelingen en werken aan een dynamisch in plaats van statisch woningbouwprogramma. Verder vindt de gemeente het belangrijk dat er daadwerkelijk woningen worden gebouwd. Hierbij moet rekening worden gehouden met de regio en is vraaggestuurd bouwen het uitgangspunt.

DNS Planvorming BV

14/49

Betekenis voor het project De voorgenomen ontwikkeling geeft invulling aan de Reisgids voor Ruimtelijke Ontwikkelingen. Met het plan wordt invulling gegeven aan de aanwezige woningbehoefte en wordt bijgedragen aan de vitaliteit van de kernen. 3.4.5 Reisgids voor ruimtelijke kwaliteit Om te bepalen hoe de beoordeling van plannen aan ruimtelijke kwaliteit plaats vindt, zijn beleidsregels opgesteld welke zijn opgenomen in de ‘Reisgids voor ruimtelijke kwaliteit’. De beleidsregels zijn abstract van karakter en geven ruimte voor verschillende ontwerpoplossingen. Betekenis voor het project Op grond van de gemeentelijke Reisgids voor ruimtelijke kwaliteit geldt voor complexen een bijzonder welstandsniveau, waarbij voor het ontwerp een kwaliteitsdialoog met de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit plaatsvindt. Het plan aan de Piet Ottstraat betreft een complex. Het bouwplan in Oudesluis is binnen de (sport)omgeving en gelet op het beoogde gebruiksdoel met huisvesting van een bijzondere doelgroep, ook als huisvestingscomplex te beschouwen. De Reisgids voor ruimtelijke kwaliteit geeft aan dat complexen relatief grote bouwwerken zijn en duidelijk zichtbaar of juist enigszins verscholen aanwezig zijn op grotere terreinen. Doel is een passende vormgeving van de gebouwen bij de omgeving. De relevante objectgerichte criteria zijn in hoofdstuk 2 beschreven.

In de beide bouwplannen is rekening gehouden met deze criteria. 3.4.6 Notitie ‘Hoger bouwen in de gemeente Schagen’ In de notitie "Hoger bouwen in de gemeente Schagen" (2009) zijn randvoorwaarden opgenomen voor hoogbouw in de gemeente Schagen. Hoogbouw moet voortvloeien uit omgevingskenmerken en een bijdrage kunnen leveren aan oriëntatie in de stad, inhoud geven aan een bepaalde functie op een bepaalde plek en gekoppeld zijn aan infrastructuur en voorzieningen. Uitgangspunt van de Notitie is dat hoger bouwen dan vier bouwlagen in beginsel kan, maar dat per locatie zal worden bekeken of hoger bouwen mogelijk is en dat criteria worden vastgesteld, waarbij een hoogte-effectrapportage een hulpmiddel is. Betekenis voor het project Op de locatie aan de Piet Ottstraat in Schagen is een woongebouw met 4 bouwlagen en een maximale bouwhoogte van maximaal 13 meter. Het gebouw met 4 bouwlagen sluit aan op de ontwikkelrichtingen ter plaatse en Schagen in het algemeen. Recente en verwachte ontwikkelingen aan de Zuiderweg omvatten 4 laagse woonappartementen en ten oosten van het spoor kantoorbebouwing van 3 bouwlagen met kap. De planlocatie is omgeven door (hogere) beplanting waarvan de boomtoppen ca 8-15 meter ingeschat worden. Tevens ligt de locatie lager vanaf de Zuiderweg gezien, waardoor de waarneembaarheid, visuele hoogte en ruimtelijke impact beperkt zal zijn.

Het bouwplan leidt niet tot een onevenredige aantasting van het straat- en bebouwingsbeeld. Met toepassing van 4 bouwlagen wordt de kavel bovendien efficiënt benut.

3.5

Conclusie beleidskader

Op basis van voorgaande paragrafen wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling passend is binnen de beleidskaders op rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau.

DNS Planvorming BV

15/49

4

Milieu- en omgevingsaspecten

Diverse milieuaspecten vormen belangrijke input bij de ontwikkeling van het plangebied. In dat verband dient bij de afweging van het al dan niet toelaten van bepaalde ruimtelijke ontwikkelingen te worden onderzocht welke milieuaspecten daarbij een rol (kunnen) spelen. Tevens is het van belang milieubelastende functies ruimtelijk te scheiden van milieugevoelige functies.

4.1

Archeologie

Op grond van de Erfgoedwet is iedere gemeente verplicht aandacht te besteden aan de archeologie op haar grondgebied en dit te verwerken in bestemmingsplannen en andere ruimtelijke instrumenten. In de voormalige gemeentelijke Beleidsnota Cultuurhistorie (2012) is beschreven hoe wordt omgegaan met (mogelijke) waardevolle archeologische en cultuurhistorische waarden binnen de gemeentegrenzen. De archeologische verwachtingswaarden in de gemeente zijn vertaald in de bestemmingsplannen. Betekenis voor het plan Piet Ottstraat Schagen De locatie aan de P. Ottstraat in Schagen heeft een lage archeologische verwachting. Archeologisch onderzoek is voor deze locatie niet nodig. Melchiorstraat Oudesluis Voor de locatie aan de Melchiorstraat in Oudesluis is sprake van een overschrijding van de verstoringsnorm op basis waarvan archeologisch onderzoek nodig is. De gemeente Schagen vraagt Archeologie West-Friesland om advies om de archeologische waarden nader in beeld te brengen. Uit dit advies volgt of nader archeologisch onderzoek noodzakelijk is.

4.2

Cultuurhistorie

Op grond van de Modernisering Monumentenwet (MoMo) dient in een bestemmingsplan een beschrijving te worden opgenomen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Betekenis voor het plan De school en overige gronden van de locatie hebben geen specifieke cultuurhistorische waarden. Er is ook geen sprake van een aardkundig waardevol gebied. Het bouwplan leidt niet tot aantasting van cultuurhistorische waarden.

4.3

Bodemkwaliteit

In een bestemmingsplan dat nieuwe functies mogelijk maakt dient de bodemgesteldheid in kaart te worden gebracht. Onderzocht moet worden of de bodem verontreinigd is en wat voor gevolgen een eventuele bodemverontreiniging heeft voor de uitvoerbaarheid van het plan. Een nieuwe bestemming mag pas worden opgenomen als is aangetoond dat de bodem geschikt is

DNS Planvorming BV | Klaprozenweg 75 C | 1033 NN Amsterdam | info@dnsplanvorming.nl

DNS Planvorming BV

16/49

(of geschikt te maken is) voor de nieuwe bestemming. Wanneer (een deel van) de bodem in het plangebied verontreinigd is moet worden aangetoond dat het bestemmingsplan, rekening houdend met de kosten van sanering, financieel uitvoerbaar is. Betekenis voor het plan Voor zowel de locatie aan de Piet Ottstraat in Schagen1 als de locatie aan de Melchiorstraat in Oudesluis2 is een vooronderzoek naar de bodemkwaliteit uitgevoerd. Piet Ottstraat Schagen Ter plaatse van de locatie zijn voor zover bekend zichtbaar aan het maaiveld geen (puin)verhardingslagen in het verleden aangebracht. Wel is ten tijde van het locatiebezoek een verharde laag aangetoond onder het asfalt. Op basis van het historische en huidige gebruik van de locatie kunnen op het perceel geen voor bodemverontreiniging verdachte (deel)locaties worden aangewezen. Op de locatie hebben in het verleden geen potentiële bodem verontreinigende activiteiten plaatsgevonden. Op basis van het historisch gebruik worden geen bodemvreemde materialen in de bodem verwacht. Tijdens voorgaand bodemonderzoek zijn nabij de locatie geen bodemvreemde materialen waargenomen. Op basis van de bodemkwaliteitskaart en voorgaand bodemonderzoek worden op de onderzoekslocatie hooguit lichte verhogingen verwacht. Er is geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging op de locatie.

Gebaseerd op de bekende gegevens wordt geadviseerd de locatie voor het verkennend bodemonderzoek te beschouwen als een onverdachte locatie. Melchiorstraat Oudesluis Ter plaatse van de locatie zijn voor zover bekend zichtbaar aan het maaiveld geen (puin)verhardingslagen in het verleden aangebracht. Op basis van het historische en huidige gebruik van de locatie kunnen op het perceel geen voor bodemverontreiniging verdachte (deel)locaties worden aangewezen. Op de locatie hebben in het verleden potentiële bodemverontreinigende activiteiten plaatsgevonden. Deze historische bedrijfsactiviteiten worden beschouwd als niet asbest verdacht. Op basis van het historisch gebruik worden in enige mate bodemvreemde materialen in de bodem verwacht. Uit gegevens van voorgaand bodemonderzoek blijkt dat nabij de locatie in boven- en ondergrond bodemvreemde materialen aanwezig zijn. Uit gegevens van voorgaand bodemonderzoek blijkt dat nabij de locatie asbest in de bovengrond voorkomt. Geadviseerd wordt tijdens het verkennend onderzoek te letten op bodemvreemde bijmenging en indien er reden toe is een verkennend asbestonderzoek uit te voeren. Op basis van de bodemkwaliteitskaart kunnen op de locatie hooguit lichte tot matige verhogingen worden verwacht.

Gebaseerd op de bekende gegevens wordt geadviseerd de locatie gedurende het verkennend bodemonderzoek te beschouwen als een heterogeen verontreinigde locatie. Hierbij is voor de aanvraag van een omgevingsvergunning (bouw) geen verplichting het asfalt en de mogelijk aanwezige onderliggende fundatie te onderzoeken. Conclusie Uit de historische vooronderzoeken volgen geen resultaten die de uitvoerbaarheid van het plan in de weg staan. De resultaten van het nog uit te voeren verkennend bodemonderzoek worden in dit bestemmingsplan toegevoegd zodra beschikbaar.

1 2

Vooronderzoek nabij Piet Ottstraat 3 te Schagen, Grondslag, 5 november 2021 Vooronderzoek nabij Sportlaan 71a te Oudesluis, Grondslag, 5 november 2021

DNS Planvorming BV

17/49

4.4

Water

Een watertoets is een essentieel onderdeel van ieder ruimtelijk plan. Hierbij wordt ingegaan op onder andere de beleidsuitgangspunten van het waterschap, de huidige en de toekomstige waterhuishouding in het plangebied. De planontwikkeling kan effecten hebben op de hoeveelheid verharding en het waterschap zal het plan beoordelen op haar effecten. Het is verplicht in beeld te brengen wat de effecten van de voorgenomen activiteit op de waterhuishouding zijn. Het gaat hier zowel om de waterkwaliteit als waterkwantiteit. Het streven is er zoveel mogelijk op gericht om water (regen-, afval- en oppervlaktewater) op een goede manier in te passen in het ontwerp. Betekenis voor het project Voor het plan is advies aangevraagd bij het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) in het kader van de watertoets via www.dewatertoets.nl. Er geldt voor de locaties aan de Piet Ottstraat in Schagen en Melchiorstraat in Oudesluis een korte procedure. Dit betekent dat de beperkte invloed van het plan op de waterhuishouding kan worden ondervangen met standaard maatregelen. Waterkwantiteit Op de locaties in Schagen en Oudesluis vindt geen toename aan verhard oppervlak plaats dat groter is dan 800 m². Daarnaast wordt geen water gedempt. Compenserende maatregelen zijn op deze locaties niet aan de orde.

HHNK adviseert om langs de watergangen een vrije zone te houden van bouwwerken, bomen of andere zaken te plaatsen/behouden, zodat het onderhoud goed kan worden uitgevoerd vanaf de kant. Dit geldt voor beide locaties. Waterkwaliteit en riolering Het afvalwater wordt aangesloten op het aanwezige rioolstelsel. Hemelwater wordt afgekoppeld van het riool en zal worden geïnfiltreerd. Dit komt overeen met de basisdoelstelling van het hoogheemraadschap om het hemelwater van nieuwe oppervlakken zoveel mogelijk te scheiden van het afvalwater. Voorwaarde is wel dat het hemelwater als schoon kan worden beschouwd. Dit is hier het geval. Waterkering De locatie aan de Piet Ottstraat ligt niet in de invloedssfeer van een door het Hoogheemraadschap aangewezen waterkering. De locatie aan de Melchiorstraat ligt binnen beschermingszone B van de regionale waterkering. Er geldt een vrijstelling voor een watervergunning voor bouwwerken. Bij onttrekking van grondwater dient contact te worden opgenomen met HHNK. Uitgangspunt is echter dat hier geen sprake van is. Geconcludeerd kan worden dat er vanuit het oogpunt van water geen belemmeringen zijn voor het initiatief. Klimaatadaptatie In het kader van het gewijzigde klimaat en vaker voorkomende situaties waarbij sprake is van hevige regenval, is het van belang om te voorkomen dat de woningen last krijgen van grondwater of hoge waterstanden.

Er dient voldoende drooglegging te worden behouden tussen de bebouwing, riolering en het waterpeil. Er wordt zoveel mogelijk groen opgenomen in het plan en voor de nieuwe parkeerplaatsen is het uitgangspunt om halfverharding toe te passen.

4.5

Natuur

In de natuurwetgeving worden gebiedsbescherming en soortenbescherming onderscheiden. Beide beschermingsregimes zijn van belang voor de ontwikkelingsmogelijkheden van een gebied.

DNS Planvorming BV

18/49

Betekenis voor het plan Op basis van verkennend natuuronderzoek zijn de effecten van het plan op beschermde natuurwaarden inzichtelijk gemaakt voor de locaties in Schagen3 en Oudesluis4. Gebiedsbescherming Gelet op de ruime afstand van de plangebieden tot de meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden worden geen negatieve gevolgen verwacht van de plannen als gevolg van licht, geluid of optische verstoring. Er hoeft geen nadere toetsing uitgevoerd te worden. Met betrekking tot stikstofdepositie is voor de gebruiksfase een stikstofberekening uitgevoerd5. Uit de berekening volgt dat geen sprake is van een verhoogde depositie op Natura 2000-gebieden als gevolg van de plannen. De stikstofdepositie die de uitvoering van het plan zal veroorzaken vormt een zodanig gering percentage van de kritische depositiewaarde van de ter plaatse voorkomende stikstofgevoelige habitattypen, dat er ecologisch gezien geen zichtbare of meetbare effecten zullen optreden en er zeker geen sprake is van significante gevolgen waardoor de instandhoudingsdoelstellingen van de betrokken Natura 2000-gebieden in gevaar zouden kunnen komen. De locaties liggen niet binnen de begrenzing van het Natuurnetwerk Nederland, inclusief de zogenaamde verbindingszones die verschillende NNN-gebieden kunnen verbinden. Daarnaast is geen sprake van effecten op het Bijzonder Provinciaal Landschap.

Gezien de aard van de plannen, de reikwijdte daarvan en de locatie van het plangebied ten opzichte van beschermde gebieden, worden geen negatieve effecten op beschermde natuurgebieden verwacht. Soortenbescherming Op grond van het uitgevoerde natuuronderzoek zijn de volgende conclusies getrokken:  Op de drie locaties kunnen broedvogels met niet-jaarrond beschermde nesten voorkomen. Voor de verwachte aanwezige broedvogels dienen werkzaamheden waarbij nesten vernield of verstoord kunnen worden, buiten het broedseizoen plaats te vinden. Een ontheffing is voor broedvogels dan niet nodig. Het broedseizoen loopt ruwweg van half maart tot half juli;  Voor het mogelijk incidentele terreingebruik van het plangebied door vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten (Sperwer in Schagen en Huismus, Sperwer en Ransuil in Oudesluis), wordt geen negatief effect verwacht van de ingreep omdat het plangebied slechts een klein deel uitmaakt van een veel groter leefgebied en in de naaste omgeving veel vergelijkbaar of beter biotoop aanwezig is. Het plangebied biedt geen essentieel leefgebied voor deze soorten en ze kunnen gemakkelijk uitwijken. Wel wordt aanbevolen om dekking biedende groenvoorzieningen zoveel mogelijk in stand te houden of te herplanten na realisatie van de ontwikkeling.

 In dit onderzoeksgebied kunnen ook beschermde amfibieën en grondgebonden zoogdieren voorkomen die zijn beschermd onder de Habitatrichtlijn of als ‘andere soort’. Het gaat om de kleine marterachtigen (Bunzing, Hermelijn en Wezel). Omdat negatieve effecten door de werkzaamheden niet uit te sluiten zijn, is onderzoek naar voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van deze soorten noodzakelijk. Worden tijdens de veldinventarisatie volgens landelijk geldende richtlijnen, protocollen, soortstandaarden en/of kennisdocumenten één of meer van deze soorten aangetroffen, dan dient een ontheffingsaanvraag te worden ingediend, waarin passende mitigerende en compenserende maatregelen worden beschreven.  Voor incidenteel aanwezige kleine marterachtigen wordt geen belangrijk negatief effect verwacht vanwege de grootte van het plangebied en de ruime aanwezigheid vergelijkbaar en beter biotoop in de naaste omgeving. De dieren kunnen derhalve gemakkelijk uitwijken. Het plangebied biedt geen essentieel leefgebied voor kleine marterachtigen.  Voor de mogelijk aanwezige foeragerende vleermuizen in het plangebied wordt geen negatief effect verwacht van de ingreep omdat het plangebied slechts een klein deel uitmaakt van een veel groter foerageergebied en in de naaste omgeving veel vergelijkbaar

3

Quickscan natuur P. Ottstraat te Schagen, Van der Goes en Groot, 26 juli 2021 Quickscan natuur Melchiorstraat te Oudesluis, Van der Goes en Groot, 26 juli 2021 5 Berekening stikstofdepositie Piet Ottstraat te Schagen en Melchiorstraat te Oudesluis, DNS Planvorming BV, 15 februari 2022 4

DNS Planvorming BV

19/49

of beter biotoop aanwezig is. De vleermuizen kunnen derhalve gemakkelijk uitwijken. Conclusie Met betrekking tot gebiedsbescherming zijn er geen belemmeringen voor de uitvoering van het plan. Ten behoeve van de soortenbescherming dient bij de uit te voeren werkzaamheden rekening te worden gehouden met de algemene zorgplicht uit de Wet natuurbescherming. Dat houdt in dat er niet willens en wetens schade mag worden toegebracht aan beschermde natuurwaarden. Mochten tijdens de uitvoering beschermde soorten worden waargenomen, dienen maatregelen te worden getroffen om schade zoveel mogelijk te voorkomen. De wet- en regelgeving met betrekking tot natuur staat de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan niet in de weg.

4.6

Bedrijven en milieuzonering

Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen anderzijds. De doelen van milieuzonering zijn:  Het reeds in het ruimtelijk spoor voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies;  Het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Betekenis voor het project De VNG-brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’ geeft indicatieve afstanden tussen bedrijven en woningen met betrekking tot de aanvaardbaarheid van een plan vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening. De richtafstanden uit de VNG-brochure gelden standaard ten opzichte van het omgevingstype rustige woonwijk. Een rustige woonwijk is ingericht volgens het principe van de functiescheiding: afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies voor; langs de randen is weinig verstoring door verkeer. Naast het omgevingstype rustige woonwijk kent de VNG-uitgave ook het omgevingstype gemengd gebied.

De richtafstanden ten opzichte van een rustige woonwijk kunnen, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met één afstandsstap worden verlaagd indien sprake is van omgevingstype gemengd gebied. Hieronder wordt per locatie ingegaan op het aspect milieuzonering. Piet Ottstraat Schagen De locatie aan de Piet Ottstraat te Schagen wordt omgeven door verschillende functies. Er is sprake van gemengd gebied. Aan de Piet Ottstraat 2 is een locatie van GGZ Noord-Holland Noord gevestigd. Voor 'Artsenpraktijken, klinieken, dagverblijven' geldt geen richtafstand tot woningen in gemengd gebied. Dit geldt ook voor het kantoorgebouw aan de Piet Ottstraat 1. Aan de Piet Ottstraat 3 is Noordkop Centraal gevestigd, een lokale radio- en televisieomroep. Deze functie valt in de categorie ‘Studio’s (film, TV, radio, geluid)’ waarbij binnen gemengd gebied een richtafstand van 10 meter van toepassing is. Aan deze richtafstand wordt voldaan. Aan de Zuiderweg 2a, ten oosten van het plangebied, is de Spartahal gesitueerd. Het betreft een sporthal waarvoor een richtafstand geldt van 30 meter tot woningen in een gemengd gebied in verband met het aspect geluid. Binnen de richtafstand van 30 meter zijn kleedkamers aanwezig. De sporthal zelf bevindt zich op meer dan 30 meter afstand van het te realiseren ge-

DNS Planvorming BV

20/49

bouw. De ingang van de sporthal is aanwezig aan de noordzijde van het gebouw, op ruime afstand van het plangebied. Binnen de richtafstand van 30 meter zijn geen installaties op het dak van het gebouw aanwezig die hinder zouden kunnen veroorzaken op de te realiseren woningen. Gelet op het bovenstaande is voor mogelijke geluidhinder met name het parkeren van auto’s van belang. Melchiorstraat Oudesluis Het plangebied is gelegen naast de sportvelden van VV Oudesluis. Voor een veldsportcomplex geldt ten opzichte van een rustig woongebied een richtafstand van 50 meter tot woningen in verband met het aspect geluid- en lichthinder. Geluid De woningen zijn voorzien binnen 50 meter van het voetbalveld van VV Oudesluis. Grenzend aan het sportterrein zijn diverse woningen aanwezig. Het betreft een zeer kleinschalige vereniging met slechts enkele teams en één voetbalveld en één trainingsveld. Het trainingsveld is op meer dan 50 meter afstand van de te realiseren woningen gesitueerd. Het aangrenzende voetbalveld wordt alleen gebruikt voor wedstrijden. Gelet op het beperkte gebruik van dit veld, staat het aspect geluid een goed woon- en leefklimaat in het plangebied niet in de weg. Lichthinder Het aangrenzende voetbalveld is niet voorzien van verlichting. De lichtmasten van het trainingsveld staan op circa 75 meter afstand van de te realiseren woningen.

Omdat ruimschoots wordt voldaan aan de richtafstand staat dit aspect een goed woon- en leefklimaat binnen het plangebied niet in de weg.

4.7

Verkeer en parkeren

In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient een bestemmingsplan inzicht te geven in de gevolgen van de ontwikkeling op het gebied van verkeer en parkeren. Betekenis voor het project Verkeer Als gevolg van de ontwikkeling treedt er een wijziging op in de verkeersgeneratie van en naar het plangebied. De wegen waar beide deelgebieden op ontsluiten hebben voldoende capaciteit om de extra ritten op te vangen. De locaties zelf zijn of worden ingericht als 30 km/h-gebied. Parkeren Voor de woningen aan de Piet Ottstraat in Schagen is voor de parkeernorm voor de woningen voor spoedzoekers aangesloten bij de categorie ‘kamerverhuur, zelfstandig, geen studenten’ zoals opgenomen in de Parkeernota Schagen 2016. Voor deze categorie geldt een parkeernorm van 0,7 parkeerplaatsen per woning. Voor de overige woningen geldt een parkeernorm van 1,4 (categorie ‘huurhuis, etage, midden/goedkoop’). Er is uitgegaan van 22 woningen voor spoedzoekers en 22 reguliere sociale huurwoningen. Voor de 44 woningen zijn in totaal 46,2 parkeerplaatsen nodig (22x0,7 + 22x1,4). Met het vervallen de handbalvelden kan op dit aantal 2,6 parkeerplaatsen in mindering worden gebracht. Dit betekent dat er 44 parkeerplaatsen (43,6 naar boven afgerond) aangelegd moeten worden om te voldoen aan de parkeernorm.

Er zullen 34 parkeerplaatsen worden aangelegd aan de westzijde van het nieuwe woongebouw en 10 parkeerplaatsen aan de oostzijde. Voor de locatie aan de Melchiorstraat in Oudesluis bedraagt de parkeernorm op grond van de Parkeernota Schagen 2016 voor de categorie ‘huurhuis, etage, midden/goedkoop’ 1,4 parkeerplaats per woning in het gebied ‘rest bebouwde kom’. Voor de 12 woningen betekent dit dat er in totaal 16,8 parkeerplaatsen nodig zijn. Met het vervallen van een handbalveld kan op dit aantal 2,25 parkeerplaatsen in mindering worden gebracht. Dit betekent dat er 15 parkeerplaatsen (14,55 naar boven afgerond) aangelegd moeten worden om te voldoen aan de parkeernorm. Er zullen 17 parkeerplaatsen worden aangelegd ten behoeve van de woningen.

DNS Planvorming BV

21/49

4.8

Geluid

Op grond van de Wet geluidhinder dient de geluidbelasting afkomstig van geluidgezoneerde wegen en spoorwegen op nieuwe woningen (geluidgevoelige bestemmingen) te worden getoetst aan de in de wet opgenomen grenswaarden. Betekenis voor het project Piet Ottstraat Schagen Spoorwegverkeerslawaai Langs het spoor Alkmaar - Den Helder ligt als gevolg van de Wet milieubeheer aan weerszijden een wettelijke zonebreedte van 200 tot 600 m. Deze breedte is afhankelijk van de vastgestelde GPP-waarden op de referentiepunten langs het spoor (artikel 1.4a, eerste lid Besluit geluidhinder). Op basis van de GPP-waarden is geconstateerd dat ter plaatse van het plangebied de zone 100 meter bedraagt. Het plangebied bevindt zich buiten deze afstand waardoor een toets aan de Wet geluidhinder niet noodzakelijk is. Wegverkeerslawaai De woningen in het corporatiehotel worden gesitueerd binnen de wettelijke geluidzone van de Zuiderweg. Ten behoeve van het bestemmingsplan ‘Zuiderweg 4-6’6 is in 2021 akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluidbelasting van de Zuiderweg op de nieuwe woongebouwen in dit bouwplan. Uit dit onderzoek volgt dat de geluidbelasting op de eerste vier verdiepingen van de gebouwen die in de tweede en derde lijn komen te staan, ruimschoots voldoet aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB.

Het corporatiehotel komt op grotere afstand van de Zuiderweg te staan (circa 120 meter) dan de woongebouwen op de locatie Zuiderweg 4-6. Daarnaast wordt ook het corporatiehotel afgeschermd door gebouwen die dichter op de weg staan. Op grond van het bovenstaande wordt geconcludeerd dat voldaan kan worden aan de voorkeursgrenswaarde uit de Wet geluidhinder en ter plaatse sprake is van een goed woon- en leefklimaat met betrekking tot geluid van wegverkeer. Melchiorstraat Oudesluis Spoorwegverkeerslawaai Langs het spoor Alkmaar - Den Helder ligt als gevolg van de Wet milieubeheer aan weerszijden een wettelijke zonebreedte van 200 tot 600 m. Deze breedte is afhankelijk van de vastgestelde GPP-waarden op de referentiepunten langs het spoor (artikel 1.4a, eerste lid Besluit geluidhinder). Op basis van de GPP-waarden is geconstateerd dat ter plaatse van het plangebied de zone 200 meter bedraagt. Het plangebied bevindt zich binnen deze afstand waardoor een toets aan de Wet geluidhinder noodzakelijk is. Het Rijk, de provincies en een aantal gemeenten brengen om de 5 jaar de geluidsbelasting in kaart. In 2016 is de geluidsbelasting van spoorwegen in beeld gebracht. Op afbeelding 4.1 is de geluidsbelastingkaart te zien. Hieruit volgt dat de geluidbelasting als gevolg van het spoorverkeer de voorkeursgrenswaarde van 55 dB niet overschrijdt.

6

http://www.ruimtelijkeplannen.nl/?planidn=NL.IMRO.0441.BPWGSZUIDERWEG4-on01

DNS Planvorming BV

22/49

Afbeelding 4.1: Uitsnede geluidbelastingskaart spoorwegverkeerslawaai 2016 (met plangebied rood omcirkeld)

Wegverkeerslawaai De wegen nabij het plangebied hebben een maximum snelheid van 30 km/h en hebben op grond van de Wet geluidhinder geen onderzoekszone. De Sportlaan gaat op circa 100 meter afstand van het plangebied over in een 60 km/h-weg. Uit de geluidkaart op de website van de Atlas van de leefomgeving (www.atlasleefomgeving.nl), zie afbeelding 4.2, kan worden afgeleid dat ruimschoots wordt voldaan aan voorkeursgrenswaarde van 48 dB in het plangebied.

Afbeelding 4.2: Uitsnede geluidbelastingskaart wegverkeerslawaai (met plangebied rood omcirkeld)

4.9

Luchtkwaliteit

Op basis van wetgeving die bekend staat onder de naam 'Wet luchtkwaliteit' kunnen ruimtelijkeconomische initiatieven worden uitgevoerd als aan één of meer voorwaarden wordt voldaan:  grenswaarden niet worden overschreden;  de luchtkwaliteit per saldo verbetert of tenminste gelijk blijft;  het initiatief niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit;  het initiatief is opgenomen in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). De Wet Luchtkwaliteit maakt onderscheid tussen kleine en grote ruimtelijke projecten. Onder kleine projecten worden projecten verstaan die de luchtkwaliteit 'niet in betekende mate' verslechteren. Deze projecten worden niet meer beoordeeld op luchtkwaliteit. Ze zijn namelijk zo

DNS Planvorming BV

23/49

klein dat ze geen wezenlijke invloed hebben op de luchtkwaliteit. Draagt een klein project niet of nauwelijks bij aan luchtverontreiniging, dan is er geen belemmering voor. Het ministerie VROM heeft de definitie van 'in betekenende mate' vastgelegd in het Besluit NIBM. Projecten die de concentratie NOx, SO2 of fijn stof met meer dan 3% van de grenswaarde verhogen, dragen in betekenende mate bij aan de luchtvervuiling. Deze 3%-grens is voor een aantal categorieën projecten in de regeling NIBM omgezet in getalsmatige grenzen, bijvoorbeeld:  woningbouw: 1.500 woningen netto bij 1 ontsluitingsweg, 3.000 woningen bij 2 ontsluitingswegen;  kantoorlocaties: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak bij 1 ontsluitingsweg, 200.000 m2 bruto vloeroppervlak bij 2 ontsluitingswegen. Betekenis voor het project Op grond van het bovenstaande wordt geconcludeerd dat sprake is van een ‘klein project’ welke niet of nauwelijks bijdraagt aan de luchtverontreiniging. In combinatie met de lage achtergrondwaarden in het gebied is luchtkwaliteit geen belemmering voor het voorgenomen plan.

4.10

Externe veiligheid

Vanuit een goede ruimtelijke ordening is het van belang te kijken naar gevaarleverende functies in of in de nabijheid van het plangebied. De Normen voor externe veiligheid zijn vastgelegd in onder andere het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), Besluit externe veiligheid transportroutes (BEVT) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Betekenis voor het project Met behulp van de Risicokaart is voor beide locaties een inventarisatie gemaakt van de in de omgeving van het plangebied aanwezige risicobronnen ten aanzien van externe veiligheid. Piet Ottstraat Schagen In de directe omgeving van de locatie aan de Piet Ottstraat zijn geen risicovolle inrichtingen aanwezig. Ook zijn er geen hogedruk gasleidingen of transportroutes voor gevaarlijke stoffen in het plangebied en de directe omgeving aanwezig. Ten oosten van het plangebied ligt de spoorlijn Alkmaar – Den Helder. Op dit traject vindt geen vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. Melchiorstraat Oudesluis In de directe omgeving van de locatie aan de Piet Ottstraat zijn geen risicovolle inrichtingen of transportroutes voor gevaarlijke stoffen aanwezig. Ten westen van het plangebied ligt de spoorlijn Alkmaar – Den Helder. Op dit traject vindt geen vervoer van gevaarlijke stoffen plaats.

Op circa 230 meter afstand van het plangebied ligt een buisleidingentracé met hogedruk aardgastransportleidingen (zie afbeelding 4.3). De normen voor het plaatsgebonden risico en belemmeringenstroken in het Bevb vormen geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. Voor de ontwikkeling is op grond van het Besluit externe veiligheid buisleidingen een (beperkte) verantwoording vereist van het groepsrisico. Een onderdeel hiervan is het berekenen van de hoogte van het groepsrisico. Omdat het plangebied is gelegen binnen het invloedsgebied van de buisleidingen A-591, A-593 en A-616 is een groepsrisicoberekening uitgevoerd7. Hieruit volgt dat de ontwikkeling in het plangebied geen effect heeft op de hoogte van het groepsrisico. In de bestaande (bestemde) situatie en de nieuwe situatie is het groepsrisico gelijk (geen toename) en is het groepsrisico ruim onder de 0,1 maal de oriëntatiewaarde. Op grond van het Bevb kan volstaan worden met een beperkte verantwoording van het groepsrisico. De aspecten voor een beperkte verantwoording van het groepsrisico zijn in het onderzoeksrapport beschouwd. De uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan wordt niet beperkt door externe veiligheidsrisico’s. 7 Groepsrisicoberekening Buisleidingen A-591, A-593 en A-616 t.b.v. locatie Melchiorstraat te Oudesluis, Prevent Adviesgroep BV, 20 januari 2022

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14680490/1