CConstaterende datSchagen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Wijzendweg 2a Sint Maarten

Gemeenteraad 14 mei 2024, gemeente SchagenBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Wijzendweg 2a Sint Maarten12.024 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Wijzendweg 2a, Sint Maarten

Bestemmingsplan

Status:

Ontwerp

Gemeente: ID-code: datum

Schagen NL.IMRO.0441.BPWijzendw2a-VA01 15 februari 2024

DNS Planvorming BV | Klaprozenweg 75 C | 1033 NN Amsterdam | info@dnsplanvorming.nl

Inhoudsopgave

1 1.1 1.2 1.3 1.4

Inleiding ......................................................................................................................... 4 Aanleiding en doel ........................................................................................................ 4 Ligging plangebied ........................................................................................................ 4 Geldend bestemmingsplan ........................................................................................... 5 Leeswijzer ..................................................................................................................... 5

2 2.1 2.2

Het project ..................................................................................................................... 6 Huidige situatie ............................................................................................................. 6 Toekomstige situatie ..................................................................................................... 6

3 3.1 3.2 3.2.1 3.2.2 3.3 3.3.1 3.4 3.4.1 3.4.2 3.4.3 3.4.4 3.5

Beleid ............................................................................................................................ 8 Inleiding ......................................................................................................................... 8 Rijksbeleid ..................................................................................................................... 8 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) ................................................................................ 8 Ladder voor duurzame verstedelijking .......................................................................... 8 Provinciaal beleid .......................................................................................................... 9 Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 en Omgevingsverordening NH2020 ................. 9 Regionaal en gemeentelijk beleid ............................................................................... 10 Regionaal woonakkoord Kop van Noord-Holland 2021-2026 .................................... 10 Convenant Regionaal samenwerkingsafspraken woningbouw van de Kop van NoordHolland 2020-2030 (KwK 2020-2030) ........................................................................ 10 Omgevingsvisie Schagen ...........................................................................................

10 Reisgids voor ruimtelijke kwaliteit ............................................................................... 11 Conclusie beleidskader ............................................................................................... 11

4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 4.14

Milieu- en omgevingsaspecten ................................................................................... 12 Archeologie ................................................................................................................. 12 Cultuurhistorie ............................................................................................................. 12 Bodemkwaliteit ............................................................................................................ 12 Water ........................................................................................................................... 13 Natuur ......................................................................................................................... 13 Bedrijven en milieuzonering ........................................................................................ 15 Spuitzonering .............................................................................................................. 15 Verkeer en parkeren ................................................................................................... 15 Geluid .......................................................................................................................... 16 Luchtkwaliteit...............................................................................................................

16 Externe veiligheid ........................................................................................................ 17 Duurzaamheid ............................................................................................................. 17 M.e.r.-beoordeling ....................................................................................................... 17 Conclusie milieu- en omgevingsaspecten .................................................................. 18

5 5.1 5.2 5.3 5.4

Juridische planbeschrijving ......................................................................................... 19 Algemeen .................................................................................................................... 19 Verbeelding ................................................................................................................. 19 Planregels ................................................................................................................... 19 Handhaafbaarheid ...................................................................................................... 21

6

Financiële uitvoerbaarheid .......................................................................................... 22

DNS Planvorming BV

2/41

7 7.1 7.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid .............................................................................. 23 Vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro ................................................................................. 23 Participatie en procedure bestemmingsplan............................................................... 23

REGELS .................................................................................................................................... 24 Hoofdstuk 1

Inleidende regels ............................................................................................. 25

Hoofdstuk 2

Bestemmingsregels ......................................................................................... 30

Hoofdstuk 3

Algemene regels.............................................................................................. 35

Hoofdstuk 4

Overgangs- en slotregels ................................................................................ 40

DNS Planvorming BV

3/41

1

Inleiding

1.1

Aanleiding en doel

Het voornemen bestaat om een woning te realiseren op het perceel behorende bij Wijzendweg 2 te Sint Maarten. De locatie ligt in het bebouwingslint van de Wijzendweg - Herenweg. De gronden waar de woning is voorzien hebben een woonbestemming. Omdat het bestemmingsplan op het perceel maximaal één woning toestaat en ter plaatse van de te bouwen woning geen bouwvlak is opgenomen, is het voornemen in strijd met het bestemmingsplan. Omdat sprake is van een ruim perceel en de realisatie van een extra woning ter plaatse vanuit stedenbouwkundig oogpunt een gewenste ontwikkeling is, is de gemeente bereid medewerking te verlenen aan het initiatief. Met voorliggend bestemmingsplan wordt een nieuw ruimtelijk regime van kracht, waarbij een woning op de locatie planologisch mogelijk wordt gemaakt.

1.2

Ligging plangebied

De locatie waar de woning is voorzien betreft het noordelijke deel van het perceel behorende bij de woning aan de Wijzendweg 2. Het betreft het kadastraal perceel E1359 en een deel van het kadastraal perceel E1360. Het plangebied is in afbeelding 1.1 rood omlijnd.

Afbeelding 1.1: luchtfoto plangebied met kadastrale grenzen

DNS Planvorming BV

4/41

1.3

Geldend bestemmingsplan

Voor het plangebied geldt het bestemmingsplan ‘Sint Maarten’, vastgesteld op 25 september 2012 door de gemeenteraad van de toenmalige gemeente Harenkarspel. In dit bestemmingsplan hebben de gronden van het plangebied de bestemming ‘Wonen’. Tevens geldt de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’.

Afbeelding 1.2: uitsnede bestemmingsplan ‘Sint Maarten’ (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl) met plangebied rood omlijnd

In aanvulling op het bestemmingsplan Sint Maarten geldt ter plaatse van het plangebied ook een het paraplubestemmingsplan ‘Parkeren’ (vastgesteld op 7 november 2017) en het parapluomgevingsplan 1e tranche (vastgesteld op 30 juni 2020). In het paraplubestemmingsplan ‘Parkeren’ is bepaald dat voorzien moet worden in voldoende parkeergelegenheid. In het parapluomgevingsplan 1e tranche zijn verschillende aanpassingen gedaan in alle geldende bestemmingsplannen in de gemeente Schagen, waaronder het bestemmingsplan ‘Sint Maarten’.

1.4

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 van dit bestemmingsplan wordt een beschrijving van de huidige en toekomstige situatie van het plangebied gegeven. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 ingegaan op het vigerende beleid, waarbij het beleid op verschillende bestuursniveaus aan bod komt. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de verschillende milieu- en omgevingsaspecten, waarna in hoofdstuk 5 de juridische aspecten worden toegelicht. Vervolgens wordt in hoofdstuk 6 ingegaan op de uitvoerbaarheid en ten slotte worden in hoofdstuk 7 de maatschappelijke uitvoerbaarheid en de procedure uitgewerkt.

DNS Planvorming BV

5/41

2

Het project

2.1

Huidige situatie

Het plangebied aan de Wijzendweg bevindt zich aan een oud dorpslint van Sint Maarten (de Herenweg – Wijzendweg). De oorspronkelijke lintbebouwing aan de Sint Maarten is gerealiseerd rond het begin van de 20e eeuw. Oorspronkelijk was hier alleen agrarische bebouwing aanwezig. De bebouwing aan de bebouwingslinten is in de loop der tijd uitgebreid. Op diverse locaties zijn woningen vervangen of toegevoegd. Aan de zuidzijde van weg is sprake van een dicht bebouwingslint met weinig doorzicht. Aan de noordzijde is tussen Herenweg 21 en Wijzendweg 3 sprake van een De variatie in bouwperioden, materiaalgebruik en bouwstijlen bepalen, samen met de variatie in voorgevelrooilijnen, kaprichtingen en de inrichting van de openbare ruimte en het openbaar groen, de karakteristiek van de weg. De Herenweg – Wijzendweg heeft een groene uitstraling waarbij aan het overgrote deel van de weg aan weerszijden bomen aanwezig zijn. Op het perceel is een karakteristieke stolpboerderij aanwezig. Daarnaast staan er enkele bijgebouwen. Op de locatie worden hobbymatig enkele paarden gehouden.

Afbeelding 2.1: Foto huidige situatie

2.2

Toekomstige situatie

Gelet op grote omvang van het perceel is de wens om op een extra woning te realiseren. De woning is voorzien aan de noordzijde van het perceel, ter vervanging van een vrijstaand bijgebouw. De omgevingsverordening NH2020 van de provincie Noord-Holland biedt gemeenten in Noord-Holland Noord de mogelijkheid om kleinschalige woningbouw toe te staan in of aan kernen of in en aan dorpslinten. Gelet op de ligging aan het bebouwingslint binnen de bebouwde kom is een woning hier ruimtelijk aanvaardbaar mits deze zorgvuldig wordt ingepast. Het uitgangspunt is om een passend volume te realiseren bij de karakteristieke stolpboerderij. Het uitgangspunt is om een landelijke woning te realiseren waarmee het erf-ensemble kan worden afgerond. De positie van de woning is afgestemd op de omliggende bebouwing, waarbij het ten opzichte van de belendende bebouwing wordt teruggeschoven. Hiermee wordt een royaal

DNS Planvorming BV

6/41

voorerf gewaarborgd. Tevens kan het hierdoor de relatie aangaan met de stolp en ontstaat er door het ondergeschikte karakter een erf-ensemble. De nieuw te bouwen woning staat met de kap haaks op de weg, ruim achter de voorgevelrooilijn van de stolp. Met een simpel en eenduidig bouwvolume met lage gootaanzet (maximaal 3 meter) en geringe hoogte (maximaal 9 meter), kan de schuurwoning een relatie aangaan met de bestaande woning om het erf te complementeren.. De dakhelling zal minimaal 30 graden en maximaal 60 graden zijn.

Afbeelding 3.2: Situatietekening toekomstige situatie

Voor een goede inrichting van het erf is een kavelbreedte van ruim 17m gehanteerd waarbij meer dan 50% van het erf achter de voorgevelrooilijn onbebouwd blijft. Er wordt gebruik gemaakt van de bestaande inrit waarmee de samenhang op het erf wordt versterkt.

DNS Planvorming BV

7/41

3

Beleid

3.1

Inleiding

Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de inhoud van het ruimtelijk relevante beleid op provinciaal, regionaal en gemeentelijk schaalniveau. Dit beleid vormt het kader waarbinnen de nieuwe ontwikkeling plaats dienen te vinden.

3.2

Rijksbeleid

3.2.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Vanaf 1 januari 2024 treedt de nieuwe Omgevingswet in werking. De Omgevingswet bundelt alle huidige wetten over de leefomgeving. Daarbij hoort ook één rijksvisie op de leefomgeving: de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). In de NOVI zijn de maatschappelijke opgaven samengevat in 4 prioriteiten:  ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie  duurzaam economisch groeipotentieel  sterke en gezonde steden en regio’s  toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Met betrekking tot ‘toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied’ is in de NOVI aangegeven dat het landgebruik in balans wordt gebracht met natuurlijke systemen en ontwikkelingen in het landelijk gebied niet ten koste gaan van landschappelijke kwaliteiten. Dit draagt bij aan een landelijk gebied waar het prettig wonen en recreëren is en waarin ruimte is en blijft voor vitale landbouw. Betekenis voor het project Voorliggend bestemmingsplan sluit aan op het thema 'sterke en gezonde steden en regio's' uit de NOVI. Met het plan wordt invulling gegeven aan de aanwezige woningbehoefte binnen bestaand stedelijk gebied. De woning zal voldoen aan de huidige duurzaamheids-eisen.

3.2.2 Ladder voor duurzame verstedelijking In artikel 3.1.6, lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is voorgeschreven dat indien bij een bestemmingsplan 'een nieuwe stedelijke ontwikkeling' mogelijk wordt gemaakt, in de toelichting van het bestemmingsplan een verantwoording daarvan moet plaatsvinden. Per 1 juli 2017 is het Bro op enkele onderdelen gewijzigd. Artikel 3.1.6, lid 2 Bro luidt: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.” Betekenis voor het project De ladder hoeft enkel doorlopen te worden als sprake is van een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’. Met onderhavig bestemmingsplan wordt één woning op de locatie mogelijk gemaakt. Uit jurisprudentie volgt dat bij woningbouw pas sprake is van een stedelijke ontwikkeling bij de bouw van meer dan 11 woningen (Uitspraak van de ABRS d.d. 18-12-2013 met kenmerk ECLI:NL:RVS:2015:2921). De in het plan voorziene ontwikkeling kan dan ook niet worden aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i,

DNS Planvorming BV

8/41

van het Bro. Artikel 3.1.6, lid 2 Bro is daarom niet van toepassing. De Ladder voor duurzame verstedelijking hoeft niet te worden doorlopen. Ondanks het feit dat de ladder niet hoeft te worden doorlopen, kan worden opgemerkt dat de ontwikkeling in lijn is met het doel van de ladder voor duurzame verstedelijking, namelijk een zorgvuldig ruimtegebruik. Met de woning wordt voorzien in de aanwezige woningbehoefte binnen bestaand stedelijk gebied.

3.3

Provinciaal beleid

3.3.1 Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 en Omgevingsverordening NH2020 Op 19 november 2018 hebben de Provinciale Staten van Noord-Holland de Omgevingsvisie NH2050 vastgesteld. Hierin staat de visie op de fysieke leefomgeving beschreven. De Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Noord-Holland 2040, het Provinciaal Verkeers- en Vervoerplan, het Provinciaal Milieubeleidsplan 2015-2018 en de Agenda Groen. De leidende hoofdambitie in de Omgevingsvisie NH2050 is de balans tussen economische groei en leefbaarheid. Een gezonde en veilige leefomgeving, die goed is voor mens, plant én dier, is een voorwaarde voor een goed economisch vestigingsklimaat. Tegelijkertijd is duurzame economische ontwikkeling een voorwaarde voor het kunnen investeren in een prettige leefomgeving. De provincie wil dat de kwalitatieve en kwantitatieve vraag en aanbod van werk- en woonlocaties met elkaar in overeenstemming zijn en streeft naar behoud en versterking van de unieke kwaliteiten van de diverse landschappen en cultuurhistorie. Het beleid van de Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 is, voor zover het een bindende werking moet hebben, neergelegd in de Omgevingsverordening NH2020 zoals vastgesteld op 22 oktober 2020. Betekenis voor het project Hieronder zijn de artikelen uit de Omgevingsverordening NH2020 toegelicht die voor de onderhavige ontwikkeling relevant zijn.

Artikel 6.10 Kleinschalige woningbouwontwikkeling In artikel 6.10 zijn regels opgenomen voor woningbouwontwikkelingen die niet onder de reikwijdte van de Ladder uit het Besluit ruimtelijke ordening vallen. Het gaat dan om woninglocaties van 11 woningen of minder. Het uitgangspunt van de provincie is dat voor kleinschalige woningbouwontwikkelingen altijd een plek is te vinden binnen bestaand stedelijk gebied. Dit artikel biedt gemeenten in Noord-Holland Noord daar waar nodig de mogelijkheid tot maatwerk waardoor kan worden afgeweken van dit uitgangspunt voor kleinschalige woningbouwontwikkelingen. De locatie maakt onderdeel uit van het werkingsgebied ‘Noord-Holland Noord - Landelijk gebied’. In artikel 6.10 is bepaald dat binnen dit werkingsgebied uitsluitend kan worden voorzien in een kleinschalige woningbouwontwikkeling als de ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. Hierbij geldt dat deze afspraken alleen van toepassing zijn voor locaties die zijn gelegen in of aan kernen of in of aan dorpslinten. In het regionaal Woonakkoord (zie paragraaf 3.4.1) is afgesproken dat kleinschalige ontwikkelingen als deze niet meer regionaal hoeven te worden afgestemd. De gronden zijn gelegen aan een oud dorpslint binnen de kern van Waarland.

Artikel 6.59: Ruimtelijke kwaliteit Op grond van artikel 6.59 van de Omgevingsverordening moeten nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in het werkingsgebied ‘landelijk gebied’ voldoen aan de ruimtelijke kwaliteits-eis. Er wordt met het plan aangesloten op de uitgangspunten uit de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie. De kernwaarden van het ensemble West-Friesland West worden niet aangetast. Er is in de huidige situatie al geen doorzicht op het achterliggende landschap. Gelet op de ruime breedte van de kavel (circa 44 meter) en de terugliggende situering van de woning blijft het open karakter van het straatprofiel behouden. Er wordt met de woning aangesloten op de bebouwingskarakteristiek van de ruimtelijke drager; de Wijzendweg. De realisatie van een landelijke woning met

DNS Planvorming BV

9/41

de daarbij behorende oorspronkelijke karakteristieken zal leiden tot een versterking van de ruimtelijke karakteristiek van de Veluweweg. Het onderhavige bestemmingsplan is passend binnen de regels zoals deze zijn opgenomen in de Omgevingsverordening NH2020.

3.4

Regionaal en gemeentelijk beleid

3.4.1 Regionaal woonakkoord Kop van Noord-Holland 2021-2026 Het Regionaal woonakkoord Kop van Noord-Holland (hierna: Woonakkoord) is het vervolg op het Regionaal Actieprogramma Wonen 2017-2020. Het Woonakkoord gaat over onderwerpen waar de regio en de provincie elkaar nodig hebben en om niet effectieve (bestuurlijke) regeldruk te voorkomen. Daarnaast probeert het Woonakkoord woningen in het landelijk gebied mogelijk te maken. Zonder Woonakkoord is dat niet mogelijk. Ook biedt het een actuele en krachtige impuls en inspiratie voor lokale woonvisies en prestatieafspraken. Het Woonakkoord is in maart 2022 ondertekend door de colleges van de Kop gemeenten en Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Holland. Betekenis voor het project Het onderhavige bestemmingsplan heeft betrekking op een kleinschalig, vraaggestuurd woningbouwplan. Het plan is passend binnen het regionaal Woonakkoord. In het Woonakkoord wordt de afspraak gemaakt dat kleinschalige ontwikkelingen als deze in het vervolg niet meer regionaal afgestemd hoeven te worden. 3.4.2 Convenant Regionaal samenwerkingsafspraken woningbouw van de Kop van Noord-Holland 2020-2030 (KwK 2020-2030) Eind 2020 hebben de regiogemeenten Den Helder, Hollands Kroon, Schagen en Texel en de provincie Noord-Holland het convenant Regionale samenwerkingsafspraken woningbouw van de Kop van Noord-Holland 2020-2030 getekend (KwK 2020-2030).

Met de ondertekening van het convenant bevestigen de gemeenten de regionale samenwerking te continueren, ten bate van de woningmarkt. Een van de afspraken in het KwK 2020-2030 is het continueren van regionale afstemming van woningbouwplannen en het op adaptieve wijze programmeren van het woningbouwprogramma. De vier gemeenten maken in het KwK 2020-2030 afspraken van welk basisscenario wat betreft aantal woningen de gemeenten uit gaan. In het KwK 2020-2030 is opgenomen dat voor een goed functionerende regionale woningmarkt het belangrijk is dat regionale afstemming over de nieuwbouwprogrammering in aantallen plaatsvindt. En dat er daarnaast gekeken wordt naar de kwaliteit van toekomstig te ontwikkelen woningen voor wat betreft locatie en woningtypen en samenhang met de bestaande voorraad aan woningen. Betekenis voor het project Het onderhavige project geeft een (beperkte) bijdrage aan de woningbehoefte en is passend binnen het KwK 2020-2030. 3.4.3 Omgevingsvisie Schagen Op 14 december 2021 heeft de gemeenteraad van Schagen de Omgevingsvisie vastgesteld.

In de Omgevingsvisie zijn een aantal doelstellingen op het gebied van wonen uitgewerkt, zoals de ambitie om per jaar te starten met de bouw van 300 woningen, per project een minimaal percentage (afhankelijk van de projectgrootte) goedkope koop of sociale huur toe te voegen aan de woningvoorraad, te zorgen voor voldoende starterswoningen en een minimale bruto vloeroppervlakte van 35 vierkante meter per woning te hanteren. Betekenis voor het project De ontwikkeling in het plangebied past binnen de doelstellingen van de Omgevingsvisie. Met het plan wordt invulling gegeven aan de grote behoefte aan woningen. Omdat sprake is van het toevoegen van één woning is het opnemen van een deel goedkope koop of sociale huur niet aan de orde.

DNS Planvorming BV

10/41

3.4.4 Reisgids voor ruimtelijke kwaliteit Om te bepalen hoe de beoordeling van plannen aan ruimtelijke kwaliteit plaats vindt, zijn beleidsregels opgesteld welke zijn opgenomen in de ‘Reisgids voor ruimtelijke kwaliteit’. De beleidsregels zijn abstract van karakter en geven ruimte voor verschillende ontwerpoplossingen. Betekenis voor het project Het plangebied maakt onderdeel uit van het ‘komgebied’. Voor het komgebied geldt een bijzonder welstandsniveau. Belangrijk is dat typen gebouwen worden gebouwd zoals dat gebruikelijk is voor het gebied. In het kader van de aan te vragen omgevingsvergunning voor bouwen zal het bouwplan door Welstand worden beoordeeld.

3.5

Conclusie beleidskader

Op basis van voorgaande paragrafen wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling passend is binnen de beleidskaders op Rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau.

DNS Planvorming BV

11/41

4

Milieu- en omgevingsaspecten

In het kader van de ruimtelijke procedure wordt het project, in het kader van wet- en regelgeving en het kader van een goede ruimtelijke ordening, getoetst op een groot aantal milieu- en omgevingsaspecten. Hieronder is per aspect de betekenis voor het plan aangegeven.

4.1

Archeologie

Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening is iedere gemeente verplicht aandacht te besteden aan de archeologie op haar grondgebied en dit te verwerken in bestemmingsplannen en andere ruimtelijke instrumenten. In de voormalige gemeentelijke Beleidsnota Cultuurhistorie (2012) is beschreven hoe wordt omgegaan met (mogelijke) waardevolle archeologische en cultuurhistorische waarden binnen de gemeentegrenzen. De archeologische verwachtingswaarden in de gemeente zijn vertaald in de bestemmingsplannen. Betekenis voor het project Het perceel kent een archeologische verwachtingswaarde waarbij archeologisch onderzoek noodzakelijk is bij een bouwplan/bodemingrepen groter dan 100 m2 waarbij de bodem dieper dan 35 cm wordt geroerd. Deels is de ondergrond van de locatie al verstoord door de aanwezige bebouwing. In het onderhavige bestemmingsplan is een bouwvlak van 8 meter breed en 12 meter diep opgenomen. Wanneer dit bouwvlak wordt volgebouwd, wordt de verstoringsnorm niet overschreden. De dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’ is overgenomen uit het bestemmingsplan ‘Sint Maarten’. Mocht de verstoringsnorm in de toekomst wel worden overschreden, dan is hiermee geborgd dat archeologisch onderzoek wordt uitgevoerd.

4.2

Cultuurhistorie

Volgens het Besluit ruimtelijke ordening is de gemeente verplicht om in de toelichting van het bestemmingsplan een gemotiveerde beschrijving op te nemen van de wijze waarop rekening gehouden is met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden. Betekenis voor het plan Er zijn geen cultuurhistorische waarden binnen het plangebied aanwezig die beschermd moeten worden. Er wordt qua typologie van de nieuwe woning aangesloten bij het karakter van de bestaande stolpboerderij.

4.3

Bodemkwaliteit

In een bestemmingsplan dat nieuwe functies mogelijk maakt dient de bodemgesteldheid in kaart te worden gebracht. Onderzocht moet worden of de bodem verontreinigd is en wat voor gevolgen een eventuele bodemverontreiniging heeft voor de uitvoerbaarheid van het plan. Een nieuwe bestemming mag pas worden opgenomen als is aangetoond dat de bodem geschikt is (of geschikt te maken is) voor de nieuwe bestemming. Wanneer (een deel van) de bodem in het

Pagina 12 van 41

Milieu- en omgevingsaspecten

plangebied verontreinigd is moet worden aangetoond dat het plan, rekening houdend met de kosten van sanering, financieel uitvoerbaar is. Betekenis voor het project Voor het plangebied is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd1. Met dit onderzoek is inzicht verkregen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. Er zijn in grond en grondwater hooguit lichte verhogingen aangetoond. In de bovengrond en in het grondwater zijn hooguit lichte verhogingen aangetoond, in de ondergrond zijn geen verhogingen aangetoond. De gevolgde onderzoeksstrategie geeft in voldoende mate de situatie ter plaatse van de onderzoekslocatie weer. Er is geen aanleiding tot het uitvoeren van nader onderzoek. De onderzoeksresultaten vormen geen belemmeringen voor de beoogde woonfunctie.

4.4

Water

Een watertoets is een essentieel onderdeel van ieder ruimtelijk plan. Hierbij wordt ingegaan op onder andere de beleidsuitgangspunten van het waterschap, de huidige en de toekomstige waterhuishouding in het plangebied. De planontwikkeling kan effecten hebben op de hoeveelheid verharding en het waterschap Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) zal het plan beoordelen op haar effecten. Het is verplicht in beeld te brengen wat de effecten van de voorgenomen activiteit op de waterhuishouding zijn. Het gaat hier zowel om de waterkwaliteit als waterkwantiteit. Het streven is er zoveel mogelijk op gericht om water (regen-, afval- en oppervlaktewater) op een goede manier in te passen in het ontwerp. Betekenis voor het project Als gevolg van het bouwplan vindt slechts een beperkte toename aan verhard oppervlak plaats (maximaal 100 m²). Daarnaast wordt geen water gedempt. Compenserende maatregelen zijn niet aan de orde. In het plan is geen sprake van activiteiten die als gevolg kunnen hebben dat vervuild hemelwater naar het oppervlaktewater afstroomt. Het afstromende hemelwater kan als schoon worden beschouwd. Er wordt niet gebouwd in een beschermingszone van een waterkering. Hemelwater wordt afgevoerd naar het oppervlaktewater en afgekoppeld van het afvalwater.

Dit komt overeen met de basisdoelstelling van het hoogheemraadschap om het hemelwater van nieuwe oppervlakken zoveel mogelijk te scheiden van het afvalwater. Voorwaarde is wel dat het hemelwater als schoon kan worden beschouwd. Dit is hier het geval.

4.5

Natuur

In de natuurwetgeving worden gebiedsbescherming en soortenbescherming onderscheiden. Beide beschermingsregimes zijn van belang voor de ontwikkelingsmogelijkheden van een gebied. Betekenis voor het project Door ecologisch bureau Van der Goes en Groot is een ecologische quickscan uitgevoerd2. De resultaten zijn hieronder toegelicht. Gebiedsbescherming Op 4,5 kilometer afstand van het plangebied ligt het Natura 2000-gebied ‘Zwanenwater & Pettemerduinen’. Gezien de grote afstand, afscherming door groengebieden, stedelijk gebied en dergelijke en de aard van de uit te voeren werkzaamheden, worden op voorhand geen directe

1 2

Verkennend bodemonderzoek Wijzendweg 2a te Sint Maarten, Grondslag BV, 19 juli 2023 Wijzendweg 2a te Sint Maarten - Toetsing in het kader van de natuurwetgeving, Van de Goes en Groot, 27 juli 2023

DNS Planvorming BV

13/41

Milieu- en omgevingsaspecten

negatieve gevolgen verwacht van de plannen zoals licht, geluid of optische verstoring. Er hoeft hiernaar geen nadere toetsing uitgevoerd te worden.

Omdat het plan betrekking heeft op slechts één woning kan, gelet op de afstand tot Natura 2000-gebieden ook op voorhand worden geconcludeerd dat er geen sprake is van een verhoogde stikstofdepositie in de aanlegfase en gebruiksfase. De stikstofdepositie die uitvoering van het plan zal veroorzaken vormt een zodanig gering percentage van de kritische depositiewaarde van de ter plaatse voorkomende stikstofgevoelige habitattypen, dat er ecologisch gezien geen zichtbare of meetbare effecten zullen optreden en er zeker geen sprake is van significante gevolgen waardoor de instandhoudingsdoelstellingen van de betrokken Natura 2000-gebieden in gevaar zouden kunnen komen. Het plangebied ligt niet binnen de begrenzing of in de directe omgeving van het Bijzonder Provinciaal Landschap waarin het Natuurnetwerk Nederland en weidevogelleefgebied is opgenomen. Gezien de aard van de plannen, de reikwijdte daarvan en de locatie van het plangebied ten opzichte van beschermde gebieden, worden geen negatieve effecten op beschermde natuurgebieden verwacht Soortenbescherming Het onderzoeksgebied is in potentie geschikt voor beschermde soorten amfibieën, vogels, grondgebonden zoogdieren en vleermuizen. Gezien de uitgevoerde toetsing, kunnen van de amfibieën en grondgebonden zoogdieren alleen ‘vrijgestelde’ soorten verblijvend aanwezig zijn.

Voor deze aangetroffen of verwachte ‘vrijgestelde’ soorten hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd als werkzaamheden worden verricht in het kader van een ruimtelijke ontwikkeling. In het plangebied kunnen broedvogels met niet-jaarrond beschermde nesten voorkomen. Voor de verwachte aanwezige broedvogels dienen werkzaamheden waarbij nesten vernield of verstoord kunnen worden, buiten het broedseizoen plaats te vinden. Een ontheffing is voor broedvogels dan niet nodig. Het broedseizoen loopt grofweg van half maart tot half juli. Voor het mogelijk incidentele terreingebruik van het plangebied door overige vogels met jaarrond beschermde nesten (Huismus, Sperwer en Ransuil), wordt geen negatief effect verwacht van de ingreep omdat het plangebied slechts een klein deel uitmaakt van een veel groter leefgebied en in de naaste omgeving veel vergelijkbaar of beter biotoop aanwezig is. Het plangebied biedt geen essentieel leefgebied voor deze soorten en ze kunnen gemakkelijk uitwijken. Voor incidenteel aanwezige kleine marterachtigen wordt geen belangrijk negatief effect verwacht vanwege de grootte van het plangebied en de ruime aanwezigheid vergelijkbaar en beter biotoop in de naaste omgeving. De dieren kunnen derhalve gemakkelijk tijdelijk uitwijken. Het plangebied biedt geen essentieel leefgebied voor kleine marterachtigen.

Voor de mogelijk aanwezige foeragerende vleermuizen in het plangebied wordt geen negatief effect verwacht van de ingreep omdat het plangebied slechts een klein deel uitmaakt van een veel groter foerageergebied en in de naaste omgeving veel vergelijkbaar of beter biotoop aanwezig is. De vleermuizen kunnen derhalve gemakkelijk tijdelijk uitwijken. Op termijn zal de groenzone van het plangebied grotendeels herstellen en opnieuw kunnen dienen als foerageergebied voor vleermuizen. Rekening zal moeten worden gehouden met de algemene zorgplicht uit de Wet natuurbescherming. Dat houdt in dat er niet willens en wetens schade mag worden toegebracht aan beschermde natuurwaarden. Mochten tijdens de uitvoering beschermde soorten worden waargenomen, dienen maatregelen te worden getroffen om schade zoveel mogelijk te voorkomen.

DNS Planvorming BV

14/41

Milieu- en omgevingsaspecten

4.6

Bedrijven en milieuzonering

Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen anderzijds. De doelen van milieuzonering zijn:  Het reeds in het ruimtelijk spoor voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies;  Het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Betekenis voor het project In de directe omgeving van het plangebied zijn uitsluitend woningen en geen bedrijven gevestigd. Er zijn geen andere functies en bedrijven die een goed woon- en leefklimaat in de weg zouden kunnen staan.

4.7

Spuitzonering

In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de drift van bestrijdingsmiddelen van belang. Het neerkomen van een deel van de bestrijdingsmiddelen door wind heeft namelijk mogelijk effect op de gezondheid van omwonenden. Het uitgangspunt dat volgt uit jurisprudentie is dat een afstand van 50 meter tussen gevoelige functies en percelen waar bestrijdingsmiddelen worden gebruikt niet onredelijk is. Betekenis voor het project In de omgeving van het plangebied zijn gronden met een agrarische bestemming aanwezig waarop een grondgebonden agrarische bedrijfsvoering is toegestaan. Op deze gronden kunnen bestrijdingsmiddelen worden gebruikt. Er is onderzoek uitgevoerd naar spuitzonering3. Gelet op de feitelijke situatie en de mogelijkheden die het bestemmingsplan toestaat kan worden uitgegaan van een teelt waarbij neerwaarts wordt gespoten met gewasbeschermingsmiddelen. Voor een goed woon- en leefklimaat kan daarom worden volstaan met het hanteren van een buffer van 12,5 meter. De gronden van het plangebied hebben al een woonbestemming. De woning wordt op meer dan 12,5 meter van de agrarische gronden gerealiseerd. Met de voorgenomen ontwikkeling is geen sprake van een situatie waarbij onaanvaardbare effecten op de gezondheid van de toekomstige bewoners binnen het plangebied zouden kunnen worden verwacht als gevolg van gebruik van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen.

4.8

Verkeer en parkeren

In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient een bestemmingsplan inzicht te geven in de gevolgen van de ontwikkeling op het gebied van verkeer en parkeren. Betekenis voor het project Op de Wijzendweg geldt ter plaatse van het plangebied een snelheidsregime van 30 km/uur. De nieuwe woning wordt via de bestaande inrit op de Wijzendweg ontsloten. In de Parkeernota Schagen 2016 is voor een vrijstaande woning in de categorie ‘koop’ binnen het gebied ‘rest bebouwde kom’ een parkeernorm van 2,3 parkeerplaatsen opgenomen (waarvan 0,3 voor bezoekers). Op het perceel wordt parkeergelegenheid voor minimaal 3 parkeerplaatsen gerealiseerd. 3

Onderzoek spuitzonering Wijzendweg 2a, DNS Planvorming BV, 31 augustus 2023

DNS Planvorming BV

15/41

Milieu- en omgevingsaspecten

4.9

Geluid

In het kader van geluid is de Wet geluidhinder van toepassing. Doel van deze wet is het terugdringen van hinder als gevolg van geluid en het voorkomen van een toename van geluidhinder in de toekomst. In dit geval is wegverkeerslawaai van belang. In de Wet geluidhinder is bepaald dat elke weg in principe een zone heeft waar aandacht aan geluidhinder moet worden besteed. Daarbij onderscheidt de Wet geluidhinder geluidsgevoelige gebouwen enerzijds en niet-geluidsgevoelige functies anderzijds. Het uitgangspunt is dat op de gevels van geluidsgevoelige functies voldaan wordt aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Indien hier niet aan wordt voldaan, kan een hogere grenswaarde worden vastgesteld. Deze hogere waarde is te verlenen tot 63 dB binnen de bebouwde kom. Betekenis voor het project Op de Wijzendweg geldt ter plaatse van het plangebied een snelheidsregime van 30 km/uur.. Uit raadpleging van de geluidkaart op de website van de Atlas van de leefomgeving (www.atlasleefomgeving.nl) volgt dat ter plaatse sprake is van een aanvaardbare geluidbelasting als gevolg van het verkeer (zie afbeelding 4.1). Het aspect wegverkeersverkeerslawaai staat een aanvaardbaar woon- en verblijfsklimaat niet in de weg.

Afbeelding 4.1: Geluidbelasting wegverkeer (bron: www.atlasleefomgeving.nl)

4.10

Luchtkwaliteit

Op basis van wetgeving die bekend staat onder de naam 'Wet luchtkwaliteit' kunnen ruimtelijkeconomische initiatieven worden uitgevoerd als aan één of meer voorwaarden wordt voldaan:  grenswaarden niet worden overschreden;  de luchtkwaliteit per saldo verbetert of tenminste gelijk blijft;  het initiatief niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit;  het initiatief is opgenomen in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). De Wet Luchtkwaliteit maakt onderscheid tussen kleine en grote ruimtelijke projecten. Onder kleine projecten worden projecten verstaan die de luchtkwaliteit 'niet in betekende mate' verslechteren. Deze projecten worden niet meer beoordeeld op luchtkwaliteit. Ze zijn namelijk zo klein dat ze geen wezenlijke invloed hebben op de luchtkwaliteit. Draagt een klein project niet of nauwelijks bij aan luchtverontreiniging, dan is er geen belemmering voor. Het ministerie VROM heeft de definitie van 'in betekenende mate' vastgelegd in het Besluit NIBM. Projecten die de concentratie NOx, SO2 of fijn stof met meer dan 3% van de grenswaarde verhogen, dragen in betekenende mate bij aan de luchtvervuiling. Deze 3%-grens is voor een aantal categorieën projecten in de regeling NIBM omgezet in getalsmatige grenzen, bijvoorbeeld:

DNS Planvorming BV

16/41

Milieu- en omgevingsaspecten

 woningbouw: 1.500 woningen netto bij 1 ontsluitingsweg, 3.000 woningen bij 2 ontsluitingswegen;  kantoorlocaties: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak bij 1 ontsluitingsweg, 200.000 m2 bruto vloeroppervlak bij 2 ontsluitingswegen. Betekenis voor het project Op grond van het bovenstaande wordt geconcludeerd dat sprake is van een klein project welke niet of nauwelijks bijdraagt aan de luchtverontreiniging. In combinatie met de lage achtergrondwaarden in het gebied is luchtkwaliteit geen belemmering voor het voorgenomen plan.

4.11

Externe veiligheid

Vanuit een goede ruimtelijke ordening is het van belang te kijken naar gevaarleverende functies in of in de nabijheid van het plangebied. De Normen voor externe veiligheid zijn vastgelegd in onder andere het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), Besluit externe veiligheid transportroutes (BEVT) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Betekenis voor het project Met behulp van de risicokaart op de website atlasleefomgeving.nl is een inventarisatie gemaakt van de in de omgeving van het plangebied aanwezige risicobronnen ten aanzien van externe veiligheid. In de directe omgeving van het plangebied zijn geen risicovolle inrichtingen aanwe-zig. Ook zijn er geen transportroutes voor gevaarlijke stoffen in de directe omgeving aanwezig. Op circa 240 meter ten westen van het plangebied ligt een buisleiding van de Nederlandse Gasunie. Het betreft buisleiding A-637. De buisleiding heeft een uitwendige diameter van 914 mm en een maximale werkdruk van 66,20 bar. Voor deze buisleiding ligt de 1% letaliteitsgrens op 430 meter. De 100% letaliteitsgrens ligt op 180 meter. Het plangebied ligt hiermee binnen het invloedsgebied van de leiding maar buiten de 100% letaliteitscontour. Daarom kan worden volstaan met een beperkte verantwoording van het groepsrisico. Hiervoor is advies gevraagd aan de Veiligheidsregio Noord-Holland Noord.

4.12

Duurzaamheid

Lokale overheden hebben een belangrijke rol bij energiebesparing, duurzame energieopwekking en terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen. Bijna alle gemeenten in Nederland hebben een klimaatbeleidsplan en voeren klimaatprojecten uit. De doelen uit het Uitvoeringsprogramma Klimaat 2012 - 2020 van de gemeente Schagen zijn energiebesparing, vermindering uitstoot broeikasgassen met 20% en de opwekking van 22,5 % duurzame energie. De gemeente Schagen geeft uitvoering aan de Energieagenda 2017. Schagen ondersteunt, faciliteert en initieert projecten, zodat het energieverbruik vermindert en er meer duurzame energie wordt opgewekt. Eén van de speerpunten is meer energie neutrale nieuwbouw. Schagen wil de energietransitie ondersteunen en versnellen om uiteindelijk in 2040 energie-neutraal te zijn. Daarom is besloten om alle nieuwbouw aardgasvrij te realiseren. De gemeente begeleid particuliere bouwers in een vroeg stadium van de planontwikkeling, waardoor hogere ambities worden gehaald. Betekenis voor het project Wie tegenwoordig een woning bouwt, doet dit al bijna energieneutraal en bij voorkeur met duurzame materialen. De regels hiervoor zijn de afgelopen jaren aangescherpt en vragen nu om nieuwe bouwconcepten. De woning wordt niet aangesloten op het gasnet. In de uitwerking van het bouwplan wordt nader aandacht besteed aan de te nemen duurzaamheidsmaatregelen.

4.13

M.e.r.-beoordeling

Op grond van de Wet milieubeheer is het verplicht ten aanzien van plannen, gevallen, activiteiten en besluiten die (mogelijk) grote gevolgen kunnen hebben voor het milieu, een procedure voor milieueffectrapportage (m.e.r.) te doorlopen. De m.e.r. is bedoeld om milieubelangen meer expliciet af te wegen bij het opstellen van plannen en het uitvoeren van projecten. DNS Planvorming BV

17/41

Milieu- en omgevingsaspecten

Het Besluit m.e.r. en de Wet milieubeheer zijn per 7 juli 2017 gewijzigd. Gemeenten zijn thans verplicht om voor m.e.r.-(beoordelings)plichtige activiteiten een expliciet besluit te nemen over het al dan niet opstellen van een milieueffectrapport (Mer). Betekenis voor het project In het Besluit milieueffectrapportage zijn m.e.r.-(beoordelings)plichtige activiteiten en indicatieve drempelwaarden opgenomen. Op de D-lijst onder categorie D 11.2 geldt voor het onderdeel ‘aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’ een drempelwaarde van 100 hectare en van 2.000 woningen. In dit geval is sprake van de realisatie van één woning, waarmee ver onder de drempelwaarde wordt gebleven. Het is gelet op de hiervoor behandelde milieu- en omgevingsaspecten uitgesloten dat belangrijke negatieve milieugevolgen zullen optreden. Er hoeft derhalve geen m.e.r. beoordelingsprocedure te worden gevolgd.

4.14

Conclusie milieu- en omgevingsaspecten

De effecten van de voorgenomen ontwikkeling op de in dit hoofdstuk genoemde milieu- en omgevingsfactoren vormen geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

DNS Planvorming BV

18/41

Juridische planbeschrijving

5

Juridische planbeschrijving

5.1

Algemeen

In dit hoofdstuk wordt inzicht gegeven in de wijze waarop de gewenste ruimtelijke ontwikkeling juridisch is vertaald. Het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en de regels. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van deze gronden, regels omtrent de toegelaten bebouwing en regelingen betreffende het gebruik van op te richten bouwwerken. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. De verbeelding vormt samen met de regels het voor de burgers bindende onderdeel van het bestemmingsplan. De toelichting heeft geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de onderbouwing van het plan en geeft uitleg van bepaalde bestemmingen en regels. In dit hoofdstuk zal worden ingegaan op de systematiek en leeswijzer bij de verbeelding en regels en de handhaafbaarheid.

5.2

Verbeelding

De verbeelding geeft de bestemmingen van de gronden aan. In de planregels staat per bestemming en aanduiding vastgelegd wat de beperkingen en mogelijkheden van de gronden met de bestemming, zoals aangegeven op de verbeelding, zijn.

5.3

Planregels

In dit bestemmingsplan komen de volgende bestemmingen voor:  Wonen  Waarde – Archeologie 2 De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, regels omtrent de toegelaten bebouwing en regelingen betreffende het gebruik van op te richten bouwwerken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken. Per hoofdstuk zullen de diverse regels artikelsgewijs worden besproken. Hoofdstuk 1 Inleidende regels Dit zijn de inleidende bepalingen van de regels.  Artikel 1: Begrippen geeft de betekenis aan een aantal in de regels voorkomende begrippen. Hierdoor wordt de interpretatie van de begrippen vastgelegd, waardoor de duidelijkheid wordt vergroot.

 Artikel 2: Wijze van meten geeft aan hoe bepaalde maten dienen te worden berekend. Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Deze artikelen bevatten de regels welke direct verband houden met de op de verbeelding aangegeven bestemmingen. Per bestemming en per artikel geldt in de meeste gevallen het volgende stramien:

DNS Planvorming BV

19/41

Juridische planbeschrijving

a. een beschrijving van de bestemming; b. de bouwregels: regels omtrent hoogte, bebouwingsdichtheid enz. De bouwregels geven aan welke bouwwerken mogen worden opgericht. c. (eventueel) een mogelijkheid voor afwijken van de bouwregels; d. (eventueel) een omschrijving van de specifieke gebruiksregels; e. (eventueel) een mogelijkheid voor afwijken van de gebruiksregels; De aanduidingen zijn op de verbeelding met een lettercode aangegeven, die in de regels terug zijn te vinden. Beschrijving van de bestemmingen:

 Artikel 3: Wonen - 2 De bestemming Wonen – 2 geldt voor het gehele plangebied. De regels van deze bestemming zijn overgenomen uit het bestemmingsplan Sint Maarten en geacualiseerd op basis van het geldende parapluplan.  Artikel 4: Waarde – Archeologie 2 Conform het bestemmingsplan Dirkshorn heeft een deel van het plangebied de bestemming Waarde – Archeologie 2. Deze gronden zijn mede bestemd voor het behoud van aanwezige archeologische waarden. Voor het realiseren van bouwwerken of werkzaamheden die de ondergrond verstoren en dieper gaan dan 35 cm onder maaiveld bij een oppervlak van meer dan 100 m² is nader archeologisch onderzoek nodig. Hoofdstuk 2 Algemene regels Deze artikelen bevatten algemene regels die op de bestemmingen van toepassing zijn. De diverse artikelen zullen hieronder kort worden toegelicht.

 Artikel 5: Antidubbeltelregel Op grond van de anti-dubbeltelregel is bepaald dat grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing blijft.  Artikel 6: Algemene bouwregels Op basis van dit artikel zijn specifieke kleine overschrijdingen van grenzen in het horizontale vlak bij recht toegestaan. In de algemene bouwregels is tevens een voorwaardelijke verplichting opgenomen op grond waarvan een omgevingsvergunning voor bouwen uitsluitend verleend kan worden als in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien.  Artikel 7: Algemene gebruiksregels In de algemene gebruiksregels is aangegeven welk gebruik in ieder geval in strijd is met het bestemmingsplan. Tevens is een voorwaardelijke verplichting opgenomen waarin is geborgd dat voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid.  Artikel 8: Algemene afwijkingsregels Deze bepaling geeft de mogelijkheid om met een omgevingsvergunning af te wijken van de regels ten aanzien van geringe overschrijdingen. Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Dit hoofdstuk bevat de laatste bepalingen van de bestemmingsregels. Hieronder worden de verschillende artikelen toegelicht.

 Artikel 9: Overgangsregels Het overgangsrecht is tweeledig en heeft betrekking op bouwwerken en gebruik. In dit artikel staan de overgangsregels voor bestaande bouwwerken en bestaande gebruiksactiviteiten die afwijken van het bestemmingsplan.

DNS Planvorming BV

20/41

Juridische planbeschrijving

 Artikel 10: Slotregel Dit artikel geeft de naam en datum van het bestemmingsplan aan. 5.4

Handhaafbaarheid

Een van de uitgangspunten bij de ontwikkeling van een bestemmingsplan, dus ook bij de ontwikkeling van het onderhavige bestemmingsplan, is dat de in het plan opgenomen regels handhaafbaar dienen te zijn. Handhaving van het ruimtelijk beleid verdient meer aandacht omdat het een voorwaarde is voor het behoud en de ontwikkeling van de ruimtelijke kwaliteit in het plangebied. Bij de totstandkoming dit bestemmingsplan is aandacht besteed aan de handhaafbaarheid van de in het plan opgenomen regels. Ten behoeve van een goede handhaving van de regels zijn de volgende factoren van belang:  voldoende kenbaarheid geven aan het plan;  voldoende draagvlak voor het beleid en de regelgeving in het plan;  inzichtelijke en realistische regeling;  handhavingsbeleid.

DNS Planvorming BV

21/41

Financiële uitvoerbaarheid

6

Financiële uitvoerbaarheid

Ingevolge artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient er in het kader van het bestemmingsplan een onderzoek te worden gedaan naar de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de financiële haalbaarheid van het plan. De maatschappelijke aspecten worden in hoofdstuk 7 toegelicht. In artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is voorgeschreven dat de gemeenteraad een exploitatieplan vaststelt voor de gronden waarop een bouwplan is voorgenomen. In artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is de definitie van bouwplan gegeven, waarbij de bouw van één of meerdere woningen als bouwplan wordt gedefinieerd. Met het tweede lid van artikel 6.12 Wro kan worden afgeweken van de plicht een exploitatieplan vast te stellen, mits het verhaal van kosten anderszins is verzekerd. De kosten voor het bouwplan alsmede de plankosten worden gedragen door de initiatiefnemer. Hetzelfde geldt voor eventuele kosten als gevolg van planschade. Hiervoor wordt een overeenkomst tussen initiatiefnemers en de gemeente gesloten. De ambtelijke kosten voor de realisatie van het plan zijn voor de gemeente anderszins verzekerd in de legesverordening. Om deze reden is een exploitatieplan niet nodig. De financiële uitvoerbaarheid van het plan is voldoende gewaarborgd.

DNS Planvorming BV

22/41

7

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

7.1

Vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro

Ingevolge artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro), dienen burgemeester en wethouders overleg te plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Vooroverleg met de provincie en het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier vindt op de gebruikelijke wijze plaats.

7.2

Participatie en procedure bestemmingsplan

Omwonenden zijn geïnformeerd zijn over het planvoornemen. Hier zijn geen bezwaren tegen het plan uit naar voren gekomen. Het ontwerpbestemmingsplan is met ingang van 18 december 2023 op grond van artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening gedurende 6 weken ter inzage gelegd, waarbij door een ieder zienswijzen bij de gemeenteraad konden worden ingediend. Er zijn geen zienswijzen ingediend.

Pagina 23 van 41

REGELS

REGELS

DNS Planvorming BV

24/41

Hoofdstuk 1

Inleidende regels

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

Artikel 1 1.1

Begrippen

plan

het bestemmingsplan ‘Wijzendweg 2a, Sint Maarten’ met identificatienummer NL.IMRO.0441.BPWijzendw2a-VA01 van de gemeente Schagen; 1.2

bestemmingsplan

de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3

aanbouw

een gebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.4

aanduiding

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.5

aanduidingsgrens

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.6

bebouwing

één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.7

bed & breakfast

een kleinschalige vorm van verblijfsrecreatie voor één of enkele nachten op basis van logies en ontbijt in het hoofd- of bijgebouw; 1.8

beroeps- of bedrijfsuitoefening aan huis

het uitoefenen van een vrij en zelfstandig beroep, of het beroepsmatig verlenen van diensten, op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, educatief, kunstzinnig, technisch gebied of daarmee gelijk te stellen activiteiten, niet zijnde detailhandel, waarbij de woning in hoofdzaak haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft, die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.9

bestaand

a. ten aanzien van de bij of krachtens de Woningwet of de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht aanwezige bouwwerken, en de werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden: 1. bestaand ten tijde van de eerste terinzagelegging van dit plan; b. ten aanzien van het overige gebruik: 1. bestaand ten tijde van het van kracht worden van dit plan.

DNS Planvorming BV

25/41

Hoofdstuk 1

1.10

Inleidende regels

bestemmingsgrens

de grens van een bestemmingsvlak; 1.11

bestemmingsvlak

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.12

bijgebouw

een op zichzelf staand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch en functioneel opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw en niet in directe verbinding staat met het hoofdgebouw; 1.13

bouwen

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk; 1.14

bouwgrens

de grens van een bouwvlak; 1.15

bouwlaag

het geheel van op gelijke vloerhoogte gelegen ruimte in een gebouw, een zolderverdieping of vliering wordt hieronder niet begrepen; 1.16

bouwperceel

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.17

bouwperceelgrens

de grens van een bouwperceel; 1.18

bouwvlak

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.19

bouwwerk

een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden, of een constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren; 1.20

detailhandel

het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen, die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.21

gebouw

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.22

hoofdgebouw

een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn constructie, afmetingen of functie als het belangrijkste bouwwerk valt aan te merken;

DNS Planvorming BV

26/41

Hoofdstuk 1

1.23

Inleidende regels

huishouden

de bewoning van een woning door een persoon danwel door meerdere personen in de vorm van een samenlevingsverband, waarbij sprake is van continuïteit van samenstelling en onderlinge verbondenheid, niet zijnde kamerverhuur; 1.24

mantelzorg

het op basis van vrijwilligheid en buiten organisatorisch verband bieden van zorg aan een ieder die hulpbehoevend is op fysiek, psychisch en/of sociaal vlak; 1.25

overkapping

een bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat een overdekte ruimte vormt zonder wanden dan wel met ten hoogste één wand; 1.26

peil

1. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; 2. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; 3. voor een zich op het strand bevindend gebouw: de bovenkant van de begane grondvloer van het gebouw; 4. voor een zich op het strand bevindend bouwwerk, geen gebouw zijnde: de voet van het betreffende bouwwerk 5. indien op het water wordt gebouwd: het plaatselijk aan te houden waterpeil. 1.27

prostitutie

het zich beschikbaar stellen voor het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; 1.28

seksinrichting

de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden; Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub of een prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.29

uitbouw

een gebouw dat als vergroting van een bestaande ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw, welk gebouw door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.30

voorgevel

de naar de weg (eventueel voetpad) gekeerde gevel(s) van het hoofdgebouw die door zijn aard, functie, constructie of uitstraling als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt; 1.31

wonen

het bewonen van een woning; 1.32

woning

een complex van ruimten in één gebouw, krachtens zijn indeling en inhoud geschikt en uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van een afzonderlijk huishouden;

DNS Planvorming BV

27/41

Hoofdstuk 1

1.33

Inleidende regels

woonhuis

een gebouw dat één woning omvat, dan wel twee of meer naast elkaar en/of geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kan worden.

DNS Planvorming BV

28/41

Hoofdstuk 1

Artikel 2

Inleidende regels

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1

de oppervlakte van een bouwwerk

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.2

de bouwhoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.3

de inhoud van een bouwwerk

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.4

de dakhelling

langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.5

de goothoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.

DNS Planvorming BV

29/41

Hoofdstuk 2

Bestemmingsregels

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14697583/1