bestemmingsplan Veluweweg naast 45 Waarland
Tekst van het document
Veluweweg naast 45, Waarland
Bestemmingsplan
Status:
Vastgesteld
Gemeente: ID-code: datum
Schagen NL.IMRO.0441.BPWLDVELUWEWnst45-VA01 6 oktober 2022
DNS Planvorming BV | Klaprozenweg 75 C | 1033 NN Amsterdam | info@dnsplanvorming.nl
Inhoudsopgave
1 1.1 1.2 1.3 1.4
Inleiding ......................................................................................................................... 4 Aanleiding en doel ........................................................................................................ 4 Ligging plangebied ........................................................................................................ 4 Geldend bestemmingsplan ........................................................................................... 5 Leeswijzer ..................................................................................................................... 5
2 2.1 2.2
Het project ..................................................................................................................... 6 Huidige situatie ............................................................................................................. 6 Toekomstige situatie ..................................................................................................... 6
3 3.1 3.2 3.2.1 3.2.2 3.3 3.3.1 3.4 3.4.1 3.4.2 3.4.3 3.4.4 3.5
Beleid ............................................................................................................................ 8 Inleiding ......................................................................................................................... 8 Rijksbeleid ..................................................................................................................... 8 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) ................................................................................ 8 Ladder voor duurzame verstedelijking .......................................................................... 8 Provinciaal beleid .......................................................................................................... 9 Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 en Omgevingsverordening NH2020 ................. 9 Regionaal en gemeentelijk beleid ............................................................................... 10 Regionaal woonakkoord Kop van Noord-Holland 2021-2026 .................................... 10 Convenant Regionaal samenwerkingsafspraken woningbouw van de Kop van NoordHolland 2020-2030 (KwK 2020-2030) ........................................................................ 10 Omgevingsvisie Schagen ...........................................................................................
10 Reisgids voor ruimtelijke kwaliteit ............................................................................... 11 Conclusie beleidskader ............................................................................................... 11
4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13
Milieu- en omgevingsaspecten ................................................................................... 12 Archeologie ................................................................................................................. 12 Cultuurhistorie ............................................................................................................. 12 Bodemkwaliteit ............................................................................................................ 12 Water ........................................................................................................................... 13 Natuur ......................................................................................................................... 13 Bedrijven en Milieuzonering ........................................................................................ 15 Verkeer en parkeren ................................................................................................... 15 Geluid .......................................................................................................................... 15 Luchtkwaliteit............................................................................................................... 16 Externe veiligheid ........................................................................................................
16 Duurzaamheid ............................................................................................................. 17 M.e.r.-beoordeling ....................................................................................................... 18 Conclusie milieu- en omgevingsaspecten .................................................................. 18
5 5.1 5.2 5.3 5.4
Juridische planbeschrijving ......................................................................................... 19 Algemeen .................................................................................................................... 19 Verbeelding ................................................................................................................. 19 Planregels ................................................................................................................... 19 Handhaafbaarheid ...................................................................................................... 21
6
Financiële uitvoerbaarheid .......................................................................................... 22
7
Maatschappelijke uitvoerbaarheid .............................................................................. 23
DNS Planvorming BV
2/40
7.1 7.2
Participatie en vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro .......................................................... 23 Procedure bestemmingsplan ...................................................................................... 23
REGELS .................................................................................................................................... 24 Hoofdstuk 1
Inleidende regels ............................................................................................. 25
Hoofdstuk 2
Bestemmingsregels ......................................................................................... 30
Hoofdstuk 3
Algemene regels.............................................................................................. 34
Hoofdstuk 4
Overgangs- en slotregels ................................................................................ 39
DNS Planvorming BV
3/40
1
Inleiding
1.1
Aanleiding en doel
Het voornemen bestaat om een (stolp)woning te realiseren op het perceel tussen Veluweweg 45 en Beemsterboerweg 35 te Waarland. De locatie ligt in het bebouwingslint van de Veluweweg. De gronden hebben een agrarische bestemming. Het bouwplan is daarom in strijd met het bestemmingsplan. Met voorliggend bestemmingsplan wordt een nieuw ruimtelijk regime van kracht, waarbij de woning op de locatie planologisch mogelijk worden gemaakt.
1.2
Ligging plangebied
De locatie waar de woning is voorzien ligt op de hoek van de Veluweweg en de Beemsterboerweg. Het maakt onderdeel uit van het kadastraal perceel Harenkarspel H3241 en is circa 2.500 m² groot. Een klein deel van het aangrenzende perceel H2884 maakt ook onderdeel van het plangebied omdat de ontsluiting via dit perceel is voorzien en deze gronden ook een agrarische bestemming hebben. Het plangebied is in afbeelding 1.1 rood omlijnd.
Afbeelding 1.1: luchtfoto plangebied met kadastrale grenzen
DNS Planvorming BV
4/40
1.3
Geldend bestemmingsplan
Voor het plangebied geldt het bestemmingsplan ‘Waarland’, vastgesteld op 15 mei 2012 door de gemeenteraad van de toenmalige gemeente Harenkarspel. In dit bestemmingsplan hebben de gronden van het plangebied de bestemming ‘Agrarisch met waarden 3’.
Afbeelding 1.2: uitsnede bestemmingsplan (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)’
Naast het bestemmingsplan ‘Waarland’ gelden ter plaatse van het plangebied ook het parapluplan Parkeren (vastgesteld op 7 november 2017) en het paraplu-omgevingsplan 1e tranche (vastgesteld op 30 juni 2020).
1.4
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 van dit bestemmingsplan wordt een beschrijving van de huidige en toekomstige situatie van het plangebied gegeven. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 ingegaan op het vigerende beleid, waarbij het beleid op verschillende bestuursniveaus aan bod komt. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de verschillende milieu- en omgevingsaspecten, waarna in hoofdstuk 5 de juridische aspecten worden toegelicht. Vervolgens wordt in hoofdstuk 6 ingegaan op de uitvoerbaarheid en ten slotte worden in hoofdstuk 7 de maatschappelijke uitvoerbaarheid en de procedure uitgewerkt.
DNS Planvorming BV
5/40
2
Het project
2.1
Huidige situatie
De locatie ligt aan de Veluweweg in Waarland, nabij de kruising met de Beemsterboerweg. Ten noorden van de locatie zijn recent via de Ruimte voor Ruimte-regeling drie woningen gerealiseerd. Aan de overzijde van de Veluweweg wordt momenteel het woningbouwplan Adamsland gerealiseerd ter plaatse van het voormalige agrarisch loonbedrijf Bruin. Aan de overzijde van de Beemsterboerweg (het kadastraal perceel H2564) heeft de gemeente positief besloten op een initiatief voor het realiseren van 8 woningen. Met deze ontwikkelingen is de locatie waar de woning is voorzien nog het enige aanwezige agrarisch bestemde perceel aan de Veluweweg. Het plangebied aan de Veluweweg bevindt zich aan een oud dorpslint van Waarland. De oorspronkelijke lintbebouwing aan de Veluweweg komt uit de vooroorlogse periode. Oorspronkelijk was hier alleen agrarische bebouwing aanwezig. De bebouwing aan de bebouwingslinten is in de loop der tijd uitgebreid. Op diverse locaties zijn woningen vervangen of toegevoegd. De variatie in bouwperioden, materiaalgebruik en bouwstijlen bepalen, samen met de variatie in voorgevelrooilijnen, kaprichtingen en de inrichting van de openbare ruimte en het openbaar groen, de karakteristiek van de Veluweweg. De Veluweweg heeft een groene uitstraling waarbij aan het overgrote deel van de weg aan weerszijden bomen aanwezig zijn.
Afbeelding 2.1: Foto huidige situatie (vanaf kruising Veluweweg – Beemsterboerweg)
In de huidige situatie is het perceel agrarisch in gebruik waarbij de locatie tevens dient als inrit naar het agrarisch land.
2.2
Toekomstige situatie
Gelet op de breedte van het perceel (ruim 35 meter) is een woning hier goed in te passen binnen de aanwezige bebebouwingstructuur en kunnen smalle doorzichten naar het achterliggende landschap behouden blijven.
DNS Planvorming BV
6/40
Het voornemen bestaat om op het perceel een stolpwoning te realiseren, conform de oorspronkelijke karakteristieken van dit cultuurhistorisch waardevolle bouwtype. Aan de dorpslinten van Waarland zijn nog een aantal stolpboerderijen aanwezig. Velen zijn echter verloren gegaan. Met de bouw van dit type woning wordt aangesloten bij de ontwikkelingsgeschiedenis en wordt bijgedragen aan een versterking van de ruimtelijke karakteristiek van de Veluweweg. Ten opzichte van de woningen in de directe omgeving zal de stolpwoning iets verder achter de rooilijnen worden gepositioneerd. Op deze wijze ontstaat een eigen zelfstandigheid die past bij de bijzondere locatie. Tegelijkertijd kan een ruim groen voorerf worden gerealiseerd dat passend is bij de oorspronkelijke karakteristieken van een stolp. Op afbeelding 2 is de voorgestelde situering van stolp, bijgebouw en inrit weergegeven. De achterliggende agrarische gronden blijven bereikbaar via een recht van overpad. Er is een stolpwoning voorzien van 15 meter bij 15 meter met een goothoogte van 3 meter en bouwhoogte van 10,5 meter.
Afbeelding 2.2: Begrenzing kavels met bouwvlakken rood omlijnd.
De inrichting van het erf draagt in hoge mate bij aan de kwaliteit van de stolp. Erven van stolpboerderijen zijn doelmatig en meestal sober van inrichting. Verhardingsmateriaal kan bestaan uit klinkerbestrating (waaltjes), schelpen of een andere halfverharding (passend bij het landelijke, agrarische karakter). De stolpwoning wordt voorzien van een ruime tuin met veel ruimte voor bomen, heesters en hagen. De voortuin krijgt een sierfunctie en laat het zicht vrij op de voorgevel. De erfafscheidingen zullen passen bij het landelijke karakter van de omgeving.
DNS Planvorming BV
7/40
3
Beleid
3.1
Inleiding
Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de inhoud van het ruimtelijk relevante beleid op provinciaal, regionaal en gemeentelijk schaalniveau. Dit beleid vormt het kader waarbinnen de nieuwe ontwikkeling plaats dient te vinden.
3.2
Rijksbeleid
3.2.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Vanaf 2022 treedt de nieuwe Omgevingswet in werking. De Omgevingswet bundelt alle huidige wetten over de leefomgeving. Daarbij hoort ook één rijksvisie op de leefomgeving: de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). In de NOVI zijn de maatschappelijke opgaven samengevat in 4 prioriteiten: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie duurzaam economisch groeipotentieel sterke en gezonde steden en regio’s toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Met betrekking tot ‘sterke en gezonde steden en regio’s’ is in de NOVI aangegeven dat vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig zijn voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Tegelijk streeft men naar een verbetering naar de leefbaarheid en klimaatbestendigheid in steden en dorpen. Schonere lucht, voldoende groen en water en genoeg publieke voorzieningen waar mensen kunnen bewegen (wandelen, fietsen, sporten, spelen), ontspannen en samenkomen. . Betekenis voor het project Voorliggend bestemmingsplan sluit aan op het thema 'sterke en gezonde steden en regio's' uit de NOVI. Met het plan wordt invulling gegeven aan de aanwezige woningbehoefte binnen bestaand stedelijk gebied. De woning zal voldoen aan de huidige duurzaamheids-eisen.
3.2.2 Ladder voor duurzame verstedelijking In artikel 3.1.6, lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is voorgeschreven dat indien bij een bestemmingsplan 'een nieuwe stedelijke ontwikkeling' mogelijk wordt gemaakt, in de toelichting van het bestemmingsplan een verantwoording daarvan moet plaatsvinden. Per 1 juli 2017 is het Bro op enkele onderdelen gewijzigd. Artikel 3.1.6, lid 2 Bro luidt: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.” Betekenis voor het project De ladder hoeft enkel doorlopen te worden als sprake is van een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’. Met onderhavig bestemmingsplan wordt één woning op de locatie mogelijk gemaakt. Uit jurisprudentie volgt dat bij woningbouw pas sprake is van een stedelijke ontwikkeling bij de bouw van meer dan 11 woningen (Uitspraak van de ABRS d.d. 18-12-2013 met kenmerk
DNS Planvorming BV
8/40
ECLI:NL:RVS:2015:2921). De in het plan voorziene ontwikkeling kan dan ook niet worden aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, van het Bro. Artikel 3.1.6, lid 2 Bro is daarom niet van toepassing. De Ladder voor duurzame verstedelijking hoeft niet te worden doorlopen. Ondanks het feit dat de ladder niet hoeft te worden doorlopen, kan worden opgemerkt dat de ontwikkeling in lijn is met het doel van de ladder voor duurzame verstedelijking, namelijk een zorgvuldig ruimtegebruik. Met de woning wordt via particulier opdrachtgeverschap voorzien in de aanwezige woningbehoefte binnen bestaand stedelijk gebied.
3.3
Provinciaal beleid
3.3.1 Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 en Omgevingsverordening NH2020 Op 19 november 2018 hebben de Provinciale Staten van Noord-Holland de Omgevingsvisie NH2050 vastgesteld. Hierin staat de visie op de fysieke leefomgeving beschreven. De Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Noord-Holland 2040, het Provinciaal Verkeers- en Vervoerplan, het Provinciaal Milieubeleidsplan 2015-2018 en de Agenda Groen. De leidende hoofdambitie in de Omgevingsvisie NH2050 is de balans tussen economische groei en leefbaarheid. Een gezonde en veilige leefomgeving, die goed is voor mens, plant én dier, is een voorwaarde voor een goed economisch vestigingsklimaat. Tegelijkertijd is duurzame economische ontwikkeling een voorwaarde voor het kunnen investeren in een prettige leefomgeving. De provincie wil dat de kwalitatieve en kwantitatieve vraag en aanbod van werk- en woonlocaties met elkaar in overeenstemming zijn en streeft naar behoud en versterking van de unieke kwaliteiten van de diverse landschappen en cultuurhistorie. Het beleid van de Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 is, voor zover het een bindende werking moet hebben, neergelegd in de Omgevingsverordening NH2020 zoals vastgesteld op 22 oktober 2020. Betekenis voor het project Hieronder zijn de artikelen uit de Omgevingsverordening NH2020 toegelicht die voor de onderhavige ontwikkeling relevant zijn.
Artikel 6.10 Kleinschalige woningbouwontwikkeling In artikel 6.10 zijn regels opgenomen voor woningbouwontwikkelingen die niet onder de reikwijdte van de Ladder uit het Besluit ruimtelijke ordening vallen. Het gaat dan om woninglocaties van 11 woningen of minder. Het uitgangspunt van de provincie is dat voor kleinschalige woningbouwontwikkelingen altijd een plek is te vinden binnen bestaand stedelijk gebied. Dit artikel biedt gemeenten in Noord-Holland Noord daar waar nodig de mogelijkheid tot maatwerk waardoor kan worden afgeweken van dit uitgangspunt voor kleinschalige woningbouwontwikkelingen. De locatie maakt onderdeel uit van het werkingsgebied ‘Noord-Holland Noord - Landelijk gebied’. In artikel 6.10 is bepaald dat binnen dit werkingsgebied uitsluitend kan worden voorzien in een kleinschalige woningbouwontwikkeling als de ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. Hierbij geldt dat deze afspraken alleen van toepassing zijn voor locaties die zijn gelegen in of aan kernen of in of aan dorpslinten. In het regionaal Woonakkoord (zie paragraaf 3.4.1) is afgesproken dat kleinschalige ontwikkelingen als deze niet meer regionaal hoeven te worden afgestemd. De gronden zijn gelegen aan een oud dorpslint binnen de kern van Waarland.
Artikel 6.59: Ruimtelijke kwaliteit Op grond van artikel 6.59 van de Omgevingsverordening moeten nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in het werkingsgebied ‘landelijk gebied’ voldoen aan de ruimtelijke kwaliteits-eis. Er wordt met het plan aangesloten op de uitgangspunten uit de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie. De kernwaarden van het ensemble West-Friesland West worden niet aangetast. Gelet op de ruime breedte van de kavel (ruim 35 meter) blijven smalle doorzichten op het achterliggende landschap behouden. Er wordt met de woning aangesloten op de bebouwingskarakteristiek van
DNS Planvorming BV
9/40
de ruimtelijke drager; de Veluweweg. De realisatie van een stolpwoning met de daarbij behorende oorspronkelijke karakteristieken zal leiden tot een versterking van de ruimtelijke karakteristiek van de Veluweweg. Het onderhavige bestemmingsplan is passend binnen de regels zoals deze zijn opgenomen in de Omgevingsverordening NH2020.
3.4
Regionaal en gemeentelijk beleid
3.4.1 Regionaal woonakkoord Kop van Noord-Holland 2021-2026 Het Regionaal woonakkoord Kop van Noord-Holland (hierna: Woonakkoord) is het vervolg op het Regionaal Actieprogramma Wonen 2017-2020. Het Woonakkoord gaat over onderwerpen waar de regio en de provincie elkaar nodig hebben en om niet effectieve (bestuurlijke) regeldruk te voorkomen. Daarnaast probeert het Woonakkoord woningen in het landelijk gebied mogelijk te maken. Zonder Woonakkoord is dat niet mogelijk. Ook biedt het een actuele en krachtige impuls en inspiratie voor lokale woonvisies en prestatieafspraken. Het Woonakkoord wordt eind 2021 ondertekend door de colleges van de Kop gemeenten en de Gedeputeerde Staten van de provincie. Betekenis voor het project Voor het project heeft het Woonakkoord geen implicaties. In het Woonakkoord wordt de afspraak gemaakt dat binnenstedelijke ontwikkelingen tot en met 40 woningen in het vervolg niet meer regionaal afgestemd hoeven te worden. 3.4.2
Convenant Regionaal samenwerkingsafspraken woningbouw van de Kop van Noord-Holland 2020-2030 (KwK 2020-2030) Eind 2020 hebben de regiogemeenten Den Helder, Hollands Kroon, Schagen en Texel en de provincie Noord-Holland het convenant Regionale samenwerkingsafspraken woningbouw van de Kop van Noord-Holland 2020-2030 getekend (KwK 2020-2030). Met de ondertekening van het convenant bevestigen de gemeenten de regionale samenwerking te continueren, ten bate van de woningmarkt. Een van de afspraken in het KwK 2020-2030 is het continueren van regionale afstemming van woningbouwplannen en het op adaptieve wijze programmeren van het woningbouwprogramma. De vier gemeenten maken in het KwK 2020-2030 afspraken van welk basisscenario wat betreft aantal woningen de gemeenten uit gaan. In het KwK 2020-2030 is opgenomen dat voor een goed functionerende regionale woningmarkt het belangrijk is dat regionale afstemming over de nieuwbouwprogrammering in aantallen plaatsvindt. En dat er daarnaast gekeken wordt naar de kwaliteit van toekomstig te ontwikkelen woningen voor wat betreft locatie en woningtypen en samenhang met de bestaande voorraad aan woningen. Betekenis voor het project Het onderhavige project geeft invulling aan de woningbehoefte. Het plan is regionaal afgestemd en wordt toegevoegd aan het KwK 2020-2030.
3.4.3 Omgevingsvisie Schagen Op 14 december 2021 heeft de gemeenteraad van Schagen de Omgevingsvisie vastgesteld. In de Omgevingsvisie zijn een aantal doelstellingen op het gebied van wonen uitgewerkt, zoals de ambitie om per jaar te starten met de bouw van 300 woningen, per project een minimaal percentage (afhankelijk van de projectgrootte) goedkope koop of sociale huur toe te voegen aan de woningvoorraad, te zorgen voor voldoende starterswoningen en een minimale bruto vloeroppervlakte van 35 vierkante meter per woning te hanteren. Betekenis voor het project De ontwikkeling in het plangebied past binnen de doelstellingen van de Omgevingsvisie. Met het plan wordt invulling gegeven aan de grote behoefte aan woningen. Omdat sprake is van één woning is het opnemen van een deel goedkope koop of sociale huur niet aan de orde.
DNS Planvorming BV
10/40
3.4.4 Reisgids voor ruimtelijke kwaliteit Om te bepalen hoe de beoordeling van plannen aan ruimtelijke kwaliteit plaats vindt, zijn beleidsregels opgesteld welke zijn opgenomen in de ‘Reisgids voor ruimtelijke kwaliteit’. De beleidsregels zijn abstract van karakter en geven ruimte voor verschillende ontwerpoplossingen. Betekenis voor het project Het plangebied maakt onderdeel uit van het ‘komgebied’. Voor het komgebied geldt een bijzonder welstandsniveau. Belangrijk is dat typen gebouwen worden gebouwd zoals dat gebruikelijk is voor het gebied. In het kader van de aan te vragen omgevingsvergunning voor bouwen zal het bouwplan door Welstand worden beoordeeld.
3.5
Conclusie beleidskader
Op basis van voorgaande paragrafen wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling passend is binnen de beleidskaders op Rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau.
DNS Planvorming BV
11/40
4
Milieu- en omgevingsaspecten
In het kader van de ruimtelijke procedure wordt het project, in het kader van wet- en regelgeving en het kader van een goede ruimtelijke ordening, getoetst op een groot aantal milieu- en omgevingsaspecten. Hieronder is per aspect de betekenis voor het plan aangegeven.
4.1
Archeologie
Op grond van de Erfgoedwet is iedere gemeente verplicht aandacht te besteden aan de archeologie op haar grondgebied en dit te verwerken in bestemmingsplannen en andere ruimtelijke instrumenten. In de voormalige gemeentelijke Beleidsnota Cultuurhistorie (2012) is beschreven hoe wordt omgegaan met (mogelijke) waardevolle archeologische en cultuurhistorische waarden binnen de gemeentegrenzen. De archeologische verwachtingswaarden in de gemeente zijn vertaald in de bestemmingsplannen. Voor het bestemmingsplan Waarland is dit echter niet doorgevoerd. Betekenis voor het project Op grond van de (voormalige) beleidsnota kan de conclusie getrokken worden dat het om een gebied met een lage verwachting van archeologische waarden gaat. De beleidsnota geeft aan dat archeologisch onderzoek op deze locatie pas nodig is bij bouwwerken groter dan 2.500 m2 en waar graafwerkzaamheden dieper dan 50 cm plaatsvinden. De uitgangspunten van het beleid zijn niet veranderd en gelet op de grootte van het bouwplan en de bebouwing op de locatie is de kans op verstoring van archeologische waarden zeer klein. Hierbij geldt wel dat mocht er tijdens eventuele bouwwerkzaamheden toch onverhoopt archeologische resten aan het licht komen, er overeenkomstig de Erfgoedwet het bevoegde gezag hiervan onmiddellijk op de hoogte gesteld dient te worden.
Vanuit het oogpunt van archeologie zijn dan ook geen belemmeringen voor de uitvoering van het plan.
4.2
Cultuurhistorie
Op grond van de Modernisering Monumentenwet (MoMo) dient in een bestemmingsplan een beschrijving te worden opgenomen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Betekenis voor het plan De locatie heeft geen specifieke cultuurhistorische waarden. Er is ook geen sprake van een aardkundig waardevol gebied en zoals in de vorige paragraaf is aangegeven geldt ter plaatse ook geen hoge archeologische verwachting. Het bouwplan leidt niet tot aantasting van cultuurhistorische waarden. Met de realisatie van de stolpwoning wordt een cultuurhistorisch waardevol woningtype toegevoegd in een oud dorpslint van Waarland.
4.3
Bodemkwaliteit
In een bestemmingsplan dat nieuwe functies mogelijk maakt dient de bodemgesteldheid in kaart te worden gebracht. Onderzocht moet worden of de bodem verontreinigd is en wat voor gevolgen een eventuele bodemverontreiniging heeft voor de uitvoerbaarheid van het plan. Een
DNS Planvorming BV
12/40
nieuwe bestemming mag pas worden opgenomen als is aangetoond dat de bodem geschikt is (of geschikt te maken is) voor de nieuwe bestemming. Wanneer (een deel van) de bodem in het plangebied verontreinigd is moet worden aangetoond dat het plan, rekening houdend met de kosten van sanering, financieel uitvoerbaar is. Betekenis voor het project Voor het plangebied is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd1. Met dit onderzoek is inzicht verkregen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. Er zijn in grond en grondwater hooguit lichte verhogingen aangetoond. In de bovengrond en in het grondwater zijn hooguit lichte verhogingen aangetoond, in de ondergrond zijn geen verhogingen aangetoond. De gevolgde onderzoeksstrategie geeft in voldoende mate de situatie ter plaatse van de onderzoekslocatie weer. Er is geen aanleiding tot het uitvoeren van nader onderzoek. De onderzoeksresultaten vormen geen belemmeringen voor de beoogde woonfunctie.
4.4
Water
Een watertoets is een essentieel onderdeel van ieder ruimtelijk plan. Hierbij wordt ingegaan op onder andere de beleidsuitgangspunten van het waterschap, de huidige en de toekomstige waterhuishouding in het plangebied. De planontwikkeling kan effecten hebben op de hoeveelheid verharding en het waterschap Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) zal het plan beoordelen op haar effecten. Het is verplicht in beeld te brengen wat de effecten van de voorgenomen activiteit op de waterhuishouding zijn. Het gaat hier zowel om de waterkwaliteit als waterkwantiteit. Het streven is er zoveel mogelijk op gericht om water (regen-, afval- en oppervlaktewater) op een goede manier in te passen in het ontwerp. Betekenis voor het project Voor het plan is advies aangevraagd bij het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) in het kader van de watertoets via www.dewatertoets.nl. Hierbij is door HHNK aangegeven dat het plan een beperkte invloed heeft op de waterhuishouding. Hierdoor kan de korte procedure worden gevolgd voor de watertoets. Dit betekent dat de beperkte invloed van het plan op de waterhuishouding kan worden ondervangen met standaard maatregelen. Waterkwantiteit Als gevolg van het bouwplan vindt een toename aan verharding plaats. In de huidige situatie is het plangebied volledig onverhard. In de toekomstige situatie zal circa 500 tot 600 m² worden verhard/bebouwd.
Bij een toename aan verharding van meer dan 800 m² is watercompensatie vereist. Dat is hier niet aan de orde. Waterkwaliteit en riolering Hemelwater wordt afgevoerd naar het oppervlaktewater en afgekoppeld van het afvalwater. Dit komt overeen met de basisdoelstelling van het hoogheemraadschap om het hemelwater van nieuwe oppervlakken zoveel mogelijk te scheiden van het afvalwater. Voorwaarde is wel dat het hemelwater als schoon kan worden beschouwd. Dit is hier het geval.
4.5
Natuur
In de natuurwetgeving worden gebiedsbescherming en soortenbescherming onderscheiden. Beide beschermingsregimes zijn van belang voor de ontwikkelingsmogelijkheden van een gebied.
1
Verkennend bodemonderzoek Veluweweg – Beemsterboerweg te Waarland, Grondslag BV, 6 december 2021
DNS Planvorming BV
13/40
Betekenis voor het project Door ecologisch bureau Van der Goes en Groot is een ecologische quickscan uitgevoerd2. De resultaten zijn hieronder toegelicht. Gebiedsbescherming Het plangebied ligt op meer dan negen kilometer afstand van het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, de Schoorlse Duinen. Gezien de grote afstand en de uit te voeren werkzaamheden worden op voorhand geen directe negatieve gevolgen verwacht van de plannen zoals licht, geluid of optische verstoring. Er hoeft geen nadere toetsing uitgevoerd te worden. Omdat het plan betrekking heeft op slechts één woning kan, gelet op de afstand tot Natura 2000-gebieden ook op voorhand worden geconcludeerd dat er geen sprake is van een verhoogde stikstofdepositie in de aanlegfase en gebruiksfase. De stikstofdepositie die uitvoering van het plan zal veroorzaken vormt een zodanig gering percentage van de kritische depositiewaarde van de ter plaatse voorkomende stikstofgevoelige habitattypen, dat er ecologisch gezien geen zichtbare of meetbare effecten zullen optreden en er zeker geen sprake is van significante gevolgen waardoor de instandhoudingsdoelstellingen van de betrokken Natura 2000-gebieden in gevaar zouden kunnen komen. Het plangebied ligt niet binnen de begrenzing of in de directe omgeving van het Bijzonder Provinciaal Landschap waarin het Natuurnetwerk Nederland en weidevogelleefgebied is opgenomen.
Gezien de aard van de plannen, de reikwijdte daarvan en de locatie van het plangebied ten opzichte van beschermde gebieden, worden geen negatieve effecten op beschermde natuurgebieden verwacht. Soortenbescherming Het onderzoeksgebied is in potentie geschikt voor beschermde soorten amfibieën, vogels, grondgebonden zoogdieren en vleermuizen. Gezien de uitgevoerde toetsing, kunnen van de amfibieën alleen ‘vrijgestelde’ soorten aanwezig zijn. Voor deze aangetroffen of verwachte ‘vrijgestelde’ soorten hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd. Direct naast het onderzoeksgebied kunnen amfibieën voorkomen die zijn beschermd onder de Habitatrichtlijn. Het gaat om de rugstreeppad. In de plannen blijven de greppels onveranderd bestaan. Als wel moet worden gewerkt aan, of nabij de potentieel geschikte voorplantingswateren met het dempen of vergraven van de wateren of oevers, of als anderszins deze worden beinvloed, is nader onderzoek naar voortplantingswater van rugstreeppad noodzakelijk. Teneinde de vestiging van overwinterende Rugstreeppadden in het plangebied te voorkomen, dienen opgeslagen zandhopen te worden verwijderd voorafgaand aan het overwinteringsseizoen van de rugstreeppad of te worden afgeschermd met folie of een zogenaamd ‘amfibieënscherm’.
Voor het mogelijk incidentele terreingebruik van het plangebied door vogels met jaarrond beschermde nesten (buizerd, huismus, kerkuil en ransuil), wordt geen negatief effect verwacht van de ingreep omdat het plangebied slechts een klein deel uitmaakt van een veel groter leefgebied en in de naaste omgeving veel vergelijkbaar of beter biotoop aanwezig is. Het plangebied biedt geen essentieel leefgebied voor deze soorten en ze kunnen gemakkelijk uitwijken. Voor incidenteel aanwezige kleine marterachtigen wordt geen belangrijk negatief effect verwacht vanwege de grootte van het plangebied en de ruime aanwezigheid vergelijkbaar en beter biotoop in de naaste omgeving. De dieren kunnen derhalve gemakkelijk uitwijken. Het plangebied biedt geen essentieel leefgebied voor kleine marterachtigen. In de bebouwing rondom het plangebied kunnen mogelijk vleermuizen verblijven. Tijdens de werkzaamheden moet worden voorkomen dat ’s nachts felle verlichting aan blijft staan, zodat eventueel aanwezige verblijfplaatsen van vleermuizen in de omgeving van het plangebied niet worden verstoord. Voor de mogelijk aanwezige foeragerende vleermuizen in het plangebied wordt geen negatief effect verwacht van de ingreep omdat het plangebied slechts een klein deel uitmaakt van een veel groter foerageergebied en in de naaste omgeving veel vergelijkbaar of beter biotoop aanwezig is.
De vleermuizen kunnen derhalve gemakkelijk uitwijken.
2
Veluweweg te Waarland - Toetsing in het kader van de natuurwetgeving, Van de Goes en Groot, 23 november 2021
DNS Planvorming BV
14/40
Vanuit de Wet natuurbeschermingen zijn er geen belemmeringen die de uitvoerbaarheid van het plan in de weg staan.
4.6
Bedrijven en Milieuzonering
Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen anderzijds. De doelen van milieuzonering zijn: Het reeds in het ruimtelijk spoor voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; Het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Betekenis voor het project Er zijn geen bedrijven of functies in de omgeving aanwezig die een goed woon- en leefklimaat ter plaatse in de weg staan danwel in de bedrijfsvoering worden beperkt door het toevoegen van een woning. Ten oosten van het toekomstig woonperceel zijn gronden met een agrarische bestemming aanwezig waarop een grondgebonden agrarische bedrijfsvoering is toegestaan. Op deze gronden kunnen gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de drift van gewasbeschermingsmiddelen van belang. Het neerkomen van een deel van de gewasbeschermingsmiddelen door wind heeft namelijk mogelijk effect op de gezondheid van omwonenden.
De afstand tussen de woning en de agrarische gronden bedraagt meer dan 50 meter. Uit jurisprudentie volgt dat met deze afstand voldoende aannemelijk is dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
4.7
Verkeer en parkeren
In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient een bestemmingsplan inzicht te geven in de gevolgen van de ontwikkeling op het gebied van verkeer en parkeren. Betekenis voor het project De Veluweweg is erfontsluitingsweg waar een snelheidsregime van 30 km/uur geldt.. De nieuwe woning wordt op de Veluweweg ontsloten. De achterliggende agrarische gronden blijven bereikbaar via een recht van overpad. In de Parkeernota Schagen 2016 is voor een vrijstaande woning in de categorie ‘koop’ binnen het gebied ‘rest bebouwde kom’ een parkeernorm van 2,3 parkeerplaatsen opgenomen (waarvan 0,3 voor bezoekers). Op het perceel worden minimaal 3 parkeerplaatsen gerealiseerd.
4.8
Geluid
Op grond van de Wet geluidhinder dient de geluidbelasting afkomstig van geluidgezoneerde wegen en spoorwegen op nieuwe woningen (geluidgevoelige bestemmingen) te worden getoetst aan de in de wet opgenomen grenswaarden.
DNS Planvorming BV
15/40
Betekenis voor het project Wegverkeerslawaai De Veluweweg en Beemsterboerweg hebben een maximum snelheid van 30 km/h en hebben op grond van de Wet geluidhinder geen onderzoekszone. Volgens het bestemmingsplan Waarland wordt de verkeersintensiteit in 2030 hier ingeschat op minder dan 500 motorvoertuigen per etmaal. Op grond van deze lage verkeersintensiteit in combinatie met het feit de sprake is van asfaltverharding (in plaats van klinkerverharding), kan worden geconcludeerd dat de geluidbelasting als gevolg van verkeer aanvaardbaar is en sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Spoorwegverkeerslawaai Langs het spoor Alkmaar - Den Helder ligt als gevolg van de Wet milieubeheer aan weerszijden een wettelijke zonebreedte van 200 tot 600 m. Deze breedte is afhankelijk van de vastgestelde GPP-waarden op de referentiepunten langs het spoor (artikel 1.4a, eerste lid Besluit geluidhinder). Op basis van de GPP-waarden is geconstateerd dat ter plaatse van het plangebied de zone 200 meter bedraagt. Het plangebied bevindt zich buiten deze afstand waardoor een toets aan de Wet geluidhinder niet noodzakelijk is.
4.9
Luchtkwaliteit
Op basis van wetgeving die bekend staat onder de naam 'Wet luchtkwaliteit' kunnen ruimtelijkeconomische initiatieven worden uitgevoerd als aan één of meer voorwaarden wordt voldaan: grenswaarden niet worden overschreden; de luchtkwaliteit per saldo verbetert of tenminste gelijk blijft; het initiatief niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit; het initiatief is opgenomen in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). De Wet Luchtkwaliteit maakt onderscheid tussen kleine en grote ruimtelijke projecten. Onder kleine projecten worden projecten verstaan die de luchtkwaliteit 'niet in betekende mate' verslechteren. Deze projecten worden niet meer beoordeeld op luchtkwaliteit. Ze zijn namelijk zo klein dat ze geen wezenlijke invloed hebben op de luchtkwaliteit. Draagt een klein project niet of nauwelijks bij aan luchtverontreiniging, dan is er geen belemmering voor. Het ministerie VROM heeft de definitie van 'in betekenende mate' vastgelegd in het Besluit NIBM. Projecten die de concentratie NOx, SO2 of fijn stof met meer dan 3% van de grenswaarde verhogen, dragen in betekenende mate bij aan de luchtvervuiling.
Deze 3%-grens is voor een aantal categorieën projecten in de regeling NIBM omgezet in getalsmatige grenzen, bijvoorbeeld: woningbouw: 1.500 woningen netto bij 1 ontsluitingsweg, 3.000 woningen bij 2 ontsluitingswegen; kantoorlocaties: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak bij 1 ontsluitingsweg, 200.000 m2 bruto vloeroppervlak bij 2 ontsluitingswegen. Betekenis voor het project Op grond van het bovenstaande wordt geconcludeerd dat sprake is van een klein project welke niet of nauwelijks bijdraagt aan de luchtverontreiniging. In combinatie met de lage achtergrondwaarden in het gebied is luchtkwaliteit geen belemmering voor het voorgenomen plan.
4.10
Externe veiligheid
Vanuit een goede ruimtelijke ordening is het van belang te kijken naar gevaarleverende functies in of in de nabijheid van het plangebied. De Normen voor externe veiligheid zijn vastgelegd in onder andere het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), Besluit externe veiligheid transportroutes (BEVT) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb).
DNS Planvorming BV
16/40
Betekenis voor het project Met behulp van de risicokaart (www.risicokaart.nl) is een inventarisatie gemaakt van de in de omgeving van het plangebied aanwezige risicobronnen ten aanzien van externe veiligheid. Zoals uit de onderstaande uitsnede van de Risicokaart blijkt, zijn in de directe omgeving van het plangebied geen risicovolle inrichtingen aanwezig. Ook zijn er geen hogedruk gasleidingen of transportroutes voor gevaarlijke stoffen in het plangebied en de directe omgeving aanwezig. Ten oosten van het plangebied ligt de spoorlijn Alkmaar – Den Helder. Op dit traject vindt geen vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. Vanuit het oogpunt van externe veiligheid zijn er geen belemmeringen voor de uitvoerbaarheid van het initiatief.
Afbeelding 4.1: Uitsnede Risicokaart
4.11
Duurzaamheid
Lokale overheden hebben een belangrijke rol bij energiebesparing, duurzame energieopwekking en terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen. Bijna alle gemeenten in Nederland hebben een klimaatbeleidsplan en voeren klimaatprojecten uit. De doelen uit het Uitvoeringsprogramma Klimaat 2012 - 2020 van de gemeente Schagen zijn energiebesparing, vermindering uitstoot broeikasgassen met 20% en de opwekking van 22,5 % duurzame energie. De gemeente Schagen geeft uitvoering aan de Energieagenda 2017. Schagen ondersteunt, faciliteert en initieert projecten, zodat het energieverbruik vermindert en er meer duurzame energie wordt opgewekt. Eén van de speerpunten is meer energie neutrale nieuwbouw. Schagen wil de energietransitie ondersteunen en versnellen om uiteindelijk in 2040 energie-neutraal te zijn. Daarom is besloten om alle nieuwbouw aardgasvrij te realiseren. De gemeente begeleid particuliere bouwers in een vroeg stadium van de planontwikkeling, waardoor hogere ambities worden gehaald. Wie tegenwoordig een woning bouwt, doet dit al bijna energieneutraal (EPC 0,4) en bij voorkeur met duurzame materialen. De regels hiervoor zijn de afgelopen jaren aangescherpt en vragen nu om nieuwe bouwconcepten. In 2020 mogen alleen nog energieneutrale of energieopwekkende woningen worden gebouwd.
DNS Planvorming BV
17/40
Betekenis voor het project Nieuwe woningen mogen niet worden aangesloten op het gasnet. Bij de uitwerking van het bouwplan zal ruimschoots aandacht worden besteed aan duurzaamheidsmaatregelen. Vanaf 1 januari 2021 moeten worden voldaan aan de eisen voor Bijna Energie Neutrale Gebouwen (BENG). Dat is een nieuwe methode om de energieprestatie van gebouwen te berekenen. Er zal moeten worden voldaan aan de wettelijke vereisten.
4.12
M.e.r.-beoordeling
Op grond van de Wet milieubeheer is het verplicht ten aanzien van plannen, gevallen, activiteiten en besluiten die (mogelijk) grote gevolgen kunnen hebben voor het milieu, een procedure voor milieueffectrapportage (m.e.r.) te doorlopen. De m.e.r. is bedoeld om milieubelangen meer expliciet af te wegen bij het opstellen van plannen en het uitvoeren van projecten. Het Besluit m.e.r. en de Wet milieubeheer zijn per 7 juli 2017 gewijzigd. Gemeenten zijn thans verplicht om voor m.e.r.-(beoordelings)plichtige activiteiten een expliciet besluit te nemen over het al dan niet opstellen van een milieueffectrapport (Mer). Betekenis voor het project In het Besluit milieueffectrapportage zijn m.e.r.-(beoordelings)plichtige activiteiten en indicatieve drempelwaarden opgenomen. Op de D-lijst onder categorie D 11.2 geldt voor het onderdeel ‘aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’ een drempelwaarde van 100 hectare en van 2.000 woningen. In dit geval is sprake van de realisatie van één woning, waarmee ver onder de drempelwaarde wordt gebleven. Het is gelet op de hiervoor behandelde milieu- en omgevingsaspecten uitgesloten dat belangrijke negatieve milieugevolgen zullen optreden. Er hoeft derhalve geen m.e.r. beoordelingsprocedure te worden gevolgd.
4.13
Conclusie milieu- en omgevingsaspecten
De effecten van de voorgenomen ontwikkeling op de in dit hoofdstuk genoemde milieu- en omgevingsfactoren vormen geen belemmering voor de uitvoering van het bestemmingsplan.
DNS Planvorming BV
18/40
5
Juridische planbeschrijving
5.1
Algemeen
In dit hoofdstuk wordt inzicht gegeven in de wijze waarop de gewenste ruimtelijke ontwikkeling juridisch is vertaald. Het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en de regels. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van deze gronden, regels omtrent de toegelaten bebouwing en regelingen betreffende het gebruik van op te richten bouwwerken. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. De verbeelding vormt samen met de regels het voor de burgers bindende onderdeel van het bestemmingsplan. De toelichting heeft geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de onderbouwing van het plan en geeft uitleg van bepaalde bestemmingen en regels. In dit hoofdstuk zal worden ingegaan op de systematiek en leeswijzer bij de verbeelding en regels en de handhaafbaarheid.
5.2
Verbeelding
De verbeelding geeft de bestemmingen van de gronden aan. In de planregels staat per bestemming en aanduiding vastgelegd wat de beperkingen en mogelijkheden van de gronden met de bestemming, zoals aangegeven op de verbeelding, zijn.
5.3
Planregels
In dit bestemmingsplan komen de volgende bestemmingen voor: Verkeer Wonen Binnen de regels is sprake van positieve bestemmingen. Een positieve bestemming geeft een directe bouwtitel. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, regels omtrent de toegelaten bebouwing en regelingen betreffende het gebruik van op te richten bouwwerken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken. Per hoofdstuk zullen de diverse regels artikelsgewijs worden besproken. Hoofdstuk 1 Inleidende regels Dit zijn de inleidende bepalingen van de regels. Artikel 1: Begrippen geeft de betekenis aan een aantal in de regels voorkomende begrippen. Hierdoor wordt de interpretatie van de begrippen vastgelegd, waardoor de duidelijkheid wordt vergroot.
Artikel 2: Wijze van meten geeft aan hoe bepaalde maten dienen te worden berekend.
DNS Planvorming BV
19/40
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Beschrijving van de bestemmingen:
Artikel 3: Verkeer - Verblijf Ter plaatse van de toekomstige inrit is voor de openbare gronden de bestemming Verkeer Verblijf opgenomen. Binnen deze bestemming is o.a. een in-/uitrit toegestaan. Artikel 4: Wonen Binnen de bestemming ‘Wonen’ is een bouwvlak opgenomen waarbinnen één vrijstaande woning is toegestaan. De maximale goot- en bouwhoogte zijn respectievelijk 3 en 10,5 meter. Bijbehorende bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de functieaanduiding ‘erf’. Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, is verder aangesloten bij de regels uit het bestemmingsplan Waarland. Bij de woning zijn aan huis gebonden beroepen en bedrijven toelaatbaar. Hiervoor geldt dat maximaal 30% van de totale gezamenlijke begane vloeroppervlakte van de aanwezige bebouwing op het bouwperceel mag worden benut, met dien verstande dat deze oppervlakte niet meer bedraagt dan 50 m². Hoofdstuk 3 Algemene regels Deze artikelen bevatten algemene regels die op de bestemmingen van toepassing zijn. De diverse artikelen zullen hieronder kort worden toegelicht.
Artikel 5: Antidubbeltelregel Op grond van de antidubbeltelregel is bepaald dat grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing blijft (artikel 3.2.4 Bro). Deze bepaling voorkomt dat er meer kan worden gebouwd dan wenselijk is indien een kavel wordt gesplitst en op grond daarvan een nieuw bouwperceel ontstaat. Elk bouwperceel heeft immers in principe recht op een bepaalde hoeveelheid bebouwing. Artikel 6: Algemene bouwregels In de algemene bouwregels is een voorwaardelijke verplichting opgenomen op grond waarvan een omgevingsvergunning voor bouwen uitsluitend verleend kan worden als in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien. Artikel 7: Algemene gebruiksregels In de algemene gebruiksregels is aangegeven welk gebruik in ieder geval in strijd is met het bestemmingsplan. Tevens is een voorwaardelijke verplichting opgenomen waarin is geborgd dat voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid. Artikel 8: Algemene afwijkingsregels Met deze bepaling kan middels een omgevingsvergunning worden afgeweken van de regels ten aanzien van het bouwen van gebouwen ten behoeve van het overschrijden van bepalingen inzake goothoogte, hoogte, oppervlakte en inhoud van bouwwerken.
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Dit hoofdstuk bevat de laatste bepalingen van de bestemmingsregels. Hieronder worden de verschillende artikelen toegelicht.
Artikel 9: Overgangsregels Het overgangsrecht is tweeledig en heeft betrekking op bouwwerken en gebruik. In dit artikel staan de overgangsregels voor bestaande bouwwerken en bestaande gebruiksactiviteiten die afwijken van het bestemmingsplan. Artikel 10: Slotregel Dit artikel geeft de naam en datum van het bestemmingsplan aan.
DNS Planvorming BV
20/40
5.4
Handhaafbaarheid
Een van de uitgangspunten bij de ontwikkeling van een bestemmingsplan is dat de in het plan opgenomen regels handhaafbaar dienen te zijn. Handhaving van het ruimtelijk beleid verdient meer aandacht omdat het een voorwaarde is voor het behoud en de ontwikkeling van de ruimtelijke kwaliteit in het plangebied. Bij de totstandkoming van dit bestemmingsplan is aandacht besteed aan de handhaafbaarheid van de in het plan opgenomen regels. Ten behoeve van een goede handhaving van de regels zijn de volgende factoren van belang: voldoende kenbaarheid geven aan het plan; voldoende draagvlak voor het beleid en de regelgeving in het plan; inzichtelijke en realistische regeling; handhavingsbeleid.
DNS Planvorming BV
21/40
6
Financiële uitvoerbaarheid
Ingevolge artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient er in het kader van het bestemmingsplan een onderzoek te worden gedaan naar de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de financiële haalbaarheid van het plan. De maatschappelijke aspecten worden in hoofdstuk 7 toegelicht. In artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is voorgeschreven dat de gemeenteraad een exploitatieplan vaststelt voor de gronden waarop een bouwplan is voorgenomen. In artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is de definitie van bouwplan gegeven, waarbij de bouw van één of meerdere woningen als bouwplan wordt gedefinieerd. Met het tweede lid van artikel 6.12 Wro kan worden afgeweken van de plicht een exploitatieplan vast te stellen, mits het verhaal van kosten anderszins is verzekerd. De kosten voor het bouwplan alsmede de plankosten worden gedragen door de initiatiefnemer. Hetzelfde geldt voor eventuele kosten als gevolg van planschade. Hiervoor wordt een overeenkomst tussen de initiatiefnemer en de gemeente gesloten. De ambtelijke kosten voor de realisatie van het plan zijn voor de gemeente anderszins verzekerd in deze overeenkomst. Om deze reden is een exploitatieplan niet nodig. De financiële uitvoerbaarheid van het plan is voldoende gewaarborgd.
DNS Planvorming BV
22/40
7
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
7.1
Participatie en vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro
De buren in de directe omgeving van het plangebied zijn door de initiatiefnemer over het plan geïnformeerd. Hier zijn geen bezwaren uit naar voren gekomen. Ingevolge artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro), dienen burgemeester en wethouders overleg te plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Met het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier heeft reeds overleg plaatsgevonden in het kader van de watertoets. De resultaten zijn opgenomen in paragraaf 4.4. Door de provincie Noord-Holland is geen overlegreactie ingediend.
7.2
Procedure bestemmingsplan
Het ontwerpbestemmingsplan is met ingang van 22 juli 2022 op grond van artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening gedurende 6 weken ter inzage gelegd, waarbij door een ieder zienswijzen bij de gemeenteraad konden worden ingediend. Er zijn geen zienswijzen ingediend.
DNS Planvorming BV
23/40
REGELS
DNS Planvorming BV
24/40
Hoofdstuk 1 Inleidende regels
Artikel 1 1.1
Begrippen
plan
het bestemmingsplan ‘Veluweweg naast 45, Waarland’ met identificatienummer NL.IMRO.0441.BPWLDVELUWEWnst45-VA01 van de gemeente Schagen; 1.2
bestemmingsplan
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3
aanbouw
een gebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.4
aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.5
aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.6
bebouwing
één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.7
bed & breakfast
een kleinschalige vorm van verblijfsrecreatie voor één of enkele nachten op basis van logies en ontbijt in het hoofd- of bijgebouw; 1.8
beroeps- of bedrijfsuitoefening aan huis
het uitoefenen van een vrij en zelfstandig beroep, of het beroepsmatig verlenen van diensten, op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, educatief, kunstzinnig, technisch gebied of daarmee gelijk te stellen activiteiten, niet zijnde detailhandel, waarbij de woning in hoofdzaak haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft, die met de woonfunctie in overeenstemming is;; 1.9
bestaand
a. ten aanzien van de bij of krachtens de Woningwet of de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht aanwezige bouwwerken, en de werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden: 1. bestaand ten tijde van de eerste terinzagelegging van dit plan; b. ten aanzien van het overige gebruik: 1. bestaand ten tijde van het van kracht worden van dit plan.
DNS Planvorming BV
25/40
1.10
bestemmingsgrens
de grens van een bestemmingsvlak; 1.11
bestemmingsvlak
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.12
bijgebouw
een op zichzelf staand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch en functioneel opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw en niet in directe verbinding staat met het hoofdgebouw; 1.13
bouwen
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk; 1.14
bouwgrens
de grens van een bouwvlak; 1.15
bouwlaag
het geheel van op gelijke vloerhoogte gelegen ruimte in een gebouw, een zolderverdieping of vliering wordt hieronder niet begrepen; 1.16
bouwperceel
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.17
bouwperceelgrens
de grens van een bouwperceel; 1.18
bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.19
bouwwerk
een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden, of een constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren; 1.20
detailhandel
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen, die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.21
gebouw
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.22
hoofdgebouw
een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn constructie, afmetingen of functie als het belangrijkste bouwwerk valt aan te merken;
DNS Planvorming BV
26/40
1.23
huishouden
de bewoning van een woning door een persoon danwel door meerdere personen in de vorm van een samenlevingsverband, waarbij sprake is van continuïteit van samenstelling en onderlinge verbondenheid, niet zijnde kamerverhuur; 1.24
mantelzorg
het op basis van vrijwilligheid en buiten organisatorisch verband bieden van zorg aan een ieder die hulpbehoevend is op fysiek, psychisch en/of sociaal vlak; 1.25
overkapping
een bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat een overdekte ruimte vormt zonder wanden dan wel met ten hoogste één wand; 1.26
peil
1. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; 2. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; 3. voor een zich op het strand bevindend gebouw: de bovenkant van de begane grondvloer van het gebouw; 4. voor een zich op het strand bevindend bouwwerk, geen gebouw zijnde: de voet van het betreffende bouwwerk 5. indien op het water wordt gebouwd: het plaatselijk aan te houden waterpeil. 1.27
prostitutie
het zich beschikbaar stellen voor het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; 1.28
seksinrichting
de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden; Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub of een prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.29
uitbouw
een gebouw dat als vergroting van een bestaande ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw, welk gebouw door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.30
voorgevel
de naar de weg (eventueel voetpad) gekeerde gevel(s) van het hoofdgebouw die door zijn aard, functie, constructie of uitstraling als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt; 1.31
wonen
het bewonen van een woning; 1.32
woning
een complex van ruimten in één gebouw, krachtens zijn indeling en inhoud geschikt en uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van een afzonderlijk huishouden;
DNS Planvorming BV
27/40
1.33
woonhuis
een gebouw dat één woning omvat, dan wel twee of meer naast elkaar en/of geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kan worden.
DNS Planvorming BV
28/40
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
de oppervlakte van een bouwwerk
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.2
de bouwhoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.3
de inhoud van een bouwwerk
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.4
de dakhelling
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.5
de goothoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.
DNS Planvorming BV
29/40
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels
Artikel 3 3.1
Verkeer - Verblijf
Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Verkeer - Verblijf’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. (woon)straten en pleinen; b. voet- en rijwielpaden, met daaraan ondergeschikt: a. groenvoorzieningen; b. parkeervoorzieningen; c. waterlopen en waterpartijen; d. openbare nutsvoorzieningen; e. recreatief medegebruik; f. incidentele evenementen; g. tuinen, erven en terreinen; met de daarbij behorende: h. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 3.2