Bestemmingsplan Nieuwbouwlocatie Denneweg Duinroosweg Toelichting en regels
Tekst van het document
Bestemmingsplan
Nieuwbouwlocatie Denneweg/Duinroosweg te Callantsoog Vastgesteld
Bestemmingsplan
Nieuwbouwlocatie Denneweg/Duinroosweg te Callantsoog Vastgesteld
Fase: ontwerp Datum: 25-08-2021 Fase: vastgesteld Datum: 02-11-2021
bestemmingsplan Nieuwbouwlocatie Denneweg/Duinroosweg te Callantsoog
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Plangebied 1.3 Geldend juridisch-planologisch kader 1.4 Leeswijzer
6
Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1 Huidige situatie 2.2 Toekomstige situatie
13
Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Regionaal en gemeentelijk beleid
19
Hoofdstuk 4 Milieuaspecten 4.1 Erfgoed 4.2 Bodem 4.3 Ecologie en stikstofdepositie 4.4 Externe veiligheid 4.5 Geluidhinder 4.6 Water 4.7 Hinder van bedrijven 4.8 Verkeer en parkeren 4.9 Luchtkwaliteit 4.10 Duurzaamheid 4.11 Plan- m.e.r.-beoordeling
27
Hoofdstuk 5 Juridische toelichting 5.1 Algemeen 5.2 Bestemmingplanprocedure 5.3 Bestemmingen
49
Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
55
Bijlagen bij toelichting
57
Bijlage 1
Quickscan Archeologie
59
Bijlage 2
Bodemonderzoek
67
Bijlage 3
Aerius-berekening
133
Bijlage 4
Passende Beoordeling
163
Bijlage 5
Akoestisch onderzoek
185
Bijlage 6
Watertoets
211
Bijlage 7
Besluit vormvrije m.e.r.-beoordeling
217
Bijlage 8
Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen
223
3
bestemmingsplan Nieuwbouwlocatie Denneweg/Duinroosweg te Callantsoog
Bijlage 9
Raadpleging Plan-MER-beoordeling
Regels
249
253
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
254 254 259
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8
Bestemmingsregels Groen Verkeer - Verblijfsgebied Water Wonen Wonen - Woongebouw Waarde - Archeologie - 3
260 260 261 262 263 266 268
Hoofdstuk 3 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouw- en gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels
270 270 271 272 273
Hoofdstuk 4 Artikel 13 Artikel 14
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
274 274 275
Bijlage bij regels
277
Bijlage 1
278
Staat van Bedrijven
4
bestemmingsplan Nieuwbouwlocatie Denneweg/Duinroosweg te Callantsoog
Toelichting
5
bestemmingsplan Nieuwbouwlocatie Denneweg/Duinroosweg te Callantsoog
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Nabij de kruising van de Denneweg en de Duinroosweg, te Callantsoog geeft de gemeente Schagen gronden uit voor sociale woningbouw. In samenwerking met de woningbouwcorporatie Wooncompagnie is de gemeente voornemens grondgebonden woningen alsmede een tweelaagsappartementengebouw te ontwikkelen. De gronden zijn in de huidige situatie in gebruik als groenstructuur met een waterpartij en speelterrein en als zodanig bestemd. Binnen de huidige bestemming 'Groen' in het geldende bestemmingsplan 'Petten, 't Zand, Callantsoog, Groote Keeten' (vastgesteld op 28 september 2010) is het planvoornemen niet mogelijk. Ten behoeve van het woningbouwproject heeft de raad op 27 oktober 2020 het bestemmingsplan 'Nieuwbouwlocatie Denneweg/Duinroosweg te Callantsoog' vastgesteld (hierna: het bestemmingsplan). In de toelichting bij het bestemmingsplan was opgenomen dat het plan zowel in de bouwfase als in de gebruiksfase niet leidt tot significant negatieve effecten voor het nabij gelegen Natura 2000-gebied Duinen Den Helder - Callantsoog. Het plan leidt weliswaar tot een toename van stikstofdepositie, maar dit zijn dermate geringe deposities dat het evident is dat er geen significante gevolgen zijn voor het Natura 2000-gebied. Er was in de ogen van de gemeente dan ook geen passende beoordeling en geen vergunning op grond van de Wet natuurbescherming vereist.
Tegen het bestemmingsplan werd beroep ingesteld door een aantal omwonenden. Ook werd een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend. Daarnaast liet het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Holland per brief d.d. 14 januari 2021 weten dat naar haar mening voor het project wegens stikstofdepositie wel een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming (Wnb) nodig is. In zijn uitspraak van 1 maart 2021 heeft de voorzieningenrechter van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State geoordeeld dat vanwege het ontbreken van een passende beoordeling als bedoeld in artikel 2.8 Wnb, het bestemmingsplan is vastgesteld in strijd met artikel 2.7 Wnb. Gelet hierop is besloten om voor het plan alsnog een passende beoordeling op te stellen. Een en ander heeft consequenties voor de juridische besluitvormingsprocedure. Het bestemmingsplan moet opnieuw ter inzage worden gelegd en worden vastgesteld. Ook is een plan-mer-beoordeling noodzakelijk. Uit artikel 7.2a lid 1 Wet milieubeheer volgt namelijk dat als voor een bestemmingsplan een passende beoordeling moet worden gemaakt, er in principe ook een milieueffectrapport (planMER) moet worden opgesteld. Op grond van artikel 3 lid 1 Besluit mer geldt bij bestemmingsplannen voor een klein gebied niet automatisch een plan-mer-plicht als er een passende beoordeling moet worden gemaakt.
Voor die plannen kan, indien het plan geen aanzienlijke milieueffecten veroorzaakt, worden volstaan met een plan-mer-beoordeling. Het resultaat van die beoordeling moet worden opgenomen in het bestemmingsplan. Voor het onderhavige plan, dat betrekking heeft op een zeer klein gebied en geen milieueffecten veroorzaakt, is daarom een plan-mer-beoordeling gemaakt en opgenomen in deze toelichting. In het bestemmingsplan en de toelichting daarop zaten nog enkele fouten. Ook is inmiddels besloten om binnen het plangebied een wadi aan te leggen en alle voor het plan
6
bestemmingsplan Nieuwbouwlocatie Denneweg/Duinroosweg te Callantsoog
benodigde parkeerplaatsen te situeren langs de Duinroosweg en geen parkeerplaatsen aan te leggen langs de Denneweg. Er is van de gelegenheid gebruik gemaakt de fouten te herstellen en daar waar nodig de plankaart en planregels te wijzigen. Ook is de onderbouwing van nut en noodzaak van het woningbouwplan aangevuld en is hier en daar de tekst geactualiseerd. Al met al is ten opzichte van de vorige versie van het bestemmingsplan en toelichting daarop het volgende gewijzigd: plantoelichting -
in paragraaf 3.1.3 is nut en noodzaak van het plan nog meer onderbouwd.
-
de Provinciale Ruimtelijke Verordening en de Structuurvisie Noord Holland 2040 zijn vervangen door de Omgevingsverordening Noord-Holland 2020 resp. de Omgevingsvisie NH2050. Paragraaf 3.2 en paragraaf 4.3.1 zijn hierop aangepast.
-
in november 2020 zijn nieuwe regionale afspraken gemaakt met betrekking tot de woningbouw in de Kop van Noord-Holland. Paragraaf 3.3.1 is hierop aangepast.
-
paragraaf 4.3.2, die betrekking heeft op de gevolgen van stikstofdepositie, is aangepast aan de hand van de passende beoordeling die is uitgevoerd. De passende beoordeling is als bijlage toegevoegd.
-
in paragraaf 4.8, die betrekking heeft op het aspect verkeer, stond een foute parkeernorm vermeld. Dit is aangepast.
-
in paragraaf 4.11 is een plan-mer-beoordeling opgenomen.
-
paragraaf 6.2.2. is aangepast aan het gegeven dat het bestemmingsplan opnieuw ter inzage is gelegd.
-
bijlage 1 Archeologische quickscan was geldig tot 10 juni 2021, hiervan is een update gemaakt.
-
bijlage 6 (Besluit ontwerp omgevingsvergunning) is komen te vervallen; de (ontwerp) omgevingsvergunning wordt zelfstandig gepubliceerd
plankaart -
de 25 parkeerplaatsen die voor het woningbouwplan nodig zijn, worden allemaal aangelegd langs de Duinroosweg. Er worden geen nieuwe parkeerplaatsen aangelegd langs de Denneweg. De plankaart is hierop aangepast.
planregels -
begripsbepalingen: een definitie van het begrip 'wadi' is toegevoegd.
7
bestemmingsplan Nieuwbouwlocatie Denneweg/Duinroosweg te Callantsoog
-
in artikel 3 is toegevoegd dat gronden met de bestemming 'Groen' ook bestemd zijn voor wadi's. Tevens is geëxpliciteerd dat onder waterpartijen ook vijvers worden verstaan.
-
in de artikelen 6.1 en 6.4 is de mogelijkheid voor bed en breakfast geschrapt. Het betreft hier immers sociale huurwoningen waar dit gebruik niet is toegestaan.
-
in de artikelen 8.3 en 8.4 zijn kleine tekstuele verbeteringen aangebracht. In artikel 8.4 onder b is toegevoegd dat geen omgevingsvergunning nodig is voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden indien daarbij geen grondroerende werkzaamheden groter dan 500 m² plaatsvinden of niet dieper dan 0,50 m. Deze uitzondering op de vergunningplicht ontbrak ten onrechte in de vorige versie van het bestemmingsplan.
-
in artikel 10 zijn kleine tekstuele verbeteringen aangebracht. In artikel 10.2 is toegevoegd dat een omgevingsvergunning voor het (ver)bouwen van een bouwwerk slechts wordt verleend indien in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien. Deze regel ontbrak ten onrechte in de vorige versie van het bestemmingsplan.
1.2
Plangebied
Dit bestemmingsplan heeft betrekking op de gronden behorende bij een tweetal percelen aan de Denneweg/Duinroosweg te Callantsoog (sectie D, gemeentecode CLO00). De exacte ligging van het plangebied blijkt uit de planbegrenzing van de verbeelding van het bestemmingsplan. Navolgende figuren geven een indicatie van het plangebied en de ligging hiervan.
8
bestemmingsplan Nieuwbouwlocatie Denneweg/Duinroosweg te Callantsoog
Figuur 1. Weergave plangebied (Bron: Google Earth Pro)
Figuur 2. Ligging plangebied (Bron: Google Earth Pro)
9
bestemmingsplan Nieuwbouwlocatie Denneweg/Duinroosweg te Callantsoog
1.3
Geldend juridisch-planologisch kader
Voor het plangebied geldt het bestemmingsplan 'Petten, 't Zand, Callantsoog, Groote Keeten ', vastgesteld op 28 september 2010. In dit bestemmingsplan zijn de gronden aangewezen voor 'Groen', 'Water' en 'Verkeer - verblijfsgebied'. Ook kent het gehele plangebied de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie - 3'. Navolgende figuur geeft een uitsnede van de plankaart van het bestemmingsplan weer.
10
bestemmingsplan Nieuwbouwlocatie Denneweg/Duinroosweg te Callantsoog
Figuur 3. Uitsnede bestemmingsplan 'Woongebied Kern Schagen' (2013) De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen; b. bermen en beplanting; c. waterlopen en waterpartijen, met de daarbij behorende: d. speelvoorzieningen; e. verkeers- en verblijfsvoorzieningen; f. steigers; g. openbare nutsvoorzieningen; h. terreinen; i. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. waterberging; b. waterhuishouding; c. waterlopen; d. groenvoorzieningen; e. openbare nutsvoorzieningen; f. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waaronder dammen, duikers en bruggen in ieder geval ter plaatse van de aanduiding "brug". De voor 'Verkeer - Verblijfsgebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. woonstraten en paden; b. voet- en fietspaden; c. parkeervoorzieningen; d. een benzineverkooppunt waarbij de opslag en de verkoop van LPG niet is toegestaan, uitsluitend op gronden ter plaatse van de aanduiding "verkooppunt motorbrandstoffen
11
bestemmingsplan Nieuwbouwlocatie Denneweg/Duinroosweg te Callantsoog
zonder lpg"; e. garageboxen-bergingen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van verkeer - garageboxen-bergingen"; f. plaatsen voor mobiele verkooppunten, uitsluitend op gronden ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van verkeer - plaats mobiel verkooppunt"; g. evenementen; h. speelvoorzieningen; i. groenvoorzieningen; j. openbare nutsvoorzieningen; k. water; l. terreinen; m. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waaronder bruggen, dammen en/of duikers. Het bouwen van gebouwen is niet toegestaan. Het bouwen van grondgebonden- en gestapelde woningbouw en het gebruiken van de gronden ten behoeve van wonen is binnen de huidige bestemming niet mogelijk. In het bestemmingsplan is geen wijzigings- of afwijkingsmogelijkheid opgenomen om het bouwen en gebruiken van de gronden ten behoeve van wonen alsnog mogelijk te maken. Door middel van voorliggend nieuw bestemmingsplan kan alsnog het juiste planologisch-juridisch kader worden geboden voor het toekomstige gebruik. In afwijking van het bepaalde in de aangegeven andere bestemmingen mogen in of op de gronden waar de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie - 3' van kracht is geen bouwwerken worden gebouwd, met uitzondering van: a. bouwwerken ter vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de bestaande oppervlakte van de bouwwerken met niet meer dan 500 m 2 wordt uitgebreid; b.
bouwwerken ter vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de bestaande oppervlakte van de bouwwerken met meer dan 500 m 2 wordt uitgebreid, maar waarbij geen grondroerende werkzaamheden plaatsvinden dieper dan 0,50 m onder het maaiveld; c. bouwwerken met een oppervlakte van 500 m 2 of minder; d. bouwwerken met een oppervlakte van meer dan 500 m 2 maar waarbij geen grondroerende werkzaamheden plaatsvinden dieper dan 0,50 m onder het maaiveld.
1.4
Leeswijzer
Na de inleiding in dit hoofdstuk is in hoofdstuk 2 de huidige en toekomstige situatie van het plangebied beschreven. Ook is hier de beeldkwaliteit uiteengezet. Het van toepassing zijnde beleid van het Rijk, de provincie en de gemeente is in hoofdstuk 3 uitgewerkt. Een omschrijving van de planologisch en milieukundige randvoorwaarden, ook wel omgevingsaspecten genoemd, is opgenomen in hoofdstuk 4. Hoofdstuk 5 betreft de juridische toelichting van het bestemmingsplan. Als laatste is in hoofdstuk 6 de (economische en maatschappelijke) uitvoerbaarheid uiteengezet.
12
bestemmingsplan Nieuwbouwlocatie Denneweg/Duinroosweg te Callantsoog
Hoofdstuk 2 2.1
Planbeschrijving
Huidige situatie
Het plangebied is gelegen ten noordoosten van het centrum van Callantsoog. Ten noordwesten en noordoosten van het plangebied loopt de Denneweg. De zuidwestelijke rand en zuidoostelijke rand worden omsloten door respectievelijk de Duinroosweg en het voetgangerspad Op Goeree, welke toegang verschaft tot de aan het plangebied grenzende woonblokken. Het plangebied is momenteel in gebruik als groenstrook bestaande uit gras met een vijver in de westhoek, waar een voetgangerspad langs loopt. Het groen bestaat voornamelijk uit gras, enkele bomen en struweel. In de noordhoek van het plangebied bevindt zich een speelterrein met enkele speeltoestellen. Ook zijn er een vijftiental parkeerplaatsen gesitueerd langs de zuidelijke hoek van het plangebied, aan de Duinroosweg.
Figuur 4. De zuidelijke hoek van het plangebied gezien vanaf de Duinroosweg (Bron: Google Maps)
13
bestemmingsplan Nieuwbouwlocatie Denneweg/Duinroosweg te Callantsoog
Figuur 5. Het speelterrein in de noordhoek van het plangebied (Bron: Google Maps)
2.2
Toekomstige situatie
In de toekomstige situatie worden er vijf grondgebonden sociale huurwoningen en een appartementengebouw gerealiseerd. Zowel de grondgebonden woningen als het woongebouw zullen uit twee woonlagen bestaan. Ontsluiting zal plaatsvinden aan zowel de voor- als achterzijde via een voetpad. Het reeds bestaande voetpad, dat langs de de vijver en het speelterrein loopt wordt verlegd en ingepast in het ruimtelijk ontwerp. Er wordt in de groenstrook een kleine wadi aangelegd. De grondgebonden woningen krijgen een tuin gericht op het zuidoosten met een buitenpandige berging. In het appartementengebouw, dat een plat dak zal krijgen, zullen 12 appartementen worden gevestigd met een balkon dat uit kijkt op de groenstructuur en de vijver. Het planvoornemen voorziet ook in het realiseren van een buitenpandige fietsenberging voor het appartementengebouw.
14
bestemmingsplan Nieuwbouwlocatie Denneweg/Duinroosweg te Callantsoog
Figuur 6. Indicatieve weergave toekomstige situatie plangebied In bovenstaande schets is de positionering van het gebouw weergegeven inclusief de invulling van het groen in het plangebied. Er is nadrukkelijk rekening gehouden met de vorm van de kavel, de bestaande omliggende bebouwing, en de geluidszone van de nabijgelegen wegen. In de bestaande situatie oogt de bestaande groenstructuur meer als een veld dan een echte ontmoetingsplek. De aanpassingen van het gedeelte nabij de vijver zorgen ervoor dat de ruimtelijke kwaliteit van het gebied als ontmoetingsplek wordt versterkt ondanks de geringe afname in groen. De voorgestelde inrichting als mini-park speelt hier een belangrijke rol in.
15
bestemmingsplan Nieuwbouwlocatie Denneweg/Duinroosweg te Callantsoog
Figuur 7. Aanzicht vanaf de voorkant en de achterkant van de gebouwen
16
bestemmingsplan Nieuwbouwlocatie Denneweg/Duinroosweg te Callantsoog
Figuur 7. Aanzichten eengezinswoningen
17
bestemmingsplan Nieuwbouwlocatie Denneweg/Duinroosweg te Callantsoog
Figuur 8. Aanzichten appartementen
18
bestemmingsplan Nieuwbouwlocatie Denneweg/Duinroosweg te Callantsoog
Hoofdstuk 3
Beleidskader
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012)
Op 13-03-2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) van kracht geworden. Hierin is de visie van het Rijk op de ruimtelijke en mobiliteitsopgaven voor Nederland richting 2040 aangegeven. Dit betreft een integraal kader voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. In de SVIR is gekozen voor een selectieve inzet van het rijksbeleid waarbij 13 nationale belangen aan de orde zijn die in de SVIR verder gebiedsgericht zijn uitgewerkt in concrete opgaven voor de diverse onderscheiden regio's. Buiten deze nationale belangen hebben decentrale overheden meer beleids-vrijheid op het terrein van de ruimtelijke ordening gekregen; het Kabinet is van mening dat provincies en gemeenten beter op de hoogte zijn van de actuele situatie in de regio en de vraag van bewoners, bedrijven en organisaties en daardoor beter kunnen afwegen welke (ruimtelijke) ingrepen in een gebied nodig zijn. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is niet direct bindend voor derden, maar de uitwerking in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening wel. Hierop wordt in het navolgende ingegaan. 3.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (2011)
De Wet ruimtelijke ordening (Wro) biedt de basis voor het stellen van algemene regels, op te nemen in een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB). Die regels richten zich primair op gemeenten, die het eerstverantwoordelijke overheidsniveau zijn voor de inhoud van ruimtelijke plannen. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, 30-12-2011), ook wel bekend onder de naam AMvB Ruimte, zijn de nationale belangen uit de SVIR voorzien van juridische kaders, waarmee de doorwer-king van de nationale belangen op ruimtelijk gebied is geborgd. Uit het Barro blijkt dat voor het plan-voornemen en het projectgebied geen sprake is van specifieke aspecten van nationaal belang. Wel geldt bij elk ruimtelijk plan het in acht nemen van nationaal belang 13, een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. In de volgende subparagraaf wordt verder ingegaan op de Ladder voor duurzame verstedelijking (hierna de Ladder), die dient als instrument voor dit nationale belang. 3.1.3
Ladder duurzame verstedelijking
De 'ladder voor duurzame verstedelijking' is in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geïntroduceerd en vastgelegd als procesvereiste in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Artikel 3.1.6. lid 2 Bro schrijft voor dat de onderbouwing van een ruimtelijk plan, waar een nieuwe stedelijke ontwikkeling mee mogelijk wordt gemaakt, aan de Ladder moet voldoen. Per 1 juli 2017 is een vereenvoudigde Ladder van toepassing. De tekst uit het Bro luidt als volgt: ''De toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied'. De eerste afweging in de toetsing aan de Ladder is het beantwoorden van de vraag of er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Als nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt genoemd: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van
19
bestemmingsplan Nieuwbouwlocatie Denneweg/Duinroosweg te Callantsoog
kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. Met het planvoornemen wordt een woongebouw gerealiseerd met 12 appartementen en 5 grondgebonden woningen en kan hiermee beschouwd worden als woningbouwlocatie en dus een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Behoefte In de provinciale woonvisie 'Goed Wonen in Noord-Holland' is de ambitie opgenomen dat er in 2020 voldoende woningen van de juiste kwaliteit zijn in Noord-Holland. De provincie geeft daarnaast in de PRV de verplichting dat er regionale schriftelijke afspraken moeten zijn als een bestemmingsplan voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De regio Kop van Noord-Holland heeft naar aanleiding hiervan het regionale actieprogramma wonen (RAP 2.0) opgesteld. De RAP 2.0 is gebaseerd op de door de provincie vastgesteld woningbouwprognose en is in lijn met de provinciale woonvisie. Het kwalitatief woningbouwprogramma Kop van Noord-Holland (KwK) bevat afspraken over de woningbouwprogrammering in de regio. De gemeente Schagen, woningcorporatie Wooncompagnie en de Huurderskoepel Schagen en Omstreken hebben hun prestatieafspraken vastgelegd in het document 'Prestatieafspraken Schagen 2016 tot en met 2020'. De woonvisie van de gemeente, 'Een nieuwe gemeente, een nieuwe koers - Lokale woonvisie 2014 t/m 2018' vormt hiervoor een belangrijke onderlegger.
In de woonvisie is beschreven dat in de gemeente Schagen groei plaatsvindt van het aantal huishoudens. Het initiatief om sociale huurwoningen toe te voegen is omarmd door de dorpsraad van Callantsoog. Het gebrek aan nieuwe sociale huurwoningen draagt eraan bij dat (met name) jongeren het dorp verlaten. Met de realisatie van een mix van woningtypes vindt er een al lang gewenste uitbreiding van de sociale huur in Callantsoog plaats. Met de keuze voor verschillende woningtypen is het mogelijk om zowel starters als doorstromers een passende woning te bieden. In onderstaande tabel staan het aantal actief woningzoekenden die de afgelopen 12 maanden minimaal 1 keer gereageerd hebben op een advertentie. Daaruit blijkt dat er 139 actief woningzoekenden in Callantsoog zijn. Dit zijn er 39 in de categorie starter t/m 28 jaar. Ook doorstromers en senioren zijn royaal vertegenwoordigt. Als gekeken wordt naar het aantal actief woningzoekenden in de afgelopen 3 jaar dan stijgt het aantal naar 199 (52 starters en 69 55+'ers). Dit project sluit aan op de woningbehoefte.
Daarbij: het is algemeen bekend dat er in Nederland een toenemend tekort aan beschikbare woningen is. Ook Wooncompagnie ziet de afgelopen jaren het aantal woningzoekenden in alle regio's waar zij actief is verder oplopen. Kijkend naar Callantsoog, dan is ook hier een trendmatige toename van het aantal actief woningzoekenden te constateren. Het tekort aan sociale huurwoningen vindt men ook terug in de toename van het aantal reacties per geadverteerde woning en de gemiddelde inschrijftijd die nodig is om voor een woning in aanmerking te komen. Onderstaande tabel geeft goed weer hoe groot de behoefte is aan sociale huurwoningen in Callantsoog en hoe die gegroeid is.
20
bestemmingsplan Nieuwbouwlocatie Denneweg/Duinroosweg te Callantsoog
(Bron W oonmatch Kop van Noord Holland)
De gegevens voor Callantsoog zijn in lijn met de ontwikkeling voor de gehele gemeente Schagen.
(Bron W oonmatch Kop van Noord Holland)
Woningzoekenden zijn vrij om in Woonmatch aan te geven in welke kern men mogelijk zou willen wonen. Daarbij is het aantal kernen wat men mag aangeven niet gelimiteerd. Er zijn 1.675 woningzoekenden in de Kop van Noord-Holland die Callantsoog hebben aangegeven als een mogelijke plaats om te wonen. Dit getal is vooral indicatief interessant om de populariteit van de kern en de verhuurbaarheid op langere termijn te duiden. Verder blijkt uit het Woningmarktonderzoek Gemeente Schagen van Atrivé uit januari 2020 dat er in de periode tot 2030 ruim 700 extra sociale huurwoningen nodig zijn in de gemeente. Conclusie Voorliggend voornemen maakt onderdeel uit van de regionale woningbouwafspraken. Uit voorgaande alinea's komt naar voren dat voldoende behoefte is naar de extra appartementen. Een nadere motivatie is dan ook niet nodig.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Omgevingsvisie NH2050
De over een aantal jaren verwachte Omgevingswet zal veel bestaande wetgeving op het gebied van de ruimtelijke ordening en milieu vervangen. De Provincie Noord-Holland anticipeert hierop door als eerste stap, samen met stakeholders en inwoners, de Omgevingsvisie NH2050 op te stellen als opvolger van de Structuurvisie Noord-Holland 2040 (met als ondertitel "Kwaliteit door veelzijdigheid") uit 2010. De omgevingsvisie is vormvrij en bevat een geheel nieuwe, de provincie zelfbindende, visie die gedragen wordt door zoveel mogelijk partijen. Hiervoor zijn verschillende participatievormen ingezet (co-creatie, consultatie) en is zowel online als offline het gesprek met belanghebbenden en belangstellenden aangegaan. De Omgevingsvisie NH2050 is op 19 november 2018 door Provinciale Staten (PS) vastgesteld en vervangt de Structuurvisie Noord-Holland 2040. Het doel van de provincie met de omgevingsvisie is dat iedereen die in Noord-Holland woont, werkt en op bezoek komt een prettige leefomgeving aantreft. Nu, maar ook in de toekomst. De provincie stuurt aan op "balans tussen economische groei en leefbaarheid", dat als leidend thema wordt gezien. Dit betekent dat in heel Noord-Holland een basiskwaliteit van de leefomgeving wordt gegarandeerd. Een gezonde en veilige leefomgeving, die goed is voor mens, plant én dier, is daarnaast
21
bestemmingsplan Nieuwbouwlocatie Denneweg/Duinroosweg te Callantsoog
voorwaarde voor een goed economisch vestigingsklimaat. Een economisch vitale provincie kan andersom weer bijdragen aan het welzijn en de leefbaarheid. In samenhang bekeken zijn in dit kader randvoorwaarden geformuleerd hoe om te gaan met grote thema's als klimaatverandering, energietransitie, veranderende economieën, volkshuisvesting, bodemdaling en verminderde biodiversiteit. In de omgevingsvisie zijn hiervoor vijf samenhangende bewegingen benoemd, op basis van ruim 20 ontwikkelprincipes voor een toekomstige leefomgeving. Het planvoornemen is niet strijdig met de ontwikkelprincipes uit de Omgevingsvisie 2050. 3.2.2
Omgevingsverordening Noord-Holland 2020
De Omgevingsverordening Noord-Holland 2020 (hierna: Omgevingsverordening) is vastgesteld op 22 oktober 2020 door Provinciale Staten en is in werking getreden op 17 november 2020. De verordening schrijft voor waaraan de inhoud van (gemeentelijke) ruimtelijke plannen moet voldoen. Bij bouwen in het landelijk gebied speelt de Omgevingsverordening een belangrijke rol, maar bij bouwen in stedelijk gebied veel minder. De realisatie van de woningen vindt plaats binnen stedelijk gebied. Dit betekent dat alleen artikel 6.3 van de Omgevingsverordening van belang is. Dit artikel bepaalt dat een ruimtelijk plan alleen kan voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als de ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. Het plan is opgenomen in het regionale 'Kwalitatief Woningbouwprogramma van de Kop' (KWK) en is in overeenstemming met de regionale afspraken. Het is daarom mogelijk om binnen de regels van de Omgevingsverordening het plan te ontwikkelen. 3.2.3
Provinciale woonvisie 2010 - 2020
In de provinciale woonvisie 'Goed wonen in Noord-Holland' is de ambitie opgenomen dat de in 2020 voldoende woningen van de juiste kwaliteit zijn in Noord-Holland. De speerpunten van het provinciale woonbeleid zijn het verbeteren van de afstemming tussen vraag en aanbod, het verbeteren van de mate waarin voorzieningen in de woonomgeving aansluiten bij de vraag van bewoners, en het verbeteren van de duurzaamheid van het woningaanbod en de woonomgeving. Deze speerpunten zijn vertaald in de Regionale Actieprogramma's.
3.3
Regionaal en gemeentelijk beleid
3.3.1
Woningbouw Kop van Noord-Holland
Het woningbouwbeleid is op regionaal niveau vastgelegd in het Regionaal Kwalitatief Woningbouwprogramma voor de Kop van Noord-Holland (kortweg KwK). Het betreft hier een convenant over de ruimte voor woningbouw tot 2030 waaraan de gemeenten en de provincie Noord-Holland zich hebben verbonden op 10 novmber 2020. Hierbij wordt aangesloten op de harde plancapaciteit en op de ontwikkelingen uit de bevolkingsprognoses. Met het KwK wordt gestuurd en gemonitord op realisatie van de kwalitatief beste plannen. In het Regionale Actieprogramma worden regionale afspraken gemaakt die nodig zijn om de woningmarkt toekomstbestendig te maken. De afspraken zijn gebaseerd op de provinciale woningbouwprognose. De prognose van de provincie Noord-Holland laat zien dat de bevolking van de Kop van Noord-Holland op de korte termijn een kleine groei heeft door met name buitenlandse migratie. Daarnaast is er door een toename aan alleenstaande ouderen sprake van vergrijzing. Voor de afspraken over de betaalbaarheid en sociale woningbouw wordt in het RAP verwezen naar de meerjarige prestatieafspraken
22
bestemmingsplan Nieuwbouwlocatie Denneweg/Duinroosweg te Callantsoog
van regiogemeenten met woningcorporaties. 3.3.2
Lokale Woonvisie
Op 28 oktober 2014 heeft de gemeenteraad Schagen de visie 'Een nieuwe gemeente, een nieuwe koers - Lokale woonvisie 2014 t/m 2018' vastgesteld. In de Woonvisie staat beschreven hoe Schagen omgaat met de veranderingen op de woningmarkt. Huizenprijzen dalen, er staan veel woningen te koop, financiering is lastiger en de doorstroming verloopt moeizaam. In Schagen zijn daarbij bepaalde trends te zien: de groei van het aantal inwoners en huishoudens daalt, op termijn slaat dat om in krimp (volgens provinciale prognose: na 2030). Vergrijzing betekent meer ouderen, maar ook meer mensen met een beperking en toename van dementie. Kleine huishoudens nemen toe, huishoudens met kinderen nemen af. In stad Schagen neemt het aantal inwoners wel toe, vooral senioren willen graag dichtbij de voorzieningen wonen. Centraal staat vraaggestuurd bouwen in de kernen van de gemeente. De Woonvisie beschrijft de rol van Schagen in de regio en de provincie en hoe onderling wordt samengewerkt om te komen tot een blijvend gezond woningbestand in zowel stad, dorp als landelijk gebied. Samen met maatschappelijke partners en de inwoners wil Schagen de antwoorden vinden en een impuls geven aan de vitaliteit en kracht van de gemeenschappen in de kernen. Behoefte aan betaalbare huurwoningen en prestatieafspraken In relatie tot voorliggend plan is vooral paragraaf 4.4.2 van de Woonvisie van belang.
Daar wordt ingegaan op het feit dat de vraag naar goedkope huurwoningen toeneemt. Om deze vraag te kunnen bedienen zijn prestatieafspraken gemaakt met woningbouwcorporatie Wooncompagnie welke zijn vastgelegd in het document 'Prestatieafspraken Schagen 2016 tot en met 2020'. In dit document zijn de afspraken vastgelegd die de gemeente Schagen, woningcorporatie Wooncompagnie en de Huurderskoepel Schagen en Omstreken met elkaar hebben gemaakt. Een belangrijk thema is het behouden van het aanbod huurwoningen met een huurprijs die past bij de doelgroep. Daarnaast is als ambitie opgenomen om op korte termijn 100 betaalbare huurwoningen te realiseren in de gemeente Schagen. De voorraad sociale woningbouw staat onder druk door een onevenredige toename van woningen in de vrije sector. Wooncompagnie wil met het planvoornemen de druk op de woningmarkt verlichten. Voorliggend plan voorziet in het realiseren van betaalbare huurwoningen.
23
bestemmingsplan Nieuwbouwlocatie Denneweg/Duinroosweg te Callantsoog
3.3.3
Structuurvisie Schagen 2025
De Structuurvisie Schagen 2025 is op 22 februari 2011 door de gemeenteraad vastgesteld en geeft koers aan de ruimtelijke ontwikkeling van Schagen over een planperiode van 10 tot 15 jaar (tot 2025). De hoofdlijnen van het ruimtelijk beleid staan derhalve verwoord in deze visie. Dit betekent niet dat de structuurvisie een ‘blauwdruk’ is, waar voor elke locatie de ontwikkeling en inrichting gedetailleerd is weergegeven, of dat er exact is aangegeven welk programma of welke ruimtelijke randvoorwaarden van toepassing zijn. Gedurende de planperiode zullen veel van de in deze structuurvisie aangegeven ontwikkelingskoersen, nader moeten worden onderzocht. Ook zullen er per beleidsthema of per locatie haalbaarheidsstudies en ruimtelijke randvoorwaarden moeten worden opgesteld. Op basis van nader onderzoek, uitwerkingen en randvoorwaarden voor ruimtelijke ontwikkelingen, zal de besluitvorming plaatsvinden over concrete plannen en projecten. De structuurvisie zet dus de koers uit en schept ruimte voor nieuwe ontwikkelingen. De uitwerking daarvan is onderwerp van nadere studie. Het is een belangrijke opgave om door woningbouw in de stad én in de dorpen het inwoneraantal vast te houden en mogelijkerwijs te laten groeien.
Dit is geen autonome wens, maar hangt samen met het streven om het huidige voorzieningenniveau van Schagen op het peil van 2010 te houden en hiermee een aantrekkelijke stad te blijven. Nog belangrijker dan de aantallen woningen (kwantitatief) is de kwalitatieve opgave. De kwalitatieve doelstelling voor Schagen is meervoudig; zo is er enerzijds een sterke behoefte aan starterswoningen en dienen anderzijds kansen te worden geboden voor senioren om te wonen in de nabijheid van de voorzieningen. Deze behoefte wordt bij voorkeur op binnenstedelijke locaties opgelost, waarbij bouwen in hogere dichtheden mogelijk is. De voorliggende ontwikkeling bedient de sociale huisvesting, het biedt daarmee kansen voor verschillende categorieën zoals senioren en sluit bovendien aan bij de doelstelling uit de structuurvisie om meer starterswoningen te realiseren. Daarnaast is sprake van een binnenstedelijke ontwikkeling, waarmee de druk op het buitengebied wordt ontlast. Gelet op het voorgaande wordt de beoogde ontwikkeling passend geacht binnen de kaders van de gemeentelijke structuurvisie. 3.3.4
Reisgids voor Ruimtelijke ontwikkelingen
De gemeente Schagen heeft een 'reisgids' opgesteld waarbinnen ingewikkelde afwegingen bij ruimtelijke plannen overzichtelijk worden gemaakt. De gids bevat een overzicht en een korte toelichting op regelgeving/procedures van hogere overheden. De gids kan gebruikt worden als naslagwerk bij het ontwikkelen van plannen en is onderverdeeld in drie hoofdthema's: Wonen Werken, en Recreëren Voor het thema Wonen worden de vragen gesteld: Is de locatie kansrijk? Is het plan passend in de Lokale woonvisie? Is er een regionale behoefte? Is voldoende rekening gehouden met overige omgevingsaspecten? Is het antwoord op deze vragen ja? Dan kan het plan ingepast worden in het nieuwe woonprogramma. Voor voorliggend plan kunnen alle vragen met ja beantwoord worden. Het planvoornemen is reeds opgenomen in de prestatieafspraken tussen woningbouwcorporatie Wooncompagnie en de gemeente Schagen.
24
bestemmingsplan Nieuwbouwlocatie Denneweg/Duinroosweg te Callantsoog
3.3.5
Welstandsbeleid, Reisgids voor ruimtelijke kwaliteit
De gemeente Schagen hanteert voor haar welstandsbeleid de 'Reisgids voor ruimtelijke kwaliteit'. Het voorliggende bestemmingsplan richt zich op een nieuwe invulling van het gebied. Het is een functionele en ruimtelijke verandering waarmee nieuwe functies worden toegevoegd en oude worden verwijderd. Het plan omvat meerdere wooneenheden, is een complex, en valt hiermee onder het hoofdstuk bijzondere ontwikkelingen van de reisgids. Op basis daarvan is voor deze ontwikkeling een beeldkwaliteitsparagraaf opgesteld. Deze paragraaf beschrijft de ontwikkelgeschiedenis, de ordeningsprincipes en bebouwingskarakteristieken van de omgeving en kwaliteiten van het gebied. De criteria in het beeldkwaliteitsplan zijn, als aanvulling op de Reisgids voor ruimtelijke kwaliteit, het welstandskader voor dit plan. 3.3.6
Beeldkwaliteitsparagraaf
In de inleiding en in Hoofdstuk 2 is de relatie met (hoofdstuk bijzondere ontwikkelingen) uit de 'Reisgids voor ruimtelijke kwaliteit' verantwoord. Voor deze ontwikkeling wordt aansluiting gezocht bij kenmerken van (recente) bebouwing en karakteristieken in de directe omgeving. De stedenbouwkundige en architectonische samenhang staat bij elke ingreep voorop. De beoordeling door de commissie voor ruimtelijke kwaliteit vindt plaats aan de hand van een aantal aspecten: het gebouw in zijn omgeving, het gebouw op zichzelf, de detaillering en het kleur- en materiaalgebruik. Aanvullend op de gebiedsgerichte criteria voor Komgebieden (p 42 reisgids voor ruimtelijke kwaliteit) zijn de volgende uitgangspunten geformuleerd om zorg te dragen voor een optimale stedenbouwkundige en architectonische inpassing. Richtlijnen bebouwingskarakteristieken: De maximale bouwhoogte is 2 bouwlagen. De bebouwing is met de (voor)gevel in de voorgevelrooilijn gebouwd. De bebouwing kent een kleinschalige uitstraling; een sterke massavorming is niet toegestaan. De bebouwing kent een geleding in de massaopbouw. De maximale (visuele) breedte van een bouwmassa is 6 meter. De bebouwing kent een soepele overgang in de massaopbouw, wanneer sprake is van kleinschalige aangrenzende bebouwing. De bebouwing kent een positionering en oriëntatie richting het parkje aan de Denneweg.
Op hoeklocaties is aandacht voor de aansluiting op de bestaande bebouwing en is sprake van een dubbele oriëntatie. Aan de Duinroosweg zijn blinde gevels of gevels met een dichte/gesloten uitstraling niet toegestaan. Dit geldt tevens voor de gevels georiënteerd naar de Denneweg. De ontsluiting van de bebouwing en de parkeervoorzieningen vindt bij voorkeur plaats vanaf de Duinroosweg. De functionele invulling van de begane grond van de nieuwe bebouwing draagt bij aan de verhoging van de verblijfskwaliteit van de Duinroosweg. Bebouwing op het achtererf is ondergeschikt aan de hoofdbebouwing. Het kleur- en materiaalgebruik is terughoudend en sluit aan bij de aangrenzende bebouwing. Erfafscheidingen en overgangen naar belendende percelen zijn onderdeel van het totale terreininrichtingsplan. Aandacht voor de privacy van de bewoners van belendende percelen is uitgangpunt. Bebouwing:
25
bestemmingsplan Nieuwbouwlocatie Denneweg/Duinroosweg te Callantsoog
De bebouwing is (overwegend) grondgebonden, in de sociale categorie. Sluit aan op bestemmingsregels aangrenzende percelen De uitwerking van het bouwplan wordt nader afgestemd in overleg met en beoordeeld door de Commissie voor Ruimtelijke Kwaliteit, daarmee is sprake van een goede onderlinge afstemming. 3.3.7
Facetbestemmingsplan parkeren en de nota parkeernormen Schagen 2016
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Schagen heeft op 7 november 2017 het facetbestemmingsplan parkeren vastgesteld. Deze regels zijn van toepassing op toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen binnen de gemeente Schagen, bijvoorbeeld bij nieuwbouw. Dit bestemmingsplan verwijst naar de 'Nota Parkeernormen Schagen 2016' en eventuele wijzigingen van deze nota gedurende de planperiode. Of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid, wordt bepaald aan de hand van deze nota en de normen die daarin zijn opgenomen. Uitgangspunt is dat het parkeren op eigen terrein wordt opgelost. De basis voor de toets voor de parkeereis is gelegd in de CROW-richtlijnen. Het CROW geeft in haar publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren; van parkeerkecijfers naar parkeernormen' richtlijnen over hoe om te gaan met parkeernormering. Voor situaties waar de nota geen uitsluitsel over geeft, wordt deze richtlijn gehanteerd. Voor sommige ontwikkelingen bestaan geen specifieke parkeernormen. In die gevallen zal maatwerk worden geleverd, waarbij zoveel mogelijk wordt aangesloten bij de CROW-richtlijnen voor vergelijkbare ontwikkelingen. De richtlijnen van het CROW gaan uit van een bandbreedte van minimale en maximale parkeerkerncijfers. Het aanhouden van een bandbreedte kan echter leiden tot allerlei discussies over de verschillende invloedsfactoren.
Bij het opstellen van de parkeernormen is er voor gekozen om uit te gaan van het gemiddelde van de minimale en maximale parkeerkencijfers (afgerond naar boven). Op basis van de parkeernormen kan berekend worden hoeveel parkeerplaatsen benodigd zijn. Hier wordt in paragraaf 4.8 nader op ingegaan.
26
bestemmingsplan Nieuwbouwlocatie Denneweg/Duinroosweg te Callantsoog
Hoofdstuk 4 4.1
Milieuaspecten
Erfgoed
Wet- en regelgeving De Monumentenwet 1988 is per 1 juli 2016 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze naar verwachting in 2021 in werking treedt. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. De Erfgoedwet bundelt en wijzigt een aantal wetten op het terrein van cultureel erfgoed. De kern van deze wet is dat wanneer de bodem wordt verstoord, de archeologische resten intact moeten blijven (in situ). Wanneer dit niet mogelijk is, worden archeologische resten opgegraven en elders bewaard (ex situ). Daarnaast dient ieder ruimtelijk plan een analyse van de overige cultuurhistorische waarden van het plangebied te bevatten. Voor zover in een plangebied sprake is van erfgoed, dient op grond van voorgaande dan ook aangegeven te worden op welke wijze met deze cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten archeologie rekening wordt gehouden. 4.1.1
Archeologie
Zoals reeds vermeld in paragraaf 1.3, is er voor het plangebied de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie - 3' van kracht. Voor deze gronden geldt een beschermingsregime voor ingrepen groter dan 500 m 2 en dieper dan 50 cm. Het bevoegd gezag kan afwijken van dit beschermingsregime mits is aangetoond dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn of is aangetoond dat de archeologische waarden door de bouwactiviteitenonevenredig kunnen worden verstoord. Om te bepalen welke bouwmogelijkheden mogelijk zijn binnen het plan is er door Archeolgie West-Friesland een archeologische quickscan uitgevoerd. De belangrijkste bevindingen zijn in deze paragraaf besproken. De volledige rapportage van deze archeologische quickscan is te vinden in Bijlage 1. Op de beleidskaart archeologie van de voormalige gemeente Zijpe ligt het plangebied in de Jewelpolder (één van de Callantsogerpolders), een zone met een hoge verwachtingswaarde. Dit deel van de gemeente kan archeologische waarden bevatten, maar de ligging daarvan is nog onbekend. Er kunnen zowel resten aanwezig zijn van nederzettingen en ontginningen uit de prehistorie, Romeinse Tijd of de (vroege) middeleeuwen, waarvan de positie van tevoren niet of moeilijk is in te schatten. In de oude polders van 't Oge zijn tevens sporen van bewoning en agrarische activiteiten uit de Late Middeleeuwen te verwachten.
Voor deze zone wordt een bijzonder archeologieregime gevoerd vanwege de vermoedelijke aanwezigheid van belangwekkende archeologische bodemsporen en voorwerpen. Dit is vertaald naar een vrijstellingsgrens van de derde categorie (vrijstellingsgrens 500 m 2, zie figuur 9). Ter verduidelijking, wanneer er in de archeologische quickscan wordt gesproken over het plangebied dan heeft dit betrekking op het deel van het plangebied waar de gebouwen komen te staan (zie ook navolgend figuur). Om verdere verwarring te voorkomen en onderscheid te maken met de begrenzing het plangebied zoals in paragraaf 1.2 beschreven wordt het plangebied met betrekking tot het aspect
27
bestemmingsplan Nieuwbouwlocatie Denneweg/Duinroosweg te Callantsoog
archeologie in de rest van deze paragraaf aangeduid als "plangebied (bouwlocatie)".
Figuur 9. Uitsnede archeologische beleidskaart gemeente Schagen, plangebied in lichtblauw omcirkeld Archeologische onderzoeken in de directe omgeving In het verleden zijn er in de directe omgeving van het plangebied (bouwlocatie) een aantal archeologische onderzoeken uitgevoerd. Deze zijn besproken in de rapportage (zie Bijlage 1). Gespecificeerde archeologische verwachting Het plangebied (bouwlocatie) ligt in de overgang van de duinen naar de strandvlakte en vanaf de Middeleeuwen kunnen vanaf maaiveld sporen van bewoning voorkomen. Op basis van het historisch kaartmateriaal geldt een lage archeologische verwachting voor sporen uit de Nieuwe tijd (na inpoldering van de Jewelpolder in 1536). Indien er nog veen in de ondergrond aanwezig is, geldt voor de top van het veen een middelhoge verwachting voor vindplaatsen uit de Romeinse tijd en mogelijk de Middeleeuwen. Onder het veen bevinden afzettingen behorende tot het Laagpakket van Wormer. Op goed gerijpte afzettingen is in principe bewoning mogelijk in het Laat Neolithicum. Conclusie en advies Met het uitvoeren van het planvoornemen wordt de vrijstellingsgrens van 500 m 2 welke in het plangebied (bouwlocatie) geldt overschreven. Op basis van de archeologische onderzoeken in de directe omgeving worden geen archeologisch waardevolle resten binnen 1,5 m –Mv verwacht.
Indien de (grondroerende) plannen ongewijzigd blijven, is nader archeologisch onderzoek in het kader van de Archeologische Monumentenzorg niet noodzakelijk. Hierbij wordt er van uitgegaan dat de woningen niet worden onderkelderd.
28
bestemmingsplan Nieuwbouwlocatie Denneweg/Duinroosweg te Callantsoog
Archeologie West-Friesland adviseert de voorgenomen ingrepen vrij te geven met betrekking tot het aspect archeologie. Het planvoornemen mag op grond van voorgaande ten aanzien van het aspect archeologie uitvoerbaar worden geacht. 4.1.2
Cultuurhistorie
Het plangebied (bouwlocatie) ligt in de Jewelpolder ten noordoosten van 't Oghe. Deze polder werd in 1536 bedijkt. Voor het bepalen van de aanwezigheid van bewoningsresten uit de Nieuwe Tijd kan gebruik worden gemaakt van historisch kaartmateriaal. De 17de eeuwse kaarten van de Zijpe zijn niet allemaal accuraat ingetekend. Op geen van deze kaarten staat bebouwing aangegeven. Op de eerste kadastrale minuutkaart uit 1826 is binnen het bouwvlak eveneens geen bebouwing aanwezig (figuur 10). Volgens de Oorspronkelijke Aanwijzende Tafel (OAT) is het perceel in gebruik als weiland en in bezit van Klaas Zeeman. Tot ver in de 20ste eeuw bleef het plangebied onbebouwd. Voor het plangebied geldt dus een lage archeologische verwachting voor resten uit de Nieuwe tijd.
Figuur 10. Ligging toekomstige bebouwing (zwarte stippellijn) op de kadastrale minuut uit 1826 Conclusie Het planvoornemen mag op grond van het voorgaande ten aanzien van het aspect cultuurhistorie uitvoerbaar worden geacht.
29
bestemmingsplan Nieuwbouwlocatie Denneweg/Duinroosweg te Callantsoog
4.2
Bodem
In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat in de toelichting op een bestemmingsplan inzicht verkregen moet worden over de uitvoerbaarheid van het plan. Dit betekent dat er onder andere inzicht verkregen moet worden in de noodzakelijke financiële investering van een (mogelijk noodzakelijke) bodemsanering. Een onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem is dus feitelijk een onderdeel van de onderzoeksverplichting van B en W en de gemeenteraad bij de voorbereiding van een bestemmingsplan. Hierbij moet worden opgemerkt dat ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening het bestemmen van gronden met een bodem van onvoldoende milieuhygiënische kwaliteit met een hiervoor gevoelige bestemming in beginsel moet worden voorkomen. Een bepaalde mate van bodemverontreiniging hoeft in veel gevallen niet direct een probleem op te leveren. In veel gevallen zal historisch onderzoek inzake de betreffende verdachte locatie kunnen uitwijzen of er voldoende aanleiding is om ook bodemonderzoek te laten uitvoeren. Met een oriënterend bodemonderzoek en/of een nader bodemonderzoek kan worden vastgesteld of inderdaad sprake is van bodemverontreiniging, en zo ja, in welke mate en van welke omvang.
Op basis van een nader onderzoek kan het bevoegd gezag bepalen of er een noodzaak is tot gedeeltelijke of gehele sanering van de locatie en of er beveiligingsmaatregelen moeten worden getroffen. Daarbij zal ook de huidige en/of toekomstige bestemming en het gebruik van de locatie een rol spelen uit welke saneringsvarianten kan worden gekozen. Onderzoek Ter plaatse van het plangebied is een verkennend bodemonderzoek conform NEN5740 uitgevoerd door van Dijk geo- en milieutechniek b.v. De rapportage van dit onderzoek is opgenomen in Bijlage 2. Uit de analyseresultaten blijkt dat de grond ter plaatse van de voorziene bouwlocatie niet verontreinigd is met de onderzochte parameters (zie rapportage). Derhalve kan worden geconcludeerd dat er milieuhygiënisch gezien geen bezwaar is tegen de toekomstige nieuwbouw. Conclusie Het planvoornemen kan wat betreft het aspect bodem uitvoerbaar worden geacht.
4.3
Ecologie en stikstofdepositie
In het kader van de uitvoerbaarheid van ruimtelijke plannen is het conform artikel 3.1.6 Bro noodzakelijk om aandacht te besteden aan de effecten op natuurwaarden. Effecten dienen te worden beoordeeld in relatie tot geldende wet- en regelgeving op het terrein van soortenbescherming en gebiedsbescherming. Deze beoordeling vindt plaats in relatie tot de Wet natuurbescherming (Wnb) die per 01-01-2017 in werking is getreden en het provinciale gebiedsgerichte natuurbeleid. Voor wat betreft de effecten op natuurwaarden moet onder meer aangegeven worden of er als gevolg van een plan vergunningen of ontheffingen noodzakelijk zijn en, zo ja, of deze verkregen kunnen worden.
30
bestemmingsplan Nieuwbouwlocatie Denneweg/Duinroosweg te Callantsoog
4.3.1
Ecologie
Om de feitelijke situatie binnen het plangebied vast te stellen, is op 18 maart 2019 ecologisch veldwerk uitgevoerd door een ecoloog van BügelHajema Adviseurs. Bijbehorende ecologische inventarisatie is in deze paragraaf opgenomen. Inleiding KADER De initiatiefnemer is voornemens om tussen de Denneweg en de Duinroosweg vijf grondgebonden woningen met tuin te realiseren en een woongebouw met 12 appartementen. Om de uitvoerbaarheid van dit plan te toetsen, is een inventarisatie van natuurwaarden uitgevoerd. Het doel hiervan is om na te gaan of aanvullend onderzoek in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) of het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid noodzakelijk is. Naast het raadplegen van bronnen is het plangebied ten behoeve van de inventarisatie op 18 maart 2019 bezocht door een ecoloog van BügelHajema Adviseurs. De weersomstandigheden waren: bewolkt, circa 10°C, droog en een matige wind. PLANGEBIED Het plangebied bevindt zich in de bebouwde kom van Callantsoog en betreft een grasperceel tussen de Denneweg en de Duinroosweg. De ontwikkelingen bestaan uit de realisatie van vijf grondgebonden woningen met tuin en een woongebouw met 12 appartementen. In de huidige situatie bestaat het plangebied uit een intensief gemaaid grasperceel, met langs de randen groenstructuren in de vorm van (te behouden) solitaire bomen, een haag van bottelroos en enkele struiken.
Permanent oppervlaktewater is aanwezig in de nabijgelegen vijver met houten beschoeiing. Bebouwing ontbreekt in het plangebied. Het grasperceel wordt onder andere gebruikt als speelplaats en uitlaatplaats voor honden.
Figuur 11. Impressie van het plangebied op 18 maart 2019. Links: het plangebied gezien richting de Duinroosweg (vanuit noordoost). Rechts het plangebied gezien richting de Denneweg (vanuit zuidwest) Soortbescherming Onderdeel van de Wnb is soortenbescherming van planten en dieren. Dit betreffen: alle van nature in Nederland in het wild voorkomende vogels die vallen onder de Vogelrichtlijn (Wnb art. 3.1-3.4); dier- en plantensoorten die beschermd zijn op grond van de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn (Wnb art. 3.5-3.9); nationaal beschermde dier- en plantensoorten genoemd in de bijlage van de wet (Wnb
31
bestemmingsplan Nieuwbouwlocatie Denneweg/Duinroosweg te Callantsoog
art. 3.10-3.11). Van deze laatstgenoemde groep beschermde soorten mogen provincies een zogenaamde 'lijst met vrijstellingen' opstellen (Wnb art. 3.11). Voor de soorten op deze lijst geldt een vrijstelling van de verboden genoemd in art. 3.10 eerste lid van de Wnb. INVENTARISATIE Uit het raadplegen van de Nationale Database Flora en Fauna (NDFF) via Quickscanhulp.nl (© NDFF - quickscanhulp.nl 11-03-2019 18:53:43) blijkt dat binnen een straal van een kilometer rond het plangebied diverse beschermde diersoorten bekend zijn. Het betreffen hoofdzakelijk vogels met jaarrond beschermde nesten, zoogdieren en amfibieën. Daarnaast is het voorkomen bekend van enkele ongewervelden (duinparelmoervlinder en gevlekte witsnuitlibel), de reptielensoort zandhagedis en de vaatplant groenknolorchis. In het plangebied zijn diverse plantensoorten aangetroffen waaronder paarse dovenetel, gewone paardenbloem, zachte ooievaarsbek, veldzuring, madeliefje, gewoon biggenkruid, gewone ereprijs, dagkoekoeksbloem, stinkende gouwe, fluitenkruid, grote brandnetel en kleefkruid. Beschermde plantensoorten zijn niet aangetroffen en worden gezien de terreingesteldheid en het ontbreken van geschikt biotoop ook niet verwacht. De in de gegevens van Quickscanhulp.nl genoemde groenknolorchis komt naar verwachting voor in de duinen langs de Noordzeekust (verspreidingsatlas.nl).
Voor deze soort is in het plangebied geen geschikt biotoop (zonnig, nat en voedselarm) aanwezig. In het plangebied en in de directe omgeving zijn geen sporen (zoals braakballen, uitwerpselen en nesten) aangetroffen die duiden op de aanwezigheid van jaarrond beschermde broedvogelnesten. Hooguit vormt het plangebied een klein onderdeel van het foerageergebied van een soort als huismus die broedt in de omgeving van het plangebied. Wel zijn meer algemeen voorkomende broedvogels aangetroffen en broedend te verwachten in het plangebied. Het betreft soorten als merel en Turkse tortel. Voor vleermuizen vormt het plangebied mogelijk een klein onderdeel van het foerageergebied zoals de uit de omgeving bekende soorten gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger (Quickscanhulp.nl). Verblijfplaatsen van vleermuizen en onmisbare vliegroutes zijn niet in het plangebied te verwachten. Zo zijn in de bomen geen ruimten (holten, scheuren en dergelijk) aangetroffen die kunnen fungeren als verblijfplaats en is geen bebouwing aanwezig. Ook zijn geen (onmisbare) lijnvormige structuren aanwezig, die voor vleermuizen relevant zijn voor hun verplaatsing. In het plangebied zijn enkele grondgebonden zoogdiersoorten zoals bosmuis, huisspitsmuis, rosse woelmuis en egel te verwachten.
Voor de te verwachten algemene soorten geldt in de provincie Noord-Holland een vrijstelling van de verbodsartikelen van de Wnb bij ruimtelijke ontwikkelingen. Uit de omgeving van het plangebied zijn enkele niet-vrijgestelde grondgebonden zoogdiersoorten bekend, waaronder wezel, hermelijn, bunzing en boommarter (Quickscanhulp.nl). Gezien de geringe omvang van de struiken, de functie van het plangebied als speelplaats en uitlaatplaats voor honden en de binnenstedelijke ligging, vormt het plangebied voor deze soorten geen geschikt leefgebied. De groenstructuren in het plangebied vormen matig geschikt overwinteringsbiotoop voor amfibieën. Te verwachten zijn de meer algemeen voorkomende algemene amfibieënsoorten zoals gewone pad, bruine kikker en bastaardkikker. Vanwege de houtenbeschoeiing langs de rand van de vijver en de beperkte hoeveelheid
32
bestemmingsplan Nieuwbouwlocatie Denneweg/Duinroosweg te Callantsoog
watervegetatie, is de vijver weinig geschikt als voortplantingsbiotoop voor amfibieën. Voor de genoemde soorten geldt in de provincie Noord-Holland een vrijstelling van de verbodsartikelen van de Wnb bij ruimtelijke ontwikkelingen. Uit de omgeving van het plangebied is het voorkomen bekend van de niet-vrijgestelde (en dus beschermde) rugstreeppad (Quickscanhulp.nl). Geschikt voortplantingsbiotoop is voor deze en andere niet-vrijgestelde amfibieënsoorten niet in het plangebied en directe omgeving aanwezig. Bovendien vormt het plangebied geen hoogwaardig landbiotoop voor rugstreeppad, die is aangewezen op plekken met vergraafbare (zand)grond en/of opgeslagen materialen. Overwintering van rugstreeppad is dan ook niet te verwachten in het plangebied. Beschermde soorten uit de soortgroepen vissen, reptielen en ongewervelden zijn niet in het plangebied te verwachten vanwege het ontbreken van geschikt biotoop. Voor de op Quickscanhulp.nl genoemde beschermde reptielensoort zandhagedis en de ongewervelden duinparelmoervlinder en gevlekte witsnuitlibel is geschikt leefgebied aanwezig in de duinen langs de Noordzeekust. Daar is het voorkomen van deze soorten ook bekend (ravon.nl, vlinderstichting.nl en telmee.nl).
TOETSING Indien werkzaamheden tijdens het broedseizoen worden uitgevoerd, kunnen in gebruik zijnde nesten van de meer algemeen voorkomende vogels worden verstoord of vernietigd, dit is bij wet verboden. Vernietiging of verstoring van in gebruik zijnde nestplaatsen kan voorkomen worden door bij de planning en uitvoering van de werkzaamheden rekening te houden met het broedseizoen. Een standaardperiode voor het broedseizoen is er niet; van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Voor de meeste vogels geldt dat het broedseizoen ongeveer van 15 maart tot 15 juli duurt. Het plangebied blijft geschikt als foerageergebied voor vleermuizen en vogels met jaarrond beschermde nesten, doordat het groen deels behouden blijft en nieuw groen wordt gerealiseerd. Bovendien is in de directe omgeving in ruime mate alternatief foerageergebied aanwezig voor de te verwachten soorten. Hierop zijn zodoende geen negatieve effecten te verwachten. Als gevolg van de ontwikkelingen kunnen enkele verblijfplaatsen van algemene amfibieënen zoogdierensoorten worden verstoord en vernietigd. Ook kunnen hierbij enkele exemplaren worden gedood. De te verwachten algemene soorten worden niet in hun voortbestaan bedreigd en vallen in de vrijstellingsregeling bij ruimtelijke ontwikkelingen van de provincie Noord-Holland. Voor deze soorten hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd.
Wel geldt voor deze soorten de zorgplicht van de Wnb. Voor de overige soort(groep)en kunnen negatieve effecten op in het kader van de Wnb beschermde soorten worden uitgesloten. Gebiedsbescherming Voor onderhavig plangebied is de volgende wet- en regelgeving op het gebied van gebiedsbescherming relevant: de Wnb en de provinciale Omgevingsvisie en verordening. WET NATUURBESCHERMING In de Wnb is de bescherming van Natura 2000-gebieden, geregeld. Plannen en projecten met negatieve effecten op deze gebieden zijn vergunningsplichtig. Relevant daarbij is dat de Wnb een externe werking kent. Van externe werking is sprake als activiteiten buiten een
33
bestemmingsplan Nieuwbouwlocatie Denneweg/Duinroosweg te Callantsoog
Natura 2000-gebied van invloed zijn op de natuurwaarden in een Natura 2000-gebied. NATUURNETWERK NEDERLAND Het NNN (voorheen ook wel Ecologische Hoofdstructuur genoemd) is een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen belangrijke natuurgebieden in Nederland, dat voldoende robuust is voor een duurzame verbetering van de omstandigheden voor de wilde flora en fauna en voor natuurlijke leefgemeenschappen. Het NNN is als beleidsdoel opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. De begrenzing en ruimtelijke bescherming van de provinciale NNN is voor Noord-Holland uitgewerkt in de Omgevingsvisie NH2050 en de bijbehorende Provinciale Omgevingsverordening NH2020. WEIDEVOGELLEEFGEBIED Vanuit het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid wordt buiten de NNN-gebieden bij ruimtelijke plannen specifiek ingezet op de bescherming van weidevogelleefgebied. Hiertoe zijn specifieke gebieden aangewezen. INVENTARISATIE Het plangebied ligt op een afstand van circa 60 meter ten westen van het dichtstbijzijnde in het kader van de Wnb beschermde gebied, te weten Natura 2000-gebied Duinen Den Helder - Callantsoog. Dit gebied is tevens aangewezen als NNN. Het dichtstbijzijnde weidevogelleefgebied ligt op een afstand circa 450 meter ten noorden van het plangebied. Tussen het plangebied en de beschermde gebieden liggen wegen en bebouwing.