Bestemmingsplan Nieuwbouwlocatie Denneweg Duinroosweg Toelichting en regels
Tekst van het document
TOETSING Potentiële effecten op het Natura 2000-gebied Duinen Den Helder - Callantsoog blijven beperkt tot externe werking doordat het plangebied buiten dit Natura 2000-gebied ligt. De aangewezen habitattypen zijn gevoelig tot zeer gevoelig voor verzuring en vermesting door stikstofdepositie. Gezien de relatief kleine afstand tot het Natura 2000-gebied, zijn negatieve effecten door stikstofdepositie niet op voorhand uitgesloten. Daarom is een Aerius-berekening uitgevoerd om een eventuele significante toename van stikstofdepositie in kaart te brengen. Deze berekening wordt besproken in de navolgende paragraaf. Uit de Aerius-berekening komt naar voren dat het plan leidt tot een toename van stikstofdepositie in stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden (zie Bijlage 3). Behalve stikstofdepositie zijn hooguit effecten mogelijk als gevolg van optische verstoring en betreding van aangewezen vegetatietypen als gevolg van een toename van recreatie in het Natura 2000-gebied. Gezien het lage aantal van zeventien woningen zal hooguit sprake zijn van een zeer geringe toename van het aantal bezoekers aan Natura 2000-gebied Duinen Den Helder - Callantsoog. Dit zal zeker niet leiden tot negatieve effecten op aangewezen habitattypen. Deze inventarisatie geeft daarom geen aanleiding voor een voortoets in het kader van de Wnb.
Gezien de huidige terreinomstandigheden, de afstand tot NNN- en weidevogelleefgebieden en de aard van het plan, zijn met betrekking tot het voorgenomen plan geen negatieve effecten op in het kader van het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid beschermde gebieden te verwachten. Deze inventarisatie geeft daarom geen aanleiding voor een nadere analyse in het kader van de gebiedenbescherming van de provinciale Omgevingsverordening. Conclusie Op basis van de uitgevoerde ecologische inventarisatie is gezien de aangetroffen terreinomstandigheden en de aard van het plan een voldoende beeld van de
34
bestemmingsplan Nieuwbouwlocatie Denneweg/Duinroosweg te Callantsoog
natuurwaarden ontstaan. In voorliggende situatie is geen sprake van het doen van aanvullend onderzoek naar de aanwezigheid van beschermde soorten. Wanneer rekening wordt gehouden met het broedseizoen van vogels, is het aanvragen van een ontheffing van de Wnb voor flora en fauna niet aan de orde. Een nadere analyse in het kader van de gebiedenbescherming van de Wnb of het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid is niet noodzakelijk. Voor deze activiteit is wel een vergunning op grond van de Wnb nodig met betrekking tot de depositie van stikstof. Dit is in navolgde paragraaf nader toegelicht. Het plan is op overige punten van provinciaal natuurbeleid niet in strijd met de Provinciale Omgevingsverordening. 4.3.2
Stikstofdepositie
In het kader van het bestemmingsplan 'Nieuwbouwlocatie Denneweg/Duinroosweg te Callantsoog' is de depositie van stikstof ten gevolge van de ontwikkeling in het plangebied berekend. De depositie van stikstof in natura 2000 gebieden ten gevolge van de emissie van NOx en NH3 van deze ontwikkeling alsmede van het verkeer van en naar de locatie is berekend met programmapakket Aerius. De berekeningen plus bijbehorende notitie zijn te vinden in Bijlage 3. Rekenresultaat De berekening met AERIUS genereert een rekenresultaat waarin wordt geconstateert dat de projectbijdrage leidt tot een stikstofdepositie van meer dan 0,00 mol N/ha/jaar in Natura 2000-gebied Duinen Den Helder–Callantsoog. Het betreft een maximale overschrijding van afgerond naar boven 0,57 mol N/ha/jaar in het stikstofgevoelige habitattype ‘Duinbossen (droog), berken-eikenbos’. Passende Beoorderling Uit de AERIUS-berekeningen die zijn gemaakt op 25 februari 2020 (Bijlage 3) is gebleken dat het bouwplan in de aanlegfase een (tijdelijke) stikstofdepositie veroorzaakt van 0,53 mol/ha/jaar en in de gebruiksfase een (permanente) depositie van 0,03 mol/ha/jaar. Om uit te kunnen sluiten dat dergelijke deposities van signifance negative gevolgen kunnen zijn voor het nabij gelegen Natura 2000-gebied 'Duinen Den Helder - Callantsoog' is omwille van dit plan een Passende Beoordeling door Arcadis opgesteld.
In de Passende Beoordeling is onderzocht of kan worden uitgesloten dat de bouw van woningen aan de Dennelaan in Callantsoog leidt tot significante gevolgen voor het Natura 2000-gebied Duinen Den Helder-Callantsoog, dan wel de natuurlijke kenmerken van dit Natura 2000-gebied aantast. Het plangebied is gelegen in de nabijheid van het Natura 2000-gebied Duinen Den HelderCallantsoog. Voor het plan is een passende beoordeling opgesteld (Bijlage 4). Als gevolg van het project treedt een eenmalige en geringe toename op van stikstofdepositie op kleine oppervlaktes van enkele habitattypen binnen het Natura 2000-gebied, en een zeer geringe permanente toename in een zeer klein deel van het gebied. De effecten van deze toenames zijn integraal beoordeeld. Uit deze beoordeling volgt dat de zeer geringe toenames, mede dankzij reguliere beheermaatregelen, niet leiden tot meetbare veranderingen in de samenstelling van de aanwezige vegetaties, en daarmee niet leiden tot een significante verslechtering van de kwaliteit van de aanwezige habitattypen in het Natura 2000-gebied. Ook cumulatieve significante effecten met andere projecten zijn uitgesloten. Het project leidt met zekerheid niet tot aantasting van de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied Duinen Den Helder-Callantsoog.
35
bestemmingsplan Nieuwbouwlocatie Denneweg/Duinroosweg te Callantsoog
Conclusie Ten aanzien van het aspect stikstofdepositie is het planvoornemen uitvoerbaar.
4.4
Externe veiligheid
Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico’s voor de omgeving bij gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen. Het aandachtsveld van externe veiligheid richt zich op zowel inrichtingen (bedrijven) waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn als het transport van gevaarlijke stoffen. Dit vervoer kan plaatsvinden over weg, water en spoor en door buisleidingen. De veiligheidsrisico’s in het kader van externe veiligheid worden uitgedrukt in een plaatsgebonden risico en een groepsrisico. De normen voor het plaatsgebonden en het groepsrisico hebben tot doel een voldoende veiligheidsniveau te garanderen voor de burger als persoon, dan wel deel uitmakend van een groep. De provincie Noord-Holland heeft een risicokaart vervaardigd, waarop verschillende risicobronnen en risico-ontvangers zijn aangegeven. Om na te gaan of bij het planvoornemen ook aandachtspunten op het vlak van de externe veiligheid aanwezig zijn, is de risicokaart van de provincie Noord-Holland geraadpleegd.
Figuur 12. Fragment Risicokaart (Bron: www.risicokaart.nl) In de nabijheid van het plangebied (in bovenstaande kaart weergegeven met blauwe omlijning) valt af te lezen dat er in de directe omgeving van het plangebied geen risicobronnen aanwezig zijn. De dichtsbijzijnde risicovolle intsallatie ligt op ruim 1,3 kilometer afstand en betreft een bovengrondse propaantank van 5 m 3 met een risicoafstand PR 10-6
36
bestemmingsplan Nieuwbouwlocatie Denneweg/Duinroosweg te Callantsoog
van 20 meter. Deze risicolvolle inrichting ligt dus ruim voldoende afstand van het plangebied. Met het planvoornemen komen er ook geen nieuwe risicobronnen tot stand binnen het plangebied, welke van invloed zouden kunnen zijn op in de buurt gelegen kwetsbare objecten. Conclusie Ten aanzien van het aspect externe veiligheid is het planvoornemen uitvoerbaar.
4.5
Geluidhinder
In 1979 is de Wet geluidhinder (Wgh) in werking getreden. De Wgh is er op gericht om de geluidhinder vanwege onder andere wegverkeerslawaai, spoorweglawaai en industrielawaai te voorkomen en te beperken. De Wgh bepaalt dat de ‘geluidbelasting’ op gevels van woningen en andere geluidgevoelige objecten niet hoger mag zijn dan een in de wet bepaalde norm. Industrielawaai en spoorweglawaai zijn niet aan de orde in en nabij het plangebied. In de hiernavolgende paragrafen is daarom enkel op wegverkeerslawaai ingegaan.
37
bestemmingsplan Nieuwbouwlocatie Denneweg/Duinroosweg te Callantsoog
Wegverkeerslawaai De Wet geluidhinder (Wgh) richt zich wat betreft wegverkeerslawaai op de zogenaamde zoneringsplichtige wegen. In principe zijn alle wegen zoneringsplichtig behalve: wegen die deel uitmaken van een woonerf (art. 74.2a); wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt (art. 74. 2b). Langs zoneringsplichtige wegen is een geluidszone gelegen waarvan de breedte wordt bepaald door het aantal rijstroken alsmede de ligging in stedelijk of buitenstedelijk gebied conform artikel 74 van de Wet geluidhinder. Indien wordt gebouwd binnen de geluidszone, verplicht de Wet geluidhinder door middel van akoestisch onderzoek aandacht te besteden aan de geluidssituatie. De in de nabijheid van het plangebied gelegen Denneweg kent een maximum snelheid van 30 km/uur. Deze weg kent formeel gezien geen zone. Dit deel van de Denneweg is doodlopend en de verkeersintensiteit is zeer gering. In het kader van een goede ruimtelijke ordening behoeft deze weg akoestisch niet nader onderzocht te worden. De aan de andere kant van het plangebied gelegen Duinroosweg kent een maximum snelheid van 30 km/uur. De weg heeft daarmee in de zin van de Wet geluidhinder geen zone.
Akoestisch onderzoek van dit deze weg zou achterwege kunnen blijven, echter in het kader van een goede ruimtelijke ordening en op basis van jurisprudentie is deze weg toch nader akoestisch onderzocht door BügelHajema Adviseurs. De volledige rapportage van dit onderzoek is te vinden in Bijlage 5. Doel van het onderzoek is het bepalen van de geluidbelasting op de gevel van de woningen en deze te toetsen aan de Wet geluidhinder. Aangetoond moest worden of ten gevolge van deze weg sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat. Bij gebrek aan een wettelijk kader is bij de beoordeling van deze weg aangesloten bij de normstelling die de Wgh kent voor gezoneerde wegen. De voorkeursgrenswaarde van 48 dB is als richtwaarde beschouwd. De maximale ontheffingswaarde van 63 dB wordt als maximaal aanvaardbare waarde beschouwd. Voorts wordt toepassing gegeven aan artikel 110g Wgh (voor een uitgebreide toelichting wordt er verwezen naar de rapportage). Van de Duinroosweg zijn geen verkeersgegevens beschikbaar. De Duinroosweg is echter een weg met een beperkte verkeersfunctie. Berekend is daarom bij welke verkeersintensiteit op de Duinroosweg de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van 48 dB wordt overschreden. Dit is het geval indien de verkeersintensiteit de 2.000 mvt/etmaal overschrijdt.
Echter gelet op het feit dat deze weg een beperkte verkeersfunctie heeft, de verkeersintensiteiten op de omliggende gemeentelijke en provinciale wegen geen aanleiding geven om deze weg als sluiproute te nemen mag worden aangenomen dat deze verkeersintensiteit binnen de looptijd van het bestemmingsplan niet wordt overschreden. Conclusie Uit het onderzoek blijkt dat de te realiseren woningen voldoen aan de wettelijke eisen wat betreft het wegverkeerslawaai vanwege de Duinroosweg. De Wet geluidhinder verzet zich niet tegen de komst van deze woningen. Ook is er geen sprake van een aantasting van het woon- en leefmilieu in het kader van een goede ruimtelijke ordening.
38
bestemmingsplan Nieuwbouwlocatie Denneweg/Duinroosweg te Callantsoog
4.6
Water
Op grond van artikel 3.1.6 Bro is de watertoets verplicht voor bestemmingsplannen. In een hierover op te nemen paragraaf dient te worden aangegeven op welke wijze rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie. In die paragraaf dient uiteengezet te worden of en in welke mate het plan in kwestie gevolgen heeft voor de waterhuishouding, dat wil zeggen het grondwater en het oppervlaktewater. Het is de schriftelijke weerslag van de zogenaamde watertoets: ‘het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren (door de waterbeheerder), afwegen en beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten’. Voor elk plan wordt in het kader van de watertoets bepaald wat het effect is op de waterhuishouding. Als verantwoordelijke instantie voor het waterbeheer in, en in de directe omgeving van, het plangebied hanteert Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) als uitgangspunt dat het bebouwen van landelijk gebied geen verslechtering van de waterhuishoudkundige situatie mag betekenen. Daarom adviseert het hoogheemraadschap bij uitbreiding van verhard oppervlak compenserende maatregelen te nemen. Het hoogheemraadschap denkt daarbij aan vergroting van de bergingscapaciteit door bestaande waterlopen te verbreden of door nieuw oppervlaktewater aan te leggen.
Tijdelijke berging van water door uitbreiding van het wateroppervlak creëert een grotere buffer in het systeem en daardoor een geringere peilstijging bij hevige regenval. De initiatiefnemer van het bouwplan is verantwoordelijk voor deze compenserende waterberging. Dat geldt zowel voor de financiering als voor de daadwerkelijke aanleg. Het voorliggend plan is in het kader van het vooroverleg op 05-04-2019 aangeboden aan het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK). Voor het planvoornemen dient de korte procedure te worden gevolgd. Hieronder worden de belangrijkste conclusies uit het advies van het Hoogheemraadschap weergegeven. Het volledige advies is als Bijlage 6 aan de toelichting toegevoegd. Verharding en compenserende maatregelen Binnen het werkgebied van het hoogheemraadschap is de afgelopen decennia door verstedelijking het areaal aan open water afgenomen. Om onder andere dit verschijnsel tegen te gaan is in 2003 de watertoets geïntroduceerd die ervoor moet zorgen dat de waterbelangen beter in ruimtelijke plannen worden meegenomen en dat ontwikkelingen 'waterneutraal' worden gerealiseerd. Een van de onderdelen van de watertoets is het beoordelen van de verhardingstoename. Met het uitvoeren van het planvoornemen is er sprake van een substantiële toename van bebouwing en verharding in het plangebied van 1.023,5 m 2.
Door deze toename aan verharding zal neerslag versneld worden afgevoerd naar het oppervlaktewater, al dan niet via het rioolstelsel. Dit leidt tijdens extreme situaties tot pieken in de waterstand met wateroverlast als gevolg. Om ervoor te zorgen dat de waterhuishoudkundige situatie niet verslechtert ten gevolge van de verhardingstoename zullen er in het desbetreffende peilgebied compenserende maatregelen getroffen moeten worden. Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier hanteert bij ontwikkelingen waarbij sprake is van een verhardingstoename tot 2.000 m 2 de vuistregel dat 10% van de toename aan verhard oppervlak dient te worden gecompenseerd door middel van het inrichten van nieuwe waterberging. Uitgangspunt is dat de compensatie wordt gerealiseerd binnen het
39
bestemmingsplan Nieuwbouwlocatie Denneweg/Duinroosweg te Callantsoog
plangebied. Wanneer compenserende maatregelen binnen het plangebied niet mogelijk zijn adviseert het hoogheemraadschap om contact op te nemen met het hoogheemraadschap om te bepalen wat de alternatieve mogelijkheden zijn. Ruimtelijke adaptatie Het hoogheemraadschap adviseert om in het ontwerp van het plan het principe van ruimtelijke adaptatie op te nemen. Zo zou kunnen worden gedacht aan het aanbrengen van 'groene daken' op nieuwe gebouwen, eventueel met meervoudig ruimtegebruik en waterberging capaciteit. Ook kan bij bijvoorbeeld de aanleg van nieuwe parkeerplaatsen gebruik worden gemaakt van waterdoorlatende verharding met bijbehorende afvoer vertragende onderlaag of waterberging op straat en in verlaagde groenstroken. Waterkwaliteit en riolering Het plan voorziet niet in activiteiten die als gevolg kunnen hebben dat vervuild hemelwater naar het oppervlaktewater afstroomt. Het hemelwater kan dus als schoon worden beschouwd. Het is daarom niet doelmatig het af te voeren naar de rioolwaterzuiveringsinrichting (rwzi). Het advies van het HHNK is daarom om voor de nieuwe ontwikkeling een gescheiden stelsel aan te leggen. Daarnaast wordt geadviseerd om met het oog op de waterkwaliteit het gebruik van uitloogbare materialen zoals koper, lood en zink zoveel mogelijk te voorkomen.
Beheer en onderhoud waterlopen Het hoogheemraadschap adviseert om een obstakelvrije zone langs waterlopen van tenminste 5 meter aan te houden ten behoeve van onderhoud. Conclusie Het planvoornemen kan wat betreft het aspect water uitvoerbaar geacht worden. Wel zal er voor de toename in verhard oppervlak voor ongeveer 103 m 2 compensatie moeten plaatsvinden. Compensatie zal worden bereikt door te werken met halfopen verharding en indien nodig vergroting van de vijver in het plangebied. Hoe de compensatie er precies uit komt te zien wordt in nader overleg met het HHNK nader bepaald.
4.7
Hinder van bedrijven
Op grond van de Wet milieubeheer zijn bedrijven en instellingen verplicht te voldoen aan de eisen van een AMvB, dan wel een milieuvergunning te hebben voor de exploitatie van het bedrijf, waarbij rekening gehouden dient te worden met de omliggende woonbebouwing. Door middel van de milieuwet- en regelgeving wordt (milieu)hinder in woongebieden zoveel mogelijk voorkomen. Uit de geactualiseerde publicatie “Bedrijven en milieuzonering” (2009) van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) wordt de richtafstandenlijst voor milieubelastende activiteiten gehanteerd. Per bedrijfstype zijn voor elk van de aspecten geur, stof, geluid en gevaar de minimale afstanden aangegeven die in de meeste gevallen kunnen worden aangehouden tussen een bedrijf en hindergevoelige objecten, zoals woningen, om hinder en schade aan mensen binnen aanvaardbare normen te houden. De grootste afstand is bepalend. De genoemde maten zijn richtinggevend, maar met een goede motivering kan en mag hiervan worden afgeweken.
40
bestemmingsplan Nieuwbouwlocatie Denneweg/Duinroosweg te Callantsoog
Er dient te worden aangetoond dat het plan buiten de invloedssfeer van bedrijvigheid in de nabije omgeving valt. Tevens dient te worden aangetoond dat het plan geen belemmering vormt voor de nabijgelegen functies. Onderzoek In zuidelijke richting van het plangebied bevindt zich Hotel 't Zwaantje. Een hotel kan volgens de brochure van de VNG het beste worden ingedeeld in de categorie 'Hotels en pensions met keuken, conferentie-oorden en congrescentra' (SBI 2008 code 5510). Hiervoor geldt milieucategorie 1 met een grootste richtafstand opgenomen van 10 m met betrekking tot geur, geluid en gevaar. Het planvoornemen voldoet aan de te hanteren richtafstand. Daarnaast is de vraag of de woningen zelf ook hinder op kunnen leveren voor de nabije omgeving. Een woning is niet aangemerkt als milieubelastende activiteit. Het plan levert dan ook geen belemmeringen op voor de nabijgelegen functies. Conclusie Wat betref het aspect hinder van bedrijven is het planvoornemen uitvoerbaar.
4.8
Verkeer en parkeren
Verkeer en parkeren Elke ruimtelijke functie trekt een bepaalde hoeveelheid verkeer aan en genereert daarmee een parkeerbehoefte. Bij ruimtelijke ontwikkelingen kan de vraag naar parkeerplaatsen stijgen. In dat geval is het van belang dat die ontwikkeling ook gepaard gaat met de aanleg van parkeerplaatsen. Uitgangspunt van het planvoornemen is dat per toegevoegde wooneenheid ook voldoende parkeerplaatsen worden toegevoegd. Hiermee voorziet het plan als zodanig op zichzelf in de behoefte aan parkeerplaatsen die hiermee ontstaat. Voor een ruimtelijk plan geldt dat de verkeerseffecten die optreden als gevolg van een planvoornemen in het kader van een goede ruimtelijke ordening moeten worden onderbouwd. De nadruk ligt daarbij op de effecten van de ontwikkeling op de verkeersafwikkeling en parkeren (bereikbaarheid), de verkeersveiligheid en de verkeershinder (leefbaarheid). In publicatie nr. 381 'Toekomstbestendig parkeren; van parkeerkencijfers naar parkeernormen' (2018) van het CROW (het nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte) zijn vuistregels en kengetallen aangereikt om verkeerseffecten bij ontwikkelingen te bepalen. De richtlijnen van het CROW gaan uit van een bandbreedte van minimale en maximale parkeerkencijfers.
Daarnaast heeft de gemeente Schagen haar eigen parkeerbeleid 'Nota Parkeernormen Schagen 2016' welke gebaseerd is op CROW publicatie nr. 317 'Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie' (ondertussen vervangen door publucatie nr. 381). De parkeernormennota van de gemeente Schagen gaat uit van het gemiddelde van de minimale en maximale parkeerkencijfers (afgerond naar boven) en maakt gebruik van de door het CROW gehanteerde gebiedsindelingen. Het CROW gaat in haar richtlijnen uit van een tweetal gebiedsindelingen, namelijk naar stedelijkheidsgraad en een verdere verdeling binnen de betreffende gemeente. Onder stedelijkheidsgraad wordt het aantal adressen per km² verstaan. Er zijn vijf stedelijkheidsgraden onderscheiden. De gemeente Schagen kent een omgevingsadressen
41
bestemmingsplan Nieuwbouwlocatie Denneweg/Duinroosweg te Callantsoog
dichtheid tussen de 500 en de 1000 adressen per km² (bron: demografische kerncijfers per gemeente 2014). Deze omgevingsadressen dichtheid wordt gekwalificeerd als "weinig stedelijk". Uit de 'Nota Parkeernormen Schagen 2016' blijkt verder dat het plangebied wordt gekwalificeerd als 'rest bebouwde kom'. Vanuit het advies van de beleidstafel en het integraal beleidsoverleg wordt de ontwikkeling aangemerkt als woningen die vallen in de categorie huur midden/goedkoop. Uit onderstaande figuur, afkomstig uit de gemeentelijke parkeernota blijkt dat de gemeente Schagen voor sociale huurwoningen een parkeernorm van 1,6 parkeerplaatsen hanteert en voor huuretages in de categorie midden/goedkoop een parkeernorm van 1,4 parkeerplaatsen per eenheid waarvan 0,3 parkeerplaats ten goede komt aan het bezoekersaandeel. Er worden 5 grondgebonden huurwoningen gerealiseerd. Die vallen onder de noemer 'huurhuis, sociale huur' met een parkeernorm van 1,6. Verder komen er 12 huurappartementen. Die vallen onder de noemer 'huurhuis, etage, midden/goedkoop' met een parkeernorm van 1,4. Het aantal benodigde parkeerplaatsen is derhalve: 5 X 1,6 =
8
12 x 1,4 =
16,8
Totaal:
25
Figuur 13. Parkeernormen voor de functie wonen (Bron: Nota Parkeernormen Schagen 2016) De realisatie van het woongebouw leidt ook tot een toename van de verkeersaantrekkende werking van en naar het plangebied. In publicatie nr. 381 van het CROW (2018) staan kencijfers genoemd wat betreft de verkeersgeneratie die verschillende type woningen tot stand brengen. De grondgebonden woningen vallen onder de categorie 'Huur, huis. sociale huur' en het appartementengebouw onder 'Huur, appartement, midden/goedkoop (incl. sociale huur)'. De bijbehorende kencijfers met betrekking tot de verkeersgeneratie zijn 6 respectievelijk 4,5 ritten per wooneenheid per etmaal. In totaal komt dit neer op 84 lichte verkeersbewegingen per etmaal.
42
bestemmingsplan Nieuwbouwlocatie Denneweg/Duinroosweg te Callantsoog
Uitgaande van een worst-case scenario kunnen vanwege het plan dus 84 extra voertuigbewegingen per weekdagetmaal op de toevoerende weg Duinroosweg (en de daar aan voorafgaande overige wegen) als gevolg van het planvoornemen worden verwacht. Vanwege de capaciteit van omliggende wegen is dit niet van een dusdanige orde van grootte dat hierdoor problemen voor de verkeersafwikkeling hoeven te worden verwacht. Het CROW heeft richtlijnen aangegeven waarin de verwachte aanwezigheidspercentages voor de verschillende functies, zoals wonen, zijn benoemd. De hoogste parkeerdruk voor woningen is waar te nemen in de avonden en nachten en in het weekend. Het planvoornemen voorziet in de realisatie van 25 parkeerplaatsen in het plangebied en voldoet hiermee aan de parkeerbehoefte. Conclusie Ondanks de toename van de verkeersaantrekkende werking van en naar het plangebied worden geen problemen voor de verkeersafwikkeling verwacht. Daarnaast worden in het plangebied voldoende parkeerplaatsen gerealiseerd om te voldoen aan de parkeerbehoefte voor de nieuwe woningen waarbij een bescheiden restcapaciteit benodigd voor bezoekers, kan worden afgewend op de bestaande parkeerplaatsen. Wat betreft verkeer en parkeren is het planvoornemen dan ook uitvoerbaar.
4.9
Luchtkwaliteit
Het plan dient te voldoen aan regels voor luchtkwaliteit. Aangetoond moet worden dat er geen normen worden overschreden. Nederland heeft de Europese regels ten aanzien van luchtkwaliteit geïmplementeerd in de Wet milieubeheer. Op 15 november 2007 is het onderdeel luchtkwaliteit van de Wet milieubeheer in werking getreden. Kern van de wet is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Hierin staat wanneer en hoe overschrijdingen van de luchtkwaliteit moeten worden aangepakt. Het programma houdt rekening met nieuwe ontwikkelingen zoals bouwprojecten of de aanleg van infrastructuur. Projecten die passen in dit programma, hoeven niet meer te worden getoetst aan de normen (grenswaarden) voor luchtkwaliteit. De ministerraad heeft op voorstel van de minister van VROM ingestemd met het NSL. Het NSL is op 1 augustus 2009 in werking getreden. De eerste verlenging liep tot en met 31 december 2016. De staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu heeft het NSL voor een tweede maal verlengd, tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Het Besluit tweede verlenging NSL is per 1 januari 2017 in werking getreden. Projecten die 'niet in betekenende mate' (nibm) van invloed zijn op de luchtkwaliteit hoeven niet meer te worden getoetst aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit.
De criteria om te kunnen beoordelen of er voor een project sprake is van nibm, zijn vastgelegd in de AMvB-nibm. In de AMvB-nibm is vastgelegd dat na vaststelling van het NSL of een regionaal programma een grens van 3% verslechtering van de luchtkwaliteit (een toename van maximaal 1,2 µg/m 3 NO2 of PM10) als 'niet in betekenende mate' wordt beschouwd. PM10 en PM2,5 hangen overigens sterk samen. De fractie PM2,5 is onderdeel van het PM10. Wanneer de luchtkwaliteit aan de PM10 normen voldoet wordt ook aan de PM2,5 normen voldaan. Op grond van de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) zijn (onder andere) de volgende projecten vrijgesteld van toetsing:
43
bestemmingsplan Nieuwbouwlocatie Denneweg/Duinroosweg te Callantsoog
woningbouwprojecten met minder dan 1.500 woningen; projecten die minder dan 3% van de (toekomstige) grenswaarde voor NO2 of PM10 bijdragen, wat overeenkomt met 1,2 µg/m 3 De voorgaande vrijstellingsregeling voor woningbouwprojecten is van toepassing op het planvoornemen van dit bestemmingsplan. Daarnaast leidt het planvoornemen niet tot een dusdanig aantal extra verkeersbewegingen dat de luchtkwaliteit in het geding zou zijn zoals hierboven in de paragraaf verkeer en parkeren is beschreven. Conclusie Luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het planvoornemen.
4.10
Duurzaamheid
Duurzaamheid van een gebied of in relatie tot een ruimtelijke ontwikkeling kan tot uitdrukking komen in de thema’s: kwaliteit van de leefomgeving, water, energie, mobiliteit, natuur/ecologie en milieu. Onder deze laatste kan onder meer het volgende worden verstaan: gezondheid, externe veiligheid, materiaalkeuze en hergebruik van materialen, duurzaam slopen, geluid, lucht en beheer/onderhoud van een gebied of gebouw. Er bestaat geen wettelijke verplichting om het thema duurzaamheid in bestemmingsplannen vast te leggen. Wel vormt het een belangrijk onderwerp in het sociaal-maatschappelijke debat en daarmee een belangrijk aandachtspunt in het overheidsbeleid. Gemeenten streven in dat kader naar een duurzame (gebouwde) omgeving. Bestemmingsplannen kunnen echter beperkt worden gehanteerd om duurzame energieaspecten te regelen. Voor eventuele ambitieuze duurzame energiedoelstellingen dienen dan ook extra instrumenten, zoals privaatrechtelijke overeenkomsten, ingezet te worden. De Regionale Uitvoeringsdienst Noord-Holland Noord heeft samen met de gemeenten in deze regio een brochure ontwikkeld over duurzaam bouwen en wonen. Vanaf 2020 mogen alleen nog energieneutrale of energieopwekkende woningen worden gebouwd. Middels deze brochure wordt inspiratie geboden hoe hiermee om kan worden gegaan.
Voor vragen op het gebied van duurzaam (ver)bouwen, energiebesparing of energie opwekken kunnen inwoners en ondernemers van Noord-Holland Noord tegenwoordig bij het Duurzaam Bouwloket terecht. De gemeente Schagen participeert hier in. Het plan is zo optimaal mogelijk afgestemd op de inzet van het Duurzaam Bouwloket. Er wordt onder andere aardgasloos gebouwd. Voor een volledige overzicht van de gebruikte duurzame toepassingen wordt verwezen naar het bouwplan van het planvoornemen. Conclusie Het planvoornemen kan wat betreft het aspect duurzaamheid uitvoerbaar geacht worden.
44
bestemmingsplan Nieuwbouwlocatie Denneweg/Duinroosweg te Callantsoog
4.11
Plan- m.e.r.-beoordeling
4.11.1 Besluit milieueffectrapportage In het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) is aangegeven voor welke activiteiten een milieueffectrapport moet worden opgesteld. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Ook wanneer de drempelwaarden niet worden overschreden, moet het bevoegd gezag bij de betreffende activiteiten nagaan of mogelijk sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu die aanleiding geven om een milieueffectrapport (MER) op te stellen (vormvrije m.e.r.-beoordeling). Daarbij moet worden gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III bij Richtlijn 2011/92/EU betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten. Deze omstandigheden betreffen: 1: de kenmerken van het project; 2: de plaats van het project; 3: de kenmerken van het potentiële effect. Plan Het onderhavige bestemmingsplan voorziet in de bouw van 17 gasloze huurwoningen met 25 bijbehorende parkeerplaatsen. Tevens wordt een kleine wadi aangelegd. Het plangebied is ca. 8.000 m2. Het betreft hier een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in categorie 11.2 uit de D-lijst van de bijlage bij het Besluit m.e.r. Het plan blijft onder de drempelwaarden van 100 hectare en 2.000 woningen. Het plan is daarmee niet rechtstreeks MER-plichtig. Wel is een vormvrije m.e.r.-beoordeling nodig. Beoordeling 1.
Kenmerken van het project De kenmerken van het project moeten in aanmerking worden genomen, en met name: a. de omvang en het ontwerp van het gehele project; b. de cumulatie met andere bestaande en/of goedgekeurde projecten; c. het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, met name land, bodem, water en biodiversiteit; d. de productie van afvalstoffen; e. verontreiniging en hinder; f. het risico van zware ongevallen en/of rampen die relevant zijn voor het project in kwestie, waaronder rampen die worden veroorzaakt door klimaatverandering, in overeenstemming met wetenschappelijke kennis; g. de risico's voor de menselijke gezondheid (bijvoorbeeld als gevolg van waterverontreiniging of luchtvervuiling). Het plan is kleinschalig van aard; het behelst de bouw van 17 gasloze huurwoningen, bestaande uit twee woonlagen, plus de aanleg van 25 parkeerplaatsen en een kleine wadi. Ontsluiting zal plaatsvinden aan zowel de voor- als achterzijde via een voetpad. Het reeds bestaande voetpad, dat langs de vijver en het speelterrein loopt, wordt verlegd en ingepast in het ruimtelijk ontwerp. Er is geen cumulatie met andere projecten. De onder c tot en met g genoemde aspecten spelen geen rol bij dit project.
45
bestemmingsplan Nieuwbouwlocatie Denneweg/Duinroosweg te Callantsoog
2. Locatie van het project De kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop het project van invloed kan zijn, moet in aanmerking worden genomen, en met name: a. het bestaande en goedgekeurde landgebruik; b. de relatieve rijkdom aan en beschikbaarheid, kwaliteit en regeneratievermogen van natuurlijke hulpbronnen (met inbegrip van bodem, land, water en biodiversiteit) in het gebied en de ondergrond ervan; c. het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor de volgende typen gebieden: 1. wetlands, oeverformaties, riviermondingen; 2. kustgebieden en het mariene milieu; 3. berg- en bosgebieden; 4. natuurreservaten en -parken; 5. gebieden die in de nationale wetgeving zijn aangeduid of door die wetgeving worden beschermd; Natura 2000-gebieden die door de lidstaten zijn aangewezen rachtens Richtlijn 92/43/EEG en Richtlijn 2009/147/EG; 6. gebieden waar de milieukwaliteitsnormen, in de wetgeving van de Unie vastgesteld en relevant voor het project, al niet worden nagekomen of worden beschouwd als niet-nagekomen; 7. gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid; 8. landschappen en plaatsen van historisch, cultureel of archeologisch belang. Het plangebied is gelegen in bestaand stedelijk gebied, ten noordoosten van het centrum van Callantsoog. Ten noordwesten en noordoosten van het plangebied loopt de Denneweg.
De zuidwestelijke rand en zuidoostelijke rand worden omsloten door respectievelijk de Duinroosweg en het voetgangerspad Op Goeree. Het plangebied is momenteel in gebruik als groenstrook bestaande uit gras met een vijver. Het groen bestaat voornamelijk uit gras, enkele bomen en struweel. In de noordhoek van het plangebied bevindt zich een speelterrein met enkele speeltoestellen. Ook zijn er een vijftiental parkeerplaatsen gesitueerd langs de Duinroosweg. Het gebied kent geen bijzondere (kwetsbare) waarden. Het project is gelegen in de nabijheid van het Natura 2000-gebied Duinen Den HelderCallantsoog. Voor het plan is een passende beoordeling opgesteld. Als gevolg van het project treedt een eenmalige en geringe toename op van stikstofdepositie op kleine oppervlaktes van enkele habitattypen binnen het Natura 2000-gebied, en een zeer geringe permanente toename in een zeer klein deel van het gebied. De effecten van deze toenames zijn integraal beoordeeld. Uit deze beoordeling volgt dat de zeer geringe toenames, mede dankzij reguliere beheermaatregelen, niet leiden tot meetbare veranderingen in de samenstelling van de aanwezige vegetaties, en daarmee niet leiden tot een significante verslechtering van de kwaliteit van de aanwezige habitattypen in het Natura 2000-gebied. Ook cumulatieve significante effecten met andere projecten zijn uitgesloten.
Het project leidt met zekerheid niet tot aantasting van de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied Duinen Den Helder-Callantsoog. Uit de uitgevoerde ecologische inventarisatie (zie hiervoor, paragraaf 4.3.1) is gebleken dat het project ook niet op een andere manier een negatieve invloed heeft op de relevante natuurwaarden.
46
bestemmingsplan Nieuwbouwlocatie Denneweg/Duinroosweg te Callantsoog
Het plangebied ligt niet in de buurt van een van de andere onder 2c genoemde gebieden.
3. Soort en kenmerken van het potentiële effect De waarschijnlijk aanzienlijke milieueffecten van projecten moeten, in samenhang met de hierboven uiteengezette criteria, in aanmerking worden genomen, met inachtneming van: a. de orde van grootte en het ruimtelijk bereik van de effecten (bijvoorbeeld geografisch gebied en omvang van de bevolking die getroffen kan worden); b. de aard van het effect; c. het grensoverschrijdend karakter van het effect; d. de intensiteit en de complexiteit van het effect; e. de waarschijnlijkheid van het effect; f. de verwachte aanvang, de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect; g. de cumulatie van effecten met de effecten van andere bestaande en/of goedgekeurde projecten; h. de mogelijkheid om de effecten doeltreffend te verminderen. Het betreft hier een kleinschalig project binnen bestaand stedelijk gebied. Het project heeft slechts een heel beperkt effect, en dan nog alleen op de directe omgeving. Bewoners in de omgeving ondervinden van de ontwikkeling geen hinder van enige betekenis. Het project brengt een toename van het verkeer met zich mee, maar dit is zeer beperkt: maximaal 84 verkeersbewegingen per dag, deels in noordelijke richting, deels in zuidelijke richting. Het project is onomkeerbaar, maar niet van negatieve invloed op milieuwaarden. Er is geen sprake van cumulatie van effecten met effecten van andere projecten.
Op basis van het bovenstaande mag worden aangenomen dat de toekomstige activiteiten in het plangebied geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zullen hebben. Het bevoegd gezag heeft op basis hiervan besloten dat het plan geen belangrijke nadelige gevolgen heeft voor het milieu en dat er geen milieueffectrapport nodig is. Zie Bijlage 7 voor het betreffende besluit.
4.11.2 Toetsing planMER vanwege passende beoordeling Voor het plan is op grond van artikel 2.8, eerste lid van de Wet natuurbescherming een passende beoordeling opgesteld. Uit artikel 7.2a lid 1 Wet milieubeheer volgt dat als voor een bestemmingsplan een passende beoordeling moet worden gemaakt, er in principe ook een milieueffectrapport (planMER) moet worden opgesteld. Op grond van artikel 7.2a lid 2 Wet milieubeheer jo. artikel 3 lid 1 Besluit mer geldt bij bestemmingsplannen voor een in verhouding tot het totale grondgebied van de gemeente klein gebied niet automatisch een plan-mer-plicht als er een passende beoordeling moet worden gemaakt. Voor die plannen kan, indien het plan geen aanzienlijke milieueffecten veroorzaakt, worden volstaan met een plan-mer-beoordeling. Bij de beoordeling moet rekening worden gehouden met de criteria van bijlage II bij Richtlijn 2001/42/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 juni 2001 betreffende de beoordeling van de gevolgen voor het milieu van bepaalde plannen en programma's (PbEG 2001, L 197). Hierbij dienen de volgende bestuursorganen en instanties te worden geraadpleegd:
47
bestemmingsplan Nieuwbouwlocatie Denneweg/Duinroosweg te Callantsoog
a. de bestuursorganen en instanties die op grond van een wettelijk voorschrift adviseren over de besluiten, aangewezen op grond van artikel 7.2, derde of vierde lid , van de Wet milieubeheer waarop het plan betrekking heeft; en b. Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat, Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap of in plaats van de betrokken minister een door hem aangewezen bestuursorgaan. Het resultaat van de beoordeling moet worden opgenomen in het bestemmingsplan. Het onderhavige plan heeft betrekking heeft op een in verhouding tot het totale grondgebied van de gemeente klein gebied van ca. 8.000 m2. Dit betekent dat er geen directe plan-mer-plicht bestaat, maar een plan-mer-beoordeling kan volstaan. Hierboven in paragraaf 4.11.1 is reeds een beoordeling gemaakt aan de hand van de criteria uit Bijlage III bij Richtlijn 2011/92/EU. De conclusie was dat er geen milieueffectrapport nodig is. Uit de jurisprudentie (zie bijvoorbeeld ABvRS 29 december 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BO9187, r.o. 2.2.11) volgt dat in het kader van een m.e.r.-beoordeling voor een activiteit in een relatief klein gebied op lokaal niveau de criteria uit bijlage II bij Richtlijn 2001/42/EG vergelijkbaar zijn met de criteria uit bijlage III bij Richtlijn 2011/92/EU.
Doordat de criteria vergelijkbaar zijn, hoeft geen aparte toets aan de criteria uit bijlage II bij Richtlijn 2001/42/EG plaats te vinden. In paragraaf 4.11.1 is al geoordeeld dat geen sprake is van nadelige effecten op het milieu. Daarom kan geconcludeerd worden dat aan de voorwaarden uit artikel 3, eerste en derde lid Besluit m.e.r. is voldaan. Derhalve is op grond van artikel 3, eerste lid Besluit m.e.r. jo. artikel 7.2a, tweede lid Wet milieubeheer het opstellen van een milieueffectrapport niet vereist. De volgende bestuursorganen/instanties zijn geraadpleegd over de beoordeling: Provincie Noord Holland; Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier Minister van Infrastructuur en Waterstaat Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Hun reacties zijn opgenomen in Bijlage 9 Conclusie Het planvoornemen is op dit punt uitvoerbaar.
48
bestemmingsplan Nieuwbouwlocatie Denneweg/Duinroosweg te Callantsoog
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische toelichting
Algemeen
Wet ruimtelijke ordening en Besluit ruimtelijke ordening Op 1 juli 2008 zijn de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in werking getreden. Het voorliggende bestemmingsplan is opgesteld op grond van de Wro en het Bro. Op grond van artikel 3.1.3 van het Bro moet een bestemmingsplan worden uitgewerkt in: een beschrijving van de bestemmingen, waarbij per bestemming het doel of de doeleinden worden aangegeven; bestemmingen die bij of krachtens wet kunnen worden voorgeschreven; regels die bij of krachtens wet kunnen worden voorgeschreven; voor zover nodig uitwerkings-, wijzigings- en afwijkingsregels. Daarnaast dient een dergelijk plan vergezeld te gaan van een toelichting, waarin de aan het plan ten grondslag liggende gedachten, de uitkomsten van het onderzoek en de uitkomsten van het overleg zijn vermeld. De invoering van de nieuwe Wro en het nieuwe (Bro) heeft op 1 juli 2008 plaatsgevonden. Bij het opstellen van het bestemmingsplan is de geldende wet- en regelgeving toegepast. Op grond van artikel 1.2.1 van het Bro (in werking getreden op 1 januari 2010) moet het bestemmingsplan digitaal beschikbaar gesteld worden. Om dit mogelijk te maken moet het bestemmingsplan worden uitgewerkt in een zogenoemde GML. In de GML is er een koppeling tussen de kaart, regels en toelichting (het bestemmingsplan) gemaakt.
Deze koppeling van de kaart, regels en toelichting is de zogenoemde verbeelding van het bestemmingsplan. Hiervoor moet het bestemmingsplan worden opgesteld overeenkomstig de RO-standaarden: Standaard vergelijkbare bestemmingsplannen 2012 (SVBP2012); Standaard toegankelijkheid ruimtelijke instrumenten 2012 (STRI2012); Praktijkrichtlijn bestemmingsplannen 2012 (2012). Het voorliggende bestemmingsplan is zo opgesteld dat het bestemmingsplan digitaal beschikbaar gesteld kan worden. Dit betekent dat alle verschillende onderdelen van de kaart een zogenoemde IMRO2012-code hebben; de digitale kaart is opgesteld volgens de standaardtechniek voor uitwisseling GML; de regels overeenkomstig de SVBP2012 zijn opgesteld; de toelichting en regels digitaal aan de kaart zijn gekoppeld. Wet algemene bepalingen omgevingsrecht Op 1 oktober 2010 is de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en het Besluit omgevingsrecht (Bor) in werking getreden. Met de inwerkingtreding van de Wabo is een deel van de Wro opgenomen in de Wabo. Op grond van de Wabo en het Bor is de omgevingsvergunning ingevoerd. In de omgevingsvergunning worden verschillende vergunningstrajecten (zoals bouwvergunning, milieuvergunning, etc.) gebundeld. In artikel 2.1 van de Wabo is een algemeen gebruiksverbod opgenomen. Op grond hiervan is voor een gebruik dat op grond van een
49
bestemmingsplan Nieuwbouwlocatie Denneweg/Duinroosweg te Callantsoog
bestemmingsplan niet is toegestaan een omgevingsvergunning noodzakelijk.
5.2
Bestemmingplanprocedure
In de Wro en het Bro zijn wettelijke regels voor de bestemmingsplanprocedure vastgelegd. Hierin zijn de volgende fasen onderscheiden: Voorbereidingsfase De gemeente voert ten behoeve van de voorbereiding van een bestemmingsplan onderzoek uit naar de bestaande situatie en de mogelijke (ruimtelijke) ontwikkelingen in de gemeente. De gemeente stelt voor het overleg op grond van artikel 3.1.1 van het Bro haar voornemen (vaak in de vorm van een voor-ontwerpbestemmingsplan) beschikbaar aan de besturen en diensten van hogere overheden. Ook biedt de gemeente eventueel de mogelijkheid om een reactie te geven op het voorontwerpbestemmingsplan via inspraak. De gemeente geeft een reactie op de overleg- en inspraakreacties. De uitkomsten hiervan worden vermeld in de toelichting bij het ontwerpbestemmingsplan en voor zover noodzakelijk verwerkt in regels en verbeelding. Terinzageleggingsfase Na de aankondiging in de Staatscourant, in ten minste één plaatselijk dag-, nieuws- of huis aan huisblad en op de internetpagina van de gemeente wordt het ontwerpbestemmingsplan voor een periode van 6 weken ter inzage gelegd. In deze periode kan door iedereen een zienswijze op het ontwerpbestemmingsplan worden ingediend. Vaststellingsfase Na de periode van terinzagelegging stelt de gemeenteraad het ontwerpbestemmingsplan, mogelijk met wijzigingen, binnen een periode van ten hoogste 12 weken vast.
Beroepsfase Na de vaststelling van het bestemmingsplan maakt de gemeenteraad het vaststellingsbesluit bekend en legt het vastgestelde bestemmingsplan ter inzage. Indien Gedeputeerde Staten of de Inspectie Leefomgeving en Transport een zienswijze hebben ingediend die door de gemeenteraad niet volledig is overgenomen of indien de gemeenteraad het bestemmingsplan gewijzigd heeft vastgesteld, geschiedt bekendmaking en terinzagelegging uiterlijk 6 weken na vaststelling. Uiterlijk 6 weken na bekendmaking van het vaststellingsbesluit kan er beroep worden ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Indien het bestemmingsplan ongewijzigd is vastgesteld en er gehoor is gegeven aan zienswijzen van Gedeputeerde Staten en/of de Inspectie Leefomgeving en Transport, wordt het vaststellingsbesluit door de gemeenteraad uiterlijk 2 weken na vaststelling bekend gemaakt. Tevens wordt uiterlijk 2 weken na vaststelling het bestemmingsplan ter inzage gelegd. Coördinatieregeling Voorliggend bestemmingsplan loopt via de coördinatiebepaling van artikel 3:30 lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening. De coördinatie-regeling maakt het mogelijk om de besluiten behorende bij deze ontwikkeling gezamenlijk voor te bereiden en te coördineren en gelijktijdig bekend te maken. Het doorlopen van deze procedure heeft tot gevolg dat tevens bundeling van rechtsbescherming plaatsvindt.
Hierdoor hoeft een belanghebbende burger slechts tegen één besluit rechtsmiddelen aan te wenden.
50
bestemmingsplan Nieuwbouwlocatie Denneweg/Duinroosweg te Callantsoog
5.3
Bestemmingen
In deze paragraaf is een korte toelichting op de juridische regels behorende bij het plan gegeven. Er is voor een zo eenvoudig mogelijke planologische regeling gekozen die voorziet in een helder stelsel van regels en de nodige flexibiliteit biedt. Aan de hand van de bestemmingsregels kan het planvoornemen worden gerealiseerd. In de toekomst kan de gerealiseerde situatie vervolgens worden gehandhaafd. Hoofdstuk 1: Inleidende regels BEGRIPPEN In dit artikel worden waar nodig de in de regels gebruikte begrippen verklaard. Dit is alleen het geval wanneer begrippen niet op voorhand voor een eenduidige uitleg, conform normaal spraakgebruik, vatbaar zijn. Een deel van deze begrippen is voorgeschreven in de SVBP2012. WIJZE VAN METEN De wijze waarop maten, afstanden en dergelijke gemeten moeten worden, is voor een belangrijk deel voorgeschreven in de SVBP2012. Deze regels zijn overgenomen in artikel 2 van dit bestemmingsplan. Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels In deze paragraaf zijn de in het plan voorkomende bestemmingen geregeld. In ieder artikel is per bestemming bepaald welke gebruik van de gronden is toegestaan en welke bebouwingsregels er gelden. Tevens zijn waar mogelijk flexibiliteitbepalingen opgenomen. De toekenning van bestemmingen tot een bepaald perceel is gebaseerd op het gewenste gebruik en een verantwoorde inpassing.
Het bestemmingsplan kent de volgende bestemmingen: Groen, Verkeer - Verblijfsgebied, Water, Wonen , Wonen - Woongebouw en Waarde - Archeologie 3 ARTIKEL 3 - GROEN Beeldbepalende groene zones worden als structureel groen gezien en genieten op grond daarvan een bescherming in het bestemmingsplan. Binnen de bestemming 'Groen' zijn de gronden aangewezen voor groenvoorzieningen, openbare nutsvoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen en voet- en fietspaden. ARTIKEL 4 - VERKEER - VERBLIJFSGEBIED In het plangebied zijn de gronden aangewezen voor 'Verkeer - verblijfsvoorzieningen' bestemd voor met name wegen en parkeren. Daarnaast zijn groenvoorzieningen, openbare nutsvoorzieningen, en water en waterhuishoudkundige voorzieningen toegestaan. ARTIKEL 5 - WATER Het in het plangebied aanwezige water is als zodanig bestemd. Op of in de gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. Voor oeververbindingen is een bouwhoogte van 3 m opgenomen. Voor wat betreft het meetpunt is aangesloten bij het begrip peil als bedoeld in artikel 1 onder ‘Begrippen’. De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 1,5 m.
51
bestemmingsplan Nieuwbouwlocatie Denneweg/Duinroosweg te Callantsoog
52
bestemmingsplan Nieuwbouwlocatie Denneweg/Duinroosweg te Callantsoog
ARTIKEL 6 - WONEN De bestemming ‘Wonen’ is gericht op de woonfunctie. Woningen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd. Beroep- en bedrijfsuitoefening aan huis is toegestaan. In de bestemmingsomschrijving zijn de voorwaarden opgenomen waaronder de nevenfunctie mogelijk is. Aan- en uitbouwen en bijgebouwen zijn toegestaan bij woningen. Ten aanzien van de oppervlakte ten behoeve van aan- en uitbouwen en bijgebouwen zijn normen opgenomen in de bouwregels. Bijgebouwen mogen niet worden gebruikt voor permanente bewoning. ARTIKEL 7 - WONEN - WOONGEBOUW Binnen de bestemming 'Wonen - Woongebouw' worden de beoogde appartementen mogelijk gemaakt. Woningen zijn al dan niet in combinatie met een aan-huis-verbonden-beroep toegestaan. Het ruimtebeslag van dit aan huis verbonden beroep mag maximaal 40% van de totale bruto vloeroppervlakte van de woning zijn. Hoofdgebouwen dienen binnen een bouwvlak te worden gebouwd waarbij het aantal woningen beperkt is met een aanduiding 'maximum aantal wooneenheden'. Daarnaast is voor de te hanteren maximum goothoogte en de maximum bouwhoogte een aanduiding met bijbehorend maatvoeringsvlak opgenomen. ARTIKEL 8 - WAARDE - ARCHEOLOGIE 3 Om de archeologische waarden in het gebied te beschermen is er een dubbelbestemming toegekend aan de gronden. Aan deze bestemming zijn regels verbonden als het gaat om grondbewerking.
Daarbij wordt naar gekeken als de oppervlakte van nieuw te bouwen bouwwerk groter is dan 500 m 2 en de diepte van de grondbewerking dieper is dan 50 centimeter. Voor onder andere het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden die noodzakelijk zijn voor het 'normale' onderhoud, met inbegrip van het vervangen van drainagewerken, is een uitzondering van toepassing. Het is voor het uitvoeren van die werkzaamheden niet noodzakelijk een omgevingsvergunning aan te vragen Hoofdstuk 3: Algemene regels ANTI-DUBBELTELREGEL De anti-dubbeltelregel ziet er op toe dat grond die reeds eerder bij een verleende omgevingsvergunning voor het bouwen is meegenomen, niet nog eens bij de verlening van een nieuwe omgevingsvergunning voor het bouwen mag worden meegenomen. De anti-dubbeltelregel heeft uitsluitend betrekking op situaties die plaatsvinden ten tijde van het geldende bestemmingsplan. ALGEMENE GEBRUIKSREGELS In de algemene gebruiksregels is vastgelegd welk gebruik in ieder geval strijdig is met de in de regels gegeven bestemmingsomschrijvingen. ALGEMENE AFWIJKINGSREGELS De algemene afwijkingsregels bieden enige flexibiliteit als het gaat om het afwijken van in het plan opgenomen maten en bieden ruimte om bepaalde voorzieningen te kunnen realiseren.
53
bestemmingsplan Nieuwbouwlocatie Denneweg/Duinroosweg te Callantsoog
Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels OVERGANGSRECHT De in het Bro voorgeschreven formulering van het overgangsrecht is opgenomen in deze regels. In het plan zijn de al dan niet in directe relatie met een bestemming staande voorzieningen, zoals ondergrondse leidingen, wegen, paden, parkeervoorzieningen, bermen, geluidwerende voorzieningen, centrale installaties ten behoeve van de energievoorziening, voorzieningen ten behoeve van de waterbeheersing in de vorm van watergangen, duikers, waterkeringen en dergelijke in de bestemming begrepen, zonder dat dit uitdrukkelijk is vermeld.
54
bestemmingsplan Nieuwbouwlocatie Denneweg/Duinroosweg te Callantsoog
Hoofdstuk 6 6.1
Uitvoerbaarheid
Economische uitvoerbaarheid
Op grond van het bepaalde in artikel 6.12 lid 1 Wet ruimtelijke ordening is de gemeenteraad verplicht bij de vaststelling van een bestemmingsplan een exploitatieplan vast te stellen voor gronden waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen. In het onderhavige bestemmingsplan zijn bouwplannen als bedoeld in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening voorzien. In afwijking van het bepaalde in artikel 6.12, lid 1 Wet ruimtelijke ordening bepaalt lid 2 van dit artikel dat de gemeenteraad kan besluiten bij de vaststelling van het bestemmingsplan geen exploitatieplan vast te stellen indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd, bijvoorbeeld via gronduitgifte. De grond waarop dit bestemmingsplan betrekking heeft is eigendom van de gemeente. De gemeente dekt de kosten van de grondexploitatie via de uitgifte van de gronden voor de 17 sociale huurappartementen. De financiële uitvoerbaarheid van dit project blijkt ook uit de door de raad vastgestelde grondexploitatie Denneweg (d.d. 14-05-2019). Tevens heeft de gemeente een anterieure overeenkomst gesloten met Wooncompagnie over de afname van de gronden en de uitvoering van het project. In de overeenkomst zijn ook afspraken gemaakt dekking van het planschaderisico en dekking van ambtelijke kosten t.b.v. de bestemmingsplanprocedure.
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
6.2.1
Inloopavond
Op een viertal data is een inloopavond over het planvoornemen voor omwonenden en andere belangstellenden georganiseerd. Deze inloopavonden hebben plaatsgevonden op: 25 april 2017 7 februari 2018 18 oktober 2018 25 februari 2019 Omwonenden zijn op deze inloopavonden geïnformeerd over het stedenbouwkundig ontwerp zoals deze in procedure wordt gebracht, wat het komende bestemmingsplantraject voor het project inhoudt, en welk voorbereidingstraject daaraan vooraf gaat. De opmerkingen van de omwonenden op het stedenbouwkundig ontwerp zijn besproken en verwerkt in een nieuwe versie van het stedenbouwkundig ontwerp. Tijdens deze inloopavond waren vertegenwoordigers van Wooncompagnie en Rotteveel M4 aanwezig om het plan toe te lichten. Mederwerkers van de gemeente Schagen waren ook aanwezig.
55
bestemmingsplan Nieuwbouwlocatie Denneweg/Duinroosweg te Callantsoog
6.2.2
Tervisielegging ontwerp
Het oorspronkelijke ontwerpbestemmingsplan heeft overeenkomstig artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) met ingang van 29 april 2020 gedurende een periode van 6 weken ter inzage gelegen. Gedurende deze periode is aan een ieder de gelegenheid geboden om een zienswijze op het ontwerpbestemmingsplan in te dienen. Binnen de hiervoor bedoelde termijn zijn zienswijzen ontvangen welke hebben geleid tot een aanpassing van het bestemmingsplan. Deze zienswijzen zijn terug te vinden in Bijlage 8. Het bestemmingsplan is gewijzigd vastgesteld op 27 oktober 2020. De nieuwe versie van het ontwerpbestemmingsplan heeft overeenkomstig artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) met ingang van 6 juli 2021 gedurende een periode van 6 weken ter inzage gelegen. Gedurende deze periode is aan een ieder de gelegenheid geboden om een zienswijze op de nieuwe versie van het ontwerpbestemmingsplan in te dienen. Binnen de hiervoor bedoelde termijn zijn geen zienswijzen ontvangen. Er zijn geen ambtshalve wijzigingen van de planregels of de plankaart nodig. Het bestemmingsplan kan daarom ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan ongewijzigd worden vastgesteld. Wel zijn de bij deze toelichting behorende AERIUS-berekeningen en de passende beoordeling gewijzigd. In de eerdere berekening waren de verkeersbewegingen onvoldoende worst case gemodelleerd, dit is aangepast.
Verder zijn op 1 juli 2021 de Wet stikstofreductie en natuurverbetering en het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering in werking getreden. De stikstofdepositie in de aanlegfase kan, gelet op artikel 2.9a van de Wet natuurbescherming jo. artikel 2.5 Besluit natuurbescherming, buiten beschouwing worden gelaten. De passende beoordeling is hierop aangepast, alsmede aan het gegeven dat gebruik zal worden gemaakt van het Stikstofregistratiesysteem.
56
bestemmingsplan Nieuwbouwlocatie Denneweg/Duinroosweg te Callantsoog
Bijlagen bij toelichting
57
bestemmingsplan Nieuwbouwlocatie Denneweg/Duinroosweg te Callantsoog
58
bestemmingsplan Nieuwbouwlocatie Denneweg/Duinroosweg te Callantsoog
Bijlage 1 Quickscan Archeologie
59
Archeologie West-Friesland is het archeologisch samenwerkingsverband van de gemeenten Drechterland, Enkhuizen, Hoorn, Koggenland, Medemblik, Opmeer, Schagen, Stede Broec en Texel
Document
Archeologische Quickscan (versie 2021)
Plangebied
Denneweg, Callantsoog, gemeente Schagen
Adviesnummer
19051
Opsteller(s)
drs.
Datum
24-06-2021
Advies
Vrijgeven indien gerealiseerd.
Vervolgtraject
Geen.
(regio archeoloog)
geen
kelders
worden
Archeologische Quickscan 1. Inleiding Op verzoek van de gemeente Schagen (contactpersoon: ) is en update gemaakt van de archeologische quickscan die in 2019 is vervaardigd ten behoeve van de nieuwbouw aan de Denneweg in Callantsoog, gemeente Schagen (afb. 1). De Wooncampagnie gaat vijf grondgebonden woningen en twaalf appartementen realiseren (afb. 2). Het plangebied is momenteel in gebruik als grasland. Het plangebied waar de meeste bodemingrepen voorzien zijn staat aangegeven op afb. 1 en heeft een omvang van ca. 1600 m2. In deze Quickscan is er vanuit gegaan dat er geen kelders worden gerealiseerd en dat de overige inrichting met relatief weinig bodemingrepen gepaard gaat. 2. Bestemmingsplan en Beleidskaart archeologie Het plangebied ligt binnen het bestemmingsplan Bestemmingsplan Petten, `t Zand, Callantsoog, Groote Keeten (vastgesteld 28-09-2010).1 Voor het plangebied geldt een dubbelbestemming Waarde-Archeologie 3 (rekening houden met eventueel aanwezige archeologische waarden vanaf een planomvang van 500 m2 en een diepte van 50 cm –Mv). Op de beleidskaart archeologie ligt het plangebied in de Jewelpolder (één van de Callantsogerpolders), een zone met een hoge verwachtingswaarde (code ZIJP94). 2 Dit deel van de gemeente kan archeologische waarden bevatten, maar de ligging daarvan is nog onbekend.
Er kunnen zowel resten aanwezig zijn van nederzettingen en ontginningen uit de prehistorie, Romeinse Tijd of de (vroege) middeleeuwen, waarvan de positie van tevoren niet of moeilijk is in te schatten. In de oude polders van ’t Oge zijn tevens sporen van bewoning en agrarische activiteiten uit de Late Middeleeuwen te verwachten. Voor deze zone wordt een bijzonder archeologieregime gevoerd vanwege de vermoedelijke aanwezigheid van belangwekkende archeologische bodemsporen en voorwerpen. Dit is vertaald naar een vrijstellingsgrens van de derde categorie (vrijstellingsgrens 500 m2, zie afb. 3). 1 NL.IMRO.0476.BP001H0001-0501. 2 Alders & Husken 2007.
Pagina 1 van 6 Archeologie West-Friesland
|
Nieuwe Steen 1, 1625 HV Hoorn
|
Postbus 603, 1620 AR Hoorn
archeologie@hoorn.nl | www.archeologiewestfriesland.nl
Archeologie West-Friesland is het archeologisch samenwerkingsverband van de gemeenten Drechterland, Enkhuizen, Hoorn, Koggenland, Medemblik, Opmeer, Schagen, Stede Broec en Texel
Afbeelding 1. Ligging plangebied Denneweg (rode stippellijn) op een luchtfoto (bron: PDOK).
Afbeelding 2. Voorlopig inrichtingsplan. Pagina 2 van 6 Archeologie West-Friesland
|
Nieuwe Steen 1, 1625 HV Hoorn
|
Postbus 603, 1620 AR Hoorn
archeologie@hoorn.nl | www.archeologiewestfriesland.nl
Archeologie West-Friesland is het archeologisch samenwerkingsverband van de gemeenten Drechterland, Enkhuizen, Hoorn, Koggenland, Medemblik, Opmeer, Schagen, Stede Broec en Texel
Afbeelding 3. Ligging plangebied op beleidskaart archeologie.
Afbeelding 4. Ligging plangebied (zwarte stippellijn) op de kadastrale minuut uit 1826. Pagina 3 van 6 Archeologie West-Friesland
|
Nieuwe Steen 1, 1625 HV Hoorn
|
Postbus 603, 1620 AR Hoorn
archeologie@hoorn.nl | www.archeologiewestfriesland.nl
Archeologie West-Friesland is het archeologisch samenwerkingsverband van de gemeenten Drechterland, Enkhuizen, Hoorn, Koggenland, Medemblik, Opmeer, Schagen, Stede Broec en Texel
3. Cultuurhistorische achtergrond Het plangebied ligt in de Jewelpolder ten noordoosten van ’t Oghe. Deze polder werd in 1536 bedijkt. Voor het bepalen van de aanwezigheid van bewoningsresten uit de Nieuwe Tijd kan gebruik worden gemaakt van historisch kaartmateriaal. De 17de eeuwse kaarten van de Zijpe zijn niet allemaal accuraat ingetekend. Op geen van deze kaarten staat bebouwing aangegeven. Op de eerste kadastrale minuutkaart uit 1826 is binnen het bouwvlak eveneens geen bebouwing aanwezig (afb. 4). Volgens de Oorspronkelijke Aanwijzende Tafel (OAT) is het perceel in gebruik als weiland en in bezit van Klaas Zeeman. Tot ver in de 20 ste eeuw bleef het plangebied onbebouwd. Voor het plangebied geldt dus een lage archeologische verwachting voor resten uit de Nieuwe tijd.