Bestemmingsplan Gemeentewerf Schagerbrug2 ter vaststelling (gewijzigd)
Tekst van het document
kunnen resten aanwezig zijn van nederzettingen en ontginningen uit de prehistorie, Romeinse Tijd of de (vroege) middeleeuwen, waarvan de positie van tevoren niet of moeilijk is in te schatten. Voor de reeds aangetoonde archeologische waarden in dit gebied gelden andere archeologieregimes.4 Bovengenoemde verwachting is vertaald naar een archeologische vrijstellingsgrens van 500 m2 en dieper dan 50 cm (afb. 2). 3. Beleidskaart Archeologie gemeente Schagen (concept) Ten behoeve van een eenduidig archeologiebeleid dat ‘omgevingswetproof’ is, heeft Archeologie West-Friesland een update van de beleidskaart archeologie vervaardigd voor de gehele gemeente Schagen. Alhoewel deze nog in een conceptstadium is, valt te zien dat de vrijstellingsgrens voor archeologisch onderzoek ter plaatse van het plangebied naar boven is bijgesteld. De vrijstellingsgrens ligt nu op 1.000 m2 (afb. 3). 2 NL.IMRO.0476.BP002H0001-0401 (www.ruimtelijkeplannen.nl). 3 Alders & Husken 2007.
4 Alders & Husken 2007, 66.
Pagina 2 van 10 Archeologie West-Friesland
|
Nieuwe Steen 1, 1625 HV Hoorn
|
Postbus 603, 1620 AR Hoorn
archeologie@hoorn.nl | www.archeologiewestfriesland.nl
Archeologie West-Friesland is het archeologisch samenwerkingsverband van de gemeenten Drechterland, Enkhuizen, Hoorn, Koggenland, Medemblik, Opmeer, Schagen, Stede Broec en Texel
Afbeelding 2. Ligging plangebied op de beleidskaart archeologie van de voormalige gemeente Zijpe (2009).
Afbeelding 3. Ligging plangebied op de beleidskaart archeologie (concept). Pagina 3 van 10 Archeologie West-Friesland
|
Nieuwe Steen 1, 1625 HV Hoorn
|
Postbus 603, 1620 AR Hoorn
archeologie@hoorn.nl | www.archeologiewestfriesland.nl
Archeologie West-Friesland is het archeologisch samenwerkingsverband van de gemeenten Drechterland, Enkhuizen, Hoorn, Koggenland, Medemblik, Opmeer, Schagen, Stede Broec en Texel
Voor het plangebied geldt op basis van archeologisch onderzoek in de directe omgeving een hoge verwachting voor vindplaatsen uit de IJzertijd-Romeinse tijd. Deze vindplaatsen bevinden zich op het veen. Indien dit veen nog aanwezig is in de ondergrond, kunnen hier goed geconserveerde overblijfselen uit de IJzertijd en/of Romeinse tijd worden aangetroffen. Onder het veen kunnen in de top van oeverwallen vegetatiehorizonten aanwezig zijn met een middelhoge verwachting voor vindplaatsen uit de prehistorie. Voor vindplaatsen uit de Middeleeuwen geldt een onbekende verwachting. Huisplaatsen uit de Nieuwe tijd (van na de bedijking) worden op basis van historisch kaartmateriaal niet verwacht. 4. Cultuurhistorische achtergrond Het plangebied ligt in de polder D van de Polder Zijpe, ten westen van de Grote Sloot. Bij de eerste bedijking van de Zijpe in 1552-1553 zijn op verschillende plaatsen sporen van vroegere bewoning aangetroffen. De meeste van deze sporen lagen onder het zand in goede zwarte aarde. De exacte locatie van deze vondsten is niet bekend. Na de bedijking begaven de dijken van de polder het tweemaal (in 1555 en 1570) en in 1573 werd de polder met opzet geïnundeerd om de opmars van de Spanjaarden een halt toe te roepen. Voor het bepalen van de aanwezigheid van bewoningsresten uit de Nieuwe Tijd kan gebruik worden gemaakt van historisch kaartmateriaal.
Op 17de-eeuwse kaarten is binnen het plangebied geen bebouwing zichtbaar. Op de kadastrale minuut uit 1819 staat ook geen bebouwing aangegeven (afb. 4). Volgens de Oorspronkelijke aanwijzende tafels (OAT) waren de percelen destijds in bezit van de kerk en kerkgemeente Rooms-Katholiek Schagen en in gebruikt als weiland. In het uiterste westen loopt op de kadastrale minuutkaart een oude waterloop. Deze was in gebruik als vischwater. Op basis van het historisch kaartmateriaal geldt een lage archeologische verwachting voor bewoningsresten uit de Nieuwe tijd.
Afbeelding 4. Ligging plangebied (zwarte stippellijn) op de kadastrale minuut uit 1826. Pagina 4 van 10 Archeologie West-Friesland
|
Nieuwe Steen 1, 1625 HV Hoorn
|
Postbus 603, 1620 AR Hoorn
archeologie@hoorn.nl | www.archeologiewestfriesland.nl
Archeologie West-Friesland is het archeologisch samenwerkingsverband van de gemeenten Drechterland, Enkhuizen, Hoorn, Koggenland, Medemblik, Opmeer, Schagen, Stede Broec en Texel
Binnen het plangebied zijn geen cultuurhistorische waardvolle elementen meer aanwezig. De historische waterloop die nog zichtbaar is op de kadastrale minuut uit 1819 (afb. 4), is inmiddels verdwenen. Slechts één historische waterloop aan de oostzijde is nog aanwezig (afb. 5).
Afbeelding 5. Ligging plangebied (rode stippellijn) op de cultuurhistorische elementenkaart.
5. Archeologisch onderzoek in de directe omgeving In Archis staan verschillende onderzoeken vermeld in de omgeving van het plangebied (afb. 6). De dichtstbijzijnde betreft een archeologisch booronderzoek uit 2002 voor de woningbouwlocatie Hoenderpark.5 Tijdens dit booronderzoek zijn 22 boringen gezet. Het veldonderzoek heeft geen aanwijzingen opgeleverd die duiden op de eventuele aanwezigheid van archeologische waarden. De top van het veen is niet geoxideerd, hetgeen betekent dat het niet (of nauwelijks) natuurlijk ontwaterd is in de Romeinse tijd of dat het veen deels is geërodeerd. Onder de veenlaag zijn geen gerijpte afzettingen behorende tot het Laagpakket van Wormer aangetroffen. Ten zuiden van het plangebied zijn in de afgelopen tien jaar verschillende onderzoeken gedaan. Het meest in het oog springende onderzoek betreft een opgraving van de AWN ter plaatse van een waterberging.6 Deze waterberging was archeologisch gezien vrijgegeven. Naast zeer fraaie profielen met oeverwallen (afb. 7), die in de prehistorie bewoond zijn geweest (mondelinge mededeling F. Diederik), werd veel aardewerk gevonden. De vrijwilligers hebben in 14 dagen een werkput van 40 bij 12 meter blootgelegd. Hierbij werden gedeelten van twee nederzettingen uit de periode 2de eeuw voor Chr. tot 2de eeuw na Chr. gevonden. De nederzettingsresten bevonden zich op het veen.
5 Soonius 2002: Archiswaarnemingsnummer 2015071100.
6 Archiswaarnemingsnummer 2452367100 (geen rapport beschikbaar, alleen vermelding in kroniek).
Pagina 5 van 10 Archeologie West-Friesland
|
Nieuwe Steen 1, 1625 HV Hoorn
|
Postbus 603, 1620 AR Hoorn
archeologie@hoorn.nl | www.archeologiewestfriesland.nl
Archeologie West-Friesland is het archeologisch samenwerkingsverband van de gemeenten Drechterland, Enkhuizen, Hoorn, Koggenland, Medemblik, Opmeer, Schagen, Stede Broec en Texel
Afbeelding 6. Ligging plangebied (zwarte stippellijn) t.o.v. onderzoeken in Archis.
In het kader van de ontwikkeling van woningbouw op het voormalige terrein van Vesdo aan de P. Ottstraat is in 2021 een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd door Archeologie West-Friesland.7 Op het terrein werden drie proefsleuven met een totale omvang van ruim 300 m2 gegraven. Ter plaatste van de meeste zuidelijke werkput werd in een geoxideerde dunne veenlaag veel aardewerk gevonden. Duidelijke aanwijzingen voor bebouwing, zoals paalgaten, ontbraken. Echter, in het westelijke deel van werkput 1 was op het veen een laag bestaande uit heterogene en niet-gelaagde lichtgrijze zandige klei aanwezig. Om beter inzicht te krijgen in het (cultuur)landschap en de diepteligging van de archeologisch interessante lagen, zijn enkele aanvullende boringen gezet aan de zuidzijde van het onderzoeksgebied. De boringen en het proefsleuvenonderzoek wijzen erop dat in de nabijheid van het plangebied een nederzetting uit de Inheems Romeinse tijd aanwezig moet zijn geweest. Op basis van het gebrek aan sporen uit deze periode en de vele aanwijzingen voor overstromingen in het gebied, is besloten het plangebied vrij te geven voor verder archeologisch onderzoek. Wel dienen graafwerkzaamheden die dieper gaan dan 50 cm – maaiveld aan de zuidoostzijde van het plangebied nog te worden gemonitord.
7 Ter Steege iv: Archiswaarnemingsnummer 5091906100 (gegevens overgenomen uit Evaluatierapport).
Pagina 6 van 10 Archeologie West-Friesland
|
Nieuwe Steen 1, 1625 HV Hoorn
|
Postbus 603, 1620 AR Hoorn
archeologie@hoorn.nl | www.archeologiewestfriesland.nl
Archeologie West-Friesland is het archeologisch samenwerkingsverband van de gemeenten Drechterland, Enkhuizen, Hoorn, Koggenland, Medemblik, Opmeer, Schagen, Stede Broec en Texel
Afbeelding 7. Voorbeeld van twee oeverwallen met kreek in het Laagpakket van Wormer in Schagerbrug (foto F. Diederik).
6. Conclusie & Advies Op verzoek van de gemeente Schagen is gekeken naar het aspect archeologie met betrekking tot het vervaardigen van het concept bestemmingsplan Schagerweg 91a in Schagerbrug. De beoogde bodemingrepen binnen het bestemmingsplangebied zijn beperkt. Nader archeologisch onderzoek in het kader van de Archeologische Monumentenzorg is daarom niet noodzakelijk. Archeologie West-Friesland werkt aan een update van de beleidsaart archeologie voor de gehele gemeente Schagen. Hierbij horen ook uniforme regels Waarde-Archeologie. Om de eventueel aanwezige archeologische waarden te beschermen, dient een dubbelbestemming WaardeArcheologie te worden opgenomen. Hierbij kan de vrijstellingsgrens naar boven worden bijgesteld, naar 1.000 m2. De bijbehorende regel Waarde-Archeologie staat onderaan dit document. 7. Bronnen Alders, G.P. & S. Husken, 2007. Beleidsnota Archeologie 2007 gemeente Zijpe. SCENH-rapport cultuurhistorie 28. Stichting Steunpunt Cultureel Erfgoed Noord-Holland, Wormer. Bex, J., 2012. Archeologisch onderzoek waterberging Schoen en Schagerbrug, gemeente Zijpe: bureauonderzoek. Grontmij Archeologische Rapporten 1154. Grontmij, Houten.
Pagina 7 van 10 Archeologie West-Friesland
|
Nieuwe Steen 1, 1625 HV Hoorn
|
Postbus 603, 1620 AR Hoorn
archeologie@hoorn.nl | www.archeologiewestfriesland.nl
Archeologie West-Friesland is het archeologisch samenwerkingsverband van de gemeenten Drechterland, Enkhuizen, Hoorn, Koggenland, Medemblik, Opmeer, Schagen, Stede Broec en Texel
Bex, J., 2013. Archeologisch onderzoek waterberging Schoen en Schagerbrug, gemeente Zijpe: Inventariserend veldonderzoek d.m.v. boringen, verkennende fase. Grontmij Archeologische Rapporten 1264. Grontmij, Houten BügelHajema, 2012. Toelichting Bestemmingsplan Dorpen langs de Groote Sloot, gemeente Zijpe (vastgesteld 29-05-2012). NL.IMRO.0476.BP002H0001-0401 (www.ruimtelijkeplannen.nl). Diederik, F., 2015. Schagen – Schagerbrug. Nieuwe Waterberging. In: De Archeologische Kroniek van Noord-Holland 2014. Pagina 88-90. Exaltus, R., 2014. Schagerbrug, zuidelijk verlengde van P. Ottstraat, gemeente Schagen (NH.). Een inventariserend veldonderzoek. Steekproefrapport 2014-12-08Z. De Steekproef, Zuidhorn. Ilson, P., 2013. Plangebied Schagerbrug, gemeente Schagen; archeologische begeleiding (protocol opgraven). RAAP-rapport 2711. Archeologisch Adviesbureau RAAP, Weesp. Kadastrale Minuutplan 1826, Gemeente Zijpe c.a.: sectie B, genaamd Keijnzerbrugpolder, derde blad (beeldbank.cultureelerfgoed.nl). RHO, 2021. Concept Toelichting Bestemmingsplan Schagerweg 97 te Schagerbrug, gemeente Schagen (). NL.IMRO.0441 nog niet toegekend. Soonius, C. M., 2002.Woningbouwlocatie Hoenderpark te Schagerbrug, gemeente Zijpe; een inventariserend archeologisch onderzoek. RAAP-briefrapport 2002-458/RT. RAAP Archeologisch Adviesbureau, Amsterdam. Steege, B.C. ter, 2021. Evaluatierapport Archeologie. P.
Ottstraat, Schagerbrug, gemeente Schagen. Project 518. Archeologie West-Friesland, Hoorn.
Artikel ** Waarde – Archeologie X **.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Waarde - Archeologie X’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden. **.2 Bouwregels **.2.1 Vergunningplicht Voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 1.000 m², moet alvorens een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt verleend, door de aanvrager een rapport worden overgelegd waarin, naar het oordeel van het bevoegd gezag: a. de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld, en: b. in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd. **.2.2 Advies archeoloog Alvorens het bevoegd gezag beslist over een vergunning als bedoeld in lid **.2.1 winnen zij advies in bij de archeologisch deskundige omtrent de vraag of de door het verlenen van de omgevingsvergunning geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de Pagina 8 van 10 Archeologie West-Friesland
|
Nieuwe Steen 1, 1625 HV Hoorn
|
Postbus 603, 1620 AR Hoorn
archeologie@hoorn.nl | www.archeologiewestfriesland.nl
Archeologie West-Friesland is het archeologisch samenwerkingsverband van de gemeenten Drechterland, Enkhuizen, Hoorn, Koggenland, Medemblik, Opmeer, Schagen, Stede Broec en Texel
archeologische waarden, en zo ja welke voorwaarden dienen te worden gesteld. In sommige gevallen volstaat een archeologische quickscan als duidelijk is dat de geplande ingrepen geen onevenredige afbreuk doen aan de aanwezige archeologische waarden. **.2.3 Voorwaarden Indien uit het in lid **.2.1 genoemde rapport of de in lid **.2.2 genoemde quickscan blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning voor het bouwen zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meer van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties.
**.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden **.3.1 Vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag, de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren, ongeacht het bepaalde in de regels bij de andere op deze regels van toepassing zijnde bestemmingen: a. het ontgronden, afgraven (waaronder het graven van watergangen en waterpartijen), egaliseren en ophogen van gronden en/of het anderszins ingrijpend wijzigen van de bodemstructuur; b. het uitvoeren van overige grondbewerkingen; c. het verwijderen en/of aanbrengen van bomen en diepwortelende beplanting; d. het aanleggen van ondergrondse energie-, transport- en of communicatieleidingen. **.3.2 Uitzonderingen Het bepaalde in lid **.3.1 is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die: a. het normale onderhoud betreffen (incl. sleufloos draineren); b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan; c. in het kader van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen worden uitgevoerd, mits verricht door een daartoe bevoegde instantie; d. niet dieper gaan dan 0,5 m beneden het maaiveld en een kleinere oppervlakte dan 1.000 m² beslaan.
**.3.3 Toetsingscriteria De in lid **.3.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de archeologische waarden van de gronden. **.3.4 Archeologisch rapport Alvorens een omgevingsvergunning wordt verleend, moet door de aanvrager een rapport worden overgelegd waarin, naar het oordeel van het bevoegd gezag: a. de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld, en: b. in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd.
Pagina 9 van 10 Archeologie West-Friesland
|
Nieuwe Steen 1, 1625 HV Hoorn
|
Postbus 603, 1620 AR Hoorn
archeologie@hoorn.nl | www.archeologiewestfriesland.nl
Archeologie West-Friesland is het archeologisch samenwerkingsverband van de gemeenten Drechterland, Enkhuizen, Hoorn, Koggenland, Medemblik, Opmeer, Schagen, Stede Broec en Texel
**.3.5 Voorwaarden Indien uit het in lid **.3.4 genoemde rapport of de in lid **.2.2 genoemde quickscan blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het uitvoeren van werken of werkzaamheden zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meer van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties.
Pagina 10 van 10 Archeologie West-Friesland
|
Nieuwe Steen 1, 1625 HV Hoorn
|
Postbus 603, 1620 AR Hoorn
archeologie@hoorn.nl | www.archeologiewestfriesland.nl
REGELS
Hoofdstuk 1
Artikel 1
Inleidende regels
Begrippen
In deze regels wordt verstaan onder: 1.1 plan het bestemmingsplan Gemeentewerf Schagerbrug;
3 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GMLbestand NL.IMRO.0441.BPgemwerfSchgrbrgVA0 met de bijbehorende regels en bijlagen;
1.3 de verbeelding de verbeelding bestaande uit het blad, met het nummer NL.IMRO.0441.BPgemwerfSchgrbrgVA03van het bestemmingsplan Gemeentewerf Schagerbrug met bijbehorende verklaring waarop de bestemmingen van de in he plan begrepen gronden zijn aangegeven; 1.4
aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.5 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.6 aanduidingsvlak een op de verbeelding aangegeven vlak met eenzelfde aanduiding, begrensd door een aanduidingsgrens; 1.7 aanbouw een gebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het al dan niet in directe verbinding staat, welk gebouw onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw;
1.8 archeologie de bestudering van menselijke geschiedenis door middel van de overblijfselen van materiële cultuur, de omgeving e van dierlijke resten;
1.9 archeologische deskundige professioneel archeoloog die op basis van de geldende versie van Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie bevoegd is om archeologisch onderzoek uit te voeren en/of Programma's van Eisen op te stellen en/of te toetsen
43/64
1.10 archeologisch onderzoek diverse vormen van onderzoek naar de archeologische waarden binnen een plangebied, uitgevoerd volgens de geldende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie; 1.11 archeologisch rapport een in rapportvorm vervat verslag van een volgens de in de archeologische beroepsgroep gebruikelijke normen verricht archeologisch onderzoek, op basis waarvan een conclusie kan worden getrokken over de aanwezigheid van archeologische waarden; 1.12
archeologische waarde
de aan een gebied toegekende waarde in verband met de kennis en de studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteit uit het verleden; 1.13 ASVV handboek uitgegeven door de CROW met aanbevelingen voor inrichting van wegen en verkeerskundige voorzieningen; 1.14 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.15 bebouwingspercentage een in het plan aangegeven percentage, dat de grootte van het deel van het terrein aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd; 1.16 beperkt kwetsbaar object een object waarvoor ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen een richtwaarde voor het risico c.q. een risicoafstand is bepaald, waarmee rekening moet worden gehouden; 1.17 bestaand gebruik en/of bebouwing het legale gebruik dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig is en/of bebouwing die op dat tijdstip aanwezig of in uitvoering is, krachtens een bouwvergunning en/of vrijstelling/ontheffing (vóór 1 oktober 2010) / omgevingsvergunning (ná 1 oktober 2010); 1.18 bestaand a. ten aanzien van de bij of krachtens de Woningwet of de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht aanwezige bouwwerken, en de werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden: 1. bestaand ten tijde van de eerste terinzagelegging van dit plan; b. ten aanzien van het overige gebruik: 1.
bestaand ten tijde van het van kracht worden van dit plan; 1.19 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak;
44/64
1.20 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.21 bijbehorend bouwwerk uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw. of ander bouwwerk, met een dak; 1.22 bijzondere woonvorm een voorziening voor de huisvesting van personen die bij hun normale dagelijkse functioneren huishoudelijke, sociale, sociaalmedische en/of medische begeleiding en/of verzorging behoeven, zoals ouderen en/of gehandicapten. 1.23 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk; 1.24 bouwgrens de grens van een bouwvlak; 1.25 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.26 bouwperceelsgrens een grens van een bouwperceel; 1.27 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten; 1.28 bouwwerk een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden, of een constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op
de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren; 1.29 dak iedere bovenbeëindiging van een gebouw; 1.30 deskundige een door de burgemeester en wethouders aan te wijzen onafhankelijke deskundige of commissie van deskundigen; 1.31 eerste bouwlaag de bouwlaag op de begane grond;
45/64
1.32 erf het al dan niet bebouwde perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een gebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voorzover een bestemmingsplan van toepassing is, de bestemming deze inrichting niet verbiedt; 1.33 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.34
gebruiksmogelijkheden
de mogelijkheden om gronden en bouwwerken overeenkomstig de daaraan toegekende bestemming te gebruiken; 1.35 geluidszoneringsplichtige inrichting een inrichting bij welke ingevolge de Wet geluidhinder rondom het terrein van vestiging in een bestemmingsplan een zone moet worden vastgesteld; 1.36 hoofdgebouw een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn constructie, afmetingen of functie als het belangrijkste bouwwerk valt aan te merken; 1.37 huishouden de bewoning van een woning door een persoon danwel door meerdere personen in de vorm van een samenlevingsverband, waarbij sprake is van continuïteit van samenstelling en onderlinge verbondenheid, niet zijnde kamerverhuur; 1.38 kampeermiddel een tent, een tentwagen, een kampeerauto, een caravan of een stacaravan, dan wel enig ander voertuig of onderkomen, dat geheel of ten dele is bestemd of opgericht dan wel wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf, en geen bouwwerk is waarvoor een omgevingsvergunning is vereist; 1.39 kampeerterrein terrein of plaats, geheel of gedeeltelijk ingericht, en blijkens die inrichting bestemd, om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen ten behoeve van recreatief nachtverblijf; 1.40 kap een dakafdekking onder een hoek van meer dan 5° met het horizontale vlak; 1.41 kwetsbaar object een object waarvoor ingevolge het Besluit externe veiligheid
inrichtingen een grenswaarde voor het risico c.q. een risicoafstand is bepaald, die in acht moet worden genomen; 1.42 natuurlijke waarde de aan een gebied toegekende waarde gekenmerkt door geologische, geomorfologische, bodemkundige en biologische elementen, zowel afzonderlijk als in onderlinge samenhang;
46/64
1.43 milieusituatie de waarde van een gebied in milieuhygiënische zin die wordt bepaald door de mate van scheiding tussen milieugevoelige en milieubelastende functies, daarbij in het bijzonder gelet op het voorkómen dan wel beperken van hinder door geur, stof, geluid, gevaar, licht en/of trilling; 1.44 mobiel en/of demontabel kampeermiddel een tent, tentwagen, kampeerauto, camper, toercaravan of enig ander voertuig of onderkomen, niet zijnde een bouwwerk, dat naar aard en verschijningsvorm daarmee gelijk te stellen is, met de bedoeling deze te plaatsen op een kampeerterrein; 1.45 omgevingsvergunning vergunning als bedoeld in artikel 2.1 of 2.2 van Wet algemene bepalingomgevingsrecht; 1.46 overkapping een bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat een overdekte ruimte vormt zonder wanden dan wel met ten hoogste één wand; 1.47 pand de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundigconstructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is; 1.48 peil 1. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; 2. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; 3.
voor een zich op het strand bevindend gebouw: de bovenkant van de begane grondvloer van het gebouw; 4. voor een zich op het strand bevindend bouwwerk, geen gebouw zijnde: de voet van het betreffende bouwwerk; 5. indien op het water wordt gebouwd: het plaatselijk aan te houden waterpeil; 1.49 permanente bewoning bewoning van een verblijf als hoofdverblijf. Dit in de vorm van het gebruik van een gebouw of ander onderkomen als woonruimte op een wijze, die ingevolge de bepalingen van de Wet basisregistratie personen, noopt tot inschrijving van de bewoner(s) in het bevolkingsregister van de gemeente waarin dat gebouw is gelegen, hetzij, indien betrokkene op meer dan een adres woont, het gebruik van het gebouw of ander onderkomen als verblijf waar betrokkene naar redelijke verwachting gedurende een half jaar de meeste malen zal overnachten; 1.50 risicovolle inrichting een inrichting, bij welke het Besluit externe veiligheid inrichtingen een grenswaarde, richtwaarde voor het risico c.q. een risicoafstand moet worden aangehouden bij het in het bestemmingsplan toelaten van kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten; 1.51 seksinrichting een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden.
47/64
Onder een seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een seksinrichting, alsmede een erotischemassagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.52 uitbouw een gebouw dat als vergroting van een bestaande ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw, welk gebouw door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.53
tuin
beplant deel van het erf; 1.54 vast kampeermiddel een stacaravan, trekkershut of ander recreatief verblijfsmiddel op een kampeerterrein, welke naar aard en inrichting bestemd is om duurzaam ter plaatse te blijven en al dan niet direct steun vindt in of op de grond (plaatsgebonden) en daardoor als bouwwerk is aan te merken; 1.55 verkeersveiligheid de waarde van een gebied voor de veiligheid van het verkeer die wordt bepaald door de mate van overzichtelijkheid en vrij uitzicht (met name bij kruisingen van wegen en uitritten) en de (mogelijke) effecten van bebouwing en overige inrichtingselementen op de gedragingen van verkeersdeelnemers; 1.56 voorgevel de naar de weg (eventueel voetpad) gekeerde gevel(s) van het hoofdgebouw die door zijn aard, functie, constructie of uitstraling als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt; 1.57 voorgevelrooilijn de lijn waarin de voorgevel van een bouwwerk is gelegen alsmede het verlengde daarvan; 1.58 weg alle voor het openbaar rij of ander verkeer openstaande wegen of paden, daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de wegen of paden behorende bermen en zijkanten, alsmede de aan de weg liggende parkeergelegenheden; 1.59 wonen het bewonen van een woning; 1.60 woning een complex van ruimten in één gebouw, krachtens zijn indeling en inhoud geschikt en uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van een afzonderlijk huishouden;
48/64
Artikel 2
Wijze van meten
Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.2 dakhelling langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.3 goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.4 inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.5 oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
49/64
50/64
Hoofdstuk 2 Artikel 3
Bestemmingsregels
Groen
3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen; b. bermen en beplanting; c. waterlopen en waterpartijen; met de daarbij behorende: d. verkeers en verblijfsvoorzieningen; e. openbare nutsvoorzieningen; f. terreinen; g. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 3.2 Bouwregels Op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, waarbij geldt dat de bouwhoogte niet meer dan 4 m mag bedragen. 3.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van: y een samenhangend straat en bebouwingsbeeld; y de verkeersveiligheid; y de sociale veiligheid; y de milieusituatie; y de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
51/64
Artikel 4
Maatschappelijk
4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. maatschappelijke voorzieningen; b. bijzondere woonvorm, ter plaatse van de aanduiding “wonen”; met de daarbij behorende: a. gebouwen; b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; c. terrassen, erven en terreinen; d. groenvoorzieningen; e. openbare nutsvoorzieningen; f. verkeers en verblijfsvoorzieningen; g. waterlopen en partijen.
4.2 Bouwregels 4.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; b. de goot en bouwhoogte van hoofdgebouwen mag niet meer dan de aangegeven hoogte ter plaatse van de aanduiding "maximale goot en bouwhoogte (m)" bedragen; c. het bebouwingspercentage mag niet meer bedragen dan aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximaal bebouwingspercentage'; d. het aantal woningen mag niet meer dan 10 bedragen; 4.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf of terreinafscheidingen mag niet meer dan de toegestane bouwhoogte als bepaald in artikel 2.1 lid 3 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in samenhang met artikel 2 Bijlage II Besluit omgevingsrecht bedragen; b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 5 m bedragen. 4.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. een samenhangend straat en bebouwingsbeeld; b. de verkeersveiligheid; c. de sociale veiligheid; d. de milieusituatie; e. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden,
52/64
bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 4.2.1 en artikel 4.2.2, en toestaan dat een gebouw gedeeltelijk buiten het bouwvlak wordt gebouwd, mits: a. de gezamenlijke oppervlakte van de gebouwen niet meer bedraagt dan het maximaal toegestane bebouwingspercentage; b. de bouwhoogte van de gebouwen buiten het bouwvlak niet meer bedraagt dan de toegestane goothoogte binnen het bouwvlak. 4.4 Specifieke gebruiksregels 4.4.1 Strijdig gebruik Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt begrepen het gebruiken dan wel laten gebruiken dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in ieder geval wordt begrepen: a. het gebruiken of laten gebruiken van de onbebouwde gronden als opslag, stort of bergplaats van al dan niet afgedankte goederen en materialen; b. het gebruiken of laten gebruiken van gronden als standplaats voor kampeermiddelen. 4.4.2
Voorwaardelijke verplichting voor in stand houden opgaande beplanting
Het gebruiken en het (doen) laten gebruiken van de gronden en bouwwerken conform de bestemming ‘Maatschappelijk’ is alleen toegestaan, indien ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen‘ over de lengte van de perceelsgrens een dichte groenblijvende haag is gerealiseerd met een minimale hoogte van 3 meter dan wel een gelijkwaardig oplossing is gerealiseerd waarmee de gezondheid van de toekomstige bewoners kan worden gegarandeerd.
53/64
Artikel 5
Leiding Riool
5.1 Bestemmingsomschrijving De op de verbeelding voor 'Leiding Riool' aangegeven gronden zijn naast de daarvoor aangewezen andere bestemming primair bestemd voor de aanleg en instandhouding van een rioolleiding met de daarbij behorende bouwwerken geen gebouwen zijnde. 5.2 Bouwregels Binnen deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken geen gebouwen zijnde worden gebouwd ten behoeve van de betreffende leiding waarvan de hoogte niet meer mag bedragen dan 2,5 m. 5.3 Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 5.2 als: a. vooraf advies is verkregen van de verantwoordelijke leidingbeheerder; b. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het doelmatig functioneren van de leiding.
54/64
Artikel 6
Waarde Archeologie 3b
6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde Archeologie 3b' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden. 6.2 Bouwregels 6.2.1 Vergunningplicht Voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 1.000 m², moet alvorens een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt verleend, door de aanvrager een rapport worden overgelegd waarin, naar het oordeel van het bevoegd gezag: a. de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld, en: b. in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd. 6.2.2 Advies archeoloog Alvorens het bevoegd gezag beslist over een vergunning als bedoeld in lid 6.2.1 winnen zij advies in bij de archeologisch deskundige omtrent de vraag of de door het verlenen van de omgevingsvergunning geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de archeologische waarden, en zo ja welke voorwaarden dienen te worden gesteld. In sommige gevallen volstaat een archeologische quickscan als duidelijk is dat de geplande ingrepen geen onevenredige afbreuk doen aan de aanwezige archeologische waarden.
6.2.3 Voorwaarden Indien uit het in lid 6.2.1 genoemde rapport of de in lid 6.2.2 genoemde quickscan blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning voor het bouwen zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meer van de volgende voorwaarde verbinden aan de omgevingsvergunning: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties.
55/64
6.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden 6.3.1 Vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag, de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren, ongeacht het bepaalde in de regels bij de andere op deze regels van toepassing zijnde bestemmingen: a. het ontgronden, afgraven (waaronder het graven van watergangen en waterpartijen), egaliseren en ophogen van gronden en/of het anderszins ingrijpend wijzigen van de bodemstructuur; b. het uitvoeren van overige grondbewerkingen; c. het verwijderen en/of aanbrengen van bomen en diepwortelende beplanting; d. het aanleggen van ondergrondse energie, transport en of communicatieleidingen. 6.3.2 Uitzondering Het bepaalde in lid 6.3.1 is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die: a. het normale onderhoud betreffen (incl. sleufloos draineren); b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan; c. het kader van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen worden uitgevoerd, mits verricht door een daartoe bevoegde instantie; d. niet dieper gaan dan 0,5 m beneden het maaiveld en een kleinere oppervlakte dan 1.000 m² beslaan.
6.3.3 Toetsingscriteria De in lid 6.3.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de archeologische waarden van de gronden. 6.3.4 Archeologisch rapport Alvorens een omgevingsvergunning wordt verleend, moet door de aanvrager een rapport worden overgelegd waarin, naar het oordeel van het bevoegd gezag: a. de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld, en: b. in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd. 6.3.5 Voorwaarden Indien uit het in lid 6.3.4 genoemde rapport of de in lid 6.2.2 genoemde quickscan blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het uitvoeren van werken of werkzaamheden zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meer van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties.
56/64
Hoofdstuk 3 Artikel 7
Algemene regels
Antidubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
57/64
Artikel 8
Algemene bouwregels
8.1 Parkeervoorzieningen a. Een omgevingsvergunning voor het (ver)bouwen van een bouwwerk wordt slechts verleend indien in, op of onder het bouwwerk, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij het bouwwerk behoort, in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien. Of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid, wordt bepaald aan de hand van het bepaalde in de 'Nota Parkeernormen Schagen 2016', met inbegrip van eventuele wijzigingen van deze nota gedurende de planperiode. b. Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 8.1 sub a indien: 1. het voldoen aan deze regel door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of op andere geschikte wijze in de nodige parkeergelegenheid wordt voorzien; 2. strikte toepassing van de nota leidt tot een bijzondere hardheid, die niet door dringende redenen/noodzaak wordt gerechtvaardigd; 3. onder de voorwaarde dat dit geen onevenredige afbreuk doet aan de parkeersituatie ter plaatse en met inachtneming van het bepaalde in de 'Nota Parkeernormen Schagen 2016', met inbegrip van eventuele wijzigingen van deze nota gedurende de planperiode.
58/64
Artikel 9
Algemene gebruiksregels
9.1 Parkeervoorzieningen a. Een omgevingsvergunning voor het uitbreiden of wijzigen van de functie van een bouwwerk wordt slechts verleend indien in, op of onder het bouwwerk, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij het bouwwerk behoort, in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien. Of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid, wordt bepaald aan de hand van het bepaalde in de 'Nota Parkeernormen Schagen 2016', met inbegrip van eventuele wijzigingen van deze nota gedurende de planperiode. b. Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 9.1 onder a indien: 1. het voldoen aan deze regel door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of 2. op andere geschikte wijze in de nodige parkeergelegenheid wordt voorzien; of 3. strikte toepassing van de nota leidt tot een bijzondere hardheid, die niet door dringende redenen/noodzaak wordt gerechtvaardigd; of 4. onder de voorwaarde dat dit geen onevenredige afbreuk doet aan de parkeersituatie ter plaatse en met inachtneming van het bepaalde in de 'Nota Parkeernormen Schagen 2016', met inbegrip van eventuele wijzigingen van deze nota gedurende de planperiode. 9.2 Strijdig gebruik Tot een gebruik in strijd met dit bestemmingsplan wordt begrepen het gebruiken dan wel laten gebruiken dat afwijkt van de bestemmingsomschrijvingen, waaronder in ieder geval wordt begrepen: 1.
het gebruiken of laten gebruiken van gronden en bouwwerken ten behoeve van seksinrichtingen; 2. het gebruiken of laten gebruiken van gronden en bouwwerken ten behoeve van risicovolle inrichtingen; 3. het gebruiken of laten gebruiken van gronden en bouwwerken ten behoeve van geluidzoneringsplichtige inrichtingen; 4. het gebruiken of laten gebruiken van gronden ten behoeve van standplaatsen voor kampeermiddelen; 5. het gebruiken of laten gebruiken van gronden of bouwwerken waarbij de parkeergelegenheid die is vereist en aangelegd op grond van artikel 9.1 niet in stand wordt gelaten.
59/64
Artikel 10
Algemene afwijkingsregels
Het bevoegd gezag kan, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: y een samenhangend straat en bebouwingsbeeld; y de verkeersveiligheid; y de sociale veiligheid; y de milieusituatie; y de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, bij een omgevingsvergunning afwijken van het in het plan bepaalde voor: a. de bij recht in de regels gegeven maten, afmetingen, percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages; b. de bouw van utilitaire bouwwerken waaronder transformatorhuisjes, gemalen, gasdrukregel en meetstations en een centrale antenneinrichting, met dien verstande, dat de oppervlakte van een gebouw niet meer dan 25 m² mag bedragen en de bouwhoogte niet meer dan 3,5 m mag bedragen; c. het plaatsen van kunstwerken, telecommunicatievoorzieningen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, in alle openbare ruimten, met dien verstande dat de bouwhoogte van kunstwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet meer dan 3 m mag bedragen. Met uitzondering van lichtmasten waarvan de bouwhoogte niet meer dan 9 m mag bedragen en telecommunicatievoorzieningen waarvan de bouwhoogte niet meer dan 40 m mag bedragen; d.
het met ten hoogste 2 m afwijken van een vastgesteld onderdeel van een grens of richting van een straat, de vorm van een plein en van de dienovereenkomstig vastgestelde vorm van een bouwvlak, indien bij definitieve meting blijkt, dat een afwijking in het belang van een behoorlijke bebouwing is.
60/64
Artikel 11
Algemene wijzigingsregels
a. Burgemeester en Wethouders kunnen, overeenkomstig de Wet ruimtelijke ordening, het plan wijzigen in die zin dat aan de gronden in het plan de bestemmingen 'Waarde Archeologie 3b' wordt ontnomen, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat ter plaatse geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn. b. Burgemeester en Wethouders kunnen, overeenkomstig de Wet ruimtelijke ordening, het plan wijzigen in die zin dat aan de gronden in het plan de bestemmingen 'Waarde Archeologie 3b' wordt toegevoegd, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat ter plaatse archeologische waarden aanwezig zijn. c. Op de voorbereiding van het besluit tot wijziging is de in de Wet ruimtelijke ordening geregelde procedure van toepassing.
61/64
62/64
Hoofdstuk 4 Artikel 12
Overgangs en slotregels
Overgangsrecht
12.1 Overgangsrecht bouwwerken 1. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 2. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 12.2 Overgangsrecht gebruik 1. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 2.
Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 3. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 4. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
63/64
Artikel 13
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: "Regels van het bestemmingsplan Gemeentewerf Schagerbrug van de gemeente Schagen".
64/64
VERBEELDING
42
7
9
2
21
4
11
Ba
rne
Plangrens 13
ve
lde
17
r
6
15
15 8
1
G
Groen
M
Maatschappelijk
19 21
5
Le gh orn
4
Enkelbestemmingen
17
3
2
Plangebied
19
7
Dubbelbestemmingen L-R
6
Leiding - Riool
8 1
WR-A-3b
10
3 5
14
Functieaanduidingen
26
7
9
(sg-iob) 24 11
L-R
22
13
(w)
20
specifieke vorm van groen
wonen
Bouwvlakken
18 6
bouwvlak
(w) 16
4,5 40% 8
Waarde - Archeologie - 3b
28
12
G
Maatvoeringen
(sg-iob)
14
40%
maximum bebouwingspercentage (%)
4,5
maximum bouwhoogte (m)
6
maximum goothoogte (m) maximum bouwhoogte (m)
12 10
L-R
M
8
6
WR-A-3b 3,5 100%
83
91a
87
85
L-R
8
89
91 93 95
97
GEMEENTE SCHAGEN
50
Gemeentewerf Schagerbrug 76a
76b
bestemmingsplan
Sch
78
age rwe
g
80
82
1 3
5
84
7
86
9
90
13 15
92 Bur g. 12
14
van
96
19
Doo rns
21
tra
at
FORMAAT
A3
SCHAAL
1:1000
Ter vaststelling
01-06-2023
KAART
1/1
Ontwerp
15-07-2022
GETEKEND
K. Heijmeriks
Voorontwerp
17-05-2022
IDN
NL.IMRO.0441.BPgemwerfSchgrbrg-VA0ɹ
Concept
13-01-2022
RHO ADVISE RS
94
17
20201149
97A 88
11
PROJECT
98
info@rho.nl www.rho.nl
N