Bestemmingsplan
Tekst van het document
Bestemmingsplan
Dijkzicht Schagerbrug Vastgesteld
Dijkzicht Schagerbrug Schagen
bestemmingsplan
identificatie
planstatus
identificatiecode:
datum:
status:
NL.IMRO.0441.BPSCBDPGSDIJKZICHT-VG01
19-08-2021 22-12-2021
concept ontwerp vastgesteld
projectnummer:
20210983 opdrachtleider:
R.J.M.M. Schram
aangesloten bij:
Weena 505 3013 AL Rotterdam RBOI - Rotterdam (Delftsebv Poort) Verd. 35/36 Delftseplein 27b postbus 150 Postbus 150 T: 010-20 18 555 3000 AD Rotterdam telefoon (010) E-mail: 201 85info@rho.nl 55 E-mail: info@rboi.nl
© RHO ADVISEURS BV
Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/ of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs bv, behoudens voorzover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd.
bestemmingsplan Dijkzicht Schagerbrug
Inhoudsopgave
Toelichting Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doel 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Geldend bestemmingsplan 1.4 Planvorm 1.5 Leeswijzer
7 6 6 7 7 8
Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1 Bestaande situatie 2.2 Toekomstige situatie
9 9 10
Hoofdstuk 3 Ruimtelijk beleidskader 3.1 Inleiding 3.2 Rijksbeleid 3.3 Provinciaal beleid 3.4 Gemeentelijk beleid
13 12 12 19 21
Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1 Vormvrije m.e.r.-beoordeling 4.2 Archeologie en cultuurhistorie
25 23 24
4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11
26 28 29 31 34 35 36 38 42
Bedrijven en milieuzonering Bodem Ecologie Externe veiligheid Geluid Luchtkwaliteit Verkeer en parkeren Water Kabels en leidingen
Hoofdstuk 5 Juridische planbeschrijving 5.1 Welke bestemmingen komen voor in dit plan? 5.2 Hoe ziet een bestemmingsplan er uit? 5.3 Wat regelt een bestemmingsplan? 5.4 Opzet van de planregels 5.5 Toelichting op de inleidende regels 5.6 Toelichting op de bestemmingsregels
45 43 43 44 44 44 44
Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
49 46 46
3
bestemmingsplan Dijkzicht Schagerbrug
Bijlagen toelichting Bijlage 1
Voorbeeldverkavelingen
Bijlage 2
Stedenbouwkundige plan
Bijlage 3
Beeldkwaliteitsplan
Bijlage 4
Besluit vormvrije m.e.r.-beoordeling
Bijlage 5
Archeologische quickscan B-veld Schagerbrug
Bijlage 6
Plan van aanpak Archeologisch onderzoek ondertekend
Bijlage 7
Definitief rapport verkennend archeologisch onderzoek (10257.001) Grasveld bij P. Ottstraat
Bijlage 8
Vrijgavedocument archeologie
Bijlage 9
Definitief bodemonderzoek
Bijlage 10
Quickscan flora fauna P. Ottstraat te Schagerbrug
Bijlage 11
Memo stikstofdepositie
Bijlage 12
Stikstofberekening aanlegfase
Bijlage 13
Stikstofberekening gebruiksfase
Bijlage 14
Externe veiligheid aardgasleiding
Bijlage 15
Akoestisch onderzoek
Regels Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
85 85 93
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6
Bestemmingsregels Groen Verkeer - verblijfsgebied Woongebied Waarde - Archeologie - 3
95 95 96 97 99
Hoofdstuk 3 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels
101 101 102 103 104
Hoofdstuk 4 Artikel 11 Artikel 12
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
105 105 106
4
bestemmingsplan Dijkzicht Schagerbrug
Toelichting
bestemmingsplan Dijkzicht Schagerbrug
bestemmingsplan Dijkzicht Schagerbrug
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding en doel
Het oude voetbalveld van Vesdo is niet meer geschikt om op te sporten. Daarom heeft het college van burgemeester en wethouders in februari 2019 onderzocht of deze locatie wellicht geschikt is als woningbouwlocatie voor betaalbare woningen. Onder het aantal starters, ouderen en eenpersoonshuishoudens is de vraag groot naar een betaalbare (huur)woning in Schagen (bron: Woonvisie 2014-2018). Het voormalige voetbalveld wordt daarom ontwikkeld naar een woongebied in het groen met voldoende woningen voor deze doelgroepen. In oktober 2019 en september 2020 zijn twee inloopavonden georganiseerd waarin de verdere invulling van het gebied samen met de bewoners van Schagerbrug is besproken en verder is uitgewerkt tot een stedenbouwkundig plan. Het gebied biedt ruimte voor verschillende soorten woningen, waaronder maximaal 16 sociale huurwoningen. De verkavelingsstructuur van de omgeving wordt doorgetrokken door in het centrum van het gebied een aantrekkelijke groenstrook te creëren met ruimte voor spelen en ontmoeten. Ook wordt de skatebaan aan de P. Ottstraat behouden.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Het plangebied ligt aan de P. Ottstraat. Ten noorden van het gebied ligt een grasveld wat hoort bij een rijvereniging. Aan de oost- en zuidzijde liggen agrarische gronden. Ten westen van de locatie loopt de P. Ottstraat met daarachter Sporthal Molentocht en voetbal- en tennisvelden.
Figuur 1.1: Luchtfoto van het plangebied, room omlijnd (bron: Luchtfoto, 2020)
7
bestemmingsplan Dijkzicht Schagerbrug
1.3
Geldend bestemmingsplan
Ter plaatse van het plangebied geldt het bestemmingsplan 'Dorpen langs de Groote Sloot' (vastgesteld 29-05-2012). De gronden hebben de bestemming 'Sport', 'Groen' en 'Verkeer Verblijfsgebied'. De gronden met de bestemming 'Sport' zijn onder andere bestemd voor sportterreinen en sportvoorzieningen. De gronden met de bestemming 'Groen' voor groenvoorzieningen, bermen en beplantingen en waterlopen en waterpartijen. De gronden met de bestemming 'Verkeer - Verblijfsgebied' zijn onder andere bestemd voor woonstraten en paden, voet- en fietspaden en parkeervoorzieningen. Daarbij geldt voor het gehele plangebied de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie - 3'. De ontwikkeling voorziet in maximaal 47 woningen en is daarmee niet passend binnen de huidige bestemmingen.
Figuur 1.2: Uitsnede van het bestemmingsplan 'Dorpen langs de Groote Sloot' (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
1.4
Planvorm
Het bestemmingsplan heeft als doel de herontwikkeling van het sportpark planologisch mogelijk te maken. Om deze ontwikkeling van een goede juridische regeling te voorzien is voor een gedetailleerde planvorm gekozen.
1.5
Leeswijzer
Aan de hand van de ruimtelijke en de functionele structuur wordt in hoofdstuk 2 de visie op het plangebied beschreven en wordt de gewenste ontwikkeling beschreven. In hoofdstuk 3 wordt het voor dit bestemmingsplan relevante beleid kort samengevat. In hoofdstuk 4 wordt het bestemmingsplan getoetst aan de diverse milieu- en andere sectorale aspecten. In hoofdstuk 5 wordt een toelichting gegeven op de regels en worden de keuzes en gedachten die ten grondslag liggen aan de bestemmingsplanregeling toegelicht. Hoofdstuk 6 gaat in op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
8
bestemmingsplan Dijkzicht Schagerbrug
Hoofdstuk 2 2.1
Planbeschrijving
Bestaande situatie
Het plangebied ligt aan de zuidoostelijke rand van Schagerbrug. Schagerbrug is een lintdorp gebouwd langs de Groote Sloot en het kruispunt met de Schagerweg. De locatie ligt aan de rand van Schagerbrug, op de overgang van kern naar het open, landelijk gebied. Het landelijk gebied bestaat voornamelijk uit agrarische gronden met hiertussen sloten en bosschages. De zuidoostelijke rand van Schagerbrug wordt omsloten door een groenstrook met bomen. Tegenover het gebied ligt een sporthal met voetbal- en tennisvelden. De planlocatie is momenteel nog onderdeel van dit sportgebied. Hier liggen een deel van de voetbalvelden. Aan de P. Ottstraat bevinden zich parkeervoorzieningen en een skatebaan. Het gebied wordt omringd door een robuuste groenstrook met bomen. De locatie heeft een bestaande ontsluiting op de P. Ottstraat. Deze sluit aan op de Schagerweg, welke in het oosten richting Schagen gaat en in het westen aansluit op de N248 en N9. Het dorpscentrum ligt op 10 minuten loopafstand en de basisschool op 7 minuten loopafstand.
Figuur 2.1: Zicht op het plangebied vanaf de P. Ottstraat (bron: GoogleStreetview, augustus 2016)
9
bestemmingsplan Dijkzicht Schagerbrug
Figuur 2.2: Luchtfoto van het plangebied (bron: GoogleMaps, 2021)
2.2
Toekomstige situatie
Op de plek van het oude voetbalveld worden maximaal 47 woningen gerealiseerd. De parkeerplekken en de skatebaan aan de P. Ottstraat worden behouden, zodat de bezoekers van de sportfaciliteiten en de toekomstige bewoners hier gebruik van kunnen maken. De wijk krijgt een groen karakter met een centrale groenstrook met water in het centrum van de wijk. De boomstructuur in het oosten en zuiden blijft behouden. De wegenstructuur wordt in een lus vormgegeven. De verkavelingsstructuur van de omgeving wordt doorgetrokken in de centrale groenblauwe strook. Hier is een loopbrug beoogd, welke het noordelijk met het zuidelijk deel verbindt. Er wordt ruimte gecreëerd voor waterberging en er komt een speelplek waar kinderen veilig kunnen spelen. Figuur 2.3 geeft een impressie van een mogelijke invulling van het plangebied weer. In ontwikkelveld noord wordt een hogere dichtheid toegepast. Hier komen maximaal 26 woningen. Hier worden de sociale huurwoningen en goedkope koopwoningen naar verwachting gerealiseerd. In ontwikkelveld zuid-1 komen maximaal 13 woningen. Naar verwachting realiseren we hier woningen in het middeldure segment. Aan de boomrand/windsingel in ontwikkelveld zuid-2 komen maximaal 8 twee-onder-een-kapwoningen.
10
bestemmingsplan Dijkzicht Schagerbrug
Figuur 2.3: Plattegrond stedenbouwkundig plan (bron: Gemeente Schagen)
11
bestemmingsplan Dijkzicht Schagerbrug
12
bestemmingsplan Dijkzicht Schagerbrug
Hoofdstuk 3 3.1
Ruimtelijk beleidskader
Inleiding
De beleidscontext voor de visie op het plangebied wordt gevormd door een aantal landelijke, provinciale en gemeentelijke beleidsrapportages. In dit hoofdstuk is het relevante rijks-, provinciaal- en lokaal beleid beknopt samengevat.
3.2
Rijksbeleid
3.2.1
Nationale Omgevingsvisie
De Nationale Omgevingsvisie, kortweg NOVI, loopt vooruit op de inwerkingtreding van de Omgevingswet en vervangt op rijksniveau de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kunnen in gebieden betere, meer geïntegreerde keuzes worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie van het Rijk in beeld. In wat voor Nederland willen we graag leven in 2050 Als alle wensen naast elkaar worden gelegd, ontstaat het volgende beeld. Het kabinet wil een land: dat gezond en klimaatbestendig is, met schone lucht, schoon water en een schone bodem en veel ruimte voor groen en water; met een uitstekend functionerende economie, die duurzaam en circulair is. Nauw verbonden met onze buurlanden en de rest van de wereld, als onderdeel van de internationale gemeenschap; waar het goed wonen en werken is. Met aangename en vitale steden en dorpen, en een productief en aantrekkelijk platteland; met uitstekende bereikbaarheid, waar iedereen snel en gemakkelijk van A naar B komt, met zo min mogelijk schadelijke uitstoot en overlast; waar we voldoende ruimte hebben om te kunnen bewegen, ontspannen en tot onszelf te komen; zowel in de stad als daarbuiten.
dat veilig is en ons beschermt tegen overstromingen en andere gevaren; waar een goede balans is tussen gebouwde omgeving en open landschap, tussen natuur en cultuur, tussen land en water; dat openstaat voor verandering, en waar de kracht van zijn traditie, cultuur en identiteit wordt weerspiegeld in de inrichting van de leefomgeving. Nationale belangen Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht. Dit zijn de ‘nationale belangen’. Het Rijk heeft voor alle nationale belangen een zogenaamde systeem-verantwoordelijkheid. Voor een aantal belangen is het Rijk zelf eindverantwoordelijk. Maar voor een groot aantal nationale belangen zijn dat de mede-overheden. De NOVI richt zich op die ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen, en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen die nationale belangen. Voor dit project relevante nationale belangen zijn: Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving. Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. Zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoefte.
13
bestemmingsplan Dijkzicht Schagerbrug
3.2.2
Barro
Voor de doorwerking van de rijksbelangen in plannen van andere overheden, is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) opgesteld. Het Barro is op 30 december 2011 in werking getreden en bevat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. In het gebied gelden geen rechtstreeks doorwerkende belangen. Toetsing Het mogelijk maken van de nieuwe woningen in het bestaand stedelijk gebied van Schagerbrug past binnen het rijksbeleid. 3.2.3
Ladder duurzame verstedelijking
Conform het bepaalde in artikel 3.1.6, lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening moet bij ruimtelijke ontwikkelingen sprake zijn van zorgvuldig ruimtegebruik en moet overprogrammering worden voorkomen. Middels de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' vindt een toetsing plaats. De Ladder bestaat uit de volgende treden: 1. Is er een behoefte? Voorziet de voorgenomen stedelijke ontwikkeling in een behoefte voor het betreffende ruimtelijke verzorgingsgebied? De aard en omvang van een stedelijke ontwikkeling bepaalt op welk niveau de afweging moet worden gemaakt. 2. Buitenstedelijk? Indien de voorgenomen stedelijke ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied mogelijk wordt gemaakt, moet worden gemotiveerd waarom niet binnen een bestaand stedelijk gebied in de behoefte van de ontwikkeling kan worden voorzien. De Ladder is kaderstellend voor juridisch verbindende ruimtelijke plannen van de centrale overheden, zoals bestemmingsplannen en projectbesluiten. Voor deze plannen moeten de treden van de Ladder worden doorlopen. Het doel van de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hiermee wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten nagestreefd.
Toets aan ladder voor duurzame verstedelijking Ieder bestemmingsplan dat nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maakt, moet een verantwoording bevatten van de ladder voor duurzame verstedelijking (art. 3.1.6. lid 2 Bro). De ladder voor duurzame verstedelijking is een instrument met het doel efficiënt ruimtegebruik te bevorderen. Voor stedelijke projecten moet de behoefte worden beschreven. Indien het bestemmingsplan de ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied moet ook worden gemotiveerd waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Wel of geen stedelijke ontwikkeling De ladder is van toepassing als een plan wordt aangemerkt als 'nieuwe stedelijke ontwikkeling'. Of er sprake is van een 'stedelijke ontwikkeling' wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Uit jurisprudentie blijkt dat het toevoegen van meer dan 11 woningen wordt gezien als nieuwe stedelijke ontwikkeling. In dit geval is dus sprake van een stedelijke ontwikkeling. Er is ook sprake van een 'nieuwe' stedelijke ontwikkeling omdat binnen de huidige bestemming 'Sport' geen woningen zijn toegestaan en er dus meer dan 11 woningen worden toegevoegd.
14
bestemmingsplan Dijkzicht Schagerbrug
Bestaand stedelijk gebied In de algemene bepalingen van het Besluit ruimtelijke ordening (1.1.1 lid 1 onder h) is de volgende definitie opgenomen voor bestaand stedelijk gebied: "bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur". De beantwoording van de vraag of een plangebied als een bestaand stedelijk gebied kan worden aangemerkt, hangt volgens de Nota van toelichting (2017) af van de omstandigheden van het geval, de specifieke ligging, de feitelijke situatie, het bestemmingsplan en de aard van de omgeving. Het begrip is in de jurisprudentie nader ingevuld. Hieruit wordt geconcludeerd dat het gebied onderdeel uitmaakt van het bestaand stedelijk gebied. Het plangebied werd gebruikt voor sport. Het gebied is door de provincie in haar omgevingsverordening ook aangemerkt als stedelijk gebied (contramal landelijk gebied). Dit betekent dat de behoefte moet worden beschreven.
Figuur 3.1: Omgevingsverordening NH2020 Kaart 14 Landelijk gebied (2020) (bron: ruimtelijkeplannen.nl) Relevante regio Het ruimtelijk verzorgingsgebied van de stedelijke ontwikkeling bepaalt tot welk gebied de beschrijving van de behoefte zich moet uitstrekken. De begrenzing van de regio is dus afhankelijk van de aard en omvang het programmaonderdeel dat als stedelijke ontwikkeling wordt gezien. Voor wonen is dat de gemeente Schagen binnen de woonregio Kop van Noord-Holland. Beschrijving woningbehoefte Voor het bepalen van de woningbehoefte zijn provinciaal, regionaal en gemeentelijk woonbeleid, de provinciale prognose en regionale afspraken leidend. Deze worden hierna behandeld. De bevolking groeit de komende jaren in Nederland. Tot 2035 groeit de bevolking het hardst met zo'n 890.000 inwoners.1 Echter geldt deze prognose niet voor Schagen. 1
bron: CBS Statline, Regionale prognose 2020‐2050; bevolking, intervallen, regio‐indeling 2018
15
bestemmingsplan Dijkzicht Schagerbrug
Hier neemt de bevolking nauwelijks toe. Alleen het aantal 65+-ers neemt tot 2035 met bijna 3 duizend personen toe, zie ook figuur 2.3. Toch neemt het aantal huishoudens toe. Dit komt voornamelijk omdat er door de vergrijzing minder personen per huishouden zijn. Het totaal aantal huishoudens in de gemeente Schagen groeit met 4%, zie figuur 2.4.2 Hierdoor zijn er ook in Schagen meer woningen nodig. Tabel 3.1: Bevolkingsprognose Schagen (x 1.000 inwoners)¹: 2020 2035 Totaal 46,5 46,3
2050 46,5
0-20 20-65 65+
9,0 23,5 13,9
9,8 25,4 11,3
8,6 23,6 14,1
Figuur 3.2: Vergrijzing per gemeente tot 2035 ²
2
bron: PBL, Regionale bevolkingsgroei, https://themasites.pbl.nl/o/regionale‐bevolkingsprognose/#h4
16
bestemmingsplan Dijkzicht Schagerbrug
Figuur 3.3: Groei en krimp aantal huishoudens tot 2050 ² Woonagenda provincie Noord-Holland 2020-2025 De woonagenda betreft de uitvoeringsagenda voor de komende vijf jaar met een beschrijving van de ambities, uitgangspunten en acties van de provincie. De ambitie van de provincie is als volgt geformuleerd: "Onze ambitie is dat vraag en aanbod van woon- en werklocaties (kwantitatief en kwalitatief) beter met elkaar in overeenstemming zijn of komen. De woningbouw wordt vooral in of aansluitend op de bestaande verstedelijkte gebieden gepland, overeenkomend met de kwalitatieve behoefte en demografische trends. Duurzaamheid van de totale voorraad is uitgangspunt". De doelstelling van de provincie is om te zorgen voor voldoende betaalbare, duurzame en toekomstbestendige woningen voor alle doelgroepen. In lijn met de ambitie en doelstelling zijn vier ruimtelijke uitgangspunten opgesteld: 1. Wonen is onderdeel van een integrale verstedelijkingsopgave. 2. We geven ruimte voor woningbouw, uitgaande van zorgvuldig ruimtegebruik en mobiliteit. 3. We versterken de rol van de kernen en steden in het regionale netwerk, leidend tot keuzes voor woningbouw- en economische ontwikkeling en het voorzieningenniveau in de regio. 4. We bieden ruimte voor maatwerk en sturen op (inter)regionale samenwerking. De speerpunten voor het woonbeleid van de provincie voor 2020-20205 zijn als volgt: 1.
Een woning voor iedereen: a. adaptief en vraaggestuurd programmeren; b. productie op peil: aanjagen woningbouwproductie; c. kwalitatief, betaalbaar en divers woningaanbod. 2. Gezond, duurzaam en toekomstbestendig wonen in een aantrekkelijke provincie. 17
bestemmingsplan Dijkzicht Schagerbrug
De provincie stuurt op een versnelling van de woningbouwproductie de komende jaren. Daarbij wordt aandacht gegeven aan een kwalitatief divers aanbod, aansluitend op de vraag. Regionale programmeringen en gemeentelijk beleid zijn daarbij de basis. Met de toevoeging van maximaal 47 woningen kan worden bijgedragen aan de woningbouwproductie. In navolgend stuk wordt getoetst aan de regionale programmering en gemeentelijk beleid. Bevolkingsprognose provincie Noord-Holland 2019-2040 De indicatieve woningbehoefte in Noord-Holland Noord tot 2030 is 18.500 woningen, waarvan in de regio Kop van Noord-Holland 2.000.
Figuur 3.4: Ontwikkeling woningbehoefte provincie Noord-Holland 2019-2040 (bron: Bevolkingsprognose provincie Noord-Holland 2019-2040, 2019) De beoogde ontwikkeling van maximaal 47 woningen in Schagerbrug valt binnen de woonregio Kop van Noord-Holland. Uit de in de bevolkingsprognose vastgestelde woningbehoefte voor de gemeente Schagen blijkt dat tot 2030 1.050 woningen noodzakelijk zijn om in de woningbehoefte te kunnen voorzien. Met de beoogde ontwikkeling wordt een bijdrage geleverd om te voorzien in deze behoefte.
Figuur 3.5: Ontwikkeling woningbehoefte Schagen, binnen regio Kop van Noord-Holland 2019-2030 (bron: Bevolkingsprognose provincie Noord-Holland 2019-2040, 2019) Woondeal Noord-Holland Noord De provincie Noord-Holland heeft samen met 18 gemeente en marktpartijen de ambitie om tot 2030 circa 40.000 extra woningen te bouwen op binnenstedelijke locaties en zoveel mogelijk in de buurt van trein- en busstations. De nadruk in de woondeal ligt op het bouwen van betaalbare woningen voor starters, doorstromers en alleenwonenden. Vooral de locaties in de noordelijke corridor (N245/spoor Alkmaar-Schagen) hebben perspectief. Langs deze infrastructuurlijn worden extra bouwlocaties beoogd om te voldoen aan de overlopende vraag. Met de beoogde ontwikkeling kan worden bijgedragen aan de woningbouwproductie in de regio. Met het toevoegen van woningen op deze locatie kan doorstroming in Schagerbrug en Schagen bevorderd worden. De ligging nabij de N245 langs de infrastructuurlijn maakt het een aantrekkelijk locatie. Dit sluit aan bij de ambities uit de woondeal.
18
bestemmingsplan Dijkzicht Schagerbrug
Monitor woningbouw 2020 De monitor woningbouw bevat cijfers over de ontwikkeling van de woningvoorraad en huishoudens, en de ontwikkeling van de plancapaciteit. Deze cijfers worden afgezet tegen de woningbehoefte uit de Bevolkingsprognose Noord-Holland 2019-2040. Deze monitor wordt jaarlijks uitgevoerd. Als eerste is de inhaalvraag bepaald van de afgelopen jaren. Dit is het aantal woningen dat bovenop de verwachte vraag naar woningen gebouwd zou moeten worden om de druk op de woningmarkt af te laten nemen. Voor de regio Kop van Noord-Holland geldt dat er de afgelopen jaren 300 woningen minder zijn gebouwd dan de toename van het aantal huishoudens is geweest.
Figuur 3.6: Inhaalvraag (aantal woningen) op basis van verschil huishoudensgroei en nieuwbouwproductie 2014-2018 (bron: Monitor Woningbouw, 2020) Voor de regio Kop van Noord-Holland geldt dat de woningbehoefte tot 2030 1.600 woningen betreft. Het aantal harde plannen betreft 1.900 woningen. Echter worden in de praktijk niet al deze plannen gerealiseerd. Hiermee is er voldoende plancapaciteit om aan de woningbehoefte te voldoen. De beoogde ontwikkeling van maximaal 47 woningen in Schagerbrug kan bijdragen aan de woningbehoefte.
Figuur 3.7: Woningbehoefte 2019-2040 en plancapaciteit (bron: Monitor Woningbouw, 2020) Regionaal Actieprogramma Wonen 2017-2020 (RAP 2.0) In het Regionaal Actieprogramma Wonen (RAP) maakt de regio Kop van Noord-Holland afspraken over zowel de kwantitatieve als kwalitatieve woningvoorraad. In de versie 20172020 worden voornamelijk procesafspraken gemaakt om de doelen van het RAP 1.0 te behalen. In het RAP worden diverse zaken met elkaar afgestemd, zoals de kwalitatieve woningbouwprogrammering, levensloopbestendige woningen en het verduurzamen van de bestaande woningvoorraad. In het RAP staan afspraken op het gebied van: 1. Vraaggestuurd bouwen; 2. Binnenstedelijk bouwen en transformeren; 3. Betaalbaarheid en sociale woningbouw; 4. Wonen, zorg, welzijn en voorzieningen; 5. Duurzaam bouwen; 6. Zelfbouw; 7. Aparte status op Texel; en 8. Organisatie, middelen en monitoring.
19
bestemmingsplan Dijkzicht Schagerbrug
In het RAP wordt verwezen naar het Kwalitatief woningbouwprogramma van de Kop (KwK), waarin afspraken zijn gemaakt over de woningbouwprogrammering. In het Kwk 'Convenant: Regionale samenwerkingsafspraken woningbouw van de Kop van Noord-Holland 2020-2030' staat Dijkzicht (hierin genoemd B-velden) opgenomen met een programmering van 44 woningen. In het RAP staat vastgesteld dat gemeente moeten streven naar een gevarieerd, volwaardig en betaalbaar woningaanbod voor de toenemende groep senioren. Daarnaast verdient de groep jongeren en starters extra aandacht bij het vinden van een betaalbare (sociale) huurwoning. De ontwikkeling voorziet in maximaal 47 woningen, waarvan maximaal 10 sociale huurwoningen en maximaal 6 levensloopbestendige woningen voor senioren. Hiermee is de ontwikkeling in lijn met de reeds gemaakt regionale afspraken. Conclusie Geconcludeerd wordt dat er zowel een kwantitatieve als kwalitatieve vraag bestaat naar uitbreiding van het woningaanbod in de gemeente Schagen.
3.3
Provinciaal beleid
3.3.1
Omgevingsvisie NH2050
vastgesteld op 19 november 2018 Middels de Omgevingsvisie NH2050 geeft de provincie Noord-Holland richting aan de toekomst van de leefomgeving in de provincie. Hierin wordt de balans gezocht tussen economische groei en leefbaarheid. In de visie zijn 5 bewegingen met ontwikkelprincipes beschreven voor de ontwikkeling van de leefomgeving: 1. Dynamisch schiereiland: hierin is het benutten van de unieke ligging van Noord-Holland, te midden van water, leidend. 2. Metropool in ontwikkeling: hierin wordt beschreven hoe de Metropoolregio Amsterdam steeds meer als één stad functioneert. 3. Sterke kernen, sterke regio's: gaat over de ontwikkeling van centrumgemeenten die de gehele regio waarin ze liggen vitaal houden. 4. Nieuwe energie: benut de economische kansen van de energietransitie. 5. Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving: staan het ontwikkelen van natuurwaarden en een economisch duurzame agrarische sector centraal. Toetsing De locatie vervult geen actieve functie meer nu de voetbalvelden niet meer geschikt zijn voor gebruik. Door de huidige locatie te herontwikkelen ontstaat er ruimte voor woningen en wordt de leefbaarheid van Schagerbrug versterkt. In de stedenbouwkundige opzet wordt rekening gehouden met de verbinding met het dorp en het in stand houden van landschappelijke kwaliteiten door de bomenstrook grotendeels te behouden.
Hiermee draagt de ontwikkeling bij aan het ontwikkelprincipe van sterke kernen, sterke regio's. 3.3.2
Omgevingsverordening NH2020
vastgesteld op 22 oktober 2020, inwerkingtreding op 17 november 2020 De Omgevingsverordening is de vertaling van de Omgevingsvisie in regels. Hierin zijn regels samengevoegd op het gebied van natuur, milieu, mobiliteit, erfgoed, ruimte en water. Middels de Omgevingsverordening wordt woningbouw gestimuleerd. Regionale afstemming, duurzaam ruimtegebruik en het voorkomen van overprogrammering zijn daarbij vereisten.
20
bestemmingsplan Dijkzicht Schagerbrug
Toetsing Voor de ontwikkeling zijn de volgende aspecten relevant: 1. Nieuwe stedelijke ontwikkelingen; 2. Klimaatadaptatie ad. 1 Nieuwe stedelijke ontwikkelingen Artikel 6.3 Nieuwe stedelijke ontwikkelingen 1. Een ruimtelijk plan kan uitsluitend voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als de ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. 2. Gedeputeerde Staten stellen nadere regels aan de afspraken bedoeld in het eerste lid. De beoogde ontwikkeling zorgt voor het tegengaan van het woningtekort in Schagerbrug en Schagen en draagt hiermee bij aan de Omgevingsverordening. Er wordt rekening gehouden met duurzaam ruimtegebruik door binnenstedelijk te ontwikkelen. Daarnaast is het woningbouwplan regionaal afgestemd. ad. 2 Klimaatadaptatie Artikel 6.62 Klimaatadaptatie 1. De toelichting van een ruimtelijk plan dat een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt bevat een beschrijving van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de risico’s van klimaatverandering. 2. In de beschrijving wordt in ieder geval betrokken het risico op: a. wateroverlast; b. overstroming; c. hitte; en d. droogte. 3. De beschrijving omschrijft tevens de maatregelen en voorzieningen die worden getroffen om de in het tweede lid omschreven risico’s te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. 4.
De beschrijving wordt opgesteld na overleg met in ieder geval het waterschap in wiens beheergebied de ontwikkeling plaatsvindt. In de beoogde woonwijk wordt de huidige beplanting langs de randen zoveel mogelijk gehandhaafd. De parkeerplaatsen worden zo groen mogelijk ingericht. Het plangebied wordt aangesloten op de bestaande watergangen en in het centrum wordt een nieuwe waterpartij gerealiseerd welke aansluit op het waterpatroon in de omgeving. Een groene omgeving met waterpartijen draagt bij aan klimaatadapatie door het tegengaan van hittestress en het bevorderen van wateropvang. De gemeente Schagen neemt maatregelen bij het beheer en onderhoud van de openbare ruimte. Zo worden de bermen minder vaak gemaaid. Dit geeft beplanting meer kans om te groeien, waardoor er meer diversiteit kan ontstaan. Hierdoor ontstaat een betere leefomgeving voor dieren, wat bijdraagt aan de biodiversiteit.
21
bestemmingsplan Dijkzicht Schagerbrug
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1
Omgevingsvisie Schagen
vastgesteld 14 december 2021 In de Omgevingsvisie wordt de koers voor de toekomst geschetst. Op hoofdlijnen is uitgewerkt wat belangrijk is in de gemeente Schagen. In de visie zijn 8 speerpunten uitgewerkt met doelen voor 2040. In 2040 is gemeente Schagen: 1. een gezinsvriendelijke gemeente met een stad die belangrijk is voor de regio. Met sterke dorpen. En een gemeente die aantrekkelijk is voor ondernemers; 2. een gemeente die nationaal en internationaal meedoet op het gebied van toerisme en recreatie, wetenschap en (nieuwe vormen van) landbouw; 3. een gemeente die steeds aansluit bij de groeiende behoefte aan woningen die passen bij de vraag en bijdragen aan sterke kernen; 4. een gemeente waar iedereen mee kan doen; 5. een gemeente waar kernen, voorzieningen, onderwijs en werk goed bereikbaar zijn; 6. een veilige, gezonde en sportieve gemeente; 7. een duurzame gemeente; 8. een gemeente waarin bewoners en bezoekers de omgeving waardevol vinden. Schagen zet zich in om de woningvoorraad aan te vullen. De voorkeur gaat daarbij uit naar bouwen in en rond te kernen, met name op locaties die eerst een andere functie hadden. Er wordt ingezet op betaalbare woningen. Schagen wil zich de komende jaren ontwikkelen tot een gezinsvriendelijke gemeente, bijvoorbeeld door nieuwe woonwijken in te richten met aandacht voor samenkomen, minder auto's en meer groen.
Toetsing De ontwikkeling draagt bij aan de woningvoorraad door maximaal 47 woningen toe te voegen. In de woningtypologie wordt rekening gehouden met verschillende soorten woningen, waarvan maximaal 16 de sociale huursector. In de woonwijk komt veel groen en ruimte tussen de woningen voor ontmoeting. De twee speelplekken zorgen voor een kindvriendelijke omgeving. Hiermee sluit de ontwikkeling aan bij de visie. 3.4.2
Duurzaamheidsprogramma Schagen 2020-2050
vastgesteld 12 mei 2020 Het Duurzaamheidsprogramma beschrijft de lange termijn doelen en ambities van de gemeente Schagen. Het gaat uit van 6 pijlers: 1. Groen en Biodiversiteit 2. Elektriciteit 3. Duurzame mobiliteit 4. Warmte 5. Klimaatadaptatie 6. Circulaire economie De gemeente wil onder andere meer bomen en groen toevoegen, optimaal isoleren, elektriciteitsverbruik verlagen en klimaatadaptief inrichten.
22
bestemmingsplan Dijkzicht Schagerbrug
Toetsing In de beoogde woonwijk wordt veel aandacht besteed aan groen en water. In het midden komt een groenblauwe strook welke aansluit op het groen en water in de omgeving. De parkeerplaats wordt klimaatadapatief ingericht en de huizen voldoen aan de moderne duurzaamheidseisen. Hiermee sluit de ontwikkeling aan bij het programma. 3.4.3
Reisgids voor Ruimtelijke kwaliteit
Ruimtelijke kwaliteit of welstand kan nog wel eens lastig zijn met veel verschillende regels en richtlijnen. Om dit inzichtelijker te maken heeft de gemeente Schagen de Reisgids voor Ruimtelijke kwaliteit opgesteld. Voor grotere ontwikkelingen (meer dan 12 woningen en/of een uitbreiding van meer dan 500 m²) dient een stedenbouwkundig plan te worden opgesteld. Het beeldkwaliteitsplan helpt hierbij om tot een passende inpassing, vormgeving en afstemming op andere beleidskaders te komen. Het is een belangrijk instrument om nieuwe (ruimtelijke) ontwikkelingen zorgvuldig af te wegen ten opzichte van bestaande kwaliteiten van een gebied en deze daarin zo goed mogelijk in te passen. Voor het uitbreidingsplan Dijkzicht Schagerbrug is een voorbeeldverkaveling (bijlage 1), een stedenbouwkundige plan (bijlage 2) en beeldkwaliteitsplan opgesteld (bijlage 3) om de nieuwe woonbuurt goed in te passen in de landschappelijke omgeving en deze tegelijkertijd te verankeren binnen de bestaande stedenbouwkundige structuur van Schagerbrug (zie ook paragraaf 2.2).
23
bestemmingsplan Dijkzicht Schagerbrug
24
bestemmingsplan Dijkzicht Schagerbrug
Hoofdstuk 4 4.1
Omgevingsaspecten
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
Toetsingskader In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het bestemmingsplan planmer-plichtig, projectmer-plichtig of merbeoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Daarnaast dient het bevoegd gezag bij de betreffende activiteiten die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, na te gaan of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen: 1. de kenmerken van de projecten; 2. de plaats van de projecten; 3. de kenmerken van de potentiële effecten. Onderzoek De ontwikkeling van maximaal 47 woningen met benodigde parkeerplaatsen is een stedelijk ontwikkelingsproject zoals bedoeld in Onderdeel D11.2 van de bijlage uit het Besluit m.e.r. De drempelwaarden (oppervlakte van meer dan 100 ha, een aaneengesloten gebied en meer dan 2.000 woningen, of een bedrijfsvloeroppervlakte van meer dan 200.000 m2) worden hierbij niet overschreden. Dit betekent dat volstaan wordt met een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.-beoordeling'. Alhoewel de beoogde ontwikkeling onder de drempelwaarde blijft is middels een aanmeldingsnotitie onderzocht of sprake is van belangrijke nadelige milieueffecten.
Het bevoegd gezag dient op basis hiervan een m.e.r-beoordelingsbeslissing te nemen, waarin wordt aangegeven of wel of geen MER nodig is. Deze beslissing wordt als bijlage in deze onderbouwing opgenomen (bijlage 4). Conclusie Uit de notitie blijkt dat het projectgebied niet ligt in een kwetsbaar gebied en/of gebied met een beschermde status. De aard en omvang van het plan leiden niet tot belangrijke nadelige milieueffecten.
25
bestemmingsplan Dijkzicht Schagerbrug
4.2
Archeologie en cultuurhistorie
Toetsingskader De Nederlandse bodem zit vol met archeologische waarden. Met de ondertekening van het Europese verdrag van Valletta in 1992, een verdrag over behoud en beheer van het archeologische erfgoed, hebben de lidstaten zich tot doel gesteld het bodemarchief te beschermen. Met ingang van 1 september 2007 is het Verdrag van Valletta geïmplementeerd in de Nederlandse wetgeving door middel van de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz), waardoor het verdrag een juridisch fundament kreeg. Deze wijzigingswet heeft onder meer wijzigingen aangebracht in de Monumentenwet 1988. De Monumentenwet is op 1 juli 2016 deels (met een overgangstermijn tot de Omgevingswet) vervangen door de Erfgoedwet. Deze wet handelt over het aanwijzen van te beschermen cultureel erfgoed. Naast de Monumentenwet vervangt de Erfgoedwet ook andere wetten zoals de Wet tot behoud van cultuurbezit. De Erfgoedwet kent een aantal nieuwe bepalingen. Het gaat om het vaststellen van een gemeentelijke erfgoedverordening en het bijhouden van een erfgoedregister. Ook dienen burgemeester en wethouders het voornemen om hun cultuurgoederen en verzamelingen te vervreemden bekend te maken. De Erfgoedwet bevat bovendien diverse veranderingen met lokale gevolgen, zoals de vervanging van de landelijke aanwijzing van beschermde stads- en dorpsgezichten door een rijksinstructie aan gemeenten.
Onderdelen van de Monumentenwet 1988 die in 2021 naar de Omgevingswet overgaan, blijven van kracht tot die wet in werking treedt. De vuistregel voor de verdeling tussen de Erfgoedwet en de nieuwe Omgevingswet is: Roerend cultureel erfgoed en de aanwijzing van rijksmonumenten staat in de Erfgoedwet; De aanwijzing van ruimtelijk cultureel erfgoed (stads- en dorpsgezichten en cultuurlandschappen) en omgang met het cultureel erfgoed in de fysieke leefomgeving komt in de Omgevingswet. Onderzoek Archeologie Voor het plangebied geldt op basis van het huidige bestemmingsplan de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie - 3'. Dit houdt in dat bij werkzaamheden groter dan 500 m² en dieper dan 0,50 m onder het maaiveld een archeologisch onderzoek uitgevoerd dient te worden. Door Archeologie West-Friesland - een archeologisch samenwerkingsverband van de gemeenten Drechterland, Enkhuizen, Hoorn, Koggenland, Medemblik, Opmeer, Schagen, Stede Broec en Texel - is een archeologische quickscan uitgevoerd op 2 april 2019 (adviesnummer 19069). Dit onderzoek is in de bijlage toegevoegd (bijlage 5). Voor het plangebied geldt op basis van archeologisch onderzoek in de directe omgeving een hoge verwachting voor vindplaatsen uit de IJzertijd-Romeinse tijd. Deze vindplaatsen bevinden zich op het veen.
Indien dit veen nog aanwezig is in de ondergrond kunnen hier goed geconserveerde overblijfselen uit de IJzertijd en/of Romeinse tijd worden aangetroffen. Onder het veen kunnen in de top van oeverwallen vegetatiehorizonten aanwezig zijn met een middelhoge verwachting voor vindplaatsen uit de prehistorie. Voor vindplaatsen uit de Middeleeuwen geldt een onbekende verwachting. Huisplaatsen uit de Nieuwe tijd (van na de bedijking) worden op basis van historisch kaartmateriaal niet verwacht. Op basis van de hoge archeologische verwachting is indien op de locatie van het plangebied een woonwijk wordt gerealiseerd, een archeologisch onderzoek in het kader van de AMZ-cyclus vereist. Het archeologisch onderzoek dient te bestaan uit een Inventariserend Veldonderzoek (IVO) in de vorm van een verkennend booronderzoek. Als leidraad voor het booronderzoek dient een door het bevoegd gezag goedgekeurd Plan van Aanpak te worden opgesteld. Deze is te vinden in bijlage 6).
26
bestemmingsplan Dijkzicht Schagerbrug
In bovenstaande quickscan is voor het plangebied een gespecificeerde archeologische verwachting geformuleerd. Deze gespecificeerde verwachting dient in het booronderzoek te worden getoetst. Op 18 februari 2020 is een verkennend booronderzoek uitgevoerd door Econsultancy (rapportnummer: 10257.001). Deze is toegevoegd als bijlage 7. Op basis van het booronderzoek blijft de kans reëel dat archeologische resten binnen het plangebied aanwezig zijn. Deze resten worden vooral verwacht in de top van het Hollandveen Laagpakket. In het uiterste zuiden kan sprake van een tweede niveau in de top van de zandige geulafzettingen. In het zuidelijke deel van het plangebied worden archeologische resten vanaf -1,5 m NAP verwacht en in het middeldeel vanaf -1,8 m NAP. Aanbevolen wordt een bufferzone te hanteren van 30 cm boven het archeologisch relevante niveau. Vandaar dat geadviseerd wordt om vervolgonderzoek uit te voeren bij bodemingrepen dieper dan -1,2 m NAP in het zuiden en -1,5 m NAP in het middendeel van het plangebied (figuur 4.1).
Figuur 4.1: Advieskaart bodemingrepen (bron: Econsultancy) Naar aanleiding van de conclusies uit bovengenoemd rapport is een proefsleuvenonderzoek en aanvullend booronderzoek uitgevoerd. Tijdens dit veldwerk zijn drie proefsleuven aangelegd en zes boorpunten. 27
bestemmingsplan Dijkzicht Schagerbrug
De boringen en het proefsleuvenonderzoek wijzen er op dat in de nabijheid van het plangebied een nederzetting uit de Inheems Romeinse tijd aanwezig is. Op basis van het gebrek aan sporen uit deze periode en de vele aanwijzingen voor overstromingen in het gebied is besloten het plangebied vrij te geven voor verder archeologisch onderzoek (bijlage 8). Wel dienen graafwerkzaamheden die dieper gaan dan 50 cm – maaiveld aan de zuidoostzijde van het plangebied te worden gemonitord (zie figuur 4.2).
Figuur 4.2: Vrijgavekaart van plangebied P. Ottstraat in Schagerbrug, gemeente Schagen (bron: Archeologie West-Friesland) Cultuurhistorie Het plangebied maakt geen deel uit van cultuurhistorisch waardevol gebied. Er zijn panden aanwezig die zijn aangemerkt als monument. Conclusie In het plangebied worden archeologische resten verwacht. Er wordt daarom geadviseerd om een bufferzone te hanteren van 30 cm boven het archeologisch relevante niveau. In het zuidelijk deel gaat dat om een zone van 1,2 m NAP en in het noordelijk deel 1,5 m NAP. Mochten de bodemingrepen dieper reiken, dan is archeologisch vervolgonderzoek noodzakelijk.
28
bestemmingsplan Dijkzicht Schagerbrug
4.3
Bedrijven en milieuzonering
Toetsingskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies zoals woningen: ter plaatse van de naastgelegen woningen een goed woon- en leefmilieu kan worden gegarandeerd; rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en de milieuruimte van de betreffende bedrijven. Om de belangenafweging tussen bedrijvigheid en nieuwe woningen in voldoende mate mee te nemen, wordt in dit plan gebruikgemaakt van de VNG publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009). In deze publicatie is een lijst opgenomen waarin de meest voorkomende bedrijven en bedrijfsactiviteiten zijn gerangschikt naar mate van milieubelasting. Voor elke bedrijfsactiviteit is de maximale richtafstand ten opzichte van milieugevoelige functies aangegeven op grond waarvan de categorie-indeling heeft plaatsgevonden. De richtafstanden gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk'. Milieuzonering beperkt zich tot de milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie: geluid, geur, gevaar en stof. De richtafstanden gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk/rustig buitengebied'. Voor het omgevingstype 'gemengd gebied' gelden kleinere afstanden. De richtafstanden gelden voor de aangegeven bedrijfsactiviteiten in het algemeen.
Op basis van onderzoek naar de specifieke milieusituatie van een bedrijf kunnen kleinere aan te houden afstanden gerechtvaardigd zijn. Hiermee kan dan onderbouwd worden afgeweken van de richtafstanden indien de specifieke bedrijfsvoering van het betreffende bedrijf daar aanleiding toe geeft. Onderzoek De beoogde ontwikkeling betreft een bestemmingswijziging van 'Sport' naar 'Woongebied', 'Groen' en 'Verkeer - verblijfsgebied'. Op het voormalige trainingsveld worden maximaal 47 woningen gerealiseerd. Hiermee wordt een gevoelige functie opgericht. Gebiedstype Gezien de ligging op de grens van de dorpsrand en het landelijk gebied wordt het plangebied beschouwd als een zogenaamde 'rustige woonwijk' waarbinnen de volledige afstanden van de VNG-publicatie worden gehanteerd. Omliggende bedrijvigheid Volgens het vigerende bestemmingsplan 'Dorpen langs de Groote Sloot' zijn de gronden ten noordwesten van het plangebied bestemd voor sport. Op dit sportcomplex staat een sporthal, en er liggen meerdere soorten sportvelden. Sporthallen en veldsportcomplexen (met verlichting) behoren tot milieucategorie 3.1 waarvoor een richtafstand geld van 50 meter. Volgens het stedenbouwkundig ontwerp komen de dichtstbijzijnde woningen op 50 meter van de perceelsgrens van het sportcomplex. De afstand tot de sporthal en de sportvelden is circa 60 meter. Er wordt voldaan aan de geldende richtafstanden.
In de omgeving van het plangebied liggen enkele veehouderijbedrijven. Geur is hierbij de bepalende afstandsmaat. De maximale afstand voor het houden van dieren ten behoeve van landbouw is 200 meter. Het dichtstbijzijnde bedrijf bevindt zich op een afstand van meer dan 450 meter. Hiermee wordt ruim aan de richtafstand voldaan. Conclusie Het bestemmingsplan voldoet aan het toetsingskader voor milieuzonering. Bestaande bedrijven worden niet in hun bedrijfsvoering beperkt en ter plaatse van het plangebied is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
29
bestemmingsplan Dijkzicht Schagerbrug
4.4
Bodem
Toetsingskader Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (art 3.1.6 Bro) wordt, in verband met de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan, rekening gehouden met de bodemgesteldheid in het gebied. Bij een functiewijziging dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone grond te worden gerealiseerd. Onderzoek Het bestemmingsplan maakt een functiewijziging mogelijk van 'Sport' naar 'Woongebied', 'Groen' en 'Verkeer - verblijfsgebied'. . Vanwege deze functiewijziging is in het kader van dit bestemmingsplan verkennend bodemonderzoek uitgevoerd door MUG Ingenieursbureau (bijlage 9). Op de locatie is een verkennend en nader bodemonderzoek uitgevoerd samen met een verhardingsonderzoek. De gronden worden momenteel gebruikt als sportvelden. In het verleden werden de gronden gebruikt als weilanden of natuur. Op basis hiervan wordt de locatie aangemerkt als onverdacht. Op basis van het verkennend bodemonderzoek kan de vooraf gestelde hypothese worden beschouwd als onjuist.
Ter plaatse van de locatie is een sterke verontreiniging met PAK in de grond aangetroffen. Het betreft een historische bodemverontreiniging van vóór 1987. Omdat de omvang van de verontreiniging in de grond minder dan 25 m3 bedraagt, is er in formele zin geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Wanneer grondroerende werkzaamheden worden verricht, dienen de werkzaamheden onder saneringscondities te worden uitgevoerd en dient de verontreiniging van te voren te worden verwijderd. Voorafgaand dient hiervoor een Plan van Aanpak te worden opgesteld. De sterke verontreiniging bevindt zich onder de laag menggranulaat, waardoor er geen directe mogelijkheden zijn tot contact. Op basis hiervan is er op de locatie geen sprake van actuele risico's. Gelet op de aard en mate van verontreiniging, bestaan er met betrekking tot de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van het voormalige voetbalveld géén belemmeringen voor de bestemmingswijziging en toekomstige nieuwbouw. Conclusie Het aspect bodem staat de vaststelling van het bestemmingsplan niet in de weg. In het kader van het bestemmingsplan is de bodemkwaliteit voldoende in beeld gebracht. Wel is voor de aanvraag omgevingsvergunning voor het aspect bouwen nader bodemonderzoek noodzakelijk.
Bij de uitvoering dient rekening te worden gehouden met te treffen saneringsmaatregelen ter plaatse van de geplande nieuwbouw.
30
bestemmingsplan Dijkzicht Schagerbrug
4.5
Ecologie
Toetsingskader Met de Wet natuurbescherming (Wnb) zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier- en plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving. Gebiedsbescherming Bescherming van natuurgebieden wordt gewaarborgd door de Wet natuurbescherming (Wnb) en de Wet Ruimtelijke Ordening (Wro). Natura 2000-gebieden worden beschermd door de Wnb en het Natuurnetwerk Nederland (NNN) wordt beschermd door de Wro. Natura-2000 gebieden De Minister van Economische Zaken (EZ) wijst gebieden aan die deel uitmaken van het Europese netwerk van natuurgebieden: Natura 2000. Een dergelijk besluit bevat de instandhoudingsdoelstellingen voor de leefgebieden van vogelsoorten (Vogelrichtlijn) en de instandhoudingsdoelstellingen voor de natuurlijke habitats en habitats van soorten (Habitatrichtlijn). De bescherming van deze gebieden heeft externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden verstoring kunnen veroorzaken en moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) worden aangewezen in de provinciale verordening.
Voor dit soort gebieden geldt het 'nee, tenzij' principe, wat inhoudt dat binnen deze gebieden in beginsel geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogen plaatsvinden. Soortenbescherming In de Wnb wordt een onderscheid gemaakt tussen: soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn; soorten die worden beschermd in de Habitatrichtlijn; overige soorten. De Wnb bevat onder andere verbodsbepalingen ten aanzien van het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, eieren en rustplaatsen van vogels als bedoeld in artikel 1 van de vogelrichtlijn. Gedeputeerde Staten (hierna: GS) kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen Provinciale Staten (hierna: PS) vrijstelling verlenen van dit verbod. De voorwaarden waaraan voldaan moet worden om ontheffing of vrijstelling te kunnen verlenen zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Vogelrichtlijn. Verder is het verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen of te verstoren. GS kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen PS vrijstelling verlenen van dit verbod.
De gronden voor verlening van ontheffing of vrijstelling zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Habitatrichtlijn.
31
bestemmingsplan Dijkzicht Schagerbrug
Onderzoek Gebiedsbescherming Het plangebied maakt geen deel uit van een natuur- of groengebied met een beschermde status, zoals Natura 2000 (figuur 4.3). Het plangebied maakt ook geen deel uit van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is gelegen op een afstand van circa 4,6 kilometer en betreft het gebied 'Zwanenwater en Pettemerduinen'. Kop van Holland is het dichtstbijzijnde natuurgebied behorende tot het Natuurnetwerk Nederland (figuur 4.4).
Figuur 4.3: Natura2000 gebieden, plangebied rode punt (bron: https://www.natura2000.nl/gebieden)
Figuur 4.4: Natuurnetwerk Nederland geel aangegeven, plangebied rood omcirkelt (bron: NNN provincie Noord-Holland)
32
bestemmingsplan Dijkzicht Schagerbrug
Vanwege de afstand zijn directe effecten zoals areaalverlies, versnippering, verandering van de waterhuishouding en verstoring op voorhand uitgesloten. Momenteel worden de gronden gebruikt als sportveld. Voor het onderzoeken van de mogelijke effecten op de nabijgelegen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden zijn voor de realisatie- en gebruiksfase AERIUS-berekeningen uitgevoerd (zie bijlage 11 voor de memo, bijlage 12 voor de verschilberekening van de realisatiefase ten opzichte van de huidige situatie en bijlage 13 voor de gebruiksfase). Uit de berekeningen blijkt dat er geen sprake is van rekenresultaten die hoger zijn dan 0,00 mol N/ha/jr voor beide fases. Geconcludeerd wordt dat de mogelijke depositie van stikstof in het kader van dit bestemmingsplan geen belemmering vormt. Soortenbescherming Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling is door advies- en onderzoeksbureau Blom Ecologie B.V. een quickscan beschermde planten- en dierensoorten uitgevoerd (Blom Ecologie B.V., 21 januari 2021, kenmerk BE/2019/767/r). Dit onderzoek is in de bijlage toegevoegd (bijlage 10). Uit de quickscan blijkt dat de planlocatie geen essentiële betekenis heeft voor beschermde soorten. Ten behoeve van boombewonende vleermuizen dient bij het kappen van bomen voorafgaand een ecologische inspectie met een endoscoop uitgevoerd te worden.
De planlocatie is mogelijk geschikt leefgebied voor algemene zoogdieren, foeragerende vleermuizen, amfibieën, insecten en broedvogels welke niet beschermd zijn (behoudens de Algemene zorgplicht) onder de Wet natuurbescherming. Conclusie De ontwikkeling zorgt niet voor nadelige effecten op de ecologie in de omgeving. Wel dienen maatregelen getroffen worden bij het kappen van de bomen. Met een ecologische inspectie kan vastgesteld worden of er vleermuizen verblijven in de bomen. Derhalve is aanvullend onderzoek niet noodzakelijk.
4.6
Externe veiligheid
Toetsingskader Bij ruimtelijke plannen dient ten aanzien van externe veiligheid naar verschillende aspecten te worden gekeken, namelijk: bedrijven waar activiteiten plaatsvinden die gevolgen hebben voor de externe veiligheid; vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, water of door buisleidingen. Voor zowel bedrijvigheid als vervoer van gevaarlijke stoffen zijn twee aspecten van belang, te weten het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon dodelijk wordt getroffen door een ongeval, indien hij zich onafgebroken (dat wil zeggen 24 uur per dag gedurende het hele jaar) en onbeschermd op een bepaalde plaats zou bevinden. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting dan wel infrastructuur. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als direct gevolg van een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn. De norm voor het GR is een oriëntatiewaarde. Het bevoegd gezag heeft een verantwoordingsplicht als het GR toeneemt en/of de oriëntatiewaarde wordt overschreden.
33
bestemmingsplan Dijkzicht Schagerbrug
Risicovolle inrichtingen Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (hierna: Bevi) geeft een wettelijke grondslag aan het externe veiligheidsbeleid rondom risicovolle inrichtingen. Op basis van het Bevi geldt voor het PR een grenswaarde voor kwetsbare objecten en een richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten. Beide liggen op een niveau van 10-6 per jaar. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet aan deze normen worden voldaan, ongeacht of het een bestaande of nieuwe situatie betreft. Het Bevi bevat geen norm voor het GR; wel geldt op basis van het Bevi een verantwoordingsplicht ten aanzien van het GR in het invloedsgebied van de inrichting. De in het externe veiligheidsbeleid gehanteerde norm voor het GR geldt daarbij als oriëntatiewaarde. Vervoer van gevaarlijke stoffen Per 1 april 2015 is het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en de regeling Basisnet in werking getreden. Het Bevt vormt de wet- en regelgeving, de concrete uitwerking volgt in het Basisnet. Het Basisnet beoogt voor de lange termijn (2020, met uitloop naar 2040) duidelijkheid te bieden over het maximale aantal transporten van, en de bijbehorende risico's die het transport van gevaarlijke stoffen mag veroorzaken. Het Basisnet is onderverdeeld in drie onderdelen: Basisnet Spoor, Basisnet Weg en Basisnet Water.
Het Bevt en het bijbehorende Basisnet maakt bij het PR onderscheid in bestaande en nieuwe situaties. Voor bestaande situaties geldt een grenswaarde voor het PR van 10-6 per jaar. Voor nieuwe situaties geldt de 10-6 waarde als grenswaarde voor kwetsbare objecten en als richtwaarde bij beperkt kwetsbare objecten. In het Basisnet Weg en het Basisnet Water zijn veiligheidsafstanden (PR 10-6 contour) opgenomen vanaf het midden van de transportroute. Tevens worden in het Basisnet de plasbrandaandachtsgebieden benoemd voor transportroutes waarbinnen beperkingen voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen gelden. Het Basisnet vermeldt dat op een afstand van 200 meter vanaf de rand van het tracé in principe geen beperkingen hoeven te worden gesteld aan het ruimtegebruik. Voor het groepsrisico geldt op grond van het Bevt slechts een oriënterende waarde en alleen in bepaalde gevallen is het doen van een verantwoording van een toename van het GR verplicht. Besluit externe veiligheid buisleidingen In het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) wordt aangesloten bij de risicobenadering uit het Besluit externe veiligheid inrichting (Bevi), zodat ook voor buisleidingen normen voor het PR en GR gelden.
Op grond van het Bevb dient zowel bij consoliderende bestemmingsplannen als bij ontwikkelingen inzicht te worden gegeven in de afstand tot het PR en de hoogte van het GR als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen. Onderzoek Volgens de Risicokaart waarop relevante risicobronnen worden getoond, is er in de nabije omgeving van het plangebied sprake van transport van gevaarlijke stoffen over de Provinciale weg N248 en door een buisleiding (figuur 4.5).
34
bestemmingsplan Dijkzicht Schagerbrug
Figuur 4.5: Ligging plangebied (paars) t.o.v. risicovolle bronnen (risicokaart.nl) N248 Ten noordoosten van het plangebied, op circa 620 meter afstand, worden gevaarlijke stoffen vervoerd over de N248. Volgens de Risicokaart ligt de PR 10-6 contour niet buiten de wegas (0 meter) en is er geen plasbrandaandachtsgebied. Op basis van de vervoerde stoffen (LF1, LF2) geldt langs deze weg een invloedsgebied van 45 meter. Het plangebied ligt geheel buiten het invloedsgebied. Aardgastransportleiding De planlocatie bevindt zich binnen het invloedsgebied van een hogedruk aardgasleiding A637 van Gasunie. Daarom is een onderzoek uitgevoerd door AVIV op 4 mei 2021 (projectnummer: 214500) (bijlage 14). De berekeningen van het plaatsgebonden risico hebben niet geleid tot een PR 10-6-contour. Het plaatsgebonden risico vormt daarom geen belemmering voor de ontwikkeling. In zowel de huidige als de toekomstige situatie is het groepsrisico onder 0.1 keer de oriëntatiewaarde. Er kan worden volstaan met een beperkte verantwoording van het groepsrisico. Het plangebied ligt op ongeveer 125 m van het hart van de buisleiding en daarmee ruimschoots buiten de belemmeringenstrook van 5 m. Beknopte verantwoording groepsrisico De onderstaande beknopte verantwoording van het groepsrisico zal op basis van het advies van de veiligheidsregio nader worden uitgewerkt.
Bestrijdbaarheid en bereikbaarheid Voor zowel de bereikbaarheid en bestrijdbaarheid van 'dagelijkse incidenten', zoals brand of wateroverlast, als voor calamiteiten op het gebied van externe veiligheid, is het van belang dat de bereikbaarheid voor de hulpdiensten en bluswatervoorzieningen voldoende geborgd zijn. De bestrijdbaarheid is afhankelijk van de inzetbaarheid van hulpverleningsdiensten. De brandweer moet in staat zijn om hun taken goed uit te kunnen voeren om daarmee verdere escalatie van een incident te voorkomen.
35
bestemmingsplan Dijkzicht Schagerbrug
Hierbij kan gedacht worden aan het voldoende/adequaat aanwezig zijn van aanvalswegen en bluswatervoorzieningen. Het plangebied wordt ontsloten via de P. Ottstraat. Deze weg sluit aan op de Schagerweg en daarmee het verdere wegennetwerk van Schagerbrug. Het wegennetwerk biedt vluchtmogelijkheden in verschillende richtingen, waardoor altijd van de bron af kan worden gevlucht. Het gedegen netwerk komt de bestrijdbaarheid en bereikbaarheid ten goede. Zelfredzaamheid In de toekomstige situatie zal het plangebied bestaan uit woningen. De aanwezige personen zullen over het algemeen zelfredzaam zijn. Aanwezige kinderen en ouderen worden wel beschouwd als verminderd zelfredzame personen. Hierbij wordt echter ervan uitgegaan dat in geval van nood de ouders/verzorgers de kinderen en ouderen kunnen begeleiden. Als gevolg van een incident met toxische stoffen geldt dat een toxische wolk zich snel kan ontwikkelen en verplaatsen. Dit effect is vaak niet zichtbaar. Zelfredzaamheid in dit scenario is alleen mogelijk als er tijdig alarmering plaatsvindt en gebouwen geschikt zijn om enkele uren te schuilen. Denk hierbij aan het sluiten van ramen en deuren en met name het uitschakelen van (mechanische) ventilatiesystemen. Instructie met betrekking tot de juiste handelswijze in geval van een incident is noodzakelijk voor een effectieve zelfredzaamheid.