Bestemmingsplan Buiskoolstraat 29 NL.IMRO.0441.BPSCHBuiskoolstr29-VA01 (pdf)
Tekst van het document
7
Artikel 4
Wonen
4.1 Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen, al dan niet in combinatie met beroeps- en bedrijfsuitoefening aan huis; en tevens voor: b. een ondergrondse parkeergarage, uitsluitend op de gronden ter plaatse van de aanduiding “parkeergarage”; c. een atelier, uitsluitend op de gronden ter plaatse van de aanduiding “atelier”, met de daarbij behorende: c. groenvoorzieningen; d. speelvoorzieningen e. openbare nutsvoorzieningen; f. verkeers- en verblijfsvoorzieningen; en het daarbij behorende: g.
waterlopen en –partijen.
4.2 Bouwregels
a. Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: 1. hoofdgebouwen dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd; 2. de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens van niet-aaneengebouwde hoofdgebouwen dient ten minste 2 m te bedragen, dan wel de bestaande afstand indien deze minder is; 3. het aantal woningen mag niet meer dan het aangegeven aantal ter plaatse van de aanduiding “maximum aantal wooneenheden” bedragen; 4. de goot- en bouwhoogte en de dakhelling van hoofdgebouwen mag niet minder en niet meer bedragen dan de aangegeven goot- en bouwhoogte en dakhelling ter plaatse van de aanduiding “minimale-maximale goot-, bouwhoogte (m) en dakhelling (graden)”, dan wel de bestaande bouwmaten indien deze minder of meer zijn; 5. de oppervlakte van een hoofdgebouw bij niet-gestapelde woningen mag niet meer dan 50% van de oppervlakte van een bouwperceel bedragen, dan wel de bestaande oppervlakte indien deze meer is. b. Voor het bouwen van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bij woningen gelden de volgende regels: 1. aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen dienen ten minste 1 m achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw te worden gebouwd; 2. aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen mogen tot op de zij- of achtererfgrens worden gebouwd, tenzij de zij- of achtererfgrens grenst aan de 8
openbare ruimte in welk geval aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen ten minste 1 m uit de erfgrens dienen te worden gebouwd; 3. de bouwhoogte van bijgebouwen en overkappingen mag niet meer dan 3 m bedragen; 4. in afwijking van het bepaalde onder 1. mogen bijgebouwen en overkappingen voor (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw worden gebouwd, met dien verstande dat: a) bijgebouwen en overkappingen uitsluitend mogen worden gebouwd aan reeds voor (het verlengde van) de voorgevel aanwezige aan- of uitbouwen of bijgebouwen; b) de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan de goot- of verdiepingshoogte van de aanwezige aan- of uitbouw of aanwezige aangebouwde bijgebouw, vermeerderd met 0,30 m; 5. de bouwhoogte van aan- en uitbouwen mag niet meer bedragen dan de hoogte van de bovenzijde van de afgewerkte vloer van de eerste verdieping van het hoofdgebouw waaraan wordt gebouwd, vermeerderd met 0,30 m; 6. de diepte van aan- en uitbouwen mag niet meer bedragen dan 4 m gemeten vanuit de oorspronkelijke achtergevel van het hoofdgebouw waaraan wordt gebouwd; 7. de breedte van aan- en uitbouwen mag niet meer bedragen dan de breedte van de oorspronkelijke achtergevel van het hoofdgebouw plus de breedte van een eventueel aan de zijgevel gebouwd aan- of uitbouw of aangebouwd bijgebouw; 8. in afwijking van het bepaalde onder 1.
mogen aan- en uitbouwen vóór de voorgevel van het hoofdgebouw worden gebouwd, met dien verstande dat: a) de breedte van de aan- en uitbouwen niet meer mag bedragen dan 2/3 deel van de breedte van de oorspronkelijke voorgevel van het hoofdgebouw waaraan wordt gebouwd; b) de diepte van de aan- en uitbouwen niet meer dan 1 m mag bedragen, gemeten vanuit de oorspronkelijke voorgevel van het hoofdgebouw waaraan wordt gebouwd, met dien verstande dat, indien de afstand tussen de oorspronkelijke voorgevel en de voorerfgrens 7 m of meer bedraagt de diepte niet meer dan 1,5 m mag bedragen; c) in aanvulling op het bepaalde onder b. geldt dat wanneer een aan- of uitbouw tevens aan de zijgevel van het hoofdgebouw wordt gebouwd, de genoemde afstanden tevens gelden gemeten vanuit de zijerfgrens; 9. de gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen mag niet meer dan 50% van het bij het hoofdgebouw aansluitend zij- en/of achtererf, met dien verstande dat de gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen nooit meer dan 75 m² mag bedragen; 10. indien bestaande maten en oppervlakten afwijken van de maten en oppervlakten zoals genoemd in lid 1 tot en met 9, zijn deze maten toegestaan. c.
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: • de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 3 m bedragen. 9
4.3 Afwijken van de bouwregels
Bij een omgevingsvergunning kan, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: • de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; • het straat- en bebouwingsbeeld; • de sociale veiligheid; • de verkeersveiligheid; • de woonsituatie, worden afgeweken van: a. het bepaalde in lid 4.2, sub b onder 3 voor het voor het afdekken van een bijgebouw met een kap, met dien verstande dat: 1. de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 5,5 m; 2. de dakhelling niet meer mag bedragen dan de dakhelling van het hoofdgebouw; b. het bepaalde in lid 4.2, sub b onder 5 voor het voor het afdekken van een aan- of uitbouw met een kap, met dien verstande dat: 1. de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 5,5 m; 2. de dakhelling niet meer mag bedragen dan de dakhelling van het hoofdgebouw; c. het bepaalde in lid 4.2, sub b onder 6 voor het vergroten van de diepte van een aanof uitbouw tot de diepte van reeds aanwezige aan- of uitbouwen of aangebouwde bijgebouwen. 4.4 Specifieke gebruiksregels
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van vrijstaande bijgebouwen als zelfstandige woning; b. het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van beroeps- of bedrijfsuitoefening aan huis, zodanig dat de beroeps- c.q. bedrijfsvloeroppervlakte per woning meer bedraagt dan 30% van de totale gezamenlijke bruto vloeroppervlakte van de aanwezige bebouwing op het bouwperceel; c. het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van een horecabedrijf; d. het gebruik van een woonhuis voor meer dan één woning; e. het gebruik van gronden ten behoeve van de aanleg van een paardrijdbak met de daarbij behorende bouwwerken.
10
Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 5
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
11
Artikel 6
Algemene gebruiksregels
Tot een gebruik in strijd met dit bestemmingsplan wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijvingen, waaronder in ieder geval wordt begrepen: • • • • •
het gebruiken of laten gebruiken van gronden als standplaats voor kampeermiddelen; het gebruiken of laten gebruiken van gronden en bouwwerken ten behoeve van seksinrichtingen; het gebruiken of laten gebruiken van gronden en bouwwerken ten behoeve van risicovolle inrichtingen; het gebruiken of laten gebruiken van gronden en bouwwerken ten behoeve van geluidzoneringsplichtige inrichtingen; het gebruik van gronden en bouwwerken voor niet-permanente bewoning.
12
Artikel 7
Algemene afwijkingsregels
a. Bij een omgevingsvergunning kan, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: • de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; • het straat- en bebouwingsbeeld; • de sociale veiligheid; • de verkeersveiligheid; • de woonsituatie, worden afgeweken van: a. de in het plan gegeven maten, afmetingen en percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages; b. het bepaalde in het plan en toestaan dat het beloop of profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of intensiteit daartoe aanleiding geeft; c. het bepaalde in het plan en toestaan dat bestemmings- of bouwgrenzen worden overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft; d. het bepaalde in het plan en toestaan dat openbare nutsgebouwtjes, wachthuisjes ten behoeve van het openbaar vervoer, telefooncellen, gebouwtjes ten behoeve van de bediening van kunstwerken, toiletgebouwtjes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen gebouwtjes en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, mits: 1. de inhoud per gebouwtje niet meer dan 100 m³ bedraagt; 2. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten hoogste 15 m bedraagt.
13
Hoofdstuk 4 Overgang- en slotregels Artikel 8
Overgangsrecht
8.1 Overgangsrecht bouwwerken
a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van lid a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het lid a met maximaal 10%. c. Lid a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 8.2 Overgangsrecht gebruik
a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in lid a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Lid a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
14
Artikel 9
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: “Regels van het bestemmingsplan Buiskoolstraat 29 Schagen“
15
Bestemmingplan Buiskoolstraat 29 Schagen (BIJLAGE 1 - LIJST VAN ALGEMENE BEGRIPPEN) NR.
Begrip
Definitie
1
plan
het bestemmingsplan Buiskoolstraat 29 Schagen
2
bestemmingsplan
de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0441.BPCTBuiskoolstr29-on01 met de bijbehorende regels en bijlagen;
3
de verbeelding
de verbeelding bestaande uit het blad, met het nummer NL.IMRO.0441.BPCTBuiskoolstr29-on01 van het bestemmingsplan Buiskoolstraat 29 Schagen met bijbehorende verklaring waarop de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden zijn aangegeven;
4
aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;
5
aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;
6
aanduidingsvlak
een op de verbeelding aangegeven vlak met eenzelfde aanduiding,
7
aanbouw
begrensd door een aanduidingsgrens; een gebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het al dan niet in directe verbinding staat, welk gebouw onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 8
achtererfgebied
Erf aan de achterkant en de niet naar openbaar toegankelijk gebied gekeerde zijkant, op meer dan 1 m van de voorkant, van het hoofdgebouw.
9
afhankelijke woonruimte
woonruimte die een ruimtelijke eenheid vormt met de bestaande woning en waarin een gedeelte van de huishouding uit oogpunt van mantelzorg is gevestigd;
10
arbeidsmigrant
11
agrarisch aanverwant bedrijf
een persoon die vanwege economische motieven tijdelijk naar de gemeente Schagen komt om een inkomen te verwerven. een bedrijf, dat in nauwe relatie staat tot het agrarisch bedrijf, waarvan de werkzaamheden in hoofdzaak bestaan uit het verlenen van diensten aan derden in de vorm van het houden van dieren en/of het telen en bewerken van gewassen
12
agrarisch bedrijf
een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen (houtteelt daaronder begrepen) en/of het houden van dieren;
13
agrarisch dienstverlenend bedrijf
een bedrijf waarbinnen uitsluitend of overwegend arbeid wordt verricht ter productie of levering van goederen of diensten ten behoeve van agrarische bedrijven
14
agrarisch grondgebruik
15
archeologie
16
archeologisch deskundige
het telen van gewassen, niet in een volkstuin(complex), en/of het weiden van dieren; de bestudering van menselijke geschiedenis door middel van de overblijfselen van materiële cultuur, de omgeving en van dierlijke resten; Professioneel archeoloog die op basis van de geldende versie van Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie bevoegd is om archeologisch onderzoek uit te voeren en/of Programma's van Eisen op te stellen en/of te toetsen.
17
archeologisch onderzoek
diverse vormen van onderzoek naar de archeologische waarden binnen een plangebied, uitgevoerd volgens de geldende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie;
18
archeologisch rapport
een in rapportvorm vervat verslag van een volgens de in de archeologische beroepsgroep gebruikelijke normen verricht archeologisch onderzoek, op basis waarvan een conclusie kan worden getrokken over de aanwezigheid van archeologische waarden;
19
archeologische waarde
de aan een gebied toegekende waarde in verband met de kennis en de studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteit uit het verleden;
20
ASVV
handboek uitgegeven door de CROW met aanbevelingen voor inrichting van wegen en verkeerskundige voorzieningen.
21
bebouwing
één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde
22
bebouwingspercentage
een in het plan aangegeven percentage, dat de grootte van het deel van
23
bedrijfsgebouw
een gebouw, dat dient voor de uitoefening van een bedrijf
24
bedrijfs- of dienstwoning
een woning in of bij een gebouw of op een terrein, die kennelijk slechts is
het terrein aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd
bestemd voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar, gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein, noodzakelijk moet worden geacht; 25
bed & breakfast
een kleinschalige vorm van verblijfsrecreatie voor één of enkele nachten op basis van logies en ontbijt in het hoofd- of bijgebouw;
26
beeldend kunstwerk
een bouwwerk, geen gebouw zijnde, of onderdelen van bouwwerken die worden aangemerkt als uitingen van één der beeldende kunsten;
27
beeldkwaliteitsplan
het beeldkwaliteitsplan zoals dat is opgenomen in bijlage 1 bij de toelichting behorende bij dit bestemmingsplan;
28
beperkt kwetsbaar object
een object waarvoor ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen een richtwaarde voor het risico c.q. een risico-afstand is bepaald, waarmee rekening moet worden gehouden.
29
beroeps- c.q. bedrijfvloeroppervlake
de totale vloeroppervlakte van de ruimte die wordt gebruikt voor een aanhuis-verbonden beroep c.q. een (dienstverlenend) bedrijf of een dienstverlenende instelling, inclusief opslag- en administratieruimten en dergelijke;
30
beroeps- en bedrijfsuitoefening aan huis
het uitoefenen van een vrij en zelfstandig beroep, of het beroepsmatig verlenen van diensten, op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, educatief, kunstzinnig, technisch gebied of daarmee gelijk te stellen activiteiten, niet zijnde detailhandel, , behoudens webwinkels en postorderbedrijven, mits er geen opslag van goederen is, waarbij de woning in hoofdzaak haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft, die met de woonfunctie in overeenstemming is;
31
beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis
een beroeps- of bedrijfsmatige activiteit, genoemd in Bijlage 1, dan wel een naar de aard of invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen activiteit, die in of bij een woonhuis wordt uitgeoefend op een zodanige wijze dat:a. het woonhuis in overwegende mate de woonfunctie behoudt;b. de ruimtelijke uitwerking of uitstraling van die activiteit met de woonfunctie in overeenstemming is, waarbij:1. het uiterlijk van de betreffende
woning niet wordt aangetast;2. het beroep/bedrijf wordt uitgeoefend door in ieder geval één van de bewoners van de woning;3. het niet gaat om vormen van detailhandel en/of horeca, behoudens webwinkels en postorderbedrijven, mits er geen opslag van goederen is;4. er geen onevenredige parkeerdruk voor de omgeving optreedt;
32
bestaand gebruik en/ of bebouwing
het legale gebruik dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig is en/of bebouwing die op dat tijdstip aanwezig of in uitvoering is, krachtens een bouwvergunning en/of
vrijstelling/ontheffing (vóór 1 oktober 2010) / omgevingsvergunning (ná 1 oktober 2010); 33
bestaand
a. ten aanzien van de bij of krachtens de Woningwet of de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht aanwezige bouwwerken, en de werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden: 1. bestaand ten tijde van de eerste terinzagelegging van dit plan; b. ten aanzien van het overige gebruik: 1. bestaand ten tijde van het van kracht worden van dit plan;
34
bestemmingsgrens
de grens van een bestemmingsvlak;
35
bestemmingsvlak
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming
36
bevi-inrichting
Inrichtingen als bedoeld in artikel 2 lid 1 van het Besluit externe veiligheid
37
bijzondere paardenhouderij
inrichtingen. een agrarisch aanverwant bedrijf dat is gericht op het africhten, het opleiden en het trainen, alsmede het opvangen en stallen van paarden en/of pony's 38
bijgebouw
een op zichzelf staand gebouw dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch en functioneel opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw en niet in directe verbinding staat met het hoofdgebouw;
39
bijbehorend bouwwerk
uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw. of ander bouwwerk, met een dak;
40
botenhuis
een op zichzelf staand gebouw die dient voor de stalling van boten
41
bouwen
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk;
42
bouwgrens
de grens van een bouwvlak
43
bouwlaag
het geheel van op gelijke vloerhoogte gelegen ruimte in een gebouw, een
44
bouwperceel
45
bouwperceelgrens
de grens van een bouwperceel
46
bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar
zolderverdieping of vliering wordt hieronder niet begrepen; een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;
ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 47
bouwwerk
een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden, of een constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren;
48
bruto vloeroppervlakte
de totale vloeroppervlakte van de binnenwerkse ruimte(n) die wordt gebruikt voor bed & breakfast of een beroeps- en bedrijfsuitoefening aan huis; inclusief opslag- en administratieruimten en dergelijke;
49
centrale voorzieningen
Gemeenschappelijke voorzieningen ten behoeve van een recreatieterrein als geheel, zoals een kampwinkel, kantine, ontvangstkantoor, zwembad, toilet/wasgebouw, sport- en spelvoorzieningen, gebouwen ten behoeve van beheer en onderhoud.
50
civieltechnisch kunstwerk
Een bouwwerk, geen gebouw zijnde, ten behoeve van civieltechnische en/of infrastructurele doeleinden, zoals een brug, een dam, een duiker, een tunnel, een via- of aquaduct of een sluis, dan wel een daarmee gelijk te stellen voorziening.
51
cultuur grond
grasland, akkerbouw- en tuinbouwgronden;
52
cultuurhistorische waarde
de aan een bouwwerk of een gebied toegekende waarde gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis heeft gemaakt van dat bouwwerk of dat gebied;
53
dak
iedere bovenbeëindiging van een gebouw;
54
dagrecreatie
verblijf buitenshuis voor recreatieve doeleinden zonder dat er een overnachting ter plaatse mee gepaard gaat;
55
dagrecreatief medegebruik
een dagrecreatief gebruik van gronden dat ondergeschikt is aan de functie van de bestemming waarbinnen dit dagrecreatieve gebruik is toegestaan, zoals wandelen, fietsen, paardrijden, een picknickplaats, of een naar de aard daarmee gelijk te stellen medegebruik en waarbij geen sprake is van nachtverblijf;
56
delfstoffen
een natuurlijke concentratie of afzetting van ertsen, mineralen of substanties van organische oorsprong, in vaste, vloeibare of gasvormige toestand, met uitzondering van water en van de op de zeebodem of onmiddellijk onder de oppervlakte daarvan aanwezige schelpen, grind, zand en klei;
57
deskundige
een door de burgemeester en wethouders aan te wijzen onafhankelijke deskundige of commissie van deskundigen;
58
detaihandel
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling voor verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit;
59
dienstverlenend bedrijf en/ of dienstverlenende
een bedrijf of instelling waarvan de werkzaamheden bestaan uit het
instelling
verlenen van economische en maatschappelijke diensten aan derden, waaronder zijn begrepen kapperszaken, schoonheidsinstituten, fotostudio's, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijven en inrichtingen, evenwel met uitzondering van een garagebedrijf en een seksinrichting;
60
dienstverlening
het verlenen van economische en maatschappelijke diensten aan derden;
61
eerste bouwlaag
de bouwlaag op de begane grond
62
erf
het al dan niet bebouwde perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een gebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voorzover een bestemmingsplan van toepassing is, de bestemming deze inrichting niet verbiedt;
63
erker
een uitbouw aan een woning, die zich bevindt aan de voor- of zijgevel of beide, van een woning en welke ondergeschikt is aan de hoofdbouwmassa;
64
erotisch getinte vermaaksfunctie
een vermaaksfunctie, welke is gericht op het doen plaats vinden van voorstellingen en/of vertoningen van porno-erotische aard, waaronder begrepen een seksbioscoop, een seksclub en een seksautomatenhal
65
evenement
een voor het publiek toegankelijke verrichting van vermaak van een beperkte duur en zoals bedoeld in de Algemene Plaatselijke Verordening. Onder de duur van de activiteit wordt eveneens de periode verstaan die benodigd is voor het opbouwen en afbreken van de voor de activiteit benodigde voorzieningen;
66
extensief dagrecreatief medegebruik
een extensief dagrecreatief medegebruik van gronden dat ondergeschikt is aan de functie van de bestemming waarbinnen dit recreatieve gebruik is
toegestaan, zoals wandelen, fietsen, paardrijden, kanoën, vissen, picknicken, of een naar de aard daarmee gelijk te stellen medegebruik; 67
filterstation
gebouw en/of bouwwerk dat onderdeel uitmaakt van het secundair koelwatersysteem en is uitgerust met filters om het systeem te beschermen;
68
garagebox-berging
een ruimte bestemd voor de stalling van een auto of een ander voer- dan wel vaartuig en voor de niet-bedrijfsmatige opslag van goederen;
69
gebouw
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt
70
gebruiksgerichte paardenhouderijen
paardenhouderij die is gericht op het africhten en trainen van paarden, het bieden van stalruimte voor paarden, het geven van instructie aan derden, het trainen van paarden en uitbrengen in de sport, verhuur van diensten met behulp van paarden en de in- en verkoop van paarden;
71
gebruiksmogelijkheden
de mogelijkheden om gronden en bouwwerken overeenkomstig de daaraan toegekende bestemming te gebruiken;
72
geluidsbelasting
de geluidsbelasting vanwege een weg, een industrieterrein en/of een spoorweg;
73
geluidsgevoelig object
gebouw dat dient ter bewoning of andere geluidsgevoelige gebouwen of terreinen, zoals bedoeld in de Wet geluidhinder en/of het Besluit geluidhinder;
74
geluidzoneringsplichtige inrichting
Een inrichting bij welke ingevolge de Wet geluidhinder rondom het terrein
75
gevelbouwgrens
de als zodanig aangegeven bouwgrens
76
gevellijn
de als zodanig aangegeven lijn, waar de voorgevel van een hoofdgebouw
van vestiging in een bestemmingsplan een zone moet worden vastgesteld.
op moet zijn georiënteerd; 77
glastuinbouwbedrijf
een agrarische bedrijfsvoering in de vorm van het telen van gewassen, waarbij de productie uitsluitend of in overwegende mate in kassen plaatsvindt;
78
grondgebonden agrarische bedrijfsvoering
79
groepsaccommodatie
een agrarisch bedrijf, waarbij hoofdzakelijk gebruik wordt gemaakt van open grond; een (gedeelte van een) gebouw dat is bestemd voor periodiek recreatief nachtverblijf door groepen, met permanent daarvoor ingerichte ruimten met gemeenschappelijke voorzieningen. Een kampeerboerderij en kamp(eer)huis vallen onder het begrip groepsaccommodatie;
80
hobbymatig houden van dieren
81
hoofdgebouw
82
hogere grenswaarde
het niet bedrijfsmatig, c.q. uit liefhebberij/vrijetijdsbesteding, houden van dieren; een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn constructie, afmetingen of functie als het belangrijkste bouwwerk valt aan te merken; een maximale waarde voor de geluidbelasting, die hoger is dan de voorkeursgrenswaarde en die in een concreet geval kan worden onherroepelijk op grond van de Wet geluidhinder en/of het Besluit grenswaarden binnen zones langs wegen
83
horeca
het bedrijfsmatig verstrekken van dranken en etenswaren voor gebruik ter plaatse en/of het bedrijfsmatig verstrekken van logies, al dan niet in combinatie met een vermaaksfunctie, met uitzondering van een erotisch getinte vermaaksfunctie;
84
horecabedrijf
een bedrijf waar bedrijfsmatig dranken en etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt en/of waarin logies wordt verstrekt, al dan niet in combinatie met een vermaaksfunctie, met uitzondering van een erotisch getinte vermaaksfunctie;