besluit vormvrije mer-beoordeling
Tekst van het document
2. Locatie van het project De kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop het project van invloed kan zijn, moet in aanmerking worden genomen, en met name: a:
het bestaande en goedgekeurde landgebruik;
b:
de relatieve rijkdom aan en beschikbaarheid, kwaliteit en regeneratievermogen van
natuurlijke hulpbronnen (met inbegrip van bodem, land, water en biodiversiteit) in het gebied en de ondergrond ervan; c:
het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor de
volgende typen gebieden: 1:
wetlands, oeverformaties, riviermondingen;
2:
kustgebieden en het mariene milieu;
3:
berg- en bosgebieden;
4:
natuurreservaten en -parken;
5:
gebieden die in de nationale wetgeving zijn aangeduid of door die wetgeving worden
beschermd; Natura 2000-gebieden die door de lidstaten zijn aangewezen krachtens Richtlijn 92/43/EEG en Richtlijn 2009/147/EG; 6:
gebieden waar de milieukwaliteitsnormen, in de wetgeving van de Unie vastgesteld en
relevant voor het project, al niet worden nagekomen of worden beschouwd als niet-nagekomen; 7:
gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid;
8:
landschappen en plaatsen van historisch, cultureel of archeologisch belang.
3. Soort en kenmerken van het potentiële effect De waarschijnlijk aanzienlijke milieueffecten van projecten moeten, in samenhang met de hierboven uiteengezette criteria, in aanmerking worden genomen, met inachtneming van:
Bij beantwoording ons kenmerk vermelden.
Pagina 2 van 3
a:
de orde van grootte en het ruimtelijk bereik van de effecten (bijvoorbeeld geografisch
gebied en omvang van de bevolking die getroffen kan worden); b:
de aard van het effect;
c:
het grensoverschrijdend karakter van het effect;
d:
de intensiteit en de complexiteit van het effect;
e:
de waarschijnlijkheid van het effect;
f:
de verwachte aanvang, de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect;
g:
de cumulatie van effecten met de effecten van andere bestaande en/of goedgekeurde
projecten; h:
de mogelijkheid om de effecten doeltreffend te verminderen.
De bestemmingswijziging leidt niet tot relevante milieueffecten. Nadere analyse in een MER/m.e.r.beoordeling is niet noodzakelijk. Besluit Gelet op het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat het plan geen belangrijke nadelige gevolgen heeft voor het milieu. Wij hebben daarom op grond van artikel 7.19, eerste lid Wet milieubeheer jo. artikel 2, vijfde lid tweede volzin en onder b Besluit m.e.r. besloten dat er geen milieueffectrapport nodig is. Schagen, 19 mei 2022 Het college van burgemeesters en wethouders van Schagen Namens deze
De heer B. Limmen Beleidsmedewerker FL
Deze brief is digitaal ondertekend.
Bij beantwoording ons kenmerk vermelden.
Powered by TCPDF (www.tcpdf.org)
Pagina 3 van 3