CConstaterende datSchagen
Koppel je AI →
Document · PDF

Beleidsplan speelvoorzieningen Schagen april 2025 definitief

Gemeenteraad 24 juni 2025, gemeente SchagenBij agendapunt: Samen Speelbeleid 2025-20358.460 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Samen Speelbeleid Gemeente Schagen 2025-2035 Spelen, sporten en bewegen in de openbare ruimte

Colofon Titel Samen Speelbeleid Gemeente Schagen 2025-2035 Opdrachtgever Gemeente Schagen Onderzoek uitgevoerd door Speelplan BV Transistorstraat 53b 1322 CK Almere 036 5236127 www.speelplan.nl Inlichtingen bij Datum

Team Ruimtelijk Beheer Juli 2025

Samenvatting Doel Dit beleidsplan geeft de gemeentelijke visie en strategie weer voor de periode 2025 – 2035 met als doel het realiseren van een aantrekkelijke en toekomstbestendige openbare speel- en sportruimte. Het stimuleren van buitenspelen, bewegen, ontmoeten staat hierbij voorop. Onderzoek, conclusies en behoeftes Bij de totstandkoming van dit beleidsplan is uitgebreid onderzoek gedaan naar het huidige sport- en beweegaanbod. In elke gemeentekern is een ‘speelruimtescan’ uitgevoerd waarbij alle speel- en sportlocaties zijn bezocht en beoordeeld op ligging, inrichting, huidige staat, klimaatbestendigheid en inclusiviteit (toegankelijkheid). Daarnaast zijn er verschillende participatietrajecten en overlegmomenten uitgevoerd. Uit het onderzoek kunnen meerdere conclusies worden getrokken: • • • •

Duidelijk gemeentelijke kaders ontbreken; Er is relatief weinig speel- en sportplekken voor de leeftijdsgroep 12 tot en met 17 jaar; Veel speelplekken lijken op elkaar en zijn vaak even groot; Ten slotte liggen er kansen op het gebied van inclusiviteit, duurzaamheid en participatie.

Aan deze behoeftes en conclusies is in dit beleidsplan op de volgende wijze invulling gegeven: • • •

Focus op grote centrale speelplekken volgens het speelbuurtmodel; De kansen die er liggen op het gebied van inclusiviteit, duurzaamheid en participatie zijn uitgewerkt in 6 ambities zodat elke speelplek zo optimaal mogelijk kan worden ingericht; Er zijn heldere gemeentelijke kaders opgesteld waaraan de bestaande en nieuwe speelruimte kan worden getoetst.

Ambities Op basis van de conclusies en behoeftes uit de speelruimtescan en de participatietrajecten worden de volgende ambities geïntroduceerd: • Ambitie 1: Voor ieder kind een speelplek in de buurt • Ambitie 2: Een divers en uitdagend speelaanbod • Ambitie 3: Een beweegvriendelijke leefomgeving • Ambitie 4: Een inclusieve speelruimte • Ambitie 5: Aandacht voor klimaatbestendigheid en duurzaamheid • Ambitie 6: Samen werken aan de speelruimte Bij het toepassen van bovenstaande ambities geldt als uitgangspunt dat de speel- en sportvoorzieningen op peil worden gehouden. Alleen bij het vervangen van de voorzieningen aan het einde van hun levensduur worden de ambities toegepast. Over een periode van circa 15 jaar zullen alle voorzieningen in de gemeente Schagen zijn aangepast.

Streefwaardennorm en speelpleknorm (bij nieuwbouwprojecten) Om tot een heldere en adequate objectieve beoordeling en ruimtelijke verdeling van speel- en beweegplekken te komen, introduceren we in dit beleidsplan twee normen: de streefwaardennorm en de speelpleknorm bij nieuwbouwprojecten. De streefwaardennorm zorgt voor een betere verdeling van de speelvoorzieningen over de verschillende leeftijdsgroepen en ziet er als volgt uit: • 0-5 jaar: (niet meer en bij voorkeur minder dan) 20 kinderen per voorziening • 6-11 jaar: (niet meer en bij voorkeur minder dan) 20 kinderen per voorziening • 12-17 jaar: (niet meer en bij voorkeur minder dan) 40 kinderen per voorziening. De speelpleknorm bij nieuwbouwprojecten is gebaseerd op het gemiddelde oppervlakte speelplek van 7 vierkante meter (m2) per huishouden in de gemeente Schagen. Bij ieder nieuwbouwproject dient per verwacht huishouden 7 m2 speelplek te worden gerealiseerd in een nieuwe speelplek of een bestaande speelplek dient te worden uitgebreid. Deze norm zorgt ervoor dat de huidige beschikbare speel- en beweegruimte wordt gehandhaafd bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen.

Inhoudsopgave 1 · Buitenspelen is belangrijk ......................................................................................................6 1.1

Aanleiding ..................................................................................................................6

1.2

Doel .............................................................................................................................6

1.4

Scope..........................................................................................................................6

1.5

Werkwijze ..................................................................................................................6

1.6

Leeswijzer ..................................................................................................................7

2 · Beleidsambities ......................................................................................................................8 2.1

Ambitie 1: Voor ieder kind een speelplek in de buurt .......................................8

2.2

Ambitie 2: Een divers en uitdagend speelaanbod .............................................9

2.3

Ambitie 3: Een beweegvriendelijke leefomgeving ...........................................10

2.4

Ambitie 4: Een inclusieve speelruimte ...............................................................11

2.5

Ambitie 5: Aandacht voor klimaatbestendig en duurzaamheid .....................12

2.6

Ambitie 6: Samen werken aan de speelruimte.................................................13

3 · Normen en kaders voor realisatie en ontwerp ....................................................................14 3.1

Speelbuurtmodel ....................................................................................................14

3.2

Streefwaardennorm voor speelplekken .............................................................16

3.3

Speelpleknorm bij nieuwbouwprojecten ............................................................17

3.4

Inrichtingscriteria per speelplek ...........................................................................18

3.5

Inrichtingscriteria toegankelijkheid en inclusiviteit ...........................................20

3.6

Inrichtingscriteria klimaatbestendigheid en duurzaamheid ............................21

3.7

Veiligheid en particuliere toestellen in openbare ruimte .................................21

3.8

Kaders voor organisatie en communicatie ........................................................21

4 · Financiën ..............................................................................................................................24 4.1 Vervangingsopgave en behoefte..............................................................................24 4.2 Investeringskosten ......................................................................................................24 4.3 Scenario's......................................................................................................................25 BIJLAGES ...................................................................................................................................28

1 · Buitenspelen is belangrijk 1.1

Aanleiding

Voor u ligt het nieuwe beleidsplan voor de openbare speelvoorzieningen en -plekken van gemeente Schagen: het Samen Speelbeleid 2025-2035. Gemeente Schagen vindt het belangrijk om te zorgen voor aantrekkelijke en toegankelijke openbare speelplekken. Het Integraal beleidsplan openbaar gebied 2016, is op het gebied van spelen verouderd en heeft onvoldoende duidelijke kaders waaraan kan worden getoetst.

1.2

Doel

Dit nieuwe plan geeft de gemeentelijke visie en strategie weer voor de periode 2025 – 2035 met als doel het realiseren van een aantrekkelijke en toekomstbestendige openbare speelruimte. Het stimuleren van buitenspelen, bewegen en ontmoeten voor iedereen staat hierbij voorop.

1.3

Kaders

Dit beleidsplan sluit aan op de ambities opgenomen in de documenten van de gerelateerde gemeentelijke beleidsterreinen, namelijk het Burgerakkoord (2024), Duurzaamheidsprogramma Schagen (2020), de Omgevingsvisie Schagen (2021), het coalitieakkoord 2022-2026, de Lokale Inclusie Agenda (2024) en het Duurzaamheidsprogramma Schagen (2020).

1.4

Scope

Dit plan is gericht op de gehele openbare ruimte van de gemeente Schagen. Hierbij kijken we niet alleen naar de formele speelplekken, maar ook naar de bespeelbaarheid van vrije speelruimte zoals stoepen, plantsoenen en parken. Daarnaast nemen we toekomstige ontwikkelingen mee, zoals nieuwbouw en herinrichting. We benadrukken dat dit plan niet alleen over de speelvoorzieningen voor kinderen gaat, maar ook over beweegvoorzieningen voor volwassenen en senioren zoals fitnessveldjes en jeu de boulesbanen. Schoolpleinen en sportterreinen vallen buiten de scope van dit plan. Deze locaties zijn niet in beheer van de gemeente en niet altijd openbaar toegankelijk. Sportverenigingen vallen wel binnen de scope van dit plan, maar zijn niet altijd openbaar toegankelijk.

1.5

Werkwijze

Bij de totstandkoming van dit beleidsplan is uitgebreid onderzoek gedaan naar het huidige speel- en beweegaanbod. In elke gemeentekern is een ‘speelruimtescan’ uitgevoerd waarbij alle speellocaties zijn bezocht en beoordeeld op ligging, inrichting, huidige staat, klimaatbestendigheid en inclusiviteit (toegankelijkheid). Daarnaast is gekeken naar de bespeelbaarheid van de algehele openbare ruimte. Het volledige Onderzoeksrapport Speelruimte staat in bijlage C. Vervolgens is breed ingezet op participatie via de onderstaande trajecten om een beter beeld te krijgen van de wensen op gebied van de speelruimte. Hier is op verschillende manieren invulling aan gegeven: • •

Online vragenlijst: Vragenlijst onder alle inwoners van Schagen die door ruim 580 inwoners is ingevuld. Kinderwandelingen: Wandelingen met leerlingen van zes basisscholen langs de speelplekken die in de buurt van de school liggen. Tijdens deze informele wandeling hebben de kinderen zelf verteld en laten zien hoe ze in hun eigen buurt spelen en welke verbetermogelijkheden er zijn. 6

• •

Jongerenoverleg: Overleg in het jeugdcentrum van Schagen, waarbij jongeren (12-18 jaar) hun mening hebben gegeven over spelen, bewegen en ontmoeten. Stakeholdersoverleg: Afstemmingsmomenten met professionals en ketenpartners vanuit verschillende domeinen (groen, sport, jeugd en inclusiviteit). Hierbij is vooral gezocht naar verbindingen tussen de kansen, ambities en ontwikkelingen tussen de beleidsterreinen om zo een breed gedragen, maar ook beter uitvoerbaar plan op te kunnen stellen. De uitkomsten van het participatietraject zijn ingewerkt in bijlage C, Resultaten Participatietrajecten. De informatie uit de bovenstaande onderzoekstrajecten is samengevoegd en vertaald in ambities voor een toekomstige speelruimte.

1.6

Leeswijzer

Hoofdstuk 2 gaat in op de 6 ambities die zijn opgesteld aan de hand van de uitgevoerde participatietrajecten en het uitgebreide onderzoek. In hoofdstuk 3 zijn de nieuwe normen uitgewerkt en worden de kaders voor de inrichting en realisatie van speelplekken toegelicht. Om invulling te geven aan de geconstateerde behoefte en de gestelde beleidsambities worden in hoofdstuk 4 investeringsopties uitgewerkt. In bijlage A wordt aanvullende informatie verschaft over het speelbuurtmodel. Bijlage B betreft een aparte bijlage met de volledige verslagen van de participatietrajecten. Bijlage C bevat de volledige Onderzoeksrapportage Speelruimte (2022). Bijlage D werpt een blik op een paar definities en ontwikkelingen op het gebied van spelen, sporten en bewegen. Daarbij belicht deze bijlage ook de demografische opbouw op gebied van spelen in de openbare ruimte van de gemeente Schagen. Bijlage E bevat de analyse- en aanbevelingskaarten van Speelplan BV en ten slotte zijn in bijlage F de financiële consequenties van dit Samen Speelbeleid uitgewerkt.

7

2 · Beleidsambities Uit de speelruimtescan, de participatietrajecten en het stakeholdersoverleg blijkt voornamelijk dat gemeentelijke kaders ontbreken waaraan de speelruimtes getoetst worden. Als (mogelijk) gevolg hiervan wordt ervaren dat het speelaanbod op de buurtspeelplekken vaak is gericht op een jonge doelgroep (tot 12 jaar) waardoor er weinig speeluitdaging is voor 12 jaar en ouder. Daarnaast neemt het aantal kinderen in de gemeente de afgelopen jaren af. Over het algemeen is er een goede ruimtelijke verdeling van de speelplekken, maar zijn er wel verschillen tussen de kernen. Ook lijken veel speelplekken op elkaar en zijn ze vaak even groot. Ten slotte liggen er kansen op het gebied van inclusiviteit, duurzaamheid en participatie. Deze conclusies, bevindingen en kansen zijn vertaald naar zes beleidsambities voor de openbare speelruimte.

2.1

Ambitie 1: Voor ieder kind een speelplek in de buurt

Ieder kind heeft recht op speelmogelijkheden in de openbare ruimte. De gemeente zet zich daarom in voor een evenredige ruimtelijke verdeling van speelplekken. Hierbij is het van belang dat de gemeente de juiste aantallen en verdeling van speelplekken behoudt en waar nodig verbetert. • • • • •

•

•

Huidige situatie De ruimtelijke verdeling van de speelplekken is over het algemeen al goed. Mede doordat gemeente Schagen een fusiegemeente is, zijn er wel verschillen in aantallen speelplekken en toestellen per kind (zie bijlage D). In de kleinere dorpskernen is de afstand tot een speelplek meestal groter, hoewel kinderen hier wel makkelijker grotere afstanden afleggen aangezien er minder barrières zijn. In de grotere dorpen en stad Schagen liggen kleine speelplekken soms dicht bij andere kleineof buurtspeelplekken. Het aantal kinderen in de gemeente neemt af. Hoe gaan we dit aanpakken? Toetsing aan speelbuurtmodel: Elke speelbuurt wordt aan het speelbuurtmodel getoetst om de verdeling en kwaliteit van speel- en eventueel sportplekken zo objectief mogelijk te beoordelen (zie Bijlage A). Hierbij wordt onder andere rekening gehouden met de beschikbare speelruimte, het type buurt en de demografie. Aan de hand van dit model en de streefwaardennorm kan per speelbuurt worden bepaald waar de speelruimte het best verbeterd kan of moet worden. Netwerk van speelplekken: De gemeente zet zich in voor een evenredige ruimtelijke verdeling van speel- (en sport)plekken en de beschikbaarheid van een speelplek op loopafstand (ca. 200-400-1.000m, afhankelijk van het type plek en eventuele barrières). Hierbij is het van belang dat we de juiste (centrale) speelplekken behouden en verbeteren.

De centrale plekken worden waar nodig aangevuld met kleinere speelplekken, die ook andere typen spel mogelijk maken, voor de spreiding en verdeling. Ook in buurten en dorpen waar minder kinderen wonen en/of de vergrijzing toeneemt, blijft een goed netwerk van speelplekken behouden voor de toekomst. Niet-essentiële speelplekken: Qua spreiding is het niet noodzakelijk om alle locaties als ingerichte speelplek te behouden, omdat er voldoende andere mogelijkheden zijn in de buurt. Hierbij zullen vooral de kleinste speelplekken worden opgeheven om meer focus te leggen op het creëren van grote centrale speelplekken. Uit het Speelbuurtmodel is naar voren gekomen dat 35 speelplekken niet essentieel zijn qua spreiding. Wanneer de toestellen op deze plekken aan vervanging toe zijn kan er (in overleg met de omwonenden) voor worden gekozen om geen speeltoestellen te herplaatsen, maar de plek bijvoorbeeld in te richten met groen en/of speelaanleidingen. Hiermee wil de gemeente financiële ruimte creëren. Dit heeft als voordeel 8

•

dat deze financiële ruimte kan worden gebruikt voor nieuwe en de opwaardering van bestaande speelplekken, waarbij invulling wordt gegeven aan de ambities. Nieuwbouw: Nieuwbouw- en gebiedstransformatie wordt eveneens getoetst aan de streefwaardennorm en het speelbuurtmodel, én aan de speelpleknorm bij nieuwbouwprojecten (deze normen en het speelbuurtmodel worden toegelicht in Hoofdstuk 3).

2.2

Ambitie 2: Een divers en uitdagend speelaanbod

De gemeente wil zich meer inzetten voor centrale buurt- en dorpsspeelplekken die divers en uitdagend zijn voor jong en oud. Gevarieerde en uitdagende speelplekken zorgen ervoor dat verschillende doelgroepen samen komen om te spelen, bewegen en ontmoeten op een speelplek. • • •

•

Huidige situatie De buurtspeelplekken bieden weinig uitdaging voor kinderen van 12 tot en met 17 jaar. Het speelaanbod is voornamelijk gericht op kinderen t/m 11 jaar. Tijdens alle kinderwandelingen was speeluitdaging een verbeterpunt (zie Bijlage C). De kleine speelplekken zijn vaak met traditionele toestellen ingericht en onderscheiden zich weinig ten opzichte van de rest van het aanbod in de buurt of het dorp. Kinderen hebben behoefte aan meer speeluitdaging en natuurlijke speelplekken. Daarnaast geven jongeren aan dat er behoefte is aan meer sportmogelijkheden en jongerenontmoetingsplekken (zie jongerenoverleg en online vragenlijst, Bijlage B). Hoe gaan we dit aanpakken? Toetsing Schijf van Vijf: Per (speel)buurt of dorp is gekeken of de variatie aan speelvormen voldoende is en aansluit bij het type speelplek (en de bijbehorende leeftijdsgroepen). Door meer te variëren (materiaalkeuze, speelvormen) binnen een buurt kan er op verschillende manieren gespeeld worden en wordt de speelruimte voor meer gebruikers interessant. Hierbij houden we de Schijf van Vijf aan, waarbij vijf verschillende typen sport en spel worden aangeduid (figuur 1). De Schijf van Vijf voor buitenspelen is ook meegenomen als toetsingscriteria in het speelbuurtmodel.

Figuur 1, de Schijf van Vijf voor buitenspelen

•

Uitdaging voor jong en oud: Doordat het aantal kinderen in de gemeente over de afgelopen jaren daalt, wil de gemeente zich inzetten voor (grote) centrale buurt- en dorpsspeelplekken die divers en uitdagend zijn voor jong en oud. Het aantal kleinste speelplekken waarvan geen of zeer beperkt gebruikt wordt gemaakt zal worden beperkt. De gemeente streeft naar ten minste één buurtspeelplek per speelbuurt (of ieder dorp) die voor jong en oud aantrekkelijk is. In kleinere speelbuurtjes (tot 10 ha) kan deze speelplek ook vertaald worden naar een goed ingerichte kleinere speelplek. Hierbij is het van belang dat er meer variatie in toestellen en

9

•

•

speelaanleidingen komt en dat toestellen meer kracht en behendigheid vereisen om ook de oudere kinderen uit te dagen. Natuurlijk spelen: Als belangrijk onderdeel van de Schijf van Vijf vormen natuurlijke speelaanleidingen en natuurspeelplekken een goede mogelijkheid om het speelaanbod gevarieerder, avontuurlijker en uitdagender te maken. Het gebruik van natuurlijke speelaanleidingen zoals zwerfkeien, liggende klimbomen, stappaaltjes en hoogteverschillen zorgt voor een grotere variatie in het speelaanbod en stimuleert de creativiteit van kinderen. Bij iedere speelplek zet de gemeente zich in om voldoende natuurlijke speelaanleidingen mogelijk te maken. Fijne verblijfsplekken: Door het creëren van prettige verblijfsplekken zorgen we dat centrale buurt- en dorpsplekken uitnodigen tot ontspanning, ontmoeting en samenspelen. Dit kan bijvoorbeeld door het toevoegen van bankjes, picknicktafels, afvalbakken en schaduw. Daarnaast wil de gemeente meewerken aan de plaatsing van jongerenontmoetingsplekken.

2.3

Ambitie 3: Een beweegvriendelijke leefomgeving

De openbare ruimte wordt steeds vaker gebruikt om te sporten en te bewegen; zowel individueel als in groepsverband. De gemeente omarmt deze ontwikkeling en wil deze verder stimuleren. •

•

•

•

•

•

Huidige situatie Op de openbare sportplekken in de buitenruimte wordt voornamelijk voetbal, basketbal, tafeltennis, jeu de boules en een enkele keer fitness aangeboden. Er zijn meerdere dorpen met een skateplek. Ook zijn er diverse bootcampclubjes die de openbare ruimte gebruiken om in te sporten en gebruikmaken van de openbare sportplekken. Voornamelijk voor de oudere jeugd (18+), volwassenen en senioren is het beweegaanbod beperkt. In een aantal dorpen ontbreekt een formele, openbare sportvoorziening. Vanuit de online vragenlijst en gesprekken met jongeren (zie bijlage B) leeft de wens dat het beweegaanbod op de centrale buurtspeelplekken vergroot wordt met bijvoorbeeld beweegroutes, calisthenics of freerunning. Team Sportservice Schagen organiseert momenteel de beweegactiviteiten. De georganiseerde activiteiten worden afgestemd op de vraag. Hoe gaan we dit aanpakken? Versterken beweegaanbod: Om alle inwoners te stimuleren om te sporten en te bewegen en jeugd meer uitdaging te bieden, wil de gemeente de diversiteit, kwaliteit en bereikbaarheid van het sport- en beweegaanbod vergroten en inzetten op een beweegvriendelijke openbare ruimte voor jong en oud. Dit sluit nauw aan op de lokale Omgevingsvisie. Multifunctionele sportlocaties: Sportplekken nodigen meer uit tot beweging als het aanbod uit verschillende sportvormen bestaat.

Daarom kijkt de gemeente naar de mogelijkheid om spel, sport en ontmoeting te combineren op één plek. Ook voorzieningen als watertappunten kunnen de verblijfswaarde verbeteren. Activiteitenaanbod: Sportservice Schagen blijft op zoek naar mogelijkheden om het activiteitenaanbod uit te breiden en hierbij gebruik te maken van de openbare sportplekken.

10

Figuur 2 Calisthenicspark Melchiorstraat, Oudesluis

2.4

Ambitie 4: Een inclusieve speelruimte

Op basis van het landelijk SamenSpeelAkkoord (2019) en Lokale Inclusie Agenda (20242028), maar ook het Burgerakkoord (2024) zet gemeente Schagen zich in voor een inclusievere speelruimte. Dit betekent dat kinderen en volwassenen met en zonder beperking (motorisch, mentaal, zintuigelijk) gestimuleerd worden om samen te spelen, te bewegen en te ontmoeten op één speelplek. • • •

•

•

Huidige situatie Op veel speelplekken zijn de toestellen niet goed te bereiken met een rolstoel of rollator door het type ondergrond (gras, zand, boomschors). Er zijn wel speeltoestellen geschikt voor mensen met een beperking, zoals mandschommels. De variatie van geschikte toestellen is echter beperkt en leuke speelmogelijkheden ontbreken nog regelmatig op (buurt)speelplekken Tijdens de wijkwandeling met kinderen van het speciaal basisonderwijs kwam de wens naar voren voor een natuurlijke speelplek waar je zowel kunt uitrazen als relaxen. Het zou volgens de kinderen fijn zijn als de rustige zones zijn afgeschermd van de drukkere zones, bijvoorbeeld door een scheiding van bosjes. Hoe gaan we dit aanpakken? Toegankelijke, centrale plekken: Door meerdere grote, centrale speelplekken in te richten als inclusieve samenspeelplekken, kunnen kinderen met en zonder beperking samen buitenspelen. Dit wordt mede bevorderd door het toevoegen of verbeteren van onder andere de opgang naar speelplekken, centrale paden langs de speeltoestellen, de keuze voor de juiste ondergronden en het kiezen van toestellen die samenspelen tussen kinderen met en zonder beperking stimuleren. De locatie voor een inclusieve, natuurlijke samenspeelplek zal verder worden onderzocht.

Op speelplekken wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met toegankelijkheid (centrale paden, ondergronden, verlagen van stoep/oprit) en inclusiviteit (toestelkeuze). Goede afstemming: Tijdens de uitwerking van het vervangen of nieuw plaatsen van speelplekken overwegen we wat we kunnen doen voor mensen met een beperking. Er zijn heel veel verschillende soorten lichamelijke en geestelijke beperkingen die allemaal andere behoeftes hebben. Hoe hier rekening mee gehouden wordt is dus niet eenduidig in te tekenen of te beschrijven. Dit is maatwerk. Wat voor de ene beperking werkt, kan voor de andere juist een obstakel zijn. Daarom kiezen we ervoor om per locatie – in overleg met betrokkenen, zoals kinderen met een beperking en hun ouders – te kijken wat nodig en haalbaar is. Zo kunnen we beter inspelen op de specifieke situatie ter plekke, in plaats van te werken met een generieke oplossing die misschien niemand écht helpt. Deze aanpak zorgt voor meer 11

•

•

•

•

passende en gedragen oplossingen, ook al betekent dat dat we dit niet vooraf tot in detail kunnen vastleggen of intekenen. Sport en bewegen: Naast speelplekken zorgen we voor voldoende toegankelijke sportvoorzieningen, waar mensen met een lichamelijke beperking kunnen sporten en bewegen. Met kleine aanpassingen zijn soms grote resultaten te behalen (bijvoorbeeld toevoegen hellingbaan, toegankelijk maken sportkooi). Ervaringsdeskundigen: We denken graag mee bij het oprichten van een lokale speeltuinbende. Een lokale speeltuinbende kan ervoor zorgen dat vraag en aanbod goed op elkaar aansluiten. Ook kunnen zij de speelplekken testen op het gebied van toegankelijkheid en inclusiviteit Natuurlijk spelen: Natuurspeelplekken zijn voor kinderen met een beperking fijne plekken waar zij uitdaging kunnen vinden en tegelijkertijd een rustige plek vinden om bij te komen. Daarom zet de gemeente zich in om bij iedere speelplek voldoende natuurlijke speelaanleidingen mogelijk te maken, maar ook door middel van slim gebruik van planten en struiken de speelplekken uitdagend in te richten. Zo mogelijk ook met rustige plekken. Samenkomen en ontmoeten: Zoals afgesproken in haar Omgevingsvisie, zet de gemeente zich ook in om de speelplekken toegankelijk en uitnodigend te maken voor iedereen. Bij iedere speelplek zetten we in op het plaatsen van bankjes.

Door het realiseren van deze bankjes, maar ook via andere toepassingen, creëren we ontmoetingsplekken die toegankelijk (moeten) zijn voor iedereen. Senioren, ouders van spelende kinderen en jongeren worden hierdoor gestimuleerd om samen te komen bij, of gebruik te maken van, de speelplekken. We passen nu standaard kunstgas toe als valdempende ondergrond voor speeltoestellen. Dit is ook toegankelijk met een rolstoel. We zorgen ervoor dat het kunstgras aansluit op verharding, en dat de inrichting van de openbare (speel)ruimte voldoet aan de toegankelijkheidseisen. Dit is geborgd in onze leidraad inrichting openbare ruimte (LIOR).

2.5

Ambitie 5: Aandacht voor klimaatbestendig en duurzaamheid

Een groene speelruimte levert een essentiële bijdrage aan de bespeelbaarheid, leefbaarheid en klimaatbestendigheid van de openbare ruimte en vergroot de diversiteit van het speelaanbod. Door bij vervanging duurzame materialen en ondergronden te gebruiken, draagt de speelruimte bij aan gemeentelijke doelstellingen om de leefomgeving klimaatbestendig in te richten. Dit sluit goed aan bij de oproep uit het Burgerakkoord om klimaatadaptatie te bevorderen en een groener, duurzamer beleid te voeren (besluit 13.1). • •

•

•

•

Huidige situatie Veel speelplekken kenmerken zich door een groene inrichting (bomen en planten) en natuurlijke ondergronden (gras). Een aantal speelplekken heeft echter weinig tot geen beschutting tegen de zon. In veel kernen is gewerkt met ondergronden van kunstgras en rubbertegels. Dit is voor de valdemping niet altijd nodig, behalve als de toestellen 150cm of hoger zijn. Hoe gaan we dit aanpakken? Beplanting: Bij de herinrichting van speelplekken kijken we naar de mogelijkheden om te vergroenen door het toevoegen van beplanting en bomen. Groene beschutting verbetert niet alleen de klimaatbestendigheid van de speelplekken, maar vermindert ook hittestress in de zomer en windoverlast. Materiaalgebruik ondergronden: Op termijn worden ondergronden van rubbertegels, waar mogelijk, vervangen door gras. Bij speeltoestellen met een valhoogte boven de 150 cm volstaat gras niet meer als valdemping en wordt gebruikgemaakt van kunstgras. Kunstgras is waterdoorlatend (met de juiste ondergrond) en is tevens een toegankelijke ondergrond voor rolstoelen en rollators. Materiaalgebruik toestellen: De gemeente kiest bij de aanschaf van nieuwe speeltoestellen voor materialen met een lange levensduur en investeert daarmee duurzaam. Hout is, vanwege de lagere ecologische voetafdruk dan metaal, een goede keuze om de speelruimte te 12

•

verduurzamen. Bij het (her)inrichten van speelplekken let de gemeente op de locaties van het materiaal zodat de levensduur niet onnodig verkort wordt, zoals geen hout in water of ongecoat metaal langs de kust (zoutinwerking). Natuurlijk spelen: Naast het vergroenen van de speelruimte zetten we in op natuurlijk spelen. Door het toevoegen van bijvoorbeeld waterberging en afwisselende beplanting (biodiversiteit) kunnen speelplekken extra bijdragen aan de klimaatbestendigheid en duurzaamheid van de gehele openbare ruimte. Wanneer water op een speelplek aanwezig is, heeft speelveiligheid een hogere prioriteit.

2.6

Ambitie 6: Samen werken aan de speelruimte

Het is essentieel dat gebruikers mee kunnen denken over de toekomst van de speel- en beweegruimte. Vanuit de nieuwe omgevingswet wordt het belang van participatie nog eens extra benadrukt. •

•

•

•

•

Huidige situatie Gemeente Schagen heeft een actief en goed werkend participatieplatform (Samen Schagen). Bij de (her)inrichting van speel- en sportvoorzieningen kunnen bewoners kiezen tussen twee ontwerpen. Dit werkt goed, maar geeft gebruikers niet de volledige vrijheid om aan te geven wat voor hen belangrijk is. Soms komen speel- en sportvoorzieningen tot stand via bewonersinitiatieven. Helaas is gebleken dat dan niet altijd de mening van álle buurtbewoners wordt opgehaald. Het blijft noodzakelijk om alle bewoners te informeren en de kans te geven om te reageren op het inrichtingsplan via samen.schagen.nl Hoe gaan we dit aanpakken? Proces: Het blijft belangrijk om bewoners te betrekken bij de (her)inrichting, ook om middelen zoals geld, tijd, kennis en enthousiasme efficiënter in te zetten. Zo ontstaat een aanbod dat aansluit op de behoeften van bewoners en wordt de betrokkenheid en het draagvlak vergroot. In de richtlijnen voor uitvoering zijn uitgangspunten voor herinrichting en participatie opgenomen (zie 3.8). Initiatieven uit de buurt: Bewonersinitiatieven worden omarmd, mits deze binnen de uitvoerings- en financiële kaders vallen (Stroomschema initiatieven, 3.8.3). Hiermee willen we de betrokkenheid en het verantwoordelijkheidsgevoel verder stimuleren. Ook initiatieven rond het openbaar stellen van speelplekken op vakantieparken worden ondersteund.

Eigenaarschap: De betrokkenheid van gebruikers bij een speel- of sportvoorzieningen kan na realisatie worden doorgezet door samenwerkingen met de gemeente op het gebied van beheer, bijvoorbeeld in de vorm van speeltuinverenigingen zonder heffing van entreegelden. Bij zulke ideeën wordt graag meegedacht.

13

3 · Normen en kaders voor realisatie en ontwerp In dit hoofdstuk wordt toegelicht hoe en welke normen en kaders worden toegepast bij het (her)inrichten van speel- (en sport)plekken. Daarbij zijn de kaders voor uitvoering, communicatie en organisatie uitgewerkt.

3.1

Speelbuurtmodel

Om een goede ruimtelijke verdeling van speel- en beweegplekken adequaat en objectief te beoordelen, hanteren we het beslismodel van het speelbuurtmodel (figuur 3). Om te beoordelen welk speelaanbod per speelbuurt nodig is, wordt niet alleen gekeken naar het aantal kinderen of de wensen van inwoners, maar ook naar de beschikbare ruimte, speeldruk, het type buurt en eventuele barrières. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende types speelplekken (zoals speelbuurt en buurtplek, zie bijlage A). Daarnaast is beoordeeld of het speelaanbod in de buurt voldoende divers is en of er genoeg mogelijkheden op straat en in het groen zijn om in te kunnen spelen. In bijlage A wordt verder ingegaan op dit model en wordt de wijze van toepassing toegelicht bij de beoordeling van bestaande buurten, in het geval van nieuwbouw en bij de herinrichting van bestaande plekken.

14

Figuur 3 Beslismodel voor de speelruimte

15

3.2

Streefwaardennorm voor speelplekken

Om het beslismodel van het speelbuurtmodel op een onderbouwde en objectieve manier toe te passen, hanteert de gemeente de streefwaardennorm: • 0-5 jaar: (niet meer en bij voorkeur minder dan) 20 kinderen per voorziening • 6-11 jaar: (niet meer en bij voorkeur minder dan) 20 kinderen per voorziening • 12-17 jaar: (niet meer en bij voorkeur minder dan) 40 kinderen per voorziening. Deze streefwaardennorm is gebaseerd op het huidige aantal kinderen per leeftijdscategorie van 0 tot en met 5, 6 tot en met 11 en 12 tot en met 17 jaar per voorziening in de gemeente Schagen. Tijdens de participatietrajecten is geconstateerd dat er een beperkt aanbod is voor kinderen van 12 tot en met 17 jaar. Het toepassen van deze norm zal zorgen voor een betere focus op de doelgroep van 12 tot en met 17 jaar, doordat de gemeente gemiddeld (ruim) voldoet aan de norm voor de doelgroepen tot 12 jaar ((respectievelijk 16,3 en 17,0; zie tabel D2 in bijlage D), maar niet voor de doelgroep van 12 tot en met 17 jaar (46,8; tabel D2 in bijlage D). In Figuur 4 zijn de waarden van het aantal kinderen per doelgroep per gemeentekern te zien, ten opzichte van deze streefwaardennorm.

Aantal kinderen per speelplek

Voldoet Voldoet 0 t/m 11 jaar 12 t/m 17 jaar <<-

Streefwaarden(norm) 0 t/m 5 jaar: <20 kinderen per speelplek (donkergrijs) 6 t/m 11 jaar: <20 kinder per speelplek (donkergrijs) 12 t/m 17 jaar: <40 kinder speelplek (donker- en lichtgrijs)

Burgerbrug Callantsoog Dirkshorn Oudesluis Petten Schagen-Centrum Schagen-Noord Schagen-Oost Schagen-West Schagen-Zuid Schagerbrug Sint Maarten Sint Maartensvlotbrug t Zand Tuitjenhorn Waarland Warmenhuizen 0

20 20

40 40

60

80

100

120

140

Figuur 4 Huidige situatie aantal kinderen per openbare speelplek per gemeentekern. Het donkergrijze vlak geeft de streefwaarde van minder dan 20 kinderen per speelplek aan voor de leeftijdscategorieën 0 t/m 11 jaar. Het (donker-

16

en) lichtgrijze vlak geeft de streefwaarde van minder dan 40 kinderen per speelplek aan voor de leeftijdscategorie 12 t/m 17 jaar. Om aan de norm te voldoen moeten de waardes binnen de donker en/of lichtgrijze vlakken blijven.

3.3

Speelpleknorm bij nieuwbouwprojecten

Bij nieuwbouwprojecten is het lastig in te schatten hoeveel kinderen er in de toekomst binnen het projectgebied komen te wonen. Om tot een bruikbare norm te komen, heeft de gemeente gekeken naar de gemiddelde oppervlakte (in m2) speelplek per huishouden. Voor de gemeente Schagen is dit 7 m2 per huishouden. Dit is berekend door de totale oppervlakte van de 208 speelplekken in de gemeente Schagen te delen door het aantal huishoudens in de gemeente. In figuur D5 (bijlage D) is het gemiddelde oppervlak speelplek per huishouden in iedere gemeentekern te zien. De speelpleknorm bij nieuwbouwprojecten van 7 m2 speelplek per huishouden biedt houvast tijdens de planvorming bij nieuwbouwprojecten op het gebied van spelen. Bij ieder nieuwbouwproject dient per verwacht huishouden 7 m2 speelplek te worden gerealiseerd in een nieuwe speelplek, of een bestaande speelplek dient te worden uitgebreid. Door het gebruik van het gemiddelde als speelpleknorm houden we ons aan het Coalitieakkoord Schagen 2022-2026 door op een gezonde en realistische manier om te gaan met speelvoorzieningen bij nieuwbouw. Daarnaast dienen de streefwaardennormen voor het aantal kinderen te worden toegepast. Verder dient er ook bij nieuwbouwprojecten zoveel mogelijk invulling te worden gegeven aan de zes ambities.

Ten slotte wordt in bijlage A de wijze van toepassing van het speelbuurtmodel toegelicht bij de beoordeling in het geval van nieuwbouw (zowel uitbreiding als inbreiding).

17

Aantal vierkante meter speelplek per huishouden Burgerbrug Callantsoog Dirkshorn Oudesluis Petten Schagen-Centrum Schagen-Noord Schagen-Oost Schagen-West Schagen-Zuid Schagerbrug Sint Maarten Sint Maartensvlotbrug t Zand Tuitjenhorn Waarland Warmenhuizen 0

1

2

3

4

5

6

77

8

9

10

11

12

13

14

15

Figuur 5 Huidig oppervlakte (in m2) aan speelplek per huishouden in iedere gemeentekern. De dikgedrukte zwarte streep geeft de toe te passen norm en het gemiddelde van 7 m2 aan speelplek per huishouden in heel gemeente Schagen weer.

Het speelbuurtmodel, de streefwaardennorm en de speelpleknorm bij nieuwbouwprojecten zorgen voor een evenwichtige verdeling van speelplekken over de gemeente. Dit komt overeen met de oproep uit het Burgerakkoord (besluit 7.1) om de voorzieningen per kern in kaart te brengen en te zorgen voor een juiste verdeling.

3.4

Inrichtingscriteria per speelplek

3.4.1 Buurtspeelplekken Buurtspeelplekken hebben een grootte van ca. 3.0001 m2 en worden ingericht met voldoende aantrekkingskracht en capaciteit om gebruikers uit de hele (speel)buurt te ontvangen, of zelfs meerdere (speel)buurten te verbinden. Buurtspeelplekken worden daarnaast ingericht als een inclusieve speel- én beweegvoorziening met veel (vrije) ruimte en voldoende uitdaging in (natuurlijke) speelobjecten. Daarnaast wordt gezorgd voor voldoende schaduwplekken, zitplekken en ruimte voor interactie. De speeltoestellen op de buurtspeelplekken zijn geschikt voor alle 1 De omvang van de speelplek wordt gezien als de plek waar toestellen staan in hun valdempende ondergrond,

maar ook het omliggende (toegankelijke) groen of de stoep waarin of -op kinderen zonder begrenzing (hekwerk, sloot, autoweg) hun spel kunnen uitbreiden.

18

leeftijden. Buurtspeelplekken worden niet te dicht bij woningen geplaatst om (geluids)overlast te beperken. Geluidsoverlast en speelruimte Er gelden geen normen voor geluidsoverlast op speelplekken. Wat té dicht bij woningen is, moet daarom ook per situatie worden beoordeeld (type woningen, type spelfuncties, materialen, type doelgroep). 3.4.2 Kleine (blok)speelplekken Kleine speelplekken hebben een grootte van ca. 500 m2 en bedienen vooral direct omwonenden, vaak jonge kinderen die nog niet zelfstandig naar de buurtspeelplek kunnen. Kleine speelplekken liggen beschut in de woonomgeving, zodat er goede sociale controle mogelijk is. Het aanbod op kleine speelplekken is gericht op kinderen van 2 tot 12 jaar. Er worden geen voorzieningen specifiek voor kinderen onder de 2 jaar geplaatst. Deze speeltoestellen worden erg weinig gebruikt en zijn heel snel niet uitdagend genoeg meer. De gemeente wil zich richten op de grote centrale speelplekken die bereikbaar en geschikt zijn voor alle kinderen, waarvan ook de kleinste kinderen onder ouderlijk toezicht gebruik kunnen maken. Binnen een speelbuurt wordt gevarieerd in toestelmateriaal (natuurlijk hout, traditioneel hout, metaal, kunststof). In sommige buurten is het niet nodig om kleine speelplekken in te richten met reguliere speeltoestellen. In dat geval volstaat bespeelbaar groen (grasveldje, tiny forest, ravotplek of struinplek).

3.4.3 Speelhoekjes Speelhoekjes zijn kleine speelplekken met één of twee kleine speeltoestellen. Vanwege de beperkte speelmogelijkheden en de gemeentelijke wens voor samenspelen, wordt bij het herinrichten van speelhoekjes onderzocht of extra toestellen nodig zijn of dat deze beter kunnen worden verplaatst om grotere centrale speelplekken te creëren. 3.4.4 Sportplekken Sportplekken hebben een grootte van minimaal 500 m2 en bestaan uit diverse sportelementen, zoals voetbaldoelen, basketbalpalen, volleybalnetten en/of tafeltennistafels. Voor alle inwoners is een grote sportplek (skatebaan, basketbalveld, voetbalveld met kunstgras) beschikbaar binnen 1 km. Als de vraag groter is dan het aanbod kunnen afspraken gemaakt worden met sportverenigingen om deze locaties open te stellen om het aanbod te vergroten. Op zowel kleine als grote locaties versterken we het sport- en beweegaanbod. Dit komt neer op een verbetering van het huidige aanbod (bijvoorbeeld een sportcourt in plaats van een trapveld met doelen) of juist een uitbreiding van het plaatselijke aanbod. Verder kan gedacht worden aan het verbeteren van de faciliteiten, zoals een watertappunt of ontmoetingselementen. 3.4.5 Omvormplekken Kleine speelplekken of speelhoekjes die niet noodzakelijk zijn voor een goed(e) spreiding en totaalaanbod worden, wanneer deze moeten worden vervangen, eventueel ingericht zonder toestellen.

Dit blijven formeel gezien speelplekken, maar deze worden groen ingericht. Omvormplekken worden eventueel aangevuld met speelaanleidingen (stapstammen, wilgenhutten of zwerfkeien). Deze moeten dan wel voldoen aan de Warenwetbesluit attractieen speeltoestellen (WAS). 3.4.6 Een rookvrije speel- en sportomgeving Kinderen en jongeren horen in een veilige en gezonde omgeving te spelen en sporten. Gemeente Schagen zet zich daarom in voor rookvrije speel- en sportplekken. Rookvrij gedrag wordt aangemoedigd. Bij scholen worden rookvrije zones voor de buitenruimte aangewezen. In 2022 zijn niet-roken-tegels bij de ingang van de speel- en sportplekken aangebracht. Dit maakt mensen meer bewust van hun gedrag, en draagt bij aan een gezondere leefomgeving. 19

3.4.7 Jeu de boulesbanen De gemeente realiseert alleen jeu de boulesbanen als er genoeg vrijwilligers zijn die de banen willen adopteren. De vrijwilligers voeren het dagelijks onderhoud uit, zoals het onkruidvrij houden en egaliseren van de banen. De gemeente levert toplaagmateriaal wanneer dat nodig is. Zo creëren we maatschappelijke betrokkenheid en raken de banen niet meer in verval nadat ze zijn gerealiseerd. 3.4.8 Zandbakken In het verleden is gebleken dat openbare zandbakken vanuit hygiënisch oogpunt niet voldoende te onderhouden zijn. Door het veelvuldig gebruik door katten als kattenbak, zijn zandbakken niet goed schoon te houden. Er zullen geen nieuwe zandbakken meer worden gerealiseerd en de bestaande zandbakken zullen aan het einde van hun levensduur niet meer worden vervangen. 3.4.9 Afscherming voor water en verkeer Bij watergangen en wegen in de nabijheid van speelplekken plaatst de gemeente geen hekken of andere afscheidingen. Kinderen die nog niet kunnen zwemmen, moeten altijd onder toezicht van ouders of begeleiders spelen; er is immers overal water in onze gemeente, ook net buiten de speelplekken. Bovendien is water ook een leuke en leerzame speelaanleiding die bereikbaar moet blijven voor kinderen die bijvoorbeeld kikkers willen vangen of met een vlot willen varen. Alleen bij speelplekken op heel korte afstand van drukke wegen of sloten nemen we maatregelen.

3.5

Inrichtingscriteria toegankelijkheid en inclusiviteit

Bij de (her)inrichting van alle speel- en sportplekken wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met toegankelijkheid en inclusiviteit: hierbij kan gedacht worden aan het toegankelijk maken van speelvoorzieningen voor rolstoelgebruikers. Maar er zijn veel verschillende soorten beperkingen, bijvoorbeeld een visuele of verstandelijke beperking. Sommige mensen zijn mentaal kwetsbaar, anderen zijn neurodivers. Meer informatie kan worden gevonden op de website https://speeltuinbende.nl/ van de stichting Het Gehandicapte Kind. Daarnaast streeft de gemeente ernaar om iedere speelplek voor iedereen toegankelijk te maken. We realiseren bankjes en ontmoetingsplekken zodat de speelplekken ook toegankelijk en uitnodigend zijn voor senioren en kunnen dienen als ontmoetingsplekken voor jong en oud. 3.5.1 Bereikbaarheid speelplek en speeltoestellen Een eerste vereiste is dat iedereen een speelplek kan betreden, ook met een hulpmiddel voor mobiliteit. Simpele ingrepen, zoals het verlagen van stoepen en het verwijderen van hekwerk, kunnen de toegankelijkheid al sterk verbeteren. Dit helpt niet alleen de rolstoelgebruiker, maar ook mensen met een rollator of een kinderwagen. De tweede stap is het bereikbaar maken van speeltoestellen. Dit kan door een (verhard) pad dat (dicht)bij de speeltoestellen loopt, goed te onderscheiden van de overige ondergrond(en).

Daarnaast kan het maaibeleid op een aantal speelplekken worden aangepast. Tot slot moet iedereen van de speelplek gebruik kunnen maken. Niet alleen als speelplek, maar ook als ontmoetingsplek waar senioren, jongeren en ouders van kinderen elkaar kunnen ontmoeten. Hiervoor zet de gemeente zich in door voldoende rekening te houden met bankjes en ontmoetingsplekken bij de speelplekken. 3.5.2 Inclusieve toestelkeuze Als er ruimte is wordt het toestelaanbod voor samenspel en toegankelijkheid verbreed. Het toepassen van (rolstoel)hellingen, (rolstoel)schommels, water- en zandspeelplekken (geen zandbak), losliggend groen materiaal en toestellen die fantasiespel stimuleren zijn goede inclusieve opties die uitdagend zijn voor iedereen. Ten slotte wordt gedacht aan voldoende 20

zintuigprikkelende elementen en grijppunten. Inclusieve toestellen worden niet in een aparte hoek van de speelplek geplaatst. Het gaat immers vooral om samenspel en inclusiviteit.

3.6

Inrichtingscriteria klimaatbestendigheid en duurzaamheid

3.6.1 Altijd kijken naar de mogelijkheden voor vergroening Een groene speelruimte levert een noodzakelijke bijdrage aan de bespeelbaarheid, leefbaarheid en klimaatbestendigheid van de openbare ruimte en vergroot de diversiteit van het speelaanbod. Om die reden wordt bij de inrichting van speelplekken altijd gekeken naar de mogelijkheden voor vergroening en het behoud van zoveel mogelijk groen. Kansen voor speelmogelijkheden worden altijd onderzocht. Waar mogelijk betrekken we bosjes en waterpartijen in de buurt van speelplekken om extra speelwaarde te benutten. 3.6.2 Vergroening ondergronden en planten van bomen Ondergronden worden vergroend als de valhoogte lager is dan 150cm. Als een plek intensief wordt bespeeld waardoor een grasondergrond te snel uitslijt en niet voldoende tijd heeft voor herstel, of als toegankelijkheid voor rolstoelgebonden bewoners nodig is, kan toch (deels) een kunstmatige ondergrond of verharding nodig zijn. In deze gevallen wordt voor kunstgras gekozen. In de zomer is het steeds vaker te heet om in de zon te spelen. We gaan bomen planten bij speelplekken zodat de kinderen ook op hete dagen lekker buiten kunnen spelen.

• • • • •

3.6.3 Meekoppelkansen ecologie Het koppelen van ecologie aan de herinrichting van speelplekken kan bijdragen aan de bevordering van biodiversiteit en het behoud van de natuurlijke omgeving. Hieronder een aantal opties waarmee rekening wordt gehouden: Bijenkasten en bloemenweides kunnen de biodiversiteit bevorderen en kinderen leren over het belang van bijen. Vogelhuisjes en nestkasten dragen bij aan het behoud van vogels en bieden educatieve kansen. Natuurlijke hekken, zoals heggen en struiken, zijn een ecologisch alternatief voor traditionele hekken en bieden een thuis voor verschillende dieren. Waterpartijen kunnen de biodiversiteit stimuleren. Composthopen en insectenhotels dragen bij aan het behoud van de natuurlijke omgeving en leren kinderen over voedingsstoffenkringlopen en biodiversiteit.

3.7

Veiligheid en particuliere toestellen in openbare ruimte

De gemeente is juridisch aansprakelijk als er iets in de openbare ruimte gebeurt. Daarom wordt altijd gekeken of toestellen en initiatieven voldoen aan EU-veiligheidseisen. Alleen toestellen die voldoen aan het Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen (WAS) worden toegepast. Wanneer natuurlijke speeltoestellen worden toegevoegd aan gewone, traditionele speeltoestellen, moeten zij gekeurd en gecontroleerd worden middels een logboek en keuringsbewijs. Particuliere toestellen in de openbare ruimte worden geaccepteerd als deze aan het einde van de dag weer terug naar huis kunnen worden gebracht. Daarnaast moet er altijd toezicht mogelijk zijn. Er wordt in deze gevallen pas gehandhaafd als er een melding binnenkomt. Toestellen met een hoog risico, zoals een zwembad(je) of trampoline, zijn niet toegestaan in de openbare ruimte. Hutten worden gedoogd in de zomerperiode, zolang er geen klachten komen, het niet te erg vervuild raakt en het niet gevaarlijk is voor andere kinderen.

3.8

Kaders voor organisatie en communicatie

3.8.1 Communicatiestrategie 21

Het is belangrijk om goed met inwoners te communiceren over aankomende veranderingen. Hiervoor moet een communicatieplan worden opgesteld. Naast een (wijkgericht) participatietraject over de uitvoering zelf (planvorming), is het belangrijk om bewoners (kinderen en volwassenen) goed voor te lichten over hoe de speelruimte beoordeeld wordt en hoe de keuzes tot stand komen. Hierbij worden bewoners geïnformeerd over het tijdspad voor uitvoering (welke buurt wanneer aan de beurt is), maar ook over de mogelijkheden van spelen zonder speeltoestellen. 3.8.2 Integrale afstemming Bij uitvoering moet altijd gekeken worden naar andere trajecten die gepland staan voor een kern of buurt. Grote groenrenovaties bieden mogelijkheden om op aan te sluiten, maar ook de renovatie van het riool en/of bestrating is een prima moment om gelijktijdig een speelplek op te pakken. Hierdoor kunnen werkzaamheden gecombineerd worden (participatie met de buurt, grondwerk, verhardingen, groenaanplant etc.) en beschikbare budgetten zo efficiënt mogelijk worden ingezet. Andere trajecten hoeven niet alleen binnen het gemeentehuis gezocht te worden. Sportstimuleringstrajecten, grote evenementen of trajecten van natuurorganisaties, sportverenigingen, jongerenwerkers (LINK) kunnen ook aangegrepen worden om de openbare speelruimte te verbeteren.

3.8.3 Bewonersinitiatieven en participatie Mede door de invoering van de Omgevingswet en het uitdaagrecht krijgen bewoners meer zeggenschap. Door middel van beleid omtrent participatie en bewonersinitiatieven in de gemeente Schagen geven we hier invulling aan2. Door middel van een duidelijk proces worden bewonersinitiatieven behandeld en worden de initiatiefnemers door het proces geholpen. Door samen te werken met de bewoners zorgen we voor draagvlak en eigenaarschap, en wordt betrokkenheid en verantwoordelijkheidsgevoel gestimuleerd. De bewoners weten namelijk vaak het best wat er speelt in de leefomgeving. In het beleid omtrent participatie en bewonersinitiatieven in de gemeente Schagen is een proces uitgewerkt dat ook voor de initiatieven voor speelplekken/-voorzieningen geldt. Dit proces kent meerdere voorwaarden waaraan het initiatief en de initiatiefnemer(s) moeten voldoen. Binnen deze voorwaarden gelden specifieke aspecten op het gebied van speelplekken en -voorzieningen. Om een initiatief omtrent speelplekken en -voorzieningen te kunnen toetsten aan de voorwaarden en specifieke aspecten, moeten er eerst meerdere documenten worden aangeleverd: • Ontwerp (tekening). • Schriftelijke onderbouwing van het initiatief. • Draagvlakonderzoek. • Financieringsplan. • Overzicht van personele en materiële inzet (bijv. vrijwilligers, aannemers, etc.). • (Grove) planning.

• Onderhoudsplan. De specifieke aspecten worden gesteld om initiatieven voor speelplekken en -voorzieningen te kunnen toetsen aan beleid, kwaliteitseisen en data op het gebied van spelen: • Voldoet het initiatief aan de streefwaardennorm? • Voldoet het initiatief aan het speelbuurtmodel? • Indien van toepassing moet het initiatief aan de speelpleknorm bij nieuwbouwprojecten voldoen? • Voldoet het initiatief aan de Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen (WAS)? • Voldoet het onderhoudsplan? • Is de verkeerssituatie rondom de locatie van het initiatief veilig bereikbaar? • Worden er duurzame en milieuvriendelijke materialen gebruikt in het initiatief? 2 Ten tijde van schrijven is dit beleid nog in ontwikkeling

22

• • • •

Wat is de ecologische impact van het initiatief? Sluit het initiatief aan bij de ruimtelijke visie van de gemeente? Draagt het initiatief visueel bij aan een aantrekkelijk straatbeeld en publieke ruimte? Houdt het initiatief rekening met andere functies van de openbare ruimte, zoals groenvoorzieningen en verkeersdoorstroming?

23

4 · Financiën In dit hoofdstuk is de huidige vervangingsopgave in beeld gebracht en vergeleken met de beschikbare middelen. Verder zijn de gestelde beleidsambities en de bestaande behoeften geconcretiseerd in verschillende scenario's voor het beschikbaar maken van extra budget.

4.1 Vervangingsopgave en behoefte Elke speeltuin in de gemeente Schagen wordt na ongeveer 15 jaar vervangen. Dit is niet alleen nodig om de veiligheid en kwaliteit te waarborgen, maar biedt ook een kans om keuzes te maken die aansluiten bij de nieuwe beleidsambities en de behoeften van de inwoners. De gemeente heeft in januari 2024 in totaal 208 openbare speelplekken. De totale herinvesteringswaarde van deze speelplekken is € 6.294.112,- inclusief btw, wat neerkomt op een gemiddelde waarde van € 30.000,- per speelplek. In de begroting is een vervangingsinvesteringswaarde van € 450.000,- opgenomen. Dit begrote bedrag is in de komende vijf jaarschijven niet toereikend gebleken op basis van de geactualiseerde vervangingsinvesteringen. Om het huidige areaal aan speel- en beweegvoorzieningen te behouden, dient de begroting te worden bijgesteld. Met een toereikende begroting borgen we de tijdige vervanging, waarmee we achteruitgang voorkomen, veiligheid en toegankelijkheid waarborgen, en hogere kosten op lange termijn vermijden. Het jaarlijkse bijstellingsbedrag is te vinden in de financiële uitwerking (zie bijlage F). Het jaarlijkse onderhoudsbudget is tot nu toe geraamd op ongeveer € 81.000,- (tot en met 2028) en wordt gebruikt voor veiligheidscontroles, registratie, reparaties en regulier onderhoud. Daarnaast is geconstateerd dat dit exploitatiebedrag niet toereikend is.

Er is een structurele verhoging van het exploitatiebudget nodig van € 20.000 per jaar om het onderhoud goed uit te kunnen voeren. Daarnaast is het belangrijk om prijsstijgingen op te vangen door het vervangingsbudget elk jaar aan te passen aan de inflatie. Jaarlijks wordt voor de speeltuinen die vervangen moeten worden een bedrag opgenomen in de begroting. Hierbij wordt uitgegaan van een 1-op-1 vervanging. Met het beschikbare budget kan niet alles tegelijk worden aangepakt. Daarom kiest de gemeente zorgvuldig welke speelplekken het eerst worden vernieuwd of verbeterd. Hierbij wordt niet alleen gekeken naar technische noodzaak, maar ook naar hoe de vernieuwingen bijdragen aan de beleidsdoelen, zoals duurzaamheid, inclusiviteit en ontmoeting. Door gericht te investeren in zorgvuldig geselecteerde locaties kan de gemeente stap voor stap inspelen op de behoeften van inwoners en de ambities uit het nieuwe beleid realiseren. Uit de participatietrajecten blijkt dat er vooral vraag is naar meer speelplekken voor jongeren van 12 tot en met 17 jaar. In Burgerbrug, Schagen-Oost, ’t Zand, Tuitjenhorn, Waarland en Warmenhuizen is er daarnaast een duidelijke behoefte aan speelplekken voor kinderen tot en met 11 jaar. Bij het vervangen van speelplekken speelt de gemeente in op deze behoeften, zodat de speelruimtes beter aansluiten bij wat inwoners willen.

Meer details over de keuzes en prioriteiten zijn te vinden de paragrafen 4.2 en 4.3.

4.2 Investeringskosten De uitvoering van de beleidsambities wordt zoveel mogelijk gekoppeld aan de herinrichting van speel- en sportplekken. Om de zes beleidsambities te realiseren, richten wij ons op het ontwikkelen van centrale, inclusieve speelplekken. Dit willen we realiseren door het opwaarderen van bestaande speelplekken, in het ideale geval één in elk van de 17 kernen die de gemeente Schagen kent. Gebaseerd op de streefwaardennorm bestaat er echter enkel in 11 van de 17 kernen ook daadwerkelijk een behoefte. 24

Uit de Analyse- en aanbevelingskaarten van Speelplan BV (Bijlage E) blijkt dat er in meerdere speelbuurten van zowel Tuitjenhorn, Warmenhuizen als Waarland een ruimtelijk tekort is van één speelplek. In twee speelbuurten zijn inmiddels nieuwe speelplekken gerealiseerd. Het omvormen van een bestaande speelplek naar een centrale, inclusieve speelplek kost gemiddeld € 30.000,- per speelplek. Dit bedrag komt bovenop de herinvesteringswaarde van de speelplek. Voor het realiseren van volledig nieuwe speelplekken is een bedrag van € 35.000,- per speelplek nodig. Deze kosten zijn gebaseerd op de gemiddelde vervangingswaarde, inclusief aanlegkosten.

4.3 Scenario's Binnen de totale opgave zijn er scenario’s voor het beschikbaar stellen van extra budget uitgewerkt. Scenario A betreft het ideale geval, waarbij per kern één speelplek wordt opgewaardeerd. Met scenario B wordt rekening gehouden met de bestaande behoefte op basis van de streefwaardennorm ten opzichte van scenario A. Onder scenario B wordt in 11 kernen een speelplek opgewaardeerd. De situatie waarbij er geen speelplekken worden opgewaardeerd, is het scenario 'Bijstelling bestaand areaal'. Voor ieder scenario zijn de vooren nadelen uitgewerkt. De voorgestelde investeringen worden afgestemd op de vervangingsdata van de geselecteerde speelplekken. De resulterende afschrijvings-, exploitatie- en rentekosten per scenario zijn terug te vinden in bijlage F. Deze kosten zijn berekend over de eerste vijf jaarschijven vanaf 2025 (tabel 1). Bijstelling bestaand areaal: Enkel bijstellen van het begrote investerings- en exploitatiebudgetten. • Beschrijving: Alleen de begroting en bijbehorend exploitatiebudget wordt bijgesteld. Dit betekent dat bij de vervanging van bestaande speelplekken binnen het vervangingsbudget zoveel mogelijk invulling wordt geven aan de zes ambities. • Concreet: Er worden geen extra speelplekken gerealiseerd en geen speelplekken opgewaardeerd. • Voordelen: Geen extra investering nodig bovenop de bij te stellen begroting en onderhoudsbudget.

• Nadelen: De doorlooptijd is 15 jaar. Er is geen extra financiële ruimte. Dit betekent dat er keuzes gemaakt moeten worden bij de vervanging van een speelplek die recht doen aan de ambities en behoeftes. Bijstelling bestaand areaal Totaal extra benodigd budget

2025

2026

2027

2028

2029

€0

€ 22.453

€ 28.795

€ 20.209

€ 20.129

Scenario A: Gemeentebrede kwalitatieve en kwantitatieve verbetering van de speelplekken. • Beschrijving: Maximale inzet op de zes beleidsambities in elke kern van de gemeente. • Concreet: Drie nieuwe speelplekken, zeventien op te waarderen speelplekken tot centrale inclusieve speelplek (in iedere kern een centrale inclusieve speelplek) • Financiële consequenties: Scenario A Totaal extra benodigd budget o

2025 €0

2026 € 22.453

2027 € 40.379

2028 € 34.952

2029 € 40.789

Binnen de eerste vijf jaarschijven worden 7 van de 17 opwaarderingen gerealiseerd, gelijktijdig met de bestaande vervangingsopgave. 25

o • •

Drie nieuwe plekken worden aangelegd.

Voordelen: de gemeente zet actief in op de behoefte op het gebied van speelvoorzieningen, en toont maximale inzet op alle zes de gestelde ambities. Nadeel: Scenario A heeft de grootste investerings- en gevolgkosten voor de exploitatie.

Scenario B: Gerichte beperkte kwalitatieve en kwantitatieve verbetering van de speelplekken. • Beschrijving: Naast de drie nieuwe speelplekken worden enkel in de kernen met een behoefte op basis van de streefwaardennorm bestaande speelplekken omgevormd. • Concreet: Drie nieuwe speelplekken, elf op te waarderen speelplekken. • Financiële consequenties: Scenario B Totaal extra benodigd budget

2025 €0

2026 € 22.453

2027 € 37.599

2028 € 32.192

2029 € 35.269

Binnen de eerste vijf jaarschijven worden 6 van de 11 opwaarderingen gerealiseerd, gelijktijdig met de bestaande vervangingsopgave. o Drie nieuwe plekken aangelegd. Voordelen: Hiermee wordt ingespeeld op de grootste behoefte, en in een deel van de kernen wordt actief invulling geven aan de zes gestelde ambities. Nadelen: In de kernen waar geen behoefte bestaat wordt geen actieve invulling geven aan de gestelde ambities. o

• •

Een volledige financiële uitwerking van de scenario’s is opgenomen in bijlage F, Financiële uitwerking scenario’s. In de uitwerking is rekening gehouden met twee bewonersinitiatieven die onder het speelbeleid geschaard kunnen worden.

26

Tabel 1: Keuzes binnen nieuw te realiseren en om te vormen speelplekken Scenario

Aantal locaties

Om te vormen speelplekken (waaronder de pumptrack en rolschaatsbaan) Aantal locaties

3

17

3

11

0

0

Nieuw te realiseren speelplekken

A - Gemeente-breder kwalitatieve en kwantitatieve verbetering van de speelplekken B - Gerichte beperkte kwalitatieve en kwantitatieve verbetering van speelplekken C - Verbetering binnen de vervangingsopgave

Tabel 1 Aan de hand van deze keuzes kan het investeringsbudget voor het Samen Speelbeleid worden vastgesteld.

Uit de Analyse- en aanbevelingskaarten van Speelplan BV (Bijlage E) is aan de hand van het speelbuurtmodel bepaald dat er 35 kleine speelplekken in aanmerking komen om na het verlopen van de onderhoudstermijn niet meer te vervangen, omdat ze niet van toegevoegde waarde zijn door de nabijheid van een andere speelplek. Door het laten vervallen van deze (veelal) kleine speelplekjes komen de herinvesteringskosten te vervallen. Het is hierbij wel belangrijk om te realiseren dat het laten vervallen van de 35 aangemerkte kleine speelplekken afhankelijk is van een aantal factoren, zoals het actieve gebruik waardoor bewoners niet zouden willen dat een kleine speelplek komt te vervallen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15577546/1