CConstaterende datSchagen
Koppel je AI →
Document · PDF

beantwoording zienswijze en besluitvorming (2)

Gemeenteraad 17 februari 2026, gemeente SchagenBij agendapunt: Voorweg naast 24 in Callantsoog, weigering Verklaring Van Geen Bedenking1.431 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nota van zienswijze 1.

20 mei 2025

Terughoudendheid en precedentwerking

U stelt dat de realisatie van een woning Ieidt tot een ongewenste verdichting en precedentwerking. Dit argument is niet nieuw en was reeds onderdeel van de eerdere afwijzing. Echter, de feitelijke situatie ter plaatse en de uitgangspunten van het bestemmingsplan "Boskerpark" tonen aan dat de Voorweg een lintkarakter heeft en dat woningbouw binnen dit lint past. In de bestemmingsplantoelichting is expliciet opgenomen dat de nieuwe woningen aan de Voorweg de lintbebouwing versterken. Uw argument dat dit perceel daar niet onder valt, is onvoldoende gemotiveerd. Bovendien heeft de gemeente eerder vergunningen verleend voor woningbouw in vergelijkbare situaties, waarmee precedentwerking geen valide argument is. Reactie op zienswijze: Allereerst dient gezegd dat de eerder verleende vergunningen voor vergelijkbare situaties niet nader zijn onderbouwd. Er kan derhalve niet worden aangetoond dat er sprake zou zijn van een vergelijkbaar geval onder vergelijkbare omstandigheden. Zoals ook uit de uitspraak van de rechtbank van 17 oktober 2024: blijkt stelt de rechtbank vast dat de aanvraag in strijd is met het bestemmingsplan en dat terecht gebruik gemaakt is van de Uniforme openbare voorbereidingsprocedure (Uov). Daarmee staat ook vast dat het verlenen van ontheffing van het bestemmingsplan een bevoegdheid is en geen verplichting. 2.

Beoordeling binnen de Omgevingsvisie

U stelt dat het plan niet past binnen de Omgevingsvisie en daarom niet kan worden toegestaan. Echter, het perceel ligt in een gebied waar in de visie uitbreiding van woningbouw niet volledig is uitgesloten. De gemeente gaat voorbij aan de ruimtelijke onderbouwing die is meegeleverd bij de aanvraag en onderbouwt niet waarom een enkele woning op deze locatie in strijd zou zijn met het gemeentelijke beleid, terwijl vergelijkbare ontwikkelingen elders wel doorgang hebben gevonden. Reactie op zienswijze: In de ‘Omgevingsvisie Schagen’ hebben wij onder andere in speerpunt 3 aangegeven dat: -

We bouwen in en rond de kernen op terreinen die eerst een andere functie hadden. (bijvoorbeeld een school of een bedrijf)

-

We bouwen ook op nieuwe plekken. Zoals plekken aan de randen van dorpen en van de stad. Op de visiekaart is te zien waar woningbouw aan de rand van de kernen, dus buitenstedelijk, mogelijk is.

Zowel de raad als het college hebben zich op het standpunt gesteld dat zij veel waarde hechten aan het behoud van de agrarische bedrijvigheid in het buitengebied en voorst dat het toevoegen van nietagrarische functies zoals wonen dient te worden voorkomen. Slecht in een beperkt aantal gevallen werkt de gemeente mee aan het toevoegen van nieuwe woningen in het landelijk gebied. Vaststaat dat de visiekaart geen woningbouw aangeeft. Op onderstaande kaart is te zien dat de planlocatie nabij Grote Keeten is gelegen en geen aanduiding (zwart huisje) heeft voor woningbouw. Onder andere Callantsoog en ’t Zand zijn daarvoor exclusief aangewezen.

Bij beantwoording ons kenmerk vermelden.

Pagina 1 van 4

Bovendien moet woningbouw in overeenstemming zijn met de provinciale Omgevingsverordening NH2022. Zo bepaald Artikel 6.18a Woningbouw in of aan een kern of dorpslint dat: Voor zover een omgevingsplan van toepassing is op het werkingsgebied Landelijk gebied kan het uitsluitend voorzien in een woningbouwontwikkeling als het gaat om een locatie die is gelegen in of aan een kern dan wel in of aan een dorpslint. Het onderhavige bouwplan voldoet niet aan bovenstaande kenmerken. Het plan is immers niet gelegen aan de kern van Groote Keeten (of Callantsoog) of aan het dorpslint. 3.

Verklaring van geen bedenkingen

U verwijst naar een besluit van de gemeenteraad van 3 januari 2013, waarin bepaalde categorieën van gevallen zijn aangewezen waarvoor geen verklaring van geen bedenkingen is vereist. Echter, zoals ook in de beroepsprocedure is vastgesteld, ontbreekt dit besluit in de officiële bekendmakingen en heeft de gemeente hier niet aantoonbaar naar gehandeld. Dit betekent dat een weigeringsbesluit zonder toetsing door de raad mogelijk onrechtmatig is. Daarnaast is de vraag of het college in dit specifieke geval een verklaring had moeten aanvragen, mede gezien de gewijzigde beleidskaders in latere jaren. Reactie op zienswijze: Vaststaat dat de gemeenteraad op 3 januari 2013 een besluit heeft genomen. Uit de eerder aangeleverde stukken blijkt ook dat dit besluit op 13 april 2013 is gepubliceerd. Het besluit kan, voor zover van belang, worden geclassificeerd als een besluit van algemene strekking, niet zijnde een algemeen verbindend voorschrift. Pagina 2 van 4

Tot 1 juli 2021 regelde artikel 3:42 van de Algemene wet bestuursrecht Awb dat besluiten moesten worden bekendgemaakt door kennisgeving in een of meer dag-, nieuws-, of huis-aan-huisbladen, of op andere geschikte wijze. Publicatie op de gemeentelijke website of in een gemeentelijke krant voldeed daaraan. De publicatie op 13 april 2013 voldeed daaraan en is daarmee rechtsgeldig. Met de inwerkingtreding van de Bekendmakingswet op 1 juli 2021 is het publicatieregime gewijzigd. Op grond van de Bekendmakingswet moeten gemeenten besluiten van algemene strekking elektronisch bekendmaken in een gemeenteblad via officiëlebekendmakingen.nl. Dat het besluit van 2 januari 2013 niet op officielebekendmakinge.nl terug te vinden is is dan ook verklaarbaar. Voor wat betreft de verklaring van geen bedenkingen kan gezegd dat de rechtbank er aan voorbij gaat dat de bevoegdheid van het college alleen gericht is op het weigeren van een aanvraag. Niet ingezien wordt waarom er sprake zou zijn van een cirkelredenering. De categorieën van gevallen gaan kortgezegd van het volgende uit. a.

VVGB niet vereist voor plannen binnen beleidskader

b.

VVGB niet vereist voor plannen in strijd met beleidskader, maar geringe impact

c.

VVGB niet vereist voor plannen in strijd met beleidskader, maar die geweigerd worden.

De onderdelen a, b en c zijn als zelfstandige onderdelen te beoordelen en zijn niet in conflict met elkaar. Plannen in strijd met het beleidskader kunnen derhalve geweigerd worden zonder tussenkomst van de gemeenteraad in die gevallen waarbij de gemeenteraad vooraf al zeggenschap heeft gehad over het beleidskader. Nu in de ontwerpbeschikking onomstotelijk is vastgesteld dat het plan met de omgevingsvisie in strijd is, wordt ook aan dat beginsel voldaan. Bovendien is de regel niet dusdanig ruim of voor interpretatie vatbaar dat deze wegens onduidelijkheid onverbindend moet worden verklaard. 4.

Beoordeling van de fysieke leefomgeving

U stelt dat de aanvraag onvoldoende informatie bevat om de effecten op de fysieke leefomgeving te beoordelen. Dit argument is onhoudbaar, aangezien reeds een AERIUS-berekening is overgelegd. Indien de gemeente aanvullende informatie wenste, had dit in de procedure kunnen worden opgevraagd. De stelling dat er sprake is van een onvolledige aanvraag wordt niet onderbouwd met een concrete opsomming van ontbrekende stukken. Hierdoor ontbreekt een deugdelijke motivering voor de weigering op deze grondslag. Reactie op zienswijze: Onder verwijzing naar de uitspraak van de rechtbank van 17 oktober 2024 (HAA23/2774) is reeds in de overweging 5.1 t/m 5.3 bevestigd dat “Het college hoefden eisers daarom niet de mogelijkheid te geven om de aanvraag aan te vullen. Uit de stukken en wat is gezegd op de zitting begrijpt de rechtbank dat een (meer) volledige aanvraag waarschijnlijk niet tot een ander besluit had geleid.” Dat dit hier nu opnieuw wordt aangevoerd leidt dan ook niet tot een ander oordeel van het college. Dit te meer omdat er geen sprake is van andere feiten of omstandigheden. 5.

Inrit en uitweg

De afwijzing van de inritvergunning is volledig gebaseerd op de afwijzing van de woning. Aangezien de afwijzing van de woningbouw op onjuiste en onvoldoende gronden is gebaseerd, geldt dat ook voor de afwijzing van de inrit. Bovendien wordt niet gemotiveerd waarom een nieuwe inrit niet zou passen binnen het geldende beleid, terwijl voor andere percelen in de omgeving wel inritten zijn toegestaan.

Pagina 3 van 4

Reactie op zienswijze: Omdat wij geen medewerking willen verlenen aan het oprichten van een nieuw te bouwen woning is de noodzaak voor het aanleggen van een extra inrit niet aanwezig. Daarbij kan ten overvloede nog worden aangegeven dat elke inrit/uitweg vanuit oogpunt van verkeersveiligheid een potentieel risico met zich meebrengt. Beleidsmatig wordt daarom het aantal inritten/uitwegen tot een minimum beperkt. Conclusie: De ingediende zienswijze leidt niet tot een heroverweging van het standpunt van het college. De gronden die zijn aangevoerd zijn onvoldoende onderbouwd, vinden geen steun in het geldende ruimtelijke beleid of in wet- en regelgeving, en zijn reeds afdoende besproken in eerdere besluitvorming en jurisprudentie. De aanvraag is terecht geweigerd, gelet op strijdigheid met het bestemmingsplan, de gemeentelijke Omgevingsvisie, de provinciale Omgevingsverordening NH2022 en het ontbreken van noodzakelijke beleidsmatige inpasbaarheid. Ook de kritiek op het ontbreken van een verklaring van geen bedenkingen mist feitelijke en juridische grondslag, nu het gemeentelijk beleid op correcte wijze is toegepast en het besluit uit 2013 rechtsgeldig bekend is gemaakt. Aanvullende motieven, zoals het ontbreken van noodzaak voor een inrit, zijn bovendien beleidsmatig verdedigbaar.

Pagina 4 van 4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16431883/1