Beantwoording vragen D66 Buitenvaert
Tekst van het document
Schagen Schriftelijke vraag/vragen aan
het college
Onderwerp
Oordeelsvormende vergadering van 12 januari 2021 Agendapunt 5 vaststellen bestemmingsplan Buitenvaert, Schagerbrug
Indiener van de vraag/vragen Datum indiening
Harry Vogel 7 januari 2021
Inleiding en aanleiding Waardering heeft D66 vast te kunnen stellen dat de wethouder nu het zinvol is weer aan de slag gaat met het plan Buitenvaert. Het toont de dadingsdrang van onze wethouder en zijn betrokkenheid met woningzoekenden binnen de gemeente, hoewel we de overtuiging hadden willen hebben voor deze locatie het bijvoeglijk naamwoord “alle” voor te kunnen zetten. Deze voortvarendheid roept echter om meerdere redenen gemengde gevoelens op. Enerzijds omdat bij het eerdere plan D66 twijfels had over de procedure. In onze ogen was het formeel-juridisch niet zinvol om tegen de provinciale regelgeving in te gaan. Het was te voorzien dat de indertijd aan de weilanden, qua inrichting en menu, gegeven kwalificatie van een driesterrenrestaurant voor vogels en bodemleven door het agrarisch beheer niet langer houdbaar was. Daarnaast was duidelijk dat ook in het licht van de demografische ontwikkelingen gezocht moest worden naar bouwlocaties. Buitenvaert was een mogelijkheid. Wij adviseerden om te wachten op de Omgevingsverordening 2020. En op dat punt zijn we nu gekomen. Anderzijds toont de wethouder minder voortvarendheid bij een ander woningbouwproject binnen Schagerbrug, althans die schijn wordt gewekt, te weten de ontwikkeling van het VESDO terrein.
Terwijl dit terrein notabene in eigendom is van de gemeente en de woningbouwvereniging staat te springen om te gaan bouwen voor de doelgroepen waarin aan Schagerbrug behoefte is. Wij constateren uit de punten 1 t/m 15 van de allonge van januari/februari 2018 dat met de uitspraak van de Raad van State de werking van de Overeenkomst van 16 december 2009 formeel is geëindigd. Daarmee is een nieuwe situatie ontstaan die kansen kan bieden. De oude aanbod gestuurde ontwikkeling had kunnen worden omgebogen naar een meer vraag gestuurde ontwikkeling! Wij constateren dat die kansen niet zijn gegrepen. Jammer! Vervolgens stellen wij vast uit die allonge dat voor de nieuwe overeenkomst de oude Overeenkomst de basis is gebleven. Maximaal 40 woningen/wooneenheden met dezelfde percentages sociale woningbouw (artikel 1 onder “overeengekomen”). Ook lezen we in artikel 10 van die paragraaf dat er een voorbehoud wordt gemaakt in relatie tot het provinciale standpunt op deze ontwikkeling. In de stukken vinden wij niets terug over het provinciale standpunt. Volgens de omgevingsverordening NHN2020 zijn de betreffende gronden aangewezen als “landelijk gebied” en als gronden voor “permanente bollenteelt”.
Uit de achterliggende verwijzingen 1 t/m 14 in “ruimtelijke plannen” maken wij op dat het plan geen kleinschalige woningbouwontwikkeling is en dat de provincie die ontwikkeling onder strikte voorwaarden mogelijk kan maken als ook dat de gemeente moet aantonen waarom woningbouw op die locatie nodig is.
Vraag 1 Wat is het standpunt van de provincie ten aanzien van deze ontwikkeling en kan dat standpunt in brief of mail van de provincie aan de stukken worden toegevoegd. Toelichting: D66 ziet niet graag dat de raad achteraf tot de conclusie moet komen dat de vaststelling van het bestemmingsplan in het licht van de provinciale kaders voorbarig is geweest, daarmee niet strookt.
Antwoord: Er is zowel ambtelijk als bestuurlijk goed overleg met de provincie geweest. Op 4 januari 2021 is in afstemming met de provincie Noord-Holland een persbericht uitgegaan. Dit bericht is als bijlage bijgevoegd. In de tweede allonge bij de Realiseringsovereenkomst van 29 september/19 oktober 2020 worden we verrast door artikel 1 onder de kop “En zijn als volgt overeengekomen”. Overeengekomen is dat na het onherroepelijk worden van het (nieuwe) bestemmingsplan onderzocht zal worden of er 17 extra woningen binnen het plangebied kunnen worden gerealiseerd. Dat artikel roept de nodige vragen op: 1. Waarom wordt in het raadsvoorstel en het bestemmingsplan (regels: artikel 6.2.1.onder c en artikel 7.2.1 onder b) c.a. daarvan geen gewag gemaakt? Zeker met de kwalificatie van de agendacommissie voor de Oordeelsvormende vergadering en het raadsvoorstel zelf, waar niets over die afspraak is vermeld, was dat gemakkelijk aan de aandacht ontsnapt. Is het raadsbesluit dan nog wel juist geformuleerd en wordt het besluit zonder die informatie op de juiste gronden/informatie genomen? We gaan er vooralsnog van uit dat hier sprake is van een slordigheid. Moet dat niet worden hersteld? Antwoord: Het onderzoek naar de 17 woningen is een wens van USP en meer woningen kan in het belang van de gemeenschap van Schagerbrug zijn.
Het oorspronkelijke plan bevatte 57 woningen, dit is later aangepast omdat het plangebied is verkleind. Als uit onderzoek blijkt dat verdichting van het plangebied mogelijk en wenselijk is zal daar een separaat raadsbesluit over moeten worden genomen. 2. Is de provincie daarvan op de hoogte en past die uitbreiding binnen de instemmingsverklaring van de provincie, zo die er is en de KwK tot 2030? Antwoord: Aan de provincie is voorliggend bestemmingsplan voorgelegd, waarin de bouw van maximaal 40 woningen is geregeld. Als er wordt gekomen tot nieuwe plannen, dan zullen deze ook met de provincie besproken worden. 3. Omdat die bepaling niet zonder voorafgaande studie van in ieder geval de “ontwikkelaar” is opgenomen vragen wij de daarmee gepaard gaande verkaveling aan de stukken toe te voegen. Hoe worden die 17 extra woningen in de verkaveling uit het bestemmingsplan ingepast? Antwoord: Er staat in de overeenkomst dat zal worden onderzocht of het mogelijk is om 17 woningen toe te voegen aan het plangebied. Dit zal in de toekomst worden bezien.
4. Wordt de bijdrage aan bovenwijkse voorzieningen (allonge van jan./febr.2018) op die toename aangepast? Antwoord: Als uit later te verrichten onderzoek mocht blijken dat een uitbreiding van het aantal woningen mogelijk en wenselijk zou zijn, dan zullen in een aanvullende allonge alle noodzakelijke zaken (zoals bijdrage aan bovenwijkse voorzieningen, kostenverhaal,
aandeel sociaal etc.) vastgelegd worden. 5. Is het voor de 40 woningen overeengekomen percentage sociale woningbouw ook op die 17 woningen van toepassing? Antwoord: Het type woningen is voor het college onderdeel van het onderzoek en zal in elk geval aan de eisen uit het coalitieakkoord moeten voldoen. (30 tot 40% sociale huur of goedkope koop) Over het begrip “sociale woningbouw” kunnen wij noch in het bestemmingsplan, noch in de beide aan de stukken toegevoegde allonges kwalificaties vinden. Dat baart D66 zorgen. Het gaat in deze ontwikkeling om -helaas- alleen maar om een aanbod van koopwoningen. Voor sociale koop doen verschillende bedragen de ronde. De marktprijs voor de voormalige sociale koopwoningen in een rijtje van 14 woningen in het plan Warmenhuizen zuid liggen rond de € 260.000 kk. Wij missen ook een bepaling wat het woonoppervlak van de sociale koopwoning tenminste moet zijn. De trend is dat een prijsbepaling tot gevolg heeft dat de ontwikkelaar het woonoppervlak naar beneden aanpast. Ook in Amsterdam kan je iets kopen voor € 200.000. Maar dan heb je in feite niet veel meer dan een ruime bezemkast. Zeker met de 17 woningen extra vreest D66 dat het in die richting wordt gezocht. Meer kleine woningen, hoe hoger de opbrengst.
Hiervoor is al aangegeven dat er kansen lagen bij de beëindiging van de Overeenkomst van de voormalige gemeente Zijpe voor een andere invulling. Gaat hier voortvarendheid ten koste van de zorgvuldigheid? Het voorgaande leidt tot de volgende vragen: 6. Waarom is het college geen maximale verkoopprijs voor de sociale woningbouw gekoppeld aan een minimaal woonoppervlak met de ontwikkelaar overeengekomen? Antwoord: Het huidige plan / programma bestaat al een lange tijd. De eerste overeenkomst stamt van december 2009. Er is toentertijd overeenstemming over het plan bereikt. Er zijn toentertijd geen afspraken over maximale verkoopprijs c.q. minimaal woonoppervlak gemaakt. 7. Is het college bereid als de raad dat wenst daarover alsnog met de ontwikkelaar te onderhandelen c.q. overeen te komen? Antwoord: Op basis van de sedert eind 2009 gesloten overeenkomsten is dat niet mogelijk. 8. Heeft het college overwogen om de bouw van sociale huurwoningen in Buitenvaert te bewerkstelligen en zo niet waarom niet? Antwoord: Het voorgenomen programma bevat starterswoningen in de koopsector. Voor dit plan is niet op voorhand sociale huur verplicht. 9. Als de provincie instemt/heeft ingestemd met de ontwikkeling Buitenvaert: waarom is dan niet ingezet op een ontwikkeling met 57 woningen? De vertraging die dat procedureel oplevert valt weg tegen de winst die daarmee gemaakt wordt.
Antwoord: Het bestemmingsplan is eerdere aanleg op 25 maart 2020 vernietigd door de Raad van State. In dit bestemmingsplan waren 40 woningen toegestaan. Daar er is besloten om het plan niet als ontwerp bp ter inzage te leggen en meteen tot vaststelling over te gaan mogen er in inhoudelijk geen grote veranderingen worden aangebracht in het bestemmingsplan. In het voorliggen de bestemmingsplan zijn louter aanpassingen
doorgevoerd die te maken hebben met veranderde regelgeving vanuit de provincie en anderzijds vanuit bijvoorbeeld het opnieuw vastgestelde kwk Toelichting: de bouw van sociale koopwoningen is een eenmalig iets. Na de eerste koop vallen die woningen door marktwerking voor een tweede koper buiten het begrip “sociaal”. De voorraad sociale woningen neemt daardoor nauwelijks toe. De groep woningzoekenden (jongeren en ouderen) die de financiering voor een koopwoning niet rond kunnen krijgen vallen buiten de boot. Het percentage koopwoningen in de gemeente en ook in Schagerbrug is buitengewoon hoog. Het is te betreuren dat het college de kansen die het aangaan van een nieuwe overeenkomst biedt in overleg met een/de woningstichting niet heeft aangegrepen. Het is jammer dat de kennelijke wens om aantallen te realiseren het hier heeft gewonnen . Net zoals de zorgvuldigheid van bij dit raadsvoorstel c.a. ook heeft moeten leiden onder de gewenste snelheid van de ontwikkeling/het raadsvoorstel c.a. D66 heeft niet als doel enige ontwikkeling te vertragen maar als doel een zorgvuldige en transparante benadering van de raad en besluitvorming op de juiste informatie,