CConstaterende datSchagen
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording vraag RRN mbt amendementen Heiloo

Gemeenteraad 31 oktober 2023, gemeente SchagenBij agendapunt: Kaderstellend besluit implementatie wijzigingen Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) 2022-2024 in Noord-Holland Noord (NHN)1.526 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beste Marjan, In de raad van Heiloo waren twee amendementen waarbij er 1 is overgenomen (evaluatieplicht) en 1 is niet overgenomen (uittreding). Onderstaand stuur ik toe de toelichting die ambtelijk is gegeven op de amendementen aan de portefeuillehouder. Het amendement ten aanzien van de evaluatie kan ook als compliment worden gezien. De werkgroep die deze tekst heeft opgesteld, heeft dit dusdanig gedaan dat de raad van Heiloo dit als een goede tekst vinden voor alle GR’en. De reden waarom dit vanuit de voorbereiding als kan-regeling is geformuleerd, wordt onderstaand . Ten aanzien van de uittreding merk ik dat de uittreedtermijn en termijn van berekening uittreedsom soms wel door elkaar wordt gehaald. Ook hier wordt op ingegaan in de onderstaande toelichting. Net als dat de tekst voor de termijn van berekening uittreedsom generiek is en differentiatie mogelijk is. Bv als er binnen de GR geen sprake is van structurele vaste lasten zoals bijvoorbeeld personeel, gebouwen, vaste verplichtingen kan besloten worden de periode in te korten. Ik hoop hiermee de informatie te hebben toegestuurd die verzocht is. Mochten er aanvullende opmerkingen of vragen zijn, dan hoor ik dat graag. Met vriendelijke groet, Loes van Swol-Noomen Strategisch adviseur Ik werk maandag, dinsdag, woensdag en donderdag

De BUCH werkt voor de gemeenten Bergen, Uitgeest, Castricum en Heiloo

Proces Na besluitvorming van de raden worden alle amendementen geïnventariseerd waarbij een gevolg kan zijn dat het kaderstellend besluit wordt aangepast of verder wordt uitgewerkt. De bijbehorende processtap wordt nog opgesteld en de raden worden hiervan betrokken (bijvoorbeeld via een mogelijke regionale raadsbijeenkomst). De aangepast GR’en op basis van het kaderstellend besluit worden uiteindelijk elk voor zienswijze naar de raden verstuurd (uiterlijk 15 december). De raad van Heiloo geeft op elke GR een zienswijze/toestemming (afhankelijk van type GR: collegeregeling, raadsregeling of gemengd). Dit kan ook hier in lijn zijn met eventuele amendementen. De uiteindelijke aanpassing van de GR zal moeten gebeuren volgens de verplichte zienswijzeprocedure (of toestemming) en in overeenstemming met gemaakte afspraken over wijzigingen in de gemeenschappelijke regeling.

Inhoudelijk Amendement 1 artikel 11a Evaluatieplicht – AANGENOMEN AMENDEMENT Ondergetekende stelt het volgende amendement voor: Aan het raadsbesluit wordt toegevoegd:

Met dien verstande dat de kadertekst van artikel 11A (evaluatie GR) wordt gewijzigd in de tekst, zoals die als voorbeeld van een evaluatiebepaling is opgenomen op blz. 19 van bijlage 1 (Concept Kaderstellend besluit wijziging Wgr) en dan luidt : Artikel 11a : Evaluatie gemeenschappelijke regeling 1. Een evaluatie vindt minimaal 1 keer per 4 jaar plaats en heeft pas doorgang als de evaluatie en het betreffende onderwerp met een meerderheid van stemmen, uitgebracht door de deelnemers, wordt aangenomen. 2. Het dagelijks bestuur van de regeling zorgt er voor dat 1 jaar vóór het tijdstip waarop een evaluatie zal plaatsvinden een signaal uit gaat naar de deelnemers van de regeling, met daarbij een procesbeschrijving over het aandragen van de onderwerpen en, wanneer een stemverhouding ontbreekt, het stemmen daarover. 3. Wanneer met een evaluatie wordt ingestemd draagt het (dagelijks) bestuur zorg voor de uitvoering van de evaluatie. 4. De uitvoering van de evaluatie begint met een procesbeschrijving met daarin een beschrijving van het onderwerp, de manier waarop de evaluatie wordt uitgevoerd en binnen welke termijn. De procesbeschrijving vermeldt ook of de evaluatie extra kosten voor de deelnemers tot gevolg heeft. 5. Als de evaluatie conclusies en aanbevelingen bevat, dan verwerkt het (dagelijks) bestuur deze in een voorstel hoe hieraan gevolg wordt gegeven. 6.

De gevolgen als bedoeld in het vorige lid, kunnen aanleiding zijn om te betrekken in de daarop volgende evaluatieperiode. Overwegende dat: In een kaderstellend besluit dienen zoveel mogelijk kaders te worden opgenomen die van kracht zijn voor alle Gemeenschappelijke Regelingen. Door nu in het kaderstellend besluit de evaluatie als maatwerk over te laten aan elke GR kan er een veelheid van bepalingen met verschillende termijnen ontstaan. Dat is onwenselijk. Het is beter om ook hierover een kader op te nemen, dat geldt voor alle GR-en.

Antwoord waarom een kan-bepaling: De mogelijkheid van evaluatie is waardevol en komt aan de roep om meer democratische sturingsmiddelen tegemoet. Het niet benutten van deze mogelijkheid zou in voorkomende gevallen een gemiste kans zijn. Tegelijkertijd bestaat de reële angst dat de vertegenwoordigende organen een overvloed aan evaluatierapporten ontvangen waardoor evaluatiemoeheid kan ontstaan. Om de voordelen te kunnen benutten en de nadelen te voorkomen is het voorstel om de mogelijkheid van evaluatie als een ‘kan-bepaling’ in de GR op te nemen. Zodoende is maatwerk met betrekking tot de evaluatieparagraaf per GR mogelijk. Er is zo het behoud van de mogelijkheid van evaluatie zonder het risico dat er wordt geëvalueerd ‘om het evalueren’. Amendement 3 Artikel 9 Uittreding – NIET AANGENOMEN AMENDEMENT Inhoud Ondergetekende stelt het volgende amendement voor ten aanzien van de kaderstelling van Artikel 9

Bij uittreding is het voorstel een minimale termijn van deelname te hanteren van 4 jaar, te rekenen vanaf de datum van deelname aan/toetreding tot de regeling en een opzegtermijn van tenminste één jaar in acht te nemen. De uittreedsom wordt berekend aan de hand van de directe reële schade, berekend over een overbruggingsperiode van 5 jaar. De hoogte van de reële schade wordt berekend door de accountant van de GR, aangevuld met een bindend advies van een onafhankelijke derde (bijvoorbeeld een externe accountant). Deze kaderstelling te wijzigen in Bij uittreding is het voorstel een minimale termijn van deelname te hanteren van 4 jaar, te rekenen vanaf de datum van deelname aan/toetreding tot de regeling en een opzegtermijn van tenminste één jaar in acht te nemen. De uittreedsom wordt berekend aan de hand van de directe reële schade, berekend over een overbruggingsperiode van 2 jaar. De hoogte van de reële schade wordt berekend door een onafhankelijke partij (bijvoorbeeld een externe accountant).

Toelichting

Overwegende dat: De periode t.a.v. de uittreedsom van 5 jaar onredelijk lang is en daarmee op gespannen voet staat met de beleidsvrijheid en het algemene belang van gemeenten.

Antwoord: Een overbruggingsperiode van 1 jaar of twee jaar voor de berekening van de uitreedsom wordt als niet reëel gezien. Uit de jurisprudentie over geschillen met betrekking tot de uittreedsom blijkt dat een uittreedsom in beginsel over een periode van 5 jaar dient te worden berekend. Het betreft hier een afbouwperiode van 5 jaar, waarbij de uittreedsom wordt berekend aan de hand van direct reële schade over een overbruggingsperiode van 5 jaar. De uittredende deelnemer dient de directe kosten van uittreding en de schade te vergoeden die het rechtstreekse gevolg is van het uittreden uit de gemeenschappelijke regeling. Niks meer en niks anders. De uittredingssom dient namelijk reëel te zijn. Dat betekent dat de uittredende deelnemer op zijn hoogst verplicht moet zijn die kosten te vergoeden die rechtstreeks ontstaan uit de uittreding en bijdragen aan de overtallige kosten in de overbruggingsperiode. De zakelijk gerechtvaardigde kosten dus. Daarbij mag verwacht worden dat het bestuur van de gemeenschappelijke regeling efficiënt en kosten- en schadebeperkend optreedt. Bijvoorbeeld door de overtollige capaciteit zo snel mogelijk af te bouwen. Vijf jaar wordt gezien als een redelijke periode waarbinnen de GR en de achterblijvende deelnemers voldoende gelegenheid hebben om de (financiële) gevolgen van het uittreden op te vangen en de bedrijfsvoering aan te passen.

Denk bijvoorbeeld aan het wijzigen van beleid en het takenpakket of het opzeggen en wijzigen van lopende overeenkomsten. Ook met het kaderstellend besluit is voor elke GR differentiatie mogelijk op uittreedregeling. Bij de voorgestelde tekst is hierbij opgenomen: Het is een generieke tekst voor alle gemeenschappelijke regelingen. Alleen als er binnen de GR geen sprake is van structurele vaste lasten zoals bijvoorbeeld personeel, gebouwen, vaste verplichtingen kan besloten worden de periode in te korten. In die gevallen dat de structurele vaste lasten aanzienlijk langer zijn dan deze 5 jaar kan overwogen worden deze periode te verlengen.

De periode van de uittreedsom (5 jaar) is anders dan de uittreedperiode. Deze is 1 kalenderjaar en geeft voldoende tijd is om de gevolgen van de uittreding in kaart te brengen en een fatsoenlijke uittredingsregeling vast te stellen. Na dat jaar is de uitredende gemeenten geen deelnemer meer en niet gebonden aan de GR en zodoende in staat haar eigen koers te varen. De keuze om de hoogte van de reële schade door de accountant van de GR te laten bepalen, is ingegeven vanuit het oogpunt dat deze accountant al goed ingevoerd is en het onverstandig kan zijn om deze buiten spel te zetten. De accountant van de GR is al betrokken bij de GR en zijn kennisniveau over de GR is groter dan een accountant van buitenaf waardoor de verwachting is dat dit een positief effect heeft op: 1. een juiste berekening 2. een kortere doorlooptijd 3. en gunstigere kosten (ook voor de uittreder) met betrekking tot het bepalen van de reële schade binnen het uittredingstraject en het werk dat de betrokken accountant van de GR hiervoor uitvoert. Van deze accountant mag/moet onafhankelijkheid verwacht worden. Extra borging van de onafhankelijkheid is middels een onafhankelijke derde die het bindende advies geeft. Hier zit ook een controlerende werking in naar de accountant en is er het twee ogen principe. Dat laatste is er niet meer bij het aannemen van het amendement, waarbij slechts nog 1 partij betrokken is.

Marjan van Kampen Burgemeester

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14641487/1