Beantwoording mondelinge vragen STIS def
Tekst van het document
Beantwoording openstaande vragen Stichting Toeristisch Investeringsfonds Schagen (STIS) Tijdens de Oordeelsvormende Vergadering van 27 januari 2026 heeft de gemeenteraad gesproken over het voorstel tot ‘Vaststellen uitgangspunten Toeristisch Investeringsfonds Schagen’. Tijdens de vergadering is aangegeven dat het college op een aantal vragen schriftelijk terug zou komen. De VVD heeft de gestelde mondelinge vragen ook schriftelijk ingediend. Onderstaand de beantwoording van de gestelde vragen. - Wat levert de STIS op? (SP) De STIS heeft als doel om investeringen in toerisme en recreatie te bevorderen. En dienen als een soort vliegwiel voor het collectief belang van toerisme en recreatie. De gemeenteraad wordt gevraagd om de kaders vast te stellen om een STIS op te richten; vanuit welke ambitie en strategielijnen dient de STIS te opereren (zie rapport Ginder)? Deze kaders vormen een kapstok die de Raad van Toezicht op een later moment nader uitwerkt in toetsingskaders en een investeringsstrategie, waarna het bestuur verantwoordelijk is voor de beoordeling van ingediende aanvragen binnen deze lijnen.. -
Op basis van welke concrete maatstaven is het bedrag van 250.000 euro per jaar voor Schagen bepaald en hoe verhoudt zich dit tot vergelijkbare gemeenten? (VVD/PvdA) Na uitvoerig overleg met de werkgroep en met inachtneming van de ervaringen op Texel (550.000 Euro voor STIFT) is het gevraagde bedrag voor het fonds bepaald. Voor Schagen is 250.000 begroot, waarbij verwacht wordt dat dit bedrag aansluit bij de behoeften voor de eerste twee jaar. Op basis van ingroeimodel qua bekendheid en type aanvragen. - Hoe blijft de betrokkenheid van de gemeenteraad geborgd? (VVD) De raad zal jaarlijks d.m.v. een RIM met de resultaten over het betreffende jaar worden geïnformeerd. Na 2 jaar vindt een evaluatie plaats, daar besluit de gemeenteraad over de continuering van de STIS en eventuele bijstelling van het bedrag. -
Hoe verhoudt zich het meerjarig vastleggen van middelen zich tot het evaluatiemoment? Waarom leggen we het geld al zo ver vast, terwijl we nog moeten leren hoe het fonds in de praktijk werkt? Is hier ruimte voor een duidelijker ijkmoment, of een keuzemogelijkheid voor de raad na de evaluatie? (VVD) Zie ook het antwoord op de vraag hierboven. Een passend ijkmoment is in optiek van het college een besluit (en daarmee een keuzemoment) door de gemeenteraad na de evaluatie (na 2 jaar). Tegelijkertijd is het college, conform ook de gedachte achter de door de raad aangenomen motie, wel van mening dat er structurele rol is weggelegd voor een STIS. En is er daarom gekozen voor een voorstel met structurele financiële middelen. - Wat is de verkaveling van de 50.000 euro oprichtingskosten? (SP) Voor de werving en selectieprocedure voor bestuursleden wordt de werkgroep begeleid door een werving- en selectiebureau. Ook dient de stichting zelf opgericht te worden. Dat vraagt het inwinnen van juridisch advies, controle plus passering bij de notaris. Alles overziend schat het college op dit moment in dat 50.000 euro toereikend is voor de oprichting.
-
Hoe wordt gezorgd dat het bestuur niet alleen onafhankelijk is, maar ook beschikt over aantoonbare kennis en ervaring in de toeristische-recreatieve sector (PvdA en VVD) Zie ook bovenstaand antwoord op de vraag van de SP. Het werving- en selectiebureau gaat ons helpen bij het zoeken naar onafhankelijke en kundige bestuurders met de gevraagde kennis en ervaring. - Hoe ziet de toekomst van de bestaande STIS-werkgroep eruit? (VVD en CDA) De gemeente neemt het initiatief voor het oprichten van de Stichting en zal daarbij de huidige werkgroep betrekken. Het opstellen van een profiel voor de bestuursleden en de samenstelling van de RvT behoort hierbij. Over de rol van de werkgroep na oprichting van het fonds is nog niet gesproken. Vooruitlopend op dit gesprek; met en bestuur en een RvT lijkt het in stand houden van een werkgroep op dit moment overbodig. - Wat is de relatie tussen het fonds en het gebruik van het fonds door gemeente? (GL) De STIS is een fonds waarbij cofinanciering een vereiste is. Op het moment dat de gemeente een aanvraag indient bij het fonds zal de gemeente een deel van de investering via cofinanciering zelf moeten bijdragen. Vanuit het budgetrecht is het aan de gemeenteraad om hier een besluit over te nemen. Een aantal van de gestelde vragen hebben betrekking op de uitwerking.
Denk hierbij aan vragen als hoe de initiatieven geprioriteerd worden en hoe groot het budget wordt voor structurele uitgaven. Dat wordt op een later moment duidelijk en vastgelegd. Tot slot klopt de constatering van de VVD; het bedrag van 150.000 euro wat voorheen naar de OFS ging en nu naar de STIS gaat inderdaad om middelen uit de toeristenbelasting en de forensenbelasting.