Beantwoording diverse mondelinge vragen inzake verordening afvoer hemel en grondwater OV 21 febr
Tekst van het document
Beantwoording mondelinge raadsvragen OVV 21 februari 2023 Agendapunt 7 Verordening afvoer hemel- en grondwater VVD: 1.
De VVD stelt vast dat het naar hun mening een te ruime bevoegdheid lijkt voor het college met te weinig rechtsbescherming. Zou het niet beter zijn om de bevoegdheid tot vaststellen van een gebiedsaanwijzing bij de raad te laten in plaats van bij het college? En zo niet, gaat het college de raad dan steeds wel informeren over een in de toekomst vast te stellen gebiedsaanwijzing?
Een gebiedsaanwijzing kan worden aangemerkt als een vorm van een ‘concretiserend besluit van algemene strekking’. De bevoegdheid wordt gegeven in een algemene (hogere) verordening en op basis daarvan wordt dit concreet gemaakt in een bepaald gebied met welke specifieke voorschriften daar dan gelden. Voor dergelijke besluiten staan rechtsbeschermingsmiddelen open op basis van de Algemene wet bestuursrecht. In de mondelinge beantwoording in de oordeelsvormende vergadering is al toegelicht dat het niet efficiënt zal zijn als voor iedere gebiedsaanwijzing besluitvorming binnen de raad nodig zou zijn. In het voorstel voor deze verordening is ervoor gekozen om deze bevoegdheid, zoals gebruikelijk bij concretiserende besluiten van algemene strekking, bij het college te leggen. Wij willen verder benadrukken dat uit het zesde lid van artikel 2 van de voorgestelde verordening voortvloeit dat het college voor het vaststellen van een gebiedsaanwijzing een uniforme openbare voorbereidingsprocedure dient te volgen, zoals bedoeld is in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. Daarmee is de rechtsbescherming dus gewaarborgd. En bovendien zal, zoals ook is voorgeschreven in het tweede lid van artikel 10.32a Wet milieubeheer, geen verplichting voor afkoppeling bij een individuele inwoner worden opgelegd als dat in redelijkheid niet kan worden gevergd.
Daarom heeft het college, op grond van het vijfde lid van artikel 2 van de voorgelegde verordening, de bevoegdheid om in specifieke gevallen een (al dan niet tijdelijk en/of deels) ontheffing te geven. Bij iedere gebiedsaanwijzing wordt de raad hierover geïnformeerd door het college. Er vanuit gaande dat u mede doelt op de ruime beleidsvrijheid van het college kan ik meedelen dat nadere beleidsregels momenteel uitgewerkt worden in overleg met betrokken partijen zoals bijvoorbeeld HHNK. Later dit jaar wordt de raad hierover geïnformeerd. Tot slot wijzen wij erop, zoals ook al was toegelicht tijdens de oordeelsvormende vergadering van 21 februari 2023, dat de bevoegdheid tot het vaststellen van een gebiedsaanwijzing alleen als uiterst middel zal worden gebruikt bij bestaande bebouwing. Er zal steeds geruime tijd voor het inzetten van de bevoegdheid vanuit de verordening op informele wijze aandacht gevraagd worden bij de betrokken inwoners (inclusief voorlichting) voor de noodzaak van het afkoppelen van hemelwater. 2.
Is artikel 2 uit de verordening wel toe te passen als er geen beleidsvoornemens in het PSWR staan met betrekking tot redelijkheid en kosten bij en gebiedsaanwijzing?
De grondslag voor het vaststellen van deze verordening ligt niet in het PSWR, maar in artikel 10.32a Wet milieubeheer. Uiteraard is er wel een nauw verband met de doelstellingen uit het PSWR. In het tevens aan de raad voorgelegde PSWR is als beleidsvoornemen opgenomen (in paragraaf 8.1.3) om hemelen grondwaterlozingen in het vuilwaterriool te laten beëindigen als dit tot problemen leidt. Artikel 2 is zodoende toe te passen. Bij een gebiedsaanwijzing, en ook bij het vaststellen van voorschriften voor berging/capaciteit, moet overigens ook rekening worden gehouden met het PSWR. Het werkt dus twee kanten op.
Voor zover het gaat om de al dan niet redelijkheid van de uit de gebiedsaanwijzing voortvloeiende verplichting om af te koppelen, zal die vraag niet uitsluitend aan de hand van de PSWR moeten worden beantwoord maar meer vanuit de situatie ter plaatse (wat technisch redelijkerwijs haalbaar is) in combinatie met algemene juridische leerstukken zoals “normaal maatschappelijk risico”. Het zal van de omstandigheden van het geval afhangen of een ontheffing van de afkoppelingsverplichting zou moeten worden gegeven. Wel is het college voornemens om zoveel als mogelijk algemene kaders hiervoor vast te stellen via de nog vast te stellen beleidsregels.