B. GoFlo Bernadetteplantsoen Waarland 20-3-2026
Tekst van het document
Bernadette-plantsoen Waarland Goede onderbouwing van de effecten op de Fysieke Leefomgeving (GoFLo)
gemeente projectnummer datum
Schagen 1537 20 maart 2026
DNS Planvorming BV | Klaprozenweg 75 C | 1033 NN Amsterdam | info@dnsplanvorming.nl
Inhoudsopgave
1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
Inleiding ......................................................................................................................... 3 Aanleiding en doel ........................................................................................................ 3 Ligging plangebied ........................................................................................................ 3 Het omgevingsplan ....................................................................................................... 4 Procedure...................................................................................................................... 5 Leeswijzer ..................................................................................................................... 5
2 2.1 2.2
Planbeschrijving ............................................................................................................ 6 Historie en huidige situatie ............................................................................................ 6 Toekomstige situatie ..................................................................................................... 6
3 3.1 3.2 3.2.1 3.2.2 3.2.3 3.3 3.3.1 3.3.2 3.3.3 3.4 3.4.1 3.4.2 3.4.2 3.5
Beleid ............................................................................................................................ 9 Inleiding ......................................................................................................................... 9 Rijksbeleid ..................................................................................................................... 9 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) ................................................................................ 9 Instructieregels Rijk (AMvB’s) ....................................................................................... 9 Ladder voor duurzame verstedelijking ........................................................................ 10 Provinciaal en regionaal beleid ................................................................................... 11 Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 en Omgevingsverordening NH2022 ............... 11 Woondeal 2.0 Regio Noord-Holland Noord ................................................................ 11 Regionaal woonakkoord Kop van Noord-Holland 2021-2026 .................................... 12 Gemeentelijk beleid .................................................................................................... 12 Omgevingsvisie Schagen ...........................................................................................
12 Duurzaamheidsprogramma Schagen 2020-2050 ....................................................... 12 Reisgids voor ruimtelijke kwaliteit ............................................................................... 13 Conclusie beleidskader ............................................................................................... 13
4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 4.14 4.15
Fysieke leefomgeving ................................................................................................. 14 Cultureel erfgoed, landschap en stedenbouw ............................................................ 14 Bodemkwaliteit ............................................................................................................ 14 Water ........................................................................................................................... 15 Natuur ......................................................................................................................... 15 Geluid .......................................................................................................................... 16 Bedrijven en milieuzonering ........................................................................................ 17 Spuitzonering .............................................................................................................. 18 Verkeer en parkeren ................................................................................................... 18 Luchtkwaliteit............................................................................................................... 19 Omgevingsveiligheid ...................................................................................................
19 Trillingen...................................................................................................................... 20 Molenbiotoop............................................................................................................... 20 M.e.r.-beoordeling ....................................................................................................... 21 Gezondheid ................................................................................................................. 21 Conclusie effecten fysieke leefomgeving .................................................................... 21
5 5.1 5.2
Uitvoerbaarheid ........................................................................................................... 22 Financiële uitvoerbaarheid .......................................................................................... 22 Maatschappelijke uitvoerbaarheid .............................................................................. 22
6 6.1 6.2
Belangenafweging en conclusie ................................................................................. 23 Is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties? ....................... 23 Conclusie .................................................................................................................... 23
DNS Planvorming BV
2/23
1
Inleiding
1.1
Aanleiding en doel
Op het Bernadette-plantsoen in Waarland staat een voormalig schoolgebouw waar in het verleden 10 sociale huurwoningen in zijn gerealiseerd. De woningen en de omliggende gronden zijn eigendom van Wooncompagnie. Wooncompagnie is, vanwege de verouderde staat van de woningen, voornemens het gebouw te vervangen door een nieuw woongebouw met 12 benedenbovenwoningen en 8 appartementen. Op grond van het (tijdelijke) omgevingsplan heeft de locatie een woonbestemming. De voorgenomen ontwikkeling is in strijd met het omgevingsplan omdat meer woningen worden gerealiseerd dan het bestaande aantal, er deels buiten het bouwvlak wordt gebouwd en de nieuwe bebouwing bestaat uit twee bouwlagen met kap. Om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken dient er te worden afgeweken van het omgevingsplan. Voor deze afwijking is een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) voor planologisch strijdig gebruik aangevraagd. Een vereiste bij deze aanvraag is dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). Met de voorliggende ‘goede onderbouwing van de effecten op de fysieke leefomgeving’ (GoFlo, hierna: onderbouwing) wordt getoetst of de voorgenomen ontwikkeling daarmee in lijn is.
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied ligt binnen de kern van Waarland en betreft het kadastraal perceel Harenkarspel K163. De locatie is circa 2.920 m² groot. Het plangebied is in afbeelding 1.1 blauw gearceerd.
Afbeelding 1.1: Ligging projectgebied (blauw gearceerd) op luchtfoto
Pagina 3 van 23
Inleiding
1.3
Het omgevingsplan
Het planologisch kader voor de locatie wordt gevormd door het tijdelijke omgevingsplan gemeente Schagen. Dit tijdelijke omgevingsplan is op 1 januari 2024, met de inwerkingtreding van de Omgevingswet, in werking getreden. Het tijdelijke omgevingsplan bestaat uit bestaande ruimtelijke besluiten, waaronder bestemmingsplannen en plaatselijke verordeningen. Daarnaast bestaat het tijdelijke omgevingsplan uit de Bruidschatregels. Dit zijn de voormalige Rijksregels die met de inwerkingtreding van de Omgevingswet over zijn gegaan naar decentrale overheden. De bouw- en gebruiksregels die voor het projectgebied gelden zijn opgenomen in onderstaande bestemmingsplannen. Bestemmingsplan Waarland Parkeren Paraplu-omgevingsplan 1e tranche
Vastgesteld 24 april 2013 7 november 2017 30 juni 2020
Status Onherroepelijk Onherroepelijk Onherroepelijk
Bestemmingsplan Waarland Het projectgebied heeft in het bestemmingsplan Waarland de bestemming ‘Wonen-3’. Zie afbeelding 1.2. Binnen het bouwvlak is maximaal het bestaande aantal woningen toegestaan. Het aantal bouwlagen bedraagt maximaal één exclusief kap. Het bouwplan is in strijd met de bouwregels in dit bestemmingsplan.
Afbeelding 1.2: Uitsnede bestemmingsplan Waarland
Bestemmingsplan Parkeren In het bestemmingsplan Parkeren is bepaald dat voldaan moet worden aan de parkeerregels uit de gemeentelijke parkeernota. Op grond hiervan moet voldaan worden aan de ‘Nota Parkeernormen 2016’. Paraplu-omgevingsplan 1e tranche Het in 2020 vastgestelde paraplu-omgevingsplan 1e tranche heeft een aantal doelen. Allereerst heeft dit plan als doel een beleidsharmonisatie te bewerkstelligen. Daarnaast zijn er aantal beleidswijzigingen en reparaties in de regels van bestemmingsplannen doorgevoerd. Voor de voorgenomen ontwikkeling hebben deze wijzigingen en reparaties geen directe gevolgen.
DNS Planvorming BV
4/23
Inleiding
1.4
Procedure
Zoals in de vorige paragraaf is aangegeven is de voorgenomen ontwikkeling niet passend binnen het geldend planologisch kader. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 beschikken alle gemeenten over een tijdelijk omgevingsplan. Er zijn twee mogelijkheden om medewerking te verlenen aan initiatieven die niet passend zijn binnen het omgevingsplan: 1. Wijziging van het omgevingsplan; 2. Verlenen van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Artikel 5.1, eerste lid onder a van de Omgevingswet biedt hiervoor het kader. Er wordt een aanvraag omgevingsvergunning ingediend om buitenplans af te wijken van het omgevingsplan.
1.5
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 geeft een beschrijving van het project. In de GoFlo wordt beoordeeld of de ontwikkeling voldoet aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (EFTAL). Onderdeel hiervan is enerzijds de toetsing aan geldend beleid (hoofdstuk 3) en anderzijds een beoordeling van de milieu- en omgevingsaspecten (hoofdstuk 4). Aan de hand van de toetsing van deze aspecten, wordt een belangenafweging gemaakt. Hieruit volgt of de beoogde activiteit aanvaardbaar is. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid. In hoofdstuk 6 wordt afgesloten met een conclusie.
DNS Planvorming BV
5/23
Planbeschrijving
2
Planbeschrijving
2.1
Historie en huidige situatie
Door de ruilverkaveling rond 1949 is de waterstaatkundige situatie rond Waarland ingrijpend veranderd. De vaarpolder werd rijpolder en de bebouwing aan de linten is steeds verder uitgebreid. De molen die nabij het plangebied staat, is zijn waterrijke omgeving kwijt geraakt en door de aanleg van de omliggende voorzieningen in een parkachtige en meer gesloten omgeving komen te staan. Het Bernadette-plantsoen ligt op de hoek van de Kerkstraat en Jonkerstraat. Het dankt haar naam aan de voormalige kleuterschool Sint Bernadettes Kleuterhof dat binnen het bestaande pand gevestigd was. Het pand is begin jaren ’60 van de vorige eeuw gerealiseerd. Na verplaatsing van de kleuterschool naar de basisschool aan de Volleringweg, zijn in het pand 10 sociale huurwoningen gerealiseerd. De woningen zijn technisch in een slechte staat en voldoen niet meer aan de eisen deze tijd.
Afbeelding 2.1: Foto huidige situatie vanaf de Kerkstraat
2.2
Toekomstige situatie
In verband met de slechte staat van de 10 woningen heeft Wooncompagnie besloten de woningen te slopen. Om aan de grote woningbehoefte tegemoet te komen is bekeken of er meer woningen teruggebouwd kunnen worden, zonder dat de stedenbouwkundige structuur wordt aangetast. Het voornemen is om het bestaande gebouw te vervangen door een nieuw woongebouw met 12 beneden-bovenwoningen en 8 appartementen. De appartementen komen op de hoek van het gebouw. De woningen worden onder andere geschikt voor starters en senioren. Uitgangspunt is behoud van de bestaande hofstructuur en deze meer open te maken aan de zijde van de huidige bergingen aan de westzijde van het plangebied. De entrees voor zowel de beneden-bovenwoningen als de appartementen komen aan de hofzijde. Hiermee wordt voorko-
DNS Planvorming BV
6/23
Planbeschrijving
men dat schuttingen de hofzijde gaan dirigeren. Tegelijkertijd krijgen de woningen aan de hofzijde ook een voortuin. Dit heeft vanuit de bezonning ook de voorkeur. De woningen op de begane grond krijgen aan de openbare weg ook een voortuin. De woningen op de verdieping krijgen een terras aan de zijde van het hofje. De woningen krijgen een alzijdige uitstraling. Dit heeft als voordeel dat bewoners meer naar elkaar om kijken en de sociale controle toeneemt. Het nieuwe woongebouw bestaat overwegend uit twee bouwlagen + kap. Dit is passend binnen de bestaande bebouwingsstructuur van de Kerkstraat en Jonkerstraat.
Afbeelding 2.2: Situatietekening toekomstige situatie
Er worden 11 extra parkeerplaatsen in de openbare ruimte toegevoegd, waarvan 6 aan de zuidzijde en 5 aan de oostzijde van het plan. Aan de hand van de resultaten van een parkeerdrukmeting die een jaar na oplevering wordt uitgevoerd, worden mogelijk nog extra parkeerplaatsen aangelegd. Deze parkeerplaatsen zijn indicatief op afbeelding 2.2 weergegeven. In paragraaf 4.8 is hier nader op ingegaan.
DNS Planvorming BV
7/23
Planbeschrijving
Afbeelding 2.3: Impressie vanaf de hoek Kerkstraat - Jonkerstraat
Afbeelding 2.4: Impressie vanaf de hofzijde
DNS Planvorming BV
8/23
Beleid
3
Beleid
3.1
Inleiding
Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de inhoud van het ruimtelijk relevante beleid op Rijks, provinciaal, regionaal en gemeentelijk schaalniveau. Dit beleid vormt het kader waarbinnen de nieuwe ontwikkeling plaats dienen te vinden.
3.2
Rijksbeleid
3.2.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Omgevingswet is per 1 januari 2024 in werking getreden. De Omgevingswet bundelt alle huidige wetten over de leefomgeving. Daarbij hoort ook één rijksvisie op de leefomgeving: de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). In de NOVI zijn de maatschappelijke opgaven samengevat in 4 prioriteiten: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie duurzaam economisch groeipotentieel sterke en gezonde steden en regio’s toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Met betrekking tot 'sterke en gezonde steden en regio's' is in de NOVI aangegeven dat vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig zijn voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Tegelijk streeft men naar een verbetering naar de leefbaarheid en klimaatbestendigheid in steden en dorpen. Schonere lucht, voldoende groen en water en genoeg publieke voorzieningen waar mensen kunnen bewegen (wandelen, fietsen, sporten, spelen), ontspannen en samenkomen. Betekenis voor het project De onderhavige ontwikkeling sluit aan op het thema 'sterke en gezonde steden en regio's' uit de NOVI. Met het plan wordt invulling gegeven aan de aanwezige woningbehoefte binnen bestaand stedelijk gebied. De nieuwe woningen zullen voldoen aan de huidige duurzaamheidseisen.
3.2.2 Instructieregels Rijk (AMvB’s) Artikel 8.0b, eerste lid, van het Bkl bepaalt dat bij een aanvraag om een buitenplanse omgevingsvergunning de instructieregels in hoofdstuk 5 van het Bkl, de provinciale instructieregels en eventuele instructies het beoordelingskader vormen van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Uit het tweede lid van artikel 8.0b van het Bkl volgt dat de omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit geweigerd wordt als: a. de activiteit zou leiden tot een situatie die niet is toegelaten op grond van instructie(regel)s; b. de omgevingsplanactiviteit betrekking heeft op een voorbeschermingsregel in het omgevingsplan (opvolger van het voorbereidingsbesluit); c. de omgevingsplanactiviteit het uitvoeren van een project waarvoor een projectbesluit is vastgesteld door provincie of Rijk, belemmert. De hoofdonderwerpen waarvoor rijksinstructieregels gelden zijn hieronder opgesomd: waarborgen van veiligheid (paragraaf 5.1.2) beschermen van waterbelangen (paragraaf 5.1.3)
DNS Planvorming BV
9/23
Beleid
beschermen van gezondheid en milieu (paragraaf 5.1.4), waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit; beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed (paragraaf 5.1.5), waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking; het behoud van ruimte voor toekomstige functies (paragraaf 5.1.6) voor autowegen, buisleidingen, natuur- en recreatiegebieden; het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten (paragraaf 5.1.7), waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzing van woningbouwcategorieën; het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (paragraaf 5.1.8).
Daarnaast bevat afdeling 5.2 van het Bkl instructieregels voor de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving. Daarbij gaat het onder meer om het voorkomen van belemmeringen van gebruik en beheer van spoorwegen en rijkswegen. Betekenis voor het project Op de specifieke milieu- en omgevingsaspecten wordt in hoofdstuk 4 ingegaan. Hierbij wordt geconcludeerd dat wordt voldaan aan de instructieregels. 3.2.3 Ladder voor duurzame verstedelijking De ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. De instructieregel in artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de ladder is vereist. Artikel 8.0b Bkl regelt dat deze instructieregel ook geldt voor een omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Artikel 5.129g (zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand) luidt: 1. Dit artikel is van toepassing op een stedelijke ontwikkeling die bestaat uit de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelvoorziening of een andere stedelijke voorziening en die voldoende substantieel is. 2.
Voor zover een omgevingsplan voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling, wordt met het oog op het belang van zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand in het omgevingsplan rekening gehouden met: o de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling; en o als die stedelijke ontwikkeling is voorzien buiten het stedelijk gebied of buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied: de mogelijkheden om binnen dat stedelijk gebied of binnen dat stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied in die behoefte te voorzien. 3. Voor de toepassing van het tweede lid, onder b, wordt tot het stedelijk gebied niet gerekend een stedelijke ontwikkeling waarvoor: o op grond van het omgevingsplan een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is vereist en; o nog geen toepassing is gegeven aan het tweede lid. 4. Als een omgevingsplan voorziet in de vestiging van een dienst als bedoeld in artikel 1 van de Dienstenwet en de beoordeling van de behoefte aan een stedelijke ontwikkeling betrekking heeft op de economische behoefte, de marktvraag of de mogelijke of actuele economische gevolgen van die vestiging, heeft die beoordeling alleen tot doel na te gaan of de vestiging van een dienst in overeenstemming is met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
Planspecifiek De ladder hoeft enkel doorlopen te worden als sprake is van een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’. Met onderhavige ontwikkeling worden 20 woningen op de locatie mogelijk gemaakt. Er is sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling.
DNS Planvorming BV
10/23
Beleid
Behoefte Er is een tekort aan woningen in de gemeente Schagen. De gemeente geeft in haar beleid aan dat zij initiatiefnemers stimuleert om kwalitatief goede plannen op goede locaties te ontwikkelen. Uit recente informatie van de afdeling Wonen van de gemeente volgt dat er momenteel binnen Waarland een lokale, geprognosticeerde behoefte is aan 198 woningen. De grote behoefte is ook af te leiden uit het zeer beperkte aanbod aan te koop staande woningen. Met het plan wordt invulling gegeven aan de kwantitatieve woningbehoefte. Omdat in de gemeente Schagen uitsluitend sprake is van een (centrum)dorps en landelijk woonmilieu kan worden geconcludeerd dat het plan ook voorziet in de kwalitatieve behoefte met betrekking tot woonmilieu. In de gemeentelijke omgevingsvisie is aangegeven dat de gemeente graag nieuwe vormen van wonen ziet, waarbij meerdere huishoudens samen een doel hebben. Hierbij wordt het voorbeeld van een hofje genoemd. Met het plan wordt naast de kwantitatieve behoefte ook invulling gegeven aan de kwalitatieve behoefte. Bestaand stedelijk gebied De onderhavige locatie ligt binnen het bestaand stedelijk gebied van Waarland. Er worden 10 bestaande woningen gesloopt en 20 woningen teruggebouwd. Conclusie Het plan voldoet aan de Ladder voor duurzame verstedelijking.
De geplande ontwikkeling voorziet in een duidelijke behoefte en is gebaseerd op een zorgvuldig gebruik van de ruimte.
3.3
Provinciaal en regionaal beleid
3.3.1 Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 en Omgevingsverordening NH2022 Op 19 november 2018 hebben de Provinciale Staten van Noord-Holland de Omgevingsvisie NH2050 vastgesteld. Hierin staat de visie op de fysieke leefomgeving beschreven. De Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Noord-Holland 2040, het Provinciaal Verkeers- en Vervoerplan, het Provinciaal Milieubeleidsplan 2015-2018 en de Agenda Groen. De leidende hoofdambitie in de Omgevingsvisie NH2050 is de balans tussen economische groei en leefbaarheid. Een gezonde en veilige leefomgeving, die goed is voor mens, plant én dier, is een voorwaarde voor een goed economisch vestigingsklimaat. Tegelijkertijd is duurzame economische ontwikkeling een voorwaarde voor het kunnen investeren in een prettige leefomgeving. De provincie wil dat de kwalitatieve en kwantitatieve vraag en aanbod van werk- en woonlocaties met elkaar in overeenstemming zijn en streeft naar behoud en versterking van de unieke kwaliteiten van de diverse landschappen en cultuurhistorie. Het beleid van de Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 is, voor zover het een bindende werking moet hebben, neergelegd in de Omgevingsverordening NH2022 (in werking vanaf 12 februari 2026). Ook vanuit de provincie gelden instructieregels waar een buitenplanse omgevingsplanactiviteit aan moeten voldoen.
Betekenis voor het project De locatie is in de provinciale Omgevingsverordening NH2022 niet aangewezen als Beschermd landschap, Natuurnetwerk Nederland of Landelijk gebied. De regels in de Omgevingsverordening staan de voorgenomen ontwikkeling niet in de weg. 3.3.2 Woondeal 2.0 Regio Noord-Holland Noord De regio Noord-Holland Noord heeft samen met het Rijk de Woondeal NHN 2.0 (2023) afgesloten. Het doel van de Woondeals is om snel meer (betaalbare) woningen te bouwen in deze regio’s. Er moeten tot en met 2030 ongeveer 220.000 woningen bij komen. De Woondeal NHN richt zich op de bouw van voldoende betaalbare woningen in de regio, in samenwerking met marktpartijen en corporaties. In de Woondeal staat de inzet voor 30% sociale huur en 36,67% middensegment (huur of koop) (ofwel 2/3 betaalbaar).
DNS Planvorming BV
11/23
Beleid
Betekenis voor het project Met de voorgenomen ontwikkeling wordt voldaan aan de eisen uit de Woondeal 2.0. Alle woningen vallen in de categorie sociale huur en zijn o.a. geschikt voor de doelgroepen senioren en starters. 3.3.3 Regionaal woonakkoord Kop van Noord-Holland 2021-2026 Het Regionaal woonakkoord Kop van Noord-Holland (hierna: Woonakkoord) is het vervolg op het Regionaal Actieprogramma Wonen 2017-2020. Het Woonakkoord gaat over onderwerpen waar de regio en de provincie elkaar nodig hebben en om niet effectieve (bestuurlijke) regeldruk te voorkomen. Daarnaast probeert het Woonakkoord woningen in het landelijk gebied mogelijk te maken. Zonder Woonakkoord is dat niet mogelijk. Ook biedt het een actuele en krachtige impuls en inspiratie voor lokale woonvisies en prestatieafspraken. Het Woonakkoord is in maart 2022 ondertekend door de colleges van de Kop gemeenten en Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Holland. In het Woonakkoord wordt onder andere ingezet op het bouwen van meer woningen, het toevoegen van passende woningen voor senioren en betaalbare woningen. Betekenis voor het project Met de voorgenomen ontwikkeling wordt aangesloten bij het regionaal Woonakkoord door middel van het toevoegen van sociale huurwoningen.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1 Omgevingsvisie Schagen Op 14 december 2021 heeft de gemeenteraad van Schagen de Omgevingsvisie vastgesteld. In de Omgevingsvisie zijn een aantal doelstellingen op het gebied van wonen uitgewerkt, zoals de ambitie om per jaar te starten met de bouw van 300 woningen, per project een minimaal percentage (afhankelijk van de projectgrootte) goedkope koop of sociale huur toe te voegen aan de woningvoorraad, te zorgen voor voldoende starterswoningen en een minimale bruto vloeroppervlakte van 35 vierkante meter per woning te hanteren. De gemeente ziet graag nieuwe vormen van wonen. Dit zijn vormen van wonen waarbij meerdere huishoudens samen een doel hebben. Dit is een maatschappelijk doel. Voorbeelden zijn zorgen voor elkaar en het zo duurzaam mogelijk wonen en leven. Daarbij kan horen dat mensen gebouwen, een auto, grond of ruimtes met elkaar delen. Nieuwe vormen van wonen zien er vaak anders uit dan het gewone wonen in een straat (bijvoorbeeld een hofje). In de Omgevingsvisie wordt ingezet op gemiddeld 30% goedkope koop/sociale huur bij kleine projecten (minder dan 40 woningen). Hiervan is minimaal een kwart sociale huur. Betekenis voor het project De ontwikkeling in het plangebied past binnen de doelstellingen van de Omgevingsvisie. Met het plan wordt invulling gegeven aan de grote behoefte aan sociale huurwoningen.
Er wordt aangesloten bij de ambitie van de gemeente voor het creëren van nieuwe vormen van wonen in de vorm van een hofje. 3.4.2 Duurzaamheidsprogramma Schagen 2020-2050 Het Duurzaamheidsprogramma is vastgesteld op 12 mei 2020 en beschrijft de lange termijn doelen en ambities van de gemeente Schagen. Het gaat uit van 6 pijlers: Groen en Biodiversiteit Elektriciteit Duurzame mobiliteit Warmte Klimaatadaptatie Circulaire economie
DNS Planvorming BV
12/23
Beleid
De gemeente wil onder andere meer bomen en groen toevoegen, optimaal isoleren, elektriciteitsverbruik verlagen en klimaatadaptief inrichten. Betekenis voor het project In het nieuwe hofje wordt veel aandacht besteed aan groen en water. De benedenwoningen beschikken aan twee zijden over een tuin. Daarnaast voorziet het plan in een groot oppervlak openbaar groen. Bestaande bomen blijven behouden. Parkeerplaatsen worden klimaatadapatief ingericht en de huizen voldoen aan de moderne duurzaamheidseisen. Hiermee sluit de ontwikkeling aan bij het duurzaamheidsprogramma. 3.4.2 Reisgids voor ruimtelijke kwaliteit Om te bepalen hoe de beoordeling van plannen aan ruimtelijke kwaliteit plaats vindt, zijn beleidsregels opgesteld welke zijn opgenomen in de ‘Reisgids voor ruimtelijke kwaliteit’. De beleidsregels zijn abstract van karakter en geven ruimte voor verschillende ontwerpoplossingen. Voor bijzondere ontwikkelingen (nieuwe stedelijke ontwikkelingen van toevoegingen van meer dan 12 woningen en/of uitbreiding met meer dan 500m2 van een gebouw geldt) dat een beeldkwaliteitsplan moet worden opgesteld. Betekenis voor het project Gelet op de beperkte omvang van het bouwplan is er geen noodzaak voor het opstellen van een beeldkwaliteitsplan. Voor de vormgeving wordt nadere afstemming met de adviescommissie ruimtelijke kwaliteit (welstand) gezocht.
Het plangebied maakt onderdeel uit van het ‘komgebied’. Voor het komgebied geldt een regulier welstandsniveau. Belangrijk is dat typen gebouwen worden gebouwd zoals dat gebruikelijk is voor het gebied. In het kader van de aan te vragen omgevingsvergunning voor bouwen zal het bouwplan door de adviescommissie ruimtelijke kwaliteit worden beoordeeld.
3.5
Conclusie beleidskader
Op basis van voorgaande paragrafen wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling passend is binnen de beleidskaders op Rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau en voldoet aan de instructieregels van Rijk en provincie.
DNS Planvorming BV
13/23
Fysieke leefomgeving
4
Fysieke leefomgeving
In dit hoofdstuk wordt beschreven op welke wijze bij de activiteit rekening is gehouden met diverse aspecten van de fysieke leefomgeving en de evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De aspecten sluiten aan op en dekken de onderdelen zoals genoemd in artikel 1.2 Omgevingswet. De beschrijving is per aspect in een aparte paragraaf opgenomen. De gemeente kan omgevingswaarden vaststellen in het omgevingsplan. Het moet dan gaan om omgevingswaarden die het gemeentebestuur kan beïnvloeden of beheersen door de inzet van beleidsinstrumenten, zoals voor geur of geluid. Door de gemeente Schagen zijn nog geen omgevingswaarden in het omgevingsplan vastgesteld.
4.1
Cultureel erfgoed, landschap en stedenbouw
Wat onder cultureel erfgoed wordt verstaan is opgenomen in bijlage A (begrippen) van de Omgevingswet. Het gaat hierbij om monumenten, archeologische monumenten, stads- en dorpsgezichten, cultuurlandschappen en, voor zover dat voorwerp is of kan zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in het omgevingsplan, ander cultureel erfgoed als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet. De Erfgoedwet bevat de wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed en archeologie in Nederland. Het is op basis hiervan verplicht om de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie mee te nemen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. Betekenis voor het project De locatie heeft geen specifieke cultuurhistorische waarden. Op de gemeentelijke erfgoedkaart zijn geen cultuurhistorische elementen weergegeven. Aandachtspunt is de ligging binnen de molenbiotoop van de poldermolen Waarland. In paragraaf 4.12 is gemotiveerd dat geen negatieve effecten optreden voor de molen. Het bouwplan leidt niet tot aantasting van cultuurhistorische waarden. Op 20 december 2022 is een nieuwe archeologische beleidskaart vastgesteld door de gemeenteraad van Schagen. Op grond van de beleidskaart kan de conclusie getrokken worden dat de locatie een lage verwachting van archeologische waarden gaat .
De beleidskaart geeft aan dat archeologisch onderzoek op deze locatie pas nodig is bij plannen groter dan 2.500 m2. Deze verstoringsnorm wordt niet overschreden.
4.2
Bodemkwaliteit
Ter bescherming van de gezondheid en het milieu zijn voor het aspect bodem instructieregels in het Besluit kwaliteit leefomgeivng (Bkl) opgenomen. De inhoud van deze regels is via het Aanvullingsbesluit bodem Omgevingswet opgenomen in paragraaf 5.1.4.5 Bkl. Het aanvullingsbesluit bepaalt voor welke activiteiten kan worden volstaan met een melding. Er worden drie basisvormen van bodemgebruik onderscheiden: landbouw/natuur, wonen en industrie. De kaders zijn gebaseerd op de risicogrenswaarden die voor de betreffende situaties zijn afgeleid. De algemene doelstelling van het bodembeleid is het waarborgen van de gebruikswaarde van de bodem en het faciliteren van het duurzaam gebruik van de functionele eigenschappen van de bodem, door in onderlinge samenhang; beschermen van de bodem tegen nieuwe verontreinigen en aantastingen;
DNS Planvorming BV
14/23
Fysieke leefomgeving
evenwichtig toedeling van functies aan locaties, rekening houdend met de kwaliteiten van de bodem; duurzaam en doelmatig beheren van de resterende historische verontreinigingen en -aantastingen
Betekenis voor het project Voor het plangebied is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd1. Met dit onderzoek is inzicht verkregen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. In de bovengrond van één mengmonser zijn lichte verhogingen met PCB en minerale olie aangetoond. De overige (meng)monsters tonen geen verhogingen aan de geanalyseerde parameters aan. In het grondwater zijn geen verhoogde gehalten aan de geanalyseerde parameters aangetoond. Gezien de resultaten van het uitgevoerde bodemonderzoek is geen aanvullend of nader onderzoek noodzakelijk. De gehanteerde onderzoekstrategie geeft een duidelijk beeld van de kwaliteit van de boven - en ondergrond inclusief het grondwater. De onderzoeksresultaten vormen geen belemmeringen voor het bouwplan.
4.3
Water
Het wettelijk kader is gericht op het verkrijgen van inzicht in de gevolgen voor de waterhuishouding die samenhangen met de ruimtelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt. Het wettelijk kader is afhankelijk van zowel gemeentelijk beleid als het beleid van het waterschap.. In het kader van de watertoets wordt over het plan advies gevraagd bij de betrokken waterbeheerder. Hoe met dit advies is omgegaan wordt in deze paragraaf toegelicht. Indien het advies niet wordt opgevolgd, dient de afwijking daarvan gemotiveerd te worden. Betekenis voor het plan Voor het plan is advies aangevraagd bij het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) in het kader van de watertoets via www.dewatertoets.nl. Hierbij is door HHNK aangegeven dat het plan een beperkte invloed heeft op de waterhuishouding. Hierdoor kan de korte procedure worden gevolgd voor de watertoets. Dit betekent dat de beperkte invloed van het plan op de waterhuishouding kan worden ondervangen met standaard maatregelen. Waterkwantiteit Als gevolg van het bouwplan vindt een beperkte toename aan verharding plaats (circa 176 m²). Bij een toename aan verharding van meer dan 230 m² is watercompensatie vereist. Dat is hier niet aan de orde.
Op grond van het gemeentelijk beleid dient bij nieuwbouw of uitbouw van een bouwwerk met een oppervlak van 50 m² of meer, regenwater op eigen terrein worden gebufferd en in de bodem worden geïnfiltreerd. Hier wordt in de uitwerking van het plan verder invulling aan gegeven. De groene buitenruimte biedt voldoende ruimte voor infiltratievoorzieningen. Waterkwaliteit en riolering Hemelwater wordt afgevoerd naar het oppervlaktewater en afgekoppeld van het afvalwater. Dit komt overeen met de basisdoelstelling van het hoogheemraadschap om het hemelwater van nieuwe oppervlakken zoveel mogelijk te scheiden van het afvalwater. Voorwaarde is wel dat het hemelwater als schoon kan worden beschouwd. Dit is hier het geval.
4.4
Natuur
In de natuurwetgeving worden gebiedsbescherming en soortenbescherming onderscheiden.
1
Verkennend bodemonderzoek Bernadette Plantsoen 1 t/m 11 te Waarland, Bodembemonstering BV, 12 december 2024
DNS Planvorming BV
15/23
Fysieke leefomgeving
Beide beschermingsregimes zijn van belang voor de ontwikkelingsmogelijkheden van een gebied. Betekenis voor het project Voor de voorgenomen ontwikkeling is een ecologische quickscan uitgevoerd2 en verdiepend onderzoek naar vleermuizen en huismussen3. De resultaten zijn hieronder toegelicht. Gebiedsbescherming Het plangebied ligt op meer dan 9 kilometer afstand van het meest nabijgelegen Natura 2000gebieden. Gezien de grote afstand en de uit te voeren werkzaamheden worden op voorhand geen directe negatieve gevolgen verwacht van de plannen zoals licht, geluid of optische verstoring. Er hoeft geen nadere toetsing uitgevoerd te worden. Er zijn stikstofberekeningen met het programma Aerius uitgevoerd4. Uit deze berekeningen volgt dat de maximale projectbijdrage in de gebruiksfase en aanlegfase 0,00 mol/ha/jaar bedraagt op de meest dichtbijgelegen stikstofgevoelige habitattypen. De stikstofdepositie die uitvoering van de plannen zal veroorzaken vormt een zodanig gering percentage van de kritische depositiewaarde van de meest kritische ter plaatse voorkomende stikstofgevoelige habitattypen, dat er ecologisch gezien geen zichtbare of meetbare effecten zullen optreden en er zeker geen sprake is van significante gevolgen waardoor de instandhoudingsdoelstellingen van de betrokken Natura 2000-gebieden in gevaar zouden kunnen komen.
Het plangebied ligt niet binnen de begrenzing of in de directe omgeving van het Bijzonder Provinciaal Landschap waarin het Natuurnetwerk Nederland en weidevogelleefgebied is opgenomen. Gezien de aard van de plannen, de reikwijdte daarvan en de locatie van het plangebied ten opzichte van beschermde gebieden, worden geen negatieve effecten op beschermde natuurgebieden verwacht. Soortenbescherming Omdat de aanwezigheid van nestplaatsen van de huismus en voortplanting- en rustverblijfplaatsen van vleermuissoorten niet konden worden uitgesloten op basis van de uitgevoerde quickscan, is nader soortgericht onderzoek uitgevoerd om de effecten op deze soortgroep te beoordelen. Uit de resultaten van het verdiepend onderzoek blijkt dat er geen nestplekken van huismussen aanwezig en geen verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig zijn binnen de planlocatie. Tijdens de werkzaamheden dient in ieder geval rekening te worden gehouden met de zorgplicht. Indien er twijfel bestaat over het al dan niet naleven van de zorgplicht en/of het welzijn van flora en fauna tijdens de werkzaamheden dient er contact opgenomen te worden met een erkend ecoloog. Conclusie Vanuit de Wet natuurbeschermingen zijn er geen belemmeringen die de uitvoerbaarheid van het plan in de weg staan.
4.5
Geluid
Geluid kan van grote invloed zijn op het woon- en leefklimaat van mensen en op hun gezondheid. Het Bkl bevat geluidsregels die via het omgevingsplan zullen gelden voor individuele bedrijven die geluid voortbrengen. Voor de andere belangrijke geluidsbronnen zoals industrieterreinen, wegen en spoorwegen worden via de Aanvullingswet geluid en het Aanvullingsbesluit geluid regels toegevoegd aan de Omgevingswet en het Bkl. De regels voor geluid hebben een tweezijdige werking om de bescherming tegen geluidsbelasting vorm te geven. Enerzijds bij de 2
Quickscan natuur Bernadette Plantsoen 1-11 te Waarland, Van der Goes en Groot BV, 29 februari 2024 Verdiepend onderzoek Bernadetteplantsoen te Waarland, Els & Linde, 18 juni 2025 4 Berekening stikstofdepositie Bernadette-plantsoen Waarland, DNS Planvorming BV, 20 maart 2026 3
DNS Planvorming BV
16/23
Fysieke leefomgeving
aanleg of aanpassing van spoorwegen of industrieterreinen en anderzijds bij het mogelijk maken van nieuwe geluidsgevoelige gebouwen en locaties nabij een geluidsbron. Betekenis voor het project In het geval van de realisatie van nieuwe geluidgevoelige functies, zoals woningen, geldt voor nieuwbouw binnen de bebouwde kom een standaardwaarde van 53 dB en een maximale waarde van 70 dB voor binnenstedelijke situaties. Het plan ligt in het aandachtsgebied van de Kerkstraat en Jonkerstraat. Uit raadpleging van de geluidkaart op de website van de Atlas van de leefomgeving (www.atlasleefomgeving.nl) volgt dat ter plaatse sprake is van een aanvaardbare geluidbelasting als gevolg van het verkeer (lager dan de standaardwaarde). Het aspect wegverkeersverkeerslawaai staat een aanvaardbaar woon- en verblijfsklimaat niet in de weg.
Afbeelding 4.1: Geluidbelasting wegverkeer met locatie bouwplan rood omlijnd (bron: www.atlasleefomgeving.nl)
4.6
Bedrijven en milieuzonering
Het omgevingsbeleid stelt zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen anderzijds. De doelen van milieuzonering zijn: Het reeds in het ruimtelijk spoor voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; Het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen.
DNS Planvorming BV
17/23
Fysieke leefomgeving
Betekenis voor het project De VNG-brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’ geeft indicatieve afstanden tussen bedrijven/functies en woningen met betrekking tot de aanvaardbaarheid van een plan vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening. Deze afstanden worden gemeten vanaf de grens van het bedrijfsperceel tot de gevel van de woning. Binnen gemengd gebied kunnen de richtafstanden met één afstandsstap worden verlaagd. Een 'gemengd gebied' is een gebied met een matige tot sterke functiemenging of een gebied dat gelegen is nabij hoofdinfrastructuur. Kenmerkend voor het omgevingstype 'gemengd gebied' is dat sprake is van een zekere verstoring en dus van een relevant andere omgevingskwaliteit dan in een rustig woongebied. Dorpshuis Aan de oostzijde van het plangebied is het dorpshuis van Waarland gevestigd. In de VNG-brochure wordt voor een dergelijk functie (SBI 94991, buurt- en clubhuizen) een richtafstand van 30 meter gehanteerd tot woningen in een rustig woongebied. Aan deze richtafstand wordt voldaan. Sporthal Bij het dorpshuis is ook een sporthal aanwezig. In de VNG-brochure wordt voor een dergelijk functie (SBI 931, sporthal) een richtafstand van 50 meter gehanteerd tot woningen in een rustig woongebied. Aan deze richtafstand wordt voldaan.
Conclusie Omdat wordt voldaan aan de richtafstanden voor milieuzonering kan worden geconcludeerd dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat bij de woningen binnen het plan. Functies in de omgeving worden bovendien niet beperkt in de activiteiten.
4.7
Spuitzonering
In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties is de drift van gewasbeschermingsmiddelen van belang. Het neerkomen van een deel van de gewasbeschermingsmiddelen door wind heeft namelijk mogelijk effect op de gezondheid van omwonenden. Betekenis voor het project In de omgeving van het plangebied zijn gronden met een agrarische bestemming aanwezig waarop een grondgebonden agrarische bedrijfsvoering is toegestaan. Op deze gronden kunnen bestrijdingsmiddelen worden gebruikt. Uit vaste rechtspraak volgt dat in het algemeen een afstand van 50 m tussen gevoelige functies en agrarische bedrijvigheid waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt niet onredelijk wordt geacht. De woningen worden op meer dan 50 meter van agrarische gronden waar gewassen kunnen worden geteeld gerealiseerd. Bestaande woningen staan bovendien op kortere afstand. Het aspect spuitzonering staat een goed woon- en leefklimaat niet in de weg. Agrarische bedrijven worden niet beperkt in de bedrijfsactiviteiten.
4.8
Verkeer en parkeren
In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect verkeer en parkeren Betekenis voor het project Verkeer De CROW-kencijfers gaan voor sociale huurappartementen < 75 m² op deze locatie (weinig stedelijk, rest bebouwde kom) uit van gemiddeld 3,3 autoverkeersbewegingen per dag. Dit betreft
DNS Planvorming BV
18/23
Fysieke leefomgeving
8 woningen in het plan. Voor sociale huurappartementen met een bruto vloeroppervlak van 75 – 100 m² bedraagt de verkeersgeneratie 3,4 autoverkeersbewegingen per dag. Dit bedraagt 12 woningen in het plan. Dit betekent in totaal 67,2 autoverkeersbewegingen per dag (8 x 3,3 + 12 x 3,4). Voor de bestaande 10 woningen kan worden uitgegaan van ongeveer de helft van dit aantal. De omliggende wegen hebben voldoende capaciteit om de extra verkeersgeneratie te verwerken. Parkeren In de Parkeernota Schagen 2016 is voor de categorie huurhuis (etage, midden/goedkoop) binnen het gebied ‘rest bebouwde kom’ een parkeernorm van 1,4 parkeerplaatsen opgenomen (waarvan 0,3 voor bezoekers). Er worden 10 extra woningen gerealiseerd. De extra parkeerbehoefte bedraagt aldus 14 parkeerplaatsen (10 x 1,4). Er worden 11 parkeerplaatsen in de openbare ruimte toegevoegd, waarvan 6 aan de zuidzijde en 5 aan de oostzijde van het plan. Een jaar na oplevering van het project wordt in de straten rondom het plangebied de parkeerdruk gemeten, om te onderzoeken of er nog extra parkeerplaatsen nodig zijn. Hiervoor zal op de drukste momenten (vrijdag- en zaterdagavond) een parkeerdrukmeting worden uitgevoerd. Als de parkeerdruk gemiddeld boven de 85% uitkomt, dan is sprake van een tekort aan parkeerplaatsen en zullen maximaal 5 extra parkeerplaatsen worden aangelegd.
4.9
Luchtkwaliteit
De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan beschreven in de instructieregels opgenomen in het Bkl. Ter bescherming van de gezondheid zijn voor het aspect luchtkwaliteit instructieregels opgenomen in paragraaf 5.1.4.1 Bkl. Volgens deze regels gelden zogeheten omgevingswaarden voor onder andere de in de buitenlucht voorkomende stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10). Een activiteit is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; het project draagt alleen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging. Betekenis voor het project Het project draagt met de sloop van 10 gasgestookte woningen en de bouw van 20 gasloze woningen niet of nauwelijks bij aan de luchtverontreiniging. In combinatie met de lage achtergrondwaarden in het gebied is luchtkwaliteit geen belemmering voor het voorgenomen plan.
4.10
Omgevingsveiligheid
De hoofdlijnen van het wettelijk kader omtrent de externe veiligheid zijn opgenomen in instructieregels in afdeling 5.1.2 Bkl. In bijlage VII van het Bkl zijn activiteiten aangewezen als risicobronnen. Deze risicobronnen zijn van belang voor de regels over het plaatsgebonden risico en aandachtsgebieden. Het betreft de volgende activiteiten: Activiteiten met gevaarlijke stoffen bij bedrijven. Dit zijn verschillende milieubelastende activiteiten uit het Besluit activiteiten leefomgeving; Het basisnet vervoer gevaarlijke stoffen (weg, water en spoor); Buisleidingen met gevaarlijke stoffen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteiten leefomgeving; Windturbines die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteit leefomgeving. Het werken met aandachtsgebieden voor externe veiligheidsrisico’s is een nieuwe manier van omgaan met het groepsrisico (artikel 5.12 t/m 5.15 Bkl). Een aandachtsgebied geldt van rechtswege. Deze worden vastgelegd in het Register Externe Veiligheid en zijn digitaal raadpleegbaar. In het plan moet binnen deze aandachtsgebieden rekening worden gehouden met
DNS Planvorming BV
19/23
Fysieke leefomgeving
het groepsrisico. Hier wordt aan voldaan door in het aandachtsgebied geen beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen toe te laten en ook geen beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties. Deze gebouwen en locaties zijn wel toelaatbaar als er daarvoor extra maatregelen worden genomen. Betekenis voor het project Het plangebied ligt niet binnen een aandachtsgebied voor omgevingsveiligheid. Het aspect omgevingsveiligheid vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.11
Trillingen
Voor de beoordeling van trillingen is in Nederland geen wetgeving van toepassing. Wel heeft de SBR (Stichting Bouwresearch) richtlijnen uitgebracht op het gebied van trillingen (meet- en beoordelingsrichtlijnen). Dit zijn landelijk geaccepteerde richtlijnen voor het meten en beoordelen van trillingen in gebouwen. Betekenis voor het project De locatie ligt niet in de nabijheid van functies die trillingshinder kunnen veroorzaken.
4.12
Molenbiotoop
Molens zijn monumenten die de identiteit van menig Nederlands landschap bepalen. Daarom verdienen ze het om hun cultuurhistorische plek daarin te behouden. Molens zijn bovendien levende monumenten. Het zijn werktuigen. Voor hun werking stellen ze specifieke eisen aan hun omgeving. Wordt niet aan die eisen voldaan, dan is de molen gedoemd tot stilstaan en verval. De bescherming van de windvang en cultuurhistorische waarde van een molen vindt plaats door middel van de molenbiotoop. Betekenis voor het project De locatie ligt binnen de molenbiotoop van de poldermolen Waarland. Binnen de in het bestemmingsplan Waarland opgenomen ‘Vrijwaringszone - molenbiotoop’ mag binnen een zone van 100 m van de molen, de hoogte van gebouwen niet meer bedragen dan de bestaande bouwhoogte. Binnen een zone 100 m tot een afstand van 400 m mogen geen hogere gebouwen worden gebouwd dan door middel van de formule: H = X/n + c * z, waarin: H = de toelaatbare hoogte in meters (gemeten vanaf peil ter plaatse van de molen); X = de afstand in meters vanaf het gebouw tot de wieken van de molen; n= de ruwheidscoëfficiënt (140 voor open gebied, 75 voor ruwe gebied en 50 voor gesloten gebied; c = 0,2 (constante in verband met een windreductie van 5%); z = de askophoogte: 13 m. Het gebouw komt vanaf circa 210 meter afstand van de molen te staan.
Gelet op de tussenliggende bebouwing kan dit als gesloten gebied worden aangemerkt. De molenbiotoopformule is dan als volgt: 210/50 + 0,2 * 13 = 6,8 meter. Omdat de molen circa 1,5 meter hoger staat dan het toekomstig peil binnen het plangebied, bedraagt de maximum bouwhoogte 8,3 meter. De bouwhoogte van het nieuwe gebouw bedraagt circa 10 meter. Het bouwplan is beoordeeld door Stichting De Westfriese Molens. Doordat het nieuwe woongebouw aan de het Bernadette-Plantsoen een lagere nokhoogte heeft dan de huidige 22 woningen én op meer afstand van de molen wordt gesitueerd, is de stichting van mening dat in deze situatie het beoogde bouwplan niet aangepast c.q. geweigerd hoeft te worden.
DNS Planvorming BV
20/23
Fysieke leefomgeving
4.13
M.e.r.-beoordeling
Of een besluit over een project-mer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig is, kan worden afgeleid uit bijlage V bij het Omgevingsbesluit, in samenhang met de artikelen 11.6 en 11.8 van het Omgevingsbesluit. Bijlage V heeft als ingang (eerste kolom) de omschrijving van het project van de initiatiefnemer. In kolom 4 staan de besluiten genoemd waarvoor dan de mer-verplichtingen gelden. Het gaat dan om besluiten waarmee de toestemming voor het project wordt verleend. In dit geval is dat de omgevingsvergunning. Of er voor het besluit een mer-plicht of een mer-beoordelingsplicht geldt, volgt uit de tweede en derde kolom. Als het project voldoet aan de voorwaarden van kolom 2, geldt een mer-plicht. Anders geldt een mer-beoordelingsplicht, tenzij ook in kolom 3 nog voorwaarden staan. Betekenis voor het project Het plan voorziet in de sloop van 10 woningen en bouw van 20 woningen. Uit de voorgaande paragrafen volgt dat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden ten aanzien van de kenmerken en locatie van het plan die zouden kunnen leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. De conclusie is dan ook dat belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten. Het volgen van een m.e.r.-(beoordelings-) procedure is daarom niet nodig.
4.14
Gezondheid
Conform artikel 1.3 sub a Omgevingswet is het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit een belangrijk maatschappelijk doel van de Omgevingswet. De aspecten veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit hangen nauw met elkaar samen. Betekenis voor het project De gemeente Schagen heeft nog geen specifiek beleid vastgesteld met betrekking tot gezondheid. Gelet op de conclusies met betrekking tot de hiervoor benoemde aspecten omtrent de effecten of de fysieke leefomgeving, kan met betrekking tot gezondheid worden geconcludeerd dat er als gevolg van het project geen sprake is van negatieve effecten.
4.15
Conclusie effecten fysieke leefomgeving
Gelet op de conclusies uit de voorgaande paragrafen wordt geconcludeerd dat de effecten op de fysieke leefomgeving als gevolg van het plan aanvaardbaar zijn.
DNS Planvorming BV
21/23
Uitvoerbaarheid
5
Uitvoerbaarheid
5.1
Financiële uitvoerbaarheid
Kostenverhaal geldt voor kostenverhaalplichtige activiteiten. Dat zijn: aangewezen bouwactiviteiten; aangewezen activiteiten vanwege gebruikswijzigingen. Het Omgevingsbesluit bevat relevante regels over (verplicht) kostenverhaal. De plankosten worden gedragen door de initiatiefnemer. Hetzelfde geldt voor eventuele kosten als gevolg van nadeelcompensatie. Hiervoor zal een overeenkomst tussen Wooncompagnie en de gemeente worden gesloten. De financiële uitvoerbaarheid van het plan is voldoende gewaarborgd.
5.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Op dinsdag 26 november 2024 heeft Wooncompagnie een inloopbijeenkomst georganiseerd in het Dorpshuis Waarland. Tijdens de bijeenkomst zijn geïnteresseerden en omwonenden geïnformeerd over de eerste plannen en ideeën van het project. Tevens was het doel om opmerkingen en wensen vanuit de omgeving op te halen. Er was sprake van een goede opkomst met circa 60 bewoners, omwonenden en/of geïnteresseerden. De eerste schetsontwerpen zijn over het algemeen goed ontvangen en er zijn geïnteresseerden die in de toekomst op de locaties willen wonen. Over het project zijn verschillende vragen en opmerkingen ontvangen. Deze zijn beantwoord in een nieuwsbrief die op 11 december 2024 is verstuurd. Het participatieverslag is al bijlage bij deze GoFlo opgenomen. Op 17 juni 2025 is een tweede inloopbijeenkomst gehouden, waarbij het aangepaste plan is gepresenteerd. Op de onderhavige aanvraag is conform artikel 16.62 Omgevingswet de reguliere procedure van titel 4.1 Algemene wet bestuursrecht van toepassing. De beslistermijn is 8 weken.
DNS Planvorming BV
22/23
Belangenafweging en conclusie
6
Belangenafweging en conclusie
6.1
Is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties?
Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een buitenplanse omgevingsplanactiviteit wordt de omgevingsvergunning alleen verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (Etfal, artikel 8.0a, lid 2 Bkl). Naast de regel dat omgevingsvergunningen slechts kunnen worden verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, gelden de beoordelingsregels in artikel 8.0b tot en met 8.0e van het Bkl (zie ook ‘beleidskader Rijk en provincie’, hoofdstuk 4). De vraag bij de vergunningverlening is of het initiatief – de gevraagde activiteit - leidt tot een situatie, waarbij er sprake is van een evenwichtige toedeling (van functies aan locaties). Anders gezegd: is er – na een zorgvuldige belangenafweging - met het toestaan van de activiteit nog steeds of weer sprake van een evenwichtige toedeling? Om dit te kunnen beoordelen zijn alle voor de fysieke leefomgeving relevante aspecten (voor zover betrekking hebbend op de gevraagde activiteit) nader onderzocht en afgewogen.
6.2
Conclusie
Gelet op de conclusies uit de voorgaande hoofdstukken met betrekking tot het beleidskader, de effecten op de fysieke leefomgeving en de betrokken belangen wordt geconcludeerd dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Alles overwegende is de ontwikkeling aanvaardbaar.
DNS Planvorming BV
23/23