Amendement D66 Omgevingsvisie buitengebied (1)
Tekst van het document
Schagen Amendement Omgevingsvisie Agendapunt
21
Onderwerp
Omgevingsvisie gemeente Schagen “speerpunt buitengebied/landelijk gebied”
Aan de raad De raad van de gemeente Schagen in vergadering bijeen op 14 december 2021. Overwegende dat: - de “landbouw” een belangrijke economische factor is in deze gemeente maar er zich op het gebied van de inrichting van het buitengebied als ook op de met de landbouw samenhangende mineralen en bodem-, methaan- en stikstofproblematiek en biodiversiteit het nodige aan de hand is; - merkbaar zijn de effecten van het jarenlange beleid van overheden en banken waarnaar de agrariërs zich hebben moeten schikken om het hoofd boven water te houden: meer, meer meer, gevolgd door: o stoppende agrarische bedrijven met in het verlengde schaalvergroting bij andere bedrijven, een hogere veebezetting per ha, import van soja voor krachtvoer et cetera; o grotere agrarische bouwvlakken voor de blijvers (van 1 > 2 ha), nieuwbouw van bedrijfsbebouwing voor het vee en/of producten waarvoor bij stoppende agrariërs al ruimte was; o de constatering dat voor iedere koe, bol of kool is er inmiddels meer dan het dubbele stal- of opslagruimte is in het buitengebied/landelijk gebied; o de constatering dat bij een verdere schaalvergroting dat volume nog zal toenemen door de bouw van nieuwe stallen terwijl de oude blijven staan; - de provinciale regeling Ruimte-voor-Ruimte om het volume bedrijfsbebouwing terug te brengen ten faveure van de ruimtelijke kwaliteit niet de oplossing bleek, in tegendeel; - de
balans tussen “landbouw” in het buitengebied en de “natuur” in deze gemeente al jarenlang verstoord is; - de huidige vorm van landbouw tegen zijn grenzen aan begint te lopen door het afnemen van de bodemkwaliteit; - uit de brede consultatierondes1 naar voren is gekomen dat “natuur, landschap en biodiversiteit” grotere aandacht verdient; - verrommeling van het landschap, landschapsvervuiling moet worden tegengegaan; - zonering nodig is met kaders waar welke ontwikkelingen wel en waar niet mogelijk zijn; - uit de MER blijkt dat de Omgevingvisie in zijn huidige vorm negatieve invloeden heeft op landschappelijke waarden, stiltegebieden, Natura 2000 gebieden en Natuurnetwerk Nederland2 In aanmerking nemende dat: - een groot deel van het buitengebied/landelijk gebied is aangewezen als bijzonder provinciaal landschap; - de voorliggend Omgevingsvisie als het gaat om het buitengebied meer een bestendiging van de huidige situatie uitstraalt dan dat een het beeld geeft van een visie; - het te veel ruimte geeft aan nieuwe ontwikkelingen zonder die in samenhang met elkaar te brengen, er sprake is van een sectorale aanpak; 1 Samenvatting resultaat week van de omgevingsvisie 2 Conclusies experts in de Mer
-
-
-
er vrijwel geen randvoorwaarden zijn gesteld aan de plaats en ruimte voor nieuwvestiging en uitbreiding van bedrijven verspreid in het buitengebied; in de te verwachten verder voortschrijdende schaalvergroting in de agrarische sector het nodig is een zonering aan te geven waar die grotere agrarische bedrijven zich in het kader van de methaan- en stikstofproblematiek zich het beste kunnen vestigen; er aandacht moet worden besteed aan hoe het landelijk gebied in te richten ter bescherming of ten gunste van weidevogels en de bodemkwaliteit; de LTO met de handreiking om de hinder van de gewasbeschermingsmiddelen te beperken door (coniferen-) hagen, aangeeft inzicht te hebben in die problematiek maar als oplossing niet meer dan het aanbrengen van een pleister biedt; al het voorgaande en wellicht nog meer alle aanleiding geeft om de inrichting en activiteiten in het landelijk gebied/buiten stedelijk gebied als speerpunt aan te merken en om daar in overleg met de agrariërs, de LTO, het Hoogheemraadschap, de Provincie etc. tot een visie wordt gekomen voor het landelijk gebied. “concrete maatwerkvoorschriften” bij latere voorgelegde ontwikkelingen gebaseerd moeten zijn op de waarden en kernpunten van de omgevingsvisie en dat die in deze visie o feitelijk ontbreken; o voor zover ze er zijn te abstract zijn en multi-interpretabel
Stellen ondergetekenden voor a. aan hoofdstuk III.2. speerpunten op pag 9 ev I. toe te voegen het speerpunt III.2.b.2. “buitenstedelijk/landelijk gebied” II. met een tekst die de hiervoor gestelde problematiek weergeeft en waarin richting wordt gegeven aan de toekomstige inrichting en ontwikkeling van het buitenstedelijk/landelijk gebied;
b. het raadsvoorstel en/of het bij het voorstel behorende ontwerpbesluit als onder punt 3 als volgt te wijzigen: 3. De Omgevingsvisie gemeente Schagen, zoals vastgelegd op de website www.omgevingsvisieschagen.nl en zoals vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0441.Omgevingsvisie-VA01, en het daarbij behorende planMER vast te stellen, inclusief - de voorgestelde wijzigingen in de “Nota zienswijzen en wijzigingen Omgevingsvisie Schagen” voor zover niet strijdig met de door de raad aangenomen amendementen; - de door de raad aangenomen amendementen met de nog op die punten in de geest van de amendementen aan te passen “Nota zienswijzen en wijzigingen Omgevingsvisie Schagen” Toelichting Het zonder enig voorbehoud ruimte geven aan de ontwikkeling van landbouwbedrijven in bollenteelt, veeteelt en akkerbouw gaat voorbij aan ontwikkelingen in die bedrijfssectoren en ook aan de mineralen, methaan- en stikstofproblematiek en in relatie daarmee tot de (woning-)bouw. Met de agrariërs en andere belangengroepen zouden we als gemeente tot een gezamenlijke visie voor de ontwikkeling van het landelijk gebied moeten komen, zoeken naar de balans tussen landbouw en natuur en landschapsontwikkeling. Aan de provincie moet daarbij ook een belangrijke rol worden toebedeeld.
Zeker als het gaat om de milieu-/stikstofproblematiek maar ook omdat aan het benoemen van “bijzonder provinciaal landschap” ook verder inhoud moet worden gegeven.
Fractie D66 Mr. F.N.J. Jansen, fractievoorzitter