Achtergrondrapport Water
Tekst van het document
Deelaspect
Beoordelingscriteria
Koelwateronttrekking
Waterbeschikbaarheid Noordhollandsch Kanaal Langetermijngevolgen klimaatverandering
Koelwaterlozing – warmte
Koelwaterlozing – waterkwaliteit
Score n.v.t.
Mengzone
0
Watertemperatuur
0
(Fysisch-) chemische waterkwaliteit
-
Biologische waterkwaliteit
0
Ten tijde van de overgangsfase is er sprake van een negatief effect (-) ten aanzien van de waterbeschikbaarheid van het Noordhollandsch Kanaal. Het tegelijk draaien van de PALLAS-reactor en de HFR heeft een tijdelijke toename van onttrekking van (koel)water tot gevolg. Wanneer er onvoldoende water beschikbaar is kunnen beide reactoren zo nodig afschakelen, al heeft dit consequenties voor de isotopenproductie. Duidelijke effecten van klimaatverandering op de zoetwaterbeschikbaarheid in het Noordhollandsch Kanaal spelen pas op de langere termijn. Dit beoordelingscriterium is daarom voor de overgangsfase niet van toepassing. Er worden geen effecten (0) verwacht ten aanzien van de beoordelingscriteria mengzone en watertemperatuur (als onderdeel van criterium koelwaterlozing – warmte). De mengzone raakt in geen enkel scenario de bodem. Het koelwater van de PALLAS-reactor voldoet aan de koelwatertemperatuurnormen. De maximale temperatuurstijging ten opzichte van een situatie zonder koelwaterlozingen is daarnaast marginaal. In de winter is die het grootst, maar met orde 0,20 °C in de overgangsfase. Er is sprake van een negatief effect (-) ten aanzien van de (fysisch-) chemische waterkwaliteit. De lozing van stoffen via het koelwater in de overgangsfase voldoet aan de immissietoets.
Bij het gelijktijdige benutten van de maximale koelcapaciteit van beide reactoren is de lozingsvracht van vrij beschikbaar chloor (FO), bromoform en chloroform echter aanmerkelijk hoger dan wanneer alleen de HFR of de PALLAS-reactor in bedrijf is. Daarnaast is er echter ten aanzien van de biologische waterkwaliteit geen sprake van significante Onze referentie: D10008766:217 - Datum: 16 april 2021 - AS3-Public
26 van 39
ACHTERGRONDRAPPORT OPPERVLAKTEWATER
negatieve effecten (0) op fytoplankton en macrofauna in het waterlichaam Hollandse kust in de overgangsfase. Tabel 9 Effectbeoordeling aspect Oppervlaktewater tijdens de exploitatiefase
Deelaspect
Beoordelingscriteria
Koelwateronttrekking
Waterbeschikbaarheid Noordhollandsch Kanaal
0
Langetermijngevolgen klimaatverandering
0
Mengzone
0
Watertemperatuur
0
(Fysisch-) chemische waterkwaliteit
0
Biologische waterkwaliteit
0
Koelwaterlozing – warmte
Koelwaterlozing – waterkwaliteit
Score
Voor de PALLAS-reactor wordt een vergunningsdebiet aangehouden van 3.300 m3/uur en 75.000 m3/dag, wat overeenkomt met de koelwateronttrekking van de HFR. De waterbeschikbaarheid van het Noordhollandsch Kanaal in de exploitatiefase kent daarom een neutrale effectbeoordeling (0). De beschikbaarheid van water vanuit het Noordhollandsch Kanaal verandert mogelijk door klimaatverandering. Dit kan invloed hebben op de hoeveelheid koelwater die beschikbaar is voor PALLAS. Om voldoende water beschikbaar te houden heeft RWS een flexibel peil ingesteld voor het IJsselmeer. Dit zorgt ervoor dat er in de zomer maximaal 400 miljoen m3 extra zoetwater beschikbaar is. Door deze buffer is het mogelijk om de effecten van klimaatverandering te compenseren. Voorgaande resulteert in een neutrale effectscore (0) voor aanpassingsvermogen klimaatverandering. Voor het beoordelingscriterium koelwaterlozing – warmte is beoordeeld op de beoordelingscriteria mengzone en watertemperatuur. Ten aanzien van het criterium mengzone geldt dat het koelwater van de voorziene PALLAS-reactor voldoet aan de koelwatertemperatuurnormen. De mengzone (zeewatertemperatuur hoger dan 25 °C) raakt in geen enkel scenario de bodem (0). Ten aanzien van de watertemperatuur geldt dat de watertemperatuurtoename onder de norm van 2 °C blijft, daarnaast blijft de temperatuur onder het absoluut maximum van 25 °C.
Over een groter gebied en langere tijdschalen is de temperatuurstijging minder dan 0,20 °C. Dit resulteert in een neutrale effectscore (0). (Fysisch-) chemische waterkwaliteit en biologische waterkwaliteit zijn de beoordelingscriteria van het beoordelingscriterium koelwaterlozing – waterkwaliteit. Beide beoordelingscriteria kennen een neutrale effectscore (0). De lozing van stoffen via het koelwater voldoet aan de immissietoets. De vrachten voor de HFR en de PALLAS-reactor zijn van dezelfde ordegrootte. Daarom worden de effecten in de exploitatiefase neutraal beoordeeld. Er zijn geen effecten ten aanzien van de biologische waterkwaliteit aangezien er geen sprake is van significante negatieve effecten op fytoplankton en macrofauna in het waterlichaam Hollandse kust in de exploitatiefase.
Onze referentie: D10008766:217 - Datum: 16 april 2021 - AS3-Public
27 van 39
ACHTERGRONDRAPPORT OPPERVLAKTEWATER
6
MITIGERENDE MAATREGELEN
6.1
Koelwateronttrekking
Tijdens de overgangsfase kan er sprake zijn van waterinname door de PALLAS-reactor en de HFR. Er is zorg dat in de periode dat er minder water beschikbaar is in het Noordhollandsch kanaal de extra waterinname tot problemen kan leiden, dit is negatief beoordeeld. Er is een reëel risico dat één of beide reactoren terug moeten in capaciteit of zelfs moeten uitschakelen. Als mitigerende maatregel is de inzet om regulier onderhoud aan de HFR te plannen in de periode waarin water het meest schaars is, dus in de zomermaanden (juli-augustus). Het risico op gedwongen afschakelen wordt zo verkleind. Dit vergt internationale afstemming met andere reactoren, om de isotopenlevering te garanderen.
6.2
Koelwaterlozing - warmte
Gezien de minimale effecten van de koelwaterlozing, zowel in de overgangsfase als de exploitatiefase, zijn er geen mitigerende maatregelen nodig.
6.3
Koelwaterlozing - waterkwaliteit
Uit de neutrale beoordeling van de effecten van de koelwaterlozing op de chemische waterkwaliteit blijkt dat de resultaten voor de PALLAS-reactor vergelijkbaar zijn met de huidige situatie, waarin alleen de HFR in bedrijf is. Voor de exploitatiefase zijn daarom geen mitigerende maatregelen nodig. In de overgangsfase is in potentie wel sprake van (tijdelijke, kortdurende) negatieve effecten, door een hogere lozingsvracht van verontreinigende stoffen via het koelwater. Deze effecten kunnen zoveel mogelijk worden gemitigeerd door de totale lozing zoveel als mogelijk te minimaliseren. Dit kan door de PALLAS-reactor zoveel mogelijk te testen in periodes waarin de koelbehoefte van de HFR relatief laag is (in koudere seizoenen en/of bij lage productie) en door niet langer dan noodzakelijk op maximale capaciteit te testen. Er zijn geen significante negatieve effecten op de biologische waterkwaliteit te verwachten. Derhalve zijn hiervoor geen mitigerende maatregelen nodig.
Onze referentie: D10008766:217 - Datum: 16 april 2021 - AS3-Public
28 van 39
ACHTERGRONDRAPPORT OPPERVLAKTEWATER
7
LEEMTEN IN KENNIS
7.1
Koelwateronttrekking
Het is onduidelijk hoe de waterbeschikbaarheid in het Noordhollandsch Kanaal zich zal ontwikkelen op langere termijn (>20 jaar) en of de hoeveelheid water benodigd voor de productie van isotopen ten allen tijden gegarandeerd kan worden. Vooral de mate van voorkomen van (langdurige) perioden van droogte en het gevolg voor de (zoet)waterbeschikbaarheid zijn in dit verband relevant. Dit levert geen veiligheidsrisico op, maar kan potentieel wel zorgen voor een lagere productiecapaciteit. Door HHNK, ANVS en Veiligheidsregio NHN is aandacht gevraagd voor klimaatontwikkeling, wat effect heeft op de zoetwatervoorziening in de toekomst. Momenteel staat de zoetwatervoorziening van de HFR op plaats 3 in de waterverdringingsreeks, ná de drinkwatervoorziening en peilhandhaving. De koelwaterinname van de PALLAS-reactor zal middels een flowmeter real time bij de waterbeheerder (HHNK) worden gevolgd.
7.2
Koelwaterlozing – warmte
Er bestaat onduidelijkheid over de stijging van de watertemperatuur op zee onder invloed van klimaatverandering. De verwachting op de termijn van enkele tientallen jaren is echter niet dat dit invloed heeft op de conclusies van de uitgevoerde koelwaterstudie.
7.3
Koelwaterlozing – waterkwaliteit
De effectbeoordeling is uitgevoerd met berekende lozingsconcentraties van de belangrijkste omzettingsproducten van vrij beschikbaar chloor. Deze berekeningen zijn gebaseerd op gangbare vuistregels uit de literatuur, aangevuld met enkele conservatieve (worst case) aannames. Zo is niet exact bekend wat het gemiddelde bromidegehalte in het water uit het Noordhollandsch Kanaal is en in welke verhouding bromoform en chloroform hierbij worden gevormd. De hiervoor in bijlage 1 beschreven aannames per stof zijn naar verwachting beide een overschatting en kunnen in ieder geval niet beide exact kloppen. De berekende lozingsconcentraties (voor PALLAS-reactor én HFR) zijn daardoor een hoge schatting. Omdat met de huidige uitgangspunten wel voldaan wordt aan de immissietoets zal bijstelling (naar bededen) van de berekende lozingsconcentraties echter niet tot een ander beoordelingsresultaat leiden.
Onze referentie: D10008766:217 - Datum: 16 april 2021 - AS3-Public
29 van 39
ACHTERGRONDRAPPORT OPPERVLAKTEWATER
8
LITERATUURLIJST
[1] Rijkswaterstaat; Ministerie van Infrastructuur en Milieu, „Beheer- en ontwikkelplan voor de Rijkswateren 2016-2021,” 2015. [2] Ministerie van Infrastructuur en Milieu, „Handboek Immissietoets,” 2016. [3] Inspectie Verkeer en Waterstaat , „Koelwater, Handreiking en inspectiekader voor Wvo- en Wwbvergunningverlening,” 2005. [4] Europese Commissie,, „Richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid.,” 2000. [5] Ministerie van Infrastructuur en Milieu, „Factsheet; Hollandse kust (kustwater),” Rijkswaterstaat, 2020. [6] Arcadis, „Passende beoordeling PALLAS-reactor ten behoeve van vergunning Wnb. Kenmerk: D10007918:26. Status: concept.,” 2020. [7] STOWA, „Referenties en maatlatten voor natuurlijke watertypen voor de Kaderrichtlijn Water 20212027. STOWA-rapport 2018-49.,” 2018. [8] Europese Commissie, „Integrated Pollution Prevention and Control (IPPC). Reference Document on the application of Best Available Techniques to Industrial Cooling Systems.,” 2001. [9] RIZA, „Hoe omgaan met actief chloor in koelwater,” RIZA-rapport 97.077, 1997. [10] KEMA, „Milieu-effectrapportage RWE-centrale Eemshaven,” Kenmerk 30630205-Consulting 06-0630, 2006. [11] RWS Waterdienst, „Brondocument waterlichaam Hollandse Kust.
Doelen en maatregelen rijkswateren,” Rijskwaterstaat, 2012. [12] Rijkswaterstaat, „KRW-factsheet Hollandse kust in RWS,” 2015. [13] RIZA, „Het gebruik van biociden in recirculatiekoelsystemen,” RIZA-rapport 96.036, 1996. [14] Rijkswaterstaat, „Waterkwaliteitsgegevens,” 2020. [Online]. Available: https://waterinfo.rws.nl/.
Onze referentie: D10008766:217 - Datum: 16 april 2021 - AS3-Public
30 van 39
ACHTERGRONDRAPPORT OPPERVLAKTEWATER
BIJLAGE 1 EMISSIE-IMMISSIETOETS Inleiding Deze bijlage beschrijft de resultaten van de emissie-immissietoets voor de PALLAS-reactor te Petten. Vanuit het secundaire koelwatersysteem zal gechloreerd koelwater op de Noordzee worden geloosd. Hieronder wordt eerst kort ingegaan op de belangrijkste uitgangspunten voor de toetsing en de eigenschappen van het ontvangende water. Vervolgens wordt de toets op de chlorering kort toegelicht. De toetsing is op 21 en 28 oktober 2020 uitgevoerd met behulp van de online module ‘Emissie-Immissietoets’ (www.immissietoets.nl). Dit instrument wordt gebruikt voor het beoordelen van de effecten van een specifieke restlozing (na toepassing van best beschikbare technieken) op de waterkwaliteit en de vergunbaarheid van de lozing, conform de systematiek uit het Handboek immissietoets [2]. Het is toegepast op de belangrijkste stoffen in het lozingswater, waaronder de omzettingsproducten van de chlorering. De immissietoets voor nieuwe lozingen gaat uit van het ‘stand-still’ beginsel. Dat wil zeggen dat het effect van de lozing op het ontvangende water verwaarloosbaar moet zijn. De toets bestaat uit meerdere stappen, die achtereenvolgens worden doorlopen: 1. Effluenttoets: beoordeeld of de lozingsconcentraties hoger zijn dan de norm voor oppervlaktewater.
Als dat niet het geval is hoeft niet verder te worden getoetst (de lozing kan dan niet tot een normoverschrijding leiden). 2. Triviaaltoets: beoordeeld of de toename van de concentratie van de stof in het oppervlaktewater ten gevolge van de lozing na volledige menging toelaatbaar is (maximaal 1% van de normwaarde). 3. Significantietoets: toetst of de concentratietoename op de rand van de mengzone toelaatbaar is (maximaal 10% van de normwaarde). 4. Normtoets: toetst of de concentratie van de stof in het oppervlaktewater na menging (concentratieverhoging + achtergrondconcentratie) de norm overschrijdt. 5. KRW-toets: beoordeelt of de concentratietoename na volledige menging groter is dan de meetnauwkeurigheid voor de betreffende stof. Zo niet, dan is de lozing toelaatbaar. 6. Plantoets: beoordeelt of verwachte waterkwaliteitsverbeteringen in reeds vastgestelde waterplannen ruimte bieden voor het vergunnen van de lozing10. Bij toetsing in het kader van vergunningverlening geldt dat als bij stap 1 of 2 wordt geconcludeerd dat de lozing voldoet aan het toetsingscriterium de lozing toelaatbaar is en niet verder hoeft te worden getoetst. Als dit niet het geval is dan dienen stap 3 en 4 allebei te worden doorlopen. Als het resultaat van beide stappen positief is dan is de lozing vergunbaar.
Als het resultaat van stap 3 negatief is dan is de lozing niet vergunbaar en als het resultaat van stap 4 negatief is, moet stap 5 worden doorlopen. Bij een positief oordeel voor stap 5 is de lozing alsnog vergunbaar, bij een negatief oordeel is stap 6 optioneel (deze stap is niet opgenomen in de online toetsmodule).
Uitgangspunten toetsing Methodiek Zowel in de bestaande HFR als in de te realiseren PALLAS-reactor wordt het koelwater gechloreerd om aangroei van organismen in het secundaire koelwatersysteem te voorkomen. De toetsing wordt uitgevoerd voor de lozing van de werkzame stof (vrij beschikbaar chloor) en omzettingsproducten daarvan. Er is geen eenduidige methodiek beschikbaar ten aanzien van de toetsing van chlorering in koelwater. Een eerste reden hiervoor is de spraakverwarring in de literatuur, daar waar het gaat om termen als ‘vrij chloor’, ‘actief chloor’ enz. De tweede reden is de complexiteit van de optredende chemische reacties. Afhankelijk van de stoffen die in het ingenomen koelwater zitten, zal de hoeveelheid vrij beschikbaar chloor (free oxidant, FO) sterk afnemen door oxidatie, vorming en afbraak van gehalogeneerde stikstofverbindingen en de vorming van microverontreinigingen, waarvan chloroform en bromoform de belangrijkste zijn.
10
Dit is voor de beschouwde stoffen niet aan de orde. Deze stap wordt daarom verder niet behandeld.
Onze referentie: D10008766:217 - Datum: 16 april 2021 - AS3-Public
31 van 39
ACHTERGRONDRAPPORT OPPERVLAKTEWATER
De hoeveelheden schadelijke bijproducten die gevormd worden zijn sterk afhankelijk van het actuele gehalte actief chloor in het koelwater. Of deze vorming uiteindelijk een probleem is voor de lozing hangt af van de toestand van het ontvangende water. Voor een goede beoordeling zou idealiter online monitoring in de installatie moeten plaatsvinden voor de bepaling het FO-gehalte. Ook het ontvangende water zou nauwkeurig geanalyseerd moeten worden op bijvoorbeeld sporen van broom. In dit geval is een praktische methode voor de berekening van concentraties in het lozingswater uitgevoerd, waarbij een beroep wordt gedaan op vuistregels voor de chemische omzettingen zoals gebruikt in voorbeelduitwerkingen van Rijkswaterstaat. Deze methode levert een worstcase scenario.
Scenario’s Ten behoeve van de effectbeoordeling zijn de volgende scenario’s beschouwd: 1. Overgangsfase: HFR in bedrijf en gelijktijdig testen van de PALLAS-reactor. 2. Exploitatiefase: alleen PALLAS-reactor in bedrijf.
Lozingspunten en -debieten De uitgangspunten ten aanzien van de lozingspunten en de lozingsdebieten zijn weergegeven in Tabel 10. Het bestaande lozingspunt van de HFR bestaat uit een aantal roosters met gaten daarin. Het nieuwe lozingspunt van de PALLAS-reactor heeft een flexibele, langwerpige uitstroomopening. Ten behoeve van de toets is voor beide lozingspunten een fictieve diameter berekend. Voor het scenario waarbij beide reactoren tegelijk in bedrijf zijn (scenario 1: overgangsfase) is ook een diameter voor één fictief lozingspunt berekend. Dit punt is voor de toetsing gesitueerd ter plaatse van het nieuwe lozingspunt voor de PALLAS-reactor. Toetsing van twee verschillende lozingspunten op verschillende locaties is niet mogelijk. Hiermee wordt voor dit uitgangspunt tevens een worst-case situatie gehanteerd. Tabel 10 Uitgangspunten lozingspunten en -debieten
Scenario
HFR
PALLAS-reactor
HFR + PALLAS-reactor
Referentiesituatie (niet beoordeeld)
2. Exploitatiefase
1. Overgangsfase (HFR in bedrijf + testen PALLAS-reactor)
X: 105.786 Y: 533.891
Als PALLAS-reactor
Ligging lozingspunt (RDcoördinaten) Dimensies lozingspunt
Roosters met in totaal 64 gaten Ø 100 mm
‘Duckbill valve’ met geschatte uitstroomopening van 0,35 m2 11
Fictieve diameter lozingspunt
80,0 cm
66,9 cm
104,3 cm
Lozingsdebiet (vergund)12
3.300 m3/uur (79.200 m3/dag)
Max. 3.300 m3/uur (79.200 m3/dag)
Max. 6.600 m3/uur (158.400 m3/dag)
In de toetsmodule zijn beide lozingspunten horizontaal ‘in het midden’ en verticaal ‘in het midden’ gesitueerd. De uitstroomopeningen bevinden zich 2 m boven de zeebodem en zijn naar boven gericht, waardoor ook de pluim in eerste instantie omhoog gericht is.
11 Gebaseerd op een debiet van 3.300 m3/uur en een hierbij door de fabrikant opgegeven uitstroomsnelheid van 2,61 m/s (PROCO, type ProFlex 710, zware uitvoering). 12 Worst case aanname voor het maximale dagdebiet: maximaal uurdebiet * 24 uur/dag.
Onze referentie: D10008766:217 - Datum: 16 april 2021 - AS3-Public
32 van 39
ACHTERGRONDRAPPORT OPPERVLAKTEWATER
Berekening lozingsconcentraties Omdat in de overgangsfase de HFR en de PALLAS-reactor gelijktijdig in bedrijf kunnen zijn wordt voor beide reactoren de berekening van de lozingsconcentraties vanuit het secundaire koelwatersysteem beschreven. Voor de chlorering van het koelwater voor de HFR wordt natriumhypochloriet, ook wel chloorbleekloog genoemd, gedoseerd. Dit betreft een oplossing met een actief chloorconcentratie van 150 g/l. Voor de toetsing van de lozing van de werkzame stof vrij beschikbaar chloor (FO) vanuit de HFR wordt uitgegaan van de hiervoor vergunde lozingsconcentraties: • •
Bij een continue chloordosering van het secundaire koelwater mag de vrij beschikbare chloorconcentratie in het te lozen water achter de condensor/warmtewisselaar niet meer zijn dan 0,2 mg/l. Bij een discontinue chloordosering van het secundaire koelwater mag de vrij beschikbare chloorconcentratie in het te lozen water achter de condensor/warmtewisselaar niet meer zijn dan 0,5 mg/l.
Bij discontinue dosering kunnen theoretisch dus tijdelijk piekconcentraties optreden tot 0,5 mg/l FO. Conform de BREF Koeling [8] wordt ook voor deze situatie uitgegaan van een maximale daggemiddelde lozingsconcentratie van 0,2 mg/l FO. Voor de PALLAS-reactor wordt vrij chloor gedoseerd door middel van een zoutelectrolyse. Deze methode is bij de toetsing vergelijkbaar met dosering van natriumhypochloriet. Vooralsnog wordt uitgegaan van continue dosering, met een maximale concentratie vrij beschikbaar chloor van 0,2 mg/l in het te lozen water. De vorming van de belangrijkste omzettingsproducten, chloroform en bromoform, hangt vooral af van de beschikbaarheid van bromide in het koelwater. In zeewater is van nature veel meer bromide aanwezig dan in zoet water. Bij koeling met zeewater zal dus vooral bromoform worden gevormd, bij koeling met zoet water (uit het Noordhollandsch Kanaal) meer chloroform. De lozingsconcentraties van chloroform en bromoform zijn berekend op basis van het vergunde koelwaterdebiet en het verbruik van chloorbleekloog. Voor de HFR is uitgegaan van het geregistreerde verbruik van 2015, van 112,95 m3 (bron: NRG).
Voor de PALLAS-reactor bedraagt het verwachte verbruik (uitgedrukt in chloorbleekloog met een actief chloorconcentratie van 150 g/l) 154 m3/jaar, uitgaande van een koelwaterdebiet van 3.300 m3/uur, een vrij chloordosering van 1 mg/l en een effectieve bedrijfstijd van 80% per jaar. Het praktijkverbruik kan lager zijn, als gevolg van een geringere koelwaterbehoefte (en dus een lagere dosering) in koudere seizoenen. De lozingsconcentraties van chloroform en bromoform zijn als volgt berekend: • • •
Het gedoseerde chloorbleekloog bevat 150 gram actief chloor (FO) per liter. De concentratie van actief chloor wordt uitgedrukt in mg Cl2/l, wat voor de helft uit het actieve Cl+ en voor de helft uit het in een zout milieu onschadelijke chloride (Cl-) bestaat. Bij gebruik van chloorbleekloog wordt circa 1% van de Cl+-atomen omgezet in organohalogenen, waarvan chloroform en bromoform de belangrijkste zijn [9]. In zoute condities (zeewater) is veel bromide beschikbaar en bestaat op molbasis circa 99% van de omzetproducten uit bromoform [10]. In zoete condities (inname van kanaalwater) is veel minder bromide aanwezig. RIZA [9] beschrijft dat bij een bromideconcentratie van 75 µg/l vrijwel evenveel bromoform als chloroform wordt gevormd en dat de bromideconcentratie in Rijnwater gemiddeld circa 180 µg/l bedraagt. In welke verhouding chloroform en bromoform hierbij gevormd worden is niet bekend. Ook de bromideconcentratie in het ingenomen water uit het Noordhollandsch Kanaal is niet bekend. Bij de toetsing is daarom voor beide stoffen een worst-case uitgangspunt gehanteerd. Voor bromoform is ervan uitgegaan dat 80% (hoge schatting) van de omzetproducten uit bromoform bestaat. Voor chloroform is ervan uitgegaan dat 50% van de omzetproducten uit chloroform bestaat. Uiteraard kan dit in de praktijk niet beide voorkomen.
De berekening van de lozingsconcentraties is weergegeven in Tabel 11 (HFR) en Tabel 12 (PALLASreactor). Bij de berekening van de lozingsconcentraties is ook rekening gehouden met de achtergrondconcentraties die reeds in het ingenomen water aanwezig zijn. Het gevormde bromoform, dan wel chloroform, is hierbij opgeteld. Onze referentie: D10008766:217 - Datum: 16 april 2021 - AS3-Public
33 van 39
ACHTERGRONDRAPPORT OPPERVLAKTEWATER
De concentraties in het ingenomen kanaalwater zijn gebaseerd op metingen door het HHNK in het Noordhollandsch Kanaal, ter hoogte van Schoorldam13. Tabel 11 Berekening lozingsconcentraties bromoform en chloroform voor de HFR (uitgaande van het geregistreerde verbruik van chloorbleekloog van 2015)
Bromoform
Chloroform
Dosering chloorbleekloog
112,95 m3/jaar 309,5 l/dag
Vorming Cl+ (helft van 150 g/l Cl2, zie tekst)
23,2 kg/dag
Molmassa Cl+
35,5 g/mol
Hoeveelheid Cl+ dat wordt omgezet in organohalogenen (1%, zie tekst)
232,1 g/dag 6,5 mol/dag
Omzetting naar bromoform/chloroform o.b.v. inname van zoet water (worst-case per stof)
80%
50%
Molmassa bromoform/chloroform
252,7
119,5
3
3
1,74 mol/dag 440,6 g/dag
1,09 mol/dag 130,2 g/dag
Concentratie gevormd bromoform/chloroform o.b.v. koelwaterlozing 79.200 m3/dag
5,56 µg/l
1,644 µg/l
Achtergrondconcentratie in ingenomen water13
0,05 µg/l
0,051 µg/l
Totale lozingsconcentratie
5,61 µg/l
1,695 µg/l
Aantal Cl+-atomen verbruikt per gevormd molecuul Vorming bromoform/chloroform
Tabel 12 Berekening lozingsconcentraties bromoform en chloroform voor de PALLAS-reactor (uitgaande van het verwachte jaarverbruik van chloorbleekloog, bij een effectieve bedrijfstijd van 80%)
Bromoform
Chloroform
Dosering chloorbleekloog
154,0 m3/jaar 421,9 l/dag
Vorming Cl+ (helft van 150 g/l Cl2, zie tekst)
31,6 kg/dag
Molmassa Cl+
35,5 g/mol
Hoeveelheid Cl+ dat wordt omgezet in organohalogenen (1%, zie tekst)
316,4 g/dag 8,9 mol/dag
Omzetting naar bromoform/chloroform o.b.v. inname van zoet water (worst-case per stof)
80%
50%
Molmassa bromoform/chloroform
252,7
119,5
3
3
Aantal Cl+-atomen verbruikt per gevormd molecuul
13
Gemiddelde van meetresultaten 2013 t/m 2015, afkomstig van het Waterkwaliteitsportaal (recentere gegevens zijn niet beschikbaar). Op één meting van chloroform in 2014 na waren alle maandelijkse meetwaarden lager dan de detectielimiet. Deze waarden zijn meegerekend als ‘halve waarde van de detectielimiet’ (< 0,1 µg/l = 0,05 µg/l).
Onze referentie: D10008766:217 - Datum: 16 april 2021 - AS3-Public
34 van 39
ACHTERGRONDRAPPORT OPPERVLAKTEWATER
Bromoform
Chloroform
2,38 mol/dag 600,7 g/dag
1,49 mol/dag 177,5 g/dag
Concentratie gevormd bromoform/chloroform o.b.v. koelwaterlozing 79.200 m3/dag
7,58 µg/l
2,242 µg/l
Achtergrondconcentratie in ingenomen water13
0,05 µg/l
0,051 µg/l
Totale lozingsconcentratie
7,63 µg/l
2,293 µg/l
Vorming bromoform/chloroform
Tabel 13 toont de berekening van de gemiddelde lozingsconcentraties in de overgangsfase, wanneer de maximale koelcapaciteit voor beide reactoren wordt ingezet. Tabel 13 Berekening gemiddelde lozingsconcentraties bromoform en chloroform tijdens de overgangsfase (op basis van de in Tabel 11 en Tabel 12 berekende concentraties van gevormd bromoform en chloroform)
Bromoform
Chloroform
Concentratie gevormd bromoform/chloroform o.b.v. koelwaterlozing HFR 79.200 m3/dag
5,56 µg/l
1,644 µg/l
Concentratie gevormd bromoform/chloroform o.b.v. koelwaterlozing PALLAS-reactor 79.200 m3/dag
7,58 µg/l
2,242 µg/l
Gemiddelde concentratie gevormd bromoform/chloroform in overgangsfase o.b.v. maximale koelwaterlozing 158.400 m3/dag
6,57 µg/l
1,943 µg/l
Achtergrondconcentratie in ingenomen water13
0,05 µg/l
0,051 µg/l
Totale lozingsconcentratie
6,62 µg/l
1,994 µg/l
Kenmerken ontvangend watersysteem Het gebruikte koelwater wordt geloosd op de Noordzee, in het waterlichaam Hollandse Kust (NL95_3A). Voor de toetsing is een aantal kenmerken van het ontvangende oppervlaktewater ingevoerd. Deze zijn samengevat in Tabel 14. Tabel 14 Gehanteerde kenmerken ontvangend watersysteem
Kenmerk
Waarde
Herkomst
Type ontvangend water
Aan de kust van de open zee
Default o.b.v. waterlichaam
Achtergrondconcentraties
Zie paragraaf 4.1.3
Zie paragraaf 4.1.3
Debiet (netto)
60 m3/s
Schatting Rijkswaterstaat voor het betreffende segment (3677)
Spronglaag
Niet van toepassing
Saliniteit (bij bodem en oppervlak)
30 PSU
Gemiddelde waarde zeewater
Watertemperatuur (bij bodem en oppervlak)
12 °C
Gemiddelde waarde zeewater
Onze referentie: D10008766:217 - Datum: 16 april 2021 - AS3-Public
35 van 39
ACHTERGRONDRAPPORT OPPERVLAKTEWATER
Normen De waterkwaliteitsnormen voor de te toetsen stoffen zijn weergegeven in Tabel 15. De normen voor FO en bromoform hebben geen formele wettelijke status. Voor deze stoffen kan daarom alleen indicatief worden getoetst. Tabel 15 Waterkwaliteitsnormen
Stof
Normwaarde
Type/status norm
Vrij beschikbaar chloor (FO)
0,3 µg/l
indicatieve MTR14
Tribroommethaan (bromoform)
11,3 µg/l
indicatieve MTR zoete wateren15
Trichloormethaan (chloroform)
2,5 µg/l
MKN jaargemiddeld zoute wateren
Toetsresultaten De resultaten van de toetsing voor vrij beschikbaar chloor (FO), bromoform en chloroform zijn weergegeven in de navolgende tabellen en figuren. Daarbij wordt opgemerkt dat het toetsinstrument geen verdere stappen toetst zodra het eindoordeel vaststaat. Bijvoorbeeld: omdat het resultaat van de significantietoets in Tabel 16 negatief is, is een positief eindoordeel niet meer mogelijk. De toetsing stopt dan. Tabel 16 Resultaten emissie-immissietoets vrij beschikbaar chloor (FO) (het voor de einduitslag bepalende resultaat is groen of rood weergegeven)
Scenario
Effluenttoets
Triviaaltoets
Significantietoets
2. Overgangsfase
Voldoet niet
Voldoet niet
3. Exploitatiefase
Voldoet niet
Voldoet niet
Normtoets
KRW-toets
Tabel 17 Resultaten emissie-immissietoets bromoform (het voor de einduitslag bepalende resultaat is groen of rood weergegeven)
Scenario
Effluenttoets
2. Overgangsfase
Voldoet
3. Exploitatiefase
Voldoet
Triviaaltoets
Significantietoets
Normtoets
KRW-toets
Tabel 18 Resultaten emissie-immissietoets chloroform (het voor de einduitslag bepalende resultaat is groen of rood weergegeven)
Scenario
Effluenttoets
1. Overgangsfase
Voldoet
2. Exploitatiefase
Voldoet
Triviaaltoets
Significantietoets
Normtoets
KRW-toets
14
Bron: [13] Voor bromoform in zoute wateren is geen norm beschikbaar, daarom is ter indicatie de norm voor zoete wateren gebruikt. Hoewel bromoform in zeewater van nature wordt geproduceerd, zijn ook hier toxische effecten mogelijk. 15
Onze referentie: D10008766:217 - Datum: 16 april 2021 - AS3-Public
36 van 39
ACHTERGRONDRAPPORT OPPERVLAKTEWATER
Onze referentie: D10008766:217 - Datum: 16 april 2021 - AS3-Public
37 van 39
ACHTERGRONDRAPPORT OPPERVLAKTEWATER
BIJLAGE 2 KOELWATERLOZINGSSTUDIE
Onze referentie: D10008766:217 - Datum: 16 april 2021 - AS3-Public
38 van 39
ACHTERGRONDRAPPORT OPPERVLAKTEWATER
COLOFON ACHTERGRONDRAPPORT OPPERVLAKTEWATER PLAN-MER PALLAS KLANT Stichting Voorbereiding PALLAS-reactor AUTEUR Reijer Hoijtink, Vera de Boer, Jeroen Adema PROJECTNUMMER C05011.000642 ONZE REFERENTIE D10008766:217 DATUM 16 april 2021 STATUS Definitief GECONTROLEERD DOOR
VRIJGEGEVEN DOOR
Ineke Noordhoek
Frans Dotinga
Arcadis Nederland B.V. Postbus 264 6800 AG Arnhem Nederland +31 (0)88 4261 261 www.arcadis.com
Onze referentie: D10008766:217 - Datum: 16 april 2021 - AS3-Public
39 van 39