5. Regels
Tekst van het document
Bestemmingsplan Regels
Muggenburg Zuid Vastgesteld
Bestemmingsplan Regels
Muggenburg Zuid Vastgesteld
Fase: ontwerp Datum:
bestemmingsplan Muggenburg Zuid
Inhoudsopgave
Regels
5
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
6 6 13
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15 Artikel 16
Bestemmingsregels Groen Maatschappelijk Tuin Verkeer Verkeer - Railverkeer Water Wonen Woongebied Leiding - Water Waarde - Archeologie 1 Waarde - Archeologie 2 Waarde - Archeologie 3 Waarde - Archeologisch Rijksmonument Waarde - Cultuurhistorie
14 14 15 16 17 18 19 20 23 27 29 31 33 35 37
Hoofdstuk 3 Artikel 17 Artikel 18 Artikel 19 Artikel 20 Artikel 21
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels
39 39 40 42 44 45
Hoofdstuk 4 Artikel 22 Artikel 23
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
47 47 48
3
bestemmingsplan Muggenburg Zuid
4
bestemmingsplan Muggenburg Zuid
Regels
5
bestemmingsplan Muggenburg Zuid
Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1
Inleidende regels
Begrippen
plan
het bestemmingsplan 'Muggenburg Zuid' met NL.IMRO.0441.BPMUGGENBURGZUID-VA01 van de gemeente Schagen. 1.2
identificatienummer
bestemmingsplan
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3
aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of een figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4
aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5
aanduidingsvlak
een op de verbeelding aangegeven vlak met eenzelfde aanduiding, begrensd door een aanduidingsgrens. 1.6
afhankelijke woonruimte
woonruimte die een ruimtelijke eenheid vormt met de bestaande woning en waarin een gedeelte van de huishouding uit oogpunt van mantelzorg is gevestigd. 1.7
bebouwing
een of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 1.8
bed & breakfast
een kleinschalige vorm van verblijfsrecreatie voor één of enkele nachten op basis van logies en ontbijt in het hoofd- of bijgebouw. 1.9
beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis
een beroeps- of bedrijfsmatige activiteit, genoemd in Bijlage 1, dan wel een naar de aard of invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen activiteit, die in of bij een woonhuis wordt uitgeoefend op een zodanige wijze dat: a. het woonhuis in overwegende mate de woonfunctie behoudt; b. de ruimtelijke uitwerking of uitstraling van die activiteit met de woonfunctie in overeenstemming is, waarbij: 1. het uiterlijk van de betreffende woning niet wordt aangetast; 2. het beroep/bedrijf wordt uitgeoefend door in ieder geval één van de bewoners van de woning; 3. het niet gaat om vormen van detailhandel en/of horeca, behoudens webwinkels en postorderbedrijven, mits er geen opslag van goederen is; 4. er geen onevenredige parkeerdruk voor de omgeving optreedt.
6
bestemmingsplan Muggenburg Zuid
1.10
beroeps- c.q. bedrijfsvloeroppervlakte
de totale vloeroppervlakte van de ruimte die wordt gebruikt voor een aan-huis-verbonden beroep c.q. een (dienstverlenend) bedrijf of een dienstverlenende instelling, inclusief opslagen administratieruimten en dergelijke. 1.11
bestemmingsgrens
de grens van een bestemmingsvlak. 1.12
bestemmingsvlak
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.13
bevoegd gezag
bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning. 1.14
bijgebouw
een op zichzelf staand gebouw dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch en functioneel opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw en niet in directe verbinding staat met het hoofdgebouw. 1.15
bijbehorend bouwwerk
uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak. 1.16
bouwen
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.17
bouwgrens
de grens van een bouwvlak. 1.18
bouwperceel
een aaneengesloten stuk grond, waarop krachtens het plan zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.19
bouwperceelgrens
een grens van een bouwperceel. 1.20
bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten.
7
bestemmingsplan Muggenburg Zuid
1.21
bouwwerk
een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden, of een constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren. 1.22
civieltechnisch kunstwerk
een bouwwerk, geen gebouw zijnde, ten behoeve van civieltechnische en/of infrastructurele doeleinden, zoals een brug, een dam, een duiker, een tunnel, een via- of aquaduct of een sluis, dan wel een daarmee gelijk te stellen voorziening. 1.23
dak
iedere bovenbeëindiging van een gebouw. 1.24
detailhandel
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling voor verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. 1.25
doelgroepenverordening
de Doelgroepenverordening woningbouw gemeente Schagen 2023. 1.26
erf
het al dan niet bebouwde perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een gebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voorzover een bestemmingsplan van toepassing is, de bestemming deze inrichting niet verbiedt. 1.27
erotisch getinte vermaaksfunctie
een vermaaksfunctie, welke is gericht op het doen plaats vinden van voorstellingen en/of vertoningen van porno-erotische aard, waaronder begrepen een seksbioscoop, een seksclub en een seksautomatenhal. 1.28
gebouw
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.29
gebruiksmogelijkheden
de mogelijkheden om gronden en bouwwerken overeenkomstig de daaraan toegekende bestemming te gebruiken. 1.30
geluidzoneringsplichtige inrichting
Een inrichting bij welke ingevolge de Wet geluidhinder rondom het terrein van vestiging in een bestemmingsplan een zone moet worden vastgesteld.
8
bestemmingsplan Muggenburg Zuid
1.31
gestapelde woningen
boven dan wel beneden en/of naast elkaar gesitueerde woningen waarbij per woning een zelfstandige toegankelijkheid, al dan niet direct vanaf het voetgangersniveau, gewaarborgd is. 1.32
groepsaccomodatie
een (gedeelte van een) gebouw dat is bestemd voor periodiek recreatief nachtverblijf door groepen, met permanent daarvoor ingerichte ruimten met gemeenschappelijke voorzieningen. Een kampeerboerderij en kamp(eer)huis vallen onder het begrip groepsaccommodatie. 1.33
hoofdgebouw
een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn constructie, afmetingen of functie als het belangrijkste bouwwerk valt aan te merken. 1.34
horeca
het bedrijfsmatig verstrekken van dranken en etenswaren voor gebruik ter plaatse en/of het bedrijfsmatig verstrekken van, al dan niet in combinatie met een vermaaksfunctie, met uitzondering van een erotisch getinte vermaaksfunctie. 1.35
kampeermiddel
een tent, een tentwagen, een kampeerauto, een caravan of een stacaravan, dan wel enig ander voertuig of onderkomen, dat geheel of ten dele is bestemd of opgericht dan wel wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf, en geen bouwwerk is waarvoor een omgevingsvergunning is vereist. 1.36
kampeerterrein
terrein of plaats, geheel of gedeeltelijk ingericht, en blijkens die inrichting bestemd, om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen ten behoeve van recreatief nachtverblijf. 1.37
kap
een dakafdekking onder een hoek van meer dan 5° met het horizontale vlak. 1.38
logies
tijdelijke verblijf van personen die elders hun hoofdverblijf hebben. 1.39
meetverschil
een door de feitelijke terreininrichting aanwezig verschil tussen het beloop van lijnen in het veld en een aangegeven bestemmings- of bouwgrens. 1.40
milieusituatie
de waarde van een gebied in milieuhygiënische zin die wordt bepaald door de mate van scheiding tussen milieugevoelige en milieubelastende functies, daarbij in het bijzonder gelet op het voorkómen dan wel beperken van hinder door geur, stof, geluid, gevaar, licht en/of trilling.
9
bestemmingsplan Muggenburg Zuid
1.41
natuurvriendelijke lichtmasten
verlichting waarbij de kleurstelling en/of hoogte en/of schijnrichting zodanig is uitgevoerd dat deze geen wezenlijk negatieve invloed heeft op de aanwezigheid en het gedrag van (nacht)dieren. 1.42
onderkomens
voor verblijf geschikte, al dan niet aan hun oorspronkelijk gebruik onttrokken, voer- en vaartuigen, toer- en stacaravans alsmede kampeerauto's, voor zover deze niet als bouwwerken zijn aan te merken, alsook tenten. 1.43
onzelfstandige woonruimte/woning
een woning niet zijnde zelfstandige woonruimte/woning. 1.44
overkapping
een bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat een overdekte ruimte vormt zonder wanden dan wel met ten hoogste één wand. 1.45
pand
de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is. 1.46
peil
1. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; 2. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; 3. voor een zich op het strand bevindend gebouw: de bovenkant van de begane grondvloer van het gebouw; 4. voor een zich op het strand bevindend bouwwerk, geen gebouw zijnde: de voet van het betreffende bouwwerk; 5. indien op het water wordt gebouwd: het plaatselijk aan te houden waterpeil.
1.47
prostitutie
het zich beschikbaar stellen voor het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding. 1.48
rijksmonument
een object, bouwwerk of terrein dat op grond van de Erfgoedwet als rijksmonument is aangewezen. 1.49
risicovolle inrichting
een inrichting, bij welke het Besluit externe veiligheid inrichtingen een grenswaarde, richtwaarde voor het risico c.q. een risico-afstand moet worden aangehouden bij het in het bestemmingsplan toelaten van kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten;
10
bestemmingsplan Muggenburg Zuid
1.50
seksinrichting
de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater, een parenclub, of een prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar. 1.51
sociale huurwoning
een sociale huurwoning zoals gedefinieerd in artikel 1 van de doelgroepenverordening. 1.52
sociale koopwoning
een sociale koopwoning zoals gedefinieerd in artikel 1 van de doelgroepenverordening. 1.53
straat- en bebouwingsbeeld
de waarde van een gebied in stedenbouwkundige zin, die wordt bepaald door de mate van samenhang in aanwezige bebouwing, daarbij in het bijzonder gelet op een goede verhouding tussen bouwmassa en open ruimte, een goede hoogte- en breedteverhouding tussen de bebouwing onderling en de samenhang in bouwvorm en ligging tussen bebouwing die ruimtelijk op elkaar georiënteerd is. 1.54
steiger
een constructie van hout, metaal of ander materiaal langs of onder een bepaalde hoek op een oever, geschikt als aanlegplaats voor boten. 1.55
tuin
beplant deel van het erf; 1.56
uitbouw
een gebouw dat als vergroting van een bestaande ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw, welk gebouw door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. 1.57
verkeersveiligheid
de waarde van een gebied voor de veiligheid van het verkeer, die wordt bepaald door de mate van overzichtelijkheid en vrij uitzicht (met name bij kruisingen van wegen en uitritten) en de (mogelijke) effecten van bebouwing en overige inrichtingselementen op de gedragingen van verkeersdeelnemers. 1.58
voorgevel
de naar de weg gekeerde gevel(s) van het hoofdgebouw die door zijn aard, functie, constructie of uitstraling als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt. 1.59
voorgevelrooilijn
de lijn waarin de voorgevel van een bouwwerk is gelegen alsmede het verlengde daarvan.
11
bestemmingsplan Muggenburg Zuid
1.60
waterberging
(tijdelijke) opslag van een overmaat aan (oppervlakte)water in het (oppervlakte)watersysteem. 1.61
weg
alle voor het openbaar rij- of ander verkeer openstaande wegen of paden, daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de wegen of paden behorende bermen en zijkanten, alsmede de aan de weg liggende parkeergelegenheden. 1.62
wonen
het bewonen van een woning. 1.63
woning
een complex van ruimten in één gebouw, krachtens zijn indeling en inhoud geschikt en uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van een afzonderlijk huishouden. 1.64
woningsplitsing
het maken van meer dan 1 zelfstandige woning of appartement in een bestaande woning. 1.65
woongebouw
een gebouw, dat meerdere naast elkaar en/of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kan worden. 1.66
woonsituatie
de waarde van een gebied voor de woonfunctie die wordt bepaald door de situering van om die woonfunctie liggende functies en bebouwing, daarbij in het bijzonder gelet op de daglichttoetreding, het uitzicht, de mate van privacy en het voorkómen of beperken van hinder. 1.67
zelfstandige woonruimte/woning
een zelfstandige woning is een woning met een eigen toegangsdeur die de bewonener van binnen en buiten op slot kan doen. In de woning moet een in ieder geval aanwezig zijn: eigen woon/slaapkamer, een eigen keuken met aanrecht, aan- en afvoer voor water, een aansluitpunt voor een kooktoestel en een toilet met waterspoeling.
12
bestemmingsplan Muggenburg Zuid
Artikel 2
Wijze van meten
Bij de toepassing van deze planregels wordt als volgt gemeten: 2.1
de afstand
de afstand tussen bouwwerken onderling alsmede de afstand van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstand het kleinst is. 2.2
de bouwhoogte van een antenne-installatie
a. ingeval van een vrijstaande (schotel)antenne-installatie: tussen het peil en het hoogste punt van de (schotel)antenne-installatie; b. ingeval van een op of aan een bouwwerk gebouwde (schotel)antenne-installatie: tussen de voet van de (schotel)antenne-installatie en het hoogste punt van de (schotel)antenne-installatie. 2.3
de bouwhoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.4
de breedte, lengte en diepte van een bouwwerk
tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en het hart van de scheidsmuren. 2.5
de dakhelling
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.6
de goothoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.7
de hoogte van een windturbine
vanaf het peil tot aan de as van de windturbine. 2.8
de inhoud van een bouwwerk
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.9
het oppervlakte van een bouwwerk
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.10
het vloeroppervlakte
de gebruiksvloeroppervlakte volgens NEN 2580.
13
bestemmingsplan Muggenburg Zuid
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels
Groen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen; b. openbare nutsvoorzieningen; c. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; d. wegen, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'ontsluiting uitgesloten' uitsluitend ontsluitingen op de Bonkelaarsdijk en Loosdijk voor langzaam verkeer en calamiteiten zijn toegestaan; e. voet- en fietspaden; f. kunstwerken; met bijbehorende bouwwerken.
3.2
Bouwregels
3.2.1 Gebouwen Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. 3.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van vlaggenmasten mag niet meer bedragen dan 6 m; b. de bouwhoogte van lichtmasten mag niet bedragen dan 6 m; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer bedragen dan 2 m.
3.3
Afwijken van de gebruiksregels
3.3.1 Houden evenementen Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3.1 voor het gebruik van gronden ten behoeve van evenementen onder de voorwaarde dat geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. de sociale veiligheid; b. de verkeersveiligheid; a. de woonsituatie. 3.3.2 Speelterreinen het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3.1 voor het gebruik en inrichting van de gronden ten behoeve van een nieuw speelterrein onder de voorwaarde dat dit niet leidt tot een onevenredige aantasting van de hoofdgroenstructuur.
14
bestemmingsplan Muggenburg Zuid
Artikel 4 4.1
Maatschappelijk
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. onderwijs in de vorm van een basisschool; b. een buitenspeelterrein met speelvoorzieningen ten behoeve van een basisschool, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk schoolplein'; en tevens voor: c. water; d. wegen en paden; e. nutsvoorzieningen; f. kunstwerken; met de daarbij behorende: g. parkeervoorzieningen; h. erven en terreinen; i. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
4.2
Bouwregels
4.2.1 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. als hoofdgebouwen zijn uitsluitend gebouwen ten behoeve van een basisschool toegestaan met een bvo van maximaal 1.500 m 2, inclusief uitbouwen; b. de maximale goothoogte bedraagt 6 m; c. de maximale bouwhoogte bedraagt: 12 m; 4.2.2 Bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: a. de gezamenlijke oppervlakte van vrijstaande bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 100 m²; b. de goot- en bouwhoogte van vrijstaande bijgebouwen bedraagt respectievelijk maximaal 3,00 m en 5,00 m; 4.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erfafscheidingen bedraagt maximaal 2 m; b. de bouwhoogte van speelvoorzieningen bedraagt maximaal 4 m; c. de bouwhoogte van vlaggenmasten bedraagt maximaal 6 m; d. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde, bedraagt maximaal 3 m;
15
bestemmingsplan Muggenburg Zuid
Artikel 5 5.1
Tuin
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen ben behoeve van naastgelegen woningen.
5.2
Bouwregels
5.2.1 Gebouwen Gebouwen mogen niet worden gebouwd. 5.2.2 Erkers In afwijking van artikel 5.2.1 zijn bestaande erkers toegestaan welke voldoen aan de volgende kenmerken: a. de erker is gebouwd tegen een gevel van het hoofdgebouw waarbij de breedte maximaal 2/3 van de breedte van die gevel bedraagt; b. de bouwhoogte bedraagt maximaal de 1e bouwlaag van het aangrenzende hoofdgebouw plus 0,3 m; c. de diepte bedraagt maximaal 1,5 m; 5.2.3 Bouwwerken geen gebouw zijnde Voor bouwwerken, geen gebouw zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 1 m; b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 m, met dien verstande dat carports niet zijn toegestaan.
16
bestemmingsplan Muggenburg Zuid
Artikel 6 6.1
Verkeer
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen waarbij gestreefd wordt naar een inrichting hoofdzakelijk gericht op de afwikkeling van het doorgaande verkeer; b. uitsluitend wegen ten behoeve van een calamiteitenontsluiting en langzaam verkeersroutes, ter plaatse van de functieaanduiding 'ontsluiting uitgesloten'; c. parkeren; d. groenvoorzieningen; e. openbare nutsvoorzieningen, f. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; met dien verstande dat: g. in de bestemming de bij het wegverkeer gebruikelijke voorzieningen, zoals bermbeplanting, bruggen, voorzieningen voor voetgangers en fietsers, bushaltes e.d. zijn begrepen; h. de bestemming, afgezien van een plaatselijke verbreding of versmalling, niet in een ingrijpende wijziging van het profiel voorziet (waarbij in ieder geval het bestaande aantal rijstroken niet mag toenemen); met bijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
6.2
Bouwregels
6.2.1 Gebouwen Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. 6.2.2 Bouwwerken, geen gebouw zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer mag niet meer dan 10 m bedragen; b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde, mag niet meer dan 3 m bedragen.
6.3
Specifieke gebruiksregels
Tot een gebruik in strijd met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in ieder geval wordt begrepen het aanleggen van wegen of paden of het op een andere wijze inrichten van het bestemmingsvlak met meer dan twee rijstroken.
17
bestemmingsplan Muggenburg Zuid
Artikel 7 7.1
Verkeer - Railverkeer
Bestemmingsomschrijving
De voor Verkeer - Railverkeer aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. spoorwegvoorzieningen, met daaraan ondergeschikt: a. b. c. d. e.
parkeervoorzieningen; fietsenstallingen; openbare nutsvoorzieningen; groenvoorzieningen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen;
met bijbehorende bouwwerken.
7.2
Bouwregels
7.2.1 Gebouwen Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. 7.2.2 Bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer, mag niet meer bedragen dan 10 m; b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 m.
18
bestemmingsplan Muggenburg Zuid
Artikel 8 8.1
Water
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. water en oeverstroken; b. bruggen; c. steigers en vlonders; d. groenvoorzieningen; e. verkeers- en verblijfsvoorzieningen, met dien verstande dat ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van verkeer - calamiteitenroute' uitsluitend een calamiteitenontsluiting en langzaam verkeersroutes is toegestaan en met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'ontsluiting uitgesloten' uitsluitend ontsluitingen op de Bonkelaarsdijk en Loosdijk voor langzaam verkeer en calamiteiten zijn toegestaan; f. kunstwerken.
8.2
Bouwregels
8.2.1 Gebouwen Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. 8.2.2 Bouwwerken, geen gebouw zijnde Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de lengte van steigers en vlonders mag niet meer bedragen dan 5 m met dien verstande dat per direct aangrenzend bouwperceel maximaal 1 steiger, vlonder of overkraging per bouwperceel mag worden aangelegd; b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, mag niet meer bedragen dan 4 m.
19
bestemmingsplan Muggenburg Zuid
Artikel 9 9.1
Wonen
Bestemmingsomschrijving
De voor “Wonen” aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen in een woning, al dan niet in combinatie met een beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis en/of een Bed & breakfast; met de daarbij behorende: b. groenvoorzieningen; c. verkeers- en verblijfsvoorzieningen, waaronder parkeervoorzieningen; d. waterlopen en -partijen; e. voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding; f. openbare nutsvoorzieningen.
9.2
Bouwregels
9.2.1 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. hoofdgebouwen zijn uitsluitend binnen het bouwvlak toegestaan; b. per bouwvlak is maximaal 1 woning toegestaan; c. de maximale goot- en bouwhoogte mag niet meer bedragen dan respectievelijk 4 meter en 10 meter; d. de dakhelling dient minimaal 17° en maximaal 60° te bedragen. 9.2.2 Aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bij woningen Voor het bouwen van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bij woningen gelden de volgende regels: a. aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen mogen op de in artikel 9.1 bedoelde gronden worden gebouwd, tenzij de zij- of achtererfgrens grenst aan de openbare ruimte in welk geval aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen ten minste 1 m uit de erfgrens dienen te worden gebouwd; b. de goothoogte van bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 3 m; c. de bouwhoogte van bijgebouwen op het zij- en achtererf mag niet meer bedragen dan 3 m; d. de bouwhoogte van overkappingen mag niet meer bedragen dan 3 m; e. de bouwhoogte van aan- en uitbouwen mag niet meer bedragen dan de hoogte van de bovenzijde van de afgewerkte vloer van de eerste verdieping van het hoofdgebouw waaraan wordt gebouwd, vermeerderd met 0,30 m; f.
de breedte van aan- en uitbouwen aan de achtergevel mag niet meer bedragen dan de breedte van de oorspronkelijke achtergevel van het hoofdgebouw plus de breedte van een eventueel aan de zijgevel gebouwde aan- of uitbouw of aangebouwd bijgebouw; g. de gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bij woningen mag niet meer bedragen dan: 1. 75 m 2 bij bouwpercelen met een oppervlakte tot en met 500 m 2; 2. 100 m 2 bij bouwpercelen met een oppervlakte van meer dan 500 m 2; met dien verstande dat: de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen en overkappingen niet meer dan 100% van de oppervlakte van het hoofdgebouw mag bedragen;
20
bestemmingsplan Muggenburg Zuid
de gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen niet meer mag bedragen dan 50% van het achtererfgebied van de woning. 9.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor bouwwerken, geen gebouw zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan 1 m; b. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan 2 m; c. de bouwhoogte van vlaggenmasten mag niet meer bedragen dan 6 m; d. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 m; 9.3
Specifieke gebruiksregels
9.3.1 Strijdig gebruik Als gebruik in strijd met de bestemmingsomschrijving als bedoeld artikel 9.1 wordt in ieder geval aangemerkt: a. het gebruiken of laten gebruiken van vrijstaande bijgebouwen ten dienste van de woonfunctie voor zelfstandige bewoning; b. het gebruiken of laten gebruiken van de gronden en bouwwerken ten behoeve van een beroeps-of bedrijfsactiviteit aan huis, zodanig dat de beroeps- c.q. bedrijfsvloer-oppervlakte meer bedraagt dan 40% van de totale gezamenlijke vloeroppervlakte van de begane grond van de aanwezige bebouwing op het bouwperceel; c. het gebruiken of laten gebruiken van gronden en bouwwerken ten behoeve van de inpandige stalling van voertuigen, vaartuigen of het opslaan van al dan niet afgedankte goederen en/of materialen; d. het veranderen, vervangen of vergroten van een woning mag niet leiden tot: 1. de vorming van een extra woning; 2. de vorming van een extra onzelfstandige woonruimte. 9.3.2 Bed & breakfast Bed & breakfast is toegestaan in of bij een bewoonde woning, met dien verstanden dat: a. de bed & breakfast functie zowel in het hoofdgebouw als in bijgebouwen toegestaan; b. gebruik als bed & breakfast is ondergeschikt aan de hoofdfunctie; c. de gezamenlijke vloeroppervlakte van de bed and breakfastfunctie bedraagt niet meer dan 30% van het bruto vloeroppervlakte van de hoofdfunctie; d.
een bed & breakfast mag maximaal 9 slaapplaatsen aanbieden. 9.4
Afwijken van de gebruiksregels
9.4.1 Woningsplitsing met, of zonder, bouwkundige aanpassing Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 9.3.1 onder d1 en toestaan dat woningen worden gesplitst, met dien verstande dat; a. het splitsen van een woning gerealiseerd dient te worden binnen de bestaande bebouwing; b. de woningen, nadat splitsing heeft plaatsgevonden, elk een gebruiksoppervlakte van ten minste 35 m² hebben; c. de afwijking zoals bedoeld in dit sublid slechts wordt verleend indien in op of onder het bouwwerk, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij het bouwwerk behoort, in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien. Of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid, wordt bepaald aan de hand van het bepaalde in de
21
bestemmingsplan Muggenburg Zuid
'Nota Parkeernormen Schagen 2016', met inbegrip van eventuele wijzigingen van deze nota gedurende de planperiode; d. de woning die gerealiseerd wordt ten gevolge van de splitsing passen moet binnen het regionale woningbouwprogramma; 9.4.2 Vorming van onzelfstandige woonruimte met, of zonder, bouwkundige aanpassing Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 9.3.1 onder d2 en een extra onzelfstandige woonruimte toestaan in een door de eigenaar bewoonde woning, met dien verstande dat: a. de toegevoegde onzelfstandige woonruimte gerealiseerd dient te worden binnen de bestaande bebouwing; b. de toegevoegde onzelfstandige ruimte een gebruiksoppervlakte van ten minste 12 m² heeft; c. de afwijking zoals bedoeld in dit artikel slechts wordt verleend indien in op of onder het bouwwerk, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij het bouwwerk behoort, in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien. Of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid, wordt bepaald aan de hand van het bepaalde in de 'Nota Parkeernormen Schagen 2016', met inbegrip van eventuele wijzigingen van deze nota gedurende de planperiode; d. de woning die gerealiseerd wordt ten gevolge van de splitsing passen moet binnen het regionale woningbouwprogramma.
22
bestemmingsplan Muggenburg Zuid
Artikel 10 10.1
Woongebied
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Woongebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen in een woning of woongebouw, al dan niet in combinatie met een beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis en/of een Bed & breakfast; b. aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bij woningen en woongebouwen; c. bouwerken, geen gebouwen zijnde; d. tuinen, erven en paden; e. (ontsluitings)wegen, f. verkeers- en verblijfsvoorzieningen, waaronder parkeervoorzieningen; g. groenvoorzieningen; h. openbare nutsvoorzieningen; i. kunstwerken; j. water en waterbergende voorzieningen.
10.2
Bouwregels
10.2.1 Bebouwingspercentage bouwperceel a. Het bebouwingspercentage per bouwperceel met hoofdgebouwen zal ten hoogste 50% van de omgvang van één bouwperceel bedragen; b. het bebouwingspercentage per bouwperceel met aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen zal ten hoogte 50% van de omvang van één bouwperceel bedragen, met dien verstande dat de oppervlakte van het hoofdgebouw niet in dit percentage is begrepen. 10.2.2 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. als hoofdgebouw mogen uitsluitend woningen en woongebouwen worden gebouwd; b. het aantal woningen mag niet meer bedragen dan 750; c. de afstand van niet aaneengebouwde hoofdgebouwen zal tot de ene zijdelingse perceelgrens ten minste 3,00 m en tot de andere zijdelingse perceelsgrens ten minste 1,00 m bedragen; d. de afstand van de voorgevel van hoofdgebouwen tot de openbare weg dan wel het openbaar groen zal ten minste 1,00 m bedragen; e. hoofdgebouwen dienen met de voorgevel gericht op de openbare weg of openbare ruimte te worden gebouwd; f. de goot- en bouwhoogte van een hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan respectievelijk 7 m en 12 m, met dien verstande dat: 1. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 1' de maximale goothoogte 6 meter en de maximale bouwhoogte 12 meter bedraagt; 2.
ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 2' voor woongebouwen de maximale bouwhoogte 15 meter bedraagt en mag plat mag worden afgedekt; 3. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 3' voor woongebouwen de maximale goothoogte 6 meter en de maximale bouwhoogte 18 meter bedraagt; 4. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 4' voor woongebouwen de maximale bouwhoogte 12 meter bedraagt en mag plat mag worden afgedekt.
23
bestemmingsplan Muggenburg Zuid
g. waar op grond van het bepaalde in lid f niet plat mag worden afgedekt, dient een kap te worden toegepast met een dakhelling tussen 30 en 60 graden. 10.2.3 Aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bij woningen Voor het bouwen van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bij woningen gelden de volgende regels: a. aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen mogen op de in artikel 10.1 bedoelde gronden worden gebouwd, tenzij de zij- of achtererfgrens grenst aan de openbare ruimte in welk geval aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen ten minste 1 m uit de erfgrens dienen te worden gebouwd; b. de goothoogte van bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 3 m; c. de bouwhoogte van bijgebouwen op het zij- en achtererf mag niet meer bedragen dan 3 m; d. de bouwhoogte van overkappingen mag niet meer bedragen dan 3 m; e. de bouwhoogte van aan- en uitbouwen mag niet meer bedragen dan de hoogte van de bovenzijde van de afgewerkte vloer van de eerste verdieping van het hoofdgebouw waaraan wordt gebouwd, vermeerderd met 0,30 m; f. de breedte van aan- en uitbouwen aan de achtergevel mag niet meer bedragen dan de breedte van de oorspronkelijke achtergevel van het hoofdgebouw plus de breedte van een eventueel aan de zijgevel gebouwde aan- of uitbouw of aangebouwd bijgebouw; g.
de gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bij woningen mag niet meer bedragen dan: 1. 75 m 2 bij bouwpercelen met een oppervlakte tot en met 500 m 2; 2. 100 m 2 bij bouwpercelen met een oppervlakte van meer dan 500 m 2; met dien verstande dat: de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen en overkappingen niet meer dan 100% van de oppervlakte van het hoofdgebouw mag bedragen; de gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen niet meer mag bedragen dan 50% van het achtererfgebied van de woning. h. de gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bij woongebouwen mag niet meer bedragen dan 10 m 2 per woning in een woongebouw; 10.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor bouwwerken, geen gebouw zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan 1 m; b. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan 2 m; c. de bouwhoogte van vlaggenmasten mag niet meer bedragen dan 6 m; d. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 m;
10.3
Specifieke gebruiksregels
10.3.1 Algemeen Als gebruik in strijd met de bestemmingsomschrijving als bedoeld in artikel 10.1 wordt in ieder geval aangemerkt: a. het in gebruik nemen van meer dan 750 woningen; b. het gebruiken of laten gebruiken van vrijstaande bijgebouwen ten dienste van de woonfunctie voor zelfstandige bewoning;
24
bestemmingsplan Muggenburg Zuid
c. het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van een beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis, zodanig dat de beroeps c.q. bedrijfsvloeroppervlakte meer bedraagt dan 40% van de totale gezamenlijke begane vloeroppervlakte van de aanwezige bebouwing op het bouwperceel; d. het gebruiken of laten gebruiken van gronden en bouwwerken ten behoeve van verblijfsrecreatie; e. het gebruiken of laten gebruiken van gronden voor de aanleg van een paardenbak met de daarbijbehorende bouwwerken; f. het veranderen, vervangen of vergroten van een woning mag niet leiden tot: 1. de vorming van een extra woning; 2. de vorming van een extra onzelfstandige woonruimte. 10.3.2 Bed & breakfast Bed & breakfast is toegestaan in of bij een bewoonde woning, met dien verstanden dat: a. de bed & breakfast functie zowel in het hoofdgebouw als in bijgebouwen toegestaan; b. gebruik als bed & breakfast is ondergeschikt aan de hoofdfunctie; c. de gezamenlijke vloeroppervlakte van de bed and breakfastfunctie bedraagt niet meer dan 30% van het bruto vloeroppervlakte van de hoofdfunctie; d. een bed & breakfast mag maximaal 9 slaapplaatsen aanbieden. 10.3.3 Sociale woningen Het aandeel sociale huur- en koopwoningen bedraagt, met inachtneming van de doelgroepenverordening, minimaal 40% van het totaal aantal woningen binnen deze bestemming.
10.4
Afwijken van de gebruiksregels
10.4.1 Woningsplitsing met, of zonder, bouwkundige aanpassing Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 10.3.1 onder e1 en toestaan dat woningen worden gesplitst, met dien verstande dat; a. het splitsen van een woning gerealiseerd dient te worden binnen de bestaande bebouwing; b. de woningen, nadat splitsing heeft plaatsgevonden, elk een gebruiksoppervlakte van ten minste 35 m² hebben; c. de afwijking zoals bedoeld in dit sublid slechts wordt verleend indien in op of onder het bouwwerk, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij het bouwwerk behoort, in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien. Of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid, wordt bepaald aan de hand van het bepaalde in de 'Nota Parkeernormen Schagen 2016', met inbegrip van eventuele wijzigingen van deze nota gedurende de planperiode; d. de woning die gerealiseerd wordt ten gevolge van de splitsing passen moet binnen het regionale woningbouwprogramma; 10.4.2 Vorming van onzelfstandige woonruimte met, of zonder, bouwkundige aanpassing Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 10.3.1 onder e2 en een extra onzelfstandige woonruimte toestaan in een door de eigenaar bewoonde woning, met dien verstande dat: a. de toegevoegde onzelfstandige woonruimte gerealiseerd dient te worden binnen de bestaande bebouwing; b.
de toegevoegde onzelfstandige ruimte een gebruiksoppervlakte van ten minste 12 m² heeft; c. de afwijking zoals bedoeld in dit artikel slechts wordt verleend indien in op of onder het
25
bestemmingsplan Muggenburg Zuid
bouwwerk, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij het bouwwerk behoort, in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien. Of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid, wordt bepaald aan de hand van het bepaalde in de 'Nota Parkeernormen Schagen 2016', met inbegrip van eventuele wijzigingen van deze nota gedurende de planperiode; d. de woning die gerealiseerd wordt ten gevolge van de splitsing passen moet binnen het regionale woningbouwprogramma.
26
bestemmingsplan Muggenburg Zuid
Artikel 11 11.1
Leiding - Water
Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Leiding – Water’ aangewezen gronden zijn, naast de andere voor die gronden aangewezen bestemmingen, tevens bestemd voor een watertransportleiding. In geval van strijdigheid van regels gaan de regels van dit artikel vóór de regels die ingevolge andere artikelen op de desbetreffende gronden van toepassing zijn.
11.2
Bouwregels
a. In afwijking van het bepaalde in de andere bestemmingen, mag op of in deze gronden niet worden gebouwd, anders dan ten behoeve van deze bestemming; b. op of in deze gronden mogen ten behoeve van deze bestemming, geen gebouwen worden gebouwd; c. voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt dat de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet meer bedraagt dan 4 m.
11.3
Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van: a. het bepaalde in lid 11.2 sub a en lid 11.2 sub b en toestaan dat de in de andere bestemmingen genoemde gebouwen worden gebouwd, mits het belang dat met de leiding wordt gediend niet onevenredig wordt geschaad en mits vooraf advies wordt ingewonnen van de betreffende leidingbeheerder; b. het bepaalde in lid 11.2 sub a en lid 11.2 sub c en toestaan dat de in de andere bestemmingen genoemde bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, mits het belang van de leiding niet onevenredig wordt geschaad en mits vooraf advies wordt ingewonnen van de betreffende leidingbeheerder.
11.4
Afwijken van de gebruiksregels
Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van: a. het bepaalde in lid 11.1 en toestaan dat een watertransportleiding op een andere plek wordt gerealiseerd, mits het belang dat met de leiding wordt gediend niet onevenredig wordt geschaad en mits vooraf advies wordt ingewonnen van de betreffende leidingbeheerder.
11.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a. Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag, de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden, uit te voeren: 1. het aanbrengen van hoogopgaande en/of diepwortelende beplanting, waaronder bijvoorbeeld rietbeplanting; 2. het wijzigen van het maaiveldniveau door ontgronding of ophoging; 3. het verrichten van grondroeractiviteiten (bijvoorbeeld het aanbrengen van rioleringen, kabels, leidingen en drainage) anders dan normaal spit- en ploegwerk;
27
bestemmingsplan Muggenburg Zuid
4. diepploegen; 5. het aanbrengen van gesloten verhardingen; 6. het permanent opslaan van goederen waaronder ook begrepen het opslaan van afvalstoffen; 7. het aanleggen van waterlopen of het vergraven, verruimen of dempen van bestaande waterlopen; 8. het plaatsen van onroerende objecten zoals lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair; 9. het indrijven van voorwerpen in de bodem. b. De in sub a bedoelde omgevingsvergunning is niet vereist voor werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die: 1. het normale onderhoud, gebruik en beheer van de leiding betreffen; 2. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het inwerking treden van het plan; 3. mogen worden uitgevoerd op basis van een reeds verleende omgevingsvergunning of aanlegvergunning; 4. worden uitgevoerd ten behoeve van de instandhouding van de leiding(en); 5. mechanisch worden uitgevoerd en daarmee vallen onder de werking van de Wet Informatie Uitwisseling Ondergrondse Netwerken. c. De in sub a bedoelde omgevingsvergunning wordt slechts verleend als het belang van de leiding niet onevenredig wordt geschaad en nadat vooraf advies is ingewonnen bij de betreffende leidingbeheerder.
28
bestemmingsplan Muggenburg Zuid
Artikel 12 12.1
Waarde - Archeologie 1
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie 1' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden.
12.2
Bouwregels
12.2.1 Vergunningplicht Voor alle bouwwerken moet alvorens een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt verleend, door de aanvrager een rapport worden overgelegd waarin, naar het oordeel van het bevoegd gezag: a. de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld, en: b. in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd. 12.2.2 Advies archeoloog Alvorens het bevoegd gezag beslist over een vergunning als bedoeld in lid 12.2.1 winnen zij advies in bij de archeologisch deskundige omtrent de vraag of de door het verlenen van de omgevingsvergunning geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de archeologische waarden, en zo ja welke voorwaarden dienen te worden gesteld. 12.2.3 Voorwaarden Indien uit het in lid 12.2.1 genoemde rapport of de in lid 12.2.2 genoemde quickscan blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning voor het bouwen zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meer van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c.
de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties.
12.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 12.3.1 Vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag, de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren, ongeacht het bepaalde in de regels bij de andere op deze regels van toepassing zijnde bestemmingen: a. het ontgronden, afgraven (waaronder het graven van watergangen en waterpartijen), egaliseren en ophogen van gronden en/of het anderszins ingrijpend wijzigen van de bodemstructuur; b. het uitvoeren van overige grondbewerkingen;
29
bestemmingsplan Muggenburg Zuid
c. het verwijderen en/of aanbrengen van bomen en diepwortelende beplanting; d. het aanleggen van ondergrondse energie-, transport- en of communicatieleidingen. 12.3.2 Uitzonderingen Het bepaalde in lid 12.3.1 is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die: a. het normale onderhoud betreffen; b. onderhoud aan de watergangen betreffen; c. in het kader van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen worden uitgevoerd, mits verricht door een daartoe bevoegde instantie; 12.3.3 Toetsingscriteria De in lid 12.3.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de archeologische waarden van de gronden. 12.3.4 Archeologisch rapport Alvorens een omgevingsvergunning wordt verleend, moet door de aanvrager een rapport worden overgelegd waarin, naar het oordeel van het bevoegd gezag: a. de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld, en: b. in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd.
12.3.5 Voorwaarden Indien uit het in lid 12.3.4 genoemde rapport of de in lid 12.2.2 genoemde quickscan blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het uitvoeren van werken of werkzaamheden zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meer van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties; d. niet dieper gaan dan 0,3 m beneden het maaiveld.
30
bestemmingsplan Muggenburg Zuid
Artikel 13 13.1
Waarde - Archeologie 2
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden.
13.2
Bouwregels
13.2.1 Vergunningplicht Voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 100 m², moet alvorens een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt verleend, door de aanvrager een rapport worden overgelegd waarin, naar het oordeel van het bevoegd gezag: a. de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld, en: b. in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd. 13.2.2 Advies archeoloog Alvorens het bevoegd gezag beslist over een vergunning als bedoeld in lid 13.2.1 winnen zij advies in bij de archeologisch deskundige omtrent de vraag of de door het verlenen van de omgevingsvergunning geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de archeologische waarden, en zo ja welke voorwaarden dienen te worden gesteld. In sommige gevallen volstaat een archeologische quickscan als duidelijk is dat de geplande ingrepen geen onevenredige afbreuk doen aan de aanwezige archeologische waarden. 13.2.3 Voorwaarden Indien uit het in lid 13.2.1 genoemde rapport of de in lid 13.2.2 genoemde quickscan blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning voor het bouwen zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meer van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: a.
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties.
13.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 13.3.1 Vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag, de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren, ongeacht het bepaalde in de regels bij de andere op deze regels van toepassing zijnde bestemmingen: a. het ontgronden, afgraven (waaronder het graven van watergangen en waterpartijen), egaliseren en ophogen van gronden en/of het anderszins ingrijpend wijzigen van de
31
bestemmingsplan Muggenburg Zuid
bodemstructuur; b. het uitvoeren van overige grondbewerkingen; c. het verwijderen en/of aanbrengen van bomen en diepwortelende beplanting; d. het aanleggen van ondergrondse energie-, transport- en of communicatieleidingen. 13.3.2 Uitzonderingen Het bepaalde in lid 13.3.1 is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die: a. het normale onderhoud betreffen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan; c. in het kader van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen worden uitgevoerd, mits verricht door een daartoe bevoegde instantie; d. niet dieper gaan dan 0,3 m beneden het maaiveld en een kleinere oppervlakte dan 100 m² beslaan. 13.3.3 Toetsingscriteria De in lid 13.3.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de archeologische waarden van de gronden. 13.3.4 Archeologisch rapport Alvorens een omgevingsvergunning wordt verleend, moet door de aanvrager een rapport worden overgelegd waarin, naar het oordeel van het bevoegd gezag: a. de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld, en: b. in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd.
13.3.5 Voorwaarden Indien uit het in lid 13.3.4 genoemde rapport of de in lid 13.2.2 genoemde quickscan blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het uitvoeren van werken of werkzaamheden zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meer van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties.
32
bestemmingsplan Muggenburg Zuid
Artikel 14 14.1
Waarde - Archeologie 3
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden.
14.2
Bouwregels
14.2.1 Vergunningplicht Voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 500 m², moet alvorens een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt verleend, door de aanvrager een rapport worden overgelegd waarin, naar het oordeel van het bevoegd gezag: a. de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld, en: b. in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd. 14.2.2 Advies archeoloog Alvorens het bevoegd gezag beslist over een vergunning als bedoeld in lid 14.2.1 winnen zij advies in bij de archeologisch deskundige omtrent de vraag of de door het verlenen van de omgevingsvergunning geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de archeologische waarden, en zo ja welke voorwaarden dienen te worden gesteld. In sommige gevallen volstaat een archeologische quickscan als duidelijk is dat de geplande ingrepen geen onevenredige afbreuk doen aan de aanwezige archeologische waarden. 14.2.3 Voorwaarden Indien uit het in lid 14.2.1 genoemde rapport of de in lid 14.2.2 genoemde quickscan blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning voor het bouwen zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meer van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: a.
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties.
14.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 14.3.1 Vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag, de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren, ongeacht het bepaalde in de regels bij de andere op deze regels van toepassing zijnde bestemmingen: a. het ontgronden, afgraven (waaronder het graven van watergangen en waterpartijen), egaliseren en ophogen van gronden en/of het anderszins ingrijpend wijzigen van de
33
bestemmingsplan Muggenburg Zuid
bodemstructuur; b. het uitvoeren van overige grondbewerkingen; c. het verwijderen en/of aanbrengen van bomen en diepwortelende beplanting; d. het aanleggen van ondergrondse energie-, transport- en of communicatieleidingen. 14.3.2 Uitzonderingen Het bepaalde in lid 14.3.1 is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die: a. het normale onderhoud betreffen (incl. sleufloos draineren); b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan; c. in het kader van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen worden uitgevoerd, mits verricht door een daartoe bevoegde instantie; d. niet dieper gaan dan 0,4 m beneden het maaiveld en een kleinere oppervlakte dan 500 m² beslaan. 14.3.3 Toetsingscriteria De in lid 14.3.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de archeologische waarden van de gronden. 14.3.4 Archeologisch rapport Alvorens een omgevingsvergunning wordt verleend, moet door de aanvrager een rapport worden overgelegd waarin, naar het oordeel van het bevoegd gezag: a. de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld, en: b. in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd.
14.3.5 Voorwaarden Indien uit het in lid 14.3.4 genoemde rapport of de in lid 14.2.2 genoemde quickscan blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het uitvoeren van werken of werkzaamheden zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meer van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties.
34
bestemmingsplan Muggenburg Zuid
Artikel 15 15.1
Waarde - Archeologisch Rijksmonument
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologisch Rijksmonument' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden.
15.2
Bouwregels
15.2.1 Vergunningplicht Voor alle bouwwerken moet alvorens een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt verleend, door de aanvrager een rapport worden overgelegd waarin, naar het oordeel van het bevoegd gezag: a. de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld, en: b. in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd. 15.2.2 Advies archeoloog Alvorens het bevoegd gezag beslist over een vergunning als bedoeld in lid 15.2.1 winnen zij advies in bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed omtrent de vraag of de door het verlenen van de omgevingsvergunning geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de archeologische waarden, en zo ja welke voorwaarden dienen te worden gesteld.
15.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 15.3.1 Vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag, de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren, ongeacht het bepaalde in de regels bij de andere op deze regels van toepassing zijnde bestemmingen: a. het ontgronden, afgraven (waaronder het graven van watergangen en waterpartijen), egaliseren en ophogen van gronden en/of het anderszins ingrijpend wijzigen van de bodemstructuur; b. het uitvoeren van overige grondbewerkingen; c. het verwijderen en/of aanbrengen van bomen en diepwortelende beplanting; d. het aanleggen van ondergrondse energie-, transport- en of communicatieleidingen. 15.3.2 Uitzonderingen Het bepaalde in lid 15.3.1 is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die: a. het normale onderhoud betreffen; b. in het kader van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen worden uitgevoerd, mits verricht door een daartoe bevoegde instantie;
35
bestemmingsplan Muggenburg Zuid
15.3.3 Toetsingscriteria De in lid 15.3.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de archeologische waarden van de gronden. 15.3.4 Archeologisch rapport Alvorens een omgevingsvergunning wordt verleend, moet door de aanvrager een rapport worden overgelegd waarin, naar het oordeel van het bevoegd gezag: a. de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld, en: b. in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd.