CConstaterende datSchagen
Koppel je AI →
Document · PDF

5. Memo reactie advies Cie MER Omgevingsvisie Schagen def

Oordeelsvormende vergadering 24 november 2021, gemeente SchagenBij agendapunt: Omgevingsvisie gemeente Schagen2.143 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Memo reactie advies Commissie MER Omgevingsvisie Schagen De Commissie voor de m.e.r. heeft op 6 oktober 2021 een advies uitgebracht over de MER horende bij de ontwerp Omgevingsvisie Schagen. De Commissie geeft aan dat: 1. het rapport methodisch helder en consequent is en op een begrijpelijke manier de effecten van de Omgevingsvisie weer geeft, 2. er enkele tekortkomingen in de milieu-informatie zijn. De informatie die de Commissie mist is volgens de Commissie wel nodig voor het nemen van een besluit over de vaststelling van de Omgevingsvisie. In de toelichting op de punt 2 maakt de Commissie onderscheid tussen: 

adviezen die volgens de Commissie essentieel zijn om het milieubelang mee te wegen bij de besluitvorming over de visie. Deze adviezen zijn in een kader geplaatst. aanbevelingen die helpen om de kwaliteit van de besluiten nu en in de toekomst te verbeteren.

In deze memo gaan we zowel in op de adviezen als op de aanbevelingen. Advies 1 De Commissie adviseert maatregelen te onderzoeken waarmee negatieve effecten op het milieu- en de leefomgeving worden voorkomen (door een concrete uitwerking van deze maatregelen en inzicht in het effect). Naast de in de Omgevingsvisie genoemde maatregelen zoals het stellen van randvoorwaarden voor uitbreiding of nieuwvestiging van bedrijven adviseert de Commissie om in ieder geval onderzoek te doen naar:  

het gasloos maken van bestaande woningen; het uitsluiten van bouw van woningen en bedrijven in open ruimtes/ecologisch waardevolle gebieden.

Reactie Bij milieuaspecten in de MER zijn bij een mogelijk negatief effect de oorzaken benoemd en zijn ook vaak aanbevelingen gedaan om negatieve effecten te verzachten of te ondervangen. Zo is bijvoorbeeld bij de Natura 2000-gebieden aangegeven dat de bouw van woningen in of in de omgeving van deze gebieden in de bouwfase hoogstwaarschijnlijk tot een toename van stikstofdepositie zal leiden. Ook bij landschap is specifiek aangegeven welke ontwikkelruimte negatieve effecten kan hebben. Het is logisch dat als je geen woningen bouwt of ontwikkelruimte biedt het probleem wordt ondervangen. Of als je bij deze ontwikkelmogelijkheden meer randvoorwaarden opneemt. Mogelijke randvoorwaarden zijn benoemd in het MER in paragraaf 5.4.

De Omgevingsvisie is een visie op hoofdlijnen. De maatregelen genoemd in paragraaf 5.4 sluiten bij dit abstractieniveau aan. Het besparen van energie en het duurzaam opwekken wordt in de ontwerp Omgevingsvisie genoemd. Net als het benutten van omgevingswarmte. Acties worden echter niet in de Omgevingsvisie uitgewerkt. Dat gebeurt in programma’s (zoals het programma duurzaamheid). Of in gebiedsprocessen en projecten. Het gasloos maken van bestaande woningen in de omgeving van de Natura 2000-gebieden is een suggestie die bij dit programma duurzaamheid kan worden betrokken. Het uitsluiten van de woningen en bedrijven in open ruimtes en/of binnen ecologisch waardevolle gebieden wordt niet op voorhand opgenomen in de ontwerp Omgevingsvisie. In als natuur bestemde gebieden is woningbouw of bedrijfsvestiging op dit moment al niet mogelijk. Ligt een locatie in de omgeving van natuur dan wordt een maatwerkafweging gemaakt zoals aangegeven in het stappenplan van de Omgevingsvisie. Hierbij wordt ook getoetst aan wet- en regelgeving (onder meer op het gebied van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden). Ook wordt gekeken of kan worden ingespeeld op waarden uit de waardenkaart. Dit kan bijvoorbeeld betekenen dat in verband met de openheid en zichtlijnen een gebouw in positionering rekening houdt met deze zichtlijnen.

Advies 2 De Commissie adviseert de beschrijving van de huidige situatie en autonome ontwikkeling aan te passen door:  

alle relevante Natuur Netwerk Nederland (NNN-gebieden) te betrekken; in te gaan op de wezenlijke kenmerken en waarden van alle relevante natuurbeheertypen.

Reactie Gebieden die in het NNN liggen zijn opgenomen op de kaart bij de beschrijving van de Huidige Situatie en Autonome Ontwikkeling van de MER (HSAO van het NNN). Twee gebieden daarvan, het gaat om de Uitlandse polder en Zandpolder (K5) en Nollen, Kooibosch en Luttickduin (K6) hebben voor delen tevens de status van Natura 2000-gebied. De delen die buiten de Natura 2000-gebieden liggen hadden volledigheidshalve ook opgenomen moeten worden in de tabel in paragraaf 2.2.2 van bijlage 1 van de MER. De NNN verbindingen (K19) zijn wel in de tabel genoemd maar per vergissing niet op de kaart terecht gekomen (bijlage 1, paragraaf 2.2). Alle NNN gebieden en verbindingen zijn echter in de beoordeling van de milieu effecten van de Omgevingsvisie betrokken. De aangevulde en kloppende tabel en kaart zijn opgenomen in de bijlage van deze memo. Voor de Natura 2000-gebieden, is een uitgebreide beschrijving gegeven van de natuurwaarden en kernkwaliteiten op basis van de Natura 2000-beheerplannen. Bij het NNN buiten Natura 2000 is ingezoomd op de weidevogelgebieden. Een verdere beschrijving van de wezenlijke kenmerken en waarden van de gebieden is niet opgenomen in de MER, maar terug te vinden via de omgevingsverordening van de provincie Noord-Holland (bijlages bij de Omgevingsverordening NH2020 via https://noord-holland-extern.tercera-ro.nl/MapViewer/).

De HSAO voor natuur is gebaseerd op de beheerplannen van Natura 2000, beschrijvingen van de kernkwaliteiten van de Bijzondere Provinciale Landschappen, Programma Natuurontwikkeling 20192023 en de rapportage Biodiversiteit Noord-Holland van de provincie. Voor het onderdeel biodiversiteit is ook gebruik gemaakt van de Nationale Monitor Duurzame Gemeenten. Dit is voldoende basis voor een MER op het niveau van een Omgevingsvisie. Het gaat hier niet zozeer om individuele soorten en beschermde natuurgebieden (zoals het NNN en Natura 2000) maar om de milieuomstandigheden voor behoud en versterking van natuur en natuurwaarden in het algemeen. Advies 3 De Commissie MER spreekt haar waardering uit over het feit dat de gemeente een speerpunt heeft opgenomen waarin wordt aangegeven dat de biodiversiteit moet worden versterkt . De Commissie adviseert echter de beoordeling van biodiversiteit buiten het NNN te baseren op meer representatieve en onderscheidende indicatoren (Rode Lijstsoorten en totaal aantal soorten per ruimtelijke eenheid). Reactie De gemeente wil de biodiversiteit vergroten. De uitwerking van dit onderwerp vindt plaats in het programma duurzaamheid. Een programma is bedoeld om doelen te stellen, een nulsituatie te bepalen en aan de slag te gaan. Hierbij wordt regelmatig gekeken hoe het gaat (monitoring en evaluatie).

De Commissie stelt voor om een wat andere methode te gebruiken voor het bepalen van de nulsituatie op het gebied van biodiversiteit, dan in de MER is gebruikt. Bij de uitwerking van dit onderwerp in het programma duurzaamheid zal dit worden overwogen. De Commissie brengt in dat de balans tussen de positieve inspanningen zoals het planten van bos, bomen en struiken, mogelijk niet opweegt tegen de negatieve effecten van de ruimte voor ontwikkelingen in het buitengebied. Juist bij het uitvoeren van het programma duurzaamheid en het kijken naar de effecten hiervan kan op dit punt de vinger aan de pols worden gehouden. Het gebruik van andere informatie zal niet tot een andere conclusie voor het te verwachten effect van de Omgevingsvisie op de biodiversiteit leiden. Advies 4 De Commissie adviseert om inzichtelijk te maken wat de omgevingseffecten van de RES 1.0 zijn of hoe in de toekomst de milieugevolgen van RES en Omgevingsvisie bij elkaar gebracht worden. Reactie In het voorbereidingsproces van de Omgevingsvisie en de RES 1.0 liep het traject van de visie vlotter dan de RES. Bij de MER over de 50 en 80% versie van de Omgevingsvisie (de ontwerpversie) kon daarom nog niet gekeken worden naar de effecten van RES 1.0 in relatie tot de effecten van de Omgevingsvisie. Ook bij het proces van de RES is aandacht besteed aan de effecten op het milieu.

Voor de RES Noord-Holland Noord is geen formele m.e.r.-procedure doorlopen. Wel komen meerder onderdelen en stappen uit het RES-traject van Noord-Holland Noord overeen met de stappen die voor een m.e.r. worden doorlopen. Deze stappen zijn beschreven in het ‘katern MER en milieueffecten’ bij de RES 1.0. Zo bracht een kansen- en belemmeringenkaart in beeld wat de

mogelijkheden zijn gezien wet- en regelgeving voor natuur en landschap en beperkingen vanuit veiligheid en geluid. Ook zijn effecten op natuur en landschap bepaald van zoekgebieden voor zonneen windenergie. In een pilot over m.e.r. en RES heeft de Commissie voor de m.e.r. een advies gegeven over de concept-RES van Noord-Holland Noord. Daarin geeft de Commissie aan dat bij de concept-RES al veel en relevant (milieu) onderzoek van goede kwaliteit beschikbaar is. Ook valt de Commissie op dat de omgeving intensief is betrokken bij de totstandkoming van het bod in de concept-RES. De Commissie waardeert de zorgvuldigheid en gedegen aanpak van het participatieproces. Bovendien is tijdens de totstandkoming van beide producten steeds informatie uitgewisseld. Op het moment van vrijgeven van de ontwerp Omgevingsvisie voor de tervisielegging was nog geen besluit genomen over de RES 1.0. Bij de gemeente wordt inmiddels gewerkt aan een uitwerking van de RES 1.0. Daarmee wordt deze ook concreter. Het advies van de Commissie MER zal bij een eventuele toekomstige herziening van de Omgevingsvisie betrokken worden. Daarnaast stellen we voor om in de vast te stellen versie van de Omgevingsvisie als ambtshalve aanvulling een paragraaf op te nemen waarin de ontwikkeling van de RES 1.0 en daarin betrokken milieuafweging wordt beschreven en wordt aangegeven hoe de RES verder doorontwikkeld wordt.

Aanbeveling 1 De Commissie adviseert om bij een herziening van de Omgevingsvisie een scheiding aan te brengen tussen landschappelijke en cultuurhistorische waarden en het beoordelingskader voor het landschap in lijn te brengen met landschappelijke kenmerken die belangrijk worden gevonden. Reactie In de Omgevingsvisie is gekozen voor een stevige rol van de samenleving in het bepalen van de landschappelijke en cultuurhistorische waarden. Dit resulteerde in de waardenkaart. Voor veel bewoners is het onderscheid tussen landschap en cultuurhistorie enigszins kunstmatig; dijken, karakteristieke dorpen, dorpssilhouetten en molens bepalen net als duinen, openheid, en vaarten het beeld. Om die reden wordt zowel bij landschap als bij cultuurhistorie de waardenkaart gebruikt en zit daar een zekere dubbeling in. De waarden die de samenleving belangrijk vond in het landschap en ten aanzien van cultuurhistorie zijn vervolgens ook bij de beoordeling gebruikt. Net als de beleidsmatige achtergronden die in de bijlage van de MER zijn opgenomen. Zoals de Commissie al aangeeft in de tekst kan zij instemmen met de conclusies over de effecten van de in de Omgevingsvisie opgenomen mogelijkheden op het landschap. Een andere indeling of beoordelingskader leidt niet tot andere conclusies.

De aanbeveling van de Commissie zal nader worden bekeken bij een eventuele toekomstige herziening van de Omgevingsvisie. Aanbeveling 2 De Commissie adviseert om het beoordelingskader voor klimaatadaptatie consequent toe te passen en de nulsituatie goed vast te leggen. Reactie

Ook het onderdeel klimaatadaptatie wordt uitgewerkt in het programma duurzaamheid. De aanbeveling van de Commissie op het gebied van het bepalen van de nulsituatie en het beoordelen van de stand van zaken in de tijd, zullen nader worden bekeken in het programma duurzaamheid. De commissie geeft in haar advies aan dat ze de effectbeoordeling aannemelijk vindt. De aanbevelingen hebben geen effect op de conclusie voor het te verwachten effect van de Omgevingsvisie op klimaatadaptatie.

Bijlage Aangevulde kaart paragraaf 2.2 van bijlage 1 van de MER Aangevulde tabel paragraaf 2.2.2 van bijlage 1 van de MER.

Figuur 1 NNN gebieden omgeving en gemeente Schagen

NNN gebied

Gebruik/ functie

Overige wettelijke en beleidsmatige

Kernkwaliteiten

gebiedsbeschermingsregimes relevant voor natuur K4

Noordduinen, Mariëndal

Natuur, recreatie

- Natura 2000-gebied #84 Duinen Den

Begeleid dynamisch jong

& Botgat

(Mariëndal)

HelderCallantsoog

duinlandschap, Besloten

(Habitatrichtlijngebied)

bos- en parklandschap met

- Weidevogelleefgebied

recreatief gebruik, Waterrijk

- Aardkundig waardevol gebied (jonge

open landschap met

en oude

extensieve graslanden

duinen) K5

Uitlandse Polder en

Natuur

Zandpolder

- Natura 2000-gebied #84 Duinen Den

Binnenduinlandschap met

HelderCallantsoog

nollen, Open landschap met

(Habitatrichtlijngebied)

extensieve graslanden voor

- Weidevogelleefgebied

weidevogels

- Aardkundig waardevol gebied (jonge en oude duinen, nollen, verstoven stuifdijk) K6

De Nollen Kooibosch

Natuur

Luttickduin

- Natura 2000-gebied #84 Duinen Den

Oude eendenkooi met natte

HelderCallantsoog

schraallanden omzoomd

(Habitatrichtlijngebied)

door bos,

- Weidevogelleefgebied

Binnenduinlandschap met

- Aardkundig waardevol gebied (nollen

nollen

kustduinen, voormalig zeegat) K7

Zwanenwater

Natuur,

- Natura 2000-gebied #85 Zwanenwater

Duinmeren met moeras,

kustverdediging

& Pettemerduinen (Vogel- en

Dynamisch jong

NNN gebied

Gebruik/ functie

Overige wettelijke en beleidsmatige

Kernkwaliteiten

gebiedsbeschermingsregimes relevant voor natuur Habitarichtlijngebied) - Aardkundig

duinlandschap

waardevol gebied (jonge en oude duinen, duinmeren) - Stiltegebied K8

K9

Wildrijk en Ananas

Wielen langs Westfriese

Natuur

Natuur

Omringdijk bij

- Weidevogelleefgebied

Cultuurhistorisch waardevol

- Aardkundig waardevol gebied

stinzenbos, Oude

(antropogeen

bosrestanten langs

beïnvloede opstuivingen)

natuurverbinding

Aardkundig waardevol gebied (wielen,

Vogelrijke en aardkundig

zeeerosielaagte en overslaggrond)

waardevolle

Eenigenburg K15

Eendenkooien ’t Zand en

doorbraakwielen Natuur, waterberging

Weidevogelleefgebied

Cultuurhistorisch

De Hoop en graslanden bij

waardevolle eendenkooien,

Oudesluis

Natte extensieve graslanden voor weidevogels, tevens stapstenen langs natte natuurverbinding

K17

Schagerwad en

Natuur, waterberging

reservaten rond Kolhorn

- Weidevogelleefgebied

Natte extensieve graslanden

- Aardkundig waardevol gebied (wiel,

voor weidevogels,

overslaggrond, zee-erosiegeul,

stapstenen langs natte

getijinversieruggen, jongere zee-

natuurverbinding

erosiegeulen) K19

Waterbergingsgebieden

Natuur, waterberging

NNN-Natuurverbinding

langs Ringvaart Dirkshorn-

Stapsteen in natte natuurverbinding

Oudkarspel en ‘t Waardje K20

Boomerwaal

Natuur, waterberging

Niet van toepassing

Stapsteen in natte natuurverbinding

Tabel 2 Belangrijke kenmerken NNN gebieden Schagen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14684969/1