CConstaterende datSchagen
Koppel je AI →
Document · PDF

5 GRPKVNH Hoofdtekst Schagen specifiek 2018

Gemeenteraad 20 december 2022, gemeente SchagenBij agendapunt: Verlenging geldigheidsduur Gemeentelijk Rioleringsplan 2018-202216.194 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Lamellenfilters moeten eenmaal per jaar worden leeggezogen en worden schoongespoten. Het bezinksel moet met een kolkenzuiger worden verwijderd.

Het onderhoud van de bezinkvijvers bestaat uit het baggeren van het bezonken slib. Dit wordt meegenomen in het reguliere baggerprogramma van de gemeente. In het kostendekkingsplan zijn middelen opgenomen onder klein onderhoud om indien nodig, onderhoud te plegen. Vervanging, beheer en onderhoud drainage De drainage is voor een deel digitaal vastgelegd. Veel gegevens worden nog onderzocht, zoals de ligging, toegepast materiaal (buis en omhulling), type buis en onderhoudstoestand. Deze gegevens worden de komende jaren geïnventariseerd en vastgelegd in het beheersysteem. Vervolgens zal op basis daarvan een onderhouds- en vervangingsplanning opgesteld worden en kan een inschatting worden gemaakt van de benodigde financiële en personele middelen. Beheer en onderhoud drainage Drains moeten op gezette tijden worden onderhouden, c.q. doorgespoten. De onderhoudsfrequentie is onder meer afhankelijk van de hoeveelheid ijzer in het grondwater. De richtlijn is eenmaal in de drie tot vijf jaar. De kosten hiervoor zijn opgenomen in de exploitatie-uitgaven.

30

5 Professionaliseren beheer waterketen

5 Professionaliseren beheer waterketen De ambities die we hebben om meer kwaliteit te leveren, de kwetsbaarheid te verminderen en kosten te besparen, maar ook de nieuwe uitdagingen die op ons afkomen, zoals de klimaatverandering en de veroudering van onze riolering, vragen ons om het rioolbeheer verder te professionaliseren. Een aantal aspecten lichten wij toe. 5.1 Samenwerken in de Noordkop De Noordkop omvat de gemeenten Den Helder, Hollands Kroon, Schagen en Texel. Samenwerking tussen deze gemeenten en het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier op het gebied van inzameling en verwerking van stedelijk afvalwater vindt al plaats vanaf 2001. Ook wordt sinds enkele jaren nadrukkelijk de samenwerking gezocht met het drinkwaterbedrijf PWN. Sinds 2014 is ook een verbinding gelegd met de vier andere samenwerkingsregio’s in Noorderkwartier: het gebied boven het Noordzeekanaal. Het doel van de samenwerking is om bewoners en bedrijven goede voorzieningen te bieden op gebied van riolering, afvalwater en drinkwater. Daarmee draagt de regio ook bij aan het realiseren van de doelstellingen voor 2020 uit het landelijk Bestuursakkoord Water uit 2011: terugdringen van de kosten voor de afvalwaterketen met 12,5 % ten opzichte van 2010 en voor drinkwater met 5%, het verbeteren van de kwaliteit en verminderen van de personele kwetsbaarheid.

Deze doelstellingen gaan we volgens de meest recente inzichten ook halen. De samenwerking bevalt dus uitstekend, is succesvol en zetten we voort.

32

Waterwet, artikel 3.8 Waterschappen en gemeenten dragen zorg voor de met het oog op een doelmatig en samenhangend waterbeheer benodigde afstemming van taken en bevoegdheden waaronder het zelfstandige beheer van inname, inzameling en zuivering van afvalwater. Doelstelling van het bestuursakkoord water is om in de periode 2011-2020: • de stijgende kosten te reduceren ‘minder - meer’; • de kwetsbaarheid van organisaties te verminderen en • de kwaliteit van de rioleringszorg te vergroten. In Noordkop is dit uitgewerkt uitvoeringsprogramma 2017 – 2020. Een aantal zaken uit het uitvoeringsprogramma is in hoofdstuk 4 van dit GRP nader toegelicht. 5.2 Samenwerken intern 5.2.1 Regionale Uitvoeringsdienst Handhaving op grond van de Wet milieubeheer wordt uitgevoerd door de RUD. Deze dienst voert deze taken uit onder mandaat. Op grond van het huidige handhavingsprogramma worden jaarlijks een aantal bedrijven gecontroleerd. Onderdeel van deze controles zijn de lozingsaspecten.

Tijdens de controle wordt beoordeeld of er lozing van bedrijfsafvalwater plaatsvindt op de gemeentelijke riolering en of hiervoor zuiveringstechnische voorzieningen noodzakelijk zijn. Aanwezige zuiveringstechnische voorzieningen worden beoordeeld op deugdelijke werking. Er vindt geen actieve informatieuitwisseling plaats tussen de RUD en de vakafdeling van de gemeente. 5.2.2 Watertoets Bij nieuwbouw willen wij klimaatbestendig bouwen stimuleren. De ontwikkeling mag niet leiden tot een verslechtering van de bestaande waterhuishoudkundige en geohydrologische situatie. Grondwater moet voldoende opgepakt worden in het "watertoetsproces" door in een vroeg stadium de waterhuishoudkundige en geohydrologische aspecten mee te wegen bij de ontwikkeling van de nieuwbouwlocaties. De toekomstige beheerskosten zijn leidend bij het onderzoeken van mogelijke ontwerpen. Het onderdeel stedelijk afvalwater moet meer verankerd worden in de watertoetsprocedure. Te vaak wordt ervan uitgegaan dat riolering aanwezig is, terwijl dit niet het geval is. Dit kan in een later stadium tot vertraging en onduidelijkheid leiden. 5.2.3 Vergunningverlening Bouwvergunningen worden verstrekt door de afdeling Ruimte. Tijdig overleg tussen de afdelingen Ruimte, Openbaar gebied en de initiatiefnemer zorgt ervoor dat het proces soepel verloopt.

De lozingsregels voor inrichtingen zijn geregeld in het Activiteitenbesluit. Alle lozingen vanuit bedrijven in oppervlaktewater, bodem en rioolstelsels worden met dit besluit

geregeld. Met het Activiteitenbesluit zijn zowel de lozingen vanuit milieuvergunningplichtige bedrijven, als een groot aantal Wvovergunningplichtige lozingen vervangen door algemene regels. Ook voor de rest van deze categorie lozingen zijn algemene regels van kracht met het Besluit algemene regels voor lozingen buiten inrichtingen. Op een zeer beperkte groep lozingen zal een individuele beschikking van toepassing blijven. Dat zijn onder andere lozingen vanuit IPPC-bedrijven en lozingen vanuit activiteiten die worden genoemd in bijlage 1 van het Activiteitenbesluit. Met de inwerkingtreding van de Wabo is de gemeente vergunningverlener. Deze taak voert de RUDNH uit. Hierbij is samenwerking met specialisten van het hoogheemraadschap van belang. 5.2.4 Ruimte en vakafdelingen De gemeente is verantwoordelijk voor de kwaliteit van de openbare ruimte. Een goede aanpak vereist integraal beheer en onderlinge afstemming tussen de verschillende afdelingen en vakdisciplines. In projecten wordt rioolbeheer integraal opgepakt met weg-, groenbeheer en ruimtelijke ordening. Zo blijft de overlast voor de bewoner tot een minimum beperkt en worden kosten bespaard. 5.3 Samenwerken extern 5.3.1 Particulier (perceeleigenaar) Naast de gemeente heeft ook de particuliere perceeleigenaar een zorgplicht.

Hij/zij mag geen handelingen verrichten waarvan verwacht mag worden dat ze het doelmatig functioneren van de watervoorzieningen belemmeren.

De particulier is verantwoordelijk voor de toestand van de eigen woning en het perceel. Hij dient zelf maatregelen te treffen om de waterdichtheid te garanderen van zijn woning en is zelf verantwoordelijk voor de inzameling en afvoer van overtollig hemelen grondwater. Pas als de perceeleigenaar zich redelijkerwijs niet kan ontdoen van het overtollige water, is er een taak voor de gemeente of het hoogheemraadschap. Scheiding perceeleigenaar en gemeente Particuliere perceelaansluitingen verbinden de particuliere percelen met de gemeentelijke hoofdriolering. De aansluitingen op het terrein van de eigenaar tot aan de erfgrens zijn in beheer bij de perceeleigenaar. De gebruiker is zelf verantwoordelijkheid voor herstel van functionele schade, zoals verstoppingen. Er wordt bij de perceelaansluitingen geen verschil gemaakt in huis- of bedrijfsaansluitingen. Vanaf de erfgrens tot aan de hoofdriolering is de gemeente de beheerder van de huisaansluiting. Binnen de erfgrens is de eigenaar dus zelf verantwoordelijk voor het goed functioneren. Nieuwbouw, renovatie en rioolrecontructies Bij nieuwbouw en renovatie wordt van de perceeleigenaar geëist dat het regen- en grondwater op eigen terrein wordt verwerkt als het perceel direct grenst aan oppervlaktewater. De gemeente is hiertoe bevoegd op grond van het Bouwbesluit 2012.

Per project toetst de gemeente de doelmatigheid van het verwerken en lozen van regenwater op het eigen terrein. De gemeente neemt het afvalwater over vanaf de erfgrens. De huisaansluiting moet op 0,70 m onder het straatpeil worden aangeboden met een erfscheidings-, of ontstoppingsput.

34

Bij nieuwbouw of rioolreconstructies krijgt elke woning/perceel een eigen vuilwateraansluiting. Als het perceel niet direct aan oppervlaktewater ligt, krijgen de woningen ook een eigen hemel- en grondwateraansluiting. De aansluitingen worden aangelegd tot aan de erfgrens en voorzien van een erfscheidings-, of ontstoppingsput. De particulier is verantwoordelijk voor de goede staat van zijn eigendom. Hij zorgt voor de bouwkundige en waterhuishoudkundige voorzieningen op het eigen terrein. De gemeente neemt dus geen maatregelen wanneer overlast op particulier terrein ontstaat als kelders niet waterdicht zijn. 5.3.2 Projectontwikkelaars en woningbouwcorporaties In de gemeente Schagen worden gebieden ontwikkeld en nieuwbouwinitiatieven ondernomen door externe partijen. De kosten die hiermee gemoeid zijn worden gefinancierd uit de (bouw)exploitatie van de desbetreffende bouwprojecten. De laagste onderhoudskosten in de beheerfase zijn doorslaggevend voor het ontwerp dat gekozen wordt. De riolering moet worden aangelegd volgens de eisen Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR) en het moederbestek van de gemeente Schagen. De eventuele overdracht van voorzieningen moet zijn opgenomen in een exploitatieovereenkomst. Nieuwbouw en inbreiding kunnen er ook toe leiden dat de gemeente en/of het hoogheemraadschap aanpassingen moet doen aan het rioolstelsel of de zuivering.

De kosten die voortvloeien uit deze ontwikkelingen kunnen niet gedekt worden uit eigen gemeentelijke (bouwgrond)exploitaties en zullen ook moeten worden gefinancierd door de initiatiefnemer. De rioolheffing is namelijk bedoeld voor het onderhouden en vervangen van de bestaande riolering. Het mag niet gebruikt worden voor dekking van deze kosten van nieuwe aanleg.

Directe en indirecte kosten van ontwikkelingen komen dus ten laste van de exploitatie van die ontwikkeling.

•

Voor nieuwe ruimtelijke plannen wordt de watertoets uitgevoerd, waarbij eventuele watercompensatie in het ontwikkelgebied uit het bouwplan of de exploitatie gefinancierd wordt. Een belangrijk waterhuishoudkundig toetsingscriterium hierbij is onder andere het afval, regen- en grondwatersysteem in het plangebied. De kwalitatieve voorkeursvolgorde ‘Schoonhouden – Scheiden – Zuiveren,’ wordt meegenomen in de afweging bij de keuze van het toe te passen stelseltype

•

Na aanleg van de voorzieningen neemt de gemeente de riolering in beheer. Ontwikkelaars leveren bij overdracht revisie- en inspectiegegevens volgens een afgesproken standaard formaat. De overname gebeurt alleen als de voorzieningen voldoen aan de eisen die zijn gesteld in de LIOR en het moederbestek. Dit traject hanteren wij ook voor interne projecten. 5.4 Modern rioolbeheer Levensduurverlenging Tot dusver zijn inspectieresultaten leidend zijn bij het plannen van rioolvervanging. Maar we gaan over naar een andere methode. We gaan ervan uit dat de riolering pas vervangen wordt als het einde van de levensduur is bereikt. De vervangingsinvesteringen vormen namelijk een groot aandeel van de lange termijn kosten. Door meer inzicht te verkrijgen in de werkelijke levensduur krijgen we een beter beeld van de lange termijn investeringen. Vervolgens kan de rioolheffing hierop afgestemd worden. In de aankomende planperiode willen wij de levensduur meer in detail onderzoeken door:

•

het monitoren van de kwaliteitsontwikkeling van de riolering op basis van de oude en nieuwe inspectiegegevens en beoordelingen; het jaar van vervanging in het beheersysteem aan te passen op basis van de inspecties en beoordelingen. het vaststellen van de werkelijke kwaliteit van de riolering op het moment dat deze wordt vervangen. Met deze informatie uit de praktijk kunnen wij de levensduur steeds beter schatten.

Risico gestuurd beheer Volgens de huidige systematiek om riolen te vervangen hanteren wij één norm voor alle rioleringen. In ons grondgebied kunnen we echter onderscheid maken in meer en minder belangrijke riolen. Het bezwijken of niet goed functioneren van een belangrijk riool heeft een groter gevolg dan bij een minder belangrijk riool. Zo willen we bijvoorbeeld niet dat een groot riool onder een hoofdweg bezwijkt. Het bezwijken van een klein riool in een achterpad leidt tot veel minder risico’s. Het belangrijke riool zullen we daarom beter en meer monitoren (inspecteren en eventueel vervangen/relinen) dan het riool in het achterpad. De aankomende planperiode willen wij deze systematiek in regioverband verder uitwerken en implementeren in ons beheersysteem. Zo kunnen wij onze tijd en middelen effectiever inzetten. De nieuwe NEN3399-2015 zal verder uitgewerkt worden en worden toegespitst op de vast te stellen ‘risicoklassen’. Bepalen vervangingskosten De rioolbeheersystemen werken met algemene kostenkentallen. Vaak benaderen deze niet de werkelijke kosten, omdat zij geen rekening houden met lokale omstandigheden en gemeentespecifieke toerekening van kosten.

De aankomende planperiode gaan wij op basis van de werkelijke uitvoeringskosten, de kostenkentallen evalueren. Als het mogelijk is, worden deze opgenomen in de beheersystemen. Hiermee krijgen wij een beter beeld van de lange termijn investeringen. 5.5 Besparen op aanleg en rioolvervanging Rioolvervangingen vormen binnen rioolbeheer een grote kostenpost. Op de middellange termijn (2030 – 2040) staan wij voor een grote vervangingsopgave. Het is zinvol om in de huidige planperiode te onderzoeken hoe wij deze kosten in de toekomst kunnen beperken. Op dit gebied zien wij de volgende kansen: 5.5.1 Integrale aanpak Al sinds de fusie wordt de riolering vervangen in combinatie met de vervanging van de bovenliggende infrastructuur. Als riolering op basis van de NEN 3399 aan vervanging toe is, worden de vervangingsplanningen van de arealen wegen en groen afgestemd en vastgelegd in het meerjaren vervangingsplan. Naast aanzienlijke kostenbesparingen wordt hiermee de overlast voor de inwoners tot een minimum beperkt. De aankomende planperiode hanteren wij weer het devies ‘gezamenlijk, tenzij’. Deze planperiode onderzoeken wij of wij dit breder kunnen oppakken met het waterleidingbedrijf en andere nutsbedrijven. 5.5.2 Relinen Bij relining wordt aan de binnenkant van een bestaand riool een kunststof kous aangebracht. Met deze methode wordt de levensduur aanzienlijk verlengd.

In sommige gevallen kan worden gesteld dat de levensduur van de gerenoveerde buis gelijk is aan een nieuwe buis. Niet in alle gevallen is het mogelijk of wenselijk om een buis te relinen. Vooral in gebieden waar we van gemengd naar gescheiden

36

stelsel overgaan (afkoppelen) zal er in ieder geval één buis aangelegd moeten worden. Relinen is ook geen optie als: • het wenselijk is om het riool te vergroten (capaciteitsvergroting); • het riool veel verloren berging (weinig buffercapaciteit) heeft; • er veel lekkage in het riool geconstateerd is en relining kan leiden tot grondwateroverlast; • het afschot niet optimaal is. Voor de lange termijn denken wij dat 20% van ons areaal in aanmerking komt om te worden gerelined. In de kostendekkingsberekening is dit percentage gehanteerd. 5.5.3 Kwaliteit bij aanleg van riolering Bij aanleg en vervanging van riolering gaan wij ervan uit dat dit riool zeker 60 jaar meegaat. Als de kwaliteit bij aanleg niet voldoende is, ontstaan er eerder klachten. Dit leidt tot extra onvoorziene kosten. Om de kwaliteit te borgen, gebruiken wij voor onze werkzaamheden de Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR) en het moederbestek. Hierin zijn de normen aangegeven die wij hanteren bij vervanging en nieuwe aanleg. Ook eisen wij dat externe partijen deze normen hanteren voor riool dat uiteindelijk in ons beheer komt. De kwaliteit zal gedurende de uitvoering goed gecontroleerd moeten worden. Het riool ‘verdwijnt’ na aanleg onder de grond en op dat moment is de kwaliteit niet meer te achterhalen. Voor projecten van derden zien we aandachtspunten.

Doordat dit uitgevoerd wordt buiten ons ‘zichtveld’ kunnen wij moeilijk beoordelen in hoeverre er (onafhankelijk en kwalitatief) toezicht wordt gehouden.

We gaan onderzoeken of we dit in de exploitatieovereenkomsten beter kunnen borgen bijvoorbeeld door op kosten van de initiatiefnemer zelf toezicht in te huren. 5.6 Branchestandaard De verwachting is dat de personele kwetsbaarheid de komende jaren toeneemt. Veel professionals bereiken de pensioengerechtigde leeftijd. Hun vervangers hebben niet altijd dezelfde vakinhoudelijke kennis. Steeds meer gemeenten gaan over op algemenere functieprofielen, waarbij zij vooral de competenties vastleggen en de kennis ondergeschikt lijkt. Stichting RIONED, de kennisorganisatie op het gebied van rioleringsbeheer, heeft deze ontwikkeling onderkend en heeft de zogenaamde ‘branchestandaard riolering’ ontwikkeld. Hiermee kunnen hiaten in kennis en competenties in een regio in beeld worden gebracht. In de Noordkop hebben we deze branchestandaard als een van de eerste pilots in Nederland uitgevoerd. Er kwam een herkenbaar beeld uit: − Op een aantal technische aspecten hebben we voldoende kennis in huis. − Voor een aantal kennisvelden, bijvoorbeeld op het gebied van wet- en regelgeving, is de kennis geconcentreerd bij één of enkele partijen. − Voor een aantal andere kennisvelden zal de kennisbasis versterkt moeten worden.

Dit geldt vooral voor Beoordelen van inspectiebeelden en vaststellen van maatregelen en voor Inzicht in het functioneren van het stelsel en het uitvoeren van hydraulische berekeningen.

5.7 Personele middelen Op basis van de bevindingen uit de branchestandaard werken wij een plan van aanpak uit om de kwetsbaarheid van het rioleringsbeheer verder te verminderen. Hierbij gaan we maximaal inzetten op samenwerking binnen de regio Noordkop. Gezamenlijk zullen we de extra benodigde kennis binnenhalen. Daarbij vinden we het prima als in de regio bijvoorbeeld twee of drie mensen ontwikkelingen op het gebied van waterregelgeving volgen, als alle gemeenten maar makkelijk toegang hebben tot deze personen als zij met regelgeving te maken krijgen. Voorop staat dat kennis optimaal wordt gedeeld.

6 Organisatie en financiën

38

6

Organisatie en financiën

6.1 Inleiding De personele en financiële middelen die nodig zijn om de in dit GRP gestelde doelen te realiseren, zijn gekwantificeerd. Alle genoemde geldbedragen zijn op prijspeil 1 januari 2017, inclusief bijkomende kosten en exclusief btw. 6.2 Personele middelen Aan de hand van de vijf hoofddeeltaken planvorming, onderzoek, onderhoud, maatregelen en facilitair is de benodigde formatie globaal bepaald. Een optimum van uitbesteden is niet duidelijk aan te geven. Ook werk dat door derden wordt uitgevoerd, vraagt de nodige voorbereiding en begeleiding. Voor de fusie in 2013 is een schatting gemaakt. Deze kwam uit op 5,6 fte. Uitgangspunt hierbij is zoveel als mogelijk uitbesteden. Zoals in paragraaf 5.6 branchestandaard al is aangegeven wordt momenteel gewerkt aan een plan om de totale mens- en kenniscapaciteit in ons samenwerkingsverband nader te beschouwen. Ten tijde van het vaststellen van dit plan wordt daar nog aan gewerkt. De ontwikkelingen in de komende jaren zullen nauwlettend worden bewaakt. 6.3 Financiële middelen Op korte termijn (planperiode 2018 t/m 2022) enerzijds en op de lange termijn (beschouwde periode van 60 jaar) anderzijds, worden activiteiten uitgevoerd voor de aanleg en het beheer van riolering en grondwatervoorzieningen. Deze activiteiten worden volgens de beschreven aanpak uitgevoerd om de gestelde doelen te kunnen halen.

De uitgangspunten van de kostendekking zijn opgenomen en toegelicht in het kostendekkingsplan riolering gemeente Schagen.

Kostendekking De kostendekking is voor de lange termijn, de periode 2017 t/m 2076, bepaald. Voor de dekking van de kosten van aanleg en beheer van riolering komen verschillende bronnen in aanmerking. De aanleg van riolering in nieuwe bestemmingsplannen wordt bekostigd uit de exploitatieopzet van die plannen en zijn verdisconteerd in de verkoopprijs van de te verkopen gronden. De kosten van beheer van riolering en van aanleg van riolering en grondwatervoorzieningen bij bestaande panden worden gedekt uit de rioolheffing. Bij het opstellen van het geactualiseerde kostendekkingsplan is rekening gehouden met de richtlijnen uit het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Volgens artikel 44 van de BBV kan gebruik worden gemaakt van een tariefegalisatievoorziening om ongewenste schommelingen in de rioolheffing te voorkomen. Voorzieningen worden gevormd wegens kosten die in een volgend begrotingsjaar zullen worden gemaakt, mits het maken van die kosten zijn oorsprong mede vindt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een begrotingsjaar. In het kostendekkingsplan is uitgegaan van één heffing voor de totale kosten van de zorgplichten. Uit het geactualiseerde kostendekkingplan blijkt dat het huidige basistarief van de rioolheffing in 2018 gehandhaafd kan worden op € 150,00.

Figuur 2 Benodigd heffingsverloop (prijspeil 2017)

De gemeente Schagen is in 2013 overgegaan naar een ‘exploitatiebegroting’. Hiermee wordt voorkomen dat kosten in de toekomst terechtkomen. Voor de riolering is in 2014 gekeken hoe dat praktisch kan worden gerealiseerd: Hoe kan de financiering van de rioleringszorg duurzamer gemaakt worden? Er is een wijze van financieren die hier aan kan voldoen: de Ideaal Complex (IC) methode. Hierbij is het mogelijk zowel de taken uit te voeren als de (bestaande) schuld af te bouwen. In de looptijd van deze berekeningen wordt er wel op enig moment geld geleend en ontstaat er zo een schuld, maar deze is beperkt tot een periode van enkele jaren. Zie bijlage G voor de berekening.

40

Bijlagen A Naslagwerken B Wet- en regelgeving C Evaluatie planperiode 2015-2017 D Doelen, Functionele eisen, Maatregelen en Meetmethoden E Rioolaansluitingen F Uitvoeringsprogramma G Kostendekkingsplan Riolering (ARCADIS, d.d. 9 juni 2017)

Bijlage A

Naslagwerken

HHNK:

Deltavisie met een regionaal antwoord op de klimaatverandering (2012) Waterprogramma 2016-2021 Toekomstvisie op de (afval)waterketen als visie op de waterketen En een nadere uitwerking in een Programma waterketen 2014-2017. Waterplannen opgesteld met Den Helder en Texel. www.groenblauwenetwerken.com www.huisjeboompjebeter.nl www.ruimtelijkeadaptatie.nl (kennisportaal) http://www.operatiesteenbreek.nl/ (tuinen ontstenen) www.riool.info (publiekssite van RIONED) https://www.rainproof.nl/ http://www.rioolenraad.nl/rol-bewoners-en-bedrijven/rolbewonersen-bedrijven/ http://www.helpdeskwater.nl/ http://www.samenwerkenaanwater.nl/

42

Bijlage B

Wet- en regelgeving

In deze bijlage zijn de belangrijkste ontwikkelingen geschetst op het gebied van wet- en regelgeving en rioleringszorg. 1. Volksgezondheid en Water in de stad Riolering is belangrijk voor de volksgezondheid. Het zorgt ervoor dat vuil water en overtollig water uit de stedelijke leefomgeving wordt afgevoerd. De hoeveelheid en plaats van overstorten is daarbij belangrijk. Bij afkoppelen moet goed worden gekeken welke oppervlakken kunnen worden afgekoppeld en of die al dan niet verontreinigd zijn. Bij afkoppelen verdwijnt het water veelal uiteindelijk ‘uit het zicht’ in de bodem of het verdwijnt zichtbaar in het oppervlaktewater. Hierbij moet rekening worden gehouden met volksgezondheidsaspecten. 2. Kwaliteit leefomgeving Kwaliteit van de leefomgeving en integraal beheer van de openbare ruimte hebben een sterke relatie. Ook in de openbare ruimte staat riolering niet op zichzelf. Maatregelen aan de riolering moeten worden afgestemd op andere maatregelen aan de openbare ruimte om overlast voor burgers en bedrijven te minimaliseren en een efficiënte besteding van middelen te garanderen. Ook het voorkomen van wateroverlast en het zorgen voor schoon oppervlaktewater verhogen de kwaliteit van de leefomgeving. Bij het verwerken en afvoeren van de heviger wordende neerslag, gaat de openbare ruimte een eigen rol spelen. Niet alles kan meer ondergronds worden afgevoerd. 3.

Rijksvisie op de waterketen en de omgang met regenwater en grondwater De afgelopen jaren is duidelijk geworden dat het waterbeleid de nodige aandacht vraagt. Riolering speelt in het waterbeleid, zeker op lokaal niveau, een belangrijke rol. De aandacht voor hoe met de

44

regenwatercomponent moet worden omgegaan zal de komende jaren de nodige inspanning vergen. Afkoppelen van schone oppervlakken, zodat relatief schoon regenwater niet meer naar de rioolwaterzuiveringsinrichting wordt getransporteerd, is een aanpak die past in deze ontwikkelingen. Het ministerie van VROM heeft in 2004 een beleidsbrief regenwater en riolering uitgebracht die aangeeft hoe de regenwaterproblematiek bij gemeenten het best kan worden aangepakt. Er worden vier pijlers van het regenwaterbeleid benoemd: 1. aanpak bij de bron: het voorkomen van verontreiniging van regenwater; 2. regenwater vasthouden en bergen; 3. regenwater gescheiden van afvalwater afvoeren; 4. integrale afweging op lokaal niveau. De gemeente is de regisseur om dit regenwaterbeleid op lokaal niveau vorm te geven. De trits vasthouden-bergen-afvoeren is daarbij leidraad Maatwerk is onontbeerlijk. De watertoets is een belangrijk instrument om bij ruimtelijke plannen vroegtijdig samen te werken met de waterbeheerder die nieuwbouwplannen hierop beoordeeld. 4. Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) De Kaderrichtlijn Water (KRW) is erop gericht de kwaliteit van watersystemen te verbeteren. Verder is het de bedoeling het duurzaam gebruik van water te bevorderen en de verontreiniging van grondwater aanzienlijk te verminderen De KRW stelt voor alle wateren een hoge ecologische en kwaliteitsdoelstelling.

Vooral voor wateren met verhoogde natuurdoelstellingen zijn grote inspanningen nodig.

Om de samenwerking tussen gemeenten onderling en gemeenten met andere overheden op het gebied van water binnen het beheergebied van het HHNK, te versterken, wordt een gemeenteambassadeur Water in het leven geroepen. De rol van de ambassadeur bestaat uit: • het versterken van de samenwerking door deze te faciliteren; • het opkomen voor de belangen van de gemeenten in de waterwereld; • het versterken van aandacht voor water (en leefomgeving) bij de gemeenten, onder andere door agendering ervan. De samenwerking richt zich op een goede en spoedige uitvoering van het bestaande beleid (KRW, WB21 en water-toets) en het geven van een samenhangend antwoord op nieuwe vragen vanuit klimaatontwikkeling en het Delta-programma. 5. Waterwet Acht bestaande wetten (o.a. Wet op de Waterhuishouding, Wet verontreiniging oppervlaktewateren en de Grondwaterwet) voor het waterbeheer in Nederland zijn eind 2009 vervangen door één Waterwet. De Waterwet regelt het watersysteembeheer (oppervlaktewater en grondwater in stroomgebieden). De wet regelt verantwoordelijkheden en taken tussen de verschillende betrokken overheden. Gemeente en waterschap moeten afspraken maken over taken en bevoegdheden met betrekking tot de afvalwaterketen. Door de Waterwet zijn waterschappen, gemeenten en provincies beter in staat wateroverlast, waterschaarste en watervervuiling tegen te gaan.

In de Waterwet zijn voor de gemeente twee zorgplichten opgenomen: een hemelwaterzorgplicht en een grondwaterzorgplicht.

Een belangrijk uitgangspunt van de Waterwet is dat zoveel mogelijk activiteiten onder algemene regels vallen. Een van de uitvoeringsbesluiten die mede zal worden gebaseerd op de Waterwet, is het Besluit lozen buiten inrichtingen. In dit besluit zijn lozingen vanuit de openbare ruimte opgenomen. Na de inwerkingtreding van dit besluit (per 1 juli 2011) is het vergunninginstrument voor overstorten veranderd. Het Besluit lozen buiten inrichtingen voorziet in algemene regels. De verstrekte Wvo-vergunning blijft van kracht als Watervergunning, totdat het HHNK heeft ingestemd met het GRP 2015 t/m 2017. Een van de voorwaarden in het Besluit lozen buiten inrichtingen is dat de riooloverstorten als voorziening moeten zijn opgenomen in het verbreed GRP. In de bijlage van het GRP zijn daarom de ligging en het functioneren (emissiegegevens) van de overstorten van het gemengd stelsel weergegeven. Tevens zijn de coördinaten van de overstorten van het gemengd stelsel en de regenwateruitlaatpunten op het oppervlaktewater in een tabel gepresenteerd. 6. Wet Milieubeheer De gemeente heeft de zorgplicht voor stedelijk afvalwater op basis van de Wet milieubeheer. Lozingen op de riolering worden ook op basis van de Wet milieubeheer geregeld. De gemeente is bevoegd gezag voor de lozingen op de riolering.

Lozingen op de riolering zijn alleen toegestaan als daarmee de doelmatige werking van de riolering en de zuiveringstechnische werken niet nadelig wordt beïnvloed en de lozing geen nadelige gevolgen heeft voor de kwaliteit van het oppervlaktewater. Bij Wet milieubeheer-controles bij bedrijven moet ook de rioleringscomponent worden meegenomen.

Een aantal relevante artikelen uit de Wet milieubeheer is hieronder weergegeven. Artikel 4.22 De gemeente is wettelijk verplicht een GRP op te stellen (Wet milieubeheer art. 4.22). In dit artikel is aangegeven dat de gemeenteraad telkens voor een nader vast te stellen periode, een GRP vaststelt. Artikel 4.22 Wet milieubeheer 1. De gemeenteraad stelt telkens voor een daarbij vast te stellen periode een gemeentelijk rioleringsplan vast. 2. Het plan bevat tenminste: a. een overzicht van de in de gemeente aanwezige voorzieningen voor het transport van stedelijk afvalwater als bedoeld in artikel 10.33, alsmede de inzameling en verdere verwerking van afvloeiend hemelwater als bedoeld in artikel 9a van de Wet op de waterhuishouding, en maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken, als bedoeld in artikel 9b van laatstgenoemde wet, en een aanduiding van het tijdstip waarop die voorzieningen naar verwachting aan vervanging toe zijn; b. een overzicht van de in de door het plan bestreken periode aan te leggen of te vervangen voorzieningen als bedoeld onder a; c. een overzicht van de wijze waarop de voorzieningen, bedoeld onder a en b, worden of zullen worden beheerd.

46

Bijlage C

Evaluatie planperiode 2015-2017

Stand van zaken vigerend GRP Schagen Activiteiten

Status

Onderzoek

Toelichting

Aanleg, beheer en onderhoud

Beheer gegevens voor riolering en grondwater (jaarlijks

Aanleg riolering

Ja, op diverse locaties regenwaterriolering aangelegd. Ook drukriool naar strandtent in Petten in verband met de verbreding van het strand.

Opstellen operationeel jaarplan (jaarlijks)

Aanleg grondwatervoorzieningen

Ja, IT-riool op diverse locaties.

Opstellen calamiteitenplan gemalen en persleidingen (eenmalig)

Reparatie, renovatie en vervanging vrijvervalriolen

Op diverse locaties renovatie door middel van relinen.

Afkoppelen verhard oppervlak

Kern Schagen: Julianalaan en omgeving. Kern Warmenhuizen: In het centrumplan. VV: Op diverse locaties onderhoud gepleegd. Gemalen: Dagelijks onderhoud nodig. Ook Aquaview voor de telemetrie aangeschaft in gevuld, evenals SAM als beheerpakket.

Onderhoud vrijvervalriolering en gemalen

Reparatie, renovatie en vervanging gemalen

Vervanging, beheer en onderhoud drainage

Dagelijks onderhoud en reparatie. Enkele rioolgemalen vervangen.

Χ

Foutieve aansluitingen op drukriolering

Onderhoud regenwatervoorzieningen

48

Per 2016 wordt gewerkt aan het op orde brengen van de gegevens. Planning is eind 2018 gereed.

Ja, doen we jaarlijks.

Χ Neen.

Actualiseren afvalwaterakkoord (eenmalig in planperiode)

2017

Monitoring rioolstelsels (continu)

Χ

Ja, We verzamelen data. Is nog niet geanalyseerd.

Opstellen basisrioleringsplan (eenmalig voor aantal kernen)

Χ

Neen

Opsporen en herstellen foutieve aansluitingen (eenmalig per aansluiting

Χ Neen

Inspectie vrijvervalriolen (jaarlijks)

Ja, continu programma

Beoordelen van inspectiegegevens (jaarlijks)

Ja, continu programma

Opzetten grondwatermeetnet

Ja, peilbuizen zijn geplaatst, geen verdere invulling voor wat betreft meten.

Neen

Ja, soms komen we het tegen en soms is het op te lossen.

Χ

Neen, wordt niet gedaan. Opstellen grondwaterbeheerplan

Χ

Neen

Bijlage D

DoFeMaMe

In deze bijlage verduidelijking van de Doelen, Functionele eisen, Maatstaven en Meetmethoden. Eerst zal vanuit het gemeentelijke beleid de relatie gelegd worden naar de maatregelen ten behoeve van de zorgplichten. Dit is ook de plaats waar een verbinding is gelegd met de factor ‘geluk’ bij inwoners. Uitwerking relatie van domein naar riolering, doelstelling en resultaat. Het economisch domein Doelstelling 1.1: Economische structuurversterking met ruime vestigings- en uitbreidingsmogelijkheden voor bedrijven. Het behouden en vergroten van het aantal arbeidsplaatsen en de regionale samenwerking om de economische vitaliteit van de regio en de leefbaarheid en kwaliteit van de leefomgeving te behouden en te versterken zijn de elementen die het belang van een goed functionerend inzamelings- en transportsysteem voor afvalwater rechtvaardigen. Resultaten Een van de genoemde resultaten hierbij is dat Schagen een duurzame gemeente wil zijn door continue inzet op milieu, klimaat en energie. Riolering, en daar aan toegevoegd de inrichting van het maaiveld hebben grote invloed hierop.

Resultaten Goed functionerende riolering is belangrijk voor de menselijke hygiëne en daarom is ook hier een koppeling te leggen. Domein burger en bestuur Doelstelling 3.1: De dienstverlening van en door de gemeente Schagen wordt gewaardeerd. Het aspect dat vanuit de zorg voor de riolering hier naar voren komt is dat de burger er op moet kunnen rekenen dat de gemeente het kapitaalsgoed dat de riolering is zorgvuldig en doelmatig wordt beheerd. Onder 3.1.1: De informatievoorziening is toegankelijker en duidelijker en de dienstverlening is toegankelijker en sneller. Hierbij valt te denken aan een digitaal waterloket waarin informatie kan worden verschaft over de riolering en daaraan gerelateerde onderwerpen. Bij 3.1.2 het aantal regels voor inwoners en bedrijven is verminderd kan vanuit de zorgplichten riolering gewerkt worden aan bijvoorbeeld efficiënte regeling van de (huis)aansluiting van de riolering op de gemeentelijke riolering. Bij doelstelling 3.2 is genoemd dat de organisatie een uitstekende kwaliteit tegen een zo scherp mogelijke prijs levert. Resultaat 3.2.1beschrijft dat alle processen in 2018 lean en de medewerkers een klantgerichte houding hebben.

Het Sociaal domein Doelstelling 2.3: Inwoners van Schagen zorgen voor zichzelf en voor elkaar. Een van de resultaten hierbij is 2.2.3: De inwoners van Schagen kiezen voor een gezonde leefstijl.

In resultaat 3.2.2 is opgenomen dat leges kostendekkend zijn en acceptabel. De overige (riool)heffingen worden volledig benut en zijn redelijk.

De kosten voor de rioleringszorg maken hier deel van uit. Hoewel dit een aparte financiële middelenstroom is maakt het wel degelijk deel uit van de gemeentelijke begroting en dient dus ook op orde te zijn. De kosten die deze zorg met zich meebrengen worden in een aparte cyclus behorende bij het Gemeentelijke Rioleringsplan zichtbaar gemaakt. Geluk Hoe is de verbinding te leggen met ‘geluk’ en de rioleringszorg? ‘Alles wat wij doen en laten draagt bij aan het geluk van onze inwoners’. Het is vooral dit uitgangspunt waar de rioleringszorg kan aanhaken. Omdat het grootste deel van de riolering zoals wij die kennen zich voornamelijk ondergronds afspeelt, bevindt het begin ervan zich toch in de (uw) woning van de inwoners. Keuken, douche en toilet lozen in het riool en in veel gevallen ook het regenwater wat op het dak valt. Gelukkig voor u neemt daarna de gemeente de taak over om dit afvalwater af te voeren waarna het door het HHNK wordt gezuiverd en geloosd op het oppervlaktewater. Hierdoor komt de inwoner, onder normale omstandigheden, gelukkig niet in contact

50

mat afvalwater. Dit is duurzaam geluk: het dagelijks ervaren van positieve gevoelens en algemene tevredenheid bij de geleverde prestatie. Deze preventieve gezondheidszorg bevordert de kwaliteit van leven en riolering helpt een veilige en prettige leefomgeving te bewerkstelligen. Al met al verhoogt de riolering de kwaliteit van de openbare ruimte: enerzijds door ondergrondse afvoer van verontreinigd afvalwater en anderzijds kan regenwater op creatieve wijze via het maaiveld worden verwerkt. De beschikking hebben over riolering verhoogt de leefbaarheid. Maar ook de wetenschap dat de gemeente er voor de inwoners is, immers een betrouwbare overheid zorgt voor een goed werkend riool en luistert naar haar inwoners als er klachten over zijn. Eventuele problemen lost de gemeente op samen met inwoners en ondernemers. Deze kaders zijn in de volgende tabel samengevat en gekoppeld aan de zorgplichten en het middel en of voorziening.

Kader Zorgplicht De algemene gezondheid van de Stedelijk afvalwater bevolking

De algemene leefbaarheid van de gemeente

Regenwater

De algemene leefbaarheid van de gemeente

Grondwater

Middel / voorziening Door het hebben en beheren van een rioolstelsel en/of bijbehorende en/of vergelijkbare voorzieningen voor de daarvoor in aanmerking komende percelen zorgt de gemeente Schagen ervoor dat afvalwater zo snel als mogelijk is uit de leefomgeving wordt verwijderd. Hierdoor komt de bevolking zo min mogelijk in contact met afvalwater. Door het hebben en beheren van een rioolstelsel in combinatie met de inrichting van het maaiveld (o.a. wegen en parken) ten behoeve van inzameling, berging en eventueel afvoer van het regenwater en/of bijbehorende en/of vergelijkbare voorzieningen zorgt de gemeente Schagen ervoor dat regenwater zo goed als maar mogelijk is verwerkt wordt. Met nadruk wordt er op gewezen dat hier ook een verantwoordelijkheid van de particulier en/of bedrijven is. De gemeente is het eerste aanspreekpunt voor burgers met (grond)waterproblemen.

In de volgende tabel is de relatie gelegd van de zorgplichten naar meetmethoden. Doelen, functionele eisen, maatstaven en meetmethoden Doel/zorgplicht Functionele eis 1 Zorgen voor a Alle percelen binnen inzameling van gemeentelijk grondgebied stedelijk afvalwater. waar afvalwater vrijkomt, moeten zijn voorzien van een aansluiting op de riolering, uitgezonderd bij specifieke situaties waar lokale behandeling doelmatiger is. b De huisaansluitleidingen moeten in goede staat verkeren.

Maatstaf Alle percelen binnen of buiten de bebouwde kom zijn aangesloten op de riolering, tenzij lokale behandeling van het afvalwater eenzelfde graad van milieubescherming biedt.

Meetmethode Ontwerp, berekening & Tekening.

Geen klachten over het functioneren van de gemeentelijke huisaansluitleidingen.

Functionele & technische inspectie.

Doel/zorgplicht c

d

e

52

Functionele eis Er mogen geen ongewenste lozingen op de riolering plaatsvinden.

Riolen en andere objecten dienen in hoge mate waterdicht te zijn, zodat de hoeveelheden uittredend rioolwater en intredend grondwater beperkt blijven. In het buitengebied

Maatstaf Geen overtredingen van de lozings voorwaarden bij of krachtens de Wet Milieubeheer. Foutieve aansluitingen mogen niet leiden tot een significante afname van de kwaliteit van het oppervlaktewater. Ingrijpmaatstaven voor waterdichtheid en stabiliteit (conform NEN 3398) mogen niet voorkomen.

Bij percelen in het buitengebied wordt de huidige voorziening voor de zuivering van het huishoudelijk afvalwater gehandhaafd, mits de lozing niet plaatsvindt in een gebied waarvoor een bijzondere bescherming geldt. Aanleg van riolering in het buitengebied wordt als doelmatig beschouwd als de kosten per rioolaansluiting lager zijn dan het drempelbedrag van € 9.000, exclusief btw. Bij lozingen in het buitengebied, kiest de gemeente voor de smalle zorgplicht. Eigenaren van deze percelen moeten zelf zorgen voor de zuivering van het huishoudelijk

Meetmethode Controle, handhaving, registratie.

Functionele & technische inspectie.

Doel/zorgplicht

Functionele eis In de bebouwde kom

2

Zorgen voor transport van stedelijk afvalwater.

a

b

c

d

De afvoercapaciteit moet voldoende zijn om bij droog weer het aanbod van afvalwater te verwerken. De afvoercapaciteit van de riolering moet toereikend zijn om het aanbod van stedelijk afvalwater bij hevige neerslag te kunnen verwerken, uitgezonderd in buitengewone omstandigheden.

Maatstaf afvalwater. Bij nieuwbouw wordt in principe altijd riolering aangelegd voor de inzameling en de verwerking van stedelijk afvalwater. Optimaal stelselontwerp volgens Leidraad Riolering.

Gemiddeld mag maximaal eenmaal per twee jaar ‘water op straat’ optreden (theoretisch, bij bui 08 uit Leidraad Riolering). ‘Water op straat’ mag niet leiden tot wateroverlast: het onder- lopen van woningen en gebouwen. ‘Water op straat’ mag geen blokkade zijn voor doorgaande verkeersroutes. Toetsing op robuustheid van het stelsel vindt plaats met bui 10 uit Leidraad Riolering. De vuiluitworp door De vuiluitworp mag de overstortingen uit gemengde waterkwaliteitsdoel-stelling niet in rioolstelsels op gevaar brengen. De vuiluitworp oppervlaktewater dient moet voldoen aan de richtlijnen van beperkt te zijn. het CIW en eventuele aanvullende eisen vanuit het waterkwaliteitsspoor. Het afvalwater dient zonder De ledigingstijd van het stelsel en de overmatige aan rotting de rand-voorzieningen bedraagt rioolwaterzuiveringsinstallatie maximaal 10 uur. De verloren

Meetmethode

Ontwerp, berekening & Tekening.

Registratie gebeurtenissen o.b.v. klachten en waarnemingen.

Ontwerp, berekening & Tekening.

Ontwerp, berekening & inspectie.

Doel/zorgplicht e

Maatstaf berging bedraagt maximaal 10%. De inslagpeilen van rioolgemalen moeten onder de binnen onderkant van het laagst inkomend riool liggen. Persleidingen moeten in of zo dicht mogelijk bij ontvangende gemalen uitmonden. Alle putten zijn voorzien van een stroomprofiel. Ingrijpmaatstaven voor waterdichtheid en stabiliteit (conform NEN 3398) mogen niet voorkomen. Voor overige objecten naar eigen inzicht en volgens specificaties van leveranciers.

f

De objecten moeten in goede staat verkeren.

g

De vervuilingstoestand van de Ingrijpmaatstaven voor afstroming riolering moet acceptabel zijn. (conform NEN 3398) mogen niet voorkomen. De bedrijfszekerheid van Grote hoofdgemalen moeten van rioolgemalen en andere een automatische storingsmelding objecten dient gewaarborgd te worden voorzien. Storingen moeten zijn. binnen 6 uur na signalering worden verholpen, afhankelijk van de prioriteit van het gemaal. De pompen in hoofdgemalen dienen elkaars reserve te zijn. De riolering dient zodanig te Geen klachten over overlast door worden ont- en belucht te zijn stank vanuit de gemeentelijke dat overlast door stank wordt riolering. voorkomen. Overlast tijdens Goede afstemming van rioolwerken

h

i

j

54

Functionele eis te bereiken. De afstroming dient gewaarborgd te zijn.

Meetmethode Ontwerp, berekening & Tekening.

Functionele & technische inspectie.

Functionele & technische inspectie. Functionele & technische inspectie.

Ontwerp, berekening & Tekening.

Integraliteit, planning &

3

Doel/zorgplicht

Functionele eis werkzaamheden aan de riolering dient beperkt te zijn.

Zorgen voor a inzameling van regenwater (voor zover niet door de particulier).

Alle percelen binnen het gemeentelijke grondgebied verwerken regenwater op het eigen terrein. Aansluiting op de riolering is slechts mogelijk als de particulier niet redelijkerwijs in de verwerking van regenwater kan voorzien.

b

De objecten moeten in goede staat verkeren.

c

De instroming in riolen via de kolken dient ongehinderd plaats te vinden. Verwerken water op straat

d

Maatstaf op werkzaamheden andere diensten en nutsbedrijven. Bereikbaarheid percelen handhaven. Alle percelen zijn voorzien in een aansluiting op de riolering, tenzij men zich niet van regenwater wil ontdoen maar voor de lokale waterhuishouding of andere doeleinden wil gebruiken óf wanneer directe lozing geoorloofd is. Als bij nieuwbouw het perceel grenst aan oppervlaktewater, dan voorziet de particulier, in overleg met de waterbeheerder, in de afvoer van regenwater van daken, rechtstreeks op het oppervlaktewater Ingrijpmaatstaven voor waterdichtheid en stabiliteit (conform NEN 3398) mogen niet voorkomen. Plasvorming bij kolken dient beperkt te zijn en mag niet leiden tot wateroverlast. Regenwater of met regenwater verdund afvalwater kan niet snel genoeg door het rioolstelsel worden afgevoerd en blijft op straat staan. De hoeveelheid blijft beperkt tot een diepte van 10-12 cm en is binnen 30

Meetmethode communicatie

Ontwerp, berekening & Tekening.

Functionele & technische inspectie.

Functionele & technische inspectie. Waarneming, klachten, registratie

Doel/zorgplicht

4

56

Zorgen voor verwerking van ingezameld regenwater.

Functionele eis

e

Wateroverlast

d

Geen afvoer van drainagewater via gemengd stelsel of droogweerafvoerriool.

a

De vuiluitworp door regenwaterlozingen op oppervlaktewater dient beperkt te zijn.

Maatstaf minuten na afloop van de regenbui verdwenen. Water op straat is acceptabel mits niet vaker dan 1x per 2 jaar optredend Regenwater of met regenwater verdund afvalwater kan niet snel genoeg door het rioolstelsel worden afgevoerd en blijft langer dan 30 minuten op straat staan en dieper is dan 10-12 cm. Er is er sprake van overlast als er water in woningen en of winkels komt te staan of het verkeer in ontsluitingsroutes geheel of gedeeltelijk wordt belemmerd. Wateroverlast is niet acceptabel. Drains worden in principe niet aangesloten op het gemengde stelsel, op het droogweerafvoerriool of het RWA-stelsel van een verbeterd gescheiden stelsel. Verontreinigingen door uitwerpselen, bouwmaterialen, straatmeubilair, bestrijdingsmiddelen, strooibeleid en straatvegen moeten geminimaliseerd worden. De vuiluitworp mag de doelstelling voor de kwaliteit van het oppervlaktewater niet in gevaar brengen.

Meetmethode

Waarneming, klachten, registratie Waarneming, klachten, registratie

Ontwerp, berekening & Tekening.

Ontwerp, berekening & Tekening.

Doel/zorgplicht b

5

Grondwater

Functionele eis De afvoercapaciteit van de riolering moet toereikend zijn om het aanbod van regenwater bij hevige neerslag te kunnen verwerken, uitgezonderd in buitengewone omstandigheden.

c

De objecten moeten in goede staat verkeren.

d

Overlast tijdens werkzaamheden aan de riolering dient beperkt te zijn. Zorgen dat (voor zover mogelijk) het grondwater de bestemming van een gebied niet structureel belemmert. Waterloket

a

b

c

Maatstaf Gemiddeld mag maximaal eenmaal per twee jaar ‘water op straat’ optreden (theoretisch, bij bui 08 uit Leidraad Riolering). ‘Water op straat’ mag niet leiden tot wateroverlast: het onderlopen van woningen en gebouwen. ‘Water op straat’ mag geen blokkade zijn voor doorgaande verkeersroutes. Toetsing op robuustheid van het stelsel vindt plaats met bui 10 uit Leidraad Riolering. Hiermee wordt geanticipeerd op toekomstige klimatologische ontwikkelingen. Waterdichtheid en stabiliteit moeten voldoen aan de kwaliteitsdoelstellingen. Bereikbaarheid percelen handhaven.

Meetmethode Ontwerp, berekening & Tekening.

De gemeente is het eerste aanspreekpunt voor burgers met (grond)waterproblemen.

Waterloket

Als uit klachten en meldingen blijkt dat er sprake is van grondwateroverlast, neemt de gemeente het initiatief tot het uitvoeren van onderzoek. Als uit onderzoek blijkt dat de klachten zijn veroorzaakt door de

nvt

Functionele & technische inspectie. Integraliteit, planning & communicatie.

Doel/zorgplicht

Functionele eis

d

e f

g

6

Veiligheid rioleringsobjecten

a b c

58

Adequate afvoer van overtollig grondwater, bij te hoge grondwaterstanden. Goed bouw-en woonrijp maken Doelmatig

Bij nieuwbouw wordt hydrologisch neutraal ontwikkeld en er wordt voldoende ontwateringsdiepte gecreëerd. De rioleringsobjecten moeten veilig zijn. Voorkomen van overlast voor de gemeenschap. Overlast tijdens werkzaamheden aan de rioleringsobjecten dient beperkt te zijn.

Maatstaf grondwaterstand in openbaar gebied en zijn ontstaan na 1-1 2008, en de verantwoordelijkheid voor de grondwateroverlast ligt bij de gemeente, dan neemt de gemeente eventueel maatregelen voor het opheffen van de overlast. Maatregelen worden opgesteld naar aanleiding van klachten en meldingen. Bij nieuwbouw wordt voldoende ontwateringsdiepte gecreëerd. De gemeente beschouwt het nemen van maatregelen voor het opheffen van grondwateroverlast als doelmatig, als deze op z’n minst kunnen worden gecombineerd met andere werkzaamheden. Goed bouw- en woonrijp maken

Meetmethode

Constructieve schade mag niet aanwezig zijn. Constructieve schade mag niet aanwezig zijn. Er dient afstemming te zijn met andere werkzaamheden in de Openbare ruimte door de gemeente of door derden.

Functionele & technische inspectie. Functionele & technische inspectie. Integraliteit.

Registratie meldingen & klachten. Planning en organisatie

7

Doel/zorgplicht Beeldkwaliteit.

a

8

Voorkomen kapitaalvernietiging.

a

9

Duurzaamheid.

a

b

10 Efficiënt beheren.

a

b

Functionele eis Esthetisch voorkomen dient behouden te blijven.

Er dient inzicht te zijn in de toestand en het functioneren van de rioleringsobjecten. Riolering op zich is al duurzaam. Bij rioleringsobjecten op zich wordt gestreefd naar het gebruik van duurzame materialen. Er wordt gebruik gemaakt van duurzame en milieuvriendelijke materialen. Het beheer van de rioleringsobjecten dient zo goed als mogelijk te zijn afgestemd met andere gemeentelijke taken. Het areaal dient bekend te zijn.

Maatstaf De rioleringsobjecten mogen na onderhoudswerkzaamheden geen afwijkingen vertonen ten opzichte van de oorspronkelijke staat. Er mag geen achterstand in verwerking van revisiegegevens zijn. Bij ontwerp, reparatie, renovatie en vervanging wordt gestreefd naar toepassing van duurzame materialen.

Meetmethode Ontwerp.

Bouwstoffenbesluit.

Registratie.

Volledige integratie in de meerjarenplanning.

Meerjarenplanning en overleg.

Databeheer.

Registratie.

Monitoring en registratie.

Ontwerp.

Bijlage E

Rioolaansluitingen

Rioolaansluitingen De regelgeving voor de aanleg (inclusief vervanging) en aansluiting van gebouwriolering op de gemeentelijke riolering is via de Woningwet vastgelegd in het Bouwbesluit. De voorschriften in het Bouwbesluit gaan over de aanwezigheid, de kwaliteit van de binnenen buitenriolering én over de aansluiting van die gebouwriolering op de openbare riolering. De gemeente mag geen afzonderlijke aansluitverordening vaststellen omdat de juridische basis voor technische bouwvoorschriften in een aansluitverordening ontbreekt. Omdat de technische voorschriften voor het aansluiten van riolering in het Bouwbesluit 2012 zijn opgenomen, is een samenhangend geheel ontstaan van de zorgplichten in de Wet Milieubeheer en de Waterwet, de lozingsbesluiten, het Bouwbesluit en de normering in NEN 3215. Hiermee zijn eventuele afwijkende voorschriften in een aansluitverordening niet mogelijk. Het is onnodig om voorschriften die in het Bouwbesluit 2012 staan ook op te nemen in een gemeentelijke aansluitverordening. Vanwege het beperkende karakter van het Bouwbesluit 2012 is regeling op andere wijze strikt juridisch niet toegestaan. Een afzonderlijke aansluitvergunningseis om aansluiting van de regenwaterafvoer en/of drainage op het openbare riool te kunnen weren, is niet nodig. Volgens het Bouwbesluit 2012 mag het bevoegde gezag immers toestemming voor een dergelijke aansluiting weigeren.

60

In de praktijk blijkt dat het afsluiten van privaatrechtelijke overeenkomsten een goed alternatief vormt voor de toepassing van een aansluitverordening. Alle voorkomende situaties kunnen op een sluitende manier in een privaatrechtelijke overeenkomst worden vastgelegd. De kosten van de aansluiting op de riolering worden op basis van voorcalculatie verrekend. Dit overwegend, kiest de gemeente er voor geen verordening te laten vaststellen waarin standaardbedragen voor de verrekening van de aansluiting op de riolering worden opgenomen. In dit GRP wordt gekozen voor het privaatrechtelijk verhalen van de kosten. Deze wijze van bekostiging geniet de voorkeur boven de publieksrechtelijke variant. Bij de publiekrechterlijke variant moet de te verhalen dienst in de verordening zijn opgenomen. Bij de privaatrechtelijke variant (een overeenkomst) kan maatwerk worden geboden. Vooral bij aansluitingen in het buitengebied is er vaak geen sprake van een ‘standaardaansluiting’. Riolering bestaat uit gebouw- en buitenriolering. Deze zijn als volgt gedefinieerd: -gebouwriolering: het deel van de afvoerleidingen dat zich binnen en aan het gebouw bevindt; - buitenriolering: het deel van de afvoerleidingen vanaf de gevel tot en met de aansluiting op het openbare riool en het openbare riool zelf. In figuur 2 op de volgende bladzijde is dit schematisch weergegeven.

Figuur 2 Definitie gebouw- en buitenriolering Gezamenlijk Gemeentelijk Rioleringsplan Hollands Kroon - 61

Bijlage F

62

Uitvoeringsprogramma

Bijlage G

Kostendekkingsberekeningen

Gezamenlijk Gemeentelijk Rioleringsplan Hollands Kroon - 63

64

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14646564/1