4. Nota zienwijzen en wijzigingen Omgevingsvisie Schagen
Tekst van het document
Nota zienswijzen en wijzigingen Omgevingsvisie Schagen In deze nota treft u eerst de zienswijzennota aan. In het tweede deel van deze nota zijn alle voorgestelde wijzigingen op de Omgevingsvisie Schagen opgenomen.
DEEL 1: Zienswijzennota Vanaf 5 juli tot en met 16 augustus 2021 lag de ontwerp Omgevingsvisie Schagen ter inzage. Er zijn in deze periode 14 reacties binnengekomen met voorstellen voor aanvullingen of veranderingen. In deze nota vatten we de reacties samen. We geven aan of de reactie leidt tot aanvulling of aanpassing van de Omgevingsvisie. Als dat zo is, dan geven we ook aan hoe die aanvulling of verandering er uit kan zien. Passen we de Omgevingsvisie niet aan, dan leggen we uit waarom. Zienswijzen Binnengekomen reacties 1
2
Indiener 1 1.a. Indiener wil graag dat er meer voorlichting komt over zonnepanelen en groen op daken. Zij geeft als voorbeeld dat ze het erg vreemd vindt dat zij last heeft van een stroomstoring terwijl zij beschikt over een dak met zonnepanelen.
1.b. Daarnaast spreekt indiener 1 haar waardering uit voor het feit dat er aandacht is voor het gebruik van leegstaande panden voor huizen. En voor het feit dat jongeren betrokken zijn bij de totstandkoming van de Omgevingsvisie. Indiener 2 2.a. Indiener geeft aan dat in de Omgevingsvisie staat dat woningbouw op onbebouwde plekken niet kan plaatsvinden in de karakteristieke kernen Eenigenburg, Valkkoog en Kerkbuurt. Daarop pleit zij ervoor dat ook Schoorldam als karakteristieke kern wordt aangemerkt.
2.b. Graag ziet indiener dat de gemeente Schagen een beperking oplegt voor de termijn waarop woningen mogen worden verhuurd aan toeristen. De gemeente Bergen doet dit ook. De indiener geeft aan dat dit de leefbaarheid van met
Antwoord op de zienswijze
Verwerken in teksten of afbeeldingen van de Omgevingsvisie
1.a. De Omgevingsvisie geeft aan wat we in onze gemeente in hoofdlijnen n.v.t. belangrijk vinden. Dat staat in onze speerpunten. Een van onze speerpunten is om een duurzame gemeente te worden. Zonnepanelen op daken en groene daken zijn voorbeelden van plannen die helpen om dat te bereiken. We kunnen in de Omgevingsvisie niet alle informatie geven over dit soort onderwerpen. Maar u kunt wel terecht bij het duurzaam bouwloket. Op www.duurzaambouwloket.nl kunt u een factsheet downloaden over zonnepanelen of een groen dak. Ook kunt u op deze website een vraag stellen. Er staat in de Omgevingsvisie al een link naar deze website. Daarnaast wordt bij biodiversiteit een link gegeven naar de website van natuurinclusief bouwen. Hier vindt u ook informatie over groene daken. Bij zonnepanelen op daken werkt het in het algemeen zo dat huishoudens energie opwekken die geleverd wordt aan het net. Dit verklaart waarom indiener net als andere huishoudens last kan hebben van een stroomstoring. De energieleverancier verrekent de zelf opgewekte energie met de energierekening. Als huishoudens hun opgewekte energie zelf willen gebruiken moet er een vorm van opslag van energie in of rond het huis plaatsvinden. Dat is bij de meeste huishoudens niet het geval. 1.b. Dank voor de ondersteuning van deze onderdelen van de Omgevingsvisie. n.v.t.
2.a. De aanduiding karakteristiek heeft te maken met de landschappelijke en n.v.t. stedenbouwkundige waarde van de betrokken dorpen. We willen voor overige dorpen en de stad Schagen de mogelijkheid houden om op onbebouwde plekken, na een goede afweging, een woning of woningen te bouwen. Let wel dit kan alleen als de woning of woningen passen binnen de afspraken die in de regio worden gemaakt. En als dat op een bepaalde plek en in een bepaalde omgeving ook daadwerkelijk gewenst is. Daarbij worden de stappen doorlopen die bij het onderdeel stappenplan van de Omgevingsvisie zijn genoemd. Zo wordt onder meer gekeken naar de waarden die in de omgeving belangrijk zijn (zoals aangegeven in de waardenkaart), naar veiligheid, gezondheid etc. En wordt belang gehecht aan het betrekken van de omgeving bij een eventuele ontwikkeling. 2.b. In de Omgevingsvisie is als algemeen punt aangegeven dat we optreden als n.v.t. gewone woningen verhuurd worden aan toeristen (zie de tekst onder het derde speerpunt; een gemeente die steeds inspeelt op de groeiende
name de kleine dorpen, ten goede komt. En zij stelt ook dat er voor toeristen voldoende verblijfsmogelijkheden in vakantieparken zijn.
•
3
4
Indiener 3, Cumela Nederland, brancheorganisatie voor groen, grond en infra Cumela Nederland is de brancheorganisatie van de ondernemers die met mensen en materieel als specialisten in de groen-, grond- en infrasector werken. Cumela Nederland reageert als belangenbehartiger van circa 15 bedrijven in de gemeente Schagen die tot deze sector behoren. Deze bedrijven zijn bijna allemaal in het buitengebied gevestigd. De organisatie geeft aan dat zij inschatten dat 80 á 85% van de grond binnen de gemeente door deze bedrijven bewerkt wordt. De organisatie geeft aan dat haar leden: − beschikken over vakbekwaam en goed opgeleid personeel; − beschikken over een innovatief machinepark en dito werkwijze; − belang hebben bij moderne bedrijfslocaties, lokaal en in het landelijke gebied (t.b.v. stalling en onderhoud van materieel, werkvoorraad van stoffen, rangeerruimte en voorzien van een bedrijfswoning). 3.a. Om te werken aan een groot aantal maatschappelijke doelen die de gemeente ook in haar Omgevingsvisie markeert, wil de belangenorganisatie in de Omgevingsvisie zien dat er ruimte wordt geboden voor: − uitbreiding van bestaande vestigingslocaties van Cumelabedrijven; − nieuwvestiging van bedrijven in de Cumelasector in het buitengebied. De werkzaamheden van Cumelabedrijven zijn deels agrarisch maar ook aanverwant niet-agrarisch.
De ligging in het buitengebied is essentieel, mede uit het oogpunt van circulariteit, toegankelijkheid, veiligheid en duurzaamheid. Deze bedrijven kunnen volgens de organisatie niet op een industrieterrein.
3.b. De brancheorganisatie geeft aan graag te participeren in de maatschappelijke doelen die in de Omgevingsvisie zijn genoemd. Zij is bereid om de zienswijzen nader toe te lichten en de gemeente is van harte welkom om bij enkele Cumulabedrijven meer zicht te krijgen op de sector. Indiener 4, Staatsbosbeheer, Noord-Holland 4.a. Staatsbosbeheer, Noord-Holland (hierna SBB) geeft aan dat zij zorgen heeft over de conclusie in de MER ten aanzien van de Natura 2000-gebieden en NNN gebieden. Daarin wordt aangegeven dat het nieuwe beleid een negatief effect op deze gebieden heeft. SBB mist in het gebied Kust en achterland en Zijpe en Hazepolder de waarde van de aanwezige (top)natuur, zoals de in de gemeente gelegen Natura 2000-gebieden.
behoefte naar woningen die passen bij de vraag en bijdragen aan sterke kernen). In Bergen mogen woningen maximaal 63 nachten per jaar verhuurd worden aan toeristen. Binnen de gemeente Schagen is de verhuur van woningen aan toeristen in het geheel niet toegestaan, ook niet voor een korte periode. Het is onder voorwaarden wel mogelijk om een deel van de woning als bed & breakfast te verhuren aan toeristen. Woningen zijn bestemd om in te wonen en dus niet voor recreatie. En zoals de indiener terecht aangeeft: er zijn voldoende andere verblijfsmogelijkheden. We treden actief op tegen toeristisch gebruik van woningen.
3.a. Bij het eerste speerpunt van de ontwerp Omgevingsvisie is in algemene zin aangegeven dat we ruimte willen geven aan ondernemers. Dit is nadere aangegeven met ruimte voor uitbreiding van bedrijven en ruimte voor nieuwe bedrijven. Aangegeven is dat veel vormen van ondernemen een plek kunnen krijgen in de gemeente. Maar dat nieuwe grote datacentra, distributiecentra, transportbedrijven of zware industriële bedrijven (die overlast voor geur en geluid veroorzaken) hier niet bij passen. Bij verschillende vormen van bedrijvigheid wordt vervolgens nader ingegaan op landbouw, zaadveredeling en toerisme en recreatie. Met deze drie specifieke vormen van bedrijvigheid is niet bedoeld dat Cumelabedrijven worden uitgesloten van de algemene lijn; ruimte voor ondernemers. Per geval zal aan de hand van het stappenplan worden gekeken wat voor het betrokken bedrijf een passende locatie is. 3.b. We waarderen de aangegeven bereidheid tot participatie in maatschappelijke opgaven en danken de brancheorganisatie voor de uitnodiging.
n.v.t.
n.v.t.
4.a. n.v.t. We zijn ons bewust van de uitkomsten van het m.e.r.-onderzoek. Als nuance bij de conclusies van de MER benoemen we het volgende. Een MER omschrijft de effecten van een plan of visie uitgaande van het worst-case scenario. Een Omgevingsvisie is een visie op hoofdlijnen. Het is inherent aan het soort instrument dat bij een visie op hoofdlijnen nog niet alles is afgebakend, en dat er dus nog risico’s zijn. Ook zijn voor het bereiken van de doelen uit een Omgevingsvisie vaak meerdere partijen nodig. Bij de beoordeling van het feit of een doel gehaald wordt, wordt betrokken dat de gemeente alleen een volledige controle heeft op zaken die zij zelf uitvoert.
4.b. SBB verwacht als grondeigenaar van de Energy Health Campus dat zij samen met de gemeente blijft optrekken voor een goede inpassing van de campus. En daarmee voor het voorkomen van de verdere verzwakking van Natura 2000, NNN en de landschappelijke kwaliteiten van de Pettemerduinen. 4.c. SBB geeft aan dat uitbreiding van wandel- en fietsmogelijkheden buiten de duingebieden nodig is, om de recreatieve druk op het Natura 2000 gebied te verlagen.
4.d. SBB wil graag samen met de gemeente e.a. partners werken aan het versterken en benutten van de eco-hydrologische verbinding van duinen, binnenduinrand en achterland. Tevens geeft SBB daarbij een aantal koppelkansen weer.
4.e. SBB geeft aan graag te worden betrokken bij concretiseringen in programma’s of in het omgevingsplan.
5
Indiener 5 5.a. Indiener vindt het betreurenswaardig dat de Omgevingsvisie maar een beperkte invloed zal hebben op het duurzaam worden van de landbouw. Hij verwijst naar de tekst hierover in de MER. Indiener geeft aan dat het gebied in een brede strook langs de kust tot aan ’t Zand en verder wordt gebruikt voor bollenteelt. Hij geeft aan dat hier veel nadelen aan kleven op het gebied van het gebruik van pesticiden, de grootschaligheid en de zware landbouwvoertuigen. De indiener is van mening dat de gemeente deze sector
De Omgevingsvisie wordt in lijn met de intenties van de Omgevingswet regelmatig geëvalueerd. Bij de speerpunten is aangegeven wat de gemeente de komende tijd gaat doen. Iedere twee jaar wordt voor alle speerpunten bekeken hoe ver de gemeente gekomen is. En wat er is bereikt. Dit kan leiden tot aanpassing van de visie. Voor een aantal onderwerpen kijken we vaker hoe het er voor staat. Dit geldt voor alle onderwerpen die bij duurzaamheid horen en onderdeel zijn van het Programma Duurzaamheid. Dit geldt dus ook voor het onderwerp biodiversiteit. Door deze scherpe monitoring houdt de gemeente goed in de gaten wat de effecten van de Omgevingsvisie daadwerkelijk zijn. We zijn ons bewust van de natuurwaarden die SBB naar voren brengt. De natuurbescherming van Natura 2000 gebied en NNN gebied is geregeld op provinciaal niveau. Op dat niveau zijn de waarden van de genoemde natuurgebieden ook vakkundig beschreven. Via het stappenplan en de vraag; voldoet uw plan aan wet- en regelgeving, is geborgd dat naar provinciale wet- en regelgeving wordt gekeken. In de Omgevingsvisie willen we de waarden van Natura 2000 gebieden en NNN gebieden of van de Bijzondere provinciale landschap niet dubbel gaan regelen. We geven in plaats daarvan aan wat wij op lokaal niveau extra doen. 4.b. Ook wij willen de Energy Health Campus op een goede manier laten samengaan met de kwaliteiten van de omgeving.
Wij zullen daartoe blijven samenwerken met Staatsbosbeheer. 4.c. Zoals aangegeven in de ontwerp Omgevingsvisie zetten we ons in voor meer wandel- en fietspaden. Het betreft met name het aanleggen van doorfietsroutes en het realiseren van fietsroutes van en naar de kust. Dit betekent ook dat mensen die in het kustgebied verblijven makkelijk, aantrekkelijk en veilig in de polder kunnen recreëren. 4.d. Zoals aangegeven in de Omgevingsvisie is het ontwikkelen van een aantrekkelijke route aan de binnenduinrand onderdeel van de visie. Daarbij geven we aan dat dit bijvoorbeeld kan met meer natuur. Daarnaast is het goed mogelijk dat er voor deelgebieden of kernen uitwerkingen komen. Als dat het geval is zal dit, zoals dat goed gebruik is in de gemeente, ook gebeuren via een interactief proces waarin belanghebbende organisaties, inwoners en ondernemers worden betrokken. 4.e. Het omgevingsplan zal op korte termijn gaan bestaan uit (onder meer) alle geldende bestemmingsplannen (dit wordt het tijdelijke omgevingsplan genoemd). In de periode tussen 2022 en 2029 maken we een volwaardig gemeentegebied dekkend omgevingsplan Dit omgevingsplan kent een procedure waarin vanzelfsprekend participatie plaatsvindt. Bij het ontwikkelen van programma’s of andere concretiseringen van de Omgevingsvisie die SBB raken, betrekken wij uw organisatie graag.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
5.a. We zijn ons bewust van de uitkomsten van het m.e.r.-onderzoek. Als n.v.t. nuance bij de conclusies van de MER benoemen we het volgende. Een MER omschrijft de effecten van een plan of visie uitgaande van het worst-case scenario. Voor het bereiken van de doelen uit een Omgevingsvisie zijn vaak meerdere partijen nodig. Bij de beoordeling van het feit of een doel gehaald wordt, wordt betrokken dat de gemeente alleen een volledige controle heeft op zaken die zij zelf uitvoert.
teveel hun gang laat gaan terwijl de ruimte ook nodig is voor woningbouw en natuur.
5.b. Indiener geeft aan dat er punten zijn die in de MER onvoldoende aan bod komen. Zo is er een belangrijk plasdras-gebied nabij het Keinsmerwiel aan de Westfriese Omringdijk. Dit gebied is van belang voor grutto’s en andere weidevogels.
5.c. Indiener geeft aan dat de Omgevingsvisie geen aandacht besteedt aan het maai/bermbeheer. Juist dit beheer is voor insecten van levensbelang. Het HHNK voert slecht maaibeheer uit bij de Westfriese Omringdijk. Indiener vraag zich af of de gemeente hierover contact heeft met het hoogheemraadschap.
5.d. De gemeente Schagen laat het afweten in het centrum van Schagen. Er is volgens indiener nauwelijks groen, alle ruimte gaat naar de auto’s. Het bermbeheer in de plaats zelf is gelukkig verbeterd. De gemeente Schagen geeft vaak aan dat het er netjes uit moet zien. Maar dat is voor insecten niet goed. Op de Lus bijvoorbeeld (industriegebied Lagedijk) zijn lelijke garages met hekwerken gekomen. Het was een braakliggend landje met een zekere natuurwaarde voor vogels en insecten.
In de Omgevingsvisie willen we geen agrarische ondernemers uitsluiten, maar ondernemers stimuleren om hun bedrijfsvoering te verduurzamen. Specifiek voor gewasbescherming ondersteunen we daartoe het project Vitale teelt. In dit project wordt gekeken hoe de teelt van bloembollen en bolbloemen duurzamer kan worden. We houden voor het overige de landelijk geldende regels aan. Het gebruik van zware voertuigen of de behoefte aan een meer gebouwen is niet specifiek verbonden met de bollenteelt. Ook andere (agrarische) bedrijven gebruiken zwaar materieel en hebben behoefte aan uitbreiding. 5.b. Het plasdrasgebied nabij het Keinsmerwiel ligt in/grenzend aan/vlakbij het n.v.t. Natuurnetwerk Nederland gebied K17 Schagerwad en reservaten rond Kolhorn. Dit NNN-gebied is opgenomen in de beschrijving van de huidige situatie en autonome ontwikkeling van het Natuurnetwerk Nederland in bijlage 1 bij het MER (paragraaf 2.2.2 en figuur 2.2 van bijlage 1). De effecten van het beleid van de Omgevingsvisie op het NNN en op de biodiversiteit zijn beschreven in het MER op paragraaf 4.1.2. 5.c. De Omgevingsvisie geeft aan waar we op hoofdlijnen naar streven. Dit n.v.t. staat in de speerpunten. Het onderwerp biodiversiteit valt onder het speerpunt: In 2040 is de gemeente Schagen een duurzame gemeente.
Voor sommige speerpunten is in de Omgevingsvisie aangegeven welke acties we uitzetten om doelen (zoals biodiversiteit) te bereiken. Bij het speerpunt over duurzaamheid ligt dat anders. De uitwerking van dit onderwerp staat in het duurzaamheidsprogramma 2020-2050. In de ontwerp Omgevingsvisie is daar ook een link mee gelegd. In dit programma staat het volgende over bermbeheer: Bermen langs fietspaden onderhouden we sinds kort op een ecologische manier. Na het maaien halen we het gemaaide gras weg. De bodem van de berm wordt hierdoor minder voedselrijk, zo krijgen bloemen meer kans om te groeien. We zaaien deze bermen nu in zodat er snel meer bloemen komen. Ook bij veel projecten worden de bermen door ons met bloemen ingezaaid. Zoals aangegeven zijn wij dus wel met het verduurzamen van het bermbeheer bezig. De ecoloog van de gemeente en de ecologen van HHNK hebben regelmatig contact over het verbeteren van beheer en inrichting op ecologisch gebied. Wij zullen naar aanleiding van deze zienswijze nog een keer benoemen dat we ecologisch beheer van de Westfriese dijk belangrijk vinden. Vanwege beperkt budgetten is maaien en afvoeren echter niet altijd mogelijk. 5.d. We herkennen ons, als we kijken naar de ambities in de Omgevingsvisie, n.v.t. niet goed in de omschreven eenzijdige aandacht voor auto’s.
In de waardenkaart is voor de stad Schagen het groen als belangrijke waarde benoemd. In de speerpunten is het belang van groen op verschillende plekken in de Omgevingsvisie aangegeven (zie daarvoor de teksten bij het derde en achtste speerpunt). Bij het beleid voor een stad zoals Schagen zijn altijd veel belangen aanwezig. Het belang van autobereikbaarheid en voldoende parkeermogelijkheden bestaat naast het belang van voldoende groen en de kwaliteit van het groen. Dit bleek ook uit de inbreng van inwoners en ondernemers in de participatie. Wat we wel herkennen is dat het centrum van Schagen op dit moment/in de huidige situatie wel erg door auto’s wordt bepaald. Als uitwerking van de Omgevingsvisie bereiden we voor de stad Schagen een ontwikkelvisie voor en een verkeerscirculatieplan. Zie voor de concept ontwikkelvisie de website van de gemeente. Met deze twee plannen werken we aan een goede balans tussen autobereikbaarheid en parkeervoorzieningen en het groen.
De opmerking van de indiener over de netheid van het groen begrijpen we. We gaan geleidelijk over naar meer natuurlijk beheer van het openbaar groen en we beginnen daarbij bij de plekken waar de gebruiksdruk het laagst is en de effecten voor de biodiversiteit het hoogst. Dit zijn de bermen in het buitengebied. We werken aan het verhogen van het draagvlak om ook in stedelijk gebied en op bedrijfsterreinen op een meer natuurlijke manier te werken. Openbaar groen waaraan geen bijzondere functionele eisen worden gesteld (zoals het gebruik als trapveldje) en waarvan de ligging en omvang kansen geeft voor natuurlijk groenbeheer, zullen in de toekomst ook aan bod komen. Dit ligt in de lijn van de tekst van de Omgevingsvisie: We werken aan meer groen en aan een grotere biodiversiteit. Met andere woorden we zorgen dat meer soorten planten en dieren in onze omgeving kunnen leven. 6
7
Indiener 6; LTO Noord afdeling Heerhugowaard-Langedijk-Schagen (HLS) LTO Noord afdeling HLS wil ingaan op het onderwerp spuitvrije zones rond kernen. Zij hecht aan een betrouwbare, integere en zorgvuldige communicatie op het punt van gewasbescherming. Dit om te voorkomen dat partijen uit elkaar gedreven worden. LTO geeft aan dat onderzoek van het RIVM aantoonde dat mensen in de omgeving van landbouwpercelen vaker aan gewasbeschermingsmiddelen worden blootgesteld, maar dat de gevonden hoeveelheden niet tot gezondheidsrisico’s leiden. De veiligheidsmarges waarmee in de toelating van middelen al rekening gehouden wordt, liggen vele malen hoger dan de gemeten concentraties. Wel pleit het RIVM voor nader onderzoek. De overheid heeft daarop advies gevraagd aan de Gezondheidsraad en deze adviseerde een versnelde inzet op verduurzaming en nauwkeurigere monitoring van gebruik en blootstelling voor een beter inzicht in mogelijke risico’s. Er wordt onderzoek uitgevoerd en resultaten worden in 2022 verwacht. LTO is tegen het instellen van bredere teeltvrije zones. Dit omdat onderzoek vooralsnog geen gezondheidsrisico’s vaststelt en omdat stoffen zoals gewasbeschermingsmiddelen zich niet via drift verspreiden maar bijvoorbeeld via atmosferische depositie. Dit kan over veel grotere afstanden gaan. In die zin leveren spuitvrije zones schijnveiligheid op.
LTO vindt het zinvoller om de dialoog tussen boeren en omwonenden te stimuleren en faciliteren. Momenteel loopt daarover bij LTO een bewustwordingscampagne ‘een goede buur is beter’. Bij een (grotere) spuitvrije zone rond kernen geldt bij nieuwbouwprojecten die grenzen aan agrarische gebieden of percelen dat er ingeleverd moet worden op de ruimte voor woningbouw. LTO doet tot slot de suggestie om een wintergroene haag aan de randen van kernen aan te brengen. Indiener 7; Woonzorggroep Samen Woonzorggroep Samen complimenteert de gemeente voor de aandacht die uitgaat naar: − gezondheid, veiligheid, sport; − goede woningen in elke kern voor mensen die zorg nodig hebben; − toegankelijkheid van de openbare ruimte voor iedereen; − dementievriendelijke gemeente. De Woonzorggroep concludeert dat de juiste thema’s worden aangesneden maar adviseert niettemin om uitgebreider op ouderenzorg in te gaan. Dit wordt ingegeven door de constatering dat het aandeel inwoners ouder dan 75 in de periode tot 2050 zal verdubbelen. Zij geeft in overweging om van ouderen een apart speerpunt in de Omgevingsvisie te maken. Juist ook omdat de woonsituatie voor ouderen, voldoende geschikte woningen, bereikbaarheid, leefbaarheid in de kernen, en toegankelijkheid van de fysieke omgeving vanuit het perspectief van de ouderenzorg in samenhang moeten worden bezien.
De Woonzorggroep Samen geeft aan daarbij graag te willen ondersteunen of mee te willen denken.
Noch in de ontwerp Omgevingsvisie noch in de planMER wordt uitgegaan van of ingegaan op spuitvrije zones. Het eventuele invoeren van spuitvrije zones is alleen aan de orde geweest bij het debat in de gemeenteraad van 9 juni jl. Daarbij is het als voorbeeld genoemd bij maatregelen waarbij nog een zwaarder accent op gezondheid wordt gelegd dan nu in de ontwerp Omgevingsvisie het geval is. In de betrokken vergadering is er niet voor gekozen om dit voorbeeld in de ontwerp Omgevingsvisie uit te werken of op te nemen. We danken LTO Noord voor de uitgebreide toelichting op dit punt en we ondersteunen de noodzaak van zorgvuldige communicatie. We wachten het door de landelijke overheid uitgezette onderzoek af.
n.v.t.
We zijn verheugd dat Woonzorggroep Samen constateert dat de ontwerp Omgevingsvisie de juiste thema’s aansnijdt die belangrijk zijn voor ouderen. We onderkennen zeker het belang van de aandacht voor deze groeiende doelgroep. Echter het opnemen van een apart speerpunt voor ouderen voert te ver en gaat voorbij aan het algemene, integrale karakter van de Omgevingsvisie. Huisvesting voor ouderen kan bijvoorbeeld niet alleen samenhangen met alle andere dingen die op ouderen zijn gericht, maar ook met de huisvesting van jongeren of met het duurzamer maken van onze omgeving. De speerpunten benoemen wat we willen bereiken. Er zijn daarbij veel dwarsverbanden. De integraliteit komt tot uiting in de toepassing van de waarden en speerpunten op het niveau van een plan. Dit is in de ontwerp Omgevingsvisie uitgewerkt in het stappenplan. Als er een plan voor een bepaalde plek is, zal op dat niveau een maatwerkafweging ontstaan. Een afweging waarbij de aard van de plek en de fysieke en sociale omgeving bepalen wat in die situatie het meest belangrijk is. En de integraliteit komt
n.v.t.
ook tot uiting in het koppelen van acties voortkomende uit verschillende speerpunten met elkaar. Zo zullen we bij het herinrichten van de openbare ruimte niet alleen kijken naar verkeersveiligheid maar ook naar de toegankelijkheid, aantrekkelijkheid, de aanpassingen aan klimaatverandering etc. Het aanbod van de Woonzorggroep om mee te willen denken waarderen we. We verwachten dat dit in meer concrete situaties aan de orde kan komen. 8
Indiener 8; Dorpsraad Burgerbrug Dorpsraad Burgerbrug complimenteert de gemeente met de goede intenties die zij leest in de waardenkaart, visiekaart en speerpunten. Maar zij heeft nog wel enkele opmerkingen. 8.a. De dorpsraad mist de manier waarop de betere veiligheid van de N9 wordt bereikt. Ze heeft zorgen over de verkeerssituatie bij Burgervlotbrug. Er is hier sprake van een onduidelijke verkeerssituatie met een wirwar van borden en een slecht aangegeven zebrapad.
8.b. De dorpsraad vraagt om aandacht voor OV (busvervoer) om in en uit kleine dorpen zoals Burgerbrug te komen.
8.c. Daarnaast pleit de dorpsraad voor een vrijliggend fietspad tussen Burgerbrug en Schagen. Zij wijst op de gevaarlijke combinatie van brede agrarische voertuigen en snelrijdende elektrische fietsen op één rijbaan. Dit geldt met name voor de Grote Sloot.
9
Indiener 9; Prorail
8.a. De Omgevingsvisie is een visie op hoofdlijnen. Daarin geven we vooral doelen aan. De verbetering van de verkeersveiligheid op de N9 is daar één van. De exacte uitvoering daarvan vindt plaats in specifieke projecten. Binnen deze projecten is altijd sprake van overleg met betrokkenen. De N9 is een rijksweg waar relatief veel ongevallen plaatsvinden. Er is naar aanleiding van een motie in de Tweede Kamer een onderzoek uitgevoerd naar de verkeersveiligheid van onder meer de N9. Het is een gezamenlijk onderzoek van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en de regio. In het rapport Onderzoek verkeersveiligheid N9, N99 en M250, fase 2, 31 mei 2021, worden mogelijke oplossingen en maatregelen beschreven ingedeeld in korte termijn maatregelen, middellange termijn maatregelen en lange termijn maatregelen. Rijk en regio zijn in gesprek en kijken wat er op korte termijn gerealiseerd kan worden. Een van de onderwerpen van gesprek is de korte termijn verbetering van de verkeersveiligheid in de dorpskernen. In de Omgevingsvisie is bij het speerpunt over bereikbaarheid ook een vaste oeververbinding bij Burgervlotbrug opgenomen. Een dergelijke verbinding zal er op termijn toe leiden dat het punt waarover de dorpsraad zich zorgen maakt ingrijpend zal veranderen. Vanzelfsprekend zal een goede verkeersveiligheid daarbij uitgangspunt zijn. 8.b.
In de Omgevingsvisie geven we aan dat kernen, voorzieningen, onderwijs en werk goed bereikbaar moeten zijn. Dat doen we door te zorgen voor goede wegen, behoud van het station en een mix van openbaar vervoer en duurzame vormen van eigen vervoer. De Omgevingsvisie is een toekomstvisie. We kijken daarin vooruit. Concessies voor busvervoer worden verleend door de provincie Noord Holland. De invloed van de gemeente hierop is beperkt. Daarbij blijkt het steeds lastiger om busdiensten regelmatig te laten rijden en om deze diensten langs relatief kleine kernen te laten rijden. Voor de toekomst denken we daarom meer aan nieuwe vormen van OV of vormen van vervoer waarbij voertuigen worden gedeeld. Tot het moment waarop deze alternatieve zich aandienen zal de gemeente blijven pleiten voor behoud van de huidige voorzieningen. 8.c. Zoals aangegeven in de Omgevingsvisie zetten we ons in voor verbetering van wandel- en fietspaden. Dit gaat om bereikbaarheid, maar ook zeker om verkeersveiligheid. Verbetering van recreatieve routes en de inpassing van doorfietsroutes staan in de toekomst op de planning. Hoe dit per locatie en route wordt ingevuld is nog niet duidelijk. Over concrete inrichtingsplannen hebben wij altijd contact met de betrokken dorpsraden.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
De landelijke beheerder van het spoor (Prorail) dient een zienswijze in waarin zij: a. haar visie op de omgeving van het spoor deelt om mee te nemen in de gemeentelijke Omgevingsvisie; b. vraagt om rekening te houden met een groot aantal aandachtspunten bij de uitwerking van de gemeentelijke Omgevingsvisie. Ad a. De visie van Prorail op de omgeving van het spoor is kort samengevat; samen werken aan Verbinden, Verbeteren en Verduurzamen. Samen verbinden betekent werken aan betere onderlinge aansluiting van OV-voorzieningen, betere verbindingen in de stad, waarbij barrièrewerking van het spoor wordt opgeheven en verbetering van fietsmogelijkheden. Samen verbeteren betekent een goede planning en prioritering van projecten, aanpassingen aan het spoor in samenhang met andere ruimtelijke ontwikkelingen en ontwikkeling van meer integrale plannen voor meer effect of efficiëntie. Samen verduurzamen betekent locaties vinden voor de opwekking van duurzame energie, de beste inrichting of maatregelen op en nabij het spoorsysteem met het oog op duurzaamheid en voorkomen van hinder. Ad b. De aandachtspunten voor de uitwerking van de visie betreffen: ▪ Prorail vraagt de gemeente om voor het afstemmen van plannen op externe veiligheid, geluid en trillingen gebruik te maken van de meest recente gegevens en handreikingen waarvoor Prorail de relevante bronnen in haar zienswijze vermeldt.
▪ Prorail wijst de gemeente op de grondeigendommen van Railinfratrust B.V./Prorail B.V. Zij geeft aan dat deze gronden niet zonder nadrukkelijke toestemming mogen worden gebruikt, dat deze gronden toegankelijk moeten zijn en zijn vraagt de gemeente om deze gronden te bestemmen voor Verkeer-Railverkeer. ▪ Prorail vraagt de gemeente om haar organisatie te betrekken bij bouwplannen in de directe nabijheid van het spoor, bij plannen die effect hebben op overwegen over het spoor ▪ Prorail geeft aan dat wijzigingen van het waterpeil ongewenst zijn, en dat borging nodig is van de stabiliteit en het gebruik van het spoor. Zij verzoekt de gemeente de gronden die nu voor railverkeer zijn bestemd ook in de toekomst als zodanig te bestemmen. Volledigheidshalve wijst Prorail de gemeente op de wetgeving ten aanzien van werkzaamheden in de nabijheid van de spoorbaan. ▪ Prorail stelt dat de in de gemeente aanwezige onderstations niet mogen vervallen en bereikbaar moeten blijven. ▪ Prorail wijst op de mogelijk negatieve effecten van verdichting rond het station met (hoog)bouw. Zij wijst op: o verlies aan oriëntatiemogelijkheden voor gebruikers van het station (zicht op de stationsentree); o mogelijke windhinder op het station en bij bebouwing rond het station door de komst van hoogbouw; o mogelijke schaduwhinder voor de zonnepanelen op stationsgebouwen en bouwwerken zoals overkappingen. 10
Indiener 10; Vereniging Natuurmonumenten 10.a. De vereniging Natuurmonumenten merkt op dat de ontwerp Omgevingsvisie van abstract is en slecht toegankelijk. Natuurmonumenten vindt dat de visie te beperkt is van omvang en geeft aan dat het overzicht ontbreekt omdat voor de vorm van een website is gekozen. Ook mist Natuurmonumenten een duidelijke analyse van sterke en zwakke punten, bestaand beleid en relevante
9.a. We danken Prorail voor het delen van haar visie op de omgeving van het spoor. We zien daarin uitgangspunten die overeenkomen met speerpunten die de gemeente belangrijk vindt. Er is geen strijd met de Omgevingsvisie of noodzaak om de Omgevingsvisie op enig punt te wijzigen.
9.b. We danken Prorail voor de aandachtspunten voor uitwerking van de Omgevingsvisie. Deze uitwerkingen kunnen aan de orde zijn in de vorm van het omgevingsplan, programma’s of bij de procedures voor/het verlenen van omgevingsvergunningen.
n.v.t.
n.v.t.
Het omgevingsplan zal op korte termijn gaan bestaan uit (onder meer) alle geldende bestemmingsplannen (dit wordt het tijdelijke omgevingsplan genoemd). In de periode tussen 2022 en 2029 maken we een volwaardig gemeentegebied dekkend omgevingsplan. Dit omgevingsplan kent een procedure waarin vanzelfsprekend participatie plaatsvindt. Prorail is een van de partners die in de gelegenheid zal zijn om op dit plan te reageren voordat het wordt vastgesteld. Bij het ontwikkelen van programma’s die Prorail raken, betrekken wij uw organisatie graag. Ook bij vergunningverlening waarbij een belang van Prorail in het geding is, zal Prorail worden betrokken. We zijn ons bewust van eigendomssituaties en van wet- en regelgeving. Daarnaast danken we Prorail voor het markeren van een aantal ontwikkelingen die van invloed kunnen zijn op het spoor en op de stationsomgeving. Voor wat betreft de stationsomgeving vertegenwoordigt uw organisatie een van de vele belangen die in deze omgeving spelen. Voor de wijdere omgeving van het station gaan wij samen met alle belanghebbenden op zoek naar een optimaal samengaan van al die belangen. Op dit moment voert het te ver om meer gedetailleerde uitspraken te doen op specifieke gebieden zoals oriëntatiemogelijkheden, wind- of schaduwhinder.
10.a. We hebben inderdaad gekozen voor een compacte Omgevingsvisie. Ook is bewust gekozen voor de vorm van een website. Dit gebeurt om onze inwoners, ondernemers en organisaties zo goed mogelijk te bedienen. De website is opgesteld vanuit de gebruiker die een vraag heeft; ▪ welke waarden zijn in deze gemeente belangrijk (waardenkaart)?
n.v.t.
ontwikkelingen. De Omgevingsvisie van buurgemeente Bergen of Almere geeft dit alles veel duidelijker aan.
10.b. Natuurmonumenten vindt dat de visie (te) veel ruimte geeft aan ontwikkelingen. Zij markeert dat de gehele binnenduinrand (deelgebied Kust en Achterland) geschikt wordt gevonden voor bungalowparken mits “Goed verzorgd met passende beplanting”. Dit terwijl de inwoners aan hebben gegeven dat ze het open landschap, de rust, en het zicht op de duinen waarderen. Natuurmonumenten pleit voor een Omgevingsvisie waarin concreet wordt aangegeven waar wel en waar geen ruimte is voor recreatieve ontwikkelingen. Ook zou moeten worden aangegeven dat nieuwe bungalowparken altijd onderdeel moeten zijn van integrale gebiedsontwikkeling gericht op versterking van natuurwaarden, waterberging, beleefbaarheid van het landschap. Dit om meerdere beleidsdoelen tegelijkertijd te realiseren. De insteek van de Omgevingsvisie is nu sectoraal gericht op extra ruimte voor woningbouw, bedrijventerreinen, intensieve landbouw en bungalowparken.
▪
waar gaat de gemeente voor, wat gaat ze daarvoor doen en hoe kan ik helpen (speerpunten en acties)? En ▪ waar kijkt de gemeente naar als ik een plan heb (het stappenplan)? De opmerking dat de Omgevingsvisie slecht toegankelijk is delen we niet. Er is juist veel aandacht besteed aan het schrijven in begrijpelijke taal en aan het gebruiksgemak. Daar waar een boekje doorgaans al snel in een la verdwijnt, is een website veel makkelijker te benaderen voor iedereen. We begrijpen wel dat Natuurmonumenten door de focus op het gebruik door bewoners, ondernemers en organisaties minder zicht heeft op de analyse die geleid heeft tot de inhoud van de Omgevingsvisie. In het proces (intern binnen de gemeente en in de participatie) heeft de analyse van trends en ontwikkelingen plaatsgevonden. Ook is het beleid geanalyseerd. Alle belanghebbende partijen hebben in dit proces de met trends en ontwikkelingen ingeleide vragen kunnen beantwoorden en hun bijdrage kunnen leveren. Dit kon op drie momenten. Dit alles is afgewogen en verwerkt in de verschillende onderdelen van de ontwerp Omgevingsvisie. Daarnaast komen alle milieu aspecten op een meer traditionele manier aan bod in de Milieu Effect Rapportage. We verwijzen dan ook graag naar dit rapport voor een, voor u, meer overzichtelijke weergave van zowel de trends als het beleid. 10.b.
Voor de vraag welke recreatieve ontwikkelingen er mogelijk zijn moet gekeken worden naar het stappenplan en via dat stappenplan zowel naar de speerpunten als naar de waardenkaart. In het stappenplan staat aangegeven dat een plan dat rekening houdt met de waarden van de waardenkaart en een plan dat aansluit bij een of meer speerpunten een grotere kans op goedkeuring heeft. Daarnaast staat in het stappenplan dat het plan besproken moet worden met de buurt en dat het plan moet voldoen aan wet- en regelgeving. Anders dan in een bestemmingsplan of omgevingsplan is er geen sprake van een harde juridische omschrijving van voorwaarden maar is er sprake van een flexibel systeem waarin naar het totaal wordt gekeken. Dus juist wel integraal en vanuit het geheel. Ondernemers wordt gevraagd om zowel naar de waarden te kijken als naar de speerpunten. In de speerpunten zijn zowel uitgangspunten opgenomen voor ontwikkelingen in de recreatieve sfeer (tweede speerpunt) als uitgangspunten op het gebied van klimaatadaptatie, biodiversiteit (zevende speerpunt) en landschap (achtste speerpunt) Er is in de gemeentelijke Omgevingsvisie niet gekozen voor het gebiedsgericht uitsluiten van gebieden voor recreatieve ontwikkelingen. Zoals bekend zijn er wel gebieden waar op basis van de Provinciale Verordening van Noord-Holland geen vestiging of uitbreiding van bedrijven mogelijk is.
Wat Natuurmonumenten aanhaalt is een onderdeel van de waardenkaart voor het gebied Kust en achterland. In de waardenkaart worden de waarden ‘zicht op de duinen’ en ‘zicht op de polder’ benoemd en ook de gewenste balans tussen reuring, rust en ruimte. Ondernemers worden uitgenodigd om hier rekening mee te houden. Dit kan bijvoorbeeld betekenen dat ze bij een ontwikkeling deze zo compact mogelijk houden en dat deze in een richting ligt waardoor zichtlijnen naar polder en duinen zo min mogelijk worden aangetast. Onder de knop ‘Wat past goed bij onze waarden?’ worden voorbeelden getoond. Een daarvan is goed verzorgde vakantieparken met passende beplanting. Dit is opgenomen om aan te geven dat het verzorgingsniveau van vakantieparken en de omringende beplanting belangrijk worden gevonden. Het is niet zo dat belangen van de natuur, landschap of klimaat niet benoemd zijn. Deze staan wel degelijk in de visie. Daarbij constateert
n.v.t.
Natuurmonumenten terecht dat het afwegingskader ruimte geeft voor ontwikkelingen en dat er met uitzondering van enkele specifieke vormen van bedrijvigheid (zoals nieuwe grote datacentra, transportbedrijven of zware industriële bedrijven) weinig op voorhand wordt uitgesloten. Dit is overigens ook de uitnodiging die de Omgevingswet doet: stuur op hoofdlijnen en op doelen en niet op concrete oplossingen. Laat ruimte voor maatwerk. Hoe ver een gemeente daarin gaat, is een bestuurlijke keuze. 10.c. 10.c. n.v.t. Natuurmonumenten geeft aan dat in de MER geconstateerd wordt dat de We zijn ons bewust van de uitkomsten van het m.e.r.-onderzoek. Als Omgevingsvisie te vrijblijvend is. Zij herhaalt de mogelijk negatieve invloed op nuance bij de conclusies van de MER benoemen we het volgende. Een MER landschap, natuur, overstromingsrisico’s en stiltegebieden die in de MER omschrijft de effecten van een plan of visie uitgaande van het worst-case worden benoemd en verzoekt de gemeente de effecten door aanpassing van de scenario. Een Omgevingsvisie is een visie op hoofdlijnen. Het is inherent Omgevingsvisie op voorhand te beperken. Zij vraagt de gemeente om de aan het soort instrument dat bij een visie op hoofdlijnen nog niet alles is Omgevingsvisie alsnog concreter te maken en randvoorwaarden te stellen. Als afgebakend, en dat er dus nog risico’s zijn.
Ook zijn voor het bereiken van suggesties geeft zij aan dat de gemeente in de vorm van een programma de doelen uit een Omgevingsvisie vaak meerdere partijen nodig. Bij de gebiedsgericht beleid kan opstellen voor de kustzone, waar de meeste beoordeling van het feit of een doel gehaald wordt, wordt betrokken dat negatieve effecten worden verwacht. Zij benoemt de locatie/omvang van de gemeente alleen een volledige controle heeft op zaken die zij zelf woningbouw, bedrijven, bedrijfscategorieën en mogelijkheden voor uitvoert. zonneweides als thema’s waarvoor uitsluiting of concretere randvoorwaarden We willen de Omgevingsvisie op hoofdlijnen houden. De visie wordt in lijn aan de orde moeten zijn. met de intenties van de Omgevingswet regelmatig geëvalueerd. Bij de speerpunten is aangegeven wat de gemeente de komende tijd gaat doen. Iedere twee jaar wordt voor alle speerpunten bekeken hoe ver de gemeente gekomen is. En wat er is bereikt. Dit kan leiden tot aanpassing van de visie. Voor een aantal onderwerpen kijken we vaker hoe het er voor staat. Dit geldt voor alle onderwerpen die bij duurzaamheid horen en onderdeel zijn van het Programma Duurzaamheid. Dit geldt dus ook voor het onderwerp biodiversiteit. Door deze scherpe monitoring houdt de gemeente goed in de gaten wat de effecten van de Omgevingsvisie daadwerkelijk zijn. 10.d. 10.d. n.v.t.
Natuurmonumenten vindt dat de waarden beter moeten worden omschreven. Bij het opstellen van de Waardenkaart zijn we uitgegaan van de waarden Zij mist de omschrijving van de duinen als gebied met een natuurlijk waterpeil, die tijdens het interactieve proces door veel mensen zijn ingebracht. Dit is met het grootste duinmeer van Europa (het Zwanenwater) en een zeer hoge gedaan om de waarden boven water te krijgen die algemeen als waarden biodiversiteit. Daarnaast mist zij de omschrijving van het natuurlijke kwelwater worden gezien en beleefd. De gemeente is zich bewust van de dat optreedt aan de binnenduinrand. Natuurmonumenten geeft aan dat iets natuurwaarden die Natuurmonumenten naar voren brengt. De wat niet omschreven is ook niet in de toetsing tot uiting komt. Ook de natuurbescherming van Natura-2000 gebied en NNN gebied is geregeld op landschappelijke waarden kunnen beter omschreven worden, bijvoorbeeld aan provinciaal niveau. Op dat niveau zijn de waarden van de genoemde de hand van de wezenlijke kenmerken en waarden benoemd in de Bijzondere natuurgebieden ook vakkundig beschreven. Via het stappenplan en de Provinciale Landschappen. Ook markeert Natuurmonumenten dat bij ‘Wat past vraag; voldoet uw plan aan wet- en regelgeving, is geborgd dat naar goed bij onze waarden zaken als ’ Sport op het strand’ en ‘Duinen die provinciale wet- en regelgeving wordt gekeken.
toegankelijk zijn’ worden genoemd en niet ‘Stranden waar ruimte is voor rust In de Omgevingsvisie willen we de waarden van Natura 2000 gebieden en en reuring’ of ‘Natuurlijke duinen’. Zij leidt hieruit af dat de gemeente het doel NNN gebieden of van de Bijzondere provinciale landschap niet dubbel gaan heeft om natuurgebieden nog verder recreatief toegankelijk te maken en meldt regelen. We geven in plaats daarvan aan wat wij op lokaal niveau extra dat dit in strijd is met het Kustpact. doen. Dit is verwoord bij het zevende speerpunt onder biodiversiteit en komt tot uiting in de visiekaart. Op deze kaart staan routes die de gemeente aantrekkelijker wil maken, bijvoorbeeld met meer natuur. En op deze kaart staat ook dat de gemeente de ontwikkeling van een bos mogelijk wil maken in aansluiting op de rand van een kern of in aansluiting op een bestaande locatie van een bos. Daarnaast is bij het tweede speerpunt onder landbouw benoemd dat de gemeente milieuvriendelijke, biologische landbouw aanmoedigt. En dat dit ook geldt voor weidevogelbeheer of aanleg van bloemrijke akkerranden door agrarische ondernemers. Tot slot is bij het achtste speerpunt aangegeven dat de gemeente het landschap wil versterken met passende bomen en struiken. Dit gebeurt ook ten gunste van de natuur. Bij het versterken van het
10.e. Natuurmonumenten vindt dat de waarde van de Zijpe en Hazepolder voor akker- en weidevogels moet worden toegevoegd. Zij heeft dit eerder aangegeven. Natuurmonumenten stelt voor om bij De Zijpe agrarisch natuurbeheer toe te voegen bij ‘Wat past goed bij onze waarden’. Zij constateert dat de gemeente aangeeft waar extra wordt ingezet op ontwikkelingen gelieerd aan de landbouw (namelijk in het zaadveredelingsgebied in de omgeving van Warmenhuizen). Op vergelijkbare wijze kan het accent op verbreding van de landbouw, welke in balans is met de omgeving worden gelegd. De Zijpe is een gebied dat zich daarvoor leent. 10.f Natuurmonumenten ondersteunt het voornemen van de gemeente om een aantal routes aantrekkelijker te maken, bijvoorbeeld met meer natuur. Zij geeft aan dat er op provinciaal niveau in het nieuwe Programma Natuur, een (bescheiden) budget is vrijgemaakt voor het overgangsgebied van het Zwanenwater naar het achterland. Zij wil graag met gemeente en provincie in overleg treden over het overgangsgebied rond dit Natura-2000 gebied. 10.g Natuurmonumenten geeft aan dat in de MER terecht wordt geconstateerd dat de daadwerkelijke effecten van de Omgevingsvisie sterk afhangen van concrete invullingen van de acties in opvolgende programma’s en van de uitwerking van het beleid in het omgevingsplan. Zij constateert dat de echte keuzes nog door de gemeente moeten worden gemaakt.
Zij geeft aan te hopen dat de gemeente snel hiertoe overgaat en suggereert een uitwerking in drie ruimtelijke programma’s voor de onderscheiden deelgebieden Kust en achterland, Zijpe en Hazepolder en Westfriese landschap. 10.h Natuurmonumenten geeft aan dat het indienen van de zienswijze via het formulier onhandig was. 11
12
Indiener 11 Indiener geeft aan dat in het interactieve proces gesproken is over het verruimen van de mogelijkheid voor mantelzorgwonen. Zij ziet dit niet terug in de visie. Zij pleit voor het weghalen van de voorwaarden van certificering door een arts en voor het introduceren van een mantelzorg/doorstroomwoning vanaf de leeftijd van 65 jaar. Dit zorgt voor een natuurlijke doorstroming van de huizenmarkt. Veel mensen waren bij de bespreking positief over dit idee. In de praktijk is er veel vraag naar doorstroomwoningen vooral in het Buitengebied.
Indiener 12 12.a. Indiener vraagt om het toevoegen van Schoorldam als karakteristieke kern (kernen waarbinnen in samenhang daarmee geen woningbouw plaatsvindt op onbebouwde plekken).
landschap houden we rekening met weidevogels door in de omgeving van weidevogelgebieden geen hoge beplanting toe te passen. De voorbeelden die bij de Waardenkaart zijn genoemd betekenen niet dat de gemeente de beschermde natuurgebieden nog verder toegankelijk wil maken, maar dat toegankelijkheid een belangrijke waarde is voor inwoners en bezoekers. Dit met het doel om deze toegankelijkheid te behouden. Ook is niet bedoeld om in strijd met het Kustpact te handelen. 10.e. Zoals hiervoor is aangegeven, is de waardenkaart samengesteld aan de hand van de input in het participatieproces. Bij Kust en achterland is als waarde ‘(toegankelijke) natuur’ aangegeven en bij Westfries landschap ‘natuurwaarden, waaronder kleine waterplassen langs de Westfriese Omringdijk’. Het is een goede suggestie om ook bij de Haze- en Zijpepolder natuurwaarden te benoemen. Naar analogie met Westfries landschap kan dat in de vorm; natuurwaarden, waaronder waarden voor akker- en weidevogels in delen van de polder.
In de waardenkaart wordt bij het deelgebied Haze- en Zijpepolder benoemd: natuurwaarden, waaronder waarden voor akker- en weidevogels in delen van de polder.
n.v.t. 10.f. We gaan hierover graag in overleg en danken Natuurmonumenten voor de uitnodiging.
n.v.t. 10.g. Net als andere gemeenten is en gaat Schagen aan de slag met het opstellen van een gemeentelijk omgevingsplan. Organisaties zoals Natuurmonumenten worden daarbij betrokken. Het is mogelijk dat er ook gebiedsgerichte uitwerkingen komen al dan niet via een programma. Als dat het geval is zal dit, zoals dat goed gebruik is in de gemeente, ook gebeuren via een interactief proces waarin belanghebbende organisaties, inwoners en ondernemers worden betrokken. n.v.t. 10.h. Via de knop; Lees hier hoe u kan reageren was aangegeven op welke manieren u kon reageren, via email, schriftelijk of telefonisch. Dit onderwerp heeft een plek gekregen bij het derde speerpunt onder woningen die passen bij de vraag. Klik je daar op ‘Lees meer over woningen die passen bij de vraag’ dan is daar aangegeven dat we ook mogelijkheid bieden voor generatiewoningen. Dit betekent dat op 1 adres met 2 huishoudens gewoond mag worden. Dit mag als er voldoende ruimte is op het erf. Bijvoorbeeld om mantelzorg te kunnen verlenen, of om een gezinslid zelfstandig te laten wonen op het eigen erf. We stellen daarbij vanuit de gemeentelijke overheid geen eisen zoals een verklaring van een arts.
12.a. De aanduiding karakteristiek heeft te maken met het feit dat deze dorpen vanwege de stedenbouwkundige opzet, de samenhang met het landschap en het veel voorkomen van karakteristieke bebouwing in meerdere opzichten waardevol zijn. Zo waardevol dat we bij deze dorpen ook geen nieuwe woningen willen realiseren op onbebouwde plekken. De afwisseling van bebouwde en onbebouwde plekken is in deze kernen deel van de karakteristiek. Het dorp Schoorldam kent zeker ook plekken die kenmerkend zijn. Echter het dorp als geheel is niet dusdanig karakteristiek
n.v.t.
n.v.t.
12.b. Indiener wijst erop dat op de visiekaart staat woningbouw mogelijk maken aan de rand van de kern, en bij de speerpunten aan de rand van het dorp. Vanwaar dat verschil? 12.c. Indiener vraagt zich af of er voor de eerste jaren al concrete plannen zijn waar de 300 woningen per jaar terecht komen. Ze vraagt daarnaast hoe omwonenden daarover worden geïnformeerd en of er ruimte is voor participatie. Ook vraagt zij of er uitgangspunten zijn voor het soort woningen dat wordt gebouwd.
12.d. Indiener geeft aan dat in het zaadveredelingsgebied veel ruimte wordt geboden voor ondernemers. Zij vraagt zich af hoe de belangen van bewoners, natuur, rust en ruimte worden meegenomen.
12.e. Ontwikkelingsmogelijkheden voor ondernemers en toename van woningen zorgen voor extra belasting van wegen. Hoe wordt de goede bereikbaarheid hierbij bewaakt? 12.f. Wat betekent de uitspraak dat boeren worden geholpen om hun producten gezond te laten groeien?
dat woningbouw zou moeten worden uitgesloten. We willen voor overige dorpen en de stad Schagen de mogelijkheid houden om op onbebouwde plekken, na een goede afweging, een woning of woningen te bouwen. Let wel dit kan alleen als de woning of woningen passen binnen de afspraken die in de regio worden gemaakt. En als dat op een bepaalde plek en in een bepaalde omgeving ook daadwerkelijk gewenst is. Daarbij worden de stappen doorlopen die bij het onderdeel stappenplan van de Omgevingsvisie zijn genoemd. Zo wordt onder meer gekeken naar de waarden die in de omgeving belangrijk zijn (zoals aangegeven in de waardenkaart), naar veiligheid, gezondheid etc. En wordt belang gehecht aan het betrekken van de omgeving bij een eventuele ontwikkeling. 12.b. Het woord kern wordt gebruikt als we het hebben over de dorpen en de stad Schagen samen. Aan de rand van kernen is dus hetzelfde als aan de randen van dorpen en van de stad. 12.c. Het is goed gebruik om bij een plan voor woningbouw de omwonenden te betrekken. Dit wil zeggen dat het planvoornemen bekend wordt gemaakt en dat er mogelijkheid is om aandachtspunten in te brengen. Daarbij kijken we of we aan deze aandachtspunten tegemoet kunnen komen. We houden zoveel mogelijk rekening met alle belangen maar dit betekent niet dat alle wensen ingewilligd kunnen worden.
Het type woningen dat wordt gebouwd wordt zo goed mogelijk afgestemd op de vraag per kern en op de plek. Dat is maatwerk. Er worden tabellen bijgehouden per kern waarbij goed naar vraag en aanbod en ontwikkeling van de samenstelling van de bevolking wordt gekeken. Tevens is er een aantal uitgangspunten die we bij dit maatwerk gebruiken. Bij het derde speerpunten onder meetbare doelen vindt u een bijlage kaders en doelen waarin deze uitgangspunten zijn aangegeven. Hier wordt onder meer aangegeven hoe we zorgen voor voldoende woningen in de prijsklasse tot €210.000,-. Voor concrete plannen die op korte termijn aan de orde zijn verwijzen we graag naar www.plancapaciteit.nl. Daarop kan indiener zien waar in de gemeente woningbouwplannen aan de orde zijn. 12.d. Bij alle ontwikkelingen geldt het stappenplan. In het stappenplan staat aangegeven dat een plan dat rekening houdt met de waarden van de waardenkaart en een plan dat aansluit bij een of meer speerpunten een grotere kans op goedkeuring heeft. Daarnaast staat in het stappenplan dat het plan besproken moet worden met de buurt en dat het plan moet voldoen aan wet- en regelgeving. Anders dan in een bestemmingsplan of omgevingsplan is er geen sprake van een harde juridische omschrijving van voorwaarden maar is er sprake van een flexibel systeem waarin naar het totaal wordt gekeken.
Ondernemers wordt gevraagd om zowel naar de waarden te kijken als naar de speerpunten. In de waarden zijn rust en ruimte opgenomen. In de speerpunten zijn zowel uitgangspunten opgenomen voor biodiversiteit (zevende speerpunt) als op het gebied van veiligheid en gezondheid (zesde) speerpunt. 12.e. Via het hiervoor omschreven systeem wordt ook gekeken naar het punt van bereikbaarheid. Dit is verwoord in het vijfde speerpunt (bereikbaarheid). 12.f. Dit betekent bijvoorbeeld dat boeren die over willen stappen op biologische landbouw daar de ruimte voor krijgen. En het betekent dat de
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
12.g Indiener ziet dat er veel aandacht is voor fietspaden maar mist de aandacht voor voetpaden. Bijvoorbeeld tussen dorpen. Specifiek wordt gevraagd om een zebrapad in de bebouwde kom van Schoorldam naar de Kanaalkade.
13
Indiener 13; Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) Het Hoogheemraadschap is blij met de onderwerpen die zij hebben ingebracht die een plek hebben gekregen in de Omgevingsvisie. Niettemin heeft het HHNK nog een aantal punten waarvoor zij wederom aandacht vraagt. 13.a. HHNK waardeert de aandacht voor wateroverlast, hittestress en droogte maar vraagt aandacht voor de toekomstige sterkte van de primaire waterkering. Deze kering bevindt zich in de duinzone. De verwachte zeespiegelstijging van 2 meter aan het einde van de eeuw vraagt om bredere en hogere duinen. Zand moet op natuurlijke of kunstmatige wijze worden toegevoegd. Dit kan mogelijk aan de zeezijde maar HHNK verwacht dat dit tevens aan de landzijde moet. HHNK stelt voor om hier stap voor stap en gefaseerd op te anticiperen en hier ruimte voor te reserveren. Tevens wijst HHNK op de spanning met de ambities om in Petten en Callantsoog woningbouw mogelijk te maken en bedrijfsontwikkeling ook in het gebied Kust en achterland mogelijk te houden. Bijkomende voordelen van een bredere kustzone zijn dat er een grotere zoetwatervoorraad ontstaat, dat verzilting beter kan worden tegengehouden, en dat het uittredende water in de binnenduinrand kan worden benut voor landbouw of als drinkwater. 13.b.
HHNK vraagt of de gemeente de huisvestingsmogelijkheden voor arbeidsmigranten kan beperken tot die gebieden waar een gemeentelijke rioolaansluiting mogelijk is. Zij wijst erop dat de huisvesting vaak plaatsvindt in het buitengebied waar geen vuilwaterriool is. Er moet dan een individuele afvalwatervoorziening komen. Lozing op het oppervlaktewater geeft grote problemen voor de waterkwaliteit en levert een risico op voor de volksgezondheid.
13.c. HHNK geeft aan dat zij voor veel onderwerpen de klimaatatlas hebben opgesteld. Deze informatie kan een goede aanvulling zijn op de Omgevingsvisie en met name de PlanMER. Ook is er recent een watersysteemanalyse uitgevoerd over het onderwerp wateroverlast waarin knelpunten zijn gemarkeerd. Het is goed om ruimtelijke ontwikkelingen te beoordelen aan de hand van deze knelpunten. Dit om nieuwe problemen te voorkomen en mogelijk ook bestaande problemen op te lossen. HHNK hoopt dat de nieuwe
gemeente projecten zoals het project Vitale teelt ondersteunt. Dit kan bijvoorbeeld door hulp bij het verspreiden van informatie. 12.g. Ook voetpaden zijn vanzelfsprekend een goede aanvulling op de mogelijkheden voor bewoners en bezoekers om te bewegen en te genieten van de omgeving. In de Omgevingsvisie is op de visiekaart de nadruk gelegd op het maken van fietsverbindingen. Dit kwam namelijk als belangrijke wens naar voren uit de enquête die de gemeente hield. Ook omdat er spanning is tussen de steeds groter wordende voertuigen in de landbouw en fietsers. En omdat de (elektrische) fiets vaak een goed alternatief is voor de auto en bijdraagt aan gezondheid en duurzaamheid. Bij uitwerkingen van de Omgevingsvisie zal zeker ook aandacht worden besteed aan wandelmogelijkheden. Dit geldt bijvoorbeeld bij het realiseren van een bos of bij de uitwerking van woonuitbreidingen die worden voorzien. Het vooraf aangeven van gewenste wandelmogelijkheden is wat te gedetailleerd voor een Omgevingsvisie op hoofdlijnen. Dit geldt ook voor specifieke verkeersproblemen zoals de situatie in Schoorldam. Het punt dat indiener aangeeft hoort wel bij een belangrijk speerpunt van de Omgevingsvisie dat gaat over veiligheid. Specifieke opmerkingen over de veiligheid van bepaalde verkeerssituaties kunt u desgewenst melden op www.fixi.nl.
13.a. We herkennen het eerder door HHNK ingebrachte punt. De gemeente heeft een uitgesproken voorkeur om de kustverdediging (uitsluitend) buitengaats op te lossen. Er is voor de gemeente op dit moment nog niet overtuigend aangetoond dat dit niet mogelijk is. De visie wordt in lijn met de intenties van de Omgevingswet regelmatig geëvalueerd. Iedere twee jaar wordt voor alle speerpunten bekeken hoe ver de gemeente gekomen is. En wat er is bereikt. Voor het programma Duurzaamheid gebeurt dat zelfs nog vaker. Door scherpe monitoring houdt de gemeente goed in de gaten wat de effecten van de Omgevingsvisie daadwerkelijk zijn en of omstandigheden tot aanpassing leiden.
13.b. Bij iedere aanvraag voor huisvesting van arbeidsmigranten moet gekeken worden wat de beste manier is om het afvalwater te verwerken. Dit is maatwerk. Voorop staat dat er geen sprake mag zijn van negatieve effecten op de volksgezondheid. Via het stappenplan wordt aan ondernemers gevraagd om zowel naar de waarden te kijken als naar de speerpunten. Het zesde speerpunt benoemt het aspect veiligheid en gezondheid. Ook wordt in het stappenplan aangegeven dat plannen moeten voldoen aan wet- en regelgeving. Daarmee worden initiatieven die in strijd zijn de volksgezondheid geweerd. 13.c. We danken het HHNK voor de nuttige aanvullingen op het beschikbare basismateriaal. Bij uitwerkingen voor deelgebieden zal het dit basismateriaal zeker betrokken worden.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
informatie nog kan dienen als aanscherping of verdieping en is graag bereid eventuele vragen te beantwoorden. 14
Indiener 14; GGD Hollands Noorden De GGD Hollands Noorden geeft aan dat zij met veel plezier deel heeft genomen in de participatie voorafgaande aan de ontwerp Omgevingsvisie. De GGD concludeert dat de gemeente gezondheid belangrijk vindt en dit expliciet benoemd in een van de speerpunten. Ook in de planMER is aandacht voor gezondheid. Het punt dat de GGD inbrengt is dat gezondheid wordt verbonden aan een beperkt aantal onderwerpen maar dat dit thema feitelijk samenhangt met alle speerpunten en acties. Zij wijst op die samenhang en het feit dat het niet alleen gaat om gezondheidsbevordering maar dat gezondheid door veel zaken kan worden beïnvloed. Als voorbeelden worden ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving en in het bijzonder de klimaatverandering genoemd.
We zijn blij te horen dat de GGD haar inbreng heeft kunnen leveren en het thema gezondheid terug ziet komen in de Omgevingsvisie en de planMER. De Omgevingsvisie heeft met de acht speerpunten een onderverdeling gemaakt in doelen die worden toegelicht. Er zijn veel dwarsverbanden. Er is voor gekozen om niet overal alles te herhalen. Dit neemt niet weg, dat gezondheid inderdaad verbonden is met veel van de andere punten en daarin doorwerkt. Voorbeelden hiervan zijn: Speerpunt 1, onder ‘gezinsvriendelijk’ waarin we aangeven dat we zorgen voor veiligheid en dat we bij het inrichten van nieuwe woonwijken aandacht besteden aan plekken waar mensen kunnen samenkomen en samen kunnen leven. Speerpunt 1, onder ‘ruimte aan ondernemers’ waarin we aangeven dat we nieuwe zware industriële bedrijven, die overlast geven voor geur en geluid, weren. Gezondheid is dus op veel plaatsen verwerkt in acties die ook andere doelen dienen. Het is wel van belang dat er een apart speerpunt is waar gezondheid centraal staat. Aan initiatiefnemers wordt in het stappenplan immers gevraagd om in te spelen op de speerpunten.
DEEL 2: Voorgestelde wijzigingen op Omgevingsvisie Schagen = www.omgevingsvisieschagen.nl