3. Advies Commissie m.e.r. voor de milieueffectrapportage
Tekst van het document
Omgevingsvisie gemeente Schagen Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 6 oktober 2021 / projectnummer: 3576
Advies over het MER in het kort De gemeente Schagen wil een Omgevingsvisie vaststellen. De Omgevingsvisie is een integrale strategische visie op de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving voor de langere termijn tot 2040. De gemeente heeft acht speerpunten geformuleerd zoals een gezinsvriendelijke gemeente zijn en een nationale en internationale rol van betekenis spelen op het gebied van recreatie, wetenschap en nieuwe vormen van landbouw. Uit deze speerpunten volgen acties, die zijn vertaald in een visiekaart (zie figuur 1). Voor het besluit over de Omgevingsvisie is een milieueffectrapport (MER) opgesteld. De gemeente Schagen heeft de Commissie voor de milieueffectrapportage (hierna ‘de Commissie’) gevraagd te adviseren over het MER. In dit advies spreekt de Commissie zich uit over de juistheid en de volledigheid ervan.
Wat blijkt uit het MER? In het MER is allereerst op basis van bestaande milieu-informatie en door middel van deskundigenoordeel (‘expert judgement’) beoordeeld hoe de kwaliteit van de milieu- en omgeving is. Dit is gedaan voor zowel de huidige situatie (HS) als de autonome ontwikkeling (AO)1. Elke milieu-indicator is gescoord met ‘goed’, ‘redelijk’ of ‘slecht’. Vervolgens is gekeken welke invloed de Omgevingsvisie heeft op de huidige situatie of autonome ontwikkeling. Daarbij is aangegeven of er een ‘positieve invloed’ is, ‘geen of beperkte invloed’ of een ‘negatieve invloed’. De beoordeling van de milieu- en omgevingseffecten is vooral kwalitatief van aard gegeven het abstractieniveau van de speerpunten, acties en visiekaart. Daarnaast is in beeld gebracht of door de Omgevingsvisie gestelde doelen (voorkomend uit de speerpunten) worden bereikt, en of de speerpunten kansen geven voor synergie, of juist tegenstrijdigheden. De conclusie in het MER is dat de Omgevingsvisie beperkte invloed heeft op verschillende milieu- en omgevingsindicatoren en in beperkte mate bijdraagt aan het doelbereik. Bijvoorbeeld omdat concreet beleid of acties ontbreken of omdat het kwaliteitsniveau vooral wordt bepaald door andere partijen (zoals waterschap, particulieren of woningcorporaties).
Het MER besteedt veel aandacht aan het speerpunt woningbouw (‘het inspelen op de groeiende behoefte aan woningen en passend bij de sterke kernen’). Het MER laat zien dat naar verwachting door de Omgevingsvisie positieve effecten optreden, zoals het vestigingsklimaat voor bedrijventerreinen en werklocaties, gezondheidsbevordering, cultuurhistorische waarden en aandeel duurzame energie. Negatieve effecten zijn er voor de Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland (NNN), overstromingsrisico’s en landschappelijke waarden. Er zijn in het MER geen alternatieven en/of varianten voor de keuzes in de Omgevingsvisie onderzocht.
Wat is het advies van de Commissie? Het MER is methodisch helder en consequent van opzet. Het geeft op een begrijpelijke manier weer wat te verwachten effecten zijn de Omgevingsvisie en de mate waarin doelen worden bereikt. De veelal kwalitatieve beoordeling in het MER volgt uit het abstractieniveau
1
De autonome ontwikkeling omvat alle ontwikkelingen en activiteiten die met zekerheid zullen plaatsvinden, ook al gaat de voorgenomen activiteit niet door.
-1-
van de speerpunten, acties en de visiekaart. Dit komt ook omdat de visiekaart wel een aantal acties weergeeft, maar het niet concreet is waar de acties (ruimtelijk) gaan plaatsvinden. De Commissie signaleert bij de toetsing van het MER wel nog een aantal tekortkomingen in de milieu-informatie. Zij acht deze informatie essentieel voor het volwaardig meewegen van het milieubelang bij de besluitvorming over de Omgevingsvisie. Er zijn geen alternatieven en/of varianten onderzocht in het MER, terwijl duidelijk is dat de visie op onderdelen tot negatieve effecten zal leiden. Ook worden diverse doelen niet bereikt. Wel zijn er enkele maatregelen onderzocht om negatieve effecten te verminderen, maar deze zijn niet voldoende uitgewerkt waardoor niet duidelijk is in hoeverre door deze maatregelen negatieve effecten zijn te voorkomen of te verminderen. Ook mist de Commissie in het MER nog andere maatregelen die van invloed kunnen zijn op het milieu en het doelbereik. Daarmee ontbreekt belangrijke milieu-informatie in de besluitvorming. De Commissie adviseert om in een aanvulling op het MER maatregelen te onderzoeken die negatieve milieugevolgen voorkomen of verminderen (zie paragraaf 2.1). Daarnaast vraagt de Commissie om een aanpassing/aanvulling van de volgende milieuinformatie (zie paragraaf 2.2): •
Natuur: de huidige situatie en de autonome ontwikkeling voor het Natuurnetwerk Nederland en biodiversiteit buiten NNN zijn nog niet goed in beeld gebracht.
•
Energietransitie: De Regionale Energiestrategie-opgave (RES) voor het realiseren van duurzame energie in de gemeente Schagen heeft omgevingseffecten. In het MER komt dit niet aan bod en ontbreekt informatie over de manier waarop de milieugevolgen van de energietransitie en de Omgevingsvisie bij elkaar gebracht worden.
De Commissie adviseert de bovenstaande informatie in een aanvulling op het MER op te nemen, en dan pas een besluit te nemen over de Omgevingsvisie. In hoofdstuk 2 licht de Commissie haar oordeel toe en geeft ze ook aandachtspunten voor het vervolgtraject.
-2-
Figuur 1: Visiekaart Omgevingsvisie Schagen (bron: MER) Achtergrond De Omgevingsvisie beschrijft het integrale beleid van de gemeente met betrekking tot de fysieke leefomgeving voor de lange termijn tot 2040. Omdat de Omgevingsvisie kaders stelt voor projecten waarvoor een MER nodig is of kan zijn, zoals de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject (Categorie D11.2), is het wettelijk verplicht om een plan-MER op te stellen. Een MER is ook nodig omdat significante negatieve effecten op Natura 2000-gebieden niet met zekerheid zijn uitgesloten. Op 26 juli 2021 heeft er een digitaal startgesprek plaatsgevonden tussen de Commissie en de gemeente Schagen. De gemeente Schagen heeft een toelichting gegeven op de Omgevingsvisie en het MER. Rol van de Commissie De Commissie is onafhankelijk, bij wet ingesteld en adviseert over de inhoud en de kwaliteit van het MER. Zij stelt voor ieder project een werkgroep samen van onafhankelijke deskundigen. Ze schrijft geen milieueffectrapporten, dat doet de initiatiefnemer. Het bevoegd gezag – in dit geval de gemeenteraad van Schagen - besluit over de Omgevingsvisie. De samenstelling en de werkwijze van de werkgroep van de Commissie en verdere projectgegevens staan in bijlage 1 van dit advies. U vindt de projectstukken die bij het advies zijn gebruikt door nummer 3576 op www.commissiemer.nl in te vullen in het zoekvak.
-3-
Toelichting op het advies In dit hoofdstuk licht de Commissie haar oordeel toe en geeft zij adviezen voor de op te stellen aanvulling. Deze adviezen zijn opgenomen in een tekstkader. Naar het oordeel van de Commissie is het uitvoeren ervan essentieel om het milieubelang volwaardig mee te wegen bij de besluitvorming over de Omgevingsvisie. In de tekst is ook een aantal aanbevelingen gedaan. Deze zijn bedoeld om de kwaliteit van de besluitvorming, nu en in de toekomst, te verbeteren.
Ontbreken alternatieven, varianten en uitwerking mitigerende maatregelen Het MER laat zien dat er op onderdelen negatieve invloed van de Omgevingsvisie te verwachten is, en vastgestelde doelen niet worden bereikt. Voorbeelden zijn de mogelijkheden voor nieuwvestiging of uitbreiding van bedrijven, en het bouwen van woningen in het buitengebied. Dit kan (aanzienlijke) negatieve effecten hebben op Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland, landschappelijke waarden en tot wateroverlast leiden. Ook laat het MER zien dat de Omgevingsvisie niet of beperkt bijdraagt aan het behalen van de doelen. De Commissie merkt op dat in het MER staat dat de gemeente voor het bereiken van de doelen veelal afhankelijk is van andere (overheid)partners, zoals het waterschap, woningcorporaties, private ontwikkelaars en particulieren. Dit neemt niet weg dat de (maximale) bijdrage van de gemeente zelf duidelijker te maken is. Bijvoorbeeld door aanvullende maatregelen te nemen, beleid aan te passen of de regierol te pakken. In het MER zijn geen alternatieven en/of varianten onderzocht. Het bevoegd gezag heeft tijdens het startgesprek aangegeven dat de Omgevingsvisie tot stand is gekomen door een iteratief en politiek/bestuurlijk proces waarbij in een vroeg stadium de inwoners van Schagen zijn betrokken. Dat verdient waardering.
Echter, het niet onderzoeken van alternatieven en/of varianten heeft wel de nodige nadelen. Met alternatieven en/of varianten onderzoek je of gestelde doelen/ambities gehaald kunnen worden en of er mogelijkheden zijn om negatieve effecten op het milieu te voorkomen of te verminderen. Deze informatie helpt bij de besluitvorming over de inhoud van de Omgevingsvisie. Er zijn in het MER wel -op een zeer globaal niveau- een aantal mitigerende maatregelen opgenoemd (zoals randvoorwaarden voor uitbreidingen of nieuwvestiging van bedrijven), maar er is geen concrete invulling gegeven aan deze randvoorwaarden en aangegeven wat daarvan de gevolgen zijn. Hiermee ontbreekt belangrijke informatie over mogelijkheden om negatieve effecten op het milieu- en de leefomgeving te beperken.
-4-
De Commissie adviseert in een aanvulling op het MER, voorafgaand aan de besluitvorming, maatregelen te onderzoeken waarmee negatieve effecten op het milieu- en de leefomgeving worden voorkomen of beperkt. Werk deze maatregelen concreet uit en laat zien wat het effect hiervan is. Naast de al genoemde maatregelen zoals het stellen van randvoorwaarden voor uitbreidingen of nieuw vestiging van bedrijven adviseert de Commissie in ieder geval de volgende maatregelen te onderzoeken: •
Het gasloos maken van bestaande woningen, bijvoorbeeld in de omgeving van Natura 2000-gebieden om de stikstofdepositie op stikstofgevoelige natuur te verminderen;
•
Bij het bouwen van woningen en bedrijven open ruimtes en/of ecologische waardevolle gebieden te ontzien om zo negatieve effecten op het landschap en/of natuur te verminderen.
Overige onderdelen 2.2.1
Natuur Natura 2000-gebieden In het MER wordt de huidige situatie en autonome ontwikkeling van de Natura 2000gebieden in en rondom de gemeente Schagen goed beschreven. Dit is gedaan aan de hand van beschikbare en openbare informatie. Er is een Passende beoordeling opgesteld waarin is beoordeeld of significante negatieve gevolgen op deze gebieden kunnen worden uitgesloten. Het detailniveau van de Passende Beoordeling past bij de abstractie van de Omgevingsvisie. De Commissie heeft nog wel de volgende aanbevelingen voor de actualisatie van het milieuonderzoek bij een toekomstige herziening van de Omgevingsvisie2: •
In de analyse van het MER wordt duidelijk aangegeven dat de beschreven Natura 2000gebieden stikstofgevoelig zijn en momenteel zijn overbelast met stikstofneerslag. Gesteld wordt dat bij concrete ontwikkelingen gekeken dient te worden naar de stikstofdepositie. Er is in dit MER geen overzicht opgesteld van de stikstofemissies in de gemeente, afkomstig van industrie, huishoudens, verkeer en landbouw in Schagen en van mogelijke maatregelen om deze stikstofemissies te reduceren. De Commissie beveelt aan om bij een toekomstige actualisatie van het milieuonderzoek daar nader aandacht aan te besteden, aangezien het verminderen van stikstofemissies bijdraagt aan de kwaliteit van deze natuurgebieden en ruimte creëert voor ontwikkelingen.
•
In de Passende beoordeling wordt verstoring genoemd als wezenlijk aandachtspunt voor een aantal ontwikkelingen. Zo wordt geconstateerd dat, om significante negatieve effecten te voorkomen, er zorgvuldige locatie- en inrichtingskeuzen en mogelijke aanvullende mitigerende maatregelen noodzakelijk zijn. Deze kanttekening komt in het MER echter onvoldoende naar voren. De Commissie is het eens met de constatering in de Passende beoordeling en beveelt aan bij verdere uitwerking hier voldoende aandacht aan te geven.
NatuurNetwerk Nederland (NNN) Bij de effectbeschrijving op het NNN zijn enkele gebieden (met name K5 ‘Uitlandse polder en Zandpolder’ en K6 ‘Nollen, Kooibosch, Luttickduin’) en de ecologische verbindingszones niet
2
In het startgesprek is toegelicht dat de Omgevingsvisie periodiek wordt geactualiseerd, op basis van de monitoring van de speerpunten.
-5-
meegenomen in de effectbeoordeling en ontbreken ze op de kaarten3. De gebieden K5 en K6 overlappen wel deels met het Natura 2000-gebied, maar liggen er ook (groten)deels buiten. Bij de beschrijving van huidige situatie van de NNN-gebieden is in het MER enkel ingegaan op weidevogelgebieden, en lijken andere beheertypen c.q. kernkwaliteiten (‘wezenlijke kenmerken en waarden’) van het NNN buiten beschouwing gehouden. De huidige situatie en autonome ontwikkeling lijken bovendien te zijn beschreven en beoordeeld op basis van landelijke gegevens/trends, en niet op basis van lokale gegevens die een adequaat beeld geven van de kwaliteit van de weidevogelgebieden. De beoordeling van huidige situatie en autonome ontwikkeling (als 'redelijk’) sluit bovendien niet aan bij de wel genoemde gegevens en trends die laten zien dat er de afgelopen tien jaar een sterke afname is van weidevogelpopulaties. Door deze beperkingen wordt er geen bruikbaar beeld gegeven van de kwaliteit van NNN-gebieden in de gemeente Schagen. Dit levert tevens een risico op bij de monitoring en een toekomstige herziening van de Omgevingsvisie, aangezien er geen goede, adequate beschrijving is van de huidige situatie.
De Commissie adviseert in een aanvulling op het MER, voorafgaand aan de besluitvorming, de beschrijving van de huidige situatie en de autonome ontwikkeling met betrekking tot het NNN buiten Natura 2000-gebieden aan te passen door: •
hierin alle relevante NNN-gebieden te betrekken;
•
in te gaan op de wezenlijke kenmerken en waarden van alle relevante natuurbeheertypen. Maak bij de beschrijving van effecten gebruik van lokale of regionale gegevens over huidige situatie van en trends in deze wezenlijke kenmerken en waarden. Bijvoorbeeld door gebruik van gegevens uit de Nationale Databank Flora en Fauna.4
Biodiversiteit buiten NNN Bij de uitwerking van biodiversiteit buiten het NNN wordt gebruik gemaakt landelijk bepaalde scores voor 'ecologisch kapitaal' uit de Nationale Monitor Duurzame Gemeenten 2018 van Telos. De Commissie spreekt haar waardering uit dat de gemeente ‘biodiversiteit buiten NNN’ in het beoordelingskader heeft opgenomen. Echter, uit onderliggende rapportages van deze monitor blijkt dat de gebruikte subcriteria de score voor ‘ecologisch kapitaal' niet of nauwelijks representatief is voor de biodiversiteit in de gemeente Schagen. In de score van ‘ecologisch kapitaal’ wordt ook naar onderdelen gekeken die geen relatie hebben met de biodiversiteit5. Ook hebben gebruikte data geen betrekking op gebieden buiten Natura 2000 en het NNN maar op de hele gemeente Schagen. Hierdoor wordt geen gebiedsspecifiek en bruikbaar beeld gegeven van de huidige situatie en de autonome ontwikkeling van de biodiversiteit buiten NNN-gebieden in de gemeente Schagen. De beoordeling van effecten van de Omgevingsvisie op biodiversiteit buiten NNN (‘neutraal’) is naar het oordeel van de Commissie mogelijk te optimistisch. Een belangrijke oorzaak van verlies van biodiversiteit is intensivering van het grondgebruik, met name in het landelijk gebied.
Door ontwikkelingen mogelijk te maken in het buitengebied wordt dit proces verder voortgezet zodat verder biodiversiteitsverlies te verwachten is. Zonder nadere gebiedsspecifieke, ecologische onderbouwing of onderzoek kan niet worden aangenomen dat
3
Figuur 2.2 bijlage 1 van het MER.
4
https://www.ndff.nl/
5
Naast 'natuur en landschap' zijn dit bodem, water, lucht, hinder en calamiteiten, energie, en afval en grondstoffen. Tevens bevat het subcriterium 'natuur en landschap' enkele parameters die geen betrekking hebben op biodiversiteit, zoals 'afstand tot openbaar groen'.
-6-
door het toevoegen van bijvoorbeeld extra groen in de vorm van bos aan de rand van kernen, kruidenrijke akkerranden en dergelijke deze trend wordt gekeerd. Daarnaast zal door de huidig gekozen indicator van ‘ecologisch kapitaal’ bij periodieke monitoring bovendien niet of onvoldoende blijken hoe de biodiversiteit buiten NNN zich daadwerkelijk ontwikkelt, waardoor niet tijdig kan worden ingegrepen als er een verslechtering optreedt van de biodiversiteit. De Commissie adviseert in een aanvulling op het MER, voorafgaand aan de besluitvorming, de beoordeling van biodiversiteit buiten NNN te baseren op meer representatieve en onderscheidende indicatoren. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van actuele lokale en regionale gegevens over voorkomen van Rode lijstsoorten en totaal aantal soorten per soortgroep (per ruimtelijke eenheid) zoals deze onder andere via NDFF beschikbaar zijn.
2.2.2
Energietransitie In de Omgevingsvisie 2040 is aangegeven dat de gemeente CO2-neutraal wil zijn in 2050, zelf het goede voorbeeld wil geven en duurzame plannen ondersteund worden van bewoners en ondernemers. Er zijn een aantal acties opgesteld zoals het voortzetten van het zonneparken beleid en het maken van afspraken met partners over het duurzaam maken van woningen. In het MER is er beoordeeld op twee indicatoren, namelijk aandeel duurzame
energie en energiebesparing. Geconcludeerd is dat de Omgevingsvisie positief bijdraagt aan het aandeel duurzame energie maar niet of nauwelijks invloed heeft op de energiebesparing. Het MER laat zien dat de Omgevingsvisie niet leidt tot het (volledig) behalen van het doel om in 2050 CO2-neutraal te willen zijn.
Opwekking duurzame energie In de Omgevingsvisie is aangegeven dat de keuzes van de opwekking van duurzame energie niet in de Omgevingsvisie zal worden beschouwd, maar in de Regionale Energiestrategie Noord-Holland Noord (RES)6. De Omgevingsvisie neemt ‘de inhoud van de RES over nadat de gemeenteraad er over gesproken heeft’, wat impliceert dat de zoekgebieden voor opwekking van energie door zon en wind pas in een later stadium worden vastgelegd en dus nog niet in de voorliggende Omgevingsvisie. In het MER zijn daardoor de omgevingseffecten van de RES niet beschouwd (opwekking van duurzame energie), bijvoorbeeld op de natuur, het landschap of de leefomgeving. In het MER en de Omgevingsvisie is niet duidelijk aangegeven hoe de milieueffecten van de RES voor de gemeente Schagen zijn of worden onderzocht en hoe in de integrale Omgevingsvisie dit bij elkaar wordt gebracht. De RES kan namelijk van invloed zijn op de keuzes die nu worden gemaakt in de Omgevingsvisie en andersom, bijvoorbeeld als windenergie of zonne-energie wordt gerealiseerd in de nabijheid van een uitbreidingslocatie voor woningen of van (kwetsbare) natuur.
De Commissie adviseert in een aanvulling op het MER, voorafgaand aan de besluitvorming, inzichtelijk te maken wat de omgevingseffecten zijn van de RES 1.0, of aan te geven op welke wijze in de toekomst de milieugevolgen van de inhoud van de RES en de Omgevingsvisie bij elkaar gebracht worden.
6
De opgehaalde inbreng uit het proces uit de Omgevingsvisie over energie is meegegeven aan de maker van de RES.
-7-
2.2.3
Landschap De effecten van de Omgevingsvisie op het landschap en cultuurhistorie zijn beoordeeld op basis van de criteria landschappelijke waarden, cultuurhistorische waarden, archeologische waarden en aardkundige waarden. De uitwerking van beoordelingscriteria voor landschappelijke kwaliteit is voor de Commissie niet geheel helder en navolgbaar. Er mist een duidelijk beoordelingskader. Landschappelijke kenmerken die belangrijk worden gevonden in de effectbeoordeling (zoals openheid, weidsheid, zichtlijnen en ontginningspatronen 7) komen niet duidelijk terug in het beoordelingskader en cultuurhistorische waarden worden deels vermengd met landschappelijke. Dit levert een risico op bij de monitoring aangezien er geen duidelijk en consistent beoordelingskader is. De archeologische en aardkundige waarden zijn in het MER wel duidelijk gedefinieerd. De effectbeoordeling op deze onderwerpen is globaal en kwalitatief. De Commissie vindt dat ondanks de genoemde beperkingen in de beoordelingscriteria de effectbeoordelingen van landschappelijke kwaliteit goed en passend.
Zij beveelt wel aan om in een volgende (herziening van de) Omgevingsvisie een bijbehorende milieueffectrapportage een goed en helder onderscheid te maken tussen landschappelijke waarden en cultuurhistorische waarden, en het beoordelingskader voor landschappelijke waarden in lijn te brengen met de landschappelijke kenmerken die belangrijk worden gevonden.
2.2.4
Klimaatadaptatie In het MER is een goed beoordelingskader opgesteld voor klimaatadaptatie. Zo zijn wateroverlast, hittestress, droogte en overstroming in beeld gebracht voor de huidige situatie, de autonome ontwikkeling en de invloed die de Omgevingsvisie hier op heeft. De Commissie merkt op dat dit beoordelingskader voor een aantal onderdelen vervolgens niet consistent wordt uitgewerkt. Ook is niet duidelijk welke schaal wordt gehanteerd. Enkele voorbeelden: •
Wateroverlast: de beoordelingsparameter is de hoeveelheid regenwater die kan worden vastgehouden en kan worden verwerkt. Behalve de maatgevende bui waarop het riool in Schagen is ontworpen (20 mm/uur) komt deze parameter niet terug in de beoordeling. Bij hoeveel regenwater is het ‘redelijk’ en wanneer gaat de beoordeling naar ‘slecht’ of juist ‘goed’?
•
Hittestress: De beoordelingsparameter is het aantal gehinderden door hitte. Dit aantal komt echter niet terug in de beoordeling.
De Commissie vindt de gegeven effectbeoordelingen in het MER wel plausibel, maar beveelt aan de nulsituatie goed vast te leggen en het beoordelingskader voor klimaatadaptatie consequent toe te passen, zodat monitoring en toekomstige beoordeling van effecten op eenzelfde manier plaatsvindt.
7
Bladzijde 96 en 97 (bijlage 1) van het MER.
-8-
BIJLAGE 1: Projectgegevens toetsing Toetsing door de Commissie De Commissie bestaat uit een werkgroep van deskundigen. Deze werkgroep beoordeelt of het MER de benodigde milieu-informatie bevat en of deze juist is. Als er informatie ontbreekt of onjuist is, beoordeelt de Commissie of zij die essentieel vindt. Dat is het geval als aanvullende informatie in haar ogen kan leiden tot andere afwegingen. Dan adviseert de Commissie de ontbrekende of gecorrigeerde informatie alsnog beschikbaar te stellen, voordat het besluit wordt genomen. Meer informatie over de Commissie en over haar werkwijze vindt u op onze website. Samenstelling van de werkgroep Bij dit project bestaat de werkgroep uit: ir. Annemie Burger (voorzitter) Tom Ludwig MA. (secretaris) drs. Gwen van der Schee drs. Kees Vertegaal Besluit waarvoor dit milieueffectrapport is opgesteld Omgevingsvisie. Waarom wordt hiervoor een milieueffectrapport opgesteld? Voor activiteiten die grote milieugevolgen kunnen hebben, kan in Nederland een MER vereist zijn. De bijlagen C en D bij het Besluit milieueffectrapportage geven aan om welke activiteiten het gaat. Voor deze procedure gaat het in ieder geval om de activiteit D11.2, “de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject. Een MER is ook nodig omdat effecten op Natura 2000-gebieden optreden die in een Passende beoordeling moeten worden beschreven.
Daarom is een plan-MER opgesteld. Bevoegd gezag besluit Gemeenteraad van Schagen. Initiatiefnemer besluit College van burgemeester en wethouders van de gemeente Schagen. Heeft de Commissie ook zienswijzen en adviezen bij haar advies betrokken? Het bevoegd gezag heeft de Commissie niet in de gelegenheid gesteld om zienswijzen en adviezen bij haar advies te betrekken. Waar vind ik de stukken die de Commissie heeft beoordeeld? U vindt de projectstukken die bij het advies zijn gebruikt, door op www.commissiemer.nl projectnummer 3576 in te vullen in het zoekvak.