24 09 15 Brief zorgplicht erfgoed nieuwbouwlocatie Noorderlicht (218191) (geanonimiseerd)
Tekst van het document
Archeologische Werkgroep Kop van Noord-Holland Nieuwere, (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) nn EN an (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
(geanonimiseerd)
(geanonimiseerd)
Aan: raad en college Gemeente Schagen iaa. (geanonimiseerd) Provincie Noord-Holland Gedeputeerde GE, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed
Betreft: Gemeente
Schagen negeert zorgplicht erfgoed nieuwbouwlocatie Noorderlicht
Schagen, 23 augustus 2024
Geachte
geadresseerden,
Bijna negen
maanden
geleden hebben wij de gemeente Schagen, middels een brief en een rapportage gewezen op belangrijke archeologische vondsten in het plangebied ‘Noorderlicht’ te Warmenhuizen. Tot nu toe hebben we daar geen enkele reactie op gehad. Daarom zijn wij zelf op zoek gegaan naar de gang van zaken betreffende dat gebied tot nog toe en komen tot de conclusie dat de gemeente Schagen hierin wat opmerkelijke stappen heeft gezet. Omdat het beoogde uitbreidingsplan nog in statu nascendi was, waren er nog maar een paar stappen gezet in het totale proces om te komen
bestemmingsplan voor de nieuwe wijk. Eén daarvan was een reeds naar de archeologische waarden van het uitgevoerd gebied. Kort gezegd was de uitkomst daarvan dat er vervolgonderzoek werd geadviseerd. Inmiddels had de gemeente op zich genomen te zorgen voor onderdak voor gevluchte Oekraïners en bedacht dat zulks in Noorderlicht kon gebeuren. Omdat met de realisatie van de 45 woningen haast was geboden om daardoor de financiële bijdrage van het Rijk te veilig stellen, gooide het geadviseerde archeologische vervolgonderzoek roet in het eten. De gemeente besloot derhalve een tweede partij (hun eigen adviseur) te vragen een nieuw rapport te schrijven. De uitkomst van deze rapportage laat zich raden: er hoeft voor het plaatsen van de (tijdelijke) woningen geen onderzoek plaats te vinden! Intussen zijn de tijdelijke woningen ‘gewone’ diepgefundeerde huizen geworden, wordt gewerkt aan nog eens 62 woningen, is er voldaan aan de norm van het Waterschap wat betreft waterberging, zijn er honderden meters weg aangelegd evenals een diep-riool en als fraaie afbakening van de oostgrens van het gebied een sloot met een oppervlak van 2200 vierkante meter. Dit allemaal zonder enige vorm van archeologisch onderzoek. Hiermee zit de gemeente zeer ver over de verstoringsnorm heen waar het tweede onderzoek nog rekening mee hield. Door het (illegaal) uitvoeren van al deze tot een
nieuw
onderzoek
mát de veranderdedat uitgangspunten rekenen haar
werkzaamheden zonder rekening te houden archeologie, is de gemeente ernstig in gebreke
gebleven en
we
voor aan.
illegale graafwerkzaamheden woningbouwplannen de gehele archeologische waarde van het gebied zoals dat door de Archeologische Werkgroep werd geconstateerd, verloren? Nee, want het terreindeel
Gaat met de
en
waarin zich het grootste bij als twee jaar geleden
de komende verstorende
gedeelte met grondsporen en
vondsten bevindt, ligt er nog net wordt door niets anders bedreigd dan door de aanplant van en
zo
geplande groenstrook. Dit betekent dat belangrijke informatie nog steeds beschikbaar is. Acteert de gemeente adequaat op onze oproep om in ieder geval hier onderzoek in te stellen? Ook hier volgt een negatief antwoord: volkomen radiostilte.
een
Wij roepen de gemeente Schagen nogmaals dringend op om haar wettelijk geregelde zorgplicht vanuit de Erfgoedwet en Omgevingswet op zeer korte termijn vorm te geven de normen houden.
en
Namens
de
van
fatsoen in acht
Werkgroep Kop
van
te nemen
en
betrokkenen op de
Noord-Holland
(geanonimiseerd)
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
(geanonimiseerd)
Bijlagen:
Brief AWKN-H
Rapportage
d.d. 4 januari 2024 aan College en Raad onderzoek door AWKN-H d.d. september 2023
hoogte te stellen en te
Archeologische Werkgroep Kop ‘Nieuwe Nes’,
College
Aan het
In afschrift Laan
aan
van
B&W
van
van
Noord-Holland
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
Schagen
de Raad
19, 1741 EA Schagen
Schagen,
5 januari 2024
Geacht
en
College
AFSCHRIFT
Raad,
Archeologische Werkgroep Kop van Noord-Holland, wil ik uiting geven aan onze grote bezorgdheid betreffende de wijze waarop de Gemeente Schagen uitvoering geeft aan zijn zorgtaak voor het erfgoed in het plan “Noorderlicht” te Warmenhuizen. Namens
de
Door de
nieuwsgierigheid van de leden van de werkgroep werd duidelijk dat er, ondanks een negatief besluit van het bevoegd gezag, toch sprake was van aanwezige archeologisch belangrijke zaken in het plangebied. Deze betreffen een aanwezige prehistorische geul waarin door mensen bewerkt hout uit het Neolithicum werd geborgen en een drietal nederzettingen uit de negende eeuw. Deze kwamen tevoorschijn bij de aanleg van een zeer brede watergang die de oostzijde van het plangebied scheidt van het nog als agrarisch functionerend gebied. Juist door het
volledig ontbreken van vondsten uit de elfde en twaalfde eeuw, onderscheiden zich deze voormalige woonplaatsen van de andere in onze gemeenten die meestal organisch uitgegroeid zijn tot terpen. Uit wetenschappelijk oogpunt is het buitengewoon interessant te weten te komen waarom deze nederzettingsterreinen die ontwikkeling niet hebben doorgemaakt. Ook de uitzonderlijk grote aanwezigheid van uit Duitsland ingevoerd aardewerk werpt vragen op over de aard van deze huisplaatsen. Bij waarnemingen door onze werkgroep is gebleken dat, ondanks het feit dat vrijwel alle veen waarop deze drie woonplaatsen waren gelegen verdwenen is, er in de grondlaag daaronder nog vele sporen bewaard zijn gebleven. In een strook die was uitgegraven voor een ontsluitingsweg, werden twee kuilen blootgelegd vol archeologisch materiaal, waarbij in een geval de functie van waterput kon worden aangetoond. Deze van houten vlechtwerk gebouwde put wijst op de onmiddellijke aanwezigheid van behuizing.
Wij hebben verslag gedaan aan de adviseur van de gemeente Schagen, maar krijgen de indruk dat ondanks de urgentie, geen uitvoering wordt gegeven aan een verkennend of aanvullend onderzoek. De strook west van de nieuw gegraven sloot staat in de zodat er ook alle gelegenheid bestaat om onderzoek te
de infrastructurele werken daar hinder van argument dat het planten van hebben.
bestemming als groenstrook aangegeven, doen, zonder dat de lopende uitvoering van
ondervinden. We zijn nu alleen nog beducht voor het bomen en struiken al in de planning zit en zogenaamd geen uitstel kan zou
bij de uitvoering van de werkzaamheden, ondanks het negatieve selectiebesluit toch archeologische zaken van belang zijn aangetroffen, hebben wij het bevoegd gezag hiervan, middels haar adviseur, onmiddellijk op de hoogte gesteld. Als deze eis die door de wet gesteld wordt, niet Omdat
dat ook graag, dan zullen zinsneden voortaan weg te laten uit de KNA-voorschriften. meer
dan een wassen
neus
is, vernemen
we
we
de minister adviseren deze
Als bijlage
bij deze brief stuur ik het door ons opgestelde verslag dat wij overigens op verzoek van het u adviserende bedrijf hebben opgesteld en uiteraard met hun hebben gedeeld.
Wij hopen dat u op korte termijn veel, of liever alle bezorgdheden van ons kunt wegnemen.
Namens de
Archeologische Werkgroep Kop van Noord-Holland,
(geanonimiseerd) veldwerkcoördinator |
Verslag van de veldwaarnemingen
en
interpretatie Warmenhuizen Noorderlicht
Archeologische Werkgroep Kop van Noord-Holland, september 2023
Inleiding
1.0
Het betreft een terreingedeelte tussen de Dergmeerweg en de zuidelijke bebouwing van Tuitjenhorn. Hier moesten versneld woningen worden gebouwd voor de opvang van Oekraïense vluchtelingen. Voor het
bepalen of eventuele archeologische sporen in het veld aanwezig konden zijn, werd door (geanonimiseerd)een QuickScan uitgevoerd*. Omdat het west van dit terreingedeelte liggende gebied redelijk uitgebreid was verkend, is op basis daarvan aangenomen dat ook dit gedeelte geen sporen (meer) zou bevatten. werkgroep Ml (geanonimiseerd) | die vlak bij het terrein woont, werden aan het oppervlak scherven verzameld die alle in de Karolingische periode konden worden geplaatst. Bij veldbezoek door de gehele werkgroep werd geconstateerd dat bij het graven van een wegcunet aan de oostzijde van het veld, veel nederzettingsafval op de stort terecht was gekomen. Omdat in het laatste stukje van dat wegcunet nog geen zand was gestort, werd daar het inmiddels gegroeide onkruid verwijderd en kwamen de contouren van een kuil tevoorschijn waar bovenop een woonlaag als nazak nog aanwezig was. De kuil zelf bestond uit deels natuurlijk gegroeid veen met wat botten en scherven her en der verspreid als vulling. Onderin konden enkele stukjes hout worden geborgen. Door het
Afb. 1
Aan het eind
van
het wegcunet werd
een
grote met
veen
gevulde kuil aangetroffen en
onderzocht.
*
Soonius 2022 nd
2.0
De nieuwe
watergang
Tijdens het uitgraven van dit spoor werd op het naastliggende oostelijke perceel begonnen met het graven van een brede watergang. Hierin tekenden zich sporen af die samen met gevonden scherfmateriaal ook in de Karolingische periode te plaatsen waren. Met name enkele smalle met veraard veen gevulde slootjes waren te duiden als huissloten en wezen de plek aan van waarschijnlijk twee woonplaatsen.
Afb.
2
Met veraard veen
gevulde huissloten van een de noordelijke huisplaatsen.
lagen honderd meter noordelijk van de uitgegraven kuil. Alle verzamelde archeologisch materiaal stamde uit de Karolingische periode, zonder enige verontreiniging uit eerdere of latere perioden. In het profiel van de nieuwe sloot kon al wel worden vastgesteld dat op diverse plaatsen de oorspronkelijke woonlaag al in de bouwvoor was opgenomen. De bouwvoor bestaat uit humeuze, licht siltige klei en dateert uit de Late Middeleeuwen (Walcheren laagpakket). De restanten van de woonlaag bevatten opmerkelijk veel verbrande klei. Deze
Afb. 3 Uitgegraven stuk van de woonlaag met opvallende veel gebakken klei
Bij het aanleggen
rioleringsbuizen in het eerdergenoemde wegcunet tot bijna drie meter diepte, werd een van de huissloten opnieuw aangesneden en werd de uitgeworpen grond op materiaal onderzocht (Zutt en Sijtsma) hierbij kwam een vrijwel compleet potje van het model Willa tevoorschijn. Dit mag voor Noord-Holland een unicum worden genoemd. van
Afb. 4
Nu nog in scherven,
3.0
Overdonderend veel importaardewerk
ligt het kookpotje
W Ill a klaar
om
gelijmd te worden
opvalt in de inmiddels verzamelde archeologica, is de suprematie van het uit Duitsland geïmporteerde aardewerk ten opzichte van de lokaal vervaardigde kogelpot keramiek. Mijn inschatting van de verhouding is 90% tegenover 10%. Dit is een voor west Nederland zeer uitzonderlijke situatie die het verdient verder onderzocht te worden. Het ruime gebruik van het duurdere import aardewerk wordt meestal gekoppeld aan (grote) welstand van de bewoners. Wat
Waarom nu
de bewoners hier een grotere welstand bezaten dan elders in de provincie, is een vraag die beantwoord omdat er nauwelijks tot geen onderzoek is gedaan naar
nog niet kan worden
vroegmiddeleeuwse nederzettingen in het Hollandse veengebied. Warmenhuizen is een van de plekken waar al in de Merovingische periode werd gewoond. De vondst, enkele jaren geleden? van een fragment pseudo Argonne sigillata, geeft aan dat de bewoning hier mogelijk al rond 550 ?
Jaarverslag Archeologische Werkgroep
over
1999
TT
3
begonnen
kunnen zijn, aangezien inheems aardewerk uit de Romeinse Tijd hier vrijwel ontbreekt. Ter verduidelijking: Argonne kan voorkomen in de vierde eeuw, dan nog in Laat Romeinse context, zou
ook nog na 450 wanneer de Vroege Middeleeuwen nog toe geen Laat-Romeinse bewoning aanwijsbaar in de maar
4.0
De
een
aanvang
vijfde
nemen.
In Noord-Holland is tot
eeuw.
positie van de vindplaats ten opzichte van de restanten van de oude verkaveling
gebied van Warmenhuizen/Tuitjenhorn is de verkaveling West-Oost gericht, hetgeen betekent dat de aanwezige bewoningsassen en hoofdwaterlopen daar haaks op gestaan zullen hebben. Op de oudste Kadasterkaarten van rond 1820 liggen in het onderzoeksgebied drie aangrenzende brede stroken grond met westelijk daarvan een breed Noord-Zuid lopend water. Grote delen van het omringende gebied hebben een verstoord verkavelingspatroon, veroorzaakt door maaivelddaling (oxidatie van het aanwezige veenpakket) en/of overstroming. Dit geld vooral meer naar het (Zuid)Westen waar vanuit de vroegmiddeleeuwse nederzettingen vele terpen zijn ontstaan. De invloed vanuit het Rekere/Zijpe estuarium wordt daar vooral gekenmerkt door de afzetting van pikklei, terwijl daar in het onderzoeksgebied geen sprake van is. De redenen voor het verlaten van de gevonden nederzettingsterreinen, mogelijk in de tiende eeuw, zijn vooralsnog onduidelijk, maar zullen waarschijnlijk te wijten zijn aan verzilting van het veendek door overstroming vanuit het Rekere/Zijpe bekken. De geologische kaarten voor deze periode zijn inmiddels aangepast en geven duidelijk aan dat ook in Warmenhuizen de zee niet ver weg was. Voor het gehele
Afb. 5
3
Reconstructie
Met dank
aan
landschappelijke situatie rond 800 n. Chr.”
(geanonimiseerd) N=:
Afb. 6 Globale reconstructie van het vroegmiddeleeuwse landschap met Oost-West lopende verkaveling. De gele strook met afwijkende inrichting geven de gemene gronden aan tussen de bannen van Warmenhuizen en Tuitjehorn. De twee rode stippen rechts op de foto geven de recente vindplaats aan. De overige rode stippen geven enkele van de nederzettingen/terpen aan die ontstaan zijn uit vroegmiddeleeuwse woonplaatsen. Luchtfoto is van 1944.
5.0
Prehistorische vondsten
Naast het ontdekken
Karolingische huissloten in de nieuw gegraven watergang, kwam ook een prehistorische kreek tevoorschijn, waaruit veel hout en veenbrokken konden worden geborgen. Tussen het vele, door waterwerking afgeronde hout, kwam een fragment tevoorschijn waarin vier halfronde ‘dellen’ zijn aangebracht. Het gaat hierbij om het liggende hout, waarmee, door middel van een boog vuur werd gemaakt. Dergelijke stukken hout zijn zeer zeldzaam en het enige vergelijkbare voorwerp bevindt zich in de collectie van museum Badhuenna in Heiloo. Dit stukje hout is door middel van de C14 methode gedateerd op een ouderdom van tienduizend jaar. Zo oud kan het Warmenhuizer houtje nauwelijks zijn, omdat de omgeving toen nog voornamelijk uit water bestond. Inmiddels is uit de geul ook een steentje gevonden dat mogelijk versiering toont. Nu nog een scherf van een gebruikte pot en dan weten we of en wanneer er hier prehistorische bewoning heeft plaatsgehad. Ook bij het aanleggen van het riool in het wegcunet werd de geul aangesneden en leverde wederom veel hout en veenbrokken op. Het houtje zal binnenkort naar Biax gaan voor datering en conservering.
Afb.7 veen
Rechts en
van
van
de subrecente sloot is de
fijn zand elkaar
veenbrokken.
de
afwisselden.
prehistorische
kreek te zien waarin
Het grovere materiaal onderin
laagjes detritus van
bevatte veel afgerond hout en
Afb. 8
Onderuit de prehistorische geul kwam veel hout, waaronder dit blok dat voor het maken
vuur is gebruikt.
Datering vooralsnog
onbekend.
van
6.0
Conclusie
en
aanbeveling
Vanwege de zeldzaamheid scoren zowel de Karolingische vindplaatsen en de prehistorische geul hoog. De conservering in de geul is uitstekend, maar het Karolingische niveau ligt dicht aan het oppervlak en zal bij verdere bebouwing en gebruik als woonwijk vrijwel zeker geheel verloren gaan. Omdat er in de komende tijd geen ingrijpende werkzaamheden verwacht worden, is NU waarschijnlijk het uitgelezen moment nader onderzoek in te stellen. De kapstokzin aan het eind van ieder bureauonderzoek luidt immers: ‘mocht tijdens de uitvoering van de werkzaamheden…. dient het bevoegd gezag daarvan onmiddellijk op de hoogte te worden gesteld’. De Archeologische Werkgroep Kop van Noord-Holland heeft melding gedaan van belangrijke vondsten en gaat ervanuit dat de gemeente
Schagen hierop acteert.