CConstaterende datSchagen
Koppel je AI →
Document · PDF

20221206 Bijlage Transformatorstation Sint Maartensweg vastgesteld Toelichting

Gemeenteraad 20 december 2022, gemeente SchagenBij agendapunt: Bestemmingsplan Transformatorstation Sint Maartensweg10.964 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Transformatorstation Sint Maartensweg Bestemmingsplan

Opdrachtgever

Liander N.V.

Gemeente Identificatienummer Versie Datum Opsteller Projectnummer

Schagen NL.IMRO.0441.BPTrafoSintMaarten-VA01 Vastgesteld 5 december 2022 R. Nijdam 1122

DNS Planvorming BV | Klaprozenweg 75 C | 1033 NN Amsterdam | info@dnsplanvorming.nl

Inhoudsopgave 1 1.1 1.2 1.3

Inleiding ......................................................................................................................... 1 Aanleiding ..................................................................................................................... 1 Leeswijzer ..................................................................................................................... 3 Begrippenlijst................................................................................................................. 3

2 2.1 2.2 2.3

Het plan ......................................................................................................................... 4 Ligging en bestaande situatie ....................................................................................... 4 Noodzaak en keuze van de locatie ............................................................................... 7 Toekomstige situatie ..................................................................................................... 8

3 3.1 3.2 3.3 3.4

Beleidskader ............................................................................................................... 10 Inleiding ....................................................................................................................... 10 Rijksbeleid ................................................................................................................... 10 Provinciaal beleid ........................................................................................................ 11 Gemeentelijk beleid .................................................................................................... 16

4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12

Omgevingsaspecten ................................................................................................... 19 Inleiding ....................................................................................................................... 19 Archeologie ................................................................................................................. 19 Bodemkwaliteit ............................................................................................................ 19 Water........................................................................................................................... 20 Natuur ......................................................................................................................... 21 Verkeer en parkeren ................................................................................................... 22 Bedrijven en Milieuzonering ........................................................................................ 22 Geluid .......................................................................................................................... 23 EM velden ...................................................................................................................

23 Luchtkwaliteit............................................................................................................... 24 Externe veiligheid ........................................................................................................ 24 Besluit milieueffectrapportage..................................................................................... 25

5 5.1 5.2

Toelichting op de regels .............................................................................................. 26 Algemeen .................................................................................................................... 26 Nadere toelichting op de regels .................................................................................. 26

6 6.1 6.2 6.3

Economische uitvoerbaarheid..................................................................................... 28 Financiële uitvoerbaarheid en exploitatieplan............................................................. 28 Planschade ................................................................................................................. 28 Conclusie .................................................................................................................... 28

7 7.1 7.2 7.3

Maatschappelijke uitvoerbaarheid .............................................................................. 29 Informeren omwonenden ............................................................................................ 29 Vooroverleg artikel 3.1.1. Bro ..................................................................................... 29 Zienswijzen ................................................................................................................. 29

Bijlagen bijlage 1 bijlage 2 bijlage 3 bijlage 4 bijlage 5 bijlage 6 bijlage 7

Memo locatiekeuze Presentatie aan de ARO mei 2022 Archeologisch onderzoek Verkennend bodemonderzoek Watertoets Quickscan ecologie Nota Zienswijzen

Bestemmingsplan Transformatorstation Sint Maartensweg, Vastgesteld

1

Inleiding

1.1

Aanleiding

Liander is verantwoordelijk voor het aanleggen, onderhouden en beheren van gas- en elektriciteitsnetten in (delen van) de provincies Gelderland, Flevoland, Noord-Holland, Zuid-Holland, Utrecht en Friesland. Binnen dit verzorgingsgebied transporteert Liander elektriciteit naar ruim drie miljoen huishoudens, bedrijven en instellingen. Liander werkt iedere dag aan een energievoorziening die iedereen onder gelijke condities toegang geeft tot betrouwbare, betaalbare en duurzame energie. Om dat voor elkaar te krijgen, is het belangrijk om de veiligheid, kwaliteit en capaciteit van de netten hoog op orde te houden. De netinfrastructuur moet nu en in de toekomst aan de capaciteitsbehoefte van de klanten voldoen. In de regio van Schagen is sprake van een capaciteitsknelpunt in het elektriciteitsnet. Enerzijds komt dit voort uit een toenemende vraag naar elektriciteit en anderzijds uit toenemende teruglevering van elektriciteit op het net door duurzame energieopwekking. Het is daarom noodzakelijk om in de regio de capaciteit van het elektriciteitsnet te vergroten. In dat kader is Liander van plan om aan de Sint Maartensweg tussen Sint Maartensbrug en Sint Maarten een nieuw transformatorstation te realiseren (zie afbeelding 1 voor de ligging). Het nieuwe transformatorstation bestaat uit transformatorruimten, schakelruimten en algemene ruimten en bliksemspitsen.

Ter plaatse van de beoogde locatie geldt het bestemmingsplan ‘Buitengebied Zijpe’. Hierin heeft de locatie de bestemming ‘Agrarisch’ (zie afbeelding 2) en een bouwvlak op de bestaande schuur. De gewenste nieuwe bebouwing en het gebruik als zelfstandige nutsvoorziening is niet toegestaan in het bestemmingsplan. Er is in het bestemmingsplan geen wijzigings- of afwijkingsbevoegdheid opgenomen waarmee het nieuwe transformatorstation mogelijk te maken is. Daarom is dit bestemmingsplan opgesteld.

Bestemmingsplan Transformatorstation Sint Maartensweg, Vastgesteld

1/29

Inleiding

afbeelding 1: ligging plangebied (rode cirkel) aan de Sint Maartensweg tussen Sint Maartensbrug en Sint Maarten

afbeelding 2: uitsnede verbeelding bestemmingsplan ‘Buitengebied Zijpe’ (bron ruimtelijkeplannen.nl)

Bestemmingsplan Transformatorstation Sint Maartensweg, Vastgesteld

2/29

Inleiding

1.2

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 wordt het plan beschreven, waarbij eerst wordt ingegaan op de bestaande situatie en vervolgens op de toekomstige situatie. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 ingegaan op het relevante ruimtelijk beleid op rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau. Hoofdstuk 4 gaat in op de milieu- en omgevingsaspecten. In hoofdstuk 5 wordt toegelicht hoe de planuitgangspunten zijn vertaald naar de bestemmingsregels. De economische uitvoerbaarheid van het plan is beschreven in hoofdstuk 6 en de maatschappelijke uitvoerbaarheid in hoofdstuk 7.

1.3

Begrippenlijst

In het bestemmingsplan worden verschillende begrippen gebruikt, welke vrij technisch en specialistisch van aard zijn. Daarom is hieronder een begrippenlijst opgenomen waarin de meest belangrijke termen zijn toegelicht. Transformatorstation Op een transformatorstation, ook wel onderstation of elektriciteitsstation genoemd, komt elektriciteit met een hogere spanning binnen en wordt omgezet in een lagere spanning. De elektriciteit met een lagere spanning wordt vervolgens getransporteerd naar de verschillende wijken of gebieden in een dorp of stad. Transformator Een transformator zet elektriciteit om van de ene spanning naar een andere spanning. Transformatorvermogen Het vermogen ofwel capaciteit van de transformator, uitgedrukt in MVA. Transformatorruimten De transformator komt in een bouwwerk te staan, bestaande uit 3 dichte wanden. De bovenzijde is open. MVA Aanduiding van het vermogen ofwel capaciteit van de transformator om elektriciteit te kunnen transporteren en transformeren. De capaciteit wordt uitgedrukt in VoltAmpère (VA). 1 MVA (MegaVoltAmpère) is 1.000.000 VA. kV De hoogte van de spanning uitgedrukt in Volt, 10kV is 10.000Volt. Laagspanning Laagspanning is de verzamelnaam voor de lage spanningen in het elektriciteitsnet en betekent spanning onder de 1kV (1.000 Volt).

Middenspanning Middenspanning is de verzamelnaam voor de spanningen tussen de hoogste en laagste spanningen in het elektriciteitsnet. Alle spanningen van hoger dan 1kV en lager dan 25kV vallen hieronder. Middenspanningsinstallatie De installatie zorgt ervoor dat de elektriciteit gedistribueerd wordt over verschillende kabels naar de transformatorhuisjes in de wijk of naar bedrijven. De middenspanningsinstallatie is de “groepenkast” van een transformatorstation.

Bestemmingsplan Transformatorstation Sint Maartensweg, Vastgesteld

3/29

Het plan

2

Het plan

2.1

Ligging en bestaande situatie

Het plangebied is gelegen in het buitengebied, aan de zuidzijde van de Sint Maartensweg en bestaat uit kadastraal perceel 1335. Aan de oostzijde is het plangebied begrenst door een smalle watergang. Ook ligt langs de weg een watergang. Op het perceel staat een metalen loods (zie afbeelding 5). De rest van het terrein is in gebruik als akkerland.

Toegang tot perceel perceel 1335

Bestaande schuur

afbeelding 3: luchtfoto van de bestaande situatie en aanduiding plangrens

Bestemmingsplan Transformatorstation Sint Maartensweg, Vastgesteld

4/29

Het plan

afbeelding 4: aanzicht van het terrein vanaf de Sint Maartensweg (bron: Google Streetview

afbeelding 5: Bestaande metalen loods (bron: Onderzoek Wnb Bureau Aandacht Natuur)

De locatie ligt midden tussen Sint Maartensburg en Sint Maartenszee in het aandijkingenlandschap Zijpe- en Hazepolder. De Zijpe- en Hazepolder heeft een kenmerkende opbouw met een raster van langgerekte, noord-zuidgeoriënteerde linten en vaarten met haaks daarop staande dwarswegen die de Westfriese Omringdijk met de Noordzeekust verbinden. Op de kruising van lange linten en dwarswegen liggen de kruisdorpen. Doordat vrijwel alle bebouwing, buiten de kust- en kruisdorpen, aan de lange polderlinten is gesitueerd, biedt de lengterichting van de polder lange zichtlijnen. De locatie voor het station ligt in een zichtlijn, aan de dwarsweg de Sint Maartensweg.

Bestemmingsplan Transformatorstation Sint Maartensweg, Vastgesteld

5/29

Het plan

afbeelding 6: ligging in het landschap (bron: Landschapsplan)

afbeelding 7: zichtlijnen en cultuurhistorische opbouw (bron: Landschapsplan)

Zowel de Sint Maartensweg als de Westfriese Omringdijk maken onderdeel uit van het recreatieve netwerk in de Zijpepolder. De Sint Maartensweg vormt een verbinding tussen het binnenland en de Noordzeekust en deze weg en het naastgelegen fietspad zal men van dichtbij zicht hebben op het transformatorstation. De Westfriese Omringdijk is een provinciaal landschappelijk-cultuurhistorisch monument. Het station ligt op meer dan 200 meter van de dijk.

Bestemmingsplan Transformatorstation Sint Maartensweg, Vastgesteld

6/29

Het plan

afbeelding 8: aanwezige ruimtelijke structuren (bron: Landschapsplan)

2.2

Noodzaak en keuze van de locatie

In de regio is sprake van een capaciteitsknelpunt in het elektriciteitsnet. Enerzijds komt dit voort uit een toenemende vraag naar elektriciteit en anderzijds uit toenemende teruglevering van elektriciteit op het net door zonne- en windparken. Het is daarom noodzakelijk om in de regio de capaciteit van het elektriciteitsnet te vergroten. Er is in het 150/20kV netwerk een nieuw transformatorstation in De Weel gerealiseerd. Ook is er in het 20kV-10kV distributienetwerk een nieuw transformatorstation nodig in de omgeving van Sint Maarten. Om te komen tot een geschikte plek voor het nieuwe transformatorstation, zijn door Liander en de gemeente meerdere locaties onderzocht in de omgeving (zie de memo die is opgenomen als bijlage 1 bij de toelichting). Belangrijk is dat de afstand tot het bestaande distributienet voldoet (de afstand tot het bestaande kabeltracés en de transformatorstations in de omgeving). Om uitval van of beschadiging aan apparatuur te voorkomen, zijn er regels en normen (vastgelegd in de Netcode door de ACM) die grenzen stellen aan de maximaal toegestane afwijking van de spanning. Om binnen deze grenzen te blijven mogen kabels niet te lang zijn en dient waar nodig de spanning te worden geregeld door middel van transformatoren in een transformatorstation.

Aan de hand van deze nettechnische uitgangspunten is een locatie gezocht tussen de Grote Sloot en ten zuiden van de Sint Maartensweg. Liander is samen met de gemeente op zoek gegaan naar een geschikte locatie in dit gebied. Deze is gevonden aan de Sint Maartensweg, op het kadastrale perceel 1335.

Bestemmingsplan Transformatorstation Sint Maartensweg, Vastgesteld

7/29

Het plan

2.3

Toekomstige situatie

De bestaande loods zal worden gesloopt. Het nieuwe transformatorstation bestaat uit transformatorruimten, schakelruimten en algemene ruimten en bliksemspitsen. Het totale opgestelde vermogen wordt niet meer dan 100 MVA. Daarmee valt het transformatorstation onder milieucategorie 3.1 (zie paragraaf 4.7). De nieuwe schakelruimte wordt maximaal 4,7 m hoog en heeft een oppervlakte van ca. 750 m2. De transformatorruimten bestaan uit een fundatie en wanden rondom de transformator met een opening aan de zuidzijde. De wanden van de transformatorruimten worden maximaal 4,7 m hoog. Op het gebouw en op de transformatorruimte komen voorzieningen voor bliksemafleiding, bliksemspitsen genaamd. De bliksemspitsen worden 7 m. Er is een bouwvlak opgenomen, waarbinnen het nieuwe gebouw met de transformatorruimten in dient te komen. Rond de nieuwe bebouwing wordt verharding aangelegd en bij de toegang komt ruimte voor enkele parkeerplaatsen. Op het terrein komt een compactstation (klein bouwwerk). Het compactstation heeft een oppervlakte van ca. 3,6 m2 (2 m bij 1,8 m) en een hoogte van ca. 1,7 m. Het compactstation voldoet aan de regels voor vergunningsvrij bouwen op grond van het Besluit omgevingsrecht.

Landschappelijke inpassing Vanwege de ligging in het buitengebied in het aandijkingenlandschap Zijpe- en Hazepolder is een landschappelijk inpassingsvoorstel opgesteld (voorwaarde provinciale verordening). Het inpassingsplan is opgenomen als bijlage 1 bij de regels (Urban Synergy en Bright, sept. 2022). Het vertrekpunt voor de inpassing is gelegen in de constatering dat plaatsing van bebouwing op deze plek in principe niet aansluit op de landschappelijke kernkwaliteiten van de locatie volgens het provinciale beleid, namelijk: “Behoud vanaf de dwarswegen het open zicht op de open ruimte tussen de lange linten. Concentreer bebouwing in de kruisdorpen of aan de lange noordzuidlinten.” Op de voorgenomen locatie staat de beleving van het open polderlandschap en de lange zichtlijnen centraal. En de Sint Maartensweg en West-Friese Omringdijk maken onderdeel uit van het recreatieve netwerk in de polder. Het station is zowel van dichtbij als op afstand zichtbaar voor passanten. Als concept is een samenspel uitgewerkt tussen open polder en een opvallend object dat een verhaal verteld. Het gebouw is een modulair transformatorstation als basis met aanpassingen in de gevel. Van ver af zal het een onopvallend technisch gebouw zijn, maar van dichtbij een moment om stil te staan.

afbeelding 9: voorstel inpassingsconcept “Landmark in de polder” (bron: Landschapsplan)

Bestemmingsplan Transformatorstation Sint Maartensweg, Vastgesteld

8/29

Het plan

De inrichting van het terrein sluit zo veel mogelijk aan op het open polderlandschap. Rondom het transformatorstation worden nieuwe sloten aangelegd. De sloten zijn een alternatief voor het standaard hekwerk. Zo blijft de hoeveelheid opgaande elementen op het terrein minimaal. De toegang tot het terrein wordt wel afgesloten met een standaard hekwerk van 1 meter hoog. Er is ruimte om een natuurvriendelijke oever aan te leggen tussen de Sint Maartensweg en het transformatorstation. Natuurvriendelijke oevers leveren een belangrijke bijdrage aan de verbetering van de ecologische waterkwaliteit. Eventueel kan conform de visie ‘Schagen Groeit Door’ de bomenlaan aan weerzijde van de Sint Maartensweg tot aan het station worden aangelegd. De verharding rondom het gebouw is nodig voor onderhoud en als vluchtroute. De parkeerplaatsen worden uitgevoerd in groenbestrating. Deze parkeerplaatsen worden in praktijk weinig gebruikt, aangezien het transformatorstation onbemand is en er alleen voor onderhoud en controle af en toe personeel aanwezig is. Onderstaande afbeelding toont de situatie met het nieuwe 20/10 kV transformatorstation. Een uitgebreidere beschrijving van de landschappelijke inpassing is te vinden in de bijlage 1 bij de regels "Landschappelijk inpassing".

In de regels is geborgd dat een omgevingsvergunning voor het bouwen ter plaatse van de locatie alleen wordt verleend als voldaan is deze uitgangspunten voor de landschappelijke inpassing.

afbeelding 10: schetsontwerp inrichting terrein van het nieuwe transformatorstation (bron: Landschapsplan)

Bestemmingsplan Transformatorstation Sint Maartensweg, Vastgesteld

9/29

Beleidskader

3

Beleidskader

3.1

Inleiding

Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de inhoud van het ruimtelijk relevante beleid op rijks-, provinciaal en gemeentelijk schaalniveau. Dit beleid vormt het kader waarbinnen de nieuwe ontwikkeling plaats dienen te vinden.

3.2

Rijksbeleid

3.2.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Vanaf 2023 treedt de nieuwe Omgevingswet in werking. De Omgevingswet bundelt alle huidige wetten over de leefomgeving. Daarbij hoort ook één rijksvisie op de leefomgeving. Het Rijk heeft op 11 september 2020 de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. In de NOVI zijn de maatschappelijke opgaven samengevat in vier prioriteiten: • ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie • duurzaam economisch groeipotentieel • sterke en gezonde steden en regio’s • toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Een van de nationale belangen is het realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, die in 2050 CO₂-arm is, en de daarbij benodigde hoofdinfrastructuur (belang 11). Vitale functies in de maatschappij zijn afhankelijk van een betrouwbare toelevering en uitwisseling van energie. Voor iedereen moet deze energie betaalbaar zijn. Energie moet veilig worden opgewekt, gewonnen, getransporteerd, opgeslagen en gebruikt. Met betrekking tot ‘ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie’ is in de NOVI aangegeven dat de transitie naar hernieuwbare energie meer ruimte vraagt voor transport, distributie, conversie en opslag van energie, zowel boven- als ondergronds.

In plaats van enkele relatief grote ‘puntbronnen’ (centrales) en transport van energie in één richting zal sprake zijn van meerdere, vaak decentrale en sterk in grootte verschillende bronnen (zon-, wind- en bodemenergie) en tweerichtingsverkeer (gebruik en productie) van energie. Betekenis voor het plan De realisatie van het nieuwe transformatorstation sluit aan op het nationale belang ‘realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, die in 2050 CO₂-arm is, en de daarbij benodigde hoofdinfrastructuur’ uit de NOVI. Het transformatorstation is nodig om te kunnen voorzien in de vraag naar elektrisch vermogen in de omgeving. Dit is van essentieel belang voor een goed functionerend en betrouwbaar elektriciteitsnetwerk. 3.2.2 Besluit ruimtelijke ordening Sinds 1 juli 2017 is de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' aangepast in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6. lid 2 Bro). Het artikel luidt nu als volgt: De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.

Bestemmingsplan Transformatorstation Sint Maartensweg, Vastgesteld

10/29

Beleidskader

Het artikel heeft tot doel om zorgvuldig ruimtegebruik te stimuleren en overprogrammering te voorkomen. Eerst moet worden beoordeeld of sprake is van een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’. Een stedelijke ontwikkeling is gedefinieerd in artikel 1.1.1, lid 1, onder i van het Bro. Deze luidt: ‘ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Volgend uit jurisprudentie wordt een nieuw transformatorstation niet als nieuwe stedelijke ontwikkeling beschouwd (zie uitspraak van 26 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1123 (Hollands Kroon)). Betekenis voor het plan Gelet op de jurisprudentie is geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling en is toetsing aan de ladder niet nodig. Daar komt bij dat de gewenste ontwikkeling nodig is om in de toekomst te kunnen voorzien in de vraag naar elektrisch vermogen in de omgeving. Dit is van belang voor een goed functionerend en betrouwbaar elektriciteitsnetwerk.

3.3

Provinciaal beleid

3.3.1 Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 en Omgevingsverordening NH2020 Op 19 november 2018 hebben de Provinciale Staten van Noord-Holland de Omgevingsvisie NH2050 vastgesteld. Hierin staat de visie op de fysieke leefomgeving beschreven. De Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Noord-Holland 2040, het Provinciaal Verkeers- en Vervoerplan, het Provinciaal Milieubeleidsplan 2015-2018 en de Agenda Groen. De leidende hoofdambitie in de Omgevingsvisie NH2050 is de balans tussen economische groei en leefbaarheid. Een gezonde en veilige leefomgeving, die goed is voor mens, plant én dier, is een voorwaarde voor een goed economisch vestigingsklimaat. Tegelijkertijd is duurzame economische ontwikkeling een voorwaarde voor het kunnen investeren in een prettige leefomgeving. De provincie wil dat de kwalitatieve en kwantitatieve vraag en aanbod van werk- en woonlocaties met elkaar in overeenstemming zijn en streeft naar behoud en versterking van de unieke kwaliteiten van de diverse landschappen en cultuurhistorie. In de Omgevingsvisie NH2050 is de doelstelling opgenomen om ruimte te bieden aan onder meer de energietransitie, in het licht van een duurzame economie, met innovatie als belangrijke motor. In de beweging Nieuwe energie staat dat de provincie in 2050 klimaatneutraal en volledig circulair wil zijn, gekoppeld aan het Klimaatakkoord om in 2030 49% CO2-reductie te behalen.

Om te kunnen voorzien in de behoefte aan elektriciteit is energie nodig die duurzaam wordt opgewekt op land en op zee. Het beleid van de Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 is, voor zover het een bindende werking moet hebben, neergelegd in de Omgevingsverordening NH2020 zoals vastgesteld op 22 oktober 2020. Betekenis voor het plan Een goed functionerend elektriciteitsnetwerk is een vereiste voor de duurzame economische ontwikkeling van de provincie en meer specifiek deze regio. De realisatie van het nieuwe transformatorstation is daar voor nodig. De gewenste ontwikkeling draagt op die manier bij aan het kunnen verwezenlijken van de doelen van de provinciale omgevingsvisie. De locatie ligt in het werkingsgebied landelijk gebied. Artikel 6.59 van de Omgevingsverordening NH2020 stelt ruimtelijke kwaliteitseisen voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in het landelijk gebied. De ruimtelijke kwaliteitseisen zijn opgenomen in de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie, zie paragraaf 3.3.2). Gedeputeerde staten kunnen de Adviescommissie Ruimtelijke Ontwikkeling om advies vragen inzake de locatieafweging of de ruimtelijke inpassing. Met de kaders voor ruimtelijke kwaliteit uit artikel 6.59 en de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie borgt de provincie dat nieuwe ruimtelijke plannen rekening houden met de ontwikkelings-

Bestemmingsplan Transformatorstation Sint Maartensweg, Vastgesteld

11/29

Beleidskader

geschiedenis van het landschap, de bebouwingskarakteristiek en inpassing in de wijdere omgeving. Met het plan is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing. Aandacht is besteed aan de lokale karakteristiek en aanwezige waarden. Zie hiervoor paragraaf 2.3 en het als bijlage 1 bij de regels opgenomen landschapsplan. Ook is het plan tweemaal besproken geweest in de Adviescommissie Ruimtelijke kwaliteit (ARO). Dit heeft geleid tot aanpassingen in het ontwerp, welke in het bestemmingsplan zijn verwerkt. In paragraaf 3.3.2.2 is hier nader op ingegaan. 3.3.2 Leidraad Landschap en Cultuurhistorie De Leidraad Landschap en Cultuurhistorie vindt zijn legitimiteit in de kaders van de provinciale omgevingsvisie en omgevingsverordening (zie voorgaande paragraaf). Deze vernieuwde leidraad is een uitwerking van het in 2006 vastgestelde Beleidskader Landschap en Cultuurhistorie, dat werd gebruikt als leidraad voor ruimtelijke plannen als bestemmingsplannen, beeldkwaliteitsplannen en structuurplannen. De provincie Noord-Holland wil ruimte bieden aan nieuwe ontwikkelingen en tegelijkertijd verantwoord omgaan met het verleden. De provincie wil de Noord-Hollandse landschappen optimaal gebruiken door hun kenmerkende kwaliteiten te benutten bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Met de leidraad wordt het behoud en de ontwikkeling van de Noord-Hollandse cultuurlandschappen nagestreefd.

Nieuwe plannen dienen de ontwikkelingsgeschiedenis, de ordeningsprincipes en bebouwingskarakteristieken van het landschap en de inpassing in de wijdere omgeving als uitgangspunt te hanteren.

afbeelding 11: karakteristieken van het aandijkingenlandschap uit Leidraad Landschap en Cultuurhistorie

3.3.2.1 Betekenis voor het plan Op de landschapstypenkaart bij het beleidskader ligt het plangebied in het zogenoemde aandijkingenlandschap (de Zijpe- en Hazepolder). Aandijkingen zijn aangeslibde zand- en slibplaten langs de oorspronkelijke kustlijn, die vanaf de aangrenzende hogere gronden zijn ingedijkt en zo zijn toegevoegd aan het land. Het gebied is als geheel ingericht, grootschalig, geometrisch en open. Van belang is rekening te houden met de historische structuurlijnen (noord-zuid gerichte wegen en waterlopen) en de cultuurhistorische objecten, waaronder stolpboerderijen. Ook met de openheid als belangrijke karakteristiek van dit gebied dient rekening te worden gehouden. Met het plan is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing. Aandacht is besteed aan de lokale karakteristiek en aanwezige waarden. Zie hiervoor paragraaf 2.3 en het als bijlage 1 bij de regels opgenomen landschapsplan. Ook is het plan tweemaal besproken geweest

Bestemmingsplan Transformatorstation Sint Maartensweg, Vastgesteld

12/29

Beleidskader

in de Adviescommissie Ruimtelijke kwaliteit (ARO). Dit heeft geleid tot aanpassingen in het ontwerp, welke in het bestemmingsplan zijn verwerkt. In paragraaf 3.3.2.2 is hier nader op ingegaan. 3.3.2.2 Beoordeling ARO en reactie gemeente Het plan is besproken geweest in de Adviescommissie Ruimtelijke kwaliteit (ARO) van 30 november 2021 en een tweede maal op 17 mei 2022. De ARO constateert dat de ontwikkeling onderdeel is van een grotere opgave rond de positionering en het ontwerp van energievoorzieningen. En dat de locatiekeuze samenhangt met verschillende belemmeringen, waaronder ook de beschikbaarheid van gronden. Vanuit landschappelijk oogpunt heeft de ARO de voorkeur voor een locatie tegen een van de bestaande dorpskernen aan in plaats van in het open landschap. Bij de keuze voor een locatie in het open landschap ziet de ARO liever een gebouw dat haaks op de weg staat in plaats van evenwijdig. Tevens wordt een gebouw met natuurlijke tinten en materialen passender bevonden dan het huidige ontwerp met een iconische uitstraling. Deze vragen in de eerste behandeling hebben geleid tot extra studie aan de kant van de initiatiefnemer Liander en de gemeente. In de tweede behandeling op 17 mei 2022 is aan de ARO een terugkoppeling gegeven van deze zoektocht, zie paragraaf 3.3.2.3.

De presentatie die aan de ARO is gegeven in de tweede behandeling, is opgenomen als bijlage 2 bij de toelichting. Locatie Ten aanzien van het advies over de locatiekeuze, de gemeente en Liander hebben de locatie weloverwogen gekozen, zie ook paragraaf 2.2 en de memo met een beschrijving van het zoekproces in bijlage 1. In de omgeving van Burgerbrug en Petten is sprake van een capaciteitsknelpunt in het elektriciteitsnet. Enerzijds komt dit voort uit een toenemende vraag naar elektriciteit en anderzijds uit toenemende teruglevering van elektriciteit op het elektriciteitsnet door duurzame energieopwekking. Het is daarom noodzakelijk om in de regio de capaciteit van het elektriciteitsnet te vergroten. Om extra capaciteit te krijgen, moeten nieuwe middenspanningsringen en een regelstation worden gerealiseerd. Hiervoor heeft Liander samen met de gemeente alle voorbereidingen getroffen en heeft Liander de benodigde grond voor de realisatie van het regelstation aangekocht. Als Liander moet uitwijken naar een andere locatie, moet Liander, met de gemeente, helemaal opnieuw beginnen met planvorming voor uitbreiding van het elektriciteitsnet in deze regio. Dit betekent niet alleen dat er meer kosten met maatschappelijk geld gemaakt worden, maar ook dat de oplostermijn minimaal twee jaar opschuift naar 2026.

Dit betekent dat tot 2026 nieuwe zonneparken (>2<10MVA) niet kunnen worden aangesloten, de huidige transportbeperkingen gehandhaafd blijven, Energy & Health Center campus (EHC campus) beperkt kan worden ontwikkeld en er waarschijnlijk sprake is van meer beperkingen in het middenspanningsnet. Zodoende houden Liander en de gemeente vast aan de gekozen locatie. Positie van het gebouw Het tweede advies, om het gebouw haaks op de weg te plaatsen, is in een eerdere studie onderzocht geweest waarbij diverse varianten zijn bekeken. De varianten waren: het station haaks op de weg, het station omringen met groen en het gebouw evenwijdig aan de weg. De variant van het omringen van het station met beplanting is afgevallen. Een groene omzoming refereert naar de landschappelijke inpassing van de bestaande erven. Erven liggen in de Zijpepolder, op een paar uitzonderingen na, niet in de open ruimtes tussen de linten maar allemaal aan de noord-zuid wegen. De bomen en bosschages kunnen niet direct rondom het stationsgebouw staan vanwege veiligheid en kabels. Daarmee ontstaat een massa die veel groter is dan de bestaande oorspronkelijke erven. De omvang zorgt dat de impact op de openheid en beleving daarvan veel groter is en vanaf ver zichtbaar. Erven die later aan de polder zijn toegevoegd in de open ruimte zijn allen niet omringd met beplanting.

Tevens worden de condities voor weidevogels in dit landschap, in ruimere context liggend tussen weidevogelkerngebieden, daarmee zoveel mogelijk gerespecteerd. In de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie wordt gesproken over de kernkwaliteit openheid en ruimtebeleving: de beleving van de vrije open ruimte, de horizon en de oriëntatiepunten. In de variant waarin het station haaks op de Sint Maartensweg staat is de impact op de beleving van de open ruimte groter. Deze ruimte grenst aan de als provinciale structuur benoemde en als provinciaal monument aangewezen Westfriese Omringdijk. Voor deze structuur is het zicht

Bestemmingsplan Transformatorstation Sint Maartensweg, Vastgesteld

13/29

Beleidskader

over het landschap en benadrukken van de karakterverschillen tussen de aangrenzende landschappen een belangrijk ontwikkelprincipe. De achtergrond daarvan is dat mede door de hogere ligging van de westelijk deel van de Omringdijk het zicht op de duinen behouden blijft. De locatie van het station is minimaal 400m vanaf de (weg op de) kruin van de dijk, ruim buiten de kwaliteitszone van 200m. Als het station haaks op de Sint Maartensweg geplaatst wordt, volgt het daarmee wel de dominante richting van het landschap maar is het zicht vanaf de dijk op het station op de kortste afstand groter. Het station ligt dominanter in de panoramazone van de Westfriese Omringdijk. Tevens blokkeert het door een haakse positie voor degenen die zich verplaatsen over de Sint Maartensweg het zicht op de open ruimte. Dit is geïllustreerd aan de hand van de beelden in afbeelding 12 waar de twee verschillende opstellingen naast elkaar zijn gezet. Voor het gebouw haaks op de weg is gekozen voor een baksteen variant om ook het effect van dat materiaal te laten zien. Voor de inpassing blijft het voorstel het gebouw parallel aan de weg te zetten. Door de opstelling kijkt de passant letterlijk achter het gebouw langs. Tevens is het modulaire station zo opgebouwd dat de transformatoren, omsloten met beton, zich aan de achterzijde bevinden, geredeneerd vanuit de Sint Maartensweg.

Door het station parallel aan de weg te leggen liggen de meest representatieve gevels aan de zijden die je van dichtbij kan beleven. In de architectonische uitwerking van het gebouw is gezocht naar een manier om het gebouw horizontaal te maken, zo laag mogelijk te houden en het landschap in zich op te laten nemen. De inrichting van het terrein sluit daar op aan door die zo open mogelijk te houden en alleen verharding toe te passen waar nodig. Zo blijft de totale omvang van de plot van het station beperkt.

afbeelding 12: verschil tussen een plaatsing evenwijdig aan en haaks op de weg

Architectonische vormgeving en materiaalkeuze De energietransitie is een van de grote opgaven voor de komende jaren voor Nederland. Om op een efficiënte en betaalbare wijze met deze uitdaging om te gaan, heeft Liander een modulaire opzet ontwikkeld voor toekomstige transformatorstations. Bij dit modulaire station is in beperkte mate ontwerpruimte te vinden: volume en interne organisatie liggen vast. De deuren zijn enigszins te verschuiven, andere gevelopeningen zijn niet mogelijk. Vanuit eisen van veiligheid en gezondheid zijn de installaties veilig weggeborgen in de gesloten, controleerbare en beheersbare betonnen doos. Het uiterlijk geeft weinig prijs van het innerlijke functioneren. Aansluitingen op het bestaande netwerk liggen ondergronds. Het modulaire station biedt keuze uit een aantal gevelmaterialen: rode strengpers baksteen, grijze betonsteen, geperforeerde staalplaten of prefab betonelementen. Dit zijn materialen met een strakke, industriële uitstraling die niet goed aansluiten bij het karakter van de beoogde locatie. Een nieuw, gesloten gebouw in een open omgeving valt op, ongeacht het gevelmateriaal. In overleg met Liander en de gemeente Schagen is gezocht naar ontwerpruimte in de gevelbehandeling om een passende aansluiting bij deze functie en locatie te vinden.

De ARO vraagt in haar advies om een meer ingetogen karakter van het gebouw te ontwerpen met natuurlijke tinten en materialen.

Bestemmingsplan Transformatorstation Sint Maartensweg, Vastgesteld

14/29

Beleidskader

Het ontwerp en de inpassing van het transformatorstation neemt de aangewezen locatie aan de Sint Maartensweg als vertrekpunt. Het energienetwerk kent een eigen logica los van het bestaande landschap. Het bestaande landschap is opgebouwd vanuit een waterstaatkundige inrichting waar bijbehorende elementen zoals poldermolens in hun eigen logica zich boven het maaiveld presenteerden. Met de plaatsing van het station wordt de energie-infrastructuur bovengronds zichtbaar. De maat en schaal van het station, circa 40 bij 17 meter, is niet te relateren aan andere bestaande elementen in de polder. Nieuwe stallen zijn groter, vaak twee keer zo lang en veel breder; de oorspronkelijke stolpboerderijen kleiner. De inpassing van het transformatorstation is benaderd vanuit zijn vorm en functie, als een nieuwe element dat toegevoegd wordt aan het landschap. Bij nieuwe stallen is veelvuldig gekozen voor groen gekleurde aluminiumplaten. Deze gebouwen zijn een slag groter dan het transformatorstation. Deze typologie van industriële landbouw is niet gepast als referentie voor een nieuw type infrastructuur. Baksteen in het landschap is een teken van menselijke aanwezigheid en (historisch) gebruik. Er is voor het transformatorstation gekozen voor een vormgeving die de omgeving in zich op kan nemen.

Een zorgvuldige inpassing met zelfstandigheid en onderscheid ten opzichte van de structuren, in een rustige en respectvol contrasterende moderne architectuur, versterkt dan de karakteristieke kenmerken. Denkbaar is om aansluiting te zoeken op materialisatie van elementen behorend bij de nieuwe energetische laag die toegevoegd wordt aan bebouwing en het landschap, bestaande uit reflecterende panelen. Hiermee ontstaat een nieuw bouwwerk waarin de elementen die verwijzen naar lijnen en structuren als grote vlakken van het landschap herkenbaar zijn. Een transformatorstation dat passanten langs de recreatieve route een herkenningspunt biedt in het iconische cultuurlandschap, dat zich sterk onderscheid van het aanliggende historische Westfriese landschap. Een gebouw waarvan daklijst en plint de horizontaliteit van de polder benadrukken en de hoogte visueel beperken. En een reflectieve gevel die reageert op de atmosfeer van de omgeving. De materialisatie en de vormgeving van het nieuwe landschapselement zijn bestudeerd en afgewogen. Na het advies is een aantal aanpassingen gedaan om de kwaliteiten te versterken. Het transformatorgedeelte is verlaagd, om het dakvlak te versimpelen. Dit neemt de afleiding weg vanaf de Westfriese Omringdijk en benadrukt de horizontaliteit van nabij. Ook zijn de daklijst en plint nu voorgesteld in donkere kleur, antraciet in plaats van lichtgrijs.

Dit benadrukt de inkadering en spiegeling van het landschap. 3.3.2.3 Tweede behandeling ARO en conclusie De adviezen van de ARO zijn overwogen en hebben geleid tot enkele wijzigingen in het ontwerp van het gebouw. De locatie en de positie van het gebouw zijn ongewijzigd gebleven. Het aangepaste plan is op 17 mei 2022 opnieuw behandeld geweest in de ARO. De ARO begrijpt de complexiteit in de zoektocht naar een goede locatie en vindt, gelet op de locatie en aanwezige landschappelijke kwaliteiten het des te belangrijker dat het ontwerp en de uitstraling van het gebouw goed zijn. Dit komt dan vooral neer op de materialisering en detaillering van het gebouw. Er wordt door de ARO gevraagd om nader te onderzoeken of er aanpassingen aan het ontwerp mogelijk zijn om het ingetogen karakter te versterken en om ook de functie van het gebouw van buiten meer afleesbaar te maken. Deze zoektocht kan worden opgepakt in het kader van de vergunningverlening. Het plan hoeft niet meer opnieuw in de ARO besproken te worden. Met het plan is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing. Aandacht is besteed aan de lokale karakteristiek en aanwezige waarden. Zie hiervoor tevens paragraaf 2.3 en het als bijlage 1 bij de regels opgenomen landschapsplan. Het bestemmingsplan regelt de positie en bouwmassa.

Het ontwerp van het gebouw met de materialisering en detaillering wordt in het kader van de vergunningsaanvraag verder uitgewerkt.

Bestemmingsplan Transformatorstation Sint Maartensweg, Vastgesteld

15/29

Beleidskader

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1 Omgevingsvisie Schagen Op 14 december 2021 heeft de gemeenteraad van Schagen de Omgevingsvisie vastgesteld. De Omgevingsvisie beschrijft wat de gemeente belangrijk vindt voor nu en de toekomst. De visie bestaat uit 8 speerpunten, een visiekaart en een waardenkaart. Het plangebied ligt in het deelgebied Zijpe en Hazepolder. Waarden die gelden voor het deelgebied De Zijpe- en Hazepolder zijn: • Groote Sloot; • bebouwing met boomsingels erom heen; • agrarische activiteit, hieronder valt ook bollenteelt; • fietsroutes en boerenlandpaden; • rechte lijnen en zicht over de polder; • natuurwaarden, waaronder waarden voor akker- en weidevogels in delen van de polder. Voor nieuwe ontwikkelingen is het de wens om op deze waarden in te spelen in de planvorming. Met het plan is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing. Aandacht is besteed aan de lokale karakteristiek en aanwezige waarden. Zie hiervoor paragraaf 2.3 en het als bijlage 1 bij de regels opgenomen landschapsplan. De gemeente zet in op een CO2 neutrale gemeente in 2050, waarbij alle benodigde energie voor elektriciteit, warmte en mobiliteit duurzaam wordt opgewekt zonder gebruik van fossiele brandstof. De gemeente heeft dit nader uitgewerkt in het duurzaamheidsprogramma 20202050. De gemeente ondersteunt lokale initiatieven voor zonneparken en realisatie van meer zonnepanelen op daken en overkappingen.

Ook volgt de gemeente Schagen de Regionale Energie Strategie Noord-Holland Noord op (op 29 juni 2021 heeft de gemeenteraad de eerste versie vastgesteld). Voor Schagen zijn er zoekgebieden voor zonneparken aangeduid, met name langs de N9, het spoor en op het bedrijventerreinen bij Schagen. Betekenis voor het plan In het landschapsplan is gemotiveerd waarom wordt afgeweken van de waarden in de omgevingsvisie voor de Zijper- en Hazepolder (openheid). Voor de inpassing is daarom gekozen om het gebouw parallel aan de weg te zetten. Door de opstelling kijkt de passant letterlijk achter het gebouw langs. Door het station parallel aan de weg te leggen liggen de meest representatieve gevels aan de zijden die je van dichtbij kan beleven. De transformatoren, omsloten met beton, bevinden zich dan aan de achterzijde, geredeneerd vanuit de Sint Maartensweg. Groen en hekwerken zijn achterwege gelaten om de impact op de openheid te beperken. Het terrein wordt omsingeld met een sloot met natuurvriendelijke oever. Voor de ruimtelijk-economische groei van de gemeente en de ambities op duurzaamheid en de verduurzaming van de energieopwekking is een goed functionerend en betrouwbaar elektriciteitsnetwerk noodzakelijk. Het nieuwe transformatorstation is daar voor nodig en onderdeel van. Daarmee draagt het plan bij aan de duurzame economische ontwikkeling van de gemeente.

3.4.2 Reisgids voor ruimtelijke ontwikkelingen De reisgids voor ruimtelijke ontwikkelingen (6 mei 2015) geeft de visie van de gemeente Schagen op ruimtelijke ontwikkelingen. Het is tevens het beleid voor het afwijken van bestemmingsplannen. De gemeente kan aan de hand van deze reisgids ontwikkelingen die gewenst zijn beter faciliteren en onderbouwen. Ten aanzien van de regio is vermeld dat een sterke regio bijdraagt aan de kracht van de gemeente Schagen. Daarom is regionale samenwerking essentieel. Plannen buiten bestaand stedelijk gebied worden regionaal afgestemd. Het doel van deze afstemming is dat ruimtelijke ontwikkelingen daar komen waar zij bijdragen aan de kracht van de gemeente Schagen.

Bestemmingsplan Transformatorstation Sint Maartensweg, Vastgesteld

16/29

Beleidskader

Betekenis voor het plan Het nieuwe transformatorstation is nodig om te kunnen voorzien in de vraag naar elektrisch vermogen in de omgeving. Dit is van essentieel belang voor een goed functionerend en betrouwbaar elektriciteitsnetwerk. Daarmee draagt het plan bij aan de duurzame economische ontwikkeling van de gemeente. De locatiekeuze is zorgvuldig tot stand gekomen en is gebaseerd op meerdere overwegingen, welke zijn beschreven in paragraaf 2.2. Ook is op basis van een landschappelijke analyse en de provinciale uitgangspunten uit de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie een landschapsplan opgesteld. Dit vormt het uitgangspunt voor de inrichting van het perceel en de positionering van de nieuwbouw. Daarmee is sprake van een zorgvuldige inpassing. 3.4.3 Reisgids voor ruimtelijke kwaliteit Om te bepalen hoe de beoordeling van plannen aan ruimtelijke kwaliteit plaats vindt, zijn beleidsregels opgesteld welke zijn opgenomen in de ‘Reisgids voor ruimtelijke kwaliteit’. De beleidsregels zijn abstract van karakter en geven ruimte voor verschillende ontwerpoplossingen. Het plangebied ligt in het buitengebied en meer specifiek het polderlandschap. De polders zijn door hun begrenzingen herkenbare landschappelijke eenheden. Het gebied kent een grote mate van openheid en het grondgebruik bestaat uit bollenteelt, grasland en in mindere mate akkerland.

Het ruimtelijk beeld van het polderlandschap wordt vooral bepaald door de structuur van vaarten en wegen met daarlangs gevarieerde en verzorgde vrijstaande bebouwing met de verfijnde details, evenals de doorzichten naar het achterliggende landschap maken zij deel uit van de landschappelijke kenmerken. Het bebouwingsbeeld bestaat uit oude agrarische bedrijfslocaties welke complexmatig zijn uitgegroeid. De bebouwing bestaat voornamelijk uit boerderijen, landgoederen en vrijstaande (bedrijfs)woningen. Voor het buitengebied geldt een regulier welstandsniveau. De beoordeling van plannen is met name gericht op behoud van de landschappelijke waarde, een zorgvuldige inpassing van bebouwing, rekening houdend met de zichtbaarheid over een grotere afstand. De situering van de bebouwing op de kavel en de relatie met de openbare weg is hier richtinggevend. Belangrijk is dat typen gebouwen worden gebouwd zoals dat gebruikelijk is voor het gebied. Criteria zijn onder meer: landschappelijke inpassing van bebouwing, ondergeschiktheid bijgebouwen aan hoofdgebouw, bij nieuwbouw leggen van relatie met het landschap en uitstraling van het aanwezige bebouwingscluster, en grote oppervlakten in donkere gedekte kleuren uitvoeren. Betekenis voor het plan Bij de invulling van de ontwikkeling is rekening gehouden met de landschappelijke en ruimtelijke kwaliteit van de omgeving.

Zie hiervoor paragraaf 2.3 en het als bijlage opgenomen landschapsplan. De welstandstoets vindt los van het bestemmingsplan plaats. 3.4.4 Visie en missie Schagen 2013 en Uitvoeringsprogramma Op economisch vlak kenmerkt de gemeente zich door de aanwezigheid van een grote diversiteit aan ondernemers en ondernemerschap. Dit zorgt voor een gezond lokaal ondernemersklimaat. Dat wil de gemeente behouden en versterken. Op het ruimtelijke vlak kent de gemeente unieke ruimtelijke kwaliteiten: de diversiteit van stad, strand en platteland, gecombineerd met de cultuurhistorie van het gebied. Zij zorgt voor een goede afstemming en balans tussen de aanspraak die mensen, diensten, bedrijven en organisaties maken op de gemeentelijke ruimte en de ruimte die zij wil behouden voor natuur en landschap. De verdere ontwikkeling van de economische sectoren maakt hier nadrukkelijk deel van uit. Het strand en de kuststrook hebben een belangrijke functie voor toerisme en recreatie. Het platteland heeft een belangrijke functie inzake de agribusiness. De gemeente zet in op groei van recreatie en toerisme, de steeds belangrijk wordende vrijetijdseconomie. De gemeente werkt met partners samen op de terreinen van agribusiness, duurzame energie, maritiem-marine-offshore, vrijetijdseconomie en gezondheidszorg. Ten aanzien van duurzame energie heeft de gemeente een energiedoelstelling vastgesteld.

In het Uitvoeringsprogramma (2014-2018) ‘naar een meer energieneutrale gemeente Schagen’ zijn doelstellingen voor de korte en lange termijn opgenomen. Dit uitvoeringsprogramma is een

Bestemmingsplan Transformatorstation Sint Maartensweg, Vastgesteld

17/29

Beleidskader

uitwerking van het vastgestelde Coalitieakkoord (2 januari 2013) met betrekking tot energiegebruik en energieverbruik. In lijn met de Meerjarenbegroting 2014-2018 geldt als basis het streven naar een gemeente waarin structureel meer mensen aan het werk zijn en een samenleving die duurzaam en zelfredzaam is. Betekenis voor het plan Het nieuwe transformatorstation is nodig om te kunnen voorzien in de vraag naar elektrisch vermogen in de omgeving. Dit is van essentieel belang voor een goed functionerend en betrouwbaar elektriciteitsnetwerk, wat weer noodzakelijk is voor het bereiken van de duurzaamheidsdoelen en in algemene zin voor de duurzame economische ontwikkeling van de gemeente.

Bestemmingsplan Transformatorstation Sint Maartensweg, Vastgesteld

18/29

Omgevingsaspecten

4

Omgevingsaspecten

4.1

Inleiding

In dit hoofdstuk is de uitvoering van het project verantwoord aan de hand van de relevante omgevingsaspecten.

4.2

Archeologie

4.2.1 Algemeen Door ondertekening van het Verdrag van Malta (1992) heeft Nederland zich verplicht om bij ruimtelijke planvorming nadrukkelijk rekening te houden met het niet-zichtbare deel van het cultuurhistorisch erfgoed, te weten de archeologische waarden. In de Erfgoedwet (2016) is geregeld hoe met in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische waarden moet worden omgegaan. Het streven is om deze belangen tijdig bij het plan te betrekken. Bij ingrepen waarbij de ondergrond wordt geroerd, dient te worden aangetoond dat de eventueel aanwezige archeologische waarden niet worden aangetast. 4.2.2 Betekenis voor het plan Er is een archeologisch onderzoek uitgevoerd voor het plangebied (RAAP, 14 december 2020). Het rapport is opgenomen als bijlage 3 bij de toelichting. Op basis van de resultaten van dit onderzoek blijkt dat in het plangebied geen archeologische resten bedreigd worden. Daarom wordt in het kader van de voorgenomen bodemingrepen geen vervolgstap uit het proces van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) noodzakelijk geacht. 4.2.3 Conclusie Geconcludeerd kan worden dat vanuit het aspect archeologie geen belemmeringen bestaan ten aanzien van het bestemmingsplan.

4.3

Bodemkwaliteit

4.3.1 Algemeen In het kader van goede ruimtelijke ordening dient aandacht te worden besteed aan de bodemkwaliteit en de betekenis voor de haalbaarheid van het plan. Er is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Hieronder zijn de resultaten beschreven. 4.3.2 Bodemonderzoek Er is een bodemonderzoek uitgevoerd voor het plangebied (Stantec, 24 november 2020). Het rapport is opgenomen als bijlage 4 bij de toelichting. Hieronder is de conclusie opgenomen. De milieuhygiënische kwaliteit van de bodem op de onderzoekslocatie is voldoende in beeld gebracht. Er is geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging in het kader van de Wet bodembescherming. Er is geen vervolgonderzoek nodig. Grond van de onderzoekslocatie komt voor hergebruik in aanmerking. 4.3.3 Conclusie Geconcludeerd kan worden dat vanuit het aspect bodemkwaliteit geen belemmeringen bestaan ten aanzien van het bestemmingsplan.

Bestemmingsplan Transformatorstation Sint Maartensweg, Vastgesteld

19/29

Omgevingsaspecten

4.4

Water

4.4.1 Beleid en regelgeving Op verschillende bestuursniveaus zijn beleidsnota’s verschenen die zich richten op een (zowel kwalitatief als kwantitatief) duurzaam waterbeheer. Op het hoogste niveau zijn de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW), de Waterwet en het Nationaal Waterplan (NW) richtinggevend. Op een lager schaalniveau is voor dit planvoornemen met name het beleid van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier relevant. Dit beleid is in lijn met, en in aanvulling op, de plannen die Rijk en provincies hebben op het gebied van waterbeheer. 4.4.2 Beoordeling plan Veiligheid Het plangebied ligt niet in een beschermingszone van een waterkering. Ook ligt het plangebied niet buitendijks. Op basis van de ingevoerde gegevens over het plangebied zijn er geen uitgangspunten voor het thema veiligheid van toepassing. Waterkwantiteit en waterkwaliteit De ambitie van het hoogheemraadschap is om 100% van het hemelwater van nieuwe oppervlakken te scheiden van het afvalwater. Water dat valt op het dak en de verharde oppervlaktes kan als schoon water worden beschouwd. Dit water kan afvloeien naar het aanwezige en nieuw aan te leggen oppervlaktewater. De transformatorruimten zijn aan de bovenzijde open. Hemelwater dat in contact kan komen met transformatoren kan verontreinigd zijn met olie. Dit hemelwater mag zonder watervergunning niet op het oppervlaktewater worden afgevoerd.

Het hemelwater dat valt ter plaatse van de transformatoren zal mogelijk worden afgevoerd op de riolering. Een andere mogelijkheid is dat een hemelwatersysteem met oliedetectie wordt toegepast zodat er geen vervuild hemelwater wordt afgevoerd naar de onverharde gronden rondom. Er wordt zorggedragen dat er geen vervuild hemelwater wordt geloosd op het oppervlaktewater. Watercompensatie. Er geldt op grond van de regels van de keur een compensatieplicht vanaf een toename aan verharding van 800 m2. Die toename aan verharding heeft te maken met het versneld afvoeren van regenwater richting het watersysteem. In de huidige situatie is het plangebied volledig onverhard. Het nieuwe transformatorstation krijgt een oppervlakte van ca. 750 m2. Ook komt rondom de bebouwing ca. 850 m2 aan verharding en halfverharding. In totaal is sprake van een toename van ca. 1.600 m2. Dit betekent dat er een compensatie nodig is door de aanleg van 160 m2 nieuw oppervlaktewater (10% van de toename). In het landschapsplan is een nieuwe watergang voorzien rondom het perceel en wordt een natuurvriendelijke oever aangebracht aan de straatzijde. Daarmee wordt voldaan aan de benodigde oppervlaktecompensatie. Bij de uitvoering dient afgestemd te worden met HHNK en er zal een watervergunning nodig zijn voor de werkzaamheden.

4.4.3 Reactie hoogheemraadschap In het kader van het bestuurlijk vooroverleg is het bestemmingsplan voorgelegd aan het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Zij hebben ingestemd met de bovenstaande waterparagraaf. In aanvulling hierop vragen ze om aandacht voor de klimaatbestendigheid van de locatie. Op dit moment is de drooglegging conform de hoogtegegevens ten opzichte van het gevoerde waterpeil, ongeveer 1,10 meter. Verzocht wordt om met de hoogteplaatsing van kwetsbare installaties rekening te houden met mogelijk grote waterstandstijging rondom de locatie in tijden van hevige regenval. De initiatiefnemer Liander houdt hier rekening mee. De onderkant dorpel komt te liggen op ongeveer 15 cm boven het huidige maaiveld. Daarnaast wordt het straatwerk op afschot aangelegd. Er worden zodoende geen knelpunten verwacht voor de kwetsbare installaties bij hevige regenval.

Bestemmingsplan Transformatorstation Sint Maartensweg, Vastgesteld

20/29

Omgevingsaspecten

4.4.4 Conclusie De digitale watertoets is doorlopen (zie bijlage 5). Op basis hiervan is de normale procedure van toepassing. Het plan leidt tot een toename van ongeveer 1.600 m2 verhard oppervlak en er is compensatie nodig in de vorm van nieuw water (10% van de toename). Als onderdeel van het plan wordt nieuw water aangelegd, waarmee wordt voldaan aan de compensatieverplichtingen. Met het hoogheemraadschap wordt afgestemd over de werkzaamheden aan de watergangen en de aanleg van het nieuwe water. Hier is een watervergunning voor nodig. Het hoogheemraadschap heeft in het kader van het bestuurlijk vooroverleg ingestemd met de waterparagraaf. Geconcludeerd kan worden dat vanuit het aspect water geen belemmeringen bestaan ten aanzien van het bestemmingsplan.

4.5

Natuur

4.5.1 Wettelijk kader In ruimtelijke plannen moet worden aangetoond dat hoe de ontwikkelingen die hierin mogelijk worden gemaakt zich verhouden met de wet- en regelgeving op het gebied van gebieds- en soortenbescherming. Dit betekent, dat bij de voorbereiding van het plan moet worden onderzocht of deze wet- en regelgeving de uitvoering van de ontwikkeling al dan niet in de weg staat. De gebiedsbescherming en de soortenbescherming zijn per 1 januari 2017 geregeld in de Wet natuurbescherming. 4.5.2 Onderzoek Voor het bestemmingsplan is een ecologisch onderzoek uitgevoerd (Bureau Aandacht Natuur, 14 juli 2021). Het onderzoek is opgenomen als bijlage 6. In het onderzoek is ingegaan op effecten op beschermde gebieden en beschermde soorten. Gebiedsbescherming Het plangebied maakt geen deel uit van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), een ander beschermd gebied, zoals Natura-2000, belangrijk weidevogelgebied of strategische reservering natuur. Het plangebied ligt op circa 3,6 kilometer afstand van het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied Zwanenwater & Pettemerduinen. Gezien de grote afstand en de uit te voeren werkzaamheden zijn geen directe negatieve gevolgen te verwachten. Ook indirecte externe effecten zijn uit te sluiten. (zoals licht, geluid of optische verstoring). Wel kan een extern effect optreden door stikstofdepositie.

Stikstofdepositie Het enige externe effect dat niet op voorhand uitgesloten kan worden, is een effect door stikstofdepositie. Een stikstofemissiewolk kan zich over grotere afstand verspreiden en daarmee ook verder weg gelegen Natura 2000-gebieden beïnvloeden. Zodoende is onderzocht of het project leidt tot een toename in stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen en/of habitatsoorten in nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Het transformatorstation heeft zelf geen uitstoot tot gevolg, aangezien het een onbemand station betreft en geen vaste werkplekken of anderzijds cv-gestookte ruimtes bevatten. Voor onderhoud en controle zullen er enige verkeersbewegingen per jaar extra plaatsvinden. Echter zal met name de tijdelijke stikstofuitstoot door de beoogde bouwwerkzaamheden en de hiermee gepaard gaande verkeersbewegingen tot een negatief effect kunnen leiden en wordt hieronder verder uitgewerkt. De conclusie van het stikstofonderzoek luidt dat er geen beschermde natuurgebieden worden getroffen door deze ontwikkeling. De rekentool geeft op basis van de door de initiatiefnemer aangeleverde input, een rekenresultaat van 0,00 mol/ha/jr. Als gevolg van het planvoornemen treedt er dus geen stikstofdepositie op in een Natura 2000-gebied.

Bestemmingsplan Transformatorstation Sint Maartensweg, Vastgesteld

21/29

Omgevingsaspecten

Er kan worden geconcludeerd dat de gebiedsbescherming geen belemmering oplevert voor de uitvoering van het plan. Soortenbescherming Uit de bureaustudie en het veldbezoek is het naar voren gekomen dat er geen nader onderzoek is naar beschermde soorten planten of dieren en dat ook geen ontheffing nodig zal zijn. 4.5.3 Conclusie Er zijn geen effecten op beschermde gebieden. Ook is geen sprake van een stikstofdepositie op een Natura-2000 gebied. En uit het soortenonderzoek is gebleken dat er geen negatieve effecten zijn op beschermde soorten. Geconcludeerd kan worden dat vanuit het aspect ecologie geen belemmeringen bestaan ten aanzien van het bestemmingsplan.

4.6

Verkeer en parkeren

De uitbreiding van het transformatorstation heeft geen gevolgen voor de verkeerssituatie. Het plan leidt niet tot een wijziging in de verkeersaantrekkende werking of in de parkeerbehoefte. Er is geen onderzoek nodig. Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor de uitvoering van het plan.

4.7

Bedrijven en Milieuzonering

4.7.1 Inleiding De ruimtelijke ordening stelt zich tot doel een goede kwaliteit van leefomgeving te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van voldoende afstand tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen anderzijds. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden gebruikt de gemeente de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie. Onderstaande tabel geeft de relatie weer tussen milieucategorie, richtafstanden en omgevingstype. De richtafstanden van de richtafstandenlijst gelden ten opzichte van het omgevingstype rustige woonwijk. Milieucategorie 1

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14646648/1