CConstaterende datSchagen
Koppel je AI →
Document · PDF

20221206 Bijlage Transformatorstation Sint Maartensweg vastgesteld Bijlagen bij de toelichting

Gemeenteraad 20 december 2022, gemeente SchagenBij agendapunt: Bestemmingsplan Transformatorstation Sint Maartensweg21.480 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan Bijlagen bij de toelichting

Transformatorstation Sint Maartensweg Vastgesteld

DNS Planvorming BV Amsterdam, 5 december 2022 NL.IMRO.0441.BPTrafoSintMaarten-VG01

Transformatorstation Sint Maartensweg

"Transformatorstation Sint Maartensweg" (vastgesteld)

2

Inhoudsopgave

Bijlagen bij de toelichting

3

Bijlage 1

Memo locatiekeuze

4

Bijlage 2

Presentatie aan de ARO mei 2022

11

Bijlage 3

Archeologisch onderzoek

30

Bijlage 4

Verkennend bodemonderzoek

70

Bijlage 5

Watertoets

179

Bijlage 6

Quickscan ecologie

188

Bijlage 7

Nota Zienswijzen

226

"Transformatorstation Sint Maartensweg" (vastgesteld)

3

Bijlagen bij de toelichting

"Transformatorstation Sint Maartensweg" (vastgesteld)

4

Bijlage 1 M emo locatiekeuze

"Transformatorstation Sint Maartensweg" (vastgesteld)

Aan

Gemeente Schagen Van

Liander

Memo Contactpersoon

Datum

Tessa Voet, van der

27 september 2021 Ons kenmerk

34002 Betreft

Zoekproces locatiekeuze Regelstation Sint Maarten

Doel memo In deze memo wordt het zoekproces naar een geschikte locatie voor het regelstation geschetst, wat we in gezamenlijkheid met de gemeente Schagen hebben doorlopen. Nut en noodzaak regelstation Sint Maarten In de omgeving van Burgerbrug en Petten is door nieuwe ontwikkelingen momenteel sprake van transportbeperkingen in het distributienet in verband met onvoldoende capaciteit en kwaliteit. Daarnaast wordt de Energy & Health Center campus (EHC campus) verder ontwikkeld. De transportcapaciteit van de huidige elektrische infrastructuur is onvoldoende voor de vermogensvragen van klanten in deze omgeving. Daarom worden vanuit transformatorstation De Weel nieuwe 20 kV circuits (kabels) gelegd richting de omgeving van Petten en Sint Maarten. In deze omgeving is een middenspanningsring (10kV) voor het distributienet noodzakelijk om het bestaande 10 kV net te versterken en de transportbeperkingen op te heffen. Ook is een tweede middenspanningsring (10kV) voorzien ten behoeve van de EHC campus. Geschikte locaties binnen het zoekgebied Het zoekgebied is bepaald door de twee aan te leggen middenspanningsringen. In het gebied waar de middenspanningsringen elkaar overlappen zal het nieuwe regelstation moeten komen. Het nieuwe regelstation dient beide middenspanningsringen te voeden. De middenspanningsringen overlappen elkaar tussen Sint Maartensbrug en Sint Maarten.

Dit is dan ook het zoekgebied voor een locatie voor het benodigde regelstation. In figuur 1 is het globale zoekgebied hiervoor weergegeven. De spanning voor het regelstation moet, gezien de capaciteit op het hogere netvlak, komen vanuit transformatorstation De Weel.

Liander N.V. te Arnhem is onderdeel van Alliander N.V.. KVK-nummer 08021677 Arnhem. BTW-nummer NL003049395B01 Bankrekening NL95.INGB.0000.0055.85 t.n.v. Liander N.V..

Datum

14 september 2021 Ons kenmerk

34002 Pagina

2 van 6

Figuur 1: zoekgebied op basis van technische uitgangspunten Liander Assetmanagement Om een geschikte locatie binnen het zoekgebied te vinden zijn omgevingsaspecten in beeld gebracht die een harde belemmering vormen voor de ontwikkeling van een locatie, zie bijgevoegde omgevingsscan (bijlage 1). Als harde belemmeringen (inclusief de bufferafstanden) zijn aangehouden: bestaande bebouwing, woningen, kwetsbare en geluidgevoelige objecten, wegen, water, bestaande ondergrondse infrastructuur (buisleidingen etc.), archeologische monumenten, vrijwaringszones molenbiotopen, weidevogelgebieden en ecologische verbindingszones. In onderstaande kaart zijn de verschillende harde belemmeringen opgenomen (figuur 2). Hieruit komen verschillende gebieden naar voren die mogelijk geschikt zouden zijn voor de vestiging van een regelstation: a. De noordwesthoek van het zoekgebied; b. Enkele kleine gebieden aan de westzijde van de Grote Sloot; c. Het gebied ten oosten van de Grote Sloot, ten zuiden van de Sint Maartensweg en ten westen van de Westfriese Omringdijk; d. Het gebied ten oosten van de Westfriese Omringdijk.

Datum

14 september 2021 Ons kenmerk

34002 Pagina

3 van 6

a b

d c d Figuur 2: Totaalkaart harde belemmeringen zoekgebied (de witte vlekken bij nummers geven de mogelijke geschikte locaties weer) Zoekgebied verkleind op basis van nettechniek en ruimtelijke uitgangspunten De omgevingsscan is besproken met de gemeente Schagen. De gemeente had geen aanvullingen op de scan, maar gaf wel aan dat bouwen binnen het weidevogelgebied een heel moeilijke opgave zou zijn. Alleen binnen bestaande bouwvlakken zou dat een mogelijkheid zijn op korte termijn. Op basis van figuur 2 heeft de gemeente ook nog percelen aangedragen in haar eigendom, die zijn meegewogen in de zoektocht naar een geschikt perceel. De mogelijke geschikte locaties binnen het zoekgebied zijn bekeken in samenhang vanuit de nettechniek, toegankelijkheid kabels en omgevingsaspecten. Nettechniek Nettechnisch heeft het de voorkeur om het 20/10 kV regelstation tussen Sint Maarten en Sint Maartensbrug te vestigen. Het nieuwe 20/10kV regelstation wordt gevoed door het bestaande transformatorstation de Weel. Vanaf het nieuwe regelstation worden twee middenspanningsringen aangelegd om de huidige transportbeperkingen op te heffen. Hiermee worden de huidige transportbeperkingen in de omgeving Burgerbug, Petten, Sint Maartens(vlot)burg en Schagerburg opgeheven. Deze middenspanningsringen faciliteren met name de teruglevering van energie.

Om afstand tussen de voeding en de middenspanningsringen zo kort mogelijk te houden heeft het nettechnisch gezien de voorkeur om het regelstation in de omgeving Sint Maarten en Sint Maartensbrug te realiseren. Een regelstation ten oosten van de Westfriese Ringdijk (provinciaal monument) is technisch ongeschikt vanwege de vele afgaande kabels van het regelstation. Indien het regelstation is gepositioneerd te oosten van de Westfriese Omringdijk, dan moeten alle afgaande kabels onder het dijklichaam en het provinciale monument door.

Datum

14 september 2021 Ons kenmerk

34002 Pagina

4 van 6 Op basis van bovenstaande nettechnische uitgangspunten is het zoekgebied verkleind. Deelgebied a en deelgebied d (figuur 2) vallen buiten het zoekgebied. Op basis van het kleinere zoekgebied is onderzoek verricht naar de omgevingsaspecten in het onderstaande zoekgebied rondom de dorpskern Sint Maartensburg. Hierbij is onderscheid gemaakt in vier gebieden, zogeheten kwadranten:

1 2 4 3

Figuur 3: Aangepast zoekgebied op basis van nettechniek en ruimtelijke uitgangspunten

Datum

14 september 2021 Ons kenmerk

34002 Pagina

5 van 6 Omgevingsaspecten Binnen de kwadranten is op basis van omgevingsaspecten onderzocht of het mogelijk is om een regelstation te realiseren. Hieronder wordt per kwadrant de relevante omgevingsapecten toegelicht. Kwadrant 1: De mogelijke locatie in de noordwesthoek van Sint Maartensbrug brengt een aantal aandachtspunten met zich mee: a. De ligging ten opzichte van bestaande woningen in verband met geluid en elektromagnetische velden; b. Beide zijden van de Grote Sloot is Weidevogelgebied; c. Ten westen van de Grote Sloot is ook Bollenconcentratiegebied. d. Aan de rand van het dorp ligt aan een school enerzijds en een begraafplaats anderzijds. Kwadrant 2: Een locatie tussen de Grote Sloot en de Nieuwedijk kent de volgende aandachtspunten: a. Het gebied is bijna geheel aangewezen als Weidevogelgebied; b. Een deel van het gebied langs de Nieuwedijk heeft de bestemming Agrarisch met waarden en heeft nog geen bebouwing aan deze zijde. c. De Grote Sloot is een regionale waterkering met op verschillende plekken een hogere archeologische waarde. d. Aanwezigheid van een transportleiding van Gasunie parallel aan de Nieuwedijk. Kwadrant 3: Het gebied ten zuiden van de Sintmaartensweg, ten oosten van de Grote Sloot, brengt twee aandachtspunten met zich mee: a. De afstand tot de woningen moet voldoende zijn in verband met hinder.

Hierbij moet ook rekening gehouden worden met toekomstige ontwikkelmogelijkheden voor zowel dorp als regelstation. b. Een molenbiotoop langs de Grote Sloot. Kwadrant 4: Het gebied tussen de Grote Sloot en de Sint Maartensweg kent de volgende aandachtspunten: a. Ook dit gebied is Weidevogelgebied. b. Ligging van een riooltransportleiding. c. Daarnaast is er veel (woon) bebouwing langs de Grote Sloot. Dit maakt zowel het stichten van een regelstation als het leggen van kabels erg lastig. d. Aan de Grote Sloot staat een molen met bijbehorende biotoop. Op basis van bovenstaande aandachtspunten is geconcludeerd dat de kwadranten 1, 2 en 4 door de ligging van het Weidevogelgebied, door bestaande bebouwing en door bestaande infrastructuur ongeschikt zijn voor de realisatie van een regelstation. Kwadrant 3 is qua ligging in de omgeving het meest geschikt voor de realisatie van een regelstation. Afweging locatiekeuze Aan de hand van bovenstaande conclusie is in overleg met de gemeente besloten om in gesprek te gaan met grondeigenaren in het gebied ten oosten van de Grote Sloot en ten zuiden van de Sint Maartensweg, de zogehete kwadrant 3. Daarbij zijn de percelen in eigendom van de gemeente afgevallen vanwege de ligging nabij woningen en de ijsbaan in Sint Maarten.

Met grondeigenaren ten oosten van de Grote Sloot en ten zuiden van de Sint Maartensweg zijn door een rentmeester gesprekken gevoerd om de bereidheid tot verkoop van de gronde te onderzoeken. De grondeigenaren van de percelen die onze voorkeur hadden, bleken ook bereid tot verkoop. In figuur 4 zijn de twee locaties weergegeven.

Datum

14 september 2021 Ons kenmerk

34002 Pagina

6 van 6 Omdat in dit gebied een flink knelpunt in het net aanwezig is hebben wij gezocht naar een locatie waar we zo min mogelijk harde belemmeringen zagen, zoals de aanduiding Weidevogelgebied. Op het perceel van onze voorkeur staat al bebouwing in de vorm van een grote schuur. Om zo min mogelijk extra bebouwing toe te voegen heeft het onze voorkeur om de schuur te slopen en hier het regelstation te bouwen. Over deze afweging heeft meerdere malen afstemming plaatsgevonden met de gemeente.

Figuur 4: Ligging mogelijk aan te kopen gronden in zoekgebied

11

Bijlage 2 Presentatie aan de ARO mei 2022

"Transformatorstation Sint Maartensweg" (vastgesteld)

Transformatorstation Sint Maartensweg ARO bijeenkomst 17 mei 2022

Toekomst gemiddeld 35 woningen

Ecosystemen

Netwerklaag

Omgevingsvisie

Klik hier om tekst toe te voegen.

Aanleiding/doelstelling

Hoe kan het onderstation naast het leveren van stroom een meerwaarde zijn voor de polder vanuit het oogpunt van ecologie, recreatie en of versterking van de landschappelijke beleving?

Onderzoek positionering

Onderzoek materiaal en positionering

Positionering

Onderzoek materiaal en positionering

Positionering

Onderzoek materiaal en positionering

Positionering

Onderzoek materiaal en positionering

Positionering

Onderzoek materiaal en positionering

Positionering

Onderzoek materiaal en positionering

Positionering

Onderzoek materiaal en positionering

Positionering

Ontwerpwijzigingen

30

Bijlage 3 Archeologisch onderzoek

"Transformatorstation Sint Maartensweg" (vastgesteld)

RAAP-RAPPORT 4842

Plangebied Sint Maartensweg 100 te Sint Maartensbrug Gemeente Schagen Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Colofon Titel: Plangebied Sint Maartensweg 100 te Sint Maartensbrug, gemeente Schagen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) Versie: 14-12-2020 Auteur: T.E. de Rijk, MA & drs C.N. Kruidhof Projectcode: SMSM Bestandsnaam: RAAPrap_4842_SMSM_20201214 Autorisatie: drs. J.H.F. Leuvering

ISSN: 0925-6229

RAAP Leeuwenveldseweg 5b

Telefoon: 0294-491 500

1382 LV Weesp

E-mail: raap@raap.nl

Postbus 5069

Website: www.raap.nl

1380 GB Weesp © RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V., 2020 RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V. aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek of de toepassing van de adviezen. Er is geen verklaring ontvangen van het bevoegd gezag omtrent goed - of afkeuring van het rapport.

Plangebied Sint Maartensweg 100 te Sint Maartensbrug, gemeente Schagen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Samenvatting In opdracht van Qirion heeft RAAP in oktober 2020 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) uitgevoerd voor het plangebied Sint Maartensweg 100 te Sint Maartensbrug in de gemeente Schagen. Het onderzoek vond plaats in het kader van de aanvraag van een omgevingsvergunning. Het plangebied kenmerkt zich door zijn ligging in de invloedssfeer van het voormalige Zijper zeegat. Op basis van het AHN3 lijkt het plangebied nog net naast het zeegat zelf gelegen te zijn geweest, zodat van erosie mogelijk geen of minder sprake was op deze locatie. Bovendien lijkt zich ter hoogte van het plangebied een veenafwatering te hebben bevonden. Op basis hiervan geldt voor de perioden brons en ijzertijd een hoge archeologische verwachting. In de afzettingen van het Laagpakket van Wormer, onder het veen, zijn geen kwelderafzettingen aangetroffen in het plangebied. En hoewel in het plangebied intacte veenlagen zijn aangetroffen, is er in geen van de boringen een veraarde top waargenomen. Verder zijn gedurende het booronderzoek in de kwelderafzettingen van het Laagpakket van Walcheren e en aantal ontkalkte niveaus aangetroffen, maar een cultuur- of ophogingslaag is niet aanwezig.

Vandaar dat in het plangebied de archeologische verwachting voor alle periodes naar laag kan worden bijgesteld of als lage verwachting kan worden gehandhaafd. Op basis van de resultaten van dit onderzoek blijkt dat in het plangebied geen archeologische resten bedreigd worden. Daarom wordt in het kader van de voorgenomen bodemingrepen geen vervolgstap uit het proces van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) noodzakelijk geacht. Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden onverwacht archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet aanmelding van de desbetreffende vondsten bij de Minister van Onderwijs, Cultuur en Weten schap c.q. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed verplicht (vondstmelding via ARCHIS). Dit rapport geeft (selectie)adviezen. Het is aan de bevoegde overheid , de gemeente Schagen, deze al dan niet over te nemen in de vorm van een (selectie)besluit.

RAAP-rapport 4842 / versie 14-12-2020

[3]

Plangebied Sint Maartensweg 100 te Sint Maartensbrug, gemeente Schagen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Inhoud Samenvatting ...................................................................................................................................... 3 Inhoud................................................................................................................................................. 4 1 Inleiding ........................................................................................................................................... 5 1.1 Kader .................................................................................................................................................. 5 1.2 Administratieve gegevens ..................................................................................................................... 7 1.3 Doel- en vraagstelling .......................................................................................................................... 7

2 Bureauonderzoek ............................................................................................................................. 9 2.1 Methode .............................................................................................................................................. 9 2.2 Aardkundige situatie ............................................................................................................................ 9 2.3 Archeologische gegevens ................................................................................................................... 12 2.4 Historische situatie ............................................................................................................................ 14 2.5 Huidige situatie .................................................................................................................................. 17 2.6 Toekomstige situatie .......................................................................................................................... 18 2.7 Gespecificeerde archeologische verwachting ...................................................................................... 18

3 Veldonderzoek ............................................................................................................................... 21 3.1 Methode ............................................................................................................................................ 21 3.2 Resultaten ......................................................................................................................................... 21 3.3 Archeologische relevantie .................................................................................................................. 23

4 Conclusies en advies ...................................................................................................................... 26 4.1 Conclusie .......................................................................................................................................... 26 4.2 Advies ............................................................................................................................................... 26 4.3 Tot slot .............................................................................................................................................. 26

Literatuur .......................................................................................................................................... 27 Overzicht van figuren, tabellen en bijlagen ......................................................................................... 28

RAAP-rapport 4842 / versie 14-12-2020

[4]

Plangebied Sint Maartensweg 100 te Sint Maartensbrug, gemeente Schagen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

1 Inleiding 1.1 Kader Aanleiding In opdracht van Qirion heeft RAAP in oktober 2020 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) uitgevoerd voor het plangebied Sint Maartensweg 100 te Sint Maartensbrug in de gemeente Schagen (figuur 1). Het onderzoek vond plaats in het kader van de aanvraag van een omgevingsvergunning. Juridisch en beleidskader Het uitgangspunt voor dit onderzoek wordt gevormd door het wettelijk en beleidsmatig kader voor de ruimtelijke ordening en monumentenzorg. De gemeente is de bevoegde overheid die een besluit zal nemen over hoe om te gaan met de eventueel aanwezige archeologische waarden. Op de archeologische beleidskaart van de gemeente Schagen ligt het plangebied in een zone met ‘Waarde – Archeologie – 4’. Het beleid voor deze zone schrijft voor dat er bij bodemingrepen groter dan 500 m 2 en dieper dan 50 cm -mv een archeologisch onderzoek dient te worden uitgevoerd. Deze voorschriften zijn verankerd in het bestemmingsplan ‘Buitengebied Zijpe’. De omvang van de bodemingrepen bedraagt 642 m 2 en de diepte van de ingrepen bedraagt maximaal circa 200 cm –mv. De ingrepen zijn daarmee groter dan de vrijstellingsgrens. Een archeologische onderbouwing met betrekking tot de eventuele aanwezigheid van archeologische waarden is daarom verplicht conform het vigerend beleid.

Kwaliteitsborging De werkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat BRL4000, conform artikel 5.4 van de Erfgoedwet. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de normen van de archeologische beroepsgroep. De Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1), beheerd door de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer (SIKB; www.sikb.nl), is door de minister aangewezen als norm. Voorafgaand aan het onderzoek is een Plan van Aanpak (PvA) opgesteld en ter goedkeuring aan de bevoegde overheid voorgelegd. Dit PvA is goedgekeurd (op 08-11-2020). Dit PvA diende als uitgangspunt voor het onderzoek. Het onderzoek is bovendien uitgevoerd conform de geldende richtlijnen van de bevoegde overheid. RAAP is gecertificeerd voor de protocollen 4001 Programma van Eisen, 4002 Bureauonderzoek, 4003 Inventariserend veldonderzoek (landbodems), onderdelen proefsleuven en overig, alsmede 4004 Opgraven (landbodems). Zie bijlage 1 voor de dateringen van de in dit rapport genoemde archeologische perioden.

RAAP-rapport 4842 / versie 14-12-2020

[5]

Plangebied Sint Maartensweg 100 te Sint Maartensbrug, gemeente Schagen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Figuur 1. Aanduiding plangebied. Inzet: ligging in Nederland (ster).

RAAP-rapport 4842 / versie 14-12-2020

[6]

Plangebied Sint Maartensweg 100 te Sint Maartensbrug, gemeente Schagen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

1.2 Administratieve gegevens Type onderzoek

Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Opdrachtgever

Qirion

Bevoegde overheid

Gemeente Schagen

Plaats

Sint Maartensbrug

Gemeente

Schagen

Provincie

Noord-Holland

Centrumcoördinaten (X/Y)

111011/532357

Toponiem

Sint Maartensweg

Kadastrale gegevens

ZPE00, E, 34

Oppervlakte plangebied

8000 m²

Afbakening onderzoeksgebied

Tijdens onderhavig onderzoek is het plangebied inclusief een zone van 500 m rondom het plangebied onderzocht.

Onderzoeksperiode

Oktober 2020

Uitvoerder

RAAP West

Projectleider

T.E. de Rijk, MA

Projectmedewerkers

D. Peeters

RAAP-projectcode

SMSM

ARCHIS-onderzoeksmeldingsnummer

4904529100

Beheer en plaats documentatie

RAAP regio West te Leiden en op termijn het provinciaal Depot, ARCHIS en E-Depot.

Tabel 1. Administratieve gegevens.

1.3 Doel- en vraagstelling De doelstelling van het archeologisch vooronderzoek is het vaststellen van de archeologische waarde van het terrein, dan wel de archeologische vindplaats. Daartoe wordt informatie verzameld over bekende en verwachte archeologische resten teneinde een gespecificeerde archeologische verwachting op te stellen. Hiertoe is een aantal onderzoeksvragen geformuleerd: Bureauonderzoek 

Hoe ziet de geo(morfo)logische en/of bodemkundige opbouw van het plangebied eruit?

Welke gegevens met betrekking tot archeologische complexen in en rond het plangebied zijn reeds bekend?

Wat was het historisch landgebruik van het plangebied en wat is het landgebruik nu en wat is de invloed daarvan op de (verwachte) archeologie en (bodem)gaafheid?

Wat is de gespecificeerde verwachting ten aanzien van nog onbekende arche ologische waarden in het gebied? En wat zijn hiervan de prospectiekenmerken?

RAAP-rapport 4842 / versie 14-12-2020

[7]

Plangebied Sint Maartensweg 100 te Sint Maartensbrug, gemeente Schagen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Verkennend booronderzoek 

Komt de geo(morfo)logische en/of bodemkundige opbouw in het plangebied overeen met hetgeen op basis van het bureauonderzoek verwacht werd?

Dient op basis van de resultaten van het veldonderzoek de gespecificeerde archeologische verwachting te worden bijgesteld?

Waar en op welke diepte bevinden zich de archeologisch interessante lagen?

Is de bodemopbouw in het plangebied zodanig (intact) dat archeologisch ve rvolgonderzoek zinvol is?

Zijn er aanwijzingen voor (grotere) archeologische nederzettingen?

Algemeen 

Leidt de toekomstige inrichting tot verstoring van eventuele archeologische resten?

Op welke wijze kan bij de planvorming met archeologische resten worde n omgegaan?

Met de inzet van welke zoekmethoden kunnen de verwachte archeologische resten systematisch opgespoord worden (zoeksleuven, booronderzoek, veldkartering, geofysisch etc.)?

RAAP-rapport 4842 / versie 14-12-2020

[8]

Plangebied Sint Maartensweg 100 te Sint Maartensbrug, gemeente Schagen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

2 Bureauonderzoek 2.1 Methode Het bureauonderzoek dient ervoor om – op basis van verschillende bronnen – inzicht te krijgen in de genese van het landschap, de bodemopbouw en de sporen die het menselijk gebruik in de loop van de tijd heeft achtergelaten. Met behulp van deze gegevens wordt een gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld. Naast de conform de KNA verplichte bronnen is door de gebiedsexperts van RAAP een beredeneerde keuze gemaakt uit betrouwbare bronnen die voor de archeologische verwachting relevante informatie bevatten (zie bijlage 2 voor de motivering). Daarvoor is gebruik gemaakt van de landelijk en voor RAAP digitaal beschikbare archieven. Voor de beschrijving van de historische situatie is gebruik gemaakt van hiervoor relevante informatiedragers. Voor de actuele metadata van de verzamelde gegevens (gemeente, plaats, etc.) wordt verwezen naar het van toepassing zijnde data -archief.

2.2 Aardkundige situatie In onderstaande beknopte geologische ontstaansgeschiedenis in de Kop van Noord -Holland wordt naast de huidige lithostratigrafische indeling van De Mulder e.a. (2003) ook de (chronostratigrafische) indeling gehanteerd die door De Mulder & Bosch (1982) is opgesteld. Rond 3800 voor Chr. kon de zee alleen via enkele openingen in de kustlijn (de zgn. zeegaten) in het achterland doordringen. Via het zeegat van Bergen - een grote opening in de kustlijn ter hoogte van het huidige Bergen - drong een aantal west-oost georiënteerde geulen door in West Friesland en de Kop van Noord-Holland. Vanuit de geulen werden pakketten zand en klei afgezet. Buiten de invloedssfeer van de geulen vond veenvorming plaats. De sedimenten die in deze periode werden afgezet, worden door De Mulder & Bosch (1982) gerekend tot het Hauwertcomplex laag A (Laagpakket van Wormer). Vanaf circa 3000 voor Chr. verlegden de geulen zich geleidelijk naar het zuiden (De Mulder & Bosch, 1982). De sedimenten (zand en klei) die in deze periode zijn afgezet, worden door De Mulder & Bosch gerekend tot het Hauwertcomplex laag B (Laagpakket van Wormer). Op de kleien en zanden uit de voorgaande perioden kan bewoning hebben plaatsgevonden in het neolithicum. Ter hoogte van het plangebied is in deze periode een getijdenzone aanwezig (figuur 2).

Nadat het plangebied geheel buiten bereik van de geulen kwam , rond 1000 voor Chr. vond veenvorming plaats. Dit veen behoort tot het Hollandveen Laagpakket en is in de buurt van natuurlijke afwateringen van het veen vanaf de late ijzertijd bewoonbaar geweest (naar Molenaar e.a., 2009). Op basis van de kaart van Vos & de Vries (2013) bevindt zich mogelijk ook ter hoogte van het plangebied in deze periode een dergelijke veenafwatering , al er mogelijk nog altijd een relatief grote invloed vanuit deze op deze locatie via deze waterweg (figuur 2). De ligging van het plangebied blijft grotendeels zo tot aan de grootschalige ontginningen van het gebied vanaf ongeveer de tiende eeuw, alhoewel volgens Vos & De Vries (2013) de omgeving van het plangebied vanaf het begin van de jaartelling binnen de invloedsfeer van noordelijke getijdengeulen komt te liggen. In de middeleeuwen werd de omgeving van het plangebied vanaf de strandwal in oostelijke richting ontgonnen. Door de ontginning daalde het maaiveld en nam de zee invloed weer toe.

RAAP-rapport 4842 / versie 14-12-2020

[9]

Plangebied Sint Maartensweg 100 te Sint Maartensbrug, gemeente Schagen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

De zee drong het gebied binnen via het zeegat van Zijpe en het veen werd ten d ele geërodeerd. Uit gegevens van een nabij gelegen boring (op circa 250 m ten noordwesten van het plangebied) bleek namelijk dat er nog een laag veen in de ondergrond aanwezig is op een diepte van 1,9 tot 3,1 m –NAP (het maaiveld ligt hier op circa 0,3 m –NAP) (Boring B14D0379; www.dinoloket.nl). De jongere getijdenafzettingen worden gerekend tot het Laagpakket van Walcheren, dat onderdeel uitmaakt van de Formatie van Naaldwijk. Het zandige materiaal werd aangevoerd via het Zijper zeegat, het Heersdiep en het Marsdiep (Rosing, 1995). Op basis van het AHN3 en de kaarten van Vos & de Vries (2013) lijkt het aannemelijk dat het plangebied in de invloedssfeer van het Zijpe zeegat lag, maar niet in de hoofdgeul (figuur 6; figuur 2). Voor het landschap in de loop van de middeleeuwen valt op dat het plangebied in een deel van NoordHolland ligt waar een metamorfose heeft plaatsgevonden. Grote delen van het noordelijk veengebied zijn verdwenen en Texel, Huisduinen, Callantsoog en Wieringen zijn eilanden geworden door de vorming van de getijdengeulen Marsdiep, Heersdiep en Zijpe. De dorpjes Callantsoog, Huisduinen en in minder mate Petten werden omringd door water en zouden na verloop van tijd het gevecht met de zee verliezen en door de zee worden weggespoeld.

Het plangebied bevindt zich in deze periode in een wadachtig milieu. De eerste plannen om de Zijpe te bedijken, dateren al uit 1388 en waren vooral ingegeven door de wens de West-Friese Omringdijk te beschermen tegen het zeewater dat met stormvloeden landinwaarts kwam. In dat jaar werd een dijk vanaf Petten langs het str and naar het noorden aangelegd, maar deze bezweek weer snel (Alders & Husken, 2007). In 1552-1553 werd de Zijpepolder voor het eerst bedijkt. De polder werd ingedeeld (door landmeter Mr. Simon Meeuwsz. Van Edam) in 20 polders (aangeduid met hoofdletters A t/m V). Het plangebied ligt ten zuidoosten van de polder Zijpe en Haze in Polder B. Na de bedijking van 1552-1553 begaven de dijken het tweemaal (in 1555 en 1570), zodat de polder onder water kwam te staan. In 1573 werd de polder met opzet geïnundeerd om de opmars van de Spanjaarden een halt toe te roepen. Na deze inundatie bleef de polder tot 1597 onder water staan, waardoor veel zand van de westelijke zijde van de polder naar de oostelijke zijde van de polder werd getransporteerd door de getijdenbewegingen en waarbij opnieuw klei werd afgezet in de polder. De sloten, met uitzondering van de Grote Sloot, waren ook allemaal met zand opgevuld. In de 25 ja ar tussen 1573 en 1597 werd als gevolg van de hernieuwde sedimentatie van zand en klei een groot deel van de huidige polder met 90 tot 120 cm opgehoogd.

In 1597 werd de Zijpe voor de laatste keer ingepolderd (Alders & Husken, 2007). De geomorfologische kaart geeft aan dat de noordwestelijk e hoek van het plangebied zich bevindt in een ingesloten strandvlakte (Koomen & Maas, 2004). Twee derde van het plangebied, het zuidoostelijke deel, bevindt zich op deze kaart in een vlakte van getij -afzettingen. Bodemkundig gezien komen er in bijna het hele plangebied vlakvaaggronden in grof zand voor (Bodemkaart schaal 1:50.000). Enkel in het uiterste zuidoosthoekje van het plangebied is een kalkrijke poldervaaggrond in lichte zavel gekarteerd. Opvallend is dat op basis van het AHN3 (zie figuur 6) het plangebied eerder in de vlakte van getij-afzettingen lijkt te liggen, in plaats van in de hogere ingesloten strandvlakte zoals het aan de aan de andere kant van de weggelegen perceel.

RAAP-rapport 4842 / versie 14-12-2020

[10]

Plangebied Sint Maartensweg 100 te Sint Maartensbrug, gemeente Schagen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Figuur 2. Het landschap rond het plangebied tussen 2750 voor Chr. e n 1850 na Chr. (naar Vos & de Vries, 2013).

RAAP-rapport 4842 / versie 14-12-2020

[11]

Plangebied Sint Maartensweg 100 te Sint Maartensbrug, gemeente Schagen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

2.3 Archeologische gegevens Gemeentelijk archeologiebeleid Dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie - 4’

Bestemmingsplan

In de toelichting is opgenomen dat bij bodemingrepen groter dan 500 m 2 en dieper dan 50 cm -mv een archeologisch onderzoek dient te worden uitgevoerd. Gemeentelijke archeologische verwachtingskaart

Hoge verwachtingswaarde ZIJP 93A: In dit gebied zijn sporen uit de perioden van vóór de bedijking te verwachten, van het late neolithicum tot de middeleeuwen.

Gemeentelijke archeologische beleidskaart

Archeologisch Waardevol gebied: derde categorie. Vrijstellingsgrenzen: 500 m2 en 40 cm -mv.

Tabel 2. Overzicht van het geldende archeologiebeleid en achterliggende verwachtingskaart.

Bekende archeologische gegevens Monument

Ligging

Complex

Datering

Materiaal

Diepte

Waarde

-

-

-

-

-

-

-

Zaakidentificatienr.

Ligging

Complex

Datering

Materiaal

Diepte

Verzamelwijze

2916295100

In Sint Maartensbrug

Kerk

Vroege en late middeleeuwen

Tufsteen; muur; terp; kerk

Onbekend

Archeologisch: opgraving in 1960

Tabel 3. Overzicht van de bekende archeologische monumenten en archeologische vondstlocaties in en rond het plangebied, de beschreven locatie ligt overigens op meer dan 500 m van het plangebied .

Wanneer de vindplaatsen en hun landschappelijke inbedding bekeken worden in vergelijking met de situering van het plangebied, dan blijkt dat in de directe omgeving van het plangebied enkel een opgraving uit 1960 van een laat middeleeuwse kerk bekend is. Deze kerk in Sint Maartensbrug bleek te zijn gebouwd op een Karolingisch tufstenen bedehuis, op een terp. Onbekend is of deze terp bijvoorbeeld op het veen of op de kwelderafzettingen gelegen is. Eerder in de omgeving uitgevoerd onderzoek volgens ARCHIS3 Zaakidentificatienummer

Resultaat/advies

3986005100; 3292678100 (BO)

Dit betreft een booronderzoek van Vestigia uit 2016 , waarin aan de andere kant van de Sint Maartensweg een matig amorfe veenlaag werd aangetroffen vanaf 150 cm mv. Dit veen is als verslagen veen geïnterpreteerd bij de iets verder ten noordwesten gelegen boring. Dit veen was gelegen onder de kwelderafzettingen van matig siltige klei, maar hierin werd in de twee nabij het onderhavige plangebied gelegen boringen geen vegetatieniveau aangetroffen. In de boring bijna direct aan de andere kant van de weg werd onder de dunne veenlaag nog wel een matige stevige siltige klei aangetroffen. Deze laag van mogelijk gerijpte klei is niet verder geïnterpreteerd in het rapport.

2320555100

Dit betreft een bureauonderzoek door Oranjewoud uit 2011 naar het gebied ten zuiden van het plangebied gericht op huidige en aan te leggen waterlopen. Voor nieuwe bodemingrepen is een booronderzoek aangeraden. Ook wordt een melding gemaakt van een terp op circa 2 km ten zuiden van het onderhavi ge plangebied.

Tabel 4. Overzicht van eerder nog niet besproken, beschikbaar en relevant archeologisch onderzoek in en rond het plangebied.

RAAP-rapport 4842 / versie 14-12-2020

[12]

Plangebied Sint Maartensweg 100 te Sint Maartensbrug, gemeente Schagen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Figuur 3. Overzichtskaart archeologische gegevens uit de direc te omgeving van het plangebied.

RAAP-rapport 4842 / versie 14-12-2020

[13]

Plangebied Sint Maartensweg 100 te Sint Maartensbrug, gemeente Schagen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

2.4 Historische situatie Op basis van historische kaarten kan inzicht worden verkregen in het historisch gebruik van een gebied van na de late middeleeuwen tot begin 20e eeuw. In die periode was men veel meer dan nu gebonden aan de (on)mogelijkheden die het natuurlijke landschap bood voor bewoning en andere vormen van landgebruik. Het historisch gebruik zegt daarmee iets over de archeologische potentie van het gebied. Daarnaast kan het informatie leveren over eventuele bodemverstoringen die in het verleden hebben plaats gevonden. Uit deze analyse blijkt dat het plangebied rond 1625 in onbebouwd agrarisch gebied gelegen was (figuur 4). Deze situatie blijft in ieder geval bestaan tot circa 1811 -1832, aangezien ook de Kadastrale kaart uit deze periode geen bebouwing staat aangegeven ter hoogte van het plangebied (kaart niet afgebeeld in het rapport). Op de kaarten die zijn opgesteld tussen 1855 en het recente verleden is verder te zien dat pas rond 1975 een klein gebouwtje in de hoek van het plangebied verschijnt en dat dit de enige bouwkundige ontwikkeling op deze locatie is tot aan het recente verleden (figuur 5). Wat verder opvalt aan de historische kaarten is hoe weinig de perceelgrenzen zijn veranderd aan de kant van de weg waar het plangebied gelegen is. Er zijn sinds 1855 slechts een paar slootjes verdwenen.

Het lijkt er op dat er geen uitvoerige ruilverkavelingen hebben plaatsgev onden. Ten noorden van de weg lijkt iets meer te zijn veranderd in het verkavelingspatroon. Binnen de grenzen van het plangebied bevinden zicht overigens geen Rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten, MIP-objecten of overige bouwhistorische waarden.

RAAP-rapport 4842 / versie 14-12-2020

[14]

Plangebied Sint Maartensweg 100 te Sint Maartensbrug, gemeente Schagen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Figuur 4. Het plangebied ruwweg binnen de rode ellips op een uitsnede van de Kaart van de gedempte Zijpe (Kaarten en kaartboeken van de Provinciale Atlas Noord -Holland, Inventarisnummer, NL-HlmNHA_560_001370_G, via www.noord-hollandsarchief.nl). De kaart is west georiënteerd.

RAAP-rapport 4842 / versie 14-12-2020

[15]

Plangebied Sint Maartensweg 100 te Sint Maartensbrug, gemeente Schagen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Figuur 5. Overzicht van historische kaarten van 1855 tot de recente luchtfoto (www.topotijdreis.nl; www.pdok.nl).

RAAP-rapport 4842 / versie 14-12-2020

[16]

Plangebied Sint Maartensweg 100 te Sint Maartensbrug, gemeente Schagen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

2.5 Huidige situatie Aan de hand van actuele gegevens van recente luchtfoto’s, Google Street View, locatiebezoek en navraag bij de opdrachtgever zijn de onderstaande zaken over de huidige situatie te melden. Huidig grondgebruik

Akker en schuur.

Hoogteligging maaiveld

Circa 1 m –NAP (zie figuur 6).

Grondwatertrap of -stand

Binnen het plangebied geldt de grondwatertrap III. GWT III heeft een gemiddelde hoogste grondwaterstand van minder dan 40 cm ‐mv en een gemiddelde laagste grondwaterstand van 80 tot 120 cm ‐mv.

Milieutechnische condities

Geen onderzoek bekend 1.

Aanwezige constructies (funderingen, kelders e.d.)

Geen constructies verwacht.

Locatie en diepte van kabels/leidingen

Enkel langs de Sint Maartensweg.

Tabel 5. Overzicht van de huidige situatie van het plangebied.

Figuur 6. Het plangebied op het AHN3 (www.pdok.nl).

1

www.bodemloket.nl

RAAP-rapport 4842 / versie 14-12-2020

[17]

Plangebied Sint Maartensweg 100 te Sint Maartensbrug, gemeente Schagen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

2.6 Toekomstige situatie Uit navraag bij de opdrachtgever is het volgende gebleken over de toekomstige situatie: Aard

De plannen bestaan uit het bouwen van een 20/10kV regelstation door Liander.

Omvang en diepte

De ontgraving zal +/- 1,60m t.o.v. huidig maaiveld zijn om het 20/10kV Regelstation te realiseren (om kabelkelders aan te brengen en trafolekbakken). De locatie van dit Regelstation is nog niet bekend. De bodemingrepen beperken zich grotendeels tot 2m –mv. In de toekomst zal er ook een 150kV/20kV Kopstation worden gebouwd binnen het aangegeven terrein van het plangebied.

Invloed op maaiveld en grondwater

Onbekend.

Toekomstig gebruik

Regelstation.

Toekomstige gebruiker

Liander.

Tabel 6. De toekomstige situatie.

Figuur 7. Inrichtingsplan.

2.7 Gespecificeerde archeologische verwachting Op basis van de tijdens het bureauonderzoek verzamelde gegevens is een gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld. Deze geeft inzicht in de aard en de ouderdom (inclusief omvang en uiterlijke kenmerken), (diepte)ligging, en gaafheid van eventueel aanwezige archeologische resten. Het plangebied kenmerkt zich door zijn ligging in de invloedssfeer van het voormalige Zijper zeegat. Op basis van het AHN3 lijkt het plangebied nog net naast het zeegat zelf gelegen te zijn geweest, zodat van erosie mogelijk geen of minder sprake was op deze locatie . Bovendien lijkt zich ter hoogte van het plangebied een veenafwatering te hebben bevonden. Hierdoor worden archeologische resten uit het neolithicum verwacht, indien zich ook ter hoogte van het plangebied kreekruggen uit deze periode bevinden. De oevers van de kreken uit het toenmalige getijdenlandschap vormden de enige hogere en drogere voor bewoning geschikte plaatsen in de

RAAP-rapport 4842 / versie 14-12-2020

[18]

Plangebied Sint Maartensweg 100 te Sint Maartensbrug, gemeente Schagen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

nabijheid van het plangebied. Aangezien dergelijke vindplaatsen niet in de directe omgeving van het plangebied niet bekend zijn, geldt voor deze periode een lage archeologische verwachting. Vindplaatsen uit het neolithicum zijn klein tot middelgroot en herkenbaar aan een spreiding van vondstmateriaal, dat kan bestaan uit bijvoorbeeld aardewerk, hout(skool) en (vuur)steen. Archeologische resten uit de bronstijd worden in het plangebied verwacht wanneer er sprake was van een hogere en drogere plaats in het toenmalige landschap. In deze periode lijkt het plangebied gelegen te zijn op een kwelder, en dit zou een voorbeeld van zo’n bewoonbare plaats in het landschap geweest kunnen zijn. Vandaar dat voor de bronstijd een hoge archeologische verwachting geldt in het plangebied. Vindplaatsen uit de bronstijd zijn eveneens klein tot mid delgroot en herkenbaar aan een spreiding van vondstmateriaal, dat kan bestaan uit bijvoorbeeld aardewerk, hout(skool), (vuur)steen en mogelijk ook metaal. Archeologische resten uit de ijzertijd worden in het plangebied verwacht wanneer er sprake was van een hogere en drogere plaats in het veenlandschap, bijvoorbeeld langs een veenafwatering, ter hoogte van het plangebied. Dergelijke plaatsen zijn herkenbaar aan een veraarde top van het veen.

In de omgeving van het plangebied was door een goede afwatering h et veen op verschillende plaatsen bewoonbaar in de periode tussen de late ijzertijd en de middeleeuwen. Aangezien het plangebied bij een dergelijke afwatering gelegen lijkt te hebben (waar rond 250 voor Chr. de getijden steeds meer invloed kregen), en mogelijk niet door de Zijpe geërodeerd is geraakt, geldt voor deze p eriode een hoge archeologische verwachting. Vindplaatsen uit de ijzertijd en Romeinse tijd kunnen middelgroot tot groot van omvang zijn en zijn bijvoorbeeld herkenbaar aan een cultuurlaag met aardewerk, hout(skool), steen en mogelijk ook metaal. Gedurende de middeleeuwen was het plangebied waarschijnlijk te nat voor bewoning door de toegenomen invloed van de zee via de Zijpe. Vandaar dat voor deze periode een lage archeologische verwachting geldt voor het plangebied. Vindplaatsen uit de middeleeuwen kunnen middelgroot tot groot van omvang zijn en zijn bijvoorbeeld herkenbaar aan een cultuurlaag met aardewerk, hout(skool), steen en mogelijk ook metaal. Bovendien kunnen in de omgeving van het plangebied resten van terpen verwacht worden. Op basis van het historisch kaartmateriaal blijkt dat er in de nieuwe tijd geen bewoning in het plangebied heeft plaatsgevonden. Zodoende worden in het plangebied geen archeologische resten van bebouwing verwacht uit de periode nieuwe tijd.

(Diepte)ligging In het plangebied komt een jong afdekkend pakket voor dat een ouder loopvlak afdekt. Dit afdekkende pakket dateert uit middeleeuwen. Oudere resten worden zodoende door het pakket afgedekt en bevinden zich vanaf circa 50-100 cm -mv.

RAAP-rapport 4842 / versie 14-12-2020

[19]

Plangebied Sint Maartensweg 100 te Sint Maartensbrug, gemeente Schagen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Fysieke kwaliteit Aangezien in het plangebied afdekkende pakketten aanwezig zijn is mogelijk sprake van een goede conservering van de archeologische resten. Uit het bureauonderzoek is gebleken dat het plangebied is ontgonnen voor de landbouw. Regelmatige landbouwkundige werkzaamheden resulteren meestal in een bouwvoor met een gemiddelde dikte van 30 tot 40 cm. Eventuele archeologische resten zullen tot die diepte verstoord zijn. Met name grondsporen kunnen onder de bouwvoor nog bewaard zijn gebleven.

RAAP-rapport 4842 / versie 14-12-2020

[20]

Plangebied Sint Maartensweg 100 te Sint Maartensbrug, gemeente Schagen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

3 Veldonderzoek 3.1 Methode Het inventariserend veldonderzoek (IVO) bestond uit een verkennend booronderzoek. De gevolgde onderzoeksmethode voor het veldwerk is bepaald op basis van het door de bevoegde overheid goedgekeurde PvA (De Rijk, 2020). Het veldonderzoek is uitgevoerd op 23-11-2020. Het verkennend veldonderzoek had tot doel het verkrijgen van inzicht in de bodemgesteldheid, de mate van bodemverstoring en de diepteligging van het verwachte archeologische niveau in het plangebied. Daarmee wordt de gespecificeerde archeologische verwac hting getoetst en waar nodig aangepast en kunnen uitspraken worden gedaan over de gaafheid van archeologisch relevante niveaus. Daartoe zijn 8 boringen zo optimaal mogelijk verspreid geplaatst (figuur 8). Er is geboord tot maximaal 400 cm -mv met een Edelmanboor (7 cm) en een gutsboor (3 cm). De boringen zijn tijdens het veldwerk lithologisch conform NEN 5104 (Nederlands Normalisatie-instituut, 1989) digitaal beschreven in het boorbeschrijvingssyste em van RAAP (Deborah3 zie bijlage 3) en met behulp van RTK-GPS ingemeten. Van alle boringen is de hoogte bepaald met behulp van RTK-GPS.

Hoewel het onderzoek een verkennend onderzoek betreft, is het opgeboorde materiaal in het veld door middel van verbrokkeling en versnijding gecontroleerd op de aanwezigheid van archeologische indicatoren (zoals houtskool, vuursteen, aardewerk, metaal, bot, verbrande leem en fos faatvlekken).

3.2 Resultaten 3.2.1

Veldwaarnemingen

Het plangebied lag er zoals verwacht bij: een akker, die duidelijk zichtbaar lager lag dan de akker aan de overkant van Sint Maartensweg.

3.2.2

Geologie en bodem

Op grond van de resultaten van het booronderzoek blijkt er, zoals verwacht op basis van het bureauonderzoek, sprake te zijn een gestapeld landschap in het plangebied. De bouwvoor en verstoorde bovengrond Aan het maaiveld is een laag zandige en sterk humeuze klei, met zand- en kleibrokken, schelpenfragmenten, plantenresten en een enkele puinspikkel aangetroffen. Onder deze humeuze top bevindt zich een minder tot niet humeuze laag zandige klei of siltig zand, die eveneens kleibrokken en schelpenfragmenten bevat. Op basis van deze kenmerken is de humeuze laag die zich aan het maaiveld bevindt geïnterpreteerd als de bouwvoor en de laag eronder als de verstoorde grond. Dit pakket van de bouwvoor en verstoorde afzettingen is verspreid over het plangebied tussen 55 en 70 cm dik (tot een diepte tussen 1,23 en 1,58 m –NAP).

RAAP-rapport 4842 / versie 14-12-2020

[21]

Plangebied Sint Maartensweg 100 te Sint Maartensbrug, gemeente Schagen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

De afzettingen van de Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Walcheren Direct onder de bouwvoor werd een pakket overwegend siltige kleilagen en licht zandige kleilagen met een enkel dun zandlaagje en schelpenresten aangetroffen. In boring 1, 2, 3 en 5 (de zuidoosthoek van het plangebied) werden in dit met name kalkrijke pakket ook ontkalkte niveaus aangetroffen, die tussen circa 90 en 130 cm –mv (tussen 1,85 en 2,25 m –NAP) ook matig humeus zijn. Een donkergekleurde cultuurlaag is op dit niveau niet waargenomen. Deze afzettingen zijn op basis van deze kenmerken geïnterpreteerd als kwelderafzettingen, behorend tot de Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Walcheren. In boring 7, 6, 4 en 8 (de noordwesthoek van het plangebied) werd ook een pakket siltige zandafzettingen met veel kleilaagjes van verschillende dikte waargenomen afgewisseld met siltige of zandige klei met veel zandlaagjes van wisselende dikte. Deze kalkrijke afzettingen met veenbrokken zijn geïnterpreteerd als (getijden)geulafzettingen van de Zijpe, behorend tot de Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Walcheren. Het is aannemelijk dat de veenlaag aan de onderkant van dit pakket in boring 8 eveneens een grote veenbrok is, gezien de waargenomen scherpe laagovergangen en schelpenresten. Dit pakket van klei- en zandlagen van het Laagpakket van Walcheren is aangetroffen op een diepte vanaf circa 55 cm –mv (1,44 –NAP).

In de boringen 7 en 6 werden deze afzettingen tot de einddiepte van de boring waargenomen. Het Hollandveen Laagpakket Direct onder de afzettingen van het Laagpakket van Walcheren werd in vrijwel alle boringen (behalve 7 en 6) een pakket mineraalarm of kleiig veen waargenomen. Het kleiige veen bevat veelal enkele dikke kleilagen en kon niet verder worden gedifferentieerd (enkel in boring 8 kon dit als bosveen worden geïnterpreteerd). Het mineraalarme veen bevat eveneens op een aantal boorlocaties kleilagen en is als een rietveen geïnterpreteerd. In boring 4, 8 en 5 is de overgang van het Laagpakket van Walcheren naar het veen scherp, wat erop duidt dat de top van het veen op deze locaties is geërodeerd. Op de andere boorlocaties is de top van het veen wel intact. Op basis van de beschreven kenmerken van het veen zijn de veenlagen in het plangebied geïnterpreteerd als behorend tot het Hollandveen Laagpakket, Formatie van Nieuwkoop. Tekenen van veraarding van het veen zijn niet in het plangebied waargenomen. De top van het veen bevindt zich op een diepte vanaf 230 cm –mv (3,2 m –NAP) en varieert weinig in diepteligging. De afzettingen van de Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Wormer Onder het Hollandveen werd een pakket sterk siltige, kalkrijke klei met zand- of siltlagen aangetroffen.

Naast plantenresten bevat deze slappe klei een enkel zwak humeus niveau en was in boring 8 de top van dit pakket direct onder het veen kalkloos. Waarschijnlijk is dit het gevolg van humuszuren uit het veen die de klei hebben ontkalkt (en niet het resultaat van bodemvorming). Op basis van de kenmerken van deze kleilagen zijn de lagen van dit pakket geïnterprete erd als getijdenafzettingen behorend bij het Laagpakket van Wormer, Formatie van Naaldwijk. Het landschap waarin deze afzettingen zijn gevormd was waarschijnlijk erg nat en waarschijnlijk gevormd in een wadachtig milieu.

RAAP-rapport 4842 / versie 14-12-2020

[22]

Plangebied Sint Maartensweg 100 te Sint Maartensbrug, gemeente Schagen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

De top van dit pakket bevindt zich relatief constant op een diepte vanaf 250 cm –mv (3,44 m –NAP) en deze afzettingen van het Laagpakket van Wormer zijn waargenomen tot de einddieptes van vrijwel alle boringen.

3.2.3

Archeologische indicatoren

Tijdens het veldonderzoek zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. Let wel, het onderzoek betrof een verkennend booronderzoek en had ook niet tot doel archeologische vindplaatsen op te sporen, aangezien de boordichtheid en boordiameter hiertoe ontoereikend waren.

3.3 Archeologische relevantie Het plangebied kenmerkt zich door zijn ligging in de invloedssfeer van h et voormalige Zijper zeegat. Op basis van het AHN3 lijkt het plangebied nog net naast het zeegat zelf gelegen te zijn geweest, zodat van erosie mogelijk geen of minder sprake was op deze locatie. Bovendien leek op basis van het bureauonderzoek een veenafwatering ter hoogte van het plangebied te hebben gelegen. De op basis hiervan in het bureauonderzoek opgestelde gespecificeerde archeologische verwachting kan aan de hand van de resultaten uit het booronderzoek worden bijgesteld: Resten uit het neolithicum werden in het plangebied verwacht, indien zich ook ter hoogte van het plangebied kreekruggen uit deze periode bevinden in het Laagpakket van Wormer. Aangezien dergelijke plaatsen niet in het plangebied zijn aangetroffen, maar wel veel slappe kleilagen, blijft de lage archeologische verwachting op het aantreffen van resten van bewoning uit het neolithicum van kracht. Archeologische resten uit de bronstijd werden in het plangebied verwacht wanneer er sprake was van een hogere en drogere plaats in het toenmalige landschap (bijvoorbeeld een kwelder). Vandaar dat voor de bronstijd een hoge archeologische verwachting gold in het plangebied.

In de afzettingen van het Laagpakket van Wormer, onder het veen, zijn echter geen kwelderafzettingen aangetroffen in het plangebied en wel veel slappe kleilagen. Vandaar dat de archeologische verwachting voor de bronstijd naar laag kan worden bijgesteld. Archeologische resten uit de periode vanaf ijzertijd werden in het plangebied verwacht wanneer er sprake was van een hogere en drogere plaats in het veenlandschap, bijvoorbeeld langs een veenafwatering, ter hoogte van het plangebied. Dergelijke plaatsen zijn herkenbaar aan een veraarde top van het veen. Hoewel in het plangebied intacte veenlagen zijn aangetroffen, is er in geen van de boringen een veraarde top waargenomen. Op verschillende boorlocaties in het plangebied bleek de top van het veen daarbij geërodeerd te zijn. Vandaar de archeologische verwachting voor deze periode eveneens naar laag kan worden bijgesteld. Gedurende de middeleeuwen was het plangebied waarschijnlijk te nat voor bewoning door de toegenomen invloed van de zee via de Zijpe. Vandaar dat voor deze periode een lage archeologische verwachting gold voor het plangebied. Vindplaatsen uit de middeleeuwen kunnen middelgroot tot groot van omvang zijn en zijn bijvoorbeeld herkenbaar aan een cul tuurlaag met aardewerk, hout(skool), steen en mogelijk ook metaal. Bovendien kunnen in de omgeving van het plangebied resten van terpen verwacht worden.

Gedurende het booronderzoek zijn in de kwelderafzettingen van het Laagpakket van Walcheren een aantal ontkalkte niveaus aangetroffen, maar een cultuur- of ophogingslaag is niet

RAAP-rapport 4842 / versie 14-12-2020

[23]

Plangebied Sint Maartensweg 100 te Sint Maartensbrug, gemeente Schagen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

aanwezig. Vandaar dat de lage archeologische verwachting op het aantreffen van resten uit de middeleeuwen kan worden gehandhaafd. Op basis van het historisch kaartmateriaal blijkt dat er in de nieuwe tijd geen bewoning in het plangebied heeft plaatsgevonden. Zodoende werden in het plangebied geen archeologische resten van bebouwing verwacht uit de periode nieuwe tijd. Tijdens het veldonderzoek zijn geen aanwijzingen gezien om deze verwachting aan te passen.

Figuur 8. De locaties van de boringen in het plangebied op de luchtfoto (www.pdok.nl).

RAAP-rapport 4842 / versie 14-12-2020

[24]

Plangebied Sint Maartensweg 100 te Sint Maartensbrug, gemeente Schagen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

7

5

Figuur 9. Resultaten verkennend booronderzoek (de zuidelijke raai) in een profiel van noordwest naar zuidoost.

RAAP-rapport 4842 / versie 14-12-2020

[25]

Plangebied Sint Maartensweg 100 te Sint Maartensbrug, gemeente Schagen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

4 Conclusies en advies 4.1 Conclusie Op grond van de onderzoeksresultaten en onder verwijzing naar de doelstellingen, kunnen de volgende uitspraken worden gedaan: In de afzettingen van het Laagpakket van Wormer, onder het veen, zijn gee n kwelderafzettingen aangetroffen in het plangebied. En hoewel in het plangebied intacte veenlagen zijn aangetroffen, is er in geen van de boringen een veraarde top waargenomen. Verder zijn gedurende het booronderzoek in de kwelderafzettingen van het Laagpakket van Walcheren een aantal ontkalkte niveaus aangetroffen, maar een cultuur- of ophogingslaag is niet aanwezig. Vandaar dat in het plangebied de archeologische verwachting voor alle periodes naar laag kan worden bijgesteld of als lage verwachting kan worden gehandhaafd.

4.2 Advies Op basis van de resultaten van dit onderzoek blijkt dat in het plangebied geen archeologische resten bedreigd worden. Daarom wordt in het kader van de voorgenomen bodemingrepen geen vervolgstap uit het proces van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) noodzakelijk geacht. Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden onverwacht archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet aanmelding van de desbetreffende vondsten bij de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap c.q. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed verplicht (vondstmelding via ARCHIS).

4.3 Tot slot Dit rapport geeft (selectie)adviezen. Het is aan de bevoegde overheid , de gemeente Schagen, deze al dan niet over te nemen in de vorm van een (selectie)besluit.

RAAP-rapport 4842 / versie 14-12-2020

[26]

Plangebied Sint Maartensweg 100 te Sint Maartensbrug, gemeente Schagen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Literatuur Alders, G.P., S. Husken, 2007. Beleidsnota archeologie gemeente Zijpe. SCENH -rapport cultuurhistorie 28. SCENH, Wormer. Koomen, A.J.M. & G.J. Maas, 2004. Geomorfologische kaart Nederland (GKN). Achtergronddocum ent bij het landsdekkende digitale bestand. Alterra-rapport 1039, Wageningen. Molenaar, S., C.M. Soonius & D. Bekius, 2009. Noord-Holland Laagland; de Archeologie en het landschap in 7 lagen. RAAP-rapport 1838. RAAP Archeologisch Adviesbureau, Weesp. Mulder, E.F.J. de & J.H.A. Bosch, 1982. Holocene stratigraphy, radio-carbon datings and palaeogeography of central and northern North-Holland (The Netherlands). Mededelingen Rijks Geologische Dienst 36(3): 111-160. Mulder, E.F.J. de, M.C. Geluk, I. Ritsema, W.E. Westerhoff & T.E. Wong (red.), 2003. De ondergrond van Nederland. Geologie van Nederland 7. NITG -TNO, Utrecht. Nederlands Normalisatie-instituut, 1989. Nederlandse Norm NEN 5104, Classificatie van onverharde grondmonsters. Nederlands Normalisatie-instituut, Delft. Rosing, H.,1995. Bodemkaart van Nederland 1:50.000, Toelichting bij de kaartbladen 9 West Texel (gedeeltelijk) – 14 West Medemblik, 14 Oost Medemblik – 15 West Stavoren (Noordhollands gedeelte), blad 19 West Alkmaar, DLO-Staring Centrum, Wageningen. SIKB, 2016. Beoordelingsrichtlijn Archeologie. BRL SIKB 4000. SIKB, Gouda. Vos, P. & S. de Vries, 2013.

2e generatie palaeogeografische kaarten van Nederland (versie 2.0). Deltares, Utrecht. Weerts, H., J. Schokker, K. Rijsdijk & C. Laban, 2006. Geolo gische overzichtskaart van Nederland. TNO Bouw en Ondergrond, Utrecht.

RAAP-rapport 4842 / versie 14-12-2020

[27]

Plangebied Sint Maartensweg 100 te Sint Maartensbrug, gemeente Schagen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Overzicht van figuren, tabellen en bijlagen Figuren: Figuur 1. Aanduiding plangebied. Inzet: ligging in Nederland (ster).

6

Figuur 2. Het landschap rond het plangebied tussen 2750 voor Chr. e n 1850 na Chr. (naar Vos & de Vries, 2013).

11

Figuur 3. Overzichtskaart archeologische gegevens uit de directe omgeving van het plangebied.

13

Figuur 4. Het plangebied ruwweg binnen de rode ellips op een u itsnede van de Kaart van de gedempte Zijpe (Kaarten en kaartboeken van de Provinciale Atlas Noord -Holland, Inventarisnummer, NL-HlmNHA_560_001370_G, via www.noord-hollandsarchief.nl). De kaart is west georiënteerd.

15

Figuur 5. Overzicht van historische kaarten van 1855 tot de recente luchtfoto ( www.topotijdreis.nl; www.pdok.nl).

16

Figuur 6. Het plangebied op het AHN3 (www.pdok.nl).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14646651/1