CConstaterende datSchagen
Koppel je AI →
Document · PDF

20221017 Transformatorstation Sint Maartensweg vastgesteld Toelichting

Oordeelsvormende vergadering 30 november 2022, gemeente SchagenBij agendapunt: Bestemmingsplan Transformatorstation Sint Maartensweg10.997 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Richtafstand (rustige woonwijk) 10 m

2 3.1

30 m 50 m

3.2 4.1

100 m 200 m

4.2 300 m 5.1 500 m Tabel 1: Bedrijven en milieuzonering (bron: VNG, Brochure Bedrijven en milieuzonering, 2009)

4.7.2 Betekenis voor het plan Het plangebied ligt in het buitengebied. De omgeving heeft een agrarisch karakter. Er zijn geen woningen in de nabijheid gelegen. Het nieuwe transformatorstation zal maximaal 100 MVA opgesteld vermogen bevatten. Hiermee valt het nieuwe transformatorstation in milieucategorie 3.1 (elektriciteitsdistributiebedrijven met een transformatorvermogen van 10 t/m 100 MVA). Voor mi-

Bestemmingsplan Transformatorstation Sint Maartensweg, Vastgesteld

24/31

Omgevingsaspecten

lieucategorie 3.1 geldt een indicatieve afstand van 50 m ten opzichte van gevoelige bestemmingen (in het referentiegebied rustige woonwijk). De dichtstbijzijnde woningen liggen ruim buiten deze afstand.

Tabel 2: milieucategorie van een elektriciteitsdistributiebedrijf (bron: VNG, Brochure Bedrijven en milieuzonering, 2009)

4.7.3 Conclusie Binnen de richtafstand van 50 m zijn geen woningen gelegen. Er is sprake van een goede ruimtelijke ordening. Vanuit milieuzonering is er geen belemmering ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling in het plangebied.

4.8

Geluid

De Wet geluidhinder (Wgh) vormt het juridische kader voor het Nederlandse geluidsbeleid en bevat een stelsel van bepalingen ter voorkoming en bestrijding van geluidhinder door onder meer wegverkeer, spoorwegverkeer en industrie. Het bestemmingsplan maakt geen ‘grote lawaaimakers’1 mogelijk en zal dan ook geen geluidzone bevatten. Een nutsvoorziening is geen geluidgevoelige functie. Er is geen onderzoek naar wegverkeerslawaai nodig. Vanuit de Wet geluidhinder is geen onderzoek naar wegverkeerslawaai of industrielawaai nodig en volstaat de milieuzonering die in paragraaf 4.7 is beschreven.

4.9

EM velden

Voor de blootstelling, kortdurend of langdurend, aan magnetische velden zijn in Nederland geen wettelijke grenswaarden vastgesteld. Wel hebben het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM), het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en de Europese Commissie adviezen gegeven voor grenswaarden voor de blootstelling aan magnetische velden. Voor 50 Hz magnetische velden volgt uit de richtlijn van de Europese Commissie als advies een grenswaarde van 100 microtesla voor de hele bevolking. Dit advies is gebaseerd op de aanbevelingen van de International Commission on Non- Ionizing Radiation Protection (ICNIRP) en worden tevens onderschreven door de World Health Organization en de Nederlandse Gezondheidsraad. Liander zorgt dat alle installaties die het in beheer heeft hieraan voldoen en dat burgers niet worden blootgesteld aan magnetische velden van meer dan 100 microtesla. Ook het ontwerp van het nieuwe transformatorstation bij Sint Maartensweg voldoet ruimschoots aan de grenswaarde van 100 microtesla voor blootstelling in de openbare ruimte.

1

inrichtingen zoals genoemd in onderdeel D van bijlage 1 van het Besluit omgevingsrecht.

Bestemmingsplan Transformatorstation Sint Maartensweg, Vastgesteld

25/31

Omgevingsaspecten

4.10

Luchtkwaliteit

4.10.1 Inleiding In de Wet milieubeheer (verder: Wm) zijn eisen opgenomen waaraan de luchtkwaliteit in de buitenlucht moet voldoen. Hierbij is onderscheid gemaakt in grenswaarden waaraan nu moet worden voldaan en grenswaarden waaraan in de toekomst moet worden voldaan. De meest kritieke stoffen zijn stikstofdioxide en fijn stof. Voor de andere in de Wm genoemde stoffen, wordt in Nederland, behoudens bijzondere situaties, overal voldaan aan de vereisten. In de ‘Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)’ zijn categorieën van gevallen aangewezen die in ieder geval niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Een bijdrage is “niet in betekenende mate” als de toename maximaal drie procent van de jaargemiddelde grenswaarde van fijn stof of stikstofdioxide bedraagt. Wanneer een ontwikkeling valt onder één van die categorieën is het niet nodig een onderzoek naar de luchtkwaliteit uit te voeren. Zo zijn bijvoorbeeld kantoorlocaties met een bruto vloeroppervlakte van niet meer dan 100.000 m2 en één ontsluitingsweg ofwel niet meer dan 200.000 m2 en twee ontsluitingswegen vallen onder deze categorieën. 4.10.2 Conclusie Het bestemmingsplan leidt niet tot een toename aan verkeersbewegingen. Het project draagt zodoende niet-in-betekenende-mate bij en er is geen luchtkwaliteitonderzoek nodig.

Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoering van het plan.

4.11

Externe veiligheid

4.11.1 Inleiding Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het verminderen en beheersen van risico’s van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen in inrichtingen en tijdens het transport ervan. Op basis van de criteria, zoals onder andere gesteld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (verder: Bevi) worden bedrijven en activiteiten geselecteerd die een risico van zware ongevallen met zich mee (kunnen) brengen. Het beleid voor externe veiligheid heeft tot doel zowel individuele burgers als groepen burgers een minimum beschermingsniveau te bieden tegen een ongeval met gevaarlijke stoffen. Om dit doel te bereiken zijn gemeenten en provincies verplicht om bij de besluitvorming rondom ruimtelijke plannen de invloed van een risicobron op zijn omgeving te beoordelen. Daartoe wordt in het externe veiligheidsbeleid het plaatsgebonden risico en het groepsrisico gehanteerd. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico (PR) is de kans dat een persoon zich gedurende een jaar onafgebroken onbeschermd op een bepaalde plaats bevindt, overlijdt als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Dit risico wordt per bedrijf vastgelegd in contouren. Er geldt een contour waarbinnen die kans 10-6 (één op 1.000.000) bedraagt. Binnen deze plaatsgebonden risicocontour mogen geen kwetsbare objecten mogelijk worden gemaakt.

Groepsrisico Het groepsrisico (GR) is een berekening van de kans dat een groep personen binnen een bepaald gebied overlijdt ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De oriëntatiewaarde geeft hierbij de indicatie van een aanvaardbaar groepsrisico, mede bepaald door het aantal personen (dichtheid) binnen het te beschouwen gebied. Indien een ontwikkeling is gepland in de nabijheid van een risicobron geldt afhankelijk van de ontwikkeling een verantwoordingsplicht voor het toelaten van gevoelige functies. 4.11.2 Betekenis voor het plan Voor het bestemmingsplan is de risicokaart geraadpleegd (www.risicokaart.nl). Er zijn geen risicobronnen in de nabijheid van het plangebied. Het bestemmingsplan maakt de realisatie van een nieuw transformatorstation mogelijk. Een transformatorstation is geen kwetsbaar of beperkt

Bestemmingsplan Transformatorstation Sint Maartensweg, Vastgesteld

26/31

Omgevingsaspecten

kwetsbaar object. Er verblijven geen mensen voor langere duur. Er is geen sprake van een wijziging in het groepsrisico door het bestemmingsplan. Geconcludeerd kan worden dat vanuit het aspect externe veiligheid geen belemmeringen bestaan ten aanzien van het bestemmingsplan.

4.12

Besluit milieueffectrapportage

Sinds de wijziging van het Besluit m.e.r. per 1 april 2011 zijn er twee vormen van m.e.r.-beoordelingen: 1.) projecten die vallen onder bijlage D van het Besluit m.e.r. en 2.) de vormvrije m.e.r.-beoordeling ook wel vergewisplicht genoemd. Achterliggende gedachte hierbij is dat ook kleine projecten het milieu relatief zwaar kunnen belasten. Voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling gelden twee voorwaarden: • het gaat over één of meer activiteiten die voorkomen op de D-lijst van het Besluit m.e.r. • de omvang van al die activiteit(en) ligt onder de drempelwaarde (kolom 2 van de D-lijst). Realiseren van een transformatorstation is geen activiteit die is genoemd in de C of D-lijsten van het Besluit m.e.r.. Er is geen (vormvrije) m.e.r. beoordeling voor het plan nodig.

Bestemmingsplan Transformatorstation Sint Maartensweg, Vastgesteld

27/31

Toelichting op de regels

5

Toelichting op de regels

5.1

Algemeen

De Wro bepaalt dat ruimtelijke plannen digitaal en analoog beschikbaar moeten zijn. Dit brengt met zich mee dat bestemmingsplannen digitaal uitwisselbaar en op vergelijkbare wijze gepresenteerd moeten worden. Met het oog hierop stellen de Wro en de onderliggende regelgeving eisen waaraan digitale en analoge plannen moeten voldoen. Zo bevat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) bindende afspraken waarmee bij het maken van bestemmingsplannen rekening moet worden gehouden. De SVBP kent (onder meer) hoofdgroepen van bestemmingen, een lijst met functie- en bouwaanduidingen, gebiedsaanduidingen en een verplichte opbouw van de planregels en het renvooi. Op de verbeelding zijn alle functies zodanig bestemd, dat het mogelijk is om met behulp van het renvooi direct te zien welke bestemmingen aan de gronden binnen het plangebied zijn gegeven en welke regels daarbij horen. Uitgangspunt daarbij is dat de verbeelding zoveel mogelijk informatie geeft over de in acht te nemen maten en volumes. De regels geven duidelijkheid over de bestemmingsomschrijving, de bouwregels en de specifieke gebruiksregels.

5.2

Nadere toelichting op de regels

De bij dit plan behorende planregels zijn, conform de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP 2012), onderverdeeld in 4 hoofdstukken, te weten: 1. Inleidende regels 2. Bestemmingsregels 3. Algemene regels 4. Overgangs- en slotregels In hoofdstuk 1 worden in de planregels gehanteerde begrippen nader verklaard, zodat interpretatieproblemen zoveel mogelijk worden voorkomen. Daarnaast wordt aangegeven op welke wijze bepaalde afmetingen dienen te worden gemeten. In hoofdstuk 2 is de op de verbeelding aangegeven bestemming omschreven en wordt bepaald op welke wijze de gronden en opstallen gebruikt mogen worden. Daarbij worden de bebouwingsmogelijkheden vermeld. In hoofdstuk 3 is een aantal algemene regels opgenomen. In hoofdstuk 4 is omschreven welke gebouwen en gebruik vallen onder het overgangsrecht en bevat tot slot de citeertitel van het plan. 5.2.1 Inleidende regels Begrippen (artikel 1) In dit artikel worden de begrippen gedefinieerd, die in de regels worden gehanteerd. Bij de toetsing aan het bestemmingsplan wordt uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis. Voor zover er geen begrippen zijn gedefinieerd wordt aangesloten bij het normaal spraakgebruik.

Bestemmingsplan Transformatorstation Sint Maartensweg, Vastgesteld

28/31

Toelichting op de regels

Wijze van meten (artikel 2) Dit artikel geeft aan hoe hoogte- en andere maten die bij het bouwen in acht genomen dienen te worden en gemeten moeten worden. 5.2.2 Bestemmingsregels Bedrijf-Nutsvoorzieningen (artikel 3) Het bestemmingsplan is op maat gemaakt voor het transformatorstation en bevat maar één enkelbestemming, namelijk ‘Bedrijf-Nutsvoorzieningen’. In de bestemming is geregeld dat een elektriciteitsdistributiebedrijf is toegestaan, met een transformatorvermogen van ten hoogste 100 MVA. Op de verbeelding is een bouwvlak opgenomen waarbinnen de nieuwe bebouwing dient te komen. Dit bouwvlak is gebaseerd op de positie zoals ontworpen in het landschapsplan, met een kleine marge voor het geval in de technische uitwerking de positie iets moet verschuiven. De maximale bouwhoogte bedraagt 4,7 m. Er geldt een maximum bebouwingspercentage van 90%. De transformatorruimten zijn geen gebouwen maar bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Hiervoor is een maximale bouwhoogte van 4,7 m voor opgenomen. Ook de transformatorruimten moeten in het bouwvlak worden gebouwd. Ter bescherming tegen blikseminslag komen zogenaamde bliksemspitsen op de gebouwen. Deze worden max. 7 m hoog. Voor de erfafscheiding rond het perceel is een maximale hoogte van 1 m opgenomen.

Er is een voorwaardelijke verplichting opgenomen, die verplicht tot de uitvoering van de landschappelijke inpassing, zoals is beschreven in het landschapsplan. 5.2.3 Algemene regels In dit onderdeel van de regels komen de algemene bepalingen aan de orde. Het gaat om: Anti-dubbeltelregel (artikel 4) In dit artikel is opgenomen dat grond, welke eenmaal in aanmerking is of moest worden genomen bij het verlenen van een bouwvergunning, waaraan uitvoering is of alsnog kan worden gegeven, bij de beoordeling van een andere aanvraag buiten beschouwing dient te blijven. Algemene gebruiksregels (artikel 5) In dit artikel is bepaald welke vormen van gebruik in elk geval strijdig zijn. Algemene afwijkingsregels (artikel 6) De algemene afwijkingsregels zijn hierin opgenomen. Het gaat om minimale afwijkingen van maatvoering, bouwvlakken, e.d. wanneer dit in de uitvoering nodig blijkt vanwege bijvoorbeeld een meetverschil. 5.2.4 Overgangs- en slotregels Overgangsrecht (artikel 7) Met betrekking tot bouwwerken en het gebruik van grond en bouwwerken wordt in dit artikel ingegaan op het daarop toepasselijke overgangsrecht. Slotregel (artikel 8) Het laatste artikel van de regels betreft de citeertitel van het bestemmingsplan.

Bestemmingsplan Transformatorstation Sint Maartensweg, Vastgesteld

29/31

Economische uitvoerbaarheid

6

Economische uitvoerbaarheid

6.1

Financiële uitvoerbaarheid en exploitatieplan

Bij een bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in de plantoelichting inzicht te worden gegeven in de economische (financiële) uitvoerbaarheid. En op grond van artikel 6.12 Wet ruimtelijke ordening (verder: Wro) dient de gemeente een exploitatieplan vast te stellen als het nieuwe bestemmingsplan een bouwplan mogelijk maakt. Een exploitatieplan is niet nodig, als de te verhalen kosten anderszins verzekerd zijn (bijvoorbeeld door gronduitgifte of een anterieure overeenkomst). Met te verhalen kosten gaat het om de plankosten en de kosten van ontwikkelingen die gemeente redelijkerwijs moet maken, zoals de aanleg van voorzieningen van openbaar nut. In de wet is aangegeven welke kosten verhaald kunnen worden. De kosten van de aanleg en instandhouding en het risico komen voor rekening van de initiatiefnemer (Liander). Er zijn voor de gemeente geen verhaalbare kosten aan verbonden. Het opstellen van een exploitatieplan is niet noodzakelijk. Het garanderen van leveringszekerheid is een wettelijke taak van Liander op grond van de Elektriciteitswet. Nut en noodzaak van het plan is aangetoond met dit bestemmingsplan. Hierdoor kan Liander de investeringskosten doorberekenen in de tarieven voor transport van elektriciteit. Daarmee is het plan ook financieel uitvoerbaar.

6.2

Planschade

Planschade wordt in beginsel toegekend door het besluitvormend orgaan aan degenen die waardevermindering van onroerend goed ondervinden ten gevolge van het besluit tot afwijken van het bestemmingsplan. De grondslag voor deze planschaderegeling wordt gegeven in artikel 6.1 Wro. In artikel 6.4 onder a Wro is bepaald dat de gemeente de mogelijkheid heeft om met de initiatiefnemer een overeenkomst te sluiten ten aanzien van planschade. In de tussen de gemeente en Liander gesloten planschadeovereenkomst is opgenomen dat het planschaderisico voor rekening van de initiatiefnemer komt. Daarmee is het risico op planschade afgedekt voor de gemeente.

6.3

Conclusie

Gezien de tussen de gemeente en de initiatiefnemer gesloten overeenkomst ten aanzien van planschade en het ontbreken van verhaalbare kosten voor de gemeente, wordt het project financieel uitvoerbaar geacht en kan worden afgezien van een exploitatieplan.

Bestemmingsplan Transformatorstation Sint Maartensweg, Vastgesteld

30/31

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

7

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

7.1

Informeren omwonenden

Om de omgeving te informeren over de beoogde realisatie van een nieuw transformatorstation aan de Sint Maartensweg is tijdens de ter inzage legging van het ontwerpbestemmingsplan, op 19 mei jl., door Liander een brief verstuurd naar omwonenden. De aankondiging van een nieuw transformatorstation aan de Sint Maartensweg heeft bewoners verrast. Omwonenden hebben aangegeven betrokkenheid bij een eerder stadium te hebben gemist. Om omwonenden alsnog zorgvuldig te informeren hebben Liander en de gemeente Schagen een informatieavond georganiseerd op 29 augustus jl. waar met omwonenden gesprekken zijn gevoerd over de noodzaak van het transformatorstation, de locatie en het ontwerp. Over deze informatieavond is op 15 juli jl. een vooraankondiging verstuurd en op 12 augustus jl. is de definitieve uitnodiging voor de informatieavond verstuurd. Uit de gesprekken tijdens de informatieavond en de zienswijzen blijkt dat diverse omwonenden ontevreden zijn over het ontwerp van het gebouw. Daarom organiseren Liander en de gemeente Schagen een aantal werksessies waarin belangstellenden kunnen meedenken over hoe we het ontwerp beter kunnen laten aansluiten bij de identiteit van de Zijperpolder.

7.2

Vooroverleg artikel 3.1.1. Bro

Ten behoeve van het overleg als bedoeld in artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening is het ontwerpbestemmingsplan toegezonden aan de provincie Noord-Holland en het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. De provincie Noord-Holland heeft in het kader van vooroverleg aangegeven dat het plan doorgang kan vinden. Het hoogheemraadschap heeft inhoudelijk gereageerd op het plan, zie hiervoor paragraaf 4.4.3. Zij hebben ingestemd met de opgestelde waterparagraaf. In aanvulling hierop vragen ze om aandacht voor de klimaatbestendigheid van de locatie en meer concreet om kwetsbare installaties op voldoende hoogte te plaatsen. De initiatiefnemer Liander houdt hier rekening mee. Er worden zodoende geen knelpunten verwacht voor de kwetsbare installaties bij hevige regenval.

7.3

Zienswijzen

Het ontwerp bestemmingsplan heeft voor een periode van 6 weken ter inzage gelegen voor een ieder om te reageren. De ingekomen reacties zijn beschreven in een aparte Nota Zienswijzen, welke als bijlage 7 bij de toelichting is opgenomen. Op de zienswijzen is een gemeentelijke reactie gegeven en is aangegeven of dit heeft geleid tot wijziging van het bestemmingsplan. De regels en verbeelding van het bestemmingsplan zijn gewijzigd conform hetgeen is opgenomen in de Nota zienswijzen.

Bestemmingsplan Transformatorstation Sint Maartensweg, Vastgesteld

31/31

DNS Planvorming BV | Klaprozenweg 75 C | 1033 NN Amsterdam | info@dnsplanvorming.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14685267/1