CConstaterende datSchagen
Koppel je AI →
Document · PDF

2022-09-07 - Bestemmingsplan pdf document 20201149 (4)

Oordeelsvormende vergadering 17 januari 2023, gemeente SchagenBij agendapunt: Gewijzigd vaststellen bestemmingsplan15.034 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

SCHAGERWEG 97 SCHAGERBRUG bestemmingsplan

1/1

Schagerweg 97 Schagerbrug

Schagen

bestemmingsplan

identificatie

planstatus

identificatiecode:

datum:

status:

NL.IMRO.0441.BPgemwerfSchgrbrg‐ON01

13‐01‐2022 17‐05‐2022 15‐07-2022

concept voorontwerp ontwerp vastgesteld

projectnummer:

20201149 opdrachtleider:

mevr. I. de Feijter

Weena 505 Postbus 150 3000 AD Rotterdam T: 010-20 18 555 E-mail: info@rho.nl

© RHO ADVISEURS BV

Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/ of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs bv, behoudens voorzover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd.

2

Inhoudsopgave

Toelichting Hoofdstuk 1

Inleiding

7

1.1

Aanleiding en doel

7

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

7

1.3

Geldend bestemmingsplan

8

1.4

Leeswijzer

9

Hoofdstuk 2

Planbeschrijving

11

2.1

Bestaande situatie

11

2.2

Toekomstige situatie

12

Hoofdstuk 3

Ruimtelijk beleidskader

13

3.1

Inleiding

13

3.2

Rijksbeleid

13

3.3

Provinciaal beleid

15

3.4

Gemeentelijk beleid

16

Hoofdstuk 4

Omgevingsaspecten

19

4.1

Vormvrije m.e.r. beoordeling

19

4.2

Archeologie en cultuurhistorie

19

4.3

Bedrijven en milieuzonering

21

4.4

Bodem

21

4.5

Ecologie

22

4.6

Externe veiligheid

23

4.7

Geluid

25

4.8

Luchtkwaliteit

26

4.9

Verkeer en parkeren

26

4.10

Water

27

4.11

Kabels en leidingen

27

Hoofdstuk 5

Juridische planbeschrijving

29

5.1

Welke bestemmingen komen voor in dit plan?

29

5.2

Hoe ziet een bestemmingsplan er uit?

29

5.3

Wat regelt een bestemmingsplan?

30

5.4

Opzet van de planregels

30

5.5

Toelichting op de inleidende regels

30

5.6

Toelichting op de bestemmingsregels

31

5.7

Toelichting op de algemene regels

31

Rho adviseurs voor leefruimte

20201149

3

Hoofdstuk 6

Uitvoerbaarheid

33

6.1

Economische uitvoerbaarheid

33

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

33

Bijlagen toelichting Bijlage 1

Quickscan Archeologie en Cultuurhistorie

Regels Hoofdstuk 1

Inleidende regels

41

Artikel 1

Begrippen

41

Artikel 2

Wijze van meten

47

Hoofdstuk 2

Bestemmingsregels

49

Artikel 3

Groen

49

Artikel 4

Maatschappelijk

50

Artikel 5

Waarde ‐ Archeologie ‐ 3b

52

Hoofdstuk 3

Algemene regels

55

Artikel 6

Anti‐dubbeltelregel

55

Artikel 7

Algemene bouwregels

56

Artikel 8

Algemene gebruiksregels

57

Artikel 9

Algemene afwijkingsregels

58

Artikel 10

Algemene wijzigingsregels

59

Hoofdstuk 4

Overgangs‐ en slotregels

61

Artikel 11

Overgangsrecht

61

Artikel 12

Slotregel

62

Rho adviseurs voor leefruimte

20201149

TOELICHTING

7

Hoofdstuk 1

1.1

Inleiding

Aanleiding en doel

Het Max Plazier Huis, dat woonruimte en zorg biedt aan mensen met dementie, is gevestigd in het oude gemeentehuis in Schagerbrug. In dit pand zijn zes kleinschalige woongroepen. Elke woongroep bestaat uit 8 bewoners die samen een 'groot gezin' vormen met een vaste groep medewerkers die zorg verlenen. Met elkaar (bewoners en medewerkers) verzorgen ze het huishouden. Ten westen van het Max Plazier Huis ligt het terrein van de voormalige gemeentewerf. Dit terrein wordt inmiddels niet meer als zodanig gebruikt. Het is de wens om dit terrein te gebruiken voor activiteiten van het Max Plazier Huis. Parkeren ten behoeve van de werknemers en bezoekers van het Huis zullen op dit terrein worden opgelost. Op het terrein staat een voormalig opslaggebouw. Het is de wens dit te gaan gebruiken voor dagbesteding. Daarnaast is de wens om in dit gebied zelfstandige (aanleun)woningen te realiseren voor mensen van wie de partner in het Max Plazier Huis (gaan) wonen. Deze activiteiten zijn niet mogelijk op basis van het geldende bestemmingsplan. Met dit bestemmingsplan krijgt het plangebied een passende juridische regeling.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Het plangebied wordt aan de zuidzijde begrensd door twee grondgebonden woningen met ruime tuin. Aan de overzijde van de Schagerweg staan grondgebonden woningen met ruime voortuinen. Aan de noordoostelijke en oostelijke zijde van het plangebied liggen het Max Plazierhuis, gevestigd in het oude gemeentehuis, en agrarische gronden. Aan de noordwestelijke en westelijke zijde staan grondgebonden woningen met tuinen.

Rho adviseurs voor leefruimte

20201149

8

Figuur 1.1.: Ligging plangebied

1.3

Geldend bestemmingsplan

Ter plaatse van het plangebied geldt het bestemmingsplan 'Dorpen langs de Groote Sloot' (vastgesteld 29‐05‐2012). De gronden hebben de enkelbestemmingen 'Bedrijf' en 'Groen'. Hiernaast geldt de dubbelbestemming 'Waarde ‐ Archeologie ‐ 3' in het gehele plangebied. De gronden met de bestemming 'Bedrijf' zijn bestemd voor bedrijven tot en met categorie 3.1 en ten behoeve van gemeentewerken met de daarbij behorende groenvoorzieningen; verkeers‐ en verblijfsvoorzieningen; openbare nutsvoorzieningen; water; terreinen; bijgebouwen; bouwwerken, geen gebouwen zijnde. De gronden met de bestemming 'Groen' zijn bestemd voor groenvoorzieningen, bermen en beplantingen en waterlopen en waterpartijen. De ontwikkeling voorziet in een uitbreiding van activiteiten van het Max Plazier Huis onder de bestemming 'Maatschappelijk'. Tevens zullen op het terrein enkele woningen ten behoeve van partners van bewoners van het Huis geplaatst worden. Dit past niet binnen de huidige bedrijfsbestemming.

Rho adviseurs voor leefruimte

20201149

9

Figuur 1.2.: Uitsnede van het bestemmingsplan 'Dorpen langs de Groote Sloot' (bron: ruimtelijkeplannen.nl) Naast het bestemmingsplan Dorpen langs de Groote Sloot geldt tevens het bestemmingsplan Parkeren. Dit is vastgesteld op 7 november 2017. Dit bestemmingsplan borgt dat bij (nieuwe) ontwikkelingen voldoende parkeerplaatsen worden gerealiseerd.

1.4

Leeswijzer

Aan de hand van de ruimtelijke en de functionele structuur wordt in hoofdstuk 2 de bestaande en toekomstige situatie van het plangebied beschreven. In hoofdstuk 3 wordt het voor dit bestemmingsplan relevante beleid samengevat en getoetst. In hoofdstuk 4 wordt het bestemmingsplan getoetst aan de diverse milieu‐ en andere sectorale aspecten. In hoofdstuk 5 wordt een toelichting gegeven op de regels en worden de keuzes en gedachten die ten grondslag liggen aan de bestemmingsplanregeling toegelicht. Hoofdstuk 6 gaat in op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

Rho adviseurs voor leefruimte

20201149

10

Rho adviseurs voor leefruimte

20201149

11

Hoofdstuk 2

2.1

Planbeschrijving

Bestaande situatie

De locatie bevindt zich aan de oostzijde van de kern van Schagerbrug, die onderdeel is van de gemeente Schagen. De ligging is ten noorden van de Schagerweg in de tweede lijn achter het bebouwingslint van de Schagerweg. Toegang tot het terrein vanaf de openbare weg is tussen twee woonpercelen. Er is een directe verbinding met het Max Plazier Huis gelegen achter de twee zuidoostelijke woonpercelen. Aan de noordoostelijke zijde bevinden zich agrarische gronden. Aan de oostelijke zijde bevinden zich het Max Plazier Huis en het Zijper Museum, beiden met een maatschappelijke bestemming. Voor het overige wordt het perceel omgeven door grondgebonden woningen. Dit leidt tot minimaal zicht op het terrein vanaf openbaar gebied. Het plangebied is bijna volledig verhard. Er bevinden zich twee gebouwen op het terrein, een aan de westelijke zijde nabij de entreeweg en een groter gebouw midden op het terrein tegen de oostzijde. Aan de westzijde is op dit moment een parkeerterrein ten behoeve van bezoekers en personeel van het Max Plazier Huis te vinden. Het noordelijke deel was in gebruik als opslagplaats van de gemeentewerf, maar is al lange tijd niet in gebruik.

Figuur 2.1.: Huidige situatie van het plangebied (bron: Arcgis luchtfoto 2021) Rho adviseurs voor leefruimte

20201149

12

2.2

Toekomstige situatie

In de toekomstige situatie zal het plangebied worden gebruikt ten behoeve van het Max Plazier Huis. Hiervoor zullen weinig fysieke ingrepen worden gedaan. De bestaande parkeerplaatsen zullen ook in de toekomst worden gebruikt ten behoeve van werknemers en bezoekers van het Max Plazier Huis. De toegang tot het Max Plazier Huis vanaf het terrein zal in de toekomst worden gebruikt als 'tussendoor' voor bezoekers en werknemers, maar ook voor leveranciers. De bestaande bebouwing zal worden benut ten behoeve van dagbestedingsactiviteiten. Op het achterterrein worden, naast het gebruik van de gronden voor maatschappelijke voorzieningen, maximaal 10 zelfstandige (aanleun)woningen met bijbehorende voorzieningen mogelijk gemaakt. De maximale bouwhoogte is 4,5 meter. Toekomstige bewoners die nog een eigen auto hebben kunnen die nabij hun woning parkeren.

Rho adviseurs voor leefruimte

20201149

13

Hoofdstuk 3

3.1

Ruimtelijk beleidskader

Inleiding

De beleidscontext voor de visie op het plangebied wordt gevormd door een aantal landelijke, provinciale en gemeentelijke beleidsrapportages. In dit hoofdstuk is het relevante rijks‐, provinciaal‐ en lokaal beleid beknopt samengevat.

3.2

Rijksbeleid

3.2.1 Nationale Omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie, kortweg NOVI, loopt vooruit op de inwerkingtreding van de Omgevingswet en vervangt op rijksniveau de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kunnen in gebieden betere, meer geïntegreerde keuzes worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie van het Rijk in beeld. In wat voor Nederland willen we graag leven in 2050 Als alle wensen naast elkaar worden gelegd, ontstaat het volgende beeld. Het kabinet wil een land:  dat gezond en klimaatbestendig is, met schone lucht, schoon water en een schone bodem en veel ruimte voor groen en water;  met een uitstekend functionerende economie, die duurzaam en circulair is. Nauw verbonden met onze buurlanden en de rest van de wereld, als onderdeel van de internationale gemeenschap;  waar het goed wonen en werken is. Met aangename en vitale steden en dorpen, en een productief en aantrekkelijk platteland;  met uitstekende bereikbaarheid, waar iedereen snel en gemakkelijk van A naar B komt, met zo min mogelijk schadelijke uitstoot en overlast;  waar we voldoende ruimte hebben om te kunnen bewegen, ontspannen en tot onszelf te komen; zowel in de stad als daarbuiten.

 dat veilig is en ons beschermt tegen overstromingen en andere gevaren;  waar een goede balans is tussen gebouwde omgeving en open landschap, tussen natuur en cultuur, tussen land en water;  dat openstaat voor verandering, en waar de kracht van zijn traditie, cultuur en identiteit wordt weerspiegeld in de inrichting van de leefomgeving. Nationale belangen Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht. Dit zijn de ‘nationale belangen’. Het Rijk heeft voor alle nationale belangen een zogenaamde systeem‐verantwoordelijkheid. Voor een aantal belangen is het Rijk zelf eindverantwoordelijk. Maar voor een groot aantal nationale belangen zijn dat de mede‐overheden. De NOVI richt zich op die ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen, en

Rho adviseurs voor leefruimte

20201149

14

keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen die nationale belangen. Voor dit plan relevante nationale belangen zijn:  Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving.  Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving.  Zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoefte. Toetsing Het wijzigen van het gebruik van het terrein en het mogelijk maken van de nieuwe woningen in het bestaand stedelijk gebied van Schagerbrug is niet in strijd met het rijksbeleid. 3.2.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Voor de doorwerking van de rijksbelangen in plannen van andere overheden, is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) opgesteld. Het Barro is op 30 december 2011 in werking getreden en bevat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. In het gebied gelden geen rechtstreeks doorwerkende belangen. Toetsing Het wijzigen van het gebruik van het terrein en het mogelijk maken van de nieuwe woningen in het bestaand stedelijk gebied van Schagerbrug past binnen het rijksbeleid.

3.2.3 Ladder duurzame verstedelijking Conform het bepaalde in artikel 3.1.6, lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening moet bij ruimtelijke ontwikkelingen sprake zijn van zorgvuldig ruimtegebruik en moet overprogrammering worden voorkomen. Middels de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' vindt een toetsing plaats. De Ladder bestaat uit de volgende treden: 1. Is er een behoefte? Voorziet de voorgenomen stedelijke ontwikkeling in een behoefte voor het betreffende ruimtelijke verzorgingsgebied? De aard en omvang van een stedelijke ontwikkeling bepaalt op welk niveau de afweging moet worden gemaakt. 2. Buitenstedelijk? Indien de voorgenomen stedelijke ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied mogelijk wordt gemaakt, moet worden gemotiveerd waarom niet binnen een bestaand stedelijk gebied in de behoefte van de ontwikkeling kan worden voorzien. De Ladder is kaderstellend voor juridisch verbindende ruimtelijke plannen van de centrale overheden, zoals bestemmingsplannen en projectbesluiten. Voor deze plannen moeten de treden van de Ladder worden doorlopen. Het doel van de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hiermee wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten nagestreefd.

Toetsing en conclusie Conform het bepaalde in artikel 3.1.6, lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening moet bij ruimtelijke ontwikkelingen sprake zijn van zorgvuldig ruimtegebruik en moet overprogrammering worden voorkomen. Middels de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' vindt een toetsing plaats. De ladder is van toepassing als een plan wordt aangemerkt als 'nieuwe stedelijke ontwikkeling'. Of er sprake is van een 'stedelijke ontwikkeling' wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Uit jurisprudentie blijkt dat het toevoegen van meer dan 11 woningen of een ontwikkeling groter dan 500 m2 bvo wordt gezien als nieuwe stedelijke ontwikkeling.

Rho adviseurs voor leefruimte

20201149

15

Op de planlocatie is geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling omdat er maximaal 10 woningen zullen worden gerealiseerd. Verder is de bestaande bebouwing kleiner dan 500 m2. De ladder voor duurzame verstedelijking hoeft niet te worden toegepast.

3.3

Provinciaal beleid

3.3.1 Omgevingsvisie NH2050 vastgesteld op 19 november 2018 Middels de Omgevingsvisie NH2050 geeft de provincie Noord‐Holland richting aan de toekomst van de leefomgeving in de provincie. Hierin wordt de balans gezocht tussen economische groei en leefbaarheid. In de visie zijn 5 bewegingen met ontwikkelprincipes beschreven voor de ontwikkeling van de leefomgeving: 1. 2. 3. 4. 5.

Dynamisch schiereiland: hierin is het benutten van de unieke ligging van Noord‐Holland, te midden van water, leidend. Metropool in ontwikkeling: hierin wordt beschreven hoe de Metropoolregio Amsterdam steeds meer als één stad functioneert. Sterke kernen, sterke regio's: gaat over de ontwikkeling van centrumgemeenten die de gehele regio waarin ze liggen vitaal houden. Nieuwe energie: benut de economische kansen van de energietransitie. Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving: staan het ontwikkelen van natuurwaarden en een economisch duurzame agrarische sector centraal.

Toetsing De locatie vervult geen actieve functie meer sinds de gemeentewerf is gesloten. Het terrein is slechts deels in gebruik als parkeerruimte ten behoeve van het Max Plazier Huis. Door het plangebied een andere bestemming te geven kan deze gebruikt worden voor dagbesteding en kunnen er enkele additionele woningen worden gebouwd. Dit zal, zeker ten opzichte van het voormalige gebruik, de leefbaarheid van Schagerburg versterken. 3.3.2 Omgevingsverordening NH2020 vastgesteld op 22 oktober 2020, inwerktreding op 17 november 2020 De Omgevingsverordening is de vertaling van de Omgevingsvisie in regels. Hierin zijn regels samengevoegd op het gebied van natuur, milieu, mobiliteit, erfgoed, ruimte en water. Middels de Omgevingsverordening wordt woningbouw gestimuleerd. Regionale afstemming, duurzaam ruimtegebruik en het voorkomen van overprogrammering zijn daarbij vereisten. Toetsing Voor de ontwikkeling is het aspect klimaatadaptatie relevant. Artikel 6.62 Klimaatadaptatie 1. De toelichting van een ruimtelijk plan dat een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt bevat een beschrijving van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de risico’s van klimaatverandering. 2. In de beschrijving wordt in ieder geval betrokken het risico op: a. wateroverlast; b. overstroming; c. hitte; en

Rho adviseurs voor leefruimte

20201149

16

3.

4.

d. droogte. De beschrijving omschrijft tevens de maatregelen en voorzieningen die worden getroffen om de in het tweede lid omschreven risico’s te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. De beschrijving wordt opgesteld na overleg met in ieder geval het waterschap in wiens beheergebied de ontwikkeling plaatsvindt.

Op het moment is de planlocatie bijna volledig verhard en bevind zich aan de noordoostelijke zijde een goed onderhouden groenstrook. Deze zal bij de uitvoering van de plannen zo veel mogelijk worden gehandhaafd.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1 Omgevingsvisie Schagen vastgesteld 14 december 2021 In de Omgevingsvisie wordt de koers voor de toekomst geschetst. Op hoofdlijnen is uitgewerkt wat belangrijk is in de gemeente Schagen. In de visie zijn 8 speerpunten uitgewerkt met doelen voor 2040. In 2040 is gemeente Schagen: 1. een gezinsvriendelijke gemeente met een stad die belangrijk is voor de regio. Met sterke dorpen. En een gemeente die aantrekkelijk is voor ondernemers; 2. een gemeente die nationaal en internationaal meedoet op het gebied van toerisme en recreatie, wetenschap en (nieuwe vormen van) landbouw; 3. een gemeente die steeds aansluit bij de groeiende behoefte aan woningen die passen bij de vraag en bijdragen aan sterke kernen; 4. een gemeente waar iedereen mee kan doen; 5. een gemeente waar kernen, voorzieningen, onderwijs en werk goed bereikbaar zijn; 6. een veilige, gezonde en sportieve gemeente; 7. een duurzame gemeente; 8. een gemeente waarin bewoners en bezoekers de omgeving waardevol vinden. Schagen zet zich in om de woningvoorraad aan te vullen. De voorkeur gaat daarbij uit naar bouwen in en rond de kernen, met name op locaties die eerst een andere functie hadden. Toetsing De ontwikkeling draagt bij aan de woningvoorraad door maximaal 10 woningen te realiseren ten behoeve van partners van bewoners van het Max Plazier Huis.

Hierdoor ontstaan er doorstromingsmogelijkheden binnen de (lokale) woningmarkt omdat de bestaande woningen vrij komen voor andere huishoudens. Verder heeft de mogelijkheid om dicht bij de partner te blijven wonen een positieve invloed op de kwaliteit van leven. 3.4.2 Duurzaamheidsprogramma Schagen 2020‐2050 vastgesteld 12 mei 2020 Het Duurzaamheidsprogramma beschrijft de lange termijn doelen en ambities van de gemeente Schagen. Het gaat uit van 6 pijlers: 1. Groen en Biodiversiteit 2. Elektriciteit 3. Duurzame mobiliteit 4. Warmte 5. Klimaatadaptatie 6. Circulaire economie

Rho adviseurs voor leefruimte

20201149

17

De gemeente wil onder andere meer bomen en groen toevoegen, optimaal isoleren, elektriciteitsverbruik verlagen en klimaatadaptief inrichten. Toetsing Het bestemmingsplan voorziet voornamelijk in een functiewijziging van 'Bedrijf' naar 'Maatschappelijk'. Hiernaast worden er maximaal 10 prefab woningen toegevoegd aan het plangebied. Dit is een duurzame wijze van woonruimte realiseren omdat deze woningen kunnen worden hergebruikt. 3.4.3 Reisgids voor Ruimtelijke kwaliteit Toetsing Ruimtelijke kwaliteit of welstand kan nog wel eens lastig zijn met veel verschillende regels en richtlijnen. Om dit inzichtelijker te maken heeft de gemeente Schagen de Reisgids voor Ruimtelijke kwaliteit opgesteld. Voor grotere ontwikkelingen (meer dan 12 woningen en/of een uitbreiding van meer dan 500 m²) dient een stedenbouwkundig plan en beeldkwaliteitsplan te worden opgesteld. Omdat er geen sprake is van een grotere ontwikkeling en dit plan voor het overige slechts een bestemmingswijziging betreft, hoeft er geen stedenbouwkundig plan of beeldkwaliteitsplan te worden opgesteld. Omdat de planlocatie ook in de tweede lijn van de Schagerweg ligt is er ook zeer weinig zicht vanuit de omgeving op de locatie.

Rho adviseurs voor leefruimte

20201149

18

Rho adviseurs voor leefruimte

20201149

19

Hoofdstuk 4

4.1

Omgevingsaspecten

Vormvrije m.e.r. beoordeling

In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het bestemmingsplan planmer‐plichtig, projectmer‐plichtig of mer‐beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Daarnaast dient het bevoegd gezag bij de betreffende activiteiten die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, na te gaan of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG‐richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen: 1. 2. 3.

de kenmerken van de projecten; de plaats van de projecten; de kenmerken van de potentiële effecten.

Onderzoek Het bestemmingsplan maakt maximaal 10 woningen met benodigde voorzieningen mogelijk. Dit is een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in Onderdeel D11.2 van de bijlage uit het Besluit m.e.r.. De drempelwaarden (oppervlakte van meer dan 100 ha, een aaneengesloten gebied en meer dan 2.000 woningen, of een bedrijfsvloeroppervlakte van meer dan 200.000 m2) worden hierbij niet overschreden. Dit betekent dat volstaan kan worden met een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.‐beoordeling'. Omdat er sprake is van een toevoeging van slechts 10 woningen, kan worden aangenomen dat er geen sprake is van belangrijke nadelige milieueffecten en dat er geen vervolgonderzoek noodzakelijk is.

4.2

Archeologie en cultuurhistorie

Toetsingskader

Rho adviseurs voor leefruimte

20201149

20

De Nederlandse bodem zit vol met archeologische waarden. Met de ondertekening van het Europese verdrag van Valletta in 1992, een verdrag over behoud en beheer van het archeologische erfgoed, hebben de lidstaten zich tot doel gesteld het bodemarchief te beschermen. Met ingang van 1 september 2007 heeft Nederland daarom de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz), waardoor het verdrag een juridisch fundament kreeg. Deze wet heeft onder meer wijzigingen aangebracht in de Monumentenwet 1988. De Monumentenwet is op 1 juli 2016 deels (met een overgangstermijn tot de Omgevingswet) vervangen door de Erfgoedwet. Deze wet wijst te beschermen cultureel erfgoed aan. Naast de Monumentenwet vervangt de Erfgoedwet ook andere wetten zoals de Wet tot behoud van cultuurbezit. De Erfgoedwet kent een aantal nieuwe bepalingen. Het gaat om het vaststellen van een gemeentelijke erfgoedverordening en het bijhouden van een erfgoedregister. Ook dienen burgemeester en wethouders het voornemen om hun cultuurgoederen en verzamelingen te vervreemden bekend te maken. De Erfgoedwet bevat bovendien diverse veranderingen met lokale gevolgen, zoals de vervanging van de landelijke aanwijzing van beschermde stads‐ en dorpsgezichten door een rijksinstructie aan gemeenten. Onderdelen van de Monumentenwet 1988 die in 2023 naar de Omgevingswet overgaan, blijven van kracht tot die wet in werking treedt.

De vuistregel voor de verdeling tussen de Erfgoedwet en de nieuwe Omgevingswet is:  Roerend cultureel erfgoed en de aanwijzing van rijksmonumenten staat in de Erfgoedwet;  De aanwijzing van ruimtelijk cultureel erfgoed (stads‐ en dorpsgezichten en cultuurlandschappen) en omgang met het cultureel erfgoed in de fysieke leefomgeving komt in de Omgevingswet. Voor het plangebied is in februari 2022 een archeologische en cultuurhistorische quickscan uitgevoerd. Deze is toegevoegd aan dit bestemmingsplan als Bijlage 1. Onderzoek Archeologie Voor het plangebied geldt op basis van het huidige bestemmingsplan de dubbelbestemming 'Waarde ‐ Archeologie ‐ 3'. Dit houdt in dat bij werkzaamheden groter dan 500 m² en dieper dan 0,50 m onder het maaiveld een archeologisch onderzoek uitgevoerd dient te worden met het oog op archeologische vondsten. Echter blijkt uit de quickscan dat er een nieuwe beleidskaart Archeologie gemeente Schagen in concept is. Hoewel de kaart nog in conceptstadium is, valt te zien dat de vrijstellingsgrens voor archeologisch onderzoek naar boven is bijgesteld voor sommige gebieden. Dit betekent voor het plangebied dat er een vrijstellingsgrens gaat gelden tot 1.000 m2. Dit is aangepast in de planologische regeling. Cultuurhistorie Uit de quickscan blijkt dat er geen cultuurhistorisch waardevolle elementen meer aanwezig zijn in het gebied.

Conclusie Om de (mogelijke) archeologische waarden te beschermen in het gebied is er een dubbelbestemming 'Waarde ‐ Archeologie ‐ 3b' opgenomen in de regels van het bestemmingsplan. Met betrekking tot cultuurhistorie is er geen sprake van belemmeringen voor het bestemmingsplan.

Rho adviseurs voor leefruimte

20201149

21

4.3

Bedrijven en milieuzonering

Toetsingskader In verband met goede ruimtelijke ordening moet een goed woon‐ en leefmilieu worden gegarandeerd en rekening worden gehouden met de milieuruimte van de omliggende bedrijven. Om de belangen van bedrijven en nieuwe woningen af te wegen wordt de VNG publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009) gebruikt. Deze geeft de minimale richtafstanden bij de meest voorkomende typen bedrijven naar hoe zwaar deze bedrijven de omgeving belasten met geluid, geur, gevaar en stof. De minimale afstanden verschillen voor rustige en gemengde gebieden. Onderzoek Het plangebied kan worden beschouwd als een 'rustige woonwijk'. Zuidwestelijk op minstens 110 meter liggen sportvelden met verlichting (categorie 3.1, minimale afstand 50 meter) en een sportkantine (2, 30 meter) op minstens 200 meter. Ten oosten ligt een veehouderij (3.2, 100 meter) op minstens 500 meter afstand. De werkelijke afstanden liggen ruim boven de vereiste minimale richtafstanden. Het plangebied wordt omringd door burgerwoningen. Het wijzigen van de bedrijfsbestemming, waarbinnen bedrijven tot en met categorie 3 mogelijk is, naar een maatschappelijke bestemming doet meer recht aan het karakter van het gebied. Conclusie Het bestemmingsplan voldoet aan het toetsingskader voor milieuzonering.

Bestaande bedrijven worden niet in hun bedrijfsvoering beperkt en in het plangebied is sprake van een aanvaardbaar woon‐ en leefklimaat.

4.4

Bodem

Toetsingskader Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (art 3.1.6 Bro) wordt, in verband met de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan, rekening gehouden met de staat van de bodem. Bij een functiewijziging moet de grond schoon genoeg zijn voor de nieuwe functie. Als dit niet het geval is moet volgens de Wet bodembescherming de grond goed genoeg worden schoongemaakt door deze te saneren, het zogenaamde functiegericht saneren. Nieuwe ontwikkelingen worden bij voorkeur op schone gronden gerealiseerd. Onderzoek en toetsing Het plangebied was een gemeentewerf en is grotendeels verhard met twee gebouwen en voor het overige groen. De gronden zijn (deels) gebruikt als opslagplaats en voor een deel voor parkeren. In de toekomstige situatie zijn er maatschappelijke voorzieningen en woningen mogelijk. Van de locatie is een verkennend bodemonderzoek van Bodembelang B.V. beschikbaar uit 2013. In het plangebied is ten tijde van het onderzoek puinhoudend materiaal aangetroffen. Hierom is er tevens ook indicatief asbest onderzoek uitgevoerd in het puinhoudend materiaal. Uit het onderzoek bleek dat er sprake is van lichte verontreiniging van de boven‐ en ondergrond en van matige verontreiniging van het grondwater. Er is geen asbest in het puinhoudend materiaal aangetroffen. Op basis van de beschikbare informatie is het plangebied geschikt voor het beoogde en mogelijk gemaakte gebruik.

Er zijn daarom geen belemmeringen aanwezig voor de voorgenomen bestemmingswijziging.

Rho adviseurs voor leefruimte

20201149

22

Het aspect bodem is geen belemmeringen voor de planologische wijziging die met dit bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt. Wel moet bij de aanvraag omgevingsvergunning voor bouwen een actueel bodemonderzoek aangeleverd worden.

4.5

Ecologie

Toetsingskader In de Wet natuurbescherming (Wnb) staan alle regels over het beschermen van natuurgebieden, dieren en planten. De Wnb volgde de natuurbeschermingswet 1998 op en vertaalt alle regels van de Europese richtlijnen (waaronder de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn) naar de Nederlandse wet. De Wet ruimtelijke ordening (Wro) speelt ook een rol. De Wnb beschermt de Natura‐2000 gebieden door te regels te stellen voor ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving. De Wro beschermt door beperkingen te stellen voor ruimtelijke ontwikkelingen in of bij gronden die horen bij het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De Wnb kent verschillende niveaus van bescherming voor soorten uit de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijnen en overige soorten. Regels stellen onder andere dat nesten, eieren en rustplaatsen niet verstoord, beschadigt of vernield mogen worden. Ook zijn er regels dat dieren niet mogen worden gevangen, gedood of verstoord. Hier kan ontheffing voor worden verleend. Onderzoek Het plangebied maakt geen deel uit van een natuur‐ of groengebied met een beschermde status, zoals Natura 2000 (figuur 4.1). Het plangebied maakt ook geen deel uit van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het dichtstbijzijnde Natura 2000‐gebied is gelegen op een afstand van circa 4,6 kilometer en betreft het gebied 'Zwanenwater en Pettemerduinen'.

Het dichtsbijzijnde gebied behorende bij het Natuurnetwerk Nederland ligt op circa 2 kilometer afstand. Verbindingen tussen deze gebieden liggen op een afstand van tenminste 500 meter (figuur 4.2).

Figuur 4.1.: Natura2000 gebieden, plangebied rode punt (bron: https://www.natura2000.nl/gebieden)

Rho adviseurs voor leefruimte

20201149

23

Figuur 4.2.: Natuurnetwerk Nederland groen aangegeven, plangebied rood omcirkelt (bron: NNN provincie Noord‐Holland) Vanwege de afstand tot de natuurgebieden en relatief kleinschalige maximale toevoeging van nieuwe bebouwing als gevolg van het bestemmingsplan kan het verstoren van deze gebieden op voorhand worden uitgesloten. Binnen het plangebied is weinig groen te vinden. Het terrein is voornamelijk verhard. Vrijwel het gehele gebied is omgeven door bebouwing met erfafscheidingen. De strook groen gelegen langs het agrarisch gebied bevat enkele bomen en is goed onderhouden. Er is geen aanleiding om de aanwezigheid van beschermde soorten aan te nemen. Conclusie De ontwikkeling zorgt niet voor nadelige effecten op de ecologie in de omgeving. Bij het uitvoeren van werkzaamheden in het plangebied geldt altijd de zorgplicht van artikel 1.11 Wet natuurbescherming.

4.6

Externe veiligheid

Toetsingskader Bij nieuwe ruimtelijke plannen moet er gekeken worden of door bedrijvigheid gevaren kunnen zijn en naar het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, spoor, water of buisleidingen. Dit is met name van belang als er een gevoelige functie, zoals wonen, wordt gerealiseerd. Dit zijn namelijk (beperkt) kwetsbare objecten.

Rho adviseurs voor leefruimte

20201149

24

De aspecten plaatsgebonden‐ en groepsrisico zijn bij externe veiligheid van belang. Het plaatsgebonden risico is het gevaar dat iemand dodelijk wordt getroffen door een ongeval wanneer deze persoon 24 uur zonder maatregelen te nemen aanwezig is in een gebied. Dit wordt weergegeven als een 'risicocontour' rondom een inrichting of infrastructuur. Het groepsrisico drukt de kans per jaar uit dat een groep van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als direct gevolg van een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn. Dit is op basis van 'oriëntatiewaarden' en worden gehandhaafd door het bevoegde gezag. Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (hierna: Bevi) geeft een wettelijke grondslag aan het externe veiligheidsbeleid rondom risicovolle inrichtingen. Per 1 april 2015 is het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en de regeling Basisnet in werking getreden. Het Bevt vormt de wet‐ en regelgeving, de concrete uitwerking volgt in het Basisnet. In het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) wordt aangesloten bij de risicobenadering uit het Besluit externe veiligheid inrichting (Bevi), zodat ook voor buisleidingen normen voor het plaatsgebonden‐ en groepsrisico gelden. Onderzoek en conclusie Op minimaal 315 meter ligt de N248, waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd.

Vanaf het midden van de weg moet rekening worden gehouden met een invloedsgebied van 355 meter. Omdat het plangebied buiten 200 meter van de weg is gelegen, heeft deze geen invloed meer op de hoogte van het groepsrisico. Daarom kan worden volstaan met een beperkte verantwoording van het groepsrisico. Op circa 330 meter ligt een aardgasleiding. Het plangebied ligt hiermee binnen het invloedsgebied van de leiding maar buiten de 100% letaliteitscontour. Daarom kan worden volstaan met een beperkte verantwoording van het groepsrisico.

Figuur 4.3.: Uitsnede van de risicokaart, plangebied zwart omcirkeld (bron: risicokaart.nl)

Rho adviseurs voor leefruimte

20201149

25

Beperkte verantwoording groepsrisico Bestrijdbaarheid en bereikbaarheid Voor zowel de bereikbaarheid en bestrijdbaarheid van 'dagelijkse incidenten', zoals brand of wateroverlast, als voor calamiteiten op het gebied van externe veiligheid, is het van belang dat de bereikbaarheid voor de hulpdiensten en bluswatervoorzieningen voldoende geborgd zijn. De bestrijdbaarheid is afhankelijk van de inzetbaarheid van hulpverleningsdiensten. De brandweer moet in staat zijn om hun taken goed uit te kunnen voeren om daarmee verdere escalatie van een incident te voorkomen. Hierbij kan gedacht worden aan het voldoende/adequaat aanwezig zijn van aanvalswegen en bluswatervoorzieningen. Het plangebied wordt ontsloten op de Schagerweg en de rest van het wegennetwerk. Ook kan er richting het Max Plazierhuis worden gevlucht en toegang worden verschaft tot het gebied. Er zijn dus meerdere vluchtmogelijkheden waarbij er altijd van de bron af kan worden gevlucht. Zelfredzaamheid In de toekomstige situatie zal het plangebied bestaan uit woningen waar ouderen wonen. Ouderen worden beschouwd als verminderd zelfredzame personen. Hierbij wordt echter ervan uitgegaan dat in geval van nood hulp wordt geboden door werknemers. Als gevolg van een incident met toxische stoffen geldt dat een toxische wolk zich snel kan ontwikkelen en verplaatsen. Dit effect is vaak niet zichtbaar.

Zelfredzaamheid is in dit scenario alleen mogelijk als er tijdig alarmering plaatsvindt en gebouwen geschikt zijn om enkele uren te schuilen. Denk hierbij aan het sluiten van ramen en deuren en met name het uitschakelen van (mechanische) ventilatiesystemen. Instructie met betrekking tot de juiste handelswijze in geval van een incident is noodzakelijk voor een effectieve zelfredzaamheid. Conclusie Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van de N248 en een hogedruk aardgasleiding. Vanwege de geringe omvang van de beoogde ontwikkeling zal het groepsrisico echter niet aanzienlijk toenemen. Uit de beperkte verantwoording blijkt daarnaast dat de zelfredzaamheid, bestrijdbaarheid en bereikbaarheid van het plangebied als voldoende kan worden beschouwd. Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

4.7

Geluid

Toetsingskader Ten aanzien van geluidhinder is de Wet geluidhinder (Wgh) van kracht. Doel van deze wet is het terugdringen van hinder als gevolg van geluid en het voorkomen van een toename van geluidhinder in de toekomst. Voor dit bestemmingsplan is alleen geluidhinder als gevolg van wegverkeerslawaai van belang. Woningen zijn volgens de Wet geluidhinder (Wgh) geluidgevoelige functies. Akoestisch onderzoek is noodzakelijk als de woningen binnen de geluidzone vallen van gezoneerde wegen. Op basis van jurisprudentie dient in het kader van een goede ruimtelijke ordening ook bij 30 km/h‐wegen de aanvaardbaarheid van de geluidbelasting te worden onderbouwd. De Wgh stelt dat op de gevels van nieuwe geluidgevoelige objecten voldaan moet worden aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. De maximale ontheffingswaarde is 63 dB. Onderzoek

Rho adviseurs voor leefruimte

20201149

26

De ontwikkeling voorziet in de realisatie van maximaal 10 woningen en realiseren van een dagbesteding. Woningen zijn volgens de Wet geluidhinder(Wgh) aangewezen als geluidsgevoelige objecten. De ontwikkeling ligt binnen de geluidzones van de Schagerweg. Volgens de Wet geluidhinder is akoestisch onderzoek nodig, indien woningen mogelijk worden gemaakt binnen de zone van een gezoneerde weg. Omdat de nieuwe woningen ver achterop het terrein worden gerealiseerd, afgeschermd door bebouwing, kan worden aangenomen dat er geen sprake is van overschrijding van geluidsnormen.

4.8

Luchtkwaliteit

Toetsingskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een ruimtelijk plan uit het oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens rekening gehouden met de luchtkwaliteit. Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2, van de Wet milieubeheer. De Wet milieubeheer bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijnstof (jaar‐ en daggemiddelde) van belang. In het Besluit niet in betekende mate (nibm) en de bijbehorende regeling is exact bepaald in welke gevallen een project vanwege de beperkte gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden twee situaties onderscheiden:  een project heeft een effect van minder dan 3% toename van concentratie NO2 (stikstofdioxide) en PM10 (fijnstof) in de buitenlucht;  een project valt in een categorie die is vrijgesteld van toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg of kantoorlocaties met maximaal 100.000 m² bvo bij één ontsluitingsweg. Onderzoek en conclusie Het bestemmingsplan laat een maximale toevoeging van 10 woningen toe.

Dit valt onder het Besluit nibm en draagt dus niet in betekende mate bij aan luchtvervuiling. Verder onderzoek is niet noodzakelijk. Volgens de NSL‐monitoringstool bedragen de concentraties luchtverontreinigende stoffen direct langs de Schagerweg minder dan de gestelde grenswaarden. Er zijn ook onvoldoende overschrijdingsdagen van deze grenswaarden om de ontwikkeling te belemmeren. Aangezien direct langs deze weg aan de grenswaarden wordt voldaan, zal dit ook ter plaatse van het plangebied het geval zijn. Concentraties luchtverontreinigende stoffen nemen immers af naarmate een locatie verder van de maatgevende weg ligt. Het aspect luchtkwaliteit staat de vaststelling van het bestemmingsplan niet in de weg.

4.9

Verkeer en parkeren

Toetsingskader Op het gebied van verkeer en vervoer bestaat geen specifieke wetgeving die relevant is voor het plangebied. Wel is de Nota Parkeernormen Schagen 2016 van belang en moet worden onderbouwd dat het bestemmingsplan voldoet aan de eisen van een goede ruimtelijke ordening. Er moet voldoende parkeergelegenheid zijn volgens de Parkeernota. Verder mogen eventuele toenames in de hoeveelheid verkeer niet leiden tot knelpunten in de verkeersafwikkeling.

Rho adviseurs voor leefruimte

20201149

27

Onderzoek en conclusie Het bestemmingsplan legt het huidige gebruik vast en voegt slechts maximaal 10 (aanleun)woningen toe. Het plangebied ligt in gebied dat volgens de Nota Parkeernormen kan worden aangeduid als 'rest bebouwde kom'. Aanleunwoningen hebben een parkeernorm van 1,2. In totaal moeten er op eigen terrein dus 12 parkeerplaatsen aanwezig zijn voor deze woningen. Voor de dagbesteding is er geen categorie opgenomen in de Nota Parkeernormen. Daarom is er een categorie gezocht welke als vergelijkend kan worden beschouwd. Dit is de categorie 'Verpleeg‐ en verzorgingstehuis en hospice. Deze categorie heeft een parkeernorm van 0,6 per wooneenheid. De insteek is dat de bezoekers van de dagbesteding worden opgehaald en thuisgebracht door de organisatie. Hiervoor wordt aangehouden dat hier twee parkeergelegenheden voor aanwezig zijn in het plangebied. Gezamenlijk is er dus een behoefte van 14 parkeervoorzieningen in het plangebied. In de bestaande inrichting zijn 9 parkeerplaatsen aanwezig. Er is voldoende ruimte om de overige 5 parkeerplaatsen te realiseren. Parkeren kan dus binnen het plangebied worden opgelost. De verkeerstoename van maximaal 10 woningen bedraagt circa 60 verkeersbewegingen per etmaal. Voor de parkeerplaatsen van de woonzorgeenheid wordt uitgegaan van een turn‐over van 4. Dat betekent dat per dag maximaal 64 verkeersbewegingen gegenereerd worden.

Deze beperkte verkeersgeneratie is af te wikkelen over de bestaande wegen en leidt niet tot knelpunten. Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmering.

4.10

Water

Onderzoek en conclusie Het bestemmingsplan wijzigt voornamelijk de bestemming en voegt de mogelijkheid tot het realiseren van maximaal 10 aanleunwoningen toe. Het terrein is verder bijna volledig verhard met een groenstrook aan de noordoostzijde. Er is geen open water binnen het plangebied. De ontwikkeling leidt niet tot extra verharding. Het bestemmingsplan heeft geen negatieve gevolgen voor het waterhuishoudkundige systeem.

4.11

Kabels en leidingen

Toetsingskader Planologisch relevante leidingen en telecommunicatie‐ of hoogspanningsverbindingen moeten gewaarborgd worden. Er moet ook rekening worden gehouden met eventuele beperkingen in zones rondom de leiding. Relevante leidingen vervoeren bijvoorbeeld (aard)gas, olie, brandstoffen en warmte of afvalwater. Bij sommige categorieën van materiaal is de leiding pas relevant vanaf een bepaalde diameter. Onderzoek en conclusie In en nabij het plangebied zijn geen planologisch relevante leidingen en/of telecommunicatieverbindingen aanwezig. Er zijn geen gevolgen als gevolg van dit aspect voor het bestemmingsplan.

Rho adviseurs voor leefruimte

20201149

28

Rho adviseurs voor leefruimte

20201149

29

Hoofdstuk 5

5.1

Juridische planbeschrijving

Welke bestemmingen komen voor in dit plan?

Een bestemmingsplan geeft aan voor welke functies percelen en bouwwerken mogen worden gebruikt. Dat kan bijvoorbeeld zijn voor wonen, groen, maatschappelijk, verkeer, enzovoort. Daarnaast bevat het plan per functie regels waaraan het gebruik en/of het bouwen moet voldoen. Zo is vastgelegd waar gebouwd mag worden en waar niet en zijn regels gesteld hoe mag worden gebouwd. Het plan geeft bijvoorbeeld de maximale bouw‐ en goothoogte van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde (zoals erfafscheidingen en overkappingen) aan.

5.2

Hoe ziet een bestemmingsplan er uit?

Een bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding (voorheen de 'plankaart' genoemd), planregels en een toelichting. De verbeelding en de planregels zijn het juridische deel van het bestemmingsplan. In dit deel van het bestemmingsplan staan de rechten en plichten die voortvloeien uit het plan. In de plantoelichting zijn de achtergronden en uitgangspunten voor het beleid opgenomen. Met de toelichting worden de aanwezige belangen in het gebied afgewogen en wordt de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan aangetoond. In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is geregeld dat alle ruimtelijke plannen, waaronder bestemmingsplannen, digitaal moeten worden vervaardigd, met inachtneming van de daartoe wettelijk verplicht gestelde standaarden Op die wijze zijn bestemmingsplannen onderling vergelijkbaar en ook digitaal uitwisselbaar. Alle bestemmingsplannen in Nederland zijn te vinden op de website: www.ruimtelijkeplannen.nl. Via het tabblad 'bestemmingsplannen' kan worden doorgeklikt naar de provincie, de woonplaats of nog specifieker de straatnaam. De gebieden die zwart omlijnd op de kaart staan aangeduid, zijn de gebieden waarvoor een bestemmingsplan digitaal raadpleegbaar is. Zodra het gewenste bestemmingsplan is gevonden en deze voldoende is ingezoomd, wordt de betreffende bestemmingslegging zichtbaar.

Om een beter beeld van de omgeving te krijgen, kan voor verschillende ondergronden worden gekozen (luchtfoto, topografie). Zodra linksboven 'legenda' wordt aangeklikt, wordt inzichtelijk wat de verschillende kleuren betekenen. Door vervolgens op een locatie binnen het plangebied te klikken wordt aan de rechterzijde van de kaart de bijbehorende informatie getoond. Op de verbeelding wordt aangegeven welke bestemming gronden hebben. Dit gebeurt via een bestemmingsvlak. Voor het op de verbeelding aangegeven bestemmingsvlak gelden de gebruiksmogelijkheden zoals die in de bijbehorende regels worden gegeven. Die toegekende gebruiksmogelijkheden kunnen op twee manieren nader worden ingevuld:

Rho adviseurs voor leefruimte

20201149

30

5.3

Met een dubbelbestemming. Dit betreft een bestemming die óók aan de gronden wordt toegekend. Bijvoorbeeld voor archeologie of ondergrondse leidingen. Voor gronden kunnen dus meerdere bestemmingen gelden. Met een aanduiding. Een aanduiding is een vlak op de verbeelding. Via een aanduiding wordt in de regels iets aanvullend geregeld. Dat kan betrekking hebben op maatvoering (bijvoorbeeld een specifieke goot‐ of bouwhoogte), bouwen (bijvoorbeeld voor specifieke bouwwerken als overkappingen) of functies (bijvoorbeeld zorgwoningen).

Wat regelt een bestemmingsplan?

Dit bestemmingsplan bestaat uit de volgende bestemmingen: 1. 'Groen' 2. 'Maatschappelijk' En de dubbelbestemming: 3. 'Waarde ‐ Archeologie ‐ 3b' ter plaatse van het gehele plangebied.

5.4

Opzet van de planregels

De hoofdstukken waarin de regels zijn opgenomen, hebben de volgende vaste volgorde:  In Hoofdstuk 1 Inleidende regels worden de in de regels gehanteerde begrippen, voor zover nodig, gedefinieerd en wordt de wijze van meten bepaald;  In Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels worden in alfabetische volgorde van de naam van de bestemmingen de regels gegeven waarmee die bestemmingen zoals die op de verbeelding voorkomen, nader omschreven;  In Hoofdstuk 3 Algemene regels staat een aantal regels (voorheen bepalingen genoemd) die voor alle bestemmingen gelden, zoals een anti‐dubbeltelregel;  In Hoofdstuk 4 Overgangs‐ en slotregels staat ten slotte het overgangsrecht voor bestaand gebruik en bestaande bebouwing en de titel van het plan. Ook bij de opstelling van een bestemmingsbepaling moet een vaste volgorde gebruikt worden. Een bestemmingsregel behoeft niet alle voorgeschreven elementen te bevatten. Dit is afhankelijk van de aard van de bestemming. Alle bestemmingen bevatten wel een bestemmingsomschrijving en bouwregels. Daarnaast is een aantal bepalingen opgenomen waaraan op grond van landelijke regelgeving het bestemmingsplan moet voldoen. Het gaat hierbij om een aantal begrippen, regels ten aanzien van het overgangsrecht en de anti‐dubbeltelregel.

5.5

Toelichting op de inleidende regels

In deze paragraaf wordt een toelichting gegeven op de inleidende regels. Artikel 1 Begrippen De begrippen die in het bestemmingsplan gebruikt worden zijn in dit artikel gedefinieerd. Dit wordt gedaan om interpretatieverschillen te voorkomen. Artikel 2 Wijze van meten Dit artikel maakt duidelijk hoe de lengte, breedte, hoogte, diepte en oppervlakte en dergelijke van gronden en bouwwerken worden gemeten of berekend. Alle begrippen waarin maten en waarden voorkomen worden in dit artikel verklaard.

Rho adviseurs voor leefruimte

20201149

31

5.6

Toelichting op de bestemmingsregels

Het hoofdstuk Bestemmingsregels bevat de regels die specifiek gelden voor de bestemmingen in dit plan. De regels zijn overgenomen uit het vigerende bestemmingsplan 'Dorpen langs de Groote Sloot'. Waar nodig is een detaillering opgenomen. Artikel 3 Groen De gronden met de bestemming 'Groen' zijn bedoeld voor groenvoorzieningen en dienen voornamelijk als groene afscheiding naar het landelijk gebied. Hiermee is de landschappelijke inpassing geborgd. Artikel 4 Maatschappelijk De gronden met de bestemming 'Maatschappelijk' zijn bestemd voor maatschappelijke voorzieningen en de daarbij behorende bouwwerken, erven, terrassen, groenvoorzieningen, waterlopen en ‐partijen en andere openbare en parkeervoorzieningen. Op de verbeelding zijn bouwvlakken opgenomen, waarmee de uiterste bouwgrenzen zijn vastgelegd. De nieuwe woningen zijn mogelijk gemaakt ter plaatse van de aanduiding ' wonen'. Hier is ook een maatvoering opgenomen. Dit is een aanvulling ten opzichte van de regeling uit het geldende bestemmingsplan. Artikel 5 Waarde ‐ Archeologie ‐ 3b De gronden met de dubbelbestemming 'Waarde ‐ Archeologie 3' zijn mede bestemd voor het behoud en de bescherming van archeologische waarden.

5.7

Toelichting op de algemene regels

In de algemene regels zijn bepalingen opgenomen die voor alle bestemmingen gelden. Relevant voor de algemene regels is de parkeerregeling. Omdat parkeren betrekking heeft op zowel bouwen als gebruiken, is deze regeling zowel opgenomen onder de algemene bouwregels (7.1) als onder de algemene gebruiksregels (8.1). Met deze regeling is het voldoen aan voldoende parkeergelegenheid planologisch geborgd.

Rho adviseurs voor leefruimte

20201149

32

Rho adviseurs voor leefruimte

20201149

33

Hoofdstuk 6

6.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

De gemeente heeft het plangebied in 2017 verkocht, waarbij zij zich bereid heeft verklaard om voor haar rekening zorg te dragen voor het wijzigen van de bestemming van het plangebied. Het vaststellen van een exploitatieplan is niet nodig.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

De maatschappelijke uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan wordt getoetst tijdens het vooroverleg met de reguliere overlegpartners en een zienswijzenperiode voor reacties van bewoners en andere belanghebbenden. De reacties uit zowel de zienswijzenperiode worden voorzien van een beantwoording en afgewogen in het bestemmingsplan. Het vooroverleg heeft niet geleidt tot inhoudelijke reacties van de vooroverlegpartners.

Rho adviseurs voor leefruimte

20201149

34

Rho adviseurs voor leefruimte

20201149

BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING

37

Bijlage 1 Quickscan Archeologie en Cultuurhistorie

Rho adviseurs voor leefruimte

20201149

Archeologie West-Friesland is het archeologisch samenwerkingsverband van de gemeenten Drechterland, Enkhuizen, Hoorn, Koggenland, Medemblik, Opmeer, Schagen, Stede Broec en Texel

Document

Archeologische en Cultuurhistorische Quickscan

Plangebied

Concept Bestemmingsplan Schagerweg 91a, Schagerbrug, gemeente Schagen

Adviesnummer

22025

Opsteller(s)

C.M. Soonius (senior archeoloog) & A.S. de Groot (archeoloog)

Datum

02-02-2022

Advies

Voorgenomen ingrepen vrijgeven.

Vervolgtraject

Opnemen dubbelbestemming Waarde-Archeologie en deze aanpassen naar de vrijstellingsgrens op de (concept) beleidskaart (1.000 m2 en 50 cm diepte).

Archeologische en Cultuurhistorische Quickscan 1. Inleiding Op verzoek van de gemeente Schagen (contactpersoon: dhr. G. van Leeuwen) is gekeken naar het aspect archeologie en cultuurhistorie met betrekking tot het vervaardigen van een bestemmingsplan Schagerweg 91a in Schagerbrug, gemeente Schagen (afb. 1). Het plangebied heeft een omvang van ca. 5.000 m2 en ligt ten westen van het Max Plazier Huis. Het betreft de voormalige gemeentewerf. Op het terrein staat een voormalig opslaggebouw. Het is de wens dit gebouw te gaan gebruiken voor dagbestedingen. In de toekomstige situatie zal het plangebied gebruikt worden ter ondersteuning van het Max Plazier Huis. Hiervoor zullen weinig fysieke ingrepen worden gedaan. De bestaande parkeerplaatsen zullen ook in de toekomst worden gebruikt ten behoeve van werknemers en bezoekers van het Max Plazier Huis. De toegang tot het Max Plazier Huis vanaf het terrein zal in de toekomst worden gebruikt als 'tussendoor' van bezoekers en werknemers, maar ook voor dagleveringen van leveranciers. De bestaande bebouwing zal worden benut ten behoeve van dagbestedingsactiviteiten. Op het achterterrein wordt beoogd om maximaal 10 (aanleun)woningen met bijbehorende voorzieningen te realiseren ten behoeve van de partners van bewoners van het Max Plazier Huis. Dit zijn prefabunits van ca. 4,5 bij 6 meter per stuk en een bouwhoogte van ca. 3 meter.

Het concept bestemmingsplan is op 13-01-2022 aangeleverd door RHO.1 In dit document worden kort de aspecten archeologie en cultuurhistorie behandeld.

1 RHO 2022. Titel is Schagerweg 97: adres is niet correct.

Pagina 1 van 10 Archeologie West-Friesland

|

Nieuwe Steen 1, 1625 HV Hoorn

|

Postbus 603, 1620 AR Hoorn

archeologie@hoorn.nl | www.archeologiewestfriesland.nl

Archeologie West-Friesland is het archeologisch samenwerkingsverband van de gemeenten Drechterland, Enkhuizen, Hoorn, Koggenland, Medemblik, Opmeer, Schagen, Stede Broec en Texel

Afbeelding 1. Ligging bestemmingsplan Schagerweg 91a op een recente luchtfoto.

2. Bestemmingsplan en Beleidskaart archeologie voormalige gemeente Zijpe Het plangebied bevindt zich binnen het bestemmingsplan Dorpen langs de Groote Sloot (vastgesteld op 29-05-2012).2 Voor het gehele plangebied is een dubbelbestemming Waarde-Archeologie 3 opgenomen (vrijstellingsgrens 500 m2 en 50 cm) opgenomen. Deze dubbelbestemming is overgenomen op de verbeelding van het nieuwe bestemmingsplan (Bijlage 1). De vrijstellingsgrenzen zijn afkomstig van de beleidskaart archeologie van de voormalig gemeente Zijpe.3 Het plangebied ligt in de polder D. Volgens de beleidskaart van de voormalige gemeente Zijpe kan dit deel van de gemeente archeologische waarden bevatten, maar de ligging is nog onbekend. Er

kunnen resten aanwezig zijn van nederzettingen en ontginningen uit de prehistorie, Romeinse Tijd of de (vroege) middeleeuwen, waarvan de positie van tevoren niet of moeilijk is in te schatten. Voor de reeds aangetoonde archeologische waarden in dit gebied gelden andere archeologieregimes.4 Bovengenoemde verwachting is vertaald naar een archeologische vrijstellingsgrens van 500 m2 en dieper dan 50 cm (afb. 2). 3. Beleidskaart Archeologie gemeente Schagen (concept) Ten behoeve van een eenduidig archeologiebeleid dat ‘omgevingswetproof’ is, heeft Archeologie West-Friesland een update van de beleidskaart archeologie vervaardigd voor de gehele gemeente Schagen. Alhoewel deze nog in een conceptstadium is, valt te zien dat de vrijstellingsgrens voor archeologisch onderzoek ter plaatse van het plangebied naar boven is bijgesteld. De vrijstellingsgrens ligt nu op 1.000 m2 (afb. 3). 2 NL.IMRO.0476.BP002H0001-0401 (www.ruimtelijkeplannen.nl). 3 Alders & Husken 2007.

4 Alders & Husken 2007, 66.

Pagina 2 van 10 Archeologie West-Friesland

|

Nieuwe Steen 1, 1625 HV Hoorn

|

Postbus 603, 1620 AR Hoorn

archeologie@hoorn.nl | www.archeologiewestfriesland.nl

Archeologie West-Friesland is het archeologisch samenwerkingsverband van de gemeenten Drechterland, Enkhuizen, Hoorn, Koggenland, Medemblik, Opmeer, Schagen, Stede Broec en Texel

Afbeelding 2. Ligging plangebied op de beleidskaart archeologie van de voormalige gemeente Zijpe (2009).

Afbeelding 3. Ligging plangebied op de beleidskaart archeologie (concept). Pagina 3 van 10 Archeologie West-Friesland

|

Nieuwe Steen 1, 1625 HV Hoorn

|

Postbus 603, 1620 AR Hoorn

archeologie@hoorn.nl | www.archeologiewestfriesland.nl

Archeologie West-Friesland is het archeologisch samenwerkingsverband van de gemeenten Drechterland, Enkhuizen, Hoorn, Koggenland, Medemblik, Opmeer, Schagen, Stede Broec en Texel

Voor het plangebied geldt op basis van archeologisch onderzoek in de directe omgeving een hoge verwachting voor vindplaatsen uit de IJzertijd-Romeinse tijd. Deze vindplaatsen bevinden zich op het veen. Indien dit veen nog aanwezig is in de ondergrond, kunnen hier goed geconserveerde overblijfselen uit de IJzertijd en/of Romeinse tijd worden aangetroffen. Onder het veen kunnen in de top van oeverwallen vegetatiehorizonten aanwezig zijn met een middelhoge verwachting voor vindplaatsen uit de prehistorie. Voor vindplaatsen uit de Middeleeuwen geldt een onbekende verwachting. Huisplaatsen uit de Nieuwe tijd (van na de bedijking) worden op basis van historisch kaartmateriaal niet verwacht. 4. Cultuurhistorische achtergrond Het plangebied ligt in de polder D van de Polder Zijpe, ten westen van de Grote Sloot. Bij de eerste bedijking van de Zijpe in 1552-1553 zijn op verschillende plaatsen sporen van vroegere bewoning aangetroffen. De meeste van deze sporen lagen onder het zand in goede zwarte aarde. De exacte locatie van deze vondsten is niet bekend. Na de bedijking begaven de dijken van de polder het tweemaal (in 1555 en 1570) en in 1573 werd de polder met opzet geïnundeerd om de opmars van de Spanjaarden een halt toe te roepen. Voor het bepalen van de aanwezigheid van bewoningsresten uit de Nieuwe Tijd kan gebruik worden gemaakt van historisch kaartmateriaal.

Op 17de-eeuwse kaarten is binnen het plangebied geen bebouwing zichtbaar. Op de kadastrale minuut uit 1819 staat ook geen bebouwing aangegeven (afb. 4). Volgens de Oorspronkelijke aanwijzende tafels (OAT) waren de percelen destijds in bezit van de kerk en kerkgemeente Rooms-Katholiek Schagen en in gebruikt als weiland. In het uiterste westen loopt op de kadastrale minuutkaart een oude waterloop. Deze was in gebruik als vischwater. Op basis van het historisch kaartmateriaal geldt een lage archeologische verwachting voor bewoningsresten uit de Nieuwe tijd.

Afbeelding 4. Ligging plangebied (zwarte stippellijn) op de kadastrale minuut uit 1826. Pagina 4 van 10 Archeologie West-Friesland

|

Nieuwe Steen 1, 1625 HV Hoorn

|

Postbus 603, 1620 AR Hoorn

archeologie@hoorn.nl | www.archeologiewestfriesland.nl

Archeologie West-Friesland is het archeologisch samenwerkingsverband van de gemeenten Drechterland, Enkhuizen, Hoorn, Koggenland, Medemblik, Opmeer, Schagen, Stede Broec en Texel

Binnen het plangebied zijn geen cultuurhistorische waardvolle elementen meer aanwezig. De historische waterloop die nog zichtbaar is op de kadastrale minuut uit 1819 (afb. 4), is inmiddels verdwenen. Slechts één historische waterloop aan de oostzijde is nog aanwezig (afb. 5).

Afbeelding 5. Ligging plangebied (rode stippellijn) op de cultuurhistorische elementenkaart.

5. Archeologisch onderzoek in de directe omgeving In Archis staan verschillende onderzoeken vermeld in de omgeving van het plangebied (afb. 6). De dichtstbijzijnde betreft een archeologisch booronderzoek uit 2002 voor de woningbouwlocatie Hoenderpark.5 Tijdens dit booronderzoek zijn 22 boringen gezet. Het veldonderzoek heeft geen aanwijzingen opgeleverd die duiden op de eventuele aanwezigheid van archeologische waarden. De top van het veen is niet geoxideerd, hetgeen betekent dat het niet (of nauwelijks) natuurlijk ontwaterd is in de Romeinse tijd of dat het veen deels is geërodeerd. Onder de veenlaag zijn geen gerijpte afzettingen behorende tot het Laagpakket van Wormer aangetroffen. Ten zuiden van het plangebied zijn in de afgelopen tien jaar verschillende onderzoeken gedaan. Het meest in het oog springende onderzoek betreft een opgraving van de AWN ter plaatse van een waterberging.6 Deze waterberging was archeologisch gezien vrijgegeven. Naast zeer fraaie profielen met oeverwallen (afb. 7), die in de prehistorie bewoond zijn geweest (mondelinge mededeling F. Diederik), werd veel aardewerk gevonden. De vrijwilligers hebben in 14 dagen een werkput van 40 bij 12 meter blootgelegd. Hierbij werden gedeelten van twee nederzettingen uit de periode 2de eeuw voor Chr. tot 2de eeuw na Chr. gevonden. De nederzettingsresten bevonden zich op het veen.

5 Soonius 2002: Archiswaarnemingsnummer 2015071100.

6 Archiswaarnemingsnummer 2452367100 (geen rapport beschikbaar, alleen vermelding in kroniek).

Pagina 5 van 10 Archeologie West-Friesland

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14684945/1