CConstaterende datSchagen
Koppel je AI →
Document · PDF

2022-07-18 KuiperC def concept RO-BP-621.139.80-TOTAAL-ON01

Gemeenteraad 20 december 2022, gemeente SchagenBij agendapunt: Gewijzigd vaststellen bestemmingsplan27.827 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

42

Uit het onderzoek blijkt zodoende dat de voorkeursgrenswaarde niet wordt overschreden op de grens waarbinnen de nieuwbouw plaatsvindt door het wegverkeer op geen van de omliggende 30 km-wegen. Dit betekent dat het aspect geluid geen belemmeringen oplevert voor de ontwikkelingen in dit plan.

8.3.3 Conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor dit bestemmingsplan.

8.4

Luchtkwaliteit

8.4.1 Kader Het onderzoek naar luchtkwaliteit wordt uitgevoerd op grond van hoofdstuk 5, titel 5.2 ‘Luchtkwaliteitseisen’ van de Wet milieubeheer. De titel 5.2 ‘Luchtkwaliteitseisen’ is beter bekend als de Wet luchtkwaliteit. De kern van de Wet luchtkwaliteit is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Het NSL is een bundeling maatregelen op regionaal, nationaal en internationaal niveau die de luchtkwaliteit verbeteren en waarin alle ruimtelijke ontwikkelingen/projecten zijn opgenomen die de luchtkwaliteit in belangrijke mate verslechteren. Het doel van de NSL is om overal in Nederland te voldoen aan de Europese normen voor de luchtverontreinigende stoffen. Voor wegverkeer zijn stikstofdioxide (NO 2), fijnstof (PM10) en zeer fijnstof (PM2,5 ) de belangrijkste stoffen. De in de Wet luchtkwaliteit gestelde norm voor NO 2 en PM10 jaargemiddelde grenswaarde is voor beide stoffen 40 µg/m3. Daarnaast mag de PM10 24 uurgemiddelde grenswaarde van 50 µg/m3 maximaal 35 keer per jaar worden overschreden. De jaargemiddelde grenswaarde voor zeer fijnstof (PM2,5 ) bedraagt 25 µg/m3. Met het van kracht worden van het NSL zijn de tijdstippen waarop moet worden voldaan aan de jaargemiddelde grenswaarden NO2 en PM10 aangepast. Voor PM10 is dat 11 juni 2011 en 1 januari 2015 voor NO2. De grenswaarde voor PM2,5 is vanaf 1 januari 2015 van toepassing.

Naast de introductie van het NSL is het begrip ‘niet in betekenende mate bijdragen’ (NIBM) een belangrijk onderdeel van de Wet luchtkwaliteit. Een project draagt NIBM bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit als de NO2 en PM10 jaargemiddelde concentraties niet meer toenemen dan 1,2 µg/m 3 In dat geval is de ontwikkeling als NIBM te beschouwen. NIBM-projecten (kleine projecten) In de bijlagen van de “Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)” (ook wel: regeling NIBM) zijn functiecategorieën of combinaties van functiecategorieën aangegeven waarbij sprake is van een NIBM-project. In de Regeling NIBM is voor een woningbouwlocatie een cijfermatige kwantificatie opgenomen wanneer een woningbouwproject als NIBM kan worden beschouwd. Momenteel bedraagt de cijfermatige kwalificatie 1.500 nieuwe woningen bij één ontsluitingsweg of 3.000 nieuwe woningen bij twee ontsluitingswegen, waarbij het wegverkeer zich evenredig over de beide ontsluitingswegen verdeelt. Voor kantoorlocaties geldt dat deze NIBM zijn bij ≤ 100.000 m2 bvo bij één ontsluitingsweg of ≤ 200.000 m2 bvo bij twee ontsluitingswegen.

Een ruimtelijke ontwikkeling vindt volgens de Wet luchtkwaliteit doorgang als ten minste aan één van de volgende voorwaarden is voldaan: • de ontwikkeling is opgenomen in het NSL; • de ontwikkeling aangemerkt wordt als een NIBM-project; • de gestelde grenswaarden in bijlage 2 van de Wet luchtkwaliteit niet worden overschreden; • projectsaldering kan worden toegepast. Voor zover de ruimtelijke ontwikkeling is opgenomen in het NSL of de ontwikkeling kan worden aangemerkt als NIBM-project is toetsing aan de grenswaarden van de Wet luchtkwaliteit niet nodig. Bestemmingsplan ‘Centrumgebied Waldervaart’ Toelichting Ontwerp – 18 juli 2022

43

8.4.2 Onderzoek NIBM In de Regeling NIBM is aangegeven dat woningbouwlocaties met 1.500 woningen, en kantoorlocaties van 100.000 m2 bvo, aan één ontsluitingsweg in beginsel aan te merken zijn als ontwikkeling die 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdraagt aan verslechtering van de luchtkwaliteit. De voorgenomen ontwikkeling van 120 (maximaal 140) woningen blijft ruim onder dit criterium, en past zodoende binnen de term ‘NIBM' bijdragend aan verslechtering van de luchtkwaliteit. Daarnaast wordt voorzien in de realisatie van een kindcentrum van circa 5.000-6.000 m2 bvo en sloop-nieuwbouw van een sportzaal. Hoewel deze functies niet expliciet in de Regeling NIBM zijn benoemd, kunnen deze gezien de beperkte omvang in relatie tot de criteria voor woningbouw- en kantoorlocaties eveneens als ‘NIBM’ worden beschouwd. Onderzoek en toetsing aan de grenswaarden uit de Wet luchtkwaliteit is daarom niet benodigd. NSL-Monitoringstool Vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening is beoordeeld of ter plaatse van het plangebied, mogelijke hogere concentraties luchtverontreinigende stoffen aanwezig zijn. Langs wegen zijn met name de stoffen NO2, PM10 en PM2,5 van belang. Om de luchtkwaliteit op de locatie te kunnen beoordelen is gebruik gemaakt van de NSL-monitoringstool. In deze tool zijn de concentraties luchtverontreinigende stoffen opgenomen.

In afbeelding 8.1 zijn de jaarconcentraties NO2, PM10 en PM2,5 weergegeven voor het peiljaar 2020.

Afbeelding 8.1: Jaargemiddelde concentratie NO2, PM10 en PM2,5, peiljaar 2020 (bron: NSL-monitoringstool).

Uit afbeelding 8.1 blijkt dat de jaargemiddelde concentraties NO2, PM10 en PM2,5 in het peiljaar 2020 niet hoger zijn dan de gestelde grenswaarden. Voor NO2 is de waarde maximaal 13,9 µg/m3, voor PM10 maximaal 16,3 µg/m3 en voor PM2,5 maximaal 8,7 µg/m3. De jaargemiddelde grenswaarde van 40 ìg/m3 (voor NO2 en PM10) en 25 ìg/m3 (voor PM2,5) wordt dan ook niet overschreden. Daarnaast is de trend dat in de toekomst de emissies en de achtergrondconcentraties van deze stoffen zullen dalen, waardoor geen overschrijdingen van de grenswaarden zijn te verwachten.

8.4.3 Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor dit bestemmingsplan.

Bestemmingsplan ‘Centrumgebied Waldervaart’ Toelichting Ontwerp – 18 juli 2022

44

8.5

Externe veiligheid

8.5.1 Kader Externe veiligheid richt zich op het beheersen van activiteiten die een risico voor de omgeving kunnen opleveren. Bij de (her)inrichting van een gebied bepaalt de externe veiligheidssituatie mede de ruimtelijke (on)mogelijkheden. In het kader van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gelezen in samenhang met de regels omtrent externe veiligheid moet worden onderzocht of er sprake is van aanwezigheid van risicobronnen in de nabijheid van de locatie waarop het Wro besluit betrekking heeft en dienen het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR), en de eventuele toename hiervan, beoordeeld te worden. Plaatsgebonden risico Het PR is de kans per jaar dat een persoon op een bepaalde plaats overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen, indien hij onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting of langs een vervoersas. De normstelling heeft de status van een grenswaarde die niet overschreden mag worden. Voor kwetsbare objecten wordt in zowel bestaande als nieuwe situaties het niveau van 10-6 per jaar als grenswaarde gehanteerd. Nieuwe beperkt kwetsbare objecten zijn alleen toegestaan onder een gewichtige motivering. Bestaande beperkt kwetsbare objecten zijn toegestaan binnen de PR 10-6 contour.

Groepsrisico Het GR kan worden beschouwd als de maat van maatschappelijke ontwrichting in geval van een calamiteit (en drukt dus de kans per jaar uit dat een groep mensen van minimaal 10 personen overlijdt als rechtstreeks gevolg van een calamiteit). De normstelling heeft de status van een oriënterende waarde. Deze waarde is geen vastgestelde wettelijke norm. Voor het bevoegd gezag geldt met betrekking tot het GR wel een verantwoordingsverplichting. Verantwoording groepsrisico Binnen het invloedsgebied geldt dat voor ieder ruimtelijk plan groepsrisicoverantwoording verplicht is. Een verantwoording is een kwalitatieve beschrijving over de waarde van het groepsrisico, maatregelen, zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. Het advies van de veiligheidsregio speelt hierbij een belangrijke rol. Bij complexe projecten ligt doorgaans een proces van overleg met veiligheidsdeskundigen ten grondslag. Regelgeving transport van gevaarlijke stoffen over wegen, water en spoor In 2015 is het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) in werking getreden. In het Bevt staan regels voor de ruimtelijke inrichting rond wegen, waterwegen en spoorwegen met vervoer van gevaarlijke stoffen. In dit onderzoek is op deze wetgeving voorgesorteerd.

Het Bevt hanteert een vaste grens van 200 meter, vanaf de buitenrand van de transportroute, waarbuiten in principe geen beperkingen hoeven te worden gesteld aan het ruimtegebruik. Buiten de 200 meter is een verantwoording niet noodzakelijk. Wel geldt dat bij ruimtelijke ontwikkelingen die nieuwe kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten mogelijk maken buiten de 200 meter, in de toelichting aandacht moet worden gegeven aan de aspecten bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. Ten aanzien van de verantwoordingsplicht groepsrisico wordt onderscheid gemaakt tussen een volledige verantwoording en een beperkte verantwoording van het groepsrisico. Een volledige verantwoording kan bovendien achterwege blijven indien kan worden aangetoond dat: a. het groepsrisico, niet hoger is dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde voor het groepsrisico, of; b. het groepsrisico, gelet op de redelijkerwijs te verwachten verandering van de dichtheid van personen, met niet meer dan 10% toeneemt en; c. de oriëntatiewaarde, gelet op de dichtheid van personen, niet wordt overschreden. d. Indien sprake is van een volledige verantwoording dienen maatregelen ter beperking van het GR, alternatieve ruimtelijke ontwikkelingen met een lager GR en mogelijkheden en voorgenomen maatregelen ter beperking van de omvang van een calamiteit te worden overwogen.

Een beperkte verantwoording houdt wel rekening met de effecten van een Bestemmingsplan ‘Centrumgebied Waldervaart’ Toelichting Ontwerp – 18 juli 2022

45

calamiteit en vindt alleen plaats als het plangebied binnen het invloedsgebied (effectgebied) van transportassen is gelegen. In het Bevt zijn tevens plasbrandaandachtsgebieden (PAG) benoemd voor transportroutes. Een PAG is een zone, waarbinnen een aanvullende verantwoording noodzakelijk is met betrekking tot het al dan niet nemen maatregelen om de effecten van een plasbrand te beperken en de zelfredzaamheid van personen.

8.5.2 Onderzoek Met de voorgenomen ontwikkeling wordt de realisatie van nieuwe kwetsbare objecten mogelijk gemaakt. Op basis van de risicokaart zijn de volgende risicobronnen in de omgeving aanwezig: • vervoer gevaarlijke stoffen over de N245 en N248; • LPG station Esso Waldervaart. Langs vervoersassen van gevaarlijke stoffen is een verantwoordingsgebied aanwezig van 200 meter en een invloedsgebied voor toxische stoffen van meer dan 4.000 meter voor vervoer over (spoor)wegen. De locatie bevindt zich voor bovengenoemde risicobronnen binnen het invloedsgebied van toxische stoffen. Er dient een beschrijving te worden gegeven van de aspecten ‘zelfredzaamheid’ en ‘bestrijdbaarheid’. Het plangebied bevindt zich buiten het invloedsgebied van het LPG station Esso Waldervaart. Deze inrichting vormt daardoor geen belemmering voor de ontwikkeling. Zelfredzaamheid Zelfredzaamheid is het zichzelf kunnen onttrekken aan een dreigend gevaar, zonder daadwerkelijke hulp van hulpverleningsdiensten. De mogelijkheden voor zelfredzaamheid bestaan globaal uit schuilen en ontvluchting. Het zelfredzame vermogen van personen in de buurt van een risicovolle bron is een belangrijke voorwaarde om grote effecten bij een incident te voorkomen. In het plangebied worden functies mogelijk gemaakt die specifiek bedoeld zijn voor personen met een beperkte zelfredzaamheid, namelijk de functies in het kindcentrum.

Het kindcentrum wordt een voorziening voor kinderen van 0 tot en met 12 jaar en bevindt zich in het zuidwesten van het plangebied. De afstand tot de risicobronnen is zeer groot. Ook is het natuurlijk niet uit te sluiten dat kinderen, ouderen en/of gehandicapten in de woningen in het westelijke deel van het plangebied zullen gaan wonen of aanwezig zijn. Vanuit maatschappelijk oogpunt is het juist gewenst dat dergelijke specifieke doelgroepen zich gelijkmatig ‘verspreiden’ tussen de reguliere doelgroepen. Scenario toxische gassen Door een incident kan de tankwand scheuren waardoor een groot deel van de toxische vloeistof in korte tijd uitstroomt. De toxische stof verdampt deels direct en wordt gedurende korte tijd meegevoerd door de wind. De resterende vloeistof vormt een plas. Het gevaar kan door de aanwezigen in het benedenwindse effectgebied opgemerkt worden door de herkenbare geur van ammoniak. Aanwezigen kunnen het beste binnen in gebouwen schuilen tegen de toxische effecten van het scenario. Mogelijkheden tot voorbereiden van bestrijding van rampen Ten behoeve van de zelfredzaamheid is het van belang dat E-Alert wordt ingezet. In het kader van een effectieve zelfredzaamheid bij het vrijkomen van toxische stoffen wordt geadviseerd bij ontwikkelingen afsluitbare ventilatiesystemen in gebouwen toe te passen waarmee kan worden voorkomen dat toxische stoffen binnentreden.

Aanwezigen zijn in gebouwen enkele uren beschermd tegen de effecten van toxische dampen. Het opleggen van het aanbrengen van afsluitbare mechanische ventilatiesystemen is alleen mogelijk indien dit in de planregels van het bestemmingsplan is vastgelegd.

Bestemmingsplan ‘Centrumgebied Waldervaart’ Toelichting Ontwerp – 18 juli 2022

46

Risicocommunicatie naar de bewoners en werknemers is zeer belangrijk. Bij het sluiten van een huur/koopcontract dient op de externe veiligheidsrisico’s gewezen te worden. Er kan informatie worden verstrekt over de maatregelen die zijn getroffen ter voorkoming en bestrijding van incidenten en over de daarbij te volgen gedragslijn. De gemeente heeft in dit kader een informatieplicht. Binnen de maatschappelijke voorzieningen in het plangebied kunnen personeelsleden en grote groepen mensen (met beperkte zelfredzaamheid) verblijven. Het is van belang dat het personeel, de begeleiding en/of de BHV-organisatie van deze objecten is voorbereid op eventuele calamiteiten op de N245 en N248. Hierbij is het van belang dat zij ook weten hoe daarbij te handelen. Bijvoorbeeld om bezoekers van deze objecten te assisteren om zichzelf in veiligheid te brengen.

8.5.3 Conclusie Het aspect ‘externe veiligheid’ staat de vaststelling van het bestemmingsplan niet in de weg. Bij de uiteindelijke vergunningverlening dient formeel advies te worden gevraagd aan de Veiligheidsregio Noord-Holland Noord.

8.6

Bodemkwaliteit

8.6.1 Kader Wet bodembescherming Als sprake is van ernstige bodemverontreiniging dan is de Wet bodembescherming (Wbb) van kracht. Het doel van de Wbb is in de eerste plaats het beschermen van de (land- of water-) bodem zodat deze kan worden benut door mens, dier en plant, nu en in de toekomst. Ontwikkelingen kunnen pas plaatsvinden als de bodem, waarop deze ontwikkelingen gaan plaatsvinden, geschikt is of geschikt is gemaakt voor het beoogde doel. Bij nieuwbouwactiviteiten dient de bodemkwaliteit door middel van onderzoek in beeld te zijn gebracht. In het algemeen geldt dat nieuwe bestemmingen bij voorkeur op een schone bodem dienen te worden gerealiseerd.

8.6.2 Onderzoek Door ABO-Milieuconsult is in het kader van de beoogde ontwikkelingen in het plangebied een vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (conform NEN 5725 en 5740). Doel van het onderzoek is inzicht te verkrijgen in de algemene kwaliteit van de bodem c.q. de aard en concentraties aan milieubelastende stoffen die in de grond en het grondwater voorkomen. De volledige rapportage is opgenomen in bijlage 3. Hieronder worden de belangrijkste bevindingen samengevat. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt het volgende geconcludeerd: In de grond zijn geen bodemvreemde materialen aangetroffen. De bovengrond is licht verontreinigd met kwik en lood. De ondergrond is niet verontreinigd. Het grondwater is ter plaatse van één van de zeven uitgezette peilbuizen licht verontreinigd met barium. De hypothese uit het vooronderzoek “de locatie is onverdacht” dient op basis van de licht verhoogde waarden in de bovengrond en het grondwater, verworpen te worden. Verschillende handboringen zijn geplaatst ter plaatse van een gedempte watergang. In geen van de handboringen ter plaatse van de gedempte watergangen zijn bodemvreemde bijmengingen aangetroffen. De samengestelde mengmonsters van de ondergrond zijn daarom ingedeeld over de hele locatie, niet in het bijzonder rekening houdend met de gedempte watergangen.

Het licht verhoogde gehalte aan kwik en lood in de bovengrond en de licht verhoogde concentratie aan barium in het grondwater, zijn dermate gering dat de resultaten hiervan geen aanleiding geven tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek.

Bestemmingsplan ‘Centrumgebied Waldervaart’ Toelichting Ontwerp – 18 juli 2022

47

Aanbevolen wordt om de bij graafwerkzaamheden vrijkomende grond, zoveel mogelijk op locatie te verwerken. Indien in het kader van de nieuwbouw grond moet worden afgevoerd, moet rekening worden gehouden dat in het verkennend bodemonderzoek geen onderzoek op PFAS is uitgevoerd. Zintuiglijk is geen asbestverdacht of bodemvreemd materiaal aangetroffen, waardoor asbestonderzoek niet noodzakelijk wordt geacht. Daarnaast wordt opgemerkt dat aan de hand van de bevindingen van het onderzoek geen absolute uitspraken kunnen worden gedaan over de hergebruiksmogelijkheden van eventueel af te voeren grond. Om te bepalen of er sprake is van grond (bodemkwaliteitsklasse achtergrondwaarde, wonen of industrie) ofwel een bouwstof gelden er andere beoordelingscriteria en onderzoeksstrategieën. Voldaan moet worden aan het Besluit bodemkwaliteit.

8.6.3 Conclusie Voor het plangebied is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De daarin aangetroffen licht verhoogde concentraties zijn dermate gering dat de resultaten geen aanleiding geven voor het uitvoeren van nader bodemonderzoek. Het aspect bodemkwaliteit vormt zodoende geen belemmering voor dit bestemmingsplan.

8.7

Bedrijven en milieuzonering

8.7.1 Kader Voor het behoud en de verbetering van de kwaliteit van de woon- en leefomgeving is een juiste afstemming tussen de verschillende voorkomende functies en wonen noodzakelijk. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van een milieuzonering die uitgaat van richtinggevende afstanden tussen hinderlijke functies (in de vorm van gevaar, geluid, geur, stof) en gevoelige functies. In de brochure 'Bedrijven en Milieuzonering' van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) (versie 2009) zijn deze richtafstanden opgenomen. Van deze richtafstanden kan gemotiveerd worden afgeweken.

8.7.2 Onderzoek In de directe omgeving van het plangebied bevinden zich geen relevante (bedrijfs)bestemmingen. Op basis van vigerende bestemmingsplannen zijn in de omgeving hoofdzakelijk woonfuncties aanwezig. Ten zuiden van het plangebied bevinden zich twee kantoorbestemmingen. Hiervoor geldt een richtafstand van 10 m in omgevingstype ‘rustige woonwijk’; aan deze afstand wordt voldaan. Ten zuidoosten van het plangebied ligt een bedrijfsbestemming; hier is bedrijvigheid tot en met categorie 2 toegestaan, en middels een aanduiding een verkooppunt voor motorbrandstoffen met lpg. Het betreft hier het tankstation aan de Welmolen. Op basis van de VNG-richtafstandenlijst geldt voor tankstations met LPG < 1000 m3/jaar milieucategorie 3.1, en > 1000 m 3/jaar milieucategorie 4.1. Uitgaande van de hoogste categorie geldt hiervoor een richtafstand van 200 m; deze reikt niet tot in het plangebied. Bovendien bevinden zich op kortere afstand al diverse woningen. Het lpg-station is ook beschouwd in het kader van externe veiligheid (paragraaf 8.5). De bedrijvigheid van het bedrijventerrein Lagedijk ten noorden van het plangebied ligt op geruime afstand, en levert geen belemmeringen op.

8.7.3 Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering leidt niet tot belemmeringen voor dit bestemmingsplan. Er is sprake van een goed woon- en leefklimaat en er worden geen bedrijven belemmerd in hun bedrijfsvoering.

Bestemmingsplan ‘Centrumgebied Waldervaart’ Toelichting Ontwerp – 18 juli 2022

48

8.8

Overige belemmeringen

Naast de hiervoor beschreven milieuaspecten kunnen er nog andere belemmeringen in of nabij het plangebied aanwezig zijn die van invloed kunnen zijn op de planvorming, zoals straalpaden, planologisch relevante kabels en leidingen (zoals waterleidingen of rioleringsleidingen), beschermingszones en dergelijke. In bestemmingsplannen worden uitsluitend kabels en leidingen (water, elektra, rioolpersleidingen) opgenomen die ruimtelijke relevantie hebben en/of van belang zijn in het kader van beheer, externe veiligheid of gezondheidsrisico's. Het gaat dan altijd om de hoofdtransportstructuur. In elk bestemmingsplangebied bevinden zich uiteraard ook kabels en leidingen voor distributie en huisaansluitingen, maar die worden niet in het plan opgenomen. In het voorliggende plangebied zijn geen planologisch relevante kabels en leidingen aanwezig die een planologische bescherming behoeven, of die de planuitvoering in de weg staan. Ook is er geen sprake van overige belemmeringen in het plangebied.

Bestemmingsplan ‘Centrumgebied Waldervaart’ Toelichting Ontwerp – 18 juli 2022

49

Hoofdstuk 9 9.1

Duurzaamheid

Kader

Nationaal klimaatbeleid In 2013 zijn er in het 'Energieakkoord voor duurzame groei' reeds afspraken gemaakt over energiebesparing, stimuleren van duurzame energie en werkgelegenheid tussen de overheid, vakbonden, werkgevers en milieuorganisaties. Tijdens de klimaattop in Parijs in 2016 hebben 197 landen, waaronder Nederland, zich gecommitteerd aan het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen en de opwarming van de aarde te beperken tot maximaal 2 graden met 1,5 graad als streefwaarde. In de Klimaatwet (2019) is vastgelegd dat broeikasgasuitstoot (ten opzicht van 1990) met respectievelijk 49 procent in 2030 en 95 procent in 2050 verminderd moeten worden. Daarnaast moeten er in 2050 een volledig CO2-neutrale elektriciteitsproductie zijn. In het Klimaatakkoord dat op 26 juni 2019 door het kabinet is gepresenteerd staan afspraken met verschillende sectoren om de uitstoot van broeikasgassen tegen te gaan en de doelen uit de Klimaatwet te kunnen halen. Deze afspraken zijn ingedeeld per sector: elektriciteit, gebouwde omgeving, industrie, landbouw en landgebruik, en mobiliteit. Zo is voor de gebouwde omgeving afgesproken dat in 2030 1,5 miljoen bestaande woningen verduurzaamd zijn, en in 2050 7 miljoen woningen en 1 miljoen gebouwen van het aardgas af zijn. Hierbij is een centrale rol weggelegd voor gemeentes, en wordt een wijkgerichte aanpak gehanteerd.

Wet Voortgang Energie Transitie Op 1 juli 2018 is de Wet Voortgang Energie Transitie (VET) in werking getreden. Deze Wijzigingswet heeft een aantal aanpassingen doorgevoerd in de Gaswet en de Elektriciteitswet. Door de wijziging van de Gaswet mag een netbeheerder geen aardgasaansluiting meer verzorgen voor nieuwbouw. De aansluitplicht is dus vervallen, waarmee nieuwbouw niet meer aangesloten kan worden op het aardgasnet. Een belangrijk aandachtspunt is dat dit alleen geldt voor kleinverbruikers. Kleinverbruikers hebben een gasmeter tot en met G25 (een doorlaatwaarde tot en met 40 m³ per uur). Veel grotere kantoorpanden en bedrijven hebben een grotere aansluiting en hebben dus nog steeds recht op een aardgasaansluiting. Daarnaast biedt de Wet VET het college de ruimte om gebieden aan te wijzen waar netbeheerders geen nieuwe aardgasaansluitingen meer mogen verzorgen. Van deze bevoegdheid mag alleen gebruik worden gemaakt als er is voorzien in alternatieve voorzieningen. Dit heeft echter alleen invloed op kleingebruikers. Voor grootverbruikers vervalt het recht op een gasaansluiting hiermee dus niet. De wetgeving biedt ook ruimte aan het college van B&W om bij zwaarwegende redenen van algemeen belang uitzonderingen te maken en toch in een gasaansluiting te voorzien.

BENG Voor alle nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw, geldt dat vergunningaanvragen vanaf 1 januari 2021 moeten voldoen aan de eisen voor Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG). Die eisen vloeien voort uit het Energieakkoord voor duurzame groei en uit de Europese Energy Performance of Buildings Directive (EPBD). De energieprestatie bij BENG wordt bepaald aan de hand van 3 individueel te behalen eisen: 1. de maximale energiebehoefte in kWh per m2 gebruiksoppervlak per jaar (kWh/m2.jr); 2. het maximale primair fossiel energiegebruik, eveneens in kWh per m2 gebruiksoppervlak per jaar (kWh/m2.jr); 3. het minimale aandeel hernieuwbare energie in procenten (%).

9.2

Onderzoek en conclusie

Met beoogde ontwikkelingen in het plangebied wordt in ieder geval toepassing gegeven aan de wettelijke vereisten op het gebied van duurzaamheid, klimaat en energie. Zo worden de woningen onder meer gasloos gebouwd en wordt voldaan aan de BENG-eisen. Daarbij is in het stedenbouwkundig plan duurzaamheid nadrukkelijk in het ontwerp meegenomen. Zo zijn de bestaande groene setting en aanwezigheid van het water belangrijke kwaliteiten van het centrum die bij herontwikkeling behouden en versterkt dienen te worden. Het veranderende klimaat vraagt om een zorgvuldige aanpak en keuzes ten aanzien van opvang en afkoppeling van regenwater, mobiliteit, energie en gebruik van materialen. Bij de herontwikkeling van het centrumgebied Waldervaart is het uitgangspunt het regenwater geheel af te koppelen van het riool. Het regenwater zal binnen het plangebied worden opgevangen en vastgehouden en vervolgens vertraagd afgevoerd Bestemmingsplan ‘Centrumgebied Waldervaart’ Toelichting Ontwerp – 18 juli 2022

50

worden naar de aanliggende watergangen. In het kader van klimaatadaptatie worden wadi’s gerealiseerd in het park ten noorden van het centrumgebied en mogelijk ook ter plaatse van de groene schoolpleinen. Ter bestrijding van hittestress kan voor de verkoeling een waterelement worden gerealiseerd, die tegelijk dienst doet als speel- en ontmoetingsplek. Om elektrisch vervoer te stimuleren worden minimaal 2 elektrische laadpalen bij parkeerplaatsen geplaatst. De woningbouwlocatie en het woningbouwprogramma is uitermate geschikt voor de inzet van een aantal deelauto’s in ruil voor minder parkeerplaatsen en meer groen. Een belangrijk uitgangspunt bij de transformatie van het centrum van Waldervaart is behoud van het groene karakter van het gebied. Voor de inrichting van de openbare ruimte is het ‘Groen tenzij’ principe toegepast. Daarbij wordt ingezet op een grootschalige vergroening van het openbaar gebied, de buitenruimten en daken. Hiermee wordt ingespeeld op klimaatverandering, de biodiversiteit gestimuleerd en samenhang en verblijfskwaliteit in het centrumgebied gebracht. De uitgangspunten van de nieuwe situatie zijn het zoveel mogelijk behoud en inpassing van de bestaande waardevolle bomen, het versterken van de biodiversiteit en het creëren van ruimte voor waterberging door bijvoorbeeld het maken van natuurvriendelijke oevers en wadi’s.

Ten behoeve van het groen langs de oever van de vaart wordt minimaal 15 meter vrije ruimte gereserveerd. De oevers van de vaart worden zo natuurlijk mogelijk ingericht zodat de ecologische structuur langs de vaart behouden kan blijven. Het “Moleneilandje” aan de Menisweg wordt behouden en opgeknapt evenals de oevers aan de zuidzijde van cluster 1. Voor de inrichting van het park in het noorden van het centrum wordt aansluiting gezocht bij de hele parkontwikkeling in de wijk Waldervaart. De waardevolle bestaande bomen worden zowel in de openbare ruimte als (indien aanwezig) binnen de bebouwingsclusters geïntegreerd. Naast bestaand groen wordt ook nieuw groen toegevoegd: op de parkeerpleinen, op de schoolpleinen en in de parkranden. Een gevarieerd palet aan bomen en kleuren zorgt voor duurzame groenbehoud en biodiversiteit binnen het centrum.

Bestemmingsplan ‘Centrumgebied Waldervaart’ Toelichting Ontwerp – 18 juli 2022

51

Hoofdstuk 10 Uitvoerbaarheid 10.1 Economische uitvoerbaarheid Sinds de inwerkingtreding van de nieuwe Wro geldt de verplichting tot het vaststellen van een exploitatieplan wanneer ontwikkelingen, als bedoeld in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening, planologisch mogelijk worden gemaakt en het verhaal van de kosten van de grondexploitatie niet anderszins verzekerd is. Circa ¾ van het centrumgebied Waldervaart wordt door de gemeente Schagen zelf ontwikkeld. Dit doet de gemeente door een grondexploitatie te openen. In de grondexploitatie staat welke kosten en opbrengsten er in het project zijn tot het moment van uitgifte van de laatste gronden. De gemeente zal in dit deel van het centrum zelf bouw- en woonrijp maken en vervolgens bouwrijpe gronden verkopen aan partijen. Deze partijen (o.a. de schoolbesturen, ontwikkelaars/bouwers en de gemeente zelf) gaan vervolgens aan de slag om de gebouwen – het kindcentrum, de sportzaal en de appartementengebouwen – te realiseren. Voor de ontwikkeling van het overige deel (circa ¼) van het centrumgebied, het wijkwinkelcentrum en ontmoetingsplein, sluit de gemeente een koop-/realisatieovereenkomst met de eigenaar van het winkelcentrum. Met de koop-/realisatieovereenkomst wordt afgesproken wie welke werkzaamheden uitvoert en wie welke kosten maakt.

Voor zover de eigenaar van de supermarkt baat heeft bij de nieuwe ontwikkelingen is met deze partij afgesproken dat zij een geldelijke bijdrage leveren aan de inrichting van de openbare buitenruimte.

10.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een centrumontwikkeling in Waldervaart, waarbij het centrumgebied van de wijk wordt herontwikkeld. Daarbij worden de bestaande en verouderde functies vernieuwd, en wordt de ruimtelijke kwaliteit in het gebied verbeterd. Ook worden er woningen aan het gebied toegevoegd, wat zorgt voor meer levendigheid en sociale veiligheid in het gebied. De basis voor de ontwikkeling wordt gevormd door het Stedenbouwkundig en beeldkwaliteitsplan Centrumontwikkeling Waldervaart. Aan dit stedenbouwkundig plan is een uitgebreid participatietraject vooraf gegaan, waarbij bewoners van de wijk een grote rol hebben gespeeld. Hiertoe zijn verschillende (inwoners)bijeenkomsten georganiseerd. Daarnaast is een klankbordgroep ingesteld, die nauw betrokken is geweest bij het proces en de gemeente van advies heeft voorzien. Verder hebben uiteraard diverse brainstormsessies en overleggen plaatsgevonden met de diverse betrokken partijen, waaronder de vastgoedeigenaren en schoolbesturen. Hiermee wordt verondersteld dat de voorliggende ontwikkeling maatschappelijk uitvoerbaar is. In het kader van het vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro zal het voorontwerpbestemmingsplan nog voor advies naar de verschillende overleginstanties worden gezonden.

Daarnaast wordt in de bestemmingsplanprocedure ook formeel de mogelijkheid geboden voor eenieder om zienswijzen (op het ontwerpbestemmingsplan) in te dienen. Zie hiervoor ook hoofdstuk 11 van deze toelichting.

10.3 Handhavingsaspecten Voor de vergunningverlening, het toezicht en de handhaving heeft de gemeente een afzonderlijk beleid ontwikkeld. Dit wordt uiteraard ook toegepast in het bestemmingsplangebied Centrumgebied Waldervaart.

Bestemmingsplan ‘Centrumgebied Waldervaart’ Toelichting Ontwerp – 18 juli 2022

52

Hoofdstuk 11 Procedure 11.1 Overleg Conform artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dienen burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg te plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met de rijks- en provinciale diensten die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. In het kader van het vooroverleg is het voorontwerpbestemmingsplan ‘Centrumgebied Waldervaart’ voor advies toegezonden aan de overleginstanties zoals bedoeld in artikel 3.1.1 van het Bro. In reactie op het voorontwerp heeft PWN (Waterleidingbedrijf Noord-Holland) enkele adviezen gegeven. Van de aangedragen adviezen is kennisgenomen, in de uitvoering van het project zal hiermee rekening worden gehouden. De overlegreactie heeft geen gevolgen voor de inhoud van het bestemmingsplan. Verder zijn er geen inhoudelijke overlegreacties op het voorontwerpbestemmingsplan ontvangen.

11.2 Ontwerp en zienswijzen Op grond van artikel 3.8 van de Wro wordt het ontwerpbestemmingsplan ‘Centrumgebied Waldervaart’ gedurende zes weken ter inzage worden gelegd. Binnen deze termijn wordt eenieder in de gelegenheid gesteld schriftelijk en/of mondeling een zienswijze op het plan in te dienen. De eventueel ontvangen zienswijzen zullen te zijner tijd in deze paragraaf dan wel in een Nota van Zienswijzen worden samengevat en voorzien van een reactie. Als daartoe aanleiding is, wordt hierbij per reactie in een conclusie aangegeven of de zienswijze aanleiding heeft gegeven om het ontwerpbestemmingsplan aan te passen.

11.3 Vaststelling Na de termijn van terinzagelegging dient de gemeenteraad te beslissen omtrent de vaststelling van het bestemmingsplan. Tegen het besluit tot vaststelling staat, voor belanghebbenden, direct beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Direct na de beroepstermijn treedt, indien tijdens de beroepstermijn geen verzoek om voorlopige voorziening is ingediend, het plan in werking waarna tot vergunningverlening kan worden overgegaan.

Bestemmingsplan ‘Centrumgebied Waldervaart’ Toelichting Ontwerp – 18 juli 2022

Bijlagen bij toelichting

Bijlage 1 KuiperCompagnons (augustus 2021) Stedenbouwkundig en Beeldkwaliteitsplan Centrumontwikkeling Waldervaart

Stedenbouwkundig- en Beeldkwaliteitsplan Centrumontwikkeling Waldervaart hernieuwing hart van de wijk

[1]

augustus 2021 Dit stedenbouwkundig plan is met zorg en in samenwerking met gemeente Schagen opgesteld en geeft de beoogde ontwikkeling van het gebied weer.

Vormgeving en opmaak:

[2]

INHOUD 1. INLEIDING 5

4. DEELGEBIEDEN 35

1.1

Aanleiding 5

4.1

Cluster 1: Wijkwinkelcentrum 35

1.2

Leeswijzer 7

4.2

Cluster 2: Kindcentrum en Sportzaal Waldervaart

1.3

Probleemstelling 8

4.3

Cluster 3 en 4: Woningen 43

1.4

Doelstelling 8

4.4

Openbare ruimte 47

1.5

De opgave 9

1.6

Participatie 10

5. BEELDKWALITEITSCRITERIA

39

52

Ligging 52

2. HET PLANGEBIED 13

Massa 53

2.1

Karakteristiek van het huidige centrumgebied

13

2.2

De kracht van het centrum

15

2.3

Zwakten van het centrum

17

2.4

Kansen en potenties

19

3. INTEGRAAL STEDENBOUWKUNDIG PLAN

21

Materiaal- en kleurgebruik, detaillering 54 6. VERVOLG CENTRUMONTWIKKELING WALDERVAART 56 Grondexploitatie centrumontwikkeling Waldervaart Koop-/realisatieovereenkomst wijkwinkelcentrum en ontmoetingsplein Bestemmingswijziging

3.1

De visie 21

Vervolgstappen nadere uitwerking openbare ruimte

3.2

Zeven principiële ingrepen

Vervolgstappen nadere uitwerking gebouwen

3.3

Programma 26

3.4

Groenstructuur en water 29

3.5

Verkeerstructuur en parkeren 31

22

Voorlopig faseringsplan BIJLAGE Plankaart schaal 1:1500

[3]

[4]

1. INLEIDING 1.1 Aanleiding

In het kader van een duurzame en toekomstbestendige centrumontwikkeling zijn de voor-

Het centrumgebied van Waldervaart is in de jaren ’70 van de 20e eeuw gebouwd, in het hart

en nadelen voor een nieuwe sportzaal onderzocht. Geconcludeerd is dat een eenvoudige

van de gelijknamige wijk. De voorzieningen dateren van het begin van de ontwikkeling van

verbouwing of het in stand houden van de sportzaal geen duurzame oplossing is voor de

de woonwijk en zijn inmiddels verouderd. Het centrumgebied is aan vernieuwing toe!

toekomst. Daarom heeft de gemeenteraad van de gemeente Schagen ingestemd met een nieuwe sportzaal en zal zij hier het nodige budget voor reserveren.

Hoorne Vastgoed Ontwikkeling B.V. is eigenaar van het winkelcentrum Waldervaart. Direct naast het winkelcentrum zijn verschillende voorzieningen gelegen, waaronder basisscholen,

Hoorne Vastgoed heeft in 2007 voor het eerst aangegeven (ver)bouwplannen te hebben voor

een kinderdagverblijf, een kinderopvang en een sporthal. De schoolgebouwen, die een groot

de het wijkwinkelcentrum Waldervaart. In 2015-2016 zijn de plannen concreter geworden en

deel van de ruimte innemen zullen door sloop / nieuwbouw worden vernieuwd, evenals de

heeft Hoorne Vastgoed een eerste aanzet gedaan naar een visie voor de wijk genaamd ‘Vitaal

sportzaal. De supermarkt en winkels zijn inmiddels verbouwd en de kantoren verwijderd.

Waldervaart’. Hoorne Vastgoed is voornemens de bestaande supermarkt uit te breiden en het

Denkbaar is dat ook maatschappelijke ruimte wordt toegevoegd . Ten slotte is er een wens om

winkelcentrum te vernieuwen tot een aantrekkelijk wijkcentrum dat voldoet aan alle eisen van

woningen in het centrum toe te voegen.

nu. Op 31 oktober 2017 heeft de gemeente met Hoorne Vastgoed een intentieovereenkomst gesloten met het doel om te komen tot een integraal stedenbouwkundig plan voor het

Vanaf 2015 is de gemeente in gesprek met de schoolbesturen: Stichting Surplus,

centrumgebied. Anno 2021 is sloop van het kantorendeel, inpandige verbouwing en

Stichting Sarkon en Aloysius stichting. Naast de kinderopvang worden ook een aantal

gevelwijziging afgerond waarmee de supermarkt meer op het plein georienteerd is en een

andere niet onderwijzfuncties betrokken. Alle drie de schoolbesturen zien een kans in de

doorzicht richting de sporthal is ontstaan.

vernieuwingsopgave. Zij willen graag samenwerken in de vorm van de realisatie van een Kindcentrum. Vanaf 2020 komen de scholen ook in aanmerking voor budget voor nieuwe

De gemeente Schagen wenst met een integraal stedenbouwkundig plan voor het

onderwijshuisvesting.

centrumgebied een samenhangend ruimtelijk kader voor de toekomstige ontwikkelingen

Alle drie de schoolbesturen hebben aangegeven met de vernieuwingsopgave een kans te

vast te leggen. Alle partijen binnen het centrum zien meerwaarde in de gezamenlijke

zien en graag samen te clusteren in één gebouw. Hierbij wordt naar verwachting ook de

planvorming en ontwikkeling waarbij vooral de bewoners van de wijk een flinke inbreng

kinderopvang betrokken.

hebben gekregen.

De bestaande sportzaal is ruim 40 jaar oud. Met de start van het project Centrumontwikkeling Waldervaart was aanvankelijk geen budget voor een nieuwe sportzaal gereserveerd. [5]

luchtfoto centrumgebied en omgeving

[6]

1.2 Leeswijzer In hoofdstuk 1 van dit stedenbouwkundigplan wordt de voorgeschiedenis en aanleiding voor herontwikkeling van het centrumgebied beschreven. Hierna wordt de probleemstelling, de doelstelling en de opgave nader aangeduid en het verlopen proces en de participatie. Hoofdstuk 2 is grotendeels een analyse van de bestaande situatie. Het beschrijft de karakteristiek van het huidige centrumgebied, zowel de bestaande kwaliteiten aan als de zwaktes van het centrumgebied. Tevens worden de kansen en potenties van het centrumgebied beschreven. In hoofdstuk 3 wordt het integrale stedenbouwkundige plan beschreven. De Visie beschrijft het karakter van het plan en de verschillende te onderscheiden deelgebieden. Aan de hand van zeven principiële ingrepen worden de belangrijkste ambities en ingrepen toegelicht. Daarna volgt de beschrijving van het programma, groen- en waterstructuur en de verkeerstructuur en parkeren. Hoofdstuk 4 beschrijft de verschillende te onderscheiden deelgebieden, waarbij per deelgebied een algemene sfeerbeschrijving wordt gegeven, die vooral dient als inspriratiekader. Daarbij wordt niet alleen de uitstraling van de openbare ruimte beschreven, maar komt tevens de architectonische uitstraling van de bebouwing binnen de diverse subdeelgebieden aan bod.

[7]

1.3 Probleemstelling

1.4 Doelstelling

In het huidige centrumgebied van Waldervaart doen de volgende problemen zich voor:

Centraal thema bij de vernieuwing van het centrumgebied is versterking van het centrum

•

De voorzieningen in het centrumgebied van de wijk Waldervaart dateren van het begin

als ontmoetings- en verblijfplek met aanvullende woningbouw, waarbij de kwaliteit van het

van de ontwikkeling van de woonwijk en zijn inmiddels verouderd. Er is sprake van

water en het groen een prominente rol heeft. De vraag “hoe kunnen we met waardering voor

leegstand en accommodaties kunnen slechts eenzijdig worden gebruikt.

de bestaande kwaliteiten van groen en water het centrumgebied tot een toegankelijke ‘place

•

Het centrum is niet goed zichtbaar en vindbaar. Er is geen “hart”, geen ontmoetingsplek.

to be’ maken” staat centraal.

•

Het centrum voelt ‘(af)gesloten’ mede dankzij de vele en hoge groenvoorzieningen. Een gevolg hiervan is dat er regelmatig overlast wordt ondervonden vanwege vandalisme.

•

Er is geen verbinding tussen de twee helften van het centrumgebied, de Tjallewallervaart vormt een scheiding.

“Samen met de belangrijkste stakeholders komen tot een gedragen stedenbouwkundig plan

Het aan- en afrijden naar voorzieningen (denk aan o.a. leerlingenvervoer) en

voor een mooi, duurzaam en toekomstbestendig centrumgebied van Waldervaart, dat een

verschillende verkeersoplossingen zijn niet optimaal.

nieuw hart van de wijk vormt en waarin functies in het kader van winkelen, sport, onderwijs,

•

Het groen en het water komen in de huidige situatie onvoldoende tot hun recht.

welzijn en zorg elkaar versterken en waar ‘ontmoeten’ door de inrichting van de openbare ruimte

•

De toekomst van het centrum en de wijk Waldervaart zelf is onzeker (denk aan

wordt aangemoedigd.”

•

veranderend koopgedrag, demografie en gezinsverdunning, ontwikkelingen op het gebied van onderwijs en ontwikkelingen op het gebied van wonen en zorg). Dit biedt kansen maar brengt ook uitdagingen met zich mee.

[8]

De doelstelling van de gemeente Schagen voor het centrumgebied is als volgt:

1.5 De Opgave

kan/zal worden. Evenzo vormt de bebouwingsopzet die in de nota is opgenomen een

De opgave betreft het opstellen van een integraal stedenbouwkundig plan en

indicatieve opzet en dient deze ter illustratie van het gewenste programma.

beeldkwaliteitsplan voor herstructurering van het centrumgebied Waldervaart in Schagen. Het betreft het gebied tussen de Menisweg, de Kievitlaan, Spreeuwenlaan en de Merelstraat

Een cruciaal onderdeel van de planvorming is het interactieve proces met belanghebbenden

waar de wijkvoorzieningen gevestigd zijn.

en belangstellenden geweest. Met veel enthousiasme is door de diverse belangstellenden en

Het stedenbouwkundig plan dient antwoord te geven op hoe afstemming tussen de

de klankbordgroep meegewerkt aan de totstandkoming van het voorliggende eindresultaat.

diverse functies en tussen de ruimtelijke- en functionele structuren het beste vorm kan

De wensen zijn zoveel mogelijk in het ontwerp verwerkt.

krijgen: hoe bereiken we een goede afstemming tussen bereikbaarheid aan de ene kant en

Parallel aan de herstructurering van het centrum is door de gemeente gewerkt aan de

verblijfskwaliteit en leefbaarheid aan de andere kant? Hoe behouden we de identiteit van

renovatie van het park in Waldervaart. Voor het park is een integrale visie ontwikkeld waarbij

deelgebieden (functies) en versterken we de samenhang en uitstraling naar de omgeving?

het centrumgebied hier een belangrijk onderdeel van is.

Het stedenbouwkundige plan dient een samenhangend toekomstperspectief te bieden waar uitwerking per deelgebied mogelijk is. Om dit te kunnen bewerkstelligen is een groter, samenhangend verhaal nodig, een stip op de horizon waar alle partijen en gebruikers van het centrum naar toe willen. Het stedenbouwkundige plan biedt een stevig raamwerk voor de stapsgewijze ontwikkeling van het gebied, zodat verschillende ontwikkelingen in het gebied elkaar niet in de weg zitten, maar juist versterken. Het stedenbouwkundige plan dient geen keurslijf te zijn, maar een inspirerend en verleidelijk document voor de ontwikkelende partijen. Tevens vormt het een sturend- en toetsingskader voor de gemeente. Het integrale plan geeft de beoogde stedenbouwkundige ontwikkeling van het centrumgebied op (midden)lange termijn aan, het is een visie voor komende jaren. De beeldillustraties in deze nota geven het gewenste eindbeeld aan die op termijn gerealiseerd

[9]

Afbeeldingen: informatieavond, klankbordgroep tijdens ontwerpproces

[ 10 ]

1.6 Participatie

Samenleving en politiek

Aanleiding Het coalitieakkoord 2018 – 2022 is uitgangspunt geweest voor het participatietraject dat heeft plaats gevonden voor de tot stand komen van het stedenbouwkundig plan. Het project is formeel afgetrapt met een ‘blanco’ vel tijdens een algemene inwonersbijeenkomst waarop inwoners van de wijk de belangrijkste uitgangspunten voor het nieuwe centrum kwijt konden. Tijdens verschillende bijeenkomsten zijn inwoners uitgenodigd om input te leveren op de plannen. Via een nieuwsbrief worden inwoners geinformeerd over de planontwikkeling. Samenwerking met belangrijkste partijen Met de belangrijkste partijen waaronder Hoorne Vastgoed en de schoolbesturen zijn intentieovereenkomsten afgesloten. Diverse brainstormsessies en overleggen hebben plaats gevonden met deze partijen en het doel om te komen tot een haalbaar, integraal, duurzaam en toekomstbestendig stedenbouwkundig plan. Figuur: fragment uit coalitieakkoord 2018 – 2022 gemeente Schagen

Klankbordgroep Bij grotere projecten wordt door de gemeente altijd een klankbordgroep opgericht. Dit is ook gebeurd voor het project Centrumontwikkeling Waldervaart. De groep bestaat uit een vertegenwoordiging van de inwoners van Waldervaart en kent een gemengde samenstelling en diverse leeftijdscategorieën. De klankbordgroep heeft meegedaan bij de selectie voor het stedenbouwkundig bureau en is gedurende het ontwerptraject nauw betrokken geweest bij het proces. De klankbordgroep geeft de gemeente advies over het plan, de uitgangspunten en de verdere uitwerking van het plan. [ 11 ]

•

Wonen en leven in groene omgeving

•

Wonen met voorzieningen dichtbij: scholen, winkels, zwemplas, etc.

•

Goede verbinding met het historische centrum van Schagen

•

Het landschap als achtertuin

plangrens centrumgebied bebouwing centrumgebied woningen in de omgeving karakteristieke oude panden wijkpark water

structuur van Waldervaart in omgeving

[ 12 ]

2. HET PLANGEBIED BESTAANDE KWALITEITEN, ZWAKTES EN KANSEN

Steenloperpad

De begrenzing van het plangebied is zodanig gekozen dat alle noodzakelijke ingrepen voor het verbeteren van het centrumgebied binnen deze begrenzing vallen. Vanuit deze optiek is de begrenzing als volgt: •

Kievitlaan aan de oostzijde,

•

Water langs de Menisweg aan de zuidzijde,

•

Spreeuwenlaan en de achtertuinen van de woningen aan de Merelstraat in het westen,

•

Steenloperpad (fiets-/voetgangersbrug) over de Tjallerwallervaart aan de noodrzijde.

Kievitlaan Merelstraat

Spreeuwenlaan

Menisweg

2.1 Karakteristiek van het huidige centrumgebied De wijk Waldervaart ligt aan de westzijde van Schagen en is een typische jaren zeventig

Het centrumgebied ligt aan beide kanten van de vaart. De vaart loopt midden door de wijk

woonwijk met (vrijwel) uitsluitend grondgebonden woningen. In totaal wonen in de wijk

van noord naar zuid en geeft de wijk zijn naam (vroeger heette het de Tjallerwallervaart.). De

Waldervaart ca. 4.300 mensen. De wijk Waldervaart grenst aan het landschap waarbij het

wijkontsluitingsweg loopt langs de oostzijde van het centrum als Kievitlaan en deels langs de

Schagerwiel een “Groene poort naar de stad” vormt. Historische lijnen en structuren tussen

westzijde van het centrum als Spreeuwenlaan. Het centrumgebied is 5,4 ha groot, circa 300

het dorpshart en het buitengebied zijn nog in de structuur herkenbaar, zoals de Menisweg die

meter lang langs de Vaart en is in doorsnede circa 200-280 meter breed.

de verbinding met het centrum en het buitengebied vormt. In het centrumgebied liggen verschillende voorzieningen: de supermarkt Vomar en enkele De wijk bestaat uit kleine groene buurtjes ontsloten via een ringlaan. De woonbuurtjes zijn

dagwinkels, RK basisschool De Vogelweid, Openbare Basisschool De Wielewaal, Speciaal

(zoals de meeste in de wijken uit jaren ’70) met achterkanten aan de openbare ruimte en het

Basisonderwijs (SBO) De Tender, Speciaal Onderwijs Antoniusschool, kinderdagverblijf

park georiënteerd. Centraal in de wijk ligt als een hoefijzer het park van Waldervaart. In het

‘t Vliegertje, bso Waldervaart en Peuter speelzaal De Kikkerpoel en een sportzaal. De

groene hart van de wijk ligt het voorzieningencentrum van de wijk.

voorzieningen dateren van het begin van de ontwikkeling van de woonwijk en zijn architectonisch met elkaar verbonden. De bebouwing is overwegend één laag hoog met een kap , met veel achterkantsituaties naar de omgeving. [ 13 ]

Vaart met ecologische oevers en volwassen bomen

[ 14 ]

Scholen in een groene omgeving

Groen wonen in en aan het centrum

Menisweg als verbinding tussen centrum-landschap

2.2 De kracht van het centrum: •

Aanwezigheid van goed voorzieningenniveau in het centrum; variatie van voorzieningen en/of de clustering/nabijheid van andere functies;

•

De voorzieningen zijn omringd door het groen, het park omarmt het centrum;

•

Het bestaand groen is overwegend van goede kwaliteit met ecologische waarde (vooral de oevers);

•

Aanwezigheid van het water in het centrum. Het centrum ligt (verborgen) aan de oevers van de vaart;

•

Het centrum is via het fietspad van de Menisweg verbonden met het centrum van Schagen en het landschap;

•

Ligging aan de Menisweg is een kans om een nieuw gezicht aan deze belangrijke structuur te creëren;

•

Aanwezigheid van verschillende loop- en fietsroutes vanuit de wijk naar het centrum;

•

Sociale betrokkenheid in de buurten draagt sterk bij aan de leefbaarheid in de wijk;

•

Centrum wordt gebruikt door verschillende doel- en leeftijdsgroepen;

•

De centrale ligging in de wijk en goede ontsluiting/parkeervoorzieningen aan weerszijden van het centrumgebied.

[ 15 ]

Ontbreken aan centrumplein

[ 16 ]

Parkeerdruk bij scholen

Achterkanten en blinde gevels aan openbaar gebied

Onaantrekkelijke openbare ruimte

2.3 Zwakten van het centrum: •

Uitstraling en identiteit ontbreekt;

•

Naar en door het centrum lopen onaantrekkelijke routes;

•

In het centrum ontbreekt het aan uitnodigende verblijfs- en ontmoetingsplekken;

•

Dichtbegroeide oevers, geen zicht op het water;

•

Tjallerwallervaart is niet zichtbaar en beleefbaar en werkt hierdoor als scheidend element;

•

Piekmomenten bij halen en brengen van scholieren zorgen voor overlast en parkeerdruk;

•

Geen duidelijke en aantrekkelijke verbindingen met de buurten;

•

Veel achterkanten van voorzieningen en woningen grenzen aan het openbare gebied;

•

Er ontbreken woningen in het centrum. Woningen zijn langs de randen van het centrum geconcentreerd, hierdoor sociale onveiligheid;

•

De veranderde leeftijdsopbouw van de woonwijk;

•

(Mindervaliden) toegankelijkheid en afstand tot zorgcomplexe.

[ 17 ]

schets: centrale park met het centrum in het hart van de wijk

[ 18 ]

2.4 Kansen en potenties In feite is op basis van de inventarisatie van de sterke en zwakke punten de zoektocht gestart naar verbeteringsmogelijkheden. De kansen en de potenties die het gebied biedt zijn hieronder puntsgewijs aangegeven: •

Het centrum toekomstbestendig maken met ruimte voor wensen van bewoners en

•

Parkeerstromen scheiden: winkels, bewoners en schoolbusjes;

gebruikers. Het aantal éénpersoonshuishoudens groeit en het aantal senioren binnen de

•

Aandacht voor omwonenden: rekening houden met de afstand en hoogte van de bebouwing.

gemeente Schagen groeit. De trend is kleiner wonen in de buurt van voorzieningen; •

Het centrum een herkenbaar hart en ontmoetingsplek geven en verbinden met de vaart;

•

Klimaatadaptief ontwerpen, ruimte voor natuur en biodiversiteit;

•

Een groene en gezonde woon- en werkomgeving creëren;

•

De locatie ten zuiden van de sportzaal (huidige trapveld) is per direct beschikbaar voor

•

Centrum met levendigheid door voorzieningen op de begane grond (plinten) van

(her) ontwikkeling.

gebouwen en terrassen; •

Een nieuw sportvoorziening (sportzaal) voor het kindcentrum en de wijk;

•

Supermarkt en winkels vernieuwen;

•

(Bestaande) woningen boven de supermarkt inpassen;

•

Het centrum verdichten, woningen toevoegen voor sociale controle;

•

Relatie tussen de voorzieningen versterken;

•

Bestaand waardevol groen behouden en versterken;

•

Verblijfskwaliteit binnen het centrum verbeteren;

•

Ruimte voor spelen en ontmoeting in het centrum;

•

Verbinding met de omgeving versterken;

•

Gebruik van fiets stimuleren;

[ 19 ]

2. Wonen, maar ook werken en voorzieningen

woonhof woonhof

wijkwinkelcentrum Kindcentrum

Sportzaal

VO Stedenbouwkundig plan centrumgebied Waldervaart

[ 20 ]

3. INTEGRAAL STEDENBOUWKUNDIG PLAN 3.1 De Visie Tijdens het integrale proces is getracht om de bestaande structuren te versterken, de bestaande (landschappelijke) kwaliteiten te benutten, om nieuwe verbindingen en plekken te creëren die extra kwaliteit brengen voor de beleving van het centrumgebied en de functies herstructureren en verrijken met wonen voor een levendig en duurzaam centrumgebied in Waldervaart. Flexibiliteit in programma en uitvoering zijn daarbij belangrijke elementen. Het hart van de wijk wordt nu gevormd door enkele schoolgebouwen, de sportzaal en de winkel-woonbebouwing gespreid gelegen aan beide kanten van de vaart. Het centrumgebied zou een meer compact gebied moeten zijn, waar de functies niet gescheiden zijn maar waar het water (vaart) een verbindende schakel vormt tussen de verschillende functies. Opvallend is dat het groen het gebied omarmt en doorsnijdt, maar dit niet voelbaar is in het meest compacte deel van het centrum, aan de Kievitlaan. In het centrumgebied dient het groene en open karakter van de wijk zichtbaar en voelbaar te zijn. Wijk Waldervaart staat bekend als een van de meest groene wijken in Nederland. De centrale parkring verbindt de woonbuurtjes en geeft de wijk een lommerrijke uitstraling. Daarnaast wordt de wijk aan drie kanten omsloten door het landschap. Het centrumgebied

cluster 4 cluster 3

ligt in het hart van de wijk, aan het park en aan de centrale watergang de “Waldervaart”. De kwaliteit van het groen in het centrum is op dit moment nog niet voldoende benut.

cluster 2

cluster 1

De ambitie is om de ruimtelijke en landschappelijke kwaliteiten binnen het plangebied te versterken.

[ 21 ]

3.2 Zeven principiële ingrepen Als grondslag voor het integrale plan worden zeven principiële ingrepen voorgesteld in het centrum, die vervolgens in de uitwerking van de verschillende deelgebieden een ruimtelijke vertaling krijgen. Deze principiële ingrepen vormen als het ware het robuuste raamwerk, de basisambitie voor centrum aan de oevers van de vaart

de toekomstige ontwikkelingsrichting van het centrum. De uitwerkingen van de verschillende deelgebieden zijn een aanzet voor de vertaling en beeldvorming van deze basisambitie, maar kunnen (en moeten) binnen het raamwerk van het plan nog verder verfijnd worden. Ingreep 1: Een compact centrum aan de oevers van de vaart Het hart van de wijk wordt nu gevormd door enkele schoolgebouwen, de sportzaal en een woon-winkelgebouw gesitueerd aan beide kanten van de vaart. Het centrumgebied zou een meer compact gebied moeten zijn, met meervoudig grondgebruik, met een mix van diverse functies en een grotere dichtheid dan de omliggende woonbuurten. De vaart dient een verbindende schakel tussen de verschillende functies te zijn. Met openbare en toegankelijke oevers zorgt de vaart voor verbinding en beleving binnen het centrum. Alle

mix van functies voor levendigheid in het centrum

functies dienen daarnaast zowel een gezicht naar de vaart als naar de omgeving te hebben. Om de relatie tussen de twee kanten van het centrum, niet alleen ruimtelijk maar ook fysiek te versterken is een nieuwe brug over de vaart gewenst. De nieuwe ruimtelijke structuur in de vorm van een klavertje vier, aan beide oevers van de vaart, vormt de basis voor een compacte situering van de functies . In ieder cluster (klavertje) is één van de hoofdvoorzieningen gesitueerd (winkels, scholen, woningen). Het toevoeging van nieuwe woningen in centrum zorgt voor versterking van de ruimtelijke structuur en voor

centrum Waldervaart met gezicht naar Menisweg en verbonden met centrum en buitengebied

[ 22 ]

levendigheid en sociale controle.

Ingreep 2. Een nieuwe identiteit voor het centrum creëren De uitstraling en herkenbaarheid van het centrum naar de omgeving (de woonbuurten en de Menisweg) dient ruimtelijk meer uitgesproken te zijn. Een nieuwe aansprekende identiteit, bepaald door de architectuur en de openbare ruimte, zal de aantrekkingskracht van het vernieuwde centrum zijn. Alle vier de bebouwingsclusters zorgen afzonderlijk voor de uitstraling en herkenning van het centrumgebied. Zo kan de architectuur van de nieuwe sportzaal en het kindcluster bijdragen aan versterking van de identiteit. Identiteit van het centrum wordt ook bepaald door het groene karakter, bestaande uit volwassen bomen en groene wateroevers. Het groen geeft het centrum een campusachtig karakter, versterkt met een clustervormige bebouwingsopzet. De groene openbare ruimte vormt de basis voor verblijf, spelen en ontmoeting binnen het centrum. Ingreep 3: Centrum een gezicht naar Menisweg en omgeving geven De Menisweg vormt een belangrijk fietsverbinding tussen het centrum van Schagen en het achterliggende landschap. Dit oude lint ligt aan de zuidzijde van het centrum. In de huidige situatie ligt het centrum verscholen achter het groen langs het water en bepalen de achterkanten van de winkels het beeld.

Met de vernieuwing van het centrum dient een aantrekkelijk beeld langs de Menisweg gevormd te worden, zonder achterkanten en met aantrekkelijke oevers en doorzichten vanuit het centrumgebied naar de Menisweg. Een

schets: centrumgebied met klavertje vier

aantrekkelijke uitstraling van het centrum naar de ontsluitingswegen en het woongebied is ook van essentieel belang voor beleving en herkenning. De functies dienen met voorkanten naar de wegen en de openbare ruimte georiënteerd te zijn en een representatieve uitstraling te hebben. Transformeren van de bestaande achterkanten van het supermarktblok vormt één van de belangrijke opgaven voor het centrum.

[ 23 ]

3 2

Woonhof

Kindcentrum & sportzaal

4

Woonhof

5 Openbare ruimte

1 Wijkwinkelcentrum

[ 24 ]

Ingreep 4: De verblijfskwaliteit in het centrumgebied vergroten

-vijf lagen) langs de vaart situeren en naar de omgeving maximaal drie lagen hoog bouwen.

Het centrumgebied vormt de huiskamer van de wijk. Een aantrekkelijke, veilige en

Eventueel een (hoogte)accent aan het water, ter hoogte van de voormalige kantoorgebouw

toegankelijke openbare ruimte is essentieel voor het goed functioneren van het centrum.

is denkbaar. Naast de hoogte is ook geleding en accentuering van bebouwing van belang.

Behalve voldoende parkeergelegenheid en een functionele ontsluiting van alle functies moet

Aantrekkelijke gevels, fijne detaillering, alzijdige oriëntatie en tijdloos architectuur van de

ook ruimte zijn voor plekken met verblijfskwaliteit. De oevers van de vaart zijn belangrijke

bebouwing zorgen voor een duurzame uitstraling. Daarnaast dient de bestaande bebouwing

ruimtelijke structuren waarlangs de routes naar het centrum geprojecteerd kunnen worden

(woningen boven Vomar) respectvol en met veel aandacht ingepast te worden in de nieuwe

en waar een nieuw hart van het centrum kan ontstaan, bijvoorbeeld in vorm van een brug

structuur.

(en/of terras aan het water). Een flexibele en groene inrichting van het parkeerplein draagt bij aan het meervoudig gebruik van het plein, bijvoorbeeld bij evenementen, viering van

Ingreep 7: Centrum duurzaam en klimaat adaptief vernieuwen

koningsdagen, etc. Daarnaast dient binnen het centrum voldoende ruimte te zijn voor

De bestaande groene setting en aanwezigheid van het water zijn belangrijke kwaliteiten van

spelen. Bestaande speelvoorzieningen aan de noordzijde kunnen uitgebreid worden met

het centrum die bij herontwikkeling behouden en versterkt dienen te worden. Het veranderende

speelaanleiding en verbonden worden met het kindcluster.

klimaat vraagt om een zorgvuldige aanpak en keuzes ten aanzien van opvang en afkoppeling van regenwater, mobiliteit, energie en gebruik van materialen.Bij de herontwikkeling van het

Ingreep 5: Versterken relatie met de omgeving, groenstructuur behouden en

centrumgebied Waldervaart is het uitgangspunt het regenwater geheel af te koppelen van

versterken

het riool. Het regenwater zal binnen het plangebied worden opgevangen en vastgehouden

De wandel- en fietspaden die het centrum met de omgeving verbinden zorgen voor

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14646533/1