CConstaterende datSchagen
Koppel je AI →
Document · PDF

2022-03-15 - Ontwerpplan Achterweg 17 Groote Keeten

Oordeelsvormende vergadering 31 augustus 2022, gemeente SchagenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Achterweg 17 te Groote Keeten17.552 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Hoofdstuk 6

Uitvoerbaarheid

Wettelijk bestaat de verplichting om inzicht te geven in de uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan. In dat verband wordt een onderscheid gemaakt tussen de maatschappelijke en de economische uitvoerbaarheid.

6.1

Economische uitvoerbaarheid

Ten behoeve van de uitvoerbaarheid is het van belang te weten of het bestemmingsplan economisch uitvoerbaar is. Grondexploitatie Door middel van de grondexploitatieregeling beschikken gemeenten over mogelijkheden voor het verhalen van kosten, bijvoorbeeld voor het bouw- en woonrijp maken en kosten voor de ruimtelijke procedure. Indien er sprake is van bepaalde bouwplannen, dient de gemeente hiervoor in beginsel een exploitatieplan op te stellen. Van deze verplichting kan worden afgezien als het kostenverhaal anderszins verzekerd is. Hiertoe is met initiatiefnemer een anterieure overeenkomst gesloten. Onderzoeks- en plankosten De kosten voor de bouw, alsook de kosten voor de noodzakelijke onderzoeken, vanwege voorliggend bestemmingsplan worden door de ontwikkelende partij gedragen. De kosten voor de gemeente betreffen de gebruikelijke kosten voor de planbegeleiding en worden via de legesverordening in rekening gebracht bij de initiatiefnemer. Planschade Door het opstellen van dit bestemmingsplan voor de betreffende gronden is er de kans dat door eigenaren van gronden in de directe omgeving van het plangebied bij de gemeente op grond van artikel 6.1 Wro een verzoek tot tegemoetkoming in planschade wordt ingediend. De mogelijke kosten die samenhangen met deze tegemoetkoming in de planschade zullen door de initiatiefnemer worden gedragen.

Dit is geregeld in een anterieure overeenkomst tussen gemeente en initiatiefnemer. Conclusie Het kostenverhaal, evenals de afwenteling van de planschade, zal worden geregeld in een tussen de gemeente en initiatiefnemer te ondertekenen afzonderlijke overeenkomst. De kosten zijn anderszins verzekerd waardoor een exploitatieplan niet aan de orde is. Op basis van deze overweging moet het planvoornemen van dit bestemmingsplan economisch uitvoerbaar worden geacht.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Coördinatiebesluit Op het voorliggende bestemmingsplan en op de omgevingsvergunning voor de bouw van de woning op perceel Achterweg 17 te Callantsoog, is door de gemeenteraad van de gemeente Schagen op 15 september 2020 de coördinatieregeling op grond van artikel 3.30 van de Wet ruimtelijke ordening van toepassing verklaard (Bijlage 6). Het voorliggende plan voldoet aan de wettelijke eisen om de coördinatieregeling te kunnen toepassen. De efficiënte procedure van de coördinatieregeling zorgt naar verwachting voor tijdwinst, lagere procedurekosten en minder bestuurlijke lasten.

31

bestemmingsplan Achterweg 17 Groote Keeten

Vooroverleg Dit bestemmingsplan is als concept richting de overlegpartners gestuurd. Er zijn geen vooroverlegreacties op het plan binnengekomen. Tervisielegging ontwerp Vervolgens is het bestemmingsplan ter inzage gelegd als ontwerpbestemmingsplan. Met het ter visie leggen van het ontwerp-wijzigingsplan stelt de gemeente een ieder in de gelegenheid om kennis te kunnen nemen van, alsmede te reageren op de inhoud van het planvoornemen. De op het planvoornemen verkregen reactie wordt beantwoord in het kader van de vaststelling van het plan. Op basis van het voorgaande wordt geacht dat het plan de maatschappelijke uitvoerbaarheid niet in de weg staat.

32

bestemmingsplan Achterweg 17 Groote Keeten

Bijlagen bij de toelichting

33

bestemmingsplan Achterweg 17 Groote Keeten

34

bestemmingsplan Achterweg 17 Groote Keeten

Bijlage 1 Stedenbouwkundige inpassing

35

Inpassing woonhuis Opdrachtgever:

projectnummer: 218.68.50.00.00.00

Onderwerp:

Inpassing woonhuis Achterweg 17, Groote Keeten

Datum:

22-02-2022

Naar aanleiding van een ontwerpsessie met de opdrachtgever en de gemeente over de inpassing van een te realiseren woonhuis aan de Achterweg 19 te Groote Keeten is een schets voor de stedenbouwkundige inpassing gemaakt. De voorliggende notitie voorziet in een toelichting op deze inpassingsschets. De memo geeft eerst een korte beschrijving van de omgeving en het straat- en bebouwingsbeeld om daarmee een beeld te schetsen van de context waarin het planvoornemen is gesitueerd. Vervolgens wordt ingegaan op de inpassing van het woonhuis. Op basis van de ontwerpsessie en de korte gebiedsanalyse zijn randvoorwaarden voor de bebouwing en de erfinrichting benoemt waarmee een goede ruimtelijke inpassing wordt gerealiseerd. De randvoorwaarden zijn geïllustreerd met een inrichtingsschets (ook separaat bijgevoegd) en een schetsplan voor de bebouwing. Gebiedsbeschrijving Op de overgang van De Schinkeldijk en Helmdijk naar de Noordduin is Groote Keeten ontstaan. Aanvankelijk betrof het hier een beperkte bebouwingsconcentratie van vooral agrarische bedrijven en woonhuizen. Onder invloed van de aantrekkingskracht van de kust is de bebouwing hier toegenomen in de vorm van vakantiebungalowparken, appartementengebouwen, camping- en horecaondernemingen. Een verdergaande verdichting van de kern is van vrij bescheiden omvang gebleven.

De bebouwing is enerzijds georiënteerd op de ligging van de dijk, anderzijds is er een meer aan de duinen gerelateerde verspreid liggende bebouwing ontstaan. Op figuur 1 is de ontwikkeling van de locatie en de omliggende omgeving weergegeven. Te zien zijn topografische kaarten van het jaar 1928, 1958, 1988 en 2018 (tussenpozen van 30 jaar). De essentie: 

de kern van Groote Keeten is altijd de lintbebouwing langs de Helmweg en de Achterweg geweest;

tussen 1928 en 1958 is bijzonder weinig ontwikkeling te zien op de topografische kaarten;

de grootste ontwikkeling tussen 1958 en 1988 is de toevoeging van bungalowpark Sandepark;

tussen 1988 en 2018 is relatief veel ontwikkeling zichtbaar: de toevoeging van vakantiepark Callassandre, nieuwe woningen aan de Achterweg, realisatie van een hotel- en appartementencomplex met grote parkeerplaats aan de Achterweg/Duinweg en nieuwe infrastructuur.

Figuur 1. De woninglocatie en de directe omgeving op topografische kaarten door de jaren.

Straat- en bebouwingsbeeld Aan de noordkant van de Achterweg is vooral iets oudere bebouwing. De bebouwing is veelal kleinschalig en overwegend één bouwlaag met en kap. De nokrichting is zowel evenwijdig als haaks op de weg. De vormgeving, het kleur- en materiaalgebruik en de detaillering zijn traditioneel en sober uitgevoerd. De bebouwing aan de zuidkant is in de jaren ’80 gebouwd. Deze bebouwing heeft een hoofdvorm van twee bouwlagen met een kap haaks op de weg en is voorzien van een kelder. De gevels zijn uitgevoerd in witte stenen en de daken zijn afgedekt met antraciete pannen.

datum 22-02-2022

projectnummer 218.68.50.00.00.00

2

Figuur 2. Het beoogde perceel voor de woningbouw (witte vlak).

Figuur 3. Straatbeeld van de Achterweg richting het zuidoosten.

Figuur 4. Straatbeeld van de Achterweg richting het noordwesten.

In het plangebied, naast het perceel Achterweg 17, zal een nieuwe woning gebouwd worden (zie figuur 5). Voor zover bekend zal deze woning qua vormgeving meer aansluiten op de daarnaast gelegen jaren ’80 woningen en een schakel vormen naar de meer kleinschalige bebouwing aan de noordzijde van de Achterweg.

datum 22-02-2022

projectnummer 218.68.50.00.00.00

3

Randvoorwaarden inpassing woonhuis In de ontwerpsessie is gesproken over de kenmerken van het plangebied, werden de richtlijnen van het Beeldkwaliteitsplan Groote Keeten aangehaald en is naar deze specifieke locatie gekeken. Op basis hiervan zijn onderstaande randvoorwaarden voor een goede (landschappelijke) inpassing van het woonhuis en het terrein geformuleerd. RANDVOORWAARDEN BEBOUWING 

De ligging van het plangebied aan het kruispunt biedt de kans om aan te sluiten bij de traditionele woningen aan de zuidzijde van de Achterweg. De nieuw te bouwen woning vormt op deze plek een logische beëindig van het lint. Aansluiten bij de schaal, maat en vormgeving van de bestaande traditionele woningen is daarmee uitgangspunt voor de nieuw te bouwen woning.

Maatvoering bouwvlak overeenkomstig bestaande woningen aan de noordzijde Achterweg (circa 2

100-120m ). 

De maatvoering van de hoofdvorm is afgestemd op de bestaande woningen aan de noordzijde van de Achterweg. Een goothoogte van 3,5 meter en nokhoogte 8 meter wordt gehanteerd.

De voorgevel ligt op minimaal 5,0 meter van voorste perceelsgrens.

De minimale afstand van de hoofdvorm tot de zijdelingse erfgrens bedraagt 3 meter.

De nokrichting van de hoofdvorm is haaks of parallel op de weg.

Aan- en uitbouwen liggen terug ten opzichte van de voorgevel.

De vormgeving is sober en traditioneel.

Het kleur- en materiaalgebruik is traditioneel en passend bij de omgeving.

RANDVOORWAARDEN TERREININRICHTING 

Het voorerf zo groen mogelijk inrichten. Verharding (m.u.v.) achter op het erf situeren.

De inrit wordt aan de oostzijde van het perceel gesitueerd i.v.m. bruikbaarheid (er moet rekening worden gehouden met de straatlantaarn).

Erfafscheiding op erfgrenzen grenzend aan de openbare ruimte en/of open landschap worden groen uitgevoerd.

Eventuele waterberging in aansluiting op de bestaande kavelsloot realiseren.

De inpassing van het woonhuis en de terreininrichting is op figuur 5 verbeeld (en tevens bijgevoegd als separate bijlage).

datum 22-02-2022

projectnummer 218.68.50.00.00.00

4

Figuur 5. Indicatieve inpassing woning.

Schetsontwerp woonhuis Het schetsontwerp gaat uit van een hoofdvorm van één bouwlaag met een mansardekap. De nok kan haaks op of parallel aan de weg staan (schets laat haaks zien). Het kleur- en materiaalgebruik is terughoudend en sluit aan bij de aangrenzende bebouwing. De vormgeving van het woonhuis is sober en traditioneel, passend bij de omgeving. Erker en dakkappelen zijn bewust achterwege gelaten om te komen tot een passend beeld. De gevels worden uitgevoerd in traditionele baksteen en de detaillering ondersteunt het traditionele ontwerp. De aangebouwde garage staat op de erfgrens.

datum 22-02-2022

projectnummer 218.68.50.00.00.00

5

Figuur 6 . Impressie van de woning.

Figuur 7. Voorbeeld van de beoogde gevelsteens.

Figuur 8. Aanzicht vanuit het noordoosten (vanaf de Achterweg).

datum 22-02-2022

projectnummer 218.68.50.00.00.00

6

5 11

3 10

Getekend door

Datum uitgifte

Schaal

W. Douwsma

13-09-2019

1:500

Projectnummer

Formaat

218.68.50.00.00.00

A3

Project

Inpassing woonhuis Achterweg 19 Groote Keeten

Onderdeel

Schets landschappelijke inpassing

Opdrachtgever

M. Bürger

BügelHajema Ruimte voor de leefomgeving

BügelHajema Adviseurs bv Balthasar Bekkerwei 76 8914 BE Leeuwarden 058 215 25 15

bestemmingsplan Achterweg 17 Groote Keeten

44

bestemmingsplan Achterweg 17 Groote Keeten

Bijlage 2 Akoestisch onderzoek

45

A k oe s ti sch on d er z o e k Be st em m in g sp l an Ac h ter w eg 1 7 t e Gr o ot e K ee te n , gem een te Sch ag en

A k oe s ti sch on d er z o e k Be st em m in g sp l an Ac h ter w eg 1 7 t e Gr o ot e K ee te n , gem een te Sch ag en

Inhoud

Rapport met bijlagen

21 juli 2020 Projectnummer 218.68.51.00.00

Inhoudsopgave 1

Inleiding

3

2

Situatie

4

3

Wet geluidhinder

5

3.1

Wegverkeerslawaai

5

3.1.1

Zones

5

3.1.2

Normstelling en ontheffing

6

3.1.3

Binnenwaarde

7

3.1.4

Dove gevels

7

3.1.5

Aftrek artikel 110 g

7

3.2

Cumulatie

8

4

Rekenmethode

9

5

Uitgangspunten

10

5.1

Fysieke gegevens

10

5.2

Verkeersgegevens

10

6

7

Berekening en toetsing

11

6.1

Berekening geluidsbelastingcontouren

11

6.2

Toetsing

11

6.3

Cumulatie

11

Conclusie en samenvatting

12

Bijlagen

Akoestisch onderzoek Bestemmingsplan Achterweg 17 te Groote Keeten - 21 juli 2020

1

Inleiding BügelHajema Adviseurs heeft opdracht gekregen een akoestisch onderzoek uit te voeren naar geluidsbelasting op de te realiseren woning in het kader van het Bestemmingsplan Achterweg 17 in Groote Keeten in de gemeente Schagen. De Wet geluidhinder beschouwt een woning als een geluidsgevoelig gebouw. Daarom dient er een toetsing plaats te vinden aan de eisen uit de Wet geluidhinder. Een akoestisch onderzoek is op grond van de Wet geluidhinder noodzakelijk wanneer een geluidsgevoelig gebouw gelegen is binnen een door deze wet aangewezen geluidszone. De nieuw te realiseren woning bevindt zich binnen de geluidszones van de provinciale weg N502, de Achterweg, Dubbelduin en Helmweg. Doel van het onderzoek is het bepalen van de geluidsbelasting op de gevel van de woning en deze te toetsen aan de Wet geluidhinder. Toetsing van de karakteristieke geluidwering voor het vaststellen van de binnenwaarde van de woning valt buiten het kader van dit onderzoek. Het akoestisch onderzoek heeft plaatsgevonden overeenkomstig het “Reken- en meetvoorschrift geluid 2012” (RMG 2012). De resultaten van het akoestisch onderzoek zijn opgenomen in de voorliggende rapportage.

Akoestisch onderzoek Bestemmingsplan Achterweg 17 te Groote Keeten - 21 juli 2020

3

2

Situatie Het initiatief heeft betrekking op de locatie gelegen aan de Achterweg 17 in Groote Keeten in de gemeente Schagen. Voor deze locatie worden plannen voorbereid waarbij de realisatie van een woning mogelijk wordt gemaakt. De volgende afbeelding geeft de voorgenomen situering van de te realiseren woning weer.

Figuur 1. Locatie woning in rood weergegeven

Akoestisch onderzoek Bestemmingsplan Achterweg 17 te Groote Keeten - 21 juli 2020

4

3

Wet geluidhinder In de Wet geluidhinder (Wgh) dient met betrekking tot de geluidsbelasting van een (spoor)weg de LAeq over alle perioden van 07.00-19.00 uur, van 19.00-23.00 uur en van 23.00-07.00 uur te worden bepaald. De Lden is de logaritmisch gemiddelde waarde van de berekende geluidsbelasting in genoemde dag-, avond- en nachtperiode, waarbij gebruik wordt gemaakt van een ‘energetische’ middeling. Een en ander volgens de formule:

De Wet geluidhinder geeft uitsluitend grenswaarden ten aanzien van de geluidbelasting op de gevels van woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen. De definitie van een gevel luidt: ‘De bouwkundige constructie die een ruimte in een woning of onderwijsgebouw scheidt van de buitenlucht, daaronder begrepen het dak, met uitzondering van een constructie zonder te openen delen en met een in NEN 5077 bedoelde karakteristieke geluidwering die ten minste gelijk is aan het verschil tussen de geluidsbelasting van die constructie en 33 dB’. De berekende geluidsniveaus worden afgerond naar het dichtstbijzijnde gehele getal, waarbij een halve eenheid wordt afgerond naar het dichtstbijzijnde even getal zoals aangegeven in artikel 1.3.1 van het RMG 2012.

3.1

Wegverkeerslawaai

3.1.1 Zones De Wgh richt zich wat betreft wegverkeerslawaai op de zogenaamde zoneringsplichtige wegen. In principe zijn alle wegen zoneringsplichtig behalve: -

wegen die deel uitmaken van een woonerf (art. 74.2a);

-

wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt (art. 74. 2b).

Langs zoneringsplichtige wegen is een geluidszone gelegen waarvan de breedte wordt bepaald door het aantal rijstroken alsmede de ligging in stedelijk of buitenstedelijk gebied conform artikel 74 van de Wgh. Indien wordt gebouwd binnen de geluidszone, verplicht de Wgh door middel van akoestisch onderzoek aandacht te besteden aan de geluidssituatie. Het stedelijk gebied wordt gedefinieerd als: ‘Het gebied binnen de bebouwde kom, doch, voor de toepassing van hoofdstukken VI (zones langs wegen) en VII (zones langs spoorwegen) voor zover het betreft een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en

Akoestisch onderzoek Bestemmingsplan Achterweg 17 te Groote Keeten - 21 juli 2020

5

verkeerstekens 1990, met uitzondering van het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone langs die autoweg of autosnelweg.’

Het buitenstedelijk gebied wordt gedefinieerd als: ‘Het gebied buiten de bebouwde kom alsmede, voor de toepassing van hoofdstukken VI (zones langs wegen) en VII (zones langs spoorwegen) voor zover het betreft een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone langs die autoweg of autosnelweg.’

In onderstaande tabel zijn de zonebreedtes opgenomen. Tabel 1. Zonebreedtes wegverkeer Aard gebied stedelijk buitenstedelijk

Aantal rijstroken

Zonebreedte ter weerszijden van de weg

1 of 2

200 m

3 of meer

350 m

1 of 2

250 m

3 of 4

400 m

5 of meer

600 m

De in de nabijheid van het plangebied gelegen N502 kent ter plaatse een maximum snelheid van 50 (ten zuiden van de rotonde en 30 km/uur). De weg is gelegen in stedelijk gebied. Het 50 km deel van deze weg kent derhalve een zone van 200 m. De te realiseren geluidsgevoelige bebouwing ligt binnen de zone van deze weg en er dient daarom akoestisch onderzoek plaats te vinden. Formeel behoefte het 30 km deel van deze weg niet in het akoestisch onderzoek betrokken te worden. Echter gelet op de functie van de weg en de verkeersintensiteit is in het kader van een goede ruimtelijke ordening dit deel van deze weg wel in het onderzoek betrokken. De overige wegen kennen een snelheid van 50 km/uur en daarmee eveneens een zone van 200 m. 3.1.2 Normstelling en ontheffing Behoudens situaties waarbij door Gedeputeerde Staten of Burgemeester en Wethouders een hogere waarde is vastgesteld, geldt voor geluidsgevoelige objecten binnen een zone een ten hoogste toelaatbare waarde van 48 dB als geluidsbelasting op de gevel. Bij het voorbereiden van een plan dat geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op grond behorende bij een zone, dienen Burgemeester en Wethouders een akoestisch onderzoek in te stellen.

Indien nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen worden blootgesteld aan een geluidsbelasting hoger dan 48 dB, is het noodzakelijk dat een verzoek tot het mogen toestaan van een hogere waarde wordt ingediend. De maximale ontheffingsgrenswaarde voor nog te realiseren geluidsgevoelige bebouwing gelegen in buitenstedelijk gebied bedraagt 53 dB. In stedelijk gebied bedraagt deze waarde 63 dB. De locatie is in stedelijk gebied gelegen. Bij een eventuele ontheffing moeten de mogelijkheden tot het treffen van maatregelen worden onderzocht en afgewogen. Bij de afweging van de te treffen maatregelen moet rekening worden gehouden met de noodzaak van een veilige verkeersafwikkeling. Ook moet rekening worden gehouden

Akoestisch onderzoek Bestemmingsplan Achterweg 17 te Groote Keeten - 21 juli 2020

6

met de inpasbaarheid van de maatregelen in het landschap en de kosten van de maatregelen. Bovendien moeten te plaatsen geluidsbeperkende voorzieningen voldoende doelmatig zijn (art. 110a lid 5 Wgh). 3.1.3 Binnenwaarde Indien geen of onvoldoende maatregelen ter beperking van de gevelbelasting (kunnen) worden getroffen, dient het binnenklimaat te worden beschermd. De geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie dient hierop te zijn afgestemd. Voor geluidsgevoelige bebouwing is dit geregeld in het Bouwbesluit. De karakteristieke geluidwering van een uitwendige scheidingsconstructie die de scheiding vormt tussen een verblijfsgebied en de buitenlucht moet, ter beperking van geluidhinder in het verblijfsgebied, ten minste gelijk zijn aan het verschil tussen de geluidsbelasting van die uitwendige scheidingsconstructie en 33 dB. 3.1.4 Dove gevels Gevels die geen te openen delen bevatten, zijn niet geluidsgevoelig en worden dove gevels genoemd. Voor dergelijke gevels hoeft geen hogere waarde te worden vastgesteld. Wel moet bij de bouw de geluidwering van de gevels zodanig zijn dat de wettelijke maximale binnenwaarden worden gerespecteerd.

3.1.5 Aftrek artikel 110 g Met het oog op de verwachting dat de geluidsproductie van motorvoertuigen in de toekomst zal afnemen door technische ontwikkelingen en aanscherping van typekeuringen, mag een aftrek worden gehanteerd op de berekende geluidsbelastingen alvorens deze aan de wettelijke grenswaarden worden getoetst (art. 110g Wgh). De aftrek bedraagt: -

Voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of hoger is geldt een aftrek van:

-

-

4 dB voor situaties met een geluidsbelasting van 57 dB zonder aftrek volgens art. 110g Wgh;

-

3 dB voor situaties met een geluidsbelasting van 56 dB zonder aftrek volgens art. 110g Wgh;

-

2 dB voor andere waarden van de geluidsbelasting.

Voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen lager is dan 70 km/uur geldt een aftrek van 5 dB.

Voor de beoordeling van 30 km/uur wegen in het kader van een goede ruimtelijke onderbouwing is 1

rekening gehouden met een aftrek van 5 dB. Uit diverse onderzoeken blijkt dat bij rustig rijdend verkeer (dus niet versnellend naar 50 km/uur of meer) bij een snelheid van 30 km/uur het rolgeluid van de banden dominant is, net als bij gezoneerde wegen uit de Wet geluidhinder. In de berekeningen heeft daarom dienovereenkomstig een aftrek plaatsgevonden. Bij toetsing van het binnenniveau van geluidsgevoelige bebouwing moet worden gerekend met een gevelbelasting zonder aftrek conform artikel 110g van de Wgh. 1

Zie o.a. “Praktijkreeks Geluid en Omgeving – Wegverkeerslawaai, Auteurs: W. Schoonderbeek, C. Padmos en H. van Leeuwen, Sdu–uitgevers, Den Haag 2014” waar op pagina 53, tabel 3.2 staat dat het omslagpunt waarbij rolgeluid dominant wordt, optreedt bij een snelheid van 15 tot 25 km/uur bij personenwagens. Dit is gebaseerd op meerdere onderzoeken.

Akoestisch onderzoek Bestemmingsplan Achterweg 17 te Groote Keeten - 21 juli 2020

7

3.2

Cumulatie

De beoordeling van de geluidssituatie vindt afzonderlijk plaats voor de onderscheidbare zoneringsplichtige wegen. Cumulatie van meerdere geluidsbronnen mag echter niet leiden tot een onaanvaardbare situatie (art 110f Wgh). Het RMG 2012 geeft in hoofdstuk 2 van bijlage 1 aan dat er alleen sprake kan zijn van cumulatie indien de ten hoogste toelaatbare waarde van meerdere bronnen wordt overschreden. Voorgeschreven wordt verder dat moet worden aangegeven op welke wijze rekening is gehouden met samenloop bij de te treffen maatregelen. Hiermee wordt rekening gehouden in die zin dat de cumulatie wordt betrokken bij het beoordelen van de gevelwering van de geluidsgevoelige bebouwing.

Akoestisch onderzoek Bestemmingsplan Achterweg 17 te Groote Keeten - 21 juli 2020

8

4

Rekenmethode Akoestisch onderzoek in het kader van de Wgh dient plaats te vinden overeenkomstig het RMG 2012, de regeling als bedoeld in artikel 110d en e (Wgh). Bijlage III bij dit voorschrift geeft twee rekenmethoden weer: -

Standaard Rekenmethode I, gebaseerd op een vereenvoudiging van de situatie waarbij de weg bij benadering recht is en de invoergegevens zoals de verkeersintensiteiten en de hoogteverschillen in de weg geen belangrijke variaties vertonen.

-

Standaard Rekenmethode II, bedoeld voor de meer complexe situaties die niet voldoen aan de randvoorwaarden voor de Standaard Rekenmethode I.

De onderhavige situatie is te complex om met rekenmethode I te kunnen berekenen. Dit maakt het gebruik van Standaard Rekenmethode II noodzakelijk. Voor het uitvoeren van de methode II berekeningen van het wegverkeer is gebruik gemaakt van het computerprogramma Winhavik versie 9.04. Hiertoe is de situatie gedigitaliseerd. In het invoermodel worden rijlijnen ingebracht, reflecterende bodemgebieden, hoogtelijnen, gebouwen en eventueel schermen. De rijstroken zelf, de zijwegen, waterpartijen en andere verharde oppervlakken zijn beschouwd als reflecterende bodemgebieden, de overige gebieden als absorberend. Bij de berekeningen zijn verder de volgende uitgangspunten en rekenparameters gehanteerd: − aantal reflecties:

maximaal 1 stuks;

− openingshoek:

2 graden;

− bodemfactor:

0 (harde bodem), vervolgens zijn alle bodemoppervlakten in het rekenmodel geïmporteerd en voorzien van een bodemfactor.

De aftrek op grond van artikel 110g Wgh en het Europees bronbeleid op de berekende geluidsbelasting is in het rekenmodel verdisconteerd in de groepsreductie. Op de gevel van de betreffende geluidsgevoelige bebouwing liggen de waarneempunten op verschillende hoogten afhankelijk van de hoogte van het betreffende gebouw en of het een geluidsgevoelige functie betreft. De invoergegevens van het opgestelde Standaard Rekenmethode II rekenmodel, alsmede de grafische weergaven daarvan zijn als bijlagen bij dit onderzoek toegevoegd. De rekenresultaten worden besproken in hoofdstuk 6.

Akoestisch onderzoek Bestemmingsplan Achterweg 17 te Groote Keeten - 21 juli 2020

9

5

Uitgangspunten 5.1

Fysieke gegevens

Ten behoeve van het onderhavige onderzoek is gebruik gemaakt van door de opdrachtgever verstrekte ondergronden. De overige ten behoeve van de modellering benodigde gegevens met betrekking tot terreingesteldheid en gebouwen zijn met behulp van Google Streetview geïnventariseerd dan wel door opdrachtgever aangeleverd.

5.2

Verkeersgegevens

De verkeersgegevens van de N502 zijn verkregen uit de telrapporten van de Provincie Noord-Holland van 2019 (bijlage 2). Voor de verkeersintensiteit op weekdagen in 2030 is een groei van 1.5% per jaar aangehouden. Deze verkeersgegevens zijn weergegeven in onderstaande tabel 2. Per wegvak is behalve de etmaalintensiteit van belang hoe het verkeer verdeeld is tussen dag-, avond- en nachturen. Bovendien is de verdeling van de aantallen en snelheden per voertuigcategorie uitgesplitst. De voertuigcategorieën worden hierbij als volgt ingedeeld: -

lichte motorvoertuigen (personenauto’s en bestelauto’s);

-

middelzware motorvoertuigen (autobussen, vrachtwagens met twee assen en vier achterwielen);

-

zware motorvoertuigen (vrachtwagens met drie of meer assen, vrachtwagens met aanhanger, trekkers met oplegger).

De inschatting hiervan is eveneens opgenomen in tabel 2. Tabel 2. (Verwachte) weekdagintensiteit, samenstelling en verdeling verkeer per wegvak wegvak

snel-

int. 2019

int 2030

heid N502

% lichte

% mid.zw.

mvt

mvt

% zw. mvt

ten noorden van de rotonde

30

3.700

4.425

91,8

4,3

1,9

rotonde

30

1.850

2.212

91,8

4,3

1,9

ten zuiden van de rotonde

50

3.700

4.425

91,8

4,3

1,9

500

99,0

0,5

0,5

Dubbelduin/Achterweg

50

Achterweg (doodlopend)

50

50

99,0

0,5

0,5

Helmweg

50

3.175

93,4

5,2

1,4

In de berekeningen is verder rekening gehouden met dicht asfaltbeton als wegverharding.

Akoestisch onderzoek Bestemmingsplan Achterweg 17 te Groote Keeten - 21 juli 2020

10

6

Berekening en toetsing 6.1

Berekening geluidsbelastingcontouren

De berekende 48 cumulatieve geluidsbelastingcontouren van de betreffende wegen op 4,5 m boven het maaiveld ter hoogte van het plangebied zijn weergegeven in bijlage 1 en in onderstaande afbeelding. Deze geluidscontouren zijn inclusief de aftrek op grond van artikel 110g Wgh.

Figuur 2. 48 dB geluidsbelastingcontouren

6.2

Toetsing

Uit deze berekening blijkt dat de te realiseren woning buiten de gecumuleerde 48 dB geluidsbelastingcontouren van de betreffende wegen ligt en daarmee voldoet aan de eisen uit de Wet geluidhinder.

6.3

Cumulatie

Er is alleen sprake van cumulatie indien de ten hoogste toelaatbare waarde van meerdere bronnen wordt overschreden, zoals genoemd in paragraaf 3.2. Dat is in dit geval niet aan de orde.

Akoestisch onderzoek Bestemmingsplan Achterweg 17 te Groote Keeten - 21 juli 2020

11

7

Conclusie en samenvatting In dit rapport is een akoestisch onderzoek gerapporteerd met betrekking tot de geluidsbelasting vanwege wegverkeerslawaai afkomstig van de provinciale weg N502, de Achterweg, Dubbelduin en Helmweg op de gevels van de te realiseren woning in het kader van het bestemmingsplan Achterweg 17 in Groote Keeten in de gemeente Schagen. Uit het onderzoek blijkt dat de te realiseren woning voldoet aan de wettelijke eisen wat betreft het wegverkeerslawaai vanwege de genoemde wegen. Geconcludeerd mag worden dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening.

Akoestisch onderzoek Bestemmingsplan Achterweg 17 te Groote Keeten - 21 juli 2020

12

Bijlagen

BIJLAGE 1 – REKENBLADEN WEGVERKEERSLAWAAI

Opbouw model

Geluidsbelastingcontouren

Invoergegevens en rekenresultaten

BIJLAGE 2 – VERKEERSGEGEVENS

Uitsnede provinciale telgegevens N502 - 2018/2019

Overzicht van de WERK- en WEEKDAGJAARGEMIDDELDE op de Provinciale wegen in Noord-Holland Voor eventuele vragen, cq. opmerkingen, kunt U contact opnemen met ; Servicepunt Provincie Noord-Holland Telefoon : 0800 - 0200 600 (gratis) Email : servicepunt@noord-holland.nl De in geel geaccentueerde wegvakken bevinden zich in de bebouwde kom Weg nr. naam van de weg van naar N502 Duinweg Abbestederweg Helmweg

Hmp. Begin 12.391

Hmp. Eind 15.540

Lengte 3.149

Paarse cijfers tussen op en afritten Geschatte intensiteiten VRI-telling, gem. oktober 2019 Rijbanen Dag2019 + SeizoenWeekdag Werkdag Rijstroken Categorie2019 Intensiteit Intensiteit verdeling 1+2 3700 3500

Gemiddelde voertuigverdeling per uur van 2018-01-02 00:00:00 tot 2018-12-30 23:59:59 voor Duinweg van Helmweg - Callantsogervaart (PNH02_TI745R) op alle dagen van de week exclusief feestdagen

uur op de dag

tussen 2,40 tussen 5,60 tussen 1,85 m m en 5,60 m m en 11,50 Intensiteit en 2,40 m (%) (%) m (%)

procentueel intensiteit naar cat.

tussen 11,50 m en lichte 12,20 m groter dan (%) 12,20 m (%) onbepaald (%) mvt

0.2

41.2

4.4

0.2

4.5

49.4

8

1744

186

10

191

2091

ochtendspits 7-9

315

0.3

44.2

4.5

0.4

4.4

46.1

avondspits 16-18

556

0.2

65.4

3.6

0.3

2.5

28.2

ochtendspits 6-10

616

0.3

42.4

4.5

0.4

4.3

48.2

avondspits 15-19

1060

0.2

63.4

3.7

0.3

2.6

29.8

Telgegevens Helmweg

91.8

middelz w. mvt zw. mvt 4.3

3.9

Colofon Opdrachtgever dhr. M. Bürger Rapport BügelHajema Adviseurs Projectleiding J. Kruiger Projectnummer 218.68.51.00.00

BügelHajema Adviseurs bv Bureau voor Ruimtelijke Ordening en Milieu BNSP Balthasar Bekkerwei 76 8914 BE Leeuwarden T 058 215 25 15 F 0592 314 035 E info@bugelhajema.nl W www.bugelhajema.nl Vestigingen te Assen, Leeuwarden en Amersfoort

bestemmingsplan Achterweg 17 Groote Keeten

72

bestemmingsplan Achterweg 17 Groote Keeten

Bijlage 3 Natuurtoets

73

Beknopte

natuurtoets

Achterweg,

Callantsoog projectnummer: 218.68.51.00.00.00 Onderwerp:

Beknopte natuurtoets Achterweg, Callantsoog

Datum:

26-08-2020

KADER De initiatiefnemer is voornemens een huis te bouwen op een perceel aan de Achterweg in Callantsoog. Om de uitvoerbaarheid van het plan te toetsen, is een inventarisatie van natuurwaarden uitgevoerd. Het doel hiervan is om na te gaan of aanvullend onderzoek in het kader van de Wet natuurbe1

scherming (Wnb) of het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid noodzakelijk is. Naast het raadplegen van bronnen is het plangebied ten behoeve van de natuurtoets op 5 augustus 2020 bezocht door een ecoloog van BügelHajema Adviseurs. De weersomstandigheden tijdens het veldbezoek waren: onbewolkt, circa 22˚C en een stevige wind. PLANGEBIED Het plangebied ligt aan de Achterweg in Callantsoog (figuur 1). Het grenst aan de Achterweg in het noorden, woonerven in het oosten en agrarische gronden in het zuiden en westen. Het plangebied bestaat uit grasland. Langs de westzijde van het gebied loopt een watergang. Verder is geen bebouwing en opgaande beplanting aanwezig. De plannen bestaan uit de bouw van een woning. Hiervoor wordt grond vergraven en vegetatie verwijderd. De watergang en oever langs de westzijde van het plangebied blijven behouden.

1

De Wet natuurbescherming is op 1 januari 2017 in werking getreden en betreft zowel soortenbescherming als bescherming van (Europese) natuurgebieden.

Figuur 1. Locatie van het plangebied (rood). Bron kaartondergrond: ruimtelijkeplannen.nl

Foto’s 1 en 2. Impressie van het plangebied op 5 augustus 2020. Links het aanzicht op de oostzijde van het plangebied vanuit het oosten. Rechts het aanzicht op de zuidzijde van het plangebied vanuit het noorden.

datum 26-08-2020

projectnummer 218.68.51.00.00.00

2

Soortbescherming Onderdeel van de Wnb is soortenbescherming van planten en dieren. Dit betreffen: -

alle van nature in Nederland in het wild voorkomende vogels die vallen onder de Vogelrichtlijn (Wnb art. 3.1-3.4);

-

dier- en plantensoorten die beschermd zijn op grond van de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn (Wnb art. 3.5-3.9);

-

nationaal beschermde dier- en plantensoorten genoemd in de bijlage van de wet (Wnb art. 3.10-3.11).

Van deze laatst genoemde groep beschermde soorten mogen provincies een zogenaamde ‘lijst met vrijstellingen’ opstellen (Wnb art. 3.11). Voor de soorten op deze lijst geldt een vrijstelling van de verboden genoemd in art. 3.10 eerste lid van de Wnb. INVENTARISATIE Uit het raadplegen van de Nationale Database Flora en Fauna

2

(© NDFF 12 augustus 2020 11:02:47)

blijkt dat binnen een straal van één tot vijf kilometer rond het plangebied diverse beschermde dieren plantensoorten aanwezig zijn. Het betreft vogels met jaarrond beschermde nesten, zoogdieren, amfibieën, reptielen, ongewervelden en een enkele vaatplant. Het grasland in het plangebied bestaat voornamelijk uit algemene gras- en plantensoorten, zoals Engels raaigras, gestreepte witbol, rode klaver, Jacobskruiskruid, ridderzuring, grote brandnetel en akkerdistel. Deze soorten duiden op voedselrijke tot zeer voedselrijke omstandigheden. In de omgeving van het plangebied is de grote leeuwenklauw bekend. Geschikt habitat voor deze soort, zoals graanakkers en braakliggende niet te voedselrijke grond, is in het plangebied niet aanwezig. Gezien de terreingesteldheid en voedselrijkdom zijn deze en andere beschermde plantensoorten niet in het plangebied te verwachten. Tijdens het veldbezoek zijn geen vogels waargenomen in het plangebied. Nesten van broedvogels met een jaarrond beschermd nest, zoals buizerd of sperwer, zijn niet te verwachten aangezien geen bomen aanwezig zijn binnen het gebied. Bebouwing met geschikte openingen voor huismus of gierzwaluw is eveneens niet in het plangebied aanwezig. Het plangebied vormt mogelijk wel een klein onderdeel van het foerageergebied van vogels met jaarrond beschermde nesten, zoals uit de directe omgeving bekende huismus (NDFF).

In de sloot langs de westzijde van het plangebied kunnen algemene vogelsoorten, zoals wilde eend tot broeden komen. Nesten van de te verwachten algemene soorten zijn alleen tijdens de broedperiode beschermd.

2

Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). De NDFF is de meeste complete natuurdatabank van Nederland. De NDFF geeft informatie over waarnemingen van beschermde en zeldzame planten en dieren en bevat uitsluitend gevalideerde gegevens.

datum 26-08-2020

projectnummer 218.68.51.00.00.00

3

In het plangebied zijn geen bomen of bebouwing aanwezig met openingen, holtes of scheuren die geschikt zijn als verblijfplaats voor vleermuizen. Wel kan het plangebied onderdeel zijn van het foerageergebied van soorten als gewone dwergvleermuis en laatvlieger, die uit de directe omgeving van het plangebied bekend zijn (NDFF). In het plangebied zijn geen rijen opgaande beplanting of lange watergangen aanwezig die dienst kunnen doen als essentiële vliegroute. Het grasland in het plangebied vormt geschikt leefgebied voor een aantal grondgebonden zoogdiersoorten, zoals de uit de omgeving bekende soorten huisspitsmuis en veldmuis (NDFF). Voor deze soorten geldt in de provincie Noord-Holland een vrijstelling van de verbodsartikelen van de Wnb. In de directe omgeving van het plangebied is het voorkomen van de niet-vrijgestelde boommarter, wezel, hermelijn, bunzing en waterspitsmuis bekend (NDFF). Bomen met geschikt holtes voor boommarter zijn in het plangebied niet aanwezig. Geschikt leefgebied voor waterspitsmuis is in het plangebied niet aanwezig gezien de stedelijke omgeving en de droge omstandigheden in het gebied. Daarnaast blijven de watergang en oever aan de westzijde van het plangebied behouden. Geschikte verblijfplaatsen voor wezel, hermelijn en bunzing, zoals houtstapels of takkenrillen om nesten in te bouwen zijn niet aanwezig in het plangebied.

De westelijke perceelsgrens en oever die begroeid is met ruigere vegetatie en riet langs de westzijde bieden voldoende dekking waar deze soorten om zich langs te kunnen verplaatsen. Verder zijn mogelijk verblijfplaatsen voor deze soorten aanwezig in de opgaande beplanting buiten het plangebied. Het verruigde grasland vormt mogelijk een klein onderdeel van het leef- en foerageergebied voor wezel, hermelijn en bunzing. Het plangebied vormt hooguit landbiotoop voor enkele algemene amfibieënsoorten, zoals gewone pad en bruine kikker (NDFF). Voor deze soorten geldt in de provincie Noord-Holland een vrijstelling van de verbodsartikelen van de Wnb. Uit de omgeving van het plangebied zijn kamsalamander, knoflookpad en rugstreeppad waargenomen. Geschikt voortplantingswater voor deze soorten is niet aanwezig in het plangebied. Verder is landbiotoop voor deze soorten, zoals houtwallen of struweel (kamsalamander) en een kale bodem met vergraafbare grond of zandbulten (rugstreeppad en knoflookpad), eveneens niet aanwezig in het plangebied. Deze en andere niet–vrijgestelde amfibieënsoorten zijn door het ontbreken van geschikt biotoop en/of waarnemingen uit de omgeving niet te verwachten in het plangebied. Uit de omgeving zijn waarnemingen bekend van grote vos, duinparelmoervlinder en gevlekte witsnuitlibel (NDFF).

Geschikt leefgebied voor deze soorten, zoals bossen of bosranden (grote vos), duin- en heidegebied (duinparelmoervlinder) en vegetatierijke vennen en duinplassen (gevlekte witsnuitlibel), is niet aanwezig in het plangebied. Daarnaast is zandhagedis bekend vanuit de directe omgeving van het plangebied. Deze soort komt voor in duin- en heidegebieden. Dit is niet aanwezig

datum 26-08-2020

projectnummer 218.68.51.00.00.00

4

in het plangebied, waardoor aanwezigheid van zandhagedis in het plangebied kan worden uitgesloten. Verder zijn beschermde soorten uit de soortgroep vissen in de directe omgeving niet bekend (NDFF). Het plangebied biedt deze soortgroep ook geen geschikt leefgebied. Gezien dit gegeven kan de aanwezigheid van beschermde vissen, reptielen en ongewervelden worden uitgesloten. TOETSING Als gevolg van de plannen gaan geen jaarrond beschermde nesten van vogels verloren. Bij uitvoering van het plan verandert het plangebied als foerageergebied voor vogels met jaarrond beschermde nesten, zoals huismus, maar zal niet geheel ongeschikt worden. Bovendien is in de directe omgeving van het plangebied in ruime mate alternatief en deels hoogwaardiger foerageergebied aanwezig. Negatieve effecten op vogels met jaarrond beschermde nesten treden niet op. Indien werkzaamheden tijdens het broedseizoen worden uitgevoerd, kunnen in gebruik zijnde nesten van algemene vogelsoorten worden verstoord of vernietigd. Dit is bij wet verboden. Vernietiging of verstoring van in gebruik zijnde nestplaatsen kan voorkomen worden door bij de planning en uitvoering van de werkzaamheden rekening te houden met het broedseizoen. Een standaardperiode voor het broedseizoen is er niet; van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode.

Voor de meeste vogels geldt dat het broedseizoen ongeveer van 15 maart tot 15 juli duurt. Als gevolg van de plannen gaan geen vleermuisverblijfplaatsen verloren. Het plangebied zal naar verwachting niet ongeschikt worden voor de te verwachten vleermuissoorten die in en rondom het plangebied foerageren. Bovendien is in de directe omgeving van het plangebied in ruime mate alternatief foerageergebied aanwezig. Negatieve effecten op het foerageergebied van vleermuizen treden niet op. Geschikt leefgebied voor wezel, hermelijn en bunzing in de slootranden wordt als gevolg van de plannen niet volledig vernietigd. De watergang en dicht begroeide oever langs de westzijde van het plangebied blijven namelijk behouden. Een zeer klein onderdeel van het leef- en foerageergebied van deze soorten gaat verloren als gevolg van de plannen, maar in de directe omgeving, waaronder de oever van de watergang en in de opgaande beplanting net buiten het plangebied, is voldoende alternatief en hoogwaardiger leef- en foerageergebied aanwezig. Rugstreeppad is niet te verwachten in het plangebied. De ontwikkelingen hebben dan ook geen negatief effect op (leefgebied van) rugstreeppad. De pioniersoort rugstreeppad kan zich echter snel vestigen op braakliggende bouwterreinen met ondiepe, snel opwarmende wateren. Indien deze soort zich vestigt, kunnen de werkzaamheden stilgelegd worden.

Daarom adviseren wij om een amfibieënscherm om de bouwplaats aan te brengen, zodat rugstreeppad zich niet kan vestigen.

datum 26-08-2020

projectnummer 218.68.51.00.00.00

5

Als gevolg van de ontwikkelingen kunnen enkele verblijfplaatsen van algemene amfibieën- en zoogdiersoorten worden verstoord en vernietigd. Ook kunnen hierbij enkele exemplaren worden gedood. De te verwachten algemene soorten worden niet in hun voortbestaan bedreigd en vallen in de vrijstellingsregeling bij ruimtelijke ontwikkelingen van de provincie Noord-Holland. Voor deze soorten hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd. Wel geldt voor deze soorten de zorgplicht van de Wnb. Gebiedenbescherming Voor onderhavig plangebied is de volgende wet- en regelgeving op het gebied van gebiedsbescherming relevant: de Wnb en de provinciale structuurvisie en verordening. WET NATUURBESCHERMING In de Wnb is de bescherming van Natura 2000-gebieden geregeld. Plannen en projecten met negatieve effecten op deze gebieden zijn vergunningsplichtig. Relevant daarbij is dat de Wnb een externe werking kent. Van externe werking is sprake als activiteiten buiten een Natura 2000-gebied van invloed zijn op de natuurwaarden in een Natura 2000-gebied. NATUURNETWERK NEDERLAND Het Natuurnetwerk Nederland (NNN – de voormalige Ecologische Hoofdstructuur) is een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen belangrijke natuurgebieden in Nederland, dat voldoende robuust is voor een duurzame verbetering van de omstandigheden voor de wilde flora en fauna en voor natuurlijke leefgemeenschappen.

Het NNN is als beleidsdoel opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. De begrenzing en ruimtelijke bescherming van de provinciale NNN is voor Noord-Holland uitgewerkt in de Structuurvisie Noord-Holland 2040 en de bijbehorende Provinciale Ruimtelijke Verordening. WEIDEVOGELLEEFGEBIED Vanuit het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid wordt buiten de NNN-gebieden bij ruimtelijke plannen specifiek ingezet op de bescherming van weidevogelleefgebied. Hiertoe zijn specifieke gebieden aangewezen. INVENTARISATIE Het plangebied ligt op circa 100 meter ten zuiden van het dichtstbijzijnde, in kader van de Wnb beschermde, Natura 2000-gebied ‘Duinen Den Helder-Callantsoog’. Ten noorden van het plangebied ligt een NNN-gebied op circa 130 meter afstand. De akkers op circa 40 meter afstand ten zuiden van het plangebied zijn aangewezen als weidevogelleefgebied.

datum 26-08-2020

projectnummer 218.68.51.00.00.00

6

TOETSING Het plangebied ligt op relatief korte afstand van het Natura 2000-gebied ‘Duinen Den HelderCallantsoog’. Hierdoor zijn in potentie effecten mogelijk door externe werking. Het plangebied is gescheiden van het Natura 2000-gebied door bebouwing en wegen. Gezien de afstand tot het Natura 2000-gebied, de inrichting van het tussenliggende gebied en de aard van het plan, kan een toename van verstoring door geluid, verlichting of optische verstoring worden uitgesloten. Gezien de aard van het plan waarbij een enkel huis zal worden gebouwd en redeneerlijn zoals de gemeente Schagen die hanteert, zal de ontwikkeling niet leiden tot een significante toename van stikstofdepositie in Natura 2000-gebied Duinen Den Helder-Callantsoog. Deze inventarisatie geeft daarom geen aanleiding voor een voortoets in het kader van de Wnb. Het plangebied grenst direct aan bestaande erven met bebouwing en opgaande beplanting, zodat het naastgelegen weidevogelleefgebied in de huidige situatie al niet of nauwelijks geschikt is als broedgebied voor weidevogels. De nieuw te bouwen woning zorgt er niet voor dat de verstoringszone voor weidevogels noemenswaardig toeneemt bij uitvoering van het project. Een negatief effect op weidevogels in het naastgelegen weidevogelleefgebied treedt dan ook niet op.

Gezien de terreinomstandigheden, de aard van de ontwikkeling en de inrichting van het tussenliggende gebied, zijn met betrekking tot het voorgenomen plan geen negatieve effecten op het NNN te verwachten. Deze ontwikkeling is niet in strijd met het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid. Conclusie Voor een toetsing aan de soortenbescherming van de Wnb is op basis van het uitgevoerde veldbezoek (d.d. 5 augustus 2020) en het raadplegen van bronnen, gelet op de aard van het plan, een voldoende beeld van de natuurwaarden ontstaan. Het aanvragen van een ontheffing van de Wnb is niet nodig. Wel dient rekening te worden gehouden met het broedseizoen van vogels en wordt geadviseerd om een amfibieënscherm om de bouwplaats aan te brengen om vestiging van rugstreeppad te voorkomen. Negatieve effecten ten aanzien van in het kader van de Wnb beschermde Natura 2000-gebieden en in het kader van het provinciaal ruimtelijk beleid beschermde natuurgebieden treden niet op. Het plan is niet in strijd met het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid.

datum 26-08-2020

projectnummer 218.68.51.00.00.00

7

bestemmingsplan Achterweg 17 Groote Keeten

82

bestemmingsplan Achterweg 17 Groote Keeten

Bijlage 4 AERIUS-berekening

83

Ber e ken in g s t i ks t of d ep os i ti e Ach ter w eg 1 7 t e Gr o ot e Ke et en

D EF IN I TI EF

Ber e ken in g s t i ks t of d ep os i ti e Ach ter w eg 1 7 t e Gr o ot e Ke et en

D EF IN I TI EF

2 februari 2022 Projectnummer P001033

Inhoudsopgave 1

Inleiding

3

2

Wettelijk kader

4

3

Ligging plangebied

6

4

Invoergegevens AERIUS

7

4.1

Invoer algemeen

7

4.2

Verkeersgeneratie woning (bron 2, 3 en 4)

7

4.3

Totale emissie

8

5

Model

9

6

Rekenresultaten en conclusie

10

2 februari 2022

1

Inleiding In het kader van het plan ‘Achterweg 17’ is de depositie van stikstof ten gevolge van het gebruik van een woning ten noordwesten van Achterweg 17 te Groote Keeten (Callantsoog) in de gemeente Schagen, berekend. Het plan maakt het gebruik van een woning mogelijk op een locatie in het weinig stedelijk woonmilieu. De omvang van het plan is op de onderstaande afbeelding weergegeven. Het plangebied is gelegen op het kadastrale perceel CLO00 sectie C 613. De depositie van stikstof in stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden ten gevolge van de emissie van NOx en NH3 van deze ontwikkeling is berekend met het programmapakket AERIUS (28 januari 2022). Dit rapport vormt een toelichting op de berekening.

Afbeelding 1 – Omvang plangebied (bron: Google Earth Pro, d.d. 10-03-2021)

Leeswijzer In het volgende hoofdstuk wordt ingegaan op het wettelijk kader van de Wet natuurbescherming bij vergunningaanvragen of bestemmingsplanprocedures. Vervolgens komt in hoofdstuk 3 de ligging van het plangebied ten opzichte van de meest nabijgelegen Nature 2000-gebieden aan bod. Hoofdstuk 4 is gewijd aan de invoergegevens van het programmapakket AERIUS en hoofdstuk 5 geeft de modellen weer. In het laatste hoofdstuk worden de rekenresultaten en conclusies besproken.

2 februari 2022

3

2

Wettelijk kader De Wet natuurbescherming regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, bossen en specifieke dier- en plantsoorten. De bescherming van de Natura 2000-gebieden is verankerd in het onderdeel gebiedsbescherming. Plannen en projecten met negatieve effecten op deze gebieden zijn vergunningsplichtig. Relevant daarbij is dat de Wnb een externe werking kent. Van externe werking is sprake als activiteiten buiten een Natura 2000-gebied van invloed zijn op de natuurwaarden in een Natura 2000-gebied. In Nederland zijn 161 Natura 2000-gebieden gelegen. In 130 van deze gebieden komen stikstofgevoelige habitats of leefgebieden van soorten voor. Dit betekent dat een verdere toename van stikstofdepositie tot een negatief effect kan leiden. Derhalve dient bij een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling onderzocht te worden of er stikstofdepositie in stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden plaatsvindt. Dit geldt voor een activiteit waar een omgevingsvergunning voor noodzakelijk is, maar ook voor een bestemmingsplan. Voor een bestemmingsplan is het namelijk noodzakelijk om de uitvoerbaarheid van het plan op voorhand aan te tonen. Hiernaast geldt op grond van artikel 2.7 Wnb in samenhang met artikel 2.8 Wnb een onderzoeksplicht voor bestemmingsplannen.

Een te hoge stikstofdepositie kan tot een negatief effect leiden, waardoor het bestemmingsplan onder dezelfde omstandigheden niet kan worden vastgesteld. Saldering Om een ruimtelijke ontwikkeling of bestemmingsplan waarbij sprake is van meer stikstofdepositie op een stikstofgevoelig Natura 2000-gebied mogelijk te maken, kan gebruik worden gemaakt van internof extern salderen. Door middel van salderen zorgt de initiatiefnemer er voor dat de netto stikstofemissie niet toe neemt. Dit kan door middel van het staken van stikstof emitterende activiteiten op de locatie zelf (intern salderen) of het staken van stikstof emitterende activiteiten op een locatie buiten het plangebied van de ruimtelijke ontwikkeling of het bestemmingsplan (extern salderen). Om intern te kunnen salderen moet er sprake zijn van één project, één plan of één locatie. Intern salderen kan gaan om het treffen van maatregelen aan een bestaand project of kan worden toegepast op nieuwe projecten op de locatie van een bestaand project. Bij extern salderen gaat het om verschillende projecten of plannen. Extern salderen wordt aangemerkt als een mitigerende of beschermende maatregel in de zin van artikel 6, lid 3 Habitatrichtlijn en moet dus plaatsvinden in het kader van een passende beoordeling.

Stikstofregistratiesysteem Naast saldering bestaat er de mogelijkheid om voor woningbouwprojecten waarbij er sprake is van meer stikstofdepositie op een stikstofgevoelig Natura 2000-gebied mogelijk te maken via het stikstofregistratiesysteem. In dit stikstofregistratiesysteem wordt alle stikstofruimte van stikstof reducerende maatregelen, waaronder de verlaging van de maximumsnelheid op autosnelwegen naar 100 km/uur, opgeslagen. De door deze maatregelen beschikbaar gekomen ruimte kan voor maximaal 70 % worden besteed aan economische ontwikkelingen.

2 februari 2022

4

Wet stikstofreductie en natuurverbetering Met de invoering van de Wet stikstofreductie en natuurverbetering (in het kort Stikstofwet) op 1 juli 2021, geldt er een gedeeltelijke vrijstelling van de natuurvergunningplicht voor het aspect stikstof voor activiteiten in de bouwsector. Dit geldt voor projecten en plannen. Middels deze stikstofwet wordt er aan de Wet natuurbescherming (Wnb) een nieuw artikel toegevoegd (artikel 2.9a) dat bepaalt dat in het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering (Bsn) bepaalde activiteiten van de bouwsector aangewezen kunnen worden waarvoor deze vrijstelling van toepassing is. Voor deze activiteiten geldt dat de stikstofdepositie die wordt veroorzaakt door de bouwactiviteiten buiten beschouwing van de vergunningplicht van artikel 2.7 lid 2 Wnb wordt gelaten. In artikel 2.5 Bsn is de vrijstelling voor het bouwen van bouwwerken opgenomen. Dit betekent dat de zogeheten aanlegfase niet langer mee genomen hoeft worden in de stikstofdepositieberekening. De gebruiksfase dient nog wel berekend te worden. Ook de verkeersbewegingen die samengaan met de aangewezen activiteiten in de bouwsector kunnen buiten beschouwing worden gelaten.

Dit blijkt uit de toelichting bij het Bsn, waarin een omschrijving wordt gegeven van de reikwijdte van de partiële vrijstelling: "Het betreft niet alleen de bouw en sloop van woningen en utiliteitsgebouwen en andere bouwwerken (zoals bruggen en viaducten), maar ook aanlegactiviteiten, bijvoorbeeld voor duurzame energieopwekking, grond, weg- en waterbouw, waaronder straten, pleinen, wegen, spoorwegen, waterstaatswerken, waterwegen, waterkeringen, energie-infrastructuur, telecommunicatie-infrastructuur, buisleidingen, openbare hemelwater- en ontwateringsstelsels en vuilwaterriolen. De partiële vrijstelling omvat de vervoersbewegingen die samenhangen met de werkzaamheden, zoals aan- en afvoer van bouwmaterialen en bouw- en sloopafval, transport van werknemers en werktuigen van en naar de bouwplaats en de emissies van werktuigen op de bouwplaats (aggregaten, bouwmachines, baggervoertuigen et cetera). De vrijstelling omvat niet de productie van bouwmaterialen."

2 februari 2022

5

3

Ligging plangebied Zoals in de inleiding is aangegeven is het plangebied gelegen aan Achterweg te Groote Keeten (Callantsoog). Op de onderstaande afbeelding is de ligging van het plangebied ten opzichte van de meest nabij gelegen Natura 2000-gebieden weergegeven.

Afbeelding 2 – Ligging plangebied ten opzichte van de meest nabij gelegen Natura 2000-gebieden

De meest nabij gelegen Natura 2000-gebieden zijn: -

Duinen Den Helder-Callantsoog, gelegen op een afstand van minder dan 1 km;

-

Noordzeekustzone, gelegen op een afstand van circa 1 km;

-

Zwanenwater & Pettemerduinen, gelegen op een afstand van circa 3 km;

-

Waddenzee, gelegen op een afstand van circa 8 km.

Hierbij dient wel te worden vermeld dat het Natura 2000-gebied Noordzeekustzone niet stikstofgevoelig is.

2 februari 2022

6

4

Invoergegevens AERIUS 4.1

Invoer algemeen

In AERIUS zijn standaard emissie-kengetallen opgenomen op basis waarvan de emissies van NOx en NH3 worden bepaald. Conform het handboek “Werken met AERIUS Calculator” dient de verkeersgeneratie beschouwd te worden totdat het verkeer is opgenomen in het heersende verkeersbeeld. Dit is het geval wanneer het aan- en afrijdende verkeer zich door zijn snelheid en rij- en stopgedrag nog niet, dan wel niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt. De berekening heeft dienovereenkomstig plaatsgevonden en hierbij is uitgegaan voor een afstand 100 meter voor het reguliere verkeer in de gebruiksfase. Door de opdrachtgever is aangegeven dat het gebouw gasloos wordt uitgevoerd. Dit betekent dat er geen rekening behoeft te worden gehouden met een emissie van NOx ten behoeve van de verwarming. Dit zal geborgd moeten worden in de ruimtelijke procedure. Ten behoeve van de verkeersgeneratie van de woning zijn de volgende invoergegevens in AERIUS gebruikt.

4.2

Verkeersgeneratie woning (bron 2, 3 en 4)

In het model is het verkeer van en naar het gebouw opgenomen, waarbij gebruik is gemaakt van CROW publicatie 381, december 2018. Daarbij is gebruikgemaakt van de kencijfers voor vrijstaande koopwoningen (gemiddeld 8,2 ritten per woning, weinig stedelijk, rest bebouwde kom). Dit houdt in dat rekening moet worden gehouden met naar boven afgerond 2.993 ritten per jaar. Hierbij is uitgegaan van een ontsluiting op de Achterweg voor 75% van het totale aantal ritten en 25% ontsluiting van het totale aantal ritten op de Dubbelduin. Voor deze verdeling is gekozen aangezien de Achterweg de grootste ontsluitingsweg betreft. Bij de indeling van verkeer in licht, middelzwaar en zwaar (vracht)verkeer is uitgegaan van de voertuigcategorieën van InfoMil (tabel 1). Tabel 1. Bepaling voertuigcategorieën (InfoMil) Categorie Alledaagse omschrijving Lichte motorvoertuigen

- alle personenauto’s - de meeste bestelauto’s - vrachtwagens met 4 wielen

Middelzware motorvoertuigen

- alle autobussen - vrachtwagens met 2 assen en 4 achterwielen

Zware motorvoertuigen

-vrachtwagens met 3 of meer assen - vrachtwagens met aanhanger - trekkers met oplegger

2 februari 2022

7

De totale emissie van de verkeersgeneratie van de woning in de gebruiksfase bedraagt in dat geval minder dan één kg NOx/jr.

4.3

Totale emissie

De totale emissie van het plan in de gebruiksfase bedraagt minder dan één kg NOx/jr.

2 februari 2022

8

5

Model De emissie en depositie van het plan zijn bepaald met behulp van het AERIUS pakket (28 januari 2022). In de berekeningen is uitgegaan van het rekenjaar 2022. Indien het project later zal worden uitgevoerd, kan deze berekening als worst-case worden beschouwd. In latere rekenjaren zal de emissiefactor van onder andere verkeersbewegingen namelijk afnemen. Navolgend is van het model een afbeelding opgenomen.

Afbeelding 3 - AERIUS model

2 februari 2022

9

6

Rekenresultaten en conclusie

De berekening met AERIUS genereert een rekenresultaat en een pdf-bestand waarin wordt geconstateert dat de planbijdrage leidt tot een stikstofdepositie in de gebruiksfase van meer dan 0,00 mol N/ha/jaar in Natura 2000-gebied Duinen Den Helder-Callantsoog. Het betreft een maximale overschrijding van 0,01 mol N/ha/jaar in het stikstofgevoelige habitattype ‘H2130B Grijze duinen (kalkarm)’.

Afbeelding 4 - Rekenresultaat gebruiksfase

Het plan leidt tot een lichte toename van stikstofdepositie op in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) beschermde stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. Daarom is voor dit plan een nadere ecologische onderbouwing noodzakelijk om aan te tonen of deze lichte toename van stikstofdepositie kan leiden tot negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van het Natura 2000gebied.

2 februari 2022

10

Colofon Rapport BügelHajema Adviseurs

BügelHajema Adviseurs bv Bureau voor Ruimtelijke Ordening en Milieu BNSP Balthasar Bekkerwei 76 8914 BE Leeuwarden T 058 215 25 15 E info@bugelhajema.nl W www.bugelhajema.nl Vestigingen te Assen, Leeuwarden en Amersfoort

Bijlage 1

Projectberekening

Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron

Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14686259/1