2018-10-11 nieuw rapport uitbreiding
Tekst van het document
Tussen 10% en 25% van de vereiste ventilatie dient door de docent te regelen te zijn. Luchtsnelheden ten gevolge van ventilatie dienen tot een hoogte van minimaal 3 meter boven de sportvloer niet hoger te zijn dan 0,5 m/s. Het geluidsniveau dient, tezamen met andere niet met de sport verwante bronnen, minder dan 40 dB(A) te zijn.
1.6. Verlichting Vlak wegwerken, obstakelvrij en balvast.
Sterkte:
voor bewegingsonderwijs wordt NEN-EN 12193 , NN 351005 'Verlichting', ofwel klasse 3 gehanteerd. Deze norm geeft de gebruikswaarde aan. De nieuwwaarde ligt ongeveer 1,25 hoger. De gemiddelde horizontale verlichtingssterkte is
300 lux
De gelijkmatigheid is P(0,5 De kleurweergave is i, f20 Ra
Positionering: niet boven middellijn. Lichtstroken in lengterichting plafond zijn zeer hinderlijk bij volleybal en badminton. Bij voorkeur meerdere TL armaturen onder hoek aan zijkant plafond.
NB: Indien gymzaal gebruikt wordt voor examens of id. wordt 350 Lux op vloerniveau aanbevolen. 1.7. Daglicht Daglichttoetreding in gymzalen en sporthallen met onderwijsgebruik is noodzakelijk ! Het daglichtoppervlak moet zo samengesteld en gesitueerd zijn dat docenten en leerlingen zicht op het weer kunnen hebben. Hinderlijk daglicht en rechtstreeks invallend zonlicht moeten geweerd kunnen worden (aan de buitenzijde, van binnen uit te bedienen). Het daglichtoppervlak van de gymzaal is minimaal 5% van het vloeroppervlak. Bij 308 m 2 is dit minimaal 15,40 m 2. 1.8. Akoestiek De akoestische kwaliteit van een gymzaal/sportzaal/sporthal waar bewegingsonderwijs plaats vindt, dient hoog te zijn, te meer daar vele sportactiviteiten zelf al met lawaai gepaard gaan en de leerlingen lawaai produceren. Uit een inventarisend KVLO-onderzoek blijkt dat veel docenten die werkzaam zijn in zalen met een slechte akoestiek last hebben van gehoorstoornissen (met zelfs doofheid tot gevolg), stemproblemen, concentratieprobleem en vermoeidheid. Het is een bekend gegeven dat geluid geluid voedt. E.e.a. leidt tot een verhoogd ziekteverzuim en soms tot arbeidsongeschiktheid (zie: www.kvlo.nl\huisvesting\akoestiek) Een juiste keuze van vloer, wand en plafondafwerking kan de nagalmtijd beperk en.
De gemiddelde absorptiecoëfficiënt (á) van de sportruimte dient ten minste 0,25 te zijn. De nagalmtijd is afhankelijk van volume en absorberend vermogen van een ruimte. De gemiddelde nagalmtijd in een frequentiegebied van 125-4000Hz is maximaal 1,0 s. voor een gymzaal/ sportzaal van 14x22x5.5m.
De nagalmtijd per frequentieband (Tmax/fb)wordt gerekend door Tgem te delen door Tmax/fb en dient: n 10,7 te zijn. Het achtergrondgeluidsniveau is maximaal 40 dB(A). Dit geldt zowel voor externe geluiden als verkeer van buiten als voor interne geluidsbronnen als ventilatie - en verwarmingssystemen. De isolatie-index voor contactgeluid tussen een ruimte voor bewegingsonderwijs en andere verblijfs/lesruimtes voor leerlingen is ten minste 10 dB(A), bij voorkeur 15 dB(a).
Tabel voor alle categorieën sportzalen/hallen: á= 0,25 soort ruimte
maatvoering [m]
tijd [s]
A.1
Gymnastieklokaal
tot 14 x 22 m x 5.5
5. 1,0
A.2
Sportzaal
13 x 22 m x 7
5 1,1
A.3
1/3 sporthal / sportzaal
14 x 24 m x 7
5 1,2
B.1
Sportzaal
16 x 28 m x7
5 1,3
B.2
Sportzaal
22 x 28 m
5 1,4
B.3.
2/3 sporthal
32 x 28 m
5 1,5
C.1
Sporthal
24 x 44 m
5 1,6
C.2
Sporthal
28 x 48 m x 9
5 1,7
C.3
Sporthal
28 x 48 m x 9
5 1,9
D.1
Sporthal
28 x 88 m x 7
5 2,0
D.2
Sporthal
35 x 80 m x 10
5. 2,3
1.9. Nooduitgang gymzaal
Situering:
de nooduitgang dient niet in de toestelberging gesitueerd te worden. Het is een slecht toegankelijke en donkere vluchtroute. De kans op blokkade met toestellen is groot. Het kost onnodig veel ruimte in de berging om de doorgang naar de nooduitgang vrij te houden. Het advies is de nooduitgang te combineren met de transportdeuren die eveneens niet in de berging gesitu eerd moeten worden.
Situering:
tegenover de uitgang via de kleedruimten aan de lange wandzijde van de toestelberging, waardoor bovendien twee vluchtroutes ontstaan.
Vormgeving:
dubbele deur als deze tevens dienst doet voor toelevering toestellen, anders volstaat een enkele paniekdeur.
Aanduiding: Openen:
elke doorgang naar de nooduitgang aanduiden met pictogrammen. Nooduitgang moet tijdens lessen makkelijk te openen zijn.
2. Inventaris De inventaris dient afgestemd te zijn op de schoolsoort en op de desbetreffende kerndoelen of eindtermen en het vakwerkplan van de school. De KVLO heeft via projectgroepen nieuwe advieslijsten opgesteld voor het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs: Zie www.kvlo.nl\huisvesting
Basisinventarislijst Gymzaal Basisonderwijs en Speellokaal (2011) en Inventarislijsten Voortgezet Onderwijs (2006). Deze lijsten worden jaarlijks geïndexeerd. NB: Er dient tenminste jaarlijks een veiligheidscontrole van de inventaris plaats te vinden door een erkende firma. Bij intensief gebruik is een halfjaarlijkse controle noodzakelijk.
3. Toestelberging 3.1
Afmetingen toestelberging
De oppervlakte: minimaal 45 m 2 (4.5x10). 2.80 à 3.00 m. De doorrijhoogte en vrije hoogte is minimaal 2.50 m i.v.m. lengte van
Hoogte:
palen en de transportwagens voor landingsmatten. minimaal 4.5 meter i.v.m. de lengte van opbergkarren en het kunnen bereiken van het
Diepte:
opgehangen materiaal aan de achtermuur en maximaal 5.5 m i.v.m. in/uitrijden toestellen. 10 meter (minimaal 8) i.v.m. de toegankelijkheid en het naast elkaar kunnen plaatsen
Breedte:
van toestellen. Bij het begruik van meedere zaaldelen is per zaaldeel een toeslag genormeerd
Toeslag:
van 35 m 2 Toelichting: De norm uit het bouwbesluit van 24 m2 en 2.1 m hoogte voldoet niet meer. De huidige onderwijsmaterialen vragen meer ruimte. Doorgaans dient er tevens ruimte te zijn voor materialen van het medegebruik (m.n. bij turnverenigingen). De hanteerbaarheid en bereikbaarheid van het materiaal vraagt meer ruimte ter voorkoming van fysieke overbelasting van docent en leerlingen. 3.2
Ruimtelijke relatie:
grenzend aan zaal(delen). In gymzalen aan de lange wand, iets decentraal i.v.m. de middenkolom en het overhouden van een langere werkwand. In sporthallen met scheidingswanden en meerdere zaaldelen dient vanuit elk zaaldeel de toestelberging bereikbaar te zijn. Zalen die in tweeën deelbaar zijn dienen een (gezamenlijke) toestelberging te hebben van minimaal 90 rn 2. Bij drie zaaldelen dient elk zaaldeel bij onderwijsgebruik een eigen toestelberging te hebben. 3.3
Voorzieningen toestelberging:
Transportdeur:
niet in berging, dubbele deur, 2 meter breed, 2.5 meter hoog. Combineren in functie als nooduitgang.
Kasten:
vaste af te sluiten kasten aan zijmuur toestelberging in bouwbestek opnemen voor het opbergen van klein materiaal.
Afscherming:
met net of transparant vinyl of segmentdeuren (duurder); in geen geval ondoorzichtig doek gebruiken i.v.m. gevaar van doorlopen in berging. Als toestelberging aan kopse kant ligt volstaat een net niet, maar zijn obstakelvrije deuren noodzakelijk.
3.4
Installaties toestelberging:
Verlichting berging:
min 150 lux op vloerniveau. Licht spreiden over berging. Minimaal twee lichtpunten, ingebouwd, ter voorkoming van schade. Indien inbouw niet mogelijk is dan verlichting hoog aan beide zijwanden aanbrengen.
Verwarming:
minimaal 15 °C bij een buitentemperatuur vanaf —5°C.
Vloer: Indeling toestellen:
harde bestendige ondervloer met zelfde doorlopende toplaag als in zaal. Tip: na verloop van tijd (ervaring!) vloer afplakken met (verwijderbare) tape voor juiste plaatsing toestellen.
4. Kleedruimten Aantal: Afmetingen:
twee per gymzaal en twee per zaaldeel in een sporthal oppervlak minimaal 20 m2, bij voorkeur 25 m2. De breedte is minimaal 3 meter, (bij 25 m2: 4 meter) en de hoogte is minimaal 2,4 meter.
Toelichting: Aangezien er zelden sprake is van een gelijke verdeling van jongens en meisjes is 20 m 2 voor 15 tot 25 leerlingen erg krap en wordt 25 m2 aanbevolen. In de onderbouw van het primair onderwijs komt het i.v.m. toezicht en hulp bij het omkleden regelmatig voor dat alle leerlingen zich in één kleedkamer omkleden en een andere klas in de andere kleedkamer. Lessen sluiten aan en twee groepen bevinden zich deels gelijktijdig in beide kleedruimtes. 4.1
Voorzieningen kleedruimten: De kleedruimte voorzien van 10 meter wandbanken zodat er 30 zitplaatsen voor leerlingen (PO) zijn, vrij van de vloer en vo orzien van 60 kleedhaken. Optie PO: jassenhangers/schoenrekken in inloop/gang. Er zijn geen scheidingsbanken nodig voor een schoon/vuil voetendeel. Dit werkt in praktijk niet, kost veel ruimte en veroorzaakt slechte toegankelijkheid voor minder validen. Kleedruimte (of overgangsgebied naar wasruimte) voorzien van 1 wastafel met spiegel. Toilet dient vanuit kleedruimte toegankelijk te zijn. 4.2
Ruimtelijk relatie:
Direct grenzend aan zaalruimte i.v.m. verantwoordelijkheid en toezicht docent op leerlingen. Geen kleedruimtes op verdieping! Directe inkijk voorkomen. Directe relatie met wasruimte.
NB De kleedruimtes dienen i.v.m. diefstal afsluitbaar te zijn. Indien de vluchtroute door de kleedruimte loopt moet deze van binnenuit makkelijk te openen te zijn. Optie: Lockers in gang van sporthallen en/of afsluitbaar opbergsysteem in toestelberging. 4.3
Vloer:
Afwerking kleedruimten: moet stootvast, slijtvast, vochtbestendig en makkelijk vochtig te reinigen zijn. Linoleum kan mits goede schrobmachine en waterzuiger. Bij tegelvloer schrobput aanleggen.
Wanden:
stootvast, slijtvast, watervast, eenvoudig te reinigen en niet ruw. Plafond stootvast en vochtbestendig.
Ventilatie:
ruimte-inhoud minimaal 6 keer per uur kunnen verversen. Luchtsn elheid < 0,2 m/s.
4.4
Installaties kleedruimten:
Verlichting: minimaal 150 lux, spatwaterdicht Verwarming: minimaal 20 °C. Luchtsnelheid maximaal 0,2 m/s. Ventilatie: ruimte-inhoud minimaal 6 keer per uur kunnen verversen. Luchtsnelheid maximaal 0,2 m/s.
5. Wasruimten Aantal: twee per gymzaal en twee per zaaldeel in een sporthal. Afmetingen: 5.1
de oppervlakte per wasruimte is minimaal 15 m 2, de hoogte is minimaal 2,4 meter.
Voorzieningen wasruimten: 10 douchepunten per wasruimte waarvan 2 besloten. 10 handdoekhaken 1 lage voetenbak (EHBO) 1 toilet in was- of kleedruimte (zie kleedruimte) 1 wartelkraan 5.2
Ruimtelijke relatie:
elke kleedruimte heeft direct toegang tot eigen wasruimte. Geen directe inkijk in wasruimte vanuit nevenruimtes anders dan kleedruimte. 5.3
Afwerking wasruimten:
Vloer is stootvast, slijtvast, slipvast, watervast en eenvoudig te reinigen Plafond is stootvast en vochtbestendig Wanden betegelen tot plafond Minimaal 2 doucheputten Leidingen zijn weggewerkt 5.4
Installaties wasruimten
Warmwater installatie:
de capaciteit is
minimaal 6 liter warm water per persoon per minuut gedurende 5 minuten met een temperatuur van 38 tot 40 °C. Voor onderwijsgebruik wordt een vaste door de docent/beheerder in te stellen temperatuur aangeraden. Bij ontwerp van leidingwaterinstallatie rekening houden niet legionellapreventie De toevoer van water dient door de gebruiker te bedienen te zijn met drukknop.
Verlichting:
minimaal 150 lux, spatwaterdicht.
Verwarming: minimaal 20 °C. Luchtsnelheid maximaal 0,2 m/s. Ventilatie: ruimte-inhoud kan minimaal 10 keer per uur worden ververst. Luchtsnelheid maximaal 0,2 s/m.
6. Docentenruimte 6a. Primair onderwijs 6.1.a Voorzieningen do centenruimte PO De docentenruimte voor het PO bevat een afsluitbare kleedruimte, een natte cel met douchepunt, toilet, wastafel met spiegel, minimaal twee kleedhaken, een tafel en stoel. Toilet en wastafel zo situeren dat deze via een droog vloergedeelte bereikbaar zijn of apart situeren.
Afmeting:
minimaal 4 m2 (tenminste 1 meter breed en 2,4 meter hoog) indien deze alleen gebruikt wordt voor het omkleden/wassen. Bij 7 m2 is de ruimte ook als scheidsrechterruimte te gebruiken, bij 10 m2 als docentenwerkplek.
Situering:
indien docentenruimte ook als werkplek functioneert (vakdocent) dient er zicht op de zaal te zijn. De docentenruimte dient i.v.m. privacy niet toegankelijk te zijn vanuit/door de kleedkamers voor de leerlingen.
6.
Voortgezet onderwijs:
6.b.1 Docentenruimte als sectieruimte en instructieru imte leerlingen
Functie: de docentenruimte voor het voortgezet onderwijs bundelen tot een sectieruimte. NB. De sectieruimte kan tevens dienst doen als instructie/computerruimte voor een klein groepje leerlingen als de ruimte voorzien wordt van ten minste 3 werk/leerplekken/computers en aangesloten wordt op het netwerk.
Toelichting: dit is m.n. wenselijk in tweede fase vmbo, havo, vwo (LO 1 en LO 2) en in vmbo bij sport, dienstverlening en veiligheid. Ruimtelijke relatie sectieruimte VO: de docentenruimte dient i.v.m. toezicht aanpalend aan de/een zaal gesitueerd te worden.
Afmeting:
minimaal 15 m 2 bij twee docenten. Advies: De afmeting van de docentenruimte relateren aan het aantal formatieplaatsen en gelijktijdig werkende docenten en aan het gewenste gebruik door leerlingen.
NB De kleed- en wasruimte voor docenten (bij meer dan één zaal: minimaal 2) dient hiervan afgescheiden te worden uitgevoerd. Deze dient dezelfde voorzieningen te hebben als de docenten ruimte PO.
7. Werkkast Afmeting:
minimaal 4 m2, hoogte min. 2,4 m.
Voorziening: 1 uitstortgootsteen met warm en koud water. 1 dubbel randgeaarde wandcontactdoos. Afwerking: de vloer en wanden dienen stootvast, slijtvast, watervast, vochtbestendig en eenvoudig te reinigen te zijn. Het plafond dient vochtbestendig te zijn.
8. Bezettingsgraadklasse Een gymzaal/sportzaal heeft een minimale bezettingsgraad van 10 m 2 vloeroppervlakte per persoon. De bezettingsgraadklasse 84 voor sportruimten(min. 8 M2 per leerling) uit de bouwbesluiten van 2003 & 2010 is vervallen. Deze bezettingsgraad is in de literatuur al terug te vinden in 1964/65, gebaseerd op minimaal vloeroppervlak van 252 M2 voor 30 leerlingen + leerkracht . De veranderende lesorganisatievormen en de opdracht bewegingsintensieve lessen te geven in meerdere groepen vereisen een vloeroppervlak van minimaal 10M2 per leerling, overeenkomstig de KVLO norm voor vloeroppervlak voor een schoolgymzaa l van 308 M2o.b.v. klaassen van 30 leerlingen.
x x