CConstaterende datSchagen
Koppel je AI →
Document · PDF

16. Bijlagen bij de toelichting; Bijlage 10; Onderzoek externe veiligheid

Gemeenteraad 24 september 2024, gemeente SchagenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Muggenburg Zuid7.099 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Groepsrisicoberekening N245 t.b.v. bestemmingsplan Muggenburg Zuid Schagen

Prevent

Adviesgroep

Groepsrisicoberekening N245 t.b.v. bestemmingsplan Muggenburg Zuid Schagen

Titel Groepsrisicoberekening N245 ten behoeve van het bestemmingsplan Muggenburg Zuid voor de ontwikkeling van de woonwijk Muggenburg Zuid (toetsing aan normering voor het plaatsgebonden risico en berekening van het groepsrisico).

Opdrachtgever

Contactpersoon

Sweco Nederland B.V. De Holle Bilt 22 3732 HM De Bilt

Sweco Nederland B.V. De heer G. Beentjes george.beentjes@sweco.nl

Rapportdatum

Projectnummer

Versie

27 november 2023

672

V.01

Prevent Adviesgroep B.V.

Projectleider

Rapporteur

De Dijken 7f, 1747 EE Tuitjenhorn Postbus 82, 1800 AB Alkmaar T 0224 55 28 88 F 0224 55 11 90 info@preventadviesgroep.nl

De heer D.P. Barten T 0224 55 28 88 p.barten@preventadviesgroep.nl

De heer D.P. Barten T 06 53 540 730 p.barten@preventadviesgroep.nl

Prevent

Adviesgroep

Inhoudsopgave 1

Inleiding

3

1.1

Aanleiding

3

1.2

Toelichting wettelijk kader en gebruikte begrippen

3

2

Toetsingskader

4

2.1

Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt)

4

2.2

Regeling Basisnet

4

2.3

Handleiding Risicoanalyse Transport

4

2.4

Risicoberekeningsmethodiek II (RBM II)

5

2.5

Plaatsgebonden risico

5

2.6

Groepsrisico

6

2.7

Rampbestrijding en zelfredzaamheid

7

3

Ligging plangebied en wegen

8

3.1

Ligging plangebied ten opzichte van invloedsgebied wegen

8

3.2

Ligging plangebied ten opzichte van 200 meter contour N245

8

3.3

8

3.4

Gevolgen personendichtheid door voorgenomen ontwikkeling in plangebied

9

3.4.1

Bestaande situatie

9

3.4.2

Nieuwe situatie

10

3.4.3

Gevolgen voor de personendichtheid voor de locatie

11

4

Vervoers- en risicogegevens gevaarlijke stoffen

12

4.1

Telgegevens N245

12

4.2

Omvang invloedsgebied

13

5

Personendichtheid

14

5.1

Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico

14

5.2

Handleiding Risicoanalyse Transport

14

5.3

Populatieservice

15

5.4

Gehanteerde werkwijze bepaling personendichtheid

15

5.4.1

Bestaande bestemde situatie

16

Groepsrisicoberekening N245 Projectnummer: 672

Pagina 1 van 22

Prevent

Adviesgroep

5.4.2

Nieuwe situatie

17

6

Plaatsgebonden risico en berekening groepsrisico

18

6.1

Plaatsgebonden risico

18

6.2

Plasbrandaandachtsgebied

18

6.3

Groepsrisico

18

6.3.1

Risicoberekeningsmethodiek II (RBM II)

18

6.3.2

Modellering weg

18

6.3.3

Bestaande (bestemde) situatie en nieuw te bestemmen situatie

19

7

Toetsing aan het Bevt

21

7.1

Plaatsgebonden risico en plasbrandaandachtsgebied

21

7.2

Groepsrisico

21

8

Conclusie

22

Bijlage 1 : Toelichting externe veiligheidsbegrippen Bijlage 2 : Ingevoerde personendichtheid per object

Groepsrisicoberekening N245 Projectnummer: 672

Pagina 2 van 22

Prevent

Adviesgroep

1

Inleiding

1.1

Aanleiding Op de locatie ten zuiden van de bestaande woonwijk Muggenburg bestaat het voornemen om een nieuwe woonwijk met bijbehorende voorzieningen te realiseren (750 woningen en een schoolgebouw). Hiervoor wordt bestemmingsplan Muggenburg Zuid voorbereidt. De ontwikkellocatie is gelegen binnen 200 meter van de N245. Uit eerder uitgevoerde onderzoeken is gebleken dat het groepsrisico langs de N245 hoger is dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde. Op grond van Besluit externe veiligheid transportroutes moet worden getoetst aan de normen voor het plaatsgebonden risico en moet worden beoordeeld wat de consequenties van het besluit zijn voor de hoogte van het groepsrisico (GR). In deze rapportage is voor de bovengenoemde ontwikkeling het groepsrisico berekend van de N245.

1.2

Toelichting wettelijk kader en gebruikte begrippen In de wetgeving over externe veiligheid worden diverse afkortingen en complexe begrippen gehanteerd. In bijlage 1 worden deze begrippen toegelicht.

Groepsrisicoberekening N245 Projectnummer: 672

Pagina 3 van 22

Prevent

Adviesgroep

2

Toetsingskader

2.1

Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) Op 11 november 2013 is het Besluit externe veiligheid transportroutes gepubliceerd. Het besluit is op 1 april 2015 in werking getreden. Met het Bevt is de normering voor het plaatsgebonden risico en de verantwoording van het groepsrisico wettelijk vastgelegd voor basisnetwegen en overige wegen. De wijze waarop het plaatsgebonden risico en groepsrisico moet worden berekend of vastgesteld is verder uitgewerkt in een ministeriële regeling (Regeling Basisnet). Op grond van Besluit externe veiligheid transportroutes moet bij een bestemmingsplan, een omgevingsvergunning voor het afwijken van een bestemmingsplan of bij een omgevingsvergunning voor het afwijken van in een bestemmingsplan aangegeven regels, worden getoetst aan de normen voor het plaatsgebonden risico en moet worden beoordeeld wat de consequenties van het besluit zijn voor de hoogte van het groepsrisico (GR).

2.2

Regeling Basisnet Op 19 maart 2014 is de “Regeling houdende vaststelling van de ligging van de risicoplafonds langs transportroutes en regels voor ruimtelijke ontwikkelingen langs transportroutes in verband met externe veiligheid” (Regeling Basisnet) gepubliceerd. Deze regeling is op 1 april 2015 in werking getreden en op 1 december 2016 gewijzigd. In de Regeling Basisnet zijn voor basisnetwegen veiligheidsafstanden (voor het plaatsgebonden risico), afstanden voor plasbrandaandachtsgebieden en een maximale gebruiksruimte voor GF3transporten (transporten met brandbare gassen, zoals LPG en propaan) vastgelegd. Verder is in de Regeling Basisnet de rekenmethodiek voor de vaststelling van risico’s vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen voor basisnetwegen en overige wegen vastgelegd. De rekenmethodiek bestaat uit het door de overheid beschikbaar gestelde rekenpakket RBM II en de Handleiding Risicoanalyse Transport.

2.3

Handleiding Risicoanalyse Transport Op 17 juni 2014 is de Handleiding Risicoanalyse Transport (HART) verschenen. In deze handleiding wordt de rekenmethodiek voor het uitvoeren van kwantitatieve risicoanalyses beschreven. In deze handreiking zijn vuistregels opgenomen om te bepalen of er wel of geen plaatsgebonden risicocontour aanwezig is bij een weg. Ten aanzien van het groepsrisico is per type weg een tabel opgenomen met het aantal GF3transporten (drempelwaarden) waarbij een gegeven bebouwingsdichtheid en de afstand van

Groepsrisicoberekening N245 Projectnummer: 672

Pagina 4 van 22

Prevent

Adviesgroep

deze bebouwing tot de weg, het groepsrisico mogelijk groter dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde of groter dan de oriëntatiewaarde kan zijn. Het HART maakt deel uit van de, in de Regeling Basisnet aangewezen, rekenmethodiek voor de vaststelling/berekening van het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. De meest recente versie van het HART is versie 1.2, d.d. 11 januari 2017.

2.4

Risicoberekeningsmethodiek II (RBM II) Het programma RBM II is de gestandaardiseerde rekenmethodiek voor het berekenen van de risico’s van vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor, en over het water. AVIV heeft RBM II in opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (Rijkswaterstaat) ontwikkeld. RBM II is in de Regeling Basisnet aangewezen als voorgeschreven als standaard rekenpakket dat in de meeste situaties kan worden toegepast. RBM II wordt regelmatig aangepast en verbeterd.

2.5

Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico (PR) is de kans per jaar dat een persoon, die zich continu en onbeschermd op een bepaalde plaats in de omgeving van een transportroute bevindt, overlijdt ten gevolge van een ongeval met het transport van gevaarlijke stoffen op die route. De norm voor het plaatsgebonden risico voor het vervoer van gevaarlijke stoffen bedraagt 10-6 per jaar (is een kans van 1 op 1.000.000 per jaar). Voor nieuwe situaties (nieuwe routes, significante toename in transportstromen en nieuwe kwetsbare bestemmingen) geldt deze norm als grenswaarde. Voor nieuwe beperkt kwetsbare objecten als richtwaarde. Voor bestaande (beperkt) kwetsbare objecten binnen de plaatsgebonden risicocontour (PR=10-6) zijn geen saneringsregelingen opgenomen in het Bevt. Op 17 april 2015 is de Beleidsregel verwerven woningen langs basisnetroutes gepubliceerd. De beleidsregel betreft een aankoopregeling en bevat de criteria voor aankoop door het Rijk van bestaande kwetsbare objecten binnen de plaatsgebonden risicocontour (PR=10-6) van basisnetwegen en van kwetsbare objecten die door een toekomstige wijziging van het transportplafond bij een basisnetweg binnen de plaatsgebonden risicocontour (PR=10-6) komen.

Voor de basisnet wegen is in bijlage 1 van de Regeling Basisnet een tabel met de afstand tot de plaatsgebonden risicocontour (PR=10-6) per wegtracé opgenomen en de aanduiding of er wel of geen sprake is van een plasbrandaandachtsgebied. Voor de basisnet wegen moet deze plaatsgebonden risicocontour (PR=10-6) worden gehanteerd en kan een berekening van het plaatsgebonden risico achterwege blijven.

Groepsrisicoberekening N245 Projectnummer: 672

Pagina 5 van 22

Prevent

Adviesgroep

2.6

Groepsrisico Voor het groepsrisico (GR) is een oriëntatiewaarde vastgesteld die afhankelijk is van het aantal dodelijke slachtoffers per kilometer spoortraject: • voor 10 of meer dodelijke slachtoffers is de oriëntatiewaarde gelijk aan 10-4; • voor 100 of meer dodelijke slachtoffers is deze gelijk aan 10-6; • voor 1000 of meer dodelijke slachtoffers is deze gelijk aan 10-8. In tegenstelling tot de grenswaarde voor het plaatsgebonden risico mag van de oriëntatiewaarde voor het groepsrisico door het Bevoegd Gezag gemotiveerd worden afgeweken. Het groepsrisico moet worden verantwoordt als het plangebied is gelegen binnen 200 meter afstand van de transportroute.

Bij de toelichting van het bestemmingsplan of omgevingsbesluit wordt hiertoe ingegaan op: • de aanwezige dichtheid van personen in het invloedsgebied en de volgens het geldende bestemmingsplan mogelijke dichtheid van personen in het invloedsgebied; • de als het gevolg van het bestemmingsplan of omgevingsbesluit redelijkerwijs te verwachten verandering van de dichtheid van personen in het gebied waarop dat plan of de vergunning betrekking heeft; • het groepsrisico voor de bestaande situatie en geldende bestemde situatie; • de bijdrage van het betreffende bestemmingsplan of omgevingsbesluit aan de hoogte van het groepsrisico; • maatregelen ter beperking van het groepsrisico die zijn overwogen en die zijn opgenomen ; • de mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkelingen met een lager groepsrisico en de voor- en nadelen daarvan. De bovengenoemde verantwoording van het groepsrisico kan achterwege blijven als onderbouwd wordt aangetoond dat: • in de huidige en de te bestemmen situatie het groepsrisico minder bedraagt dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde, of; • het groepsrisico, door de verandering van de personendichtheid, met niet meer dan 10% toeneemt en de oriëntatiewaarde niet wordt overschreden. Het groepsrisico langs transportroutes van gevaarlijke stoffen moet conform het Bevt en de Regeling Basisnet worden getoetst aan de vuistregels in het HART.

Als bij de toetsing aan de vuistregels in het HART blijkt dat bij een bepaalde vervoersstroom het groepsrisico onder 0,1 maal de oriëntatiewaarde blijft kan een berekening van het groepsrisico met RBMII achterwege blijven. Als uit de toetsing blijkt dat het groepsrisico mogelijk groter is dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde moet het groepsrisico worden berekend met RBMII. Bij de berekening van het groepsrisico moet bij basisnet wegen worden uitgegaan van de in bijlage 1 van de Regeling Basisnet genoemde vervoershoeveelheden voor GF3-stoffen. Deze vervoershoeveelheden zijn gebaseerd op een maximale benutting van de groeiruimte voor het vervoer.

Groepsrisicoberekening N245 Projectnummer: 672

Pagina 6 van 22

Prevent

Adviesgroep

2.7

Rampbestrijding en zelfredzaamheid Als het plangebied is gelegen binnen het invloedsgebied van een transportroute wordt bij de toelichting van het bestemmingsplan of omgevingsbesluit ingegaan op: •

de mogelijkheden van de voorbereiding op de bestrijding van en de beperking van de omvang van een ramp op de transportroute;

voor zover het plan of die vergunning betrekking heeft op nog niet aanwezige kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten: de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen indien zich op de transportroute een ramp voordoet. De veiligheidsregio moet in de gelegenheid worden gesteld om een advies uit te brengen ten aanzien van deze aspecten. •

Groepsrisicoberekening N245 Projectnummer: 672

Pagina 7 van 22

Prevent

Adviesgroep

3

Ligging plangebied en wegen

3.1

Ligging plangebied ten opzichte van invloedsgebied wegen Het plangebied is gelegen binnen het invloedsgebied van 1 weg die is vrijgesteld voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg. In de onderstaande tabel is de afstand van het plangebied weergegeven en is aangegeven wat de omvang is van het invloedsgebied (1% letaliteitsgrens). Weg

Invloedsgebied (meter)

Afstand tot plangebied (meter) Gerekend vanaf het midden van de middenberm van de N245

N245 ( N245 / N248 (Schagen) - N245 / N504 355 (Noord Scharwoude) Tabel 3.1: Afstand plangebied tot wegen en omvang invloedsgebied wegen.

3.2

34

Ligging plangebied ten opzichte van 200 meter contour N245

3.3

Figuur 3.2: Ligging plangebied ten opzichte van 200 meter contour en invloedsgebied N245

Groepsrisicoberekening N245 Projectnummer: 672

Pagina 8 van 22

Prevent

Adviesgroep

3.4

Gevolgen personendichtheid door voorgenomen ontwikkeling in plangebied Het plangebied is voor een gedeelte gelegen binnen het invloedsgebied van de N245.

3.4.1 Bestaande situatie In de bestaande situatie is in het gedeelte van het plangebied dat gelegen is binnen het invloedsgebied van de N245 geen bebouwing aanwezig. Er zijn alleen onbebouwde agrarische percelen aanwezig.

Figuur 3.3: Ligging bestaande situatie binnen het plangebied binnen het invloedsgebied van de N245

In de bestaande situatie bedraagt de totale rekenkundig bepaalde personendichtheid in het invloedsgebied binnen het plangebied 0 personen in de dagperiode en de avond/nacht periode.

Groepsrisicoberekening N245 Projectnummer: 672

Pagina 9 van 22

Prevent

Adviesgroep

3.4.2 Nieuwe situatie In de nieuw te bestemmen situatie is in het plangebied 1 bestemmingsplanvlak met de bestemming “Maatschappelijk” geprojecteerd binnen het invloedsgebied (nr. N1 in figuur 3.4). Verder zijn er 10 bestemmingsplanvlakken met de bestemming “Woongebied” geheel of gedeeltelijk geprojecteerd binnen het invloedsgebied (nrs. N2 t/m N11 in figuur 3.4).

Figuur 3.4: Ligging nieuwe bestemmingsplanvlakken in het plangebied

Het bestemmingsplanvlak met de bestemming “Maatschappelijk” wordt bestemd voor de realisatie van een basisschool voor 200 kinderen en 10 personeelsleden. Dit geeft een personendichtheid van 210 personen in de dagperiode. De exacte toedeling van de woningen in de bestemmingsplanvlakken is nog niet bekend. Het totale programma bestaat uit maximaal 750 woningen. Voor dit onderzoek is als uitgangpunt genomen dat de woningen uniform worden verdeeld over de bestemmingsplanvlakken “Woongebied”. Het totale oppervlak van de bestemmingsplanvlakken “Woongebied” bedraagt ca.17,8 hectare. Het gemiddelde aantal woningen komt hiermee op 42 woningen per hectare. Voor alle bestemmingsplanvlakken “Woongebied” is het oppervlak bepaald dat gelegen is binnen het invloedsgebied. In tabel 3.5 is het maximale aantal personen per bestemmingsplanvlakken weergegeven waarmee de risicoberekening is uitgevoerd.

Groepsrisicoberekening N245 Projectnummer: 672

Pagina 10 van 22

Prevent

Adviesgroep

Nr

Aantal

Functie

Totaal aantal personen Dagperiode Nachtperiode

N1

1

Schoolgebouw

210,0

0,0

N2

88

Woningen

105,6

211,2

N3

10

Woningen

12,0

24,0

N4

11

Woningen

13,2

26,4

N5

8

Woningen

9,6

19,2

N6

51

Woningen

61,2

122,4

N7

30

Woningen

36,0

72,0

N8

13

Woningen

15,6

31,2

N9

44

Woningen

52,8

105,6

N10

4

Woningen

4,8

9,6

N11

10

Woningen

12,0

24,0

Totaal

1 269

Schoolgebouw Woningen

532,8

645,6

Tabel 3.5: Verdeling personendichtheid per bestemmingsplanvlak

Voor de woningen wordt een personendichtheid aangehouden van 1,2 personen in de dagperiode en 2,4 personen in de avond/nachtperiode. Voor het schoolgebouw is uitgegaan van de aangeleverde gegevens door de opdrachtgever. In bijlage 2 is weergegeven welke kental per functie is gebruikt. De totale rekenkundig bepaalde personendichtheid binnen het invloedsgebied en binnen het plangebied komt voor de nieuwe situatie op 532,8 personen in de dagperiode en 645,6 personen in de avond/nacht periode. 3.4.3 Gevolgen voor de personendichtheid voor de locatie Het maximaal aantal personen binnen het invloedgebied neemt door de ontwikkeling in het plangebied rekenkundig toe met 532,8 personen in de dagperiode en 645,6 personen in de avond/nacht periode.

Groepsrisicoberekening N245 Projectnummer: 672

Pagina 11 van 22

Prevent

Adviesgroep

4

Vervoers- en risicogegevens gevaarlijke stoffen

4.1

Telgegevens N245 Voor de N245 zijn telgegevens beschikbaar uit 2003 (handmatige telling gedurende 1 dag). Deze telgegevens zijn weergegeven in tabel 4.1. Weg N245

Omschrijving wegvak

Vervoersintensiteit gevaarlijke stoffen*)

Wegvak N39 N245 / N248 (Schagen) - N245 / N504 (Noord Scharwoude):)

LF1

LF2

GF3

1.341

804

0

Is de totale vervoersintensiteit per jaar over beide rijrichtingen per gevaarlijke stoffen categorie, waarbij: LF1 = Brandbare vloeistoffen met een vlampunt hoger dan 23 C (bijvoorbeeld petroleum) LF2 = Brandbare vloeistoffen met een vlampunt lager dan 23 C (bijvoorbeeld benzine) GF3= Brandbare gassen (b.v. propaan en LPG) (*)

Tabel 4.1 Vervoerintensiteit gevaarlijke stoffen N203 in 2012.

In 2003 zijn gedurende de teldag geen GF3-transporten geteld. Gezien de ligging van de weg en riscobronnen in de omgeving (LPG-tankstations en propaantanks) valt over de N245 transport te verwachten van GF3-transporten. Als uitgangspunt voor de verdere berekeningen is worst case uitgegaan van 250 GF3-transporten per jaar. Voor de LF1- en LF2-transporten wordt voor de N245 uitgegaan van de data van het jaar van de telling opgehoogd naar het jaar waarvoor de risicoanalyse moet worden uitgevoerd. Hiervoor moet gebruik gemaakt worden van het GE groeiscenario in tabel 4.7 en 4.8 uit het rapport Toekomstverkenning vervoer gevaarlijke stoffen over de weg. Voor LF1 en LF2 wordt tot 2020 uitgegaan van 1% groei per jaar en in de periode 2020-2040 van 0,3% groei per jaar. Op basis van deze groeiscenario’s zijn de vervoersintensiteiten bepaald voor 2023. Weg N245

Gevaarlijke stof

Vervoersintensiteit gevaarlijke stoffen 2003

2023

LF1

1.341

1.602

LF2

804

961

GF3

---

250

Tabel 4.2 Vervoerintensiteit gevaarlijke stoffen N245 in 2003 en 2023. De verdeling van het aantal transporten tussen de dag/nachtperiode en tussen het weekend en de werkweek zijn gebaseerd op de landelijk uitgevoerde analyse van de digitale telgegevens van 8011382006/2007 (Ministerie van Verkeer en Waterstaat/CQM, 7 januari 2008). Hieruit blijkt dat: •

70% van de transporten plaatsvindt in de dagperiode en 30% in de nachtperiode;

•

ca. 6 % van de transporten plaatsvindt in het weekend en door de week ca. 94 %.

Groepsrisicoberekening N245 Projectnummer: 672

Pagina 12 van 22

Prevent

Adviesgroep

4.2

Omvang invloedsgebied De omvang van het invloedsgebied wordt bepaald door het incidentscenario met de grootste 1% letaliteitsafstand. In tabel 1 van het HART zijn per stofcategorie de maximale afstanden tot een overlijdenskans van 1% weergegeven.

Figuur 4.2: invloedsgebied per stofcategorie

Voor wegvak N39 van de N245 bedraagt de omvang van het invloedsgebied 355 meter vanwege het voorkomen van GF3-stoffen (zoals LPG en propaan).

Groepsrisicoberekening N245 Projectnummer: 672

Pagina 13 van 22

Prevent

Adviesgroep

5

Personendichtheid Uitgangspunt voor de bepaling van de personendichtheid zijn: •

Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico, Ministerie VROM, versie 1.0 november 2007

•

Handleiding Risicoanalyse Transport (versie 1.2, 11 januari 2017)

Voor het groepsrisico moet de aanwezige bevolking in kaart worden gebracht voor het volledige gebied waarbinnen nog dodelijke slachtoffers kunnen vallen, dat wil zeggen het gebied tussen de transportroute en de 1% letaliteitsgrens.

5.1

Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico De nauwkeurigheid van de inventarisatie van de bevolking moet aansluiten bij de relatieve bijdrage aan het groepsrisico. Volgens de Handreiking moet de inventarisatie van de bevolking binnen de risicocontour van 10-8 nauwkeuriger plaatsvinden dan daarbuiten:

5.2

•

tussen de transportroute en de PR=10-8-contour moet de personendichtheid per object worden bepaald op basis van de kentallen in tabel 16.2 van de Handreiking (deze zijn opgenomen in bijlage 2), voor specifieke objecten die niet in tabel 16.2 genoemd zijn moet een zo nauwkeurig mogelijke inschatting worden gemaakt. In eerste instantie moet van tabel 16.2 worden uitgegaan indien nodig kan aanvulling worden gezocht bij tabel 16.3 van de Handreiking (bevolkingsdichtheden per gebiedstype);

•

tussen de PR=10-8-contour en de 1% letaliteitsgrens kan volstaan worden met een grove inventarisatie op basis van gebiedstypen en bijbehorende kentallen (tabel 16.3 van de Handreiking en PGS 1, deel 6).

Handleiding Risicoanalyse Transport In tabel 1 van het HART zijn per stofcategorie de maximale afstanden tot een overlijdenskans van 1% weergegeven. Voor wegvak N39 van de N245 bedraagt de omvang van het invloedsgebied 355 meter vanwege het transport van GF3-stoffen (zoals LPG). Binnen dit gebied moet per object de aanwezigheid van personen worden bepaald. Indien directe informatie over het aantal personen niet aanwezigheid is kan gebruik gemaakt worden van kengetallen in de tabellen 4-3 t/m 4-5. De inhoud van deze tabellen komt overeen met de tabellen 16.2 t/m 16.4 in de Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico. Het voldoet in de praktijk meestal de bevolking nauwkeurig te inventariseren in het gebied binnen de 10-8-contour van het plaatsgebonden risico. Met een RBM II berekening kan worden gecontroleerd of de uitkomst van de groepsrisicoberekening gevoelig is voor bevolking buiten de 10-8-contour.

Groepsrisicoberekening N245 Projectnummer: 672

Pagina 14 van 22

Prevent

Adviesgroep

5.3

Populatieservice De overheid heeft een populatiebestand groepsrisicoberekeningen laten ontwikkelen. Deze landelijke bevolkingsdataset wordt ten behoeve van risicoberekeningen verstrekt via de website populatieservice.nl. Populatieservice is een geautomatiseerde populatie inventarisatie service. De informatie hiervoor is (hoofdzakelijk) afkomstig uit de basisadministratie adressen en gebouwen (BAG). De informatie bevat veel maar niet alle benodigde gegevens en kan leemtes en onjuistheden bevatten. Met name niet gebouwgebonden activiteiten zoals recreatie, sportvelden e.d. ontbreken nog. De aangeleverde populatie door populatieservice betreft een vertaling van de actueel gebouwde omgeving (plus evt. bouwplannen). De populatieservice voorziet niet in het leveren van bestemmingsplan capaciteit. Gekozen kan worden om de uitvoer per gebouw (BAG-object) te generen of in een grid. Deze landelijke bevolkingsdataset kan gebruikt worden als startpunt voor de invoer van bevolkingsgegevens voor groepsrisicoberekeningen en op basis van locale inzichten (qua gebruik en functie van gebouwen, actualiteit van gegevens en bestemmingsplan-informatie) verder worden aangepast.

5.4

Gehanteerde werkwijze bepaling personendichtheid Langs het tracé van de N245 (1 kilometer aan weerzijden van het plangebied) zijn aan weerszijden van de N245 over een afstand van 355 meter de populatiegegevens opgevraagd bij populatieservice.nl en ingelezen in RBM II. De objecten zijn deels als shapefilevlak geimporteerd in RBM II en deels als grid. De geïmporteerde populatie binnen de PR=10-8-contour (zie voor ligging PR=10-8 contour figuur 5.1) is nagelopen op juistheid/volledigheid en is niet aangepast. De locaties die niet zijn aangepast in het populatiebestand zijn paars weergegeven in figuur 5.1. Verder zijn handmatig enkele ontbrekende objecten toegevoegd in RBMII. Deze zijn in figuur 5.1 groen weergegeven. In bijlage 2 is voor deze objecten aangegeven op welke wijze het maximaal aanwezige aantal personen per object is bepaald voor de dagperiode en avond/nachtperiode. De adresgegevens en de gebruiksfunctie van objecten en het aantal m2 b.v.o van objecten is bepaald door middel van de BAG-viewer en waar nodig aangevuld/gecorrigeerd met informatie van street view, google.nl/maps, bing.com/maps of websites van instanties/bedrijven. De nummering van de handmatig gewijzigde en ingevoerde objecten in RBMII in figuur 5.1 komt overeen met de nummering in bijlage 2.

Groepsrisicoberekening N245 Projectnummer: 672

Pagina 15 van 22

Prevent

Adviesgroep

Legenda weg PR 10-8 contour weg 355 m rond weg

Legenda bebouwingsobjecten Populatieservice, ongewijzigd Handmatig ingevoerd object

Ondergrond: luchtfoto en BAG Figuur 5.1: gecontroleerde omgevingsobjecten in populatieservice en ingevoerde/aangepaste objecten in RBMII

Zie voor de visualisatie van de ingevoerde bevolkingsvlakken in RBM II figuur 5.2, 5.3 en 6.3. De bevolking in het plangebied is handmatig ingevoerd. 5.4.1 Bestaande bestemde situatie Voor de bestaande bestemde situatie zijn binnen het plangebied geen verblijfsobjecten met personen ingevoerd. In figuur 5.2 is een deel van de ingevoerde bevolking rondom het plangebied weergegeven zoals ingevoerd in RBM II.

Groepsrisicoberekening N245 Projectnummer: 672

Pagina 16 van 22

Prevent

Adviesgroep

Figuur 5.2: Ingevoerde bevolking RBM II bestaande bestemde situatie, detail nabij plangebied

5.4.2 Nieuwe situatie Voor de nieuw te bestemmen situatie zijn de bestemmingsplanvlakken maatschappelijk en wonen ingevoerd met het in paragraaf 3.4.2. aangegeven aantal personen (gebouwvlakken N1 t/m N11 in figuur 3.4, de nummering komt overeen met de nummering in bijlage 2). In figuur 5.3 is een deel van de ingevoerde bevolking weergegeven zoals ingevoerd in RBM II.

Figuur 5.3: Ingevoerde bevolking RBM II nieuwe situatie, detail nabij plangebied

Groepsrisicoberekening N245 Projectnummer: 672

Pagina 17 van 22

Prevent

Adviesgroep

6

Plaatsgebonden risico en berekening groepsrisico

6.1

Plaatsgebonden risico Voor het betreffende wegvak van de N245 wordt met RBMII geen plaatsgebonden risicocontour (PR=10-6) berekend. De normen voor het plaatsgebonden risico vormen geen belemmering voor de ontwikkeling in het plangebied.

6.2

Plasbrandaandachtsgebied Het betreffende wegvak van de N245 maakt geen deel uit van het Basisnet weg. Er is geen brandplasaandachtsgebied aangewezen voor de N245. De normen voor het brandplasaandachtsgebied vormen geen belemmering voor de ontwikkeling in het plangebied.

6.3

Groepsrisico

6.3.1 Risicoberekeningsmethodiek II (RBM II) Het programma RBM II is de gestandaardiseerde rekenmethodiek voor het berekenen van de risico’s van vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor, en over het water. AVIV heeft RBM II in opdracht van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat ontwikkeld. RBM II is in de Regeling Basisnet en de Handleiding Risicoanalyse Transport aangewezen als voorgeschreven als standaard rekenpakket. RBM II wordt regelmatig aangepast en verbeterd. Er is gerekend met de meest recente versie van RBM II. Er is gebruik gemaakt van de volgende versie van RBM II: Onderdeel

Versie

Release datum

RBM_II.exe Parameters Weer

2.3.0 Build: 535 1.3 1.0

14-11-2013 14-11-2013 24-08-2012

Tabel 6.1 Gebruikte versie RBM II

6.3.2 Modellering weg De N245 is gedeeltelijk gelegen buiten de bebouwde kom en gedeeltelijk binnen de bebouwde kom. Binnen de bebouwde kom geldt voor de N245 een maximum snelheid van 70 km/uur. RBMII kent alleen een indeling in wegen binnen de bebouwde kom (gebaseerd op 50 km/uur) en buiten de bebouwde kom (gebaseerd op 80 km/uur). De N245 wijkt, over het beschouwde tracé dat binnen de bebouwde kom is gelegen, af van deze indeling. De kans op een ongeval waarbij een grote uitstroming van een gevaarlijke stof kan plaatsvinden is bij een snelheid van 80 km/uur aanmerkelijk hoger dan bij 50 km/uur. Aangezien de maximum snelheid van de N245 dichter bij de 80 km/uur ligt dan bij 50 km/uur is ervoor gekozen om de het gedeelte van de N245 dat gelegen is binnen de bebouwde kom in RBM II ook te modelleren als een weg buiten de Groepsrisicoberekening N245 Projectnummer: 672

Pagina 18 van 22

Prevent

Adviesgroep

bebouwde kom. Deze keuze leidt tot een lichte overschatting van de risico’s maar geeft een beter beeld van de risico’s dan wanneer voor dit tracé zou worden uitgegaan van een weg binnen de bebouwde kom. De N245 is gemodelleerd in RBMII als weg buiten de bebouwde kom met een faalfrequentie van 3,6E-07 (1/vtg.km) en een wegbreedte van 10 meter. De in tabel 4.2. weergegeven vervoersgegevens voor LF1, LF2 en GF3 stoffen in 2023 zijn ingevoerd in RBM II. 6.3.3 Bestaande (bestemde) situatie en nieuw te bestemmen situatie In figuur 6.2 is het resultaat van de groepsrisicoberekening weergegeven voor de bestaande (bestemde) en nieuwe omgevingssituatie.

Omgevingssituatie Nieuwe situatie Bestaande situatie

Figuur 6.2 fN-curve groepsrisico bestaande (bestemde) situatie en nieuwe situatie

In de bestaande bestemde situatie en nieuw te bestemmen situatie bedraagt het hoogste groepsrisico per km maximaal 0,472 maal de oriëntatiewaarde 1. De ontwikkelingen in het plangebied hebben geen gevolgen voor het groepsrisico langs de N245.

1 De Normwaarde in figuur 6.2 is de maximaal berekende waarde van het groepsrisico ten opzichte van de oriëntatiewaarde. De maximale waarde wordt berekend als het product van de kans met het kwadraat van het aantal bijbehorende slachtoffers. Een normwaarde van 0,01 betekent dat deze gelijk is aan de oriëntatiewaarde. Door de berekende normwaarde met 100 te vermenigvuldigen kan het maximaal berekende groepsrisico worden uitgedrukt als fractie van de oriëntatiewaarde.

Groepsrisicoberekening N245 Projectnummer: 672

Pagina 19 van 22

Prevent

Adviesgroep

In figuur 6.3 is geografisch weergegeven op welk punt op het traject het groepsrisico het hoogst is. Deze locatie is op de weg aangegeven met een gele cirkel. Dit is in de bestaande bestemde en de nieuw te bestemmen situatie ten noorden van het plangebied ter hoogte van het Regius College. Bestaande situatie

Nieuwe situatie (detail bij plangebied)

Figuur 6.3 Geografische weergave PR-contouren en punt hoogste groepsrisico bestaande (bestemde) en nieuw te bestemmen situatie

Groepsrisicoberekening N245 Projectnummer: 672

Pagina 20 van 22

Prevent

Adviesgroep

7

Toetsing aan het Bevt

7.1

Plaatsgebonden risico en plasbrandaandachtsgebied De normen voor het plaatsgebonden risico en plasbrandaandachtsgebieden vormen geen belemmering voor de ontwikkeling in het plangebied.

7.2

Groepsrisico Het groepsrisico is voor de N245 met RBM II berekend voor de bestaande (bestemde) situatie en de nieuw te bestemmen situatie. In de bestaande bestemde situatie en nieuw te bestemmen situatie bedraagt het hoogste groepsrisico per km maximaal 0,472 maal de oriëntatiewaarde. De ontwikkelingen in het plangebied hebben geen gevolgen voor het groepsrisico langs de N245. Omdat in de nieuw te bestemmen situatie er geen sprake is van een toename van het groepsrisico (en het groepsrisico minder bedraagt dan 1 maal de oriëntatiewaarde) is een verantwoording van het groepsrisico in het ruimtelijk besluit op grond van het Bevt niet noodzakelijk. De hoogte van het groepsrisico vormt geen belemmering voor de ontwikkeling in het plangebied. De veiligheidsregio moet wel in de gelegenheid worden gesteld om tijdens de procedure van het ruimtelijk besluit een advies uit te brengen ten aanzien van de aspecten rampbestrijding en zelfredzaamheid.

Groepsrisicoberekening N245 Projectnummer: 672

Pagina 21 van 22

Prevent

Adviesgroep

8

Conclusie De normen voor het plaatsgebonden risico en plasbrandaandachtsgebieden zoals aangegeven in het Bevt vormen geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. Een verantwoording van het groepsrisico is voor de te volgen procedure niet vereist op grond van het Bevt. De hoogte van het groepsrisico vormt geen belemmering voor de ontwikkeling in het plangebied. De veiligheidsregio moet wel in de gelegenheid worden gesteld om tijdens de procedure van het ruimtelijk besluit een advies uit te brengen ten aanzien van de aspecten rampbestrijding en zelfredzaamheid.

Groepsrisicoberekening N245 Projectnummer: 672

Pagina 22 van 22

Bijlagen

Groepsrisicoberekening N245 Projectnummer: 672

Pagina 1 van 2

Bijlage 1: Toelichting externe veiligheidsbegrippen

Groepsrisicoberekening N245 Projectnummer: 672

Pagina 2 van 2

Bijlage 1 : Toelichting externe veiligheidsbegrippen Afkortingen Bevt Besluit externe veiligheid transportroutes GR Groepsrisico HART Handleiding risicoanalyse Transport FN-Curve Grafiek waarin het groepsrisico wordt weergegeven. Zie voor uitleg het begrip groepsrisico. PR plaatsgebonden risico. Zie voor uitleg het begrip plaatsgebonden risico. QRA Quantitative Risk Analysis (= kwantitatieve risico analyse): berekening van kansen op het overlijden ten gevolge van een calamiteit met gevaarlijke stoffen). RMB II Risicoberekeningsmethodiek II Uitleg begrippen Beperkt kwetsbaar object -

Verspreid liggende woningen, woonschepen en woonwagens van derden met een dichtheid van maximaal twee woningen, woonschepen en woonwagens per hectare;

-

Dienst- en bedrijfswoningen van derden;

-

Kantoorgebouwen en hotels met een bruto vloeroppervlak van minder of gelijk aan 1500 m2 per object;

-

Restaurants, voor zover hierin geen grote aantallen personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig plegen te zijn;

-

Winkels met een totaal bruto vloeroppervlak van minder of gelijk aan 2000 m2, voor zover zij geen onderdeel uitmaken van een complex waarin meer dan 5 winkels zijn gevestigd, waarvan het gezamenlijk bruto oppervlak meer dan 1000 m2 bedraagt en waarin een supermarkt, hypermarkt of warenhuis is gevestigd;

-

Sporthallen, sportterreinen, zwembaden en speeltuinen;

-

Kampeerterreinen en andere terreinen bestemd voor recreatieve doeleinden, voor zover zij niet bestemd zijn voor het verblijf van meer dan 50 personen gedurende meerdere aaneengesloten dagen;

-

Bedrijfsgebouwen, voor zover zij geen gebouwen zijn waarin grote aantallen personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig plegen te zijn zoals:

-

–

kantoorgebouwen en hotels met een bruto oppervlak van meer dan 1500 m2 per object;

–

complexen, waarin meer dan 5 winkels zijn gevestigd en waarvan het gezamenlijk vloeroppervlak meer dan 1000 m2 bedraagt, en winkels met een totaal oppervlak van meer dan 2000 m2 per object, voor zover in die complexen of in die winkels een supermarkt, hypermarkt of warenhuis is gevestigd;

Objecten die met het bovengenoemde (m.u.v. sport- kampeerterreinen < 50 personen) gelijkgesteld kunnen worden uit hoofde van de gemiddelde tijd per dag gedurende welke personen daar verblijven, het aantal

Groepsrisicoberekening N245 Projectnummer: 672

Pagina 1 van 4

personen dat daarin doorgaans aanwezig is en de mogelijkheden voor zelfredzaamheid bij een ongeval, voorzover die objecten geen kwetsbare objecten zijn; en -

Objecten met een hoge infrastructurele waarde, zoals een telefoon- of elektriciteitscentrale of een gebouw met vluchtleidingsapparatuur, voorzover die objecten wegens de aard van de gevaarlijke stoffen die bij een ongeval kunnen vrijkomen, bescherming verdienen tegen de gevolgen van dat ongeval.

Grenswaarde Voor het plaatsgebonden risico geldt een grenswaarde van 10-6 per jaar. Zie ook toelichting plaatsgebonden risico. Deze grenswaarde geldt bij kwetsbare objecten direct voor nieuwe situaties. Groepsrisico Het groepsrisico geeft inzicht over hoeveel personen worden bedreigt bij een calamiteit door een ongeval met het transport van gevaarlijke stoffen. Het aantal getroffen personen is per mogelijke calamiteit verschillend (omdat de effecten per type calamiteit verschillen). Het transport van gevaarlijke stoffen kan leiden tot verschillende soorten calamiteiten met bijbehorende effecten (dus slachtoffers) en kansen. Een ander punt is de aanwezigheid van personen binnen het effectgebied van de calamiteit. Als er geen personen in het gebied aanwezig zijn kunnen er geen slachtoffers vallen en is het groepsrisico dan ook “nihil”. Het groepsrisico kan niet in 1 getal worden uitgedrukt. Maar wordt als een hoekige curve weergegeven in een grafiek waarin het aantal dodelijk slachtoffers is uitgezet tegen de kans dat een calamiteit met dit aantal slachtoffers kan optreden. Zie onderstaande voorbeeldgrafiek. Een dergelijk grafiek wordt een FN-curve genoemd. Waarbij F staat voor de kans per jaar en N voor het aantal dodelijke slachtoffers.

Het groepsrisico is gedefinieerd is de kans per jaar dat 10, 100 of 1000 personen overlijden per kilometer transportroute als rechtstreeks gevolg van een calamiteit door een ongeval met het transport van gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico kent geen harde grenswaarde. Voor het groepsrisico is een oriëntatiewaarde vastgesteld die afhankelijk is van het aantal dodelijke slachtoffers per kilometer transportroute: •

voor 10 of meer dodelijke slachtoffers is de oriëntatiewaarde gelijk aan 10-4;

•

voor 100 of meer dodelijke slachtoffers is deze gelijk aan 10-6;

•

voor 1000 of meer dodelijke slachtoffers is deze gelijk aan 10-8.

Groepsrisicoberekening N245 Projectnummer: 672

Pagina 2 van 4

Deze waarde geld als een richtwaarde waaraan getoetst moet worden (is in bovenstaande grafiek als streepjeslijn aangegeven) en is een soort maat voor wat binnen Nederland nog als maatschappelijk geaccepteerde kans geldt voor calamiteiten waarbij meerdere dodelijke slachtoffers kunnen vallen. De oriëntatiewaarde is zodanig gedefinieerd dat bij iedere factor 10 toename van het aantal slachtoffers de kans hierop met een factor 100 moet afnemen. Hiermee wordt tot uitdrukking gegeven dat bij een groter aantal slachtoffers het maatschappelijk draagvlak hiervoor snel afneemt aangezien dit tot een ontwrichting van de locale samenleving kan leiden. De oriëntatiewaarde is geen “sanerings”waarde. Dit betekent dat als deze overschreden wordt bij bestaande situaties dit niet tot een verplichte sanering hoeft te leiden. Wel moet altijd geprobeerd worden om het groepsrisico zo veel mogelijk te beperken. Invloedsgebied gebied waarin personen worden meegeteld voor de berekening van het groepsrisico van een weg, spoorweg of binnenwater tot de grens waarop de letaliteit van die personen 1% is. Kwetsbaar object -

Woningen, woonschepen en woonwagens, niet zijnde verspreid liggende woningen, woonschepen en woonwagens van derden met een dichtheid van maximaal twee woningen per hectare of dienst- en bedrijfswoningen van derden;

-

Gebouwen bestemd voor het verblijf, al dan niet gedurende een gedeelte van de dag, van minderjarigen, ouderen, zieken of gehandicapten, zoals: – ziekenhuizen, bejaardenhuizen en verpleeghuizen; – scholen; – gebouwen of gedeelten daarvan, bestemd voor dagopvang van minderjarigen;

-

Gebouwen waarin grote aantallen personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig plegen te zijn, zoals: – kantoorgebouwen en hotels met een bruto vloeroppervlak van meer dan 1500 m2 per object; – complexen, waarin meer dan 5 winkels zijn gevestigd en waarvan het gezamenlijk bruto vloeroppervlak meer dan 1000 m2 bedraagt, en winkels met een totaal bruto vloeroppervlak van meer dan 2000 m2 per object, voor zover in die complexen of in die winkels een supermarkt, hypermarkt of warenhuis is gevestigd;

-

Kampeer- en andere recreatieterreinen bestemd voor het verblijf van meer dan 50 personen gedurende meerdere aaneengesloten dagen van het jaar.

Oriëntatiewaarde Zie toelichting bij groepsrisico. Plaatsgebonden risico. Het plaatsgebonden risico geeft aan hoe vaak een calamiteit door een ongeval met het transport van gevaarlijke stoffen voorkomt waarbij dodelijke slachtoffers vallen. Het plaatsgebonden risico is de kans per jaar dat een persoon, die zich continu en onbeschermd op een bepaalde plaats in de omgeving van een transportroute bevindt, overlijdt ten gevolge van een ongeval met het transport van gevaarlijke stoffen op die route. Het plaatsgebonden risico wordt uitgedrukt in kans per jaar. Omdat deze kansen zeer klein zijn worden deze met de volgende wiskundige notatie aangegeven: bijvoorbeeld 10-6/jaar. Dit is hetzelfde als 0,000001/jaar, of een kans van 1 op de 1.000.000 per jaar. Soms wordt dit voor de beeldvorming ook wel uitgedrukt als 1 keer per miljoen jaar. Wat niet betekent dat dit zich dan pas over 1 miljoen jaar voor kan doen. Dit kan b.v. ook morgen al gebeuren. Plaatsgebonden risico – contour (PR-contour) Rondom een transportroute kan een lijn worden getrokken waarbij het plaatsgebonden risico overal gelijk is. Bijvoorbeeld overal 10-6/jaar. Deze lijn loopt parallel aan beide zijden van de transportroute. Deze contour wordt dan in dit voorbeeld de PR=10-6-contour genoemd en kan op een kaart/plattegrond worden weergegeven.

Groepsrisicoberekening N245 Projectnummer: 672

Pagina 3 van 4

Richtwaarde Er geldt een richtwaarde voor het plaatgebonden risico bij beperkt kwetsbare objecten. Zie toelichting bij plaatsgebonden risico.

Groepsrisicoberekening N245 Projectnummer: 672

Pagina 4 van 4

Bijlage 2 : Ingevoerde personendichtheid per object

TU Delft Stroomschema toetsing BRZO 2015 Projectnummer: 368

Bijlagen: pagina 1 van 1

Bijlage 2: Ingevoerde personendichtheid per object Kentallen Handreiking verantwoording groepsrisico en HART Kentallen tabel 16.2 en 16.4 Handreiking / tabel 4-3 en 4-5 HART In de handreiking verantwoording groepsrisico zijn de volgende kentallen voor personendichtheden ( tabel 16.2), en aanwezigheidsfactoren (tabel 16.4) aangegeven die gehanteerd moeten worden binnen de PR=10-8 contour: functie

aantal personen per eenheid

Wonen

2,4 per woning

Industrie, bedrijvigheid

1 werknemer per 100 m2 bedrijfsvloer oppervlak

Kantoren Winkels Scholen

1 werknemer per 30 m2 bedrijfsvloer oppervlak (b.v.o.) 1 werknemer/bezoeker per 30 m2 bedrijfsvloer oppervlak (b.v.o.) 1,1 persoon per leerling

Recreatie en evenementen

geen kental, specifiek bepalen (zie PGS 1, deel 6)

overig

geen kental, specifiek bepalen (zie PGS 1, deel 6)

kental

dag volcontinu : kantoorgedeelte volcontinu : overig bedrijfsopp.

Kentallen tabel 16.3 Handreiking / tabel 4-4 HART Buiten de PR=10-8 contour kan volstaan worden met een grove inventarisatie op basis van gebiedstypen en bijbehorende kentallen (tabel 16.3) Type gebied Woongebieden

Industriegebieden

Recreatiegebied (in seizoen)

Natuurgebied Buitengebied Incidentele woonbebouwing Rustige woonwijk Drukke woonwijk Stadsbebouwing met hoogbouw Personeeldichtheid - laag Personeeldichtheid - midden Personeeldichtheid - hoog kantoren- hoogbouw Camping, bungalowpark

Aanwezigheid dag

nacht

2,4

0,5

1

0,01 0,0333 0,01 0,0333 0,0333 1,1

1 1 1 1 1 1

0 0 1 spec. spec. 0

bevolkingsdichtheid (personen/hectare) 0

1 5 25 70 120 5 40 80 200 60-200

Populatieservice

Gebruikte data-versie

Opgevraagd gebied in populatieservice Voor het gebied 355 meter rondom het wegtraject is gebruik gemaakt van de gegevens van Populatieservice. Na controle zijn enkele locaties binnen de PR=10-8 contour op basis van BAG gegevens, luchtfotos en www.ruimtelijkeplannen.nl de personendichtheid in RBMII handmatig ingevoerd Voor deze locaties is in de onderstaande tabel onder bestaande situatie de gebruikte personendichtheid weergegeven. Inlezing populatiebestanden in RBM II De parameters bij populatieservice.nl zijn zodanig gekozen dat het merendeel van de gebouwen met alleen een woonfunctie zijn geimporteerd als gridvlakken van 10 bij 10 meter voor de dag en nachtperiode. Voor alle overige functies zijn objecten als shapefilevlak geimporteerd in RBM II Dit populatiebestand is ingelezen in RBM II. Voor de aangepaste locaties is in de tabel onder de bestaande situatie de gebruikte personendichtheid weergegeven.

Aangepaste objecten populatieservice in RBM II en handmatig ingevoerde objecten in RBM II

is bestaande bestemde bebouwing in plangebied Is nieuw te bestemmen bebouwing in plangebied

Bestaande (bestemde)situatie Nr

A)

Adres

Aard object

Bestemming (www.ruimtelijkeplannen.nl)

Ingevoerd in RBM II als:

Aantal personen

Aantal

1

Tolkerdijk 4 Sint Maarten

Zorgboerderij

Agrarisch

Bedrijven dagdienst

2

Golfbaan Dirkshorn

Golfbaan terrein

Recreatie

Bedrijven continu

-

geen bebouwing aanwezig

onbebouwde agrarische percelen

Eenheid Aantal 1 zorgboerderij

10,6 hectare

aanwezigheidspercentage Aantal personen aanwezig (ingevoerd in RMB II) Bron

kental A)

info website Luchtfoto, ruimtelijkeplannen

Eenheid kental

Personen

dag avond/nacht dag (8.00-18.30) (18.30-8.00)

avond/nacht dag

6,00 personen/zorgboerderij

6,0

100%

0%

6,0

5,00 personen/hectare

52,9

100%

0%

n.v.t

0,0

Tijdsduur ingevoerde RBM II objecten avond/nacht

0,0

gehele werkweek

n.v.t.

52,9

0,0

gehele week

gehele week

0,0

0,0

n.v.t

n.v.t

Volgens de website wordt er gewerkt met groepen van max. 5 personen per dag. Uitgegaan van 1 begeleider. Dit geeft in totaal 6 personen tijdens werkdagen.

Nieuw te bestemmen situatie Zelfde als bestaande (bestemde) situatie aangevuld met de volgende onderstaande objecten Nr Adres Aard object

Bestemming (www.ruimtelijkeplannen.nl)

Ingevoerd in RBM II als:

Aantal personen

Aantal

Eenheid Aantal

aanwezigheidspercentage Aantal personen aanwezig (ingevoerd in RMB II) Bron

kental

Eenheid kental

Personen

dag avond/nacht dag (8.00-18.30) (18.30-8.00)

Tijdsduur ingevoerde RBM II objecten

avond/nacht dag

avond/nacht

N1

Plangebied Muggenburg Zuid

schoolgebouw

bedrijven dagdienst

1 schoolgebouw

opdrachtgever

210,0 personen/school

210,0

100%

0%

210,0

0,0

gehele werkweek

n.v.t.

N2

Plangebied Muggenburg Zuid

woningen

Woonbebouwing

88 woningen

opdrachtgever

2,4 personen/woning

211,2

50%

100%

105,6

211,2

gehele week

gehele week

N3

Plangebied Muggenburg Zuid

woningen

Woonbebouwing

10 woningen

opdrachtgever

2,4 personen/woning

24,0

50%

100%

12,0

24,0

gehele week

gehele week

N4

Plangebied Muggenburg Zuid

woningen

Woonbebouwing

11 woningen

opdrachtgever

2,4 personen/woning

26,4

50%

100%

13,2

26,4

gehele week

gehele week

N5

Plangebied Muggenburg Zuid

woningen

Woonbebouwing

8 woningen

opdrachtgever

2,4 personen/woning

19,2

50%

100%

9,6

19,2

gehele week

gehele week

N6

Plangebied Muggenburg Zuid

woningen

Woonbebouwing

51 woningen

opdrachtgever

2,4 personen/woning

122,4

50%

100%

61,2

122,4

gehele week

gehele week

N7

Plangebied Muggenburg Zuid

woningen

Woonbebouwing

30 woningen

opdrachtgever

2,4 personen/woning

72,0

50%

100%

36,0

72,0

gehele week

gehele week

N8

Plangebied Muggenburg Zuid

woningen

Woonbebouwing

13 woningen

opdrachtgever

2,4 personen/woning

31,2

50%

100%

15,6

31,2

gehele week

gehele week

N9

Plangebied Muggenburg Zuid

woningen

Woonbebouwing

44 woningen

opdrachtgever

2,4 personen/woning

105,6

50%

100%

52,8

105,6

gehele week

gehele week

N10

Plangebied Muggenburg Zuid

woningen

Woonbebouwing

4 woningen

opdrachtgever

2,4 personen/woning

9,6

50%

100%

4,8

9,6

gehele week

gehele week

N11

Plangebied Muggenburg Zuid

woningen

Woonbebouwing

10 woningen

opdrachtgever

2,4 personen/woning

24,0

50%

100%

12,0

24,0

gehele week

gehele week

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14867179/1