14 Bijlage locatieanalyse sweco
Tekst van het document
Rapport Projectnummer: 376127 Referentienummer: SWNL0278096 Datum: 15-06-2021
Locatieanalyse naar middelgrote locaties voor de huisvesting van buitenlandse werknemers Provincie Noord Holland en gemeenten Den Helder, Hollands Kroon, Schagen
Definitief
Opdrachtgever: Provincie Noord-Holland Hans Groot Houtplein 33 2012 DE HAARLEM
Sweco Velperweg 26 6824 BJ Arnhem Postbus 485 6800 AL Arnhem Nederland
T +31 88 811 66 00 www.sweco.nl
Sweco Nederland B.V. Eindhoven Handelsregister 30129769 Statutair gevestigd te De Bilt
Peter Bergmans Senior adviseur M +31 6 22 37 79 41
Verantwoording Titel
Locatieanalyse naar middelgrote locaties voor de huisvesting van buitenlandse werknemers
Subtitel
Provincie Noord Holland en gemeenten Den Helder, Hollands Kroon, Schagen
Projectnummer
376127
Referentienummer
SWNL0278096
Revisie
Eindrapportage
Datum
15-06-2021
Auteur
Peter Bergmans, Max Visser, Margriet Snaaijer
E-mailadres
peter.bergmans@sweco.nl
Gecontroleerd door
Peter Bergmans
Paraaf gecontroleerd
Goedgekeurd door
Martijn Drosten
Paraaf goedgekeurd
2 (11)
Inhoudsopgave Samenvatting 1
Inleiding .................................................................................................................. 6
1.1
Doel van het locatieonderzoek ................................................................................ 6
1.2
Fasen in het onderzoek ........................................................................................... 6
2
Uitvoering onderzoek ............................................................................................ 8
2.1
Fase 1 Oriëntatie en criteriabepaling....................................................................... 8
2.2
Fase 2 Verkenning potentiële locaties .................................................................... 8
2.3
Fase 3 Locatie-analyse ......................................................................................... 11
3
Vervolg .................................................................................................................. 15
Bijlage 1
Memo verkenning interviews
Bijlage 2
Besprekingsverslag online bijeenkomsten stakeholders
Bijlage 3
Presentatie resultaten enquête
Bijlage 4
Notitie criteria trade-off matrix
Bijlage 5
Trade-off matrix
Bijlage 6
Factsheets voorkeurszoekgebieden
3 (11)
Samenvatting Buitenlandse werknemers zijn belangrijk voor de economie van de Kop van Noord-Holland. In de komende jaren is voor minimaal 3.000 buitenlandse werknemers extra huisvesting nodig in de Kop. De provincie Noord-Holland werkt samen met de gemeenten Den Helder, Hollands Kroon en Schagen in het voorzien van deze huisvesting. Daartoe is onder meer dit locatieonderzoek uitgevoerd naar geschikte locaties voor middelgrote, permanente locaties (vanaf minimaal 100 plekken). Het locatieonderzoek kent drie fasen: Fase 1 Oriëntatie en criteriabepaling: onder meer via bijeenkomsten met veertig belanghebbenden, zoals dorps- en wijkraden, bedrijven en huisvesters zijn criteria voor geschikte locaties verkend. Fase 2 Verkenning potentiële locaties: 1.300 inwoners en bedrijven uit de Kop hebben in een online enquête aangegeven hoe zij tegen het vraagstuk aan kijken. Gezamenlijk hebben zij meer dan 3.000 voorstellen gedaan voor geschikte plekken voor grootschalige huisvestingslocaties. Aangevuld met bekende initiatieven en deskreserach is een groslijst met 60 potentiële locaties gemaakt. Fase 3 Locatie-analyse kansrijke locaties: op basis van criteria, die mede zijn gebaseerd op de resultaten van de enquête en bijeenkomsten en provinciaal beleid, zijn de potentële locaties geanalyseerd op kansrijkheid en wenselijkheid.
Dit heeft geresulteerd in een shortlist van 25 locaties die als meest kansrijk worden beoordeeld. Deze locaties zijn bezocht en verder geanalyseerd op ontwikkelingsmogelijkheden en wenselijkheid. Dat heeft uiteindelijk geleid tot veertien voorkeurszoekgebieden. Onderstaand figuur geeft de onderzoekstappen van het onderzoek weer. Figuur
Overzicht onderzoekstappen
De voorkeurszoekgebieden zijn zo bepaald dat zij zijn gelegen nabij bestaande werklocaties, aansluiten op bestaande bebouwing, goed bereikbaar zijn en gelegen zijn buiten waardevolle natuurgebieden en landschappen. Uiteraard sluiten zij ook aan op frequent aangegeven voorkeurslocaties die uit de enquête naar voren komen. In het kaartbeeld zijn de veertien voorkeurszoekgebieden aangegeven. Dit zijn de gebieden waar de provincie het noodzakelijk en kansrijk acht dat grootschalige huisvestingslocaties tot ontwikkeling komen.
4 (11)
Kaart
Voorkeurszoekgebieden
Voor elk van de zoekgebieden is een eigen factsheet opgesteld die inzicht geeft in de voorgestelde begrenzing van het zoekgebied, eventuele concrete locaties waaraan wordt gedacht of initiatieven die er zijn en specifieke aandachtspunten en kansen bij verdere planvorming. Met de realisatie van grootschalige huisvestinglocaties in de veertien voorkeurszoekgebieden kan het tekort van 3.000 huisvestingsplekken voor buitenlandse werknemers in de Kop van Noord-Holland worden opgelost1. De provincie wil bij deze voorkeurszoekgebieden een actieve rol spelen in het tot ontwikkeling brengen van grootschalige huisvestinglocaties. Uiteraard afgestemd op de rol en positie van de gemeente. De provincie verkent nog hoe het vervolgproces voor elk van de voorkeurszoekgebieden er uit komt te zien. Deze processen worden afgestemd op de specifieke uitgangssituatie van het gebied. Uiteraard geldt voor alle gebieden dat een zorgvuldig participatieproces met (lokale) stakeholders doorlopen dient te worden. Ook vanuit de Omgevingswet is dat noodzakelijk. De niet-geselecteerde gebieden kunnen nog steeds geschikt zijn of tot ontwikkeling komen als locatie voor huisvesting van buitenlandse werknemers. Het staat initiatiefnemers en de gemeenten vrij om huisvesting op deze locaties mogelijk te maken. Uiteraard voor zover deze passen binnen de provinciale beleidslijnen.
De rol die de provincie daarbij inneemt, is meer reactief en toetsend van aard. 1
Gelet op de verwachte verdere toename van het aantal buitenlandse werknemers (op basis van het rapport van Decisio van april 2021) zal het in ieder geval nodig zijn om in de nabije toekomst nog meer locaties te realiseren.
5 (11)
1
Inleiding
1.1 Doel van het locatieonderzoek Buitenlandse werknemers zijn van groot belang voor de economie in de Kop van NoordHolland. Maar onderzoek wijst uit dat er een groot tekort is aan goede huisvesting voor buitenlandse werknemers in de Kop. Veel buitenlandse werknemers wonen nu op plekken die daarvoor niet geschikt of bestemd zijn. De komende jaren is voor minimaal 3.000 buitenlandse werknemers extra huisvesting nodig. De provincie Noord-Holland werkt samen met de gemeenten Den Helder, Hollands Kroon en Schagen in het voorzien van voldoende huisvesting. De gemeenten hebben de nodige inspanningen geleverd, maar dat leidt nog tot onvoldoende nieuwe logiesaccommodaties. Daarom pakt de provincie, parallel aan de inzet van de gemeenten, een actieve rol. In samenspraak met de gemeenten heeft de provincie Sweco de opdracht gegeven onderzoek te doen naar geschikte huisvestingslocaties. Het gaat om het zoeken naar tien tot twintig middelgrote (vanaf minimaal 100 plekken), permanente locaties in de Kop voor de huisvesting van in totaal zo’n 3.000 werknemers. De provincie is specifiek op zoek naar stategische locaties aan de randen van kernen en bestaande verstedelijking. Bij dit onderzoek zijn stakeholders (waaronder dorps- en wijkraden, bedrijven, huisvesters, werknemersvertegenwoordiging), bewoners en omwonenden actief betrokken.
Naast grootschalige locaties leveren nieuwe kleinschalige locaties ook een bijdrage aan het oplossen van het huisvestingsvraagstuk. Deze strategie wordt door de gezamenljike overheden nadrukkelijk ook ingezet (het is ook mogelijk binnen de bestaande regelgeving om op agrarische percelen huisvesting aan te bieden), maar zij valt buiten de scope van dit locatieonderzoek. Het onderzoek is begeleid door de ambtelijke projectgroep ’Huisvesting buitenlandse werknemers in de Kop van Noord-Holland’, waarin provincie, de drie gemeenten en Ontwikkelingsbedrijf Noord-Holland Noord zitting hebben. Iedere fase van het onderzoek is afgesloten met een bijeenkomst van de stuurgroep waarin bestuurders van provincie en de drie gemeenten zitting hebben. 1.2 Fasen in het onderzoek Het locatieonderzoek is uitgevoerd in drie fasen. Deze drie fasen zijn hieronder kort toegelicht. Fase 1 Oriëntatie en criteriabepaling Het onderzoek is gestart met een oriëntatie op de problematiek middels deskresearch en enkele interviews. Vervolgens zijn drie online bijeenkomsten georganiseerd met (vertegenwoordigers van) belanghebbenden, zoals dorps- en wijkraden, bedrijven en huisvesters. Daarin zijn zij geïnformeerd over de achtergrond van de opgave en is aan de hand van een aantal stellingen gediscussieerd over het gebruik van mogelijke criteria om geschikte locaties te bepalen.
Specifieke locaties zijn daarbij nadrukkelijk niet besproken. Fase 2 Verkenning potentiële locaties Op basis van de resultaten van fase 1 is een online enquête opgesteld. Naast algemene vragen over huisvesting van buitenlandse werknemers werd daarin gevraagd naar voorstellen voor specifieke locaties. Bewoners en bedrijven konden deze vragenlijst invullen. Tevens konden initiatiefnemers zich melden bij provincie en Sweco met voorstellen voor locaties. Op deze wijze is een groslijst met potentiële huivestingslocaties opgesteld. Daaraan is later door de onderzoekers in retrospectief een aantal locaties toegevoegd.
6 (11)
Figuur 1 geeft een schematisch overzicht van de verschillende stappen en resultaten in fase 2 en 3 van het onderzoek. Figuur 1
Overzicht onderzoekstappen en resultaten
Fase 3 Locatie-analyse kansrijke locaties De groslijst is beoordeeld op basis van door de stuurgroep vastgestelde criteria over geschiktheid en wenselijkheid. De criteria zijn mede gebaseerd op de resultaten van de uitgevoerde enquête en de bijeenkomsten met stakeholders. Dit heeft geresulteerd in een groslijst met locaties. Deze locaties zijn verder geanalyseerd op ontwikkelingsmogelijkheden. Op basis hiervan is een shortlist van kansrijke locaties voor huisvesting van buitenlandse werknemers opgesteld. Van daaruit zijn op basis van veldwerk veertien voorkeurszoekgebieden bepaald. Dit zijn de gebieden waar de provincie het noodzakelijk en kansrijk acht dat grootschalige huisvestingslocaties tot ontwikkeling komen.
7 (11)
2
Uitvoering onderzoek
In dit hoofdstuk geven we een meer gedetailleerde uitwerking van het onderzoek en enkele belangrijke onderzoeksresultaten. In de bijlagen zijn alle onderzoeksresultaten opgenomen. 2.1 Fase 1 Oriëntatie en criteriabepaling Interviews met vertegenwoordigers Er is een analyse van beschikbare onderzoeken uitgevoerd en er hebben verdiepende interviews plaatsgevonden met vertegenwoordigers van werkgevers en werknemers om meer inzicht in het vraagstuk en de woonwensen van buitenlandse werknemers te verkrijgen (zie bijlage 1). Online bijeenkomsten stakeholders Op 14 en 19 januari 2021 hebben drie online bijeenkomsten met stakeholders plaatsgevonden, waaraan diverse dorps- en wijkraden, belangenverenigingen, bedrijven, huisvesters en ondernemersorganisaties hebben deelgenomen. In totaal is er met 40 vertegenwoordigers gesproken. In bijlage 2 is het verslag van de drie bijeenkomsten opgenomen. De urgentie van het vraagstuk huisvesting buitenlandse medewerkers werd door de betrokken stakeholders onderschreven. De aanpak van de bijeenkomsten en de participatie werden gewaardeerd. Tijdens de drie bijeenkomsten is naar voren gekomen dat de gepresenteerde criteria niet als harde voorwaarden moeten worden toegepast in het onderzoek en dat ze onderling sterk samenhangen. Er werd door deelnemers gepleit voor maatwerkoplossingen.
Aangegeven werd dat het vraagstuk niet enkel als ruimtelijk vraagstuk te beschouwen is, maar dat het ook een sociaal-maatschappelijke opgave betreft. Waarden als leefbaarheid, kwaliteit van leven, (mede-)menselijkheid moeten daarom ook worden meegenomen. Er is daarnaast aandacht gevraagd voor een strategie met meerdere ‘sporen’: kleinschalige huisvestingslocaties bij agrarische bedrijven, middelgrote locaties en grotere locaties op of nabij bedrijventerreinen. Aangegeven is dat de koppeling moet worden gelegd met de locatie waar werknemers werken. Dagelijks woon-werkverkeer minimaliseren is belangrijker dan korte afstand naar voorzieningen voor primaire levensbehoeften. Ook wordt aandacht gevraagd voor kwaliteit van voorzieningen en het belang van het voorkomen van mogelijke overlast (bijvoorbeeld door toezicht en voorzieningen op de locatie). De resultaten van fase 1 zijn meegenomen in de uitvoering van de volgende fasen van het onderzoek. Dit betreft onder meer het zoeken naar maatwerk, een variatie in schaalgrootte van de locaties, aansluiten bij werklocaties en oog hebben voor toezicht op de locaties. 2.2 Fase 2 Verkenning potentiële locaties Online enquête Van 16 februari tot 16 maart 2021 konden inwoners en belangstellenden een online enquête invullen, via de online enquêtetool Maptionnaire.
De enquête is opgesteld in samenwerking met enkele deelnemers van de online bijeenkomsten en bevatte stellingen en vragen over de noodzaak en urgentie van het huisvestingsvraagstuk, mogelijke oplossingsrichtingen en algemene vragen over de ligging en inrichting van huisvestingslocaties. Tevens werden respondenten gevraagd om specifieke locaties op een kaartbeeld aan te wijzen die zij geschikt vonden voor huisvestingslocaties in de Kop.
8 (11)
Achtereenvolgens nabij hun woonplaats, in hun eigen gemeente, in de andere gemeenten en tot slot locaties voor echt grootschalige huisvestingslocaties. In het kaartbeeld werd aangeven waar in de huidige situatie sprake is van concentratie van werklocaties met veel buitenlandse werknemers. De informatie daarvoor is aangedragen door de projectgroep. Tot slot werd respondenten gevraagd naar aandachtspunten, risico’s en overige opmerkingen die zij in het onderzoek wilden meegeven. Via verschillende kanalen is de vragenlijst verspreid: de bewonersorganisaties, burgerpanels van de gemeenten, social media en persberichten. Ruim 1.300 respondenten hebben de vragenlijst ingevuld. De resultaten van de enquête zijn opgenomen in bijlage 3. Belangrijk resultaat uit het onderzoek is dat respondenten zich in beperkte mate bewust zijn van het belang van buitenlandse medewerkers voor de economie en de behoefte voor huisvesting: ongeveer een derde ziet die niet. Voor huisvesting gaat de voorkeur van respondenten uit naar kleinschalige locaties of een combinatie van kleinschalig en grootschaliger. Voor echt grote locaties, met meer dan 1.000 bedden, is nauwelijks draagvlak. Kwaliteit van voorzieningen (ontspanning, winkel) en voldoende toezicht zijn volgens respondenten voordelen van grotere locaties.
Daarentegen wordt angst voor overlast, criminialiteit en onveiligheid genoemd als mogelijke bedreiging. De voorkeur van respondenten gaat uit naar locaties op en bij bedrijventerreinen, in leegstaande gebouwen en nabij de werklocaties. In totaal zijn door de respondenten meer dan 3.000 suggesties gegeven voor grootschalige locaties. In kaart 1 is aangegeven in welke zones dat voornamelijk is gedaan. Kaart 1
Concentratiezones van voorgestelde locaties voor grootschalige huisvesting
9 (11)
Bij de voorgestelde locaties is aanvullend een analyse uitgevoerd waar, ten opzichte van de eigen woning, respondenten voorkeurslocaties hebben aangegeven. Dit is gedaan omdat het vraagstuk in potentie een hoog NIMBY-gehalte kent. Het zou dus kunnen zijn dat veel respondenten met name een locatie ver van hun eigen woonplaats of gemeente hebben voorgesteld. We hebben gesignaleerd dat dit nauwelijks een rol lijkt te hebben gespeeld bij voorstellen voor locaties: ook in de directe nabijheid van de eigen woonkern zijn in belangrijke mate locaties voorgesteld. Totstandkoming groslijst potentiële locaties De volgende stappen zijn doorlopen om vanuit de onderzoeksresultaten tot een groslijst van potentiële locaties te komen: 1) bij gemeenten en provincie bekende initiatieven voor grotere en permanente huisvestingslocaties zijn in de groslijst opgenomen. Hieraan zijn vervolgens nieuwe initiatieven toegevoegd, van initiatiefnemers die zich tijdens fase 1 en 2 via de provincie Noord-Holland of Sweco hebben gemeld. Daarnaast is ook een eerste inventarisatie gemaakt van locaties die in de online enquête zijn aangemerkt door respondenten. Daarbij is gekeken naar de reacties van respondenten die hebben aangegeven zakelijk betrokken te zijn bij het vraagstuk. Er is ook gezocht in de opmerkingen van respondenten op concrete initiatieven en/of vermelding van contactgegevens.
Dergelijke concrete initiatieven zijn opgenomen in de groslijst (deze worden met een ‘I’ aangeduid). In totaal telt de groslijst zeventien initiatieven; 2) in de kaartresultaten van de online enquête is per (woon)kern geïnventariseerd waar er duidelijke en specifieke clusters zijn ontstaan van locaties die door respondenten zijn aangegeven. Daarbij is in het bijzonder gekeken naar de gemaakte opmerkingen en argumentatie van de respondenten ten aanzien van de geschiktheid van een aangewezen locatie of zoekgebied. In gebieden of bij (woon)kernen waar relatief weinig locaties zijn aangewezen in de online enquête, is onderzocht of hier desondanks wel interessante locaties bij zaten. Geschikte locaties die uit deze verkenning naar voren kwamen, zijn vervolgens opgenomen in de groslijst (deze worden met een ‘E’ aangeduid). In totaal telt de groslijst 36 locaties die direct voortkomen uit de enquête; 3) later is op basis van een retrospectieve analyse een aantal locaties aan de groslijst toegevoegd. Reden hiervoor is dat er in een gebied of bij een (woon)kern relatief weinig locaties waren opgenomen op basis van de initiatieven en enquête.
Deze analyse is uitgevoerd door op basis van de vastgestelde toetsingscriteria (fase 3) te kijken naar locaties in het onderzoeksgebied die zeer geschikt lijken te zijn vanuit het oogpunt van de vastgestelde beoordelingscriteria (deze worden met een ‘R’ aangeduid). Veelal waren deze locaties door een enkele respondent ook al in de enquête voorgesteld. In totaal zijn vijf locaties aan de groslijst toegevoegd. Met het doorlopen van stap 1 tot en met 3 is een groslijst samengesteld van potentiële locaties voor huisvesting van tijdelijke werknemers, verspreid over de drie betrokken gemeenten. Kaart 2 geeft een overzicht van de regionale spreiding van de potentiële locaties. Spreiding is belangrijk om het woon-werkverkeer te minimaliseren en om bij de grootste werkclusters huisvesting te kunnen realiseren.
10 (11)
Kaart 2
Overzicht potentiële locaties
2.3 Fase 3 Locatie-analyse Beoordeling potentiële locaties De kansrijkheid van de potentiële locaties uit de groslijst is beoordeeld door toepassing van een afwegingsmatrix (‘trade-off matrix’). Hiervoor zijn nieuwe criteria opgesteld, die verschillen van de criteria in fase 1. De criteria in deze matrix zijn vastgesteld door de stuurgroep (zie bijlage 4). De criteria zijn een maatstaf voor de wenselijkheid en verwachte haalbaarheid van de voorgestelde locaties. De resultaten van de calls en enquête hebben in belangrijke mate meegewogen bij de bepaling van de criteria. Dit geldt ook voor het provinciaal omgevingsbeleid. Voor nieuwe verstedelijking, zoals logiesaccommodaties, is dat deze gericht is op het aansluiten bij bestaand stedelijk gebied, op goed bereikbare locaties buiten kwetsbaar landschap en natuurgebieden. De mogelijke scores per criterium zijn weergegeven in tabel 1. In bijlage 5 is de toekenning van de scores voor elk van de locaties inzichtelijk gemaakt.
11 (11)
Tabel 1
Criteria kansrijkheid en mogelijke scores trade-off matrix Buiten BPL/NNN
Beoordeling
binnen BPL / NNN gebied
0
in woongebieden/dorpen of op ruime afstand daarvan, of op niet geschikte bedrijventerreinen: milieucat 4 en >
buiten de hittegebieden
2 3
buiten de aangegeven niet aan A- of Nwerklocaties wegen
binnen de aangegeven werklocaties
op geschikte bedrijventerreinen
1
7
Ligging t.o.v. Voorkeurslocatie Beschikbaarheid Bij werklocaties Bereikbaarheid woongebieden en enquête grond bedrijven-terreinen
nabij woongebieden
in periferie van de hittegebieden
nabij geschikte bedrijventerreinen
in de kern van de hittegebieden
nabij clusters binnen de aangegeven werklocaties
nabij A- of N-wegen
geen initiatief bekend, geen publieke gronden die in aanmerking kunnen komen geen initiatief bekend, wel publieke gronden die in aanmerking kunnen komen initiatief(nemer) die beperkt grond heeft of kan verwerven initiatief(nemer) die voldoende grond heeft of kan verwerven
buiten BPL / NNN gebied
In een trade-off matrix zijn de potentiële locaties beoordeeld op de zes criteria. De beoordeling is in zekere mate een momentopname. Een criterium als ligging buiten BPL (Bijzonder Provinciaal Landschap) en NNN (Natuurnetwerk Nederland) gaat niet snel veranderen, maar een score op het criterium ‘beschikbaarheid grond’ kan wel veranderen indien een initiatiefnemer met gronden zich aandient. Kansrijke locaties De cijfermatige onderbouwing van de trade-off matrix geldt als vertrekpunt van de analyse, maar geldt niet als scherprechter in de afweging van kansrijk of niet. In eerste instantie zijn de locaties met de hoogste score (14 en hoger) nader bestudeerd. Later zijn daar, met het oog op regionale spreiding, enkele locaties met een lagere score aan toegevoegd. De kwantitatieve analyse uit de trade-off matrix is verrijkt met een kwalitatieve beschouwing van deze locaties. Daarbij zijn aspecten meegenomen als landschappelijke en stedelijke inpassing, woningbouwprogramma’s, voldoende ruimte voor bedrijvigheid en (leef)milieu. Hiervoor heeft op het gebied van stedenbouw, landschap, mobiliteit, economie en ruimtelijke ordening afstemming plaats gevonden met provincie en gemeenten. Op deze wijze is maatwerk in de analyse aangebracht. Voor elk van de locaties hebben we bepaald of het inderdaad een kansrijke locatie kan zijn.
Het kan bijvoorbeeld zijn dat al andere ruimteclaims gelden voor het gebied of dat de huisvesting zich moeilijk verenigt met andere planvormingsprojecten. Daarbij is een check uitgevoerd met de RES-zoekgebieden, regionale samenwerkingsafspraken en plancapaciteitsmonitor woningbouw. Zo ontstaat een iteratief proces waarin stapsgewijs naar een optimale verdeling van kansrijke locaties is toegewerkt. Dat heeft ertoe geleid dat twee van de oorspronkelijk hoger scorende locaties alsnog niet zijn opgenomen in de lijst met kansrijke locaties en twee lager scorende locaties wel zijn toegevoegd. Het resultaat is een shortlist van 25 kansrijke locaties. Deze 25 locaties zijn in bijlage 5 op kaart ingetekend. Overigens kunnen locaties die de selectie van kansrijke locaties niet gehaald hebben vanwege de score op de vastgestelde criteria, in potentie wel interessant zijn, maar worden zij in dit onderzoek verder buiten beschouwing gelaten.
12 (11)
Voorkeurszoekgebieden Vervolgens zijn de kansrijke locaties nader beschouwd tijdens een gebiedsbezoek. In dit gebiedsbezoek is gekeken naar onder meer de aansluiting op bestaande (woon)kernen, de mogelijkheden om een goed woon- en leefklimaat te kunnen borgen, de landschappelijke en stedenbouwkundige inpassingsmogelijkheden en de ligging ten opzichte van werklocaties en de bereikbaarheid. Hierdoor zijn zoekgebieden concreter geworden of juist verbreed. Op basis van de bevindingen uit het gebiedsbezoek zijn veertien voorkeurszoekgebieden aangewezen, waarbinnen de realisatie van een huisvestingslocatie kansrijk en noodzakelijk wordt geacht door de provincie. Met de voorkeurszoekgebieden wordt invulling gegeven aan de wens om de locaties regionaal te spreiden en op lokaal niveau vraag en aanbod af te stemmen. De voorkeurszoekgebieden zijn ingetekend in kaart 3. De voorkeurszoekgebieden zijn aangewezen per kern, en variëren van een concreet initiatief of perceel tot een breder zoekgebied met potentiële locaties. De capaciteit per locatie kan variëren en is onderdeel van verdere planvorming. In de veertien voorkeurszoekgebieden tezamen kan naar verwachting huisvesting geboden worden aan circa 3.300 buitenlandse werknemers. Kaart 3
Voorkeurszoekgebieden
13 (11)
Factsheets Van de veertien voorkeurszoekgebieden zijn factsheets opgesteld. Deze zijn in bijlage 6 opgenomen. Indien het voorkeurszoeksgebied een concreet initiatief betreft, is de locatie nauwkeurig in kaart ingetekend. Wanneer het geen concreet initiatief betreft, is het voorkeurszoekgebied ruimer ingetekend. In een planproces met lokale stakeholders dient een verdere detaillering plaats te vinden. De ingetekende zoekgebieden dienen daarbij als leidraad. In de factsheets zijn korte omschrijvingen van de voorkeurszoekgebieden opgenomen, de status van de locatie en, indien bekend, de capaciteit en voorzieningen waaraan gedacht wordt. Tevens worden locatiespecifieke kansen en aandachtspunten benoemd waarmee bij de verdere planvorming van de locatie rekening gehouden dient te worden. Deze hebben bijvoorbeeld betrekking op riolering, landschappelijke inpassing, het woon- en leefklimaat en toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen.
14 (11)
3
Vervolg
Met deze locatie-analyse heeft de provincie in nauwe samenwerking met gemeenten en met participatie en input van een breed samengesteld en groot aantal stakeholders een overzicht opgesteld van veertien voorkeurszoekgebieden die zij kansrijk en noodzakelijk acht voor de ontwikkeling van grootschalige huisvesting voor buitenlandse werknemers. Met de realisatie van grootschalige huisvestinglocaties in de veertien voorkeurszoekgebieden kan het huidige tekort van 3.000 huisvestingsplekken voor buitenlandse werknemers in de Kop van Noord-Holland worden opgelost. De provincie vindt het noodzakelijk dat in de voorkeurszoekgebieden grootschalige huisvestingslocaties tot ontwikkeling komen. Daarom wil zij, zo nodig, bij deze voorkeurszoekgebieden een actieve rol spelen in het tot ontwikkeling brengen van grootschalige huisvestinglocaties. Uiteraard afgestemd op de rol en positie van de gemeente. Deze rol kan per voorkeurszoekgebied verschillen. De provincie verkent nog hoe het vervolgproces voor elk van de veertien voorkeurszoekgebieden er uit komt te zien. Deze processen worden afgestemd op de specifieke uitgangssituatie van het gebied. In zijn algemeenheid geldt dat de provincie samen met (lokale) stakeholders voor elk van de voorkeurszoekgebieden op zoek wil gaan naar mogelijke concrete locaties.
Per zoekgebied kunnen de locaties vervolgens nader worden vergeleken op basis van criteria als verkeersstromen, landschappelijke en stedenbouwkundige inpassing, woon- en leefmilieu. Op basis daarvan ontstaat er binnen een zoekgebied een concrete voorkeurslocatie die verder tot ontwikkeling kan worden gebracht. Uiteraard geldt voor alle voorkeurszoekgebieden dat een zorgvuldig participatieproces met (lokale) stakeholders doorlopen dient te worden. Ook vanuit de Omgevingswet is het noodzakelijk dat de participatie op een goede manier vorm blijft krijgen. De niet-geselecteerde gebieden kunnen nog steeds geschikt zijn of tot ontwikkeling komen als locatie voor huisvesting van buitenlandse werknemers. Het staat initiatiefnemers en de gemeenten vrij om huisvesting op deze locaties mogelijk te maken. Uiteraard voor zover deze passen binnen de provinciale beleidslijnen. Het kan bijvoorbeeld zijn dat gemeenten andere criteria of perspectieven hanteren ten aanzien van minimale schaalgrootte en tijdelijkheid van de locatie dan de provincie. Vanuit deze andere (gemeentelijke) uitgangspunten kan een initiatief toch wenselijk en haalbaar worden. De rol die de provincie daarbij inneemt, is meer reactief en toetsend van aard.
15 (11)
Bijlage 1
Memo verkenning interviews
Memo interviews verkenning Onderwerp: Verslag interviews locatie-onderzoek huisvesting buitenlandse medewerkers Kop van Noord-Holland Projectnummer: 376127 Datum: 03-02-2021
Verslaglegging van de belangrijkste bespreekpunten en inzichten. Interviews afgenomen door Max Visser.
1
Interview Expertisecentrum Flexwonen, d.d. 6 januari 2021
Interview met Johan van der Craats en Wim Reedijk. Typering buitenlandse werknemers De Kop · Het gaat met name om werknemers in de agrarische sectoren, maar sectoren als distributie en logistiek zijn ook vertegenwoordigd. In heel Nederland komen de techniek en bouw komen steeds meer op als sectoren waarin buitenlandse werknemers werken, en ook de zorg is in opmars (voor werknemers uit ZuidEuropa). · Voornaamste motief om hier te komen werken is het genereren van inkomen. In de startfase komen arbeidsmigranten bijna altijd via werkgevers aan huisvesting (op eigen terrein, via uitzendbureaus etc.). Sommige werkgevers huren professionele huisvesters in. · Bijna 50% van de arbeidsmigranten is inmiddels vrouw. · Herkomst buitenlandse werknemers betreft nu nog hoofdzakelijk Oost-Europa, maar een verschuiving richting Oekraïense vindt al plaats, in de toekomst misschien zelfs Azië. In Oost-Europa draaien economieën steeds beter en Duitsland vormt een belangrijke concurrent in het aantrekken van Oost-Europese werknemers. Urgentie voor de economie · Voor werkgevers wordt het steeds lastiger om buitenlandse werknemers aan zich te binden, zeker voor werknemers aan onderkant van het loongebouw. Naast de hoogte van het salaris, vormt huisvesting een belangrijke (secundaire) arbeidsvoorwaarde die de keuze voor een werklocatie bepaald.
Slechte woonomstandigheden kunnen de doorslag geven in de uiteindelijke keuze. · De Kop heeft als regio geen goede naam op het gebied van huisvesting. Over het algemeen heerst het beeld dat het slecht is georganiseerd. Die beeldvorming gaat een aantrekkende werking van buitenlandse werknemers tegen. · Werkgevers waarderen over het algemeen het hoge arbeidsethos van buitenlandse werknemers. Woonwensen buitenlandse werknemers & integratie · Landelijk gezien is de verdeling: circa 40% mid-stay (1 à 3 jaar) en 30% long-stay (langer dan 3 jaar), overige 30% is short stay. Short-stayers bouwen niet snel binding op, mensen die langer blijven zoeken vaak eigen huisvesting en ook lokale contacten (o.a. kerk, sportclub). Short-stayers weten nog niet hoe hun toekomst eruitziet; bij hen speelt eerst de vraag ‘bevalt dit avontuur?’. Hoe meer perspectief voor buitenlandse werknemers er is, hoe groter de behoefte om te integreren. · Naarmate werknemers langer verblijven in Nederland, spreken zij ook beter Nederlands. · Aandachtspunt bij onderzoeken woonwensen is dat hiervoor vaak long-stayers worden ondervraagd, die vaak een eigen reguliere woning willen. Sweco Robijnstraat 11 1812 RB Alkmaar Postbus 214 1800 AE Alkmaar
T +31 88 811 66 00 www.sweco.nl
Sweco Nederland B.V. Handelsregister 30129769 Statutair gevestigd te De Bilt
Max Visser Adviseur M +31 6 51 38 05 33 max.visser@sweco.nl 1 (4)
·
2
Dat kan een vertekend beeld geven van de woonwensen, short-stayers hebben over het algemeen juist behoefte aan een grootschaligere huisvestingslocatie. Een eigen slaapkamer en eigen keuken worden gewaardeerd door buitenlandse werknemers.
Interview NLJobs, d.d. 7 januari 2021
Interview met Richard Singendonck, directeur vastgoedbedrijf uitzendbureau NLJobs, eigenaar van het Logiescentrum Agriport A7. Typering buitenlandse werknemers De Kop · Gaat veelal om jonge mensen, hoewel alle leeftijdsgroepen vertegenwoordigd zijn. Momenteel is Polen voornaamste herkomstland, maar afgelopen twee jaar is dit al behoorlijk verschoven naar andere herkomstlanden (o.a. Roemenië). Drie jaar geleden was nog ruim 90% Pools, nu is dat minder dan 50%. · In logiesaccommodaties is de meerderheid van de bewoners naar Nederland gekomen als stel en/of kent al vrienden of bekenden die hier wonen en werken. · Bij NLJobs maakt ruim 75% van de buitenlandse werknemers gebruik van de huisvestingsopties die NLJobs aanbiedt, vaak in ieder geval voor de eerste jaren. De overige 25% zoekt samen met vrienden of met partner naar een woning op de reguliere woningmarkt, vaak bij de wens om zich hier voor de langere termijn te vestigen. Voornaamste reden is meer vrijheid, omdat er dan geen toezicht is door NLJobs. · Gros van de buitenlandse werknemers gaat ieder jaar een aantal maanden of weken terug naar het land van herkomst, om daarna weer terug te keren. Het verblijf in Nederland wordt daardoor vaak onderbroken met een korte periode.
Aandachtspunten logiesaccommodaties · Voor huisvesters is beheer en begeleiding van de bewoners beter en gemakkelijker te organiseren bij een grotere locatie. Voorbeeld: voor een locatie met 80 personen kan geen 24/7 beheer worden geregeld, omdat dit te duur wordt. 300 personen is een globale ‘ondergrens’ gebleken. Bij grotere locaties zijn beheerplannen uitgewerkt, waarbij klachten uit de omgeving kunnen worden gemeld en opgelost. De begeleiding en aanwezigheid van een aanspreekpunt, die bewoners ook op weg kan helpen in Nederland hun weg te vinden, wordt erg gewaardeerd door bewoners. · Nationaliteiten worden bij voorkeur niet gemengd op de kamers, zodat huisgenoten elkaars taal spreken. Bewoners met dag- en nachtdiensten worden ook niet gemengd bij voorkeur. · Logiescentra hebben ook de voorkeur van arbeidsmigranten. Bij NLJobs gaat het voornamelijk om tweepersoonsslaapkamer, voor een stel of vaak twee vrienden/bekenden. · Mond-tot-mondreclame vormt een belangrijke factor bij de werving van nieuwe werknemers voor NLJobs. · Handhaving is momenteel een issue: gemeenten maken nieuwe huisvestingslocaties niet mogelijk, maar handhaven vervolgens stringent, ook in situaties waarin geen sprake is van overlast. In reguliere woningen mogen in veel gemeenten nog maximaal 3 personen gehuisvest zijn.
2 (4)
· ·
·
In Logiescentrum Agriport A7 gaat 70% van de bewoners op de fiets naar het werk. Voor grotere afstanden zijn ook personenauto’s op de locatie aanwezig, waarmee de bewoners gezamenlijk naar het werk kunnen reizen bij grotere afstanden. Tijdelijke vergunningen (bijvoorbeeld 10 jaar) zijn onwenselijk voor huisvesters, die maken de business case onmogelijk doordat bij regulier vastgoed de afschrijfperiode 30 jaar is. Er mag maximaal 25% van het minimumloon worden ingehouden voor de huur, daarmee kunnen tijdelijke locaties niet worden rondgerekend. Een planologische bestemming ‘arbeidsmigranten’ kan veel onduidelijkheid en gedoe voorkomen, omdat de categorie vaak overal tussen valt (geen hotel/pension, geen woningen, niet enkel short stay etc.).
Woonwensen buitenlandse werknemers & integratie · De belangrijkste woonwensen van buitenlandse werknemers zijn: o Woonkwaliteit en ruimte in woonomgeving. o Mogelijkheid om met partner of vriend/bekende te wonen. o Goed internet o Zelf kunnen koken op kamer of in collectieve keukens (geen centrale maaltijdenservice) o Niet te ver van werklocatie af. · Sportvoorzieningen zijn onderdeel van logiesaccommodaties, maar worden over het algemeen niet erg veel gebruikt. · Taallessen worden in logiesaccommodaties NLJobs vaak georganiseerd, in samenwerking met werkgevers. Dit is vaak ook gericht op jargon, bijvoorbeeld ‘tomatentaal’. · In logiescentra met een winkeltje met buitenlandse producten wordt deze voorziening erg gewaardeerd, tenzij er in de nabije omgeving als Poolse en/of Roemeense winkeltjes zijn. In het Logiescentrum Agriport A7 zijn er ook pendelbusjes naar het winkelcentrum, maar hier wordt weinig gebruik van gemaakt.
3
Interview FNV, d.d. 13 januari 2021
Interview met Bart Plaatje, campagneleider huisvesting buitenlandse werknemers bij FNV ‘Kwestie van Beschaving’ (https://kwestievanbeschaving.nl/ ). Typering buitenlandse werknemers De Kop · Polen vormen de voornaamste groep, maar er vindt een verschuiving plaats. Zo komen mensen uit het noorden van Polen al niet meer naar Nederland, omdat de lonen daar nu hoger liggen. Mensen uit het zuiden van Polen komen nog wel, maar zij kennen vaak generatielange armoede, met soms ook trauma’s, verslavingsproblematiek etc. Verder vormen Roemenen een belangrijke groep. In de distributie, logistiek en techniek, wordt basiskennis van het Engels steeds belangrijker. In deze sectoren worden bijvoorbeeld relatief hoger opgeleide Polen, Spanjaarden en Portugezen ingezet. · In de Kop heeft de agrarische sector de overhand in de behoefte aan buitenlandse werknemers, maar daarnaast ook de logistiek en magazijn- en sorteerwerk ondersteunend aan de agrarische sector.
3 (4)
Aandachtspunten logiesaccommodaties ·
·
·
FNV is in 2019 gestart met de campagne huisvestingen buitenlandse werknemers naar aanleiding van misstanden gerapporteerd in de media en individuele meldingen. Huisvesting wordt als een grootste prioriteit gezien om levensomstandigheden buitenlandse werknemers te verbeteren. Een scheiding tussen arbeidsovereenkomst en huurovereenkomst is essentieel, om te voorkomen dat de huisbaas of de huurbaas is. Het is momenteel erg lastig voor buitenlandse werknemers om uit het ‘systeem’ te geraken. Bij een gecombineerd arbeids- en huisvestingscontract wordt dreigende dakloosheid als grote angst ervaren. Probleem is dat arbeidsmigranten vaak niet staan ingeschreven bij de gemeente. Dit is verplicht bij een verblijf langer dan 4 maanden, maar gebeurt dan ook vaak niet. Uitzendbureaus hebben dit liever niet, bijvoorbeeld door gebruikt wordt gemaakt van ‘spookpanden’ (reguliere woningen, loodsen) waar geen vergunning voor is. Registratie is belangrijk voor de zichtbaarheid van buitenlandse werknemers en op grotere huisvestingslocaties is dit goed te organiseren. In WestFriesland is draagvlak gecreëerd met het principe ‘voor elk bed voor een buitenlandse werknemer, een woning in een reguliere woonwijk voor de bestaande bevolking’. Grotere huisvestingslocaties hebben de voorkeur van FNV, omdat daarbij beheer en meer voorzieningen en faciliteiten geboden kunnen worden.
Met name voor jonge mensen heeft dit de voorkeur. Ook registratie en monitoring kunnen beter worden georganiseerd op een grotere locatie.
Woonwensen buitenlandse werknemers & integratie · De belangrijkste woonwensen van buitenlandse werknemers zijn (in volgorde van prioriteit): o Per persoon een eigen slaapkamer (gedeelde slaapkamers wordt als zwaar ervaren) o Niet teveel bewoners op één wasmachine (maximaal 6). o Max. 6 personen op één keuken. o Aanspreekpunt/beheerder op de locatie o Dichtbij werk: fietsen heeft voorkeur · Bij wens om zich langer/permanent te vestigen heeft een woning in een reguliere woonwijk de voorkeur. In West-Friesland zijn er positieve ervaringen met ‘sluishuizen’: een eigen woning op terrein van de logiescentra, als ‘proefperiode’ en om ervoor te zorgen dat bewoners niet op straat komen, als bijvoorbeeld hun arbeidscontract afloopt. · Een ‘stakeholderraad’ bij een grootschalige locatie, voor overleg tussen de arbeidsmigranten zelf, de gemeente, de omgeving en de uitzender/werkgever, is aan te bevelen. · Een Poolse mis is een van de voorzieningen die erg gewaardeerd wordt door buitenlandse werknemers. Daarnaast worden sportvoorzieningen locatie, of sportscholen of – verenigingen in de buurt, gewaardeerd. Informatievoorziening via de receptie van een logiescentrum over voorzieningen in de omgeving is belangrijk.
4 (4)
Bijlage 2
Besprekingsverslag online bijeenkomsten stakeholders
Besprekingsverslag Onderwerp: Online bijeenkomsten locatieonderzoek huisvesting buitenlandse medewerkers Den Helder, Hollands Kroon en Schagen Datum: 26 januari 2021 Projectnummer: 376127 Referentienummer: 20210122 Besprekingsverslag online bijeenkomsten (concept) Plaats en datum bespreking: Microsoft Teams, 14 en 19 januari 2021
Samenvatting De urgentie van het vraagstuk huisvesting buitenlandse medewerkers wordt door de stakeholders onderschreven. De aanpak van de bijeenkomsten en de participatie worden gewaardeerd. Tijdens de drie bijeenkomsten is naar voren gekomen dat de gepresenteerde criteria niet als harde voorwaarden moeten worden toegepast in het onderzoek en dat ze onderling sterk samenhangen. Er wordt door deelnemers gepleit voor maatwerkoplossingen. Het vraagstuk is niet als enkel ruimtelijk vraagstuk te beschouwen, maar kent ook een sociaal-maatschappelijke opgave. Waarden als leefbaarheid, kwaliteit van leven, (mede-)menselijkheid etc. moeten ook worden meegenomen. Er is daarnaast aandacht gevraagd voor een strategie met meerdere ‘sporen’: kleinschalige huisvestingslocaties bij agrarische bedrijven, middelgrote locaties en grotere locaties op of nabij bedrijventerreinen. Aangegeven is dat meer de koppeling moet worden gelegd met de locatie waar werknemers werken. Dagelijks woon-werkverkeer minimaliseren is belangrijker dan korte afstand naar voorzieningen voor primaire levensbehoeften. Ook wordt aandacht gevraagd voor kwaliteit van voorzieningen en het belang van het voorkomen van overlast (bijvoorbeeld door toezicht en voorzieningen op de locatie).
1
Achtergrond
De provincie Noord-Holland en de gemeenten in de Kop van Noord-Holland (Den Helder, Hollands Kroon en Schagen) willen de komende jaren samen zorgen voor extra huisvesting voor tijdelijke buitenlandse werknemers. Met deze samenwerking hopen de provincie en de gemeenten, samen met de omgeving, een oplossing te vinden voor de huisvestigingsproblematiek van deze werknemers die hard nodig zijn voor de economie van De Kop. In dit kader wordt het onderzoek ’zoeklocaties voor de huisvesting van buitenlandse werknemers’ uitgevoerd. Het ingenieurs- en adviesbureau Sweco voert dit onderzoek in opdracht van de provincie Noord-Holland uit. Als onderdeel van fase 1 van het locatieonderzoek waarin criteria voor geschikte locaties centraal staan, zijn diverse (vertegenwoordigers) van de diverse belanghebbenden uitgenodigd voor drie bijeenkomsten op 14 en 19 januari 2021.
2
Deelnemers online bijeenkomsten
De volgende aanwezigen nemen deel namens de provincie Noord-Holland en Sweco: · Hans Groot – Programmamanager huisvesting buitenlandse werknemers Kop NH (provincie Noord-Holland) · Peter Bergmans – Projectleider en gespreksleider online bijeenkomsten (Sweco) · Margriet Snaaijer – Omgevingsmanager (Sweco) · Max Visser – Adviseur huisvesting (Sweco) Daarnaast zijn de bijeenkomsten bijgewoond door ambtenaren van de gemeenten Hollands Kroon, Den Helder en Schagen, die zitting hebben in de begeleidingsgroep. In de bijlagen is
Sweco Robijnstraat 11 1812 RB Alkmaar Postbus 214 1800 AE Alkmaar
T +31 88 811 66 00 www.sweco.nl
Sweco Nederland B.V. Handelsregister 30129769 Statutair gevestigd te De Bilt 1 (8)
het overzicht opgenomen van de organisaties die aan de bijeenkomsten hebben deelgenomen.
3
Urgentie en aanpak vraagstuk
Tijdens de bijeenkomst is de urgentie van het vraagstuk nader toegelicht (zie bijlage presentatie). Buitenlandse werknemers zijn noodzakelijk voor de Noord-Hollandse economie. Het huisvesten van deze groep (tijdelijke) werknemers is echter steeds lastiger. Alleen al in de Kop van Noord-Holland is in de gemeenten Den Helder, Hollands Kroon en Schagen een tekort van circa 3.000 logiesplekken. De verwachting is dat dit tekort de komende jaren nog verder zal oplopen. De provincie en gemeenten werken samen aan een oplossing. Daarin wordt ook gekeken naar kleinschalige locaties. Mede omdat het tekort aan huisvesting naar verwachting niet alleen met kleinschalige locaties kan worden ingevuld, wordt ook gekeken naar geschikte middelgrote locaties (circa 200– 300 logiesplekken) voor de huisvesting van buitenlandse medewerkers. Het locatieonderzoek focust daarop. Door deelnemers wordt de problematiek en de urgentie herkend en onderschreven. Vervolgens is een toelichting gegeven op de buitenlandse werknemers in de Kop van Noord-Holland en de huidige huisvesting. Daarnaast is een aantal voorbeelden van middelgrote locaties getoond. Het voorlopige voorstel van de projectgroep voor de criteria waaraan de zoeklocaties moeten voldoen is besproken. Deze criteria liggen niet vast, maar zijn bedoeld als startpunt voor het gesprek.
Voorgesteld wordt goed te kijken naar waarom initiatieven (ook elders in Nederland) niet goed van de grond komen.
4
Reacties op criteria
Samenvatting Als rode draad in de gesprekken kwam naar voren dat maatwerk voor het oplossen van het vraagstuk gewenst is. De stakeholders vinden het belangrijk dat gekeken wordt naar de relatie tussen wonen en werken. De voorgestelde criteria hangen sterk samen en worden niet alle als even urgent ervaren. Ze zouden niet te strak moeten worden gehanteerd. De stakeholders benadrukken een strategie met meerdere lijnen: kleinschalig en grootschalig, waarbij het aantal personen per huisvestingslocatie varieert tussen kleinschalige locaties, middelgrote locaties van 200-300 personen en eventueel nog grotere locaties bij werkclusters met uitgebreide voorzieningen en faciliteiten. Aangegeven wordt meer nadrukkelijk een koppeling te maken met de locaties waar wordt gewerkt. Het vraagstuk wordt door deelnemers niet alleen als een ruimtelijk vraagstuk gezien, maar ook als sociaalmaatschappelijke opgave. Belangrijke waarden zijn leefbaarheid voor buitenlandse werknemers en omwonenden, beheer, toezicht, aanspreekpunt, voorzieningen in de nabijheid en een goede landschappelijke inpassing. Tijdens de bijeenkomsten zijn de voorlopige criteria voor de zoeklocaties voorgelegd aan de deelnemers. Hieronder volgt een weergave van de opmerkingen en aandachtspunten die per besproken criterium aan bod zijn gekomen.
Per locatie 200 à 300 personen Dit criterium wordt door veel deelnemers goed bevonden voor een middelgrote locatie nabij grotere woonkernen. Daarnaast wordt ervoor gepleit om ook in te zetten op kleinschalige huisvestingslocaties op terrein van agrariërs en bij bedrijven (‘slapen bij de baas’), waarbij een ‘ondergrens’ niet nodig is. Huisvesters geven aan dat bij (middel)grote huisvestingslocaties 300 personen een ondergrens is om 24/7 beheer en toezicht goed te
2 (8)
regelen en voldoende voorzieningen voor de bewoners te kunnen bieden. Er wordt door stakeholders aangegeven dat in de zoektocht ook geredeneerd moet worden vanuit de locaties en clusters van bedrijven waar behoefte is aan buitenlandse werknemers, om onnodige verkeersbewegingen dwars door de regio of daarbuiten te voorkomen. Beheersbaarheid en veiligheid zijn belangrijke randvoorwaarden voor een middelgrote locatie. Ook wordt aangegeven dat registratie van belang is. Aandeel maximaal 10% van aantal inwoners kern Een percentage van maximaal 10% wordt voor de kleinere woonkernen met minder dan 2.000 inwoners te hoog bevonden, omdat dit te grote druk geeft op een (dorps)gemeenschap. Er wordt aangegeven dat dit criterium een vertekend beeld kan geven, omdat in een aantal kernen dit aandeel nu al wordt behaald op kleinschalige locaties bij agrariërs op het erf. Voor een zuivere beoordeling moet het huidige percentage buitenlandse werknemers ook in kaart gebracht worden. Voor de grotere kernen kan de meerderheid van de stakeholders zich in dit criterium vinden, met de kanttekening dat dit criterium niet zou moeten gelden voor kleinschalige oplossingen bij bedrijven en agrariërs. Ook wijzen de stakeholders op piekmomenten in het jaar door seizoensarbeid; het huidige aandeel van buitenlandse werknemers wisselt nu al sterk door het jaar heen.
Huisvesters en bedrijven vragen zich af of een dergelijk criterium niet te beperkend werkt voor de middelgrote locaties: hoe groter de locatie, hoe beter beheer, toezicht en voorzieningen zijn te realiseren. Met een grotere schaalgrootte kan daardoor overlast voor de omgeving beter beperkt worden. Aangeraden wordt om bij locaties een klankbordgroep met de gemeente en betrokkenen vanuit de omgeving mee te nemen. Minimaal kern van 2.000 inwoners Een middelgrote locatie past volgens de meerderheid van de stakeholders niet bij een woonkern met minder dan 2.000 inwoners. In grotere kernen en de steden Schagen en Den Helder wordt meer draagvlak verwacht voor dergelijke locaties. Er wordt ook aangegeven dat de aanwezigheid van voorzieningen in de nabijheid belangrijk is, tenzij er op de locatie zelf voorzieningen aangeboden kunnen worden. De deelnemers pleiten veelal voor ‘passende oplossingen’ en maatwerk, met meer kleinschaligheid en ligging nabij clusters van bedrijven die buitenlandse werknemers nodig hebben. Daarbij zijn de landschappelijke inpassing en vormgeving van de locatie ook bepalend voor de mate waarin een locatie wenselijk is.
Afstand 2 km tot supermarkt/winkel voor eerste levensbehoeften Er worden vraagtekens gesteld door een aantal stakeholders bij dit criterium: afstanden groter dan 2 km tot de dichtstbijzijnde supermarkt of winkel zijn in de kleinere kernen gebruikelijk. Over het algemeen wordt 2 km tot een supermarkt als acceptabele afstand ervaren. Indien dit niet mogelijk is, dient er op de locatie zelf een kleine winkelvoorziening te worden georganiseerd. Door de meerderheid van de deelnemers wordt aan dit criterium niet de hoogste prioriteit toegekend. Buiten voor het landschap en natuur waardevolle gebieden plaatsen De meeste deelnemers geven aan dat natuurgebieden (Natura 2000 en NNN) buiten de zoekgebieden moeten vallen. Voor het Bijzonder Provinciaal Landschap ziet een aantal stakeholders wel mogelijkheid om dit niet op voorhand uit te sluiten, omdat de zoekgebieden anders erg beperkt worden. Randvoorwaarde daarbij is een goede landschappelijke inpassing: een locatie mag niet leiden tot ‘verdozing’ en aantasting van het karakteristieke landschap of de waardevolle natuur. Ook maatwerk geldt hier als
3 (8)
sleutelwoord. Weerstand van de huidige bevolking tegen bouwen in waardevol landschap wordt als aanzienlijk risico benoemd. Aanvullende criteria De deelnemers hebben de volgende aanvullende criteria voor de zoeklocatie benoemd: · Goede bereikbaarheid en ontsluiting, nabij A- en N-wegen; · ‘Nabijheidsprincipe’: huisvesting in de buurt van clusters van bedrijven(clusters) waar vraag naar buitenlandse werknemers: ‘Slapen bij de baas’ geniet de voorkeur, aangevuld met grotere locaties nabij bedrijven(clusters) als Agriport, Vezet in Warmenhuizen en clusters van tuinders en bollenkwekers; · Voorkomen van verkeersbewegingen (fietsafstand tot werklocaties); · Aansluiten bij woonwensen van buitenlandse werknemers; · Borgen mogelijkheden tot sociale interactie en integratie met huidige bevolking, voor locaties in of nabij de (kleinere) kernen (bij wens van buitenlandse werknemers om zich hier permanent te vestigen); · Duurzaamheid en flexibiliteit op langere termijn: de huisvesting moet bij een kentering in de vraag naar arbeid ook voor reguliere huisvesting kunnen worden ingezet (bijvoorbeeld voor starters). Overige mogelijk kansrijke locaties · Bedrijventerreinen: Huisvesting op of nabij bedrijventerreinen levert wisselende reacties op. Enerzijds benoemen de stakeholders dat bedrijventerreinen in het algemeen geen prettige en veilige woonomgevingen zijn.
Voorkomen dient te worden dat buitenlandse werknemers zich ‘weggestopt’ voelen. Anderzijds zien de stakeholders kansen voor middelgrote en grote huisvestingslocaties op/bij bedrijventerreinen, waar bedrijven gevestigd zijn die vraag hebben naar buitenlandse werknemers, zoals het huidige logiescentrum Agriport. Voorwaarden hierbij zijn dat het gaat om bedrijventerreinen met een lage milieucategorie en locaties waar toezicht, beheer en (gemeenschappelijke) voorzieningen kunnen worden gerealiseerd. · Vakantieparken: Door de deelnemers wordt huisvesting op vakantieparken over het algemeen als niet kansrijk of wenselijk ervaren, omdat de vakantieparken bedoeld zijn voor recreanten en toeristen. Aangegeven wordt dat dit zou kunnen leiden tot de ontwikkeling van nieuwe vakantieparken elders. Bij verouderde vakantieparken wordt de kwaliteit van de huisvesting als ondermaats beschouwd om buitenlandse werknemers blijvend te huisvesten. · Grote leegstaande gebouwen en lege plekken in de kernen: De deelnemers beschouwen grote leegstaande gebouwen en lege plekken in de woonkernen over het algemeen niet als kansrijke locaties. De voorkeur gegeven wordt om dit soort locaties voor te behouden voor reguliere huisvesting. Flexibele, innovatieve woonconcepten met een mix van starters en buitenlandse werknemers worden wel als interessante optie benoemd voor dit type locaties.
Hiermee krijgen leegstaande gebouwen bijvoorbeeld weer een nieuwe betekening voor dorpsgemeenschappen. · Op de boerderij of eigen terrein bedrijven: Momenteel kunnen er in de gemeente Hollands Kroon maximaal 40 werknemers (https://www.hollandskroon.nl/ondernemers/tijdelijke-medewerkers/tijdelijkewerknemers-huisvesten). worden gehuisvest op eigen terrein en in Schagen maximaal 60 werknemers. Door de agrariërs ondernemers wordt dit type oplossing in kleinschalige vorm als erg prettig ervaren, omdat het lange woon-werkafstanden voorkomt en de werkgever een oogje in het zeil kan houden. Ook de bewoners hebben hier over het algemeen geen bezwaar tegen op locaties in en rondom de kernen: er is weinig overlast en leidt tot spreiding van huisvestingslocaties voor buitenlandse
4 (8)
· ·
·
5
werknemers. Er wordt ook aangegeven dat nagedacht kan worden over samenwerking tussen nabijgelegen agrarische bedrijven om mogelijk een groter aantal te kunnen opvangen. In cultuurhistorisch erfgoed: De deelnemers geven aan cultuurhistorisch erfgoed niet als kansrijke of wenselijke optie te beschouwen. Vrijkomende agrarische bebouwing (VAB): Vrijkomende agrarische bebouwing wordt in principe niet als geschikt beschouwd, omdat deze gebouwen vaak op afstand van de werklocaties en voorzieningen zijn gelegen en er weinig toezicht is. Mogelijkheden zijn er wel bij grootschalige VAB’s; Deze bieden mogelijk kansen voor huisvesting van grotere aantallen buitenlandse werknemers voor meerdere bedrijven in de buurt, waarbij dan ook beheer, toezicht en voorzieningen gerealiseerd kunnen worden. Vrijkomende agrarische bebouwing kan op de ene locatie dus wel geschikt zijn en op de andere niet. Wanneer huisvesting nodig is van werknemers die in de nabijheid van agrarische werklocaties liggen dan kunnen deze geschikt zijn voor kleinschalige huisvesting. Wanneer VAB-locaties op afstand liggen van werklocaties zijn deze vaak niet geschikt. Behalve wanneer toezicht (en mogelijk voorzieningen) goed zijn geregeld en/of goede regels voor zijn opgesteld. Ook hier betreft het maatwerk en kan het mogelijk wel of niet geschikt zijn voor alle vormen van huisvesting; kleinschalig, middel en grootschalig.
Tijdelijke locaties: Aanvullend worden tijdelijke locaties door de dorpsraden als kansrijke optie voor (kleinschalige) maatwerkoplossingen benoemd.
Vervolg locatieonderzoek
De uitkomsten van de bijeenkomsten dienen als input voor fase 2, waarin een online enquête wordt gebruikt die alle inwoners van de drie gemeenten in kunnen vullen. Deelnemers kunnen zich opgeven als zij interesse hebben om in het testpanel voor de enquête te zitten. Daarnaast doet Sweco de oproep aan de aanwezigen om de online enquête ook te zijner tijd verder te verspreiden onder leden, collega’s, buren en bekenden. Voor aanvullende vragen of opmerkingen kan een mail gestuurd worden aan het emailadres huisvesting-buitenlandsewerknemers@noord-holland.nl.
6
Reflectie van de deelnemers op de bijeenkomsten
De deelnemers geven aan de bijeenkomsten als zinvol en constructief te hebben ervaren. De verschillende belangen en perspectieven op het vraagstuk zijn belicht. Er is veel onderling begrip en bereidheid om samen te zoeken naar een oplossing voor het vraagstuk. De urgentie wordt onderschreven en deelnemers geven aan mee te willen denken aan een zorgvuldige oplossing daarvoor, waarbij maatwerk sleutelwoord is. De input van alle betrokkenen geeft de provincie en gemeenten veel inzichten in het vraagstuk en biedt waardevolle inbreng voor het vervolg van het onderzoek.
5 (8)
6 (8)
Bijlage De drie bijeenkomsten zijn bijgewoond door vertegenwoordigers van de volgende stakeholders: Dorps- en wijkraden · Dorpsbelang Oudesluis · Dorpsraad 't Veld-Zijdewind · Dorpsraad ’t Zand · Dorpsraad Breezands Belang · Dorpsraad Burgerbrug e.o. · Dorpsraad Kreileroord · Dorpsraad Petten · Dorpsraad Sint Maarten · Dorpsraad Tuitjenhorn · Dorpsraad Warmenhuizen · Werkgroep verontruste Niedorpers · Wijkplatform De Schooten & Boatex · Wijkplatform Julianadorp Belangenvereniging · Landschapszorg Wieringen Bedrijven, huisvesters en ondernemersorganisaties · Agrariërs uit de regio · Agrostar · Covebo · D-Velopment · De Leeuw Projectontwikkeling B.V. · Kavel 44 · LTO/KAVB · NLJobs · Royal Pride
7 (8)
Bijlage 3
Presentatie resultaten enquête
Locatieonderzoek huisvesting buitenlandse werknemers De Kop van Noord-Holland Presentatie
Definitieve resultaten
maart 2021
1 2021-05-05
EINDSTAND • Enquête online van 16 februari t/m 16 maart 2021 • Aantal respondenten: 1308 • Waarvan 718 volledig afgeronde enquêtes • Respons per vraag varieert • 2961 geschikte locaties op de kaart ingetekend
• Achtergrond interesse: • 79% respondenten geeft aan als bewoner betrokken te zijn • 10% respondenten geeft aan zakelijk betrokken te zijn • 14% respondenten geeft aan op een andere manier betrokken te zijn
2 2021-05-05
RESPONDENTEN PER GEMEENTE (1308 RESPONDENTEN IN TOTAAL)
3 2021-05-05
RESPONDENTEN PER GEMEENTE
4 2021-05-05
ANTWOORDEN STELLINGEN NOODZAAK & URGENTIE Noodzaak & urgentie vraagstuk 0
25
50
75
100
Ik zie de noodzaak van de inzet van buitenlandse werknemers voor de economie van de 3 gemeenten in de Kop van Noord-Holland Ik zie de behoefte aan meer goede huisvesting voor buitenlandse werknemers in de 3 gemeenten in de Kop van Noord-Holland Ik vind dat iedere regio zelf moet voorzien in de eigen vraag naar huisvesting voor de buitenlandse werknemers Ik vind het belangrijk voor de leefbaarheid dat buitenlandse werknemers in de 3 gemeenten in de Kop van Noord-Holland gehuisvest kunnen worden Ik vind het belangrijk dat buitenlands werknemers in de buurt van hun werk huisvesting kunnen vinden helemaal mee eens
mee eens
niet mee eens, niet met oneens
mee oneens
helemaal mee oneens 5 2021-05-05
ANTWOORDEN STELLINGEN STRATEGIE Het huisvestingsvraagstuk kan goed opgelost worden met… 0
25
50
75
100
… meerdere kleinschalige locaties met circa 50 tot 100 bedden
… meerdere locaties met circa 100 tot 500 bedden
... enkele locaties met circa 500 tot 1000 bedden
… één of meer grote locaties met meer dan 1000 bedden
… een combinatie van kleinschalige tot grotere locaties
helemaal mee eens
mee eens
niet mee eens, niet met oneens
mee oneens
helemaal mee oneens 6 2021-05-05
ANTWOORDEN STELLINGEN GESCHIKTE LOCATIES Geschikte locaties 0
25
50
75
100
In dorpen Bij dorpen Op bedrijventerreinen Bij bedrijventerreinen In leegstaande monumentale gebouwen In leegstaande gebouwen (ook agrarisch) In waardevolle natuur- en landschappelijke gebieden heel geschikt
geschikt
niet geschikt, niet ongeschikt
ongeschikt
heel ongeschikt 7 2021-05-05
ANTWOORDEN STELLINGEN BELANG LIGGING Belang ligging Nabij woonkernen Nabij voorzieningen voor sport en recreatie
Nabij supermarkten en winkels
Op fietsafstand van werklocaties
Aan of bij werklocaties Nabij autosnelwegen of provinciale wegen 0
heel belangrijk
25
belangrijk
niet belangrijk, niet onbelangrijk
50
75
onbelangrijk
100
heel onbelangrijk 8 2021-05-05
ANTWOORDEN STELLINGEN INRICHTING & UITVOERING Inrichting en uitvoering 0
25
50
75
100
Toezicht en aanspreekpunt op locatie
Winkel voor dagelijkse boodschappen
Voorzieningen voor sport en ontspanning
Landschappelijke inpassing
Aanmoedingen integratie met omwonenden
heel belangrijk
belangrijk
niet belangrijk, niet onbelangrijk
onbelangrijk
heel onbelangrijk 9 2021-05-05
GESCHIKTE LOCATIES VOLGENS RESPONDENTEN (INCL. GROOTSCHALIGE LOCATIES> 1.000 BEDDEN)
10 2021-05-05
VEELGENOEMDE VOORDELEN GROTE HUISVESTINGSLOCATIES Voordelen • Voorzieningen/faciliteiten (ca. 100x) • Toezicht (ca. 50x) • Goedkoper/kosten (ca. 50x) • Controleerbaarheid/beheersbaarheid (ca. 45x) • Overlast voorkomen (ca. 40x)
11 2021-05-05
VEELGENOEMDE VOORWAARDEN EN NADELEN GROTE HUISVESTINGSLOCATIES Voorwaarden • Voorzieningen (ca. 100x) • Ontspanning (ca. 35x) • Supermarkt/winkels (ca. 60x) • Toezicht (ca. 100x) • Ruimte (ca. 60x) • Overlast voorkomen (ca. 50x) • Privacy (ca. 30x) Bedreigingen/nadelen • Overlast (ca. 200x) • Geen integratie (ca. 80x) • Criminaliteit (ca. 35x) • Veiligheid (ca. 30x) • Gettovorming (ca. 30x)