10. haalbaarheidsstudie ecologie landschappelijke inpassing en participatie
Tekst van het document
Zonnepark Groote Keeten Haalbaarheidsstudie
In opdracht van: URL Rotterdam BV
In opdracht van: Naam Contactpersoon Postadres Postcode + plaats
: URL Rotterdam BV : Udo Weggeman : Cypruslaan 219 : 3059XA Rotterdam
Datum Opgesteld door Gecontroleerd door Status Versie
: 01-06-2021 : E. Blom : J. Smit : Definitief : 01
Smit Groenadvies BV Adres
Telefoonnummer E-mail Internet
: Zijperweg 3 1742 NE Schagen : 0224 75 12 75 : info@smitgroenadvies.nl : www.smitgroenadvies.nl
Inleiding URL Rotterdam BV is voornemens een zonnepark te ontwikkelen in Groote Keeten. Het plangebied ligt tussen de Helmweg en Duinweg in en heeft een omvang van ca. 60 hectare. Het zonnepark zal hiervan ca. 50 hectare beslaan. Het zonnepark zal een vermogen krijgen van ongeveer 73 MWp en levert voldoende energie voor maar liefst 25.000 huishoudens. De beschikbare ruimte wordt niet volledig gebruikt voor zonnepanelen, er wordt ook gebruik gemaakt van dubbel grond gebruik. Veel aandacht zal gaan naar een goede landschappelijke inrichting, hoge kwaliteit materialen en een goed participatieplan.
Plangebied
Inhoudsopgave Inleiding 1. Hardheidsclausule
5
2. Landschap
7
3. Ecologie
10
4. Beleidsdoelen
13
5. Kansen zonnepark 6. Landschappelijke inpassing
18 20
7. Participatie Zonnepark Groote Keeten
26
1.1 Verzoek tot toepassing hardheidsclausule 2.1 Plangebied 3.1 Biotische situatie 3.2 Abiotische situatie 3.3 Mogelijkheden natuurwaarden 3.4 Lokale doelsoorten 4.1 Provinciaalbeleid 4.2 Gemeentelijkbeleid 4.3 Landschap Noord-Holland 6.1 Ontwerpuitgangspunten intern / extern 6.2 Inpassen Zonnepark in landschap 7.1 Informatie omwonende en belanghebbende 7.2 Sociale participatie / sociaal return 7.3 Natuur participatie / 50 ha zonnepark + 10 ha nieuwe natuur 7.4 Financiele participatie
1. Hardheidsclausule
1.1 Verzoek tot toepassing hardheidsclausule Op 10 maart jl. is een conceptaanvraag omgevingsvergunning ingediend door Ultimate Reduction Level Rotterdam B.V. voor het wijzigen van het gebruik van Agrarisch naar Energie transitie voor het realiseren van een zonnepark op het perceel tussen Helmweg en Duinweg in Groote Keeten. Deze aanvraag is geweigerd door de gemeente Schagen. De reden voor weigering is dat de toekomstige inrichting en gebruik niet overeenkomen met de in het bestemmingsplan beschreven voorwaarden voor de planlocatie. Ultimate Reduction Level Rotterdam B.V. verzoekt de gemeente Schagen tot toepassing van een hardheidsclausule betreffende het realiseren van een zonnepark in Groote Keeten. In juni 2019 heeft de Nederlandse overheid een nationaal klimaatakkoord gepresenteerd. Deze is gebaseerd op de doelstellingen uit het klimaatakkoord van Parijs uit 2015. Het voornaamste doel van het nationale klimaatakkoord is om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen. Een van de doelen opgenomen in dit akkoord is om voor 2030 grootschalige opwek van energie uit zon en wind te realiseren. Zonneparken hebben een groot aandeel voor het behalen van deze doelstelling. Per provincie worden er specifieke doelstellingen opgenomen in de provinciale omgevingsverordening.
Voor de provincie Noord-Holland geldt dat een zonnepark pas gerealiseerd kan worden op basis van een omgevingsvergunning omdat deze niet meegenomen kunnen worden in het bestemmingsplan. Het realiseren van een zonnepark op de betreffende locatie in Groote Keeten gaat in strijd met het geldende bestemmingsplan. In de huidige situatie wordt de planlocatie gebruikt als agrarisch gebied. Er vindt al jarenlange intensieve bollenteelt plaats op de planlocatie. Door deze intensieve vorm van agrarisch gebruik is de bodem door de jaren heen uitgeput en is onrendabel geworden. Dit wil zeggen dat door het intensieve gebruik er geen natuurlijke voedingsstoffen meer in de bodem zitten. Voormelig kweker op deze locatie, Jan Hopman, heeft vanwege deze redenen de bollenteelt verplaatst naar Limburg. Wanneer op de planlocatie agrarisch gebruik plaats blijft vinden dient de bodem intensief bemest en bewerkt te worden. Door dit toe te passen komt er (indirect) onnodig veel stikstof vrij die van negatieve invloed is op de omgeving. Het agrarische gebruik zal op een niet duurzaam verantwoorde manier toegepast worden. Indien gewenst kan er een bodemonderzoek uitgevoerd worden om de samenstelling van de bodem vast te stellen. Door het realiseren van een zonnepark op de planlocatie kunnen de natuurlijke verhoudingen van de voedingsstoffen in de bodem hersteld worden.
Het vooruitzicht is dat het zonnepark 20 tot 25 jaar mee gaat. Na deze periode heeft het zonnepark geen rendement meer en zal deze verwijderd moeten worden. In deze periode dat het zonnepark gebruikt wordt kunnen er, door het treffen van de juiste beheersmaatregelen, doelstellingen wat betreft bodemherstel en biodiversiteit behaald worden:
6
1. Hardheidsclausule
-
-
Om er voor te zorgen dat de kwaliteit van de bodem weer hersteld wordt gaat er verrijkingsbeheer toegepast worden. De vegetatie onder de zonnepanelen dient regelmatig beheerd te worden. Door bijvoorbeeld het maaisel na maairondes te laten liggen vindt er verrijking van voedingsstoffen in de bodem plaats. Wanneer dit proces gedurende de levensduur van het zonnepark plaatsvindt is de bodem na 20 tot 25 jaar weer gereed voor agrarisch gebruik. Door het huidige agrarische gebruik van de planlocatie heeft deze weinig natuurwaarde. Doormiddel van beheer kan deze natuurwaarde gestimuleerd worden. Bijvoorbeeld door het inzaaien inheemse bloemmengsels. Insecten en daaropvolgend vogels zullen aangetrokken worden door deze beplanting waardoor de natuurwaarde van de planlocatie een boost krijgt.
Wanneer er geen landbouw meer bedreven wordt halende omwonende en de omgeving hier veel voordelen uit: Geen tracktoren die dagelijks door het land rijden (stof, lawaai, uitstoot); Geen gif meer, normaal wordt er enkele malen per week gif over de gronden gespoten, dit ook ten nadele van omwonenden maar zeker voor bijen en andere insecten; Tijdens de winter maanden ligt de grond er niet verlaten en verdort uit. Bij het aanleggen van het zonnepark worden een aantal maatschappelijke belangen in acht genomen waaronder natuurontwikkeling en het vergroten van de biodiversiteit. De totale planlocatie betreft 60 ha. Hiervan wordt het grootste gedeelte in gebruik genomen voor ontwikkeling van het zonnepark, dit betreft 50 ha. Hiervan wordt 80% in gebruik genomen door zonnepanelen. Het overige oppervlakte betreft ruimte tussen de zonnepanelen waarmee rekening wordt gehouden met voldoende lichtinval en neerslag van hemelwater vanuit natuuroogpunt. De overige 10 ha. aan de westkant van de planlocatie wordt omgevormd naar een nieuw natuurgebied het “Nollen landschap” welke in verband staat met de natuur tussen de zonnepanelen in. Dit stuk nieuwe natuur is er voornamelijk om lokaal de biodiversiteit te verhogen en als een waardevolle overgang naar het natuur zonnepark. Voor de ontwikkeling zal er gekeken worden naar de aanwezige natuurwaarden in de omgeving van de planlocatie.
Vervolgens wordt deze 10 ha. zodanig ingericht dat deze goed aansluit in de natuur in de omgeving met het oog op eventuele verbindingszones. Deze inrichting en het beheer hiervan kan eventueel overgedragen worden aan natuur beherende organisaties. Er zal een ecologisch verantwoordelijk onderhoudsplan opgesteld worden voor de inrichting.
2. Landschap
Landschaptypen kaart aandijking - Landschap NH
Koegras polder - Provincie NH
2.1 Plangebied
De polder Het Koegras is een efficiënte (bollen) productiepolder met een grofmazige orthogonale wegenstructuur, smalle vaarten en vlieten en weinig beplanting. Een zeer grote mate van openheid is een belangrijk kenmerk van het aandijkingenlandschap. De dijken, duinen en bomenrijen begrenzen de grote open ruimten. Hierdoor zijn de landschappelijke begrenzin¬gen scherp en contrastrijk. – Leidraad landschap en cultuurhistorie Provincie NH
Groote Keeten is een dorp in Noord-Holland, gelegen in de polder Het Koegras, onderdeel van het aandijkingenlandschap. Deze polder is in de vijftiende eeuw ontstaan door bedijking van het aangeslibde land voor de oude Westfriese dijk. De polder heeft een relatief kleinschalig verkavelingspatroon. In de verkaveling zijn verschillende richtingen te herkennen die duiden op een ontginning in verschillende fasen. Het is een vlak en zeer open gebied dat ruimtelijk begrensd wordt door de omringende dijken. Het grondgebruik bestaat zowel uit grasland als akkerland. Bebouwing en beplanting zijn maar spaarzaam aanwezig en beperkt zich tot erfbeplanting. structuurvisie gem. Schagen
2. Landschap
8
Natuurnetwerk Nederland - natura 2000
Het plangebied ligt naast Natuurnetwerk Nederland (NNN) en Natura 2000-gebied Duinen Den Helder - Callantsoog. Het gebied Duinen Den Helder-Callantsoog bestaat van noord naar zuid uit de Grafelijkheidsduinen en de Donkere Duinen, de Noordduinen (de strook tussen Den Helder en Callantsoog), enkele nollenterreintjes en het Kooibosch ten oosten van Callantsoog. Het noordelijk deel en de nollen zijn restanten van voormalige eilanden. In het noordelijk deel verandert het landschap, van west naar oost, van de zeereepduinen via een sterk geaccidenteerd landschap met valleicomplexen naar een bosrijke binnenduinrand. Over een groot deel van de duinen ontbreekt een binnenduinrand, hierdoor is een abrupte hoge steile overgang van duinen naar polders aanwezig. Het gebied heeft goed ontwikkelde duingraslanden. In 1995 is in de Grafelijkheidsduinen een natte duinvallei hersteld en langs de randen uitgebreid. In de Noordduinen zijn, in de afgesnoerde strandvlakte bij het Botgat, vochtige duinvalleien aanwezig. De nollen behoren tot de Oude Duinen; hier zijn duingraslanden aanwezig. – natura 2000
9
2. Landschap
3. Ecologie
3.1 Biotische situatie
Momenteel is het akkerland in gebruik als agrarisch land. Het gebied is het afgelopen jaar gebruikt door roofvogels (bruine kiekendief en de torenvalk) als jachtgebied. En door grondbroedende vogels als de patrijs, bosruiter, goudplevier, graspieper, kievit, gele kwikstaart en de krombekstrandloper. Andere soorten vogels welke in het afgelopen jaar in het plangebied zijn gezien zijn soorten als: lepelaar en de grote zilverreiger. Daarnaast zijn algemene soorten zoals de haas, mol en vos in het plangebied gezien. Beschermde soorten als de rugstreeppad en de zandhagedis komen voor in het nabijgelegen duingebied en kunnen dus sporadisch te verwachten zijn in het plangebied.
3.2 abiotische situatie
Het akkerland bestaat deels uit kale zandgrond en voor het andere deel uit intensief beheerd grasland. Er is weinig beschutting en er lopen enkele kleine watergangen door het plangebied. De oevers zijn zeer intensief beheerd waardoor er geen ruigte is gaan ontwikkelen op deze oevers. Verder heeft het plangebied een open karakter met veel wind en lichtelijke zoute invloeden vanuit de kustzone. De bodem bestaat voornamelijk uit zandgrond waar waarschijnlijk weinig nutriënten in te vinden zijn door het voormalige gebruik als bollenveld/grasland.
3.3 Mogelijkheden natuurwaarden
Het plangebied is ecologisch gezien niet erg interessant. Er zijn wel enkele ontwikkelingen mogelijk waardoor het zonnepark een verhoogde ecologische waarde kan
Plangebied
11
3. Ecologie
toekennen aan het plangebied. Het zonnepark ontwerp kan bijvoorbeeld leefgebied voor diverse soorten bevatten. Vanwege de nabijheid van de kustzone is het vrij gemakkelijk geschikt leefgebied te maken voor de rugstreeppad in de vorm van vergraafbare zandgrond en poeltjes. Ook is beschutting van belang en biedt dit kansen voor diverse kwetsbare vogels zoals o.a. de patrijs. Beschutting kan in de vorm van lage hagen gerealiseerd worden alsmede enkele takken- en stenenhopen. Deze beschutting is dan geschikt voor meerdere soorten waaronder marterachtigen en diverse amfibieënsoorten. Op de zonnepanelenstructuren kunnen diverse vogels tot broeden komen. Vogels als de veldleeuwerik, gele kwikstaart en patrijs hebben bewezen het goed te doen in zonneparken en zijn aanwezig in het plangebied. Diverse roofvogels gebruiken het gebied als foerageergebied en wanneer er meer algemene vogelsoorten voorkomen in het gebied bevordert dit waarschijnlijk de functie als foerageergebied voor roofvogelsoorten. De oevers mogen wat verruigd en wat minder steil gemaakt worden in het gebied. Dit zorgt voor een beschut, foerageergebied voor diverse muizensoorten, waaronder de noordse woelmuis. Extensief beheerde, niet jaarlijks gemaaide wilde bloembermen kunnen de insecten biodiversiteit eveneens verhogen.
Wanneer er aan een paar maatregelen gehouden wordt: beschutting, vergraafbare grond, poeltjes, bloembermen en verruigging van de oevers kan er dus een positieve ontwikkeling plaatsvinden op het gebied van ecologische waarde.
voor een goed bodemleven. Daarbij is het van belang om niet te bemesten en pas laat te maaien om kruiden de kans te geven zaden te laten rijpen en te verspreiden. • Zonneparken zijn goed te combineren met waterelementen (sloten met natuurlijke oevers, poelen etc.). Dit biedt mogelijkheden voor flora en fauna. • De barrièrewerking van zonneparken als geheel en met name van de omheiningen kan verminderd worden door het plaatsen van faunapassages. Natuurlijke omheiningen als heggen (bijvoorbeeld Meidoorn) en houtwallen bieden nest- en schuilgelegenheid voor dieren. Sloten en vaarten die als omheining dienen, kunnen worden voorzien van natuurvriendelijke oevers. • Relatief kleine en makkelijke extra’s, die gerealiseerd moeten worden in combinatie met de voorgaande maatregelen, zijn nestel- en schuilplekken voor insecten, vogels, kleine zoogdieren, amfibieën en reptielen.
Plangebied
3.4 Lokale doelsoorten De lokale doelsoorten bestaan uit de rugstreeppad, zandhagedis, veldleeuwerik, patrijs, scholekster, kievit en diverse roofvogels. De rugstreeppad heeft een vergraafbare zandgrond nodig en een (in de zomer droogvallend) poeltje nodig voor de voortplanting. De zandhagedis is ook gebaat bij vergraafbare zandgronden maar heeft iets meer beschutting nodig in de vorm van beplanting of takken/ stenen hopen. De veldleeuwerik, patrijs, scholekster en kievit zijn allen grondbroeders en zijn gebaat bij beschutting en extensief beheer van het grasland/zonnepark. • Omdat de grond op het zonnepaneelveld niet bemest en bewerkt wordt, ontstaat de mogelijkheid om met de juiste zaadmengsels en plantmateriaal diversiteit te creëren in de vegetatie. Denk aan inheemse kruiden (afbeelding) en lage heesters. Hiermee kan ook een aantrekkelijk habitat voor insecten (bijen, vlinders), vogels en andere fauna gerealiseerd worden. Lage heesters en kruiden kunnen onder de panelen en in de randen van het terrein een plek krijgen. • Meer kruidenrijke begroeiing bovengronds, leidt tot meer mycorrhizaschimmels ondergronds: deze schimmels zijn belangrijke vastleggers van koolstof (CO2-opslag), ze zorgen voor meer organische stofopslag in de bodem en
Plangebied
3. Ecologie
12
4. Beleidsdoelen
Bollenconcentratie gebied - Provincie NH
Opwekken duurzame energie - Provincie NH
4.1 Proviciaal beleid
en doeltreffend te laten zijn, kiest Noord-Holland ervoor zich te richten op een aantal speerpunten waarbij de balans tussen economische kansen en draagvlak het meest optimaal is. De speerpunten voor het beleid duurzame energie zijn: • duurzaam bouwen (vooral duurzaam renoveren); • offshore windenergie (inclusief kennisontwikkeling); • zonne-energie; • biomassavergassing (vooral kennisontwikkeling). – structuurvisie Prov. NH
Provicie Noord-Holland geeft veel informatie over het gebruik van het landschap. Hiervoor zijn verschillende beleidsstukken opgesteld, zoals de structruurvisie, Leidraad Landschap & Cultuurhistorie en Kwaliteitsimpuls Zonneparken. In de volgende paragraaf zoomen we in op de projectlocatie in Groote Keeten.
4.1.1 Bollenconcentratie gebied Noord-Holland Noord heeft een uitstekende uitgangspositie voor de ontwikkeling van een duurzaam energiecluster, waarin zowel onderzoek, onderwijs en ondernemerschap samengaan. Noord- Holland Noord wordt een belangrijke leverancier van duurzame energie in Nederland en ontwikkelt op termijn een energieneutrale regio. Perspectief biedt ook de verdere ontwikkeling van de agrarische sector (bollenteelt en glastuinbouw). – structuurvisie Prov. NH
4.1.2 Duurzame energie Noord-Holland heeft de ambitie om de innovatie in de Noord-Hollandse duurzame energiesector te versterken. Noord-Holland is ervan overtuigd dat het verduurzamen van de energievoorziening sneller en efficiënter zal verlopen als wordt ingezet op innovatie en het versterken van bedrijvigheid. Om de provinciale inzet optimaal, doelmatig
Groote Keeten ligt in het gebied dat wordt aangeduid als kleinschalige oplossing voor duurzame energie. De provincie Noord-Holland werkt, samen met haar partners, aan een volledig hernieuwbare energievoorziening in 2050. De komende jaren worden de landschappen aangepast aan de energievoorziening van de toekomst. Er komen windmolens, evenals warmtenetten, geothermische installaties en niet te vergeten: zonnepanelen! In ieder geval zo veel mogelijk zonnepanelen op daken. Maar ook zonnepanelen in de ‘groene’ omgeving, de zogenaamde zonneparken, zijn onmisbaar om de energietransitie mogelijk te maken. De provincie streeft dan wel naar zonneparken met een zo hoog mogelijke bijdrage aan de fysieke leefomgeving.
4. Beleidsdoelen
14
kemphaan, gele kwikstaart, veldleeuwerik en kwartelkoning. In het plangebied zijn van alle bovenstaande soorten enkel de gele kwikstaart in 2020 nog gezien. De veldleeuwerik is in 2013 nog in grote aantallen gezien in het plangebied maar is in de laatste jaren niet sterk vertegenwoordigd. Deze is voor het laatst in 2019 gezien in het plangebied. De overige soorten zijn voor het laatst gezien in 2016 (watersnip), 2013 (slobeend), 2012 (kemphaan, grutto) en in 2010 (tureluur). Het gebied bevat dus weinig doelsoorten voor dit beheertype.
Ruimte voor recreatieve voorzieningen - Provincie NH
4.1.3 Recreatie De algemene ambitie is om ruimtelijke ontwikkelingen: bij te laten dragen aan het zichtbaar en herkenbaar houden van de landschappelijke karakteristiek bij te laten dragen aan het versterken van (de beleving van) openheid en helder te positioneren ten opzichte van de ruimtelijke dragers. - Leidraad landschap en cultuurhistorie Provincie NH
4.1.4 Natuurgebieden Weidevogels zijn karakteristiek voor Noord-Holland. Ze gedijen goed in het open (veen)weidelandschap. Ondanks de terugval van de weidevogelpopulatie, die het gevolg is van veranderingen van het traditionele landschap en de manier waarop dat wordt beheerd, blijft Noord-Holland nog steeds één van de provincies met de hoogste weidevogeldichtheid. Weidevogels hebben zowel een ecologische als cultuurhistorische waarde die bescherming blijft verdienen. Dit doet de Provincie door de weidevogelleefgebieden te beschermen tegen inbreuken op de openheid. Dit sluit aan op het algemene beleid voor gecombineerde landbouw in deze gebieden. De doelsoorten voor het agrarische beheertype A11.01 ‘Weidevogelgrasland in open landschap’ bestaan uit watersnip, grutto, slobeend, tureluur, zomertaling,
15
4. Beleidsdoelen
Natuurgebieden - Provincie NH
4.2 Gemeentebeleid Net zoals de provincie heeft de gemeente ook meerdere beleidsdocumenten opgesteld voor het gebruik van het landschap. Zo is er een structuurvisie en is er beleid op zonneparken opgesteld. Uit deze documenten is in deze paragraaf de belangrijkste informatie samengevat.
4.2.1 Structuurvisie
Uit de structuurvisie blijkt dat de projectlocatie precies op de grens ligt van twee landschappelijke inpassingen. De gemeente geeft niet veel uitleg bij de structuurvisie, maar de legenda geeft wel weer in welke richting zij denken. Bloeien met bollen: Ontwikkelen permanente bollenteelt, Brutogebied; dus incl. waterzuivering (helofyten) en erven. Kans voor windenergie. Natuur Bruikbaar: Ontwikkeling van groenstructuren in combinatie met andere functies (bijvoorbeeld; slibdepots, natuur, energieteelt, recreatie, water).
uit de gemeente Schagen, zoals technische experts, vertegenwoordigers van onder andere natuurorganisaties, initiatiefnemers voor zonneweides, raadsleden en inwoners meegepraat en meegedacht over het beleid voor zonneparken in de gemeente Schagen. Het beleid Zonneparken Schagen geeft ook inzicht in de wensen/regels van de gemeente: Het projectgebied is binnen het beleid gekenmerkt als weidevogelleefgebied en ligt buiten het agrarisch bouwblok. Hiervoor gelden de volgende regels: Regels voor Agrarische gronden buiten het bouwblok binnen weidevogelleefgebied: Op agrarische gronden binnen het weidevogelleefgebied zijn geen zonnepanelen toegestaan buiten het bouwblok. Hardheidsclausule De raad kan van deze beleidslijn afwijken voor zover er sprake is van: bijzondere omstandigheden; groot maatschappelijk belang; In die gevallen wordt de raad om instemming gevraagd in de vorm van een verklaring van geen bedenkingen of een bestemmingsplan.
Structuurkaart - Gemeente Schagen
4.2.2 Zonneparken Schagen
De gemeente heeft samen met de Argumentenfabriek twee denksessies en een gesprekdag gehouden. Hierbij hebben verschillende deskundigen en belanghebbenden
Beleid zonneparken - Gemeente Schagen
4. Beleidsdoelen
16
Direct naast het plangebied ligt het gebied dat is bestempelt als bollenconcentratie. Hiervoor gelden andere regels: Regels voor Agrarische gronden buiten bouwblok Op agrarische gronden buiten het bouwblok zijn zonneparken toegestaan als wordt voldaan aan het volgende: De locatie voor een zonnepark is aansluitend op het bouwblok van een agrarisch bedrijf; De totale omvang van het zonnepark niet groter is dan 2 hectare (inclusief het oppervlakte van een eventueel reeds al aanwezige zonnepark binnen het bouwblok); De locatie voor een zonnepark is niet aansluitend op een reeds bestaand zonnepark, tenzij sprake is van het aanvullen van een bestaande zonnepark tot de maximale oppervlakte als bedoeld in het tweede lid. Uit het ecologische onderzoek is gebleken dat het gebied weinig doelsoorten bevat voor het beheertype Weidevogelleefgebied. (zie 3.1.4) In overleg met gemeente worden de mogelijkheden onderzocht om het plangebied te bestempelen als bollenconcentratie. Dit aangezien de gemeente in de structuurvisie ook spreekt van “Bloeien met bollen” en “Natuur bruikbaar” waarbij energieteelt als mogelijkheid wordt genoemd.
Landschap Noord Holland pleit ervoor dat de opwek van voldoende duurzame zonne- en windenergie samengaat met het versterken van landschap en natuur. Daarom wordt er gestreefd naar zuinig en (zoveel mogelijk) meervoudig ruimtegebruik. Het plangebied ligt in de visiekaart op de grens van twee gebieden; Gebieden waar in principe geen ruimte is voor zonneweiden, waar onder voorwaarden en door maatwerk op bepaalde locaties (kleinschalig) energie zou kunnen worden opgewekt. Gebieden waar geen ruimte is voor zonneweiden. Onder andere Natura 2000, Natuur Netwerk Nederland, weidevogelkerngebieden, trekvogelroutes en bijzondere landschappen. Er wordt aangegeven dat de kaart geen exacte grenzen bevat. Daarom is het van belang dat er met Landschap NH wordt afgestemd welke mogelijkheden zij zien.
4.3 Landschap Noord Holland Binnen Nederland ligt er voor de komende jaren een energieopgave. Voor deze energietransitie heeft Landschap NH visiekaarten en voorwaarden opgesteld. De Noord-Hollandse natuur-en milieuorganisaties zijn voorstander van het opwekken van duurzame energie. Maar de energietransitie zal het landschap in NoordHolland veranderen. De komende maanden zijn cruciaal in de vraag hoe ons Noord-Hollandse landschap er in de toekomst uit gaat zien. De natuur- en milieuorganisaties denken graag mee over de opwek van duurzame energie. We presenteren daarom twee visiekaarten voor de Regionale Energie Strategie (RES) in Noord-Holland. Op de kaarten (zon en wind) staan locaties waar duurzame opwekking van energie wel en niet wenselijk is. Ook geven we voorwaarden om te komen tot een zorgvuldige energietransitie. We pleiten ervoor dat zonneweiden en windmolens goed worden ingepast in het landschap om onze karakteristieke Noord-Hollandse landschappen te kunnen waarborgen. Als natuur en milieuorganisaties hebben wij verstand van en overzicht over de natuur en de bijzondere landschappen in onze provincie. Met onze visie dragen we graag bij aan het realiseren van voldoende en zorgvuldig opgewekte duurzame energie in Noord-Holland. - Voorwaarden voor een zorgvuldige energietransitie
17
4. Beleidsdoelen
Visiekaart - Landschap Noord Holland
5. Kansen Zonnepark
Provincie Provincie NH ziet dat de agrarische sector perpectief bied voor verdere ontwikkelingn van duurzame energieclusters. Noord-Holland heeft de ambitie om de innovatie in de Noord-Hollandse duurzame energiesector te versterken. Om de provinciale inzet optimaal, doelmatig en doeltreffend te laten zijn, kiest Noord-Holland ervoor zich te richten op een aantal speerpunten waarbij de balans tussen economische kansen en draagvlak het meest optimaal is. Eén van de speerpunten voor beleid duurzame energie is zonne-energie. Groote Keeten ligt in het gebied dat wordt aangeduid als kleinschalige oplossing voor duurzame energie. Zonneparken zijn onmisbaar om de energietransitie mogelijk te maken. Gemeente De gemeente bestempelt een deel van de grond als “Natuur bruikbaar” waarbij energieteelt als mogelijkheid wordt genoemd. Landschap NH Landschap NH is zich ervan bewust dat er een energieopgave voor ons ligt en zijn voorstander van het opwekken van duurzame energie. Groote Keeten ligt op de grens van mogelijkheden/onmogelijkheden. In overleg moet gekeken worden naar de kansen.
19
5. Kansen Zonnepark
6. Landschappelijk inpassing
Impressie inpassing zonnepark naast Nollenlandschap
Het plangebied wordt gekenmerkt door de het agrarische gebruik en de vele akkers die het perceel omsluiten. Het gebied heeft een open structuur en heeft geen blokkades voor zicht(lijn)en. Hierdoor is het inpassen van een Zonnepark in een open landschap een kwestie van het landschap laten doorlopen in het Zonnepark om hem zoveel mogelijk uit het zicht te onttrekken.
• 4. • 5.
Om een gedegen ontwerpt te creëren zijn de uitgangspunten vanuit de analyse en die van de opdrachtgever (intern) opgenomen samen met de uitgangspunten van de externe partijen (Provincie NoordHolland – Landschap NH). Deze uitgangspunten staan hieronder uitgeschreven en dienen als handvatten en kaders voor de inpassing van het Zonnepark.
Landschap NH
6.1 Ontwerpuitgangspunten intern / extern
Ontwerpuitgangspunten Intern:
Vanuit de analyse van het plangebied en de uitvraag van de opdrachtgever zijn er diverse uitgangspunten opgesteld met betrekking tot de inpassing van het Zonnepark binnen het plangebied. Hierbij wordt zowel gekeken naar het plangebied binnen zijn werkgrenzen als wel hier buiten. Vanuit deze analyses en in samenspraak met de opdrachtgever welke in de vorige hoofstukken zijn uitgediept komen de volgende uitgangspunten naar voren: -
Natuur als natuurlijke buffer tussen de N502 en het Zonnepark; Dubbel ruimte gebruik in het plangebied toepassen; Het inpassen van het Zonnepark aan de hand van het landschap; Behoud van de kavelsloten en verkavelingsstructuur om het Zonnepark beter in het landschap te kunnen aansluiten;
Ontwerpuitgangspunten extern:
Naast dat er inrichtingsprincipes zijn voortgekomen uit de interne ontwerp uitgangspunten zijn er ook principes welke zijn opgesteld door de externe partijen. Deze partijen zijn Provincie Noord-Holland en Landschap NH. Gemeente Schagen heeft geen uitgangspunten of inrichtingsprincipes voor Zonneparken opgesteld. Hieronder staan de verschillende principes per externe partij uitgesplitst.
Provincie Noord-Holland •
1. De hoogte van een opstelling voor zonneenergie bedraagt niet meer dan 1,50 meter gemeten vanaf het gemiddelde straatpeil van de omliggende openbare wegen. • 2. Van het bepaalde in het eerste lid kan worden afgeweken indien deze afwijking aantoonbaar: o a. bijdraagt aan de ruimtelijke kwaliteit, of; o b. anderszins substantiële meerwaarde oplevert voor de fysieke leefomgeving. • 3. De bodem onder de opstelling wordt niet verhard of verdicht en wordt zoveel mogelijk ecologisch ingericht en beheerd.
21
6. Landschappelijke inpassing
De terreinafscherming en rand van de opstelling voor zonne-energie zijn passend n de omgeving en worden zoveel mogelijk ecologisch ingericht en beheerd. De afstand tussen de opstelling voor zonne-energie en woonbebouwing bedraagt minimaal 50 meter.
1. Realiseer bij ‘zuid-opstellingen’ ruimte tussen de panelen en zorg voor voldoende waterafvoer Bij ‘zuid-opstellingen’ liggen de zonnepanelen op het zuiden gericht en is er tussen de opstellingen ruimte nodig om schaduwwerking tegen te gaan. Deze ruimte moet minimaal 3,50 meter zijn, maar dat kan natuurlijk breder. Wanneer een zonneweide wordt aangelegd op intensief beheerd grasland biedt verbreding van de ruimte tussen de opstellingen kansen voor natuur mits de grond als botanisch grasland met extensieve schapenbegrazing worden beheerd. Dat leidt tot meer kruiden, insecten, vogels en kleine zoogdieren. 2. Realiseer oostwest-opstellingen alleen met voldoende waterbuffer en liefst volledig uit het zicht De meest intensieve vorm van het opstellen van zonnepanelen in een zonneweide is de ‘oostwest-opstelling’. Hierbij liggen panelen als dakjes aangesloten in oostelijke en westelijke. Het rendement per paneel is kleiner dan bij een op het zuiden gerichte opstelling maar er kunnen wel veel meer panelen per hectare worden geplaatst. Dit heeft twee nadelen: 1. Er is geen groene tussenruimte waardoor er in de zonneweide geen ruimte is voor natuur en het bodemleven doodgaat. Deze opstellingen zijn dus alleen geschikt voor industrieterreinen, maar elders in het landschap onwenselijk. 2.
Er ontstaat een onafgebroken verhard oppervlak, waardoor bij een clusterbui (100 mm per uur) 1.000 m3 water per uur moet worden geborgen. Dit betekent dat er een waterbuffer van minimaal 10% van de oppervlakte moet worden gerealiseerd. Dit is overigens op dit moment geen verplichting, omdat in de watertoets bij waterschappen zonnepanelen niet als verhard oppervlak worden aangemerkt, terwijl ze dit feitelijk wel zijn. 3. Zorg voor een netto vooruitgang in natuurwaarden ten opzichte van het bestaande grondgebruik Bij zonneweiden kan nooit 100% van het bruto oppervlak worden ingericht met panelen vanwege schaduwwerking of ruimte voor waterberging. Benut de ruimte aan de randen van de zonneweiden en tussen de opstellingen voor natuur. Doe een quickscan in het kader van de wet Natuurbescherming en monitor de natuur en de bodemconditie via eerder genoemd monitoringsprogramma. 4. Onttrek funderingen en achterkanten van zonnepanelen aan het zicht Zonnepanelen worden opgesteld op een fundering van
stalen palen. Dit is een zeer technisch en weinig fraai gezicht aan de zijkanten en achterkant van de opstelling. Zorg ten minste voor aarden walletjes, opgaande beplanting als rietkragen, struweel of bosschages om funderingen en achterkanten aan het zicht worden te ontrekken. 5. Leg watergang aan rond zonneweide in plaats van hekwerk Om een zonneweide verzekerd te krijgen is een fysieke barrière noodzakelijk. Ontwikkelaars gebruiken hiervoor het liefst stalen hekwerken met camera’s. Een watergang van minimaal zes meter breedte geldt echter voor de verzekering ook als fysieke barrière. Een watergang met natuurvriendelijke oevers als begrenzing van de zonneweiden zorgt voor verhoging van de natuurwaarden en landschappelijk goede inpassing (vooral in waterrijk veenweidegebied en kleigebieden). 6. Leg zonneweides op afstand van infrastructuur en geen geld voor paden of uitkijktorens Ontwikkelaars maken vaak 3D-beelden waarmee de zonneweide vanuit de lucht kan worden beleefd. In werkelijkheid kijk je op ooghoogte naar het terrein: vanaf een snelweg of dorpslint, uit de trein of vanaf een fiets- of wandelpad. Plaats daarom een zonneweide niet direct langs infrastructuur, maar juist ervan af. Het zicht over het landschap wordt dan niet volledig beheerst door de zonneweide, maar vormt er juist meer een onderdeel van.
In een aanbesteding wordt door opdrachtgevers vaak waarde gehecht aan de toegankelijkheid en educatieve overdracht bij zonneweiden. Met paden en uitkijktorens moet het gebied toegankelijk worden gemaakt. Benut dit geld echter voor landschappelijke inpassing, zoals groene en blauwe randen en compensatie voor water en natuur in de omgeving. Daar komt het geld voor de beleving in het landschap meer ten goede. Je gaat ten slotte misschien één keer op een uitkijkpunt over een zonneweide uitkijken terwijl je er misschien wel 1000 keer langs fietst. 7. Maak opstellingen gebied specifiek Een opstelling in de Beemster ziet er anders uit als een opstelling in de Zaanstreek. Om een opstelling van zonnepanelen te maken die past in het landschap, moet een goede landschaps- en cultuurhistorische analyse met inrichtingsprincipes per gebied worden gemaakt.
6.2 Inpassing Zonnepark in landschap
Voor het inpassen van het Zonnepark in het landschap is een landschapsplan opgesteld. Hierbij zijn de ontwerpuitgangspunten en het landschap als kader meegenomen in het plan. Hieronder is het landschapsplan tekstueel toegelicht en daarnaast bevind er zich achterin dit hoofdstuk visualisaties van dit landschapsplan. Deze is op hoofdlijnen ingetekend en zal in de vervolg stappen worden gedetailleerd. Om het Zonnepark goed in het landschap te kunnen laten aansluiten is ervoor gekozen om de oriëntatie parallel aan het dominante landschappelijke structuur
22
6. Landschappelijke inpassing
te plaatsen. Hierdoor zullen de zonnepanelen met de verkavelingsstructuur worden mee gelegd. Hierdoor blijven de structuren behouden en is het zicht op de zonnepanelen gering doordat deze niet in het oog springen ten opzichte van het landschap. De onderhoudspaden in het gebied zullen worden uitgevoerd in open- en half-verharding hierdoor zal de bodem minimaal worden verdicht en verhard. Door deze inpassing zal het oppervlakte maximaal hemelwater kunnen infiltreren en een groen karakter krijgen door de begroeiing. Onder de zonnepanelen zal gras worden aangebracht welke doormiddel van beheer zo veel mogelijk biodiversiteit Om het gebied zo aantrekkelijk mogelijk te maken zal het Zonnepark aan twee kanten ontsloten worden door natuurvriendelijke oevers. Hierdoor wordt de ambitie om netto vooruitgang in natuurwaarden ten opzichte van het huidige grondgebruik te versterken. De natuurvriendelijke oevers zorgen door hun dynamische zone voor meer biodiversiteit in het gebied. Door deze alleen aan de zijde van het natuurgebied te oriënteren en mee te laten lopen door het Zonnepark is er een geleidelijke overgang tussen het natuurgebied het Zonnepark en de agrarische omgeving. Er zal een natuurlijke buffer worden gecreëerd tussen het Zonnepark en de N502. Deze buffer krijgt het karakter van het nollenlandschap.
Dit landschap bestaande uit heuvels en glooiingen in het landschap door verstuivingen van zand en zijn verspreid te vinden in de omgeving. Zo ligt er op hemelsbreed 1,5 kilometer een nollenlandschap aangelegd voor Landschap NH genaamd de Zandpolder. Deze structuren worden gebruikt als stapstenen voor de fauna voor zowel voedselvoorzieningen als rust locatie. Door deze structuur toe te passen wordt er ook een verbinding geslagen met het natura2000 gebied naast de N502 en het agrarische karakter van het gebied. Daarnaast zullen de natuurlijke glooiing in het gebied fungeren als natuurlijke barrière voor het Zonnepark om deze mooi te camoufleren. Dit natuurgebied zal ca. 10 hectare beslaan en hierbij zullen de nollen worden gecreëerd door de vrijgekomen grond uit de te maken waterlichamen. Hierdoor is er binnen het gebied een gesloten grondbalans. Buiten deze waterlichamen om zullen er houtwallen worden geïntroduceerd in het gebied. Deze bieden extra bescherming en schuilgelegenheden voor zowel kleine zoogdieren als vogels. Daarnaast zullen deze houtwallen ook een natuurlijk barrière vormen die de zonnepanelen uit het zicht onttrekken.
Impressie inpassing zonnepark naast Nollenlandschap 23
6. Landschappelijke inpassing
Impressie inpassing zonnepark naast Nollenlandschap 24
6. Landschappelijke inpassing
Impressie dwarsprofielen zonnepark naast Nollenlandschap 25
6. Landschappelijke inpassing
7. Participatie zonnepark Groote Keeten
7.1 Informatie omwonende en belanghebbende Het plan gebied ligt op ruime afstand van dorpen en verstedelijking, echter staan er wel een aantal woningen rondom het project. Grondeigenaar-medeontwikkelaar heeft inmiddels met enkele omwonende gesproken over de ontwikkeling van het zonnepark. Uit deze gesprekken is gebleken dat zij in principe geen bezwaar hebben tegen het zonnepark mits zij goed geïnformeerd worden over de voortgang en de inpassing van het project. Om hieraan tegemoet te komen gaat de ontwikkelaar per brief de omwonenden uitnodigen voor een persoonlijk gesprek. Jan Hopman zal deze brief persoonlijk overhandigen, hij kent de mensen. Een lijst van namen van mensen die worden uitgenodigd zal aan de gemeente worden overhandigd. Verder gaan wij een informatiedag organiseren in Schagen waar de omwonende en betrokkenen mee kunnen praten over hoe het zonnepark eruit komt te zien qua uiterlijke vorm, opstelling en kleurgebruik van de panelen en de landschappelijke inrichting.
7.2 Sociale participatie / sociaal return Om een natuur zonnepark goed te kunnen onderhouden hebben wij een lokale partij nodig die het groenonderhoud kan uitvoeren. Onze voorkeur gaat hier uit naar een sociaalgroenbedrijf die dit bijvoorbeeld kan doen met inzet van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt
7.3 Natuur participatie / 50 ha zonnepark + 10 ha nieuwe natuur De ruime opzet van het zonnepark zorgt dat er veel groen in het zonnepark (50 ha) kan worden aangelegd wat goed is voor de biodiversiteit en grondontwikkeling. En zal er aan de westzijde van het zonnepark maar liefst 10 ha grond worden ingericht als Nollenlandschap. Groenadvies gaat zorgen voor de uitwerking en inrichting van het Nollenlandschap. De kosten van de uitwerking en het grondgebruik zijn voor de initiatiefnemer zonnepark.
7.4 Financiële participatie De ontwikkelaar staat een gedeelte van de opbrengst van het zonnepark af aan het “Fonds zonneparken Schagen”. Inwoners, bedrijven en bijvoorbeeld verenigingen die een (duurzaam) project hebben, kunnen uit dit fonds een aanvraag om subsidie doen. De ontwikkelaar is akkoord met de financiële bijdrage aan het fonds. Deze financiële bijdrage zal bestaan uit een eenmalig te voldoen bedrag dat wordt vastgesteld naar evenredigheid van de omvang van het zonnepark en wel op basis van het netto zonoppervlakte van het zonnepark per hectare op basis van onderstaande tabel 1:
27
7. Participatie zonnepark Groote Keeten
Hectare <1
Afdracht per hectare
1-2
€ 1.900
2
€ 3.800
3
€ 6.300
4
€ 7.500
5
€ 8.300
10
€ 9.800
20
€ 10.500
Tabel 1. Afdracht per hectare naar omvang (excl. B.T.W.)