CConstaterende datSchagen
Koppel je AI →
Document · PDF

10. Bijlagen bij de toelichting; Bijlage 4; Archeologisch bureauonderzoek

Oordeelsvormende vergadering 3 september 2024, gemeente SchagenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Muggenburg Zuid11.030 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Rapport Projectnummer: 51008724 Referentienummer: NL22-648800269-14511 Datum: 03-10-2023

Archeologisch en cultuurhistorisch onderzoek Muggenburg Zuid te Schagen Bureauonderzoek

SWECO ARCHEOLOGISCHE RAPPORTEN 2514

Versie C1 C2 C3 C4

Status Oplevering concept aan opdrachtgever voor beoordeling bevoegde overheid Oplevering concept na correctie en toevoegen cultuurhistorisch onderzoek aan BG Oplevering concept versie C3 na correcties BG Oplevering concept versie C4 na toevoegen cultuurhistorisch onderzoek C2

Sweco Kraanspoor 48 1033 SE AMSTERDAM

www.sweco.nl

Datum 14-01-2022 14-12-2022 12-01-2023 08-08-2023

Sweco Nederland B.V. Handelsregister 30129769 Statutair gevestigd te De Bilt

Leonie Ouwerkerk M +31 6 20 61 39 89

D1

Definitief na goedkeuring bevoegde overheid

03-10-2023

2 (30)

Verantwoording Titel Subtitel

Archeologisch en cultuurhistorisch onderzoek Muggenburg Zuid te Schagen Bureauonderzoek 2468-4813

ISSN-nummer Projectnummer

51008724

Referentienummer

NL22-648800269-14511

Revisie

C4

Datum

03-10-2023

Auteurs

Leonie Ouwerkerk Senior KNA archeoloog/ KNA prospector

E-mailadres

leonie.ouwerkerk@sweco.nl

Gecontroleerd door

Jeroen van Rooij Senior KNA prospector / KNA Archeoloog (actornummer 19995135)

Paraaf gecontroleerd

Goedgekeurd door

Jeroen van Rooij Teammanager

Paraaf goedgekeurd

Sweco voert archeologisch onderzoek uit onder procescertificaat SIKB BRL 4000 ’Archeologie’ (versie 4.1) en de protocollen 4001, 4002, 4003 en 4004. De archeologische werkzaamheden worden uitgevoerd in overeenstemming met de Kwaliteitsnorm van de Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1).

3 (30)

Administratieve gegevens Uitvoerder Provincie Gemeente Plaats Toponiem Kadastrale gegevens Centrumcoördinaat Opdrachtgever Archis Zaakidentificatie Oppervlakte plangebied Bevoegde overheid

Projectmedewerkers Periode van uitvoering Beheer en plaats van documentatie

Sweco Nederland B.V. Noord-Holland Schagen Schagen Muggenburg Zuid Div X: 115.265 y: 531.925 BPD 5148914100 Ca. 32.19 ha Gemeente Schagen Adviseur namens de bevoegde overheid: Mw. C.M. Soonius L. Ouwerkerk (senior KNA-archeoloog, actornummer: 92218907) November 2022- mei 2023 Sweco

4 (30)

Inhoudsopgave Samenvatting ......................................................................................................................... 6 1

Inleiding .................................................................................................................. 9

1.1

Aanleiding van het onderzoek ................................................................................. 9

1.2

Methodiek ................................................................................................................ 9

1.3

Doelstelling en vraagstelling .................................................................................... 9

2

Bureauonderzoek ................................................................................................ 10

2.1

Afbakening plangebied, huidig gebruik en toekomstig gebruik ............................. 10

2.1.1

Afbakening plan- en onderzoeksgebied ..............................................................................10

2.1.2

Huidig gebruik van het plangebied ......................................................................................10

2.1.3

Toekomstig gebruik van het plangebied .............................................................................10

2.2

Overheidsbeleid ..................................................................................................... 11

2.3

Aardwetenschappelijke kenmerken ....................................................................... 11

2.4

Geohydrologie ....................................................................................................... 15

2.5

Archeologische waarden ....................................................................................... 16

2.5.1

Archeologische beleidskaart ...............................................................................................16

2.5.2

Archeologische Monumenten ..............................................................................................17

2.5.3

Archeologische vondstlocaties ............................................................................................18

2.5.4

Archeologische onderzoeksmeldingen ...............................................................................19

2.5.5

Proefschrift Linda Therkorn .................................................................................................21

2.6

Bewoningsgeschiedenis en cultuurhistorische waarden ....................................... 24

2.6.1

Bewoningsgeschiedenis......................................................................................................24

2.6.2

Cultuurhistorie .....................................................................................................................25

2.7

Mogelijke aanwezige bodemverstoringen en bouwhistorische waarden .............. 25

3

Gespecificeerde verwachting ............................................................................. 26

4

Conclusie en advies ............................................................................................ 27

4.1

Conclusie ............................................................................................................... 27

4.2

Advies .................................................................................................................... 27

Literatuurlijst en gebruikte bronnen .................................................................................. 29

Bijlage 1.

Locatie van het plangebied

Bijlage 2.

Bekende archeologische gegevens

Bijlage 3.

Bodemkaart

Bijlage 4.

Geomorfologische kaart

Bijlage 5.

AHN (Actueel Hoogtebestand Nederland

Bijlage 6.

Kadastrale kaart van 1811-1832

Bijlage 7.

Topografische kaart van 1984

Bijlage 8.

Cultuurhistorisch onderzoek

5 (30)

Samenvatting In opdracht van BPD heeft Sweco Nederland B.V. een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd. Aanleiding voor het uitvoeren van het archeologisch bureauonderzoek is de herontwikkeling van het terrein naar woonwijk met 400 tot 600 nieuwe woningen en de daarbij behorende infrastructuur, riolering en kabels en leidingen. Ook worden nieuwe waterwegen aangelegd. Op basis van de tijdens het bureauonderzoek verzamelde gegevens is een gespecificeerd verwachtingsmodel opgesteld. Binnen het plangebied zijn twee terpen aanwezig van hoge tot zeer hoge archeologische waarde. Dit zijn archeologische vindplaatsen waar archeologische resten aangetoond zijn daterend uit de 8e tot en met de 16e eeuw. Deze archeologische waarden zijn mogelijk direct onder de bouwvoor aanwezig. Hier wordt een vlaknederzetting uit de 8e eeuw op een dieper niveau afgedekt door een ophooglaag, waarschijnlijk uit de late Middeleeuwen en Nieuwe tijd. In de rest van het plangebied is bewoning mogelijk geweest in het Laat Paleolithicum en Mesolithicum in de top van het dekzand. Dit dekzand is echter op ca. 15 tot 20 meter onder maaiveld gelegen. Dit niveau zal met de geplande ingrepen niet worden bereikt. Vanaf de Bronstijd tot en met de Nieuwe tijd is er bewoning mogelijk geweest in het plangebied.

Voor de periode Bronstijd t/m vroege Middeleeuwen geldt gezien de vele vondsten uit de directe omgeving een hoge verwachting. Archeologie uit de IJzertijd tot en met de Romeinse tijd kan verwacht worden in de top van het veen, indien dit nog aanwezig is. Uit de opgraving Muggenburg en Witte Paal III blijkt echter dat archeologische waarden ook aanwezig kunnen zijn indien het veen niet meer aanwezig is. Deze resten zijn waarschijnlijk afgedekt door een laatmiddeleeuws kleidek. Archeologische waarden uit de late Middeleeuwen en Nieuwe tijd kunnen vanaf het maaiveld aanwezig zijn. Deze bestaan waarschijnlijk uit sporen van landgebruik en ophogingslagen. Daarnaast heeft het plangebied een hoge cultuurhistorische waarde. Het plangebied ligt in de polder De Meer en is deel van een groter vroegmiddeleeuws landschap gekenmerkt door oost-west georiënteerde onregelmatige blokverkaveling met dijken, wegen en verhoogde woonplaatsen (terpen) en heeft een zeer hoge historischgeografische waarde. Het stelsel van verschillende kleinere lokale dijken en waterlopen is kenmerkend voor dit landschap in en rond Schagen en is nog in hoge mate oorspronkelijk. De twee huisterpen zijn zowel cultuurhistorisch als archeologische aangeduid als van hoge waarde waarvan één Rijksbeschermd.

s Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek adviseert Sweco Nederland een vervolgonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek. Doel van het verkennend booronderzoek is het verkrijgen van inzicht in de bodemopbouw om de archeologische verwachting nader te specificeren. Dit booronderzoek strekt zich uit over het gehele plangebied, met uitzondering van de bekende archeologische terreinen (afb. 5: de terreinen met geen vrijstellingsgrens en de terreinen met vrijstellingsgrens van 100 m2). Het nog op te stellen Plan van Aanpak zal door de bevoegde overheid worden getoetst. Op basis van ca. 4 boringen per hectare worden 135 boringen geadviseerd. Indien het booronderzoek pas wordt uitgevoerd na het vaststellen van het bestemmingsplan dan kunnen de vrijstellingsgrenzen conform de huidige archeologische beleidskaart van de gemeente Schagen worden overgenomen.

6 (30)

Daarnaast is er in bijlage 8 een cultuurhistorisch onderzoek toegevoegd. Met de huidige bouwplannen worden de cultuurhistorische waarden voldoende gewaarborgd. Dit advies is voorgelegd bij de bevoegde overheid en die gaat akkoord met het advies. Wel dient het cultuurhistorisch onderzoek nog beoordeeld te worden.

7 (30)

Tabel 1.1

Overzicht van archeologische perioden1

Periode Laat-Paleolithicum (Oude Steentijd) Mesolithicum (Midden Steentijd)

Tijd 9.000 v.Chr.

to t-

Neolithicum (Nieuwe Steentijd)

5.325 v.Chr.

-

9.000 v.Chr. 4.900 v.Chr. 1.900

Bronstijd

1.900 v.Chr.

-

v.Chr. 800 v.Chr.

IJzertijd

800 v.Chr.

-

12 v.Chr.

Romeinse Tijd

12 v.Chr.

-

450 n.Chr.

Vroege Middeleeuwen

450

-

Late Middeleeuwen

1.050

-

1.050 n.Chr. 1.500

Nieuwe Tijd

1.500

-

n.Chr. heden

Tabel 1.2

Indeling van het Kwartair

Chronostratigrafie Kwartair Holoceen

Pleistoceen

Subatlanticum Subboreaal Atlanticum Boreaal Preboreaal Laat Weichselien (ijstijd) Eemien Midden Saalien (ijstijd) Elsterien (ijstijd) Vroeg

1

Jaren geleden 3.000 - heden 5.000 - 3.000 8.000 - 5.000 9.000 - 8.000 10.000 - 9.000 130.000 - 10.000 120.000 - 10.000 130.000 - 120.000 800.000 - 130.000 200.000 - 130.000 400.000 - 315.000 2.400.00 - 800.000 0

Bron: Archeologisch Basis Register 1992.

8 (30)

1

Inleiding

1.1 Aanleiding van het onderzoek In opdracht van BPD heeft Sweco Nederland B.V. een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd. Aanleiding voor het uitvoeren van het archeologisch bureauonderzoek is de ontwikkeling van het terrein naar woonwijk met 400 tot 600 nieuwe woningen en de daarbij behorende infrastructuur, riolering en kabels en leidingen. Ook worden nieuwe waterwegen aangelegd (zie bijlage 1). 1.2 Methodiek Dit rapport betreft een standaardrapport zoals genoemd in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie. Het bureauonderzoek is uitgevoerd conform SIKB BRL 4000 protocol 4002 en bestaat uit elf processtappen: 1. afbakenen plan- en onderzoeksgebied; vaststellen consequenties toekomstig gebruik (LS01); 2. aanmelden onderzoek bij Archis; 3. vermelden (en toepassen) overheidsbeleid (LS01); 4. beschrijven huidig gebruik (LS02); 5. beschrijven historische situatie en mogelijke verstoringen (LS03); 6. beschrijven mogelijke aanwezigheid bouwhistorische waarden ondergrond (LS02, LS03, LS04); 7. beschrijven bekende archeologische en aardwetenschappelijke kenmerken (LS04); 8. opstellen gespecificeerde verwachting en formuleren onderzoeksstrategie (LS05); 9. opstellen standaardrapport bureauonderzoek (LS06); 10. aanleveren standaardrapport - afmelden onderzoek in Archis; 11. aanleveren digitale gegevens bij e-depot (DS05).

Processtappen 1 tot en met 7 leveren gegevens op basis waarvan de gespecificeerde verwachting (stap 8) wordt opgesteld. Deze stappen worden behandeld in paragraaf 1.1 en hoofdstuk 2. Processtap 9 resulteert in het voorliggende rapport. Processtappen 10 en 11 hebben betrekking op het openbaar maken van het bureauonderzoek voor derden bij onder meer Archis en het e-Depot. Bij de uitvoering van het onderzoek is niet afgeweken van de BRL. 1.3 Doelstelling en vraagstelling De bodemingrepen die gepaard gaan met de geplande werkzaamheden zullen eventueel aanwezige archeologische resten in de bodem verstoren en/of vernietigen. Derhalve dienen voorafgaand aan die werkzaamheden de archeologische waarden binnen het plangebied in kaart te worden gebracht. Het doel van het bureauonderzoek is inzicht te krijgen in de archeologische waarde van het plangebied. Het onderzoek richt zich op de vraag of er in het plangebied archeologische waarden aangetroffen kunnen worden. or het bureauonderzoek zijn de volgende onderzoeksvragen opgesteld: • Zijn mogelijk archeologische waarden in het plangebied aanwezig? • Is het plangebied voldoende onderzocht. Zo nee, welke vorm van nader archeologisch onderzoek wordt geadviseerd?

9 (30)

2

Bureauonderzoek

2.1 Afbakening plangebied, huidig gebruik en toekomstig gebruik 2.1.1 Afbakening plan- en onderzoeksgebied Het plangebied ligt ten zuiden van Schagen. De exacte locatie van het plangebied wordt weergegeven in bijlage 1 en afbeelding 1. Het onderzoeksgebied betreft een straal van 300 meter hieromheen. Op basis hiervan kan voldoende informatie worden verzameld om een uitspraak te kunnen doen betreffende de omgeving van het plangebied. 2.1.2 Huidig gebruik van het plangebied Het plangebied is momenteel in gebruik als poldergebied met weilanden die worden doorkruist door sloten (afbeelding 1).

Afbeelding 1: De locatie van het plangebied. Het plangebied is aangegeven met rood.

2.1.3 Toekomstig gebruik van het plangebied Binnen het plangebied zullen 400 tot 600 woningen worden gerealiseerd. Ook worden nieuwe verhardingen, kabels en leidingen en riolering aangebracht. Daarnaast zullen diverse waterwegen worden aangelegd. Het plangebied zal ca. 40 tot 65 centimeter worden opgehoogd, waardoor voor de bouwkuipen en voor de aanleg van wegen en paden niet zal worden ontgraven. De woningen komen dan ook op een ‘terp’ te liggen. De woningen zullen wel worden onderheid. De exacte bouwplannen staan nog niet vast en worden daarom hier ook niet weergegeven. Voor de riolering wordt tot 105 cm onder het huidige maaiveld ontgraven. Voor de cunetten van het K&L trace wordt de volgende bodemingreep verwacht; de toekomstige wegashoogte van de woonveld komt op minimaal 1,3 m drooglegging (het huidige waterniveau is gelegen op ca. 1,10 m – NAP). Bij een zandcunet met een dikte van 1,0 m voor het K&L wordt een bodemingreep verwacht ten opzichte van bestaand maaiveld

10 (30)

van circa 0,4 m -mv. Onderkant van zandcunet voor K&L-trace is dan gelegen op circa NAP -0,85 m. Het laagliggend groen krijgt een drooglegging van circa 0,5 m (hoogteligging is dan circa NAP -0,65 m). Om het laagliggend groen te verschralen wordt de voedselrijke organische toplaag verwijderd. Dit betreft een maximale bodemingreep van circa 0,2 tot 0,3 m. Daarnaast wordt een bestaande watertransportleiding verwijderd, en een nieuwe geplaatst langs de rand van het plangebied, met een lengte van ca. 500 meter en een ontgravingsbreedte van ca. 5 meter. Deze wordt ontgraven tot op 40 cm – mv. Daarnaast worden diverse waterwegen gedempt. Sommige waterwegen worden behouden. Ook wordt een toegangsweg aangelegd vanaf de N-weg. Deze toegangsweg wordt geplaatst tussen de twee terpen met AMK-status en deze wordt zo ontworpen dat de terpen niet afgegraven worden. 2.2 Overheidsbeleid Op 22 december is de beleidskaart Archeologie van de gemeente Schagen vastgesteld door de gemeenteraad. Ruimtelijke ontwikkeling zullen hieraan getoetst worden. Het archeologisch beleid wordt besproken onder 2.5.1. 2.3 Aardwetenschappelijke kenmerken 2 Om de landschapsgenese in beeld te brengen is gebruik gemaakt van bodemkaarten en geologische, paleografische en geomorfologische kaarten. Met behulp hiervan worden de bodem en het landschap beschreven.

Onderdeel van deze studie vormt een analyse van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN). Tabel 2.1

Aardwetenschappelijke informatie

Bron Geologie Geomorfologie Bodemkunde

AHN

Informatie Formatie van Naaldwijk; Laagpakket van Walcheren op Laagpakket van Wormer; zeeklei en -zand (kaartcode Na14) Vlakte van getij-afzettingen (kaartcode 2M72) Knippige poldervaaggronden (kaartcode gMn83C en Mn58) Kalkarme poldervaaggronden (kaartcode Mn25C) Ca. 0,5 m - NAP

Het plangebied maakt deel uit van het Noordhollands kleigebied. De diepere bodem is grotendeels in het Weichselien (114.300 tot 9.700 BP of 112.350 tot 7750 v.Chr.) gevormd. In deze periode heerste een toendraklimaat met een permanent bevroren bodem. Door de wind werd in deze periode grote pakketten zand afgezet. Tijdens natte zomers kwam ook veenvorming voor. In het Laat-Pleistoceen en Mesolithicum is er op het zand bewoning mogelijk geweest. Deze pakketten van zand (en soms veen) worden tot de Formatie van Boxtel gerekend.3 Deze laag ligt in het plangebied echter op ca. 15 tot 20 meter onder NAP.4 In het Holoceen (vanaf 10.000 BP of 8050 v. Chr.) werd het gebied warmer en vanwege de stijgende grondwaterspiegel natter. Voor de kust van Noord-Holland lag vanwege de hoge ligging van het pleistocene dekzand, een gesloten duinenboog vanaf Bergen tot aan Vlieland. Daardoor heeft het plangebied vooral onder invloed gelegen van het getijdengebied ten zuiden van Alkmaar. Dit getijdenbekken verplaatste zich steeds verder landinwaarts, onder invloed van de stijgende grondwaterspiegel. Langs de randen van dit 2

Aangepast uit Diederik 2012 Haakmeester en Visser-Poldervaart 2009.. Berendsen, 2011. 4 Archis 3 3

11 (30)

getijdenbekken bevond zich een moerassige zone waarin zich laagveen (Formatie van Nieuwkoop, Basisveen Laag) vormde. Vanaf 5850 BP (ca. 3900 v. Chr.) steeg de zeespiegel minder snel en werd de getijdengeul opgevuld met zand en klei (Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Wormer). In de lagune achter de kustlijn werd opnieuw veen (Hollandveen) gevormd in de voormalige getijdenbekkens. Omdat de zeegaten van Bergen en Alkmaar nog deels open waren, werd het laagveen regelmatig weggespoeld, en werd er klei en slib afgezet. Omdat het gebied hierdoor werd opgehoogd, had de zee weer minder invloed, en werd opnieuw veen gevormd. Hierdoor ontstond een gelaagd pakket van veen en klei en zandafzettingen die worden doorsneden door getijdengeulen. Eén van deze getijdengeulen heeft in de richting van Schagen gelegen. Het plangebied is gelegen op de grens van een brede voormalige strandvlakte en een veenmoeras. Rond 3800 BP (ca. 1850 v. Chr.) sloot het zeegat van Bergen zich en ontwikkelde zich hoogveen. Hierdoor werd bewoning mogelijk op hoger gelegen kreekruggen. In de Geestmerambacht en bij Schagen zijn inmiddels meerdere vindplaatsen bekend uit de overgang van de Vroege naar de Late Bronstijd.5 Rond 3550 BP (1600 v. Chr) is de zee echter nogmaals doorgebroken, waardoor er klei is afgezet. Pas rond 300 v. Chr.

(2250 BP) werd het gebied opnieuw bewoonbaar toen de veenkussens ruim een meter dik waren, en het veen werd ontwaterd door een serie veenriviertjes. Uit de tweede en de derde eeuw is er bewoning bekend in het gebied en waren er handelscontacten met de Romeinen in het zuiden. 6 In de derde eeuw neemt de wateroverlast toe en overstromen de meest laaggelegen woonplaatsen. Op de laaggelegen plekken vormt zich opnieuw veen. Vanaf 1000 na Chr. verstuift de kust en ontstaan er duinen, waardoor het gebied slecht kan ontwateren. Een nog steeds stijgende zeespiegel zorgt voor overstromingen in het estuarium van de Rekere/Zijpe. Deze overstromingen zorgen voor zeer zware kleiafzettingen (pikklei) op het veen. In deze periode worden ook de eerste kaden en dijkjes aangelegd langs het natuurlijke afwateringssysteem. In de 12e en 13e eeuw is er echter opnieuw sprake van hevige overstromingen waardoor opnieuw een dikke laag klei wordt afgezet. Op de paleografische kaart van Vos uit 20187 is te zien dat het plangebied rond 9000 v. Chr. gelegen is in het pleistocene dekzandgebied. Net ten oosten van het plangebied is een riviervlakte en beekdal aanwezig. In deze periode is het plangebied goed bewoonbaar, en nabij water een prettige vestigingsplaats. Rond 5500 v. Chr. is het plangebied aan de rand van, en aan de zuidoost zijde deels in het buitenwater gelegen.

De rest van het plangebied is een wad- en kweldergebied, en te nat voor bewoning. Rond 3850 v. Chr. ligt het gehele plangebied in het buitenwater. Rond 500 v. Chr. is het zeegat inmiddels gesloten, en is er in het hele gebied hoogveen ontwikkeld. Vanaf ca. 300 v. Chr. is het veen voldoende dik voor bewoning. Rond 800 n. Chr. hebben zich inmiddels duinen gevormd, waardoor het gebied slecht kan ontwateren. Het estuarium van de Rekere/Zijpe is aanwezig ten westen van het plangebied. Het plangebied zelf is gelegen in een kwelder en riviervlakte (zie bijlage 7). Het gebied is dan opnieuw ongeschikt voor bewoning. Op de geomorfologische kaart is te zien dat het plangebied gelegen is op een vlakte van getij-afzettingen. 5

Diederik 2012. Diederik 2012. 7 https://www.cultureelerfgoed.nl/onderwerpen/bronnen-enkaarten/documenten/publicaties/2019/01/01/paleogeografische-kaarten-zip, Vos 2018. 6

12 (30)

Op de bodemkaart (zie afbeelding 7) is te zien dat er in het plangebied knippige en kalkarme poldervaaggronden voorkomen. Poldervaaggronden zijn zavel en kleigronden waarin hoge grondwaterstanden kunnen voorkomen. Er heeft wel enige bodemvorming plaatsgevonden in deze gronden. Ook is er op deze kaart te zien dat er in een groot deel van het gebied een dunne afgedekte veenlaag aanwezig is. 8 Op de AHN (Actueel Hoogtebestand Nederland) is te zien dat het plangebied gemiddeld op 0,5 m – NAP gelegen is. In het midden van het plangebied ligt een perceel dat duidelijk iets hoger gelegen is. Volgens het Bodemloket is op deze locatie een baggerdepot aanwezig geweest (zie bijlage 5).

Afbeelding 2: Een uitsnede uit de bodemkaart 1:15.000 (bron: Kleinsman et.al 1975).

8

Bakker en Schelling 1989.

13 (30)

Afbeelding 3: Het plangebied op de Paleografische kaart van Vos, ca. 500 v. Chr.

Afbeelding 4: Het plangebied op de Paleografische kaart van Vos, ca. 800 n. Chr.

14 (30)

2.4 Geohydrologie De regionale bodemopbouw is weergegeven in onderstaande tabel en model Geotop. De gegevens zijn ontleend aan www.dinoloket.nl. De maaiveldhoogte ter plaatse van de locatie komt globaal overeen met NAP -0,3 en -0,2 m. Tabel 2.3: Regionale bodemopbouw Globale diepte (m -mv)

Samenstelling

Geohydrologische eenheid

Formatie

0,00-1,00 1,00-2,00

Klei Zandige klei, leem of kleiig fijn zand Zandige klei, leem of kleiig fijn zand Zand, fijn Zandige klei, leem of kleiig fijn zand Zandige klei, leem of kleiig fijn zand Zandige klei, leem of kleiig fijn zand Zand, matig grof Klei

Holocene afzetting Holocene afzetting

Naaldwijk (NAWA) Naaldwijk (NAWA)

Holocene afzetting

Naaldwijk (ANAWA)

Holocene afzetting Holocene afzetting

Naaldwijk (ANAWA) Naaldwijk (ANAWA)

Holocene afzetting

Naaldwijk (ENAWO)

Holocene afzetting

Naaldwijk (NAWO)

Holocene afzetting Holocene afzetting

Naaldwijk (NAWO) Naaldwijk (NAWO)

2,00-7,00 7,00-10,50 10,50-11,50 11,50-13,50 13,50-18,00 18,00-19,00 19,00-20,00

Het profiel bestaat uit een bovengrond (0,0-1,0 m -mv) van ziltige klei en vervolgens uit een dik pakket (1,0 tot 18,0 m -mv) van zandige klei (wadzandafzettingen) en zand. Lokaal kan in een diepere bodemlaag (NAP -5 m) een dunne veenlaag voorkomen en zijn plaatselijk in de diepe ondergrond zandlagen aanwezig. Dit is weergegeven in de onderstaande dwarsdoorsnede van het gebied.

Figuur Bodemopbouw uit Geotop (bron: www.dinoloket.nl)

Op basis van TNO gegevens wordt geconcludeerd dat het grondwater in het eerste watervoerend pakket in oostelijke richting stroomt. De freatische, ondiepe grondwaterstand op de locatie bedraagt tussen de <40 (GHG) en de 80-120 (GLG) cm-mv. De stromingsrichting van het freatische grondwater is niet exact aan te geven en kan plaatselijk afwijken. Voor de ontwikkeling van de woningbouwlocatie wordt ter hoogte van de woonvelden een ophoging verwacht van 0,4 tot 0,5 m. Ten tijde van de ophoging kan zetting optreden. Zetting is een proces waar grond onder invloed van een belasting wordt samengedrukt. De zettingssnelheid hangt af van de textuur en structuur van de grond en watergehalte, de

15 (30)

omvang van de belasting en de eerdere belastingen. Uit de bodemopbouw is af te leiden dat deze bodemlagen beperkt zetting gevoelig zijn. Uit de gegevens van de klimaatatlas wordt herleidt dat de gemodelleerde bodemdaling tot 2050, gegeven een sterk KNMI scenario, (Deltares, WEnR, TNO, 2021) in het plangebied is grotendeels verwaarloosbaar. Dit toont aan dat de zettingen beperkt zijn. Dit wordt ook gestaafd door het nauwelijks optreden van bodemdaling (signaalkaart bodemdaling STOWA) ter hoogte van de directe noordelijk gelegen bestaande woonwijk Muggenburg. De te verwachten zettingen voor Muggenburg-Zuid bij een ophoging van 0,4 tot 0,5 m zijn waarschijnlijk beperkt tot maximaal 5cm a 10 cm. 2.5 Archeologische waarden Om de reeds bekende archeologische waarden in beeld te krijgen, zijn diverse bronnen geraadpleegd, zoals de Archeologische Monumentenkaart, Archis 3 en reeds uitgevoerde onderzoeken in de omgeving van het plangebied. 2.5.1 Archeologische beleidskaart Archeologie West-Friesland heeft een update van de beleidskaart archeologie en een cultuurhistorische elementenkaart vervaardigd. 9 Deze kaarten met toelichting zijn op 20 december 2022 vastgesteld door de gemeenteraad van Schagen.

Nabij de Westerweg/Provinciale weg bevinden zich twee huisterpen uit de Late Middeleeuwen, waarvan de meest zuidelijk een Archeologisch Rijksmonument is (rijksmonumentnummer 45932: beschermd sinds 14 oktober 1977). Bij bodemingrepen ter plaatse van het Rijksmonument is een monumentenvergunning noodzakelijk. Deze dient te worden aangevraagd bij de RCE. De noordelijke terp is een terrein van hoge archeologische waarde (monumentnummer 10598). Hieraan is een vrijstellingsgrens van 100 m2 aan gekoppeld. Tot slot staan de Muggenburgerweg en de Bonkelaarsdijk aangegeven. Hiervoor geldt eveneens een vrijstellingsgrens van 100 m2. Voor de bekende waarden geldt dat duurzaam behoud in de bodem in principe de voorkeur heeft. Het talud van de Provinciale weg is vrijgegeven met betrekking tot het aspect archeologie. Voor de rest van het plangebied geldt een zeer hoge archeologische verwachting voor resten uit de periode Late IJzertijd t/m Vroege Middeleeuwen. Deze bevinden zich onder een laatmiddeleeuws kleidek. Aan het oppervlak kunnen resten uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd aanwezig zijn. Aan deze zone is een vrijstellingsgrens van 500 m2 verbonden.

9

Soonius, de Groot & Schinning 2022.

16 (30)

Afbeelding 5: Het plangebied op een uitsnede van de gemeentelijke archeologische beleidskaart (2022).

2.5.2 Archeologische Monumenten De Archeologische Monumentenkaart (AMK) bevat een overzicht van belangrijke archeologische terreinen in Nederland. Binnen het plangebied zijn twee AMK-terreinen geregistreerd (bijlage 2). Binnen het onderzoeksgebied van 300 meter rondom het plangebied liggen nog eens zes AMK terreinen. Binnen het plangebied gaat het om een huisterp (monumentnummer 10598) uit de Middeleeuwen. De terp is gedeeltelijk afgegraven en afgevlakt, met daaronder een vlaknederzetting uit de 8e eeuw. De archeologische waarden bevinden zich direct onder de bouwvoor en bestaan uit oude funderingen, ophogingslagen en afgedankt huisraad. Aangezien deze bijdragen aan de bewoningsgeschiedenis van Schagen wordt behoud van dit terrein nagestreefd. Het tweede AMK monument binnen het plangebied betreft ook een huisterp die bekend staat als Tjallewal (monumentnummer 1298). Dit is een terrein met een terpachtige verhoging waarop middeleeuwse bewoning heeft plaatsgevonden. De overblijfselen bevinden zich direct onder de bouwvoor en bestaan uit oude funderingen, ophogingslagen en afgedankte huisraad. Dit terpje kan tussen 1000 en 1500 na Chr. gedateerd worden. Dit AMK terrein is tevens een Rijksmonument en is beschermd. Door de RCE is op deze terp een visuele inspectie uitgevoerd.

Hieruit is gebleken dat er een aantal kuiltjes aanwezig waren die waarschijnlijk het gevolg zijn van metaaldetectie. Het is beschreven als een zichtbaar complex met een matige belevingswaarde en redelijke huidige toestand. Het terrein lijkt in goede staat, wel veel mollengangen. Nauwelijks tot geen erosie als gevolg van baggerwerkzaamheden. Enkele smalle afwateringsgreppeltjes zijn aanwezig, die duidelijk nodig zijn.10

10

45932 Visuele inspectie - RCE

17 (30)

Direct aangrenzend aan de westzijde van het plangebied bevinden zich nog twee AMK terreinen. Ook hier gaat het om twee huisterpen, gelegen op een lage dijk. Beide dateren uit de Late Middeleeuwen (monumentnummer 10735 en 10609). Direct aangrenzend aan het plangebied aan de zuidwestzijde is nog een huisterp uit dezelfde periode gelegen (monumentnummer 10586), net als aan de uiterste noordoostzijde (monumentnummer 1727), en op ca. 80 meter ten westen van het plangebied (monumentnummer 10608). Op 240 meter ten noordwesten van het plangebied bevindt zich nog een huisterp uit de Late Middeleeuwen (monumentnummer 1297). 2.5.3 Archeologische vondstlocaties Volgens Archis 3 staan binnen het plangebied zes archeologische vondstlocaties geregistreerd (zie Tabel 2.2). Binnen het onderzoeksgebied van 300 meter rondom het plangebied liggen nog eens achttien archeologische vondstlocaties. Tabel 2.2 Vondstmeldingen in het onderzoeksgebied Zaakidentificatie Complex Datering 2776205100 Huisterp Middeleeuwen 2946224100

Huisterp

Middeleeuwen

3090258100

Huisterp

Middeleeuwen

2776587100

Terp/Wierde

Middeleeuwen

2775963100

Niet te bepalen

3102975100

Bewoning

Late Middeleeuwen Middeleeuwen

2948030100

Terp/Wierde

2916424100 2820999100

Huisterp/huiswie rde Bewoning

Late Middeleeuwen Middeleeuwen/ Nieuwe tijd Romeinse tijd

3183984100

Bewoning

Romeinse tijd

2820990100 2821387100

Bewoning Bewoning

Romeinse tijd Romeinse tijd

3146197100

Terp/Wierde

Middeleeuwen

2776181100

Terp/Wierde

Middeleeuwen

3058993100

Huisterp/Huiswi erde Huisterp/Huiswi erde

Middeleeuwen

Bewoning

Romeinse tijd

2945958100

3090396100

Middeleeuwen

Beschrijving Waarneming van een sloot die een woonterp doorsnijdt Pingsdorp aardewerk aangetroffen bij het aanleggen van een sloot Bij een veldkartering zijn een aantal scherfjes aardewerk aangetroffen Bij een veldkartering zijn wat scherven aardewerk aangetroffen Vondst aangetroffen bij niet-archeologische graafwerkzaamheden Vondsten die zijn aangetroffen bij baggerwerkzaamheden Vondst van pingsdorf aardewerk bij nietarcheologische graafwerkzaamheden Waarneming van een woonterp Vondsten gedaan bij een opgraving door de AWN in 1989 Vondsten gedaan bij een proefopgraving van 1 x 1 meter Idem Vondsten gedaan bij een opgraving van de AWN bij de aanleg van vijvers en wegcunetten Vondsten gedaan door de AWN rondom slootkanten en uit het water Vondsten door de AWN op een terrein waar bebouwing gepland stond Vondsten gedaan tijdens een booronderzoek door onbekenden Vondsten gedaan in de jaren 80 van de vorige eeuw (net als de meeste bovenstaande meldingen door onbekende partij) Vondsten gedaan tijdens een opgraving uit de jaren 80 van de vorige eeuw

18 (30)

3090169100

Bewoning

Romeinse tijd

2775899100

Bewoning

Romeinse tijd

2775947100

Terp/wierde

2948014100

Bewoning

Late Middeleeuwen Romeinse tijd

2005846100

Bewoning

Romeinse tijd

2775971100

Terp/wierde

Middeleeuwen

2947286100

Bewoning

Romeinse tijd

Vondsten gedaan tijdens een opgraving uit de jaren 80 van de vorige eeuw Vondsten gedaan tijdens een opgraving uit de jaren 80 van de vorige eeuw Vondsten gedaan bij niet-archeologische graafwerkzaamheden Vondsten gedaan bij een opgraving uit de jaren 90 van de vorige eeuw Vondsten gedaan bij een opgraving uit de jaren 90 van de vorige eeuw Vondsten gedaan bij een veldkartering uit de jaren 80 van de vorige eeuw Vondsten gedaan door de AWN bij een opgraving uit de jaren 90 van de vorige eeuw

2.5.4 Archeologische onderzoeksmeldingen Volgens Archis 3 staat binnen het plangebied één archeologische onderzoeksmelding vermeld. Binnen het onderzoeksgebied van 300 meter rondom het plangebied staan nog eens zeven onderzoeksmeldingen geregistreerd (zie Tabel 2.3). Tabel 2.3

Onderzoeksmeldingen in het onderzoeksgebied

Zaakidentificatie 2450122100

Type onderzoek Bureauonderzoek

2243921100

Bureauonderzoek

4725032100 4748394100 2426536100

Bureauonderzoek Booronderzoek Proefsleuvenonde rzoek Opgraving Booronderzoek Opgraving Opgraving

2457179100 2025318100 2005846100 2820990100

Uitvoerder / Jaar The missing link 2014 NMF erfgoedadvies Hollandia 2019 Hollandia 2019 Synthegra 2013

Resultaat Niet online beschikbaar, waarschijnlijk niet relevant Betreft de vervaardiging van de beleidskaart Niedorp, niet relevant. Vervolg Vervolg Vervolg

Hollandia 2014 RAAP 2002 AWN 1992 AWN 1990

Deels vervolg -

Binnen een deel van het plangebied is een grootschalig bureauonderzoek uitgevoerd door The missing link in 2014. Dit rapport is niet online beschikbaar. Een bureauonderzoek uitgevoerd door Hollandia in 2019 voor de herontwikkeling van een terrein aan de Bonkelaarsdijk 5 resulteerde in het advies om ondanks dat de maximale verstoringsgrens van 500 m2 en een totale verstoring van 439 m2 toch vervolgonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek uit te voeren. 11 In het hier op volgende booronderzoek is gebleken dat er zich op ca. 80 tot 100 cm onder maaiveld een mogelijke cultuurlaag bevindt waarin op een nabijgelegen locatie archeologische waarden zijn aangetroffen uit de vroege Middeleeuwen tot en met de Nieuwe tijd.12 Bij een proefsleuvenonderzoek door Synthegra in 2013 werden vele sporen uit de IJzertijd en Romeinse tijd aangetroffen, gevolgd door vondsten uit de Karolingische periode en de late Middeleeuwen en Nieuwe tijd. 11 12

Tuinman 2019 Tuinman en Vermoolen 2019

19 (30)

De ondergrond van het plangebied bestond uit wadafzettingen van het Laagpakket van Wormer, die zijn bedekt met een dunne laag overstromingsklei van Duinkerke III (Laagpakket van Walcheren). Elders in Schagen is op de overgang tussen deze afzettingen een dunne veenlaag aangetroffen waarop bewoningssporen zijn aangetroffen. Deze veenlaag is echter vanwege erosie en afgravingen niet overal meer aanwezig. Tijdens het onderzoek is op ca. 1,15 m – mv (1,22 m – NAP) een vlak aangelegd. De sporen die zijn aangetroffen bestonden grotendeels uit kuilen, sloten en greppels. In totaal zijn 223 vondsten aangetroffen uit de late IJzertijd/ vroeg Romeinse tijd en de Karolingische tijd. Daarom is een vervolgonderzoek geadviseerd.13 Bij de hier opvolgende archeologische begeleiding door Hollandia zijn resten uit de prehistorie en de late Middeleeuwen aangetroffen.

Afbeelding 6: Een profiel uit het proefsleuvenonderzoek door Synthegra in 2013. Te zien is een sloot die het profiel doorsnijdt. (Leuvering en Hoven 2014).

Daarnaast zijn sporen uit de 17e en 18e eeuw gevonden. Vermoed wordt dat er zich een huisplattegrond net buiten het plangebied bevindt uit de IJzertijd of Romeinse tijd. 14 Bij een booronderzoek door RAAP uit 2002 zijn in alle boringen archeologische indicatoren aangetroffen. Het terrein is dan ook gelegen op een middeleeuwse terp. De archeologische resten bevinden zich direct onder de bouwvoor van ca. 30 cm dik. Indien dieper gegraven zal worden dan 20 cm wordt aanbevolen om de ontgravingen archeologisch te laten begeleiden.15

13

Leuvering en Hoven 2014. Salomons en de Koning 2015. 15 Smit 2002. 14

20 (30)

Van 1992 tot en met 1997 heeft de AWN een opgraving uitgevoerd aan het terrein de Witte Paal III. Bij het bouwrijp maken voor de uitbreiding van het industrieterrein in oostelijke richting werd in het wegcunet een stelsel van sloten en greppels uit de late IJzertijd en vroege Romeinse tijd ontdekt. Het plangebied werd doorsneden door evenwijdig aan elkaar gelegen zuidwest-noordoost georiënteerde greppels en sloten. Elk perceel leek ook weer opgedeeld in kleinere eenheden. Hier zijn enkele kuilen en grote hoeveelheden vondsten aangetroffen. Langs de Grotewallerweg zijn twee erven uit de late IJzertijd-Romeinse tijd ontdekt. Ook hier betroffen de sporen voornamelijk greppels en kuilen met veel vondstmateriaal zoals handgevormd aardewerk, houten voorwerpen en bot. Tijdens later onderzoek is tevens een boerderij ontdekt uit de Romeinse tijd, en mogelijk tot tien huisplaatsen uit deze periode. Slechts kleine delen van het terrein waren voor onderzoek toegankelijk. Romeinse importgoederen zijn slechts fragmentarisch gevonden, het meeste vondstmateriaal bestond uit inheems aardewerk maar er was ook zeer veel dierlijk bot aanwezig.16 In 1989 is een opgraving uitgevoerd door de Universiteit Amsterdam en de Archeologische Werkgroep Schagen. Het betreft de opgraving Muggenburg.

Er zijn bij dit onderzoek geen paalgaten aangetroffen vanwege het verdwenen veen, wel zijn er ten minste drie huizen aangetroffen, waarvan een met een vloer van klei. Deze vindplaats stamt uit de late derde eeuw, en is mogelijk tot begin vijfde eeuw bewoond geweest. Er zijn voorwerpen aangetroffen die met nijverheid te maken hadden zoals voorwerpen die verband houden met het weven en spinnen van wol, ijzererts en sloopijzer die verband houden met een smidse. Daarnaast werd veel luxe import aardewerk aangetroffen, in het bijzonder aardewerk dat is gefabriceerd in Groot-Brittannië.17 2.5.5 Proefschrift Linda Therkorn18 Naast de Archis meldingen betreffende de opgraving van Muggenburg I en III is er tevens een opgravingsverslag bekend dat is opgenomen in het proefschrift van Linda Therkorn. Dit verslag is uitgebreider dan de gegevens die te vinden zijn in Archis. Dit betreft de opgraving Muggenburg I, die op ca. 235 meter ten noorden van het huidige plangebied is uitgevoerd. Deze site stamt uit ca. 300 na. Chr. Ook beschreven is de opgraving van Muggenburg III, die ca. 450 meter ten zuidwesten gelegen is ten opzichte van Muggenburg I. Muggenburg III dateert uit ca. 320-350 na. Chr. Muggenburg I is opgegraven in 1983-84, en Muggenburg III is opgegraven in 1990. Het sporenvlak van Muggenburg I beslaat een oppervlak van ca. 60 x 100 meter.

Geen van beide sites zijn volledig opgegraven maar de sporen geven wel een impressie van de soort bewoning en typen sporen die verwacht kunnen worden. Beide sites zijn gelegen op een restant veen, die vanwege ontginning, oxidatie en inklinking nog slechts drie tot vijf centimeter dik was. Op sommige plekken was het veen vanwege oxidatie geheel verdwenen. De oorspronkelijke dikte van het rietveen bedroeg waarschijnlijk 70-130 cm. De sporen zijn aangetroffen op een diepte van 30-40 cm onder het toenmalige maaiveld. De sporen zijn vanaf het veen ingegraven in de zeeklei en de vulling bestond regelmatig uit het rietveen. In de vele aangetroffen kuilen kwamen grote hoeveelheden bot, en soms ook hout. Beide materialen bleken goed geconserveerd. Aan het einde van de bewoningsfase lijken beide sites bedekt te zijn met gestoken turf, klei en een grote hoeveelheid bot en ander materiaal. Een deel van dit dek lijkt vervolgens in brand gestoken. Vervolgens is er overheen geploegd. Uit enkele coupetekeningen van sporen blijkt dat het sporenvlak zich op ca. 1 á 1,5 m – mv bevond (zie afbeelding 8). 16

Diederik 1993. Jagers en Woltering 1991. 18 Therkorn 2004. 17

21 (30)

Latere sporen uit de vroege middeleeuwen beslaan een aantal greppels, die afgedekt zijn door een pakket zeeklei van ca. 30 cm dik. Uit de late middeleeuwen zijn slechts brede greppels gegraven, die deels oudere sporen hebben aangetast. Sporen uit de Romeinse tijd/IJzertijd zijn aangetroffen in de vorm van kuilen, die gevuld zijn met niet geoxideerd veen. Organisch materiaal van beide sites was bijzonder goed bewaard gebleven. Bij de opgraving zijn aan de noordzijde vijf haarden aangetroffen samen met veel houtskool en ijzerslakken. Dit wijst op metaalbewerking in deze zone van de site. Mogelijk werd hier ook aardewerk gebakken, gezien de vele scherven in dit gebied. In deze zone zijn ook vier graven aangetroffen en een crematiekuil. Zestig meter naar het zuiden is een boerderij aangetroffen. Deze dateert uit ca. 300 na Christus aan de hand van een vondst van een Romeinse munt en koolstofdatering. Deze werd waarschijnlijk bewoond door één familie. Aan de zuidzijde bevond zich een kleine structuur van 5.4 bij 10-12,5 meter met een huisgreppel langs één zijde. De haard was meerfasig. Er zijn slechts enkele paalkuilen aangetroffen die tot in de klei reikten. Sommige paalkuilen waren zeer ondiep, en slechts te herkennen aan de aanwezigheid van potscherven. Uit deze sporen bleek dat de boerderij drie assig was, en langwerpig, conform de bekende structuren uit die periode.

De vloer bestond uit klei van ca. 3 tot 5 cm dikte. Aan de zuidzijde bevonden zich drie haarden, één rechthoekig van vorm en twee ovale haarden. De functie van deze haarden is onduidelijk. Daarnaast werd aan de westzijde van de site een greppel van 46 meter lang en 25 cm diep aangetroffen. Deze zat vol met dierlijk bot, voornamelijk afkomstig van koeien. Een van de kuilen bevatten zeven potten, waaronder menselijke crematieresten aanwezig waren. Waarschijnlijk zijn alle resten van één persoon afkomstig, mogelijk een vrouw. Daarnaast is een begraving van een paard aangetroffen in een grote kuil. In tientallen andere diepe en ondiepe kuilen werden ook grote hoeveelheden botmateriaal aangetroffen. Het betreft hier mogelijk rituele deposities zoals Therkorn in haar dissertatie beschrijft. Van Muggenburg III is slechts een beperkt deel opgegraven door amateurarcheologen. Het beeld van deze opgraving is echter vergelijkbaar. Bij Muggenburg III werd mogelijk meer veen gewonnen, en hebben veel kuilen te maken met veenwinning. Hier werd in de kuilen ook veel minder botmateriaal aangetroffen. De aangetroffen boerderijplattegrond was ca. 21 x 5.25 meter groot, ook hier was klei gebruikt voor de vloer.

In beide opgravingen schijnen voeten een religieuze betekenis te hebben gehad, aangezien deze vaak ontbraken bij diverse skeletten, zowel menselijk als dierlijk, en deze vaak op andere locaties zijn herbegraven. Ook wordt een link gelegd tussen de locaties van begravingen en diverse sterrenbeelden.

22 (30)

Afbeelding 7: Het opgravingsvlak met sporen van de opgraving Muggenburg I (uit Therkorn 2004).

Afbeelding 8: Een tekening van diverse grondsporen met daarbij de maten onder maaiveld (uit Therkorn 2004).

23 (30)

Afbeelding 9: De opgravingsplattegrond van Muggenburg III (uit Therkorn 2004).

2.6 Bewoningsgeschiedenis en cultuurhistorische waarden Voor het beschrijven van de historische situatie is gebruik gemaakt van een selectie van bronnen en kaarten waarin de ligging van het plangebied duidelijk en nauwkeurig afgebeeld staat. 2.6.1 Bewoningsgeschiedenis In de omgeving van het plangebied is bewoning bekend vanaf ca. 1200 v. Chr. als de invloed van de zee beperkt is, en er in de diepere delen van het landschap veen wordt gevormd. Op de hogere delen van het landschap werd in deze periode gewoond, wat bekend is uit diverse vondsten uit de Bronstijd. Deze vondsten zijn echter niet in de directe omgeving van het plangebied gedaan. Kort hierna echter werd de invloed van de zee in het gebied weer groter en werd het gebied waarschijnlijk weer onbewoonbaar en werd op grote schaal veen gevormd. Pas enkele eeuwen voor Christus werd het gebied weer droger en bewoonbaar en uit de IJzertijd en Romeinse tijd zijn dan ook diverse sites bekend. Bewoning concentreerde zich voornamelijk in de nabijheid van water, omdat hier de afwatering van het veen optimaal was. Tussen 450 en 600 na. Chr. is er waarschijnlijk opnieuw invloed van de zee in het gebied, en verdwijnt de bewoning. Vanaf de 7e eeuw is er waarschijnlijk echter al weer bewoning in de omgeving van Schagen, en in de 8e eeuw wordt het veen op grote schaal ontgonnen.

Door de ontginning van het veen daalt in de late Middeleeuwen het landschap, en ontstaan meer overstromingen door het binnenwater. Deze overstromingen hebben echter een rustig

24 (30)

karakter en het volstaat om de woonplaatsen op te hogen in de vorm van woonterpen, en om kades om akkergebieden aan te leggen. 19 In de 12e eeuw is er echter opnieuw sprake van een grootschalige overstroming onder invloed van een noordwester storm die meerdere dagen aanhoudt. Bijna geheel Schagen raakt overstroomd, en ook de kerk van Schagen gaat in 1170 ten onder. Als reactie hierop legt men in hoog tempo kades en dijken aan, waar ook de Tjallewal deel van uitmaakt. Toch is er lange tijd nog sprake van overstromingen, tot de Burghorn in 1460 wordt ingepolderd, en de buitendijken worden opgehoogd die deel uitmaken van de Westfriese dijk. Na deze periode komt er een einde aan de overstromingen. Schagen bouwde zijn kerk weer op en legde een kade aan van Schagerwiel tot aan Snevert. Langs deze as werd in de late Middeleeuwen veel gewoond, net als langs andere kades, en op terpen. De Tjallewal is tot in de 19e eeuw een druk bewoond gebied gebleven.20 Op de kaart van de kadastrale minuut van 1811-1832 is te zien dat het plangebied grotendeels in gebruik is als weiland of bouwland. De omgeving van het plangebied is vergelijkbaar en in gebruik als weiland en bouwland. Ook de meest zuidelijke terp is aangegeven op deze kaart. De Muggenburgerweg is al duidelijk zichtbaar op de kaart en ook lijkt er aan de verkaveling tot aan nu weinig veranderd te zijn.

Rond 1850 is op de topografische kaart aan de oostzijde van het plangebied een spoorlijn te zien. Op de topografische kaart van 1880 verschijnt een kleine molen aan de westzijde van het plangebied, en langs de randen van het plangebied verschijnt wat bewoning. Rond 1952 is de molen verdwenen. Op de kaart van 1984 is voor het eerst bij de zuidelijke terp een NAP maat te zien van 0,4 + NAP, duidelijk is dat deze terp al lange tijd ten minste 90 centimeter boven het maaiveld gelegen is. 2.6.2 Cultuurhistorie Er is een cultuurhistorisch onderzoek uitgevoerd. Zie voor het volledige onderzoek bijlage 9. Hierin worden de diverse aanwezige cultuurhistorische waarden geanalyseerd en de inpassing van deze waarden in het nieuwe plan uiteengezet. Naar onze mening worden de aanwezige cultuurhistorische waarden in de nieuwe bouwplannen voldoende gewaarborgd. 2.7 Mogelijke aanwezige bodemverstoringen en bouwhistorische waarden Volgens de verstoringsbronnenkaart van de RCE is er binnen het plangebied geen sprake van verstoorde gronden. Volgens het bodemloket is er sprake van een voormalig baggerdepot binnen het plangebied. Er zijn binnen het plangebied geen bouwhistorische waarden te verwachten.

19 20

Haakmeester en Visser-Poldervaart 2009. Haakmeester en Visser-Poldervaart 2009.

25 (30)

3

Gespecificeerde verwachting

Op basis van de tijdens het bureauonderzoek verzamelde gegevens is een gespecificeerd verwachtingsmodel opgesteld. Voor de twee aanwezige terpen geldt een hoge tot zeer hoge archeologische waarde. Onder de terp bevindt zich een vlaknederzetting uit de vroege Middeleeuwen. Deze bevindt zich onder de ophooglaag. Elders in het plangebied kunnen ook vlaknederzettingen uit de vroege Middeleeuwen voorkomen. Deze bevinden zich dan onder het laat Middeleeuwse kleidek. Daarom is in de rest van het plangebied sprake van een hoge verwachting voor deze periode. In het plangebied is bewoning mogelijk geweest in het Laat Paleolithicum en Mesolithicum in de top van het dekzand. Dit dekzand is echter op ca. 15 tot 20 meter onder maaiveld gelegen. Dit niveau zal met de geplande ingrepen niet worden bereikt. Het plangebied is vanwege de invloed van de zee in het gebied in de periode Bronstijd – Romeinse tijd mogelijk bewoonbaar geweest. Vanaf ca. 1850 v. Chr. ontwikkelde zich hoogveen, hierdoor werd bewoning mogelijk op de hoger gelegen kreekruggen. Vanaf 1600 v. Chr. is de zee echter opnieuw doorgebroken, waardoor er klei werd afgezet. Pas rond 300 v. Chr. werd het gebied bewoonbaar. Toen waren de veenkussens ruim een meter dik, en het gebied werd ontwaterd door een serie veenriviertjes. Ook uit de tweede en derde eeuw is er bewoning bekend in het gebied in de top van het veen.

Voor de periode late IJzertijd – Romeinse tijd geldt daarom een hoge archeologische verwachting. In de derde eeuw neemt de wateroverlast toe en overstromen de meest laaggelegen woonplaatsen. Op de laaggelegen plekken vormt zich opnieuw veen. Vanaf 1000 na Chr. verstuift de kust en ontstaan er duinen, waardoor het gebied slecht kan ontwateren. Een nog steeds stijgende zeespiegel zorgt voor overstromingen in het estuarium van de Rekere/Zijpe. Deze overstromingen zorgen voor zeer zware kleiafzettingen (pikklei) op het veen. In deze periode worden ook de eerste kaden en dijkjes aangelegd langs het natuurlijke afwateringssysteem. In de 12e en 13e eeuw is er echter opnieuw sprake van hevige overstromingen waardoor opnieuw een dikke laag klei wordt afgezet. In de late Middeleeuwen/ Nieuwe tijd worden daarom vooral archeologische waarden verwacht in de vorm van sporen van landgebruik en ophogingslagen. Vanaf de Bronstijd kunnen nederzettingen (huisplaatsen) aangetroffen worden van 200-2000 m2. Hier kan aardewerk, dierlijk bot, bewerkt natuursteen en metaal worden aangetroffen en sporen zoals (verkavelings- en erf)greppels, paalgaten, waterputten en afvalkuilen; voor de Late Middeleeuwen/Nieuwe tijd aangevuld met periode specifiek keramiek (aardewerk/steengoed/porselein) en bouwmateriaal (baksteen/dakpan), glas, natuursteen.

Organische materialen, zoals leer, bewerkt of constructiehout, en textiel zijn mogelijk bewaard gebleven in het veen. Aangezien de grondwaterstand varieert van 65 tot 110 cm onder maaiveld en er vanaf het maaiveld klei aanwezig is zijn ook in diepere sporen vanaf het maaiveld mogelijk nog organische vondsten aanwezig.

26 (30)

4

Conclusie en advies

4.1 Conclusie • Zijn mogelijk archeologische waarden in het plangebied aanwezig? Bekende waarden In het plangebied bevinden zich twee terpen uit de Middeleeuwen. Deze hebben resp. een zeer hoge waarde (Archeologisch Rijksmonument) en hoge archeologische waarde. Onder de ophoging bevindt zich een vlaknederzetting uit de Vroege Middeleeuwen. De Muggenburgerweg heeft een hoge archeologische waarde en is onderdeel van de dijkring rond Schagen (datering 11e/12e eeuw). De Bonkelaarsdijk ligt net ten zuiden van het plangebied en is eveneens een onderdeel van de dijkringen rond Schagen. Behoud van deze terreinen staat voorop. Daarnaast is een op de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Noord-Holland een zeer hoge cultuurhistorische waarde toegekend aan de onregelmatige blokverkaveling en een hoge cultuurhistorische waarde aan de Muggenburgerweg en de Bonkelaarsdijk. De cultuurhistorische analyse heeft deze waarden nader uitgewerkt.

Gespecificeerde verwachting Op basis van archeologische, geo(morfo)logische, bodemkundige en historische bronnen is een gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld. Voor vindplaatsen uit de Late IJzertijd t/m Vroege Middeleeuwen geldt een zeer hoge archeologische verwachting. Deze resten bevinden zich onder het laatmiddeleeuwse kleidek (al dan niet in een dunne veenlaag). Voor de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd geldt een middelhoge verwachting voor sporen van landgebruik en ophogingslagen. Deze sporen tekenen zich vanaf het maaiveld of juist onder de bouwvoor af. Aanwijzingen voor bewoning uit de prehistorie op het Laagpakket van Wormer zijn in de directe omgeving van het plangebied nog niet aangetroffen.

Er is in het plangebied een hoge verwachting voor archeologische waarden uit de periode IJzertijd – Nieuwe tijd. Daarnaast zijn binnen het plangebied twee terpen aanwezig die dateren uit deze periode met een al aangetoonde archeologische waarde. Daarnaast is een hoge cultuurhistorische waarde toegekend aan de verkaveling van het gebied en aan twee koogdijken die door het plangebied lopen. •

Is het plangebied voldoende onderzocht. Zo nee, welke vorm van nader archeologisch onderzoek wordt geadviseerd? Het plangebied is niet voldoende onderzocht. Er wordt geadviseerd om de hoge archeologische verwachting te toetsen middels een inventariserend veldonderzoek, verkennende fase. Doel van het verkennende booronderzoek is het verkrijgen van inzicht in de bodemopbouw om de archeologische verwachting nader te specificeren. Doel van het planontwerp is het behouden van de twee terpen. Deze worden niet afgegraven. Wel is het mogelijk deze terpen in te passen in de nieuwe woonwijk, bijvoorbeeld door het plaatsen van speeltoestellen met een beperkte verstoring aan de bodem.

4.2 Advies Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek adviseert Sweco Nederland een vervolgonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek. Doel van het verkennend booronderzoek is het verkrijgen van inzicht in de bodemopbouw om de archeologische verwachting nader te specificeren. Dit booronderzoek strekt zich uit over het gehele

27 (30)

plangebied, met uitzondering van de bekende archeologische terreinen (afb. 5: de terreinen met geen vrijstellingsgrens en de terreinen met vrijstellingsgrens van 100 m2). Het nog op te stellen Plan van Aanpak zal door de bevoegde overheid worden getoetst. Op basis van ca. 4 boringen per hectare worden 135 boringen geadviseerd. Indien het booronderzoek pas wordt uitgevoerd na het vaststellen van het bestemmingsplan dan kunnen de vrijstellingsgrenzen conform de huidige archeologische beleidskaart van de gemeente Schagen worden overgenomen. Daarnaast is er in bijlage 8 een cultuurhistorisch onderzoek toegevoegd. Met de huidige bouwplannen worden de cultuurhistorische waarden voldoende gewaarborgd. Dit advies is voorgelegd bij de bevoegde overheid en die gaat akkoord met het advies. Wel dient het cultuurhistorisch onderzoek nog beoordeeld te worden.

28 (30)

Literatuurlijst en gebruikte bronnen Literatuur Bakker, H. de en J. Schelling, 1989 - 2e gew. druk bewerkt door J. Brus en C. van Wallenburg. Systeem voor de bodemclassificatie voor Nederland, de hogere niveaus. Pudoc, Wageningen. Berendsen, H.J.A. 2011. De vorming van het land: inleiding in de geologie en de geomorfologie. Berendsen, H.J.A. 2019. Berendsen - Fysische geografie van Nederland - Landschap in Delen. Diederik, F. 2012. Tjallewal Bonkelaarsdijk. Bureauonderzoek naar de archeologische waarde van een aantal percelen land die in de negentiende eeuw nog deel uitmaakten van de buurschap ‘Tjallewal’. Archeocultura rapport 105. Diederik, F. 2013. 'Schagen: Witte Paal', in: Hagers, J-K.A., Woltering, P.J. 'Archeologische kroniek van Holland over 1992' (Historisch Tijdschrift Holland Jaargang 25; nr 6), p. 299301. Haakmeester, K.J. en M. Visser-Poldervaart. 2009. Beleidsnota Cultuurhistorie. Gemeente Schagen 2009. Jagers, S.W. en P.J. Woltering. 1991. 'Archeologische kroniek van Holland over 1990' (Historisch Tijdschrift Holland jaargang 23; nr 6), p. 308-3092. Leeuwen, J. van & C.M. Soonius, 2018. Archeologisch en Cultuurhistorische Advies plangebied Muggenburg Zuid, Schagen, gemeente Schagen. Archeologie West-Friesland. Leuvering, J.H.F. en E. Hoven. 2014. Bonkelaarsdijk te Schagen. Synthegra rapport S 130108. Provincie Noord-Holland, 2018.

Leidraad Landschap en Cultuurhistorie(https://leidraadlc.noord-holland.nl/ensembles/west-friesland-west/) Salomons, K.T. en J. de Koning. 2015. Vroegmiddeleeuwse bewoning aan de Bonkelaarsdijk in Tjallewal, gemeente Schagen (NH). Smit, B.I. 2002. Onderzoeksgebied Muggenpad, gemeente Schagen; een inventariserend archeologisch onderzoek. RAAP-notitie 222. Soonius, C.M., A.S. de Groot & F.C. Schinning, 2022. Toelichting Beleidskaart Archeologie en Cultuurhistorische Elementenkaart gemeente Schagen. West-Friese Archeologische Notities 68. Archeologie West-Friesland, Hoorn. Therkorn, L. L. (2004). Landscaping the Powers of Darkness & Light: 600 BC - 350 AD : settlement concerns of Noord-Holland in wider perspective. [Thesis, fully internal, Universiteitvan Amsterdam]. Tuinman, N.C. 2019. Archeologisch bureauonderzoek Bonkelaarsdijk 5 - Schagen, gemeente Schagen (NH).

29 (30)

Tuinman, N.C. en S.M. Vermoolen. 2019. Archeologisch booronderzoek (IVO-O) aan Bonkelaarsdijk 5 in Schagen, gemeente Schagen (NH). Vos, P., M. van der Meulen, H. Weerts en J. Bazelmans 2018: Atlas van Nederland in het Holoceen. Landschap en bewoning vanaf de laatste ijstijd tot nu, Amsterdam (Prometheus). Wink, K., C.M. Soonius & G.H. de Boer, 2013. Verdieping Beleidsnota Cultuurhistorie Gemeente Schagen. Toelichting op de historisch-geografische waardenkaart. RAAP-rapport 2594. RAAP Archeologisch Adviesbureau, Weesp.

Internet bronnen www.ahn.nl archis.cultureelerfgoed.nl https://atlas.odzob.nl www.bodemloket.nl www.dinoloket.nl www.pdok.nl www.topotijdreis.nl

30 (30)

Bijlage 1. Locatie van het plangebied

L e g e n d a P la n g e b ie d

L ig g in glo c a tie M u g g e n b u rgZ u id O p d ra c h tg e v e r:B P D P ro je c tn u m m e r:5 1 0 0 8 7 2 4 S ta tu s :D e fin itie f D a tu m :2 0 2 2 -0 1 -0 7 S c h a a l:1 :1 00 0 0 F o rm a a t:A 4

0

1 0 0

2 0 0

3 0 0

4 0 0

©S w e c oN e d e rla n dB .V .A llere c h te nv o o rb e h o u d e n

5 0 0

6 0 0 m e te r

´

\\n la m s fs 3 1 0 .s w e c o .s e \E x c h a n g e -A re a \F M E S e rv e r\M a p m a k e r\N L L E O O _ 2 0 2 2 0 1 0 7 _ d 1 9 2 0 6 0 6 -c 6 e 0 -4 b 9 e -8 7 3 b -9 2 6 5 f1 6 7 4 3 7 0 \p ro j\A 4 P _ L ig L o c .a p rx2 0 2 2 -0 1 -0 71 0 :1 3

E sriN e d e rla n d ,C o m m u n ityM a pC o n trib u to rs

Bijlage 2. Bekende archeologische gegevens

5 3 2 6 0 0

3 1 7 5 3 4 0 1 0 0

L e g e n d a

2 9 4 5 9 4 1 1 0 0 3 0 5 8 9 9 3 1 0 0

P la n g e b ie d

3 1 3 7 1 8 1 1 0 0

V o n d stm e ld in g e n 2 8 2 0 9 9 9 1 0 0

2 9 4 6 1 2 7 1 0 0

5 3 2 4 0 0

3 1 3 4 0 6 2 1 0 0 2 7 9 1 8 9 6 1 0 0

M o n u m e n te n

3 1 8 3 9 8 4 1 0 0

2 8 7 3 9 8 1 1 0 0

T e rre inv a na rch e o lo g isch ew a a rd e

2 7 7 6 1 7 3 1 0 0 2 7 7 6 1 8 1 1 0 0 2 7 7 6 1 6 5 1 0 0 2 8 2 0 9 9 0 1 0 0 2 8 2 1 3 8 7 1 0 0 2 0 2 5 3 1 8 1 0 0 3 1 4 6 1 9 7 1 0 0 2 9 4 5 9 5 8 1 0 0 3 1 0 2 9 7 5 1 0 0

5 3 2 2 0 0

O n d e rzo e k sm e ld in g e n

2 9 4 6 1 3 5 1 0 0

T e rre inv a nh o g ea rch e o lo g isch ew a a rd e T e rre inv a nze e rh o g ea rch e o lo g isch ew a a rd e T e rre inv a nze e rh o g ea rch e o lo g isch ew a a rd e ,b e sch e rm d

3 0 9 0 1 6 9 1 0 0

0 9 0 3 9 6 1 0 0 2 7 7 6 5 7 9 1 0 0 3 2 7 7 5 8 9 9 1 0 0 2 7 7 5 9 4 7 1 0 0 2 9 4 8 0 1 4 1 0 0 3 0 9 0 1 4 4 1 0 0 2 7 7 6 2 0 5 1 0 0 2 9 4 6 2 2 4 1 0 0 2 7 7 6 1 9 8 1 0 0

5 3 2 0 0 0

2 4 5 0 1 2 2 1 0 0

2 0 0 5 8 4 6 1 0 0 3 0 9 0 2 5 8 1 0 0 2 9 4 6 2 4 0 1 0 0

2 9 4 7 2 8 6 1 0 0

2 7 7 5 9 6 3 1 0 0

5 3 1 8 0 0

2 7 7 6 5 8 7 1 0 0

2 4 2 6 5 3 6 1 0 0 2 4 5 7 1 7 9 1 0 0

5 3 1 6 0 0

2 9 1 6 4 2 4 1 0 0

4 7 4 8 3 9 4 1 0 0 4 7 2 5 0 3 2 1 0 0

2 9 4 8 0 3 0 1 0 0

B e k e n d ea rc h e o lo g is c h ew a a rd e n(A rc h is ) M u g g e n b u rgZ u id

5 3 1 4 0 0

2 2 4 3 9 2 1 1 0 0

O p d ra c h tg e v e r:B P D P ro je c tn u m m e r:5 1 0 0 8 7 2 4

S ta tu s :D e fin itie f D a tu m :2 0 2 2 -0 1 -0 7 S c h a a l:1 :50 0 0 F o rm a a t:A 3

3 2 8 9 0 6 5 1 0 0

E sriN e d e rla n d ,C o m m u n ityM a p sC o n trib u to rs

0

5 0

1 0 0

1 5 0

2 0 0

2 1 5 0 2 6 0 1 0 0 ©S w e c oN e d e rla n dB .V .A llere c h te nv o o rb e h o u d e n

1 1 4 8 0 0

1 1 5 0 0 0

1 1 5 2 0 0

1 1 5 4 0 0

1 1 5 6 0 0

1 1 5 8 0 0

1 1 6 0 0 0

2 5 0

3 0 0 m e te r

´

\\n la m s fs 3 1 0 .s w e c o .s e \E x c h a n g e -A re a \F M E S e rv e r\M a p m a k e r\N L L E O O _ 2 0 2 2 0 1 0 7 _ d 1 9 2 0 6 0 6 -c 6 e 0 -4 b 9 e -8 7 3 b -9 2 6 5 f1 6 7 4 3 7 0 \p ro j\A 3 L _ A rc h e o lo g is c h e W a a rd e n .a p rx2 0 2 2 -0 1 -0 71 0 :1 4

2 7 7 5 9 7 1 1 0 0

Bijlage 3. Bodemkaart

L e g e n d a P la n g e b ie d

B o d e m k a a rt K a lk rijk ep o ld e rv a a g g ro n d e n ;lich teza v e l,p ro fie lv e rlo o p5 K a lk rijk ep o ld e rv a a g g ro n d e n ;zw a reza v e l,p ro fie lv e rlo o p5 K a lk a rm ep o ld e rv a a g g ro n d e n ;zw a reza v e l,p ro fie lv e rlo o p5 K a lk rijk ep o ld e rv a a g g ro n d e n ;lich tek le i,p ro fie lv e rlo o p5 K n ip p ig ep o ld e rv a a g g ro n d e n ;k le i,p ro fie lv e rlo o p3 O u d eb e w o n in g sp la a tse n

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14868184/1